CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing - Herenweg 94 te NWH

Gemeenteraadsvergadering 25 april 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen en ontwerp-omgevingsvergunning realiseren woning en aanleggen inrit naast Herenweg 94 te Noordwijkerhout11.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HERENWEG NAAST NR. 94 NOORDWIJKERHOUT

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Noordwijk

Status:

Versie-2

Projectnr:

22-006-E

Datum:

4 oktober 2023

COLOFON ▪ Titel

▪ Herenweg naast nr. 94 Noordwijkerhout

Onderdeel

Ruimtelijke onderbouwing

Projectnummer

22-006-E

Status

Versie-2

Datum

4 oktober 2023

Auteur

Ralf Buelens

INHOUD 1

2

3

4

5

INLEIDING

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Ligging plangebied

1

1.3

Vigerende bestemmingsplan

2

1.4

Procedure

2

1.5

Leeswijzer

3

PLANBESCHRIJVING

4

2.1

Bestaande situatie

4

2.2

Toekomstige situatie

5

BELEID

7

3.1

Rijksbeleid

7

3.2

Provinciaal beleid

9

3.3

Regionaal beleid

12

3.4

Gemeentelijk beleid

13

OMGEVINGSASPECTEN

17

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

17

4.2

Bedrijven en milieuzonering

18

4.3

Bodem

20

4.4

Natuur

21

4.5

Externe veiligheid

24

4.6

Wegverkeerslawaai

26

4.7

Luchtkwaliteit

27

4.8

Verkeer

29

4.9

Water

30

4.10

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

32

UITVOERBAARHEID

34

5.1

Economische uitvoerbaarheid

34

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

34

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Het bestaande woonperceel aan de Herenweg 94 wordt gesplitst in twee woonpercelen. Op het noordelijke woonperceel wordt een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. Het initiatief past niet binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan ‘Victor en Dorp’. Om het initiatief planologisch mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunningprocedure voor ‘handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening’ doorlopen zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1onder a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ten behoeve van de omgevingsvergunning dient een goede ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hier in. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt toegelicht dat het initiatief past binnen het ruimtelijke beleid van de diverse overheden en niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging plangebied

Het perceel ligt in het noordoosten van de kern van Noordwijkerhout. Op afbeelding 1.1 is een luchtfoto van Noordwijkerhout weergegeven. Met rode stip is de locatie van het perceel aangegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het perceel

4 oktober 2023

1

ROB Herenweg naast nr. 94

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Voor het perceel vigeert het bestemmingsplan ‘Victor en Dorp’. Dit bestemmingsplan is op 11 juli 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. Op afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven. Met rood is het perceel aangegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplan

Aan de gronden is de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ toegekend. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor huis-aan-huis-gebonden-beroep toegestaan. Hoofdgebouwen van woningen zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. Binnen de bestemming ‘Tuin’ zijn tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen toegestaan. Voor het perceel geldt tevens de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie -1’ ten behoeve van het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de grond. Strijdigheid Ter plaatse van de nieuwe woning ontbreekt een bouwvlak waardoor een hoofdgebouw niet kan worden opgericht. De nieuwe woning staat gedeeltelijk in de bestemming ‘Tuin’. Binnen de bestemming ‘Tuin’ zijn geen gebouwen toegestaan. Daarnaast overschrijden de afmetingen van bijkeuken de maximaal toegestane diepte en goothoogte.

1.4

Procedure

Volgens artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan.

4 oktober 2023

2

ROB Herenweg naast nr. 94

Mogelijkheid tot afwijking van het bestemmingsplan Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo geeft aan dat een omgevingsvergunning kan worden verleend voor gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan, ’indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat’.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 staat de huidige en toekomstige situatie van het perceel beschreven. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van het actuele beleidskader dat relevant is voor het initiatief. Hierbij wordt ingegaan op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens wordt het initiatief in hoofdstuk 4 getoetst aan relevante omgevingsaspecten. Tot slot volgt in hoofdstuk 5 een beschrijving van de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

4 oktober 2023

3

ROB Herenweg naast nr. 94

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Bestaande situatie

Het perceel ligt aan de Herenweg te Noordwijkerhout. Het is kadastraal bekend als gemeente Noordwijkerhout, sectie E, nummers 8076 en 8108. Op afbeelding 2.1 is een luchtfoto weergegeven. Met rood is het perceel aangegeven.

brandweer

Herenweg

N206

woning nr. 94

Afbeelding 2.1: Luchtfoto bestaande situatie

De Herenweg wordt gekenmerkt door lintbebouwing. Een gevarieerd patroon van bebouwing, woningtypen en kavelgrootte en bepaalt de structuur van dit gebied. Ter plaatse van het perceel bestaat een open ruimte tussen de lintbebouwing en de brandweer. Het perceel ligt tussen de Herenweg en de provinciale weg N206. Aan de noordzijde grenst het aan de inrichtingsgrens van de brandweerkazerne. Het perceel is op dit moment in gebruik als tuin bij de woning Herenweg 94. Op het perceel staan twee bijgebouwen en een kas. Het perceel bestaat voornamelijk uit verharding. Er is een klein stukje kunstgras aanwezig. Op afbeelding 2.2 zijn foto’s van de bestaande situatie weergegeven.

4 oktober 2023

4

ROB Herenweg naast nr. 94

Afbeelding 2.2: foto’s bestaande situatie

2.2

Toekomstige situatie

Het nieuwe woonperceel wordt afgesplitst van het woonperceel Herenweg 94. Op het nieuwe woonperceel wordt een vrijstaande woning gerealiseerd. Op afbeelding 2.3 is de nieuwe situatie weergegeven.

Afbeelding 2.3: Nieuwe situatie

4 oktober 2023

5

ROB Herenweg naast nr. 94

De woning wordt evenwijdig aan de Herenweg, binnen de bestaande lintbebouwing, gepositioneerd. Er wordt voldoende afstand aangehouden tot de zijdelingse perceelgrenzen. Hierdoor sluit de woning goed aan op de bestaande stedenbouwkundige structuur. Er wordt een nieuwe uitrit aan de Herenweg toegevoegd. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. De woning bestaat uit één bouwlaag met een kap. De goot- en bouwhoogte bedraagt 3,7 respectievelijk 8,5 meter. De inhoud van het hoofdgebouw bedraagt 662 m 3. Aan het hoofdgebouw wordt een aanbouw gerealiseerd van één bouwlaag. de inhoud van de aanbouw bedraagt 75 m3. Op afbeelding 2.4 is een impressie van de nieuwe woning weergegeven.

Afbeelding 2.4: Impressie nieuwe woning

4 oktober 2023

6

ROB Herenweg naast nr. 94

3

BELEID

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Beoordeling Voorliggend initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang. Het plan bevindt zich niet in de nationale hoofdstructuur en omvat geen ontwikkelingen van landsbelang. Het initiatief is niet strijdig met de rijksbelangen en past binnen de kaders van de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld, op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en

4 oktober 2023

7

ROB Herenweg naast nr. 94

het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Relevante regels Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen een radarverstoringsgebied. In een gebied rondom radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom een radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied is de maximale hoogte (van windturbines) gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. Met voorliggend initiatief wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldend maximale hoogtemaat.

Daarnaast wordt er geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat een uitwerking van bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het Bro is onder meer het volgende opgenomen: • de verplichting om ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen of algemene maatregelen van bestuur digitaal ('electronisch') beschikbaar te stellen. Alle ruimtelijke plannen zijn te vinden op ruimtelijkeplannen.nl. Er is overgangsrecht opgenomen in het Bro; • de vormgeving en inrichting van ruimtelijke plannen en dergelijke; • gedetailleerde bepalingen over de inhoud van een bestemmingsplan; • overgangsrecht voor bestaande gebouwen, bouwwerken of bestaand gebruik; • de procedure voor het afhandelen van een planschadeverzoek; • bepalingen over het exploitatieplan en subsidieregelingen. Relevante regels In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6 lid 2). De Ladder is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het doel van de ladder is een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Wanneer een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt dient het initiatief te worden getoetst aan de ladder. De ladder heeft betrekking op ontwikkeling van woningbouw, kantoren, bedrijven, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen.

Een bestemmingsplan/ vergunning in afwijking van het bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Beoordeling Voorliggend initiatief voorziet in het toevoegen van één woning. Gelet op de uitspraak van de Raad van State op 24 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4720) kan worden geconcludeerd dat het initiatief te klein is om te spreken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De uitspraak gaat over een bestemmingsplan dat het inpassen van acht

4 oktober 2023

8

ROB Herenweg naast nr. 94

woningen mogelijk maakt. Hierbij oordeelde de Raad van State dat een dergelijke kleinschalige ontwikkeling niet gezien kan worden als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro. Omdat het initiatief niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling hoeft niet te worden getoetst aan de ladder.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie maart 2022)

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsprogramma en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om één Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken.

De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit deprovinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: • het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via h.o.v.

verbonden regiokernen; • de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; • het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; • de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; • de groene ruimte en de groenblauwe structuur; • het bodem- en watersysteem; • energie 4 oktober 2023

9

ROB Herenweg naast nr. 94

Ambitie Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld. In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie. Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen. Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemerskracht.

De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Beoordeling De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Voorliggend initiatief voorziet in een verdichting binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. De Herenweg wordt gekenmerkt door lintbebouwing. Een gevarieerd patroon van bebouwing, woningtypen en kavelgrootte en bepaalt de structuur van dit gebied. Het perceel voorziet in een open ruimte tussen de lintbebouwing en de brandweer. Door de woning hier te positioneren wordt de lintbebouwing gecontinueerd. Uit de provinciale woningbehoefteraming blijkt dat er grote behoefte is aan woningen.

Daar wordt met voorliggend initiatief in voorzien. Door de toekomstige bewoners gaat gebruik gemaakt worden van het bestaand netwerk van stedelijke centra en knooppunten. De locatie is goed bereikbaar. Het perceel ligt direct tegen aan de Herenweg. Op deze weg wordt tevens voorzien in openbaar vervoer (bus). Gelet op bovenstaande past het initiatief binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

De Omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Voor het initiatief zijn onderstaande artikelen relevant.

4 oktober 2023

10

ROB Herenweg naast nr. 94

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit In het kader van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt getoetst aan de kwaliteitskaart. Op de kwaliteitskaart ‘Laag van de stedelijke occupatie’ is het perceel aangeduid als ‘Stads- en dorpsrand’. Op afbeelding 3.1 is een uitsnede van deze kaart weergegeven. Met rode stip is de locatie van het perceel aangegeven. Richtpunt vanuit de provincie is om ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand bij te laten dragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (contact).

Afbeelding 3.1 uitsnede kwaliteitskaart

De nieuwe woning wordt zorgvuldig ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. De Herenweg wordt gekenmerkt door lintbebouwing. Een gevarieerd patroon van bebouwing, woningtypen en kavelgrootte en bepaalt de structuur van dit gebied. Ter plaatse van het perceel is een open ruimte aanwezig. Met het toevoegen van de woning wordt de lintbebouwing gecontinueerd. Hierdoor draagt het initiatief bij aan een passende overgangskwaliteit (contact). Artikel 6.10: Stedelijke ontwikkeling In de Omgevingsverordening is er geen specifieke kaart of expliciet beleid voor wonen. Wel wordt er in artikel 6.10 ‘Stedelijke ontwikkeling’ aangehaald dat het uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte bestaat uit de betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen het BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen het BSD. De Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader. Voorliggend initiatief, waarbij één woning aan de woningvoorraad wordt toegevoegd, vindt plaats binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. In de paragraaf 3.1.3 is de Ladder voor duurzame verstedelijking al toegelicht.

4 oktober 2023

11

ROB Herenweg naast nr. 94

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Structuurvisie 2020

Het regionale samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, heeft op 24 juni 2009 de Regionale Structuurvisie 2020 (RSV) vastgesteld. Vervolgens is op 28 maart 2012 door het Algemeen Bestuur ingestemd met een eerste partiële herziening, omdat de gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude zich in 2010 hebben aangesloten bij Holland Rijnland. De structuurvisie verankert de intergemeentelijke afspraken in een ruimtelijke vertaling naar 2020. Na 2020 houdt de RSV rekening met een doorkijk naar 2030. Op diverse onderwerpen werken de deelnemende gemeenten samen. Dit zijn onder andere ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, natuur en landschap, verkeer en vervoer, samenleving en welzijn. De RSV ziet een goede balans tussen gebiedsontwikkeling en behoud van het oorspronkelijke karakter van de regio als belangrijk streven. Concentratie van stedelijke ontwikkeling en verbetering van de regionale bereikbaarheid zijn hierbij speerpunten. Specifiek voor de woningmarkt is het voorzien in een gedifferentieerd woonmilieu een streven. Het doel is om een topwoonregio in de Randstad te worden. Voldoende aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving is daarbij een kernpunt. Dit leidt tot de volgende kernbeslissingen: • Tot 2020 moeten er 40.000 woningen in de regio gebouwd worden; • per gemeente moet 30% van de woningbouw in de sociale huursector worden gerealiseerd.

Beoordeling De gemeente Noordwijk wordt gekenmerkt door een aantrekkelijk woonklimaat. De vraag naar woningen is hoog. Dit geldt zowel voor de bestaande inwoners als toekomstige bewoners van buitenaf. Voorliggend initiatief draagt bij aan de wens om nieuwe woningen aan de regio toe te voegen. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan de kwantitatieve taakstelling en wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd.

3.3.2

Regionale woonagenda 2023 en Huisvestingsverordening 2024

De Regionale Woonagenda 2023 en Huisvestingsverordening 2024 zijn op 28 juni 2023 door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland vastgesteld. De woningmarkt kenmerkt zich de afgelopen jaren door grote tekorten, hoge koopprijzen en lange wachttijden voor sociale huurwoningen. Steeds meer mensen hebben moeite bij het vinden van een passende woning. Hierbij spelen ook veranderende woonbehoeften een belangrijke rol. Met de Regionale Woonagenda 2023 en de Huisvestingsverordening 2024 probeert Holland Rijnland die tendensen om te buigen. De Regionale Woonagenda beschrijft de afspraken over woningbouw in de regio. Die afspraken gaan over het aantal te bouwen woningen, waar deze moeten komen, wat voor soort woningen het zijn en voor wie. De gemeenten in Holland Rijnland maken zich sterk om tot en met 2030 maar liefst 30.500 nieuwe woningen te bouwen, waarvan 30% een sociale huurwoning is en 35% een middeldure huurwoning of een betaalbare koopwoning. De nieuwbouw moet aansluiten bij de woonbehoeften. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de doorstroom, het versnellen van de woningbouw, het realiseren van betaalbare woningen en het geven van ruimte aan aandachtsgroepen, dat zijn mensen met specifieke zorg- en ondersteuningsbehoeften. Alle gemeenten leveren hieraan een bijdrage.

De afspraken in de Woonagenda vormen de kaders waarbinnen gemeenten hun eigen ruimtelijke projecten kunnen realiseren. De Huisvestingsverordening omvat afspraken over woonruimteverdeling in de regio. De verordening bepaalt onder andere hoeveel woningen beschikbaar komen voor aandachtsgroepen, maar zorgt er ook voor dat dat er genoeg woningen beschikbaar blijven voor reguliere woningzoekenden. Door ontwikkelingen op de woningmarkt en veranderende woonbehoeften was het nodig de Huisvestingsverordening te herijken. Een belangrijk doel van de 4 oktober 2023

12

ROB Herenweg naast nr. 94

vernieuwde verordening is het bevorderen van de doorstroom. Dit wordt onder meer gerealiseerd doordat mensen die willen verhuizen naar een andere sociale huurwoning een deel van hun woonduur mogen meenemen. Beoordeling De woningbehoefte tot en met 2030 in de regio is 30.500 woningen. Met het toevoegen van voorliggende woning aan de woningvoorraad, wordt er op een inbreidingslocatie op korte termijn een woning toegevoegd. Door de ruimtelijke structuur van de omgeving is een vrijstaande woning op deze plek passend. Het is niet reëel te verwachten dat een vrijstaande woning in de sociale sector kan vallen. Het toevoegen van de woning zorgt voor een doorstroming op de woningmarkt. Het plan veroorzaakt geen verdringing op de woningmarkt en bevordert het aantrekkelijke woonmilieu.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Woonvisie 2020-2030

De gemeenteraad heeft op 26 januari 2021 de woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. Deze Woonvisie heeft voor inspraak ter inzage gelegen om de reacties vanuit de samenleving te peilen. Uit de ontvangen reacties blijkt een grote betrokkenheid en de wens om snel aan de slag te gaan met de uitvoering. De reacties zijn voor zover mogelijk verwerkt in de definitieve Woonvisie. In de woonvisie staan 2 prioriteiten voorop: zorg voor het toevoegen van voldoende woningen in de gemeente Noordwijk én zorg voor de juiste woningen in het bijzonder voor mensen die zonder onze aandacht geen huis kunnen krijgen. Daarnaast wordt ingezet op prettig zelfstandig thuis wonen en verduurzaming. De Woonvisie kent dan ook 4 belangrijke opgaven: 1. Volle inzet voor meer nieuwbouw In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om volop op de bouw van voldoende woningen voor minimaal de lokale woningbehoefte in te zetten, te zoeken naar meer bouwmogelijkheden én om de druk op de woningmarkt te verlichten het toevoegen van tijdelijke woningen. 2. Juiste woningen toevoegen In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om te zorgen dat groepen die nu moeilijk aan bod komen in Noordwijk extra huisvestingsmogelijkheden krijgen én om actief te sturen op meer passend woningaanbod voor lage en middeninkomens: en dan in het bijzonder jongeren en jonge gezinnen. 3.

Mogelijkheden voor prettig thuis wonen In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om ouderen en andere mensen met een ondersteuningsbehoefte of zorgvraag passende huisvesting te kunnen bieden én voor leefbare buurten met een sluitende woonzorginfrastructuur in onze kernen, waardoor mensen langer thuis kunnen wonen. 4. Op naar een klimaatneutraal Noordwijk De gemeente wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Hieraan levert een energiezuinige woningvoorraad een belangrijke bijdrage. Daarom worden in de woonvisie maatregelen voorgesteld om de energetische verbeteringen van bestaande huur- en koopwoningen te bevorderen én een klimaatbestendige woonomgeving. De maatregelen, prioriteitsstelling en actiehouders zijn gevat in een bijhorend uitvoeringsprogramma. Beoordeling Bij nieuwe bouwaanvragen voor realisatie van 3 woningen of meer, die niet passen binnen het bestemmingsplan, dienen woningbouwplannen aan de woonvisie te worden getoetst. Voorliggend initiatief voorziet in de nieuwbouw van één vrijstaande woning op een passende locatie. De Herenweg wordt gekenmerkt door lintbebouwing. Een gevarieerd patroon van bebouwing, woningtypen en kavelgrootte en bepaalt de structuur van dit gebied. Ter plaatse van het perceel is een open ruimte aanwezig. Met het toevoegen van de woning wordt de lintbebouwing gecontinueerd. Hierdoor draagt het initiatief bij aan een passende woning op de locatie.

4 oktober 2023

13

ROB Herenweg naast nr. 94

3.4.2

Structuurvisie Noordwijkerhout

De structuurvisie Noordwijkerhout is op 25 februari 2010 vastgesteld. Hierin wordt de gewenste ruimtelijke inrichting van Noordwijkerhout beschreven. De structuurvisie geeft daarmee het kader aan voor toekomstige ruimtelijke beslissingen en bestemmingsplannen. De structuurvisie geeft aan hoe de toekomstige inrichting van de bebouwde kom wordt gezien. In de structuurvisie wordt dit totale ruimtelijke beleid samengebracht en met een visiekaart inzichtelijk gemaakt. Er zijn drie hoofdlijnen benoemd voor ruimtelijke ontwikkeling: 1. Behoud en versterken van de kwaliteiten van het landschap en de cultuurhistorie die met name opgehangen is aan het relict van de strandwal van de Zilkerduinweg, de hiermee gepaard gaande hoogteverschillen en de vele doorzichten op het open bollenlandschap; 2. kwaliteitsverbetering van de leefomgeving; hoofdzakelijk te bewerkstelligen door uitbreiding van de woningbouw op herontwikkelingslocaties, passend bij de schaal en aard van de omgeving en gebaseerd op locatie specifieke eigenschappen; 3. behoud van het cultuurhistorisch karakter van de oude bebouwingslinten waarin het oorspronkelijke patroon van de oude dorpskern nog zichtbaar is. Beoordeling Aan het perceel is op de visiekaart de aanduiding ‘Bestaande woonbebouwing’ toegekend. Op afbeelding 3.2 is een uitsnede van de kaart weergegeven. met blauwe cirkel is de locatie van het perceel aangegeven.

Afbeelding 3.2 uitsnede visiekaart

Per deelgebied is een aantal toetsingscriteria opgenomen waaraan woningbouwontwikkelingen moeten voldoen. Het perceel ligt in het deelgebied 'ontwikkeling overig gebied'. Voor dit deelgebied is onder andere vastgelegd dat er 'dorps' gebouwd dient te worden, maximaal twee bouwlagen met kap. Qua materiaalgebruik en straatprofielen moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij reeds bestaande gebouwen en straatprofielen in de directe omgeving. De te bouwen woning moet tot slot zoveel mogelijk voorzien zijn van zowel een voor- als een achtertuin. Ook moet een bouwinitiatief bijdragen aan het behouden en zo mogelijk versterken van de groenstructuur in de omgeving. De nieuwe woning wordt zorgvuldig ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. De Herenweg wordt gekenmerkt door lintbebouwing. Een gevarieerd patroon van bebouwing, woningtypen en kavelgrootte en bepaalt 4 oktober 2023

14

ROB Herenweg naast nr. 94

de structuur van dit gebied. Ter plaatse van het perceel is een open ruimte aanwezig. Met het toevoegen van de woning wordt de lintbebouwing gecontinueerd. Er wordt een woning gerealiseerd van één bouwlaag met een kap. Er wordt aangesloten op de bestaande bebouwing in de omgeving en het straatprofiel. Daarnaast neemt het verhard oppervlak ter plaatse van het perceel af. Gelet hierop past het initiatief binnen de uitgangspunten van de structuurvisie.

3.4.3

Omgevingsvisie Noordwijk ‘Samen maken we de toekomst voor Noordwijk!’

Wegens de fusie van de gemeente Noordwijk en Noordwijkerhout in 2019, nu Gemeente Noordwijk is op 22 februari 2022 de Omgevingsvisie Noordwijk 'Samen maken we de toekomst voor Noordwijk!' vastgesteld. Deze omgevingsvisie komt voort uit de nieuwe Omgevingswet en zal tot de inwerkingtreding hiervan als structuurvisie dienen. Momenteel wordt er gewerkt aan een vervolg c.q. verdere uitwerking van deze Omgevingsvisie. De Gemeente Noordwijk zet in op vijf thema’s voor de toekomst: 1. ondernemende gemeente; 2. prettig wonen; 3. welzijn en gezondheid; 4. bereikbaarheid; 5. duurzaam, klimaatneutraal en klimaatbestendig. Beoordeling Noordwijk is een fijne gemeente om in te wonen. Het strand en de duinen, de relatieve rust binnen de Randstad en de nabijheid van de grote steden: het zijn de ingrediënten waardoor mensen graag in Noordwijk willen wonen. En ook de directe woonomgeving in de dorpen is aantrekkelijk. De levendige dorpen met hun historische kernen, de onderlinge betrokkenheid, de voorzieningen en het groen en water - het zijn belangrijke pluspunten. Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats in de dorpen, of er tegenaan. Daarbij is de identiteit van de dorpen zelf leidend, ook qua sfeer en architectuur. Bouwen in hogere dichtheid zorgt voor meer woningen en tegelijkertijd minder ruimtebeslag.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om meer woningen per perceel, het bebouwen van open plekken in dorpen of om gestapelde bouw. Bij alle nieuwbouw wordt voortgebouwd op de identiteit van de dorpen. Met voorliggend initiatief wordt één nieuwe woning toegevoegd binnen een bestaand bebouwingslint in de dorpskern van Noordwijkerhout. De nieuwe woning wordt zorgvuldig ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Er wordt gebruik gemaakt van een open plek. Het bestaande woonperceel wordt gesplitst. Er wordt met de architectuur van de woning aangesloten op de omliggende woningen. Hierdoor wordt voortgebouwd op de identiteit van het dorp. Voorliggend initiatief past binnen de uitgangspunten van de omgevingsvisie.

3.4.4

Welstandsnota

De gemeente Noordwijk heeft op 15 maart 2019 haar welstandsnota geharmoniseerd. In deze welstandsnota staan algemene uitgangspunten (hoofdstuk 1), criteria voor kleine bouwwerken (hoofdstuk 2), specifieke gebouwen als bollenschuren, boerderijen en strandbebouwing (hoofdstuk 3) en objectgerichte criteria (hoofdstuk 4) aangegeven. Een bouwplan wordt door de welstandscommissie getoetst aan de Welstandsnota. Voor het perceel geldt een bijzonder welstandsniveau (gebied 7 Linten). In de welstandsnota staat onder meer het volgende vermeld: Waardebepaling en beoordeling De linten zijn veelal gezichtsbepalende routes in de gemeente. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met hoofdzakelijk kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden en ensembles zijn cultuurhistorisch waardevol. Voor de linten in Noordwijkerhout is het bijzondere welstandsniveau van toepassing. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het gegroeide

4 oktober 2023

15

ROB Herenweg naast nr. 94

kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Individualiteit en zorgvuldigheid zijn belangrijke aspecten bij de beoordeling. Massa en vorm • De bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting). • De individuele woning binnen een rij of ensemble is deel van het geheel. • Gebouwen bestaan in principe uit één tot twee lagen met veelal een nadrukkelijke kap. Gevelkarakteristiek • De architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap. Materiaal- en kleurgebruik • Materialen en kleuren zijn terughoudend, bij voorkeur traditioneel en per rij of ensemble in samenhang. • Gevels zijn in principe van baksteen en veelal voorzien van siermetselwerk en stucaccenten. • Hellende daken van woningen dekken met keramische dakpannen. • Houtwerk bij voorkeur schilderen in traditionele kleuren als crème wit en donkergroen. Beoordeling Voorliggend ontwerp van de woning is voorgelegd aan de welstandscommissie. Het advies van de commissie luidt: “Het bouwplan voldoet aan de criteria van het door de raad vastgestelde beleid. De architectonische uitwerking en het kleur- en materiaalgebruik van de woning zijn voldoende hoogwaardig en verzorgd en afgestemd op de nieuwe woning, de bestaande woning en de omgeving”.

4 oktober 2023

16

ROB Herenweg naast nr. 94

4

OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

Beleid, wet- en regelgeving Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Daarnaast dient bij het maken van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis. Om archeologische waarden goed te beschermen is er een gemeentelijke Archeologische beleidskaart beschikbaar. Als er een vergunning nodig is om archeologische waarden te beschermen, dan wordt altijd geadviseerd op basis van de laatst beschikbare beleids- en waardenkaarten. Daarnaast is er een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. Deze kaart geeft een overzicht van waardevolle objecten, structuren en gebieden in de gemeente Noordwijk. Situatie Archeologie Op afbeelding 4.1 is een uitsnede van archeologische beleidskaart weergegeven. Met blauwe cirkel is de locatie van de nieuwe woning aangegeven. Aan het perceel is een hoge archeologische verwachting toegekend.

Afbeelding 4.1: Uitsnede archeologische beleidskaart (Bron: Archeologie Noordwijk (leidseregioinkaart.nl))

Voor een hoge verwachting geldt dat bij ingrepen die groter zijn dan 250 m2 en dieper reiken dan 30 cm beneden het maaiveld een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De woning met aanbouw heeft een

4 oktober 2023

17

ROB Herenweg naast nr. 94

oppervlakte van 121 m2. Er vinden geen graafwerkzaamheden plaats met een omvang van meer dan 250 m 2. Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Uit de cultuurhistorische kaart blijkt dat aan het perceel een hoge waardering is toegekend vanwege de historische lintbebouwing. Op afbeelding 4.2 is een uitsnede van de cultuurhistorische kaart weergegeven. Met blauwe cirkel is de locatie van de nieuwe woning aangegeven.

Afbeelding 4.2: Uitsnede cultuurhistorische kaart (Bron: Cultuurhistorische atlas Noordwijk (leidseregioinkaart.nl))

In de nabijheid van het perceel is geen monumentale bebouwing aanwezig. De Herenweg wordt gekenmerkt door lintbebouwing. Een gevarieerd patroon van bebouwing, woningtypen en kavelgrootte en bepaalt de structuur van dit gebied. Met voorliggend initiatief wordt de historische lintbebouwing niet aangetast. Deze wordt juist versterkt door het inpassen van een woning op deze locatie. Ter plaatse van het perceel is een open ruimte aanwezig. Met het toevoegen van de woning wordt de lintbebouwing gecontinueerd. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het aspect archeologie en cultuurhistorie de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg staat.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Beleid, wet- en regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of er voldoende afstand wordt gehouden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een Handreiking Bedrijven en milieuzonering opgesteld. In deze handreiking wordt aangegeven hoe door middel van milieuzonering de afstand tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies voldoende blijft. Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het

4 oktober 2023

18

ROB Herenweg naast nr. 94

bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Tabel richtafstanden per milieucategorie. Milieucategorie

Richtafstanden in 'rustige woonwijk'

Richtafstanden in 'gemengd gebied'

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

4.1

200 meter

100 meter

4.2

300 meter

200 meter

Situatie Invloed plan op de omgeving Het plan betreft het toevoegen van één woning binnen een bestaand bebouwingslint. Voor het perceel gelden al de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Deze functie wordt met voorliggend initiatief niet gewijzigd. Er is hierdoor geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op het initiatief Herenweg 96, Brandweerkazerne Het perceel ligt naast een brandweerkazerne. Voor een brandweerkazerne geldt een milieucategorie 3.1. Hiervoor geld, in een rustige woonwijk, een richtafstand van 50 meter vanwege geluid. In de omgeving van het perceel zijn meerdere functies aanwezig zoals wonen, maatschappelijk, horeca en sport. Hierdoor kan de omgeving worden aangemerkt als een 'gemengd gebied'. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Hierdoor bedraagt de grootste afstand 30 meter vanwege geluid. De woning wordt op kortere afstand tot de inrichtingsgrens van de brandweer gerealiseerd. Aan de richtafstand wordt niet voldaan. In dit geval is geluid het meest maatgevende hinderaspect. Omdat niet wordt voldaan aan de richtafstand is er een akoestisch onderzoek1 naar industrielawaai uitgevoerd.

Uit dit onderzoek blijkt dat de belangrijkste geluidproducerende activiteiten binnen de inrichting van de brandweer of voortvloeiend uit de aanwezigheid van de inrichting zijn: • verkeersbewegingen met personenauto’s op het terrein van de inrichting; • het rijden van de brandweerwagens naar en van een calamiteit (activiteit in het algemeen belang); • oefenen van de brandweer (het knippen van voertuigen, het slijpen in voertuigen en het hanteren van een kettingzaag). Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Om dit aan te tonen is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels 2 uitgevoerd.

1 Akoestisch onderzoek Industrie- en wegverkeerslawaai Herontwikkeling Herenweg 94 te Noordwijkerhout, Gbs Milieuadvies,

R2022.054, 8 mei 2023 2 Akoestisch onderzoek geluidwering gevel, Nex2us b.v., 2023113, 28-06-2023 4 oktober 2023

19

ROB Herenweg naast nr. 94

Herenweg 74-78, Horeca Ten zuiden van het perceel aan de Herenweg 74-78 zijn horecabedrijven van ten hoogste categorie 1c toegestaan. Dit zijn bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Voor deze bedrijven geldt een maximale milieucategorie 2. Activiteiten met een milieucategorie 2 hebben, in een gemengd gebied, een richtafstand van 10 meter tot aan een gevoelige functie zoals wonen. Het perceel ligt op minimaal 100 meter van de inrichtingsgrens van het horecabedrijf. Er wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Ruys de Beerenbroucklaan 4, Sportcomplex Tegenover het perceel ligt een sportcomplex met tennisbanen. In de Handreiking Bedrijven en milieuzonering wordt een veldsportcomplex of tennisbanen (met verlichting) aangeduid als milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt, in een gemengd gebied, een richtafstand van 30 meter tot aan een gevoelige functie zoals een woning. Het perceel ligt op minimaal 55 meter van de inrichtingsgrens van het sportcomplex (bestemmingsgrens ‘Sport’). Er wordt voldaan aan de richtafstand. In 2022 zijn op het sportcomplex drie padelbanen aangelegd. De richtafstand van deze sportactiviteit wijkt af van de richtafstand die geldt voor een veldsportcomplex of tennisbaan (met verlichting).

Eind januari is 2023 de Handreiking Padel en Geluid verschenen. Deze is bedoeld voor de aanleg van nieuwe padelbanen. Bestaande padellocaties moeten in ruimtelijk opzicht voldoen aan de regels van het bestemmingsplan. In de Handreiking Padel en Geluid zijn invloedsgebieden opgenomen. Evenals bij de Handreiking Bedrijven en milieuzonering is hierin een onderscheid gemaakt tussen een gemengd gebied en een rustige woonwijk. Bij een gemengd gebied bedraagt het invloedsgebied 100 meter ingeval van twee padelbanen en 130 meter bij vier padelbanen. De voorgevel van de nieuwe woning komt op 135 meter van de dichtstbijzijnde padelbaan te liggen. De nieuwe woning wordt buiten het inlvoedsgebied van de bestaande padelbanen gerealiseerd. Daarnaast zijn er meerdere geluidsbronnen in de nabijheid van de woning aanwezig die maatgevend zijn. Deze bronnen zijn beschouwd in het akoestisch onderzoek3. Hieruit blijkt dat een goed akoestisch woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen. Er kan worden gesteld dat de woning op voldoende afstand van de padelpanen wordt gerealiseerd. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.3

Bodem

Beleid, wet- en regelgeving Artikel 3.1.6 van het Besluit Ruimtelijke Ordening geeft aan dat in het kader van de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan onderzoek verricht dient te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe functie mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe functie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Bouw kan pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem geschikt te maken. 3 Akoestisch onderzoek Industrie- en wegverkeerslawaai Herontwikkeling Herenweg 94 te Noordwijkerhout, Gbs Milieuadvies,

R2022.054, 8 mei 2023 4 oktober 2023

20

ROB Herenweg naast nr. 94

Situatie Om inzicht te krijgen in de bodemkwaliteit is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd4. Uit dit onderzoek blijkt dat: • in de bovengrond op het zuidwestelijk gedeelte van de locatie plaatselijk een lichte verontreiniging met kwik is geconstateerd. Zintuiglijk is geringe bijmenging van sporen puin en grind waargenomen; • bij het onderzoek op asbest in de zwak geroerde laag in de bovengrond, zowel visueel als analytisch, geen verontreiniging is geconstateerd; • in de opgebrachte laag straatzand onder de terreinverharding, zowel zintuiglijk als analytisch, geen verontreiniging is geconstateerd; • in de ondergrond van de locatie lichte verontreinigingen met zink en kwik zijn aangetroffen. Zintuiglijk zijn geen afwijkingen waargenomen in de ondergrond; • in het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie lichte verontreinigingen met nikkel en molybdeen zijn aangetroffen. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten bestaat, conform de richtlijnen van de Wet Bodembescherming, geen aanleiding tot nader onderzoek. De verkregen resultaten geven geen milieutechnische bezwaren voor het afgeven van een omgevingsvergunning. Conclusie De bodem is in voldoende mate onderzocht. Het aspect bodem staat de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg.

4.4

Natuur

Beleid, wet- en regelgeving Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Situatie Natura 2000 Op circa 2 kilometer van het perceel ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’. Op afbeelding 4.3 is de ligging van het perceel (rood) ten opzichte van dit gebied (geel) weergegeven.

4 Verkennend bodemonderzoek Herenweg 94 te Noordwijkerhout, Lawijn Advies & Management, 22.4996-A1, 8 februari 2023

4 oktober 2023

21

ROB Herenweg naast nr. 94

Afbeelding 4.3: Natura 2000 (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Verstorende factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging en verstoring door trilling, licht en geluid zijn met voorliggende initiatief niet aan de orde. Om te beoordelen of voorliggend initiatief leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is een berekening naar stikstofdepositie5 uitgevoerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat het initiatief niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN werd voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het NNN is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het ruimtelijk beleid is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Op afbeelding 4.4 is de ligging van het perceel (rood) ten opzichte van deze gebieden (groen) weergegeven.

5 Voortoets Stikstofdepositie Herenweg 94 Noordwijkerhout, Van Empel Milieu Advies, Rapportage M-QUO-6262-W1S6F2, 3-1-

2023 4 oktober 2023

22

ROB Herenweg naast nr. 94

Afbeelding 4.4: Natuurnetwerk Nederland (NNN) (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Er is met voorliggend initiatief geen sprake van directe vernietiging van het NNN. Aangezien het initiatief geen directe relatie heeft met een gebied dat is aangewezen als NNN en geen verbindende functie vervult zijn negatieve effecten uit te sluiten. Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op het Nationaal Natuurnetwerk is met voorgenomen initiatief eveneens geen sprake. Flora- en fauna Bomen en planten Er worden met voorliggend initiatief geen bomen gekapt. Daarnaast is het perceel bijna volledig verhard waardoor de aanwezigheid van beschermde planten uitgesloten is. De bestaande hagen blijven behouden. Het onverharde deel van het perceel betreft een stukje kunstgras. Reptielen Het perceel is bijna volledig verhard. Het onverharde deel van het perceel betreft een stukje kunstgras. Hierdoor is het perceel is ongeschikt als leefgebied voor reptielen. Amfibieën en vissen Potentiële geschikte water- en oeverstructuren voor beschermde soorten ontbreken op de locatie. Beschermde amfibieën- of vissoorten zullen hierdoor geen gebruik maken van het perceel als voortplantingsgebied. In theorie is het mogelijk dat er enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn (artikel 3.10), worden zij niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten.

Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (hier van toepassing). Vogels Alle vogels zijn beschermd. Broedende vogels in en direct rond het perceel mogen niet verstoord worden. Er worden met voorliggend initiatief geen bomen gekapt. Ook de bestaande hagen die op afbeelding 2.1 en 2.2 zijn te 4 oktober 2023

23

ROB Herenweg naast nr. 94

zien blijven behouden. Daarnaast is het perceel bijna volledig verhard. Gezien de impact van het initiatief en de verharding van het perceel zijn negatieve effecten voor vogels niet te verwachten. Vlinders Er zijn geen geschikte (vaak zeldzame en kwetsbare) waardplanten of vegetaties voor middels de wet Natuurbescherming beschermde vlindersoorten aanwezig. Libellen Er zijn geen geschikte wateren of groenstructuren voor middels de Wet Natuurbescherming beschermde libellen soorten aanwezig. Zoogdieren Het is mogelijk dat er in de omgeving van het perceel de bruine rat leeft. Deze soort is niet beschermd. Verder bestaat er de mogelijk dat het konijn, de haas, de mol, de bosmuis, de ree, de rosse woelmuis en de bosspitsmuis voorkomen. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling. Het voorkomen van matig en zwaar beschermde soorten wordt uitgesloten. In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om zelfstandig en veilig het plangebied te kunnen verlaten. Daarnaast komen er in de omgeving vleermuizen voor. Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden.

Met voorgenomen initiatief worden geen vliegroutes verstoord. Daarnaast wordt een eventuele verblijfplaats van de vleermuis niet aangetast aangezien er geen bomen worden gekapt en bebouwing wordt gesloopt waarbij een spouwmuur of dakbeschot aanwezig is. Zorgplicht De algemene zorgplicht is van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij het initiatief gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de zoogperiode van zoogdieren. Maatregelen Bij de bouw van de woning dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: • Aangetroffen dieren dienen de gelegenheid te krijgen om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden; • Potentiële schuilplekken dienen gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van schuilende dieren; • Broedende vogels mogen niet worden verstoord en in gebruik zijnde nesten mogen niet worden vernietigd. Activiteiten welke verstorend zijn voor broedende vogels, zoals bomenkap, dienen buiten de broedperiode te worden gestart. Het broedseizoen verschilt per soort. Voordat gestart wordt met verstorende activiteiten, moet worden gecontroleerd of er geen broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn.

Conclusie Vanuit de natuurbeleidskaders zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen initiatief.

4.5

Externe veiligheid

Beleid, wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen voor derden. Het gaat daarbij zowel om het vervoer van gevaarlijke stoffen (weg, water, spoor en buisleidingen) als om inrichtingen met

4 oktober 2023

24

ROB Herenweg naast nr. 94

opslag, productie en/of gebruik van gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn risicomaten met bijbehorende risiconormen opgenomen voor respectievelijk inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het externe veiligheidsbeleid kent twee risicomaten, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de overlijdenskans per jaar als gevolg van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen bij een ongeval. Dit kan op een kaart worden weergegeven met behulp van contouren. Het groepsrisico betreft de kans per jaar dat in één keer een groep mensen komt te overlijden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt met behulp van een diagram weergegeven. Bovendien geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht, waarbij het bevoegd gezag verplicht wordt gesteld om advies in te winnen bij hulpverleningsdiensten omtrent aspecten als hulpverlening en zelfredzaamheid. Situatie Er is een quickscan Externe veiligheid 6 uitgevoerd. In verband met het initiatief zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd. Hieruit blijkt dat het invloedsgebied van de aardgasbuisleiding, op ca.

2 kilometer ten zuiden van het perceel, en het afwegingsgebied van luchthaven Schiphol niet reikt tot over het perceel. Wel ligt het perceel binnen het verantwoordingsgebied van de Provinciale weg N206 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Met het initiatief neemt het aantal bewoners in het gebied toe met 2.4 personen (kengetal van een woning volgens de Handleiding populatieservice). Gezien de zeer geringe toename van het aantal aanwezigen zal het groepsrisico van de N206 naar alle waarschijnlijkheid niet tot nauwelijks toenemen na planrealisatie. Het volstaat om conform artikel 7 van het Bevt in te gaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. De Veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies hierover uit te brengen. Beperkte verantwoording groepsrisico Vanwege de ligging binnen het verantwoordingsgebied van de Provinciale weg N206 is een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 van het Bevt noodzakelijk. Dit houdt in dat alleen aandacht besteed hoeft te worden aan de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Bestrijdbaarheid/Beheersbaarheid De bestrijdbaarheid/beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen.

Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de regionale brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie ‘Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid’ van brandweer Nederland. In het geval van een calamiteit bevindt de brandweerkazerne zich naast het perceel. Het perceel is voor de brandweer uitstekend bereikbaar. Daarnaast is het perceel via de Herenweg zowel vanuit het noorden als het zuiden bereikbaar. Ook is het perceel via de N206 bereikbaar. Gelet hierop is de bereikbaarheid voor hulpdiensten goed te noemen. Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N206 dient binnen rekening gehouden te worden met een toxisch scenario. Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de

6 Quick scan externe veiligheid Herenweg 94 te Noordwijkerhout, AVIV, 225133, 28 november 2022

4 oktober 2023

25

ROB Herenweg naast nr. 94

brandweer tijdig aanwezig is. Gezien de afstand van de brandweerkazerne tot het perceel kan de brandweer tijdig aanwezig zijn. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. In onderhavige situatie is hier sprake van. Zelfredzaamheid Indien er sprake is van een calamiteit op de N206 kunnen personen afhankelijk van waar het ongeval gebeurd is, van de risicobron afvluchten. In noordwestelijke richting kan worden gevlucht via de Herenweg en de Zanderij. In zuidwestelijke richting kan worden gevlucht via de Herenweg en de Ruys de Beerenbroucklaan/Brink. Ten aanzien van een toxisch scenario is schuilen de beste vorm van zelfredzaamheid. Het is van belang dat de woning lucht- en lekdicht kan worden afgesloten. Tevens is van belang dat de personen tijdig gewaarschuwd worden in geval van een calamiteit. Het perceel ligt binnen het dekkingsgebied van een waarschuwings- en alarmeringsinstallatie. Daarnaast is NL Alert operationeel voor vele mobiele telefoons. Dit kan worden gebruikt om de aanwezige personen in geval van een calamiteit te waarschuwen. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het aspect externe veiligheid de uitvoerbaarheid van het voorgenomen initiatief niet in de weg staat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=82cc87ae-c2bb-402e-9108-f6ecafdc2297