2021-24 RV RES Bijlage 1 - concept RES 1.0
Tekst van het document
Méér handelingsperspectief We creëren meer urgentie; we ondersteunen bedrijven met besparen zodat
Gemeenten geven prioriteit aan de verduurzaming van vastgoed
ze zich op hun business kunnen richten. We willen ze ontzorgen door
Binnen de MRE regio zijn er ruim 3.600 (geregistreerde) maatschappelijke
bijvoorbeeld Greendeals op te zetten. Daarnaast zijn er landelijke subsidies
vastgoedobjecten. De gemeenten zijn van ruim 2.700 objecten eigenaar. Dat
en zijn er belastingvoordelen die het financieel aantrekkelijker maken om te
zorgt voor 3% van de totale uitstoot in de gebouwde omgeving. Een groot
verduurzamen. We zetten handhaving in bij bedrijven die niet of onvoldoende
deel van de vastgoedobjecten is toe aan duurzaam onderhoud, renovatie of
met energiebesparing aan de slag gaan, waarbij de Omgevingsdienst
complete ombouw. Om forse stappen te maken in deze verduurzaming is het
uiteraard ook een rol heeft. Naast handhaving leggen we de nadruk op het
van belang dat gemeenten prioriteit geven aan duurzame projecten en het
bieden van ondersteuning.
toewijzen van voldoende financiële middelen en capaciteit. Ook ambtenaren moeten de urgentie gaan voelen om versneld de gebouwen te verduurzamen. Gemeenten hebben een belangrijke (voorbeeld)rol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving.
Gebiedsbenadering • Bedrijventerreinen • Winkel-horeca gebieden
Goed voorbeeld doet goed volgen. Gemeenten laten zich zien! Wetgeving en handhaving
Ontmoeting kennis
Convenanten en Green Deals
• Activiteitenbesluit
• Kennis
• Sector- en ketenorganisaties
• Vergunningen
• Business cases
•P ubliek- private
• EED
• Innovatieve
samenwerking
technieken
• Collectieve inkoop
• Processen
• ...
• ...
Push
“Er is nog veel te leren over het verduurzamen van het maatschappelijk Pull
vastgoed. Gemeenten krijgen bij het opstellen en uitvoeren van hun eigen portefeuilleroutekaart te maken met nieuwe vraagstukken; er
Individuele bedrijven
komt veel kijken bij het verduurzamen van bijvoorbeeld zwembaden,
• Terugverdientijd
schoolgebouwen, buurthuizen, bibliotheken en gemeentelijke
• Belastingregelingen
kantoorpanden. De vraagstukken gaan over de inhoudelijke aanpak, ook over hoe je dit het beste kunt organiseren. De samenwerking tussen gemeentelijke vastgoedadviseurs in de RES-regio Eindhoven is een fantastisch voorbeeld van slim organiseren. Gemeenten kunnen zo optimaal gebruik maken van de beschikbare kennis en capaciteit.” Inka Vogelaar, projectleider Verduurzamen Maatschappelijk Vastgoed, VNG
33
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
34
INHOUDSOPGAVE
Ambitie 2021 - 2022 Besparing bij bedrijven
Ambitie 2021 - 2022 Gemeentelijk vastgoed
Handhaving en handreiking
Samen werken aan de individuele opgave
Duurzaam Doen! Zoveel mogelijk mensen, bedrijven en
Green deals opzetten
Werkwijze Samen slimmer duurzaam bezig
Aanpak energielabel C kantoren
Delen van
Project 1
organisaties in beweging krijgen om de CO2 uitstoot van hun energieverbruik op een technisch mogelijke, financieel haalbare,
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
maatschappelijk acceptabele manier maximaal te verminderen. Deelname aan x kennissessies
Delen van kennis en
Monitoring
ontwikke-
en evaluatie
lingen
Pilots VNO-NCW archetypen Op dit moment worden zijn 3 pilots gestart om
Gebiedsgerichte aanpak VNO-NCW Online platform voor bedrijven
van deze pilots wordt een aanpak opgesteld en gedeeld.
Energie-plan ODZOB In iedere gemeente toezicht en
Deelname aan
kennis en
6 kennissessies
ontwikke-
Samen werken aan
lingen
de opgave
Routekaart maatschappelijk vastgoed Iedere gemeente beschikt over een portefeuille routekaart.
Aanpak agrarische bedrijven
bedrijventerreinen te verduurzamen. Op basis voor archetypen van bedrijventerreinen
Monitoring Iedere gemeente heeft een actueel
Duurzaamsheidafspraken nieuwbouw
Collectieve projecten Uitvoering van projecten die een
Aanscherpen handhaving
besparing bij bedrijven inzichtelijk gemaakt
Project 3 Project 4 Project...
O.b.v. de ingebrachte projecten worden de additionele modules bepaald. Mogelijke projecten:
collectief doel hebben (bijvoorbeeld toezicht, subsidie financiering)
Greendeal zorg Led verlichting Schooldakrevolutie
Opzetten ondernemersfonds
Inkoop Duurzame Energie
Data-analyse Voor de regio wordt de data op het gebied van
Project 2
inzicht in het eigen gebruik.
vergunningverlening gericht op energiebesparing bij bedrijven.
Uitvoering duurzame projecten:
Postcoderoos
Aanpak zon op dak
en geanalyseerd. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt waar kansen zijn voor besparing.
Basisinfrastructuur
Additionele modules
Basisinfrastructuur
Deelname 21 gemeenten
Keuzevrijheid gemeente
Deelname 21 gemeenten
Additionele modules Keuzevrijheid gemeente
Green Deal Zorg
35
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
Met de Green Deal Zorgsector Eindhoven krijgen ondertekenaars drie jaar de tijd om hun bedrijfsvoering te verduurzamen en toe te werken naar een integraal milieukeurmerk zoals de Milieuthermometer Zorg.
Stappenplan voor verduurzaming ambtelijke huisvesting, onderwijs en sport
Wat we gaan doen! We komen gezamenlijk tot keuzes voor besparen en kleinschalig
Binnen de besparingsaanpak voor het gemeentelijk vastgoed ligt de focus
duurzaam opwekken.
op ambtelijke huisvesting, onderwijs en sport. Dit betreft ruim de helft van
We verlagen de warmte- en elektriciteitsbehoefte: wat je bespaart, hoef je
al het gemeentelijk vastgoed. De vastgoedambtenaren zijn bekend met
ook niet op te wekken.
deze objecten en hebben vaak dezelfde opgave. De behoeften binnen deze
Gemeenten geven het goede voorbeeld door eigen vastgoed te verduur-
focus zijn opgehaald en vervolgens samen met nationale kenniscentra
zamen.
vertaald naar de werkwijze ‘Samen Slimmer Duurzaam Bezig’. Doel van deze
We zetten in op gedragsverandering; de sleutel voor het in beweging
werkwijze is om door structurele samenwerking te voorzien in de kennis-
brengen van bewoners, bedrijven en gemeenten.
en capaciteitsbehoeften en zo meer resultaten te behalen, zonder extra
De acht bespaarroutes vormen de basis van concrete besparings-
tijdsbesteding en tegen gelijke of lagere kosten. Het voorstel is dat iedere
activiteiten.
gemeente jaarlijks twee projecten inbrengt. Zie bijlage 2.3 (basisdocument
We stimuleren inwoners, bedrijven en gemeenten om mee te doen
maatschappelijk vastgoed) + link
Samenwerking gemeenten & stakeholders is de basis voor duurzame
21 gemeenten in de Metropoolregio
Eindhoven verduurzamen maatschappelijk vastgoed - YouTube)
versnelling: kennis en ervaring delen, monitoren en slim bijsturen.
INHOUDSOPGAVE
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
36
4.2
Actueel informatieplatform "We werken aan een platform waarop alle informatie is verzameld. Dit platform biedt een actueel overzicht van de beschikbare bronnen en hun potentie, de lopende en de geplande warmteprojecten."
4.2 Duurzame warmte: Regionale Structuur Warmte op hoofdlijnen Geen regio van overvloed
Nog hogere netbelasting op sommige plekken
De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale
Dit betekent dat er een forse toename is van de belasting op het elektriciteitsnet
warmte-bronnen. Er is bijvoorbeeld geen grote industriële sector die
en de vraag naar duurzame elektriciteit. Op sommige plekken in de regio
veel restwarmte produceert en er is een gedeelte van de regio dat
komt mogelijk de warmtevraag uit volledig elektrische oplossingen (met
grondwaterbeschermingszones heeft, waardoor er voorzichtig om moet
individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat betekent dat de belasting op
worden gegaan met de bodem en het gebruiken van aardwarmte. Daarnaast
het net op deze locaties nog hoger is. Dat pleit ervoor om maximaal in te
staat de duurzaamheid van biomassaverbranding ter discussie. Meer
zetten op besparing.
elektriciteitsverbruik voor lokale duurzame opwekking van warmte zorgt voor veel extra belasting van ons net. Vanwege deze redenen is het van belang
Doelstellingen Regionale Structuur Warmte (RSW)
dat de 21 gemeenten, de provincie en de 2 waterschappen samenwerken om
Met de Regionale Structuur Warmte willen we:
te komen tot keuzes voor de regio met een optimale inzet van de bovenlokale bronnen die we wél hebben. Daarom maken we als regio gezamenlijk een ‘Regionale Structuur Warmte’.
• De bovenlokale / regionale bronnen optimaal benutten; • Desinvesteringen voorkomen; • Maatschappelijke kosten laag houden en daarbij rekening houden met inwoners en bedrijven in nabijgelegen gemeenten.
De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale warmtebronnen.
Visievorming in de steigers De Regionale Structuur Warmte geeft inzicht in de potentie van verschillende warmtebronnen in de regio. De RSW brengt vraag en aanbod in beeld, zodat
1,5 TWh aan elektrische (hulp)energie
op lokaal niveau vraag en aanbod aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Echter, deze informatie is nog grofmazig en moeten we aanvullen met lokale
Het overschakelen op duurzame warmte betekent, afhankelijk van de
informatie. Gelijktijdig aan het opstellen van de RSW wordt op lokaal niveau
toegepaste duurzame warmtebron, meestal een toename in het gebruik van
beleid geschreven voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving.
elektrische (hulp)energie. Dit leidt tot een extra belasting van het toch al
Elke gemeente stelt uiterlijk in december 2021 een Transitie Visie Warmte
zwaar belaste elektriciteitsnet. Als de gehele warmtevraag gedekt wordt door
vast, waarin staat in welke wijken voor 2030 wordt begonnen en welke
duurzame warmtebronnen moet gemiddeld genomen een derde van deze
duurzame warmtebron daarvoor in aanmerking komt. Om de informatie
warmteproductie komen uit elektriciteit. Bij een optimale warmtetransitie
en bestuurlijke keuzes op lokaal en regionaal niveau zoveel mogelijk op
is dat in 2050 bij een verwachte warmtevraag van 4,4 TWh gelijk aan 1,5
elkaar aan te laten sluiten is goede afstemming nodig. Naarmate er meer
TWh aan elektriciteit.
duidelijkheid komt over de lokale invulling van duurzame warmte, geeft dit op regionaal niveau inzicht in waar het schuurt en/of kansen biedt. Zo vindt er een wisselwerking plaats tussen lokale beleidsontwikkeling en regionale
37
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
38
INHOUDSOPGAVE
visievorming. Vroegtijdige en regelmatige uitwisseling van informatie
basis daarvan wordt dan besloten hoe en waar de bron wordt ingezet en
voorkomt de ontwikkeling van onuitvoerbare plannen en desinvesteringen.
door wie de bron wordt ontsloten? Daarom is het essentieel om regionaal
Richting RES 2.0 worden afspraken gemaakt hoe deze uitwisseling
afspraken te maken over hoe we met deze (sub)regionale bronnen omgaan
structureel vorm gaat krijgen.
en op basis waarvan een bepaalde bron wordt toegekend aan een bepaalde (deel)wijk. Hiervoor ontwikkelen we richting RES 2.0 een methodiek
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
Regionale Structuur Warmte Lokale warmtevraag. Plannen en afwegingen
Lokale Transitie Visie Warmte
waarin de maatschappelijke kosten en baten kunnen worden gewogen. Overzicht, aanbod en verdeling regionale bronnen
Actueel informatieplatform
Met de 21 gemeenten komen we tot overeenstemming over de weging van deze maatschappelijke kosten en baten en het belang van verschillende indicatoren, zoals landschappelijke inpassing, laagste kosten eindgebruiker, toegang tot alternatieve oplossingen, draagvlak, etc.
We werken aan een platform waarop alle informatie is verzameld. Dit
Kennis- en leerprogramma
platform biedt een actueel overzicht van de beschikbare bronnen en hun
Gemeenten krijgen met de warmtetransitie een regierol, terwijl het
potentie, de lopende en de geplande warmteprojecten. Dit platform helpt
momenteel nog ontbreekt aan kennis en expertise op dit vlak. In een
gemeenten bij het opstellen en aanscherpen van hun lokale Transitievisies
korte tijd leren we al doende in projecten rondom duurzame warmte. Een
Warmte en geeft inzicht in mogelijke samenwerkingen (bijvoorbeeld met
gezamenlijk kennis- en leerprogramma kan dan een grote hulp zijn om
buurgemeenten, een waterschap of bedrijven). De opgave om de bebouwde
grote hoeveelheden informatie begrijpelijk en toepasbaar te maken. Denk
omgeving duurzaam en aardgasvrij te verwarmen is een groot en langdurig
hierbij aan de nieuwe warmtewet of het proces omtrent ontwikkeling van
traject. Met de tijd wordt er meer ervaring opgedaan en komt er nieuwe
een warmtenet, verschillende vormen van eigendom en eigenaarschap.
informatie beschikbaar. De kennis neemt dus toe en daarmee nemen de
Daarnaast staat de MRE bekend als technologische topregio. Een regio bij
onzekerheden in warmteprojecten af. Een actueel informatieplatform helpt
uitstek waar we inzetten op innovatie en kennisontwikkeling. Deze innovatie
om de ervaringen en kennis te delen en uiteindelijk het proces te versnellen.
hebben we hard nodig in de transitie naar duurzame aardgasvrije warmte.
(Link platform)
Des te meer omdat in onze regio geen overvloed aan bronnen is. Omdat we
Regionaal afwegingskader De gemeenten in de MRE hebben maar beperkte toegang tot duurzame
deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.
warmtebronnen. Het is waarschijnlijk dat er situaties ontstaan waarin meerdere gebieden aanspraak kunnen maken op eenzelfde warmtebron. Op
Voor meer informatie zie bijlage 3.1 (Regionale Structuur Warmte).
Wisselwerking tussen lokale beleidsontwikkeling en regionale visievorming.
INHOUDSOPGAVE
39
Er komt een gezamenlijke kennis- en leeragenda. Hiermee maken we informatie begrijpelijk en toepasbaar. Wat we gaan doen! gebruik te maken van de schaarse bovenlokale bronnen en/of gezamenlijke voorzieningen. Gemeenten kunnen voor het opstellen van hun lokale Transitie Visies Warmte gebruik maken van de informatie uit de Regionale Structuur Warmte. We besparen maximaal om de toename in het elektriciteitsverbruik voor de warmtetransitie te minimaliseren en daarmee de aanvullende belasting op het net te beperken, evenals de vraag naar duurzame elektriciteit. In december 2021 weten we met welke wijken we beginnen en welke duurzame (regionale) warmtebron wordt ingezet. Er is een online platform met een actueel overzicht van de beschikbare bronnen, de potentie en de lopende en geplande projecten. Er komt een gezamenlijke kennis- en leeragenda.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
Gemeenten, provincie en waterschappen werken samen om optimaal
40
INHOUDSOPGAVE
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
Zonneladder Metropoolregio Eindhoven
5 4 3 2 1
1. Zon op dak
4.3
2. Op braakliggende grond en pauzelandschappen
3. Langs grootschalige infrastructuur en op industriële plassen (geen natuur) 4. Combinatie van energie met andere opgaven en functies, zoals:
• Langs stads- of dorpsrand: bijv. gecombineerd met recreatie- en natuurfunctie • Landbouwgronden met meervoudig ruimtegebruik • Op recreatieplassen (geen natuur) • Buffer rondom natuurgebieden: ter vervanging van agrarisch gebruik • Recreatiegebieden, zoals: landgoederen, uitloopgebieden, parken en tuinen
5. Op landbouwgronden, mits:
• Goed ingepast • In verbinding met andere gebiedsopgaven
Dus. Niet in natuurgebieden: • Niet in Natura 2000 • Niet in Natuurnetwerk Brabant; uitzondering mogelijk langs infrastructuur
Ontwerpend onderzoek in de concept-RES
Verfijning van de resultaten in de RES 1.0
In de concept-RES maakten we gebruik van ontwerpend onderzoeken
Op basis van de voorgenoemde stappen en de doorrekening van het bod door
om te komen tot ons bod en tot globale zoekgebieden voor wind en zon
Enexis hebben we in de concept-RES geconcludeerd dat we 2 TWh kunnen
in de regio. We hebben onszelf de vraag gesteld: hoe kan het landschap
bijdragen aan de landelijke doelstelling van 35 TWh. Deze inschatting is
op een gedragen manier geladen worden met de energieopwekking van
gemaakt op basis van een optelsom van enerzijds de bestaande en geplande
de toekomst? De zoekgebieden in de concept-RES voor windturbines en
projecten en anderzijds van de verwachte realisatie van duurzame energie
zonnevelden zijn tot stand gekomen door enerzijds de maximale potentie
projecten in de zoekgebieden en van de ‘no regret’ maatregelen (zoals zon
te bepalen op basis van de wet- en regelgeving en technische haalbaarheid
op grote daken). De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan zonnedaken,
en anderzijds op basis van een ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke
-velden en windturbines gerealiseerd. De gerealiseerde projecten rekenen we
onderbouwing is een regiobrede inventarisatie en eenduidige omschrijving
mee in ons totale bod. Ook 0,64 TWh zonnedaken, -velden en windturbines
van de landschapstypes. We hebben een eerste analyse gedaan van de
die in voorbereiding zijn (pijplijn) rekenen we mee. We hebben dus in
landschappelijke draagkracht van de verschillende landschapstypes en we
totaal al 1,15 TWh aan grootschalige duurzame opwek gerealiseerd of in
hebben de mogelijke energiebouwstenen in kaart gebracht. Hierbij is gekeken
voorbereiding. Vervolgens zetten we ons maximaal in voor realisatie van
naar de mogelijkheden voor het inpassen, aanpassen en transformeren van
‘no regret’ maatregelen, ofwel het laaghangend fruit.
landschappen waarin op kleine of grotere schaal grootschalige opwekking is opgenomen. We hebben nadrukkelijk gezocht naar de kansen voor
Zonneladder
verbinding van de energieopgave met andere opgaven. De zoekgebieden
Uitgangspunt voor de zonneladder voor de Metropoolregio Eindhoven is de
met de daaraan gekoppelde potentie aan opwekvermogens zijn tevens
voorkeursvolgorde die het Rijk is overeengekomen met decentrale overheden,
doorgerekend door Enexis Netbeheer. Onderzocht is wat de impact is van de
de landbouwsector, de zonne-energiesector en netbeheerders. We kijken
verschillende zoekgebieden voor grootschalige duurzame opwek via zon en
eerst of zonnepanelen op gebouwen gelegd kunnen worden (eerste trede).
wind op het net met betrekking op tijd, geld en ruimtebeslag.
Daarna op ongebruikte terreinen in bebouwd gebied. Buiten de bebouwde kom gaat de voorkeur uit naar het combineren van functies. Bijvoorbeeld
We willen in totaal 2TWh bijdragen aan grootschalige duurzame energie-initiatieven in 2030
zonnepanelen op (voormalige) stortplaatsen en in bermen van spoor- en autowegen. Met deze eerste stappen op de zonneladder verwachten we 0,28 TWh te kunnen realiseren. We hebben in onze zonneladder ook aandacht voor zonnevelden in combinatie met andere opgaven en functies. Pas daarna kijken we naar mogelijkheden op landbouwgronden.
41
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
4.3 Duurzame opwek: op weg naar concrete projecten
INHOUDSOPGAVE
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
42
INHOUDSOPGAVE
Concept-RES Globale zoekgebieden op basis van: • Landschapsanalyse • Verbinding met andere opgaven • Technische en wettelijke belemmeringen
Concept RES 1.0 Verfijning en detaillering zoekgebieden op basis van planMER: • Milieueffecten • Belemmeringenkaart en randvoorwaarden • Milieueffecten • Verbinding met andere opgaven
RES 1.0 Selectie van zoekgebieden
Inzet op no-regret maatregelen
een beeld van de keuzemogelijkheden in onze regio en kan worden gebruikt
De Metropoolregio Eindhoven zet zich ervoor in om grootschalige daken
om de verschillende (conflicterende) belangen af te wegen. De betrokken
optimaal te benutten als zonnedaken. We zetten ons in om de mogelijke
overheden in de regio kunnen de milieu-informatie later inzetten bij hun
belemmeringen weg te nemen. We roepen het Rijk op om ons hierbij te helpen.
planprocedures. In het schema op pagina 36, zijn de stappen aangegeven die
In de bijlage 4.1 'Optimale realisatie no-regret maatregelen' gaan we in op
we doorlopen in het kader van het voorlopige planMER (bijlage 4.2).
de belemmeringen in realisatie van de no-regret maatregelen, de regionale
Met behulp van de eerste drie stappen zoals weergegeven in het schema zijn
aanpak voor deze belemmeringen en bieden we enkele handvatten voor de
de globale zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en ontstaat
praktische uitvoering.
er inzicht in de milieu-effecten (leefomgeving, landschap en ecologie), de kansen voor koppeling aan andere thema’s (landbouw, economie, natuur
Opwek 'Ten dienste van andere opgaven'
en klimaat) en de mogelijke energie-opbrengst van de zoekgebieden.
Gemeenten geven lokaal ook invulling aan kleinschaliger energie-
Hierbij worden ook de opties voor combinaties van wind- en zonne-
opwekking binnen de categorie 'Ten dienste van andere opgaven'. Deze
energie onderzocht, evenals de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de
categorie gaat over de mogelijkheden om energie in te zetten ondergeschikt
aansluiting op het elektriciteitsnet.
aan een andere gebiedsopgave. In elke gemeente in de regio kunnen kansen liggen voor deze vorm van energieopwekking en ook deze categorie draagt
De tussenresultaten in de concept RES 1.0 op basis van planMER
bij aan ons bod. Een voorbeeld is de realisatie van kleinschalige zonnevelden
Op de kaart op pagina 46 zijn de zoekgebieden in onze regio op basis van
bij de transformatie van uitloopgebieden van de stedelijke regio’s naar
de tussenresultaten (stap 1 t/m 3) van de planMER weergegeven. De globale
stadsboerderijen of voedselbossen. De inkomsten uit de duurzame energie-
zoekgebieden uit de concept-RES zijn nader afgebakend en meer in detail
projecten kunnen dan worden gebruikt om de businesscases rendabel te
aangegeven. Van al de zoekgebieden zijn de effecten van duurzame opwek
maken. Doordat energie hier ten dienste van een andere opgave dient, is de
middels wind en zon in beeld gebracht. Er lijkt voldoende potentie aanwezig
bijdrage in TWh minimaal. Vanwege het detailniveau waarop naar inpassing
ter ondersteuning van onze bijdrage van 2 TWh duurzame energie in 2030.
van deze categorie moet worden gekeken, heeft de regio de ruimtelijke
Dat een locatie buiten het planMER valt betekent niet per se dat die locatie
visualisatie op regionaal niveau in de concept-RES 1.0 achterwege gelaten.
onmogelijk is.
Zorgvuldig proces
Lokaal maatwerk
Naast de inzet op de ‘no-regret maatregelen’, zullen we ons ook moeten
Gemeenten gaan aan de slag met de invulling van de zoekgebieden en
richten op realisatie van zonnevelden en windturbines. We hebben hiervoor
onderzoeken of (lokaal) maatwerk benodigd en mogelijk is. Bijvoorbeeld het
een zorgvuldig proces ingezet met behulp van ontwerpend onderzoek in
ontwikkelen van grootschalige opwek van duurzame energie langs bestaande
de concept-RES. Het document dat wordt opgesteld noemen we MER, de
doorsnijdingen in het landschap (snelwegen en spoorwegen) waarbij de
procedure noemen we milieueffectrapportage (m.e.r.). Het planMER geeft ons
natuurcompensatie wordt gerealiseerd in aanliggende natuurgebieden.
We werken stap voor stap toe van (globale) zoekgebieden naar concrete locaties voor zonne- en windenergie.
43
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
44
INHOUDSOPGAVE
Omdat er belemmeringen kunnen zijn op basis van de huidige regelgeving
Landelijke pilot
zal hiervoor het gesprek moeten worden aangegaan met het bevoegd gezag
Hoe kan milieueffectrapportage bijdragen aan de RES? Vijf RES-regio’s
voor de betreffende locaties. De ontwikkeling van grootschalige opwek biedt
onderzoeken dat in een pilot, samen met het NP RES en de Commissie
de kans om andere problemen zoals het klimaatbestendig maken van en
voor de m.e.r. Naast twee Noord-Hollandse RES-regio’s doen de regio’s
versterking van de biodiversiteit in het natuurgebied, aan te kunnen pakken
Rivierenland, Holland Rijnland en ook de Metropoolregio Eindhoven mee
en hiermee te zorgen dat de natuurgebieden in de toekomst niet verdwijnen
aan de pilot. De regio’s, NP RES en de commissie voor de m.e.r. wisselen
door de klimaatveranderingen.
onderling ervaringen uit met het gebruik van het instrument m.e.r. voor de RES.
Vervolg en afronding RES 1.0 De tussenresultaten van het planMER delen we met onze volksvertegenwoordigers en stakeholders. Daarnaast wordt het planMER afgerond en
Vervolgstappen na de RES 1.0 en doorkijk naar 2050
kunnen de resterende procedure stappen doorlopen worden. Het planMER
Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald
wordt gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegd en er worden
worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de
(digitale) informatiebijeenkomsten gehouden. De ontvangen zienswijzen
no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit omdat dit leidt tot de kleinst
worden, middels een Nota van Beantwoording, beantwoord. Tijdens de
mogelijke belasting van de schaarse ruimte in onze regio. Het realiseren
terinzagelegging wordt tevens advies gevraagd aan de Commissie voor de
van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd en
m.e.r. Op basis van de planMER, lokale input en overige relevante informatie
resulteert direct in grote stappen richting ons doel. Beide routes moeten
kan de RES 1.0 worden voltooid.
we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen. Met de informatie die beschikbaar komt krijgen we ook inzicht in de zoekgebieden die waarschijnlijk een langer traject vragen en pas na 2030 in beeld komen.
INHOUDSOPGAVE
45
Wat we gaan doen! We maken zorgvuldige keuzes over de ruimtelijke inpassing van grootschalige opwek en andere opgaven. We hebben al 1,15 TWh aan grootschalige duurzame opwek gerealiseerd of in voorbereiding (pijplijn). die onze zonneladder voorschrijft. We gaan bedrijven benaderen om hen te helpen met het wegnemen van belemmeringen voor zon op dak. We bepalen zoekgebieden waarmee we de opgave voor 2030 realiseren. Onze ambitie is om in 2030 in totaal 2 TWh op te wekken. We werken stap voor stap toe naar gedragen locaties voor zon en wind. Gemeenten kunnen lokaal invulling geven aan de categorie 'Ten dienste van andere opgaven'. We bewaken de voortgang. Actualisatie en nadere duiding van data nemen we op in het monitoringssysteem.
Disclaimer: Vorig jaar gaven volksvertegenwoordigers en stakeholders hun reacties op de Concept-RES. Reacties op de zoekgebieden voor wind- en zonne-energie op land zijn niet verwerkt in deze Concept RES 1.0. Wij kozen er namelijk als regio voor om een milieueffectrapportage procedure (planMER) te doorlopen om ons te helpen samen op een zorgvuldige manier een verdere selectie in de zoekgebieden te maken. Inmiddels is er voor elk zoekgebied een milieueffectbeoordeling en zijn de zoekgebieden uit de concept-RES verfijnd op basis van tussenresultaten van het planMER. Dit voorjaar vragen we volksvertegenwoordigers en stakeholders, onder andere gevoed door lokale stakeholders en inwoners, om een reactie op de verfijnde zoekgebieden voor wind- en zonne-energie, die in deze Concept RES 1.0 zijn opgenomen. Via een inspraak procedure en een adviesvraag aan de Commissie voor de Milieueffectrapportage en Brabant Advies ronden wij daarnaast de planMER af. Op basis van de planMER, de lokale input en overige relevante informatie kan de RES 1.0 worden voltooid en aan volksvertegenwoordigers ter vaststelling worden voorgelegd, inclusief een verdere selectie van zoekgebieden.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
Het realiseren van no-regret maatregelen heeft prioriteit, in de volgorde
46
INHOUDSOPGAVE
Ruimtelijke weergave tussenresultaten
5 4
planMER totale regio
3
2
A2 A50
Best
Oirschot
9
Son en Breugel
CO N CE PT
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
37
10
A58
38
^
11
Helmond
Nuenen
Deurne
36
Geldrop-Mierlo
18
16 17
A67
Veldhoven
35
14
13
Eersel
Bladel
Waalre
15
19
A67
27
Heeze-Leende
Bergeijk
29
28
Valkenswaard 30 31
33
24
21
20
A2
23
Asten
Someren
22
34
12
Eindhoven
A2
Reusel-De Mierden
8
Gemert-Bakel
Laarbeek
1
7
6
Cranendonck 32
25
26
INHOUDSOPGAVE
47
Legenda Globale zoekgebieden concept RES Gerealiseerd wind en zon
Pijplijn wind en zon
CO N CE PT
(conform volgorde zonneladder)
Zoekgebied wind en zon op land (tussenresultaat planMER)
De ruimtelijke weergave van de mogelijkheden voor duurzame opwek is gelaagd opgebouwd:
• Het eerste deel van ons bod voor grootschalige opwek zijn de gerealiseerde
Eerder hebben we uitgelegd dat het planMER ons helpt om te komen tot
grootschalige hernieuwbare elektriciteitsprojecten (groter dan 15 kWh).
zorgvuldige keuzes voor de zoekgebieden voor grondgebonden zonnevelden
• Het tweede deel bestaat uit de projecten die nu in de pijplijn zitten. Dit zijn
en windturbineparken. Er geldt een belangrijke kanttekening voor de
windturbineparken, grootschalige zonnedaken en zonnevelden waarvoor
zoekgebieden voor zonnevelden. In het milieueffectrapport is voor de
een SDE+ subsidie is aangevraagd. Er is van uitgegaan dat 60% van deze
zonnevelden een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de intensiteit van
projecten daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
de verschillende zoekgebieden. De aanpak van inpassen, aanpassen en
• Vervolgens kijken we naar de eerste twee treden van de zonneladder,
transformeren die we in de concept-RES hebben ingezet is in dit onderzoek
zodat we de resterende no-regretkansen voor zon optimaal benutten.
verfijnd en verdiept. Binnen de ’zoekgebieden voor zonnevelden’ is op basis
We monitoren de ontwikkelingen van deze stappen en zetten ons er
van dit onderzoek een intensiteit van het gebied bepaald dat daadwerkelijk
gezamenlijk voor in deze kansen maximaal te benutten.
ingezet kan worden voor zonnevelden. Het ene gebied kan daarmee een
• Het resterende gedeelte van ons bod realiseren we in de vorm van grootschalige zonnevelden en windturbineparken.
grotere bijdrage aan ons bod leveren dan het andere gebied. Dit betekent ook dat nooit het volledige gebied als zonneveld wordt ingezet. In het milieueffectenrapport wordt dit verder uitgewerkt.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
Resterend no-regret zon
48
INHOUDSOPGAVE
Netinfrastructuur en programmering Elektriciteitsnetwerk Elektriciteitsnetten zijn in het verleden ontwikkeld met een capaciteit die is gebaseerd op de vraag naar elektriciteit. In meer landelijke gebieden is deze vraag relatief beperkt en de netten zijn daarom niet berekend op het afvoeren van grote volumes elektriciteit vanuit deze gebieden. De uitbreiding van de elektriciteitsnetten, die nodig is om elektriciteit uit deze buitengebieden te
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
transporteren, kost veel tijd en houdt geen gelijke pas met de snelle realisatie van onder andere zonnevelden op land en zonnepanelen op (grote) daken. Dit zet grote druk op het elektriciteitssysteem en leidt tot transportschaarste op het netwerk, ook in de Metropoolregio Eindhoven. De vergunningen voor zon- en windprojecten moeten uiterlijk in 2025 zijn afgegeven om realisatie van projecten in 2030 ook daadwerkelijk mogelijk te maken. Al deze projecten zullen uiteindelijk op het elektriciteitsnetwerk aangesloten moeten worden. Om dit in goede banen te leiden, qua timing, capaciteit van mensen en middelen, kostenefficiëntie en ruimtelijke NETBEHEERDER RES-REGIO Maatregelen • Locatiekeuze laten aansluiten bij bestaande netcapaciteit. • Transport minimaliseren door
Maatregelen • Storingsreserve (redundantie) gebruiken voor het transport van elektriciteit uit duurzame opwek op land.
combineren van energievraag en -aanbod • Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon (idealiter een 50-50 verdeling) en waar mogelijk op één aansluiting (cablepooling).
SYSTEEMEFFICIËNTIE
WIND-ZON INITIATIEFNEMERS Maatregelen • Aansluiten van wind en zon op één aansluiting (cablepooling). • Afspraken maken over het aftoppen (aansluiten op bijv. 70% van het productievermogen).
INHOUDSOPGAVE
49
Waterstof wordt – naast metal fuels, mierezuur en andere substanties
• Aanleg van warmtenetten met H2 als warmtebron. Waterstof verbran-
– veelvuldig aangedragen als een goede energiedrager ter vervanging
dingsovens kunnen ingezet worden als duurzame energiebron voor
van aardgas en andere fossiele brandstoffen. Een uitdaging bij de inzet
warmte opwek via losgekoppelde warmtenetten.
van waterstof is dat een positieve businesscase voor een waterstofstation vanwege de opstartende markt van vraag en aanbod nog moeilijk te maken
• Gebruik van H2 als alternatieve brandstof voor verkeer en vervoer.
is en dat derhalve stimuleringsregelingen ingezet moeten worden om de
Er komen steeds meer voertuigen en vaartuigen (en mogelijk zelfs
financiering rond te krijgen. De businesscase wordt op dit moment echter
vliegtuigen) die op waterstof lopen. Er worden dan ook plekken (Clean
gunstiger vanwege de optredende congestie op het electriciteitsnet vanwege
Energy Hubs) binnen de regio beoogd om vulpunten (tankstations) voor
de teruglevering van het grote aantal op handen zijnde duurzame opwek
alternatieve brandstoffen aan te leggen, waar ook waterstof getankt zou
initiatieven. Het electriciteitsnet van Enexis/TeneT kan deze teruglevering
moeten kunnen worden.
op dit moment maar moeilijk verwerken – bijvoorbeeld in de Kempen is teruglevering via Station Hapert bijvoorbeeld al voorlopig op slot gezet. Er
• Gebruik van H2 als brandstof of grondstof in procesindustrie. Waterstof kan
kunnen daar geen nieuwe grootschalige opwek initiatieven (zon en wind)
ook dienen als brandstof voor verhittingsprocessen in de procesindustrie.
op het net aangesloten worden voor teruglevering, noch op daken, noch op
Of als grondstof voor productieprocessen, waarbij ook het ‘rest’product
land. Omzetting van elektriciteit in een makkelijk op te slaan energiedrager
zuurstof uit het omzettingsproces van elektriciteit naar waterstof goed
als waterstof is daarmee een interessant alternatief. De overcapaciteit van
benut kan worden.
elektriciteitsopwek kan worden omgezet in waterstof, wat vervolgens op meerdere manieren in de MRE regio ingezet kan worden:
• Direct geïnjecteerd in het gasnet. Op dit moment laat de wet maar een
• Een waterstof hub (GreenH2UB) als tussenstation op de tracés van duurzame opwek initiatieven kan dus enerzijds zorgen voor opslag van
beperkte hoeveelheid bijmenging van H2 in het gasnet toe vanwege
de overcapaciteit van de duurzame opwek initiatieven in een andere
vermeende veiligheidsoverwegingen. Er wordt op dit moment onderzoek
energiedrager en daarmee voor een oplossing van de netcongestie
uitgevoerd in Uithoorn om te bezien of deze verzwaarde veilig-
zorgen en anderzijds als aanjager van de energietransitie op basis van
heidsoverweging voor H2 injectie in een bestaand gasnet gerechtvaardigd
waterstof fungeren – ter verduurzaming van verkeer en vervoer en in de
is. Mocht dit niet het geval zijn, dan is injectie van waterstof in bestaande
warmtetransitie.
gasnetten een alternatief voor warmteopwek op hoge temperatuur. Vooral monumenten kunnen hierdoor beter afgekoppeld worden, omdat lage temperatuur opties hier vaak niet toepasbaar zijn.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
De kansen voor de inzet van waterstof
50
INHOUDSOPGAVE
afstemming over gemeentegrenzen heen, is continue afstemming tussen de
Uitkomsten van de Netimpactanalyse
regionale overheden en de netbeheerder noodzakelijk.
De grootschalige productie van duurzame elektriciteit bestaat uit een mix
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
van zonne- en windenergie. Ten opzichte van de vorige doorrekening Onderzoek naar nieuwe aansluit- en opslagmogelijkheden, afstemming in
van de zoekgebieden uit de concept-RES zien we een toename van circa
de regio over verdeling van de beschikbare capaciteit en juiste prioritering
850 MW aan grootschalige zonnevelden. Daarnaast is er een afname van
van toekomstige investeringen in het elektriciteitsnet, is noodzakelijk.
circa 140 MW aan wind op land. Deze verschuiving heeft grote impact op
Ook de blik op de toekomst voor gezamenlijke agendering – zoals met het
kosten van infrastructuur elektriciteit en ruimte in het landschap. Deze
provinciale programma Energiek Brabant - is relevant, evenals inzicht in
aandachtspunten zullen worden meegenomen in de verdere uitwerking.
welke aanpassingen in wet- en regelgeving nodig zijn om onze doelstellingen
De doorrekening levert een eerst inschatting op dat 5 HS/MS stations
te kunnen bereiken.
uitgebreid moeten worden door Enexis. Voor deze stations geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis pas benut kan worden na
Een Netimpactanalyse van Enexis
uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT. Op alle 11 stations
Enexis heeft een Netimpactanalyse opgesteld die inzicht geeft in
zijn investeringen van TenneT benodigd voor uitbreiding van het
de
om
hoogspanningsnet. Daarnaast moeten er 2 nieuwe HS/MS-stations worden
ontwikkelingen in de verschillende zoekgebieden uit de concept RES 1.0
noodzakelijke
aanpassingen
in
het
elektriciteitsnetwerk
gerealiseerd, in aanvulling op de investeringen in de 11 bestaande stations.
van de MRE te kunnen faciliteren. De analyse gaat een stap verder dan de
Het gaat hier naar verwachting over een nieuw station in de omgeving
Netimpactanalyse die is gemaakt voor de concept-RES van de MRE. Op basis
Hapert en in het gebied tussen de regio’s Hart van Brabant, Noordoost
van een eerste ambtelijke inventarisatie is een verdere selectie gemaakt
Brabant en Metropoolregio Eindhoven.
van wenselijke ontwikkelingen in de zoekgebieden op basis van huidig(e) beleid(sontwikkeling), zodat daarmee een eerste verkenning kon worden
Afstemming en programmering
gedaan van de mogelijke impact op het netwerk. De Netimpactanalyse is als
Het is belangrijk dat de netbeheerders Tennet en Enexis en de gemeentelijke
bijlage 5.1 toegevoegd. TenneT rondt op dit moment een netvisie voor Zuid
overheden, die het bevoegd gezag zijn voor het verlenen van vergunningen,
Nederland af, waarmee zij inzicht zal geven in noodzakelijke aanpassingen
meer samenwerken. De netbeheerders zijn gebonden aan wet- en regelgeving,
in de configuratie van het Hoogspanningsnet.
maar door samenwerking kunnen er slimme keuzes worden gemaakt in het haalbaar en betaalbaar houden van netaansluitingen.
De komende periode wordt toegewerkt naar een selectie van zoekgebieden die in de RES 1.0 wordt opgenomen en die ter vaststelling aan volksvertegenwoordigers wordt voorgelegd. De analyses van Enexis en TenneT worden betrokken in de overwegingen om tot de verdere selectie van zoekgebieden te komen.
Door samen te werken, kan regie gevoerd worden aan de voorkant van het proces in plaats van reageren achteraf.
INHOUDSOPGAVE
51
Afstemming aan de voorkant betekent ook dat gemeenten onderling en in samenspraak met de netbeheerder de bestaande capaciteit in een gebied zo goed mogelijk kunnen benutten. Dit voorkomt teleurstelling op het moment dat ontwikkelende partijen een omgevingsvergunning hebben gekregen maar er op dat moment geen aansluitcapaciteit beschikbaar is.
Afstemming in de regio over verdeling van de beschikbare capaciteit.
In dat soort gevallen kan, in samenspraak met de netbeheerder en andere netbeheerders TenneT en Enexis grote investeringen moeten doen om het netwerk geschikt te maken voor de toekomstige energieopgaven en hiervoor investeringsplannen opstellen, is het belang van een planningshorizon van
Wat we gaan doen!
projecten en de mate van zekerheid van investeringen van initiatiefnemers
Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale
groot. Uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk vergt langdurige processen
overheden.
met grote ruimtelijke impact zowel ondergronds als bovengronds. Een
We stemmen de verdeling van de beschikbare capaciteit en noodzakelijke
degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning biedt zekerheid om te komen
investeringen in de toekomst regionaal af.
tot nieuwe investeringen. Realisatie van uitbreidingen van het elektrici-
Er wordt gewerkt aan een systeemstudie door de provincie om inzicht te
teitsnetwerk kunnen worden gekoppeld aan het ontwikkelen van projecten.
krijgen in de wenselijke energiemix voor 2050.
Hiermee kan efficiënt gebruik worden gemaakt van maatschappelijk geld en
Netbeheerders ontwikkelen uitbreidingen van het net en voeren (locatie)
komt ook niemand voor verrassingen te staan. Hiermee creëren we eerlijke
studies uit voor deze uitbreiding (o.a. hoogspanningsstations).
en transparante verwachtingen.
We zetten in op innovatie om met netschaarste om te gaan.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
partijen, gekeken worden of andere oplossingen mogelijk zijn. Aangezien de
52
INHOUDSOPGAVE
5. Stap voor stap naar uitvoering We hebben als gemeenten, provincie en waterschappen binnen de regio grote ambities op het gebied van de energietransitie die we met elkaar gerealiseerd willen zien. Om deze RES naar een efficiënte en effectieve uitvoering te brengen zijn grote stappen nodig. Op het strategische niveau is de samenwerking goed georganiseerd, waarbij de afstemming plaatsvindt in de wethoudersoverleggen en ambtelijke
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
overleggen met de 21 gemeenten. De uitdaging is nu om dit ook op het tactische
5
en uitvoeringsniveau samen goed te organiseren tussen gemeenten, maar ook met maatschappelijke partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden. De uitvoering is immers bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal). De beleidsmatige afspraken/plannen moeten worden omgezet in concrete (uitvoerings)programma’s en onderliggende projecten.
Op veel fronten zijn we al aan de slag. Het gaat erom dat de gemeenten de regionale opgaven ook daadwerkelijk gerealiseerd krijgen. In het nadenken over realisatiekracht en de verschillende rollen die iedereen daarin heeft is het van belang dat we dezelfde begrippen gebruiken. Bestuurlijke samenwerking vraagt een andere vorm van organisatie en inzet dan bijvoorbeeld de uitvoeringskracht in de operatie. Met en door betrokken (gemeente)ambtenaren verkennen we verschillende varianten
van
samenwerkingsvormen
en
samenwerkingsafspraken
die bijdragen aan de te realiseren projecten om zo de uiteindelijke ambities op energietransitie gezamenlijk te halen. Naar verwachting zullen we halverwege 2021 verschillende scenario’s voor samenwerking in de uitvoering kunnen voorleggen aan de gemeenten, provincie en waterschappen. Om vervolgens afspraken te maken om als gezamenlijke
INHOUDSOPGAVE
overheden, in samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en
53
Het gaat daarbij onder meer om de volgende elementen:
efficiënter stappen te zetten in de realisatie van de energietransitie. • E en pakket aan financiële stimulering voor grootschalige- en kleine
Doorvertaling naar omgevingsbeleid
energieprojecten (subsidie, fiscale regelingen, gebouwgebonden financie-
De RES 1.0 wordt verankerd in het omgevingsbeleid van de gemeenten,
ring, saldering), gericht op het betaalbaar maken/houden van de energie-
provincies en waterschappen. Het Rijk heeft voor klimaat en energie in de
transitie wordt gegarandeerd tot 2030.
de afspraken uit de RES verankerd worden in de instrumenten van de
• Voldoende budget voor scholing van onder andere installateurs en
Omgevingswet. Het uitgangspunt daarbij is dat de koppeling wordt gelegd
uitvoeringscapaciteit bij netbeheerders, gemeenten, waterschappen,
met de andere ruimtelijke opgaven op het gebied van landbouw, natuur,
energiecoöperaties, woningbouwcorporaties, omgevingsdienst etc. In de
klimaat en dergelijke. En dat dit concreet wordt doorvertaald in het lokale
RES 1.0 gaan wij dit vanuit de regio nader specificeren.
omgevingsbeleid of boven lokale programma's (zoals NOVI De Peel). Daarbij kan gebruik worden gemaakt maken van de informatie die ten behoeve van
• H et opereren als één overheid, dus ook op Rijksniveau (o.a. Rijkswater-
de RES is verzameld, zoals de landschapsprincipes en landschapsmatrix en
staat, Defensie, Rijksvastgoedbedrijf) is afstemming nodig in relatie
het planMER.
tot het behalen van de energiedoelstellingen. Zoals bij het vernieuwen van Rijkswegen, om die opgave breder te trekken en te benaderen
Aanbevelingen aan het Rijk
als infrastructuur in de brede zin van het woord: voor verkeer en als
Met de andere Brabantse regio’s en de provincie vindt afstemming plaats
energiecorridor.
over de inhoud van de RES’en en over wat de rol van het Rijk moet zijn om tot uitvoering van de RES te komen. Ook andere RES-regio’s en partijen zoals
• D e haalbaarheid en betaalbaarheid voor de samenleving op basis van
de netbeheerders, de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie, de
onder meer het onderzoek naar de mate, spreiding en clustering van
Nationale Milieufederaties en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben
woonlastenneutraliteit bij verschillende woningtypen en warmte-
knelpunten benoemd die het realiseren van de RES’en in de weg staan. Deze
oplossingen, wordt geborgd.
knelpunten kunnen we alleen in samenwerking tussen de verschillende partijen tot oplossingen brengen. Dit omdat we vaak te maken hebben met verschillende inzichten en tegenstrijdige belangen.
• I nstrumenten die het mogelijk maken de energierekening in te zetten als investering voor het energiezuinig maken van de woning en afkoppeling van het aardgas (bijvoorbeeld woninggebonden financiering of een energiefonds).
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
NOVI richtinggevende principes opgenomen. Vanaf 1 januari 2022 kunnen
54
INHOUDSOPGAVE
• A fspraken over collectieve warmte gemaakt, waarbij we - waar het zinvol
• Windturbines hebben naar verwachting te maken met beperkingen
is - komen tot nieuwe warmtesystemen. Onder andere door het wegnemen
vanwege radarinstallaties voor vliegverkeer. Dit kan soms worden
van financiële belemmeringen waar gemeenten nu tegenaan lopen bij de
ondervangen met lagere turbines die alleen (technisch-financieel) haal-
aanleg van warmtenetten.
baar zijn als het Rijk er voldoende subsidie voor beschikbaar stelt. De radar voor vliegverkeer heeft in onze regio mogelijk veel gevolgen voor het
• We komen tot een gezamenlijk kader voor de verdeling van de schaarse
realiseren van windturbines.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
netcapaciteit en het bieden van extra mogelijkheden om te kunnen sturen op de netcapaciteit, onder andere door: • het wettelijk mogelijk te maken elektriciteitsbronnen op piekmomenten
• R egels en middelen die leiden tot financieel aantrekkelijke business-cases voor warmte(net)projecten.
af te koppelen; • h et mogelijk maken van een flexibele inzet van de reservecapaciteit in de stations en het net; • het mogelijk maken van ‘Meerdere Leveranciers Op Een Aansluiting (‘Mloea’), bijvoorbeeld voor de combinatie van zonnepark en windpark;
• W e verzoeken het Rijk om, in samenspraak met provincies en netbeheerders, een uniforme toetsings-/monitoringstool voor alle RESregio's, te ontwikkelen door het Rijk in samenspraak met provincies en netbeheerders.
• het wettelijk mogelijk maken om nieuwe bronnen op een ‘wachtlijst voor aansluiting’ te zetten.
Met de andere Brabantse regio’s en de provincie heeft afstemming plaatsgevonden over de randvoorwoorden. Deze lijst met randvoorwaarden
• H et extra stimuleren van ‘zon op dak’ door:
wordt vanuit de RES regio’s en de Provincie aan het Rijk meegegeven bij de
• s ubsidie te verlenen voor ‘niet-aan-het-net-leveren’;
indiening van de concept-RES’en. Mogelijk dat er in de komende periode nog
• ‘zon op bedrijfsdaken’ te stimuleren door verplichtingen bij nieuwbouw
andere randvoorwaarden naar voren komen.
en financiële impulsen bijvoorbeeld; • het voor particulieren aantrekkelijk te maken om meer zonne-energie op te wekken dan voor eigen gebruik nodig is.
Vanuit het Nationaal Programma RES zijn werkgroepen opgericht met een onafhankelijk karakter. De leden van de werkgroepen zijn werkzaam voor een breed palet aan organisaties, met deskundigheid en /of ervaring op de
• Besparen van energie in de gebouwde omgeving willen we stimuleren door de markt op grote schaal woningen te laten isoleren. Dit kan met een provinciaal programma, gefinancierd met maatschappelijk kapitaal (pensioenfondsen en opbrengsten participatie windturbines). In het verlengde vragen we het Rijk de heffingskorting voor woningcorporaties te vervangen door een isolatie-/duurzaamheidssubsidie.
betreffende thema’s. De werkgroepen werken aan oplossingsrichtingen voor korte en middellange termijn, binnen en buiten bestaande kaders.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
55
4
56
INHOUDSOPGAVE
3
6 Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER2 Stedelijk Gebied Eindhoven Legenda
Laarbeek
1
Globale zoekgebieden concept RES
A2 A50
Best
Oirschot
Gerealiseerd wind en zon
Pijplijn wind en zon
38
Nuenen
^
9
(conform volgorde zonneladder)
Zoekgebied wind en zon op land (tussenresultaat planMER)
Helmond
11
36
Eindhoven
A2
16
Geldrop-Mierlo
Veldhoven
Waalre
A67
15
Ast
19
Heeze-Leende
22
23
A67
14
13
A2
34
Resterend no-regret zon
A58
Eersel Bladel
Son en Breugel
CO N CE PT
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
37
Gemert-Bak
Someren 20
25
2
Cu
lt
aa
uu
st
rh
to
is
k
ru
ie
st
st
e
nd
ri
ct
rd
en
Effectbeoordeling zon zoekgebieden SGE OPBRENGST
ot
w
sc
er
Br
de
ab
ie
w
he
n
aa
en
ur
eb
k
-g
al
d
ha
ei
00
et
s
rn
20
sc
rh
ri
an dv t og W e in ls te rv og V le el er s m u A i z fs en ta & nd ov M to er ee tn ig ko et e ca be pp A pa sc el an k h. ci ta an t so ei st s t or en in Li te g gg l an n la in nd db g bo t.b ou Li gg u .v w w in (n st g og ru in Li t c e gg tu gr re ur in oe al g nb .)N na A l an N au bi B ta jg w lr e ro ec Ef m ot an re fe ve ct at te r br ie op l ui be M gr ke st ee on em rs k de n op (B m en T< in -b p e 50 ge es l k op a 0m ch n n pe <5 i k se rv ) 00 ba n la m kt a r wa ew he te i d rk at w er al ite it
Br
oe
sp
ot
H
uu
at
N
a
ur
at
n
aa
te
tb
N
aa
ch
M
Zi
ta
in
ge
s
t( GW
ne
gs
bi
en
ur
br
on
op
dt
d
h)
LEEFOMGEVING LANDSCHAP
LANDSCHAP
ECOLOGIE
ECOLOGIE
NET
NET BREDERE THEMA’S
BREDERE THEMA’S
Kans op positieve effecten
Grote kans op positieve effecten of
kans op grote positieve effecten
Disclaimer:
Deze effectbeoordeling betreft
voorlopige resultaten van het
MER die nog aan verandering
onderhevig kunnen zijn. Voor
enkele beoordelingscriteria is de
effectbeoordeling nog niet afgerond.
Deze resultaten worden later
toegevoegd. Aan deze resultaten
kunnen geen rechten worden
ontleend.
N.B. Gepaste zorgvuldigheid bij
het gebruik van deze tabel wordt
aanbevolen. De hier getoonde
samenvattingstabel kan pas in
samenhang met het volledige
milieueffectrapport juist worden
geïnterpreteerd.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
an
A
e-
in
lw
gi
lw
ta
er
ta
lw n W on < on 50 in in 0m ge ge n W n < on <5 10 in 00 00 ge m m n A pe <1 nd rG 0 er 00 W e m h ge In pe lu te rG id rf er sb W en ro Ef h nn ti fe e ct en op Ef he fe rk ct om op Ef st ge fe w br ct aa ui op rd ks N e be at w le aa ur vi a r de n 2 N gs 00 at w 0uu aa ge rn rd b H ie e e t ot de w sp er n ot k Br s Br ab oe an dv t o ge W in ls te rv og V le el er s m ui A ze fs n ta & nd ov Li to gg t m er i ge in e g ta be in Ve ca sc la pa rb h. nd in ci so di te b or ou Ve it ng te w rs n 2 tr te n an rk at Li uu in si gg ti g rg eg gr in eb eb oe g ie t .o ie nb A d d en an .v l au .g t va al w ro e n re ot m w cr ve an i n ea rb d ti te ru i n eb l W i ke zo es at rs e k te m er ge m -l Li ig bi i gg gi e d ng ng in en g i <5 n in 00 w 50 at m 0er vo be et rg sz in on g e
CO N CE PT
1 98 332 13 4 7 14 0 1 19 25 49 36 16 61 38 133 319 Be
240 an
16 A
En
an
A
45
te
um
d
3
ak
im
um
90
ar
ax
im
kg eb ie
Zo e
6
K
M
in
kg eb ie
1 13 19
M
Zo e
Effectbeoordeling wind zoekgebieden SGE INHOUDSOPGAVE
57
Netuitbreiding urgent
Grote kans op negatieve effecten of
kans op grote negatieve effecten
Kans op negatieve effecten
Kleine kans op positieve/negatieve
effecten of kans op kleine positieve/
negatieve effecten
58
INHOUDSOPGAVE
Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER De Peel Legenda
5 4
Globale zoekgebieden concept RES
3
6
38
9
10
Deurne
Eindhoven
A2
17
A67
14
13
12
18
16
Geldrop-Mierlo
Veldhoven
Pijplijn wind en zon
11
Helmond
Nuenen
^
15
Asten
Waalre
19
22
Someren
Heeze-Leende
23 27
25 24
21
20
A2
28
(conform volgorde zonneladder)
Zoekgebied wind en zon op land
A50 Son en Breugel
Best
Gerealiseerd wind en zon
Resterend no-regret zon
8
Gemert-Bakel
Laarbeek
1
A2
CO N CE PT
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
2
7
6
26
(tussenresultaat planMER)
INHOUDSOPGAVE
Effectbeoordeling wind zoekgebieden De Peel LEEFOMGEVING
t( GW
h) in ta ge lw n W on < on 50 in in 0m ge ge n W n < on <5 10 in 00 00 ge m m n A pe <1 nd rG 00 er W 0m e h ge In pe lu te rG id rf er sb W en ro Ef h n t fe ie ne ct n op Ef h fe er ct ko op m Ef st ge fe w br ct aa ui op rd ks N e be at w le aa ur vi a rd n 20 e N gs 00 at w uu -g aa eb rn rd H ie et e ot de w sp er n ot k Br s Br a oe ba dv nt og W el in s te rv og V le el er s m ui A ze fs n ta & nd ov Li to gg t m er i ge in et g be ac in Ve sc ap la rb h. a nd in ci so di te b or ou Ve it ng te w rs n 2 tr te na an rk tu Li in s i ur gg ti g e g g in ge eb ro g bi ie en t .o A ed de bl an .v n au .g va tal w ro e n re ot m w cr ve an i n ea rb d ti te ru i n eb l W ik zo es at er e k te m er s ge m -l Li ig bi i gg gi e d ng ng in en g in <5 in 00 w 50 at m 0er vo be et rg sz in on g e
BREDERE THEMA’S
on
lw ta an
Grote kans op negatieve effecten of kans op grote negatieve effecten Kans op negatieve effecten Kleine kans op positieve/negatieve
A
45
A
3
45
effecten of kans op kleine positieve/
45
negatieve effecten
7
105
3
45
10
150
3
45
11
165
3
45
3
45
3
45
CO N CE PT
3 3
Effectbeoordeling zon zoekgebieden De Peel LANDSCHAP
n
de
ab
ie
Br
eb
k
er
w
dv
oe
sp
Br
uu
ot
H
at
N
ot
s
et
rn
00
ur
a
20
sc
n
te
at
N
aa
M
-g
al
ha
d
ei
aa
tb
an
rd
w
aa
en
ur
he
sc
ct lt
rh
ru
ri
to
st e
is Zi
uu
rh
nd
aa
Cu
ch
k ie te ak
st
ar
Be
K
im ax
M
225 88 29 252 87 304 160 111 161 12 250 25 24 415 54 249 126 790 327 319
ri
um
st
d um im
56 44 15 64 33 77 40 56 40 6 70 12 15 143 13 63 48 199 83 133
in M
kg eb ie Zo e
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 15 16 17 18 20 21 25 26 38
NET
BREDERE THEMA’S
t og W el in s te rv og V le el er s m ui A ze fs n ta & nd ov M to er ee tn ig ko et e ca be pp A pa sc el an ka h. ci ta te so ns st it or en in Li te g gg la n la in n nd db g bo t.b ou Li gg uw .v w in (n st g og ru in Li te ct gg gr uu re in oe al r g n .)N na A bl an N au bi B ta jg w lr e ro ec Ef m ot an re fe ve ct at te rb ie op l ru be M ik gr st ee er on e s m de n kop (B m en T< in -b p e 50 ge es l k op 0m ch an n pe <5 i k se rv ) 00 ba n la m kt a r wa ew he te i d rk at w er al ite it
ECOLOGIE
en
OPBRENGST
Kans op positieve effecten Grote kans op positieve effecten of kans op grote positieve effecten
Disclaimer: Deze effectbeoordeling betreft voorlopige resultaten van het MER die nog aan verandering onderhevig kunnen zijn. Voor enkele beoordelingscriteria is de effectbeoordeling nog niet afgerond. Deze resultaten worden later toegevoegd. Aan deze resultaten kunnen geen rechten worden ontleend.
N.B. Gepaste zorgvuldigheid bij het gebruik van deze tabel wordt aanbevolen. De hier getoonde samenvattingstabel kan pas in samenhang met het volledige milieueffectrapport juist worden geïnterpreteerd.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
egi
Netuitbreiding urgent
an
s
gs
ne
en
bi ur
br
dt
op
in lw
NET
En
er
ta
ECOLOGIE
an
Zo ek ge bi ed A
2 3 4 7 15 17 18 20 21 25 26
LANDSCHAP
59
16
A67
Veldhoven
14
13
15
Globale zoekgebieden concept RES
Gerealiseerd wind en zon PijplijnEersel wind en zon
CO N CE PT
4
Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER A2 gemeenten Geldrop-Mierlo Legenda
Waalre
Resterend no-regret zon
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
del
60
Eindhoven
A2
INHOUDSOPGAVE
Asten
19
(conform volgorde zonneladder) A67 Zoekgebied wind en zon op land
Heeze-Leende
22
(tussenresultaat planMER)
Someren 20
A2
23
27
Bergeijk
29
28
Valkenswaard 30 31
33
24
Cranendonck 32
25
26
Cu
lt
uu
rh
st
to
e
is
nd
k
ru
ie ct
rd
en
Effectbeoordeling zon zoekgebieden A2 gemeenten OPBRENGST
ot
w
sc
er
Br
de
ab
ie
w
he
n
aa
en
ur
eb
k
-g
al
d
ha
ei
00
et
s
rn
20
sc
rh
ri
an dv t og W e in ls te rv og V le el er s m u A i z fs en ta & nd ov M to er ee tn ig ko et e ca be pp A pa sc el an k h. ci ta an t so ei st s t or en in Li te g gg l an n la in nd db g bo t.b ou Li gg u .v w w in (n st g og ru in Li t c e gg tu gr re ur in oe al g nb .)N na A l an N au bi B ta jg w lr e ro ec Ef m ot an re fe ve ct at te r br ie op l ui be M gr ke st ee on em rs k de n op (B m en T< in -b p e 50 ge es l k op a 0m ch n n pe <5 i k se rv ) 00 ba n la m kt a r wa ew he te i d rk at w er al ite it
Br
oe
sp
ot
H
uu
at
N
a
ur
at
n
aa
te
tb
N
aa
ch
M
Zi
ta
in
ge
s
t( GW
ne
gs
bi
en
ur
br
on
op
dt
d
h)
LEEFOMGEVING LANDSCHAP
LANDSCHAP
ECOLOGIE
ECOLOGIE
NET
NET BREDERE THEMA’S
BREDERE THEMA’S
Kans op positieve effecten
Grote kans op positieve effecten of
kans op grote positieve effecten
Disclaimer:
Deze effectbeoordeling betreft
voorlopige resultaten van het
MER die nog aan verandering
onderhevig kunnen zijn. Voor
enkele beoordelingscriteria is de
effectbeoordeling nog niet afgerond.
Deze resultaten worden later
toegevoegd. Aan deze resultaten
kunnen geen rechten worden
ontleend.
N.B. Gepaste zorgvuldigheid bij
het gebruik van deze tabel wordt
aanbevolen. De hier getoonde
samenvattingstabel kan pas in
samenhang met het volledige
milieueffectrapport juist worden
geïnterpreteerd.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
an
A
e-
in
lw
gi
lw
ta
er
ta
lw n W on < on 50 in in 0m ge ge n W n < on <5 10 in 00 00 ge m m n A pe <1 nd rG 0 er 00 W e m h ge In pe lu te rG id rf er sb W en ro Ef h nn ti fe e ct en op Ef he fe rk ct om op Ef st ge fe w br ct aa ui op rd ks N e be at w le aa ur vi a r de n 2 N gs 00 at w 0uu aa ge rn rd b H ie e e t ot de w sp er n ot k Br s Br ab oe an dv t o ge W in ls te rv og V le el er s m ui A ze fs n ta & nd ov Li to gg t m er i ge in e g ta be in Ve ca sc la pa rb h. nd in ci so di te b or ou Ve it ng te w rs n 2 tr te n an rk at Li uu in si gg ti g rg eg gr in eb eb oe g ie t .o ie nb A d d en an .v l au .g t va al w ro e n re ot m w cr ve an i n ea rb d ti te ru i n eb l W i ke zo es at rs e k te m er ge m -l Li ig bi i gg gi e d ng ng in en g i <5 n in 00 w 50 at m 0er vo be et rg sz in on g e
CO N CE PT
19 25 49 20 63 249 22 0 0 23 6 19 24 93 296 27 0 0 28 42 163 29 20 80 30 10 40 31 21 73 32 55 177 38 133 319 st
60
ri
4
aa
120
st
8
Be
60 an
4 A
165
te
um
En
11
ak
im
an
A
240
ar
ax
um
kg eb ie
Zo e
16
K
M
im
19 20 24 29 31
in
kg eb ie M d
Zo e
Effectbeoordeling wind zoekgebieden A2 gemeenten INHOUDSOPGAVE
61
Netuitbreiding urgent
Grote kans op negatieve effecten of
kans op grote negatieve effecten
Kans op negatieve effecten
Kleine kans op positieve/negatieve
effecten of kans op kleine positieve/
negatieve effecten
62
5 4
INHOUDSOPGAVE
Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER De Kempen Legenda 1
Oirschot
Gemert-Bak
Gerealiseerd wind en zon Son en Pijplijn wind en zon Breugel Resterend no-regret zon
CO N CE PT
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
A50
Best
6
Laarbeekconcept RES Globale zoekgebieden
A2
37
3
2
A58
38
9
(conform volgorde zonneladder)
11
Zoekgebied wind en zon op land Helmond Nuenen (tussenresultaat planMER)
^
36
Eindhoven
A2
Veldhoven
Reusel-De Mierden
Bladel
A67
14
13
Eersel
Waalre
16
Geldrop-Mierlo 15
Ast
19
A67
22
35
Someren 20
Heeze-Leende
A2
34
23
27
Bergeijk
29
24
28
Valkenswaard 30 31
33
25
Cranendonck 32
2
91 21 5 16 14 346 81 14 61 57 uu
aa rh
to
is
k
ru
ie
st
st
e
nd
ri
ct
rd
en
Effectbeoordeling zon zoekgebieden De Kempen OPBRENGST
ot
w
sc
er
Br
de
ab
ie
w
he
n
aa
en
ur
eb
k
-g
al
d
ha
ei
00
et
s
rn
20
sc
rh
ri
an dv t og W e in ls te rv og V le el er s m u A i z fs en ta & nd ov M to er ee tn ig ko et e ca be pp A pa sc el an k h. ci ta an t so ei st s t or en in Li te g gg l an n la in nd db g bo t.b ou Li gg u .v w w in (n st g og ru in Li t c e gg tu gr re ur in oe al g nb .)N na A l an N au bi B ta jg w lr e ro ec Ef m ot an re fe ve ct at te r br ie op l ui be M gr ke st ee on em rs k de n op (B m en T< in -b p e 50 ge es l k op a 0m ch n n pe <5 i k se rv ) 00 ba n la m kt a r wa ew he te i d rk at w er al ite it
Br
oe
sp
ot
H
uu
at
N
a
ur
at
n
aa
te
tb
N
aa
ch
M
Zi
ta
on
in
ge
s
t( GW
ne
gs
bi
en
ur
br
dt
op
lw
e-
in
d
h)
LEEFOMGEVING LANDSCHAP
LANDSCHAP ECOLOGIE
ECOLOGIE
NET
NET BREDERE THEMA’S
BREDERE THEMA’S
Kans op positieve effecten
Grote kans op positieve effecten of
kans op grote positieve effecten
Disclaimer:
Deze effectbeoordeling betreft
voorlopige resultaten van het
MER die nog aan verandering
onderhevig kunnen zijn. Voor
enkele beoordelingscriteria is de
effectbeoordeling nog niet afgerond.
Deze resultaten worden later
toegevoegd. Aan deze resultaten
kunnen geen rechten worden
ontleend.
N.B. Gepaste zorgvuldigheid bij
het gebruik van deze tabel wordt
aanbevolen. De hier getoonde
samenvattingstabel kan pas in
samenhang met het volledige
milieueffectrapport juist worden
geïnterpreteerd.
Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven
an
A
ta
gi
lw
lw n W on < on 50 in in 0m ge ge n W n < on <5 10 in 00 00 ge m m n A pe <1 nd rG 0 er 00 W e m h ge In pe lu te rG id rf er sb W en ro Ef h nn ti fe e ct en op Ef he fe rk ct om op Ef st ge fe w br ct aa ui op rd ks N e be at w le aa ur vi a r de n 2 N gs 00 at w 0uu aa ge rn rd b H ie e e t ot de w sp er n ot k Br s Br ab oe an dv t o ge W in ls te rv og V le el er s m ui A ze fs n ta & nd ov Li to gg t m er i ge in e g ta be in Ve ca sc la pa rb h. nd in ci so di te b or ou Ve it ng te w rs n 2 tr te n an rk at Li uu in si gg ti g rg eg gr in eb eb oe g ie t .o ie nb A d d en an .v l au .g t va al w ro e n re ot m w cr ve an i n ea rb d ti te ru i n eb l W i ke zo es at rs e k te m er ge m -l Li ig bi i gg gi e d ng ng in en g i <5 n in 00 w 50 at m 0er vo be et rg sz in on g e