CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing bij Westeinde 4.pdf

Commissie Ruimte 7 februari 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied Noordwijkerhout, 2e herziening’ (beeld- en meningsvormend)13.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASS PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPA JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING L SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN NG LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP KE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LASCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE SING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA KE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPA LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJ 1

Landschappelijk inpassingsplan Westeinde 4, Noordwijkerhout 30-05-2018

Haag (meidoorn of beuk) (0,50m - 1,00m hoog) 1 Haag (meidoorn of beuk) (1,80m hoog) 2 Woning (120m² vloeroppervlak) Kavel (25m x 40m) Uiterste bebouwingsgrenzen Vogelbosje met inheemse plantensoorten Bestaande grasstrook

2

1

Solitaire boom, Fagus sylvatica Purpurea Bomenrij; Ulmus ×hollandica 'Wredei' Bestaande boom, Iep Bestaande boom

Esri Nederland

Landschappelijke inpassing

6

SING LANDSCHAPSCHAPPELIJKE PPELIJKE3.INPASlandschappelijke inpassing E INPASSING LANDOm de breedte van de zichtlijn vanaf Westeinde 4 tussen de LANDSCHAPPELIJKE nieuwe woning en de bestaande bebouwing zo optimaal PPELIJKEmogelijk INPASSING te houden is ervoor gekozen om het nieuwe kavel smal te houden in de breedte en langer in de lengte en aan te laten NG LANDSCHAPsluiten op de bestaande groenstrook aan de straatzijde. Deze groenstrook kan zo worden versterkt en doorgetrokken vanuit de APPELIJKE INPAShistorie van het gebied. (plangebied in 1900) NPASSING LANDAan de westzijde van het kavel wordt een meidoorn- of NDSCHAPPELIJKE beukenhaag geplant die rond de 1,80 hoog is om zo het zicht op naastgelegen bebouwing van Westeinde nummer 6 aan het PELIJKE dezicht INPASSING te onttrekken. Dit komt overeen met naastgelegen kavels, evenals een solitaire boom in de voortuin. Eventuele NPASSINGbijgebouwen LANDkunnen dan ook aan deze zijde worden gesitueerd. NDSCHAPPELIJKE achterzijde van het kavel blijft open om zo het open zicht PPELIJKEDeopINPASSING het achterliggende landschap te behouden.De oostzijde van het kavel zal worden ontsloten door een bomenrij en een lagere SING LANDSCHAPhaag. Deze lagere haag wordt doorgetrokken aan de voorzijde van het kavel. De solitaire boom die aan de voorzijde staat komt APPELIJKE INPASovereen met de solitaire boom van Westeinde nummer 2.

en voor continueering in het straatbeeld. ASSING zorgt LANDLANDSCHAPPELIJKE De eisen van welstand zijn traditionele gevels van baksteen met natuurlijk riet of dakpannen als dakbedekking, doorzichten naar Nhet achterland en de kaprichting mag haaks of evenwijdig aan de weg georienteerd zijn. P-

APNDPASJKE

7

Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4

Bijlage 2 Ecologische inventarisatie KADER Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen. is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 6 juni 2018 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden waren: onbewolkt, circa 23°C en een zwakke wind. PLANGEBIED Het plangebied betreft het perceel Westeinde 4 te Noordwijkerhout, met een totale oppervlakte van circa. 60 x 150 meter. In het plangebied hebben bedrijfsgebouwen gestaan die recent zijn gesloopt. Het grootste deel van het perceel betreft onbegroeid zand met puinresten. Alleen een klein stenen gebouwtje voor elektriciteitsvoorziening, met een provisorisch dak van doek, is over gebleven. Aan de noordoostrand binnen het plangebied ligt een smalle grasrand. Het plangebied wordt aan de zuidoostzijde begrensd door een weg (de Westeinde). Aan de zuidwestzijde grenst het plangebied direct aan bebouwing (woning en bedrijfsgebouwen) op het naastliggende perceel. Aan de noordwestzijde is een watergang met smalle oeverbegroeiing aanwezig. Aan de noordoostzijde bevinden zich bebouwde percelen met meer groen.

In het plangebied vormt één populier in de noordpunt de enige aanwezige houtige beplanting. Behalve de genoemde watergang aan de noordwestrand is geen permanent oppervlaktewater aanwezig. Het voornemen betreft de bouw van een nieuw woonhuis op een klein deel van het perceel in de westhoek, langs de weg. De rest van het perceel krijgt een agrarische bestemming ten behoeve van bollenteelt. De watergang langs en de aanwezige boom op het perceel (in de tegenoverliggende hoek) worden in stand gehouden. Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb.

INVENTARISATIE Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Faunawww.natuurloket.nl (NDFF) via Quickscanhulp.nl ('© NDFF - quickscanhulp.nl 04-06-2018 14:43:21') blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het plangebied verschillende beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreft vogels, amfibieën, zoogdieren, reptielen en dagvlinders. Beschermde plantensoorten zijn niet bekend uit de directe omgeving. Indien van toepassing worden relevante soorten in onderstaande tekst betrokken.

43

Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4

Impressie van het plangebied (6 juni 2018)

Op basis van het veldbezoek blijkt dat het plangebied een zeer beperkte natuurwaarde heeft. Er is vrijwel geen groen en bebouwing aanwezig. In de randen staan enkele algemene soorten van verstoorde grond zoals kleine ooievaarsbek, kruipende boterbloem, gewone hoornbloem, melganzenvoet, klein streepzaad en grote klaproos. In de grasstrook aan de noordoostzijde nabij de noordhoek (achteraan op het perceel) zijn twee exemplaren van de rietorchis aangetroffen. Deze soort is niet meer beschermd onder de Wnb, maar is voor bebouwde omgeving wel bijzonder. In de watergang is begroeiing met onder andere smalle waterpest en hoornblad spec. aanwezig. Dit zijn soorten van zeer voedselrijk water. Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen. Deze zijn ook niet te verwachten, gezien de aard van het terrein en de recente historie waarin loodsen vrijwel de gehele oppervlakte innamen. Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen van verschillende soorten vogels met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals huismus, gierzwaluw, en enkele soorten roofvogels en uilen (Quickscanhulp.nl). Het aanwezige restant van bebouwing is niet geschikt voor bovengenoemde soorten met jaarrond beschermde nesten. Andere nestplaatsen van roofvogels of uilen zijn niet aangetroffen en worden evenmin verwacht. Tijdens het veldbezoek zijn wel enkele huismussen waargenomen op omringende percelen.

Voor huismus is het plangebied matig geschikt als foerageergebied, er is echter weinig schuilgelegenheid aanwezig. Het plangebied vormt hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van overige vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats, zoals sperwer of ransuil. In het plangebied zijn enkele algemene vogels waargenomen zoals heggenmus, merel en putter. Deze soorten kunnen hier in de huidige toestand niet tot broeden komen, behalve in de ene boom in de noordhoek van het plangebied. Nesten van deze soorten zijn alleen in het broedseizoen beschermd. Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen van verschillende soorten vleermuizen bekend waaronder gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (Quickscanhulp.nl). In de boom in het plangebied zijn geen holtes of spleten in bomen aangetroffen die geschikt zijn als verblijfplaats. Het restant bebouwing biedt geen openingen die mogelijk geschikt zijn als invliegopening, en het gebouwtje zelf is ook niet geschikt als verblijfplaats. Het plangebied is door het vrijwel ontbreken van begroeiing en opgaande beplanting weinig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen zoals gewone en ruige dwergvleermuis.

Alleen de watergang aan de noordwestzijde van het plangebied vormt een doorgaande structuur die geschikt is als foerageergebied en ook als vliegroute voor vleermuizen; echter de watergang is te klein en heeft te weinig oeverbegroeiing om geschikt te zijn voor water– en meervleermuis. Er zijn 12 soorten beschermde grondgebonden zoogdieren bekend in de omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl). Negen daarvan zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de verbodsartikelen van de Wnb in de provincie Zuid-Holland. De niet-vrijgestelde soorten betreffen boommarter, damhert, en eekhoorn. Er zijn geen sporen (zoals uitwerpselen, vraatsporen, ligplaatsen of prooiresten) van deze diersoorten aangetroffen. Het plangebied biedt noch geschikt biotoop voor verblijfplaatsen voor eekhoorn en boommarter (onvoldoende houtige beplanting), noch voor damhert (onvoldoende rust en beschutting). In het plangebied zijn daarnaast enkele algemene, vrijgestelde zoogdiersoorten zoals huisspitsmuis, egel en konijn te verwachten.

44

Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4

Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen bekend van vier soorten amfibieën (Quickscanhulp.nl). Voor drie daarvan geldt in de provincie Zuid-Holland bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. De niet-vrijgestelde soort rugstreeppad is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Deze soort geeft voorkeur aan gebieden met de combinatie van dekking (van hout, bebouwing), open grond en kleine geïsoleerde wateren (ondiep, snel opwarmend) voor voorplanting. Het enige oppervlaktewater binnen het plangebied is de watergang aan de rand, deze is door de diepte en verbinding met andere wateren (die vissen als predator toelaat) ongeschikt als voortplantingsbiotoop. In de aangrenzende kavels zijn ook geen geschikte voorplantingswateren aangetroffen. Het plangebied bestaat, sinds de sloop enkele maanden geleden, vrijwel volledig uit kaal droog zand met puinresten en is niet een geschikt landbiotoop. Dit maakt dat het gebied ongeschikt is als leefgebied voor de rugstreeppad. In het plangebied worden hooguit incidenteel enkele algemene vrijgestelde amfibiesoorten verwacht, zoals bruine kikker en gewone pad. Voor beschermde soorten uit overige soortgroepen (reptielen en dagvlinders) biedt het plangebied door zijn gecultiveerde karakter geen geschikt leefgebied.

TOETSING Als gevolg van het plan gaan geen nest- en verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogelsoorten of van vleermuizensoorten verloren. Ook gaat geen essentieel foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, amfibieën en vleermuizen verloren. Het voornemen leidt niet tot aantasting van de mogelijke vliegroute en foerageermogelijkheid voor vleermuizen langs de noordwestrand van het plangebied. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van vogels (andere dan de jaarrond beschermde) in de directe omgeving worden vernietigd of verstoord. Dit is bij wet verboden. Vernietiging en verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Geschikt voortplantingsbiotoop voor de rugstreeppad is niet aanwezig in het plangebied. Tijdens graafwerkzaamheden kan geschikt voortplantingswater voor de rugstreeppad ontstaan. Deze pad is een pioniersoort die snel nieuw leefgebied kan koloniseren. Indien deze soort zich vestigt op een bouwplaats, kunnen de werkzaamheden stilgelegd worden.

Advies is om bij graafwerkzaamheden geen ondiepe plassen te laten ontstaan die kunnen dienen als voortplantingswater voor rugstreeppad, of schermen rond de bouwplaats aan te brengen die voorkomen dat rugstreeppadden het terrein binnenkomen. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen tot slot verblijfplaatsen van enkele algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden vernietigd en verstoord. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten beschermde soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor het onderhavige plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.

NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in het Programma Ruimte (geconsolideerd

45

Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4

2018). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de Provinciale NNN is uitgewerkt in het Natuurbeheerplan Zuid-Holland (2017) en de Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland (2014, geconsolideerd 2018, provinciaal ruimtelijk natuurbeleid). BELANGRIJKE WEIDEVOGELLEEFGEBIEDEN Behalve op de bescherming van NNN-gebieden wordt in het Programma Ruimte van de provincie Zuid-Holland (2018) ook ingezet op het in standhouden van belangrijke weidevogelgebieden in Zuid-Holland. NVENTARISATIE Beschermde gebieden in het kader van de Wnb liggen op enige afstand van het plangebied. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied is het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid op circa 1 km afstand ten noordwesten van het plangebied. Dit gebied is tevens het dichtstbijzijnde beschermde gebied in het kader van het NNN. 'Belangrijk weidevogelgebied' ligt op ruime afstand, circa 4 kilometer ten zuiden van het plangebied. TOETSING Gezien de terreinomstandigheden, de tussenliggende afstand en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden of het NNN te verwachten. Deze inventarisatie geeft daarom geen aanleiding voor een nadere analyse in het kader van de Wnb en is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.

Conclusie Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat voldoende beeld ontstaan van de aanwezige natuurwaarden. Als gevolg van de ontwikkeling is geen sprake van verbodsovertredingen ten aanzien van soortenbescherming. Met inachtneming van het broedseizoen van vogels is een ontheffing van de Wnb voor soorten niet nodig. Een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Een vergunning op grond van de Wnb voor de beoogde activiteiten is op voorhand niet nodig. Het plan is op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland. Op voorhand kan in redelijkheid worden gesteld dat de natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.

46

Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4

Bijlage 3 De Watertoets

47

datum 19-6-2018 dossiercode 20180619-13-18137 Op basis van de gegeven antwoorden concluderen wij dat wij een waterbelang hebben bij uw plannen. Wij verzoeken u om uw plannen in te dienen bij ruimtelijkeplannen@rijnland.net. Mogelijk nemen wij contact met u op. Indien u wenst kunt u zelf ook contact opnemen met de afdeling Plantoetsing & vergunningsverlening van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Wij verzoeken u te controleren of de in onze legger vastgelegde watergangen en waterkeringen overeenkomen met de bestemming in uw verbeelding en deze eventueel aan te passen. De gegevens hiervan zijn te vinden op http://rijnland.esri.nl/legger/ en http://rijnland.esri.nl/keringen. De WaterToets 2017

Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4

50

Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4

Bijlage 4 Akoestisch onderzoek

51

A k oe s ti sch on d er z o e k W ij z i gin g B e st em m i n gsp l an We s te in d e 4 , gem een te N o o rd w i j k erh ou t

A k oe s ti sch on d er z o e k W ij z i gin g B e st em m i n gsp l an We s te in d e 4 , gem een te N o o rd w i j k erh ou t

Inhoud

Rapport met bijlagen

13 juni 2018 Projectnummer 856.30.50.00.00

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Situatie

4

3

Wet geluidhinder

5

3.1

Wegverkeerslawaai

5

3.1.1

Zones

5

3.1.2

Normstelling en ontheffing

6

3.1.3

Binnenwaarde

7

3.1.4

Dove gevels

7

3.1.5

Aftrek artikel 110g

7

3.2

Cumulatie

7

4

Rekenmethode

8

5

Uitgangspunten

9

5.1

Fysieke gegevens

9

5.2

Verkeersgegevens

9

6

7

Berekening en toetsing

10

6.1

Wegverkeerslawaai

10

6.2

Toetsing wegverkeerslawaai

10

6.3

Cumulatie

11

Conclusie en samenvatting

12

Bijlagen

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

1

Inleiding In opdracht van de heer B. van Nobelen heeft BügelHajema Adviseurs b.v. een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting van de gevels van de te realiseren woning in het kader van de Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 in Noordwijkerhout in de gemeente Noordwijkerhout. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een woning of een geluidsgevoelig object gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nieuw te realiseren woning bevinden zich binnen de geluidszones van het Westeinde en de Schulpweg. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woning en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woning valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012). De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

3

2

Situatie Het initiatief heeft betrekking op de locatie gelegen aan het Westeinde nr. 4 in Noordwijkerhout in de gemeente Noordwijkerhout. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van een woning mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van de te realiseren woning.

Figuur 1. Woningbouwlocatie in rood weergegeven

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

4

3

Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidsbelasting van een (spoor)weg de L Aeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidsbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:

De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.

3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1 Zones De Wet geluidhinder (Wgh) richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -

wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a);

-

wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).

Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wet geluidhinder. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wet geluidhinder door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

5

verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’

Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’

In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied

Aantal rijstroken

Zonebreedte ter weerszijden van de weg

stedelijk

1 of 2

200 m

3 of meer

350 m

1 of 2

250 m

3 of 4

400 m

5 of meer

600 m

buitenstedelijk

De in de nabijheid van het plangebied gelegen Westeinde en Schulpweg kennen respectievelijk een maximum snelheid van 60/50 en 60 km/uur, zijn uitgevoerd met twee rijstroken en zijn gelegen in binnenstedelijk gebied. Deze wegen kennen derhalve een zone van 200 m. De te realiseren geluidsgevoelige bebouwing ligt binnen de zone van deze wegen en er dient daarom akoestisch onderzoek plaats te vinden. 3.1.2 Normstelling en ontheffing Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidsgevoelige objecten binnen een zone een ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB als geluidsbelasting op de gevel. Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op grond behorende bij een zone, dienen burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen. Indien nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan 48 dB, is het noodzakelijk dat een verzoek tot het mogen toestaan van een hogere waarde wordt ingediend. De maximale ontheffingsgrenswaarde voor nog te realiseren geluidsgevoelige bebouwing gelegen in buitenstedelijk gebied bedraagt 53 dB. In binnenstedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. De locatie is binnenstedelijk gelegen.

Bij een eventuele ontheffing moeten de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen worden onderzocht en afgewogen. Bij de afweging van de te treffen maatregelen moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een veilige verkeersafwikkeling. Ook moet rekening worden gehouden met de inpasbaarheid van de maatregelen in het landschap en de kosten van de maatregelen. Bovendien moeten te plaatsen geluidsbeperkende voorzieningen voldoende doelmatig zijn (art. 110a lid 5 Wgh).

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

6

3.1.3 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidsgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. 3.1.4 Dove gevels Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Wel moet bij de bouw de geluidwering van de gevels zodanig zijn dat de wettelijke maximale binnenwaarden worden gerespecteerd. 3.1.5 Aftrek artikel 110g Met het oog op de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (art. 110g Wgh). De aftrek bedraagt: -

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of hoger is geldt een aftrek van:

-

-

4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;

-

3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;

-

2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.

Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.

3.2

Cumulatie

De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (art 110f Wgh). Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidsgevoelige bebouwing.

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

7

4

Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e (Wgh). Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -

Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.

-

Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.

De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 8.51. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:

maximaal 1 stuks;

− openingshoek:

2 graden;

− bodemfactor:

0 (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor.

De aftrek op grond van artikel 110g Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op de gevel van de betreffende geluidsgevoelige bebouwing worden zo nodig waarneempunten gelegd op verschillende hoogten afhankelijk van de hoogte van het betreffende gebouw en of het een geluidsgevoelige functie betreft (1,8 en 4,5 meter boven maaiveld. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd. De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

8

5

Uitgangspunten 5.1

Fysieke gegevens

Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden. De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.

5.2

Verkeersgegevens

De verkeersintensiteit van het Westeinde is in overleg met de gemeente Noordwijkerhout vastgesteld op 1.000 mvt/etmaal. De verkeersgegevens van de Schulpweg zijn verkregen uit het bestemmingsplan “Duinrand”. Hierin is een prognose voor deze weg opgenomen voor 2022. Deze prognose is gecorrigeerd naar 2030. Voor de Schulpweg is in de berekeningen daarom rekening gehouden met een groei van 1,5 % per jaar. Deze verkeersgegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel 2 en opgenomen in bijlage 2. Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -

lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);

-

middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen);

-

zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).

Tabel 2. (Verwachte) verkeersintensiteit, samenstelling en verdeling verkeer per wegvak Weg Westeinde

Schulpweg

Wegdek dab

dab

Etmaal intensiteit 2022

2030

--

1.000

4.900

5.544

Periode

uur %

dag

7,00

avond

2,50

nacht

0,75

dag

7,14

avond

2,74

nacht

0,42

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

Samenstelling verkeer % lmv

% mzw

% zw

94,0

5,0

1,0

94,8

3,8

1,4

9

6

Berekening en toetsing 6.1

Wegverkeerslawaai

De berekende geluidsbelasting (afgerond) op de gevels van de woning vanwege de betreffende wegen is weergegeven in bijlage 1 en in onderstaande afbeelding en tabel. De geluidsbelastingen in de onderstaande tabel zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g Wgh van 5 dB.

Figuur 2. Waarneempunten Tabel 3. Geluidsbelasting woning in dB per waarneempunt per bouwlaag incl. aftrek o.g.v. art. 110g Wgh Woning 1

6.2

Waarneempunt

Westeinde

Schulpweg

bouwlaag 1

bouwlaag 2

bouwlaag 1

bouwlaag 2

1

43 dB

44 dB

26 dB

27 dB

2

48 dB

48 dB

35 dB

36 dB

3

43 dB

44 dB

39 dB

40 dB

4

30 dB

30 dB

35 dB

36 dB

Toetsing wegverkeerslawaai

De woning voldoet aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. Daarmee wordt voldaan aan de eisen van de Wet geluidhinder.

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

10

6.3

Cumulatie

Er is alleen sprake van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden, zoals genoemd in paragraaf 3.2. In dit geval is derhalve cumulatie niet aan de orde.

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

11

7

Conclusie en samenvatting In dit rapport is een akoestisch onderzoek opgenomen in verband met de realisatie van een woning aan het Westeinde nr. 4 in Noordwijkerhout in het kader van de Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 in de gemeente Noordwijkerhout. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom heeft er toetsing aan de eisen uit de Wet geluidhinder plaatsgevonden. Uit het onderzoek blijkt dat de locatie voldoet aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai. De Wet geluidhinder verzet zich derhalve niet tegen de komst van de woning.

Akoestisch onderzoek Wijziging Bestemmingsplan Westeinde 4 - 13 juni 2018

12

Bijlagen BIJLAGE 1 – REKENBLADEN AKOESTISCH ONDERZOEK

Opbouw model

Rekenresultaten Westeinde

Rekenresultaten Schulpweg

Invoergegevens en rekenbladen

BIJLAGE 2 – VERKEERSGEGEVENS Schulpweg intensiteit 2022

Colofon Opdrachtgever De heer B. van Nobelen Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding N. Geurts Supervisie BügelHajema Adviseurs Projectnummer 856.30.50.00.00

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort T 033 465 65 45 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=511de70f-a129-4204-82a0-f5b0ab13b0e5