CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

VNG - Handreiking Aan de slag met participatie

Commissie beeldvormend 8 mei 2025, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Participatieverordening13.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

Stap 3: vraag de ene deelnemer van het duo de rol van voorstander op zich te nemen en degene tegenover hem/haar de rol van tegenstander. Beiden spelen hun rol zo geloofwaardig mogelijk en verdedigen dus consequent de compleet tegenovergestelde mening van de ander. Dit dient uiteraard wel op een respectvolle wijze te verlopen.

•

Stap 4: laat de duo’s na deze korte discussie (5 minuten) het gesprek doornemen. Vraag hun hierbij te letten op nieuwe inzichten, voornaamste argumenten (voor en tegen) en aannames die voorbijkwamen. Laat ze de bevindingen per categorie op Post-its schrijven.

•

Stap 5: de facilitator haalt de Post-its op en plakt deze op een flip-over met drie kolommen: nieuwe inzichten, argumenten en aannames.

•

Stap 6: de facilitator bespreekt kort wat hem/haar opvalt aan de Post-its. Als het goed is, zijn de meningen van de deelnemers in ieder geval aangescherpt.

Aan de slag met participatie

27/42

Stap 5: hoe geeft u participatie vorm? De titel van het hoofdstuk impliceert al waar deze stap over gaat: het hoe van participatie. Het ‘hoe’ is vaak een bliksemafleider in het participatiedebat. Als participatie in het nieuws is, gaat het vaak over instrumenten: burgerberaden, referenda, het uitdaagrecht (hoewel het een recht genoemd wordt, wordt dit ingezet als instrument) of een jongerenraad. Al deze instrumenten verdienen op zichzelf al een handreiking en dat maakt een goede behandeling van het ‘hoe’ van participatie lastig. Om het onderwerp iets concreter te maken, gaat het in deze handreiking over: •

hoe de gedefinieerde rollen ingevuld worden

•

hoe er een gestructureerde aanpak gemaakt kan worden

•

hoe methoden, instrumenten en werkvormen ingezet worden

•

hoe er omgegaan wordt met representativiteit en inclusiviteit.

Inmiddels zijn er tal van handreikingen, modellen en instructies die helpen participatieprocessen vorm te geven. Deze hulpmiddelen zijn vaak bedoeld om ambtenaren houvast te bieden bij het organiseren van participatie. Deze handreiking gaat echter niet over dergelijke bestaande hulpmiddelen (een aantal ervan staan benoemd in ‘achtergrond en kennisbronnen’). Beslissend voor de kwaliteit van participatieprocessen is of deze instrumenten passen bij het participatievraagstuk.

Rolinvulling In de vorige stap werd al benoemd dat het verstandig is om na te denken over de vraag ‘wat voor rollen kennen we en wie geven we welke rol in participatieprocessen?’. In deze stap gaat het over hoe deze rollen invulling krijgen: welke rechten, plichten en taken hangen hiermee samen? In algemene zin is er geen absolute goede of foute rolinvulling. Het is vooral van belang dat de rollen ingevuld en nageleefd worden. Hierna volgen een paar voorbeelden van rolinvullingen voor een hypothetisch participatieproces: •

De gemeenteraad heeft een kaderstellende rol. De raad stelt dan vooraf vast hoe het proces er (ongeveer) uit moet zien en waar het aan moet voldoen.

•

De wethouder wordt twee keer betrokken.

•

De ambtelijk projectleider organiseert het hele project waar de participatie onderdeel van is.

•

Inwoners wordt gevraagd om mee te denken en mogen een advies uitbrengen over drie scenario’s die ontwikkeld worden.

•

Vakinhoudelijke ambtenaren zijn beschikbaar voor technische toelichtingen.

En zo zijn er nog veel meer verschillende rolinvullingen denkbaar. Daarbij is het vooral belangrijk dat de rolinvullingen passen bij het bredere participatievraagstuk. Een sturende rol en een mindere mate van invloed door burgers vraagt van de organisatie dat zij de middelen heeft en (ook politiek) gelegitimeerd is om beslissingen te nemen. Een faciliterende rol en hogere mate van invloed door burgers vereist een organisatie die in goed gesprek kan treden met participanten en de vrijheid heeft om enigszins flexibel te zijn.

Aan de slag met participatie

28/42

Een gestructureerde participatieaanpak Een participatieproces is meer dan één contactmoment tussen gemeente en inwoners. Het is onderdeel van een langere, bestaande relatie, waarbij het fijn is om te weten wat je aan elkaar hebt. Voorspelbaarheid, herkenbaarheid en transparantie zijn allemaal belangrijke eigenschappen die helpen die relatie vorm te geven en te onderhouden. Een gestructureerde participatieaanpak helpt om hier invulling aan te geven. Een aanpak – met een aantal stappen of onderwerpen – die altijd gevolgd wordt, los van de specifieke participatie-instrumenten die ingezet worden.17 Zo’n participatieaanpak is vaak al dichterbij dan gedacht wordt. Door bijvoorbeeld – altijd – stil te staan bij de beïnvloedingsruimte en actoren, wordt al min of

Voorbeeld van een participatieaanpak (Participatie Leermodel)

meer een gestructureerde aanpak gevolgd. Door deze aanpak consequent te gebruiken (met natuurlijk de nodige ruimte voor maatwerk, variatie en flexibiliteit), hoeft een gemeente niet elke keer het participatiewiel opnieuw uit te vinden bij elk project, en wordt sneller duidelijk wat er te verwachten valt. Een gestructureerde participatieaanpak biedt zo een vorm van gestructureerd maatwerk: voorspelbare en herkenbare aanpakken die rekening houden met verschil in vraagstukken, onderwerpen en doelgroepen.

De inzet van instrumenten Zoals benoemd, belicht deze handreiking geen reeks met instrumenten. Wel helpen we u enigszins op weg met het wegen van instrumenten. Uiteindelijk is een instrument een middel om een doel te bereiken. Een heel geschikte manier om participatie-instrumenten te beoordelen, ook op bijvoorbeeld inclusiviteit, is het wetenschappelijk gevalideerde CLEAR-model.18 Dit model bevraagt een instrument aan de hand van de volgende vijf onderwerpen: Can do

Hebben inwoners de juiste bronnen, kennis en capaciteiten om te participeren?

Like to

Willen inwoners ook participeren? Bijvoorbeeld omdat ze ergens onderdeel van zijn?

Enabled to

Krijgen de inwoners de kans en ondersteuning om te participeren?

Asked to

Worden inwoners daadwerkelijk gevraagd en gemobiliseerd om mee te doen?

Responded to

Zijn de resultaten van participatie zichtbaar? Krijgen inwoners bijvoorbeeld terugkoppeling over hun input?

Van Dalfsen, F., Wesseling, H. & Blok, S. (2021). Leren in Participatieland: slimme participatielessen uit de praktijk. Utrecht: Berenschot. 17

Lowndes, V., Pratchett, L., & Stoker, G. (2006). Diagnosing and Remedying the Failings of Official Participation Schemes: The CLEAR framework. Social Policy and Society, 5(2), 281-291. 18

Aan de slag met participatie

29/42

GOOD PRACTICES: ROLINVULLING VAN DE RAAD BIJ EEN BURGERBERAAD De gemeente Zeist vroeg in 2021 haar inwoners om hulp om de gemeentelijke begroting weer in balans te brengen. De raad heeft uiteindelijk 40 voorstellen van het ingestelde burgerberaad aangenomen. Met 21 aanvullende plannen vanuit de gemeenteraad is het gelukt om de begroting voor 2022 rond te krijgen. De participanten wisten van tevoren wat er met hun advies zou gebeuren en er is gedurende het project veel geëvalueerd. Dit voorbeeld laat zien dat de gemeenteraad van tevoren kaders stelt voor het participatieproces en een bepaalde rol op zich neemt. De groep Zeistenaren kreeg veel vrijheid, aangezien zij zelf verantwoordelijk waren voor de sessies en de te vormen adviezen. Ze konden dus deels hun eigen rol invullen, binnen de door de raad gestelde kaders. Het uiteindelijke besluit om voorstellen over te nemen, bleef echter volledig belegd bij de raad. Daarnaast vulde de raad de overgenomen voorstellen aan met eigen plannen. Op die manier vervult de raad zijn eigen rol.

GOOD PRACTICE: PARTICIPATIE-STAPPENPLAN De gemeente Delft heeft een (voor inwoners) voorspelbaar en duidelijk stappenplan voor participatieprocessen: Delfts Doen. In deze aanpak volgen initiatiefnemers en gemeente een stappenplan binnen een set van negen spelregels. Het betreft een algemeen stappenplan voor wat er bij een participatieproces moet gebeuren en gaat dus niet specifiek over een onderscheiding van werkvormen.

GOOD PRACTICE: PARTICIPATIE-STARTGESPREK De gemeente Meierijstad houdt participatie-startgesprekken, waarin het vraagstuk en de motieven voor participatie expliciet aan bod komen. Op basis van dit gesprek wordt een startnotitie gemaakt, waarin ook staat hoe vaak de gemeenteraad geïnformeerd wordt en of er een mogelijkheid tot bijsturen is. Een startgesprek zorgt voor een gezamenlijke start, dwingt tot extra onderzoek naar het vraagstuk (wat speelt er allemaal, maatschappelijk en politiek), geeft de gemeenteraad inzicht in hoe de raad wordt betrokken, en geeft duidelijkheid en rust aan de ambtelijke organisatie.

Aan de slag met participatie

30/42

Achtergrond en kennisbronnen Bron

Wat is in dit stuk te vinden?

Participatiewijzer (Democratie in Actie & ProDemos)

Een afwegingskader voor burgerparticipatie dat gemeenten helpt te kiezen voor de juiste mix van participatiemethoden

Afwegingskader burgerparticipatie van beleid (ProDemos)

Door de vragen in het afwegingskader te beantwoorden, kan een gemeente beargumenteren of burgerparticipatie bij een bepaald onderwerp een goed idee is of niet

Meer informatie over het instrument uitdaagrecht

Op de website Lokale Democratie is allerlei informatie te vinden over het uitdaagrecht: expertpools, handreikingen en inspiratiegidsen

Overzicht participatie-instrumenten provincie Noord-Brabant

Een overzicht van een aantal instrumenten per trede op de participatieladder

Utrechtse participatieleidraad

Voorbeelden van gestructureerde aanpakken

Haags stappenplan participatie Digitale inclusie

Tips voor digitale participatie

Slidedeck inclusieve participatie

Achtergrond, oplossingen en reflectie ten aanzien van inclusie

Participatiegids om ondernemers te betrekken (VNG)

Om ondernemers, als specifieke doelgroep, beter te betrekken bij participatie

Vuistregels voor participatie (Kennisknooppunt Participatie, Ministerie IenW)

Meer informatie via de website van het Kennisknooppunt

Aan de slag: verkenner Om het ‘hoe’ van participatie in de toekomst beter vorm te geven, is het raadzaam om ook actief stil te staan bij hoe het nu gaat. Participatieprocessen die nog niet volgens een doordachte blauwdruk zijn vormgegeven en uitgerold, hebben doorgaans logischerwijs een rommeliger en intuïtiever verloop. Door terug te blikken op een afgerond (of lopend) proces, kan een gemeente reflecteren waar eigenlijk behoefte aan was of wat beter aangepakt had kunnen worden met de kennis van nu. Natuurlijk is dit projectafhankelijk, maar wellicht zijn er terugkerende aandachtspunten te identificeren wanneer dit vaker wordt gedaan. Werkvorm: één stap terug voor één stap vooruit •

Stap 1: een trainer vraagt de deelnemers één of meer participatieprocessen als casus mee te nemen naar de sessie. Check dat de deelnemers betrokken zijn geweest bij het proces.

•

Stap 2: de trainer bereidt kaarten voor met daarop één van de ‘bollen’ van het Participatie Leermodel (zie figuur pagina 28). Bij een lopend proces zijn dit de bollen uit het ‘start + doorloop’-gedeelte van het model. Bij een afgerond proces zijn alle bollen te gebruiken.

•

Stap 3: de trainer legt de kaarten goed zichtbaar op een grote tafel en vraagt de deelnemers één kaart te kiezen.

Aan de slag met participatie

•

31/42

Stap 4: de deelnemer reflecteert op de bol (bijvoorbeeld beïnvloedingsruimte) van het participatieproces dat op dat moment als casus wordt gebruikt.

•

Stap 5: deelnemers presenteren aan de hand van de kaart hoe het proces op dit thema scoort of scoorde en wat er nodig is om het nog beter te doen in de toekomst (2 minuten).

•

Stap 6: de trainer zorgt ervoor dat de belangrijkste take-aways worden opgeschreven in een document, zodat de groep dit als naslagwerk kan gebruiken.

Met deze werkvorm ontstaat een beter beeld van hoe een proces een volgende keer van tevoren structureel beter vormgegeven kan worden.

Aan de slag: voorloper Wanneer uw gemeente al een redelijk raamwerk heeft voor een gestructureerde aanpak en fasering, ga dan eens het gesprek aan met een andere gemeente die hier eveneens al aardig ver mee is. Organiseer een kleinschalige inspiratiesessie of een brainstorm, en wissel ideeën uit. Zorg er in ieder geval voor dat de scope van de sessie helder is, dan weten deelnemers wat er van hen wordt verwacht. Dat vergroot de kans op een goede ‘oogst’ aanzienlijk. Werkvorm: kijken bij de buren Hierna volgen enkele voorbeelden van onderwerpen om te bespreken tijdens een dergelijke inspiratiesessie of brainstorm in het kader van het ‘hoe’ van participatie. Rolinvulling •

Hoe de verschillende actoren die betrokken waren bij voorgaande participatieprocessen hun rol hebben ingevuld.

•

Waar anderen tegen aanlopen bij het invullen van hun rol in participatieprocessen en hoe een raamwerk hier nog beter zou kunnen ondersteunen.

•

Wat betrokkenen in een participatieproces nodig hebben (van anderen, van de aanpak) om hun rol goed te kunnen invullen.

Raamwerk •

Hoe het raamwerk is opgesteld door de andere gemeente.

•

Hoe het raamwerk omgaat met verschillende soorten vraagstukken (evenwicht tussen voorspelbaarheid en flexibiliteit).

•

Welke instrumenten/vormen zijn opgenomen in het raamwerk en waarom?

•

Hoe wordt doorgaans een goede start gewaarborgd?

Uiteraard zijn er nog veel meer onderwerpen of stellingen te bedenken om een waardevolle dialoog of discussie te voeren. Het voornaamste doel is te inspireren of overwegingen aan te scherpen en zo bijdragen aan een betere visie op hoe participatie georganiseerd kan worden.

Aan de slag met participatie

32/42

Stap 6: leren en evalueren Iedereen ziet inmiddels in dat leren belangrijk is.19 En als het over leren in de participatiecontext gaat, komt de evaluatie als eerste en belangrijkste instrument naar voren. Leren is echter meer dan evalueren en bovendien vindt zowel leren als evalueren (in het kader van participatie) nog maar beperkt plaats.20 Het ontwerpwetsvoorstel geeft alle ruimte om als gemeente een eigen invulling te geven aan het leren, maar de voorbeeldverordening suggereert wel zekere vormen van leren, namelijk het eindverslag, de evaluatie en de monitoring. Iedere vorm van leren start met het opdoen van ervaring. Wat er ook gebeurt in een participatieproces, het leidt hoe dan ook tot een ervaring. Groot en positief dan wel klein en negatief, op basis van ervaringen wordt heel veel geleerd. Maar vaak gebeurt er niet zoveel met dit ervaringsleren. De kunst is om dit leren meer systematisch vorm te geven. Het meest voor de hand ligt de ontwikkeling van een licht leerprogramma, waarin het evalueren – want dat is in algemene zin aardig ingeburgerd21 in gemeenten – een belangrijke plek inneemt.

Een licht leerprogramma Met een licht leerprogramma bedoelen we een structuur die niet te veel extra vraagt van medewerkers. Participatie zelf komt er voor medewerkers vaak bij, en het leren al helemaal. Tegelijkertijd is het leren té belangrijk om er géén aandacht aan te besteden. We geven een paar mogelijke ingrediënten om zo’n programma vorm te geven. Categorie

Meer focus op ervaringsleren

Meer focus op systematisch leren

Doelgroepen

Ervaringen laten delen, ongeacht de doelgroepen

Verschillende soorten ervaringen ophalen bij specifieke doelgroepen. Maar ook: wie hebben iets specifieks te leren?

Leerdoelen

Open ervaringen met participatie ophalen, zonder gedefinieerde doelen

Specifieke leerdoelen: wat moet de organisatie gaan leren? (bijvoorbeeld in termen van de participatievisie)

Leervormen

Gezamenlijke bijeenkomsten waarin elke ervaring telt

Een mix van leervormen inzetten, van bijeenkomsten tot experimenten of cursussen

https://platformoverheid.nl/artikel/we-moeten-het-leren-opnieuw-leren-waarderen/ Zie ook Visser et al. (2019, pp. 23-24 & 41-45). 21 Zoals eerder benoemd, het specifiek evalueren van participatie komt minder frequent voor. Maar evalueren in algemene zin is weinig gemeenten vreemd. 19 20

Aan de slag met participatie

33/42

Categorie

Meer focus op ervaringsleren

Meer focus op systematisch leren

Frequentie en doorlooptijd

Aantal kortere bijeenkomsten op vaste tijdstippen in het jaar

Verschillende momenten voor verschillende doelgroepen (van intervisie in duo’s tot grotere, gemengde leerbijeenkomsten)

Selectie projecten

Een klein aantal projecten selecteren om te oefenen

Verschillende soorten projecten (domeinen, omvang, complexiteit) selecteren

Uiteraard zijn er meer categorieën te bedenken. Zie ook de sectie ‘aan de slag: voorloper’ bij deze stap.

Tot slot helpt het om binnen de organisatie de groeiende belangstelling voor participatie nog meer te belichten. Geef het grote leren van participatie aandacht, vooral vanuit bestuur en MT. Bijvoorbeeld door ambassadeurs aan te stellen of een groep mensen bij elkaar te krijgen die enthousiast voorvechter zijn van participatie en daar ook naar handelen.

GOOD PRACTICE: ZOMER- EN WINTERSCHOOL IN RAALTE De gemeente Raalte organiseerde onder meer een Winterschool en een Zomerschool voor haar medewerkers – mooie voorbeelden van leren in een groep. Het concept van een zomer- of winterschool leent zich ook goed voor een combinatie van leervormen. Er is ruimte voor reflectie op meegebrachte casussen, er kan meer vanuit theorie geleerd worden door een workshop en alle deelnemers kunnen van elkaar leren. Door ook echt het concept ‘school’ door te voeren, zijn medewerkers eerder goed voorbereid (er is ruimte voor huiswerk en opdrachten) en maken ze er echt even toegewijd tijd voor (het vraagt al snel een dag of dagdeel). Tot slot vinden de meeste medewerkers het heel leuk om weer de school- en collegebanken in te gaan!

Achtergrond en kennisbronnen Bron

Wat is in dit stuk te vinden?

Potjer, S. (2019). Experimenteel bestuur. Van mogelijke naar gangbare vernieuwing. Utrecht: Urban Futures Studio, Universiteit Utrecht

Verschillende vormen van leren die georganiseerd kunnen worden: horizontaal, verticaal of lokaal

Van Dalfsen, F., Wesseling, H. & Blok, S. (2021). Leren in Participatieland: slimme participatielessen uit de praktijk. Utrecht: Berenschot

Hoe je als individu, organisatie of maatschappij leert over participatie

Aan de slag met participatie

34/42

Aan de slag: verkenner Zoals eerder aangegeven, geeft het ontwerpwetsvoorstel alle ruimte om zelf invulling te geven aan het leren, maar suggereert de voorbeeldverordening wel zekere vormen: het eindverslag, de evaluatie en de monitoring. Onderstaande werkvorm leent zich voor alle drie. Het doel van deze werkvorm is deelnemers te stimuleren om in mogelijkheden te denken en relatief gemakkelijk nieuwe ideeën te genereren. Deze werkvorm is gericht op het trekken van lessen (focus op ervaringslessen). Het gaat erom dat deelnemers de ruimte verlaten met minstens één actiepunt voor een toekomstig participatietraject, hoe klein ook, dat direct uitgevoerd kan worden. Zo richten deelnemers zich op hun ‘cirkel van invloed’: wat er binnen hun mogelijkheden valt (mandaat, middelen, expertise, etc.). Zij hoeven zich dus niet bezig te houden met onmogelijkheden en obstakels. Door het genereren van veel ideeën en het delen van feedback, verkrijgen deelnemers nieuwe inzichten en kunnen ze hier inspiratie uit putten. Werkvorm: cirkel van invloed (geïnspireerd door liberating structures) In deze toelichting gaan we uit van een tussentijdse evaluatie. Stel als facilitator de vraag: “Welke drie acties liggen binnen jouw mogelijkheden en kun je direct na deze sessie uitvoeren om het participatietraject te bevorderen?” •

Stap 1: laat iedereen eerst individueel zijn of haar eigen lijst met ideeën opstellen (5 minuten).

•

Stap 2: vraag individuen hun ideeën te delen in groepjes van twee tot vier (3 minuten per persoon en steeds één persoon tegelijk).

•

Stap 3: laat groepsleden overleggen met elkaar (vragen stellen, advies geven) (5 tot 7 minuten per persoon en steeds één persoon tegelijk).

Bewaar de lessen op een toegankelijke manier, zodat iedereen ze snel erbij kan pakken.

Aan de slag: voorloper Werkvorm: maak een concept licht leerprogramma Dat kan er als volgt uitzien: •

Stap 1: formuleer een leervisie voor de organisatie: welke rol krijgt het leren in de gemeente?

•

Stap 2: maak iemand in de organisatie verantwoordelijk voor het leerprogramma (bestuurlijk en/of ambtelijk).

•

Stap 3: formuleer leerdoelen: wat willen we leren? Waarom?

•

Stap 4: bespreek wie gaat leren: elke laag en elk inhoudelijk domein van de organisatie? Doen politiek en bestuur ook mee? (Ja graag!)

•

Stap 5: combineer leerbronnen uit de theorie met learning by doing in de organisatie.

•

Stap 6: zet stippen op de horizon: elk kwartaal één pilot? Wanneer komen we bij elkaar? Wanneer plannen we een kennisbijeenkomst? Wanneer stellen we het lichte leerprogramma bij?

•

Stap 7: deel je bevindingen als het leerprogramma resultaat heeft. Bijvoorbeeld in de vorm van een eindproduct (andere participatiekaders of een werkboek), werkwijze of een nieuwe culturele opvatting (‘de raad moet het eerste woord hebben’, ‘participatie moet zo vroeg mogelijk’, ‘bestuurders moeten op hun handen zitten bij een participatieproces’ of ‘fouten maken hoort erbij’).

Aan de slag met participatie

35/42

Stap 7: uitvoeringsprogramma Op basis van de uitkomsten van bovenstaande zes stappen komen er ongetwijfeld een paar punten naar voren waar uw gemeente aan kan werken. Om bepaalde participatieambities echt vorm te geven, helpt het om deze te vatten in een actie- of uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma omschrijft prioriteiten en activiteiten in het licht van de visie: wat gaan de gemeente en de inwoners doen om die visie waar te maken? De specifieke inhoud en vorm van een uitvoeringsprogramma staan niet vast, want deze moeten uiteraard passen bij de lokale context. Een uitvoeringsprogramma kan bijvoorbeeld gaan over verschillende aspecten van het waarom, het wat, het hoe en het leren. We benoemen een aantal actuele voorbeelden:

Waarom

Wat

•

•

•

In de visie staat het werken aan vertrouwen centraal, dus onderzoeken we hoe we in participatieprocessen aantoonbaar aan vertrouwenskwestie kunnen werken We gaan consequent meer invloed delen met inwoners

• • •

We gaan burger-/inwonersinitiatieven stimuleren We gaan op zoek naar de passende rollen in onze gemeente We gaan inzetten op meer vormen van samen beslissen We gaan specifiek participatie voor jongeren en expats organiseren

Hoe

Leren

•

• •

• • •

We richten een initiatievenfonds in (om initiatieven te stimuleren) We maken altijd een inschatting van de mate van representativiteit bij projecten We zorgen dat inwoners altijd op drie verschillende manieren kunnen meedenken om zo inclusiviteit te verhogen We gaan ons instrument participatief begroten verbeteren

•

We evalueren minimaal vier projecten We organiseren een burgerberaad waarbij we op specifieke indicatoren een vooren nameting doen We stellen iemand aan die verantwoordelijk is het voor het leren

In het kader van dit uitvoeringsprogramma besteden we extra aandacht aan twee onderwerpen: representativiteit en inclusiviteit. Hierover krijgen we veel vragen, maar liggen de good practices nog minder voor het oprapen. Tegelijkertijd zijn ze ontzettend belangrijk in de participatievraagstukken. Bij deze onderwerpen gaat het vaak over doelgroepen als jeugd, mensen met een beperking, spreiding over opleidings- en inkomensniveaus, etc. Het nadenken over deze doelgroepen is noodzakelijk om aan inclusiviteit te werken. Welke groepen worden gemist, waarom en wat er nodig is om ze te betrekken (to include)?

Aan de slag met participatie

36/42

Wat betreft representativiteit ontstaat makkelijk een discussie die past bij stap 1: is participatie wel representatief? Een terechte vraag, maar wel één die vaak leidt tot de tegenwerping: hoe representatief is de representatieve democratie dan? Dit in het licht van het dalend aantal stemmers, de demografische eigenschappen van (lokale) politici, de perverse (media)prikkels, etc.22 In de context van deze handreiking en het uitvoeringsprogramma, is een andere invalshoek ten aanzien van representativiteit nodig. En wel eentje waarbij gezocht wordt naar de synergie tussen de representatieve en participatieve democratie. We noemen drie voorbeelden van zo’n invalshoek. •

Representativiteit gaat altijd over de verhouding tot een groter geheel: een straat, buurt, dorp, community, stad, etc. De vraag of iets representatief is, hangt dus af van het geheel. Door op deze manier na te denken over representativiteit, is het als raad en college iets makkelijker om op dezelfde golflengte te komen.

•

Participatie geldt doorgaans niet als dé remedie voor algemene representativiteit. Toch is het vaak wel een hele goede aanvulling. Denk aan het proces van meebeslissen, waarmee inwoners indirect aanvullen op een college of raadsbesluit. Dan doen er letterlijk meer perspectieven mee. Daarnaast – maar in dezelfde gedachte – kan in een participatieproces juist bewust gezocht worden naar specifieke belangen, ideeën en perspectieven als kwaliteitsimpuls of als extra out-of-the-box aanvulling. Dit staat haaks op de zoektocht naar een doorsnede van de straat.

•

Tot slot kan de gemeenteraad de representatieve check and balance zijn. Aangezien volksvertegenwoordigers een gemeente vertegenwoordigen, kunnen juist zij de representatieve tegenhanger zijn van een minder representatief participatieproces (uiteraard wel vanuit afgesproken rollen, rolinvullingen en spelregels).

Het uitvoeringsprogramma is een mooie gelegenheid om met elkaar te werken aan deze lastige onderwerpen: inclusiviteit en representativiteit. De zoektocht naar de juiste invullingen, middelen en uitkomsten zal per gemeente verschillen.

Aan de slag: verkenner Om te komen tot een eerste schets van een uitvoeringsprogramma (op zich al een stap die nog niet veel gemeenten hebben gezet), kan de volgende werkvorm ingezet worden. Werkvorm: goed gebruik maken van Mentimeter De optie om wordclouds te maken in Mentimeter is een mooie manier om open gewenste activiteiten op te halen. Dit kan op twee manieren: •

In één keer een wordcloud maken. Hierbij worden de meest genoemde woorden het grootst afgebeeld. Dit zijn dan de prioriteiten in het uitvoeringsprogramma.

•

In twee rondes. Eerst een ronde met het maken en goed bekijken van de wordcloud. Welke woorden zijn het grootst afgebeeld, hangen die nog samen met andere genoemde termen? Op basis hiervan kunnen een aantal categorieën of activiteiten worden geselecteerd voor de tweede ronde (bijvoorbeeld tien). Daarin gaan deelnemers deze categorieën of activiteiten rangschikken

Rosanvallon, P., & Goldhammer, A. (2008). Counter-democracy: Politics in an Age of Distrust (Vol. 7). Cambridge University Press; Engbersen, G. et al. (2021). De laag-vertrouwensamenleving: de maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland; Gemeente.nu (2022). Opkomst gemeenteraadsverkiezingen naar dieptepunt. 22

Aan de slag met participatie

37/42

(in dit voorbeeld van 1 tot 10) en ontstaat een prioriteitenlijst die het uitvoerings- of actieprogramma vormt.

Aan de slag: voorloper Werkvorm: schools uitwerken Voor een perfecte aansluiting tussen visie en uitvoeringsprogramma kunnen voorlopende gemeenten heel gestructureerd de visie uitwerken in een reeks activiteiten. Bijvoorbeeld aan de hand van het schema hiernaast. Het is raadzaam om het uitwerken gezamenlijk en in rondes te doen. •

Ronde 1: het uitwerken van de visie (stap 3 in deze handreiking) in een aantal opgaven.

•

Ronde 2: het uitwerken van de opgaven in een aantal doelen.

•

Ronde 3: het uitwerken van doelen in een aantal resultaten. Wanneer de resultaten behaald zijn, is het doel ook gerealiseerd.

•

Ronde 4: het vertalen van resultaten in activiteiten. Wat moet er concreet gedaan worden om de resultaten te behalen?

Zo’n uitwerking vraagt best wat van de deelnemers. Bijvoorbeeld een eenduidig begrip van de termen opgaven, doelen en resultaten. Wat verstaan deelnemers daaronder? Maar ook een gedeelde invulling van die termen: welke relevante resultaten leiden tot een doel? Als alle doelen behaald zijn, is dan de opgave ook behaald?

Aan de slag met participatie

38/42

Stap 8: Tot slot, de verordening In deze handreiking zien we de verordening als een sluitstuk – als juridische verankering – van alle voorgaande stappen (en de producten die uit deze stappen voortkomen). Uiteindelijk is ook de participatieverordening een middel om met elkaar te werken aan betere participatie in de gemeente. Een afspraak waar de gemeente zich aan moet houden – een verordening – helpt daar natuurlijk bij. Nog niet veel gemeenten hebben een recentelijk geactualiseerde participatieverordening. In de periode van december 2022 tot en met maart 2023 is een aantal koploperbijeenkomsten georganiseerd om lessen, vragen en andere aandachtspunten op te halen met een aantal gemeenten die al een verordening hebben of ermee bezig zijn. In deze laatste stap gaan we in op de opbrengst van die bijeenkomsten.

Meerdere wegen leiden naar Rome Tijdens de bijeenkomsten bleek dat alle gemeenten die een verordening hebben op een verschillende manier het proces tot die verordening hebben doorlopen. •

In Capelle aan den IJssel bestond de behoefte om, na de resultaten van de QSLD, de verordening op te stellen. Jonge raadsleden uit verschillende fracties is gevraagd om mee te doen en bij zeven bijeenkomsten zijn onderwerpen besproken. Daarnaast werd input uit een burgerpanel meegenomen.

•

Ook de gemeente Middelburg had een specifieke aanleiding om participatie te verbeteren: een aantal geëvalueerde projecten. Hier is een relatief uitgebreide verordening tot stand gekomen, maar is de gemeente uitgebreid in gesprek gegaan over verschillende artikelen in de verordening.

•

In Velsen is participatieverordening een sluitstuk van een hele reeks aan inzet: een zoektocht van de raad in een programma samenspel, een gedeelde taal ontwikkelen en het interne samenspel op orde brengen. Uiteindelijk is na een uitgebreid proces een Beleidskader Participatie tot stand gekomen. De participatieverordening in Velsen is – zo staat het in de verordening – gebaseerd op het beleidskader participatie en bedoeld als juridische basis voor het participatiebeleid.

Van iedereen wordt weer wat anders verwacht Een participatieverordening opstellen is niet een one man’s job. Het vraagt de betrokkenheid van verschillende actoren binnen (en buiten) het gemeentehuis. Dat brengt de volgende vragen met zich mee: •

Wie moet de trekker van het proces zijn? Waarbij het proces kan variëren van simpelweg een verordening schrijven tot het organiseren van meerdere activiteiten en bijeenkomsten om participatie in meer brede zin te verbeteren in een gemeente.

•

Wat worden de rollen van de raad, de griffie, het college en de ambtenaren in het proces? Wat wordt er van deze actoren verwacht?

Aan de slag met participatie

•

39/42

Hoe worden inwoners betrokken? Werken aan participatie zonder participatie te organiseren is wel heel paradoxaal. Maar waar wilt u dat inwoners over meedenken of -beslissen ten aanzien van dit dossier? Ophalen hoe ze naar de democratie kijken? Of stemmen over het prioriteren van artikelen van de verordening (dat laatste lijkt ons niet het beste idee)?

Er is dus niet één manier om de verschillende actoren een rol te geven, zo blijkt uit deze drie voorbeelden. Het is daarom belangrijk om goed na te denken over wat er van iedereen verwacht wordt en het eens te worden over deze verwachtingen.

De verordening op zichzelf is niet zaligmakend De participatieverordening is in onze ogen een middel om met elkaar te werken aan betere participatie in de gemeente. Om verschillende redenen is het ‘verordenen’ nog niet zo effectief dat het op een magische manier tot betere participatie leidt: •

De verordening is niet snel gemeengoed binnen een gemeente.

•

De verordening zelf geeft niet veel houvast bij het daadwerkelijk organiseren van participatie. Daar is toch beleid of instrumentarium voor nodig.

•

De verordening is geen antwoord op allerlei prangende vragen omtrent participatie: denk aan de schuivende verhouding tussen de representatieve en participatieve democratie. Of aan het gegeven dat hoe goed een proces ook is, zich achteraf toch altijd ontevreden inwoners bij de raad kunnen melden.

Uit de koploperbijeenkomsten hebben we tevens geleerd wat de verordening wél doet: •

De verordening is een goede stok achter de deur binnen de gemeente om het organiseren van participatie in projecten serieuzer te nemen.

•

Het wetsvoorstel creëert wel een bepaalde mate van urgentie om het participatievraagstuk binnen een gemeente op te pakken.

•

Het wetsvoorstel geeft de gelegenheid om – naast het opstellen van de verordening – aan de slag te gaan met het participatievraagstuk in meer brede zin: hoe gaat het bij ons met participatie? Welke ambities hebben we eigenlijk? Werkt het beleid nog? Wat moeten we doen om de participatiepraktijk te verbeteren? Willen we ergens mee gaan experimenteren?

Aan de slag: verkenners

, voorlopers

en alles daartussen

De meeste gemeenten zijn nog niet met het verordeningsvraagstuk begonnen, dus eigenlijk is iedereen nog een beetje verkenner. Daarom sluiten we deze stap af met een paar adviezen voor alle gemeenten die aan de slag gaan met de verordening. •

Zet in op méér dan een verordening: want het verbeteren van participatie vraagt zoveel meer. Het vraagt tijd en ruimte voor medewerkers, bewustwording bij bestuur en directie, steun en positionering van de politiek gedeelde taal en begrippen om te zorgen dat het over hetzelfde gaat, overzichtelijk beleid dat medewerkers en inwoners helpt om een goed proces te volgen plus een toolbox om bij al die verschillende vraagstukken het juiste instrument in te zetten.

•

Creëer urgentie: het wetsvoorstel is een goede aanleiding en sterke trigger om binnen de gemeente aan de slag te gaan met het verbeteren van participatie.

•

Denk goed na over de specifieke inhoud van de verordening: sommige onderwerpen passen beter in beleid. Een punt dat een aantal keren naar voren kwam, was het al dan niet opnemen van instrumenten in de verordening. Waarom het ene instrument wel en het andere niet?

•

Leer van en met buurgemeenten: er is niet één antwoordmodel van het juiste proces om te komen tot een verordening. Help elkaar en leer van elkaar!

Aan de slag met participatie

40/42

Aan de slag met participatie

Colofon Deze handreiking is tot stand gekomen in een samenwerking tussen Berenschot en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in opdracht van de VNG.

Auteurs Deze handreiking is opgesteld door Steven Blok en Sophie Piers met hulp van Jort Janssen De eerdere 1.0 versie van de handreiking is opgesteld door Steven Blok en Henk Wesseling met hulp van Toke van Telgen.

Dankwoord We zijn iedereen die heeft meegelezen en feedback heeft gegeven dankbaar voor de bijdragen. Iedereen die heeft deelgenomen aan de koploperbijeenkomsten zijn wij bijzonder dankbaar voor alle input en energie tijdens de sessie. De volgende gemeenten hebben deelgenomen: Alkmaar, Barneveld, Bergen, Capelle aan den IJssel, Castricum, Den Haag, Den Helder, Enschede, Groningen, Haarlem, Houten, Maastricht, Middelburg, Oss, Oude IJsselstreek, Papendrecht, West Betuwe, Zeist. Tot slot ook dank voor de medewerking en reflecties vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA).

41/42

Aan de slag met participatie

42/42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=e8479aad-7e83-4f92-a966-6d46d03b2b89