2021-18 RV Bijlage 01 Geannonimiseerde nota van zienswijzen
Tekst van het document
90
Geen aanpassing.
voorzien. Daarbij is het verdwijnen van het landelijk gebied ten faveure van de ontwikkeling van de woonwijk een zorgvuldig afgewogen beleidskeuze van de gemeenteraad geweest. Met zowel de directe in het bestemmingsplan opgenomen regels alsook de indirecte in de beleidsregels ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ opgenomen ruimtelijke randvoorwaarden wordt de nieuwe bebouwing op een stedenbouwkundig verantwoorde wijze ingepast. Het Team Ruimtelijke Kwaliteit en de supervisor hadden en hebben daarbij steeds de rol gehad om die ruimtelijke kwaliteit te bewaken. Ten aanzien van de overgang tussen de nieuwe woonwijk en de bestaande woonwijk geldt dat met de plannen voor Nuenen West voorzien wordt in de ontwikkeling van een woonwijk die qua karakter aansluit op de bestaande woonwijk Krommenakker. Ook wordt voorzien in een adequate en aantrekkelijke overgang tussen beide wijken. Met betrekking tot de maximaal toegestane bebouwingshoogte van 14 meter is het goed te weten dat voor het gebied grenzend aan het Poelakkerpad in de beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ aanvullend op de algemene regel met betrekking tot de bebouwingshoogte nog eisen worden gesteld met betrekking tot o.a.
dichtheden (dorps wonen: 30-35 woningen per ha), bouwhoogte (1-2 lagen met een kap, incidenteel 3 lagen met kap) en ligging van rooilijnen waarbij wel degelijk rekening is gehouden met de aangrenzende wijk en dus is geborgd dat de nieuw te bouwen woningen daar op een verantwoorde manier op aansluiten. Een deel van de bestaande wijk Keizershof is ten onrechte opgenomen in het bestemmingsplan. Als gevolg daarvan zal een belangrijke groene, parkachtige zone op onacceptabele wijze aangetast worden. Gevraagd wordt om garantie dat de nieuwe plannen achter de (bestaande) greppel zullen blijven (ook i.v.m. afvoercapaciteit regenwater). Planregels en/of beleidsregels bieden geen garantie dat geen wateroverlast zal optreden.
91
De groenzone ligt grotendeels buiten de grens van het bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’ en Geen aanpassing. blijft daarmee in stand omdat het bestemmingsplan strikt en alleen gaat over de gronden in het plangebied. Voor wat betreft het zeer kleine deel van de groenzone die in plangebied van het bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’ ligt, geldt dat de exacte vormgeving van de groenzone een uitvoeringsaspect is en bepaald wordt bij het maken voor van de plannen voor dit deel van het plangebied. De ontwikkeling van Nuenen West, in casus het bouwen van woningen is mogelijk in alle bestemmingen die de bouw van woningen toestaan. De exacte situering van nieuwe woningen wordt bepaald bij de verdere uitwerking van de plannen voor de desbetreffende gronden. De garantie dat nieuwe plannen ‘achter de greppel’ zullen blijven kan niet op voorhand geboden worden. Uiteraard vindt de ontwikkeling op een zodanige manier plaats dat wettelijke normen voor de milieukwaliteit en het leefklimaat nergens overschreden worden. Hierbij wordt ook het watersysteem van de bestaande wijk in acht genomen. Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan is ook de wateropgave die met de ontwikkeling van Nuenen West gemoeid is in acht genomen. De wateropgave is uitgewerkt in het rapport ‘Wateropgave Herijking Nuenen West’ dat bij het bestemmingsplan gevoegd is.
Uit dit rapport blijkt dat het water van het bestaande woongebied vandaan wordt gevoerd. De afvoer van het water van het bestaande woongebied af is tevens geborgd in de beleidsregel ‘Water’. De regels van het bestemmingsplan verplichten tot naleving van die beleidsregel. Wateroverlast wordt daarmee voorkomen. De genoemde greppel is niet essentieel voor het functioneren van het watersysteem van Nuenen West. Bezwaar wordt gemaakt tegen bebouwing in hogere dichtheden grenzend aan de woningen Krommenakker 11-19 en het Kempke 12-14 met een abrupte overgang van bestaande naar nieuwe woningen.
92
Als gevolg van de ontwikkeling van Nuenen West verandert het karakter van het plangebied van een agrarisch gebied naar een woonwijk. Overigens was de ontwikkeling van de wijk, ook in de nabijheid van de woning van indiener zienswijze, in het bestemmingsplan uit 2008 reeds voorzien. Daarbij is het verdwijnen van het landelijke gebied ten faveure van de ontwikkeling van de woonwijk een zorgvuldig afgewogen beleidskeuze van de gemeenteraad geweest. Met zowel de directe in het bestemmingsplan opgenomen regels alsook de indirecte in de beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ opgenomen ruimtelijke randvoorwaarden wordt de nieuwe bebouwing op een stedenbouwkundig verantwoorde wijze ingepast. Het Team Ruimtelijke Kwaliteit en de supervisor hadden en hebben daarbij steeds de rol gehad om die ruimtelijke kwaliteit te bewaken. Voor wat betreft de overgang geldt dat met de ontwikkeling van Nuenen West voorzien wordt in een geleidelijke overgang tussen de kern van Nuenen en het landelijk gebied om Nuenen West heen. Die overgang krijgt vorm door in de delen van het plangebied die grenzen aan de bestaande kern van Nuenen hogere woningdichtheden toe te staan dan aan de randen van het plangebied die grenzen aan het landelijk gebied. De Laan door de Panakkers/Dorpslaan vormt een indicatieve grens tussen deze delen.
Hiermee is een beleidsmatige keuze gemaakt voor het toestaan van hogere bebouwingsdichtheden nabij de bestaande kern van Nuenen West. Naleving van de beleidsregels wordt geborgd door de regels van het bestemmingsplan. Overigens was deze keuze reeds voorzien in het bestemmingsplan uit 2008. Geëist wordt dat een redelijke strook (zoals aangegeven in zienswijze) grenzend aan de bestaande wijk zal worden bebouwd met vrijstaande woningen die zowel qua verkaveling als te realiseren bebouwing wordt afgestemd op de bestaande wijk. Vast te leggen in een convenant met recht op inspraak voor bewoners van aangrenzende woningen EN dat vóór vaststelling van het bestemmingsplan.
93
Geen aanpassing.
Zoals reeds aangegeven wordt bij de planvorming voor Nuenen West zoveel mogelijk rekening gehouden met de belangen van bestaande bewoners, dat geldt ook voor de wijze waarop nieuwbouwplannen aansluiten op het bestaande bebouwd gebied. De wens tot het vastleggen van nadere afspraken in een convenant wordt daarom niet ingewilligd. Als indieners van deze zienswijze(n) toch van mening zijn dat er sprake is van aantasting van hun woongenot en dat dit een negatief effect heeft op hun vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt.
Geen aanpassing.
Wegenstructuur in ontwerpbestemmingsplan wijkt af van hetgeen tijdens informatiebijeenkomst is gepresenteerd. Tijdens bedoelde informatieavond is een versimpelde tekening de wegenstructuur gepresenteerd. Daarbij zijn de belangrijkste elementen van de wegenstructuur weergegeven. In het ontwerpbestemmingsplan is de wegenstructuur meer in detail uitgewerkt. De informatie die tijdens de informatiebijeenkomst gegeven is, moet gezien worden als een samenvatting van de informatie uit het bestemmingsplan. Op detailniveau gaf dat verschillen. Het bestemmingsplan (en verbeelding) is hier echter leidend in. Zoals hiervoor op pagina 31 van deze nota al is aangegeven is verder vanaf
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur
eind 2019 de interne ontsluitingsstructuur nadrukkelijk onderwerp van discussie geweest. Uiteindelijk heeft dat geleid tot de ontsluitingsstrutuur die nu in het vast te stellen bestemmingsplan is
vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in
94
vastgelegd. In het als bijlage 4 bij de toelichting van het bestemingsplan gevoegde ‘Onderzoek ontsluiting Nuenen-West’ zijn die nader geduid en gemotiveerd.
het masterplan opgenomen.
Bezwaar wordt gemaakt tegen de functie en ligging van de ontsluitingsweg zoals weergegeven in het ontwerpbestemmingsplan omdat: • • • • •
Deze te dicht is gelegen op de bestaande woonwijk met alle gevolgen van dien voor het woon/ en leefklimaat voor woningen ter hoogte van Krommenakker 11-19; Door projectontwikkelaar wordt gesteld dat zij een andere ontsluiting voor ogen hebben; De bestaande wegenstructuur waarop deze ontsluiting aantakt daar totaal niet op berekend is; Als gevolg van het beoogde autoluw maken van de Opwettenseweg deze route nog meer verkeer zal aantrekken: Onduidelijk is hoe deze weg buiten het plangebied gaat aantakken.
In het ontwerpbestemmingsplan zoals dat in 2019 ter inzage heeft gelegen is de verkeerskundige structuur van het vastgestelde bestemmingsplan uit 2008 overgenomen. Dat is inclusief het destijds in dat plan opgenomen tracé voor de Dorpslaan en inclusief de intentie om de Opwettenseweg verkeersluw of autovrij te maken. In het stedenbouwkundig verkavelingsplan (Masterplan ‘NuenenWest=Dorps Geluk’) is daarom ook geen geluidszone opgenomen bij de Opwettenseweg en is voor wat betreft de toekomstige inrichting van die weg ook geopteerd voor een bij een dergelijke weg passende inrichting. In het ontwerpbestemmingsplan is overigens wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het in beginsel mogelijk maakt om ook nog voor een andere verkeerskundige structuur te kiezen. Door een in zijn vergadering van 12 december 2019, bij de vaststelling van de modules Mobiliteitsbeleid, aangenomen amendement heeft de gemeenteraad aangegeven voortschrijdend
95
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.
inzicht te hebben over met name het open houden van de Opwettenseweg voor (doorgaand) autoverkeer. In de periode daarna zijn daarover en in breder verband over de totale ontsluiting van Nuenen-West discussies gevoerd in de raad(scommissie), op grond van raadsinformatiebrieven en commissienotities. De gevoeligheid en complexiteit van dit onderwerp zijn verder tot uiting gekomen in een viertal dialoogsessies met onder andere ook deelname van belanghebbenden. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in het besluit van de gemeenteraad van 10 december 2020 waarbij de voorkeur is uitgesproken voor de hoofdontsluitingsstructuur van Nuenen-West conform voorstel BP/A en verfijning van dat voorstel aan het college is opgedragen. Tevens is in die vergadering een amendement aangenomen om de in dat amendement beschreven mogelijkheid voor de ontsluiting van Nuenen-West, als volwaardig alternatief te onderzoeken en met de raad te bespreken. In de periode daarna heeft deze verfijning plaatsgevonden. Rekening houdend met de positieve punten uit alle onderzochte varianten is een nieuwe variant ontstaan. Belangrijkste kenmerken van die variant zijn: - Gemotoriseerd verkeer van Nuenen-West tussen de Europalaan en de Opwettenseweg (fase 1) wordt ontsloten via de Europalaan. Het zuidelijke deel (fase 2) wordt aangesloten op Wettenseind.
- Doorgaand autoverkeer op de Laan door de Panakkers- Wettenseind wordt voorkomen (garandeert dus een rustige schoolomgeving en -routes) omdat de Laan door de Panakkers onderbroken wordt bij de Opwettenseweg. - Er ontstaat een verkeersluwe Opwettenseweg met uitstekende randvoorwaarden voor gebruik als intensieve fietsroute. Het sportpark blijft veilig bereikbaar het Dom-meldal wordt “recreatief” ontsloten.
96
Deze zogenaamde variant X scoort daardoor het beste op stedenbouw (verbinding met Nuenen), verkeer (veiligheid en fiets) en leefbaarheid (akoestiek). Voor een nadere motivering hierover wordt op deze plaats verwezen naar het ‘Onderzoek ontsluiting Nuenen-West’ die als bijlage 4 bij de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan is gevoegd. Bovendien sluit deze variant aan bij de toekomstvisie op lokale en regionale structuren voor mobiliteit. Om die reden is deze variant opgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan. Met betrekking tot de afwikkeling van verkeer buiten de plangrenzen is het goed te vermelden dat de gemeente samen met de provincie een studie Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen uitvoert. Logischere plek voor ontsluitingsweg voor zuidelijke deel is tussen Wetteneind 7 en 9. Zie hiervoor.
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.
Vanwege uitstellen van definitieve keuze over traject van de Dorpslaan kunnen indieners van de zienswijzen in een latere procedure worden verweten dat zij zich hebben geconformeerd aan de
97
aanleg van de Dorpslaan, zoals voorzien in het ontwerpbestemmingsplan. De Dorpslaan wordt ingericht als een 30 km/uur weg, maar dat zegt weinig of niets over de intensiteit van het gebruik van de weg. Ondanks de inrichting als een 30 km/uur weg kan die route voor het sluipverkeer nog steeds veel aantrekkelijker zijn dan de (beperkt aanwezige ) alternatieve routes. In het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan wordt een keuze gemaakt voor de ontsluiting van Nuenen-West. Met name het trace van de ‘Dorpslaan’ ligt daarin vast. Bij de gekozen ontsluitingsvariant wordt o.a.: - Gemotoriseerd verkeer van Nuenen-West tussen de Europalaan en de Opwettenseweg (fase 1) ontsloten via de Europalaan. Het zuidelijke deel (fase 2) wordt aangesloten op Wettenseind. - Doorgaand autoverkeer op de Laan door de Panakkers- Wettenseind voorkomen (garandeert dus een rustige schoolomgeving en -routes) omdat de Laan door de Panakkers onderbroken wordt bij de Opwettenseweg. Met de keuze voor deze ontsluitingsvariant wordt het gebruik van deze route voor doorgaand verkeer (en dus ook voor sluipverkeer) onmogelijk gemaakt.
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.
Gevraagd wordt om een cumulatieve calculatie van de geluidsbelasting en stikstofdiopxine en fijnstofwaarden op basis van het `Worst case` scenario bij realisering van de aangegeven ontsluiting van het zuidelijke deel (inclusief aansluiting op de A270). Op basis van de in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan opgenomen ontsluitingsvariant is nader onderzocht wat de gevolgen daarvan zijn voor geluid, stikstofuitstoot en fijnstofwaarden. In de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn die gevolgen beschreven. Daarbij is het goed om te vermelden dat voor de berekening van de verkeersproductie (zoals ook wettelijk is voorgeschreven) een periode van 10 jaar maatgevend is, met autonome groei en de gevolgen van Nuenen-West.
98
Geen aanpassing.
Wat is de verklaring voor de aangegeven geluidsoverlast rond het bestaande Poelakkerpad ter hoogte van percelen Krommenakker 19 en Het Kempke 14-12. De geluidbelasting op de gevels van genoemde adressen is grotendeels afkomstig van wegverkeer op de Krommenakker en Het Kempke zelf, deze wegen zijn opgenomen in het geluidmodel voor het onderhavig bestemmingsplan. Deze geluidbelasting wordt niet substantieel gewijzigd door de ontwikkeling van Nuenen West. Daarnaast is in de akoestische berekening langs de plangrens van Nuenen West een weg in de nieuwe wijk ingetekend en doorgerekend. Dit om in beeld te brengen wat hier de maximale akoestische effecten kunnen zijn. Het verkeer op deze weg is vergelijkbaar met het verkeer dat nu in de bestaande wijk over de wegen rijdt. De kaart met cumulatieve geluidbelasting vormt één van de bouwstenen voor een indeling in leefomgevingskwaliteiten in Nuenen West, niet buiten Nuenen West. Onderkend wordt dat op basis van de VNG-publicatie de wijk Krommenakker/Het Kempke gecategoriseerd kan worden als een zogenoemde rustige woonwijk. De voorgenomen ontwikkeling van Nuenen West voorziet in de ontwikkeling van een rustige woonwijk die grenst aan die wijk. Het woon- en leefklimaat van de wijk wordt dus niet aangetast door de ontwikkeling van Nuenen West.
De ontwikkeling van een woonwijk grenzen aan de Krommenakker was overigens al voorzien in het ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ uit 2008. De geactualiseerde berekeningen, die zijn gebaseerd op de uiteindelijk in het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen ontsluitingsvariant, zijn overigens als bijlage 10 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd en daarmee voor iedereen raadpleegbaar. Onduidelijk is of het Poelakkerspad met o.a oude eikenbomen zal worden gehandhaafd. Tegen verdwijnen daarvan wordt bezwaar gemaakt. Het verloren gaan van het karakteristieke Poelakkerpad, met beeldbepalende eiken leidt tot waardevermindering van Wettenseind 11.
99
Geen aanpassing.
De exacte vormgeving van het Poelakkerpad is een uitvoeringaspect en wordt bepaald bij het maken van de plannen voor dit deel van het plangebied. In ieder geval geldt dat het Poelakkerpad een rand van Nuenen West en een overgang tussen de nieuwe wijk en een bestaande woonwijk vormt. Het Poelakkerpad zelf ligt buiten het plangebied van Nuenen West. De overgang tussen die twee wijken is in het masterplan ‘Nuenen West = Dorps Geluk’ voorzien als een groene zone. In de verdere planvorming voor deze zone wordt onderzocht welke bomen behouden kunnen blijven. Dit zal in ieder geval gelden voor de bomen aan de oostzijde van het Poelakkerpad. Bestaande bomen, zeker als deze waardevol zijn, worden zoveel als mogelijk behouden. Toch kan het voorkomen, dat de kosten voor het behouden van een boom niet opwegen tegen de waarde van die boom. Voor de kap van bomen kan een kapvergunning nodig zijn waarin een herplantplicht opgelegd kan worden. Als indieners van deze zienswijze(n) van mening zijn dat er sprake is van aantasting van hun woongenot en dat dit een negatief effect heeft op hun vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt.
Geen aanpassing.
Uitwerking gebied ten zuiden van Opwettenseweg is niet volledig uitgewerkt. De ontwikkeling van Nuenen West verloopt gefaseerd. Het gebied ten zuiden van de Opwettenseweg vormt fase 2 van de ontwikkeling van Nuenen West. Fase 2 wordt pas ontwikkeld nadat fase 1 (ten noorden van de Opwettenseweg) vergund is. Om die reden zijn de plannen voor
100
Geen aanpassing.