CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-18 RV Bijlage 01 Geannonimiseerde nota van zienswijzen

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West29.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

59

Geen aanpassing.

In het kader van het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan heeft zowel een geluidsonderzoek als een luchtkwaliteitsonderzoek plaatsgevonden. Naar aanleiding van de uiteindelijk gekozen ontsluitingsstructuur zijn deze onderzoeken geactualiseerd. De belangrijkste onderdelen van deze onderzoeken zijn benoemd in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 5.1 en paragraaf 5.4). De volledige onderzoeken zijn als bijlagen bij de toelichting gevoegd en daarmee voor eenieder raadpleegbaar. Beide onderzoeken voldoen aan de relevante wet- en regelgeving en geven een adequaat beeld van de geluidhinder en luchtkwaliteit op het desbetreffend perceel.

Geen aanpassing. Wel zijn de onderzoeken aangepast n.a.v. de in het bestemmingsplan opgenomen ontsluitingsvariant

Ten onrechte is op perceel van indiener zienswijze de dubbelbestemming ‘archeologische waarden’ gelegd. Rekening houdend met reeds lange tijd plaatsvindende gebruik (en ook rekening houdend met bestaande jurisprudentie) is het niet aannemelijk dat er sprake is/kan zijn van archeologische waarden. Er is ook sprake van strijd tussen toelichting bestemmingsplan en regels. Voor het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan heeft een onderzoek naar archeologische waarden in de bodem van het plangebied plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan is voor het plangebied een kaart gemaakt met de archeologische verwachtingswaarden. Die kaart geeft aan op welke locaties in het plangebied mogelijk nog archeologische resten in de bodem aanwezig zijn en vormt het uitgangspunt voor verder onderzoek in het plangebied. Gelet op de reeds uitgevoerde onderzoeken is proefsleuvenonderzoek noodzakelijk om te toetsen of er daadwerkelijk archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het toekennen van deze dubbelbestemming niet automatisch betekent dat er voorafgaand aan iedere bodemingreep archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Onderzoek is bijvoorbeeld alleen nodig als een bodemingreep dieper dan 30 centimeter onder maaiveld reikt en/of wanneer de oppervlakte van de ingreep groter is dan 1.000 vierkante meter.

60

Geen aanpassing.

Ten aanzien van de strijdigheid tussen toelichting en regels van het bestemmingsplan wordt opgemerkt dat de regels bepalen dat als uit proefsleuvenonderzoek blijkt dat de bodem geen archeologische waarden bevat de dubbelbestemming waarmee de bescherming van die waarden beoogd wordt kan vervallen. In de toelichting staat dat de dubbelbestemming vervalt zodra op basis van proefsleuvenonderzoek aangetoond kan worden dat de bodem geen archeologische waarden bevat. Hier wordt hetzelfde bedoeld, het onderzoek is noodzakelijk voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Zonder onderzoek kan de wijzigingsbevoegdheid niet benut worden. Benutting van de wijzigingsbevoegdheid volgt overigens pas nadat het bevoegd gezag ingestemd heeft met de resultaten van het onderzoek. Er is geen sprake van strijdigheid tussen de regels en toelichting van het bestemmingsplan. Om het plan zo duidelijk mogelijk te maken zal een en ander in de toelichting met andere woorden beschreven worden. I.

Voorgestelde wijziging begrenzing stedelijk gebied betekent dat grasveld naast woning aan de Opwettenseweg 128 verandert van een groenbestemming naar een woonbestemming (met mogelijkheden voor een of meerdere woningen met evt. kleinschalige andere functies). Daarmee is geen sprake van goede ruimtelijke ordening. De voorgestelde wijziging van de begrenzing van het stedelijk gebied en de daarmee gepaard gaande wijziging van de bestemming betekent voor onderhavig grasveldje inderdaad dat de bouw van (een) woning(en) mogelijk wordt gemaakt. Binnen die bestemming is behoud van het grasveldje in beginsel overigens ook mogelijk. Of op het perceel woningen gebouwd gaan worden, zal worden bezien tijdens de verdere planvorming voor deze gronden. Daarbij zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met belangen van bestaande bewoners. Het eventueel verlies van het grasveldje (en daarmee een deel van de als de groenblauwe mantel aangeduide grond) wordt echter gecompenseerd door een investering in de kwaliteit van het Dommeldal. De wijze waarop deze

61

Geen aanpassing.

investering plaatsvindt, is beschreven in de rapportage ‘Verzoek tot wijziging begrenzingen Verordening ruimte Nuenen West’. Naleving van de maatregelen die in deze rapportage beschreven zijn wordt afgedwongen door de regels van het bestemmingsplan (artikel 16). Overigens was ook in het bestemmingsplan uit 2008 reeds een stedelijke ontwikkeling langs het perceel van indiener zienswijze voor een deel van het betreffende grasveld mogelijk gemaakt. Het grasveld is inderdaad ook geschikt (te maken) om als groenveld/pluktuin te gaan functioneren maar biedt vanuit stedenbouwkundig perspectief bezien ook mogelijkheden om op een markante wijze ontwikkeld te worden. Als daarvoor wordt gekozen en de bestaande, in openbaar gebruik zijnde groenstrook verdwijnt, zal in de wijk en dus ook in de directe omgeving van indieners van deze zienswijze, worden voorzien in andere groengebieden en speelvoorzieningen waar buurtkinderen gebruik van kunnen maken. Gevreesd wordt voor waardedaling woning. Als indiener van deze zienswijze(n) toch van mening is dat er sprake is van aantasting van zijn woongenot en dat dit een negatief effect heeft op zijn vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt. J.

Toegestane bouwhoogte in woongebied 2 van 14 meter is in omgeving van Opwettenseweg 193 niet wenselijk. Een onderscheid in deelgebieden zou voor de hand liggen.

62

Geen aanpassing.

De regels van het bestemmingsplan bepalen dat de maximale bouwhoogte 14 meter mag zijn. In de beleidsregels is wel degelijk voorzien in een differentiatie in bouwhoogten/bouwlagen. In algemene zin geldt dat in de delen van Nuenen West die grenzen aan de bestaande kern van Nuenen grotere bouwhoogten toegestaan zijn dan in de delen van Nuenen West die grenzen aan het landelijk gebied. De Laan door de Panakkers/Dorpslaan vormt een indicatieve grens tussen deze delen. Naleving van de beleidsregels wordt geborgd door de regels van het bestemmingsplan.

Geen aanpassing.

Bebouwingsdichtheid is niet goed gemotiveerd. Het nu voorliggende plan voorziet in (delen van) Nuenen West in een intensivering van de bebouwing ten opzichte van het regime zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Nuenen West’ uit 2008. Dit is een bewuste stedenbouwkundige keuze geweest, om meer variatie en geleidelijke overgang in de wijk te brengen. De totale bebouwingsdichtheid op planniveau blijft echter gelijk. In de beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ is dit ook nader toegelicht.

Geen aanpassing.

Realisering plannen betekent verlies van woonkwaliteit. In de planvorming voor Nuenen West is terdege rekening gehouden met het leefklimaat van bestaande bewoners. Het uitgangspunt van het bestemmingsplan is dat wettelijke normen voor het leefklimaat van bestaande bewoners nergens overschreden mogen worden. Dit is dan ook nergens het geval. Er is wel sprake van de omvorming van (voormalig) agrarisch gebied naar woongebied. Effecten ten aanzien van meer bebouwing en een minder open landschap zijn hieraan inherent. Deze keuze is overigens ook al in het bestemmingsplan uit 2008 door de raad gemaakt. Als indiener van deze zienswijze(n) toch van mening is dat er sprake is van aantasting van zijn woongenot en dat dit een negatief effect heeft op zijn vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een

63

Geen aanpassing.

tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt. Achter perceel Opwettenseweg 193 is in plan van 2010 wadi voorzien. In de nieuwe plannen komt dit niet terug. Hoe wordt dan voorzien in voldoende afvoer van (overvloedige) regenval? In het masterplan dat aan het bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ ten grondslag lag waren de gronden achter de woning van indiener zienswijze voorzien als een onderdeel van een groter gebied waarin onder andere wadi’s gerealiseerd gingen worden als onderdeel van de zogenoemde ‘watermachine’. In de regels en op de verbeelding van dat bestemmingsplan zijn de gronden achter de woning van indiener zienswijze evenwel niet specifiek bestemd/aangeduid voor realisatie van een wadi. Op basis van het bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ kan de wadi dus ook op andere gronden aangelegd worden.

Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan is ook de wateropgave die met de ontwikkeling van Nuenen West gemoeid is in acht genomen. De wateropgave is uitgewerkt in het rapport ‘Wateropgave Herijking Nuenen West’ dat bij het bestemmingsplan gevoegd is. Uit dit rapport blijkt dat het water van het bedrijventerrein vandaan wordt gevoerd. De afvoer van het water van het bedrijventerrein af is tevens geborgd in de beleidsregel ‘Water’. De regels van het bestemmingsplan verplichten tot naleving van die beleidsregel. Wateroverlast op het bedrijventerrein wordt daarmee voorkomen. Koppeling met beleidsregels is niet goed omschreven. Er staat niet dat een aanvraag om omgevingsvergunning moet voldoen aan de beleidsregels.

64

Geen aanpassing.

In hoofdstuk 2 van de regels van het bestemmingsplan zijn directe en indirecte regels geformuleerd Geen aanpassing. die nageleefd moeten worden bij de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk. Directe regels worden in het bestemmingsplan zelf vastgelegd. De regels over het maximum aantal woningen dat gebouwd mag worden zijn voorbeelden van directe regels. Indirecte regels worden vastgelegd in beleidsregels. Alle relevante directe en indirecte regels moeten overigens in acht genomen worden. In de artikelen 7.2.5 en 8.2.6 van de regels van het bestemmingsplan is nadrukkelijk opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen slechts worden verleend indien voldaan wordt aan een aantal in de beleidsregels ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ opgenomen ruimtelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten. Verder is in artikel 19.3 van de regels vastgelegd dat bij de beslissing op aanvragen omgevingsvergunning toetsing plaatsvindt aan de beleidsregels. Daarmee wordt feitelijk ook vastgelegd dat aan die beleidsregels moet worden voldaan. Vaststelling en wijziging van die regels kan plaatsvinden door college of raad. Op die manier kunnen deze regels tussentijds, als daar behoefte aan bestaat, worden gewijzigd zonder dat daarvoor een volledige bestemmingsplanprocedure dient te worden doorlopen.

Op wijziging van de beleidsregels zoals genoemd in lid 19.1 van de planregels zijn de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat eerst ontwerp ter inzage wordt waarop een ieder een zienswijze kan indienen waarna het college dan wel de raad de beleidsregel vaststelt. In het bestemmingsplan wordt zowel in de regels omtrent de mogelijk te maken bebouwing (artikelen 7, 8 en 9) alsook in algemene artikelen (16, 17, 18 en 19) de link gelegd met de beleidsregels. Daarbij is ook aangegeven welke procedure(s) dienen te worden gevolgd bij wijziging van de beleidsregels en wie daarbij het bevoegd gezag is. Daarmee zijn die beleidsregels gekoppeld aan de in het bestemmingsplan opgenomen regels.

65

Opgemerkt dient nog dat na indiening van de zienswijzen is gebleken dat een deel van de regels van het bestemmingsplan door een technische fout ontbrak in het ontwerpbestemmingsplan dat via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl ) ter inzage gelegd is. In deze regels is onder andere bepaald wie bevoegd gezag is voor het wijzigen van de beleidsregels. Tevens bepalen die regels dat op wijziging van alle beleidsregels die bij het bestemmingsplan horen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Ook bepalen deze regels dat toetsing aan de beleidsregels noodzakelijk is voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld de bouw van woningen. Om deze technische fout te herstellen is het ontwerpbestemmingsplan vanaf 25 juli 2019 opnieuw voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. De beleidsregels kunnen worden herzien. Hierdoor is er geen enkele rechtszekerheid, daarnaast staat tegen een wijziging van de beleidsregels geen rechtsmiddel open. De beleidsregels kunnen inderdaad herzien worden. Bij de beleidsregels ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ is de gemeenteraad daartoe het bevoegd gezag.

Bij de andere beleidsregels is dat het college van burgemeester en wethouders.Op wijziging van de beleidsregels zoals genoemd in lid 19.1 van de planregels zijn de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat eerst het ontwerp ter inzage wordt gelegd waarop een ieder een zienswijze kan indienen waarna het college dan wel de raad de beleidsregel vaststelt. Overigens kan de rechtmatigheid van de (gewijzigde) beleidsregels in de procedures tegen de te verlenen omgevingsvergunning bij wijze van exceptieve toets aan de rechter worden voorgelegd. K.

Maken bezwaar tegen op grond van exploitatieplan verschuldigde exploitatiebijdrage van perceel van Parochie aan de Opwettenseweg. Vanwege ligging aan Opwettenseweg en aanwezigheid

66

Geen aanpassing.

voorzieningen zou geen bijdrage aan de ontwikkeling- en bouwrijpmaak kosten van het plangebied verschuldigd behoeven te zijn. Het perceel maakt onderdeel uit van de gehele ontwikkeling van het plangebied Nuenen West, dat zonder deze ontwikkeling geen bestemming (uit te werken) Wonen zou krijgen. Iedere grondeigenaar in het plangebied Nuenen West, indien aangewezen bouwplannen op zijn / haar eigendom mogelijk worden gemaakt, draagt, naar rato van zijn / haar opbrengstpotentie in de totale opbrengsten van de ontwikkeling van het plangebied Nuenen West bij aan de totale kosten voor de ontwikkeling van het plangebied Nuenen West. De specifieke ligging van dit perceel direct aan de Opwettenseweg en de aanwezigheid van voorzieningen maakt dus niet dat de bijdrage anders/lager is dan voor andere gronden binnen het plangebied.

Geen aanpassing.

Maken ook bezwaar tegen de wijziging van de bestemming van perceel D 1725 in het ontwerpMasterplan. In het masterplan ‘Nuenen West = Dorps Geluk’ is op (een deel van) het perceel van indieners van deze zienswijze een woonpad /ontsluiting van een woonerf voorzien. Voor zover dat afwijkt van het bestemmingsplan van 2008 is het goed om te weten dat het exacte tracé van de meeste wegen, uitgezonderd de wijkontsluitingswegen, pas wordt bepaald bij de verdere uitwerking van de plannen voor dit deel van de wijk. Dat betekent dus dat op dat moment pas finale duidelijkheid ontstaat over de wijze waarop het perceel van betrokkene(n) wordt ingericht L.

Masterplan is op dit onderdeel niet aangepast. Wel is het aangepast n.a.v. gekozen ontsluitingsvariant.

Wegenstructuur in ontwerpbestemmingsplan wijkt af van hetgeen tijdens informatiebijeenkomst is gepresenteerd. Tijdens bedoelde informatieavond is op een versimpelde tekening de wegenstructuur gepresenteerd. Geen aanpassing. Wel Daarbij zijn de belangrijkste elementen van de wegenstructuur weergegeven. In het is in/bij het gewijzigd ontwerpbestemmingsplan is de wegenstructuur meer in detail uitgewerkt. De informatie die tijdens vast te stellen

67

de informatiebijeenkomst gegeven is, moet gezien worden als een samenvatting van de informatie uit het bestemmingsplan. Op detailniveau gaf dat verschillen. Het bestemmingsplan (en verbeelding) is hier echter leidend in. Zoals hiervoor op pagina 31 van deze nota al is aangegeven is verder vanaf eind 2019 de interne ontsluitingsstructuur nadrukkelijk onderwerp van discussie geweest. Uiteindelijk heeft dat geleid tot de ontsluitingsstrutuur die nu in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan is vastgelegd. In de als bijlage 4 bij de toelichting van het bestemingsplan gevoegde ‘Onderzoek ontsluiting Nuenen-West’ zijn die nader geduid en gemotiveerd.

bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.

Uitwerking gebied ten zuiden van Opwettenseweg is niet volledig uitgewerkt. De ontwikkeling van Nuenen West verloopt gefaseerd. Het gebied ten zuiden van de Opwettenseweg vormt fase 2 van de ontwikkeling van Nuenen West. Fase 2 wordt pas ontwikkeld nadat fase 1 (ten noorden van de Opwettenseweg) vergund is. Om die reden zijn de bouwplannen voor het gebied ten zuiden van de Opwettenseweg nog niet (volledig) bekend. De uitwerking daarvan vindt plaats als ook daadwerkelijk begonnen kan worden met de ontwikkeling van fase 2. Daarbij geldt dat fase 2 uitgewerkt moet worden binnen de kaders die het bestemmingsplan, de beleidsregels en het masterplan stellen.

Geen aanpassing.

Verkeersontsluiting is niet uitgekristalliseerd, waardoor onduidelijk is hoe plangebied aan de zuidzijde verder zal worden ontsloten. Inmiddels is na een uitvoerig traject met betrokkenheid van verschillende belanghebbende partijen over de ontsluiting van Nuenen-West gediscussieerd. Dit heeft geresulteerd in de ontsluiting zoals die nu is opgenomen in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan (zie ook pagina 31 van deze nota). Op basis van die ontsluiting zijn de benodigde onderzoeken geactualiseerd, aangevuld en/of bijgevoegd.

68

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur

vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen. Onduidelijk is hoe beoogde wegenstructuur in Nuenen-West zich verhoudt tot omringende gebieden. Zoals hiervoor al aangegeven is de interne ontsluiting van Nuenen-West in de afgelopen periode nadrukkelijk onderwerp van discussie geweest. Uiteindelijk is gekozen voor de in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan opgenomen ontsluitingsstructuur. Deze leidt in alle gevallen tot een (relatief beperkte) toename van gemotoriseerd verkeer op de gebiedsontsluitingwegen waarop de ontsluiting voorzien is. Met betrekking tot de afwikkeling van verkeer buiten de plangrenzen is het goed te vermelden dat de gemeente samen met de provincie een studie laat uitvoeren: studie Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen. Daarin komt ook de A270 aan de orde, inclusief de afweging om een aansluiting op deze weg te realiseren.

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.

Gesproken wordt over afsluiten dan wel autoluw maken van Opwettenseweg maar er wordt geen alternatief geboden. Zoals hiervoor al aangegeven is de interne ontsluiting van Nuenen-West in de afgelopen periode nadrukkelijk onderwerp van discussie geweest. Uiteindelijk is gekozen voor de in het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen ontsluitingsstructuur met daarin dus de bevestiging van de ambtitie om de Opwettenseweg autoluw te maken. In de als bijlage 4 bij de toelichting van het gewijzigd vast te stelllen bestemmingsplan gevoegde ‘Onderzoek ontsluiting Nuenen-West’ is aangegeven wat die keuze betekent voor ontsluiting van het plangebied en dus ook de Opwettenseweg.

69

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur

vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen. In het plan wordt een aansluiting voorzien op de rotonde bij het Pieterveld terwijl deze rotonde daarop niet is voorzien. Wat zijn de gevolgen hiervan voor EMK. Verkeer op Geldropsedijk zal hierdoor vastlopen. Wat betekent dit voor afrit viaduct Geldropsedijk/A270? De genoemde aansluiting valt buiten dit bestemmingsplan. In de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de in het bestemmingsplan vastgelegde ontslutingsstructuur is wel nadrukkelijk aandacht geschonken aan de wijze waarop wordt ontsloten op Wettenseind en Geldropsedijk. Van een aantakking op de rotonde bij Pieterveld is daarbij overigens geen sprake. Hiervoor is de rotonde wel geschikt, maar de route via de voetbalvelden erg ingrijpend. Voor de aantakking kan en zal gebruik gemaakt worden van de huidige aansluiting van het Wettenseind op de Geldropsedijk die dan overigens als volwaardige kruising zal worden vormgegeven (alle rijrichtingen mogelijk). In de Mobiliteitsvisie Nuenen (vastgesteld door de raad december 2017) zijn varianten voor aansluitingen op de A270 beschreven. Deze kunnen beoordeeld worden als meer duidelijkheid ontstaat over de toekomst van de A270, in het kader van de studie Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen, uit te voeren door gemeente en provincie.

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.

Voorgestelde bouwdichtheid en bouwhoogte nabij kenmerkende boerderijen aan het Wettenseind passen niet bij die boerderijen. Waarom wordt hier voor een andere (meer stedelijke) ‘invlechting’ gekozen dan bij Vorsterdijk? De gehele rand van Nuenen West langs de Vorsterdijk en het Wettenseind zijn aangewezen als een landelijk lint waar 10-20 woningen per hectare gebouwd mogen worden. Tussen de Vorsterdijk en

70

Geen aanpassing.

het Wettenseind is dus geen verschil in woningdichtheden. Naleving van deze dichtheden is geborgd in de beleidsregels bij het bestemmingsplan. Aan de zuidkant van het Wettenseind is een zogenoemde ‘hotspot’ voorzien. Een hotspot is een speciale plek in het plangebied die bedoeld is voor de realisatie van een bijzonder programma of bijzondere woonvorm. Dit moet plaatsvinden binnen de overige regels en beleidsregels die van toepassing zijn in het plangebied. De hotspots aan het Wettenseind (en overigens ook die aan de Vorsterdijk) zijn bedoeld voor de realisatie van een zogenoemd ‘landelijk ensemble’. Deze ensembles dragen bij aan een natuurlijker verloop van de overgang tussen de nieuwe wijk en het Dommeldal. Realisatie van deze landelijke ensembles is geborgd in de beleidsregels bij het bestemmingsplan. Gelet op de maximaal toegestane dichtheid en de hotspots die vorm moeten geven aan een geleidelijke overgang tussen de nieuwe woonwijk en het Dommeldal wordt langs het Wettenseind juist niet gekozen voor een stedelijke invlechting. Leefklimaat bestaande bewoners wordt geruïneerd. Verzocht wordt om alle onderzoeken hieromtrent te ontvangen. In de planvorming voor Nuenen West is terdege rekening gehouden met het leefklimaat van bestaande bewoners.

Het uitgangspunt van het bestemmingsplan is dat wettelijke normen voor het leefklimaat van bestaande bewoners nergens overschreden mogen worden. De desbetreffende onderzoeken waarin dit is onderzocht zijn als bijlagen bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd, deze zijn op de landelijke site www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. Uiteraard zal het gebied van karakter veranderen, van een agrarisch buitengebied naar een woonwijk. Dit heeft inherent ook tot gevolg dat een deel van het landelijk karakter langs de woonstraat van indieners zienswijze verdwijnt. Overigens was de ontwikkeling van de wijk, ook in de nabijheid van de woning van indieners zienswijze, in het bestemmingsplan uit 2008 reeds voorzien.

71

Geen aanpassing.

Daarbij is het verdwijnen van landelijke gebied ten faveure van de ontwikkeling van de woonwijk een zorgvuldig afgewogen beleidskeuze van de gemeenteraad geweest. Met zowel de directe in het bestemmingsplan opgenomen regels alsook de indirecte in de beleidsregels ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ opgenomen ruimtelijke randvoorwaarden wordt de nieuwe bebouwing op een stedenbouwkundig verantwoorde wijze ingepast. Het Team Ruimtelijke Kwaliteit en de supervisor had en heeft daarbij steeds de rol gehad om die ruimtelijke kwaliteit te bewaken. Is rekening gehouden met waardedaling van bestaande woningen? Als indiener van deze zienswijze(n) van mening is dat er sprake is van aantasting van zijn woongenot en dat dit een negatief effect heeft op zijn vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt.

Geen aanpassing.

Hoe wordt fietsveiligheid gegarandeerd op Wettenseind, Opwettenseweg en van en naar sportvelden? Zoals hiervoor al aangegeven is de uitkomst van de uitvoerige discussie over de interne ontsluiting van Nuenen-West dat de Opwettenseweg conform hetgeen al was opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan autoluw zal worden gemaakt. Dat betekent dus een betere verkeerskundige situatie voor de gebruikers van die weg en met name ook voor fietsers. Verder is een van de uitgangspungten van het masterplan dat linten waaronder het Wettenseind autoluw zullen worden en met name bedoeld zijn voor gebruik door de fietser. De fietser is de

72

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur

hoofdgebruiker van het lint. Automobilisten die hun bestemming aan het lint hebben, gelden als medegebruikers van het lint. In het masterplan is voorzien in een profiel voor het lint. De wegen in Nuenen West worden conform de profielen in het masterplan gerealiseerd. Daarmee wordt geborgd dat de inrichting van de wegen veilig is voor de fietser, waaronder kinderen die van en naar school en de sportvelden fietsen. De verkeersveilige ontsluiting van de sportaccommodaties aan het Wettenseind is gewaarborgd door de bestaande fietsroute aan de oostzijde van de accomodaties. Dit fietspad sluit aan op de Geldropsedijk, waar in verkeersveilige oversteken is voorzien. Dit in de vorm van vrijliggende fietsapaden met rotondes, waar de snelheid van het gemotoriseerd verkeer laag is.

vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.

Verkeersdrukte zal toenemen. Hoe is hier bij ontsluiting Nuenen-West op geanticipeerd? De toename van de verkeersintensiteiten is beschouwd in het ontwerpbestemmingsplan (paragraaf 3.2.1). Uit deze paragraaf blijkt dat de ontwikkeling van Nuenen West bijdraagt aan de toename van de verkeersdrukte op wegen. Deze toename is relatief beperkt. Een verkeersveilige afwikkeling op de -als gebiedsontsluitingsweg ingerichte- wegen is ook bij hogere intensiteiten mogelijk. Doorstroming van het gemotoriseerd verkeer op de A270, Smits van Oyenlaan en Europalaan is in de toekomst minder gunstig, ook zonder ontwikkeling van Nuenen West. Zowel op gemeentelijk als regionaal niveau is in de regio sprake van een hoge verkeersdruk. Om die reden voeren provincie en gemeente de studie Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes uit. Doorstromingsmaatregelen op de A270 zijn onderdeel hiervan. Inmiddels is na een uitvoerig traject met mogelijkheid tot inbreng voor diverse betrokken partijen ook een keuze gemaakt voor een ontsluitingsvariant binnen het plangebied van Nuenen-West, waarbij:

73

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.

-

-

-

Gemotoriseerd verkeer van Nuenen-West tussen de Europalaan en de Opwettenseweg (fase 1) wordt ontsloten via de Europalaan. Het zuidelijke deel (fase 2) wordt aangesloten op Wettenseind. Doorgaand autoverkeer op de Laan door de Panakkers- Wettenseind wordt voorkomen (garandeert dus een rustige schoolomgeving en -routes) omdat de Laan door de Panakkers onderbroken wordt bij de Opwettenseweg. Er ontstaat een verkeersluwe Opwettenseweg met uitstekende randvoorwaarden voor gebruik als intensieve fietsroute. Het sportpark blijft veilig bereikbaar het Dommeldal wordt “recreatief” ontsloten.

Daarmee is sprake van een ontsluiting die zowel uit een oogpunt van stedenbouw (verbinding met Nuenen), verkeer (veiligheid en fiets) en leefbaarheid (akoestiek) zo optimaal mogelijk wordt vormgegeven. Voor de motivering daarover wordt hier verwezen naar het als bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegde ‘Onderzoek ontsluiting Nuenen-West’ . Voorgesteld wordt om het deel ten zuidoosten van de Opwettenseweg te ontsluiten op de A270 tussen de Opwettenseweg en het Wettenseind. De keuze voor de hiervoor aangegeven ontsluitingsvariant betekent dat ontsluiting van het zuidoostelijke deel van het gebied op de Geldropsedijk, zoals al voorzien in het plan van 2008 en het ontwerpbestemmingsplan gehandhaafd blijft. Er is niet voorzien in een extra aansluiting op de A270. Dit valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. In de Mobiliteitsvisie Nuenen (vastgesteld door de raad december 2017) zijn varianten voor aansluitingen op de A270 beschreven. Deze kunnen beoordeeld worden als meer duidelijkheid ontstaat over de toekomst van de A270, in het kader van de studie Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen, uit te voeren door gemeente en provincie. Daarmee is overigens niet gezegd dat een nieuwe aansluiting op de genoemde plaats

74

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in

(tussen Opwettenseweg en Wettenseind) gunstiger of kansrijker is dan het optimaliseren van bestaande aansluitingen. M.

het masterplan opgenomen.

In het exploitatieplan wordt een deel van het perceel van indiener zienswijze bij de planvorming betrokken terwijl volgens het projectontwikkelaarsplan het huisperceel intact zou blijven. Verzocht wordt om te bevestigen dat dat ook zo is. Omdat de gevraagde aanpassing geen (onaanvaardbare) gevolgen heeft voor de verkavelingsmogelijkheden ter plaatse wordt de grens van het perceel van betrokkene(n) gerespecteerd. Dit zal bij de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ook als zodanig op de verbeelding worden verwerkt. Tevens zal (de begrenzing van) het exploitatieplan daarop worden aangepast.

De verbeelding van het gewijzigde bestemmingsplan zal hierop worden aangepast. Ook het exploitatieplan wordt hierop aangepast.

Volgens de plannen lijkt er een extra pad gepland te zijn aan de voorzijde/in de voortuin van het pand Wettenseind 9. Lijkt vergissing. Graag bevestiging daarvan. Het bestemmingsplan respecteert de bestaande woningen en de kavels waar die woningen op staan en brengt geen wijzigingen aan in de bestaande situatie. De plannen voorzien niet in een pad in de voortuin van het pand; het aangeduide pad zoals door indiener zienswijze in de bijlage van de zienswijze aangegeven betreft het oude bestemmingsplan uit 2008. De weg Wettenseind blijft behouden. Volgens het exploitatieplan treden er geen veranderingen op voor de boerderijpercelen Wettenseind 7, 9 en 11. In de projectplannen wordt echter voorgesteld om ten zuiden van het perceel Wetteneind 9 een woonpad te realiseren. Aangenomen wordt dat er conform exploitatieplan geen woonpad komt. Graag bevestigen.

75

Geen aanpassing.

De genoemde boerderijen zijn bestaande woningen die in het Chw-bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’ conserverend bestemd worden als ‘Wonen’. Het bestemmingsplan voorziet niet in wijzigingen op de als ‘Wonen’ bestemde gronden. De aanleg van een woonpad op deze gronden is dan ook niet aan de orde; zie tevens de beantwoording in het vorige punt.

Geen aanpassing.

Ten westen van huisperceel is een weg gepland. Vanwege impact (geluid, fijnstof) niet aanvaardbaar. Zoals hiervoor al aangegeven heeft in de afgelopen periode studie plaatsgevonden naar de utieindelijk in het bestemmingsplan op te nemen ontsluiting voor Nuenen-West. De uitkomst van die studie is voor bedoelde weg dat het tracé daarvan niet wijzigt ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Door de gekozen interne ontsluitingsvariant is echter wel sprake van andere intensiteiten op de binnenplanse wegen en dus ook de hier bedoelde weg. Verkeerskundig zijn deze intensiteiten acceptabel voor het type weg (erftoegangsweg). Op basis van de berekende intensiteiten zijn ook de gevolgen voor geluid en fijnstof herberekend. De uitkomst daarvan is dat daarbij aan de wettelijke normen wordt voldaan. Voor de motitvatie daarover wordt hier verwezen naar bijlagen 10 (geluid), 15 (luchtkwaliteitsonderzoek) en 16 (oplegnotitie lucht) bij de toelichting van het bestemmingsplan.

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.

Aangenomen wordt dat achter huisperceel een vloeiende overgang zal ontstaan van de aanwezige landelijke omgeving naar het meer stadse karakter. Achter het huisperceel zijn woningen in de typologie ‘landelijk wonen’ voorzien. Daarmee wordt inderdaad voorzien in een overgang tussen het dorps wonen (met de hoogste dichtheid) en het landelijker karakter van de bestaande lintbebouwing. De exacte vormgeving van deze overgang in typologieën wordt op termijn nader vormgegeven bij de planvorming voor de woningbouw in dit gedeelte van het plangebied.

76

Geen aanpassing.

N.

Zienswijze is ingetrokken

O.

Plannen zijn onduidelijk over de zuidelijke aansluiting van de nieuwe woonwijk. Gevreesd wordt voor mogelijk ontsluiting over de EMK voetbalvelden. Daardoor zal zowel aan de voor- en achterzijde van de woningen aan Het Pieterveld sprake worden van een onacceptabele toename van geluidshinder, toename van verkeersdrukte en onveilige woonsituatie. Tegen een dergelijke ontsluiting wordt dan ook bezwaar aangetekend. In het ontwerpbestemmingsplan zoals dat in 2019 ter inzage heeft gelegen is de verkeerskundige structuur van het vastgestelde bestemmingsplan uit 2008 overgenomen. Dat is inclusief het destijds in dat plan opgenomen tracé voor de Dorpslaan en inclusief de intentie om de Opwettenseweg autoluw of autovrij te maken. In het stedenbouwkundig verkavelingsplan (Masterplan ‘NuenenWest=Dorps Geluk’) is daarom ook geen geluidszone opgenomen bij de Opwettenseweg en is voor wat betreft de toekomstige inrichting van die weg ook geopteerd voor een bij een dergelijke weg passende inrichting. Door een in zijn vergadering van 12 december 2019, bij de vaststelling van de modules Mobiliteitsbeleid, aangenomen amendement heeft de raad aangegeven voortschrijdend inzicht te hebben over met name het open houden van de Opwettenseweg voor (doorgaand) autoverkeer.

In de periode daarna zijn daarover en in breder verband over de totale ontsluiting van Nuenen-West discussies gevoerd in de raad(scommissie), op grond van raadsinformatiebrieven en commissienotities. De gevoeligheid en complexiteit van dit onderwerp zijn verder tot uiting gekomen in een viertal dialoogsessies met onder andere ook deelname van belanghebbenden. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in het besluit van de raad van 10 december 2020 waarbij de voorkeur is uitgesproken voor de hoofdontsluitingsstructuur van Nuenen-West conform voorstel BP/A en verfijning van dat voorstel aan het college is opgedragen. Tevens is in die vergadering een

77

Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.

amendement aangenomen om de in dat amendement beschreven mogelijkheid voor de ontsluiting van Nuenen-West, als volwaardig alternatief te onderzoeken en met de raad te bespreken. In de periode daarna heeft deze verfijning plaatsgevonden. Rekening houdend met de positieve punten uit alle onderzochte varianten is een nieuwe variant ontstaan. Belangrijkste kenmerken van die variant zijn: - Gemotoriseerd verkeer van Nuenen-West tussen de Europalaan en de Opwettenseweg (fase 1) wordt ontsloten via de Europalaan. Het zuidelijke deel (fase 2) wordt aangesloten op Wettenseind. - Doorgaand autoverkeer op de Laan door de Panakkers- Wettenseind wordt voorkomen (garandeert dus een rustige schoolomgeving en -routes) omdat de Laan door de Panakkers onderbroken wordt bij de Opwettenseweg. - Er ontstaat een verkeersluwe Opwettenseweg met uitstekende randvoorwaarden voor gebruik als intensieve fietsroute. Het sportpark blijft veilig bereikbaar het Dom-meldal wordt “recreatief” ontsloten. Deze zogenaamde variant X scoort daardoor het beste op stedenbouw (verbinding met Nuenen), verkeer (veiligheid en fiets) en leefbaarheid (akoestiek). Bovendien sluit deze variant aan bij de toekomstvisie op lokale en regionale structuren voor mobiliteit. Om die reden heeft het college dan ook besloten om die variant op te nemen in het aan de gemeenteraad ter vaststelling aan te bieden bestemmingsplan.

Van een ontsluting over/via de velden van EMK is daarbij geen sprake. Verder zijn de gevolgen met betrekking tot o.a. geluid, luchtkwaliteit, verkeer herberekend. De uitkomsten daarvan zijn

78

neergelegd in de herziene onderzoeken op die terreinen zoals die bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd. Met betrekking tot de afwikkeling van verkeer buiten de plangrenzen is het goed te vermelden dat de gemeente samen met de provincie een studie Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen uitvoert. P.

In de planontwikkeling is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van gevestigde ondernemers op bedrijventerrein De Spegelt. Mogelijkheden mogen niet worden ingeperkt conform onherroepelijk bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost. Van belemmering van de bestaande bedrijfsvoering zal geen sprake zijn. Het bestemmingsplan eerbiedigt de belangen van bestaande bedrijven. Ter bescherming van die belangen is in het gedeelte van het plangebied dat grenst aan het bedrijventerrein waar bestaande bedrijven zijn gevestigd, de aanduiding ‘milieuzone’ opgenomen. De regels die bij die aanduiding horen bepalen dat er geen woningen gebouwd mogen worden als niet kan worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat alsmede een goed ondernemingsklimaat. De beleidsregel ‘Bedrijfsmilieuhinder’ bij het bestemmingsplan bepaalt wat onder die termen verstaan wordt, zo is onder andere een bepaald geluidniveau vastgelegd. Dit geluidniveau zorgt enerzijds voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en anderzijds is het niveau zo gekozen dat de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven niet beperkt wordt. In het geval van het bedrijventerrein kan bij woningbouw binnen de aanduiding ‘milieuzone’ deze situatie bereikt worden door maatrgelen te treffen.

Deze maatregelen kunnen bestaan uit het realiseren van een geluidscherm, het treffen van maatregelen en het opleggen van maatwerkvoorschriften bij de aangrenzende bedrijven. Indien bij de bedrijven niet alle geluidmaatregelen worden getroffen, dan bestaat ook nog de mogelijkheid om woningen met dove gevels uit te voeren.

79

Geen aanpassing.

De regels van het bestemmingsplan dwingen naleving van de beleidsregels af.

Bezwaar wordt gemaakt tegen het voornemen om binnen de milieuzonering van de bestaande bedrijven op de Spegelt toch woningen te bouwen. De richtlijn van 30 meter uit de VNG publicatie dient aangehouden te worden. Zoals hiervoor al aangegeven is mogen binnen de milieuzonering geen woningen worden gebouwd Geen aanpassing. als niet kan worden aangetoond dat er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor die woningen en slechts als dit niet ten koste gaat van de bestaande bedrijfsvoering van bedrijven. Alhoewel er dus geen sprake is van een rechtstreekse mogelijkheid om binnen deze milieuzones woningen te bouwen is het ook niet zo dat dat per definitie uitgesloten is. Dit komt, doordat de hinderafstanden uitgaan van algemene effectafstanden voor milieuhinder. Als specifiek gekeken wordt naar de concrete hinder die vanuit een bedrijf mag worden veroorzaakt, dan kan het zo zijn dat de feitelijke hinder minder is. In deze gevallen dient specifiek onderzocht te worden welke (on)mogelijkheden er voor woningbouw zijn op concrete locaties. Dit vraagt om een onderzoek naar de concrete bedrijfsmatige activiteiten en bijbehorende hinder per bedrijfslocatie, maar ook om concreet inzicht in hoe welke woningen waar gepositioneerd worden en of er maatregelen genomen (kunnen) worden om hinder te verminderen.

Die maatregelen kunnen zowel bij de bedrijven als bij (nieuwe) woningen genomen worden. Tevens kunnen maatregelen tussen bedrijven en woningen worden getroffen, zoals geluidsschermen. Omdat een goede en volledige afweging over eventueel te treffen maatregelen sterk afhankelijk is van de uiteindelijk in te dienen aanvragen omgevingsvergunning en het tijdstip waarop dit gebeurt is er nu

80

voor gekozen om de milieuzones in het vast te stellen bestemmingsplan te handhaven. Door de in het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting kan dan bij in te dienen aanvragen omgevingsvergunning beoordeeld worden of en onder welke voorwaarden in de milieuzones kan worden gebouwd. In het als bijlage 30 bij het vast te stellen bestemmingsplan gevoegde onderzoek van Peutz bv is uiteen gezet welke mogelijkheden er zijn om te voldoen aan die normen en dus binnen de milieuzone(s) te bouwen. Voorbeelden van te treffen maatregelen zijn het plaatsen van een geluidscherm, het opleggen van maatwerkvoorschriften bij aangrenzende bedrijven of het realiseren van dove gevels bij de te bouwen woningen (of een combinatie van deze maatregelen). Met betrekking tot de richtlijnen uit de VNG publicatie is het tenslotte nog goed om te melden dat het daarbij gaat om richtlijnen die in algemene zin goed toepasbaar zijn, maar geen wet- en regelgeving betreft. Wel dienen de wettelijke normen uit onder meer het Activiteitenbesluit milieubeheer toegepast te worden. Er hoeft dus niet in alle gevallen aangesloten te worden bij de richtafstanden (zoals die van 30 meter) die genoemd worden in de VNG-publicatie.

Wel dient zoals hiervoor beschreven aangetoond te worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat alsmede een aanvaardbaar ondernemingsklimaat Niet ingestemd wordt met maatregelen om af te wijken van afstandsnorm van de 30 meter norm uit VNG-publicatie. Zoals reeds aangegeven mag slechts binnen de milieuzone gebouwd worden als voor de nieuw te bouwen woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en het ondernemingsklimaat van bestaande bedrijven niet onevenredig wordt geschaad. Het nemen van maatregelen kan nodig zijn om deze situatie te bewerkstelligen. Deze maatregelen zijn wettelijk ook

81

Geen aanpassing.

toegestaan. De vorm die deze maatregelen krijgen dient bekend te zijn op het moment dat een besluit wordt genomen op aanvragen voor een omgevingsvergunning. In ieder geval geldt dat maatregelen niet op kosten van indieners zienswijzen gerealiseerd zullen worden. Als indieners van deze zienswijze(n) toch van mening zijn dat er sprake is van aantasting van hun belangen en dat dit een negatief effect heeft op hun vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt. Bouwhoogte van bedrijfsgebouwen (8 meter) op bedrijventerrein dient ongewijzigd te blijven. Het bedrijventerrein De Spegelt ligt buiten het plangebied van het Chw-bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’, het Chw-bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’ gaat strikt en alleen over de gronden die zijn gelegen binnen het plangebied van dat plan.

Daarmee leidt dat bestemmingsplan niet tot een wijziging van de maximale bouwhoogte van de panden op het bedrijventerrein. Overigens moet opgemerkt worden dat het bestemmingsplan ‘Nuenen Zuidoost’ van toepassing is op het eigendom van indiener zienswijze. Dat bestemmingsplan kent aan zijn eigendom een maximale bouwhoogte van 8 meter toe. Bezwaar wordt gemaakt tegen het verlies van de afschermende groenstrook rondom het bedrijventerrein. Verzocht wordt om deze strook (van 8 meter) weer terug te brengen.

82

Geen aanpassing.

De in het veld aanwezige groenstrook is reeds in het bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ uit 2008 niet meer specifiek als zodanig bestemd. In dat bestemmingsplan is een uit te werken woonbestemming aangegeven tot aan de rand van het bedrijventerrein. Binnen die bestemming behoorde behoud van de bestaande groenstrook tot de mogelijkheden evenals overigens de bouw van woningen. In het bij het bestemmingsplan van 2008 behorende beeldkwaliteitsplan was overigens feitelijk geen sprake meer van een te realiseren groene buffer. In het ‘Uitbreidingsplan Nuenen-West, uitwerkingsplan 2’ (2017) is dat nogmaals als zodanig vastgelegd. In het nu voorliggende Chw-bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’ wordt die koers nogmaals herbevestigd.

Geen aanpassing.

In de beleidsregels wordt aangegeven dat transformatie van gronden uitsluitend is toegestaan als die niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van aanwezige landschappelijke waarden. Om die reden zou Bakertse Landweg intact moeten blijven en zeker geen doorgaande weg moeten worden. In de beleidsregel is, op basis van de onderzoeken die aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag hebben gelegen, bepaald welke landschappelijke elementen in het plangebied karakteristiek en behoudenswaardig zijn. De Bakerste Landweg is niet aangemerkt als een karakteristiek landschapselement. Behoud van die weg in de huidige vorm is daarmee niet noodzakelijk. Overigens is aan de Bakertse Landweg wel een verkeersbestemming toegedicht; de functionaliteit van de Bakerste Landweg als ‘oude landweg’ blijft hiermee in eigentijdse vorm behouden. Door toenemende verharding in Nuenen-West zal mogelijk wateroverlast ontstaan voor lager gelegen bedrijventerrein.

83

Geen aanpassing.

Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan is ook aandacht geschonken aan de wateropgave Geen aanpassing. die met de ontwikkeling van Nuenen West gemoeid gaat. De wateropgave is uitgewerkt in het rapport ‘Wateropgave Herijking Nuenen West’ dat als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd is. Uit dit rapport blijkt dat het water van het bedrijventerrein vandaan wordt gevoerd. De afvoer van het water van het bedrijventerrein is tevens geborgd in de beleidsregel ‘Water’. De regels van het bestemmingsplan verplichten tot naleving van die beleidsregel. Wateroverlast op het bedrijventerrein wordt daarmee voorkomen. Q.

Aanvullend wordt nog gepleit om geen cocos achtige afscherming te plaatsen tussen bedrijventerrein en nieuwe woonwijk en wordt gewezen op waardevermindering van het pand. Na realisatie van de afscheidende wand kan aan weerszijden beplanting aangebracht worden om het groene karakter terug te brengen. In tegenstelling tot wat indiener zienswijze beweert, is groei van planten tegen een cocosachtige afscheiding wel mogelijk (bijvoorbeeld met klimplanten). Ook daarmee kan het groene karakter geborgd worden. Als indieners van deze zienswijze(n) toch van mening zijn dat er sprake is van aantasting van hun woongenot en dat dit een negatief effect heeft op hun vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt.

R.

Overwogen wordt om een planschadeclaim in te dienen.

84

Geen aanpassing.

Als indieners van deze zienswijze(n) toch van mening zijn dat er sprake is van aantasting van hun woongenot en dat dit een negatief effect heeft op hun vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt.

Geen aanpassing.

Bezwaar wordt gemaakt tegen evt. plaatsing van containers naast pand Spegelt 52. Indiener zienswijze wijst op een uitvoeringaspect. Containers zullen zo geplaatst worden dat overlast als gevolg van het gebruik van deze containers voorkomen wordt. Er is reeds voorgesteld om de containers te verplaatsen zodat een eventueel risico op overlast door indiener zienswijze voorkomen wordt. Verplaatsing van de containers is nog steeds het uitgangspunt, dit wordt in nader overleg met hem uitgewerkt maar is, zoals aangegeven, een uitvoeringsaspect dat geen betrekking heeft op het bestemmingsplan zelf.

Geen aanpassing.

Er wordt vanuit gegaan dat de gevestigde belangen voor het perceel aan de Spegelt 52 in stand zullen blijven. Van belemmering van de bedrijfsvoering zal geen sprake zijn. Het bestemmingsplan eerbiedigt de belangen van bestaande bedrijven. Ter bescherming van die belangen is in het gedeelte van het plangebied dat grenst aan het bedrijventerrein waar het desbetreffend bedrijf op ligt, de aanduiding ‘milieuzone’ opgenomen. De regels die bij die aanduiding horen bepalen dat er geen woningen gebouwd mogen worden, tenzij aangetoond is dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat alsmede een aanvaardbaar ondernemingsklimaat. De beleidsregel ‘Bedrijfsmilieuhinder’

85

Geen aanpassing.

bij het bestemmingsplan bepaalt wat onder die termen verstaan wordt, zo is onder andere een bepaald geluidniveau vastgelegd. Dit geluidniveau zorgt enerzijds voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en anderzijds is het niveau zo gekozen dat de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven niet beperkt wordt. In het geval van het bedrijventerrein kan bij woningbouw binnen de aanduiding ‘milieuzone’ deze situatie bereikt worden door maatregelen te treffen. Deze maatregelen bestaat uit het realiseren van een geluidscherm, het treffen van maatregelen en het opleggen van maatwerkvoorschriften bij de aangrenzende bedrijven. Indien bij de bedrijven niet alle geluidmaatregelen worden getroffen, dan bestaat ook nog de mogelijkheid om woningen met dove gevels uit te voeren. De regels van het bestemmingsplan dwingen naleving van de beleidsregels af. Gewezen wordt op aanwezigheid van eekhoorns, egels, muizen en padden. Wordt hiermee voldoende rekening gehouden?. Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden. Zie daarvoor onder andere bijlage 17-18 (Natuurtoets), 20 (Memo onderzoek steenuil) en 21 (Soortenmanagementplan) bij de toelichting van het bestemmingsplan. In artikel 18 van de regels is vervolgens de koppeling gemaakt met de beleidsregel ‘Landschap, ecologie en biodiversiteit’.

Bij de beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning zal aan die beleidsregel getoetst moeten worden. Daarmee wordt er voor gezorgd dat rekening gehouden wordt met de in het gebied aanwezige (beschermde) soorten. Specifiek voor beschermde planten- en diersoorten in het plangebied geldt dat de ontwikkeling van Nuenen West verloopt op basis van een soortenmanagementplan. Dit soortenmanagementplan is bij het bestemmingsplan gevoegd en is bedoeld om het proces van de gefaseerde ontwikkeling van

86

Geen aanpassing.

Nuenen West ecologisch te begeleiden. Naleving van het soortenmanagementplan wordt afgedwongen door de beleidsregels bij het bestemmingsplan. S.

Aanvullend wordt nog gevraagd om tussen de Bakertse Landweg en de nog te bouwen woningen in Nuenen-West een minimale afstand van 30 meter van perceelsgrens Spegelt 74 aan te houden en daar ook geen rijwoningen (in sociale sfeer) van 2 of meer lagen te realiseren. Zoals hiervoor al aangegeven is mogen binnen de milieuzonering geen woningen worden gebouwd Geen aanpassing. als niet kan worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor die woningen en slechts als dit niet ten koste gaat van bestaande bedrijfsvoering van bedrijven. Alhoewel er dus geen sprake is van een rechtstreekse mogelijkheid om binnen deze milieuzones woningen te bouwen is het ook niet zo dat dat per definitie uitgesloten is. Dit komt, doordat de hinderafstanden uitgaan van algemene effectafstanden voor milieuhinder. Als specifiek gekeken wordt naar de concrete hinder die vanuit een bedrijf mag worden veroorzaakt, dan kan het zo zijn dat de feitelijke hinder minder is. In deze gevallen dient specifiek onderzocht te worden welke (on)mogelijkheden er voor woningbouw zijn op concrete locaties. Dit vraagt om een onderzoek naar de concrete bedrijfsmatige activiteiten en bijbehorende hinder per bedrijfslocatie, maar ook om concreet inzicht in hoe welke woningen waar gepositioneerd worden en of er maatregelen genomen (kunnen) worden om hinder te verminderen.

Die maatregelen kunnen zowel bij de bedrijven als bij (nieuwe) woningen genomen worden. Tevens kunnen maatregelen tussen bedrijven en woningen worden getroffen, zoals geluidsschermen. Omdat een goede en volledige afweging over eventueel te treffen maatregelen sterk afhankelijk is van de uiteindelijk in te dienen aanvragen omgevingsvergunning is er nu voor gekozen om de milieuzones in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan te handhaven. Door de in het bestemmingsplan

87

opgenomen voorwaardelijke verplichting kan dan bij in te dienen aanvragen omgevingsvergunning beoordeeld worden of en onder welke voorwaarden in de milieuzones kan worden gebouwd. In het als bijlage 30 bij het vast te stellen bestemmingsplan gevoegde onderzoek van Peutz bv is uiteen gezet welke mogelijkheden er zijn om te voldoen aan die normen en dus binnen de milieuzone(s) te bouwen. Voorbeelden van te treffen maatregelen zijn het plaatsen van een geluidscherm, het vastleggen van maatwerkvoorschriften voor aangrenzende bedrijven of het realiseren van dove gevels bij de te bouwen woningen (of een combinatie van deze maatregelen). Hieraan dient nog toegevoegd te worden dat vanuit stedenbouw bezien er geen redenen zijn om hier een strook van 30 meter aan te houden tussen het bedrijventerrein en de nieuwe woonwijk. Met betrekking tot rijwoningen (in de sociale sfeer) geldt dat het bestemmingsplan niet voorschrijft waar in het plangebied bepaalde woningtypologieën gebouwd moeten/mogen worden. In de regels is bepaald dat ten aanzien van de woningtypologieën die in het plangebied gerealiseerd moet worden voldaan moet worden aan het bepaalde in de beleidsregels ‘kwalitatief woningprogramma’.

Ten behoeve van het bieden van flexibiliteit in de ontwikkeling van Nuenen West wordt het specifieker voorschrijven/aanduiden waar welke woningtypologieën (al dan niet in bepaalde (marktsegmenten) gerealiseerd moet worden niet wenselijk geacht. T.

Gewezen wordt op de gebrekkige communicatie met buurtbewoners Krommenakker. Twijfels bestaan over juistheid gevolgde procedure. Er is bijvoorbeeld niet gepubliceerd in Rond de Linde. Publicaties in de Staatscourant zijn bedoeld om iedereen te informeren. Daarbij is men zelf verantwoordelijk voor het regelmatig raadplegen van de Staatscourant om zodoende te kunnen bepalen of plannen/besluiten ter inzage worden gelegd die aan een persoonlijk belang raken. Van

88

Geen aanpassing.

overheidswege wordt daarvoor overigens een attenderingssysteem aangeboden waarvoor iedereen zich kan aanmelden. De terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is op 22 februari 2019 in de Staatscourant (stcrt-2019-10637) en het Gemeenteblad (gmb-2019-42595) gepubliceerd. Daarmee is voldaan aan de verplichting om zowel in de Staatscourant als in een lokaal medium kennis te geven van de publicatie van een ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast stond in week 9 in Rond de Linde een kennisgeving van deze (digitale) officiële bekendmakingen op overheid.nl. Omwille van een technische fout bij de digitale ontsluiten van (delen van) het bestemmingsplan is het ontwerpbestemmingsplan vanaf 25 juli 2019 opnieuw voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Ook dit is in de Staatscourant en in het Gemeenteblad bekend gemaakt. In algemene zin geldt daarbij verder nog dat er uitgebreid over de ontwikkeling van Nuenen West gecommuniceerd wordt, zowel op de website van de gemeente als door de ontwikkelende partij. Daarnaast zijn waar nodig persoonlijke gesprekken gevoerd met belanghebbenden/geïnteresseerden. Noodzaak van toepassing Crisis- en herstelwet wordt betwijfeld.

Omdat de ontwikkeling van Nuenen West, gelet op de omvang van het woningbouwprogramma, langer dan tien jaar zal duren is er behoefte aan een bestemmingsplan waarin ruimte geboden wordt om steeds te kunnen voldoen aan de actuele maatschappelijke vraag naar woningen, zonder dat de gemeente alle grip op de voorgenomen ontwikkeling verliest. Dat betekent dat er behoefte is aan een een bestemmingsplan dat flexibiliteit biedt. De Crisis- en herstelwet biedt de mogelijkheid om, vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet, te experimenteren de mogelijkheid om flexibiltietsbepalingen op te nemen, direct (in de regels van het bestemmingsplan) en indirect (in beleidsregels gekoppeld aan het

89

Geen aanpassing.

bestemmingsplan). Bij de beoordeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen moet overigens aan alle relevante directe en indirecte regels voldaan worden. Het plan leidt daarmee niet tot een aantasting van de rechtszekerheid van omwonenden, alleen de vorm waarin de rechtszekerheid is gegoten is anders dan die van een ‘traditioneel’ bestemmingsplan (Uitspraak Raad van State 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2772 (Boekel), ro 16). Daarmee biedt het bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West voldoende waarborgen voor de belangen van omwonenden. Dit bestemmingsplan is als experiment onder de Crisis- en herstelwet bij het ministerie van Binnenlandse Zaken aangemeld en uiteindelijk in de 16e tranche van het Besluit uitvoering Crisis en herstelwet opgenomen (zie het besluit van 2020 november 2018, in Staatsblad stb-2018-438, 28 november 2018). Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de eisen die de Crisis- en herstelwet stelt. Bij planontwikkeling wordt onvoldoende rekening gehouden met bestaande karakter wijk Krommenakker. Een geleidelijke overgang zou meer voor de hand liggen. Dus met behoud van de aanwezige parkachtige afsluiting van de bestaande wijk. Bouwhoogte van 14 meter in gebied grenzend aan Poelakkerpad in combinatie met hoge bebouwingsdichtheid aldaar zorgt er voor dat niet wordt aangesloten bij bestaande woningen.

Beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ is te globaal om te borgen dat hier passende woningen worden gebouwd. Voorgesteld wordt om dit gebied te typeren als ‘landelijk wonen’. Als gevolg van de ontwikkeling van Nuenen West verandert het karakter van het plangebied, van een agrarisch gebied naar een woonwijk. Dit heeft inherent ook tot gevolg dat een deel van het landelijk karakter langs de woonstraat van indieners zienswijze verdwijnt. Overigens was de ontwikkeling van de wijk, ook in de nabijheid van hun woning, in het bestemmingsplan uit 2008 reeds

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9940542/1