Ruimtelijke onderbouwing - Herenweg 94 te NWH
Tekst van het document
4.6
Wegverkeerslawaai
Beleid, wet- en regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor de toelaatbare geluidbelasting. De geluidseisen vanwege wegverkeer zijn alleen van toepassing op geluidgevoelige bestemmingen die gelegen zijn binnen de geluidzone van een weg. Een geluidzone is een gebied aan weerszijden van een weg. Geluidgevoelige bestemmingen zijn woningen, basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, instellingen voor hoger beroepsonderwijs, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen. Situatie Het perceel ligt binnen de geluidzone van de Herenweg, N206, De Zanderij en Via Nova. Er is een akoestisch onderzoek7 industrie- en wegverkeerslawaai uitgevoerd. uit dit onderzoek blijkt dat de toetsingswaarde als gevolg van wegverkeerslawaai ten hoogste 55 dB Lden bedraagt als gevolg van de N206. Aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden wordt niet voldaan. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB Lden conform artikel 83 lid.2 wordt niet overschreden. Er dienen hogere waarden te worden aangevraagd. Hierbij dient te worden aangesloten bij het geluidbeleid van de Omgevingsdienst West-Holland “Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder”. In het beleid staat vermeld dat er akoestische compensatie (een geluidluwe zijde, woningindeling, stille buitenruimte) wordt verlangd indien de geluidbelaste zijde meer dan 53 dB ondervindt.
Om te kunnen voldoen aan het geluidbeleid worden de volgende maatregelen getroffen: • Aan de achterzijde van de woning wordt op de erfgrens een kokowall geluidscherm/erfafscheiding geplaatst; • Daarnaast wordt er tevens een kokowall haaks geplaatst tussen de erfgrens en de woning; • Aan de noordzijde van de woning worden op de verdieping gevelschermen (voorzetgevels) geplaatst. Volgens het Bouwbesluit dient de karakteristieke geluidwering van de gevel GA;K voor verblijfsgebieden in een woning minimaal de in het vastgestelde hogere-waardenbesluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting minus 33 dB(A) te bedragen. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Om dit aan te tonen is er een aanvullend onderzoek8 geluidwering 7 Akoestisch onderzoek Industrie- en wegverkeerslawaai Herontwikkeling Herenweg 94 te Noordwijkerhout, Gbs Milieuadvies,
R2022.054, 8 mei 2023 8 Akoestisch onderzoek geluidwering gevel, Nex2us b.v., 2023113, 28-06-2023 4 oktober 2023
26
ROB Herenweg naast nr. 94
gevel uitgevoerd. Hierbij is rekening gehouden met de gecumuleerde geluidbelasting. Uit dit onderzoek blijkt dat het maximaal toegestaan binnenniveau van 33 dB(A) gewaarborgd wordt. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het aspect wegverkeerslawaai de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg staat.
4.7
Luchtkwaliteit
Beleid, wet- en regelgeving Wet milieubeheer (5.2 Luchtkwaliteitseisen) Het doel van Wet milieubeheer, hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen is het beschermen van mensen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op de gezondheid. De wet bevat grenswaarden voor diverse stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). De normen gelden overal in de buitenlucht en niet alleen ter plekke van gevoelige bestemmingen. Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Het begrip NIBM speelt een belangrijke rol in de regelgeving voor luchtkwaliteit en is uitgewerkt in het Besluit 'Niet in betekende mate bijdragen’ en de Regeling 'Niet in betekende mate bijdragen’. Projecten die 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreinigingen, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen (in de vorm van grenswaarden). In de regeling NIBM is een aantal activiteiten, zoals projecten tot 1.500 woningen met één ontsluitingsweg (3.000 met twee ontsluitingswegen), tot 100.000 m2 kantooroppervlakte met één ontsluitingsweg (200.000 m2 met twee ontsluitingswegen) en intensieve veehouderijen (afhankelijk van het aantal dieren), bij voorbaat aangemerkt als niet in betekenende mate. Situatie Met voorliggend initiatief wordt één woning toegevoegd.
Gelet op het aantal draagt het project 'Niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging waardoor het niet hoeft te worden getoetst aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen. Wel dient er worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Vanuit de wet Milieubeheer worden de volgende grenswaarden gesteld: • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³; • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³; • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m3 en een uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m3. De uurgemiddelde grenswaarde mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de concentratie van fijn stof en stikstofdioxide geraadpleegd kan worden. Op afbeelding 4.5, 4.6 en 4.7 zijn de concentraties weergeven. Met rode cirkel is de locatie van de woning aangegeven.
4 oktober 2023
27
ROB Herenweg naast nr. 94
Afbeelding 4.5: Uitsnede kaart fijnstof 2020, PM10 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)
Afbeelding 4.6: Uitsnede kaart fijnstof 2020, PM2,5 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)
Afbeelding 4.7: Uitsnede kaart stikstofdioxide, NO2 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving) 4 oktober 2023
28
ROB Herenweg naast nr. 94
De jaargemiddelde concentraties ter plaatse van het plangebied zijn conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 16,26 μg/m³, voor PM2,5 8,10 μg/m³ en voor stikstofdioxide NO2 14,15 μg/m³. De concentraties blijven ruim onder de grenswaarden uit de wet Milieubeheer. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg.
4.8
Verkeer
Beleid Voor een goede ruimtelijke ordening is een goede verkeersafwikkeling en een veilige verkeersontsluiting van alle modaliteiten van belang. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Gemeentelijk beleid De gemeente heeft in september 2018 een paraplubestemmingsplan parkeren en wonen vastgesteld. Met dit plan wordt het naleven van de gemeentelijke parkeernormen verplicht gesteld. Deze norm is gebaseerd op kencijfers van het CROW. De CROW beschrijft per woningtype en functie een norm voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. In het gemeentelijk parkeerbeleid (Nota parkeernormen 2020) is ruimte gemaakt voor afwijking van deze normen, mocht de norm te streng zijn, of indien er voldoende parkeerplaatsen zijn in de omgeving die aangewend kunnen worden. Andersom kan dit ook het geval zijn, mocht de norm niet streng genoeg zijn. Bij een afwijking dient echter altijd een goede motivering bijgevoegd te worden. Situatie Verkeer Het toevoegen van één woning brengt extra verkeer met zich mee.
Deze toename is minimaal en zal niet leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling. De ontsluiting vindt plaats via de Herenweg. De capaciteit van de (omliggende) wegen is groot genoeg om het extra verkeer op te vangen. Parkeren Op grond van de Nota Parkeernormen 2020 wordt voor een grote woning in de rest van de bebouwde kom uitgegaan van 2,3 parkeerplaatsen per woning. Ook op grond van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ uit december 2018 dient te worden uitgegaan van 2,3 parkeerplaasten per woning. Voor vrijstaande koopwoningen wordt namelijk uitgegaan van een parkeernorm van 1,9 tot 2,7 parkeerplaatsen per woning (matig stedelijk/ rest bebouwde kom). Een gemiddelde norm zorgt voor een goede parkeerbalans. Er geldt een gemiddelde parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen. Er worden drie parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Er wordt voldaan aan de parkeernorm. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
4 oktober 2023
29
ROB Herenweg naast nr. 94
4.9
Water
Beleid, wet- en regelgeving In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is tevens een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. Het perceel is gelegen binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap van Rijnland. Zij zijn verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en kwaliteitsbeheer. De Omgevingswet vereist dat waterschappen elke 6 jaar de aanpak van hun watertaken vastleggen in een waterbeheerprogramma. Met het programma WBP6 maakt Rijnland duidelijk hoe het, in samenwerking met de omgeving, invulling geeft aan zijn wettelijke taken en zijn eigen ambities voor de periode 2022 - 2028. Het WBP6 is afgestemd met landelijke en regionale plannen zoals de Omgevingsvisies van Rijk, provincies en gemeenten. Daarnaast is bij de ontwikkeling van het WBP6 de omgeving nauw betrokken.
Bijna alle partijen gaven aan graag met Rijnland aan de slag te willen om het beheergebied nog veiliger en schoner te maken en hebben daarvoor goede ideeën en suggesties aangeleverd, die in het WBP6 zijn verwerkt. Per 1 juni 2020 is een nieuwe Keur (opvolger van de Keur 2015) en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet. Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het Hoogheemraadschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer. De Keur dient tevens ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Samengevat maken de Keur en de bijbehorende uitvoeringsregels het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a.
bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningsplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Zo zijn er voorwaarden compensatie verhard oppervlak. Indien een initiatiefnemer meer dan 500m2 extra verhard oppervlak wil aanleggen is er compensatie in de vorm van open water vereist van 15% van de totale verharde oppervlakte. Als er boven de 10.000 m2 verhard oppervlak wordt aanlegt moet dit gecompenseerd worden aan de hand van een maatwerkberekening. Overeenkomstig het rijksbeleid geeft Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat: 1. Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 2. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
4 oktober 2023
30
ROB Herenweg naast nr. 94
3. 4. 5.
Afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; Huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een afvalwaterzuiveringsinrichting getransporteerd; Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel 4: o zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; o lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht.
Situatie Verhard oppervlak Bijna het gehele perceel is op dit moment verhard. Met voorliggend initiatief neemt de verharding af. De gronden worden ingericht als tuin bij de woning. Compenserend maatregelen vanuit het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn niet noodzakelijk. Riolering Het hemelwater en het huishoudelijke afvalwater worden gescheiden ingezameld. Het hemelwater en het vuilwater wordt aangesloten op de bestaande gescheiden riolering. Ten behoeve van de waterkwaliteit worden zoveel mogelijk duurzame bouwmaterialen toegepast. Waterkering Op afbeelding 4.8 is een uitsnede van de leggerkaart regionale keringen weergeven. Met rood is de locatie van de nieuwe woning aangegeven.
Afbeelding 4.8: Uitsnede leggerkaart regionale keringen (bron: rijnland.maps.arcgis.com)
In de nabijheid van het perceel ligt een regionale waterkering. De woning wordt gerealiseerd buiten de buitenebeschermingszone. Aanvullend onderzoek naar de stabiliteit van de kering is niet noodzakelijk.
4 oktober 2023
31
ROB Herenweg naast nr. 94
Oppervlaktewater Op afbeelding 4.9 is een uitsnede van de leggerkaart oppervlaktewater weergeven. Met rood is de locatie van de nieuwe woning aangegeven.
Afbeelding 4.9: Uitsnede leggerkaart oppervlaktewater (bron: rijnland.maps.arcgis.com)
De woning wordt niet gerealiseerd in nabijheid van oppervlaktewater. Ook ligt het perceel niet in een kernzone of een beschermingszone van een watergang. Conclusie De kwalitatieve en kwantitatieve waterbelangen komen met de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in het gedrang.
4.10
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
Beleid, wet- en regelgeving Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld.
4 oktober 2023
32
ROB Herenweg naast nr. 94
Situatie Woningbouw kan vallen onder onderdeel D (11.2): ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Voorliggend initiatief (het toevoegen van één woning) blijft ruim onder de gestelde oppervlakten en aantallen. Hierdoor is het initiatief niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. In haar uitspraken van 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, en 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwogen dat het antwoord op de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. De nieuwe woning wordt op passende wijze in de omgeving opgenomen. De Herenweg wordt gekenmerkt door lintbebouwing. Een gevarieerd patroon van bebouwing, woningtypen en kavelgrootte en bepaalt de structuur van dit gebied. Ter plaatse van het perceel is een open ruimte aanwezig. Met het toevoegen van de woning wordt de lintbebouwing gecontinueerd.
Er wordt aangesloten op de bestaande bebouwing in de omgeving en het straatprofiel. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:729) kan een dergelijk kleinschalig initiatief niet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. Er is weliswaar sprake van geringe toename aan bebouwing en het gebruik verandert. Maar de woning wordt gerealiseerd binnen bestaand bebouwd gebied en het ruimtebeslag is beperkt. Als gevolg hiervan hoeft voor het initiatief dan ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen. Conclusie Gelet op de kenmerken van het initiatief en de locatie zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Alternatieven hoeven dan ook niet te worden afgewogen. Het initiatief is niet m.e.r.-plichtig. Ook hoeft er geen vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.
4 oktober 2023
33
ROB Herenweg naast nr. 94
5
UITVOERBAARHEID
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De ontwikkeling wordt geheel op risico van de initiatiefnemer aangegaan en is daarmee een volledig particulier initiatief. Tussen de gemeente Noordwijk en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst inclusief planschadeovereenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal is verzekerd. Geconcludeerd kan worden dat de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate is verzekerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Procedure Het ontwerpbesluit wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen.
4 oktober 2023
34
ROB Herenweg naast nr. 94