CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-24 RV RES Bijlage 1 - concept RES 1.0

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Input ophalen concept RES 1.021.341 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

INHOUDSOPGAVE

Regionale Energiestrategie 1.0 Metropoolregio Eindhoven

Versie maart 2021

CONCEPT Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Hoofddocument

1

Energiek en innovatief!

Samen stap voor stap over op duurzame energie in onze regio

Metropoolregio Eindhoven

2

INHOUDSOPGAVE

Metal fuels: ijzerpoeder voor opslag van duurzame energie Het metaalbrandstofsysteem (metal fuels) gebruikt ijzerpoeder om duurzame energie op te slaan. Door de hoge energiedichtheid is ijzerpoeder zeer compact en Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

gemakkelijk te transporteren als energiedrager. Een ander groot voordeel is dat metaalbrandstoffen herbruikbaar zijn, zodat je het poeder maar één keer hoeft te maken. En het is CO2-vrij. De warmte kan worden gebruikt om stoom op te wekken, die industriële processen kan aandrijven of stroomturbines voor elektriciteit kan aandrijven. De resterende roest kan gemakkelijk worden opgevangen en weer worden omgezet in ijzerpoeder, met behulp van elektriciteit uit wind of zon. Het metaalbrandstofsysteem is ontwikkeld door de TU/e, studententeam Team Solid en een consortium van industriële partners. Bij Swinkels Family Brewers (Bavaria) in Laarbeek is een test uitgevoerd waarbij het systeem is aangesloten op het productieproces.

Disclaimer: Vorig jaar gaven volksvertegenwoordigers en stakeholders hun reacties op de Concept-RES. Reacties op de zoekgebieden voor wind- en zonne-energie op land zijn niet verwerkt in deze Concept RES 1.0. Wij kozen er namelijk als regio voor om een milieueffectrapportage procedure (planMER) te doorlopen om ons te helpen samen op een zorgvuldige manier een verdere selectie in de zoekgebieden te maken. Inmiddels is er voor elk zoekgebied een milieueffectbeoordeling en zijn de zoekgebieden uit de concept-RES verfijnd op basis van tussenresultaten van het planMER. Dit voorjaar vragen we volksvertegenwoordigers en stakeholders, onder andere gevoed door lokale stakeholders en inwoners, om een reactie op de verfijnde zoekgebieden voor wind- en zonne-energie, die in deze Concept RES 1.0 zijn opgenomen. Via een inspraak procedure en een adviesvraag aan de Commissie voor de Milieueffectrapportage en Brabant Advies ronden wij daarnaast de planMER af. Op basis van de planMER, de lokale input en overige relevante informatie kan de RES 1.0 worden voltooid en aan volksvertegenwoordigers ter vaststelling worden voorgelegd, inclusief een verdere selectie van zoekgebieden.

INHOUDSOPGAVE

3

Voorwoord Met veel genoegen presenteer ik u namens de stuurgroep de RES 1.0 van de

van een planMER op MRE-niveau (in navolging van De Kempen), via de

Metropoolregio Eindhoven. Deze bestaat uit een hoofddocument en achter-

uitwerking van de energiebespaarplannen, de Regionale Structuur Warmte

grondinformatie met een toelichting op de thema’s en de keuzes. Met de

en de doorrekening van ons regionale elektriciteitsnetwerk. Met de planMER

RES 1.0 zetten we een grote volgende stap in de energietransitie voor onze

doorlopen we een zorgvuldig proces om te komen tot zoekgebieden in de

regio. Ons devies: samen inzetten op besparen én stap voor stap over op

regio, rekening houdend met milieueffecten, lokale belangen en de kansen

duurzame energie, opgewekt in onze eigen regio. De RES is een gezamenlijke

om de energieopgave te verbinden aan andere opgaven in onze regio.

strategie die we inrichten met de gemeenten, waterschappen, provincie, netbeheerder en onze stakeholders: inwoners, bedrijven, kennisinstellingen

Naast een grote technische opgave is de regionale energiestrategie vooral

en maatschappelijke partners. Samen komen we zo tot afgewogen en

ook een maatschappelijke, financiële en een ruimtelijke opgave. Bovendien

gedragen keuzes.

is er sprake van een groot aantal uitdagingen, zoals de uitbreiding van de capaciteit van het netwerk. Dat maakt het onmogelijk om in één keer een

In de zomer van 2020 is de concept-RES in de regio besproken door de raden

compleet uitgewerkte strategie te hebben. De komende jaren vullen we in

en is zij vastgesteld door de colleges van de 21 gemeenten en de besturen

meerdere ‘rondes’ de opgave steeds concreter in: het is een ‘ongoing’ proces.

van de waterschappen en provincie. De reacties op de concept-RES zijn

Overheden leggen bestuurlijke keuzes vast, tenminste voor de periode tot

meegenomen in deze RES 1.0. De concept-RES was een belangrijke eerste

2030, in onder meer omgevingsvisie en omgevingsplannen. Ik wens u veel

stap in de voortgang van de energietransitie van onze regio Zuidoost-

inspiratie.

Brabant. Op 1 oktober is het document aangeboden aan NP RES. De conceptRES is doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving. De RES 1.0 is een volgende stap in de uitwerking van onze regionale strategie. In dit hoofddocument staan de belangrijkste stappen vermeld, de uitwerking met

Frans Kuppens

analyses en overwegingen vindt u in de bijlagen.

Voorzitter stuurgroep Regionale Energie Strategie

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Met deze RES 1.0 worden we steeds concreter, onder andere via het uitvoeren

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

4 INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE

5

Inhoud Bijlagen concept-RES 1.0 Bijlagen worden separaat beschikbaar gesteld. Voorwoord

3 Bijlage 1

1. Opgave en kader

7

2. De thema’s van RES Metropool Regio Eindhoven

12

3. Samen de energieambitie realiseren

18

4. Besparen - duurzame warmte - duurzame opwek 4.1 Besparen 4.2 Duurzame warmte 4.3 Duurzame opwek

26 28 36 40

Bijlage 3

5. Stap voor stap naar uitvoering

52

Bijlage 5

6. Begrippenlijst

64

Bijlage 6

Bijlage 2

Bijlage 4

Bijlage 7

Participatie 1.1 Resultaten Internetconsultatie 1.2 Financiële participatie en lokaal eigendom Besparing 2.1 Doelgroep Wonen 2.2 Doelgroep Bedrijven 2.3 Doelgroep Maatschappelijk Vastgoed Duurzame Warmte 3.1 Regionale Structuur Warmte Duurzame Opwek 4.1 No-Regretmaatregelen 4.2 PlanMER RES Metropoolregio Eindhoven Netinfrastructuur 5.1 Netimpactrapportage RES 1.0 Reacties op de concept-RES 1.0 6.1 Overheden 6.2 Stakeholders Reacties op de concept-RES 7.1 Reacties op de concept-RES

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Inhoud hoofddocument concept-RES 1.0

6

INHOUDSOPGAVE

Electriciteit Warmte Energie verbruik Aantal inwoners

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Samenwerking

1

Besparen

Participatie

Duurzame opwek

Energiek & innovatief

In 2030 2,0 TWh Koppeling met andere thema's

Duurzame warmte

Leidende principes Toekomstgericht Iedereen draagt bij Behoud ruimtelijke kwaliteit Kans voor de regio Voordelen zijn voor iedereen

Stap voor stap naar uitvoering!

5,55 TWh 8,7 TWh ±800.000

INHOUDSOPGAVE

1. Opgave en kader

7

Op basis van de Klimaatwet moet in 2050 de CO2-uitstoot met 95% zijn afgenomen en streven we ernaar om in 2030 de uitstoot van CO2 met 49% Rijk aan alle 30 regio's in Nederland gevraagd te onderzoeken hoe en waar ze energie kunnen besparen en energie duurzaam kunnen opwekken. Voor grootschalige duurzame opwek is landelijk een opgave vastgesteld van 35 TWh. Regio's stellen hiervoor een Regionale Energiestrategie (RES) op. Voor u ligt de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van de Metropoolregio Eindhoven. De RES 1.0 beschrijft wat de mogelijkheden zijn voor besparing en het grootschalig opwekken van elektriciteit en warmte in de regio. Stap voor stap gaan we over van fossiele brandstoffen op duurzame energie.

Opgave, ambitie en leidende principes De Metropoolregio Eindhoven wil voorop lopen in de energietransitie, met als einddoel om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Als tussenstap willen we als regio uiterlijk in 2030 49% minder CO2 uitstoten dan in 1990. Daarnaast is het uitgangspunt dat we vanuit de draagkracht van ons landschap bepalen wat haalbaar is voor opwek van duurzame elektriciteit. Zoals in de concept-RES is uitgewerkt gaan we nu uit van een bijdrage van 2 TWh voor onze regio

“Iedereen gaat iets merken van de energietransitie. Het landschap zal van kleur veranderen en woningen en bedrijven worden anders verwarmd. Maar de energietransitie levert vooral veel op. Een schonere wereld met een gezonde lucht en een klimaat dat niet te heet is. Als samenleving werken we toe naar een nieuwe, groene economie. De opgave is groot, het belang ook. In Nederland en in de Metropoolregio Eindhoven werken we samen aan onze toekomst en aan die van onze kinderen en kleinkinderen.”

aan de landelijke opgave van 35 TWh. Kleinschalige zon-op-dak-installaties worden in het Klimaatakkoord niet meegeteld voor het doel van 35 TWh. In deze doelstelling is immers al rekening gehouden met een autonome groei van kleinschalig zon-op-dak tot ongeveer 7 TWh. Uiteraard zien we wel het belang van zon-op-dak en onderzoeken we de mogelijkheden om zonop-dak te stimuleren en bewoners aan te zetten tot besparing en duurzame opwek van energie.

De inzet op besparing is de basis voor de regionale strategie.

Frans Kuppens, voorzitter stuurgroep

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

te verminderen. In het kader van het Nationaal Klimaatakkoord heeft het

8

INHOUDSOPGAVE

Onze leidende principes De RES wordt uitgewerkt op basis van onze leidende principes: een kader van (maatschappelijke) uitgangspunten, richtinggevende afspraken en

Een toekomstgerichte strategische visie

De focus op 2030, een doorkijk naar 2050!

Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij

Alle belanghebbenden dragen bij naar vermogen.

Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit

I nzet op besparen en een zorgvuldig proces (o.m. via planMER en Zonneladder); van grofmazig naar fijn.

De energietransitie als kans voor de regio

D  e RES als hefboom voor kwaliteitsverbetering (ruimtelijk, economisch, ecologisch en sociaal).

Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal

Ervoor zorgen dat iedereen meeprofiteert.

De bovenstaande leidende principes bieden de gemeenten, provincie en waterschappen de handvatten voor een uitwerking van de RES en voor de

it ite t n

r de ka s g e

i te

t

W a

Afw Elek eg t in

ci

rm

t

Afwegingskader

em

Afw eg in

De bovenstaande leidende principes sluiten aan bij het afwegingskader van

ie nt cië

ri

Sy ste

e

Kw a

vertaalslag naar het eigen beleid. De concretisering van de leidende principes krijgt in het verloop van het proces steeds verder vorm.

de ka gs

het Nationaal Programma RES (NP RES) dat bestaat uit vier onderdelen: 1. Kwantiteit opwek 2. Ruimtelijke inpassing 3. Systeemefficiëntie

r

4. Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak

en

rlij

kd

raa

de draagkracht van ons landschap (ruimtelijke inpassing) bepalen wat haalbaar is voor opwek van duurzame elektriciteit (kwantiteit opwek) en het

ik

im Ru

g v la k

op de vier onderdelen. Voor onze regio is het uitgangspunt dat we vanuit ru

jk eli

uu

proces van de RES. De keuzes die we maken, analyseren en toetsen we

eb

er ad k gs

pp

A f w eg in

cha

st

Het afwegingskader van NP RES helpt bij het maken van keuzes in het

A f w eg in

M aa t s

be

r de ka gs

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

hoofdlijnen. Voor de Metropoolregio Eindhoven hebben we de volgende leidende principes benoemd:

te

g

duurzaam benutten van regionale warmtebronnen. We doen onderzoek naar

nieuwe aansluitmogelijkheden en zorgen voor afstemming op regionaal

Het proces van startnotitie, via concept-RES naar RES 1.0 en verder

niveau over verdeling van de beschikbare capaciteit en juiste prioritering

We zijn begonnen met een startnotitie voor de basis van het proces en de eisen

van toekomstige investeringen en innovaties in het elektriciteitsnet

waaraan onze RES moet voldoen. In de startnotitie hebben we de gezamenlijke

(systeemefficiëntie). Door belanghebbenden in een vroegtijdig stadium

leidende principes vastgesteld voor het vormgeven van de energietransitie

te betrekken creëren we draagvlak voor beslissingen en waarborgen we

in onze regio. Vervolgens hebben we samen met alle gemeenten, water-

de kwaliteit van beslissingen (maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak).

schappen en provincie gewerkt aan de concept-RES. Dit eerste concept is

Uiteindelijk gaat het erom dat elke regio bijdraagt en we gezamenlijk de

richtinggevend voor de aanpak van de regionale energietransitie en de inzet

landelijke doelstelling behalen van 35 TWh. Elke regio kiest afzonderlijk

(het bod aan het Rijk) voor het te realiseren regionale aandeel duurzame

voor een goede balans tussen de vier onderdelen.

energie. Afgelopen zomer stelden de colleges, provincie en waterschappen de concept-RES vast en hebben gemeenteraden hun reacties gegeven. De

Elke regio is uniek en elke regio maakt dus haar eigen afweging.

reacties van stakeholders en volksvertegenwoordigers op de concept-RES hebben we betrokken in de uitwerking van deze concept-RES 1.0. Als bijlage 7.1 is een tabel opgenomen met de reacties die destijds op de Concept-RES zijn gegeven en op welke plek in deze concept-RES 1.0 wordt ingegaan op het onderwerp van een specifieke reactie.

Een momentopname, zorgvuldig vastgesteld Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan waar we op dit moment

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in zijn eerste Monitor van

staan op de weg naar 2030 en verder, de weg naar 2050. De energiestrategie

de concept-Regionale Energiestrategieën een nadere analyse en precisering

is tenslotte een dynamisch proces dat permanent in verandering is.

uitgevoerd van het kwantitatieve bod van alle RES-regio’s samen. Het PBL

Veranderende omstandigheden, nieuwe technologieën, nieuwe en andere

heeft berekend dat de optelsom van de regionale plannen leidt tot een bod

stakeholders hebben invloed op het proces.

van 52,5 TWh. De realisatie van de regionale plannen is echter met de nodige onzekerheid omgeven. Nadere verkenning levert een inschatting voor

We gebruiken alle kennis en de gezamenlijke kunde en ervaring van de

hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 op met een bandbreedte van

betrokken partijen om regionaal weloverwogen afspraken te maken. Het

31,2 tot 45,7 TWh, en een middenwaarde van 38,2 TWh. Of het doel van 35

belang van samenwerking in de regio is groot. De afgelopen tijd hebben we

TWh wordt gehaald, is nog geen gegeven.

gezien dat er op tal van vlakken wordt samengewerkt in onze regio. Want we hebben niet alleen een flexibele energiestrategie nodig om in een telkens

Deze concept-RES 1.0 wordt voorgelegd aan alle gemeenten, de waterschappen

veranderende wereld, de huidige en toekomstige energiedoelstellingen te

en de provincie. Vervolgens bieden we onze concept-RES 1.0 aan het Rijk aan.

blijven behalen, maar ook een stevig samenwerkingsnetwerk. We werken

Daarna werken we de concept-RES 1.0 verder uit tot de RES 1.0.

‘bottom-up’ en we sluiten aan op lokale initiatieven.

De energietransitie is een opgave die iedereen aangaat.

9

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

INHOUDSOPGAVE

10

INHOUDSOPGAVE

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

De RES 1.0 biedt een toekomstgerichte strategische visie, door de leidende

Het toekomstige energiesysteem:

principes, afwegingskaders en zoekgebieden tot 2030 te identificeren.

• wordt een multi-energiesysteem, waarin meerdere energiedragers

Hiermee biedt de RES 1.0 een raamwerk en procesafspraken. Ondanks dat we

(bijvoorbeeld elektriciteit, warmte, waterstof) worden geproduceerd

op veel fronten al aan de slag zijn moeten er nog veel stappen gezet worden

door verschillende energie-opwekkers, worden getransporteerd en

om de RES nog verder te concretiseren en de doelstellingen van de RES ook

/ of worden opgeslagen en verbruikt. Dit leidt tot een toenemende

écht te halen. De consequenties van nog openstaande keuzes moeten nader

onderlinge

onderzocht worden, de besluitvorming moet verder geconcretiseerd worden,

warmtekrachtkoppeling, energieopslag van specifieke dragers en

er moet tot uitvoering over worden gegaan, en er moet monitoring worden

conversies tussen energiedragers;

opgezet om de voortgang te bewaken en waar nodig bij te sturen. Dit alles uiteraard in overleg en samenwerking met de diverse stakeholders.

afhankelijkheid

tussen

verschillende

dragers

door

• zal zeer dynamisch zijn, aangezien het afhankelijk zal zijn van de toenemende penetratie van hernieuwbare energiebronnen, de elektrificatie van mobiliteit (bv. elektrische auto's) en verwarming (bv. warmtepompen),

Doorkijk naar 2050

warmtekrachtkoppeling, en intermitterende energiebronnen in het

De nadruk ligt in de RES 1.0 op de doelstellingen voor 2030, en focust op het

algemeen. Dit zal de eisen aan het energienetwerk drastisch veranderen

besparen van energie, grootschalige opwek en een warmtestrategie. De RES

omdat er sprake gaat zijn van sterke fluctuaties en een disbalans tussen

is echter op de lange termijn een belangrijk instrument om het toekomstige

vraag en aanbod;

volledig CO2-neutrale energiesysteem nader vorm te geven. De beslissingen

• zal multi-schaal zijn, doordat deze zowel meer geïnternationaliseerd als

die hier de komende jaren gemaakt worden zullen dan ook verstrekkende

meer gedecentraliseerd zal zijn. Enerzijds vereist de intermitterende en

gevolgen hebben.

lokale aard van de grootschalige opwekking van hernieuwbare energie sterkere inter-regionale en zelfs geïnternationaliseerde energiemarkten.

Het toekomstige energiesysteem zal drastisch verschillen van het huidige

Anderzijds zal de gedistribueerde opwekking en opslag van hernieuwbare

energiesysteem. Het gebruik van aardgas en kolencentrales wordt afgebouwd

energie, gecombineerd met elektrificatie van zowel voertuigen als

en hoewel het huidige elektriciteitsnet in Nederland zeer betrouwbaar is,

verwarming, leiden tot een gedecentraliseerd energiesysteem met lokale

vormt de combinatie van verouderende assets, de transitie naar duurzame

energiemarkten en peer-to-peer energiehandel.

energie en de elektrificatie van mobiliteit en verwarming een grote uitdaging voor de toekomstige betrouwbaarheid en voor de langetermijnplanning van

De grootste uitdagingen van dit nieuwe energiesysteem gaan we pas ná

het toekomstige energiesysteem.

2030 tegenkomen omdat we tot die tijd nog gebruik kunnen maken van

INHOUDSOPGAVE

11

fossiele brandstoffen om vraag en aanbod in balans te houden en het aandeel hernieuwbare energie nog niet groot genoeg is om grootschalige opslag noodzakelijk te maken. Hoe meer hernieuwbaar de energiemix wordt, hoe groter de bovengenoemde uitdagingen worden. Daarom zijn opslag en conversie cruciale puzzelstukken van het uiteindelijke CO2 neutrale plaats vinden. Daarom is het nodig om naast de doorrekening van de plannen voor 2030, ook een integrale benadering van het gehele CO2-neutrale energiesysteem in 2050 te ontwikkelen. Hierin moet de verduurzaming van alle sectoren integraal benaderd worden, van de Transitievisies Warmte voor de gebouwde omgeving tot de mobiliteit en industrie. Er moeten ook regio-overstijgende keuzes gemaakt worden over de import van energie uit het buitenland bijvoorbeeld, en over de nationale energiemix en energie-infrastructuur.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

energiesysteem. Hier moet echter nog veel technologische ontwikkeling op

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

12

INHOUDSOPGAVE

2018 - 2019

dec 2019 - mei 2020

juni 2020 - dec 2021

2022 - 2030

FASE 1 en FASE 2

FASE 3

FASE 4

FASE 5

Voorbereiding Analyse & ambitie

Uitwerking en opleveren concept-RES

Uitwerking en opleveren RES 1.0

Verankeren, uitvoeren en monitoren

2

Energiebespaarplannen

Cyclisch Proces

Regionale Structuur Warmte Zoekgebieden

(2-jaarlijks)

Financiële participatie Leidende principes

Startnotitie RES

Concept-RES

RES 1.0

RES 2.0 - RES 3.0 - etc...

Metropool Regio Eindhoven

Metropool Regio Eindhoven

Metropool Regio Eindhoven

Metropool Regio Eindhoven

2. Metropoolregio Eindhoven

INHOUDSOPGAVE

13

De regionale energietransitie geven we vorm vanuit onze waarden, de kracht en de verschillen van de regio en uitdagingen op andere thema’s. Daarmee is de regionale energietransitie een niet opzichzelfstaand vraagstuk. De verbrede kijk naar de energietransitie binnen de Metropoolregio Eindhoven

De regionale thema’s: economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en energietransitie

Welvaart én welzijn voor onze inwoners en ondernemers. Metropoolregio Eindhoven richt zich op het verbeteren van de leef-, verblijfen werkomstandigheden van onze inwoners, bezoekers en bedrijven. Duurzaamheid staat daarbij centraal. We willen samen een evenwichtige regio zijn waarin we werken aan een excellente economie en aan een inclusieve en duurzame regio. Welvaart én welzijn voor inwoners en ondernemers, daar gaat het om. We zetten samen de schouders eronder en maken onze regio sterker, beter en toekomstbestendig. Door de bijzondere samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven, is de regio Zuidoost-Brabant erin geslaagd een succesverhaal neer te zetten waar niet alleen binnen Nederland maar zelfs wereldwijd naar wordt gekeken. De sleutel tot dit succes is samenwerken: overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen weten elkaar te vinden en te versterken. Het is dan ook logisch dat we samen een RES opstellen.

Mobiliteit, ons landelijk gebied én onze economie krijgen een impuls van de energietransitie

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

belichten we hier.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

14

INHOUDSOPGAVE

Onze unieke regio is een hecht netwerk van stedelijk gebied en natuur. Verschillen maken onze regio sterk

stappen in het economisch verdienvermogen voor de regio en behalen we

De Metropoolregio Eindhoven is een regio van contrasten. Dat maakt haar

maatschappelijke doelen op het vlak van energie. Dit geldt voor duurzame

uniek. Ze is een hecht netwerk van steden, stedelijke randgemeenten,

en slimme mobiliteit, LED-verlichting, laadinfrastructuur, de inzet van

dorpen, natuurgebieden, fraaie diverse landschappen, een grote schatkist

waterstof en opwekkingsmogelijkheden zoals dunne film-zonnecellen.

aan cultuurhistorisch erfgoed, dynamische economische en innovatieve

Door een concrete marktvraag te ontwikkelen kan de opschaling van deze

hotspots en gemoedelijk bewoond landelijk gebied. De kracht van onze regio

bestaande technologieën versnellen. Door op regionaal niveau samen te

is de diversiteit. De stad en het landelijk gebied versterken elkaar en profiteren

werken met onder meer Brainport Development en kennisinstellingen

in hoge mate van elkaars kwaliteiten en functioneren als een geheel. Dit is

kunnen we de innovatie kracht in de regio benutten en versterken,

dan ook kenmerkend voor het vestigingsklimaat van de regio, zowel voor

bijvoorbeeld door innovatie in te zetten om in onze regio met de netschaarste

inwoners als ondernemers. Deze kwaliteiten staan echter onder druk. Het

om te gaan.

is daarom belangrijk dat betrokken overheden samen blijven werken aan het versterken van de uitgangspositie van de regio: een gezonde, veilige en

Een vitaal landelijk gebied

aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving met ruimte voor gewenste

Zuidoost-Brabant is niet alleen een toonaangevende hightechregio. Het

ontwikkelingen en het versterken van het duurzaam verdienvermogen.

is samen met aangrenzende delen van Noordoost-Brabant en Noord- en

Toptechnologieregio Brainport: inzet op energie-innovaties

Midden-Limburg tevens één van de belangrijkste voedselproducerende regio’s van Nederland. Duizenden agrarische bedrijven in de intensieve

De Brainportregio is de bakermat van de hightech industrie en draagt

land- en tuinbouw (met name intensieve veehouderij, maar ook vollegronds

aanzienlijk bij aan het verdien- en innovatievermogen van Nederland.

groenteteelt en boomteelt) en een daaraan gekoppelde toeleverde en

Koplopers in technologie op het gebied van mobiliteit, gezondheid, voeding

afnemende industrie en dienstverlening zorgen voor veel werkgelegenheid

en energie vinden in Brainport hun logische thuisbasis. De energietransitie

in de regio. De intensiteit van activiteiten stelt de regio ook voor uitdagingen.

en het behalen van de energie- en klimaatdoelstellingen is een wereldwijde

In delen van het landelijk gebied staan leefbaarheid, omgevings- en

uitdaging die alle facetten van ons leven raakt en dicht bij huis begint.

milieukwaliteit (lucht-, geur-, bodem- en waterkwaliteit) onder druk.

Voor een duurzame economie en een duurzaam ruimtelijke ontwikkeling

De ambitie van de 21 samenwerkende gemeenten uit de regio Zuidoost-Brabant

is de ontwikkeling van energie-innovaties erg belangrijk. Verschillende

is dat het landelijk gebied leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal

vormen van hernieuwbare energie opwekken, die vervolgens opslaan tegen

blijft. Stedelijk en landelijk gebied zijn daarin een samenhangend geheel.

steeds lagere kosten en de reductie van materialen; dat is waar bedrijven,

Daartoe is een ‘Streefbeeld landelijk gebied’ met richtinggevende uitspraken

kennisinstellingen en overheden in Brainport Eindhoven voor gaan. Een

vastgesteld door alle raden. Hierin zijn de ambities beschreven over de

uitdaging die kansen biedt voor de kennisintensieve maakindustrie in

gewenste ontwikkeling van het landelijk gebied. Hierbij is een integrale

deze regio. Er is een reeks ontwikkelingen en producten uit onze eigen

benadering nodig. De versterking van ruimtelijke en ecologische kwaliteiten

regio die direct effect kunnen hebben op klimaat- en energiedoelstellingen.

hangt samen met de veranderende economische en sociale structuur in het

Dit is onderdeel van de Brainport Agenda en daarmee zetten we grote

landelijk gebied en de verbinding tussen landelijk en stedelijk gebied.

We realiseren experimenteerruimte voor innovaties op het gebied van duurzame energie.

INHOUDSOPGAVE

15

Energie-innovatie in de Brainport Agenda

Ontwikkeling van het

Inzetten van regionale

Ontwikkeling van nieuwe

Versneld naar de markt krijgen

Battery Competence Centre

competenties (o.a. HTSM

technologieën en producten

van grootschaliger inzetten van

en Automotive) t.b.v.

t.b.v. de CO2 reductie

bestaande energie innovaties

de waterstoftransitie

Brainport Smart District: nieuwe inzichten en technieken toegepast

Wat we gaan doen!

In de Helmondse wijk Brandevoort wordt de slimste wijk ter wereld ontwikkeld, Brainport Smart District (BSD). De nieuwste inzichten en

We gaan samenwerken met Brainport Development en kennisinstellingen

technieken op het gebied van participatie, gezondheid, data, mobiliteit,

om de innovatie kracht in de regio te benutten en te versterken. We

energie en circulariteit worden hier ingezet om een duurzame en mooie

stellen daarvoor een actieprogramma op.

woonomgeving te creëren. BSD wordt een slimme woon en werkwijk waarin

We werken samen met Brainport Development en de arbeidsmarktregio’s

bewoners zelf een centrale rol spelen bij de ontwikkeling van hun eigen

om inzicht te krijgen in de gevolgen van de energietransitie op de

leefomgeving. De ontwikkeling van BSD is een co-creatieproces tussen

regionale arbeidsmarkt.

onder andere bewoners, professionals en andere stakeholders.

We stemmen de energietransitie af op de andere regionale opgaven.

De Brainportregio is de bakermat van de hightech industrie.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Ontwikkeling van opslag en conversie technologieën als essentiële schakel in het realiseren van de energietransitie

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

16 INHOUDSOPGAVE

Onderwijs en arbeidsmarkt en de energietransitie

De RES als hefboom voor andere regionale opgaven

De energietransitie brengt niet alleen veranderingen in de omvang van

De regio wordt naast de energietransitie geconfronteerd met een aantal

werkgelegenheid en verdeling ervan over sectoren met zich mee, maar ook

andere grote opgaven, zoals de transitie van het landelijk gebied, circulaire

in het type werk en de kennis en competenties die daarvoor nodig zijn. De

economie en klimaatadaptatie. De nieuwe grote opgaven moeten ruimtelijk

energietransitie biedt een groot aantal kansen, ook voor groepen die nu

worden ingepast. In de ruimtelijke afweging van kansrijke zoekgebieden

nog aan de kant van de arbeidsmarkt staan. Maar er zijn nu al tekorten in

is de samenhang met andere opgaven cruciaal. Het realiseren van

diverse, vooral technische, beroepen die hierbij relevant zijn: machine- en

wind- en zonneparken betekent (nog) meer druk op de schaarse ruimte

servicemonteurs, bouw- en infravaklieden, elektriciens, elektromonteurs en

in een dichtbevolkte regio. Afspraken zijn nodig voor de versnelling en

installateurs, operators, informatici en software engineers, elektrotechnisch

afstemming van de transitie van de agrarische sector, klimaatadaptatie,

ingenieurs, enzovoorts. Er liggen grote uitdagingen om voldoende mensen

natuurontwikkeling en de inpassing van duurzame opwek van energie.

op te leiden en beschikbaar te hebben voor het werk dat samenhangt met de

Dit draagt bij aan de kwaliteit van het vestigingsklimaat van Brainport en

energietransitie.

aan de leefbaarheid van de regio als totaal. De Omgevingsagenda ZuidoostBrabant faciliteert de samenwerking tussen de betrokken overheden en

Er liggen grote uitdagingen om voldoende mensen op te leiden en beschikbaar te hebben voor het werk dat samenhangt met de energietransitie.

de realisatie van de gemaakte afspraken. De RES willen we inzetten als hefboom voor kwaliteitsverbetering (ruimtelijk, economisch, ecologisch en sociaal). Dit door de energietransitie te koppelen aan andere opgaven en te kijken of de energieprojecten een (deel van de) oplossing kunnen zijn. Hierdoor komen mogelijke oplossingen voor de integrale opgaven eerder in

We werken samen met Brainport Development en de arbeidsmarktregio’s

beeld. In de omgevingsagenda is aangegeven dat nieuwe woningen voldoen

Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel, om een beter beeld te krijgen van

aan nieuwe eisen op het gebied van energie, circulair bouwen en klimaat.

de gevolgen van de energietransitie op de regionale arbeidsmarkt. We verkennen de opgaven en maken de vertaling daarvan naar concrete acties. Werkgevers en onderwijsinstellingen uit de regio worden daarbij betrokken. Daarnaast zorgen we ervoor dat, via het PACT Brabant en het Kennispact MBO Brabant, op provinciale schaal en met de andere Brabantse arbeidsmarktregio’s afstemming en kennisdeling plaats vindt. Op deze manier wordt gebruik gemaakt van elkaars informatie en kennis en worden krachten waar mogelijk gebundeld. Ook voorkomen we zo dat werkgevers en instellingen, met vestigingen of activiteiten in meerdere regio’s, tegelijkertijd vanuit de verschillende RES-regio’s worden benaderd.

Er zijn afspraken nodig voor de versnelling en afstemming van de transitie van de agrarische sector, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en de inpassing van duurzame opwek van energie.

17

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

INHOUDSOPGAVE

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

18

INHOUDSOPGAVE

3

Op verschillende niveaus werken we al samen aan de energietransitie binnen onze regio. Het project De Groene Zone, de Green Deal Zorg en de energiecoöperaties zijn voorbeelden hiervan.

INHOUDSOPGAVE

3. Samen de energieambitie realiseren Regionale samenwerking

lokaal genomen. Gemeenten zijn dus zelf aan zet. Daarbij realiseren wij

De RES van de Metropoolregio Eindhoven is een regionaal samen-

ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen

werkingsverband van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel,

verschillen.

19

Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden,

Het proces om tot de Regionale Energiestrategie te komen wordt zowel top

Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre, de

down als bottom up beïnvloed. Het Rijk bepaalt hoeveel duurzame energie

waterschappen Aa en Maas en De Dommel, de provincie Noord-Brabant en

opgewekt moet worden in 2030 (35 TWh). Dit betreft de opgave vanuit de

Enexis Netbeheer. De gemeenten werken met elkaar samen via de subregio's

landelijke klimaattafel Gebouwde Omgeving en Elektriciteit. De decentrale

de Peel, de Kempen, de A2-gemeenten en het Stedelijk Gebied Eindhoven.

overheden bepalen hoe, met wie en waar dit ingevuld wordt. Dat bekijken we regionaal en leggen we vast in de RES. Het is een regionale strategie en de

Op tal van gebieden werken gemeenten en clusters van gemeenten samen.

gemeenten gebruiken de RES om lokaal beleid (verder) uit te werken voor o.a. warmte, besparing en grootschalige opwek. De besluiten daarover, worden lokaal genomen. De RES gaat niet over de gehele opgave op het gebied van duurzame energie die lokaal wordt uitgewerkt. Naast de uitwerking van het

Hier staan we voor in onze regio

beleid in relatie tot de RES, formuleren gemeenten nog eigen aanvullend lokaal beleid op het gebied van duurzame energie. Bijvoorbeeld als het

Samen onderzoeken we de mogelijkheden om de energietransitie uit

gaat om de uitwerking van lokaal beleid op basis van de andere landelijke

te voeren. Voor een succesvolle transitie bekijken we het verbruik aan

klimaattafels zoals Mobiliteit en Industrie.

elektriciteit en warmte, de opwek van duurzame energie en de distributie daarvan in samenhang. Daar komt bij dat de energietransitie in de gebouwde omgeving ook wordt beïnvloed door de ontwikkelingen in het verduurzamen van de mobiliteit en industrie. Innovatiekracht is nodig om tot effectieve en efficiënte oplossingen te komen. We onderzoeken waar en hoe we het beste duurzame elektriciteit, zoals wind- en zonne-energie kunnen opwekken. Daarbij maken we optimaal gebruik van de beschikbare ruimte en het gezamenlijk elektriciteitsnetwerk. Het uitgangspunt is om de ruimtelijke kwaliteit van onze regio te behouden. We weten welke warmtebronnen er zijn in de regio, zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. Daarnaast kijken we hoe we slim gebruik kunnen maken van de inzet van regionale kennis, innovatie en vakmensen. De besluiten daarover worden

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel,

20

INHOUDSOPGAVE

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Overzicht participatiemomenten 2018 - 2019

dec 2019 - mei 2020

juni 2020 - dec 2021

2022 - 2030

FASE 1 en FASE 2

FASE 3

FASE 4

FASE 5

Voorbereiding

Uitwerking en

Uitwerking en

Verankeren, uitvoeren

Analyse & ambitie

opleveren concept-RES

opleveren RES 1.0

en monitoren

• Brainstormsessies • Werkateliers

• Subregionale inloopavonden • Werkateliers Huis van Waalre, stakeholders en ambtelijk • Werkateliers Seats2Meet, stakeholders en ambtelijk

• Online vragenuurtjes, inwoners en volksvertegenwoordigers • Online sessies Warmte deel 1 RSW en lokale TVW, ambtenaren • Online maatschappelijke partners (adviesgroep i.o.) • Online Bouwstenenatelier PlanMER stakeholders • Inspraakprocedure PlanMER • Masterclass RES i.r.t. Omgevingswet ambtelijk • Enquête en online Bouwstenenatelier Duurzame Opwek, ambtenaren • Online sessie warmte deel 2 uitgangsprincipes RSW, ambtenaren • Webinar Energiebesparing bij bedrijven, stakeholders • Talkshow Innovatie in de regio, alle doelgroepen • Online Bouwstenenatelier deel 2 Presentatie tussenresultaten PlanMER, stakeholders • Online sessie adviesgroep Maatschappelijke partners • Internetconsultatie, inwoners • Online sessie Waterstof, ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers. • Subregionale online meet-ups, inwoners en volksvertegenwoordigers • Presentatie RES 1.0

Nog in te vullen... Dit wordt te zijner tijd opgenomen op de website en de activiteitenkalender

INHOUDSOPGAVE

Participatie: samen werken aan betrokkenheid

overleg met gemeenten wat nodig is om op lokaal niveau participatie te

Door de energietransitie gaan ons landschap en onze omgeving er de

versterken.

21

wind wordt de duurzame energievoorziening steeds zichtbaarder. Draagvlak

Participatie: een continu proces

en acceptatie onder omwonenden en andere inwoners en bedrijven uit de

Participatie is een continu proces dat op twee niveaus plaatsvindt: intern en

omgeving van projecten zijn daarbij van cruciaal belang. Samenwerken

extern. Bij de interne participatie betrekken werkgroepen voor hun opdracht

betekent vanzelfsprekend dat er concessies gedaan moeten worden. Door

stakeholders en ambtenaren voor informatie en advies, bijvoorbeeld over

belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te betrekken creëren we

de landschappelijke inpassing, energiebespaarplannen, ruimtegebruik en

draagvlak voor beslissingen en waarborgen we de kwaliteit van beslissingen.

de bepaling van de zoekgebieden. Op basis hiervan geven de werkgroepen

Belanghebbenden zijn onder meer woningcorporaties, energiecorporaties,

invulling aan hun onderdeel van de RES. Tussenresultaten worden vervolgens

jongeren, agrariërs, natuurbeheerders, energiedeskundigen, raadsleden,

extern getoetst. Stakeholders worden op diverse momenten geconsulteerd

colleges en inwoners. Onderzoek laat zien dat het draagvlak voor

om de opbrengst te beoordelen en input te geven. Inwoners hebben de

verduurzaming van de energievoorziening in Brabant over het algemeen

mogelijkheid om onder andere via bijeenkomsten en het planMER-traject

hoog is. Echter is algemeen draagvlak niet hetzelfde als acceptatie van

reacties te geven en zienswijzen in te dienen. Volksvertegenwoordigers

(lokale) effecten. Bij het creëren van draagvlak is inzicht in wat leeft bij

kunnen tussentijds input geven via hun bestuurders en stellen uiteindelijk

bewoners van groot belang. Het is belangrijk dat we bij de verschillende

de RES vast.

fasen van beleidsvorming tot projectimplementatie, inclusief keuzes van locaties, inwoners goed meenemen.

We moeten inzicht hebben in wat er leeft bij inwoners.

De consultatie op de concept-RES heeft geleid tot aanpassingen in deze 1.0-versie We blijven informeren Om inwoners, volksvertegenwoordigers en stakeholders te informeren over de ontwikkeling en het proces van de RES zijn er afgelopen jaar online-

Iedereen in onze regio bekend maken met RES

vragenuurtjes en webinars georganiseerd. Naast algemene informatie zijn

Zonder participatie geen RES. De afgelopen periode hebben we participatie

specifieke doelgroepen over onderdelen bijgepraat en geconsulteerd, zoals

dan ook op verschillende manieren gerealiseerd, door middel van webinars,

tijdens de bouwstenenateliers over de milieuonderzoeken in het kader van

werkateliers, internetconsultaties en kennissessies. Ook houden we een

Plan-MER. Om inwoners mee te nemen in de toekomst van de RES is er op 2

actueel overzicht bij met antwoorden op vragen over de RES via onze website

december een talkshow georganiseerd over lokale innovaties die bijdragen

RES MRE. Om meer inwoners bekend te maken met de RES bekijken we in

aan een duurzame energievoorziening.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

komende jaren anders uitzien. Met de komst van energiebronnen als zon en

22

INHOUDSOPGAVE

Inwoners Zuid-Oost Brabant willen meer betrokken worden

maatregelen). Er bestaat geen uitgesproken voorkeur voor de opwekking van wind- of zonne-energie. 40% vindt dat de regio volop moet inzetten op

De weg naar een duurzame leefomgeving gaat stapsgewijs. De energietransitie

windenergie, 30% is het hier niet mee eens. Terwijl 42% vindt dat de regio

zal in de komende decennia verandering brengen in onze leefomgeving. Om

volop zou moeten inzetten op zonneparken, 25% vindt van niet. Bijna de helft

zoveel mogelijk aan te sluiten bij wat inwoners belangrijk vinden en wat

van de respondenten ziet windmolens bij voorkeur in een cluster geplaatst.

zij zelf kunnen bijdragen aan de energietransitie, is de internetconsultatie Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

gehouden.

Respondenten zien de opbrengsten van zonne- en windparken zien graag terug vloeien naar de samenleving, bijvoorbeeld naar direct omwonenden

Deze enquête is door ruim 1.700 inwoners ingevuld en liep 20 oktober tot 14

(39%), naar inwoners in de regio via een fonds (33%) of naar inwoners in de

december 2020. De enquête is bedoeld om voorkeuren, suggesties en zorgen

gemeente (32%). Dit sluit aan op de doelstellingen van concept RES. De helft

van Brabanders naar boven te halen. De deelnemers aan het onderzoek,

van de respondenten wil graag kunnen investeren in een zonneproject of

de respondenten, variëren in leeftijd van 16 tot 70 en ouder, komen uit alle

een windproject in de eigen regio en er zo zelf geld aan verdienen.

21 gemeenten en zijn overwegend hoger opgeleid. Omdat de resultaten

De enquête maakt duidelijk dat veel respondenten nog niet bekend zijn met

gewogen zijn naar gemeente, leeftijd en opleidingsniveau geeft de enquête

de RES. Van de respondenten is 18% op de hoogte van de RES. Desondanks is

een representatief beeld.

er een grote bereidheid om mee te denken en uitvoering te geven aan de RES.

Voor een ruime meerderheid van de respondenten is de klimaatverandering

Bijna tachtig procent van de respondenten wil door hun gemeente betrokken

een probleem (64%): zij staan (zeer) positief tegenover het stimuleren van

en/of geïnformeerd worden over de plannen. Bovendien willen inwoners

duurzame energie (60%). Een kleine groep respondenten denkt daar anders

graag meedenken bij projecten voor windmolens of zonneparken (76%).

over en vindt de aandacht voor klimaatverandering overdreven (12%). De enquête bood de gelegenheid om in gesprek te gaan over de enquête en Om in huis meer energie te besparen, is bijna de helft van mening dat zowel

de regionale energiestrategie via een zogenaamde Research Community. In

de overheid als de huiseigenaren het voortouw moet nemen in het versnellen

deze community gaan de respondenten met de onderzoekers gesprek over de

van energiebesparing. Bijna tweederde wil dat de overheid zich richt op het

aandachtspunten van de enquête en de regionale energiestrategie. Dit geeft

verlenen subsidies. Bij de installatie van zonnepanelen geeft bijna de helft

de kans om de resultaten te toe te lichten en standpunten van respondenten

aan advies op maat nodig te hebben. 60% maakt zich zorgen over de kosten

te verdiepen. Het animo onder de respondenten was erg groot. De community

om je huis aan te passen naar een aardgasvrije woning.

biedt maximaal plek voor 80 deelnemers. De aandachtspunten uit de enquête worden ook meegenomen in het vervolg van de RES.

Inwoners hebben een duidelijke voorkeur om nieuwe zonne- en windparken te plaatsen bij bestaande infrastructuur, zoals snelwegen en energielocaties. Dit sluit aan bij het voorstel uit de concept RES (de zogenaamde “no regret”

De resultaten van de enquete zijn opgenomen in bijlage 1.1.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

INHOUDSOPGAVE

23

INHOUDSOPGAVE

Participatie: betrokkenheid omgeving Zeggenschap over project

We raadplegen continu Procesparticipatie

Draagvlak & Acceptatie

Meepraten over strategie en beleid

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Financiële participatie

hun standpunten ten opzichte van de energietransitie en de RES. Om hiervan een

vanaf beginfase

beeld te krijgen is begin 2020 een flitspeiling

Risico & rendement: hoog

gehouden. In aanvulling hierop is recentelijk een internetconsultatie onder inwoners uitgezet. Ruim 1.700 respondenten hebben

Obligaties en/of verkrijgen

de vragenlijst ingevuld.

aandelen na oplevering

Lokale financële lusten

onder inwoners is er inzicht nodig in

Eigendom / aandelen

Financiële betrokkenheid bij project

Om voldoende draagvlak te verwerven

Risico & rendement: laag Stippellijnen: risico op

Sociale participatie Profijt in natura van

'negatief draagvlak' bij financiële tegenvaller

project middels fonds

Het vervolg We gaan door met het organiseren van online-bijeenkomsten

en

zodra

het

weer kan fysieke bijeenkomsten, zoals vragenuurtjes, en organiseren - mede op verzoek van werkgroepen en specifieke Procesparticipatie is direct gericht op communicatie over en eventuele verbetering van het project ten

doelgroepen zoals ambtenaren - webinars of

behoeve van draagvlak en acceptatie.

kennisbijeenkomsten. Dit gebeurt volgens een activiteitenkalender, die terug te vinden

Sociale participatie kan bijdragen aan draagvlak en acceptatie. Dit door de positieve bijdrage vanuit het

is op onze website www.energieregiomre.nl.

project aan de lokale samenleving, niet door zeggenschap bij het project (eventueel wel zeggenschap bij het/een fonds). Financiële participatie kan bijdragen aan draagvlak en acceptatie. Bij eigendom is er sprake van zeggenschap over het project vanaf begin. Bij obligaties/aandelen is dat pas later, over aanleg van het project is dan niets meer te zeggen. Daarnaast kunnen er positieve financiële gevolgen zijn van het project. Het kan echter ook financieel negatief uitpakken; dan draagt het niet bij aan draagvlak en acceptatie.

Zonder participatie geen energietransitie.

INHOUDSOPGAVE

Financiële participatie - impact

25

Model financiële participatie en lokaal eigendom Om te garanderen dat er invulling gegeven wordt aan minimaal 50% lokaal eigenaarschap is er de intentie om te werken vanuit het model dat hiernaast

Gemeente

is weergegeven. Het voorstel voor dit flexibele model dat we in de RES 1.0 Coöperatie

Stichting / Ontwikkelfonds

per gemeente en/of project om minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen. Opbrengsten vloeien terug naar de stichting/in

€

€

Opbrengsten uit Het project €

aanreiken, gaat uit van de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds

Ontwikkelaar

min. 50%

€

€

max. 50%

Opbrengsten uit het project €

het ontwikkelfonds en naar de investeerders in het project. De stichting/ het ontwikkelfonds kan hiermee vervolgens maatschappelijke projecten, bij voorkeur op het gebied van de energietransitie, financieren. Gemeente

Project hernieuwbare energie

én energiecoöperatie zijn vertegenwoordigd in de stichting. Als men gebruik maakt van het Energiefonds Brabant is het mogelijk dat er in de Bank / InvestNL

ontwikkelfase geen financiële risico’s zijn voor individuele burgers of leden van energiecoöperaties. Tot maximaal 50% van het eigen vermogen wordt ingebracht door een ontwikkelaar. Naast de eigen inbreng vanuit de stichting

Financiële participatie: Iedereen moet kunnen profiteren van de energietransitie Naast procesparticipatie, zoals hierboven uitgewerkt, is het van belang dat er ook sprake is van ‘financiële participatie’. We willen dat iedereen voordeel

en de ontwikkelaar worden projecten voor de resterende projectkosten (zo’n 80%) met vreemd vermogen gedekt. Het model biedt ruimte voor lokaal maatwerk.Een nadere toelichting is opgenomen in bijlage 1.2.

Wat we gaan doen!

kan hebben van de wind- en zonne-energie die we in onze regio opwekken.

We faciliteren stakeholders, ambtenaren, volksvertegenwoordigers en

Hierbij sluiten we aan bij het Klimaatakkoord waarin het uitgangspunt is

inwoners om alle ins en outs van de energietransitie tot zich te nemen.

opgenomen om te streven naar 50% lokaal eigendom van de nieuwe zonne-

We gaan door met het organiseren van bijeenkomsten en communicatie-

en windparken. Ook houden we rekening met de provinciale handreiking

momenten.

‘Juridische uitwerking 50% participatie’. Lokaal eigenaarschap levert

We zorgen ervoor dat iedereen in onze regio voordeel heeft van de energie

geld op voor de regio en kan ook leiden tot een grotere betrokkenheid van

die we met wind en zon in de regio opwekken.

mensen bij lokale projecten, acceptatie van energieprojecten en grotere

We bieden een model voor lokaal eigendom van zonne- en windparken,

gemeenschapszin. We streven als regio naar maximale lokale participatie

wat leidt tot grotere betrokkenheid van de inwoners.

en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. We geloven in lokaal

We financieren met de opbrengsten andere projecten, met name op het

maatwerk op het niveau van individuele projecten.

gebied van energietransitie.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Enegiefonds Brabant

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

26 26

INHOUDSOPGAVE

4

Het zonnepark in Budel-Dorplein met een capaciteit van 44 megawatt is een gezamenlijk initiatief van provincie Noord-Brabant, gemeente Cranendonck en het zonneenergiebedrijf Solarcentury. Het park is gebouwd op het terrein dat vroeger werd gebruikt door zinksmelter Nyrstar in Budel. In de verhoogde ‘dijken’ achter de fabriek zijn afvalstoffen van het bedrijf opgeslagen. Er wordt voldoende duurzame elektriciteit geproduceerd voor bijna 12.000 huishoudens in de regio.

4. Besparen - duurzame warmte - duurzame opwek De focus op besparen en duurzaam opwekken

INHOUDSOPGAVE

Onze RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen:

concept-RES hebben we een bod gedaan van 2 TWh. In deze RES 1.0 hebben

• Besparing binnen de gebouwde omgeving. • Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind en zon). • Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door het opstellen van lokale

we de invulling daarvan concreter gemaakt. Met meer zekerheid kunnen

transitievisies warmte ondersteund door een Regionale Structuur Warmte.

De RES is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzen voor besparen en duurzaam opwekken. In de

we dit bod, maar ook de andere onderdelen, nu onderbouwen. Het verbruik

27

• Een benodigde infrastructuur voor transport en opslag van energie.

daarvan beschouwen we in samenhang. Energiebesparing is cruciaal

Nieuwe ontwikkelingen nauwgezet volgen en inzetten

in onze energietransitie; de energie die we niet (meer) verbruiken hoeven

De RES richt zich op de thema’s Gebouwde omgeving en Elektriciteit. Aan de

we ook niet meer op te wekken. Daarom zetten wij als regio primair en

andere klimaattafels wordt gekeken naar thema’s als mobiliteit, industrie

maximaal in op besparing.

en landbouw. Voor de opwek van elektriciteit kijken wij nu naar twee beproefde technieken: zon en wind, maar houden zeker ook rekening met

Wat is nieuw in deze RES 1.0? De thema’s in samenhang...

ontwikkelingen in de toekomst. Met andere technieken zoals waterstof en

De energiebespaarplannen voor wonen, bedrijven en maatschappelijk

thorium worden pilots gedaan. We blijven verbinding zoeken met innovaties.

vastgoed zijn verder uitgewerkt. Hiermee geven we handvatten aan de

Die zullen een prominentere plek moeten krijgen in de vervolgstappen en bij

gemeenten om inwoners en bedrijven te ondersteunen en te stimuleren om

de ontwikkeling van nieuw beleid.

energie te besparen. Voor de energie die we (nog) nodig hebben zetten we als eerste in op de ‘no-regret’ maatregelen: zon op daken, langs infrastructuur, in ‘pauze’- en energielandschappen. In de regio zien we daarnaast nog meer

Warmtebatterij: zomerwarmte opslaan voor gebruik in de winter

kansen voor duurzame opwek via wind en zon op land. Met een planMER

De innovatieve warmtebatterij maakt gebruik van thermochemisch

is nader onderzoek gedaan naar milieueffecten en koppeling met andere

materiaal om duurzame energie op een goedkope en verliesvrije manier op te

thema’s om te kunnen komen tot een integrale gebiedsontwikkeling. Ook

slaan. Dit helpt om kortere periodes te overbruggen,

is een nieuwe doorrekening gemaakt van het elektriciteitsnetwerk op basis

vooral in de wintermaanden, wanneer er minder

van de resultaten van de planMER. Dit heeft geresulteerd in een eerste

of geen energie uit zon, wind of andere duurzame

schets van een ‘voorkeursalternatief’ (VKA) voor locaties voor grootschalige

bronnen beschikbaar is. De warmtebatterij is

duurzame opwek. Voor de warmtetransitie zijn de warmtebronnen en de

stabiel, werkt zonder verlies van energie en gaat bij

warmtevraag verder in beeld gebracht in de ‘Regionale Structuur Warmte’

correct gebruik zeker 20 jaar mee. De warmtebatterij

en zijn er afspraken gemaakt over het vervolg.

is ontwikkeld door de TU/e en TNO.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

aan elektriciteit en warmte, opwek van duurzame energie en de distributie

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

28

INHOUDSOPGAVE

4.1 Besparen Besparen is een werkwoord

De Groene Zone: zonnepanelen op 7000 woningen

Energiebesparing is cruciaal in de energietransitie; de energie die we niet

Binnen het thema besparen onderzoeken we de mogelijkheden om zon-op-

verbruiken hoeven we ook niet op te wekken. Daarom richten wij ons als

dak te stimuleren en bewoners aan te zetten tot besparing en duurzame

regio maximaal op besparing. Je kunt op een aantal manieren besparing

opwek van energie. De Groene Zone is een initiatief van 12 gemeentes in de

stimuleren en dat gebeurt ook al in de regio. Gemeenten kiezen zelf voor wat

regio Zuidoost Brabant en heeft als doel om in twee jaar tijd 7000 woningen

ze doen en via welke samenwerkingsverbanden. (zie bouwsteen besparing

te voorzien van zonnepanelen. Huiseigenaren die meedoen aan dit initiatief

in bijlage) Onder besparen beschouwen we ook kleinschalige duurzame

worden volledig ontzorgd. Technische kennis en inzet van eigen geld is niet

opwek van elektriciteit en warmte, die verbonden is aan het gebouw.

nodig.

Wat niet wordt verbruikt, hoeft ook niet te worden opgewekt.

Duurzame gedragsverandering door weerstanden weg te nemen en handelingsperspectief te bieden.

Bij besparen zetten we met name in op gedragsverandering. Dat vertaalt zich naar besparing bij gebruik, bij de aankoop van apparaten en bij

Energiebesparing en duurzaamheid staan sinds de jaren ’90 jaarlijks

gebouwaanpassingen, zoals isoleren en renoveren. We werken aan

‘op de agenda’, met wisselend succes. Het is onze ambitie om mensen

verschillende aanpakken die gemeenten kunnen gebruiken, om zo tot

in onze regio duurzaam in beweging te krijgen zodat ze zoveel mogelijk

een passende oplossing te komen per situatie. Die is tenslotte afhankelijk

energie gaan besparen, waarmee we onze CO2-uitstoot reduceren. Hierbij

van de situatie per betreffende persoon of organisatie en de staat van

is het noodzakelijk om de boodschap te richten op specifieke doelgroepen,

het gebouw. Met innovaties in techniek, werkprocessen en aanpakken

situaties en mogelijkheden, weerstanden weg te nemen en mensen

komen er in de toekomst meer mogelijkheden. Door goed samen te werken

handelingsperspectief te bieden: wat kunnen ze concreet doen om te

versnellen we de verduurzaming binnen de doelgroepen Wonen, Bedrijven

besparen. Met de klantreis breng je precies in beeld welke stappen iemand

en Maatschappelijk Vastgoed.

doorloopt om de stap te zetten tot het nemen van maatregelen.

4.1

De grootste uitdaging zit bij gedragsverandering!

De doelgroepen In deze concept-RES richten we ons op de doelgroepen Wonen, Bedrijven en Maatschappelijk Vastgoed. Per doelgroep is de besparingsaanpak toegelicht.

Doelgroep wonen: woningbezitters en woningcorporaties

Handelingsperspectief voor iedere vorm van besparing. Wat kan ik doen?

Binnen de doelgroep wonen kennen we de doelgroepen particuliere woningeigenaren, woningbouwcorporaties, particuliere huurwoningen, VvE’s en sociale koopwoningen. In de RES 1.0 ligt de focus op het aanpakken voor particuliere woningeigenaren en woningbouwcorporaties. Deze

De routes voor bewoners

zijn namelijk het grootste qua aantal woningen waardoor de grootste

Er zijn routes voor bewoners die kleine maatregelen nemen om energie

besparingswinst te behalen is. Bovendien zijn het de groepen waar de

te besparen tot routes voor mensen die aan de slag willen gaan met forse

meeste gemeenten zich met hun duurzaamheidsbeleid op concentreren.

verduurzamingsmaatregelen. Sommigen weten wat ze willen, anderen

Het doel is om de realisatie van de energiebesparing te versnellen. Op

doen het liever samen of worden graag ontzorgd. Dit geeft inzicht in wat een

basis van een gedragsanalyse in samenwerking met stakeholders (onder

gemeente kan doen om een bepaalde route goed te faciliteren of te organiseren

andere energiecoöperaties en woningcorporaties) is bij de doelgroepen

zoals het aanscherpen van de communicatie waardoor weerstanden

gekeken naar hoe mensen besparen. Op basis van die analyse is een achttal

worden weggenomen en handelingsperspectief wordt vergroot. Voor meer

‘bespaarroutes’ opgesteld.

informatie zie bijlage 2.1 (basisdocument wonen).

29

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

INHOUDSOPGAVE

30

INHOUDSOPGAVE

Kees Bakker, Energiehuis Helmond “Eigenaren van woningen volgen verschillende routes als het gaat om energiebesparing of verduurzaming van hun woning. De route hangt af van het doel, van de mogelijkheden en omstandigheden.”

Ambitie 2021 - 2022 Wonen Inzetten op gedragsverandering

Samen slimmer duurzaam doen Samen werken aan energiebesparing

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Kennis en informatie delen Iedere gemeente heeftt informatie over

De routes voor woningcorporaties

routes energiebesparing. Delen mogelijke

Voor woningcorporaties liggen kansen/uitdagingen op het gebied van

onderzoeken zoals leefstijlenonderzoek

• De ruimtelijke ordening en vergunningen (b.v. beperkingen bestemmingsplan, leges).

• Het stimuleren van duurzaam gedrag van bewoners.

• De warmtetransitie (innovatie en het gebrek aan zekerheid van duurzame oplossingen).

Motivaction

Monitoring Iedere gemeente monitort de voortgang van hun besparingsaanpakken

Rapporteren en evalueren Besparingsaanpakken worden gedeeld, de

We gaan met woningcorporaties in gesprek om afspraken te maken over de

resultaten gerapporteerd en geëvalueerd. Zo kunnen andere gemeenten hier weer van leren

kansen en uitdagingen. De nadruk zal vanuit besparing liggen op duurzame gedragsverandering.

Gezamelijk ontzorgingsproject Verkennnen mogelijkheden

Regionale communicatie Campagne of middelen

Energiecoaches/-ambassadeurs Regionaal organiseren (evt. gekoppeld aan energieloket)

Strategisch communicatieplan Start A2 gemeenten + Oirschot. Uitrol mogelijk

Energieloket Informeren gemeenten over mogelijkheden nieuw energieloket

Inventarisatie Mogelijkheden woningcorporaties

Vervolg RRE/RREW

Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant: goede en betaalbare woningen

Onderzoeken gezamenlijke aanpak

Om te komen tot een voldoende aanbod van kwalitatief goede en

Wijkaanpak

betaalbare woningen moet het kwantitatieve woningtekort in de regio

Project...

worden aangepakt. Deze opgave betreft het gehele stedelijke netwerk, inclusief de vitale kernen van het landelijk gebied. Belangrijk bij deze opgave is dat deze nieuwe woningen voldoen aan nieuwe eisen op het gebied van energie, circulair bouwen en klimaat. (Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant, MRE 2020)

Basisinfrastructuur Deelname 21 gemeenten

Additionele modules Keuzevrijheid gemeente

INHOUDSOPGAVE

31

Ultra-duurzame Brabantse corporatie Thuis: ‘Aan de slag gaan belangrijker dan doelen halen’ De Brabantse corporatie Thuis, met het hoofdkantoor in Eindhoven, wil van het woningbezit en is bereid om daarvoor meer te doen dan nodig is volgens het Bouwbesluit. “Verduurzaming is een van de grote maatschappelijke opgaven. Wij voelen ons als corporatie verantwoordelijk om daar een bijdrage aan te leveren. Dat past binnen het Klimaatakkoord.” De Willem en De Zwijger in Best winnen duurzaamheidsprijs Het bouwproject De Willem en De Zwijger van corporatie ‘Thuis’ aan de Willem de Zwijgerweg in Best heeft in 2018 de prijs voor het meest duurzame bouwproject van vakblad Cobouw gewonnen. De twee appartementencomplexen zijn een project van aannemer BAM Wonen BV, NB-Architecten uit Best en woonstichting ‘Thuis' uit Eindhoven.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

graag vooroplopen in verduurzaming

32

INHOUDSOPGAVE

Helmondse Energie Community gericht op duurzaam en energiebewust ondernemen In 2013 ondertekenden 18 Helmondse bedrijven het Helmondse Energie Convenant (HEC). Het doel was om in drie jaar tijd gezamenlijk 10% energie te besparen Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

en te verduurzamen, onder andere door te leren van elkaar. Inmiddels is het samenwerkingsplatform uitgegroeid tot de Helmondse Energie Community, een netwerk van bedrijven die kennis en ervaring uitwisselen op het gebied van duurzaam en energiebewust ondernemen.

De doelgroep bedrijven: ‘handhaving en handreiking’ Focus & urgentie op bedrijventerreinen en kantoren Binnen de doelgroep Bedrijven zijn er vier sub doelgroepen: bedrijventerreinen, kantoren, retail en agrarische bedrijven. De focus ligt in de eerste fase van de RES 1.0 op bedrijventerreinen en kantoren. Met name bij kantoorgebouwen is er urgentie om aan de slag te gaan met besparing: het ministerie van Binnenlandse Zaken voert per 1 januari 2023 de energielabel C-verplichting in voor kantoren van minimaal 100 vierkante meter. Alle bedrijven met een verbruik van minimaal 50.000 kWh aan elektriciteit of 25.000 m³ gas zijn gebonden aan het doorvoeren van energiebesparende maatregelen (EML) en hierover te rapporteren. Voor meer informatie zie bijlage 2.2 (basisdocument bedrijven).

Meer dan de helft van ons totale energieverbruik ligt bij bedrijven. We zijn met bedrijven niet alleen in gesprek over (energie)besparing, maar nemen ook kansen mee voor energieopwekking of warmte-uitwisseling en eventuele meekoppelkansen met andere opgaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10093614/1