2021-02 Bijlage 1 Nota van Zienswijzen Recreatie
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan "Recreatieve Poort Beekstraat Nuenen”
B&W: Commissie Ruimte: Niet van toepassing Versie: 7 december 2020 Corsanummer: 2020.02756 Behoort bij besluit van de gemeenteraad van: 4 februari 2021 pagina 1 van 30 2020.02756
Informatie avond: Op 11 december 2019 is er op het gemeentehuis van Nuenen een informatieavond gehouden over het plan. Het verslag van deze avond is opgenomen als bijlage bij deze Nota van Zienswijzen (2020.00953).
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan: Het ontwerpbestemmingsplan ‘Recreatieve Poort Beekstraat Nuenen’ heeft vanaf 20 december 2019 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In die periode zijn er 34 zienswijzen ingediend. Ingediende zienswijze Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20.
Datum 19 december 2019 30 december 2019 9 januari 2020 10 januari 2020 10 januari 2020 10 januari 2020 15 januari 2020 22 januari 2020 23 januari 2020 24 januari 2020 24 januari 2020 24 januari 2020 25 januari 2020 26 januari 2020 27 januari 2020 27 januari 2020 27 januari 2020 27 januari 2020 28 januari 2020 28 januari 2020
Corsa nummer 2019.22721 2019.23069 2020.00498 2020.00500 2020.00622 2020.00624 2020.00747 2020.01216 2020.01218 2020.01334 2020.01408 2020.01411 2020.01416 2020.01423 2020.01469 2020.01470 2020.01520 2020.01522 2020.01527 2020.01655
Adres De Heijbloem 49 De Beemel 25 De Beemel 26 De Beemel 18 Het Steenen Huys 7 De Beemel 17 De Beemel 29 Lindenlaan 10a onbekend Beekstraat 46a Beekstraat 44a Beekstraat 44a Beekstraat 40a De Beemel 6 De Heijbloem 49 Beekstraat 44 Beekstraat 27 De Heijbloem 34 Postbus 90151 De Heijbloem 47 pagina 2 van 30 2020.02756
21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34.
29 januari 2020 29 januari 2020 28 januari 2020 29 januari 2020 29 januari 2020 29 januari 2020 29 januari 2020 30 januari 2020 30 januari 2020 30 januari 2020 30 januari 2020 30 januari 2020 13 februari 2020 28 januari 2020
2020.01656 2020.01658 2020.01664 2020.01750 2020.01751 2020.01752 2020.01753 2020.01782 2020.01803 2020.01804 2020.01805 2020.01806 2020.02541 2020.01600
Beekstraat 46b Beekstraat 52a De Beemel 24 De Beemel 15 De Heijbloem 46 Onbekend De Heijbloem 49 Beekstraat 52a Prinsenweier 4 De Heijbloem 49 Postbus 10.001 De Heijbloem 51 De Beemel 24 De Heijbloem 46
Ontvankelijkheid Zienswijze 1 is voor de termijn ingediend en is niet ondertekend. De indiener heeft later nogmaals binnen de termijn een ondertekende zienswijze ingediend (27.). Zienswijze 9 is anoniem ingediend, inhoudelijk komt de reactie overeen met andere zienswijzen. Zienswijze 33 is buiten de termijn als aanvulling op zienswijze 23 ingediend. In de zienswijze 23 is echter niet aangekondigd dat er nog aanvullingen zouden worden ingediend. Naar aanleiding van het toezenden van de concept Nota van Zienswijzen heeft een indiener van een zienswijze aangegeven dat zijn zienswijze niet is behandeld. Gebleken is dat deze zienswijze wel is ingediend maar niet is meegenomen bij de behandeling. De zienswijze bestaat uit een brief met de hoofdpunten en een uitgebreide bijlage met vragen. Deze zienswijze is onder nummer 34 alsnog verwerkt. Opmerking is dat indiener is kortgesloten in dit stadium van de procedure om de hoofdpunten uit deze zienswijze te behandelen. Zienswijzen 1 en 9 is daarmee niet ontvankelijk. De overige zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en daarmee ontvankelijk.
pagina 3 van 30 2020.02756
Inhoud van de zienswijze: De zienswijzen worden niet per indiener behandeld maar gegroepeerd per onderwerp. In de laatste kolom staat aangegeven wie de zienswijze hebben ingediend. Zienswijzen ten aanzien van de locatie van de horeca inrichting in de omgeving 1. Bij de opzet van Nuenen-Oost zou er alleen een horecafunctie komen in Het Steenen Huis. Overige horeca zou in het centrum van Nuenen gecentreerd worden. De nu voorliggende locatie is in strijd met dit gemeentelijk uitgangspunt. In het Steenen Huys staan panden leeg, deze hebben de juiste bestemming (frituur aanwezig). Horeca kan hierin worden gevestigd. 2. Bij de bouw van Nuenen-Oost gold als restrictie voor Oude Landen dat woningen slechts uit twee bouwlagen mochten bestaan. Dit uitgangspunt is al door de gemeente geschonden door de bouw van de school met een hoogte van 8 meter. Daarnaast zou de rand als mooie zichtlijn functioneren bij de binnenkomst van het dorp. Het nu voorliggende plan doet afbreuk aan deze gemeentelijke uitgangspunten. Er dient alleen laagbouw te worden toegestaan, was ook een eis bij omwonenden 3. Indiener wenst niet door de gemeente Nuenen benadeeld te worden door individuele plannen van een ondernemer 4. Het huidige weiland maakt onderdeel uit van een halfopen landschap. Met het bebouwen van het perceel blijft dit landschap niet in stand. 5.
De Beekstraat bestaat uit een karakteristiek bebouwingslint. Met de komst van deze moderne bebouwing wordt dit bebouwingslint verstoord. Inpassing van het initiatief in de omgeving is daardoor niet mogelijk. Met het oog op het behoud van het landschappelijk aspect ook niet wenselijk. 6. Indiener begrijpt de algemene ontvankelijkheid van de gemeente voor recreatieve bestemmingen die bijdragen aan nieuwe economische perspectief voor Nuenen. Hoe kijkt de gemeente Nuenen aan tegen de economische potentie van de ontwikkelingen aan de Beekstraat 7. De locatie zou volgens de toelichting midden in het, als recreatief bos te ontwikkelen, ‘Oude Landen’ liggen. Hiervan is geen sprake om dat het bos op 500 meter afstand ligt. En met veel fantasie als recreatiebos kan worden gezien. Er is ook geen samenhang met de Geeneindsche Heide en de Molenheide. Deze liggen in Helmond op ong. 3 km afstand van het plangebied. Gezien alle overige functies in Oude Landen is er geen sprake van een recreatief gebied. 8. Het recreatiebos zou een schakel vormen tussen de bebouwde kom en Landgoed Gulbergen. Hiervan is geen sprake. In het bos Oude Landen liggen verschillende stedelijke functies en de afstand tot Dierenrijk bedraagt 2 km. Het gebied Vaarle is vooralsnog in het geheel geen recreatief gebied. 9. Het bedrijf zorgt voor een verdere verstening van het gebied Oude Landen.
Dit is ongewenst aan de rand van het dorp.
13, 34
15, 18, 25, 34
25 20,21, 34 20,25
3
23, 34
23,25, 34
25 pagina 4 van 30 2020.02756
10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.
17. 18.
19. 20.
21. 22. 23. 24. 25. 26. 27.
Indiener ziet graag vanuit de gemeente eerst een goed ingevuld plan waaruit geschikte locaties gekozen kunnen worden. Nu blijft men stilstaan bij een locatie waarbij geen onderzoek is gedaan naar eventuele betere locaties. Het lijkt of in Oude Landen alle voorzieningen van heel Nuenen terecht komen. Zie bijgaande lijst De horeca ligt aan de rand van het dorp. Hierdoor een groter kans dat er zaken gaan geburen die men niet wil. Controle is moeilijker dan in een geconcentreerd gebied in het centrum Nieuwe horecaplek kan leiden tot ongewenst gedrag van opgroeiende jeugd in de omliggende belande wijken. De horecalocatie ligt te dichtbij de aanwezige bebouwing. Het realiseren van een horecagelegenheid op korte afstand van een basisschool is ongewenst omdat hiermee kinderen worden blootgesteld aan horeca. Zeker in de hoger klassen van de basisschool is de jonge doelgroep mogelijkerwijs sneller ontvankelijk voor de aantrekkingskracht van alcohol. Hoe kijkt de gemeente aan tegen de verantwoordelijkheid van de gemeente als het gaat om alcoholgebruik? Met de komst van het horecabedrijf ontstaan er extra parkeerbewegingen en verkeersbewegingen in de directe omgeving van de school. Dit is een gevaar voor de schoolgaande kinderen. De komst van het horecabedrijf zal het natuurlijke en rustige karakter van de woonstraten aantasten.
Bezoekers van de horecagelegenheid veroorzaken geluid, laten afval achter en hebben een negatieve invloed op de milieukwaliteit. Het woon- en leefklimaat dat ontstaat door de horecaplannen is voor indiener onaanvaardbaar. Het uitzicht vanuit de woning naar het landelijk gebied met onder andere paarden in de wei zal worden aangetast. Om het vrije uitzicht zoveel mogelijk voor cliënten van indiener nr. 7 te behouden moet het plan worden aangepast. Door herbestemmen van het stuk grond voor de woning van indiener naar grote horecalocatie met B&B huisjes en een bedrijfswoning vermindert het woongenot.
15
In de directe omgeving van de woonwijk hangen nu al jongeren rond met de daarbij behorende overlast. Met een horecagelegenheid binnen 50 meter van de hangplek zal dit alleen maar toenemen. Oude Landen is geen ‘recreatiebos’. Er is sprake van een verrommeld gebied. Ook na de komst van het horecaplan zal er nog geen sprake zijn van een ’recreatie bos’. Bewoners van onder andere het Steenen Huys maken bezwaar tegen het opofferen van een stukje buitengebied voor horeca. In Steenen Huys wonen veel senioren op korte afstand van het perceel. Bewoners stellen dat er al voldoende horeca in Nuenen aanwezig is. Vanuit deze gelegenheden kan het buitengebied van Nuenen prima vanuit alle richtingen worden ingetrokken. In het centrum loopt een dure gesubsidieerde centrummanager rond om de bedrijvigheid, waaronder horeca te stimuleren. Door dit plan wordt versnippering van horeca toegestaan. Een B&B kan goed in het centrum worden gevestigd. Wordt door andere B&B’s bewezen.
18
16 24 24 30, 32 3, 4, 13, 14, 16, 18, 28, 32 3
4, 24, 32 4,14, 18, 23, 24, 25, 26 25 7, 27
7
23, 25 5, 21 5, 28,29 13 13 pagina 5 van 30 2020.02756
28. Er ontbreekt een marktonderzoek naar de behoefte aan horeca op deze locatie. Er blijkt niet of vanuit de gemeente onderzoek is gedaan naar de totale horecabehoefte binnen de gemeente. 29. De horeca kan ook op een andere plek, het is zonde van het mooie stuk land. Er zijn andere locaties die veel geschikter zijn. 30. Er zijn al verschillende mogelijkheden om horeca uit te baten, zoals de manege, de slibschool, kantine RKSV en nog te bouwen kantoren met de mogelijkheid van cafetaria of lunchroom. In een eventuele horecabehoefte is al voorzien. 31. Eventuele bebouwing zonder horeca, woning is bespreekbaar. Uitbreiding van de B&B is dan bespreekbaar. Zienswijze ten aanzien waarde woning 1. De waarde van de woningen zullen afnemen door het verminderen van de rust en het landelijke karakter van de omgeving. 2. Omwonenden zullen een planschadeprocedure gaan opstarten mocht het plan doorgang vinden. Er is een sterk verminderd woongenot door geluidshinder, aantasting van het landschap en parkeeroverlast. Zienswijzen ten aanzien van strijdigheid met gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid 1. In de toelichting wordt verwezen naar de gemeentelijke structuurvisie van 27 november 2009, deze visie is gewijzigd op 18 juni 2015. 2. Het plan gaat voorbij aan het provinciaal en (inter) gemeentelijk beleid. Het beleid is niet zonder meer gericht op meer horeca buiten de bebouwde kom.
In bestemmingsplan Oude Landen en de gemeentelijke structuurvisie zijn andere locaties Gulbergen/Vaarle en 3 kantoorlocaties op Oude Landen - expliciet aangewezen voor mogelijke horeca/ recreatievoorzieningen.. Onduidelijk is wat de relatie is tussen Landgoed Gulbergen en nu voorliggende plan. 3. Het perceel is aangemerkt als ‘zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, stedelijk concentratiegebied (blz 22). Hoe verhoudt zich dat tot eerdere opmerking dat sprake is van een recreatiebos. 4. Het gebied staat door verstening onder druk en dat blauwgroene gebied moet worden verstrekt (blz 25). Indiener stelt dat het onderhavig plan daarmee op gespannen voet staat. Er komt juist meer verstening. 5. Het plan zou voldoen aan de intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa uit 2011 maar strijdig zijn het bestemmingsplan Oude Landen uit 2013. Een bestemmingsplan kan niet strijdig zijn met een eerdere structuurvisie. 6. Waarom wordt er afgeweken van het bestemmingsplan uit 2013. 7. Het omliggende gebied wordt aangeduid als uitloopgebied, gezien de aanwezigheid van de school en de grote afstand tot Gulbergen is hiervan geen sprake. 8. In de toelichting wordt uitgegaan van de Verordening ruimte van 1 januari 2019. Deze is inmiddels vervangen
10, 11, 15, 20, 23, 25, 30 12, 32 10, 16, 25, 29, 30
15, 24
4, 7, 17, 18, 25, 32 7,15,20,23,24,25, 26,27,30,32
23 23,25
25 25 25
25 29 19, 21, 23, 31 pagina 6 van 30 2020.02756
9.
10.
11.
12.
13. 14. 15. 16.
17. 18. 19.
door de Interim Omgevingsverordening vastgesteld op 25 oktober 2019 en op 5 november 2019 in werking is getreden. De locatie ligt binnen het werkingsgebied ‘Landelijk gebied – gemengd landelijk gebied’. Omdat er geen sprake is van een bestaand bouwperceel is sprake van nieuwvestiging. Dit is in strijd met artikel 3.6, lid 1 Interim Omgevingsverordening (IOV) volgens de begripsbepaling in artikel 1.1 IOV. Provincie geeft aan dat in relatie tot het voorgaande punt zij heeft beoordeeld dat niet kan worden voldaan aan artikel 3.73 IOV. Dit artikel bepaalt dat een bestemmingsplan onder voorwaarden kan voorzien in de vestiging van niet-agrarische bedrijvigheid op een bestaande bouwperceel. De locatie ligt binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’. Omdat er geen sprake is van een ontwikkeling die valt onder een duurzame stedelijke ontwikkeling, zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 sub i Bro is het plan in strijd met 3.43 IOV. De provincie is in haar beleid terughoudend met het toevoegen van verstedelijking in de niet bebouwde ruimte. Er wordt alleen meegewerkt als de ontwikkeling wenselijk is vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Er is bij dit plan hooguit sprake van een compensatie via de LIR.
Dit plan leidt niet tot het beëindigen van een veehouderij, het hergebruik van vrijkomende bebouwing, zelfs niet indirect via de Ruimte voor Ruimte regeling. De concrete marktvraag voor horeca is niet aangetoond. De gemeente spreekt alleen maar de wens uit om de agrarische economie in de toekomst te vervangen door een toeristisch en recreatieve economie. Het plan ligt in het zoekgebied verstedelijking, dit is niet te rijmen met de ontwikkeling van een recreatief bos. 2 e De LIR bijdrage is tot stand gekomen door een twijfelachtige taxatie. De waarde van € 10,- per m voor 2/3 deel van het terrein is onwaarschijnlijk laag. De voorgesteld beplanting, onder andere het voedselbos, dragen niet bij aan het versterken van het aanwezige landschap. Dit bestaat uit een Brabants open agrarisch landschap. Het voedselbos is niets anders dan een parkeerplaats met bomen. Recreatieve ontwikkelingen behoren volgens de provincie plaats te vinden op Landgoed Gulbergen. In het buitengebied moet eerst gekeken worden naar vrijkomende agrarische bebouwing in plaats van nieuwbouw. De komst van het horecabedrijf komt niet ten goede van het algemeen belang, zoals bijvoorbeeld de komst van de school. Er wordt alleen tegemoet gekomen aan de wens van een ondernemer.
Zienswijzen ten aanzien van de gevoerde procedure 1. Het is niet duidelijk of de gevoerde procedure correct is gevoerd. Dit vanwege de nu al positieve grondhouding van de gemeente. Hoe denkt de gemeente over het belang van een neutraal standpunt? 2. In 2015 heeft het college al een principebesluit genomen, dit is niet gedeeld met de omwonenden. Onduidelijk is waarom deze plannen zo lang ‘in de la’ hebben gelegen. Waarom is er op geen enkele wijze over gecommuni-
19
19
19,21
23
23 25 23 23
10 11 25
3 11,13 pagina 7 van 30 2020.02756
3. 4. 5. 6.
7. 8. 9. 10.
11. 12. 13.
14.
15. 16. 17.
ceerd. Er zijn weinig inspraakmogelijkheden geweest. Dit geeft geen vertrouwen in de objectiviteit van de gemeente. Verzoeken van andere partijen zijn afgewezen met het argument dat het bestemmingsplan dit niet toe liet. Wat deze ondernemer zo bijzonder maakt is geheel onduidelijk. Met het voeren van een verkorte procedure zijn de belangen van de omwonenden geschaad. De uitgebreide en zorgvuldige procedure dient gevolgd te worden. Het in behandeling nemen van een postzegelplan is in strijd met de functie van bestemmingsplannen. Dit is een beleidsplan dat voor een groot gebied voor een langere periode de ruimtelijke ontwikkelingen vastlegt. Als de gemeente zich houdt aan bestemmingsplannen wordt voorkomen dat een gebied verrommeld door onsamenhangende ad-hoc besluiten. Daarnaast weten inwoners dan waar ze aan toe zijn. In de toelichting staat vermeld dat er sprake is van een gecoördineerde procedure is in samenhang met de omgevingsvergunning. Dit is niet juist. Een omgevingsvergunning is niet ter inzage gelegd. Er is door het college een anterieure overeenkomst afgesloten zonder instemming van de gemeenteraad. Kan dit? Wat is het wettelijk kader? Bij de eerder gehouden bijeenkomst in 2018 zou er sprake zijn van een alleen een pannenkoekenhuis. De eerder gehouden bijeenkomst in juni 2018 wordt nu benoemd als omgevingsdialoog.
Hiervan is echter geen sprake omdat de bijeenkomst onduidelijk was. De gemeente was niet aanwezig en er is geen verslaglegging gedaan naar de omwonenden. Het was voor omwonende onduidelijk dat de bijeenkomst was bedoeld als mogelijkheid tot inspraak. Waarom zijn de bewoners niet vanaf het begin betrokken bij de plannen. Het is nu een zo goed als gelopen race. De bijlage van het gesprek van initiatiefnemer met enkele omwonenden bij het ontwerpbestemmingsplan is geen officieel document. Bewoners herkennen zich niet in het verslag. De tekst is niet gedeeld met bewoners Het blijkt dat initiatiefnemer van de bijeenkomst in juni 2018 verslag heeft gemaakt. Pas nu is de inhoud van het verslag bekend bij indiener van de zienswijze. En is bekend dat het onderdeel uit maakt van het ontwerpbestemmingsplan. Het verslag is geen goede weergave van wat besproken is. Als conclusie van de aanwezigen omwonenden had er moeten staan, dat zij van mening waren dat het hele plan niet door moest gaan. De aangevraagde vergunning is gericht op meer recreatie in het buitengebied. Het is niet duidelijk hoe de gemeente de ontwikkeling ziet. Er ontbreekt een inhoudelijk en uitgewerkt plan. Het is niet helder waar of wat en waarom dit plan er moet komen. Waarom zijn wij de burgers niet geïnformeerd.
Indiener ziet graag een gemeente die opkomt voor de omwonenden en deze in bescherming neemt in geval van een dergelijk voorstel. De projectleider maakt een zeer onvolledig verslag van de op 11 december 2019 georganiseerde informatieavond. Veel vragen en kritiek van omwonenden zijn niet vastgelegd. Na het verzoek van 18 omwonenden om dit aan te passen, zijn nog een aantal aangedragen punten niet in het verslag opgenomen.
11 13 13 23
23 25 3 23, 25, 34
24 24, 25 23
15
15 32 33
pagina 8 van 30 2020.02756
Zienswijze ten aanzien van de functie Recreatieve Poort 1. De benaming Recreatieve Poort is misleidend. Een Recreatieve Poort ligt aan de rand van een recreatief gebied. Daarvan is hier geen sprake. Een Recreatieve Poort op één van de beoogde kantoorlocaties aan de Smits van Oyenlaan zou meer voor de hand liggen. 2. De aansluiting van de locatie op wandel- en fietsroutes is een oneigenlijk argument. De genoemde langeafstandsroutes bedraagt 285 km, hierdoor is het niet noodzakelijk om juist aan de Beekstraat een horecapunt te realiseren. De genoemde Van Gogh route en de ANWB Van Gogh wandelroute lopen niet langs de beoogde locatie. Het genoemde recreatieve bos ‘Oude Landen’ is nog niet ontwikkeld. De horeca gelegenheid ligt op grote afstand van het centrum van Nuenen waardoor er geen bijdrage wordt geleverd aan de Van Gogh beleving. Het Vincentre en Van Gogh kerkje liggen op 2 km afstand van het plangebied. 3. In het gebied lopen voornamelijk buurtgenoten. Er wordt ten onrechte verwezen naar de recreatieve functie van het gebied. Deze is al eerder opgegeven door de gemeente door de komst van bedrijven langs de A 270, een voetbalvereniging, een manege, een begraafplaats, een school en een skatepark. 4.
De ondernemer legt een link met de recreatieve ontwikkelingen op Landgoed Gulbergen, terwijl dit volgens een wethouder uit Nuenen Landgoed Gulbergen benut gaat worden voor windmolens, zonneparken en geothermie. Dit zijn geen recreatieve ontwikkelingen. 5. In Nuenen zijn meer dan voldoende recreatieve voorzieningen aanwezig. De komst van horecagelegenheid met twee B&B huisjes heeft geen meerwaarde. Er zou meer oog moeten zijn voor behoud van natuur en agrarisch gebieden. Zeker gezien de nabijheid van ecologische hoofdzone tussen Eindhoven en Helmond. 6. De locatie als toegangspoort naar nieuw recreatiegebied is niet doordacht. De locatie ligt te dicht bij de huidige bebouwing en de bebouwde kom. Zienswijzen ten aanzien van de exploitatie 1. De ondernemer heeft aangegeven geen ervaring in de horeca te hebben. De opzet van het bedrijf, namelijk kleinschalig en gericht op lunch, is dusdanig mager dat de kans van slagen klein is. De buurt maakt zich hierover zorgen. De gemeente moet niet meewerken aan initiatieven zonder goed ondernemersplan. De gemeente loopt het risico dat de gewenste horecavorm niet tot stand komt. 2. Indiener schrijft zienswijze als bewoner van Nuenen-Oost. Zijn dagelijks werk bestaat o.a. uit het begeleiden van startende horeca-ondernemers.
Indiener spreekt uit ervaring om te weten dat een positieve exploitatie bij een ‘kleinschalige’ horecaexploitatie zonder horecaondernemer eigenlijk onmogelijk is 3. Het gaat de ondernemer niet om de horeca. Hij wil goedkoop wonen. Of wil geld verdienen om het te gaan verhuren/ verkopen. Beide beweegredenen zijn volgens indiener niet passend. Of is het een slimme manier van de ondernemer om te zorgen dat er alsnog gebouwd mag worden. Dit was bij de vorige eigenaren voor de gemeente nooit bespreekbaar. Verzoek om verder te kijken dan alleen de ondernemersplannen die op papier zijn gezet.
23,25
7,14,23
10
10, 13
21
30
6,10,11,14,15,18, 20,23,24,25,28,29, 30, 34 6, 11
6, 11
pagina 9 van 30 2020.02756
4.
Voor het uitvoeren van het project is onder andere een Drank- en Horecavergunning nodig. Initiatiefnemer heeft geen ervaring op het gebied van het exploiteren van horeca. Onduidelijk is of initiatiefnemer van het project aan alle eisen kan voldoen om het project praktisch uitvoerbaar te maken 5. Er dient in de regels te worden opgenomen dat de alleen een kleine drankvergunning is toegestaan. 6. Er is geen Bibob onderzoek uitgevoerd. Een onderzoek zou niet nodig zijn volgens de gemeentelijk projectleider in verband met de grote van de investering, dit is onduidelijk. Juist bij de horeca is de kans op witwasprakrijken groot. 7. In de stukken is er sprake van een sluitingstijd van 22.00 met een uitloop naar 23.00 uur. Dit geeft onduidelijkheid. Het zou duidelijkheid en een voordeel geven als na 22.00 uur gasten de toegang ontzegd wordt tijdens het opruimen en schoonmaken. Daarnaast is het ongewenst dat er via een ontheffing 10 maal per jaar kan worden afgeweken van de geluidnormen en openingstijden. Verzoek om in de regels op te nemen dat ontheffingen voor feesten niet mogelijk zijn. 8. De openingstijden dienen te worden beperkt tot uitsluitende overdag. 9. Het ontwerpbestemmingsplan staat horeca in de categorie 4 en 5 toe. Hieronder vallen ook een hotel of pension. Dit zijn geen lichte horeca activiteiten.
De horeca categorie moet worden beperkt tot maximaal twee kleine B&B woningen. Een B&B valt onder horecacategorie 5. Ontvangt het bedrijf hierdoor automatisch ook de rechten die horen bij categorie 1 t/m 4. 10 Mag door de horecacategorie 4 en 5 sterke drank worden geschonken? Mogen er feesten worden georganiseerd? . Zienswijzen ten aanzien van de bedrijfswoning 1. De initiatiefnemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in de bedrijfswoning gaat wonen. Voor een andere werknemer is het niet noodzakelijk om ter plaatse te wonen. Bij een horecavoorziening is er geen noodzaak voor een bedrijfswoning. De extra ‘bedrijfswoning’ tast het woon- en leefklimaat aan, Dit is niet gewenst. Initiatiefnemer wordt hierdoor de gemeente geholpen om de vereiste Ruimte voor Ruimte titel te omzeilen. 2. Kan de initiatiefnemer/ ondernemer in de bedrijfswoning blijven wonen als de horecaonderneming niet succesvol is. 3. Er dient een verbod te komen op het huisvesten van seizoensarbeiders 4. De ondernemer heeft tevens een verzoek ingediend voor een tijdelijke vergunning voor de bedrijfswoning. Het is beter om die vergunning niet toe te staan. De vraag is of er handhavend wordt opgetreden mits het plan niet doorgaat. 5. Indiener is het niet eens met de bouw van de bed & breakfast als tijdelijke woning. Eerst moeten alle procedures doorlopen zijn.
20
15 24,26
10, 11, 23
15 11, 21, 23, 30
25
7,21,23,25,27
25 15 18
25
pagina 10 van 30 2020.02756
Zienswijzen ten aanzien van inrichting van het terrein. 1. Als de huidige locatie de aangewezen locatie wordt , dan moet de huidige ingang tot het bedrijf worden verplaatst. Geen voetgangersbrug. Eén toegang moet voldoende zijn. Bij voorkeur naar de meest zuidelijke mogelijkheid om de te verwachten overlast voor Beekstraat 52a weg te nemen. Zoals af- en aanrijdend verkeer vanaf het terrein direct voor/ naast de woning en daarbij komende koplampverlichting in de avond op het woonperceel. Door de ingang aan de zijde van Oude Landen wordt de bestaande verkeers- en parkeerbelasting uitgebreid met verkeer- en parkeeroverlast in de avonduren. 2. De ontsluiting van het perceel waar het grandcafé is gepland ligt op een zeer onveilig stuk van de Beekstraat vlak bij de school. 3. Er dient geen toegangsbrug te komen aan Oude Landen dit geeft extra overlast voor de daar liggende woningen. 4. Het is onduidelijk waar het terras wordt gelokaliseerd. Als dit duidelijk is, wordt de mate van overlast voor de woningen aan de Beekstraat duidelijk. 5. Er is geen sprake van een stevige beplantingswal maar van een smalle groenstrook die relgelmatig gesnoeid moet worden. 6.
Er is geen verplichting in de regels opgenomen waarmee de aanleg van het beplantingsplan is zeker gesteld en onveranderd blijft Tevens kan initiatiefnemer eenvoudig redenen noemen waarom hij redelijkerwijs niet aan een explicieter opgenomen verplichting tot beplanting kan worden gehouden. Zoals privacy en gebruiksmogelijkheden van de bedrijfswoning en in de regels geboden uitbreiding bebouwing en bijbehorende parkeergelegenheid. Zienswijzen ten aanzien van de gevolgen voor de aanwezige melkrundveehouderij. 1. Er is niet onderzocht of de weidegang van koeien nadelige gevolgen heeft als gevolg van de geluid en afval afkomst van het bedrijf en laten bezoekers de koeien met rust. 2. Indien bezoekers van de horeca gaan klagen op het moment dat er organische mest wordt uitgereden kan dat beperkingen gaan opleveren voor de agrarische bedrijfsvoering. 3. Bij grote drukte kan de Beekstraat worden geblokkeerd. Dit geeft schade als de percelen niet bereikt kunnen worden door landbouwvoertuigen. 4. Er is niet uitgegaan van de gegevens van de huidige milieuvergunning. Zienswijzen ten aanzien van verkeersaantrekking 1. Het natuurlijk en rustige karakter van de straat De Beemel zal verdwijnen. 2. De komst van het horecabedrijf trekt extra verkeer aan. De bestaande toegangswegen zijn daar niet op ingericht. Beekstraat is een smalle weg, waar hard wordt gereden.
Er ontbreekt een afzonderlijk voetgangersstrook langs de Beekstraat. Door de aanwezigheid van een dubbele bomenrij aan de twee smalle toegangswegen kunnen auto’s elkaar moeilijk passeren. Ouders die kinderen te voet naar school brengen en buurtgenoten/ wandelaars voelen zich hierdoor kwetsbaar. Het laatste deel van de Beekstraat zou moeten wijzigen naar een éénrichtings-
15, 18, 22
16 15,25,30 22 23 23
29 29 29 29
4 3, 4, 7, 8, 10,11, 14, 16, 17, 18, 20,21,24,25, 26, 29,34 pagina 11 van 30 2020.02756
3.
4.
5.
6. 7.
8.
9. 10
11 12 13
weg met stoep en/of fietsstraat. Er wordt inzage gegeven over het extra verkeer op de Oude Landen. Bezoekers moeten hun snelheid verminderen om af te kunnen draaien naar het terrein van de Recreatieve poort. De Beekstraat is daarvoor niet toegerust. Ter hoogte van waar bezoekers moeten afdraaien bevindt zich een bocht in de Beekstraat. De gebruikte verkeersgegevens dateren uit 2012 ‘SRE Verkeersmodel versie 3-0, december 2012. Er is gerekend met 100 voertuigen per etmaal. De werkelijke aantallen liggen 7 jaren later vele malen hoger. Er dient gerekend te worden met actuele cijfers. Er rijdt veel sluipverkeer vanuit Gerwen/ Lieshout richting Mierlo/Helmondweg. Op initiatief van enkele buurtgenoten zijn meerdere steekproeven gehouden. Per uur zijn tussen de 120-150 voertuigen per uur gemeten. Zie bijlage bij nr. 16 voor de tellingen. Volgens artikel 3.1.1a Besluit ruimtelijke ordening mag bij het vaststellen van een bestemmingsplan van onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar gebruik worden gemaakt. Het verkeersonderzoek is meer dan 7 jaar oud. Dit is in strijd met artikel 3.1.1a Bro. Er ontbreekt een onderbouwing dat de toename met 500 % naar 507 verkeersbewegingen acceptabel is. Het aantal is onjuist. Al de extra verkeersbewegingen worden geconcentreerd op de uitrit recht tegenover de woning van indiener. Er zal geen sprake zijn van verspreiding van de verkeersbewegingen.
De piek zal liggen op lunch-, borrel en dinertijd. Het gaat om maximale bewegingen tijdens piektijden. Voorstelbare piekmomenten zijn tijdens koffietijd (10-11 uur), lunchtijd (12-13uur) en dinertijd (17:30-19uur). Tijdens deze momenten zullen de verkeersbewegingen vele malen hoger zijn dan in het plan is berekend. In de plannen wordt geen rekening gehouden met het zwaar vrachtverkeer van de firma Beerens. Daarnaast is er sprake van sluipverkeer en extra verkeer naar de sportvelden. De voorgenomen afsluiting voor autoverkeer van het viaduct over de A270 of omvormen van het viaduct over de A270 tot een natuurviaduct is nog steeds niet uitgevoerd. Dit zou een oplossing kunnen zijn. De bedrijvigheid is alleen maar meer bedrijvigheid gevestigd. Het aantrekken van extra verkeer is in strijd met het beleid van afname van fijnstof, stikstof en verdere verduurzaming. Er dient in de regels opgenomen te worden dat de Beekstraat niet mag worden verbreed en dat er geen bomen mogen worden gekapt. Basisschool De Rietpluim geeft door de weeks al veel verkeersoverlast, nu gaat de rust ook in het weekend verdwijnen. Dit deel van Nuenen is al zwaar belast.
Zienswijzen ten aanzien van parkeren 1. De nu al bestaande parkeeroverlast zal verder toenemen omdat de berekende parkeerbehoefte ontoereikend is.
4
3,4,7,8,10,13,16, 20, 21, 25, 32, 34
21
7,8,10,11,16,20,22, 27 22
29
13,16 13
13 15 30
4,7,8,14,18, 22, 23, pagina 12 van 30 2020.02756
In de wijk zal de parkeerdruk toenemen. Er ontbreekt een parkeeronderzoek. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.
Door de horecaonderneming zal ook de Heijbloem door de gasten van de horeca worden gebruikt. Onder andere doordat ter hoogte van de tuin van indiener een bruggetje is gepland. Er is op de locatie nu al onvoldoende parkeerruimte. Op het moment dat evenementen worden georganiseerd in de horecagelegenheid zal de omgeving compleet overbelast raken met geparkeerde auto’s. Bij een vol parkeerterrein zullen bezoekers op de openbare weg en in de directe omgeving gaan parkeren. Dit leidt tot onveilige situaties. Bij de openings- en sluitingstijden van de school levert dit nu al vaak een probleem op. Indiener kan in De Beemel de auto niet meer voor de eigen deur parkeren of er wordt half voor de oprit van indiener geparkeerd. Eigen terrein is niet meer bereikbaar of kan niet meer worden verlaten. Zijn de benoemde 20 parkeerplaatsen voldoende? Wat zijn de eisen die de gemeente aan de eigenaar stelt als dit aantal te kort is? Er worden geen eisen gesteld aan een overloop parkeermogelijkheid. Van de 20 beschikbare parkeerplaatsen zal een aantal plaatsen al door het personeel van de horecagelegenheid worden gebruikt De geplande parkeerplaatsen liggen op 30 meter afstand van de woning. Komende en gaande auto’s zullen zeer waarschijnlijk overlast geven Het parkeren in de bermen van de Beekstraat geeft nu al overlast. Leerlingen lopen over de Beekstraat naar school.
Gemeente en schoolleiding werken nu al samen om het parkeren in de berm te voorkomen. Er dient een parkeerverbod voor de Beekstraat te komen. Er dient in de woonwijk een parkeerverbod te komen voor horecabezoekers De parkeerbehoefte door de aanwezigheid van het terras is niet meegenomen. De CROW richtlijn geeft aan dat er sprake is van marges, deze zijn niet terug te vinden in de parkeerberekening. De functie bezoekerscentrum komt niet terug in de parkeerberekening. De functie als mogelijkheid voor het verzorgen van koffietafels voor uitvaarten op de begraafplaats is niet meegenomen in de parkeerberekening. Overloop parkeerbehoefte vindt plaats in de straten van de wijk. Overlast neemt toe wanneer bezoekers met drank op de auto weer oppikken.
Zienswijzen ten aanzien van geluid 1. In de geluidrapporten wordt uitgegaan van een niet-cumulatieve berekening. De geluidberekening dient cumulatief te worden bepaald. Zowel tussen de verschillende bedrijfsonderdelen als de al aanwezige geluidsbronnen in de omgeving. 2. De horecagelegenheid is een nieuwe geluidsbron. Indiener vind de wettelijke berekening niet voldoende. De nieuwe geluidsbron tast juist de rustige buurt aan. Indiener is het daarom niet eens met de conclusie op blz 30.
24, 25, 26, 29, 30, 32, 34 25 7 4,10,14,17,18,25, 32, 34 4 8, 29 25 8,10,14,25,32 15 15 10, 22, 34 23 23 23 24
3, 23, 30, 32
25
pagina 13 van 30 2020.02756
3. 4.
5.
6.
7.
8.
9.
10 11 12 13 14 15
Het ten gehore brengen van muziek tot 23.00 uur zal het woongenot aanzienlijk verminderen. Ook in de tuinen in de omgeving. Omwonenden vrezen voor geluidoverlast vanaf het buitenterras. Dit is niet meegenomen in het akoestisch onderzoek. Er is van onjuiste stelling van het aantal personen op het terras uitgegaan. Het akoestisch onderzoek gaat alleen in op geluid afkomstig van een bedrijfswoning en twee B&B huisjes. Terwijl het ontwerpbestemmingsplan ruimte biedt aan horeca categorie 4 en 5 (hotel of pension). Toekomstige geluidhinder wordt ingeschat aan de hand van berekeningen, waardoor een papieren werkelijkheid wordt beoordeeld. Het biedt ruimte voor een opportunistisch keuze. Hoe waarschijnlijk is het bijvoorbeeld dat het gemiddelde geluidsniveau van stemgeluid op het terras (gesteld op 76 dB(A)) lager is dan het geluidsniveau van de horeca-afzuiging (gesteld op 79 dB(A)? Voor de bezettingsgraad van het terras is in het akoestisch onderzoek uitgegaan van door initiatiefnemer aangeleverde ervaringscijfers. Hoe betrouwbaar zijn deze gegevens als de initiatiefnemer tijdens de informatieavond van 11 december 2019 aangeeft geen enkele horecaervaring te hebben. Op beide bouwvlakken kan dusdanige horeca komen, dat twee horecafuncties, waarvoor twee afzuiginstallaties nodig zijn met een mogelijke afvoer hoogte van 12 meter.
De regels staan een groter terras met groot aantal staplaatsen toe. Alleen het aantal zitplaatsen op het terras is door de regels begrensd. Toch is maar één horecafunctie doorgerekend. Het is niet de invulling die grootste geluidhinder oplevert. Het berekeningsmodel neemt ten onrecht aan dat het horecagebouw geen relevante geluiduitstraling heeft. De grote schuifdeuren zullen vaak open staan. Geluid afkomstig van binnen zal ook buiten hoorbaar zijn. Hoe vaak de schuifdeuren open staan hangt ook af van windschermen en luifels/parasols rond en boven het terras Door 500 verkeersbewegingen per dag krijgen geluiden van wegrijdende auto’s en dichtslaande portieren het karkater van continue geluidshinder. Het scharen van deze geluiden onder kortdurende geluiden om de maximale geluidsbelasting te kunnen berekenen klopt daarom niet. Het is niet te vergelijken met het incidentele geluid van vrachtwagens. Het akoestisch onderzoek ‘SRE Verkeersmodel versie 3-0, december 2012 gaat uit van onjuiste of verouderde gegevens. Aanvullend onderzoek is nodig. Omwonenden vrezen voor geluidoverlast met name tijdens de avonden en de weekenden. Hierbij hoort ook het geluid van de auto’s en het afscheid nemen bij het vertrek. Dit direct voor/ naast het woonperceel Beekstraat 52a. Het plan leidt tot een toename van tourgroepen, toeristen, bezoekers, parkeerders en evenementen.
Als er een feest wordt gegeven kunnen kinderen en volwassen hier niet van slapen. Indieners hebben vanwege hun specifieke gezondheidssituatie behoefte aan een rustige woonomgeving. Omwonenden ervaren nu al geluidoverlast van de school, buitenschoolse opvang, dagopvang, de voetbalvelden, de slipschool en de Helmondweg. Nu komt er ook nog horeca bij. In het inrichtingsplan plan wordt gewerkt met grind, dit zal extra geluidbelasting geven. Er moet bij de inrichting van het terrein worden gekozen voor de minst belastende vorm van inrichting.
4,10 4, 10,11, 20, 21, 24,32,34
23
23
23
23
23
3, 4, 20, 21, 23,25 5,7,10,11,12,17,18, 20, 22, 26, 30,32 7, 12 7 11,13,16, 23,32 22 pagina 14 van 30 2020.02756
16 In de regels moet worden opgenomen dat er maar één afzuiginstallatie mag zijn welke tot 23.00 uur in werking mag zijn. ’s Nachts (23.00 – 07.00 uur) moet deze uitgeschakeld zijn. 17 Bij de toetsing aan de geluidnormering wordt het randje opgezocht om tegemoet te komen aan de wens van één ondernemer. En evenwichtige afweging van de belangen van de omwonenden wordt niet gemaakt. 18 Er is geen sprake van een gemengd gebied maar van een woongebied (blz 32). In de directe omgeving is hoofdzakelijk sprake van wonen. Ook na de komst van het bedrijf zal er nog geen sprake zijn van een gemengd gebied. Het is een gekunstelde redenering om te komen tot een richtafstand van 10 meter in plaats van 30 meter. Het akoestisch onderzoek concludeert dat het gebied een rustige omgeving is met een richtafstand van 30 meter. Verzoek om de passage op blz 32 aan te passen aan het akoestisch onderzoek. Uitgaan van een gemengd gebied is een verdere beperking van het recht op rust voor de omwonenden. 19 Het akoestisch onderzoek is inconsequent. Het hanteert in tabel 13, blz 13 grenswaarden voor geluidsniveaus die gelden voor een rustige omgeving. In tabel 4 blz 15 worden de hogere grenswaarden voor een gemengde omgeving gebruikt. Dit zonder motivatie of uitleg. 20 Het geluidonderzoek gaat uit van gemiddelde over een periode van 12 uur, terwijl de pieken juist tijdens de lunch en diner zullen liggen.
21 Er wordt geen rekening gehouden met de geluidoverlast tijdens de 12 vrijstellingen per jaar. Zienswijzen ten aanzien van water 1. In het plan dient een concrete uitwerking te worden opgenomen over de wijze waarop het hemelwater wordt opgevangen. Op eigen terrein dient een berging van minimaal 90 m3 te worden gerealiseerd. 2. Indien het hemelwater wordt opgevangen in een poel of andere infiltratievoorziening wordt opgevangen is een gescheiden rioolstelsel niet noodzakelijk 3. Het ‘Waterbeheersplan 2016-2021 Waardevol Water’ is geschaard onder ‘Provinciaal Water en Milieuplan 2016 2021’ Formeel staan deze plannen los van elkaar. 4. Het vGRP 2011-2015 wordt aangehaald in plaats van het op 26 oktober 2018 vastgestelde vGRP 2019-2023 5. Artikel 1.26 en 3.1.j dient aangepast te worden naar water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Het volgende tekstvoorstel kan voor dit begrip worden gehanteerd:” Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen doe nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc”. 6.
In artikel 3 Horeca dient de volgende voorwaardelijke verplichting opgenomen te worden: “Het gebruik conform de bestemming ‘Horeca’ is alleen toegestaan indien de in de waterparagraaf opgenomen compenserende waterberging wordt gerealiseerd en in stand gehouden.” 7. In artikel 10.2.2 c.2. dient de volgende tekst als extra punt toegevoegd te worden: ‘een onevenredige aantasting
23,25 23 23, 25
23, 32
23,29 10, 23
31 31 31 31 31
31
31 pagina 15 van 30 2020.02756
van de waterhuishoudkundige waarden.’ Zienswijzen ten aanzien natuur 1. De komst van de recreatieve poort heeft een verstorende werking op de aanwezige flora en fauna. 2. De door de projectontwikkelaar getoonde tekeningen met vijver blijken niet uit het ontwerpbestemmingsplan 3. Het toevoegen van een vijver zal leiden tot extra geluidoverlast van kikkers en een toename van muggen. De vijver . zou aan de zijde van het plangebied moeten komen op een grotere afstand van woningen. Het geluid raakt minder woningen en de muggen de oversteek naar de woonwijk hopelijk niet overleven. Daarnaast is de vijver niet noodzakelijk voor de bedrijfsvoering en dient daarom niet mogelijk te worden gemaakt. 4. De aanwezige kikkers en padden zullen worden doorgereden op de omliggende wegen. 5. De komst van een horecagelegenheid verstoort de ecologische zone tussen Eindhoven en Helmond 6. Het behoud van landschapskwaliteit is niet gewaarborgd, omdat de bijdrage (20% van de bestemmingswinst) aan het Landschapsfonds veel te laag is. Bij de bepaling van de bestemmingswinst is, voor het grootste deel van het perceel (3022 van de 4392m²) uitgegaan van een zeer lage waarde na bestemmingswijziging van slechts € 10 per m² Zienswijzen ten aanzien van bodemonderzoek 1. Uit het bodemonderzoek is niet duidelijk op welke parameters de bodem en het grondwater is onderzocht.
Indiener vraagt zich af of voldoende onderzoek is verricht naar de bodemkwaliteit en de gevaarlijke stoffen die door de realisatie van het initiatief vrijkomen. Er wordt niet ingegaan op de mogelijke aanwezigheid van PFAS. Zienswijzen ten aanzien van archeologie 1. Het weiland heeft de dubbelbestemming ‘archeologisch waardevol’. De grond is daarom mede bestemd voor het in stand houden van waardevolle oudheidkundige elementen 2. De conclusie uit het archeologisch onderzoek dat er in het verleden afgravingen hebben plaatsgevonden is onjuist. Volgens bewoners is er nooit grond afgegraven. Hierdoor zou een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn.
4,10 7 7,10,25
10 21 33
20
21 23,25
Zienswijzen ten aanzien van externe veiligheid 1. Er wordt geen rekening gehouden met transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en de A 270.
25
Zienswijzen ten aanzien van geuroverlast. 1. Vanuit de horeca zal geuroverlast komen voor de woonomgeving.
25
Zienswijzen ten aanzien van verlichting pagina 16 van 30 2020.02756
1. In de regels ontbreken bepalingen ten aanzien van de verlichting op het perceel. Verlichting op het terrein kan verstorend werken op de aanwezige natuur in het buitengebied, op de woningen in de aangrenzende wijk, de gezondheid. 2. Er zijn geen afspraken over de verlichting gemaakt. Indiener zienswijze vreest voor overmatig lichtinval door de verlichting bij een op het perceel gericht slaapkamerraam. 3. Omwonenden vrezen overlast van de verlichting door auto’s welke de parkeerterrein verlaten. 4. De lichtmasten mogen tot een hoogte van 8 meter worden opgericht. Het aantal lichtmasten is in de regels niet beperkt. Er is door het ontbreken van regels kans op lichthinder voor de omgeving. Dit geldt ook voor overlast voor omwonenden en vleermuizen. Zienswijzen ten aanzien van reclame uitingen 1. Er ontbreken regels ten aanzien van reclame uitingen zowel verlicht als onverlicht. Zienswijzen ten aanzien van handhaving 1. Omwonenden vragen zich af of er daadwerkelijk handhavend zal worden opgetreden bij overtreden van de geluidvoorwaarden. Zienswijze ten aanzien van bestemmingen 1. Het ontwerpbestemmingsplan is onvoldoende gespecificeerd. Het volledige bestemmingsplan is ‘horeca’. Het heeft slechts 3 bouwvlakken voor de bedrijfswoning, bezoekerscentrum en de B&B. Het terras, de parkeervoorziening, de groenvoorziening en alle overige bestemmingen zijn niet in artikel 3.1.
vastgelegd. Hierdoor kunnen onvoorziene ontwikkelingen niet worden geweigerd (bijvoorbeeld de aanleg van 100 parkeerplaatsen aan de Oude Landen). Het terras is niet op de verbeelding vastgelegd. 2. Het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan waarborgt de rechtszekerheid van cliënt van indiener nr. 7 en omwonenden en de gemeente onvoldoende. Het geeft vrij spel aan de projectontwikkelaar of eventuele toekomstige projectontwikkelaars. 3. Naast de genoemde bebouwing zijn er nog mogelijkheden voor extra bebouwing onduidelijk is waar deze bebouwing kan komen en onder welke regels. 4. Er is geen aanduiding opgenomen voor het B&B gebouw. Hierdoor kunnen er ook andere functies komen. De aan2 gehouden bouwhoogte van 8 meter en het oppervlakte van 200 m komt niet overeen met het gepresenteerde gebouw van 98 m2 met een bouwhoogte van 6 meter. 5. Wat zijn maximale bouwmogelijkheden. Mag er nog een bijgebouw van 90 m2 worden gebouwd?
2,24
10 22 23
2
20, 23,24
7,22, 34
7
11, 34 23, 34
25
Zienswijzen ten aanzien van overige opmerkingen pagina 17 van 30 2020.02756
1
2. 3. 4. 5. 6.
Indieners willen in aanmerking komen voor vergoeding van de de kosten die hij voor de bezwaarprocedure maakt. Indiener wil graag in aanmerking komen voor vergoeding van de wettelijke rente over de niet of te laat betaalde uitkering/ vergoeding die voortkomt uit dit proces Het toestaan van deze bestemmingsplanwijziging zet de deur (ook juridisch) open voor toekomstige financieel gemotiveerde wijzigingen op de ander grote percelen aan de Beekstraat en omgeving. Nuenen groeit tot 2017. Hoe is de actuele stand van 2020? Een citaat “Nieuwe projecten moeten geweerd worden’ Hoe valt dit te rijmen met de plannen voor dit project. Verzoek om de beslissing niet uit te voeren totdat de gemeenteraad een beslissing op het bezwaarschrift van indiener heeft genomen. Aankoop van Z, 1682 is een gemiste kans in het verleden. Alsnog een tip voor nu? Biedt parkeergelegenheid voor personeel en ouders basisschool. Voor initiatiefnemer een kavel voor een woonhuis.
14, 27, 30
18 25 25 27, 30 28
Beantwoording en conclusie ingediende zienswijzen per thema: Locatie van de horeca inrichting in haar omgeving: De gemeente maakt bestemmingsplannen als ruimtelijk kader voor haar grondgebied. Het komt regelmatig voor dat er ontwikkelingen zijn die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening kent de mogelijkheid om plannen te wijzigen voor dit soort initiatieven. Ook voor het oprichten van dit horecabedrijf is gekozen voor het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan. De locatie ligt nu in het bestemmingsplan Oude Landen uit 2013. Op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan was het initiatief voor de vestiging van het horecabedrijf nog niet bekend. Het is daarom ook logisch dat het bestemmingsplan Oude Landen hier geen rekening mee heeft gehouden en destijds de horeca functie in het Steenen Huis heeft neergelegd. Het feit dat de horeca in Nuenen geconcentreerd zit in het centrum betekent niet dat er op andere locaties geen horeca zou kunnen komen. Ook geldt dit voor verschillende andere mogelijkheden die er zijn (manege, slibschool en voetbalclub) De locatie is mede afhankelijk van de doelgroep en de sfeer die de horecaonderneming wenst uit te stralen. Een klein restaurant aan de rand van het dorp trekt een ander publiek dan een restaurant in het centrum.
Of er in aantal ruimte is voor een nieuwe horecagelegenheid is niet direct aan de gemeente om daar in te sturen. Dit is marktwerking. De gemeente stuurt wel indien dit ruimtelijk relevant is. Bijvoorbeeld in een centrumgebied. Daar is hier geen sprake van. De gemeente staat open voor initiatieven van bewoners en bedrijven. Per initiatief wordt een afweging gemaakt of er aan een initiatief kan worden meegewerkt. Het gemeentebestuur stimuleert ontwikkelingen die bijdragen aan toerisme en recreatie. Het voorliggende plan bestaat uit een kleinschalige ontwikkeling aan de rand van het dorp. Mits in het bestemmingsplan de kleinschaligheid kan worden gegarandeerd past de ontwikkeling op deze locatie en in het gemeentelijk beleid. pagina 18 van 30 2020.02756
Het voorliggende plan en (het plan) de basisschool zijn niet strijdig met het aanhouden van twee bouwlagen in Nuenen-Oost. De gebouwen in het plan bestaan beide uit twee bouwlagen. In de regels kunnen de maximale nok- en goothoogte in overeenstemming worden gebracht met het ontwerp uit de toelichting. Tevens kan het maximaal aantal bouwlagen worden vastgelegd in de regels. Voor de school geldt het bestemmingsplan Oude Landen uit 2013, dit is een ander bestemmingsplan als waar Nuenen-Oost in ligt. De locatie ligt aan de rand van Nuenen begrenst door een woonwijk en een basisschool. Tegenover de locatie liggen aan de Beekstraat enkele woonhuizen. Aan de zijde van het fietspad Oude Landen grenst de locatie aan een woonwijk. Er is geen sprake van een geheel vrij liggend weiland in een open landschap. De stedenbouwkundige begrenzing van Nuenen ligt op de Beekstraat. Het toevoegen van nieuwe bebouwing op deze plaats is niet onlogisch. De Beekstraat vormt een duidelijke afbakening van de bebouwing van Nuenen. Ten tijde van de opzet van Nuenen-Oost is het gebied inderdaad opgezet als afronding van Nuenen. Inmiddels is er ondanks dit ontwerpprincipe een school gebouwd. Met de komst van deze school, de sportvelden en de begraafplaats is het gebied de laatste jaren anders ontwikkeld dan hetgeen bij de opzet van Nuenen-Oost was voorzien.
De keuze van een locatie van het initiatief van een particulier wordt meestal ingegeven door de eigendomssituatie. Voor dit soort relatief kleinschalige initiatieven is het dan niet noodzakelijk om een onderzoek te doen naar alternatieve locaties omdat men daar niet over kan beschikken. Het initiatief wordt dan beoordeeld op de locatie waar deze is voorzien. De locatie maakt geen onderdeel uit van een recreatief gebied. Door de vestiging van het restaurant en de B&B’s ontstaat dit ook niet. Op een afstand van 500 meter ligt een bosgebied met daarin verschillende wandelpaden. De bossen ten zuiden van de locatie (Pastoorsmast) hebben minder mogelijkheden tot wandelen. In het verleden zijn er wel plannen geweest om in het gebied van de Prinsenweier tot aan de A270 een nieuw natuur- en recreatiegebied aan te leggen. Deze plannen hebben echter geen doorgang gevonden vanwege de grondposities in dit gebied. Ook vormt dit gebied geen schakel tussen de bebouwde kom en Landgoed Gulbergen. Er is geen richtlijn voor een verplichte afstand tussen een horecagelegenheid en een basisschool. Een verplichte afstand kan daardoor ruimtelijk niet worden gesteld. Het gebruik van alcohol van jeugd onder de 18 jaar is niet toegestaan. De gemeente heeft wel een taak om alcoholmisbruik door jongeren te voorkomen.
Daarnaast ligt bij de gemeente de verantwoordelijkheid toe te zien op de regels van de Drank- en Horecawet. Indien deze worden overtreden wordt handhaven opgetreden. Dit geldt ook voor mogelijke hangjongeren in de omgeving. Kinderen kunnen op meerdere plaatsen in aanraking komen met volwassen die alcohol gebruiken, zowel in de thuis situaties als nabij terrassen. Door het horecabedrijf nemen de parkeer- en verkeersbewegingen toe. In het nader uit te voeren verkeers- en parkeeronderzoek dient de invloed van de nabij gelegen school inzichtelijk te worden gemaakt (zie ook thema verkeersaantrekking en parkeren).
pagina 19 van 30 2020.02756
De ligging van de horecagelegenheid en de woonstraten wordt afgeschermd door een ruime groenstrook. Indien de horecagelegenheid kan voldoen aan alle verplichtingen en voorwaarden vanuit de milieuwetgeving zal het woon- en leefklimaat niet dusdanig worden aangetast dat er een onleefbare situatie ontstaat. Conclusie: De toelichting moet worden aangepast ten aanzien van de opmerkingen over het recreatieve gebied Waarde woning: Veranderingen in de directe omgeving van een woning kunnen invloed hebben op de waarde van woningen. Dit is echter geen ruimtelijk argument om wel of geen medewerking te verlenen. Om eventuele waardevermindering te compenseren is er de mogelijkheid om tot vijf jaar na vaststelling van het bestemmingsplan een verzoek om tegemoetkoming in planschade in te dienen bij de gemeente. In deze bestemmingsplanprocedure blijft een planschadebeoordeling buiten beschouwing. Conclusie: Geen aanpassingen vanwege deze zienswijzen.
Gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid Het beleid is vastgelegd in de intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa en in de herijking van de gebiedsvisie Brainport. In beide documenten is het gebied tussen Eindhoven en Helmond aangewezen als groene long in het stedelijk gebied. De beoogde locatie ligt weliswaar net buiten het plangebied van de intergemeentelijke structuurvisie maar sluit er wel naadloos op aan. De belangrijkste economie hierbij is naast de agrarische, de economie van toerisme en recreatie. Een mooi en toegankelijk landschap met gelegenheid tot ontspanning is een van de belangrijke vestigingsvoorwaarden voor bedrijven in de Brainport. Ook Nuenen wenst hier haar bijdrage aan te leveren. Extra horecagelegenheden passen ook binnen het Van Gogh Nationaal Park. Voor het Landgoed Gulbergen wordt gedacht aan het ontwikkelen van een intensief recreatief gebied in een landschappelijk omgeving. Op dit moment zijn daarvoor nog geen concrete plannen. De locatie ligt in het Landelijk Gebied zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening Noord Brabant van de provincie. Om binnen dit gebied nieuw vestiging toe te staan moet er al sprake zijn van bestaande bebouwing. Dit is niet het geval. De provincie heeft in haar zienswijze hiervoor aandacht gevraagd.
De oplossing die de provincie biedt is het aanpassen van de begrenzing van het Bestaand Stedelijk Gebied. Uit overleg met de provincie is gebleken dat zowel de locatie van het restaurant en de school binnen het bestaand stedelijk kunnen worden gebracht omdat de Beekstraat de logische stedenbouwkundige begrenzing van Nuenen vormt. Het bestemmingsplan moet daarvoor wel eerst opnieuw als ontwerp ter inzage worden gelegd. Belanghebbenden moeten namelijk in de gelegenheid worden gesteld om een reactie te geven op de herbegrenzing van het Bestaand Stedelijk Gebied. De locatie maakt geen onderdeel uit van een recreatief gebied. Door de vestiging van het restaurant en de B&B’s ontstaat dit ook niet. Er is hier geen sprake van recreatieonderneming maar van een horecaonderneming. Overigens meld de provincie niet dat alle recreatieve en horecaontwikkelingen op Landgoed Gulbergen moeten plaatsvinden.
pagina 20 van 30 2020.02756
De gemeente maakt bestemmingsplannen als ruimtelijk kader voor haar grondgebied. Het komt regelmatig voor dat er ontwikkelingen zijn die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening kent de mogelijkheid om plannen te wijzigen voor dit soort initiatieven. Ook voor het oprichten van dit horecabedrijf is gekozen voor het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan. De locatie ligt nu in het bestemmingsplan Oude Landen uit 2013. Op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan was het initiatief voor de vestiging van het horecabedrijf nog niet bekend. Het is daarom ook logisch dat het bestemmingsplan Oude Landen hier geen rekening mee heeft gehouden De keuze van een locatie van het initiatief van een particulier wordt meestal ingegeven door de eigendomssituatie. Voor dit soort relatief kleinschalige initiatieven is het dan niet noodzakelijk om een onderzoek te doen naar alternatieve locaties omdat men daar niet over kan beschikken. Het initiatief wordt dan beoordeeld op de locatie waar deze is voorzien. Het plan voorziet niet in een voedselbos als zelfstandige bedrijfsvorm, zoals gesteld door een van de indieners van een zienswijze. Conclusie: Het ontwerpbestemmingsplan kan niet verder ter vaststelling naar de gemeenteraad.
Gezien de opmerkingen van de provincie dient er een verzoek tot aanpassing van de Interim omgevingsverordening te worden ingediend. Hierdoor dient het bestemmingsplan opnieuw als ontwerpbestemmingsplan in procedure te worden gebracht. In dit nieuwe plan moeten de datum van de gemeentelijke structuurvisie en de Omgevingsverordening naar de Interim Omgevingsverordening moet worden aangepast. Gevoerde procedure Met het nemen van een principebesluit geeft het college enkel aan dat men bereidt is om de planologische procedure op te starten nadat er een anterieure overeenkomst en planschadeverhaalsovereenkomst zijn gesloten. Er is op dat moment nog geen besluit genomen over het toestaan van de activiteit. Dit kan ook niet omdat de bevoegdheid van het wijzigen van een bestemmingsplan bij de gemeenteraad ligt en niet bij het college. In welke tempo een initiatiefnemer vervolgens met een plan aan de slag gaat is aan hem. In deze fase ligt er geen rol voor de gemeente om met de omgeving te communiceren. De gemeente maakt bestemmingsplannen als ruimtelijk kader voor haar grondgebied. Het komt regelmatig voor dat er ontwikkelingen zijn die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening kent de mogelijkheid om plannen te wijzigen voor dit soort initiatieven.
Ook voor het oprichten van dit horecabedrijf is gekozen voor het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan. Het was de gemeente niet bekend dat het verslag niet met de aanwezigen van de bijeenkomst is gedeeld. De inschatting dat de bijeenkomst in 2018 gezien kon worden als omgevingsdialoog die een inspraakprocedure kon vervangen is daarom niet juist geweest. Tijdens de informatieavond in december 2019 bleek duidelijk dat er veel ongerustheid is bij de omwonenden in de directe woonomgeving. Het verslag van deze bijeenkomst is opgenomen in de nota van zienswijzen. Het verslag is als concept met de aanwezigen gedeeld. Naar aanleiding van ingebrachte opmerkingen is het verslag later nog aangevuld. pagina 21 van 30 2020.02756
Een verkorte procedure is hier niet gevolgd. De bestemmingsplanprocedure bestaat op grond van de Wro uit een ontwerpbestemmingsplan en een vast te stellen bestemmingsplan (artikel 3.8 Wro). Deze procedure wordt hier gevolgd. Gezien de onduidelijkheid en ongerustheid in de directe omgeving was het beter geweest om het plan eerst als voorontwerp in procedure te brengen. Door de noodzakelijke aanpassingen van het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan en het opnieuw ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan wordt de procedure nog steeds zorgvuldig uitgevoerd. Het was eerst de bedoeling om een coördinatiebesluitprocedure te volgen (paragraaf 3.6.1 Wro). Het klopt daarom dat nu alleen sprake is van een bestemmingsplanprocedure. Daarna volgt nog een omgevingsvergunningprocedure(s). In de toelichting wordt dit aangepast. Conclusie: Gezien de opmerking van de provincie wordt het plan na aanpassing opnieuw als ontwerp ter inzage gebracht waarbij tevens de andere aanpassingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen moeten worden verwerkt.
Recreatieve Poort: De door de initiatiefnemer gekozen benaming als Recreatieve Poort past niet bij hetgeen aan de Beekstraat wordt ontwikkeld. Een Recreatieve Poort is een groot recreatiebedrijf met een horecabedrijf met ruime parkeermogelijkheid gelegen aan de rand van een natuurgebied. Hiervan is aan de Beekstraat geen sprake. De gemeente staat open voor initiatieven van bewoners en bedrijven. Per initiatief wordt een afweging gemaakt of er aan een initiatief kan worden meegewerkt. Het gemeentebestuur stimuleert ontwikkelingen die bijdragen aan toerisme en recreatie. Het voorliggende plan bestaat uit een kleinschalige ontwikkeling aan de rand van het dorp. Mits in het bestemmingsplan de kleinschaligheid kan worden gegarandeerd past de ontwikkeling op deze locatie en in het gemeentelijk beleid. De locatie maakt geen onderdeel uit van een recreatief gebied. Door de vestiging van het restaurant en de B&B’s ontstaat dit ook niet. Op een afstand van 500 meter ligt een bosgebied met daarin verschillende wandelpaden. De bossen ten zuiden van de locatie (Pastoorsmast) hebben minder mogelijkheden tot wandelen. In het verleden zijn er wel plannen geweest om in het gebied van de Prinsenweier tot aan de A270 een nieuw natuur- en recreatiegebied aan te leggen. Deze plannen hebben echter geen doorgang gevonden vanwege de grondpositie.
Ook vormt dit gebied geen schakel tussen de bebouwde kom en Landgoed Gulbergen. Conclusie: De term Recreatieve Poort geeft een dusdanig verkeerd beeld dat deze in het nieuw ontwerpbestemmingsplan niet meer mag worden gebruikt. Exploitatie Bij de procedure van een bestemmingsplan wordt in eerste instantie gekeken naar de ruimtelijke impact van de ontwikkeling in de omgeving waar deze plaats vindt. Via de regels moeten de activiteiten dusdanig zijn beschreven dat er geen onaanvaardbare nadelige gevolgen zijn. Wie pagina 22 van 30 2020.02756