Ruimtelijke onderbouwing bij Westeinde 4.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4 26-06-2020
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Landschappelijk advies
11 11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
13 13 14 18 21
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Water 4.2 Ecologie 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Archeologie en cultuurhistorie 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Milieueffectrapportage 4.11 Duurzaamheid
23 23 24 24 25 25 26 27 28 29 29 30
Bijlagen
31
Bijlage 1
Landschapsadvies
33
Bijlage 2
Ecologische inventarisatie
43
Bijlage 3
De Watertoets
47
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
51
3
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Achtergrond Op de hoek Westeinde/Schulpweg was in het verleden het bedrijf JAVO gevestigd. Eind 2016 is een overeenkomst gesloten met de GOM. Overeengekomen is dat Nobels machinefabriek, JAVO international en Agro Techniek 37.000 m2 bouwgrond aankoopt op Bulb Trade Park Noordwijkerhout. De bedrijfsbebouwing wordt momenteel gesaneerd en gronden worden in gebruik genomen als bollengrond. De bedrijfswoningen op het perceel zijn omgezet in drie burgerwoningen, te weten Schulpweg 125, 125C en Westeinde 2. In het bestemmingsplan Buitengebied, 1e herziening 2017 is dit juridisch-planologisch vastgelegd. Voornemen Op het perceel Westeinde 4 (direct gelegen naast Westeinde 6) als onderdeel van het voormalig bedrijfscomplex heeft de eigenaar van het perceel het voornemen om een greenportwoning te realiseren. Ter realisatie van de woning is een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek (GOM) en kan medewerking worden verleend aan de bouw van een nieuwe woning. Voor het plangebied waar de beoogde woning is voorzien is thans het bestemmingsplan Buitengebied, 1e herziening 2017 van toepassing. Wonen in het plangebied is op grond van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen naast Westeinde 6 te Noordwijkerhout. Het plangebied ligt in het buitengebied van Noordwijkerhout, ten westen van de kern Noordwijkerhout. Het plangebied betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Noordwijkerhout, sectie A, nummer 2297. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
7
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Overzichtskaart plangebied (rood omlijnd nieuwe woning Westeinde 4 en blauw omlijnd grenscorrectie Schulpweg 125C), bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied, 1e herziening 2017, zoals vastgesteld op 5 juli 2018. De gronden in het plangebied zijn bestemd als 'Agrarisch - Bollenteelt - Bollenzone 1'. Ter plaatse zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een bollenteeltbedrijf. Daarnaast zijn de gronden aangewezen als 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. De gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied, 1e herziening 2017 weer.
8
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied, 1e herziening 2017', bron: www.ruimtelijkeplannen.nl (rood omlijnd nieuwe woning Weisteinde 4 en blauw omlijnd grenscorrectie Schulpweg 125C)
De voor de nieuwe ontwikkeling vereiste bestemming 'Wonen' en bestemming 'Tuin' is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om die reden is een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer
In de planbeschrijving, hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid beschreven en in hoofdstuk 4 wordt getoetst aan de relevante omgevingsaspecten.
9
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
10
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied ligt aan het Westeinde, ten westen van de kern Noordwijkerhout. Het plangebied is gelegen in agrarisch gebied. De agrarische gronden worden gebruikt voor (bloem)bollenteelt. Naast de agrarische functie en een aantal woonhuizen zijn er in het omliggende gebied geen andere functies te vinden.
Luchtfoto plangebied, bron: Luchtfoto 2017
2.2
Toekomstige situatie
Dit plan voorziet in de bouw van een woning. De kavel van de nieuwe woning bedraagt 25 meter in de breedte en 40 meter in de diepte, in totaal een oppervlakte van circa 1.000 m2 . De verschijningsvorm van de woning zal aan moeten sluiten op het huidige straatbeeld en de welstandseisen. Voor de bouwhoogte wordt aangesloten bij de maatvoering van de woningen op naastgelegen percelen. De goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 4,5 respectievelijk 8 meter. De te realiseren woning wordt ontsloten via het Westeinde. De uitbreiding van het bestemmingsvlak Wonen voor het perceel Schulpweg 125C bedraagt circa 330 m2 .
11
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
2.3
Landschappelijk advies
Een landschapsadvies is opgesteld, zie Bijlage 1. In het advies is aandacht besteed aan de mogelijkheden voor landschappelijke inpassing. Om de breedte van de zichtlijn vanaf Westeinde 4 tussen de nieuwe woning en de bestaande bebouwing zo optimaal mogelijk te houden is ervoor gekozen om het nieuwe kavel smal te houden in de breedte en langer in de lengte en aan te laten sluiten op de bestaande groenstrook aan de straatzijde. Deze groenstrook kan zo worden versterkt en doorgetrokken vanuit de historie van het gebied. Aan de westzijde van het kavel wordt een meidoorn- of beukenhaag geplant die rond de 1,80 hoog is om zo het zicht op de naastgelegen bebouwing van Westeinde nummer 6 aan het zicht te onttrekken. Dit komt overeen met naastgelegen kavels, evenals een solitaire boom in de voortuin. Eventuele bijgebouwen kunnen dan ook aan deze zijde worden gesitueerd. De achterzijde van het kavel blijft open om zo het open zicht op het achterliggende landschap te behouden.De oostzijde van het kavel zal worden ontsloten door een bomenrij en een lagere haag. Deze lagere haag wordt doorgetrokken aan de voorzijde van het kavel. De solitaire boom die aan de voorzijde staat komt overeen met de solitaire boom van Westeinde nummer 2 en zorgt voor continuering in het straatbeeld.
De eisen van welstand zijn traditionele gevels van baksteen met natuurlijk riet of dakpannen als dakbedekking, doorzichten naar het achterland en de kaprichting mag haaks of evenwijdig aan de weg geörienteerd zijn. Op onderstaande afbeelding is de landschappelijke inpassing weergegeven.
Landschappelijke inpassing
12
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor het plangebied relevante geldende beleidskader. In paragraaf 3.1 wordt ingegaan op het Rijksbeleid. In paragraaf 3.2 is het provinciaal beleid opgenomen en het regionaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. In paragraaf 3.4 is het gemeentelijk beleid beschreven. Het in dit hoofdstuk samengevatte ruimtelijk beleidskader is niet uitputtend.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Het Rijk wil ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Het verstedelijkings- en landschapsbeleid laat het Rijk over aan provincies en gemeenten. De SVIR doet geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor het voorliggende plan. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.
Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer de ecologische hoofdstructuur, radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. Op 16 mei 2014 is het derde tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche voegt aan het Barro een titel toe over buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Met de toevoeging van deze titel aan het Barro wordt beoogd te waarborgen dat het leggen van buisleidingen die van nationaal belang zijn ook in de toekomst ruimtelijk mogelijk blijft. Naast deze toevoeging bevat het Barro nog enkele wijzigingen waarmee een aantal verbeteringen in het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening worden aangebracht, deze verbeteringen worden artikelsgewijze toegelicht. In het Barro zijn geen regels opgenomen die relevant zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. In de Handreiking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’
13
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat bij woningbouw in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van één burgerwoning in het buitengebied van de Zilk. Vanwege de kleinschalige omvang van het project kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De duurzaamheidsladder is niet van toepassing.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Visie Ruimte en Mobiliteit
Op 9 juli 2014 is de Visie Ruimte en Mobiliteit (hierna: VRM) door de provincie Zuid-Holland vastgesteld. Op 15 december 2016 is de Visie Ruimte en Mobiliteit door Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland geactualiseerd vastgesteld. De actualisering heeft betrekking op onder andere strandbebouwing, de 3 ha-kaart en de actualisering van de regionale visies voor wonen en kantoren. De VRM geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Hoofddoel van de VRM is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dit betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De VRM bevat een nieuwe sturingsfilosofie. De kern van deze filosofie is: ruimte bieden aan ontwikkelingen; aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit; allianties aangaan met maatschappelijke partners; minder toetsen op regels en meer sturen op doelen. De VRM bestaat uit vier documenten, te weten: de Visie ruimte en mobiliteit, de Verordening ruimte 2014, het Programma ruimte en het Programma mobiliteit. In de VRM zijn vier thema's onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
beter benutten en opwaarderen van wat er is; vergroten van de agglomeratiekracht; verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; bevorderen van de verandering naar een water- en energie-efficiënte samenleving.
De huidige ruimtelijke situatie – gecombineerd met de vier rode draden - vormt het vertrekpunt voor de Visie Ruimte en Mobiliteit. KWALITEIT VAN LANDSCHAP, GROEN EN ERFGOED Het sturen op ruimtelijke kwaliteit vormt een rode draad in het beleid van de provincie. Deze rode draad bepaalt in hoge mate de keuzes in de groene ruimte. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk en economisch gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten.
14
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Kwaliteitskaart deelgebieden
Bollenlandschap Het plangebied is aangewezen als Bollenlandschap. De kwaliteit en herkenbaarheid van dit landschap komen steeds verder onder druk door toenemende bedrijfsbebouwing en verstedelijking die niet geënt is op een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur. Mede door intensivering van de bollenteelt raakt het gebied daarmee steeds verder versnipperd. Het zicht op de bollenvelden wordt door bebouwing steeds meer beperkt. Dit betekent dat een ontwikkeling bijdraagt aan een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur, op een logische plek in deze structuur ligt en toekomstbestendig is. Opgave hierbij is om de intensivering in de landbouw en de verstedelijking te koppelen aan een versterking van de
15
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
landschappelijke structuur. Kustlandschap Het plangebied is gelegen in het Zuid-Hollandse kustlandschap. Veel meer dan de andere grote landschappen wordt het kustlandschap gekenmerkt door een afwisseling van stedelijk gebied, natuur en landschap. Instandhouding van de kwaliteiten van het duingebied en de landgoederenzone is van groot belang, met het oog op biodiversiteit en kustveiligheid. Dit gaat samen met de functie van een aantal duingebieden als waterwingebied. MOBILITEIT EN BEBOUWDE RUIMTE Greenport Duin- en bollenstreek Zuid-Holland kent onder de noemer greenports een aantal (glas)tuinbouwconcentratiegebieden die zich kenmerken door hun clusterwerking en de primaire productie en teelt van tuinbouwgewassen. De greenports vormen samen met het haven-industrieel complex het fundament van de Zuid-Hollandse economie. Evenals het havencomplex bevinden de greenports zich in een transitie. De provincie wil de greenports in Zuid-Holland waar mogelijk versterken en de transitie versnellen. Hierbij wordt het proces van verdergaande schaalvergroting, innovatie, verduurzaming en vervlechting van het logistieke netwerk van de greenports met de Rotterdamse haven steeds belangrijker. LAAG VAN DE BELEVING Openbaar vervoerpanorama De zogeheten OV-panorama’s zijn die plekken waar sprake is van een hoogwaardige Zuid-Hollandse reiservaring.
Er is sprake van een beleefbaar en zichtbaar landschap dat typisch is voor Zuid-Holland. Naast het criterium uniciteit vormen de kroonjuwelen hiervoor de basis. Hier wordt specifieke aandacht gevraagd voor de visuele relatie tussen spoor en landschappelijke omgeving. Draag zorg voor behoud of verbetering van de openheid (zicht op het omringende landschap) en respecteer de bestaande kwaliteiten binnen het panorama. LAAG VAN DE ONDERGROND Water als structuurdrager Het watersysteem beslaat zowel het oppervlakte- als het grondwater en is daarmee zeer bepalend voor het functioneren van de provincie in al haar facetten. Daarmee is het watersysteem ook medebepalend voor de ruimtelijke kwaliteit en vormt het een structuurdrager van de Zuid-Hollandse identiteit. 3.2.2
Verordening Ruimte
In samenhang met de structuurvisie, is ook de Verordening Ruimte (2014) opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. De volgende bepalingen zijn relevant voor het plan: Artikel 2.1.1 - Ladder voor duurzame verstedelijking De provincie wil op verschillende manieren bijdragen aan het beter benutten van bebouwde ruimte. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening hanteren gemeenten de “Ladder voor duurzame verstedelijking” om de keuze voor en situering van nieuwe woon- en werklocaties te verantwoorden. De provincie bevordert de consequente toepassing van de ladder door deze op te nemen in artikel 2.1.1. van de Verordening ruimte: Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. b. c.
de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd; in die behoefte wordt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, of indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt gebruik gemaakt van locaties die, 1. gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld, 2. passen in de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit, waarbij artikel 2.2.1 van toepassing is, en 3. zijn opgenomen in het Programma ruimte, voor zover het gaat om locaties groter dan 3 hectare.
16
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking moet een nieuwe stedelijke ontwikkeling primair plaatsvinden binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen het BSD. Een deel van die vraag past daar qua kwaliteit niet binnen. Daarnaast kunnen er kwantitatieve beperkingen zijn. Een randvoorwaarde bij beter benutten, is namelijk dat de leefkwaliteit in de bebouwde ruimte behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt. Ook kan de kwaliteit van de groene ruimte aanleiding zijn om een kwaliteitsverbetering te realiseren door middel van het toevoegen van stedelijke functies. Kortom: wonen en werken buiten het BSD zijn mogelijk en wenselijk. Voor gebiedseigen ontwikkelingen, die de bestaande ruimtelijke kwaliteit in stand houden of verbeteren, beslist de gemeente voortaan zelf. Artikel 2.1.7 - Bollenteeltgebied De verdere ontwikkeling van de Greenport Duin- en Bollenstreek tot een vitale, economisch concurrerende en duurzame greenport is van provinciaal belang. In verband hiermee streeft de provincie naar herstructurering van het bollencomplex, landschapsverbetering en handhaving van het teeltareaal bollengrond. Binnen het bollenteeltgebied bevinden zich ook bedrijfsgebouwen, (bedrijfs-)woningen met erf en de eventuele kassen van de bollenteeltbedrijven.
Een bestemmingsplan voor het bollenteeltgebied dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling anders dan bollenteelt toestaat op gronden die in het voorgaande bestemmingsplan zijn bestemd voor bollenteelt, voorziet in compensatie van bollenteeltgebied door middel van een overeenkomst hierover met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek. In artikel 2.1.7, lid 4 van de Verordening Ruimte (Greenportwoningen en ‘ruimte voor ruimte’ woningen) is bepaald dat een bestemmingsplan ook kan voorzien in greenportwoningen en ‘ruimte voor ruimte’-woningen als bedoeld in de Intergemeentelijke structuurvisie Greenport (ISG). Artikel 2.2.1 - Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Gebiedsgericht sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van ‘ja, mits’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte.
De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheidt maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen bij de aard en schaal van het gebied en 2) moeten voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. De drie soorten ontwikkeling die de provincie onderscheid zijn: Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van de bestaande kenmerken van een gebied. Aanpassing. Dit betreft een gebiedsvreemde ontwikkeling van relatief beperkte omvang of een (gebiedseigen, dan wel gebiedsvreemde) ontwikkeling die niet past bij de schaal en maat van het landschap. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat. 3.2.3
Afweging plangebied
Voorliggend plan betreft de bouw van een woning in het Bollenlandschap. Ter realisatie van de woning wordt een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek. Ten behoeve van het behoud van de ruimtelijke kwaliteiten in het gebied worden de gronden ingericht op basis van het Landschapsadvies. Voorts wordt voldaan aan de provinciale Ladder voor duurzame verstedelijking.
17
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Intergemeentelijke structuurvisie Greenport (ISG)
De raden van de zes Greenportgemeenten (Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen) beschikken sinds 2009 over een integrale ruimtelijke visie in de vorm van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin en Bollenstreek (ISG). Op 30 juni 2016 is de herziening door de gemeente Noordwijkerhout vastgesteld. De structuurvisie vervangt het 'Pact van Teylingen' en het 'Offensief van Teylingen'. De ISG is voor de Greenportgemeenten van de Duin- en Bollenstreek een wettelijk zelfbindend kader voor gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied tot 2030 en geldt als toetsingskader voor toekomstige plannen. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) B.V. zal samen met de aandeelhoudende Greenportgemeenten verder vormgeven aan de inhoud en uitvoering van het meerjarenprogramma, dat voortvloeit uit de ISG. De ISG is gericht op het creëren van een vitale Greenport met een vitaal landschap. Hiervoor zijn de volgende ambities en uitgangspunten opgesteld: 1. 2. 3. 4.
5.
6.
de economische herstructurering van de Greenport staat centraal; de gemeenten zullen de herstructureringsopgave combineren met landschapsverbetering; de gemeenten zullen verdergaande verrommeling van het landschap tegengaan; met het uitvoeren van de woningbouwopgave, zoals in de Gebiedsuitwerking Haarlemmer-meer-Bollenstreek overeen is gekomen, de maximale woningbouwbijdrage van de Duinen Bollenstreek bereikt is; de gemeenten het areaal aan 1e klas bollengrond van 2.625 ha duurzaam moeten handhaven, hoewel zij met het herstructureringsproces tijdelijke krimp onder nader te bepalen voorwaarden (waaronder harde tijdgebonden compensatiegaranties) toestaan; primaire greenportfuncties, zoals bollencluster, vaste planten, bloemencluster en toerisme (inclusief greenportgerelateerde handel en dienstverlening), krijgen bij conflicterende ruimteclaims prioriteit boven niet primaire greenportfuncties, zoals overige landbouw en veeteelt.
De basis om tot verbetering van de landschapskwaliteiten in de Duin- en Bollenstreek te komen is het Landschapsperspectief. In de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin en Bollenstreek wordt het landschap verdeeld in verschillende 'kamers' en worden de beleidsregels op hoofdlijnen weergegeven. Onderstaande kaart geeft het landschapsperspectief weer.
18
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
19
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Kaart Landschapsperspectief, plangebied rood omlijnd
Het plangebied is gelegen in de zone waar een 'nee, tenzij' beleid geldt gericht op sanering en in beginsel alleen uitbreidingen bebouwing toestaan onder strenge voorwaarden: openheid actief vergroten; behoud en versterken doorkijk en vensters. Voorliggend plan voorziet in de bouw van één woning aangrenzend aan het perceel Westeinde 6, waardoor geen sprake is van een aantasting van de openheid en/ of zichtlijnen. Voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de ambities van de ISG zoals onder andere opgenomen in de Kaart Landschapsperspectief. 3.3.2
Regionale woonagenda
De gemeenten in Holland Rijnland hebben op 20 februari 2018 de regionale woonagenda vastgesteld. Hierin staat wat de woonbehoefte is in de gemeenten in Holland Rijnland en hoe het woningaanbod per subregio op de vraag kan worden afgestemd. De regionale woonagenda is nodig omdat er veranderingen zijn op de woningmarkt. Deze is bijvoorbeeld veranderd van een aanbod- naar vragersmarkt. Ook de vraag naar de woningen zelf blijkt veranderd; de woonomgeving en de nabijheid van voorzieningen wordt steeds belangrijker. Volgens de prognoses is er tussen 2017 en 2030 een toename van de woningbehoefte van 22.100 tot ruim 28.00 woningen. Dat komt neer op 1.700 à 2.200 woningen per jaar. Om te voorzien in de regionale behoefte, is het hierbij nodig om in alle subregio's extra uitvoerbare plannen toe te voegen: tot 2030 in totaal minimaal 1.600 woningen. Hiertoe wordt een planlijst opgesteld. Toetsing Het voornemen betreft de realisatie van één nieuwe woning. Met deze ontwikkeling wordt een bijdrage
20
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
geleverd aan de doelen uit de regionale woonagenda.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Woonvisie 2015
De woonvisie (laatste versie september 2017) begint met een wensbeeld hoe Noordwijkerhout er in 2025 uit zou moeten zien. Vervolgens wordt er aangegeven dat we dit wensbeeld kunnen bereiken door drie pijlers van woonbeleid te versterken, te weten: Noordwijkerhout ontwikkelt zich als karakteristieke 'dorpse' gemeente; Kwetsbare doelgroepen: beschikbaarheid en betaalbaarheid; Wonen, welzijn en zorg. De woningbouwbehoefte in de periode 2015-2019 bedraagt 330 tot 500 woningen. Dit betekent de realisatie van 70 woningen voor de lokale vraag en 50 woningen voor de bovenregionale vraag. Een betere bereikbaarheid is ondersteunend aan de groei. Voorliggend plan voorziet in de bouw van een vrijstaande woning in het buitengebied van De Zilk, gelegen tussen de buurtschap Halfweg en Ruigenhoek. Het plangebied is via de Delfweg. Deze ontwikkeling past binnen de ambitie van de Woonvisie 2025. 3.4.2
Welstandsnota
In de welstandsnota is een analyse gemaakt van de gemeente Noordwijkerhout. Op basis van deze analyse zijn verschillende gebieden onderscheiden. Deze gebieden worden beschreven en gewaardeerd en aan de hand van de bevindingen zijn criteria geformuleerd waaraan bouwplannen in de betreffende gebieden (welstandshalve) zouden moeten voldoen. De beoordeling van de woongebouwen is gericht op afwisseling en individualiteit, zorgvuldige detaillering en traditioneel materiaal- en kleurgebruik. Voor bouwplannen in het buitengebied worden hier de beschrijving en de welstandscriteria gegeven. Bij aanvraag van de omgevingvergunning voor bouwen zal de Welstandscommissie beoordelen of de nieuwbouw past binnen de welstandseisen zoals deze gelden voor het buitengebied.
21
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
22
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de relevante milieuaspecten beschreven. Dit hoofdstuk bevat de uitkomsten van de (technische) onderzoeken met conclusies.
4.1
Water
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Voor de voorliggende ontwikkeling is daarom een digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) uitgevoerd. Het toets resultaat van de digitale watertoets is opgenomen in Bijlage 3. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. Waterschapsbeleid Op 9 maart 2016 heeft het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap van Rijnland het Waterbeheerplan 5 (WBP) vastgesteld. In dit plan geeft het Hoogheemraadschap aan wat haar ambities voor de planperiode 2016-2021 zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De hoofddoelen zijn: waterveiligheid: bescherming tegen overstromingen vanuit de zee en de rivieren; voldoende water: er is voldoende water. Niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik. schoon en gezond water: Rijnlands water is schoon, zodat de mens, de natuur en de economie er optimaal gebruik van kunnen maken. waterketen: het afvalwater wordt optimaal gezuiverd en de grondstoffen hergebruikt. Waterbeheer De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen.
Hiermee wordt voorkomen dat de ruimtelijke ontwikkeling in strijd is met het duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Op 10 juni 2016 is de nieuwe Keur Rijnland 2015 in werking getreden. Een nieuwe Keur is nodig vanwege de totstandkoming van de Waterwet en daarmee verschuivende bevoegdheden in onderdelen van het waterbeheer. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebods- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten en beken); andere waterstaatswerken (onder andere bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw verplicht een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terechtkomt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de Zilk.
In het plangebied zijn geen knel- en aandachtspunten inzake de waterkwaliteit en de waterkwantiteit bekend. Het hemelwater dat in het plangebied neerkomt op het onverharde oppervlak wordt opgenomen in de bodem door middel van infiltratie. In het plangebied wordt één woning gebouwd met een oppervlakte van circa 120 m2 . De oppervlakte van de woning, bijgebouwen en de erfverharding, is kleiner dan 500 m2 . Het is daarom op basis van de Keur niet noodzakelijk om een watervergunning aan te vragen. Er is ook geen compensatie nodig in de vorm van oppervlaktewater. Voor de bouw van de woning worden duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toegepast (dus geen zink, lood, koper, en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen.
23
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.2
Ecologie
Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. De ecologische inventarisatie is opgenomen in bijlage 2. Stikstof In de nabijheid van het plangebied zijn eerder al enkele bestemmingsplannen voor greenportwoningen vastgesteld, waarbij ook een stikstofberekening is uitgevoerd. Het gaat hier om Schulpweg 55 en Zilkerbinnenweg 14 e.o. Uit beide berekeningen blijkt dat er geen depositie plaatsvindt in stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Beide ontwikkelingen liggen dichter bij het stikstofgevoelig Natura-2000 gebied dan voorliggende ontwikkeling. Om deze reden kan er met voldoende zekerheid gesteld worden dat er geen extra stikstofdepositie optreedt in stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden ten gevolge van deze ontwikkeling. Conclusie Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat voldoende beeld ontstaan van de aanwezige natuurwaarden. Als gevolg van de ontwikkeling is geen sprake van verbodsovertredingen ten aanzien van soortenbescherming. Met inachtneming van het broedseizoen van vogels is een ontheffing van de Wnb voor soorten niet nodig.
Een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Een vergunning op grond van de Wnb voor de beoogde activiteiten is op voorhand niet nodig. Het plan is op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland. Op voorhand kan in redelijkheid worden gesteld dat de natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.
4.3
Bodem
Op basis van de Woningwet en het Bouwbesluit mag niet worden gebouwd op verontreinigde grond. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moet vaak een bodemonderzoek worden geleverd. Dit is een verplichting uit de Woningwet om de gezondheid en veiligheid te garanderen van mensen die wonen, werken of verblijven in het gebouw waarvoor vergunning wordt aangevraagd. Een bodemonderzoek is noodzakelijk wanneer: nog geen gegevens betreffende de bodemgesteldheid bekend zijn (dit betekent dus ook dat als er een bodemkwaliteitskaart is, er geen bodemonderzoek meer hoeft te komen); er meer dan twee uur per dag mensen in verblijven; het bouwwerk de grond raakt en; er na sloop wordt herbouwd. Plangebied In onderhavig geval is momenteel sprake van een sanering van de nog aanwezige bedrijfsbebouwing. In het kader van deze sanering zal na afloop een schone grond verklaring nodig zijn. Gelet hierop is aannemelijk dat de grond geschikt (of geschikt te maken) is voor het beoogd gebruik. Op dit punt kan het plan uitvoerbaar wordt geacht. Dit neemt overigens niet weg dat voor vergunningverlening bodemonderzoek vereist is.
24
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
4.4
Geluid
Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het bouwen van een woning aan het Westeinde. De Wet geluidhinder beschouwt dergelijke gebouwen als zogenaamd geluidsgevoelige gebouwen. Onderzocht dient derhalve te worden of toetsing aan de Wet geluidhinder dient plaats te vinden. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Buiten de bebouwde kom bedraagt de zonebreedte voor tweestrookswegen die aan weerszijden van de weg, gerekend vanuit de wegas, in acht moet worden genomen 250 m. In geval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zone dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Akoestisch onderzoek is uitgevoerd, zie Bijlage 4 Akoestisch onderzoek. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de locatie voldoet aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai. De Wet geluidhinder verzet zich derhalve niet tegen de komst van de woningen.
4.5
Archeologie en cultuurhistorie
4.5.1
Wet- en regelgeving
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.5.2
Archeologie
Het archeologiebeleid van de gemeente Noordwijkerhout is verankerd in het bestemmingsplan Buitengebied 2015. De gronden van het plangebied kennen de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. Een archeologische onderzoeksplicht geldt in principe indien het bouwplan een oppervlakte kent die groter is dan respectievelijk 100 en 500 m2 . Voor het plangebied is naar verwachting geen sprake van archeologische onderzoeksplicht. Dit vanwege de aanwezigheid van de bedrijfsbebouwing ter plaatse van de beoogde locatie van de woning. Op basis van een concreet bouwplan kan nader beoordeeld worden of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het bestemmingsplan bevat de benodigde regelingen ter bescherming van de eventuele archeologische (verwachtings)waarden. Voor het plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: ARCHISmeldpunt, telefoon 033-4227682). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
25
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
4.5.3
Cultuurhistorie
Het plangebied ligt in het door de provincie op de Kwaliteitskaart aangewezen bollenlandschap. Het bollenlandschap is ontstaan door het vergraven van oude duinen en strandwallen en de aanleg van een fijnmazig vaartenstelsel ten behoeve van de bollenteelt. Kenmerkend is de afwisseling van kleurrijke bollenvelden (seizoensgebonden), verspreide bebouwing en begroeiing, vaarten en sloten. Bijzonder zijn de (restanten van) landgoederen en oude duinen. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door een afwisseling van parallel aan de kustlijn gelegen open en verdichte zones. De kwaliteit en herkenbaarheid van dit landschap komen steeds verder onder druk door toenemende bedrijfsbebouwing en verstedelijking die niet geënt is op een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur. Mede door intensivering van de bollenteelt raakt het gebied daarmee steeds verder versnipperd. Het zicht op de bollenvelden wordt door bebouwing steeds meer beperkt. Dit betekent dat een ontwikkeling bijdraagt aan een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur, op een logische plek in deze structuur ligt en toekomstbestendig is. Opgave hierbij is om de intensivering in de landbouw en de verstedelijking te koppelen aan een versterking van de landschappelijke structuur. In het Landschapsadvies is beschreven op welke wijze de landschappelijk structuur wordt versterkt.
In het plangebied ligt geen bebouwing dat als rijks- of gemeentelijke monumenten is aangewezen. 4.5.4
Conclusie
Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' geen belemmering vormen voor onderhavige ontwikkeling.
4.6
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m3 , NO2 of PM10 ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.
Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit, heeft VROM, in samenwerking met InfoMil, de 'nibm-tool 2017' ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool (zie onderstaande afbeelding) is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. Hierbij is uitgegaan van 1 extra woning met in totaal 8 extra voertuigbewegingen. Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 ug/m3) niet overschrijdt. Het project wordt dan beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.
26
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Rekentool luchtkwaliteit
Conclusie De bouw van een vrijstaande woning kan gezien worden als een 'nibm' project. Daarom hoeft er niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Nader onderzoek op het gebied van luchtkwaliteit is daarom ook niet nodig. Voorts wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er worden geen personen blootgesteld aan onacceptabele concentraties luchtvervuiling.
4.7
Externe veiligheid
Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het in oktober 2004 in werking getreden Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de onderliggende regelgeving. Het beleid voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het op 1 januari 2011 in werking getreden Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb) met de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt "vertaald" als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de z.g. oriënterende waarde (OW).
Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. Risicokaart Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de digitale Risicokaart voor het plangebied weer.
27
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Uitsnede risicokaart (plangebied rode cirkel), bron: www.risicokaart.nl
In en nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook vindt in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.8
Bedrijven en milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. Deze afstemming beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Plangebied In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende omgevingstypen. De VNG-publicatie gebruikt het omgevingstype gemengd gebied om gebieden te typeren waar sprake is van meerdere functies die zorgen voor een bepaalde levendigheid, maar ook voor een bepaalde milieubelasting. In een dergelijk gemengd gebied wordt de vestiging van milieubelastende activiteiten op een kortere afstand dan in woongebieden, mogelijk geacht. Voor het plangebied en omgeving is sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Noordwijkerhout. In het plangebied is sprake van functiemenging. Het plangebied en het grootste deel van de omliggende gronden zijn in gebruik ten behoeve van bollenteelt.
Op het naastgelegen perceel aan het Westeinde 6 is een agrarisch aanverwant bedrijf aanwezig in de vorm van een agrarisch loonbedrijf en grondverzet.
28
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Voor dergelijke bedrijven (categorie dienstverlening ten behoeve van de landbouw - algemeen o.a. loonbedrijven > 500 m2 ) geldt in principe een richtafstand (vanwege geluid) van 50 m voor een rustige woonwijk en 30 m voor gemengd gebied. In dit geval is sprake van een gemengd gebied. Wanneer in een gemengd gebied minimaal 30 m wordt aangehouden tussen woningen en de hinderveroorzakende activiteiten, zal ter plaatse van de woning sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De woning wordt op een afstand van 10 m ten opzichte van het naastgelegen bedrijfsgebouw (tevens grens van het bouwvlak) gebouwd. Er wordt in principe niet voldaan aan de richtafstand. Ter plaatse is echter sprake van een bedrijfsgebouw die overeenkomstig de VNG-publicatie valt onder een regulier agrarisch bedrijfsgebouw, waarvoor een richtafstand van 10 m ten opzichte van een gemengd gebied aangehouden kan worden. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Daarom is ter plaatse van de beoogde woning sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omliggende gronden van het plangebied zijn bestemd voor bollenteelt. De VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering geeft hiervoor geen specifieke richtafstanden. Voor intensieve teelten waarbij sprake is van een intensief gebruik aan gewasbeschermingsmiddelen wordt op basis van jurisprudentie een richtafstand geadviseerd van 50 meter.
Voor de bollenteelt is sprake van een duidelijk afwijkend gebruik van de spuitactiviteiten en wordt het verantwoordelijk geacht om voor deze teelt af te wijken van de richtafstand. De spuitzones van gewasbeschermingsmiddelen worden niet beperkt door onderhavige ontwikkeling. Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering.
4.9
Verkeer en parkeren
In deze paragraaf wordt getoetst of het plan de verkeer- en parkeersituatie niet nadelig beïnvloed. Verkeer Voorliggend plan voorziet in de bouw van een woning op het perceel Westeinde 4 Noordwijkerhout. De locatie wordt ontsloten via het Westeinde. Op basis van de CROW publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' nr. 317 kan de verkeersgeneratie per woning worden berekend. Uitgaande van een vrijstaande koopwoning in 'het buitengebied' bedraagt de verkeersgeneratie per woning circa 8 mvt/dag. De ontwikkeling is dusdanig kleinschalig van aard dat deze geen/weinig invloed heeft op de verkeersveiligheid, doorstroming van het verkeer en de bereikbaarheid van naastgelegen perceel. Parkeren Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Op basis van de CROW publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' nr. 317 is de parkeernorm 2,0-2,8 parkeerplaats per woning. Op eigen terrein is voldoende ruimte om in de parkeerbehoefte te voorzien. Conclusie Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor het plan.
4.10 Milieueffectrapportage In bijlagen C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een bestemmingsplan planm.e.r.-plichtig, projectm.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). Een enkele woning valt niet onder de definitie van
29
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
D11.2. een stedelijke ontwikkeling. Er is geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.
4.11 Duurzaamheid Overeenkomstig het landelijk beleid en het gemeentelijk beleid dient duurzaam te worden gebouwd. Als duurzaamheid aan het begin van het project wordt meegenomen, is het veel eenvoudiger dan dat het later moet worden ingepast. Duurzame maatregelen maken de woningen comfortabeler en resulteren in een betere toekomstwaarde. Naast de wettelijke eisen ten aanzien van energie (EPC/BENG) en materialen (MPG) wordt tevens geadviseerd een GPR gebouw berekening uit te voeren.
30
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Bijlagen
31
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
32
Ruimtelijke onderbouwing Westeinde 4
Bijlage 1 Landschapsadvies
33
Landschappelijk inpassingsplan westeinde 4, noordwijkerhout
SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN NG LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP KE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LASCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE SING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA KE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPA LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJ
PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASS PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDS LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LALANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP NDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING L LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSIN PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPP HAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASS PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPA JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING L SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN NG LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP KE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LASCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE SING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA KE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPA LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJ Het huidige plangebied aan Westeinde 4
2
SING LANDSCHAPSCHAPPELIJKE PPELIJKE1.INPASInleiding E INPASSING LANDLANDSCHAPPELIJKE PPELIJKE INPASSING NG LANDSCHAPAPPELIJKE INPASNPASSING LANDNDSCHAPPELIJKE PELIJKE INPASSING NPASSING LANDNDSCHAPPELIJKE PPELIJKE INPASSING SING LANDSCHAPAPPELIJKE INPASASSING LANDLANDSCHAPPELIJKE NP-
APNDPASJKE
De huidige bebouwing aan Westeinde 4 is verplaatst en de initiatiefnemer wil één nieuw kavel van 1000m² realiseren met daarop één greenport woning. De gemeente Noordwijkerhout heeft gevraagd om hiervoor een verkenning/advies op te stellen over behoud van het doorzicht en mogelijkheden voor de landschappelijke inpassing. Voorliggend advies gaat hier nader op in.
3
PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASS PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDS LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LALANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP NDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING L LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSIN PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPP HAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASS PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPA JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING L SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN NG LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP KE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LASCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE SING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA KE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPA LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJ Open en gesloten gebieden oude situatie
4
Locatie Westeinde 4, open gebied in het lint. (huidige situatie)
SING LANDSCHAPSCHAPPELIJKE PPELIJKE2.INPASanalyse E INPASSING LANDOp de schaal van de polder zijn de bebouwingslinten en open en besloten gebieden zichtbaar. De open gebieden zijn LANDSCHAPPELIJKE landschappelijk waardevol en dienen open te blijven. Dit is zodanig benoemd in de Intergemeentelijke Structuurvisie PPELIJKEook INPASSING Greenport 2016: “ Vanaf de grote landschapsstructuren van de NG LANDSCHAPstrandwallen en strandvlaktes die van noord naar zuid lopen tot de vele te onderscheiden ‘landschapskamers’ moeten de APPELIJKE INPASlandschapskwaliteiten verbeteren. Herstructurering in combinatie met landschapsverbetering (inclusief opruimen NPASSING LANDverrommeling) dienen spoedig en slagvaardig ter hand worden genomen. Dit heeft de hoogste prioriteit”. NDSCHAPPELIJKE PELIJKE Uitgangspunten INPASSINGStructuurvisie Greenport 2016: NPASSING- LANDZichtlijnen Verrommeling tegengaan NDSCHAPPELIJKE PPELIJKEDeINPASSING analysekaarten geven een beeld van de huidige besloten gebieden en open gebieden met doorzichten. Ter hoogte van SING LANDSCHAPde groene lijnen is open gebied gelegen, de rode lijnen zijn gesloten gebied. De groene pijlen zijn zichtlijnen tussen de APPELIJKE INPASbebouwing door. Het bebouwingslint langs Westeinde wordt ASSING gekenmerkt LAND- door een afwisseling in doorzichten en verdichting.
Door de verplaatsing van het bedrijf komt er nu LANDSCHAPPELIJKE ruimte vrij om deze afwisseling te kunnen behouden en versterken. NUitgangspunten Analyse: PZichtlijnen Historie
APNDPASJKE
-
Vrij zicht bestaande woning
Historische structuur doortrekken 2
3
Vrij zicht nieuwe woning
Analyse zichtlijnen en plaatsing kavel
Inheemse beplantingssoorten Relatie met overige kavels aan Westeinde Solitaire boom voortuin
1850
1900
1975
5
PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASS PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDS LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LALANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP NDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING L LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSIN PASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHA SCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPP HAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE IN JKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LAN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING LANDSCHAP PPELIJKE INPASSING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING