2021-18 RV Bijlage 05-06 - Verzoek tot wijziging begrenzingen Nuenen West
Tekst van het document
Verzoek tot wijziging begrenzingen Verordening ruimte
Nuenen West Toelichting en opzet voor het verzoek tot wijziging van de begrenzing van de Groenblauwe mantel, Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant, Bestaand stedelijk gebied en Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling in de Verordening ruimte ten behoeve van de herijking Nuenen West
Colofon [Titel] Titel: Opdrachtgever:
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West Gemeente Nuenen ca.
Auteur(s): Versie: Kenmerk: Datum:
Ruud Broekman D1.1 Nuen/2019/RBoavr/01-D11 29 oktober 2019
Hambakenwetering 5, Toren B Etage 4, 5231 DD ’s-Hertogenbosch Tel 073 744 0182 | info@ditisdeessentie.nl | wwww.ditisdeessentie.nl
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 2 van 63
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 4
1.1
Aanleiding ......................................................................................................................................... 4
1.2
Herijking in de Verordening ruimte: verzoek tot wijziging begrenzingen ........................................... 6
1.3
Leeswijzer ......................................................................................................................................... 7
2
De opgave ........................................................................................................................................ 8
2.1
Relaties tussen herijkte plan en Verordening ruimte ......................................................................... 8
2.2
Opgave 1: geen verlies areaal, samenhang en kwaliteit GBM ........................................................ 11
2.3
Opgave 2: kwaliteitsverbetering van het landschap ........................................................................ 12
2.4
Opgave 3: invloed waterhuishoudkundig systeem .......................................................................... 14
2.5
Opgave 4: logische stedenbouwkundige opzet ............................................................................... 15
2.6
Opgave 5: verantwoording vanuit lagenbenadering ........................................................................ 16
3
Uitwerking binnen de wijk Nuenen West .................................................................................... 17
3.1
Waardevolle elementen binnen de wijk Nuenen West .................................................................... 17
3.2
Stedenbouwkundig en planologisch kader ...................................................................................... 19
3.3
Uitwerking waterhuishoudkundige situatie ...................................................................................... 25
4
Uitwerking buiten de wijk Nuenen West ..................................................................................... 27
4.1
Ontwikkeling van het Dommelpark .................................................................................................. 27
4.2
Kleine Dommeldal als onderdeel van Nuenen West ....................................................................... 30
4.3
Nieuwe natuur binnen het NNB ....................................................................................................... 32
4.4
Versterking van het landschap in de GBM en het NNB ................................................................... 33
4.5
Overzicht investeringen in het inrichtingsgebied ............................................................................. 36
5
Verankering van de opgave.......................................................................................................... 38
5.1
Opgaven binnen NW: regels in het bestemmingsplan .................................................................... 38
5.2
Opgaven buiten het plangebied: koppeling met bestemmingsplan ................................................. 39
Bijlage 1.
Toepassing lagenbenadering op Nuenen West.......................................................................... 41
Bijlage 2.
Inventarisatie aanwezige groene en blauwe waarden binnen de groenblauwe mantel in het plangebied (Antea Group) ............................................................................................................ 45
Bijlage 3.
Analysekaarten en visiekaart Dommelpark ................................................................................ 50
Bijlage 4.
Berekening investering in Kleine Dommeldal ............................................................................ 55
Bijlage 5.
Kaarten inrichtingsgebied Kleine Dommeldal ............................................................................ 57
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 3 van 63
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Aan de westzijde van Nuenen wordt de nieuwe wijk Nuenen West ontwikkeld. Binnen een gebied van circa 90 ha worden in totaal 1.575 woningen gerealiseerd. Om deze ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken, heeft de gemeenteraad van Nuenen in 2008 het bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen-West’ vastgesteld. In dit bestemmingsplan, dat geen directe bouwtitels kent maar waarin een uitwerkingsplicht voor de te ontwikkelen plandelen is opgenomen, is de indertijd bedachte ruimtelijke structuur vastgelegd. Deze bestaat grofweg uit bouwvelden met een hogere dichtheid (26 – 34 woningen per hectare) aan de oostzijde en noordzijde van het plan en bouwvelden met een lagere dichtheid (11 woningen per hectare) in het zuidwestelijke deel. Aan de westzijde van het plan was een grote robuuste groenzone bedacht, die de overgang zou vormen tussen woonwijk en naastgelegen Dommeldal. Deze groenzone zou worden ingevuld met (stedelijk) groen en tevens ruimte bieden voor de wateropgave. In figuur 1 is een overzicht gegeven van de bestemmingen in het plangebied, zoals opgenomen in het bestemmingsplan uit 2008.
De provincie heeft vervolgens in haar Verordening ruimte de structuur ‘Bestaand stedelijk gebied’ over de uit te werken woonbestemmingen gelegd, en de structuur ‘Groenblauwe Mantel’ over (globaal) de uit te werken groenbestemming, evenals de aanduidingen ‘zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling’ en ‘attentiegebied Natuurnetwerk Brabant’ (zie paragraaf 1.2 voor een nadere toelichting). Legenda: Woongebied, uit te werken (hogere dichtheid) Woongebied, uit te werken (lagere dichtheid) Groen, uit te werken Verkeer Detailhandel A
C
figuur 1.
D
Bestemmingen het ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ uit 2008. Bouwveld A, C en D zijn met letters aangegeven.
De realisatie van Nuenen West is inmiddels gestart: in 2015 is gestart met de realisatie van het eerste bouwveld, direct ten zuiden van de Europalaan (bouwveld A) nadat het eerste uitwerkingsplan is vastgesteld. Dit bouwveld is inmiddels gereed; momenteel wordt het aansluitende bouwveld C gerealiseerd en is wordt bouwveld D bouwrijp gemaakt; hier start de bouw eind 2018 (zie figuur 1). In de afgelopen jaren (tijdens de economische crisis maar ook erna) is echter gebleken, dat de woningmarkt zich niet heeft ontwikkeld zoals oorspronkelijk heeft voorzien. Dit heeft kwantitatieve aspecten (de omvang van de vraag naar nieuwbouwwoningen), maar vooral ook kwalitatieve aspecten: de woonwensen van de woonconsumenten in welke woningen gewenst zijn, zijn veranderd. Het gaat hier bijvoorbeeld om wensen ten aanzien van
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 4 van 63
kavel- en woningomvang en woningindeling. Deze veranderde woonwensenvraag kan slechts ten dele worden ingevuld binnen de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan uit 2008. Dit is in de gerealiseerde plandeel ook gebleken: ongeveer 50% van de woningen in bouwveld A is gerealiseerd met een omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan. Tevens zien de gemeente Nuenen en de ontwikkelaar van het gebied, BPD Ontwikkeling BV (BPD), dat de woningvraag in de regio (en ook Nuenen West) zich in een ander tempo ontwikkelt dan indertijd (voor 2008) voorzien. Om de nieuwe wijk Nuenen West toch te kunnen ontwikkelen als een goede en goed functionerende woonwijk, hebben gemeente en BPD een proces van herijking ingezet: het herbezien van de bestaande ruimtelijke en programmatische kaders en het opstellen van een nieuw ruimtelijk en financieel ontwikkelkader dat ruimte biedt aan de actuele woonwensen maar tevens voldoende flexibiliteit biedt om in de toekomst goed in te kunnen spelen op de dan actuele woonwensen.
Samengevat is het ruimtelijke plan op de volgende punten aangepast (zie ook figuur 2): • Het programma wordt verdeeld in meerdere uiteenlopende dichtheden; • De lage dichtheden zijn niet meer in specifieke clusters geprojecteerd, maar geconcentreerd langs de bestaande (oude) linten die het plan doorkruisen en aan de randen van het plan; • Binnen het plan worden twee verschillende woonmilieus gecreëerd; • Het architectuurbeeld wordt meer nadrukkelijk, gebaseerd op het Nuenens DNA, dat is getypeerd in het nieuwe Masterplan en Beeldkwaliteitsplan; • Het beeldregiekader (Masterplan/BKP) biedt inspiratie om een uniek woongebied te creëren; • Bijna alle bestaande (woon)kavels blijven gehandhaafd (oorspronkelijk wegbestemde panden worden gehandhaafd en achtertuinen van bestaande woningen worden gehandhaafd); • Het lineaire park wordt verdeeld in vier met het landschap verbonden parken; • Een hogere bebouwingsdichtheid langs de Europalaan om de woonmilieus in achterliggende gebieden te verbeteren (1e lijns bebouwing zorgt voor afschermende werking); • In de verkaveling zijn weldoordacht meer courante principes doorgevoerd. Legenda:
x x
x
x x
Hoge dichtheid (35-50 won/ha) Dorps wonen (30-35 won/ha) Landelijk wonen (18-24 won/ha) Linten (10-20 won/ha) Hoofdinfrastructuur Hoofdgroenstructuur Te handhaven kavels Te handhaven kavels, die oorspronkelijk waren wegbestemd
x
figuur 2.
Opzet herijkte plan, met woonmilieus / dichtheden en structuur.
Parallel aan de herijking van het plan zijn de contractuele afspraken tussen gemeente en BPD herijkt, waardoor een beter, evenwichtiger en duidelijker afsprakenkader is ontstaan. Momenteel heeft de gemeente Nuenen ca. een nieuw bestemmingsplan voor Nuenen West in voorbereiding, waarin het herijkte plan planologisch-juridisch geborgd gaat worden. Het nieuwe bestemmingsplan wordt in nauwe samenspraak met BPD opgesteld en is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, waardoor geëxperimenteerd kan worden met nieuwe instrumenten in aanloop naar de Omgevingswet. In het nieuwe bestemmingsplan is dit concreet vorm gegeven door uit te gaan van een langere looptijd (20 jaar), het werken met open normen en beleidsregels en het toepassen van een ruimtelijke fasering in de regels.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 5 van 63
1.2
Herijking in de Verordening ruimte: verzoek tot wijziging begrenzingen
De provincie Noord-Brabant heeft in haar Verordening ruimte (hierna: Vr) de structuren ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘groenblauwe mantel’ en de aanduidingen ‘zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling’ en ‘attentiegebied Natuurnetwerk Brabant (NNB)’ gegeven in het plangebied van Nuenen West. Dit is indertijd (globaal) op basis van het bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ uit 2008 gedaan, waarbij de begrenzingen van stedelijke structuren en landschappelijke structuren globaal de uit te werken bestemmingen volgen (zie figuur 3).
Legenda: Bestaand stedelijk gebied Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling figuur 3.
Groenblauwe mantel Attentiegebied NNB
Structuren en aanduidingen uit de Vr in het plangebied (bestemmingsplan 2008 op de ondergrond): links de stedelijke, rechts de landschappelijke structuren en aanduidingen.
In het herijkte plan gaan gemeente en BPD uit van een andere stedenbouwkundige opzet, waardoor woongebied aan de westzijde door zal lopen tot aan de bestaande linten die de begrenzing vormen van Nuenen West (i.c. de wegen Vorsterdijk, Wettenseind en Boord), op plaatsen waar in het oude bestemmingsplan de (stedelijke) groenzone was voorzien. Dit betekent, dat de stedelijke ontwikkeling deels buiten de structuur Bestaand stedelijk gebied (en de aanduiding Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling) komt te liggen. Vanuit de bepalingen in de Verordening ruimte is het niet zonder meer mogelijk, om het herijkte plan planologisch-juridisch te verankeren in een nieuw bestemmingsplan, omdat stedelijke ontwikkeling buiten het Bestaand stedelijk gebied of het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling niet is toegestaan. Tevens ligt de herijkte stedelijke ontwikkeling deels binnen de structuur Groenblauwe mantel en deels binnen de aanduiding Attentiegebied NNB. Binnen deze structuur en aanduiding is een stedelijke ontwikkeling ook niet zonder meer mogelijk. Aanpassing van de begrenzing van de structuren en aanduidingen vanuit de Vr zijn mogelijk, maar hier zijn voorwaarden aan verbonden.
In dit document is aangegeven op welke wijze gemeente en BPD willen komen tot een opzet, waarin aanpassing van relevante de structuren en aanduidingen uit de Vr mogelijk zijn en welke maatregelen worden genomen om te komen tot de gewenste ruimtelijke, landschappelijke en ecologische ‘inpassing’. Concreet wordt door het college van burgemeester en wethouders dan ook aan het college van gedeputeerde staten het verzoek gedaan om: • De begrenzing van de structuur Groenblauwe mantel te wijzigen (dit ex artikel 6.20 Vr); • De begrenzing van de aanduiding Attentiegebied NNB te wijzigen (dit ex artikel 12.2 Vr). • De begrenzing van de structuur Bestaand stedelijk gebied te wijzigen (dit ex artikel 4.11 Vr); • De begrenzing van de aanduiding Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling te wijzigen (dit ex artikel 8.3 Vr);
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 6 van 63
In dit document is aangegeven op welke wijze aan de voorwaarden wordt voldaan, die zijn gesteld in de bovengenoemde artikelen. In paragraaf 1.3 is aangegeven hoe dit document is opgebouwd.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is aangegeven welke concrete opgaven er liggen in het plangebied Nuenen West, gezien de huidige aanduidingen vanuit de Verordening ruimte in het plangebied en de gewenste herijkte ontwikkeling, dat planologisch-juridisch verankerd gaat worden in het nieuwe bestemmingsplan. De concrete opgaven bestaan uit de voorwaarden, die in de Vr zijn gesteld ten aanzien van een verzoek voor wijziging van de begrenzing. In hoofdstuk 3 is uiteen gezet hoe deze opgave ingevuld gaat worden binnen het plangebied (de nieuwe wijk) Nuenen West, hoofdstuk 4 doet dit voor de opgave buiten het plangebied. In hoofdstuk 5 tot slot, is nader omschreven op welke wijze de voorgestane ontwikkelingen zijn verankerd en geborgd.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 7 van 63
2
De opgave
2.1
Relaties tussen herijkte plan en Verordening ruimte
Concreet zijn er twee structuren en twee aanduidingen in de Verordening ruimte relevant voor het bestemmingsplan waarin het herijkte plan planologisch-juridisch verankerd gaat worden (hierna: bestemmingsplan herijking). Het gaat hier om (zie ook figuur 3): • De structuur Groenblauwe mantel (hierna: GBM); • De aanduiding Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant (hierna: Attentiegebied NNB). • De structuur Bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied (hierna: BSG); • De aanduiding Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, stedelijk concentratiegebied (hierna: ZSO); Om het herijkte plan te harmoniseren met de Vr, wordt verzocht om de begrenzing van de bovenstaande structuren en aanduidingen te wijzigen, concreet door: • De begrenzing van de GBM te verleggen tot aan de wegen Vorsterdijk, Wettenseind en Boord (dus tot aan de grenzen van het plangebied Nuenen West); • De begrenzing van het Attentiegebied NNB te verleggen tot aan de wegen Vorsterdijk, Wettenseind en Boord (dus tot aan de grenzen van het plangebied Nuenen West).
• De begrenzing van BSG uit te verleggen tot aan de wegen Vorsterdijk, Wettenseind en Boord (dus tot aan de grenzen van het plangebied Nuenen West); • De aanduiding ZSO te verwijderen binnen Nuenen West, dit omdat de gebieden met deze aanduiding binnen BSG komen te vallen; Aan het wijzigen van de begrenzingen van de bovenstaande structuren en aanduidingen zijn in de Vr voorwaarden verbonden. Navolgend is per wijzigingsverzoek aangegeven welke voorwaarden vanuit de Vr gelden. Hier is deels een overlap in de voorwaarden. Om een integraal en goed overzicht te geven van de opgaven die vanuit het verzoek tot wijziging van de begrenzingen volgen, sluit deze paragraaf af met een inhoudelijk overzicht van de opgaven; vervolgens worden deze nader uitgewerkt.
Groenblauwe mantel (GBM) Een stedelijke ontwikkeling, zoals de nieuwbouw van woningen, is niet mogelijk binnen de GBM (artikel 6.7 i.c.m. artikel 3.1 Vr): in artikel 3.1 van de Vr is bepaald dat een bestemmingsplan, dat wordt opgesteld voor gronden die zijn aangewezen als onderdeel van de groenblauwe mantel, moet leiden tot het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het betreffende gebied en de bescherming van deze waarden. Met het oog op de ontwikkeling van Nuenen West voldoet het bestemmingsplan herijking niet aan deze vereisten: er is immers een stedelijke ontwikkeling binnen de GBM voorzien en de provincie wordt verzocht de Vr hierop aan te passen (zie paragraaf 1.2), door de begrenzing van de GBM te wijzigen naar de grenzen van het plangebied, te weten Wettenseind, Vorsterdijk en Boord (zie figuur 3 en figuur 5 voor de ligging van de GBM binnen het plangebied; door de wijziging verdwijnt de structuur GBM binnen het plangebied). Artikel 6.20 van de Vr biedt de basis voor het verzoek tot wijziging van de begrenzing. Tijdens overleg tussen gemeente en provincie is besproken dat wijziging van de begrenzing van de groenblauwe mantel ter plaatse mogelijk is. Er dient gekozen te worden voor een logische begrenzing van het stedelijk gebied.
In dit geval wordt deze logische begrenzing bepaald door de wegen Boord, Vorsterdijk en Wettenseind (tevens de plangrens van Nuenen West). Bij de wijziging van de begrenzing van de groenblauwe mantel dient invulling te worden gegeven aan de voorwaarden die de verordening ruimte daarvoor stelt. Artikel 6.20 Vr bepaalt onder andere dat het wijzigen van de GBM slechts plaats kan vinden mits dit niet leidt tot verlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de aangewezen gebieden met het oog op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Concreet dient bij een verzoek tot wijziging van de begrenzing van de GBM op grond van artikel 6.20 Vr aan een tweetal voorwaarden te worden voldaan: • Het areaal mag niet afnemen, te verwijderen GBM moet gecompenseerd worden;
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 8 van 63
•
Geen verlies aan samenhang en kwaliteit van de aangewezen gebieden met het oog op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Artikel 3.2 van de Verordening geeft hier nadere invulling aan (kwaliteitsverbetering landschap). Op een verzoek tot wijziging van de begrenzing is artikel 38.5 (procedure grenswijziging op verzoek) van toepassing.
Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant (Attentiegebied NNB) Ten aanzien van het Attentiegebied NNB stelt artikel 12.1 van de Vr regels ten aanzien van grondgebruik: er mogen geen negatieve effecten plaatsvinden op de waterhuishouding van het NNB, waarvoor het attentiegebied is aangewezen. Concreet betekent dit een bescherming van de waterhuishoudkundige systeem van het Kleine Dommeldal dat ten westen van het plangebied is gelegen. Ook voor de aanduiding Attentiegebied NNB is wijziging van de begrenzing op verzoek mogelijk, mits er geen invloed is op de lokale waterhuishouding en het betrokken waterschap hierin is gehoord (artikel 12.2 Vr); dit wordt aangetoond in onderhavige notitie. Op een verzoek tot wijziging van de begrenzing is artikel 38.5 (procedure grenswijziging op verzoek) van toepassing. Het verzoek tot wijziging van de begrenzing van het Attentiegebied NNB houdt in, dat de begrenzing wordt gelegd op de grens van het plangebied Nuenen West (de wegen Wettenseind, Vorsterdijk en Boord; zie figuur 3 voor de huidige ligging van het Attentiegebied NNB).
Bestaand stedelijk gebied (BSG) In bestaand stedelijk gebied laat de Vr stedelijke ontwikkelingen toe (artikel 4.2 Vr). Bij nieuwbouw van woningen dient het programma afgestemd te worden in het regionaal ruimtelijk overleg (artikel 4.3 Vr). In geval van Nuenen West is dit gedaan en is in het RRO afgestemd dat binnen Nuenen West in totaal 1.575 woningen gerealiseerd kunnen worden. Tevens is in dit geval geen sprake van een nieuwe plancapaciteit. In het vigerende bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ is reeds de realisatie van in totaal 1.575 woningen mogelijk gemaakt; deze harde plancapaciteit blijft behouden in het herijkte plan. Een deel van het plangebied Nuenen West ligt buiten de structuur BSG (zie figuur 3). Het herijkte plan wil de ontwikkeling van de 1.575 mogelijk maken binnen de grenzen van Nuenen West, bepaald door het bestaand stedelijk weefsel en de wegen Wettenseind, Vorsterdijk en Boord. Derhalve is het wenselijk dat de begrenzing van de structuur BSG wordt gewijzigd, door deze te leggen op deze wegen. In figuur 4 is dit weergegeven. Huidige begrenzing
Voorstel nieuwe begrenzing
Legenda: Plangebied NW Bestaand stedelijk gebied figuur 4.
Begrenzing Bestaand stedelijk gebied: huidige begrenzing (links) en voorstel voor nieuwe begrenzing (rechts).
Artikel 4.11 van de Vr biedt de mogelijkheid om de begrenzing van de structuur BSG te wijzigen: in dit artikel is aangegeven dat GS de begrenzing van Bestaand stedelijk gebied kunnen wijzigen, indien dit resulteert in een
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 9 van 63
logische stedenbouwkundige opzet. Het college van B&W kan GS verzoeken om de begrenzing van bestaand stedelijk gebied te wijzigen. Hiervoor zijn in artikel 4.11 een viertal voorwaarden aangegeven (artikel 4.11 lid 2): • De aanpassing van de begrenzing dient te leiden tot een logische stedenbouwkundige opzet; • Uit toepassing van de lagenbenadering blijkt dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is; • Er toepassing is gegeven aan artikel 4.3 van de Vr (afstemming programma in het regionaal ruimtelijk overleg en verhouding tot beschikbare harde plancapaciteit; dit is gedaan, zie begin van deze paragraaf); • Er toepassing is gegeven aan artikel 3.2 van de Vr (kwaliteitsverbetering van het landschap). Op een verzoek tot wijziging van begrenzing is artikel 38.5 (procedure grenswijziging op verzoek) van toepassing.
Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling (ZSO) Op enkele plekken binnen het plangebied ligt de aanduiding Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling (ZSO): het gaat hier om gebieden grenzend aan BSG in het zuidwesten van het plan (zie figuur 3). De voorwaarden die gelden voor BSG zijn ook op deze aanduiding van toepassing (artikel 8.1 lid 4 Vr), maar aanvullend hierop dient de stedelijke ontwikkeling aan te sluiten bij bestaand stedelijk gebied en dient bij de inrichting rekening te worden gehouden “met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waaronder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen, door deze in de planontwikkeling te betrekken” (artikel 8.1 lid 2 Vr). De aansluiting op bestaand stedelijk gebied is, net zoals in het oude bestemmingsplan, aanwezig. De aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren zijn, evenals de uitwerking van de groene geleding, uitgewerkt in het nieuwe stedenbouwkundig Masterplan “Nuenen West = Dorps Geluk” uit 2018. In principe is de realisatie van Nuenen West binnen de aanduiding ZSO mogelijk. Echter, gezien het verzoek tot wijziging van de begrenzing van BSG, komt de aanduiding ZSO binnen BSG te liggen, waardoor nut en noodzaak van de aanduiding ZSO verdwijnt.
Daarom wordt verzocht om de begrenzing van ZSO binnen Nuenen West te wijzigen, door de aanduiding te verwijderen binnen het plangebied. Artikel 8.3 van de Vr stelt de regels voor het verzoek tot wijziging begrenzing ZSO: • Wijziging is alleen mogelijk als: - dit nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt (artikel 8.3 lid 1 sub a Vr), of - uit een milieueffectrapport, dat op grond van de Wet milieubeheer is opgesteld, blijkt dat daardoor een gunstiger resultaat voor de milieugevolgen wordt bereikt (artikel 8.3 lid 1 sub b Vr); De wijziging is het gevolg van het wijzigen van BSG. Het herijkte plan leidt tot een verbetering van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit in het gebied, op basis waarvan het verzoek tot wijziging begrenzingen Vr is gedaan. • Een wijziging is alleen mogelijk indien uit de toepassing van de lagenbenadering blijkt dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen (artikel 8.3 lid 2 Vr). Op een verzoek tot wijziging van de begrenzing is artikel 38.5 (procedure grenswijziging op verzoek) van toepassing.
Conclusie: vijf integrale opgaven Uit het vorenstaande blijkt, dat er feitelijk vier verzoeken voor wijziging van begrenzingen zijn, die ieder eigen voorwaarden kennen, maar dat er deels overlap is tussen deze voorwaarden. Alle voorwaarden, waaraan voldaan moet worden, kunnen dan ook het beste integraal worden benaderd. Al met al beschouwd, zijn er dan vijf opgaven die vanuit de Vr gelden voor het nieuwe bestemmingsplan herijking: • Opgave 1: er geen verlies aan areaal, samenhang en kwaliteit van de aangewezen gebieden met het oog op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken plaats vindt (artikel 6.20 lid 3); • Opgave 2: er dient invulling gegeven te worden aan de kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.2 i.c.m. artikel 4.11 lid 2 sub d en artikel 6.20 lid 3 Vr); • Opgave 3: er aangetoond moet worden dat de stedelijke ontwikkeling, voor zover nog niet voorzien in het oude bestemmingsplan, geen negatieve invloed heeft op de waterhuishoudkundige systeem van het Kleine Dommeldal en dat het waterschap hiermee akkoord is (artikel 12.2 lid 1 Vr). • Opgave 4: er dient aangetoond te worden dat de er in het herijkte plan sprake is van een logische stedenbouwkundige opzet (o.b.v.
artikel 4.11 lid 2 sub a en artikel 8.3 lid 1 sub a Vr); • Opgave 5: er dient middels het toepassen van de lagenbenadering aangetoond te worden dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is (artikel 4.11 lid 2 sub b en artikel 8.3 lid 2 Vr); Navolgend wordt op deze concrete opgaven in gegaan.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 10 van 63
2.2
Opgave 1: geen verlies areaal, samenhang en kwaliteit GBM
Wijziging van de begrenzing van de GBM is mogelijk, indien verloren oppervlakte wordt gecompenseerd en er geen verlies aan samenhang en kwaliteit plaats vindt (zie ook voorgaande paragraaf en artikel 6.20 Vr). Compensatie in oppervlak, door nieuwe GBM aan te wijzen, is rondom Nuenen West niet mogelijk: alle gronden die niet stedelijk in gebruik zijn, zijn reeds aangewezen als GBM (of NNB). Wel is er de mogelijkheid om aan de oostzijde van Nuenen nieuwe GBM te realiseren in bestaand buitengebied. Deze locatie ligt echter op afstand van Nuenen West; de provincie heeft reeds aangegeven dat oppervlaktecompensatie ten oosten van Nuenen geen optie is, omdat hierdoor de samenhang met de ruimtelijke, ecologische en landschappelijke kwaliteiten met het Kleine Dommeldal wordt gemist. Er is daarom, in overleg tussen gemeente en provincie, gezocht naar een meer kwalitatieve wijze van compensatie, concreet door de ecologische en landschappelijke kwaliteiten rondom het Dommeldal te versterken, in combinatie met een aansluitende stedenbouwkundige invulling van de westrand van het plangebied, om zo een ‘natuurlijk’ overgangsgebied te creëren tussen de kern van Nuenen en het Dommeldal.
Deze opgave is opgepakt in combinatie met de kwaliteitsverbetering van het landschap (zie volgende paragraaf) en integraal uitgewerkt in maatregelen binnen het plangebied van Nuenen West (zie hoofdstuk 3) en buiten het plangebied, tussen Nuenen West en Kleine Dommel (zie hoofdstuk 4). Met het verzoek tot wijziging van de begrenzing GBM wordt voorgesteld om de grens te leggen op de bestaande lintstructuur die de rand van het plangebied vormt. De feitelijke ontwikkeling van Nuenen West vindt niet in dit totale gebied plaats: zo blijven bestaande (woon)kavels en bestaande wegen gehandhaafd en is er op plekken sprake van een grootschalige (stedelijk) groenontwikkeling (zie ook figuur 2). Echter, omdat ook deze plandelen, waar dus feitelijk geen harde stedelijke ontwikkeling plaats vindt en aanpassing GBM wellicht strikt genomen niet noodzakelijk is, in de toekomt wel onderdeel uitmaken van het stedelijk weefsel, is het logisch om de begrenzing van de GBM ook te leggen op de begrenzing van de wijk Nuenen West. In figuur 5 is aangegeven om welk gebied dit dan concreet gaat; het gaat hier om een gebied met een oppervlak van 17,47 ha. Legenda:
Plangebied NW Wijziging begrenzing GBM
figuur 5.
Plangrens Nuenen West (herijkte plan) en te wijzigen begrenzing GBM binnen plangebied.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 11 van 63
2.3
Opgave 2: kwaliteitsverbetering van het landschap
De kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.2 Vr) geeft aan op welke wijze ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied gepaard moeten gaan met “fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving”. De kwaliteitsverbetering geeft hiermee dan ook aan hoe verlies aan samenhang en kwaliteit van het gebied buiten het Bestaand stedelijk gebied (of het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling) met het oog op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken voorkomen wordt. In artikel 3.2 lid 3 Vr zijn enkele maatregelen genoemd die de fysieke kwaliteitsverbetering kunnen inhouden. Navolgend zijn deze (cursief) benoemd en is tevens aangegeven hoe hiermee in Nuenen West wordt omgegaan: • de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van de verordening. Er geldt voor Nuenen West geen expliciet vereiste voor landschappelijke inpassing van bebouwing.
Wel wordt langs de westelijke rand van het plangebied, in de overgang naar het Dommeldal, rekening gehouden met landschappelijke inpassing van bebouwing (zie hoofdstuk 3); • het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land. Er is een inventarisatie uitgevoerd van waardevolle landschapselementen binnen het plangebied. De waardevolle elementen binnen Nuenen West worden binnen de ontwikkeling deels behouden (zie 3.1). Daarnaast wordt in het Kleine Dommelal actief ingezet op het versterken van de landschappelijke structuur en het toevoegen van landschapselementen (zie hoofdstuk 4); • activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen. Aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing wordt planologisch en feitelijk gehandhaafd binnen het plangebied. Waardevolle terreinen zijn binnen het plangebied niet aanwezig; • het wegnemen van verharding. Het gebied is momenteel agrarisch in gebruik en wordt ontwikkeld tot woongebied. Afgezien van de incidentele sloop van agrarische bebouwing is geen sprake van afname van verharding, maar van toename door het toekomstig stedelijk grondgebruik.
Maatregelen gericht op afname van verharding ten opzichte van de huidige situatie zijn dan ook niet toepasbaar binnen Nuenen West; • het slopen van bebouwing. Zie vorengaande: agrarisch gebied wordt omgezet in stedelijk gebied, waardoor het totaal aan bebouwing zal toenemen. Er kunnen dan ook geen maatregelen worden genomen die per saldo leiden tot vermindering van de bebouwing ten opzichte van de huidige situatie; • een fysieke bijdrage aan de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones. Belangrijk onderdeel van het herijkte plan voor Nuenen West betreft de inzet op de verdere ontwikkeling van het Dommeldal. Hiermee wordt actief ingezet op realisatie van NNB en ecologische verbindingszones. Zie hoofdstuk 4 voor een nadere toelichting. Al met al zijn er binnen Nuenen West geen significante mogelijkheden voor het wegnemen van verharding of het slopen van bebouwing. De overige opties zijn wel mogelijk; in hoofdstuk 3 en 4 wordt hier verder inhoudelijk in gegaan op de toepassing in deze casus. De fysieke verbetering dient feitelijk uitgevoerd te worden, d.w.z. er dienen fysieke maatregelen uitgevoerd te worden om de kwaliteitsverbetering te realiseren.
Indien deze realisatie niet in het bestemmingsplan is geregeld, dan zal een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds verzekerd moeten zijn, waarbij de uitvoering vanuit dit fonds in het RRO wordt afgestemd. Dit is geregeld in artikel 3.2 lid 4 (en deels lid 5) van de Vr.
Financiële vertaling van de kwaliteitsverbetering De Vr bepaalt niet de mate waarin kwaliteitsverbetering van het landschap dient plaats te vinden. Om dit Brabantbreed gelijkwaardig en uniform uit te voeren, heeft de provincie de Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap (de rood-met-groen koppeling) opgesteld. Hierin is vastgelegd wat voor verschillende typen ruimtelijke ontwikkelingen de basisinspanning dient te zijn. Voor stedelijke uitbreiding is vastgesteld dat minimaal 1% van de uitgifteprijs ingezet dient te worden voor kwaliteitsverbetering van het landschap (basisinspanning). In geval van Nuenen West gaat het dan concreet om 1% van de uitgifteprijs voor de uitgeefbare gronden buiten de huidige begrenzing van het Bestaand stedelijk gebied en het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 12 van 63
In het Masterplan “Nuenen West = Dorps Geluk” zijn de ruimtelijke uitgangspunten voor de ontwikkeling weergegeven, maar is ook een proefverkaveling aangegeven. Tevens kent het nieuwe bestemmingsplan uitgangspunten en regels voor bebouwing. Een deel van het plangebied buiten de stedelijke structuren betreft te handhaven gebied. Dit gaat om bestaande woningen, die gehandhaafd blijven en conserverend worden bestemd, en om bestaande infrastructuur zoals de Vorsterdijk, Wettenseind en een stuk van de Dubbestraat, de Opwettenseweg en Boord. Ook deze infrastructuur blijft gehandhaafd. Binnen het totale oppervlak van 17,47 ha binnen het plangebied dat buiten het Bestaand stedelijk gebied en het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling valt, is dit 4,53 ha aan te handhaven (woon)kavels. 1,02 ha van deze te handhaven woonkavels betreffen vijf woningen die in het oorspronkelijke bestemmingsplan waren wegbestemd, maar die in de herijking positief worden inbestemd. De overige 3,51 ha betreffen woonkavels die ook in het oorspronkelijke bestemmingsplan reeds inbestemd zijn. Daarnaast is er 2,58 ha aan te handhaven infrastructuur aanwezig (bestaande uit de Vorsterdijk, Wettenseind en delen van Boord, Dubbestraat, Opwettenseweg en de Europalaan).
Tevens worden er grootschalige groenstructuren aangelegd in Nuenen West (zogenaamde ‘groene vingers’ of ‘planstructureel groen’) die de landschappelijke kwaliteiten versterken. De ligging en omvang van deze (onbebouwde) structuren worden in het nieuwe bestemmingsplan verankerd en geborgd. Deze groenstructuren hebben, voor zover gelegen buiten het Bestaand stedelijk gebied of het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, een totaal oppervlak van 2,16 ha. Van het resterende te ontwikkelen gebied, met een oppervlak van 8,19 ha (47% van het totale gebied van 17,47 ha), is in de proefverkaveling ingetekend dat 6,63 ha uitgeefbaar wordt; 1,57 ha betreft dan openbaar gebied, zoals infrastructuur en wijkgroen. Dit komt overeen met een percentage uitgeefbaar van 81% binnen het ontwikkelgebied1. De proefverkaveling heeft geen harde status, in die zin dat de exacte verkaveling en verdeling uitgeefbaar/openbaar niet is vastgelegd. Echter, gezien de intensiteit van uitgeefbaar gebied in de proefverkaveling (81%) is het zeer aannemelijk dat het uitgeefbaar oppervlak bij feitelijke realisatie niet groter zal worden (kleiner is wel mogelijk). In tabel 1 en figuur 6 is een en ander weergegeven. Onderdeel Te handhaven (woon)kavels Te handhaven infrastructuur Groene vingers Netto ontwikkelgebied: - Uitgeefbaar - Infrastructuur - Wijkgroen tabel 1.
Oppervlak 4,53 ha 2,58 ha 2,16 ha 8,19 ha
% 26% 15% 12% 47%
Oppervlak
%
8,19 ha 6,63 ha 1,32 ha 0,24 ha
100% 81% 16% 3%
Oppervlakten van de verschillende voorziene plandelen in de proefverkaveling, binnen het plangebied Nuenen West maar buiten het Bestaand stedelijk gebied en buiten het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling.
1
NB 81% uitgeefbaar binnen het ontwikkelgebied klinkt hoog, maar heeft betrekking op het netto ontwikkelgebied. Binnen het totale beschouwde gebied van 17,47 ha gaat het om 38%, binnen het te ontwikkelen gebied (excl. te handhaven kavels) gaat het om 64%. Tevens zegt het percentage uitgeefbaar niets over de dichtheid (zie hiervoor figuur 2).
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 13 van 63
Legenda: Ontwikkelgebied: uitgeefbaar Ontwikkelgebied: infrastructuur Ontwikkelgebied: wijkgroen Ontwikkelgebied: groene vingers Te handhaven infrastructuur Te handhaven (woon)kavels Gebied buiten Bestaand stedelijk gebied of Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling (17,47 ha) Begrenzing Nuenen West
figuur 6.
Proefverkaveling herijkte plan binnen het plangebied Nuenen West maar buiten het Bestaand stedelijk gebied en buiten het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling.
Aan de westzijde van Nuenen West worden woonmilieus in lagere dichtheden gerealiseerd: 10-20 won/ha langs de linten en 18-24 won/ha in achterliggend gebied (zie ook figuur 2). Dit betekent dat er in dit gebied weinig tot geen sociale woningen gerealiseerd worden, maar alleen vrije sector woningen en bouwkavels voor particulier opdrachtgeverschap. De uitgifteprijs voor vrije sector woningen en bouwkavels in Nuenen West is in het exploitatieplan geraamd op €420,-/m2. De basisinspanning voor kwaliteitsverbetering is dan 1% * €420,- = €4,20 per m2 uitgeefbaar. Op basis van het oppervlak uitgeefbaar in de proefverkaveling dient er in totaal minimaal €278.500,te worden ingezet voor kwaliteitsverbetering van het landschap (basisinspanning). De daadwerkelijke inspanning die tussen BPD en gemeente is afgesproken, bedraagt (fors) meer dan de bepaalde basisinspanning. De uitgangspunten voor het herijkte plan zijn in het voorjaar van 2018 reeds vastgelegd in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst (SOK). Deze SOK, die de oude SOK uit 2008 vervangt, zal tevens dienen als anterieure overeenkomst voor het bestemmingsplan. In de nieuwe SOK is vastgelegd dat Nuenen West BV een budget van €380.000,- aan de gemeente beschikbaar stelt ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap in het Kleine Dommeldal. Dit bedrag wordt per gerealiseerde woning betaald.
Daarnaast heeft de gemeente €500.000,- gereserveerd ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap in het Kleine Dommeldal, vanuit de ontwikkeling van Nuenen West. In totaal is hiermee een budget van €880.000,- beschikbaar, dat expliciet zal worden ingezet ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap in het Dommeldal. Hiermee wordt ruim voldaan aan de basisinspanning uit de Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de inhoudelijke ingrepen die vanuit dit budget van €880.000,worden uitgevoerd.
2.4
Opgave 3: invloed waterhuishoudkundig systeem
De derde opgave betreft het aantonen dat de wijziging van de begrenzing Attentiegebied NNB niet leidt tot negatieve effecten op het waterhuishoudkundig systeem van de Kleine Dommel. Het Attentiegebied NNB overlapt grotendeels de Groenblauwe mantel binnen het plangebied, maar ter plekke van de in het verleden voorziene ‘groene vingers’ ligt het Attentiegebied verder in het plangebied (zie ook figuur 3). Het huidige Attentiegebied NNB is gebaseerd op de in het verleden voorziene groenstructuur in het plan (zie figuur 3): in het (uit te werken)
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 14 van 63
groengebied was de volledige wateropgave voor Nuenen West ingepast. Dit betekent, dat hemelwater vanuit Nuenen West in dit groengebied zou worden geretendeerd (en geïnfiltreerd). Doelstelling van het Attentiegebied is om de waterhuishoudkundige situatie van het Natuurnetwerk Brabant (in dit geval voor het Kleine Dommeldal) te borgen en te verbeteren. Dit betekent, dat bij aanpassing van het Attentiegebied NNB aangetoond moet worden op welke wijze wordt voorkomen dat er negatieve effecten zijn op de waterhuishoudkundige situatie in het Dommeldal. Hiertoe is in overleg en overeenstemming met het Waterschap De Dommel, een nieuw waterhuishoudkundig plan opgesteld waarin het herijkte plan is verwerkt. Hierin is geborgd dat de waterhuishoudkundige situatie en effecten op het Dommeldal niet wijzigen ten opzicht van het ‘oude plan’. Hierdoor kan de begrenzing van de aanduiding Attentiegebied NNB worden gewijzigd, in die zin dat deze op de grens van het plangebied (de wegen Wettenseind, Vorsterdijk en Boord) gelegd kan worden (zie figuur 7). In paragraaf 3.3 is een nadere toelichting gegeven op de waterhuishoudkundige situatie. Legenda: Plangebied NW Wijzigen begrenzing Attentiegebied NNB
figuur 7.
2.5
Plangrens Nuenen West (herijkte plan) en huidige begrenzing Attentiegebied NNB.
Opgave 4: logische stedenbouwkundige opzet
De feitelijke grens van de wijk Nuenen West wijzigt niet met de herijking. Deze is in de oorspronkelijke plannen gelegd op de bestaande lintstructuur in het gebied: Boord, Vorsterdijk en Wettenseind vormen de bestaande oude linten die de begrenzing van Nuenen West, en daarmee de stedelijke structuur van Nuenen, markeren (aan de oostzijde sluit Nuenen West aan op de bestaande woonwijken en het bedrijventerrein Pinckart en Berkenbosch). Deze begrenzing blijft gehandhaafd. Wat wel wijzigt, is de invulling van het plangebied binnen deze begrenzing: daar waar in de oorspronkelijke plannen een grootschalige groenstructuur aan de westzijde was bedacht, is in de herijking gekozen voor een ruimtelijke opzet waarin het stedelijk weefsel en de bebouwing tot aan de bestaande linten komt (vergelijk de herijking in figuur 2 met het oorspronkelijke plan in figuur 1). De oude linten Boord, Vorsterdijk en Wettenseind worden, evenals de Dubbestraat en Opwettenseweg in het plangebied, meer nadrukkelijk onderdeel van Nuenen West en de identiteit van de oude linten wordt meer nadrukkelijk als landschappelijke drager gebruikt in de ontwikkeling van het stedelijk weefsel. Langs de randen van het plangebied blijven de oude linten de grens vormen tussen het stedelijk gebied van Nuenen en het omliggende buitengebied.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 15 van 63
Vanuit deze opzet is het dan ook logisch, om het de begrenzing van het Bestaand stedelijk gebied op de oude linten te leggen. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie, waar de begrenzing van het Bestaand stedelijk gebied globaal de grens volgt tussen de (uit te werken) bouwvelden en de (uit te werken) grootschalige groenstructuur (zie figuur 3), maar waar de begrenzing niet ligt langs logische bestaande ruimtelijke structuren. Immers: het onderscheid in bouwveld en grootschalig groen wordt alleen gemaakt in het oude bestemmingsplan maar zijn niet afgeleid van bestaande ruimtelijke of landschappelijke structuren. Het voorstel is dan ook, om de begrenzing van het Bestaand stedelijk gebied in westelijke richting te wijzigen, zodat deze tot op de bestaande oude linten Boord, Vorsterdijk en Wettenseind loopt. In figuur 4 is dit weergegeven.
2.6
Opgave 5: verantwoording vanuit lagenbenadering Bij de afweging van gebieden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in Noord-Brabant wordt de lagenbenadering gehanteerd. De lagenbenadering gaat uit van drie lagen. De onderste laag wordt gevormd door de bodemtypologie, de geomorfologie en het watersysteem en de hiermee samenhangende natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische (landschaps)waarden. Het grote belang van de onderste laag vindt zijn oorzaak in de lange reproductietijd en daarmee de onvervangbaarheid van deze waarden en systemen. De tweede laag wordt gevormd door de infrastructuur. Deze laag, met belangrijke weg-, spoor- en waterverbindingen, is – evenals de onderste laag – sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. De derde en bovenste laag bestaat uit het ruimtegebruik voor wonen, werken, landbouw en recreatie. Dit wordt ook wel de occupatie genoemd. De lagenbenadering is een werkwijze om ruimtelijke keuzen te onderbouwen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren.
figuur 8.
Lagenbenadering.
Om de mogelijkheden te onderzoeken om de begrenzing van het Bestaand stedelijk gebied ‘op te schuiven’ richting de bestaande wegen Boord, Vorsterdijk en Wettenseind, is een analyse van het gebied gemaakt met behulp van de lagenbenadering. Bijlage 1 bevat de resultaten van deze analyse. Uit de lagenbenadering blijkt, dat de bestaande structuur van historische linten (Boord, Vorsterdijk en Wettenseind) een logische begrenzing in het landschap vormt voor de stedelijke ontwikkeling van Nuenen West. Vanuit de lagenbenadering bezien, is het dan ook logisch (en wenselijk) om de begrenzing van het Bestaand stedelijk gebied te wijzigen: er wordt dan aangesloten bij bestaande ruimtelijke structuren. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige begrenzing, die is gebaseerd op het oude ruimtelijke plan voor Nuenen West en die geen relatie met het huidige landschap heeft.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 16 van 63
3
Uitwerking binnen de wijk Nuenen West
Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, zijn de opgaven ten aanzien van de wijziging begrenzing Bestaand stedelijk gebied (inclusief kwaliteitsverbetering van het landschap) en het Attentiegebied NNB in de planvorming voor de herijking integraal opgepakt. Er is in deze notitie onderscheid gemaakt tussen de maatregelen/ingrepen die plaats vinden buiten het plangebied van Nuenen West (in het Dommeldal) en binnen het plangebied. In dit hoofdstuk is toegelicht welke zaken binnen het plangebied gelden. Het gaat hierbij concreet om de volgende aspecten: • Behouden van waardevolle elementen binnen het plangebied (de situatie in het Kleine Dommeldal, ten westen van het plangebied, komt in hoofdstuk 4 aan bod); • Stedenbouwkundige opzet en planologisch kader binnen het plangebied; • Uitwerking van de waterhuishoudkundige situatie.
3.1
Waardevolle elementen binnen de wijk Nuenen West
Ten behoeve van deze notitie is door Antea Group een veldinventarisatie uitgevoerd naar aanwezige groene en blauwe waarden, gelegen buiten het Bestaand stedelijk gebied en buiten het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Dit onderzoeksgebied valt samen met de nu aanwezige Groenblauwe mantel (GBM) binnen het plangebied (zie Bijlage 2 voor deze inventarisatie). In de veldinventarisatie zijn in totaal 16 groene waarden gedefinieerd (blauwe waarden zijn in de inventarisatie niet gevonden binnen het plangebied). Deze kunnen worden ingedeeld in vlakelementen/gebiedjes en lijnelementen. In figuur 9 en tabel 2 zijn deze weergegeven. Legenda:
Plangebied NW Begrenzing onderzoeksgebied Waardevolle vlakelementen Waardevolle lijnelementen
4.
7.
figuur 9.
Waardevolle elementen binnen het onderzoeksgebied. De nummers corresponderen met het overzicht in tabel 2.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 17 van 63
5: Vruchtbomen bij Vorsterdijk
4: Houtsingel bij Dubbestraat
5: Vruchtbomen bij Vorsterdijk
3: Beukenhaag langs Dubbestraat
figuur 10.
Impressie groene elementen in het plangebied.
Nr. Type 1. Bosschage 2. Verspreide bomen 3. Beukenhaag 4. Houtsingel 5. Bomenrij vruchtbomen 6. Bomen en heesters 7. Haag 8. Bomenrij (populieren) 9. Bomenrij (knotwilgen) 10. Bomenrij (populieren) 11. Bosschage 12. Haag met bomen 13. Bosschage 14. Bomenrij 15. Heg 16. Haag met bomen Totaal: tabel 2.
Lengte (m)
Te handhaven
81 m 46 m 184 m 202 m 42 m 81 m 100 m 183 m
81 m 0m 184 m 52 m 0m 81 m 57 m 183 m
165 m
0m
52 m 29 m 82 m 1.248 m
52 m 29 m 59 m 779 m
Oppervlak (m2) 3.398 m2 12.204 m2
Te handhaven 0 m2 5.044 m2
2.899 m2
0 m2
2.680 m2
2.680 m2
21.181 m2
7.724 m2
Waardevolle elementen binnen de GBM binnen het plangebied (zie figuur 9 voor de ligging).
De geïnventariseerde elementen betreffen allen lijnelementen langs bestaande linten en langs bestaande (huis)kavels, de vlakelementen betreffen allen groenopstanden op (particuliere huis)kavels. Een deel van deze waarden blijft behouden. Het gaat om vlakelementen die gelegen zijn op bestaande, te handhaven (woon)kavels en lijnelementen langs de perceelsgrenzen van te handhaven kavels en infrastructuur. Concreet gaat het om minimaal 5.045 m2 aan verspreide bomen in nr. 2, de bosschage nr. 13 en de houtsingels, hagen en bomenrijen nrs. 3 t/m 5, 8 t/m 10 en 14 t/m 16 (de bosschages in nr. 1 en 11 worden zoveel mogelijk behouden door inpassing van bebouwing, maar dit is nog niet meegenomen in deze opzet omdat exacte oppervlaktes nog niet bekend zijn). Doordat het herijkte plan (meer dan in het verleden) de bestaande kavels en lintstructuren respecteert, kunnen deze elementen gehandhaafd blijven. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de toekomstwaarde nog nader in kaart gebracht moet worden, concreet: zijn deze groene elementen nog gezond genoeg om meerdere jaren te blijven? De bosschages nr. 1 en 11, een deel van de verspreide bomen in nr. 2 en de bomenrijen en hagen nr. 6, 7 en 12 kunnen naar verwachting niet gehandhaafd worden (over 1 en 11 is dus nog onzekerheid).
Voor de vlakelementen gaat het hier in totaal om 6.297 m2 bosschage, 7.159 m2 aan verspreide bomen en 409 m aan hagen en bomenrijen. Uiteindelijk zal dit verlies aan waardevolle structuren echter weer gecompenseerd worden met
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 18 van 63
nieuwe structuren, die in de zone langs de Vorsterdijk en Wettenseind gerealiseerd worden. In de navolgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan. Het behoud van de te handhaven waardevolle elementen is geborgd in het nieuwe bestemmingsplan. In de beleidsregel ‘landschap, ecologie en biodiversiteit’ is bepaald dat de te handhaven elementen in stand gehouden moeten worden (gebodsbepaling). Indien deze elementen toch verwijderd dienen te worden, bijvoorbeeld door ziekte / ouderdom of vanwege de stedelijke ontwikkeling, dan dient aangetoond te worden dat kap noodzakelijk is en dient het gekapte gecompenseerd te worden, bij voorkeur op dezelfde locatie.
3.2
Stedenbouwkundig en planologisch kader
Zoals in hoofdstuk 1 en 2 kort is aangegeven, is er reeds in verkennende gesprekken met de provincie gesproken over de stedenbouwkundige principes en het creëren van een goede landschappelijke overgang naar het Dommeldal. In het herijkte plan zijn twee principes gedefinieerd die hierin de leidraad vormen: • Het handhaven, inpassen en versterken van de bestaande lintenstructuur; • Het creëren van een geleidelijke overgang van stedelijk-dorps woongebied naar het Dommeldal, door het gradueel verlagen van de dichtheden van oost naar west in het plangebied.
Geleding in dichtheden en verschijningsvorm bebouwing In het Masterplan en Beeldkwaliteitsplan “Nuenen West = Dorps geluk” zijn deze principes uitgewerkt. Dit Masterplan is onderdeel van de nieuwe SOK tussen gemeente en BPD en zal met het nieuwe bestemmingplan worden vastgesteld door de raad. De geleidelijke overgang van het dorp naar het Dommeldal komt primair tot uitdrukking in de dichtheden die voor de verschillende bouwvelden zijn bepaald. De dichtheden zijn zo opgebouwd, dat er een afbouw is van dichtheden: van 30-35 won/ha aan de oostzijde tegen de bestaande kern van Nuenen naar 1824 won/ha aan de westzijde en 10-20 won/ha langs de bestaande linten, waaronder Vorsterdijk en Wettenseind. De bestaande, veelal grote en groene woonkavels langs deze linten (dichtheid ca. 2-11 won/ha, zie figuur 11) blijven nadrukkelijk gehandhaafd; nieuwe ontwikkelingen moeten in karakter hierop aansluiten. Langs de Europalaan is een smalle zone met hoge dichtheden gepland; dit om de ‘toegangslaan’ van Nuenen karakter te geven en tegelijk om een dichte bebouwing toe te staan zodat een robuuste buffer ontstaat voor geluid vanaf de Europalaan. In figuur 11 is dit weergegeven.
Deze geleding in dichtheden, die ook is verankerd in het nieuwe bestemmingsplan herijking (zie hoofdstuk 5), zorgt er voor dat er in hoeveelheid bebouwing, maar ook in stedelijk gebruik van het gebied, een afname van stedelijkheid richting Dommeldal ontstaat. De geleding wordt begrensd door rustige, landelijke woonlinten richting Dommeldal: langs de Vorsterdijk en Wettenseind (en in de toekomst ook Boord), welke in de toekomst primair zijn bedoeld voor langzaam verkeer en bestemmingsverkeer, is een lage dichtheid van 10-20 won/ha voorgestaan. Ook zaken als bouwhoogte en uitstraling sluiten hier goed aan op het Dommeldal en op de bestaande kavels langs de Vorsterdijk en het Wettenseind: in het Masterplan is voorgeschreven dat hier een landelijk karakter wordt gerealiseerd, onder andere tot uiting komend in: • Individuele vrijstaande woningen of twee-onder-één-kap woningen, met kleine korrel en introvert karakter; • 1 tot 1,5 bouwlaag met kap (en max 20% 2 lagen met kap), kappen overwegen in de langsrichting en in een hoek van 35 – 45 graden; • Een wisselende rooilijn, minimaal 3 m vanaf de erfgrens; • Erfafscheidingen worden gevormd door hagen (geen muren of schuttingen). Voor een nadere uitwerking van het stedenbouwkundige plan en het beeldkwaliteitskader wordt verwezen naar het Masterplan “Nuenen West = Dorps Geluk”.
Een ander belangrijk element in het herijkte plan is het toepassen van de ‘groene vingers’. Deze grootschalige groenstructuren zorgen ervoor dat de landschappelijke en groene kwaliteiten van het Dommeldal het plangebied ingebracht kunnen worden. De groene vingers krijgen deels een stedelijk karakter, d.w.z. bedoeld voor recreëren, wijkactiviteiten en speelplekken en deels voor wateropvang (wadi’s, zie ook paragraaf 3.3). De groene vingers hebben echter een dusdanig grote omvang (de drie parken ten zuiden van de Europalaan hebben een oppervlak van 1,54 ha, 3,02 ha en 1,38 ha) dat hier een meer robuuste, landschappelijke inrichting is voorzien. Dit in tegenstelling tot de kleinere parkjes en brinkjes binnen de bouwvelden, waar het groen een echt stedelijk karakter krijgt.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 19 van 63
Legenda: Plangebied NW Gebied buiten BSG 35-50 won/ha 30-35 won/ha 18-24 won/ha 10-20 won/ha Groene vingers Te handhaven kavels 5 won/ha 3 won/ha 8 won/ha 2 won/ha
4 won/ha
3 won/ha 10 won/ha 11 won/ha 6 won/ha
figuur 11.
4 won/ha
Dichtheden woonbebouwing conform Masterplan. NB het deel ten noorden van de Europalaan kent een uitwerkingsplicht in het nieuwe bestemmingsplan herijking; in het Masterplan is dit deel indicatief ingetekend. Bij de te handhaven kavels langs de Vorsterdijk en Wettenseind is de dichtheid van de bestaande kavels weergegeven.
Verbinding tussen Nuenen West en het landschap van het Kleine Dommeldal Daarnaast worden, op die plekken waar de nieuwe wijk direct grenst aan het landschap van het Kleine Dommeldal, specifieke woonmilieus gecreëerd die aansluiten op en verbinding maken met het landschap. Niet overal langs de westrand van de wijk is deze aansluiting op het omliggende landschap (met name het Kleine Dommeldal) aanwezig. Dit komt door aanwezige bebouwing langs de Vorsterdijk en het Wettenseind: binnen het plangebied gaat het om diverse bestaande (en te handhaven) woonkavels, buiten het plangebied liggen enkele woningen en (agrarische) bedrijven. Grofweg zijn er in de relatie Nuenen West – Kleine Dommeldal twee zones die dusdanig bebouwd zijn, dat een goede verbinding tussen wijk en landschap niet goed te maken zijn. In figuur 12 zijn deze met een rode pijl en de letter ‘a’ weergegeven. Tevens zijn er twee zones, waar de relatie wel goed te maken is (zie de groene pijlen in figuur 12): • Tussen Europalaan en Opwettenseweg wisselen bestaande (te handhaven) woonkavels en nieuwe wijk elkaar af in de rand van het plangebied (‘b’ in figuur 12). Hier is, naast de geplande groene vingers, ruimte voor een ontwerpopgave om de rand van de wijk goed aan te laten sluiten aan het landschap, waarbij bestaande kavels en nieuwe ontwikkelingen in een fijne korrel een plek krijgen.
• Aan de zuidzijde van het plangebied is een robuuste zone, waar het (open) landschap tussen de bestaande bebouwing en sportcomplex Wettenseind aan sluit op de wijk. Hier is ruimte om, aansluitend aan de groene vinger, een zone in te richten met een geleidelijke overgang tussen het landschap en de nieuwe wijk.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 20 van 63
a.
b.
Legenda: Plangebied NW Bestaande (woon)kavels Geplande groene vingers Verbinding met landschap Geen verbinding met landschap figuur 12.
a.
c.
Bestaande (woon)kavels, groenstructuren en zones met/zonder verbinding tussen wijk en landschap.
In de zones, waar een verbinding met het landschap mogelijk is, zijn in het Masterplan / Beeldkwaliteitsplan specifieke verbijzonderingen / woonmilieus toegevoegd; de zogenaamde ‘Landelijke Ensembles’. Op deze plekken wordt middels ‘landschapsbouw’ een ontwikkeling van de wijk met een bijzonder landschappelijk karakter voorzien. In figuur 13 zijn deze locaties weergegeven. Hiervoor is de opzet als volgt bepaald: • Op locatie A worden een viertal ruime ‘boskavels’ ontwikkeld in de bestaande bosschage (zie ook figuur 9). Dit zijn grote kavels (ca. 600 m2 per kavel) waarop tussen de bestaande houtopstand een vrijstaande woning mogelijk is. • Een vergelijkbare opzet wordt toegepast op locatie C; hier wordt in de strook tussen het park en de te handhaven kavel een drietal grote, groene kavels voorzien (ca. 1.000 m2 per kavel). • De locaties B, D en E zijn iets grootschaliger. Voor deze locaties wordt in een ruime, groene en landschappelijke opzet voorzien volgens het principe van ‘boerenerven’: een clustering van enkele woningen (in de vorm van een boerderij met enkele schuren), in een informele, groene en landschappelijke setting waarbij private kavels en openbaar gebied een geleidelijke overgang kennen. De bestaande te handhaven, maar oorspronkelijk wegbestemde panden op locaties B en D worden in deze opzet meegenomen.
Navolgend wordt nader ingegaan op de opzet van deze ‘boerenerven’.
Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West - D1.1
Pagina 21 van 63
A. B. C. D.
Legenda: Plangebied NW Bestaande (woon)kavels Geplande groene vingers Landelijke ensembles figuur 13.
E.
Locaties landelijke ensembles in de rand van de wijk.
De landelijke ensembles dragen bij aan een natuurlijker verloop van de overgang tussen de nieuwe wijk en het Dommeldal. Deze hotspots zijn gesitueerd langs de linten van de Vorsterdijk en het Wettenseind in de zones met een direct raakvalk met het Dommeldal. Om het natuurlijk verloop tastbaar te maken wordt in deze zones ingezet op behoud en versterking van het aanwezige landschappelijke groen in combinatie met een nieuwbouwontwikkeling in een gemiddeld lage dichtheid. Met onalledaagse verkavelingen, waarin collectiviteit en groen en ruimte de hoofdrol hebben, bieden deze hotspots plaats aan wonen of bijzondere voorzieningen als een buurtschuur, een woonservicezone of een zorglandgoed. De sfeer kan variëren van een boerenerf waarop als op een palet de bouwvolumes zijn geprojecteerd, tot een boomgaard waarin de opstallen door fruitbomen omgeven en ruimtelijk ingekaderd zijn. Het groen in deze zones is robuust en landschappelijk van aard en het assortiment sluit naadloos aan bij de gebiedseigen soorten in het Dommeldal. Daarmee wordt het landschap van het Dommeldal tastbaar de nieuwe wijk ingetrokken. Om verder recht te doen aan de landelijke sfeer zijn de nieuwe gebouwensembles organisch en afwisselend van aard, maar desondanks toch als eenheid herkenbaar.