CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-02 Bijlage 2 Toelichting Beekstraat Nuenen

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Recreatieve Poort Beekstraat14.862 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uit het onderzoek blijkt dat het bedrijf het bestaande woon- en leefklimaat ter

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

32

plaatse van geluidsgevoelige objecten in de omgeving niet onevenredig aangetast. De bedrijfswoning en B&B-huisjes zijn niet als geluidsgevoelige objecten in het onderzoek meegenomen, omdat de bedrijfswoning onderdeel is van de inrichting en de B&B-huisjes geen geluidgevoelige objecten zijn. Voor wat betreft geur wordt verwezen naar hetgeen dat is opgenomen in paragraaf 4.11. Hieruit blijkt dat ook geur vanuit de inrichting geen belemmering vormt voor nabijgelegen milieugevoelige objecten. Toevoeging milieugevoelige functie Binnen het plangebied wordt één nieuw volledig milieugevoelig object opgericht: de bedrijfswoning en één beperkt milieugevoelig object: de B&B-huisjes (geur en gevaar). Voor deze objecten moet het woon- en leefklimaat ter plaatse voor de relevante onderdleen in beeld gebracht te worden. Hierbij hoeft eventuele hinder vanuit het eigen bedrijf voor wat betreft de bedrijfswoning niet te worden bezien, omdat de woning onderdeel is van de inrichting. In de nabijheid van de bedrijfswoning en de B&B-huisjes zijn de navolgende bedrijven inclusief afstand (gemeten tussen de dichtstbij gelegen gevel van het gevoelige object en het bestemmingsvlak van het omliggende bedrijf en voor wat betreft de afstand tussen de nieuwe horecavoorziening en de B&B-huisjes van gevel tot gevel) gelegen: -

drie agrarische bedrijven, afstand: ca. 330 meter (2x) en ca. 200 meter; openbare Basisschool de Rietpluim, afstand ca. 50 meter, en; manege, afstand ca. 150 meter; nieuwe horecavoorziening, afstand ca. 13 meter.

Ten aanzien van deze bedrijven zijn voor wat betreft de bedrijfswoning de aspecten geluid, geur, stof en gevaar van belang. Voor wat betreft de B&B-huisjes zijn de aspecten geur en gevaar van belang. De aspecten geluid en geur zijn in andere paragrafen in deze toelichting behandeld. Voor geluid wordt verwezen naar paragraaf 4.1, voor geur naar paragraaf 4.11 en 4.12. Beide aspecten vormen geen belemmering voor de ontwikkeling of andersom. Hier zal enkel nog op de aspecten stof en gevaar worden ingegaan. Voor de agrarische bedrijven gelden op basis van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering verschillende SBI-codes (0141, 0142, 0142, 0145) met allemaal dezelfde richtafstanden voor stof (30 meter) en gevaar (0 meter). Deze afstanden worden gehaald. Voor openbare Basisschool de Rietpluim geldt op basis van de VNG-brochure SBI-code 852, 8531. De bijbehorende richtafstanden voor stof (0 meter) en gevaar (0 meter) worden gehaald. Voor een manege (SBI-code 931, E) geldt op basis van de VNG-brochure een richtafstand van 30 meter voor stof en 0 meter voor gevaar. Aan beide richtafstanden wordt voldaan. Uit bovenstaande blijkt dat aan alle richtafstanden zoals in de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering zijn opgenomen wordt voldaan. Hieruit mag geconcludeerd worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven door

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

33

oprichting van een nieuwe geluidsgevoelig object niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Conclusie Samenvattend blijkt dat het toevoegen van onderhavig bedrijf, in de buurt gelegen milieugevoelige functies niet belemmert. Ook is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden bedrijven in de omgeving van het plangebied door de toevoeging van een milieugevoelig object niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Nader onderzoek kan achterwege blijven.

4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Ter plaatse van het perceel ten behoeve van de ontwikkeling is door Nipa Milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4 bij deze toelichting. Hieruit blijkt de volgende conclusie. “Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een perceel aan de Beekstraat te Nuenen, kadastraal bekend als gemeente Nuenen, sectie C, nummer 1682, blijkt dat zowel de vaste bodem als het grondwater niet verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. Op basis van deze resultaten kan de hypothese (onverdacht), zoals verwoord in paragraaf 2.4, in principe worden aanvaard. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol. Tegen de eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren.

Indien grond afgevoerd moet worden van de locatie, dient rekening gehouden te worden met gebruiksbeperkingen van de vrijkomende grond. Conform de Regeling bodemkwaliteit mag de grond slechts onder voorwaarden worden hergebruikt. Eventueel vrijkomende grond mag echter wel op de locatie worden hergebruikt. Grond die binnen de gemeente wordt hergebruikt kan, als de gemeente beschikt over een

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

34

bodemkwaliteitskaart, op basis van dit rapport hergebruikt worden. Indien de gemeente niet over een bodemkwaliteitskaart beschikt of de grond buiten de grenzen van de bodemkwaliteitskaart toegepast zal worden, dient een partijkeuring conform het BRL SIKB 1000 VKB protocol 1001 uitgevoerd te worden. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt.” Het bevoegd gezag heeft ingestemd met het onderzoek, de resultaten en het advies. Aandachtspunt daarbij is dat het hergebruiken van grond onder de regels van het Besluit bodemkwaliteit valt. Indien als gevolg van graafwerkzaamheden op de locatie (bijv. bij het bouwrijp maken van het terren en het graven van een kelder) grond vrijkomt die niet op locatie kan worden hergebruikt, dan dient deze te worden afgevoerd conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Voor het toepassen van grond zijn eveneens de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Het toepassen van grond (>50 m2) dient gemeld te worden bij het meldpunt bodemkwaliteit. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico’s als gevolg van de opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen, het vervoer van gevaarlijke stoffen via buisleidingen of over wegen. Hiervoor zijn twee maatstaven van belang; te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder wordt op e.e.a. meer gedetailleerd ingegaan. Bevi Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) schrijft voor dat het met betrekking tot de externe veiligheid in het kader van het bestemmingsplan noodzakelijk is inzicht te hebben in de risico's die veroorzaakt worden door het productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen. De risico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk getroffen wordt door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen vierentwintig uur per dag en gedurende het gehele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom de inrichting. De grenswaarde voor het PR is gesteld op een niveau van 10-6 per jaar. De norm 10-6 per jaar betekent dat de kans op een dodelijke situatie door een ongeval met gevaarlijke stoffen op een te bebouwen plek maximaal één op de miljoen per jaar mag zijn.

Binnen de PR 10-6 contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten is deze waarde een richtwaarde. In nieuwe situaties kan hiervan alleen om gewichtige redenen worden afgeweken.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

35

Kwetsbaar object: woningen en andere objecten waar zich gedurende een groot deel van de dag grote groepen mensen bevinden of een deel van de dag kwetsbare groepen mensen bevinden. Beperkt kwetsbaar object: verspreid liggende woningen, bedrijfsgebouwen, hotels, restaurants, kantoren en winkels voor zover deze objecten niet tot de kwetsbare objecten behoren. Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van overlijdt als gevolg van een ongeval, waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Het groepsrisico wordt vergeleken met de oriëntatiewaarde. Bevb Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), met de bijbehorende regeling, regelt de externe veiligheid rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Het Bevb sluit zoveel mogelijk aan bij het Bevi. Bevt en regeling Basisnet Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) ontstaan. Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer. In de Regeling Basisnet staat vervolgens waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling.

Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wro) wordt ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations. Consequenties Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de provinciale risicokaart. Volgens de Risicokaart van de Provincie Noord-Brabant is ten zuidwesten van het plangebied aan de Smits van Oyenlaan een tankstation (Texaco) gelegen. Hieraan zijn risico’s verbonden. Hieronder is de ligging van het bedrijf ten opzichte van het plangebied weergegeven.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

36

Afbeelding 14, Uitsnede risicokaart

Het plangebied is - hemelsbreed gezien - op circa 700 meter afstand gelegen ten opzichte van de perceelgrens van het dichtstbijzijnde risicovolle bedrijf. Het plangebied is op voldoende ruime afstand gelegen ten opzichte van dit risicovolle bedrijf en andere risicovolle bedrijven. In de direct nabijheid van het plangebied liggen geen gasleidingen, hoogspanningsleidingen of routes van gevaarlijke transporten. Conclusie In de omgeving van het plangebied is geen sprake van opslag van gevaarlijke stoffen (welke vanwege de opslag vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)). Verder zijn geen invloedsgebieden van risicobronnen van toepassing. Het plangebied ligt niet nabij gevaarlijke transportroutes of buisleidingen. Ook levert de ontwikkeling in het plangebied geen gevaar op voor haar omgeving. De toevoeging heeft geen negatieve gevolgen voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten en voor de zelfredzaamheid van personen op het perceel of in de directe nabijheid. Derhalve zijn er geen belemmeringen te voorzien vanuit het omgevingsaspect externe veiligheid en is ook geen advies van de brandweer benodigd. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.7 Flora- en fauna Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

37

aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Consequenties Voor onderhavig initiatief is door Nipa Milieutechniek voor het onderdeel ‘soortbescherming’ van de Wet natuurbescherming een quikscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 5 toegevoegd aan deze toelichting en kent de navolgende conclusie. “Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het nieuwbouwplan aan de Beekstraat te Nuenen, kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming.

Op basis van de quickscan is een aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna, ons inziens, niet noodzakelijk. Voor de geplande activiteiten is geen ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en zijn geen compenserende maatregelen nodig. Omdat de bomenrij aan de rand van het plangebied een mogelijk onderdeel uitmaakt van een vliegroute voor vleermuizen en het plangebied mogelijk als foerageergebied wordt gebruikt, dient bij de bouw zo veel mogelijk lichtverstoring door bouwlampen voorkomen te worden. Voor verdere maatregelen wordt verwezen naar de gedragscode Flora en Fauna van Bouwend Nederland.” In verband met het onderdeel gebieden (Natura 2000-gebieden) wordt het volgende opgemerkt. Het plangebied is op 6 kilometer vanaf Strabrechtse Heide & Beuven gelegen en op 7 kilometer vanaf Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux gelegen. Via de Aeriuscalculator (beschikbaar gesteld op 16-9-2019) is het effect van de ontwikkeling op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden berekend. Zowel de gebruiks- als realisatiefase zijn berekend. Dit resulteerde in de volgende uitkomst: de ingreep heeft minder dan 0,00 mol/ha/j tot gevolg. Dit betekent dat er door de ontwikkeling geen significant negatieve

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

38

effecten te verwachten zijn op nabij gelegen Natura-2000 gebieden. De berekeningen en toelichting zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 9). Conclusies Flora en fauna vormt geen belemmering voor het initiatief. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor eventueel aanwezige flora en fauna.

4.8 Kabels en leidingen Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de nieuwbouw. In het vigerende bestemmingsplan worden geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk-/leidingbeheerders.

4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader De wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) is op 15 november 2007 in werking getreden. Het plan moet voldoen aan de eisen die daarin neergelegd zijn. Het gaat om het volgende: De luchtkwaliteit hoeft (artikel 5.16 Wet milieubeheer) geen belemmering te vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een plan of project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt; • een project per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) dat tevens voorziet in maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Concreet is in het Besluit NIBM vastgelegd in welke gevallen een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaald stof. Een ontwikkeling is NIBM als aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkeling een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2.

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die sowieso niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

39

voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 1% op 500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 1.000 woningen worden gehanteerd. Op 15 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden die toeziet op het beschermen van bepaalde gevoelige groepen mensen (bijvoorbeeld kinderen, ouderen en zieken). De intentie van het Besluit gevoelige bestemmingen is dat bepaalde gebouwen (bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en verzorgingstehuizen) niet meer worden gebouwd in gebieden waar de normen worden overschreden. Consequenties Plannen hebben pas een negatief effect op de luchtkwaliteit, zodra de verkeersgeneratie in geruime mate toeneemt. In onderhavig plangebied worden een horecavoorziening, 2 B&B-huisjes en een bedrijfswoning toegevoegd. Hiervoor geldt een verkeersaantrekkende werking van 507 verkeersbewegingen per etmaal, waarvan 12 verkeersbewegingen door vrachtverkeer (0,02%).

Dit aantal is ingegeven in de NIBMtool die in 2008 door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil is ontwikkeld. De uitkomst is dat de grens voor ‘Niet In Betekenende Mate’ met dit aantal niet wordt overschreden. Zie de uitsnede van de ingevulde tool hieronder waaruit dit blijkt.

Afbeelding 15, Rekentool NIBM

Naast het effect van het project op de luchtkwaliteit is het ook van belang dat de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande (verspelde) situatie geschikt is voor de nieuwe functie. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Gekeken naar de voorspellingen voor PM10 en NO2 met behulp van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) van het

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

40

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden. Uitsneden van de kaarten ter hoogte van het plangebied zijn hieronder opgenomen.

Afbeelding 16, GCN/GDN-kaart, PM10

Afbeelding 17, GCN/GDN-kaart, NO2

Ook uit de NSL-monitoringstool blijkt dat voldaan wordt aan de grenswaarden voor wat betreft luchtkwaliteit. Zie de uitsnede van de NSL-monitoringstool hieronder.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

41

Afbeelding 18, Uitsnede NSL-monitoringstool

Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderhavige ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling 4.10 Water Beleidskader Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze waterparagraaf is tot stand gekomen met een werkwijze volgens de Handreiking Watertoets. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden op (deel)stroomgebied plannen opgesteld.

In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

42

de verschillende (deel)stroomgebieden. De ecologische ambities worden vooral op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Waterwet In december 2009 is de nieuwe Waterwet van kracht geworden. Hierin zijn de watertaken van de gemeente opgenomen. Een gemeente is verplicht zorg te dragen voor de kwaliteit van het grondwater en afstromende hemelwater. In december 2009 is tevens het Nationaal Waterplan (NWP) door het kabinet vastgesteld. Het NWP beschrijft de maatregelen dien in de periode 2009-2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor de toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden. Verder is hierin opgenomen hoe ook de kansen die water biedt te benutten. Provinciaal Water en Milieuplan 2016-2021 Hieruit is het Provinciaal Water en Milieuplan 2016-2021 voortgekomen. In het provinciale waterplan zijn de specifieke kenmerken van Noord-Brabant en de diverse waterbelangen toegelicht. Waterbeheerplan 2016-2021 ‘Waardevol Water’ Het beleid van het waterschap is neergelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021 van waterschap De Dommel. Dit plan beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied.

Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s. - Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); - Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; - Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; - Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; - Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

43

gebied wil uitbouwen en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. De belangrijkste uitdagingen voor de komende planperiode: - voldoende water voor landbouw en natuur; - wateroverlast en hittestress; - kringloop denken; - steeds meer ongewenste stoffen in het water, zoals medicijnen; - vergroten waterbewustzijn. Het waterbeheerplan is te vinden op de website van het waterschap: www.dommel.nl. Waterbeleid van de gemeente Nuenen c.a. In het Waterplan Nuenen c.a. is een aantal basisprincipes vastgelegd: - zo weinig mogelijk waterverontreiniging; - op natuurlijke wijze reinigen voordat het de beken en rivieren in stroomt als er toch waterverontreiniging voorkomt; - beken behoeden voor te grote toestroom van neerslag in korte tijd. Dit betekent dat binnen en in de directe nabijheid van de stad en de dorpen het (regen)water moet worden geïnfiltreerd en tijdelijk worden geborgen (vasthouden), uiteraard zonder te zorgen voor overlast of schade. Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente, waterschap en provincie is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Keur oppervlaktewateren De keur is een verordening met regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van de waterkering, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Per 1 maart 2015 is een nieuwe Brabant brede Keur vastgesteld.

De verordening heeft tot doel de doorstroming van de wateren te waarborgen, overstromingen te voorkomen, droogte tegen te gaan en de leefbaarheid met en rondom het water te kunnen blijven garanderen. In een aantal gevallen is een activiteit vergunningplichtig waarbij het waterschap op basis van bovenstaande doelstellingen een zorgvuldige beoordeling maakt. Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan (2011-2015) Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2011-2015 is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft, met daarop volgend een doorkijk (visie) voor de langere termijn. Daarnaast wordt aangegeven hoe financiële en personele middelen worden benut en wat hierbij de rol van de particulier en andere overheden is. Gemeentelijk hemelwater- en grondwaterbeleid In Nuenen valt gemiddeld 800 mm neerslag per jaar. Hiervan valt het merendeel verspreid in kleine buien. Volgens het nieuwe rijksbeleid dient hemelwater lokaal zo lang

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

44

mogelijk te worden vastgehouden, in plaats van snel afvoeren. Dat kan door water voor langere tijd vast te houden in het oppervlaktewater of door te infiltreren in de bodem. De gemeente zorg voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit doelmatig is en redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht dat zij het hemelater zelf verwerken. Dit is afhankelijk van: - ligging in het stedelijk of landelijk gebied; - de mogelijkheid voor infiltratie van hemelwater; - de omvang van het perceel; - de aanwezigheid van een regenwaterriool in de straat; - de nabijheid van oppervlaktewater. Handreiking watertoets Voor het bepalen van de compensatie-opgave voor hemelwaterafvoeren naar oppervlaktewater wordt niet langer gebruik gemaakt van de HNO-tool. Per 1 maart 2015 gelden de bepalingen uit de Keur 2015; art. 15 van de Algemene regels resp. art. 13 van de Beleidsregels. Consequenties In het plangebied is geen watergang of openwater aanwezig. Rondom het plangebied is wel een sloot gelegen. Het plangebied is verder niet gelegen in een gebied dat is aangewezen als boringsvrije zone, reserveringsgebied waterberging of ecologische verbindingszone. Er is sprake van nieuwbouw waardoor het verhard dak- en/ of terreinoppervlak toeneemt. Ook de hemelwaterafvoer wijzigt. De toename van de verharding wordt geschat op 1500 m2.

In artikel van 15 ‘Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’ van de algemene regels behorende bij de Keur is bepaald dat vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam voor zover, (b.) de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is. De verharding bedraagt rond de 1500 m2, waardoor een uitwerking van de ‘Beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’ niet noodzakelijk (artikel 13.1.3 Toepassingbereik, Algemene Regels) is. Bij de realisering van de bebouwing zullen vuilwater en schoon hemelwater gescheiden worden aangelegd tot de rioolaansluiting, aangezien dit deel van de Gemeente Nuenen nog niet over een gescheiden riool beschikt. Gelet op de beperkte omvang van de locatie en het programma, biedt het plangebied niet de mogelijkheden om water als kans te benutten of te komen tot meervoudig ruimtegebruik. In het plangebied zal

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

45

daarom – aanvullend op de gestelde kaders – geen voorziening om water te bergen gerealiseerd worden. De conclusie is dat het plan kan worden gerealiseerd binnen de gestelde kaders en water geen belemmering vormt voor het initiatief.

4.11

Industriële geurhinder Beleidskader Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: -

als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe; de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is.

Daarnaast is in het kader van geur ook de Activiteitenregeling milieubeheer van toepassing. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Nuenen heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Consequenties In het plangebied wordt zowel een bedrijf, waardoor industriële geurhinder aan de orde kan zijn, mogelijk gemaakt als geurgevoelige functies (bedrijfswoning en B&B-huisjes). De bedrijfswoning wordt niet beschermd voor geurhinder vanuit de eigen inrichting. De B&B-huisjes zijn geen onderdeel van de inrichting en zijn wel beschermd. Toevoeging bedrijf Voor de beoordeling van het aspect geur vanuit de nieuwe horecagelegenheid wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering en van de Activiteitenregeling milieubeheer. De horecagelegenheid, het bedrijf, is ingevolge de VNG-brochure een ‘milieucategorie 1’-bedrijf en kent de SBI-code (2008) 561 (restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.) of 5510 (hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra). Voor een bedrijf met een dergelijke SBI-code geldt voor geur een richtafstand van 10 meter tot aan milieugevoelige objecten.

Aan de door VNG geformuleerde richtafstand wordt (van gevel tot gevel) voldaan.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

46

Voor de beoordeling van het aspect geur wordt ook gebruik gemaakt van Artikel 3.103 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Ten behoeve van het voorkomen, dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder als bedoeld in artikel 3.132 van het besluit, worden afgezogen dampen en gassen van het bereiden van voedingsmiddelen als bedoeld in artikel 3.130, onder b, c en d, van het besluit die naar de buitenlucht worden geëmitteerd: a) ten minste twee meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd; of b) geleid door een doelmatige ontgeuringsinstallatie. De uitmonding van de afvoerpijp van de keuken van de horecagelegenheid wordt 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter rondom de horecagelegenheid gelegen bebouwing gerealiseerd. Op deze manier wordt geurhinder voor omliggende milieugevoelige functies voorkomen. Toevoeging geurgevoelige functie Voor de toevoeging van de geurgevoelige functies (bedrijfswoning en B&B-huisjes) in het plangebied is het van belang dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt de geur die door omliggende bedrijven wordt uitgestoten bekeken. Rondom het plangebied is alleen openbare Basisschool de Rietpluim op een afstand ca. 50 meter gelegen1.

Voor openbare Basisschool de Rietpluim geldt op basis van de VNG-brochure SBI-code 852, 8531. De bijbehorende richtafstand voor geur (0 meter) wordt gehaald.

4.12

Geurhinder in verband met veehouderijen Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat in het plangebied een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Door de gemeenteraad is een gebiedsvisie en geurverordening vastgesteld. Consequenties

1

Bedrijven die geur uitstoten in het kader van de Wet geurhinder en veehouderijen komen in de volgende paragraaf aan de orde.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

47

Binnen een straal van 400 meter gemeten vanaf de perceelgrens van de initiatieflocatie zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen:

Afbeelding 19, Veehouderijen in omgeving plangebied

De getoonde uitsnede is afkomstig van de veehouderijenbedrijvenkaart en de in de tabel opgenomen gegevens zijn overgenomen uit het WEB-BVB (bestand veehouderijbedrijven) van de provincie Noord-Brabant. De initiatieflocatie is rood gearceerd. Het betreft behoudens de schapen aan de Beekstraat 50 allemaal veehouderijen met dieren waaraan op grond van de Wet geurhinder en veehouderijen geen geuremissiefactoren zijn toegekend. Het aantal geureenheden in de directe omgeving van de initiatieflocatie is dus erg laag. Slechts sprake is van vaste in acht te nemen afstanden. In de geurverordening van de gemeente Nuenen (7 april 2011) is opgenomen dat buiten de bebouwde kom de afstand tussen een veehouderij en geurgevoelige objecten meer

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

48

dan 50 meter moeten bedragen indien meer dan 30 stuks rundvee, 30 paarden of 50 schapen worden gehouden. Hieraan wordt in alle gevallen voldaan. Tussen de veehouderijen in de omgeving en het nieuwe geurgevoelige object in het plangebied zijn andere geurgevoelige objecten zoals woonhuizen gelegen. De ontwikkeling is daardoor niet maatgevend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de buurt. In verband met de schapen die aan Beekstraat 50 worden gehouden is de voorgrondbelasting in beeld gebracht. Zie daarvoor de aan deze toelichting bijgevoegde memo van Nipa Milieutechniek (bijlage 7). Daaruit blijkt dat op basis van de berekening geconcludeerd kan worden dat vanwege de veehouderij aan Beekstraat 50 de voorgrondbelasting van 3,0 OU/m³ niet wordt overschreden. De veehouderij zal er dus niet toe leiden dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De veehouderij wordt door onderhavige ontwikkeling ook niet in haar ontwikkeling belemmerd. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd wordend dat in het plangebied geen geurhinder is te verwachten. Ten aanzien van geur is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De omliggende veehouderijen worden ook niet in hun bedrijfvoering of hun toekomstige ontwikkeling belemmerd.

4.13

Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader De m.e.r.-regelgeving is bedoeld om de milieuaspecten in een vroeg stadium, integraal en compleet in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Centraal in de m.e.r.procedure staat het milieueffectrapport waarin alle milieuaspecten voor minimaal één alternatief geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Een dergelijke procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan vaststaat dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De te beoordelen activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Naast de directe plicht tot een dergelijke procedure zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient - als ze boven de drempelwaarde uitkomen - een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Sinds 16 mei 2017 moet voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. beoordeeld worden of een m.e.r. –

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

49

procedure noodzakelijk is. Ook in geval ruimtelijke ontwikkelingen onder de drempelwaarden blijven.

Consequenties Onderhavige ontwikkeling kan gezien worden als de aanleg, wijziging of uitbreiding van a. skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen; b. Jachthavens; c. Vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorvoorzieningen, d. Permanente kampeer- en caravanterreinen, of themaparken, onderdeel D10 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Omdat het initiatief onder de drempelwaarde valt, het is veel kleinschaliger dan de omvang van de genoemde projecten in het Besluit milieueffectrapportage, moet worden beoordeeld of het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Aan de hand van een m.e.r.-aanmeldnotitie, die voor onderhavig project is opgesteld, is dit beoordeeld. De notitie kent de volgende conclusie: de potentiële effecten van het project, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het project zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat geen belangrijk nadelige milieugevolgen veroorzaakt worden die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Door het bevoegd gezag is naar aanleiding van de m.e.r.-notitie beoordeeld dat voor onderhavige ontwikkeling/ ruimtelijk besluit geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

50

5. Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. De juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit de toelichting, de regels en de verbeelding. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De toelichting De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en regels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake afwijkingen. De regels De regels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 5.2 Toelichting op de regels De indeling van de regels is als volgt: • • • •

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 4: Overgangsregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen Artikel 3 Horeca Het gehele plangebied heeft deze bestemming. Met twee bouwvlakken is op de verbeelding de situering van de gebouwen aangegeven. Voor de bedrijfswoning en de toeristische/ recreatieve poortfunctie is binnen deze bestemming gewerkt met een functieaanduiding.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

51

Verder is in de regels behorende bij deze bestemming een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 5 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de ‘Algemene afwijkingsregels’ opgenomen. Deze afwijkingen betreffenonder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 6 Overgangsrecht In dit artikel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 7 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

52

6. Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naast de kosten voor de aankoop van de grond en realisatie van onderhavig plan draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de plannen, zoals ambtelijke kosten voor het doorlopen en begeleiden van de ruimtelijke procedure, bijdragen aan het fonds sociale woningbouw en fonds bovenwijkse voorzieningen. Maar ook voor het opstellen van het bestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken. Daarnaast levert de initiatiefnemer een bijdrage aan het gemeentelijke fonds voor kwaliteitsverbetering van het landschap ten bedrage van € 28.000,-. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarvan bovenstaande onderdeel is en waarin ook planschadeverhaal is opgenomen. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is.

6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid

De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld. De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg wordt ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. De gemeente Nuenen kan er conform de gemeentelijke verordening voor kiezen om via de terinzagelegging van een voorontwerpbestemmingsplan in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken. Hiervoor is door de gemeente Nuenen aangaande dit plan niet gekozen, omdat de inspraak via een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden (zie bijlage 6 voor het verslag daarvan). Om die reden wordt nu niet eerst een voorontwerpbestemmingsplan, maar direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Tegelijkertijd wordt conform afspraak met de omgeving (voorvloeiend uit de omgevingsdialoog) een inloopbijeenkomst georganiseerd. Het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende een periode van 6 weken ter inzage. Tegelijkertijd zal, omdat hier sprake is van een gecoördineerde procedure ook de omgevingsvergunning ter visie gelegd worden.

In deze periode wordt iedereen in de

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

53

gelegenheid gesteld om (schriftelijk of mondeling) zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan en de omgevingsvergunning bij de gemeenteraad kenbaar te maken. De resultaten van deze tervisielegging zullen vervolgens van een beantwoording worden voorzien. Afhankelijk van de ingediende zienswijzen zal het ontwerpbestemmingsplan al dan niet door de gemeenteraad gewijzigd vastgesteld worden en zal besloten worden de omgevingsvergunning al dan niet met wijzigen definitief te verlenen. Na vaststelling van het bestemmingsplan en het besluit in het kader van de omgevingsvergunning kan in een periode gedurende 6 weken eventueel nog beroep ingesteld worden bij de Raad van State.

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

54

7. Bijlagen Bijlage 1 – Deskundigenrapport - Gloudemans Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek industrielawaai – Nipa Milieutechniek Bijlage 3 – Archeologisch bureauonderzoek – KSP Archeologie Bijlage 4 - Verkennend bodemonderzoek – Nipa Milieutechniek Bijlage 5 – Quickscan flora en fauna – Nipa Milieutechniek Bijlage 6 – Verslag omgevingsdialoog Bijlage 7 – Memo voorgrondbelasting geur Beekstraat 50, Nuenen Bijlage 8 – Voorlopig ontwerp erf Beekstraat, Nuenen Bijlage 9 – Aerius-berekeningen en toelichting

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

55

Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9597778/1