2021-02 Bijlage 1 Nota van Zienswijzen Recreatie
Tekst van het document
uiteindelijk de exploitatie gaat uitvoeren is daarbij minder van belang. De initiatiefnemer staat het namelijk ook vrij om het bedrijf na realisatie te verkopen of om personeel in te huren die het bedrijf gaan runnen. De bedrijfswoning maakt onderdeel uit van het bedrijf en mag daarom niet worden gebruikt als zelfstandige woning. Het aanvragen van een Drank- en Horecavergunning (D&Hv hoort tot de verplichtingen waar de exploitant aan moet voldoen. Een van de onderdelen van een aanvraag D&Hv is een Bibob-onderzoek. Deze verantwoordelijkheid om aan de verplichtingen te voldoen ligt bij de exploitant, niet bij de gemeente. De exploitatie van het bedrijf en dan met name de openingstijden moeten goed worden opgenomen in de regels. Het restaurantgedeelte inclusief het terras dient te sluiten om 22.00 uur waarmee het personeel nog de mogelijkheid heeft om tot 23.00 uur op te ruimen. Bij eventuele aanvraag voor een ontheffing voor de geluidnormen en openingstijden gelden voor deze horeca dezelfde regels als voor een andere horecagelegenheid in Nuenen. Conclusie: De sluitingstijden zijn in artikel 3.4.1 opgenomen, het bestemmingsplan behoeft op dit punt geen aanpassing.
Bedrijfswoning De bedrijfswoning maakt onderdeel uit van het bedrijf en mag daarom niet worden gebruikt als zelfstandige woning. Het is niet noodzakelijk dat de eigenaar in de bedrijfswoning woont dat kan ook de bedrijfsleider zijn. Als de horecazaak stopt dan mag van de bedrijfswoning geen gebruik worden gemaakt. De huisvesting van seizoenarbeiders is door de aanduiding van de bedrijfswoning in het bestemmingsplan niet mogelijk. De gemeente ziet geen reden waarom de bedrijfswoning het woon- en leefklimaat in de omgeving zou aantasten. Conclusie: Deze zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inrichting van het terrein Bij de inrichting van het terrein spelen een tweetal aspecten. Ten eerste dienen onderdelen die mogelijke hinder zouden kunnen veroorzaken op afstand van gevoelige objecten afliggen. In dit geval woningen. Ten tweede dient het terrein ook logisch te zijn ingericht voor de bedrijfsvoering. De toegang tot de Beekstraat dient veilig en overzichtelijk te zijn. Daarnaast dienen de parkeerplaatsen zover mogelijk van de woningen af te liggen. Het is gewenst om de weg over het terrein naar de parkeerplaatsen zo kort mogelijk te houden. Met deze gegevens ligt de in-uitrit op een logische plaats.
Wel moet worden bekeken of er lichthinder, door koplampen van auto’s die het parkeerterrein verlaten, ontstaat bij de woningen aan de overzijde van de Beekstraat Het terras dient zodanig te worden gepositioneerd om overlast te voorkomen voor de woningen. Hierbij is de toetst aan de geluidnormen bepalend. Het bruggetje aan de Oude Landen is alleen bedoeld voor voetgangers en fietsers. Omdat de hoofdroute via de Beekstraat loopt is de verwachting van overlast van deze ondergeschikte toegang laag. pagina 23 van 30 2020.02756
Conclusie: De locatie van het terras en de parkeerplaatsen dienen door middel van een aanduiding worden opgenomen op de verbeelding en in de regels. Er dient een aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar mogelijke lichthinder door auto’s die de parkeerplaats verlaten. De aanwezige melkrundveehouderij Bij de toetsing van te verwachte overlast wordt gekeken naar de meeste gevoelige objecten in de omgeving van het initiatief. In dit geval zijn dat de woningen in de directe omgeving. Voor een weiland met weidegang zijn geen normen beschikbaar. Het uitgangspunt is dat indien er bij de woningen geen overlast is, het initiatief toelaatbaar is. De ondernemer is vanuit de milieuwetgeving verplicht om afval afkomstig van zijn bedrijf in de directe omgeving op te ruimen. Dit wordt niet geregeld in een bestemmingsplan. Bij de afweging of een agrarisch bedrijf niet wordt gehinderd door het initiatief wordt uitgegaan van de laatste gegevens uit het Bestand Veehouderijen Brabant (BVB) van de provincie. De opgenomen aantallen dieren zoals genoemd in de toelichting komen overeen met het BVB. Er dient een extra check uitgevoerd te worden bij de Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant voor de gegevens van de huidige milieuvergunning. Het uitgangspunt voor aan te houden afstanden bij rundveebedrijven is echter een vaste afstand vanaf het bouwblok.
Het initiatief ligt niet binnen deze vaste afstand. Met de komst van het bedrijf valt niet te verwachten dat de Beekstraat regelmatig geblokkeerd gaat worden. Uiteraard kan dit incidenteel voorkomen maar dat geldt voor iedere weg in Nuenen. Conclusie: Deze zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Verkeersaantrekking De gebruikte verkeerscijfers zijn uit 2012. In dat model was er sprake van het afsluiten van het viaduct over de A270 voor autoverkeer. Dit is inmiddels niet meer het juiste beeld. Er zijn geen verkeerstellingen van dit gedeelte van de Beekstraat beschikbaar. In die situatie is het gebruikelijk om terug te vallen op het regionale verkeersmodel BBMA. Bij dit regionale verkeersmodel BBMA blijkt uit de basisgegevens van 2015 dat de verkeersintensiteit op de Beekstraat 600 motorvoertuigen per etmaal bedraagt. Hierbij moet wel een kanttekening geplaatst worden. Bij dergelijke lage verkeersintensiteiten moet rekening gehouden worden met de betrouwbaarheid en verfijning van het verkeersmodel. In de praktijk is regelmatig te zien dat op (buiten)wegen met een lage verkeersbelasting de werkelijke verkeersintensiteiten zowel naar boven als beneden kunnen afwijken ten opzicht van het verkeersmodel. Dit komt vaak door plaatselijke omstandigheden die niet goed in het model zijn verwerkt. In de situatie van de Beekstraat bestaat de indruk dat de modelresultaten te laag zijn, bijvoorbeeld doordat in het model onvoldoende rekening is gehouden met haal- en brengverkeer van basisschool de Rietpluim en (sluip)verkeer van en naar Mierlo.
Hoeveel hoger de verkeersintensiteit op de Beekstraat exact is kan op dit moment niet worden aangeven, hiervoor zou een verkeerstelling moeten plaatsvinden. Om toch een indicatie van de intensiteiten op de Beekstraat te geven is op basis van kennis en ervaring een inschatting gemaakt. Voor het gebruik van de weg (relatief veel verkeer in de ochtend en avondspits, geen onderdeel van de hoofdwegenstructuur, oude linten) is de Beekstraat te vergelijken met Boord. Uit cijfers van 2017 blijkt dat op Boord gemiddeld 1654 motorvoertuigen per etmaal aanwezig zijn, het betreft pagina 24 van 30 2020.02756
een weekgemiddelde. Dit zijn cijfers waarvan te verwachten is dat deze ook terug te zien zullen zijn in de Beekstraat. Aan de hand van de laatste gegevens dienen de berekening voor verkeerstoename en geluid voor de Beekstraat opnieuw te worden uitgevoerd. De gebruikte cijfers voor de verkeersaantrekking van het bedrijf dienen opnieuw getoetst te worden door het cluster Verkeer hierbij dient ook een piek tijdens de lunch en diner te worden meegenomen om een realistisch beeld te krijgen. Conclusie: Het plan dient gezien de nieuwe inzichten van de verkeerssituatie te worden aangepast, inclusief de daarmee verband houdende onderzoeken. Hierna moet opnieuw getoetst worden of voldaan kan worden aan de geldende normen. Verder beantwoording van de zienswijzen is dan nu dan ook niet aan de orde. Parkeren De parkeerberekening is opnieuw uitgevoerd aan de hand van de CROW publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”.CROW richtlijnen. Deze is opnieuw gecontroleerd waarbij ook specifiek gekeken is naar het aanwezige terras..
Het initiatief bestaat uit 3 functies, te weten: - 80m2 BVO horeca (categorie restaurant, rest bebouwde kom, matig stedelijk 13 pp’s per 100m2 BVO) - 2x B&B Huisjes (categorie bungalowpark / huisjes complex, rest bebouwde kom matig stedelijk 1,7 pp’s per bungalow) - Bedrijfswoning (categorie Koop / twee-onder-een-kap, rest bebouwde kom, matig stedelijk 2,1 pp’s per woning) Daarmee ziet de berekening er als volgt uit: - 0,80 x 13 = 10,4 - 2 x 1,7 = 3,4 - 1 x 2,1 = 2,1 Aangezien het parkeren (volgens afbeelding 11 op pagina 17 van de toelichting) voor alle 3 de functies afgewikkeld wordt op 1 centraal parkeerterrein/parkeerstrook is de totale parkeerbehoefte bij elkaar opgeteld en daarna afgerond. De totale parkeerbehoefte is 15,9 parkeerplaatsen, wat in de praktijk neerkomt op 16 parkeerplaatsen. Het terras van 120m2 biedt volgens de toelichting (pagina 12) plaats voor maximaal 44 zitplaatsen. Daarmee is het aantal zitplaatsen gelijk aan het aantal zitplaatsen van de inpandige horeca. Het is dan ook niet nodig extra autoparkeerplaatsen ten behoeve van het terras in het plan op te nemen. Op momenten dat gasten zich verdelen over de inpandige horeca en het terras zal ook de manier waarop gasten zich naar de recreatieve poort begeven verdelen over auto, fiets en te voet.
Wat het fietsparkeren betreft wordt gebruik gemaakt van de CROW publicatie Leidraad fietsparkeren tabel 14 Horeca. Het kencijfer voor het aantal fietsparkeerplaatsen voor een (eenvoudig) restaurant is 18 fietsparkeerplaatsen per 100m2 bvo. Daarmee komt de fietsparkeerbehoefte uit op 21,6 fietsparkeerplaatsen, wat in de praktijk neerkomt op 22 fietsparkeerplaatsen. pagina 25 van 30 2020.02756
Conclusie: Het aantal parkeerplaatsen is voldoende voor de bedrijfsvoering. Tevens dient er een mogelijkheid te worden opgenomen voor het plaatsen van 22 fietsen. Hierop dient het ontwerp te worden aangepast. Geluid De aanpassingen in het plan als gevolg van de nieuwe verkeerscijfers kunnen aanpassingen van het plan in gaan houden. Hierna zal dit aspect opnieuw beoordeeld gaan worden. Conclusie: Vanwege de nieuwe uitgangspunten voor de verkeerssituatie dienen de geluidberekeningen opnieuw te worden uitgevoerd. Hierbij moet ook de cumulatie van de verschillende bedrijfsonderdelen worden meegenomen. Extra aandacht voor het geluid afkomstig van het terras is nodig en dient inzichtelijk te worden gemaakt. Ook als dit formeel niet getoetst hoeft te worden. Veel zienswijzen hebben hier betrekking op. Vanuit de omwonenden is dit zeer begrijpelijk. In de regels moet een verbod worden opgenomen voor het ten gehore brengen van muziek buiten het gebouw. Bij het bepalen van het geluid van het autoverkeer moet rekening gehouden met de pieken tijdens de lunch, diner en sluitingstijd 22.00 uur. Gevolgen van grind als ondergrond voor het parkeerterrein meenemen in nieuw onderzoek. Verder beantwoording van de zienswijzen is nu dan ook niet aan de orde. Water De opmerkingen van het waterschap dienen te worden overgenomen. Conclusie: Het bestemmingsplan dient te worden aangepast.
Natuur Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor flora en fauna op de locatie. De paddenpoel zal zeker amfibieën aantrekken. Inheemsen amfibieën geven geen geluidoverlast eventuele exoten zoals de Amerikaanse brulkikker mogen worden verwijderd. Het eventueel aanrijden van kikkers en padden zullen de populatie van kikkers en padden niet in gevaar brengen. De bedoelde ecologische zone tussen Eindhoven en Nuenen is dusdanig breed dat de komst van het bedrijf daar geen enkele invloed op heeft. De inrichting van het terrein met de vijver heeft geen ruimtelijke impact dat moet worden vastgelegd. De gemeentelijke landschapsinvesteringregeling wordt bepaald of er een extra inspanning voor het landschap moet worden geleverd. Voor het oprichten van nieuwe bebouwing en bedrijven dient een percentage van 20 % van de planologische meerwaarde te worden geïnvesteerd. Hiervoor is door een onafhankelijke taxateur bepaald wat de waarde is van de grond nu en wat de waarde van de grond na realisatie is. Van deze meerwaarde moet 20 % worden geïnvesteerd. Hierbij wordt niet getwijfeld aan de waarde bepaling van de beëdigde taxateur. Conclusie: Het bestemmingsplan hoeft niet aangepast te worden. pagina 26 van 30 2020.02756
Bodemonderzoek In bijlage 5 van het bodemonderzoek staat duidelijk omschreven welke stoffen zijn onderzocht. Er is naar aanleiding van de zienswijze navraag gedaan bij de Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant (ODZOB) over PFAS. Op 29 november 2019 is door het kabinet de landelijke PFAS-norm verruimd. Om te beoordelen of de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie wonen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit volgen geen belemmeringen. Bij opslag, afvoer en toepassing van grond wordt getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Daarbij wordt tevens onderzoek gedaan naar PFAS. Aangezien de PFAS-norm enkel geldt bij opslag, afvoer en toepassing van grond kan de PFAS-norm enkel kostenverhogend werken voor het initiatief, omdat het aan- of afvoeren van grond duurder is. Aangezien de aan- en afvoer in verhouding tot het totale initiatief beperkt is vormt het geen belemmering voor de uitvoerbaarheid.. Conclusie: Het bestemmingsplan hoeft niet aangepast te worden.
Archeologie Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Nuenen staat het gebied aangegeven als: Gebied zonder archeologische verwachting. Een archeologisch onderzoek was dan ook niet noodzakelijk. Het archeologisch onderzoek is getoetst en akkoord bevonden door de regionaal archeoloog. De ingediende zienswijze geeft geen reden voor de regionaal archeoloog om haar advies te herzien. Uit het bodemonderzoek blijkt dat de dekzandlaag al op 40 centimeter aanwezig is. Dit geeft ook al een indicatie dat de verwachting voor archeologische artefacten laag is. Conclusie: Het bestemmingsplan hoeft niet aangepast te worden. Externe veiligheid De A270 ligt op een afstand van 700 meter van het bedrijf. Het spoor ligt op 1700 meter. In de toelichting opnemen wat dit betekent voor het aspect externe veiligheid. Conclusie: De toelichting dient te worden aangepast. Geuroverlast Volgens de richtlijn Bedrijven met milieuzonering bedraagt de gewenste afstand tussen een woning en een restaurant minimaal 10 meter. De afstand van de dichtstbij liggende woning en het restaurant bedraagt 40 meter. Mocht er in de toekomst toch sprake zijn van geuroverlast dan kunnen er aanvullende regels worden opgelegd vanuit de milieuwetgeving. Conclusie: Het bestemmingsplan hoeft niet aangepast te worden. Verlichting pagina 27 van 30 2020.02756
Zowel aan de Beekstraat als de Oude Landen is straatverlichting aanwezig. Over de Beekstraat rijden eveneens auto’s met verlichting. Het terrein van het bedrijf mag worden uitgelicht. Een beperking van de plek of het aantal punten van de verlichting is niet mogelijk. Een beperking van de hoogte van de lichtmasten wel. Een beperking van de hoogte van maximaal 2 meter met een afscherming aan de bovenzijde zal eventuele lichthinder voorkomen. Conclusie: In de regels dient de maximale hoogte van de verlichting te worden bepaald op 2 meter. Reclame uitingen In een bestemmingsplan worden geen regels opgenomen ten aanzien van reclame-uitingen dit gebeurd in de gemeentelijke reclame nota. Conclusie: Het bestemmingsplan hoeft niet aangepast te worden.
Handhaving Jaarlijks stelt de gemeente haar prioritering op het gebied van handhaving vast. Handhavingsverzoeken en directe klachten hebben altijd een prioriteit bij handhaving. Conclusie: Het bestemmingsplan hoeft niet aangepast te worden. Bestemmingen De huidige verbeelding kent inderdaad te weinig aanduidingen waardoor er geen zekerheid bestaat over de locatie van de verschillende planonderdelen. Op dit moment zijn alleen de bouwvlakken opgenomen met een maximale nok- en goothoogte voor het restaurant/de bedrijfswoning en de Bed and Breakfast. Het bestemmingsplan staat een extra bijgebouw van 90 m2 bij de bedrijfswoning toe. Ook deze dient via een aanduiding te worden vastgelegd op de verbeelding. Conclusie: De bedrijfsonderdelen zoals het terras, bed & breakfast, de parkeerplaats en het bijgebouw dienen op de verbeelding via een aanduiding te worden vastgelegd met een doorvertaling naar de regels. Overige opmerkingen Indieners van zienswijzen komen niet in aanmerking voor vergoeding van kosten en eventuele wettelijke rente. Alleen als een persoon of bedrijf zich laat vertegenwoordigen door een deskundige kan hier eventueel sprake van zijn. In de fase van een ontwerpbestemmingsplan is dit echter niet aan de orde. Het initiatief kan niet worden uitgevoerd voordat het bestemmingsplan door de gemeenteraad is vastgesteld en inwerking is getreden.
Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat het bestemmingsplan in werking is getreden. Tegen beide procedures staat de mogelijkpagina 28 van 30 2020.02756
heid open tot het voeren van een rechtelijke procedure. Bij het bestemmingsplan de mogelijkheid tot het indienen van een beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij een omgevingsvergunning eerst een bezwaarschrift bij het college van burgemeester en wethouders. Daarna kan een beroepschrift bij de Rechtbank Oost-brabant en opvolgend een hoger beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingediend. De gemeente staat open voor initiatieven van bewoners en bedrijven. Per initiatief wordt een afweging gemaakt of er aan een initiatief kan worden meegewerkt. Het gemeentebestuur stimuleert ontwikkelingen die bijdragen aan toerisme en recreatie, maar ook andere initiatieven. Indien dergelijke initiatieven passen op andere grote percelen aan de Beekstraat en omgeving, dan doorloopt dit net als ieder ander initiatief de wettelijke bestemmingsplanprocedure van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente is geen grondeigenaar van de grond. Het is aan de eigenaar om een keuze te maken wat hij wenst met de grond. De gemeente beoordeeld dan aan de kader van een goede ruimtelijke ordening op grond van de Wet ruimtelijke ordening. De overige zienswijze zijn ruimtelijk niet relevant om binnen dit plan te behandelen. Conclusie: Het bestemmingsplan hoeft op deze punten niet aangepast te worden.
Eindconclusie: Het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan ‘Recreatieve Poort Beekstraat’ kan niet worden voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. De hierboven aangegeven opmerkingen dienen te worden verwerkt in een nieuw ontwerpbestemmingsplan.
pagina 29 van 30 2020.02756
pagina 30 van 30 2020.02756