Ruimtelijke onderbouwing Koninginneweg e.o. (Aminta Hof)
Tekst van het document
Gemeente Noordwijk
Ruimtelijke onderbouwing “Aminta Hof” ONTWERP
623.148.60 KUIPERCOMPAGNONS Datum: Oktober 2024
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
Inleiding................................................................................................................................................... 2 1.1
Aanleiding en doel van het project ................................................................................................... 2
1.2
Ligging projectgebied ....................................................................................................................... 2
1.3
Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan .............................................................................. 3
Beleidskader ............................................................................................................................................ 5 2.1
Rijksbeleid........................................................................................................................................ 5
2.2
Provinciaal beleid ............................................................................................................................. 7
2.3
Regionaal beleid............................................................................................................................. 11
2.4
Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 13
2.5
Conclusie ....................................................................................................................................... 15
Planbeschrijving..................................................................................................................................... 16 3.1
Bestaande situatie plangebied ........................................................................................................ 16
3.2
Toekomstige situatie plangebied .................................................................................................... 17
Milieuaspecten ...................................................................................................................................... 19 4.1
M.e.r.-beoordeling ......................................................................................................................... 19
4.2
Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................... 19
4.3
Geluid ............................................................................................................................................ 21
4.4
Luchtkwaliteit ................................................................................................................................ 24
4.5
Externe veiligheid........................................................................................................................... 25
4.6
Bodemgeschiktheid ........................................................................................................................ 28
4.7
Flora en fauna ................................................................................................................................ 30
4.8
Overige belemmeringen ................................................................................................................. 36
5.
Water .................................................................................................................................................... 37
6.
Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................... 42
7.
6.1
Archeologie .................................................................................................................................... 42
6.2
Cultuurhistorie ............................................................................................................................... 44
Mobiliteit ............................................................................................................................................... 46 7.1
Verkeersgeneratie .......................................................................................................................... 46
7.2
Parkeren ........................................................................................................................................ 47
8.
Duurzaamheid ....................................................................................................................................... 49
9.
Uitvoerbaarheid..................................................................................................................................... 52 9.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................. 52
9.2
Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 52
9.3
Ontwerpfase .................................................................................................................................. 52
10. Besluitvlak ............................................................................................................................................. 53
1
Bijlagen bij Ruimtelijke Onderbouwing
Bijlage 1:
Bolton Groep + Schippers Architecten, Tenderboek Het Aminta Hof, oktober 2023
Bijlage 2:
Bolton Groep + Schippers Architecten, DO-inrichtingstekening, 15 oktober 2024
Bijlage 3:
KuiperCompagnons, Aanmeldnotitie M.e.r., juni 2024
Bijlage 4:
Alcedo, Geluidonderzoek wegverkeer Koninginneweg Noordwijkerhout, 6 december 2023
Bijlage 5:
IDDS, Milieuhygiënisch vooronderzoek & Verkennend milieukundig bodemonderzoek, 7 april 2022
Bijlage 6:
Eco Logisch, Quickscan Wet Natuurbescherming, 13 juni 2023
Bijlage 7:
Lodewijck groep, Aerius-rapportage Koninginneweg, Noordwijkerhout, 15 oktober 2024
Bijlage 8:
IDDS, Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, 6 april 2022
Bijlage 9:
ECO Logisch, Notitie worst-case scenario wet natuurbescherming, 16 november 2023
Bijlage 10:
IDDS, Aanvullend verkennend bodem- en asbestonderzoek, Koninginneweg ter hoogte van nummers 5 t/m 14 te Noordwijkerhout, 19 februari 2024
Bijlage 11:
Vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit PM
Bijlage 12:
IDDS, Programma van Eisen, proefsleuvenonderzoek, 3 april 2024
Bijlage 13:
ECO Logisch, Activiteitenplan Beatrixstraat en Koninginneweg te Noordwijkerhout, 17 juni 2024
Bijlage 14:
Omgevingsdienst West-Holland, e-mail akkoord op hogere waarde, 15 oktober 2024
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
2
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel van het project De initiatiefnemer is voornemens aan de Koninginneweg in Noordwijkerhout 45 woningen te ontwikkelen voor woningstichting Padua. Hiertoe worden bestaande woningen en een voormalig kantoorpand met opslagruimtes gesloopt en worden nieuwe woningen in hofvorm gebouwd, rondom een centrale groenvoorziening. Er wordt ook voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Deze functie past niet binnen de (afwijkings-)mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. De beoogde functiewijziging kan volgens opgave van de gemeente Noordwijk mogelijk worden gemaakt met een vergunning in afwijking van het geldende bestemmingsplan. De afwijking van de desbetreffende bestemmingsplanregels kan mogelijk worden gemaakt op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3°, van de Wabo. Dit betekent dat de uitgebreide procedure van toepassing is. In het voorliggende document, de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning, wordt hieraan invulling gegeven.
1.2
Ligging projectgebied Het projectgebied is gelegen in het noorden van Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk. Het betreft het kadastrale perceel met nummer 2846. Het projectgebied wordt aan de noord- en oostkant begrensd door de Koninginneweg. In het zuiden wordt het plangebied begrensd door de Beatrixstraat. Aan de westkant door bestaande bebouwing. Op afbeelding 1.1 en 1.2 is de (globale) ligging van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 1.1: globale ligging van het projectgebied (bron: Google Maps)
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
3
Afbeelding 1.2: ligging van het projectgebied (bron: Google Maps)
1.3
Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan Ter plaatse van het projectgebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Victor en Dorp’, dat op 11 juli 2013 door de gemeenteraad van Noordwijkerhout is vastgesteld. Na de herindeling maakt dit bestemmingsplan deel uit van gemeente Noordwijk. In dit bestemmingsplan is het grootste deel van het projectgebied voorzien van de enkelbestemming ‘Wonen’ en zijn specifieke bouwvlakken voor de bestaande bebouwing getekend. Voor deze bouwvlakken gelden maximale bouwhoogtes en goothoogtes van respectievelijk 8 en 5 meter. Daarnaast is binnen de bestemming ‘wonen’ het centrale deel van het perceel aangeduid als ‘kantoor’, inclusief bouwvlaken. Daarnaast zijn kleine delen van het projectgebied bestemd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en ‘Tuin’. Voor het gehele projectgebied geldt bovendien een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 1’. De voorziene woningbouw past niet binnen de bestaande bouwvlakken en overschrijdt de toegestane bouw- en goothoogte. Een uitsnede van het geldende bestemmingsplan en de locatie van het projectgebied is weergegeven in afbeelding 1.3. De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op een concreet bouwplan, dat in één keer gebouwd zal worden. De afwijking van de desbetreffende bestemmingsplanregels kan mogelijk worden gemaakt op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
4
Afbeelding 1.3: uitsnede geldende bestemmingsplan (het projectgebied is indicatief rood omkaderd)
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
5
2.
Beleidskader
2.1
Rijksbeleid
2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is op 11 september 2020 één rijksvisie op de leefomgeving vastgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta; Duurzaam, concurrerend en circulair; Kwaliteit van leven in stad en dorp; Nabijheid en betrouwbare verbindingen; Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.
In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners.
Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
6
De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Voorliggend plangebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. Wel draagt de beoogde ontwikkeling van een hoogwaardige en groene woonomgeving in algemene zin bij aan de kwaliteit van leven in stad en dorp. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen en uitgebreide omgevingsvergunningen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen uitgebreide omgevingsvergunningen. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, uitgebreide omgevingsvergunningen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro. Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden.
De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen en uitgebreide omgevingsvergunningen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zend- en ontvangstinstallaties, en het Kustfundament van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. Volgens het Barro zijn er in de omgeving van het projectgebied geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee bij de vaststelling van dit plan rekening moet worden gehouden. Ladder voor duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor woningbouwontwikkelingen de treden van de ladder moet worden doorlopen.
Op grond van de meest recente regelgeving inzake de ‘Ladder voor Duurzame verstedelijking’ (1 juli 2017) moet een laddertoets worden doorlopen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De voorgenomen ontwikkeling wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het kader van de Ladder voor Duurzame verstedelijking dient dan ook de behoefte aangetoond te worden. Behoefte Er is een groot woningtekort in de provincie Zuid-Holland. In de Woningbehoefteraming 2021 van de provincie Zuid-Holland is voor de regio Holland-Rijnland een woningbehoefte van 30.500 woningen opgenomen. Dat is Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
7
33% hoger dan in de Woningbehoefteraming van twee jaar eerder. De druk om meer woningen te bouwen neemt dus steeds sterker toe. De gemeente Noordwijk maakt deel uit van de subregio Noord in het regionaal verband Holland Rijnland. Uit de Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2023 (uitgebreider besproken in paragraaf 2.3.2) volgt dat in deze subregio in totaal 6.500 tot 7.500 woningen moeten worden gerealiseerd voor 2030. Concreet wordt ook gesteld dat er een toekomstige behoefte is aan 1.100 sociale huurwoningen binnen de Subregio Noord. In de Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2023 is ook opgenomen dat minimaal 30% van de woningtoevoeging sociale huur moet zijn. Ook moet 35% van de woningen beschikbaar zijn voor middeninkomens (op gemeenteniveau). In totaal worden 45 woningen gebouwd, maar er worden ook 18 bestaande sociale huurwoningen gesloopt. In totaal voorziet voorliggende ontwikkeling daarmee in de netto realisatie van 27 woningen. 36 woningen zijn sociale huurwoningen voor huurders van de woningstichting Padua. Netto worden daarmee 18 sociale huurwoningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Met deze verhouding voldoet voorliggende ontwikkeling ruim aan de Regionale Woonagenda voor wat betreft de doelstelling om minimaal 30% sociale huur toe te voegen bij nieuwe ontwikkelingen. Er worden eveneens 9 koopwoningen opgeleverd.
Met de gemeente Noordwijk is afgesproken dat er minimaal één woning binnen het betaalbare segment te koop wordt aangeboden (VON-Prijs ≤ 390.000 euro). Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de koopstartregeling. Daarmee wordt voldaan aan de doelstellingen vanuit de gemeentelijke woonvisie (zie 2.4.3). De comfortwoningen zijn specifiek voor bewoners ontworpen die een ruimere gezinswoning achterlaten. Dit bevordert de doorstroming op de woningmarkt, waardoor er weer meer gezinswoningen beschikbaar komen voor gezinnen. De bovenwoningen zijn daarnaast zeer geschikt en betaalbaar voor startende huurders op de woningmarkt. Voorliggende ontwikkeling draagt door bovenstaande bij aan het bereiken van de provinciale en regionale doelstellingen voor wat betreft woonbeleid. Voorliggende ontwikkeling bevindt zich binnen bestaand stedelijk gebied. In het projectgebied wordt een bestaande woonwijk verdicht. De locatiekeuze voor de ontwikkeling hoeft dan ook niet verder onderbouwd te worden.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
8
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Afbeelding 2.1: Ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid).
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
9
De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘kustlandschap’ en als ‘strand- en duinlandschap’. Deze aanduidingen hebben met name betrekking op niet-stedelijke gebieden.
Binnen het projectgebied zijn kenmerken van het kust-, strand- en duinlandschap niet aanwezig. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied deels aangeduid als ‘Steden en dorpen’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkelingen zijn: • ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; • ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het gebied aangeduid als Bollenlandschap. Hiervoor gelden de volgende relevante richtpunten: • Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de open en nog gave strandvlakten en de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen. • Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones. • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van het zicht op de bollenvelden en de aantrekkelijkheid van het bollenlandschap. Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in ingrepen in het bollengebied. Er wordt verdicht in een bestaande kern. Het plangebied bevindt zich in het gebied met gebiedsprofiel ‘Duin en bollenstreek’. Het gebied is hier op 2 kaarten weergegeven. Op de kaart ‘Natuurlijke duinen’ is het projectgebied aangeduid als onderdeel van een strandwal.
De ambities voor dit gebied zijn de volgende: o Het contrast tussen de open vlakten en de verdichte zones (bebouwing en beplanting) versterken, daarbij doorzichten op de bollenvelden open houden; o Nieuwbouwprogramma koppelen aan de dorpen en linten op de voormalige strandwallen. Daarbij de strandwallen niet compleet verdichten, maar zones tussen de dorpen open houden. Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij deze ambities door in bestaand bebouwd gebied te verdichten. Op de kaart ‘Kwaliteit in stads- en dorpsgebied’ is het projectgebied aangeduid als onderdeel van een zandnederzetting. De ambities voor dit gebied zijn de volgende: • Elke kern ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op zijn karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
10
• • • •
Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp. Als herstructurering, transformatie of uitbreiding plaatsvindt in het dorp, dan draagt dit bij aan het in balans brengen van de mix aan woonmilieus. De dorpen op de strandwallen niet aan elkaar laten groeien; Sassenheim niet aan de Haarlemmermeerpolder.
Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de ambitie om de mix aan woonmilieus in balans te brengen door de toevoeging van verschillende soorten woningen, zoals sociale huurwoningen en (betaalbare) koopwoningen. Daarnaast zit de ontwikkeling de overige ambities niet in de weg, doordat wordt aangesloten bij bestaande structuren en wordt verdicht binnen bestaand bebouwd gebied. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn voor het plangebied de relevante opgaven uiteengezet. 1. Landschap en cultuurhistorie: Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. 2. Gezondheid en veiligheid: Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. 3. Ruimte en verstedelijking: Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. 4. Wonen: Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving.
De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Doordat er slim wordt verdicht door voorliggende ontwikkeling wordt ook aangesloten bij opgave 3. Daarnaast wordt een aantrekkelijke leefomgeving gerealiseerd met een gevarieerd woningaanbod voor diverse doelgroepen (sociale huurwoningen, koopwoningen). Verder moet aan de artikelen 6.9 en 6.10 uit de omgevingsverordening worden getoetst. Artikel 6.9: Ruimtelijke kwaliteit Voorliggende ontwikkeling valt vanwege haar aard en schaal binnen de categorie ‘inpassen’. Bestaande woningen en een leegstaand kantoorpand worden gesloopt en hiervoor worden enkel woningen teruggeplaatst. Qua architectuur en bouwhoogte passen deze woningen goed binnen Noordwijkerhout. Daarnaast is de ontwikkeling, zoals hierboven vermeld, op het gebied van ruimtelijke kwaliteit in overeenstemming met de omgeving. 6.10: Stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10); Bij voorliggende ontwikkeling is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling, en specifiek om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Omdat het gaat om een stedelijke ontwikkeling wordt de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 2.1.2 reeds aandacht besteed. Daarmee past voorliggende ontwikkeling binnen artikel 6.10 van de omgevingsverordening.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
11
2.2.2 Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Op basis van het programma dient voor plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling een toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking worden gegeven. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in 2.1.2 aandacht besteed.
2.3
Regionaal beleid Noordwijk is gelegen binnen de regio Holland Rijnland en maakt tevens onderdeel uit van de Greenport Duin- en Bollenstreek. De Duin- en Bollenstreek is één van de door het rijk aangewezen Greenports in Nederland. In de Greenport Duin- en Bollenstreek werken de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen met elkaar samen. Dit heeft geleid tot de oprichting van een regionaal ontwikkelbedrijf voor de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek: Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM).
2.3.1 Regionale Omgevingsagenda 2040 Holland Rijnland Holland Rijnland is een samenwerkingsverband van de gemeenten Katwijk, Leiden, Hillegom, Lisse, Teylingen, Oegstgeest, Voorschoten, Leiderdorp, Zoeterwoude, Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop, Rijnwoude en Noordwijk. De regio werkt gezamenlijk aan ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, natuur en landschap, verkeer en vervoer, samenleving en welzijn. Daarin wil men een goede balans vinden tussen de ontwikkeling en het behoud van het oorspronkelijke karakter met als doel dat de streek aantrekkelijk blijft voor bewoners, bedrijven en toeristen. De Regionale Omgevingsagenda 2040 (ROA) bespreekt hoe op integrale wijze alle ruimtevragende functies een plek kunnen krijgen in de regio of waar keuzes gemaakt moeten worden. Hieronder staan eerst kort de belangrijkste kwaliteiten (de ‘vele gezichten’) weergegeven en vervolgens de keuzes voor de toekomst, zoals die staan beschreven in de omgevingsagenda. De verschillende ruimtevragende activiteiten in Holland Rijnland zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat leidt tot de integrale hoofdopgave: zoeken naar balans. 2.3.2 Woonagenda Holland Rijnland 2023 De Regionale Woonagenda (RWA) is een verdieping van de Regionale Omgevingsagenda en is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de regio Holland Rijnland.
De RWA helpt gemeenten bij het realiseren van de nieuwe woningbouwopgave, bij de juiste woning op de juiste plek en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt dit een onderbouwing voor plannen, in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Zo wordt ervoor gezorgd dat voor de inwoners van Holland Rijnland de juiste woningen worden gebouwd bouwen en wordt een goede ruimtelijke ordening geborgd. •
• • •
De gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio. Met als doel voldoende passende woningen te hebben voor verschillende doelgroepen. Dit is het kader en onderbouwing van het regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. De Woonagenda is voor de provincie de basis voor toetsing van nieuwe initiatieven en bestemmings-/omgevingsplannen. Een passend aanbod voor de doelgroepen van het huurbeleid. Beleid voor de energietransitie en klimaatadaptatie als gevolg van bodemdaling; Voorkeur voor nieuwbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied, georiënteerd op (hoogwaardig) openbaar vervoer.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
12
Tot en met 2030 is de ambitie om netto 30.500 woningen toe te voegen. Dit komt in de subregio noord, waar Noordwijk deel van uit maakt, neer op een opgave van tussen de 6.500 en 7.500 woningen. Daarnaast hebben binnenstedelijke locaties de voorkeur voor woninglocaties. Van de nieuwbouw geldt dat minimaal 30% van de netto toevoeging aan woningen sociale huurwoningen zijn. Op gemeenteniveau moet 35% van de netto toevoeging aan woningen bereikbaar zijn voor middeninkomens. Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in totaal in 45 woningen. Door de sloop van 18 sociale huurwoningen is er een netto toename van 27 woningen. Van de 45 woningen zullen 36 woningen sociale huurwoningen zijn voor huurders van de woonstichting Padua. De overige woningen zullen koopwoningen zijn. Eén woning zal worden gerealiseerd in het betaalbare segment (VON-prijs ≤ 390.000 euro). Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de koopstartregeling. Met deze verhouding voldoet voorliggende ontwikkeling ruim aan de doelstelling dat minimaal 30% van de netto toevoeging aan woningen sociale huurwoningen zijn. 2.3.3 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 De ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016’ is een uitwerking van de Regionale Structuurvisie en een herziening van de in december 2009 vastgestelde structuurvisie.
In de visie worden de gemeenschappelijke ruimtelijke ambities van de zes Greenpoortgemeenten voor het gehele buitengebied weergegeven. De ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016’ is op 16 juni 2016 vastgesteld door de gemeenteraad van Noordwijk (en nadien ook door de gemeenteraden van de overige gemeentes) en vormt een toetsingskader voor nieuwe bestemmingsplannen. Met de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport’ kiezen de gemeenten, in navolging van de Regionale Structuurvisie, duidelijk voor economische en landschappelijke structuurversterking van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Dit vanuit het besef dat een vitale Greenport niet kan zonder vitaal landschap.
In het onderstaande is een overzicht opgenomen van de verschillende beleidsuitgangspunten van de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport’ die mede ten grondslag liggen aan de onderhavige ruimtelijke onderbouwing: • De economische herstructurering van de Greenport staat centraal; • Deze herstructureringsopgave dient te worden gecombineerd met landschapsverbetering; • Het uitvoeren van de woningbouwopgave overeenkomstig de afspraken zoals gemaakt in de Gebiedsuitwerking (zie subparagraaf 3.2.2) waardoor de maximale woningbouwbijdrage van de Duinen Bollenstreek is bereikt; • Hoewel in het kader van het herstructureringsproces tijdelijke krimp onder nader te bepalen voorwaarden (waaronder harde tijdgebonden compensatiegaranties) wordt toegestaan, dient het areaal aan eersteklas bollengrond duurzaam te worden gehandhaafd op 2.625 hectare; • De herstructurering in combinatie met landschapsverbetering moet spoedig en slagvaardig ter hand worden genomen; • De wateropgave zal zoveel mogelijk worden geïntegreerd in concrete initiatieven; • Bij de woningbouwopgaven geldt als uitgangspunt dat de eigen behoefte alsmede de regionale behoefte zoals overeengekomen in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek zoveel mogelijk binnen de (toenmalige) streekplancontouren dient te worden geaccommodeerd.
De woningbehoefte van de Duin- en Bollenstreek is opgenomen in de Regionale Woonagenda Holland-Rijnland 2023 (zie subparagraaf 2.3.2). De woningen dienen zoveel mogelijk te worden gerealiseerd binnen bestaand stads- en dorpsgebied en aanvullend op de in de eerdere intergemeentelijke structuurvisie en in het provinciale programma ruimte opgenomen locaties binnen de voormalige contouren. Toetsing De woningbehoefte is in subparagraaf 2.1.3 en 2.3.2 benoemd. Netto worden 27 woningen gerealiseerd. Hierbij wordt geen bollenareaal geschaad. Er wordt binnenstedelijk gebouwd. Daarmee gaat geen landschappelijke kwaliteit verloren. Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
13
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1 Omgevingsvisie 1.0 Noordwijk ‘Samen maken we de toekomst voor Noordwijk!’ De Omgevingsvisie 1.0 Samen maken we de toekomst voor Noordwijk! is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 februari 2022. Deze omgevingsvisie 1.0 vormt het toetsingskader voor initiatieven totdat de omgevingsvisie 2.0 is vastgesteld. Momenteel is de omgevingsvisie 2.0 in voorbereiding. De Omgevingsvisie is voor de gemeenteraad het strategisch toetsinstrument waar het gaat om de fysieke leefomgeving. Op basis van deze visie stuurt de gemeenteraad op de lange termijn. De Omgevingsvisie is bindend voor de gemeente: voor de raad en ook voor het college van B&W. Alleen met een inhoudelijke onderbouwing kan het gemeentebestuur ervan afwijken. Er blijft altijd sprake van belangenafweging. Daarbij zal uiteindelijk de gemeenteraad beslissen wat binnen de visie het zwaarste weegt. Ten aanzien van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is thema 2 ‘Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen’ relevant. Dit hoofdthema is onderverdeeld in een aantal deelopgaves: • • • • •
Variatie in wonen met voldoende woningen voor jong en oud(er). Betaalbaar bouwen, juist voor inwoners van de gemeente. Bouw starterswoningen actief stimuleren. Duurzaam bouwen en wonen, verduurzamen bestaande bouw. Levensloopbestendige woon-/zorgconcepten voor senioren.
Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats in de dorpen, of er tegenaan. Daarbij is de identiteit van de dorpen zelf leidend, ook qua sfeer en architectuur. Bouwen in hogere dichtheid zorgt voor meer woningen en tegelijkertijd minder ruimtebeslag. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om meer woningen per perceel, het bebouwen van open plekken in dorpen of om gestapelde bouw. Bij alle nieuwbouw wordt voortgebouwd op de identiteit van de dorpen. Met bouwen in het buitengebied willen we terughoudend omgaan. Wanneer we er wel bouwen, geldt ook hier dat we aansluiten op de identiteit. Ook innovatieve woonvormen, behoren tot de mogelijkheden. Net als passende woningen voor senioren, zodat zij langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Renovatie en verbouw van het huidige woningbestand kan daarbij wenselijk zijn.
2.4.2 Structuurvisie Noordwijkerhout Op dit moment geldt nog de structuurvisie Noordwijkerhout. Echter, de visie heeft een tijdshorizon tot 2020 en daarmee Is het lastig om initiatieven te toetsen aan deze structuurvisie. Op de kaart staat het projectgebied niet aangeduid en er gelden dan ook geen specifieke doelstellingen of ambities voor het projectgebied. Het projectgebied ligt in het deelgebied Noordwijkerhout – overige gebieden. Daarvoor gelden de volgende uitgangspunten: • • • •
Bouwplannen moeten passen binnen hun directe omgeving; Direct langs de provinciale weg N206 mag in maximaal drie bouwlagen worden gebouwd. Minimaal 30% van de te bouwen woningen dient in de sociale sector gebouwd te worden; Er dient dorps gebouwd te worden: maximaal 2 bouwlagen met een kap. Een volledige derde bouwlaag (zonder kap) is mogelijk, maar deze dient dan terugliggend gebouwd te worden zodat het geheel niet te massief oogt; • De verhouding bebouwd/onbebouwd en de massa van nieuwe gebouwen dienen te passen bij de directe omgeving/flankerende bebouwing. Er dient voldoende ruimte voor 'licht, lucht en groen' aanwezig te zijn; • Qua materiaalgebruik moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij reeds bestaande gebouwen in de directe omgeving;
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
14
• Straatprofielen dienen overeen te komen met bestaande straatprofielen ter plaatse of met bestaande straatprofielen in de directe omgeving. Uitgangspunt is de (genormeerde) parkeerbehoefte langs de openbare wegen op te lossen; • Te bouwen woningen dienen zoveel mogelijk voorzien te zijn van zowel een voor- als een achtertuin. In het geval van appartementen dient rekening gehouden te worden met een groene inpassing; • Over de bouwplannen dient overleg te worden gevoerd met het Hoogheemraadschap van Rijnland (watertoets); • Langs de N206 mag gebouwd worden tot maximaal drie bouwlagen (= 10 meter) hoog. Deze extra bouwlagen dienen 'gecompenseerd' te worden door het creëren van extra ruimtelijke kwaliteit van de openbare/onbebouwde ruimte en het groen. Deze ruimtes mogen niet verworden tot parkeerpleinen waarbij het 'blik' vanaf alle kanten te zien is. Bij gestapelde woningbouw is een gebouwde parkeervoorziening uitgangspunt; • Een bouwplan zal vergezeld moeten gaan van een beeldkwaliteitsplan waarin duidelijk wordt op welke wijze het bouwplan aan hierboven genoemde criteria zal voldoen. Wanneer toch (deels) wordt afgeweken van bovengenoemde criteria, zal in het beeldkwaliteitsplan aangegeven moeten worden waarom wordt afgeweken en zal tevens beargumenteerd moeten worden op welke wijze de afwijkingen toch zorgen voor een goede inpasbaarheid van het plan in de omgeving.
In het beeldkwaliteitsplan dient in ieder geval een groenparagraaf opgenomen te worden waarin wordt verantwoord op welke wijze het initiatief bijdraagt aan het behouden en zo mogelijk versterken van de groenstructuur in de omgeving. Toetsing Hoewel de structuurvisie Noordwijkerhout tot aan 2020 gold, wordt voorliggende ontwikkeling toch getoetst aan de kaders van de structuurvisie. De bebouwing bestaat maximaal uit twee bouwlagen met een kap, het parkeren wordt deels opgevangen langs de bestaande straten, voor het overige wordt het parkeren op een specifieke plaats gerealiseerd, namelijk binnen de milieucontour van het benzinestation aan de Herenweg (zie paragraaf 4.2). Er wordt overleg gevoerd met het hoogheemraadschap over de waterparagraaf (zie hoofdstuk 5). Een groot deel van de woningen krijgt een voor- achtertuin. De overige woningen krijgen in ieder geval een achtertuin, of delen een gezamenlijke groenruimte centraal in het plan. Qua materiaalgebruik en straatprofielen wordt aansluiting gezocht met de omgeving.
2.4.3 Woonvisie Noordwijk 2020-2030 Ingaande 26 januari 2021 is de woonvisie in werking getreden. Bij nieuwe bouwaanvragen voor realisatie van 3 woningen of meer, die niet passen binnen het bestemmingsplan, worden woningbouwplannen aan de woonvisie getoetst. Bij de realisatie van woningbouwplannen vanaf 3 woningen is de vastgestelde segmentering als volgt: • • •
Minimaal 30% sociale huur tot 879,66 (prijspeil liberalisatiegrens 2024). Minimaal 15% middeldure huur van € 879,66 tot van 186 WWS-punten of €1.123,13 (CPI, prijspeil juli 2023) Minimaal 25% middeldure koop vastgesteld op € 390.000,- (aangehouden op basis van regionale Woonvisie en rijksbeleid). Er is geen aparte grens opgenomen voor energiebesparende maatregelen.
De basis voor de woonvisie is het in 2019 uitgevoerde woonbehoefteonderzoek. De ‘Onderzoeksnotitie Woonbehoefteonderzoek’ is gebruikt voor het opstellen van de Woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’. In de woonvisie staan 2 prioriteiten voorop: zorg voor het toevoegen van voldoende woningen in de gemeente Noordwijk én zorg voor de juiste woningen in het bijzonder voor mensen die zonder onze aandacht geen huis kunnen krijgen. Daarnaast wordt ingezet op prettig zelfstandig thuis wonen en verduurzaming.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
15
De Woonvisie gaat uit van 4 belangrijke opgaven: 1. Volle inzet voor meer nieuwbouw In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om volop op de bouw van voldoende woningen voor minimaal de lokale woningbehoefte in te zetten, te zoeken naar meer bouwmogelijkheden én om de druk op de woningmarkt te verlichten het toevoegen van tijdelijke woningen. 2. Juiste woningen toevoegen In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om te zorgen dat groepen die nu moeilijk aan bod komen in Noordwijk extra huisvestingsmogelijkheden krijgen én om actief te sturen op meer passend woningaanbod voor lage en middeninkomens: en dan in het bijzonder jongeren en jonge gezinnen. 3. Mogelijkheden voor prettig thuis wonen In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om ouderen en andere mensen met een ondersteuningsbehoefte of zorgvraag passende huisvesting te kunnen bieden én voor leefbare buurten met een sluitende woonzorginfrastructuur in onze kernen, waardoor mensen langer thuis kunnen wonen. 4. Op naar een klimaatneutraal Noordwijk De gemeente wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Hieraan levert een energiezuinige woningvoorraad een belangrijke bijdrage. Daarom worden in de woonvisie maatregelen voorgesteld om de energetische verbeteringen van bestaande huur- en koopwoningen te bevorderen én een klimaatbestendige woonomgeving.
De maatregelen, prioriteitsstelling en actiehouders zijn gevat in een bijhorend uitvoeringsprogramma. Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in totaal in 45 woningen. Door de sloop van 18 sociale huurwoningen is er een netto toename van 27 woningen. Van de 45 woningen zullen 36 woningen sociale huurwoningen zijn voor huurders van de woonstichting Padua. De overige woningen zullen koopwoningen zijn. Eén woning zal worden gerealiseerd in het betaalbare segment (VON-prijs ≤ 390.000 euro). Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de koopstartregeling. Met deze verhouding voldoet voorliggende ontwikkeling ruim aan de doelstelling dat minimaal 30% van de netto toevoeging aan woningen sociale huurwoningen zijn. Alle sociale huurwoningen worden verhuurd tot € 879,66 (prijspeil liberalisatiegrens 2024). Middeldure huur is niet van toepassing. Omdat 80 % van de woningen in het sociale segment vallen gelden geen restricties meer voor het prijssegment van de koopwoningen voor wat betreft de VON prijzen.
2.5
Conclusie Op basis van bovengenoemde beleidskaders valt te concluderen dat voorgenomen ontwikkeling in zowel rijks-, provinciaal als gemeentelijk beleid past.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
16
3.
Planbeschrijving
3.1
Bestaande situatie plangebied In het projectgebied zijn op dit moment achttien sociale huurwoningen gevestigd, inclusief bijbehorende tuinen en parkeervoorzieningen. Daarnaast is het voormalige kantoorpand van stichting Padua met bijbehorend parkeren gevestigd centraal in het plangebied. Afbeelding 3.1 geeft een impressie van de bestaande situatie vanuit verschillende richtingen.
Afbeelding 3.1: Impressie bestaande situatie (van boven naar onder: zicht vanaf de Koninginneweg aan de noordwestzijde, de noordoostzijde, zuidoostzijde en de toegangsweg naar het bestaande kantoorgebouw).
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
17
3.2
Toekomstige situatie plangebied Woningstichting Padua is voornemens de 18 woningen aan de Koninginneweg 1 t/m 14 en de Beatrixstraat 1, 3, 5 en 7, evenals het voormalige kantoorpand van Padua, te slopen. Huurders en omwonenden zijn op de hoogte gebracht van deze plannen. Na de sloop kunnen er 45 nieuwe, duurzame woningen worden gebouwd. De sloop van de woningen zal naar verwachting begin 2025 plaatsvinden, gevolgd door de start van de nieuwbouw in hetzelfde jaar. Door initiatiefnemer is een tender gewonnen om het Aminta Hof te realiseren. Het tenderboek is bijgevoegd als bijlage 1. De DO-inrichtingstekening is weergegeven in afbeelding 3.2 en bijgevoegd als bijlage 2. Hieronder wordt op hoofdlijnen ingegaan op het ontwerp en het programma van het Aminta Hof. Programma In totaal worden 45 woningen gebouwd. Daarvan zullen 9 woningen (20%) koopwoningen zijn en de overige woningen zijn sociale huurwoningen voor huurders van de woningstichting Padua. Er worden verschillende woningtypen gebouwd. In totaal gaat het om 7 rijwoningen die worden verkocht (Blok D). Daarnaast worden 7 comfortwoningen gebouwd, waarvan 2 worden verkocht en de overige 5 worden verhuurd. Er worden ook 7 sociale rijwoningen gebouwd. Tot slot worden 8 benedenwoningen en 16 bovenwoningen gerealiseerd.
In het kader van duurzaamheid zullen alle woningen in blok E (op afbeelding 3.2) worden opgeleverd als houtwoningen. De comfortwoningen (blok F) hebben alle primaire functies op de begane grond. keuken, slaapkamer en de badkamer zijn rolstoeltoegankelijk. Deze woningen voldoen aan WoonKeur. Op de 1e verdieping komen een technische ruimte en een grote slaapkamer. De Comfortwoningen, evenals de benedenwoningen in blok A en blok B, zijn getoetst en voldoen aan de eisen van levensloopbestendigheid. Stedenbouwkundig ontwerp De woningen van Het Aminta Hof zijn gesitueerd rond een openbaar hof (zie afbeelding 3.2). Hier kunnen kinderen spelen en ravotten en de volwassenen elkaar ontmoeten. De Comfort Woningen liggen direct aan het speelveldje, de overige woningen aan de straten rondom. De bovenwoningen hebben de buitenruimte aan de rustige zijde, met uitzicht op het speelveld. De beneden-bovenwoningen zijn in de voorgevelrooilijn geplaatst van de woningen aan de Koninginneweg. Door de kleurstelling van de woningen krijgt de Koninginneweg nu een begin, de nieuwbouw op de hoek met de Havenstraat, en een eind: Het Aminta Hof. Landschap Een groen natuurvriendelijk bloemrijk hofje dat plek biedt aan mens en dier is het uitgangspunt voor de inrichting van Het Aminta Hof. Op en in de centrale groenvoorziening zijn verschillende speelobjecten verwerkt zoals een glijbaan en een klauterplek.
Een bankje in het hof biedt ruimte voor ontmoeting en maakt dat ouders zicht kunnen houden op hun spelende kinderen en senioren een zitplek hebben met uitzicht op het bloemrijke gebied. Door te kiezen voor een diversiteit aan beplanting ontstaan koele plekken of juist warme zandige plekken. Dit biedt verschillende nestgelegenheden voor bijen. Hiermee ondersteunen wij het provinciaal en gemeentelijk initiatief de Groene Cirkel Bijenland. Het hofje wordt optimaal ingericht voor de huismus en de gierzwaluw. In de noord-oostgevels komen nestkasten voor de huismus, in de zuidgevels krijgt de gierzwaluw een eigen plek. De gemengde hagen langs de tuinen, de heesters in het hofje gecombineerd met de klimplanten op kopse gevels Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
18
bieden tuinvogels beschutte fourageerplekken en een ecologisch wandelpad voor de bijen en andere kleine insecten richting het groen van de begraafplaats en bermen langs de provinciale weg. Parkeren Parkeren vindt plaats aan één zijde van het binnenhof, direct ontsloten vanaf de Koninginneweg en binnen de hindercirkel. Hier kan men rond rijden zonder achteruit over het trottoir te hoeven steken. Zo wordt het hof autovrij en ontstaat er een veilige en prettige leefomgeving. In de Beatrixstraat is blok E in de voorgevelrooilijn van de naastgelegen woningen geplaatst. Hiermee ontstaat er meer ruimte op het binnenterrein en een rustig straatbeeld in de Beatrixstraat. In totaal worden 65 parkeerplaatsen gerealiseerd. Het parkeren wordt nader toegelicht in hoofdstuk 7. De parkeerplaatsen worden opgeleverd met grasbetonkeien.
Afbeelding 3.2: Definitief Ontwerp 01 (bron: Bolton, Schippers Architecten (15 oktober 2024))
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
19
4.
Milieuaspecten
4.1
M.e.r.-beoordeling Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De beoogde ontwikkeling van 45 woningen kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt voor in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het besluit mer (categorie 11.2). Hoewel de drempelwaarde (kolom 2) niet wordt overschreden, dient evenwel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld. Dit kan niet meer uitsluitend in de vorm van een paragraaf in de ruimtelijke onderbouwing. Door de initiatiefnemer moet (vanwege een wijziging van het Besluit m.e.r.) een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling’ worden opgesteld. Dit geldt voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst die onder de drempelwaardes vallen. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld waarin de verschillende milieuaspecten afgewogen zijn. Deze is opgenomen als bijlage 3. Daarnaast wordt het vormvrije m.e.r.
beoordelingsbesluit toegevoegd als bijlage 11, wanneer dit besluit genomen is door het bevoegd gezag.
4.2
Bedrijven en milieuzonering Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. Doorgaans wordt daarvoor de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) gehanteerd. Onderzoek Direct rondom het plangebied liggen enkele verschillende bestemmingen, zoals een tankstation aan de kruising van de Koninginneweg en de Herenweg. Ten noordoosten van het plangebied ligt een begraafplaats. Vanwege de aard van deze bestemmingen wordt worst-case aangemerkt als ‘rustige woonwijk’. Binnen het plangebied ligt een aanduiding voor een kantoor. Hiervoor geldt in principe een richtafstand van 10 meter. Echter wordt dit kantoor gesloopt en keert dit niet terug in de toekomstige situatie. Het kantoor vormt dan ook geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling. Direct naast het plangebied ligt een tankstation zonder lpg. Hiervoor gelden in richtafstanden voor geur, gevaar en geluid van 30 meter. Binnen deze richtafstand zijn op dit moment al enkele woningen toegestaan (zie afbeelding 1.3). In de nieuwe situatie zullen deze woningen worden gesloopt.
In het ontwerp is rekening gehouden met de richtafstand naar het tankstation. Binnen de contour van 30 meter worden geen nieuwe woningen gerealiseerd, maar zal een collectieve parkeervoorziening worden gerealiseerd (zie afbeelding 3.2). De nieuwe woningen zullen op geruime afstand staan van het tankstation.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
20
Voorliggende ontwikkeling voorziet daarmee in een verbetering van het woon- en leefklimaat, doordat bestaande woningen binnen de hindercontour worden gesloopt en de nieuwe woningen buiten de hindercontour worden gerealiseerd. Ook wordt de exploitatie van het benzinestation niet gehinderd. Voor het overige zijn geen relevante bedrijven in en om het plangebied gevestigd. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering levert geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
21
4.3
Geluid Kader De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidgevoelige objecten. Als geluidgevoelige gebouwen dan wel terreinen zijn aangewezen: Woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, ligplaatsen voor woonboten en woonwagenstandplaatsen. Onderzoek Alcedo heeft op 6 december 2023 een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar voorliggende ontwikkeling. Dit onderzoek is bij deze ruimtelijke motivering bijgevoegd als bijlage 4. Volgens de Wet geluidhinder hebben alle verkeers- en spoorwegen een zone waarbinnen een geluidonderzoek verplicht is als nieuwe woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. In tabel 4.1 worden de zones weergegeven die voor dit onderzoek van belang zijn. Weg(en) N206/Herenweg/ Brink/Via Nova
Situatie Stedelijk
Aantal rijstroken 1 of 2
Zonebreedte [m] 200
Tabel 4.1: Zonebreedten wegen
In de omgeving van het plan liggen ook 30 km/uur wegen. Deze wegen hoeven vanuit de Wet geluidhinder niet bij het onderzoek te worden betrokken. Omdat deze wegen wel invloed kunnen hebben op de totale geluidsituatie, zijn deze wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel meegenomen in het onderzoek. Het geluid wordt getoetst aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid. Het geluidsbeleid van de gemeente Noordwijk is beschreven in het document ‘Richtlijnen van hogere waarden Wet geluidhinder’ van de Omgevingsdienst West-Holland, vastgesteld op 4 maart 2013. Volgens de richtlijn kan alleen een hogere waarde worden vastgesteld als maatregelen tot het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, of als er ernstige bezwaren zijn op het gebied van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Er dient aan ten minste één van deze criteria te worden voldaan. Verder mag de gecumuleerde geluidsbelasting niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Resultaten N206 De geluidbelasting van de N206 bedraagt ten hoogste 64 dB inclusief 2 dB correctie. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De geluidbelasting overschrijdt de maximaal toelaatbare grenswaarde van 68 dB niet.
Herenweg/Brink/de Nova De geluidsbelasting van de overige gezoneerde wegen Herenweg, Brink en Via Nova bedraagt ten hoogste respectievelijk 46 dB, 23 dB en 27 dB inclusief 5 dB correctie. Voor deze wegen wordt overal aan de voorkeursgrenswaarde voldaan.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Aminta Hof’, Gemeente Noordwijk Ontwerp – Oktober 2024
22
30 km/uur De geluidsbelasting van de maatgevende 30 km/uur weg (Koninginneweg) bedraagt ten hoogste 47 dB inclusief 5 dB correctie. Voor alle 30 km/uur wegen wordt aan de voorkeursgrenswaarde van geluidgezoneerde wegen voldaan. De woningen worden ter plaatse gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing. Hiermee wordt voldaan aan deze eis uit het gemeentelijk geluidsbeleid. Conform het geluidsbeleid wordt bij een waarde vanaf 53 dB vanwege wegverkeer gestreefd naar ten minste één geluidsluwe gevel, waar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer gelijk of minder dan 48 dB inclusief correctie Wgh. Deze eis is niet haalbaar voor alle woningen. Nagegaan is welke afscherming minimaal nodig is om bij alle woningen op de begane grond een geluidsluwe gevel en geluidsluwe buitenruimte te realiseren en bij de bovenwoningen op de eerste verdieping. Hiervoor is minimaal één afscherming nodig. Tussen blok B en D moet een afscherming worden gerealiseerd met een hoogte van minimaal 2,2 meter; Maximaal vast te stellen hogere waarde Volgens het geluidbeleid van de Omgevingsdienst kan een hogere waarde hoger dan 58 dB slechts bij hoge uitzondering worden vastgesteld. Voor deze situatie zal een aparte uitgebreide motivering noodzakelijk zijn, waaruit moet blijken waarom de omstandigheden deze uitzonderlijke afwijking van het geluidsbeleid rechtvaardigen.
Het toepassen van maatregelen om de geluidbelasting vanwege de N206 te verlagen is in deze situatie vanuit stedenbouwkundig en/of financieel oogpunt niet mogelijk. In deze situatie kan hierbij afgewogen worden dat bestaande, verouderde woningen worden vervangen door nieuwe woningen. Deze nieuwe woningen worden beter geïsoleerd voor geluid dan de bestaande woningen. Hiermee is in de woningen sprake van een beter woon- en leefklimaat dan in de huidige woningen het geval is. Dit rechtvaardigt een hogere waarde die hoger is dan 58 dB, die het geluidsbeleid hanteert. Een hogere waarde kan alleen worden toegestaan als de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. In deze situatie bedraagt de gecumuleerde geluidsbelasting van alle wegen samen 66 dB exclusief correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare hogere waarde voor vervangende nieuwbouw. Hiermee is de gecumuleerde geluidsbelasting aanvaardbaar. De woningen in blok D beschikken niet over een geluidsluwe gevel en buitenruimte. Door het plaatsen van afscherming kan dit wel worden gerealiseerd. De hoogte van de benodigde afscherming bedraagt 2,2 meter. Voor de overschrijdingen vanwege wegverkeer op de N206 dienen hogere waarden te worden aangevraagd. Deze zijn weergegeven in tabel 4.2.