2021-02 Bijlage 2 Toelichting Beekstraat Nuenen
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’
TOELICHTING 2 DECEMBER 2019 STATUS: ONTWERP
Gemeente Nuenen Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Adres
: Verwestraat 32
Postcode
: 5491BZ
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing ................................................................................................................... 6 1.3 Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................................... 8
2
Planbeschrijving .............................................................................................................................. 10 2.1 Bestaande situatie ....................................................................................................................... 10 2.2 Toekomstige situatie en stedenbouw ......................................................................................... 12 2.3 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 16
3
Beleidskader ................................................................................................................................... 18 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 18 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 20 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 24
4.
Milieuhygiënische aspecten .......................................................................................................... 28 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 28 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 28 4.3 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 30 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 32 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 34 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 35 4.7 Flora- en fauna ............................................................................................................................ 37 4.8 Kabels en leidingen .....................................................................................................................
39 4.9 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 39 4.10 Water ........................................................................................................................................ 42
5.
4.11
Industriële geurhinder ........................................................................................................... 46
4.12
Geurhinder in verband met veehouderijen .......................................................................... 47
4.13
Milieueffectrapportage (M.e.r.) ........................................................................................... 49
Toelichting, verbeelding en regels ................................................................................................. 51 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 51 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 51
6.
Uitvoeringsaspecten ...................................................................................................................... 53 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 53 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 53
7.
Bijlagen .......................................................................................................................................... 55
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
3
Bijlage 1 – Deskundigenrapport - Gloudemans ................................................................................. 55 Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek industrielawaai – Nipa Milieutechniek ........................................ 55 Bijlage 3 – Archeologisch bureauonderzoek – KSP Archeologie ....................................................... 55 Bijlage 4 - Verkennend bodemonderzoek – Nipa Milieutechniek .................................................... 55 Bijlage 5 – Quickscan flora en fauna – Nipa Milieutechniek ............................................................. 55 Bijlage 6 – Verslag omgevingsdialoog ............................................................................................... 55 Bijlage 7 – Memo voorgrondbelasting geur Beekstraat 50, Nuenen ................................................ 55
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer heeft het voornemen om het driehoekige perceel gelegen tussen de Beekstraat, Oude Landen en Openbare Basisschool de Rietpluim in Nuenen te verrijken met een recreatieve poort. De recreatieve poort is een uitvalsbasis om het omliggende gebied te verkennen en bestaat uit daghoreca in de vorm van een grand café met terras, twee bed and breakfast huisjes en een bedrijfswoning. Het college van B&W heeft op 19 mei 2015 ingestemd met het principeverzoek voor de plannen van de initiatiefnemer. De plannen passen namelijk in het (inter)gemeentelijke beleid. Wel is sprake van enkele voorwaarden: het nader in overleg met de gemeente uitwerken van de plannen via het vooroverleg, het sluiten van een anterieure- en planschadeverhaalsovereenkomst, het vergoeden van alle gemeentelijke kosten en het opstellen van een bestemmingsplan. De plannen passen namelijk niet in het vigerende bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’. Onderhavig bestemmingsplan betreft het specifiek voor het initiatief opgestelde bestemmingsplan dat een partiële herziening betreft van het vigerende bestemmingsplan en tot doel heeft de plannen mogelijk te maken. Hieronder is de stedenbouwkundige schets van de toekomstige situatie weergegeven.
Afbeelding 1, Stedenbouwkundige schets
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
5
Hieronder is de ontwikkeling op de luchfoto geprojecteerd.
Afbeelding 2, Stedenbouwkundige schets op luchtfoto
1.2 Ligging en begrenzing Het plangebied Het plangebied bestaat uit het driehoekige perceel dat is gelegen tussen de Beekstraat, Oude Landen en Openbare Basisschool de Rietpluim in Nuenen en is kadastraal bekend gemeente Nuenen, sectie C, nummer 1682. Het plangebied kent een grootte van circa 4392 m2. Hieronder is de kadastrale kaart opgenomen waarop het plangebied met een rode lijn is weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
6
Afbeelding 3, Plangebied op kadastrale kaart
Hieronder is de ligging van het plangebied met een blauwe pijl aangeduid op een luchtfoto waarop de grotere omgeving zichtbaar is.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
7
Afbeelding 4, Ligging van het plangebied
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Nuenen d.d. 19 december 2013. De huidige enkelbestemming van het gehele plangebied is ‘Agrarisch met waarden’, wat betekent dat het plangebied bestemd is voor: -
behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheidene gebieden; extensief agrarisch grondgebruik; extensieve recreatie; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bij de bestemming bijbehorende voorzieningen.
Op de gronden met deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan, slechts bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen, gedenktekens en verlichting. Ook is sprake van een dubbelbestemming ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden: ‘Waarde – Archeologisch waardevol’. Deze dubbelbestemming betekent dat de gronden in het plangebied behalve voor ‘Agrarisch met waarden’, mede bestemd zijn voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Zolang geen bouw- en of graafwerkzaamheden en dergelijke worden uitgevoerd die dieper reiken dan 30 cm over een oppervlakte van 100 m2 hoeft geen archeologisch onderzoek overlegd te worden. Indien dit wel het geval is zal dergelijk onderzoek moeten worden overlegd alvorens de werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. In onderhavige situatie is dat het geval, er wordt meer dan 100 m2, dieper dan 30 cm geroerd
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
8
Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl) ter hoogte van het plangebied weergegeven. Het blauwe pijltje geeft de ligging van het plangebied aan.
Afbeelding 5, Verbeelding vigerend bestemmingsplan
De plannen van de initiatiefnemer passen niet binnen de bestemming die het plangebied op basis van het vigerende bestemmingsplan kent.
1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid).
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
9
2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie Regio De regio Eindhoven, waarvan Nuenen deel uitmaakt, ligt voor het merendeel binnen een relatief laag gelegen gebied, de zogenaamde Centrale Slenk. De enigszins golvende bodem is grotendeels gevormd tijdens het Pleistoceen en bestaat uit zand met plaatselijk dunne leemlagen, voornamelijk gesitueerd onder dekzanden. In de beekdalen is tijdens het Holoceen klei en leem afgezet en ontwikkelde zich verspreid in de dalen veen. Plaatselijk komen nog kleinschalige veen- en heiderelicten voor. De regio Eindhoven is in haar huidige verschijningsvorm globaal te dateren uit de periode 13001940, waarbij de oude ontginningen dateren uit de periode 1850-1940. De opvallend sterke verstedelijking in en rond Eindhoven en Helmond dateert voornamelijk uit de periode 1875-1965. Tot omstreeks 1850 heeft het gebied een grote continuïteit gekend. Vandaag de dag is de landschappelijke verscheidenheid, hoewel gefragmenteerd, herkenbaar gebleven, maar de explosieve groei van Eindhoven en Helmond heeft de regio in sterke mate versteend en domineert in ruimtelijk opzicht het gehele gebied. Nuenen De nederzetting Nuenen stamt waarschijnlijk uit de Frankische tijd: 8e - 10e eeuw. Het historisch deel van Nuenen is ontstaan uit verschillende kernen – zoals Berg, Beekstraat en Refeling – die tezamen een tiendakkerdorp vormden met een gemeenschappelijke kerk.
Het dorp Nuenen kreeg in de 14e eeuw een eigen schepenbank. Oorspronkelijk had Nuenen een agrarisch karakter, hoewel er sinds de late middeleeuwen ook enige industrie was in verband met de watermolens in de omgeving. Als gevolg van verdere industriële ontwikkeling in de 19e eeuw groeide de kern uit tot een intensief bebouwde nederzetting met bedrijvigheid, en centrale functies. De bebouwing bestond uit bedrijfjes, kleine fabrieken, (arbeiders)dorpswoningen en luxe villawoningen voor de fabrikanten. Grote delen van de historische kern worden beschermd middels aanwijzing tot gemeentelijk dorpsgezicht. Oude Landen Het gebied ‘Oude Landen’ onderscheid zich van zijn omgeving als een halfopen gebied met een kleinschalig karakter dat bestaat uit boselementen, wegbeplantingen en graslandjes. In Oude Landen is de relatie tussen ondergrond, landschap en bebouwing voor een deel nog herkenbaar aanwezig. De heidevegetatie die van oudsher aanwezig was, is door de diverse ontwikkelingen die in het gebied hebben plaatsgevonden verdwenen. Door de huidige akkers en weide is het halfopen karakter van het gebied nog in voldoende mate gehandhaafd. Het gebied Oude Landen fungeert als schakel tussen het woongebied van Nuenen en het recreatieve gebied Gulbergen. Het heeft de potentie van recreatief uitloopgebied.
Derhalve zijn de laatste jaren een aantal gebruiksfuncties vanuit de kern naar dit gebied verplaatst (brede school, sportpark en begraafplaats). De ambitie voor het gebied Oude
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
10
Landen is de ontwikkeling van een recreatiebos. Hiermee wordt vorm gegeven aan de ecologische, landschappelijke en recreatieve relatie tussen de grotere bosgebieden Geeneindse heide en Molenheide. In het bos ligt een stelsel van lanen met daarbinnen open ruimtes, de kamers. Binnen deze kamers is ruimte voor functies, zowel georganiseerd (concreet gebruik vastgelegd) als ongeorganiseerd (gebruik wordt aan het toeval overgelaten). Hierdoor is sprake van bosgebied met een aantrekkelijk samenspel van open en gesloten gebieden. Het gehele gebied wordt ontsloten via een slingerende weg die de verschillende functies met elkaar verbindt en aansluit op de Smits van Oyenlaan (hoofdontsluitingsstructuur). Plangebied Het plangebied ligt in de splitsing van de Beekstraat en Oude landen op de rand van hoog naar laag. Ten westen van het plangebied lag een hoger gelegen, groot en open akkercomplex. Ten oosten van het plangebied lag het lager gelegen Prinsche weide, een natte, heideachtige laagte. Hierdoorheen loopt de Hooidonkse beek. Het plangebied lag dus op de overgang van hoog en droog met laag en nat. Zij was kleinschalig verkaveld. De kleine akkertjes, omsloten door houtwallen, lijken te behoren tot het eerder genoemde gehucht De Beekstraat. Opvallend op de hoogtekaart, en ook zichtbaar in het veld, is de lagere ligging van het plangebied ten opzichte van de wegen eromheen.
De bodem bestaat uit enkeerdgronden, dit betekent dat ze jarenlang zijn ingezet voor de akkerbouw in de vorige eeuw. Het plangebied is charmant gelegen in de oksel van twee smalle wegen die beide door een eikenlaan worden begeleid. De Beekstraat is een karakteristiek bebouwingslint, die het buitengebied verbindt met het centrum van Nuenen. Precies op de overgang van bebouwde kom met het buitengebied ligt het plangebied. Langs de Beekstraat liggen verschillende boerderijen in een groene setting van erfbeplanting bestaande uit hagen, solitaire landschapsbomen en struwelen. De Oude Landen begrensd de bebouwde kom van Nuenen. Aan de noordzijde ligt er een stevige beplantingswal, die de woningen afschermd van het landelijk gebied. De basisschool – die een aantal jaren geleden ten zuiden van het plangebied aan de Ouwlandsedijk is gebouwd - wordt door wat lage bosschages afgeschermd van het plangebied. Het schoolgebouw is een dissonant in het gebied door zijn maat en schaal. Ook is zij niet op een landschappelijke wijze ingepast in de dorpsrand, op de overgang naar het landschap. Het plangebied is nu nog in gebruik is als paardenweide. Dat betekent dat het voorzien is van gras en er enkele voorzieningen voor paarden aanwezig zijn. Aan twee van de drie zijden van het perceel is sprake van een sloot en is het perceel in de berm op openbaar gebied omgeven met eikenbomen.
Hieronder zijn enkele foto’s van het plangebied opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
11
Afbeelding 6, Foto’s huidige situatie
2.2 Toekomstige situatie en stedenbouw Onderhavig initiatief bestaat uit de ontwikkeling van een recreatieve poort, een uitvalsbasis voor wandelaars en fietsers die het omliggende gebied verkennen. De recreatieve poort bestaat uit daghoreca in de vorm van een grand café met terras, twee bed and breakfast huisjes en een bedrijfswoning. Programma Het programma bestaat uit: -
80 m2 inpandige horeca (2); 360 m2 terras (vanaf parkeerplaats via 5 bereikbaar); twee bed and breakfasthuisjes van 75 m2 ieder (3+4); één bedrijfwoning met privétuin (1); 20 autoparkeerplaatsen (via 5 te voet bereikbaar); gebiedseigen beplanting.
Op de afbeelding hieronder is het programma met nummers die corresponderen met de nummers hierboven nader weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
12
Afbeelding 7, Programma ontwikkeling
Het redelijk kleinschalige toeristisch/ recreatieve programma is een programma dat uitstekend past op de beoogde plek in het gebied ‘Oude Landen’. Het gebied Oude Landen fungeert als schakel tussen het woongebied van Nuenen en het recreatieve gebied Gulbergen. Het heeft de potentie van recreatief uitloopgebied. De ambitie voor het gebied Oude Landen is de ontwikkeling van een recreatiebos. Pas door een dergelijk bos te combineren met een pleisterplaats/ uitvalsbasis wordt het gebied voor recreanten aantrekkelijk: er ontstaat een plek waar goed verbleven kan worden en waarvandaan het gebied ‘ingetrokken’ kan worden. Stedenbouwkundige invulling In overleg met het Team Ruimtelijke Kwaliteit (TRK) van de gemeente Nuenen is het initiatief uitgewerkt tot wat het nu is: een plan dat qua invulling, uitstraling en
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
13
architectuur in de omgeving past. Het volledige plan is bijgevoegd als bijlage 8 bij deze toelichting. Gekozen is voor bebouwing rondom een erf dat aan alle zijden is omgeven met beplanting. Sprake is van slechts twee hoofdgebouwen, waarin het totale programma wordt ingevuld. Hieronder is het stedenbouwkundig plan weergegeven.
Afbeelding 8, Stedenbouwkundige schets
Zowel de inrichting van het plangebied als de uitstraling ervan is landelijk. Dit komt tot uiting in de manier waarop de invulling van het erf is vormgegeven en in de bebouwing zelf. De materialisering voor de erfinrichting bestaat uit plinten van gebakken klinkers rondom de bebouwing, terrassen van grind, parkeren in het groen, een halfverharde rijbaan en doorgangen van keien. De kunstwerken zijn van hout. De beplanting bestaat uit fruitbomen, een walnoot, lindes en een voedselbos. Aanvullend wordt gebruik gemaakt van borders, hagen en (bloemrijk) gras. De bebouwing kent slechts één bouwlaag met forse kap. Zoals dat ook voor boerderijen in deze streek typerend is. De architectuur is niet historiserend. Eigentijdse duidelijke architectuur waarbij robuuste materialen worden gebruikt zijn uitgangspunt. Hieronder zijn diverse referentiebeelden weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
14
Afbeelding 9, Referentiebeelden
Met de referentiebeelden een ontwerpprincipes in het achterhoofd is het initiatief voor onderhavige locatie voor wat betreft het horeca alsook woongebouw nader uitgewerkt. Hieronder zijn de gevels van de toekomstige situatie daarvan opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
15
Afbeelding 10, Ontwerp horeca- en woongebouw
2.3 Verkeer en parkeren Verkeer De bereikbaarheid van het plangebied per auto en fiets is goed. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Beekstraat en aan de zuidzijde (voorbij/ achter basisschool De Rietpluim) door de Ouwlandsedijk. Op beide wegen is de verkeersintensiteit volgens het SRE Verkeersmodel versie 3.0, december 2012 minder dan 100 motorvoertuigen per etmaal. Aan de westzijde wordt het plan begrensd door een fietspad (Oude Landen), het fietspad takt aan op de Beekstraat en Ouwlandsedijk. Het aantal verkeersbewegingen van personenwagens van bezoekers en medewerkers is gebaseerd op het aantal voorziene parkeerplaatsen op het terrein (20), en de te verwachten gemiddelde aantal gasten van de B&B (8) met een bezettingsgraad van 80% en een gemiddeld aantal aankomst- en vertrekbewegingen van 4 maakt circa 26 verkeersbewegingen over de gehele dag. Voor de horecagelegenheid geldt een gemiddelde bezetting van 25% van 44 personen (die met de auto komen) over een tijdsbestek van 16 uur per dag (07:00 tot 23:00), waarbij de gasten gemiddeld 45 minuten verblijven maakt een totaal aantal verkeersbewegingen van 469 (16 x 60 / 45 x (25% van 44) x 2). Drie keer per week is sprake van aankomst en vertrek van ten hoogste 2 (middel)zware vrachtwagens van leveranciers (aanvoer producten).
De beoogde planontwikkeling in onderhavig plangebied heeft effect op het aantal verkeersbewegingen. Dat neemt namelijk met 507 vervoersbewegingen
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
16
(motorvoertuigen) per etmaal toe. Dit leidt echter niet tot problemen, omdat momenteel op de toegangswegen tot het plangebied slechts sprake is van 100 vervoersbewegingen (motorvoertuigen) per etmaal. Dit is ruim minder dan de aanwezige infrastructuur kan afwikkelen. Het wegprofiel is afdoende. Parkeren Op basis van de CROW, die de gemeente bij nieuwe ontwikkelingen hanteert, is in onderhavige situatie het volgende aan de orde. Autoparkeren: - 80 m2 BVO horeca (categorie restaurant, buiten de kom, 16 pp’s per 100 m2 BVO): 12,8 parkeerplaatsen; - 2 B&B-huisjes (categorie bungalowpark/ huisjescomplex, buiten de kom, 2,2 pp’s per bungalow): 4,4 pp’s; - bedrijfswoning (categorie koop vrijstaand/ twee-onder-één-kap, buiten de kom, 2,8 pp’s per woning): 2,8 pp’s. Fietsparkeren: - 360 m2 BVO terras (categorie restaurant (eenvoudig), buiten de kom, 16 pp’s per 100 m2 BVO): 57,6 pp’s. Het uitgangspunt in de gemeente Nuenen is parkeren op eigen terrein. In onderhavige situatie betekent dit dat op eigen terrein het volgende aantal parkeerplaatsen aanwezig moet zijn: - autoparkeren: 20 parkeerplaatsen; - fietsparkeren: 58 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is voorzien in een parkeerterrein dat ruimte biedt voor 20 autoparkeerplaatsen en voor een parkeerterrein dat ruimte biedt voor het benodigde fietsparkeren. De afbeelding hieronder illustreert dit.
Afbeelding 11, Parkeersituatie
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
17
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte volgt de Nota Ruimte op. Het Rijk heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) op 14 maart 2012 vastgesteld, met het daarbij behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de SVIR heeft het Rijk een andere sturingsfilosofie vastgesteld, waarbij zij zich scherper dan voorheen richt op de nationale belangen. In deze structuurvisie, die diverse rijksnota’s vervangt, staan de plannen van het Rijk voor ruimte en mobiliteit. Er wordt aangegeven in welke infrastructuurprojecten het Rijk de komende tijd wil investeren en op welke wijze de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Onder het motto ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ streeft het kabinet tot 2028 (middellange termijn) naar de volgende drie hoofddoelstellingen: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3.
Het waarborgen van een leefbare en veilige leefomgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden door het Rijk 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden zijn naast de SVIR het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2014) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, 2014) in werking getreden. Het plangebied is niet gelegen in een specifiek gebied waarvoor nationale belangen zoals geformuleerd in de SVIR gelden. Het plangebied heeft daardoor en i.v.m. het via onderhavig bestemmingsplan regelen van rechten die al middels een (project)omgevingsvergunning zijn vergund, geen betrekking op de nationale belangen die in de SVIR worden genoemd.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
18
De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Vervolgens moet de behoefte aan het nieuwe ruimtebeslag worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. In jurisprudentie komt tot uiting wat hieronder verstaan moet worden. Zie hiertoe navolgende (verzamel)uitspraak: ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. Uit jurisprudentie blijkt dat onderhavige ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling betreft zoals is bedoeld in het Bro. Het initiatief heeft een kleiner BVO dan 500 m2 (310 m2), wat als ondergrens voor functies zoals onderhavige wordt aangehouden.
Doordat het initiatief te kleinschalig is om als stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt is het – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nodig de behoefte aan het nieuwe ruimtebeslag nader te motiveren. 3.1.3
Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro)/AMvB Ruimte Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, eerste tranche (Barro) is vastgesteld op 22 augustus 2011; en is op 30 december 2011 in werking getreden (Stb. 2011, nr. 391). Het Barro wordt ook wel de AMvB Ruimte genoemd. Het Barro vloeit voort uit de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het kabinet heeft in de genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. Het gaat daarbij om het beschermen van de nationale belangen. Deze algemene regels, vastgelegd in het Barro, werken zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wro (spoedwet Wro; TK 32 821) wordt, naar aanleiding van het Raad van State-advies over het Barro, eerste tranche, de wettelijke grondslag voor het provinciaal medebewind en ontheffingen verbeterd. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State voorziet het Barro thans ook in een bij dit besluit behorende ministeriële regeling (Rarro). In deze regeling is de begrenzing opgenomen van de gebieden uit een aantal titels
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
19
uit het Barro waarvoor een reservering of een vrijwaring geldt. De aanduiding van deze gebieden is opgenomen in het Barro. Per 1 oktober 2012 is de 1e aanvulling (en aanpassing) die een uitbreiding van de van toepassing zijnde onderwerpen van nationaal belang betrof op het Barro in werking getreden. De wijziging van het Rarro dat hiermee vergezeld ging is tegelijkertijd ook in werking getreden. Ten aanzien van onderhavige ontwikkeling zijn er geen regels uit het Barro van toepassing.
3.2 Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.
Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken.
3.2.2
Verordening Ruimte Naast een omgevingsvisie heeft de provincie Noord-Brabant ook een provinciale planologische verordening. Dat is een instrument waarmee de provincie regels stelt waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. De Verordening regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
20
ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. De ontwikkeling waar het hier om gaat betreft het planologisch mogelijk maken van een recreatieve poort, een uitvalsbasis voor wandelaars en fietsers die het omliggende gebied verkennen. De recreatieve poort bestaat uit daghoreca in de vorm van een grand café met terras, twee bed and breakfast huisjes en een bedrijfswoning. Voor deze toelichting is de geconsolideerde versie van de Verordening ruimte van 1-1-2019 gebruikt. Het plangebied is daarin gelegen in het gemengd landelijk gebied en heeft de aanduiding ‘Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, stedelijk concentratiegebied’. Zie onderstaande uitsneden van de Verordening ruimte (www.ruimtelijkeplannen.nl), waarop het blauwe pijltje de ligging van het plangebied weergeeft.
Afbeelding 12, Uitsneden Verordening ruimte
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
21
In de Verordening ruimte staat opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling uitsluitend is gelegen in bestaand stedelijk gebied (artikel 4.2). Onderhavige ontwikkeling (stedelijk van aard) ligt niet in het bestaand stedelijk gebied, maar in ‘Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, stedelijk concentratiegebied’. Op basis van artikel 8.1 kan in dergelijk gebied (in afwijking van artikel 4.2) ook voorzien worden in stedelijke ontwikkelingen, mits: -
-
Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid ertoe strekt dat de stedelijke ontwikkeling aansluit bij bestaand stedelijk gebied of plaatsvindt in een nieuw cluster van stedelijke bebouwing, en: Onderhavig bestemmingsplan sluit aan bij bestaand stedelijk gebied, dat blijkt uit de ruimtelijke en functionele structuur. Verder is het plangebied gelegen in bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’ (en niet in het recentelijk opgestelde bestemmingsplan voor het buitengebied) en is het plangebied in de gemeentelijke structuurvisie benoemd als ‘voor transformatie afweegbaar gebied’ wat betekent dat het gebied in eerste instantie geschikt is voor wonen, werken en voorzieningen. bij de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening wordt gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waaronder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen, door deze in de planontwikkeling te betrekken. Onderhavig initiatief draagt financieel bij aan de realisatie van de ecologischeen landschappelijke- en in natura bij aan de recreatieve ambitie voor het gebied waarin het is gelegen: ‘Oude Landen’. De ambitie voor het gebied Oude Landen is de ontwikkeling van een recreatiebos.
Hiermee wordt vorm gegeven aan de ecologische, landschappelijke en recreatieve relatie tussen de grotere bosgebieden Geeneindse heide en Molenheide. In het bos ligt een stelsel van lanen met daarbinnen open ruimtes, de kamers. Binnen deze kamers is ruimte voor functies, zowel georganiseerd (concreet gebruik vastgelegd) als ongeorganiseerd (gebruik wordt aan het toeval overgelaten). Hierdoor is sprake van bosgebied met een aantrekkelijk samenspel van open en gesloten gebieden. Het gehele gebied wordt ontsloten via een slingerende weg die de verschillende functies met elkaar verbindt en aansluit op de Smits van Oyenlaan (hoofdontsluitingsstructuur). Onderdeel van het initiatief is ook de toevoeging van landschappelijke verbindingen in de vorm van in het gebied passende beplanting in het plangebied dat is gelegen op de overgang tussen stedelijk en landelijk gebied.
Verder zijn op een dergelijk bestemmingsplan zoals het onderhavige de bepalingen uit artikel 4.3 tot en met artikel 4.10 van overeenkomstige toepassing, wat voor onderhavig initiatief betekent dat getoetst moet worden aan artikel 4.8 Leisurevoorzieningen. Dat betekent het volgende. Een bestemmingsplan gelegen in bestaand stedelijk gebied kan voorzien in een ontwikkeling of een uitbreiding van een leisurevoorziening tenzij dit leidt tot een
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
22
bovenregionale leisurevoorziening. Onder een dergelijke bovenregionale leisurevoorziening wordt begrepen een leisurevoorziening waarbij uit onderzoek blijkt dat ten minste 20% van de bezoekers afkomstig is buiten een straal van 35 kilometer vanaf de beoogde leisurevoorziening en het te verwachten aantal bezoekers meer dan 750.000 per jaar bedraagt. Onderhavig initiatief betreft niet een dergelijke bovenregionale leisurevoorziening. Als laatste moet nog rekening worden gehouden met de kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.2): -
-
-
-
Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een verantwoording: - van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; - dat de bedoelde verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. Indien een kwaliteitsverbetering als bedoeld in het eerste lid niet is verzekerd, wordt het bestemmingsplan slechts vastgesteld indien een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd en wordt over de werking van dat fonds regelmatig verslag gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg. In afwijking van het bepaalde in dit artikel kan de toelichting van een bestemmingsplan een verantwoording bevatten over de wijze waarop de afspraken over de kwaliteitsverbetering van het landschap, die zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg, bedoeld in artikel 39.4, onder b, worden nagekomen.
Ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap het volgende. De gemeente Nuenen heeft een eigen landschapsinvesteringsregeling vastgesteld. Met deze regeling heeft de provincie Noord-Brabant ingestemd. In de regeling zijn ruimtelijke ontwikkelingen gecategoriseerd naar gelang de impact die ze hebben op het landschap. Onderhavige ontwikkeling valt op basis van de categorisering in categorie 3 ‘Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s’. In ieder geval moet een initiatief dat in deze categorie valt voldoen aan de basisinspanning: landschappelijke inpassing alsook een bijdrage leveren aan het landschapsfonds van de gemeente Nuenen. De landschappelijke inpassing is door Kruitkok Landschapsarchitecten in overleg met de commissie TRK uitgewerkt. Het plan is als bijlage 8 bijgevoegd bij deze toelichting. Het landschappelijk inpassingsplan is daarnaast ook als
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
23
voorwaardelijke verplichting vastgelegd in het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan. Aangaande de te leveren bijdrage in het gemeentelijke landschapsfonds het volgende. Deze bijdrage is afhankelijk van de bestemmingswinst die door het plan wordt gerealiseerd. 20% daarvan moet door de initiatiefnemer worden afgedragen ten behoeve van het landschapsfonds. In sommige gevallen kan de bestemmingswinst berekend worden op basis van forfaitaire bedragen. In onderhavige situatie behoort dit echter niet tot de mogelijkheden, omdat voor de toekomstige bestemming geen forfaitaire bedragen zijn vastgesteld. Op verzoek van de gemeente heeft Gloudemans (als deskundige op dit gebied) specifiek voor onderhavige ontwikkeling de bestemmingswinst en het te investeren bedrag in kwaliteitsverbetering van het landschap in beeld gebracht. Het deskundigenrapport is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Het te investeren bedrag in het kader van de kwaliteitsverbetering van het landschap voor onderhavige ontwikkeling betreft € 28.000,-. In de anterieure overeenkomst die tussen de gemeente en de initiatiefnemer is gesloten zijn afspraken over de afdracht gemaakt. Het gestorte bedrag wordt door de gemeente geinvesteerd in het gebied waarvan onderhavige ontwikkeling onderdeel uitmaakt.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Nuenen c.a. De gemeente Nuenen is een bruisende gemeente, waar burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen veel initiatieven ontplooien. Om nieuwe ontwikkelingen in goede banen te leiden en om de samenhang ervan niet uit het oog te verliezen heeft de gemeente besloten één kaderstellend beleidsdocument voor Nuenen te maken: een structuurvisie. Op 27 november 2009 heeft de gemeenteraad van Nuenen de Structuurvisie Nuenen c.a. vastgesteld. Het document heeft de uitgangspunten van verschillende destijds bestaande beleidsdocumenten op gemeenteniveau vastgelegd en vervult een rol als toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen. In een Structuurvisie formuleert de overheid haar ruimtelijke beleidsdoelen en geeft inzicht in de wijze waarop deze tot uitvoering worden gebracht. De volgende stappen heeft de gemeente Nuenen hiervoor doorlopen: - opstellen van een ruimtelijk toetsingskader en een visie op hoofdlijnen voor de lange termijn (Ruimtelijk Casco); - vaststellen van een ruimtelijk-functioneel programma voor de middellange en korte termijn;
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
24
-
ontwerpen van een ontwikkelingsplan voor de korte termijn; beschrijven van een uitvoeringsplan voor de korte termijn.
Afbeelding 13, Uitsnede structuurvisie Nuenen c.a., ruimtelijk casco
Binnen het ruimtelijke casco is het plangebied aangeduid als voor transformatie afweegbaar gebied (provinciaal beleid). Voor dit onbebouwde gebied geldt dat transformatie afweegbaar is naar bebouwd gebied (wonen, werken, voorzieningen, ingericht groen, al dan niet in combinatie van meervoudig ruimtegebruik) om in de ruimtebehoefte voorzien. De aanduiding die voortkomt uit het provinciale en regionale beleid heeft in het gebied dat hiertoe is aangeduid en waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt al geleid tot diverse ontwikkelingen zoals de realisatie van een brede school en begraafplaats. Onderhavige ontwikkeling past binnen wat de gemeente Nuenen met de structuurvisie voor deze plek heeft beoogd. 3.3.2 Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa In 2011 is de Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa vastgesteld door alle in het gebied gelegen gemeenten (7) en twee waterschappen. Het Rijk van Dommel en Aa – het groene gebied tussen Eindhoven en Helmond - is een prachtig landelijk gebied, met waardevolle groene- en waterstructuren die voor het woonklimaat in de regio van groot belang zijn. Dit gebied staat door de verstedelijking onder druk. Het groenblauwe karakter van dit gebied moet worden versterkt, waardoor het beter gaat functioneren als uitloopgebied voor de stedelijke agglomeratie.
Daarom is een intergemeentelijke structuurvisie ontwikkeld, waarmee het Wensbeeld voor dit gebied beleidsmatig verankerd wordt en daadwerkelijk tot uitvoer kan worden gebracht. Het is de bedoeling het Rijk van Dommel en Aa te behouden en verder te ontwikkelen als robuust regionaal landschapspark dat de Brainportbewoner een aantrekkelijke landschappelijke omgeving biedt waarin gerecreëerd kan worden.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
25
In de intergemeentelijke structuurvisie is het wensbeeld verder uitgewerkt en zijn projecten geformuleerd die bijdragen aan het verwezenlijken van dit wensbeeld. Onderhavig plangebied ligt aan de rand van het Rijk van Dommel en Aa en is dus niet in de visie als onderdeel ervan benoemd. Het initiatief is echter wel getoetst aan de intergemeentelijke structuurvisie met positief resultaat. Het initiatief kan door haar ligging namelijk als recreatieve poort tot het gebied dienen. 3.3.3 Toerisme en recreatie Het plangebied is gelegen aan het fietsroutenetwerk en aan een langeafstandsroute (LF13, Van Goghroute). Eveneens is het plangebied gelegen nabij het wandel- en ATB-route netwerk. Dit alles met het Rijk van Dommel en Aa in de achtertuin en middenin het als recreatief bos te ontwikkelen ‘Oude Landen’ is een recreatief initiatief (zoals een recreatieve poort) op onderhavige locatie een geschikte invulling. 3.3.4 Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020 Op 13 februari 2014 heeft de gemeenteraad van Nuenen de Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020 vastgesteld. De Woonvisie voldoet aan een behoefte aan beleid op volkshuisvestelijk gebied. De voorgaande Woonvisie dateerde namelijk uit 2005. Vanwege de economische crisis is de woningbouw gestagneerd. Ook de doorstroming binnen de bestaande voorraad is minimaal.
Daarnaast is het rijksbeleid op het gebied van wonen (Woonakkoord) en huren (gevolgen investeringscapaciteit corporaties) drastisch veranderd. Gemeenten krijgen een steeds belangrijkere regiefunctie. Rondom de decentralisaties van de WMO is nog veel onduidelijk, maar we weten wel dat ook hier een belangrijke taak bij de gemeenten zal komen te liggen. Ook binnen de gemeente Nuenen hebben veranderingen plaats gevonden. Bezuinigingen leidden tot minder capaciteit om een en ander uit te voeren. Er moet worden ingezet op het bestaande woningbouwprogramma en dus moeten nieuwe projecten geweerd kunnen worden en er zijn nieuwe ambities voor bijvoorbeeld duurzaamheid. Daarom is het belangrijk de volkshuisvestelijke prioriteiten van de gemeente Nuenen binnen deze kaders en de huidige omstandigheden weer te geven in een actuele Woonvisie. Op basis van deze kaders kunnen de komende jaren keuzes gemaakt worden voor deze klem zittende woningmarkt. In de Woonvisie, (Sectorale Structuurvisie Wonen 2013) zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: - Inspelen op de trends: a) decentralisering beleid b) economisch laagconjunctuur is nieuwe realiteit c) demografie: - Nuenen groeit tot 2017 - ontgroening en vergrijzing
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
26
- huishoudensverdunning d) wonen - zorg - welzijn - digitalisering en Domotica woningen - WMO kanteling - Verdergaander extramuralisering e) kwaliteit bestaande voorraad - o.a. duurzaamheid - Beleid voor de doelgroepen: Starters, ouderen, zorgbehoevenden, Sinti, Arbeidsmigranten - Betaalbaar Wonen: Afspraken met Helpt Elkander en Woonbedrijf Het woningbouwprogramma is een onderdeel van de Woonvisie, maar is volgend op de beleidskeuzen. Dat betekent dat bij de beleidskeuzen wel rekening gehouden moet worden met de prioritering van de verschillende projecten. Bovendien is er een afwegingskader opgenomen ten behoeve van het beoordelen van nieuwe projecten. De Woonvisie is voorzien van een uitvoeringsprogramma. Het toevoegen van één woning past binnen de kaders van de Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020. De woning telt niet mee in het Woningbouwprogramma van de gemeente Nuenen. Na realisering telt de woning wel mee in de voorraad van de gemeente Nuenen. Bij de herijking van de Provinciale Prognose (elke drie jaar) telt de volledige bestaande voorraad wel mee in de behoefteraming. Het toevoegen van één woning stuit niet op volkshuisvestelijke bezwaren.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
27
4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen en onderwijsgebouwen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt. Consequenties Nieuw geluidsgevoelig object Binnen het plangebied wordt één nieuw geluidsgevoelig object opgericht: de bedrijfswoning. De B&B-huisjes zijn geen geluidsgevoelige objecten. De bedrijfswoning moet om die reden getoetst worden aan externe geluidsbronnen, niet inbegrepen de eigen inrichting (horecafunctie/ B&B-huisjes) omdat het daarvan onderdeel uitmaakt. Geen sprake is van nabijgelegen spoorwegen. Hieraan behoeft daarom niet te worden getoetst.
Het plangebied valt buiten de Ke-contouren van vliegveld Eindhoven, geluidshinder ten gevolge van luchtverkeer is daarom niet aan de orde. Het plangebied is verder gelegen in/ nabij de geluidszone van de Beekstraat/ Ouwlandsedijk, echter zijn op die wegen de verkeersintensiteiten zo laag (SRE Verkeersmodel versie 3.0, december 2012 minder dan 100 motorvoertuigen per etmaal) dat het niet zinvol is de geluidsbelasting ervan op geluidgevoelige objecten zoals onderhavige bedrijfswoning in beeld te brengen. Uit ervaring kan geconcludeerd worden dat de geluidsbelasting door de lage verkeersintensiteiten namelijk niet meer zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB of de ontheffingswaarde van 53 dB. Daarbij komt dat de gevelwering op basis van het huidige bouwbesluit al minimaal 20 dB moet zijn, waardoor bij een geluidsbelasting van 53 dB (met aftrek van 20 dB) reeds sprake is van een binnengeluidsniveau van maximaal 33 dB. Als laatste moet het geluidsgevoelige object nog getoetst worden in het
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
28
kader van industrielawaai afkomstig van omliggende geluidsbronnen. Op ca. 330 meter en op ca. 200 meter vanaf de bedrijfwoning zijn agrarische bedrijven gelegen. Beide bedrijven liggen ver genoeg weg om geluidshinder te kunnen veroorzaken dat invloed heeft op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Het nieuwe geluidsgevoelige object beperkt deze bedrijven niet in hun bedrijfsvoering, omdat tussen het nieuwe object en de bedrijven reeds geluidsgevoelige functies (woningen) zijn gelegen. In de nabijheid van het plangebied is ook een basisschool gelegen, deze ligt op ca. 50 meter van het nieuwe geluidsgevoelige object. Voor een basisschool (SBI-code 852, 8531) geldt op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering een richtafstand van 30 meter totaan geluidsgevoelige objecten. Deze afstand wordt gehaald. Op ca. 150 meter van het nieuwe geluidsgevoelige object is nog een manege gelegen. Voor een manege (SBI-code 931, E) geldt op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering een richtafstand van 30 meter totaan geluidsgevoelige objecten. Deze afstand wordt gehaald. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven worden door oprichting van een nieuw geluidsgevoelig object niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Nieuwe geluidsbron In het plangebied wordt een nieuwe geluidsbron opgericht.
De welliswaar lichte horecagelegenheid genereert nl. geluid, dat geen (te) hoge belasting op omliggende geluidsgevoelige objecten mag hebben. Nabijgelegen zijn meerdere geluidsgevoelige objecten. Het gaat dan om diverse woningen en een onderwijsgebouw. Om de geluidsbelasting van de horecagelegenheid op deze omliggende geluidsgevoelige objecten in beeld te brengen is door Nipa Milieutechniek een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat het bestaande woon- en leefklimaat ter plaatse van geluidsgevoelige objecten in de omgeving niet onevenredig wordt aangetast. Het onderzoek is bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd (bijlage 2) en kent de navolgende meer uitgebreide conclusie. “In dit onderzoek zijn de geluidniveaus berekend in de representatieve en voor zover relevante, incidentele bedrijfssituaties voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (Lmax ) ter plaatse van de meest kritisch gelegen woningen van derden ten opzichte van het bedrijf. De vastgestelde geluidniveaus worden getoetst aan de toetsingswaarden die gehanteerd worden voor een ‘’rustige woonwijk/rustig buitengebied’’ conform de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering’’.
De equivalente geluidbelasting Laeq van het verkeer van en naar het bedrijf op de openbare weg (verkeersaantrekkende werking) wordt beoordeeld volgens de circulaire van de minister van VROM “Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting” van 29 februari 1996. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Uit de berekeningen blijkt dat het langtijdgemiddelde geluidniveau LAr,LT in de representatieve bedrijfssituatie als gevolg van de activiteiten op het bedrijfsterrein voldoet aan de in hoofdstuk 2 (van het onderzoek) weergegeven richtwaarden in stap 2.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
29
Ook in de tuinen is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Maximale geluidniveaus Uit berekeningsresultaten blijkt dat het hoogste maximale geluidsniveau in de dagperiode wordt berekend in waarneempunt 02/1 en wordt veroorzaakt tijdens het wegrijden van een middelzware vrachtwagen bij het verlaten van het bedrijfsterrein. Er wordt voldaan aan de richtwaarde voor het maximale geluidniveau. Verkeersaantrekkende werking Uit de tabel volgt dat er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde die geldt voor de verkeersaantrekkende werking overeenkomstig de circulaire van de minister van VROM “Geluidhinder veroor- zaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting”. Eindconclusie Uit dit onderzoek volgt dat de onderzochte bedrijfsvoering geen knelpunten veroorzaakt met betrekking tot de geluiduitstraling en dat de nieuwe ontwikkeling het bestaande woon- en leefklimaat ter plaatse van geluidgevoelige objecten en tuinen in de omgeving niet onevenredig aantast.” De uitgangspunten van het uitgevoerde geluidsonderzoek zijn geborgd in de regels van het bestemmingsplan bij de bestemming ‘Horeca’ onder strijdig gebruik. Op deze manier kan als de uitgangspunten niet of onvoldoende worden nageleefd overgegaan worden tot handhaving.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Naar aanleiding hiervan houden gemeenten bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). In het vigerende bestemmingsplan Oude Landen 2013 van de gemeente Nuenen c.a. geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologisch waardevol’ (www.ruimtelijkeplannen.nl. Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Consequenties Aangezien het initiatief de in het vigerende bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’ opgenomen ondergrenzen van 100 m2 en 0,3 m diepte voor archeologisch onderzoek overschrijdt is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Door KSP Archeologie is daarom een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd (bijlage 3). Hieruit volgt de volgende conclusie.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
30
“Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op de overgang van een dekzandrug naar een beekdal had het plangebied een hoge archeologische verwachting kunnen hebben voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd zou een lage verwachting aan het plangebied toegekend kunnen worden. Het plangebied is echter gekarteerd als een zone waar afgravingen hebben plaatsgevonden voor delfstoffen (vermoedelijk zandwinning) op de bodemkaart en op de gemeentelijke archeologische basiskaart. Op het AHN is het lager gelegen dan de omgeving, wat de afgraving ondersteund. Om die reden worden er geen archeologische resten meer verwacht.” Op basis van deze conclusie adviseert KSP Archeologie het bevoegd gezag om een selectiebesluit te nemen dat inhoudt dat geen archeologisch vervolgonderzoek meer hoeft te worden gedaan en dat de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologisch waardevol’ niet meer opgenomen hoeft te worden in een nieuw bestemmingsplan. De gemeente (het bevoegd gezag) heeft het geadviseerde selectiebesluit genomen.
In dit bestemmingsplan is daarom geen dubbelbestemming in het kader van de bescherming van eventuele archeologische waarden meer opgenomen. Dit betekent echter niet dat als er (tijdens (graaf)werkzaamheden) archeologische resten worden gevonden er geen zorgplicht bestaat. In dat geval dient men op basis van de Erfgoedwet 2016 zo spoedig mogelijk een melding te maken bij de gemeente Nuenen. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. In het gebied liggen geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. In het plangebied liggen geen gemeentelijke monumenten en panden die door de gemeente worden aangemerkt als beeldbepalend.
Bestemmingsplan ‘Recreatieve poort Beekstraat Nuenen’ – 2 december 2019
31
4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals o.a. woningen: • ter plaatse van de milieugevoelige functie(s) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties In onderhavige situatie is sprake van de toevoeging van een bedrijf én de toevoeging van een op alle onderdelen milieugevoelige functie (bedrijfswoning) en een op beperkte onderdelen milieugevoelige functie (B&B-huisjes v.w.b. geur en gevaar) Het is dus van belang dat het bedrijf geen omliggende milieugevoelige functies hindert en er in het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgevingstype In de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering worden twee omgevingstypen onderscheiden: ‘Rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘Gemengd gebied’. Een rustige woonwijk en rustig buitengebied is een gebird at is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Hiertoe behoren gebieden waar naast woningen ook andere functies voorkomen.
Lintbebouwing in het buitengebied kan ook als zodanig worden aangemerkt, net als gebiedne die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. Onderhavig gebied wordt getypeerd als ‘Gemengd gebied’. In dergelijk gebied mogen de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering met één afstandstrap worden verlaagd. Dat betekent dat in geval een afstand voor geluid van 30 meter geldt in een rustige woonwijk, diezelfde afstand in gemengd gebied 10 meter mag bedragen. Toevoeging bedrijf Nabijgelegen zijn diverse milieugevoelige functies in de vorm van woningen, een onderwijsgebouw en de B&B-huisjes in het plangebied gelegen. Deze zijn allen gelegen op een afstand van meer dan 10 meter vanaf de nieuw te vestigen horecagelegenheid, welke een ‘milieucategorie 1’-bedrijf is. Op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering kent het bedrijf de SBI-code (2008) 561 (restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.) of 5510 (hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra). Voor een bedrijf met een dergelijke SBI-code geldt voor gevaar een richtafstand van 10 meter tot aan milieugevoelige objecten. Voor stof geldt geen afstand. Aan de door VNG geformuleerde richtafstanden wordt (van gevel tot gevel) voldaan. Ten aanzien van geluid afkomstig van de inrichting (industrielawaai) is een onderzoek gedaan.