2021-18 RV Bijlage 05-12 - Programma van Eisen - Europalaan-Opwettenseweg
Tekst van het document
Onder protocol 4004 wordt onder het begrip pakbon verstaan: het document dat bij het te deponeren materiaal en/of de documentatie wordt gevoegd en op gestandaardiseerde wijze een beschrijving geeft van de inhoud van het aangeleverde. Bij de digitale aanlevering bestaat de pakbon uit een XML-bestand, conform SIKB-protocol 0102 en wordt zo tevens als digitale documentatie, conform KNAspecificatie DS05, overgedragen aan het e-Depot DANS. Na deponering is het Onderzoeksmeldingsnummer (ARHIS) structureel gelinked met de Persistent Identifier (DANS), zodat de data digitaal altijd te traceren zijn.
9.2
Te leveren product Evaluatie- en selectierapport Binnen 8 weken na het afronden van het veldwerk wordt het evaluatie- en selectierapport opgeleverd door archeologisch uitvoerder (zie ook hoofdstuk 8). Dit rapport wordt digitaal aan de opdrachtgever, bevoegd gezag en depothouder(/eigenaar vondsten) overlegd en verwoordt de voorlopige conclusies en aanbevelingen evenals als een voorstel tot (de)selectie van het
Blad 27 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
vondstmateriaal (incl. monsters) voor uitwerking, analyse, conservering en deponering. Het evaluatieverslag bevat minimaal de onderdelen zoals beschreven in specificatie OS 12/OS13 van de KNA 4.1. Voor het evaluatierapport is goedkeuring vereist van de bevoegde overheid; het selectierapport dient door de depothouder(/eigenaar vondsten) te worden goedgekeurd. Eindrapport Binnen 12 weken na goedkeuring van het evaluatie- en selectierapport zal de archeologisch uitvoerder een conceptversie van het eindrapport opleveren. Het rapport wordt opgesteld volgens KNA-specificatie VS05 c.q. OS 15 en de vereisten aan de beeldrapportage zoals beschreven in paragraaf 7.6. Het conceptrapport wordt digitaal aan de opdrachtgever aangeboden. Na verwerking van eventueel commentaar door de archeologisch uitvoerder wordt een aangepast digitaal exemplaar geleverd dat vervolgens door de opdrachtgever (als concept) aan het bevoegd gezag ter toetsing wordt voorgelegd. Na toetsing door het bevoegd gezag dient de archeologisch uitvoerder binnen 6 weken het definitieve eindrapport aan de opdrachtgever op te leveren. Het eindrapport wordt in elk geval in digitale vorm (PDF-bestand) aangeleverd.
Archeologisch uitvoerder draagt vervolgens zorg voor het aanleveren van rapporten aan de volgende instanties: • bevoegde overheid: digitaal; • archeologisch depot (bij aantreffen vondsten): digitaal; • RCE: digitaal; • regio-archeoloog. Naast de heemkundekring van Nuenen dient ook de Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (AWN23) een exemplaar van het rapport te ontvangen. Een digitaal rapport wordt toegezonden aan de redactie van de Archeologische Kroniek van Noord-Brabant p.a. Archeologische Sectie van het Noordbrabants Genootschap (http://www.noordbrabantsgenootschap.com/kroniek.html).
Blad 28 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
10
Randvoorwaarden en aanvullende eisen
10.1
Personele randvoorwaarden Het onderzoek moet uitgevoerd worden door een voor het verrichten van archeologische opgravingen gecertificeerd bedrijf en conform de KNA 4.1 en de vereisten in dit PvE. Het veldonderzoek dient te worden uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-archeoloog. Deze heeft ervaring met gravend archeologisch onderzoek in de betreffende archeo-regio en de te verwachten perioden. Hij/zij is voldoende bij het veldonderzoek aanwezig, waaronder bij de aanleg van de vlakken en interpreteren van de profielen, om voortgang van het onderzoek te controleren en zich door eigen waarneming een oordeel over sporen, structuren en de landschappelijke situatie te kunnen vormen. De dagelijkse leiding in het is in handen van een senior KNA-archeoloog met ervaring met gravend archeologisch onderzoek in de betreffende archeo-regio en de te verwachten perioden. Deze wordt in het veld ondersteund door een of meer junior archeologen en/of veldtechnici. Het beschrijven en interpreteren van de profielen dient te worden gedaan een (senior) KNAarcheoloog met relevante ervaring van bodemkundige en fysisch geografische processen in dit deel van Nederland, of een fysisch-geograaf met minimaal soortgelijke ervaring.
De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met ervaring op het gebied van de betreffende materiaalcategorieën uit de aangetroffen perioden en de betreffende regio. De metaaldetector dient gehanteerd te worden door een hierin deskundig persoon met aantoonbare ervaring in metaaldetectie. De graafwerkzaamheden worden uitgevoerd door een kraanmachinist met aantoonbare ervaring op de zandgronden. Tijdens het veldwerk wordt gelegenheid geboden aan leden van de heemkundekring van Nuenen en de Archeologische Vereniging Kempen en Peelland (AWN23) om te participeren in het onderzoek. Dit na overleg met en akkoord van de opdrachtgever en alleen indien aan alle veiligheidseisen/keuringen is voldaan.
10.2
Overlegmomenten startoverleg • tijdstip: eerste veldwerkdag; • initiator: archeologisch uitvoerder; • locatie: op locatie veldwerk; • aanwezig: veldteam archeologisch uitvoerder, kraanmachinist; naar behoefte (van betreffende partijen) ook: (adviseur van) bevoegde overheid en/of opdrachtgever; • verslaglegging: archeologisch uitvoerder in dagrapport. (twee) wekelijks voortgangsoverleg • tijdstip: om de week gedurende het veldwerk; • initiator: archeologisch uitvoerder;
Blad 29 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
• • • •
locatie: op locatie veldwerk; aanwezig: archeologisch uitvoerder (senior KNA-archeoloog en/of leidinggevend veldarcheoloog), (adviseur van) bevoegde overheid en opdrachtgever; verslaglegging: archeologisch uitvoerder, binnen 1 week per email; opmerking: in overleg met alle betrokkenen kan ervoor gekozen worden dit overleg telefonisch te voeren of betrokkenen per email van de voortgang op de hoogte te stellen.
Blad 30 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
evaluatieoverleg • tijdstip: na oplevering evaluatierapport; • initiator: archeologisch uitvoerder; • locatie: nader te bepalen/in onderling overleg; • aanwezig: archeologisch uitvoerder (senior KNA-archeoloog en/of leidinggevend veldarcheoloog), (adviseur van) bevoegde overheid en opdrachtgever; naar behoefte (van betreffende partij) ook depothouder(/eigenaar vondsten); • verslaglegging: archeologisch uitvoerder, binnen 1 week per email; • opmerking: in overleg met alle betrokkenen kan ervoor gekozen worden dit overleg telefonisch te voeren of betrokkenen per email van de voortgang op de hoogte te stellen. Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het PvE zijn voorzien, vindt overleg plaats met de bevoegde overheid, opdrachtgever en, indien relevant, depothouder(/eigenaar vondsten). Indien substantieel van het PvE afgeweken dient te worden (zie ook paragraaf 11.2), bijvoorbeeld bij het aantreffen van onverwachte sporen en structuren, dient hiervoor schriftelijk (of per email) toestemming verkregen te worden van de bevoegde overheid.
10.3
Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie Het PvE wordt vooraf vastgesteld door het bevoegd gezag. Van dit PvE dient op de werklocatie altijd de meest recente (door bevoegde overheid ondertekende) versie aanwezig te zijn. Wijzigingen in onderhavig PvE worden getoetst door het bevoegd gezag. Alle werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek worden uitgevoerd conform KNA 4.1 en de in dit PvE gestelde eisen. De uitvoering van de werkzaamheden dient verder in overeenstemming te gebeuren met de ARBO-wetgeving. De senior KNA-archeoloog van de archeologisch uitvoerder houdt toezicht op de werkzaamheden en is hierbij eindverantwoordelijk. De archeologisch uitvoerder is hierbij zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderzoek en de (juiste vastlegging van de) te doorlopen (KNA-) processtappen. De startdatum van het onderzoek wordt minimaal een week van tevoren bij het bevoegd gezag en de ODZOB gemeld.
10.4
Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Het is de archeologisch uitvoerder niet toegestaan om zonder toestemming vooraf van de opdrachtgever met anderen (pers, publiek en archeologische instellingen) over de opgraving of het civieltechnische werk in contact te treden. Omgekeerd dient de opdrachtgever/bevoegd gezag bij communicatie naar buiten dit altijd eerst met de archeologisch uitvoerder te bespreken. Publiciteit met betrekking tot inhoudelijke archeologische zaken wordt verzorgd door en samenspraak met de opdrachtgever.
Blad 31 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
11
Wijzigingen ten opzichte van vastgestelde PvE In zijn algemeenheid geldt dat voor belangrijke wijzigingen (zie paragraaf 11.2) goedkeuring van de bevoegde overheid vereist is. Waar het wijzigingen betreft ten aanzien van hoeveelheden en aard van vondsten en monsters zal ook de depothouder(/eigenaar vondsten) geïnformeerd moeten worden. In geval van deselectie van vondsten en monsters is, voor zover deselectie niet is toegestaan conform KNA-specificatie PS06, altijd goedkeuring vereist (schriftelijk of per email) van de depothouder(/eigenaar vondsten). Zie KNA-specificatie PS04 voor de reactietermijnen.
11.1
Wijzigingen tijdens veldwerk Als bij de ontsluiting van het terrein, tijdens het veldwerk of bij de uitwerking van de veldgegevens blijkt dat het opgestelde PvE naar het zicht laat aanzien onvoldoende aansluit op de aanwezige archeologische situatie, dan dient in samenspraak met de opdrachtgever en de bevoegde overheid het PvE te worden geëvalueerd en een wijziging te worden voorgesteld. De bevoegde overheid beslist over wijzigingen in de strategie, methodiek en andere in het PvE vastgestelde zaken. De uitvoerder staat tijdens de reguliere werkuren gedurende de veldfase telefonisch ter beschikking om de opdrachtgever en de bevoegde overheid van informatie en advies te voorzien. Altijd wordt naar genoemde drie partijen (uitvoerder/opdrachtgever en bevoegde overheid) de gemaakte afspraken per mail bevestigd. Indien dit aanleiding geeft tot meerwerk dient vervolgens de opdrachtgever hier eerst mee in te stemmen voordat de gevraagde actie kan worden uitgevoerd. Pas na goedkeuring van het gewijzigde PvE door de bevoegde overheid kan het veldwerk/uitwerking worden vervolgd. De bevoegde overheid kan evenwel de noodzaak tot wijziging eisen, waarna overleg volgt met de uitvoerder. Dit loopt dan correct via de opdrachtgever en volgend uit de lopende ruimtelijke procedure in het kader waarvan de archeologische onderzoeksverplichting tot stand is gekomen.
Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het PvE waren voorzien vindt overleg plaats met de bevoegde overheid/opdrachtgever. Indien substantieel van het PvE afgeweken dient te worden, bijvoorbeeld bij het aantreffen van onverwachte sporen en structuren of indien een geringer deel van het onderzoeksterrein kan worden onderzocht dan dient hiervoor schriftelijk toestemming te worden verkregen van de bevoegde overheid. Een eenvoudig mailbericht hierin kan volstaan. Dit maakt dat bevoegd gezag (telefonisch) beschikbaar moet zijn tijdens de veldfase om deze werkwijze effectief ten uitvoer te brengen. Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn dan beslist de senior KNA-archeoloog van de uitvoerder hoe verder te gaan en maakt hiervan melding in haar of zijn dagrapport. Uitgangspunt is dat bij het onverhoopt niet kunnen bereiken van de archeoloog van ODZOB altijd een voicemail en kort mailbericht wordt toegezonden. Wijzigingen aan het puttenplan of de in dit PvE geformuleerde onderzoeksstrategie worden door de projectleider / Senior KNA Archeoloog besproken en vastgesteld met de opdrachtgever/bevoegde overheid. Ook alle afwijkingen van de standaardmethode worden besproken. Beslissing tot uitbreiding of inperking van het onderzoek of nader onderzoek is onderwerp van separate besluitvorming. Het benutten van stelposten kan alleen na schriftelijke opdracht van de
Blad 32 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
opdrachtgever. Meerwerk kan alleen worden verricht nadat het is opgedragen door de opdrachtgever.
11.2
Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode; • Afwijking van de archeologische verwachting • Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden; • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten; • Onvoorziene omstandigheden die leiden tot meerwerk. Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen en de eigenaar-depothouder: • Afwijking van de archeologische verwachting; • Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, aantallen m2, vlakken, vondsten, vondsttypen et cetera). Wanneer de in het veld aangetroffen vondsten (hoeveelheden, soorten materialen, soorten objecten en/of dateringen en conservering) significant afwijken van het PvE, is overleg nodig tussen uitvoerder, opdrachtgever, bevoegde overheid en depothouder (als eigenaar). Veldbezoek vanuit de provincie en telefonisch overleg zijn uiteraard ook mogelijk, vooral daar waar snel handelen vereist is. De depothouder geeft aan of het onvoorziene/onverwachte materiaal voor deponering in aanmerking komt. De depothouder gaat niet over het onderzoek zelf, zoals nieuwe of gewijzigde onderzoeksvragen of meer/minderwerk.
11.3
Procedure van wijziging na evaluatiefase veldwerk Als er na de evaluatiefase van het veldwerk nog ingrijpende wijzigingen optreden t.a.v. de vraagstellingen, methodiek van uitwerking, conservering of rapportage, dient dit met de bevoegde overheid, opdrachtgever en, indien van toepassing, depothouder(/eigenaar vondsten) te worden besproken. Wijzigingen worden schriftelijk of in een email vastgelegd.
11.4
Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Wanneer de in het veld aangetroffen vondsten (hoeveelheden, soorten materialen, soorten objecten en/of dateringen en conservering) significant afwijken van het PvE, is overleg nodig tussen bevoegd gezag, opdrachtgever en depothouder (/eigenaar) op aangeven van de uitvoerder. Er vindt een overleg plaats tussen de depothouder, de opdrachtgever en de bevoegde overheid. De depothouder maakt zijn wensen t.a.v. selectie-deselectie van het onvoorziene materiaal kenbaar aan de bevoegde overheid en opdrachtgever. Zo nodig komt ook de omgang met daarmee gemoeide eventuele extra kosten aan bod. De uitvoerder van het onderzoek wordt over de uitkomsten van het overleg geïnformeerd door de bevoegde overheid. Zo nodig informeert de depothouder (/eigenaar) tevens de depotbeheerder. In principe worden wijzigingen van het PvE overeengekomen tussen opdrachtgever en bevoegde overheid en vastgelegd in een document; dit kan ook in overleg met de uitvoerder, maar elke
Blad 33 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
wijziging van het PvE blijft een zaak tussen de opdrachtgever en de overheid. De uitvoerder voert de wijziging vervolgens uit namens de opdrachtgever.
Blad 34 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
Literatuur en Bijlagen Literatuur en geraadpleegde bronnen Berkvens, R., 2010. Beleidsplan archeologisch monumentenzorg gemeente Nuenen. Berkvens, R., 2017. Advies Archeologische Monumentenzorg 2017 - nr. 166. Quickscan archeologie Nuenen-West. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Borsboom, A.J., A. Tol & J.W.H.P. Verhagen, 2012: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). SIKB, Gouda. Carmiggelt, A. & P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding Archeologie. Archeologie Leidraad 1. College voor Archeologische Kwaliteit, Zoetermeer. Nijdam, L., 2008. Nuenen-West (gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten), Een inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 1209, Amersfoort. Oude Rengerink, H. en L. van der Meij, 2006. Bureauonderzoek Nuenen-West, gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Archeologisch rapport 2006/53, Oranjewoud, Heerenveen. Tump, M., 2012. Nuenen, Dubbestraat 10, plangebied Nuenen – West, fase 1; Opgraving. BAAC rapport A-11.0016, ’s-Hertogenbosch. Weterings, P., 2010. Nuenen, Nuenen-West, fase 1, Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. BAAC rapport A-09.0376, ’s-Hertogenbosch.
Blad 35 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
Bijlage 1. Lijst met te verwachten aantallen (vanwege aard onderzoek – proefsleuven – niet ingevuld)
Onderzoek
Verwachting
Omvang Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen
Verwachte aantal m2 8.440 Verwachte aantallen (N) 400 200 100 100 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 50 0 0 0 0
Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
Verwachte aantallen (N) 10 10 0 0 0 0 10 0 10
Blad 36 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
Bijlage 2. Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen
Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”12 nee nee nee nee nee nee nee nee
Menselijk botmateriaal onverbrand
nee
Menselijk botmateriaal verbrand
nee
Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen
nee nee nee nee nee nee nee nee nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk” nee nee nee nee nee nee nee nee Ja (mits in grafcontext) Ja (mits in grafcontext) nee nee nee nee nee nee Ja nee nee
nee nee
nee nee
Ja Ja
nee
nee
Ja
nee
Ja
Ja
nee
Ja
Ja
nee
Ja
Ja
nee nee nee
nee Ja nee
Ja Ja Ja
Vondstcategorie
Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
12
Indien nodig kunnen specialisten ingezet worden bij het veldwerk.
Blad 37 van 43
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja nee
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
Bijlage 3. Kaart plangebied
Afbeelding 7. Het plangebied van fase 1 met in oranje en lichtgeel de zones die door middel van proefsleuven onderzocht moeten worden. In blauw de zones waar niet ontwikkeld gaat worden.
Blad 38 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
Bijlage 4. Puttenplan
Blad 39 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
NB: bij de plaatsing van de proefsleuven rondom de locatie van de opgraving uit 2011 is zoveel als mogelijk rekening gehouden met de oriëntatie van de daar aangetroffen sporen (zie ook bijlage 5). Met de geplande ligging van de proefsleuven zouden zowel greppelsystemen als paalsporen en eventuele waterputten/waterkuilen aangesneden moeten worden. De
Blad 40 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
proefsleuven 8 t/m 10 zullen daarnaast op een later moment worden aangelegd vanwege beperkingen met historisch groen.
NB: proefsleuf 83 ligt deels buiten de te onderzoeken zone. Dit is echter gedaan vanwege de ligging van bomen en het niet te dicht willen ontgraven bij de bestaande woning.
Blad 41 van 43
Programma van Eisen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven 17 februari 2021 revisie 04 Nuenen West B.V.
Bijlage 5. Allesporenkaart opgraving Dubbenstraat 10 (BAAC, 2011)
Blad 42 van 43
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. (0162) 48 70 00 E. jori.colijn@anteagroup.com
www.anteagroup.nl Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.