08 PlatOO - Jaarrekening 2021
Tekst van het document
Risico’s communicatie PlatOO-scholen zijn zich ervan bewust dat ICT niet meer is weg te denken in onze maatschappij. De pandemie heeft de digitalisering van het onderwijs een verdere boost gegeven. Enerzijds biedt dat een scala van mogelijkheden om kinderen aantrekkelijk onderwijs te bieden, anderzijds vraagt het ook dat scholen daar een verantwoordelijkheid in nemen op het gebied van mediawijsheid en digitale geletterdheid van de leerlingen. Eind 2018 is een functionaris gegevensbescherming aangesteld die beleid op het gebied van informatiebeveiliging heeft uitgewerkt. Dit beleid is geïmplementeerd. Dat heeft geleid tot het Informatiebeveiligings- en privacybeleid (IBP) van PlatOO. Het IBP is erop gericht om de kwaliteit van de verwerking van informatie en de beveiliging van persoonsgegevens te optimaliseren. Daarbij wordt gezocht naar de juiste balans tussen privacy, functionaliteit en veiligheid. In 2022 wordt de interne communicatie naar en tussen medewerkers verbeterd door de inrichting van een centrale sharepoint omgeving binnen heel PlatOO. Risico’s corona De impact van corona is groot. De personele en onderwijskundige gevolgen zijn bij elk hoofdstuk in dit verslag zo actueel mogelijk weergegeven. De prioriteit bij de risicobeheersing heeft in 2020 en 2021 vooral gelegen bij het welzijn en welbevinden van het kind en de medewerkers.
Maximaal in verbinding blijven met elkaar en elkaar ondersteunen bij alle vraagstukken die op ons zijn afgekomen. In contact blijven met onze omgeving en partners en daarbij oog houden voor het partnerschap dat we met de ouders van de kinderen willen realiseren.
39
3. Verantwoording financiën 3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief Leerlingen
2020 vastgesteld
2021 vastgesteld
Aantal leerlingen, teldatum 1 oktober
3.234
3.244
Aantal leerlingen, teldatum 1 februari
2022 prognose
3.391
2023 prognose
3.350
2024 prognose
3.364
Figuur 14: aantal leerlingen per teldatum
Voor de bekostiging tot en met 31 december 2022 geldt teldatum 1 oktober als basis voor die bekostiging. Vanaf 1 januari 2023 krijgt het primair onderwijs bekostigd op basis van teldatum 1 februari. In bovenstaande tabel is in 2020 en 2021 daarom teldatum 1 oktober van dat jaar weergegeven en in de jaren erna teldatum 1 februari. Het leerlingenaantal van PlatOO is bij de laatste telling van 1 oktober 2021 met 10 leerlingen gestegen. Van 9 scholen is het leerlingenaantal (licht) gestegen en van 6 scholen is het leerlingenaantal gedaald. De leerlingenprognose voor de komende jaren is tot stand gekomen op basis van een analyse per school waarbij het aantal geboorten per kerkdorp, de gemeentelijke prognoses, de huisvestingsplannen, de inschrijvingen en de marktpositie zijn meegenomen. Voor de komende jaren wordt een lichte daling verwacht van 0 tot –1% per jaar. Personele bezetting in fte, ultimo jaar
2020 realisatie
2021 realisatie
2022 begroting
2023 begroting
2024 begroting
Bestuur / management
14,7
13,5
14,0
14,0
14,0
Onderwijzend personeel
184,0
201,7
203,4
179,3
174,3
Ondersteunend personeel
25,0
26,9
25,7
25,7
25,7
Totaal
223,7
242,1
243,1
219,0
213,9
Figuur 15: personele bezetting ultimo jaar
In 2021 was de gemiddelde personele bezetting 9,9 fte hoger dan het gemiddelde van 2020. In de loop van 2021 kwamen meer subsidies vrij en konden meer middelen worden ingezet in de vorm van extra personeel. De formatieplannen voor schooljaar 2021-2022 zijn naar boven bijgesteld om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de gewijzigde bekostiging inclusief NPO budget. Tot en met december 2021 zijn ook subsidies voor inhaal- en ondersteuningsprogramma's en voor Extra hulp voor de klas ingezet in extra formatie. De personele bezetting in de meerjarenbegroting is aangepast aan de volgende gegevens : ● het leerlingenaantal in de prognose (teldata 1 oktober en 1 februari) ● de inzet van de werkdruk middelen ● een prognose van incidentele bekostigings budgetten op basis van het huidige leerlingenbestand ● De daling van het NPO budget van 700 naar 500 euro per leerling op 1 augustus 2022 en het vervallen van dit budget op 1 augustus 2023 De rijksbekostiging is een onzekere factor in de meerjarenbegroting en is de grootste factor voor de ontwikkeling van het aantal fte in de komende jaren. Ontwikkelingen zoals de invulling van het nieuwe budget Prestatiebox (in augustus 2021), nieuwe richtlijnen voor de opbouw van de voorziening Onderhoud (in 2022), richtlijnen voor ventilatie en verduurzaming van gebouwen en de hoogte van het
40
budget voor werkdruk middelen in de komende jaren worden op de voet gevolgd en doorberekend in scenarioberekeningen van PlatOO.
3.2 Baten en lasten en balans 3.2.1 Staat van baten en lasten
Figuur 16: staat van baten en lasten
Belangrijkste verschillen ten opzichte van de begroting Het exploitatieresultaat is € 1.451.000 positiever dan begroot. PlatOO heeft € 2.556.000 aan extra inkomsten ontvangen en hiervan is € 1.068.000 extra uitgegeven en de financiële opbrengst was licht negatiever dan begroot (-€ 4.000). Corona-effecten Zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken heeft de corona pandemie wederom grote impact gehad op alle beleidsterreinen van PlatOO. Ook het financiële resultaat is beïnvloed door de vele maatregelen die zijn ingevoerd ter bestrijding van de pandemie. In onderstaand overzicht zijn de meest in het oog springende financiële gevolgen ingeschat.
41
Belangrijkste verschillen op scholen en bovenschools ten opzichte van de begroting Scholen Het resultaat van de gezamenlijke scholen is + € 356.000. Op de scholen is € 1.720.000 aan extra inkomsten geboekt ten opzichte van de begroting. De belangrijkste posten zijn hierbij € 959.000 voor het Nationaal Programma Onderwijs en € 311.000 voor inhaal- en ondersteuningsprogramma's, en daarnaast € 318.000 meer voor reguliere bekostiging en € 65.000 meer voor tussentijdse groei. Op de scholen is € 1.217.000 meer uitgegeven dan begroot. De belangrijkste extra uitgaven zijn voor salarislasten € 935.000 , scholing € 76.000, klein onderhoud € 80.000 en ICT licenties € 160.000. De belangrijkste lagere uitgave is voor energielasten - € 60.000. Bovenschools Het resultaat bovenschools is € 948.000. Bovenschools zijn de inkomsten € 528.000 hoger dan begroot. De grootste post betreft de subsidie Extra hulp voor de klas ter grootte van € 458.000. Er is - € 42.000 minder ontvangen van de samenwerkingsverbanden en de transitievergoedingen vanaf 2016 zijn gecompenseerd voor € 100.000. De uitgaven zijn bovenschools - € 425.000 lager dan begroot.
Door een laag langdurig verzuim en krapte op de vervangingsmarkt is - € 255.000 minder uitgegeven aan ziektevervangingskosten, er zijn nog geen uitkeringskosten geweest bovenschools -€ 50.000 en door het grotere aantal ingezette fte's was de interne premie ziektevervanging € 83.000 hoger dan begroot. Onder deze link zijn de verschillen met de begroting in detail weergegeven (link naar 2021) Belangrijkste verschillen ten opzichte van 2020 In 2021 is € 2.556.000 meer ontvangen dan in 2020, waarvan € 1.721.000 voor corona gerelateerde bekostiging en € 700.000 voor groei in leerlingen. In 2021 is € 1.181.000 meer uitgegeven dan in 2020. Er is gemiddeld 10 fte meer ingezet in 2021 en de cao-lonen zijn 2,25% gestegen. Daarnaast is er een inhaalslag geweest voor scholing. Voor de corona gerelateerde subsidies zijn extra ICT-uitgaven gedaan en veel workshops georganiseerd voor leerlingen door externe deskundigen. Onderhoud van de gebouwen is over de hele linie gestegen. Ook is een vleugel van De Krommen Hoek afgeboekt voor € 92.000 euro vanwege overdracht aan de gemeente.
42
Uitgelicht stijging loonkosten In 2021 zijn de loonkosten met € 305.000 gestegen. Dit is laag gezien de gemiddelde stijging van de inzet met 10 fte en een cao-stijging met 2,25%. We zien dan ook dat de gemiddelde loonsom per fte is gezakt in 2021 door een andere mix van personele schalen/tredes. Belangrijkste ontwikkelingen in de meerjarenbegroting Opgenomen is de meerjarenbegroting 2022-2024 zoals die is vastgesteld voor 2022. Rijksbijdragen In de bekostigingsbegroting is de leerlingprognose verwerkt. De rijksbekostiging daalt in de begroting door de volgende factoren : - Beëindiging van 2 covid-19 gerelateerde subsidies op 31 december 2021 - Verlaging van het budget voor het Nationaal Programma Onderwijs van 700 euro naar volgens verwachting 500 euro per leerling op 1 augustus 2022 - Eenmalige afboeking van de vordering op OCW ultimo 2022 - Beëindiging van het Nationaal Programma Onderwijs op 1 augustus 2023 - Vervallen van tussentijdse groeibekostiging door de nieuwe berekeningssystematiek vanaf 2023 Personele lasten De personele formatie wordt jaarlijks aangepast aan de begroting van de bekostiging. In 2022 is met name door de inzet van de NPO inkomsten (vanaf 1 augustus 2021) een stijging in personele lasten te zien.
In 2023 dalen deze lasten door de daling van het NPO budget van 700 naar 500 euro per leerling op 1 augustus 2022 en de beëindiging van dit budget op 1 augustus 2023. Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gebaseerd op de huidige inventaris en de investeringsplannen voor de komende jaren. Er is in 2020 en 2021 flink geïnvesteerd in ict-middelen en in de komende jaren staan er enkele grote investeringen voor meubilair gepland (upgrade, uitbreiding en nieuwbouw). Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn over de hele linie flink gestegen in 2021. Dit geldt zowel voor het exploitatieonderhoud als voor het geplande groot onderhoud. In 2022 moet de keuze worden gemaakt om de voorziening voor groot onderhoud op te gaan bouwen volgens de componentenmethode of om voortaan te gaan investeren en afschrijven en de voorziening te laten vrijvallen. Overige instellingslasten Er vindt een kentering plaats van aanschaf van klassieke leermethoden naar aanschaf van digitale middelen met licentiekosten in de exploitatie. Voor 2022 en verder is met name de begroting voor ict-software verder opgehoogd. Netto resultaat In 2022 is een negatief resultaat begroot als gevolg van de eenmalige afboeking van de vordering op OCW. Voor de jaren erna is weer een dekkende exploitatiebegroting opgesteld.
Bestemming van het resultaat In de statuten zijn geen nadere bepalingen opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat. Samen met de scholen worden plannen gemaakt voor het inzetten van eventuele overschotten op NPO in de komende jaren. Hiervoor wordt geen bestemmingsreserve aangemaakt in de boekhouding.
43
3.2.2 Balans in meerjarig perspectief
Figuur 17: balans in meerjarig perspectief
De balans is een momentopname van de vermogensstructuur van PlatOO. De meerjarenbegroting van de balans gaat uit van de vastgestelde exploitatiebegroting en is aangepast aan het resultaat van 2021. Het balanstotaal is in 2021 gestegen met € 1.610.000. Belangrijkste mutaties in de balansposten Materiële vaste activa De waarde van de materiële vaste activa is afgenomen met € 324.000. Een aantal grote investeringen in meubilair zijn met een jaar uitgesteld tot 2022. Op alle scholen is extra geïnvesteerd in devices voor leerlingen. Er zijn minder leermethoden vervangen. Financiële vaste activa De waarde van de financiële vaste activa is afgenomen met - € 159.000. Er is een obligatie afgelost en er is een obligatie onder liquide middelen opgenomen (aflossing 2022). Er zijn geen nieuwe aankopen gedaan en de amortisatie van de portefeuille (waarde bijstelling volgens de richtlijnen) was wederom - € 7.835 negatief. Vorderingen De vorderingen waren op 31 december 2021 € 193.000 hoger dan ultimo 2020. Het verschil is vooral toe te wijzen aan de hogere vordering op OCW en een begin 2022 ontvangen bedrag van de gemeente Son en Breugel voor de tijdelijke huisvesting van De Krommen Hoek. Effecten Obligaties die in het eerstvolgende jaar gaan vrijvallen worden opgenomen onder Effecten.
Liquide middelen De stand van de liquide middelen was op 31 december 2021 € 2.049.000 hoger dan ultimo 2020. De stijging is een saldo van de overige balansposten: de daling van de effectenportefeuille en stijging van de effecten, de gedaalde investeringen, stijging van de voorziening onderhoud, de nog te betalen en nog te ontvangen bedragen en het overschot op de exploitatie van € 1.333.000. De belangrijkste bijdrage aan de stijging zijn de extra corona gerelateerde inkomsten geweest. Eigen vermogen Het eigen vermogen is gestegen met € 1.333.000 als resultante van het exploitatie overschot in 2021. Begroot was een afname van - € 119.000. Voorzieningen De totale waarde van de voorzieningen is toegenomen met € 183.000. In 2021 is de dotatie aan de voorziening onderhoud hoger dan de uitgaven voor uitgevoerd onderhoud, waardoor de voorziening € 207.000 hoger is geworden. In 2022 staan grote uitgaven gepland en moet de keuze worden gemaakt om de voorziening voortaan volgens de componentenmethode op te bouwen of om de voorziening te laten vrijvallen en voortaan te gaan werken met investering en afschrijving voor het grote onderhoud. De componentenmethode zal naar verwachting leiden tot een verschuiving van de balanspost eigen vermogen naar de balanspost voorziening onderhoud. De voorziening jubilea is gestegen met € 5.000. 44
De voorziening spaarverlof is volledig benut in 2021 waarna deze voorziening is opgeheven. De voorziening duurzame inzetbaarheid is gedaald met € 23.000. In 2021 is de gespaarde bapo volledig opgenomen en ultimo 2021 is de voorziening aangevuld met de uren die een medewerker spaart op basis van een vastgesteld plan voor opname over enkele jaren. Langlopende schulden In 2020 heeft de gemeente Nuenen als onderdeel van het bouwkrediet een lening verstrekt ten behoeve van verduurzaming van de nieuwbouw van Het Mooiste Blauw. Vanaf 2021 wordt jaarlijks ten minste € 6.000 euro inclusief een jaarlijks te bepalen rente terugbetaald aan de gemeente Nuenen (zijnde het energievoordeel als opbrengst van de duurzaamheidsinvesteringen). In 2021 is de langlopende schuld afgenomen met € 5.000. Kortlopende schulden De stand van de kortlopende schulden was op 31 december 2021 € 100.000 hoger dan ultimo 2020. Naast reguliere verschillen die ontstaan door verschillen in premies en sociale verzekeringen, verplichtingen vakantiegeld en dergelijke, bestaat het grootste verschil uit een nog terug te betalen subsidie post aan een bestuur in de regio en een aantal opgenomen transitorische posten. Belangrijkste ontwikkelingen in de meerjarenbalans In de begroting van de materiële vaste activa is de meerjarenbegroting van de scholen opgenomen.
In 2022 en in 2023 staan nog flinke investeringen in meubilair en in koeling van scholen op de planning, de investeringen in ICT beginnen te stabiliseren. In de begroting van de financiële vaste activa is de vrijval van obligaties opgenomen (zie ook onder effecten). De meerjarenbegroting van de vorderingen is gebaseerd op de gemiddelde stand van de afgelopen jaren, waarbij in 2022 de jaarlijkse vordering op OCW is afgeboekt, waardoor er een trendbreuk in 2022 ontstaat. De liquide middelen vormen de restpost van de meerjaren balansposten. Door de voorgenomen investeringen en het verwachte exploitatietekort is de begroting voor 2022 lager dan in de jaren erna. Het eigen vermogen is conform het resultaat in de exploitatiebegroting in 2022 lager door de afboeking van de vordering op OCW en daarna licht stijgend. Er is nog geen rekening gehouden met een eventuele verschuiving naar de voorziening onderhoud. De meerjarenbegroting voor de voorzieningen is redelijk stabiel. Er is nog geen rekening gehouden met een andere opbouw van de voorziening conform richtlijnen die begin 2022 bekend moeten worden. Door deze richtlijnen kan er een verschuiving plaatsvinden tussen de voorzieningen, het eigen vermogen en/of de materiële vaste activa.
In de meerjarenbegroting is vanaf 2020 de post langlopende schulden opgenomen, waarop de lening van de gemeente Nuenen voor verduurzaming van Het Mooiste Blauw wordt verantwoord. In 2021 is gestart met de jaarlijkse aflossing. De meerjarenbegroting van de kortlopende schulden is gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen jaren. Belangrijke gebeurtenis na balansdatum De pandemie heeft geen negatief materieel effect op de financiële conditie of liquiditeit van PlatOO. De grote verschillen tussen de huidige inkomsten en de inkomsten die worden verwacht in 2023-2024 vergen wel een zorgvuldige meerjarige planning van met name personele keuzes. Op dit moment wordt de voorziening onderhoud opgebouwd volgens de egalisatie methode. In 2022 moet deze methode worden vervangen door de componentenmethode of moet er worden overgegaan op activeren en afschrijven in plaats van deze voorziening. Op 1 januari 2023 wordt de bekostiging voor het primair onderwijs omgezet van een schooljaar bekostiging naar een kalenderjaar bekostiging. Een consequentie daarvan is dat de jaarlijkse vordering op OCW op 31 december 2022 komt te vervallen, met als gevolg een verlaging van de balans en het eigen vermogen met ongeveer € 900.000.
3.3 Financiële positie De financiële positie van PlatOO wordt weergegeven door middel van een aantal kengetallen in vergelijking met het landelijke gemiddelde en de signaleringswaarden die door het ministerie van OCW worden gehanteerd. In onderstaand overzicht zijn de kengetallen weergegeven die horen bij de vastgestelde meerjarenbegroting van PlatOO voor 2022 voor de geplande uitgaven en verwachte inkomsten. In uitzondering daarop zijn de kengetallen in alle jaren in onderstaand overzicht wel aangepast voor het positievere resultaat 2021 en voor de gewijzigde definitie voor het berekenen van de bufferliquiditeit. 45
Daardoor zijn met name de bovenste twee kengetallen hoger dan in de meerjarenbegroting 2022 is opgenomen. Kengetallen
Figuur 18: kengetallen
Buffer Ultimo 2021 is de buffer van PlatOO voor het opvangen van onvoorziene en onbeheersbare risico’s 13,7%, overeenkomend met een bedrag van € 3.095.000 euro. Volgens de meest recente risicoanalyse is voor PlatOO een buffer van 5,6% gewenst. Het ministerie van OCW rekende met een gewenste buffer van minimaal 5% (vanaf 2017 wordt dit kengetal niet meer gehanteerd door de onderwijsinspectie). In 2021 is de definitie voor dit kengetal veranderd, waardoor nu wordt gerekend met een vervangingswaarde van 50% van de inventaris/voorziening onderhoud in plaats van voorheen met 55%. Het kengetal heeft daardoor in alle getoonde jaren een hogere uitkomst dan voorheen. Reservepositie Vanaf verslagjaar 2020 wordt de reservepositie van besturen door de onderwijsinspectie getoetst op mogelijk bovenmatig eigen vermogen. Hiervoor wordt per bestuur een normatief eigen vermogen berekend waarmee het feitelijk aanwezig eigen vermogen wordt vergeleken. Bij een ratio van 1,0 is het aanwezige eigen vermogen even hoog als het normatieve eigen vermogen. Bij een lagere ratio is minder vermogen aanwezig en bij een ratio hoger dan 1,0 is het aanwezige vermogen potentieel te hoog. Definitie normatieve eigen vermogen generiek voor alle onderwijssectoren : 1. Boekwaarde materiële vaste activa exclusief boekwaarde gebouwen, plus 2. Aanschafwaarde gebouwen x 50% x 1,27, plus 3.
Liquiditeitsbuffer 5% van de totale baten De som van 1 t/m 3 is het vermogen dat redelijkerwijs nodig is om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen. PlatOO heeft in verslagjaar 2021 een feitelijk eigen vermogen van € 5.098.883 en een normatief eigen vermogen van € 4.168.220, waardoor een mogelijk bovenmatig eigen vermogen resulteert van € 930.662. Naar verwachting vervalt dit surplus eind 2022 door het eenmalig afboeken van de vordering op OCW (in de begroting opgenomen voor een bedrag van € 910.000 euro). Het voorstel aan de stakeholders is dan ook om geen specifieke plannen voor de afbouw van dit surplus op te stellen, anders dan het voornemen om eventuele overschotten op de NPO-middelen middels plannen van de scholen in te zetten in toekomstige jaren. Huisvestingslasten De huisvestingslasten van PlatOO zijn in het eerste coronajaar 1% hoger dan het landelijke gemiddelde in 2020. Personele lasten/rijksbaten In 2020 heeft PlatOO wat meer personeel ingezet dan paste bij de rijksbekostiging. Daardoor zijn de personele lasten in dat jaar wat hoger dan het landelijke gemiddelde. Dit kengetal is doorgaans bij PlatOO juist iets lager dan landelijk omdat er bij PlatOO weinig overige baten van gemeenten en overige instellingen zijn (waarvoor ook personeel kan worden ingezet).
46
Jaarverslag 2021 Raad van Toezicht
47
Jaarverslag 2021 Raad van Toezicht Algemeen Stichting PlatOO, bestuur voor openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, werkt sinds 2009 met een Raad van Toezicht (RvT) en een College van Bestuur (CvB). Alle statutaire en reglementaire zaken zijn vastgelegd. In het afgelopen jaar, 2021, heeft de RvT haar taak conform statuten en reglement weten te realiseren. Voor alle sturingsgeoriënteerde documenten geldt dat de RvT de richtlijnen zoals die vastgelegd zijn in de code Good Governance, integraal volgt en toepast. Deze richtlijnen zijn vertaald naar de PlatOO-situatie en opgenomen in de reglementen en werkafspraken die betrekking hebben op de interne sturing van de organisatie van PlatOO. PlatOO heeft hiertoe in 2018 haar toezichtkader herijkt en vastgesteld. Raad van Toezicht De RvT heeft de eigen werkwijze- en procesgang vormgegeven. Om efficiënt en effectief te kunnen werken is er voor gekozen om zaken in de voltallige RvT te bespreken en daarnaast te werken met twee voorbereidende commissies; een remuneratiecommissie, bestaande uit drie leden en een auditcommissie, bestaande uit twee leden. De remuneratiecommissie De remuneratiecommissie heeft de taak het functioneren van het CvB te beoordelen. De commissie rapporteert hierover aan de RvT. Daarnaast fungeren zij als agendacommissie en tevens sparringpartner van het CvB.
De auditcommissie De hoofdtaak van de auditcommissie is om een op de behoefte van de RvT toegesneden integrale control tool op te zetten en de resultaten daarvan te monitoren. De commissie adviseert daarnaast over de keuze voor de accountant en beoordeelt in eerste aanleg de begroting en de jaarrekening in samenhang met het accountantsonderzoek. Zij bespreken en beoordelen daarnaast de financiële kwartaalrapportages en volgen nauwlettend het vermogensbeheer en de beleggingen. De commissie rapporteert middels opleggers aan de RvT over haar bevindingen en adviezen. Leden RvT De RvT bestond vanaf 1 januari 2021, conform het reglement Raad van Toezicht, uit vijf leden. Per 1 januari 2022 zullen mevrouw Karen Ali en mevrouw Miriam van der Smissen aftreden. Naar aanleiding van het naderende vertrek van twee toezichthouders, heeft de Raad van Toezicht wervingsbureau K+ V een werving en selectie opdracht gegeven. Een commissie, samengesteld conform de statuten, is gekomen tot een bindende voordracht van twee kandidaten richting de acht gemeenteraden. Het betreft de kandidaten mevrouw Daphne Heeroma en de heer Wout van Kessel. De formele benoeming zal in 2022 plaatsvinden nadat alle gemeente ingestemd hebben. Terugblik 2021 De RvT heeft haar functie in 2021 naar tevredenheid uitgevoerd. Zij heeft haar toezichthoudende functie goed kunnen nemen en heeft deze rol goed kunnen uitdragen.
Ontwikkelingen binnen PlatOO kunnen worden gevolgd; rollen, taken en posities zijn helder en er is onderling respect en waardering voor ieders inbreng. Binnen de RvT heerst een positief lerend klimaat; een professionele cultuur waarin met elkaar aan kan spreken. Medio 2021 heeft bestuurder Annemie Martens aangegeven PlatOO met ingang van 1 oktober 2021 te verlaten vanwege aanvaarding van een functie elders. Bij het schrijven van dit verslag is reeds bekend dat, na een efficiënt wervingsproces, een nieuwe bestuurder met ingang van 1 februari 2022 zal starten. In de tussenliggende periode neemt interim- bestuurder Max Hoefeijzers de honneurs waar. De samenwerking met de interim bestuurder verloopt naar tevredenheid van de RvT. De raad heeft haar functie als sparring- en adviespartner naar behoren kunnen vervullen om de heer Hoefeijzers bij te staan in lopende projecten. De RvT vervult hiermee duidelijk een toegevoegde waarde in het interne toezicht. Activiteiten in 2021: ●
●
De RvT heeft in 2021 vier reguliere vergaderingen gekend, een bijeenkomst waarbij de zelfevaluatie centraal stond en een bijeenkomst waarin de resultaten van de onderwijsinspectie expliciet zijn besproken. De audit- en remuneratiecommissie zijn eveneens vier keer bijeen geweest. Er heeft een bijeenkomst plaatsgevonden tussen een afvaardiging van de RvT en een afvaardiging van de GMR. De voorzitters van beide raden hebben tussentijds contact gehad. 48
●
●
● ●
Conform het reglement College van Bestuur heeft de Raad van Toezicht op grond van een vooraf vastgestelde benoemingsprocedure een nieuwe bestuurder benoemd. Hierbij werden zij ondersteund door het wervingsbureau K + V. Het aanstellen van een nieuwe bestuurder is in goede samenwerking met de organisatie tot stand gekomen. De raad is tevreden over het doorlopen proces. De aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het CvB gevraagde deskundigheid en achtergrond zijn door de Raad van Toezicht vastgesteld in een profielschets. De RvT heeft in goede samenwerking met de organisatie besloten een externe interim bestuurder aan te stellen voor de tussenliggende periode van 1 oktober t/m 1 februari. Conform het reglement Raad van Toezicht heeft de Raad van Toezicht op grond van een vooraf vastgestelde benoemingsprocedure twee nieuwe kandidaat- leden voor de RvT aangesteld. De Raad van Toezicht heeft een profielschets opgesteld waarin de noodzakelijke competentie van de RvT en de afzonderlijke leden werden beschreven. De geplande schoolbezoeken zijn door Corona niet doorgegaan. De bezoekjes worden komend jaar weer opgepakt. De RvT heeft specifieke activiteiten van PlatOO bijgewoond, zoals de afscheidsreceptie van het CvB.
De raad heeft haar waardering uitgesproken over de wijze waarop Annemie Martens haar taak op zich heeft genomen en de manier waarop zij leiding heeft gegeven aan PlatOO.
Besproken onderwerpen: 7 april 2021 (online) ● Ontwikkelingen corona ● Nationaal Programma Onderwijs ● Jaarrekening/accountantsverslag 2020 ter besluitvorming ● Personele MARAP en voortgangsrapportage financieel ter kennisgeving ● Code Goede Bestuur ter besluitvorming ● maatschappelijk oriëntatie 23 juni 2021 ● Ontwikkelingen corona ● Terugblik bijeenkomst RvT- GMR- CvB ● Aanpak zelfevaluatie RvT ● Rapportage risicoanalyse 2021 ter besluitvorming ● Personele MARAP en voortgangsrapportage financieel ter kennisgeving ● Rooster van aftreden ● Planning 2021 - 2022 RvT ● Maatschappelijke oriëntatie wijze van beoordeling inspectie 6 oktober 2021 (online) ● bestuursfilosofie ter kennisgeving ● honorering RvT ter besluitvorming ● Contact accountant ter besluitvorming ● Financieel Plan 2022- 2025 ter kennisgeving ● Personele MARAP en voortgangsrapportage financieel ter kennisgeving ● RvT- taken conform statuten update reglementen en statuten ter goedkeuring rooster van aftreden ter besluitvorming procedure werving leden RvT ● Thema: AVG en ICT - presentatie door projectleider ICT.
22 december 2021 (online) ● Afstemming nieuwe bestuurder ● Onderwijsinspectie en positie basisschool ‘t Toverkruid ● Begroting 2022 ter goedkeuring ● Huisvestingszaken fusie basisschool De Krommen Hoek en basisschool De Regenboog intentieverklaring Samenwerking schoolbestuur De Eenbes intentieverklaring ● Voortgangsrapportage financieel ter kennisgeving ● Besluitvorming nieuwe leden RvT Huisvesting, de impact van Corona op het onderwijs en de wijzigingen in financiële bekostiging zijn veelbesproken onderwerpen geweest in 2021. 49
Zelfevaluatie Tijdens de zelfevaluatie medio 2021 is het toezichtkader, opgesteld in 2017 onder externe begeleiding, opnieuw besproken. Het toezichtkader sluit aan bij Governance code en het Strategisch Beleidsplan van PlatOO. Op basis van het toezichtkader worden relevante thema’s geagendeerd en laat de RvT zich informeren over doelen, werkprocessen en behaalde resultaten. Tijdens de zelfevaluatie zijn enkele punten expliciet naar voren gehaald en is er wederzijds feedback gegeven over elkaars handelen binnen het toezichtkader. Verslag zelfevaluatie Bespreking toezichtkader Het toezichtkader wordt door de RvT gezien als een professioneel opgesteld document waarin duidelijk staat beschreven waar de RvT voor staat. Het is een helpend document bij wisseling in samenstelling van de RvT, een kader waar je als nieuweling aan kunt spiegelen en je rol op kunt pakken. In de bespreking van het toezichtkader werden enkele punten expliciet aangehaald: ● De verbinding met stakeholders is nog niet van de grond gekomen. ● Er is een enorme professionaliseringsslag gemaakt. Het zal een uitdaging zijn om hier het komende jaar een verbeterslag in te maken gezien de personele wisselingen in de raad en bestuur. Wellicht zal er een pas op de plaats moeten worden gedaan.
● Er zijn slagen gemaakt in de heersende chemie, er is ruimte in de interactie om over de inhoud te praten en er zijn verschillende vormen gevonden om informatie met elkaar uit te wisselen. ● De grondgedachte van het toezichtkader wordt aangestipt, in vertrouwen met elkaar werken en elkaar de ruimte geven, zonder richting de bestuurder in de controle stand te gaan zitten. De verhouding met de bestuurder wordt belangrijk gevonden, hoe je met elkaar omgaat, een tweezijdige vertrouwensband, geeft een gevoel van veiligheid. In deze wordt het ook belangrijk gevonden om te vertellen als er dingen niet goed gaan. Dit evenwicht wordt volgens de RvT redelijk met elkaar gevonden. Het begrip ‘gezamenlijk alertheid’ en de zin ‘we moet elkaar niet verassen’ omvangen deze grondgedachten. Het vraagt om inschattingsvermogen wat er al dan niet gedeeld moet worden aan informatie. Dit kun je niet vastleggen, er moet een basis van vertrouwen zijn. Dit wordt door zowel de RvT als de bestuurder gezien als een prettige manier van werken. ● Er kan een slag gemaakt worden in het in kaart brengen van risico’s. ● De vraag ligt er wat het aggregatieniveau is waarop de RvT discussies met elkaar voert, waar toets de RvT aan en wat past bij de rol van toezichthouder? Hier kan mogelijkerwijs een verbeterslag in worden gemaakt.
Feedback handelen binnen toezichtkader Na het bespreken van het toezichtkader, is er tijdens een wandeling wederzijds feedback gegeven a.d.h.v. feedbackregels. In koppels is vertrouwelijk gesproken over hoe een ieder de ander zijn handelen ziet binnen het toezichtkader. Alle leden van de RvT en het CvB hebben elkaar in duo verband gesproken. De verkregen feedback nemen zij allen mee in het eigen handelen binnen de RvT. Financiën De RvT leden hebben, zoals gebruikelijk en vastgelegd in het RvT reglement, vacatiegelden ontvangen voor hun RvT taken. De vacatiegelden zijn geïndexeerd. De hoogte van de vacatiegelden bedragen € 3070,21 voor leden en € 3826,90 voor de voorzitter. Deze bedragen zijn vrijgesteld van BTW. Tevens zijn er kosten gemaakt voor o.a. ledenwerving, vergaderkosten en reiskosten. Het gaat om een kostenpost van €16.654,39,-. De kosten voor de ledenwerving zijn hierbij niet inbegrepen. Het bedrag voor de werving van de bestuurder en twee nieuwe leden voor de RvT betreft €23.000,- exclusief BTW. Resumé Resumerend kijken zowel de Raad van Toezichtleden als ook het College van Bestuur terug op een goed jaar. De Raad van Toezicht wil de medewerkers van PlatOO bedanken voor hun inzet en tevens de ouders bedanken voor het vertrouwen in PlatOO. Helmond, 14 januari 2022
Frank van Engelen Voorzitter Raad van Toezicht
50
Functies en nevenfuncties
Naam
Rol RvT
Hoofdfunctie
Frank van Engelen
Voorzitter RvT
Directeurbestuurder Woonwenz
lid remuneratie cc
Miriam van der Smissen
Vice voorzitter RvT
Nevenfuncties ●
● ● ●
Bestuurder ONS Welzijn (tot 1 maart)
● ●
lid remuneratie cie.
● ●
Karen Ali
Lid audit cie.
Directeur Alumnirelaties en Universiteitsfonds Eindhoven bij Technische Universiteit Eindhoven
● ● ●
Rob van der Zanden
Lid audit cie.
De Lage Landen; IT supplier en contractmanager
nvt
Joost Boerenkamp
lid remuneratie cie.
Eigenaar ‘Three Horizons’.
nvt
vice-voorzitter van de Raad van Toezicht van Pergamijn en voorzitter van de remuneratiecommissie Lid RvT Pergamijn Voorzitter Thuis in Limburg Voorzitter zwem- en waterpolovereniging De Rog Weert Lid functioneringscommissie GroenLinks afdeling Eindhoven Lid Raad van Toezicht bibliotheek Eindhoven Lid Beroepenveldcommissie Hogeschool Arnhem Nijmegen Voorzitter Rode Kruis district Brabant-Zuidoost. Lid Raad van Toezicht Stichting Swalm en Roer, lid remuneratiecommissie Lid Raad van Toezicht OSZG, voorzitter commissie onderwijskwaliteit Voorzitter Kamer Onderwijshogeschool Zuyd, compliance vraagstukken
Uit de inventarisatie van nevenfuncties blijkt geen risico voor onafhankelijk functioneren.
51
Terugblik 2021 GMR
52
Terugblik 2021 GMR Dit is het jaarverslag van de GMR van PlatOO - 2021 De bemensing van de personeelsgeleding bleef aanvankelijk wat achter; gedurende het jaar is deze van drie naar vijf leden gegaan. Bij aanvang van het nieuwe schooljaar 2021-2022 ontstond er wederom een vacature onder de personeelsgeleding. Deze is op het moment van schrijven (februari ‘22) weer ingevuld. Daarmee is de vertegenwoordiging van alle clusters weer afgedekt. Communicatie met de MR-achterban blijkt een punt van aandacht waar voor komend jaar getracht wordt tot wat striktere afspraken te komen. We merken dat het tweerichtingsverkeer waarop we hopen moeizaam van de grond komt. Aan het begin van het schooljaar is dhr. T. Mulder verkozen tot voorzitter, dhr. C. Peeters tot secretaris en dhr. G. van Houts tot penningmeester. Mevr. K. Steenbakkers heeft opgetreden als ambtelijk secretaris, zij is hiervoor ingehuurd vanuit het bestuurskantoor van PlatOO. Mevr. Steenbakkers is gedurende het jaar een andere uitdaging aangegaan. Mevr. E. Verstappen heeft het ambtelijk secretariaat van haar overgenomen. De GMR is in het jaar 2021 vijf keer regulier bij elkaar gekomen. Ten gevolge van de coronapandemie vonden vergaderingen veelal online plaatsvinden. Daarnaast waren in lijn met de Wet Medezeggenschap twee bijeenkomsten gepland samen met RvT en CvB.
De GMR-bijeenkomsten hadden in het algemeen een besloten gedeelte en een gedeelte waarin externen (met name CvB, mevr. A. Martens) aanwezig waren om de GMR van extra informatie en uitleg te voorzien. De positieve interactie tussen GMR en CvB, zowel tijdens als buiten de vergaderingen, leidde tot goed begrip, over en weer, van achtergronden van te nemen beleidsbeslissingen. Naast de reguliere zaken waarin de GMR een stem heeft, hebben de thema’s veiligheidsbeleid, vitaliteitsbeleid, corona nadrukkelijke aandacht gevraagd. Eind 2021 is dhr. T. Mulder afgetreden als voorzitter en zal dhr. C. Peeters zijn taken overnemen tot en met het einde van het schooljaar 2021-2022. Ten slotte is de GMR zeer nauw betrokken geweest in het werven van een nieuwe bestuurder.
Chris Peeters, secretaris/ plaatsvervangend voorzitter. 25-2-2022
53
Rapport inzake de jaarrekening 2021
54
Jaarstukken 2021
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 55 -
Inhoudsopgave Pagina Voorblad Inhoudsopgave Toelichting op onderdelen van het jaarverslag
55 56 57
Jaarrekening Grondslagen Model A: Balans per 31-12-2021 Model B: Staat van baten en lasten over 2021 Model C: Kasstroomoverzicht Model VA: Vaste Activa Model VV: Voorraden en vorderingen Model EL: Effecten en Liquide middelen Model D: Eigen vermogen Model VL: Voorzieningen en langlopende schulden Model KS: Kortlopende schulden Model G: Overzicht geoormerkte doelsubsidies OCW Model OB: Opgave overheidsbijdragen Model AB: Opgave andere baten Model LA: Opgave van de lasten Model FB: Financiële baten en lasten Model E: Overzicht verbonden partijen Vermelding op basis van de WNT Niet uit de balans blijkende verplichtingen Ondertekening door bestuurders en toezichthouders
58 63 64 65 66 68 68 69 70 71 72 73 74 75 78 79 80 82 83
Overige gegevens Bestemming van het resultaat Gebeurtenissen na balansdatum Controle verklaring van de onafhankelijke accountant
84 85 86
Bijlagen Gegevens over de rechtspersoon
Jaarrekening 2021 PlatOO
87
- 56 -
Toelichting op onderdelen van het jaarverslag
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 57 -
A1 1
Grondslagen
Algemeen
Activiteiten van het bevoegd gezag In deze jaarrekening zijn de activiteiten van Stichting PlatOO en de onder deze rechtspersoon vallende scholen verantwoord.
Grondslagen voor de jaarrekening De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de bepalingen opgenomen in de Ministeriële Richtlijn jaarverslaggeving onderwijs. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de bepalingen van Boek2 titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving waaronder Richtlijn 660 Onderwijsinstellingen. De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor de bepaling van het resultaat, is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor zover niet anders vermeld worden de activa en passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de baten en allen hiermee verbonden, aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De in de jaarrekening opgenomen bedragen luiden in hele euro's.
Vergelijkende cijfers Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar.
Schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient het bestuur, overeenkomstig algemeen geldenden grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die mede bepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Financiële instrumenten Stichting PlatOO heeft alleen primaire financiële instrumenten, voor de grondslag wordt verwezen naar de behandeling per post.
2
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van aanschaf. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Investeringen onder de € 500 worden rechtstreeks ten laste gebracht van het resultaat. Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de investeringen.
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 58 -
Het economisch eigendom van de schoolgebouwen is in handen van de gemeenten. Het juridisch eigendom berust voor het merendeel bij de stichting met uitzondering van de schoolgebouwen van 't Schrijverke locatie Luchen, De Driehoek, De Rietpluim, Het Klokhuis en Toverkruid locatie Ommel. In het bestuursverslag is dit nader toegelicht.
Financiële vaste activa De onder financiële vaste activa opgenomen obligaties die niet behoren tot een handelsportefeuille en die worden aangehouden tot het einde van de looptijd, worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa worden bij de eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De reële waarde plus gearmortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. De vorderingen en overlopende activa hebben een looptijd korter dan een jaar, tenzij dit bij de toelichting op de balans anders is aangegeven. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.
Liquide middelen De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van de stichting. Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder de vorderingen. Liquide middelen die gedurende langer dan 12 maanden niet ter directe beschikking staan, worden verwerkt onder de financiële vaste activa.
Algemene reserve publiek Deze post betreft de niet-gebonden reserve die voortkomt uit de door (semi-)overheidsinstellingen gefinancierde activiteiten. De algemene reserve vormt een buffer ter waarborging van de continuïteit van Stichting PlatOO. Deze wordt opgebouwd uit de resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en werkelijk gemaakte lasten. In geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene reserve gebracht.
Bestemmingsreserves (publiek en privaat) Hieronder opgenomen publieke en private reserves zijn bedoeld voor specifieke toekomstige uitgaven die uit de huidige beschikbare middelen gedekt moeten worden. Per bestemmingsreserve is aangegeven of deze is opgebouwd uit privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke middelen. In de toelichting zijn het bedrag en de beperkte doelstelling van iedere bestemmingsreserve vermeld. De reserves zijn gewaardeerd tegen norminale waarde. Aan de bestemmingsreserves ligt een plan ten grondslag waarin is opgenomen welke uitgaven ten laste van de reserve komen, een inschatting van het totaal aan uitgaven en een inschatting in welk jaar de uitgaven zullen worden gedaan.
Bestemmingsfonds (publiek en privaat) Gelden afkomstig van derden met een beperktere bestedingsmogelijkeid dan de doelstelling van Stichting PlatOO toestaat en per balansdatum nog niet zijn besteed, zijn opgenomen in bestemmingsfondsen.
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 59 -
Voorzieningen De voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is, waarvan de hoogte redelijkerwijs geschat kan worden en voor zover deze verplichtingen niet op activa in mindering zijn gebracht. Eveneens worden voorzieningen gevormd voor verliezen die naar waarschijnlijkheid in de toekomst zullen worden geboekt maar die voortkomen uit risico's die op balansdatum aanwezig zijn. Voorzieningen kunnen worden gevormd ter egalisatie van kosten waarbij een deel van de in de toekomst te verwachten uitgaven zijn oorsprong heeft voor balansdatum.
Voorziening groot onderhoud De onderhoudsvoorziening beoogt kostenegalisatie voor de uitgaven van groot planmatig onderhoud aan onroerende zaken die door de jaren een onregelmatig verloop hebben. De dotaties aan de voorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenbegroting die een periode kent van 20 jaar. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht. De voorziening is, rekening houdend met geplande jaarlijkse dotaties toereikend voor het uit te voeren onderhoud in de periode waarover de meerjarenonderhoudsbegroting strekt. Daar waar in het groot onderhoud wordt voorzien door middel van een convenant met de gemeente is geen voorziening getroffen.
Voorziening jubilea Op basis van Richtlijn 271 van de Raad van de Jaarverslaggeving is een voorziening opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij ambtsjubilea van personeelsleden. De voorziening is opgenomen tegen contante waarde van de toekomstige uitbetalingen en is afhankelijk van de ingeschatte blijfkans, gemiddelde salarisstijging en disconteringsvoet (1,00 %). De werkelijke jubilea-uitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht.
Voorziening spaarverlof De voorziening spaarverlof is opgeheven in boekjaar 2021. Voorziening Duurzame inzetbaarheid In de CAO PO 2014-2015 zijn afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid (hoofdstuk 8A) en is de BAPO-regeling vervallen. In een tweetal gevallen dient er een voorziening te worden gevormd. 1. Basisbudget (artikel 8A.4). Indien er schriftelijke afspraken worden gemaakt tussen werkgever en werknemer (artikel 8A.5) , bijvoorbeeld voor studieverlof, dan is er sprake van een verplichting aan de werknemer. De basis voor het vaststellen van de hoogte van de voorziening duurzame inzetbaarheid is het aantal uur dat een medewerker heeft gespaard (zie schriftelijke afspraken), vermenigvuldigd met de loonkosten per uur en gecorrigeerd met de kans dat deze uren ook daadwerkelijk worden opgenomen. 2. Duurzame inzetbaarheid oudere werknemers (artikel 8A.7). Om uren te kunnen sparen voor ouderenverlof moet de werknemer conform artikel 8.A8 cao PO vooraf een plan indienen, waarin staat hoe deze verlofuren de komende vijf jaren worden ingezet. De basis voor het waarderen van de voorziening zijn deze plannen, die zwart op wit staan. Voor het vaststellen van de hoogte van de voorziening wordt het aantal uur dat een medewerker op basis van deze plannen heeft gespaard (en niet heeft opgenomen), vermenigvuldigd met de loonkosten per uur.
De uitkomst hiervan wordt vervolgens gecorrigeerd door de eigen bijdrage, de opnamekans en (indien materieel) discontering. Voor de waardering van de voorziening duurzame inzetbaarheid van jaar T, wordt uitgegaan van de plannen die voor de zomervakantie van jaar T zijn ingediend.
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 60 -
Langlopende schulden Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de langlopende schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
Kortlopende schulden Dit betreft schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De reële waarde plus geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld.
3
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Rijksbijdragen Onder de Rijksbijdragen OCW/EZ worden de vergoedingen voor de exploitatie opgenomen verstrekt door het Ministerie OCW/EZ. Tevens worden hier verantwoord de door het samenwerkingsverband ontvangen doorbetalingen van de Rijksbijdrage. De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in de periode waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsideerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balansdatum, worden verantwoord onder de overlopende passiva.
Geoormerkte OCW subsidies met een verrekeningsclausule worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarin de gesubsideerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn niet is verlopen.
Overige overheidsbijdragen Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen verstrekt door gemeente, provincie of andere overheidsinstellingen. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW/EZ, gemeenten, provincie of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Personele lasten Onder de personele lasten worden de lasten opgenomen van de personeelsleden die in dienst zijn van de rechtspersoon, alsmede de overige personele lasten die betrekking hebben op onder andere het inhuren van extra personeel, scholingskosten en bedrijfsgezondheidszorg.
Pensioenen Stichting PlatOO heeft voor haar werknemers een toegezegd pensioenregeling.
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 61 -
Hiervoor in aanmerking komen de werknemers die op de pensioengerechtigde leeftijd recht hebben op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Aan het ABP worden premies betaald waarvan een deel door de werkgever en een deel door de werknemer wordt betaald. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Per 31 januari 2022 heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 107,9 %. De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de "verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering". In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Er bestaat geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bedragen in het geval van een tekort bij het ABP, anders dan het effect van hogere premies. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar verantwoord in de jaarrekening.
Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gerelateerd aan de aanschafwaarde van de desbetreffende materiële vaste activa. In het jaar van investeren wordt afgeschreven op basis van de door het bestuur vastgestelde termijnen: Gebouwen/verbouwingen 40 jaar (2,5%) Machines en installaties/digitale schoolborden 10 jaar (10%) Verduurzaming 20 jaar ( 5%) Meubilair 15 jaar (6,66%) Leermiddelen 8 jaar (12,5%) Duurzame apparatuur 5 jaar (20%) ICT apparatuur bestuurskantoor 3 jaar (33,3%) ICT apparatuur scholen 5 jaar (20%)
Financieel resultaat De rentebaten en -lasten betreffen de op de verslagperiode betrekking hebbende rente-opbrengsten en lasten.
4
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij deze methode wordt het nettoresultaat aangepast voor posten van de winst- en verliesrekening die geen invloed hebben op ontvangsten en uitgaven in het verslagjaar, mutaties in de balansposten en posten van de winst- en verliesrekening waarvan de ontvangsten en uitgaven niet worden beschouwd als behorende tot de operationele activiteiten. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit liquide middelen onder aftrek van gerealiseerde bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen en vlottende effecten. Effecten worden als liquide gezien indien deze als vlottend actief worden verantwoord. Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financial leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van leasetermijnen is opgenomen onder de operationele activiteiten.
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 62 -
Model A: Balans per 31-12-2021
1.
Activa
(na resultaatverdeling)
31 december 2021
31 december 2020
Vaste Activa 1.2 1.3
Materiële vaste activa Financiële vaste activa
3.107.826 604.986
Totaal vaste activa
1.5 1.6 1.7
Vlottende activa Vorderingen Effecten Liquide middelen
3.431.889 763.758
3.712.812
1.418.724 153.403 3.539.091
4.195.647
1.225.582 302.465 1.490.379
Totaal vlottende activa
5.111.218
3.018.426
Totaal activa
8.824.030
7.214.073
2.
Passiva
2.1 2.2 2.3 2.4
Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden
31 december 2021 5.098.882 1.863.164 186.220 1.675.764
Totaal passiva
Jaarrekening 2021 PlatOO
3.766.195 1.680.343 191.260 1.576.275 8.824.030
- 63 -
31 december 2020
7.214.073
Model B: Staat van baten en lasten over 2021 Realisatie 2021 3. 3.1 3.2 3.5
4. 4.1 4.2 4.3 4.4
5
Begroting 2021
Realisatie 2020
Baten Rijksbijdrage OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten
21.991.930 98.441 502.379
19.938.915 79.400 326.883
19.495.406 103.893 437.676
Totaal baten
22.592.751
20.345.199
20.036.975
Overige lasten
17.318.957 645.328 1.627.247 1.644.166
16.812.771 681.669 1.530.390 1.418.815
16.792.467 545.928 1.485.742 1.343.428
Totaal lasten
21.235.698
20.443.645
20.167.565
Saldo baten en lasten
1.357.053
(98.446)
(130.590)
(24.364)
(20.134)
(11.214)
Resultaat
1.332.689
(118.580)
(141.805)
Resultaat na belastingen
1.332.689
(118.580)
(141.805)
Nettoresultaat
1.332.689
(118.580)
(141.805)
Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten
Financiële baten en lasten
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 64 -
Model C: Kasstroomoverzicht
2021 Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo Baten en Lasten Aanpassingen voor: Afschrijvingen Mutaties voorzieningen Koersresultaat FVA Veranderingen in vlottende middelen: Vorderingen (-/-) Schulden Totaal kasstroom uit bedrijfoperaties: Ontvangen interest Betaalde interest (-/-) Opbrengsten financiele vaste activa ( excl. Amortisatie)
2020
1.357.053
(130.590)
545.200 182.821 7.835
524.193 170.053 7.835
(193.143) 99.489
168.086 (901.017) 1.999.255
32 (20.330) (4.068)
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten:
(161.440) 66 (5.699) (5.581)
(24.366)
(11.214)
1.974.890
(172.654)
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in MVA (-/-) Desinvesteringen in MVA
(321.265) 100.128
(780.321) 21.735
Desinvesteringen in FVA
300.000
100.000
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten: Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen
78.863
(5.040)
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen
Jaarrekening 2021 PlatOO
191.260 (5.040)
191.260
2.048.712
(639.981)
1.490.379 2.048.712
Eindstand liquide middelen
2.130.359 (639.981) 3.539.091
- 65 -
(658.586)
1.490.379
Model VA: Vaste Activa 1.
Activa
1.2
Materiële vaste activa Mutaties 2021
1.2.1 1.2.2
1.2.3
Gebouwen en terreinen Inventaris en apparatuur Andere vaste bedrijfsmiddelen
Materiële vaste activa
Cumulatieve aanschaf-waarde tot en met 1 januari 2021
Cumulatieve afschrijvingen tot en met 1 januari 2021
boekwaarde per 1 januari 2021
423.110
109.362
313.748
5.434.788
2.560.425
912.194
6.770.092
Invest.
Aanschafwaarde Desinvest.
Afschr. Desinvesteringen
Afschrijvingen
Cumulatieve aanschafwaarde tot en met 31 december 2021
Cumulatieve afschrijvingen tot en met 31 december 2021
boekwaarde per 31 december 2021
(0)
197.210
105.138
8.984
225.900
13.208
212.692
2.874.363
279.635
413.668
405.932
466.705
5.300.755
2.621.198
2.679.557
668.416
243.778
41.630
112.343
112.024
69.512
841.481
625.904
215.577
3.338.203
3.431.889
321.265
723.221
623.094
545.201
6.368.136
3.260.310
3.107.826
Toelichting: In 2021 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de aanwezige activa op scholen. Hieruit zijn afboekingen geresulteerd ten bedrage van € 723.221 aanschafwaarde en € 623.094 cumulatieve afschrijvingen. Het boekwaardeverlies ( € 100.128) is getoond onder de afschrijvingskosten. De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: Gebouwen/ verbouwingen Machines en installaties/digitale schoolborden Verduurzaming Meubilair Leermiddelen Duurzame apparatuur ICT apparatuur bestuurskantoor ICT apparatuur scholen
Jaarrekening 2021 PlatOO
40 jaar 10 jaar 20 jaar 15 jaar 8 jaar 5 jaar 3 jaar 5 jaar
aw af 119057,41 88899,63 1666,95 540,46 2620408,72 1257196,9 1753429,31 1210540,98 1296700,85 900181,97 198078,43 88721,28 5989341,67 3546081,22 (378.794) 285.771
- 66 -
Financiële vaste activa
1.3
Mutaties 2021 DesBoekwaarde Investering investering per 1 januari en verstrekte en afgeloste 2021 leningen leningen
1.3.6
1.3.6.2
Waarde correcties
reclass. Naar KT
Boekwaarde per 31 december 2021
Effecten
1.066.224
-
300.000
(7.835)
153.403
604.986
Financiële vaste activa
1.066.224
-
300.000
(7.835)
153.403
604.986
1.066.224
-
300.000
(7.835)
153.403
604.986
1.066.224
-
300.000
(7.835)
153.403
604.986
Obligaties Effecten
Aankoopwaarde
Balanswaarde 1-12021 aankoop
verkoop
Koersresulaat
Koerswaarde 31-12- Balanswaarde 31-122021 2021
3,38% EFSF 2011/2021
105.440
100.604
-
100.000
(604)
-
-
0,61% BNG VAR LANGE RENTE 2011/2021
102.997
100.428
-
100.000
(428)
-
-
2,88% COUNCIL OF EUROPE 2011/2021
110.030
101.433
-
100.000
(1.433)
-
-
2,75% DNB BOLIGKREDIT 2012/2022
173.822
156.806
-
-
(3.403)
151.050
153.403
1,00% NORDEA AB 2016/2023
206.954
203.477
-
-
(1.159)
203.082
202.318
0,75% Danske Bank 2016/2023
101.580
100.948
-
-
(316)
101.216
100.632
1,00% ABN AMRO 2015/2025
103.280
102.050
-
-
(410)
103.222
101.640
0,25% Nederland 2015/2025
100.080
100.057
-
-
(11)
102.560
100.046
0,50% NRW Bank 2016/2026
100.630
100.420
-
-
(70)
102.374
100.350
1.104.813
1.066.224
-
300.000
(7.835)
763.504
758.389
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 67 -
getoond onder EFJ code 1.6 per 31-12-2020 getoond onder EFJ code 1.6 per 31-12-2020 getoond onder EFJ code 1.6 per 31-12-2020 getoond onder EFJ code 1.6 per 31-12-2021
Model VV: Voorraden en vorderingen
1.5
Vorderingen
1.5.1 1.5.2 1.5.6 1.5.7 1.5.8
Debiteuren OCW / EZ Overige overheden Overige vorderingen Overlopende activa
31 december 2021
31 december 2020
66.395 878.335 152.006 13.303 308.686
9.757 698.583 31.979 100.348 384.915
1.418.724
1.225.582
Vorderingen Uitsplitsing
1.5.6
Vordering gemeente Overige overheden
152.006 152.006
31.979 31.979
1.5.7
Nog te ontvangen overig Nog te ontvangen couponrente Nog te ontvangen huur sporthallen Subtotaal Overige vorderingen
505 6.477 6.321 13.303 13.303
91.215 9.134 100.348 100.348
1.5.8
Vooruitbetaalde kosten Snappet Borg Overige waarborgsommen Subtotaal Overlopende activa
171.034 130.350 7.302 137.652 308.686
242.313 135.300 7.302 142.602 384.915
Model EL: Effecten en Liquide middelen 1.6
Effecten 31 december 2021
1.6.2
1.7
1.7.1 1.7.2
Obligaties
-
153.403
Effecten
-
153.403
31 december 2020 302.465 -
302.465
Liquide middelen
Kasmiddelen Tegoeden op bank- en girorekeningen Liquide middelen
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 68 -
31 december 2021
31 december 2020
2.988 3.536.103 3.539.091
1.198 1.489.181 1.490.379
Model D: Eigen vermogen
2.1.1 Algemene reserve Eigen Vermogen
Stand per 1 januari 2021
Resultaat
Stand per Overige mutaties 31 december 2021
3.766.195 3.766.195
1.332.689 1.332.689
-
5.098.882 5.098.882
3.766.195
1.332.689
-
5.098.882
3.766.195
1.332.689
-
5.098.882
Uitsplitsing Algemene reserve 2.1.1 Algemene reserve
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 69 -
Model VL: Voorzieningen en langlopende schulden 2.2
Voorzieningen
Stand per 31 december Kortlopend deel Tussen 1 en 5 langer dan 5 2021 < 1 jaar jaar jaar
Stand per 1 januari 2021
Dotaties
Onttrekking en
Personeelsvoorziening Overige voorzieningen
357.343 1.323.000
36.958 400.000
30.227 193.221
30.688 -
333.385 1.529.779
20.397 492.755
117.253 1.037.024
195.736 -
Voorzieningen
1.680.343
436.958
223.448
30.688
1.863.164
513.152
1.154.277
195.736
Voorziening jubilea
326.655
35.000
30.227
-
331.428
20.397
115.295
195.736
5.652
-
-
5.652
-
-
-
-
25.036 357.343
1.958 36.958
-
2.2.1
Voorziening spaarverlof Voorziening duurzame inzetbaarheid Personeelsvoorziening
30.227
25.036 30.688
1.958 333.386
20.397
1.958 117.253
195.736
2.2.3
Onderhoudsvoorziening Overige voorzieningen
1.323.000 1.323.000
400.000 400.000
193.221 193.221
-
1.529.779 1.529.779
492.755 492.755
1.037.024 1.037.024
-
2.3
Langlopende schulden
2.2.1 2.2.3
Vrijval
Uitsplitsing
2.3.5
Mutaties 2021 Boekwaarde Boekwaarde per per 1 januari Aangegane 31 december 2021 2021 leningen Aflossingen
Looptijd > 1 jaar
Looptijd > 5 jaar
Overige langlopende schulden
191.260
-
5.040
186.220
24.000
162.220
Langlopende schulden
191.260
-
5.040
186.220
24.000
162.220
Jaarrekening 2021 PlatOO
- 70 -
Rentepercentage 0,50%
Model KS: Kortlopende schulden 2.4
Kortlopende schulden 31 december 2021
31 december 2020
101.698 661.880 242.669 104.189 565.328
132.100 680.990 206.009 7.152 550.024
1.675.764
1.576.275
661.134 746
641.361 39.629
Belastingen en premies sociale verzekeringen
661.880
680.990
2.4.9.2
Schulden aan overige overheden Nog te betalen bedragen Subtotaal
104.189 104.189
7.152 7.152
2.4.9
Overige kortlopende schulden
104.189
7.152
2.4.10.5
Vakantiegeld en -dagen
552.071
524.301
2.4.10.8
te betalen lonen Overige Voorschot/lening personeel Subtotaal
8.961 3.833 462 13.256
8.109 17.614 25.722