KWIZ Armoedemonitor 2019 Inkomenseffectrapportage en enquete gemeente Noordwijk versie 1.0
Tekst van het document
2019 650 540 83%
Bijzondere bijstand Doelgroep Gebruik Bereik
763 224 29%
Inspanningspremie Doelgroep Gebruik Bereik
427 184 43%
Persoonsondersteunend budget Doelgroep Gebruik Bereik
519 141 27%
Collectieve zorgverzekering Doelgroep Gebruik Bereik
925 469 51%
Doe mee regeling Doelgroep Gebruik Bereik
925 161 17%
Jeugdfonds Sport en Cultuur Doelgroep kinderen 0 tot 18 jaar Gebruik kinderen Bereik kinderen
428 248 58%
Cumulatief gebruik regelingen voor volwassenen In de gemeente Noordwijk kunnen volwassenen met een inkomen tot 120 procent Wsm van vijf regelingen gebruikmaken: Kwijtschelding gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand, inspanningspremie of persoonsondersteunend budget, collectieve zorgverzekering en Doe mee regeling. Minimahuishoudens maken in 2019 gemiddeld van 1,8 van deze vijf regelingen gebruik. Meerpersoonshuishoudens met kinderen, huishoudens met een bijstandsuitkering en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken van meer regelingen gebruik dan gemiddeld. Dat past bij het beeld dat we ook in veel andere gemeenten zien. AOW’ers, huishoudens jonger dan 27 jaar en huishoudens met een westerse migratieachtergrond maken relatief weinig gebruik van de beschikbare minimaregelingen voor volwassenen.
24
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Figuur 3.2.1. Gemiddeld gebruik vijf regelingen, inkomen tot 120% Wsm Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen
1,8 1,6 1,7 2,2
Participatiewet AOW Overig inkomen
2,4 1,4 1,3
Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 jaar tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd
1,1 1,9 2,0 1,4
Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond
1,6 1,5 2,3
Cumulatief gebruik alle regelingen Naast de hiervoor genoemde regelingen kunnen huishoudens met kinderen ook nog gebruikmaken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Daarnaast kunnen ook kinderen gebruikmaken van de Doe mee regeling. Huishoudens met kinderen maken gemiddeld gebruik van 2,4 van de zes beschikbare regelingen. Van de huishoudens met kinderen maken huishoudens met een bijstandsuitkeringen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond gemiddeld van relatief veel regelingen gebruik. Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken van iets meer regelingen gebruik dan eenoudergezinnen. Figuur 3.2.2. Gemiddeld gebruik zes regelingen, inkomen tot 120% Wsm Eenoudergezin Meerpersoons met kinderen
2,0 2,7
Participatiewet AOW Overig inkomen
3,5 1,2 1,5
Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 jaar tot AOW-leeftijd AOW- leeftijd
1,7 2,6 2,4 1,2
Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond
1,6 1,6 3,2
25
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
3.3. Kenmerken gebruikers per regeling Hieronder volgen per regeling de kenmerken van de gebruikers. In bijlage 6 is een tabel opgenomen met de verdeling van bijstandsgerechtigden en niet-bijstandsgerechtigden die gebruik hebben gemaakt van de regeling. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting en Onroerende Zaak Belasting (OZB). De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op of rond het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum 13. In de gemeente Noordwijk is de inkomensgrens van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen 100 procent van het wettelijks sociaal minimum (Wsm). In 2019 hebben 540 huishoudens kwijtschelding toegekend gekregen. Hiervan ontvangen 262 een bijstandsuitkering. De kenmerken van de 540 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen zijn als volgt: Huishoudens met kinderen maken vaker gebruik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen dan huishoudens zonder kinderen; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken het vaakst gebruik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Noordwijk is erop gericht om mensen met een inkomen tot 110 procent Wsm die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. In 2019 hebben 224 huishoudens een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand gekregen. Hiervan hebben 135 huishoudens (ook) een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand ontvangen voor bewindvoering en/ of rechtsbijstand. Van de 224 huishoudens ontvangen 127 huishoudens een bijstandsuitkering. De kenmerken van alle 224 huishoudens die gebruikmaken van de bijzondere bijstand zijn als volgt; Huishoudens met een bijstandsuitkering maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan huishoudens met een overig inkomen of een AOW-uitkering; Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken het vaakst gebruik van de bijzondere bijstand; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan huishoudens met een andere achtergrond. Inspanningspremie (IP) Minima die langer dan een jaar een bijstandstuitkering hebben kunnen een inspanningspremie aanvragen voor de noodzakelijke bestaanskosten. Daarnaast moet men tussen de 27 jaar en AOW-leeftijd zijn en er is sprake van een arbeidsverplichting.
Er hebben 184 huishoudens gebruikgemaakt van de inspanningspremie: Meerpersoonshuishoudens met kinderen hebben het vaakst gebruik gemaakt van de inspanningspremie; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de inspanningspremie dan huishoudens met een andere achtergrond. Persoonsondersteunend budget (POB) Het persoonsondersteunend budget is een instrument om inwoners die al langer van een minimuminkomen leven te activeren en ondersteunen. Huishoudens die langer dan een jaar afhankelijk zijn van een inkomen tot 110 procent Wsm, kunnen een budget aanvragen voor noodzakelijke bestaanskosten. Aanvragers moeten tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd zijn en hebben geen arbeidsverplichting. Er hebben 141 huishoudens gebruikgemaakt van het persoonsondersteunend budget: Huishoudens met een bijstandsuitkering maken vaker gebruik van het persoonsondersteunend budget dan huishoudens met een overig inkomen; 13 De inkomensgrens van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen is wettelijk vastgelegd.
26
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Huishoudens zonder kinderen maken vaker gebruik van het persoonsondersteunend budget dan huishoudens met kinderen; Huishoudens met een Nederlandse achtergrond maken het vaakst gebruik van deze regeling. Het gebruik onder huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond blijft wat achter.
Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van Zorg en Zekerheid. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Daarnaast krijgen ze een gemeentelijke bijdrage voor de aanvullende verzekering. Bij de verzekeraar Zorg en Zekerheid kunnen deelnemers kiezen uit twee aanvullende pakketten; AV-gemeente-Standaard en AV-gemeente-Top. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 120 procent Wsm. In 2019 hebben 612 volwassenen een verzekering afgesloten via de collectieve zorgverzekering, dit zijn 469 verschillende huishoudens. Hiervan ontvangen 216 huishoudens een bijstandsuitkering. Van de 469 huishoudens heeft het merendeel (298 huishoudens) het uitgebreide pakket AV-gemeente-Top afgesloten. Er zijn 18 huishoudens die in 2019 beide pakketten hebben afgesloten (partners hebben een verschillend pakket). Tabel 3.3.1 Gebruik pakketten collectieve zorgverzekering, aantal huishoudens Pakket AV-gemeente-Standaard AV-gemeente-Top Totaal
2019 189 298 469
De kenmerken van de 469 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de collectieve zorgverzekering zijn: Huishoudens met een bijstandsuitkering maken het vaakst gebruik van de collectieve zorgverzekering, gevolgd door AOW’ers; Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken het vaakst gebruik van de collectieve zorgverzekering. Het gebruik onder eenoudergezinnen blijft wat achter; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de collectieve zorgverzekering dan huishoudens met een andere achtergrond. Doe mee regeling De gemeente Noordwijk vindt het belangrijk dat inwoners met een laag inkomen ook mee kunnen doen. Om tegemoet te komen in verschillende kosten zijn er Doe mee regelingen. Dit zijn regelingen voor zowel volwassenen als voor (ouders met) schoolgaande kinderen met weinig financieel eigen vermogen en een (gezamenlijk) inkomen lager dan 120 procent Wsm. In 2019 hebben 161 huishoudens een of meerdere verstrekkingen vanuit de Doe mee regeling gekregen. Tabel 3.3.2 Gebruik doe mee regeling, huishoudens Soort Doe mee kinderen Doe mee volwassenen Totaal
2019 68 155 161
De kenmerken van alle 161 huishoudens die gebruikmaken van de Doe mee regeling zijn als volgt: Huishoudens met een bijstandsuitkering maken vaker gebruik van de Doe mee regeling dan huishoudens met een andere inkomensbron; Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken het vaakst gebruik van de regeling;
27
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de Doe mee regeling dan huishoudens met een andere achtergrond.
Jeugdfonds Sport en Cultuur Met behulp van het Jeugdfonds Sport en Cultuur krijgen minimakinderen de kans om mee te doen aan sportieve en culturele activiteiten. Het fonds betaalt de contributie en eventuele attributen die nodig zijn. De fondsen zijn bedoeld voor kinderen tot 18 jaar waarvan het huishoudinkomen niet hoger is dan 120 procent Wsm. In totaal hebben 248 kinderen gebruikgemaakt van het Jeugdfonds Sport en Cultuur, waarvan 229 voor sport en 19 kinderen voor cultuur. Deze 248 kinderen wonen in 148 huishoudens. De kenmerken van alle 248 kinderen die gebruik hebben gemaakt van het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn als volgt: Kinderen in huishoudens met een bijstandsuitkering maken iets vaker gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur dan kinderen in huishoudens met een andere inkomensbron; Naar huishoudtype is het verschil nihil; Kinderen die met een niet-westerse migratieachtergrond maken net zo vaak gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur als kinderen met een Nederlandse achtergrond.
28
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
4. Wmo en schuldhulpverlening 4.1. Bijna een kwart minimahuishoudens maakt gebruik van de Wmo In 2019 hebben 2.370 huishoudens gebruikgemaakt van een of meerdere Wmo-voorzieningen. Van de 2.370 huishoudens heeft 11 procent (260 huishoudens) van een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat betekent dat 28 procent van alle minimahuishoudens ook een of meerdere Wmo-voorzieningen gebruikt. Bij andere gemeenten zien we dat gemiddeld 20 à 25 procent van de minimahuishoudens gebruikmaakt van de Wmo. De Overlap in de gemeente Noordwijk ligt daar dus boven. Gemiddeld gezien maken minima vaker gebruik van de Wmo dan inwoners met een hoger inkomen; 11 procent van de huishoudens met een hoger inkomen maakt gebruik van de Wmo. Het aandeel minima met Wmo is ten opzichte van 2014 gestegen; toen had 22 procent van alle minimahuishoudens een of meerdere Wmo-voorzieningen (in 2019: 28 procent). Van de 263 minimahuishoudens met Wmo is twee derde alleenstaand en 41 procent is tussen de 45 jaar en AOW-leeftijd. Het merendeel van de minimahuishoudens met Wmo (70 procent) heeft een Nederlandse achtergrond en 60 procent woont in Noordwijk. Tabel 4.1.1 Inkomensverdeling Wmo-gebruikers Wmo Minimahuishoudens Overige huishoudens Totaal
2014 Aantal % 114 8% 1.244 92% 1.358 100%
2019 Aantal % 263 11% 2.107 89% 2.370 100%
Aandeel Wmo t.o.v. alle huishoudens 28% 11% 12%
Tabel 4.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm met Wmo Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig Totaal
2014
2019 Aantal
21% 52% 27% 100%
89 92 82 263
34% 35% 31% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Overige huishoudens Totaal
81% 19% 100%
177 86 263
67% 33% 100%
Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
13% 35% 52% 100%
62 109 92 263
24% 41% 35% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
-
185 31 47 263
70% 12% 18% 100%
Wijk Noordwijkerhout Noordwijk De Zilk Totaal
-
96 158 9 263
37% 60% 3% 100%
29
%
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
4.2. Aantal minimahuishoudens met schulddienstverlening is gedaald Schulddienstverlening (SDV) is bedoeld voor inwoners die zelf hun problematische schulden niet meer kunnen oplossen. Het belangrijkste onderdeel va schulddienstverlening betreft een minnelijke schuldregeling, uitgevoerd door ISD Bollenstreek. Wanneer een minnelijk traject niet mogelijk is kan een aanvraag worden gedaan voor toelating tot de WSNP (het wettelijk traject). In de voormalige gemeente Noordwijk hadden in 2014 85 huishoudens hulp bij schulddienstverlening. In de huidige gemeente Noordwijk hebben 147 huishoudens in 2019 een vorm van schulddienstverlening gekregen. Hiervan heeft bijna twee derde een inkomen tot 120 procent Wsm (94 huishoudens). Afgezet tegen alle minima betekent dit dat 10,2 procent van de minimahuishoudens een vorm van schulddienstverlening heeft gekregen. Bij andere gemeenten ligt dat aandeel tussen de 10 en 20 procent. Onder niet-minima is het aandeel huishoudens in de SDV logischerwijs een stuk lager: 0,3 procent. 16 procent van de minimahuishoudens die een SDV-traject doorloopt heeft thuiswonende kinderen en ruim de helft heeft een Nederlandse achtergrond. 51 procent ontvangt een bijstandsuitkering. Het aandeel minimahuishoudens met thuiswonende kinderen is gedaald, in 2014 was dit 22 procent.
Tabel 4.2.1 Inkomensverdeling SDV-gebruikers SDV Minimahuishoudens Overige huishoudens Totaal
2014 Aantal % 56 63% 29 37% 85 100%
2019 Aantal % 94 64% 53 36% 147 100%
Aandeel SDV t.o.v. alle huish. 10,2% 0,3% 0,7%
Tabel 4.2.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm met SDV 2019 Categorie Inkomensbron Participatiewet Andere inkomensbron en AOW Totaal
2014
Aantal
55% 45% 100%
48 46 94
51% 49% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Meerpers zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal
64% 14% 22% 100%
56 23 15 94
59% 25% 16% 100%
-
55 13 26 94
58% 14% 28% 100%
34 60 94
36% 64% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Wijk Noordwijkerhout en De Zilk Noordwijk en De Zilk Totaal
30
%
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
De inkomenseffecten In dit hoofdstuk staan de inkomenseffecten.
Het effect van het landelijk beleid is groter dan het gemeentelijk beleid De financiële ondersteuning vanuit het Rijk is veel hoger dan vanuit de gemeente, zoals uit figuur 5.1.1. blijkt. Daarnaast zijn er (behoorlijke) verschillen per huishoudtype als het gaat om de hoogte van de gemeentelijke regelingen: minimahuishoudens met kinderen kunnen gebruikmaken van de kindregelingen, waardoor het bedrag dat zij van de gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen hoger is. Ook krijgen zij vanuit het Rijk extra toeslagen, zoals het kindgebonden budget. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt geleidelijk af bij een hoger inkomen, al verschilt deze afname per huishoudtype. Voor meerpersoonshuishoudens loopt dit bedrag sneller terug dan voor alleenstaanden. Voor alleenstaande ouders neemt dit bedrag iets toe omdat zij gebruik kunnen maken van de combinatiekorting. Het bedrag aan gemeentelijke regelingen neemt eveneens af bij een hoger inkomen. De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de Inspanningspremie kennen een inkomensgrens van 100 procent Wsm. De collectieve zorgverzekering, de regeling Sportieve, culturele en educatieve activiteiten (Doe mee regeling), het Jeugdfonds Sport en Cultuur, de vergoeding studiekosten en de Stimuleringsregeling kennen allen een inkomensgrens van 120 procent Wsm.
Hierdoor hebben alle huishoudens bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm geen recht meer op een maandelijkse gemeentelijke bijdrage. Maandelijkse bijdrages Rijk en gemeente, minima niet AOW-gerechtigd Bijdrage gemeente
Bijdrage Rijk
Alleenstaande € 122
100% Wsm 110% Wsm
€ 47
120% Wsm
€ 47
130% Wsm
€ 383 € 383 € 383
€0
€ 356
Alleenstaande ouder met twee kinderen € 224
100% Wsm 110% Wsm
€ 128
120% Wsm
€ 128
130% Wsm
€ 1.089 € 1.125 € 1.130
€0
€ 1.134
Paar zonder kinderen € 215
100% Wsm 110% Wsm
€ 94
120% Wsm
€ 94
130% Wsm
€0
€ 520 € 515 € 421 € 321
Paar met twee kinderen € 296
100% Wsm 110% Wsm
€ 176
120% Wsm
€ 176
130% Wsm
€0
€ 917 € 912 € 818 € 718
31
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Maandelijkse bijdrages Rijk en gemeente, minima AOW-gerechtigd Bijdrage gemeente
Bijdrage Rijk
Alleenstaande AOW-leeftijd € 92
100% Wsm 110% Wsm
€ 59
120% Wsm
€ 59
130% Wsm
€ 385 € 385 € 385
€0
€ 385
Paar AOW-leeftijd € 171
100% Wsm 110% Wsm
€ 118
120% Wsm
€ 118
130% Wsm
€ 524 € 524 € 507
€0
€ 487
De gemeentelijke bijdragen geven meer ruimte voor vrije bestedingen Alle minimahuishoudens houden door de gemeentelijke regelingen (meer) geld over voor het doen van vrije bestedingen. Dat zijn uitgaven voor bijvoorbeeld lidmaatschap bij een (sport)vereniging, bibliotheek, zakgeld, een dagje weg, etc. Per huishoudtype en inkomensgrens verschilt het bedrag dat ze voor vrije bestedingen overhouden echter aanzienlijk:
Paren (met en zonder kinderen) met een bijstandsuitkering zouden zonder de gemeentelijke bijdragen rond de € 50 per maand overhouden voor vrije bestedingen, minder dan alleenstaanden en alleenstaande ouders. Met de gemeentelijke regelingen is dit bedrag aanzienlijk hoger, vooral voor paren mét kinderen; Van alle huishoudtypen houden alleenstaande ouders maandelijks het grootste budget voor vrije bestedingen. Een alleenstaande ouder met een inkomen van 120 procent Wsm heeft € 567 per maand voor vrije bestedingen, een paar met twee kinderen van dezelfde leeftijd en eveneens een inkomen van 120 procent Wsm heeft daar maandelijks € 424 voor. Dit verschil komt onder anderen doordat alleenstaande ouders bij een inkomen van 120 procent Wsm maandelijks € 1.094 aan toeslagen van het Rijk krijgen, paren met kinderen krijgen op dat inkomensniveau € 783 per maand (zie figuur 4.1.1). Alleenstaande ouders houden langer recht op hetzelfde bedrag aan huur- en zorgtoeslag, en krijgen een hoger bedrag aan kindgebonden budget dan paren met kinderen; Het financiële effect van de gemeentelijke regelingen is duidelijk zichtbaar. De regelingen leveren voor de huishoudens bij een inkomen tot 120 procent Wsm extra bestedingsruimte op.
Tegelijkertijd zorgt het wegvallen van het recht op de regelingen bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm voor een terugval in het vrij besteedbaar budget bij alleenstaande ouders en paren (met en zonder kinderen). Bij alleenstaande ouders en paren (met en zonder) kinderen is het vrij besteedbaar budget bij een inkomen van 130 procent Wsm hierdoor lager dan bij een inkomen van 120 procent Wsm; Paren met kinderen hebben na het wegvallen van de gemeentelijke regelingen bij een inkomen gelijk aan 130 procent Wsm minder geld over om vrij te besteden dan zij zouden hebben in de bijstandssituatie. In de volgende paragraaf gaan we hier verder op in; Bij een inkomen van 100 en 110 procent Wsm is het vrij besteedbaar budget voor alleenstaanden van de AOW-leeftijd groter dan de vrije bestedingsruimte voor paren van dezelfde leeftijd. Bij een inkomen van 120 en 130 procent Wsm is het vrij besteedbare budget voor paren groter.
32
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Het budget dat huishoudens nodig hebben voor, of zullen uitgeven aan vrije bestedingen verschilt per huishoudtype. Een paar met kinderen zal daar meer aan (willen) uitgeven dan een alleenstaande. In bijlage 9 staat per huishoudtype het normbudget voor vrije bestedingen. Uiteraard zal iemand die nauwelijks geld meer over heeft, dat niet per se daaraan besteden. Vrij besteedbaar budget per huishoudtype, minima niet AOW-gerechtigd Huishoudtype Alleenstaande Exclusief gemeente Inclusief gemeente Alleenstaande ouder, 2 kinderen Exclusief gemeente Inclusief gemeente Paar zonder kinderen Exclusief gemeente Inclusief gemeente Paar, 2 kinderen Exclusief gemeente Inclusief gemeente
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
91 213
196 243
301 349
391 391
218 441
329 457
439 567
560 560
50 264
195 289
251 346
324 324
47 343
192 368
249 424
321 321
Vrij besteedbaar budget per huishoudtype, minima AOW-gerechtigd Huishoudtype Alleenstaande (AOW-leeftijd) Exclusief gemeente Inclusief gemeente Paar (AOW-leeftijd) Exclusief gemeente Inclusief gemeente
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
166 254
284 339
401 457
558 558
67 231
226 337
369 480
585 585
Werken vanuit de bijstand loont in de meeste situaties Bijstandsgerechtigden die gaan werken tegen een loon van 110, 120 of 130 procent Wsm gaan er in totaal inkomen altijd op vooruit. Dit totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen inclusief vakantietoeslag, toeslagen van het Rijk en de gemeentelijke minimaregelingen. Het recht op de kwijtschelding en de Inspanningspremie vervalt bij een inkomen hoger 100 procent Wsm. Hierdoor is de vooruitgang in totaal inkomen ten opzichte van de bijstandssituatie bij een loon van 110 procent Wsm voor alle huishoudtypen minimaal (1 of 2 procent). De andere gemeentelijke regelingen hebben een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Bij een inkomen hoger dan 120 procent, vervalt het recht op deze gemeentelijke regelingen. Dit betekent dat bij werkaanvaarding tegen een loon van 130 procent Wsm een relatief groot bedrag aan regelingen komt te vervallen, met name voor huishoudens met kinderen. De Rijkstoeslagen verschillen per huishoudtype. Bij de meeste huishoudtypen dalen de toeslagen bij een hoger inkomen. Met als gevolg dat het huishouden er per saldo niet of slechts in beperkte mate op vooruit gaat. Paren met kinderen krijgen te maken met een terugval in inkomen als zij gaan werken tegen een loon van 130 procent Wsm. Financieel gezien is (meer) werken voor deze huishoudens het minst aantrekkelijk. Zij krijgen te maken met een armoedeval.
Alleenstaanden gaan er relatief het meest op vooruit wanneer zij gaan werken vanuit de bijstand. 33
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Alleenstaanden gaan bij een hoger inkomen er steeds op vooruit. Een alleenstaande die vanuit een bijstandssituatie werk aanvaardt waarbij hij tussen 110 en 130 procent van het Wsm verdient, gaat er bij ieder hoger inkomen ook meer op vooruit ten opzichte van de bijstand. Bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm stijgt zijn totaal inkomen met € 167 (11 procent) per maand ten opzichte van de bijstandssituatie; Een alleenstaande krijgt bij een loon gelijk aan 120 procent Wsm hetzelfde bedrag aan toeslagen van het Rijk als bij een bijstandsuitkering. Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm loopt de bijdrage van het Rijk terug (de huurtoeslag daalt dan, de zorgtoeslag blijft nog gelijk); Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm heeft een alleenstaande geen recht meer op gemeentelijke regelingen. Alleenstaande ouders behouden het langst recht op hetzelfde bedrag aan toeslagen. Alleenstaande ouders gaan er ten opzichte van de bijstandssituatie op vooruit als ze werk aanvaarden tegen een loon tussen 110 en 130 procent Wsm; De landelijke toeslagen lopen niet af, maar nemen iets toe bij een hoger inkomen. Het bedrag aan huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget blijft even hoog en bij werkaanvaarding ontvangt hij nog een combinatiekorting; Het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm is € 19 lager dan het totaal inkomen bij een loon van 120 procent Wsm.
Dit komt omdat een alleenstaande ouder geen recht meer heeft op een gemeentelijke bijdrage als het inkomen hoger is dan 120 procent Wsm. De toename in loon en toeslagen vanuit het Rijk kan het verlies aan gemeentelijke bijdragen niet volledig compenseren; Het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm is nog wel € 137 (6 procent) hoger dan het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 100 procent Wsm. Paren zonder kinderen hebben € 37 extra aan inkomen bij werkaanvaarding tegen 130 procent Wsm. Paren zonder kinderen die vanuit de bijstandssituatie werk aanvaarden tegen een loon gelijk aan 110 tot 130 procent gaan erop vooruit. Wanneer een van hen werk aanvaardt waarbij hij een loon van 130 procent Wsm verdient, hebben zij maandelijks € 37 (2 procent) meer te besteden; Het totaal inkomen bij een loon gelijk 130 procent Wsm is lager dan bij een loon gelijk aan 120 procent Wsm, en slechts € 12 hoger dan bij een loon gelijk aan 110 procent Wsm. Dit komt door de afname aan bijdragen vanuit het Rijk en het vervallen van het recht op de gemeentelijke regelingen, die niet volledig kunnen worden gecompenseerd door de stijging van het loon; De toeslagen van het Rijk lopen geleidelijk terug. Een paar met een bijstandsuitkering ontvangt maandelijks € 520 aan landelijke toeslagen, een paar met een inkomen van 130 procent Wsm ontvangt maandelijks € 321 aan toeslagen.
De bijdrage vanuit de gemeentelijke regelingen loopt terug van € 215 in de bijstandssituatie naar € 0 bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm. Paren met kinderen gaan er op achteruit wanneer zij gaan werken tegen een loon van 130 procent Wsm Paren met twee kinderen gaan er ten opzichte van de bijstandssituatie een paar procent op vooruit als zij gaan werken tegen een loon van 110 of 120 procent Wsm. Het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm is echter lager dan in de bijstandssituatie. Voor paren met kinderen heeft werken tegen een hoger loon dus niet altijd (financieel) voordeel; De toeslagen van het Rijk lopen stapsgewijs terug. Het bedrag van landelijke toeslagen daalt bij paren met twee kinderen van € 917 in de bijstandssituatie naar € 718 bij een inkomen gelijk aan 130 procent Wsm. Bij een inkomen van 130 procent Wsm hebben zij daarnaast geen recht meer op de gemeentelijke regelingen; Door de teruglopende bijdragen vanuit het Rijk en de gemeente gaan paren met kinderen er bij een inkomen van 130 procent Wsm € 44 (2 procent) op achteruit ten
34
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
opzichte van de bijstandssituatie. De toename in loon kan de afname aan maandelijkse bijdragen niet voldoende compenseren. Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding per huishoudtype
Huishoudtype Alleenstaande 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Alleenstaande ouder, 2 kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Paar zonder kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Paar, 2 kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm
Netto inkomen incl. VT
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
1.052 1.158 1.263 1.368
383 383 383 356
122 47 47 0
1.557 1.588 1.693 1.724
+ 31 + 136 + 167
+ 2% + 9% + 11%
1.052 1.158 1.263 1.368
1089 1125 1130 1134
224 128 128 0
2.365 2.411 2.521 2.502
+ 46 + 156 + 137
+ 2% + 7% + 6%
1.503 1.654 1.804 1.954
520 515 421 321
215 94 94 0
2.238 2.263 2.319 2.275
+ 25 + 82 + 37
+ 1% + 4% + 2%
1.503 1.654 1.804 1.954
917 912 818 718
296 176 176 0
2.716 2.741 2.798 2.672
+ 25 + 82 - 44
+ 1% + 3% - 2%
35
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Met behulp van onderstaande casussen leggen we deze tabel uit. Eerst bespreken we Jan, die eerst een bijstandsuitkering ontvangt en daarna voor een steeds hoger loon gaat werken. Daarna bespreken we Robin en Max, een paar met twee kinderen van 8 en 13 jaar. Ook zij ontvangen eerst een bijstandsuitkering, daarna aanvaardt een van beiden werk tegen een steeds hoger loon. Voorbeeld Casus tabel 5.3.1 Jan is alleenstaand en krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.052 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Hij heeft maandelijks recht op € 383 aan toeslagen van het Rijk. Voor Jan bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Jan rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 122 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, korting op de collectieve zorgverzekering, de regeling Sportieve, culturele en educatieve activiteiten (Doe me regeling) en de Inspanningspremie. In totaal heeft Jan een inkomen van € 1.557 per maand. Als Jan werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.158 per maand. Hij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 383 per maand. Het recht op kwijtschelding en de Inspanningspremie vanuit de gemeente komt te vervallen.
Jan heeft nog steeds recht op de korting op de collectieve zorgverzekering en de regeling Sportieve, culturele en educatieve activiteiten (Doe mee regeling). De gemeentelijke bijdragen zijn dan samen € 47 per maand. Het totaal inkomen van Jan is bij een inkomen van 110 procent Wsm € 1.588. Dit is een stijging van € 31 (2 procent) ten opzichte van zijn totaal inkomen bij een bijstandsuitkering. Wanneer Jan tegen een inkomen van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt zijn nettoinkomen naar € 1.263 per maand. De bijdrage van het Rijk blijft € 383. De bijdragen van de gemeente blijven ook hetzelfde, namelijk € 47. Het totale inkomen van Jan is € 1.693 per maand. Dit is € 136 (9 procent) meer dan wanneer Jan een bijstandsuitkering heeft. Als Jan gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.368 per maand. De bijdragen van het Rijk zijn gedaald naar € 356 per maand. Jan ontvangt minder huurtoeslag, maar nog net zoveel zorgtoeslag. De gemeentelijke bijdragen zijn komen te vervallen, want Jan heeft vanwege zijn hogere inkomen geen recht meer op de minimaregelingen. Het totale inkomen van Jan is nu € 1.724 per maand, dit is € 167 (11 procent) meer dan toen hij een bijstandsuitkering had.
36
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Voorbeeld Casus tabel 5.3.1: paar met kinderen Robin en Max hebben twee kinderen van 8 en 13 jaar oud en krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.503 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij hebben maandelijks recht op € 917 aan toeslagen van het Rijk, bestaande uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. Ook kunnen Robin en Max rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente. Deze bijdrage bestaat voor hun beiden uit de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, de regeling Sportieve, culturele en educatieve activiteiten (Doe mee regeling) en de Inspanningspremie. Voor hun kinderen maken zij daarnaast aanspraak op het Jeugdfonds Sport & Cultuur en de vergoeding van studiekosten. Maandelijks kunnen zij daarmee rekenen op € 296 vanuit de gemeente. In totaal hebben Robin en Max een inkomen van € 2.716 per maand. Als Robin of Max werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt hun nettoinkomen naar € 1.654 per maand. De toeslagen vanuit het Rijk zijn nu iets lager, namelijk € 912. De gemeentelijke bijdragen zijn nu € 176 per maand. Robin en Max hebben geen recht meer op de kwijtschelding en de Inspanningspremie, maar houden recht op alle andere gemeentelijke regelingen.
Het totaal inkomen van Robin en Max bij een inkomen van 110 procent Wsm is € 2.741 per maand. Dit is een stijging van € 25 (1 procent) ten opzichte van hun totaal inkomen wanneer zij een bijstandsuitkering hebben. Wanneer Robin of Max tegen een loon van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt hun nettoinkomen naar € 1.804 per maand. De bijdrage van het Rijk neemt iets verder af en is nu € 818 per maand. De maandelijkse gemeentelijke bijdrage blijft gelijk, dus € 176. Het totale inkomen van het gezin is nu € 2.798 per maand. Dit is € 82 (3 procent) meer dan wanneer zij een bijstandsuitkering zouden hebben. Als Robin of Max gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm, dan stijgt hun nettoinkomen naar € 1.954 per maand. De bijdragen van het Rijk dalen naar € 718 per maand. Zij hebben nu geen recht meer op een gemeentelijke bijdrage vanwege hun hogere inkomen. Het totaal inkomen van Robin en Max is nu € 2.672 per maand. Dit is € 44 (2 procent) minder dan toen zij nog een bijstandsuitkering hadden.
Vergelijking inkomenseffecten 2015 - 2020 In 2015 heeft KWIZ ook onderzoek gedaan naar de inkomenseffecten van het toenmalige landelijke en lokale beleid (de nulmeting). Daaruit kwam naar voren dat er, door het verlies van het recht op gemeentelijke en de afname van landelijke bijdragen, een armoedeval optrad bij paren (zowel met als zonder kinderen) wanneer zij vanuit de bijstand gingen werken tegen een loon van 110 of 120 procent Wsm: hun totale inkomen was dan lager dan in de bijstandssituatie, werken tegen een loon van 110 of 120 procent Wsm loonde dus financieel niet voor paren in 2015. Sinds 2015 heeft een aantal veranderingen in het lokale en landelijke beleid plaatsgevonden. Ten eerste nemen de bijdragen vanuit het Rijk minder snel af bij een hoger inkomen. Daarnaast heeft de overheid de hoogte van de toeslagen verhoogd: de bijdragen vanuit het Rijk in 2020 zijn enkele tientallen euro’s hoger dan in 2015 (voor de huurtoeslag wordt dit verschil gedeeltelijk verklaard omdat de huur in 2020 hoger is, wat resulteert in een hogere huurtoeslag). Door verschillende gemeentelijke beleidswijzigingen sinds 2015 is de maximale bijdrage die minimahuishoudens vanuit de gemeentelijke regelingen kunnen krijgen in 2020 eveneens hoger.
Dit komt omdat er zowel meer minimaregelingen zijn in 2020 én omdat de inkomensgrenzen van de meeste regelingen zijn verhoogd van 110 naar 120 procent Wsm.
37
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Al deze wijzigingen hebben tot gevolg dat er in 2020 geen armoedeval meer optreedt wanneer paren (en ook alleenstaanden en alleenstaande ouders) in de gemeente Noordwijk vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon van 110 of 120 procent Wsm: werken tegen een dergelijk inkomen loont nu dus wél. Daarnaast gaan alle huishoudens er in 2020 méér op vooruit dan in 2015 wanneer zij vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon van 110 of 120 procent Wsm (hun stijging in inkomen is groter geworden). Bijvoorbeeld: waar een alleenstaande in 2015 een inkomensgroei van 4 procent tegemoet zag als hij vanuit de bijstand ging werken tegen een loon van 120 procent Wsm, is deze inkomensgroei in dezelfde situatie in 2020 9 procent. Zie tabel 5.4.1 voor de vergelijkende cijfers 2015 - 2020. Toch is er in 2020 in een bepaalde situatie nog wel sprake van een armoedeval: paren met kinderen gaan er op achteruit wanneer zij vanuit de bijstand werk aanvaarden tegen een loon van 130 procent Wsm14. Vergelijking inkomenseffecten 2015-2020
Huishoudtype Alleenstaande 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm Alleenstaande ouder, 2 kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm Paar zonder kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm Paar, 2 kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm
Bijdrage Rijk 201515
Bijdrage Rijk 2020
Bijdrage gemeente 2015
Bijdrage gemeente 2020
Groei van totaal inkomen t.o.v. 100% Wsm 2015
Groei van totaal inkomen t.o.v. 100% Wsm 2020
301 301 284
383 383 383
120 36 0
122 47 47
+ 1% + 4%
+ 2% + 9%
938 950 952
1089 1125 1130
138 36 0
224 128 128
+ 0% + 4%
+ 2% + 7%
415 370 277
520 515 421
199 73 0
215 94 94
- 2% - 3%
+ 1% + 4%
755 732 623
917 912 818
199 73 0
296 176 176
- 1% - 3%
+ 1% + 3%
14 In 2015 zijn de inkomenseffecten alleen berekend voor huishoudens met een inkomen tot maximaal 120
procent Wsm. Daarom kunnen we niet aantonen of de armoedeval voor de minima met een inkomen van 130 procent kleiner (of groter) is geworden. 15 In het rapport van 2015 is de kinderbijslag niet meegenomen in de bijdragen vanuit het Rijk, in 2020 is dit wel het geval. Om de resultaten te kunnen vergelijken is daarom de bijdrage voor de kinderbijslag in 2015 (waar van toepassing) in deze tabel opgeteld bij de bijdrage Rijk 2015. Dit is de hoogte van de kinderbijslag zoals die was in 2015. Dit heeft geen invloed op de inkomenseffecten omdat de hoogte van de kinderbijslag niet inkomensafhankelijk is.
38
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
6. Enquête: Kenmerken respondenten In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de kenmerken van respondenten. De helft van de respondenten is tussen de 46 en 66 jaar oud en 60 procent van de respondenten woont alleen Van alle respondenten is 51 procent tussen de 46 en 66 jaar oud en bijna een kwart heeft de AOW-leeftijd. 60 procent van de respondenten woont alleen en 18 procent woont met thuiswonende kinderen16. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten voornamelijk dat zij inwonen bij hun ouders. De helft van de respondenten woont in Noorwijk Binnen. Figuur 6.1.1. Leeftijd, woonsituatie en woonplaats (N=200~N=202)
Wat is uw leeftijd
Wat is uw woonsituatie?
3% Ik woon alleen 18 t/m 26 jaar 22%
9% 9%
24% 27 t/m 45 jaar
Alleenstaande ouder
13%
Paar zonder kinderen 60%
9%
46 t/m 65 jaar 51% 66 jaar of ouder
Paar met kinderen Anders, namelijk:
In welke wijk woont u? 3% Noordwijk Zee 17% 30%
Noordwijk Binnen Noordwijkerhout 50% De Zilk
De meeste respondenten hebben een chronische ziekte of beperking Het grootste deel (62 procent) van de respondenten heeft een chronische ziekte, beperking of handicap. Dit aandeel is nog iets hoger onder alleenstaande respondenten (64 procent) en bij respondenten tussen de 45 en 66 jaar (68 procent). Iets meer dan de helft van alle respondenten heeft een uitkering van de gemeente. Van deze respondenten heeft 72 procent ook chronische ziekte, beperking of handicap. Naar huishoudtype hebben respondenten die samenwonen zonder kinderen minder vaak een uitkering van de gemeente dan andere huishoudtypen (32 procent).
16 Er is hierbij niet expliciet gevraagd naar kinderen jonger dan 18 jaar. Dit aandeel kan dus ook
respondenten betreffen die samenwonen met volwassen kinderen.
39
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Figuur 6.1.2. Algemene vragen (N=192 & N=193)
Twee algemene vragen Ja Heeft u een chronische ziekte, beperking of handicap?
Nee
62%
Krijgt u een uitkering van de gemeente, zoals bijstand, TOZO, Bbz of IOAW/IOAZ?
38%
53%
47%
Een kwart van de respondenten heeft een inkomen uit pensioen en/of AOW Een kwart van de respondenten heeft een bijstandsuitkering als belangrijkste inkomensbron en een kwart van de respondenten heeft een inkomen uit AOW en/of pensioen. Andere inkomensbronnen die respondenten noemen zijn voornamelijk een IOAW-uitkering. De respondenten is gevraagd wat hun voornaamste dagelijkse bezigheid of werksituatie is. Hierbij geeft 21 procent aan dat zij vrijwilligerswerk doen, dit zijn voornamelijk mensen met een bijstandsuitkering. Bijna één op de vijf is met pensioen. Daarnaast is 16 procent werkloos en op zoek naar een baan; 15 procent werkt wel, veelal parttime. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten voornamelijk dat zij arbeidsongeschikt of (tijdelijk) ziek zijn. Figuur 6.1.3. Soort inkomen (N=200)
Wat voor soort inkomen heeft u? Bijstandsuitkering
25%
AOW en/of pensioen
25%
Loon uit arbeid
13%
WAO/WIA/Wajong
12%
Uitkering WW Loon uit eigen onderneming
4% 1%
Anders, namelijk:
15%
Dit zeg ik liever niet
5%
Figuur 6.1.4. Werksituatie (N=196)
Wat is uw situatie? Ik doe vrijwilligerswerk
21%
Ik ben met pensioen
19%
Ik ben werkloos/ op zoek naar een baan
16%
Ik werk parttime in loondienst
13%
Ik ben huisman/ huisvrouw Ik werk voltijd in loondienst
10% 2%
Ik werk als zelfstandige/ ZZP-er
1%
Ik ben student
1%
Anders, namelijk:
17%
40
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
De meeste respondenten gebruiken landelijke toeslagen Vrijwel alle respondenten ontvangen maandelijks de zorgtoeslag vanuit het Rijk. Ook de huurtoeslag wordt veel gebruikt. Van de respondenten met kinderen maakt bijna 80 procent gebruik van het Kindgebonden budget. De kinderopvangtoeslag wordt door een klein deel van de respondenten met kinderen gebruikt, maar is wel bij meer dan de helft van de respondenten bekend. Het lage gebruik kan verklaard worden doordat deze toeslag voor een specifieke doelgroep is bedoeld. Alleen mensen met jonge kinderen (die naar de kinderopvang gaan) kunnen deze toeslag aanvragen. Figuur 6.1.5. Gebruik landelijke toeslagen (N=27~N=200)
Gebruikt u landelijke toeslagen? Ja
Nee, maar ken ik wel
Nee 1%
Zorgtoeslag
97%
Huurtoeslag
87%
Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag
2% 8% 5%
79% 15%
41%
41
9% 44%
12%
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
7. Enquête: Minimaregelingen In dit hoofdstuk geven we een overzicht van het gebruik en de kennis van de minimaregelingen. Ook geven we een overzicht van de effecten van de regelingen. De meeste respondenten kennen en gebruiken de kwijtschelding Van alle gemeentelijke regelingen is de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen het meest bekend: 80 procent van de respondenten kent deze regeling, 76 procent maakt er ook gebruik van. Daarna is de collectieve zorgverzekering het meest bekend (bij 78 procent). De individuele studietoeslag is bij 8 procent van de respondenten bekend, wat logisch is aangezien de doelgroep voor deze regeling klein en specifiek is, namelijk studenten met een arbeidshandicap. Slechts een klein deel van de respondenten (8 procent) maakt van geen enkele regeling gebruik. Een meerderheid van de respondenten heeft een chronische ziekte, beperking of handicap. Deze groep maakt iets meer gebruik van de collectieve zorgverzekering dan gemiddeld gebruik van de collectieve zorgverzekering (69 procent). Figuur 7.1.1. Gebruik en kennis regelingen (N=109 17~N=181)
Gebruikt u de regelingen? Ja
Nee, maar ken ik wel
Kwijtschelding
76%
Collectieve zorgverzekering
4%
68%
Bijzondere bijstand
42%
POB/IP
29%
10% 22%
35%
Doe mee regeling Individuele studietoeslag
Nee
6%
22% 36%
59%
9%
6%
20%
62% 92%
2%
De regelingen helpen de respondenten vooral bij rekeningen betalen en huishoudelijke apparaten kopen Aan de respondenten die een of meerdere regelingen gebruiken is gevraagd waar de regelingen hen bij helpen; bij bijna de helft van de respondenten helpen de regelingen (onder andere) bij het betalen van rekeningen, bij eveneens 35 procent helpen de regelingen bij het aanschaffen van huishoudelijke apparaten. Dit laatste zien we vaker bij respondenten die de het POB/de IP en/of de Doe mee regeling gebruiken (ruim 50 procent). Bij 31 procent helpen de regelingen om noodzakelijke medische zorg te krijgen, en dit zien we nog iets vaker onder gebruikers van de collectieve zorgverzekering (35 procent). Daarnaast geven respondenten die de Doe mee regeling gebruiken vaker dan gemiddeld aan dat de regelingen hen helpen om huishoudelijke apparaten te kopen (door 50 procent), mee te doen aan sportieve activiteiten en om kleren te kopen (beiden door 41 procent). Ook helpen de regelingen deze respondenten vaker bij het betalen van leuke activiteiten voor zichzelf (36 procent) en van het meedoen aan culturele activiteiten (30 procent). Dit zijn ook allemaal kosten die vanuit de Doe mee regeling kunnen worden vergoed. Het kopen van huishoudelijk apparaten wordt vanuit de Doe mee regeling alleen vergoed voor AOW-gerechtigden; van de
17 De kennis en het gebruik van de POB/IP is berekend onder respondenten tussen 18 en 66 jaar oud.
42
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
AOW-gerechtigden die de Doe mee regeling gebruiken geeft 57 procent aan dat de regelingen helpen bij het kopen van huishoudelijke apparaten. Figuur 7.1.2. Effect regelingen (N=187)
Waar helpen de regelingen u bij? Rekeningen betalen
47%
Huishoudelijke apparaten kopen
35%
De noodzakelijke medische zorg krijgen
31%
Kleren kopen
27%
Leuke activiteiten voor mijzelf
25%
Meedoen aan sportieve activiteiten
23%
Voldoende groente en fruit eten
22%
Abonnementskosten betalen
17%
Meedoen aan culturele activiteiten
16%
Andere mensen ontmoeten
14%
Vrijwilligerswerk doen
11%
Werken of werk zoeken Anders, namelijk:
8% 3%
Respondenten hebben soms te weinig geld voor activiteiten voor zichzelf en hun kinderen Meer dan de helft van de respondenten geeft aan weleens te weinig geld te hebben voor sociale behoeften zoals sporten en activiteiten. Dit aandeel is nog iets hoger onder respondenten die gebruikmaken van de Doe mee regeling (59 procent). Van de respondenten met kinderen heeft 56 procent weleens te weinig geld voor activiteiten voor hun kinderen, en heeft 50 procent weleens te weinig geld om hun kinderen mee te kunnen laten doen op school. Ook hier liggen deze aandelen nog iets hoger onder respondenten die het Doe mee pakket gebruiken (71 procent).
43
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Figuur 7.1.3. Situaties (N=34~N=203).
Ervaart u deze situaties wel eens? Te weinig geld waardoor mijn kinderen niet altijd leuke dingen kunnen doen
56%
Te weinig geld voor sociale behoeften zoals sporten en vrije tijdsactiviteiten
52%
Te weinig geld waardoor mijn kinderen niet met alles op school kunnen meedoen
50%
Voortdurend zorgen hebben over geld
47%
Te weinig geld voor goede gezondheidszorg
38%
Te weinig geld voor gezonde en afwisselende voeding
32%
Te weinig geld voor basis behoeften zoals wonen en eten
24%
Ik ervaar deze situaties nooit
15%
Respondenten kennen de regelingen meestal via de gemeente Meer dan de helft van de respondenten komt via de gemeente aan informatie over de regelingen: 28 komt aan deze informatie via de website van de gemeente, en 24 procent komt aan deze informatie via een medewerker van de gemeente. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten nog hun familie, de ISD Bollenstreek en organisaties zoals vluchtelingenwerk als informatiebron. Figuur 7.1.4. Informatiebron regelingen (N=203)
Hoe komt u aan informatie over de regelingen? Via de website van de gemeente
28%
Via een medewerker van de gemeente
24%
Uit de lokale krant of een folder
18%
Via vrienden of kennissen
15%
Via een hulpverlener
12%
Via het sociaal wijkteam
7%
Via lokale welzijnsstichting Via school
4% 1%
Anders, namelijk:
18%
Dat weet ik niet meer
14%
Respondenten gebruiken regelingen vooral niet omdat zij deze niet kennen Van de respondenten die één of meerdere regelingen niet hebben gebruikt, geeft het overgrote deel (57 procent) aan dat dit is omdat zij deze regeling(en) niet kennen. Daarnaast is het aanvragen voor sommigen een obstakel: 26 procent gebruikt sommige regelingen niet omdat zij niet weten hoe zij deze aan moeten vragen, 22 procent vindt het aanvragen moeilijk. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten voornamelijk nog dat hun aanvraag is afgewezen (veelal door te veel inkomen of vermogen).
44
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Figuur 7.1.5. Reden geen gebruik (N=144)
Waarom gebruikt u sommige regelingen niet? Ik ken die regelingen niet
57%
Ik weet niet hoe ik de regelingen moet aanvragen
26%
Ik vind het aanvragen moeilijk
22%
Ik wil niet dat men weet dat ik weinig geld heb
13%
Ik vind het aanvragen te veel moeite
9%
Ik heb moeite met lezen en schrijven
8%
Ik heb de regelingen niet nodig
8%
Ze passen niet bij wat ik nodig heb
8%
Ik denk dat ik niet in aanmerking kom
6%
Mijn inkomen is te hoog
1%
Anders, namelijk:
13%
Niet-gebruikte regelingen zouden helpen bij participatie van kinderen en rondkomen De respondenten die een of meer regelingen niet gebruiken is gevraagd waar deze nietgebruikte regelingen hen bij zouden kunnen helpen. Van al deze respondenten geeft ruim een derde aan dat deze regelingen hen zouden helpen om financieel rond te komen. Van de respondenten met kinderen die een of meerdere regelingen niet gebruiken vindt bijna de helft dat deze regelingen er voor zouden kunnen zorgen dat hun kinderen meer kunnen doen. Respondenten bij wie de niet-gebruikte regelingen wel zouden kunnen helpen, gebruiken deze regelingen voornamelijk niet omdat zij deze niet kennen, omdat zij niet weten hoe zij deze moeten aanvragen en/of omdat zij het aanvragen te moeilijk vinden. Respondenten die denken dat de regelingen hen niets extra’s kunnen brengen geven logischerwijs vaker dan gemiddeld aan dat zij de regelingen niet gebruiken omdat zij deze niet nodig hebben. Figuur 7.1.6. Nut van niet-gebruikte regelingen (N=29~N=144)
Zouden de regelingen die u niet gebruikt er voor kunnen zorgen dat: Uw kinderen meer kunnen doen
48%
U wel financieel kunt rondkomen
36%
U meer sociale contacten/ groter netwerk zult krijgen (Beter/ meer) gebruik maakt van de computer, bijvoorbeeld voor uw opleiding
25% 14%
U kunt lid worden van een vereniging
13%
Anders, namelijk:
12%
Ik denk dat deze regelingen mij niets extra’s kunnen brengen
10%
45
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Respondenten missen met name nog een regeling voor leuke activiteiten Respondenten hebben aangegeven of zij nog bepaalde regelingen missen in het minimabeleid; 31 procent mist een regeling voor leuke activiteiten voor volwassenen. Dit aandeel is iets lager onder respondenten die al de Doe mee regeling gebruiken (27 procent). Hoewel niet is gevraagd naar welke leuke activiteiten zij dan willen doen, noemen respondenten elders in de vragenlijst dat zij graag een dagje uit zouden gaan, of sportieve en culturele activiteiten willen doen. Daarnaast mist 22 procent nog een regeling voor zorgkosten, onder respondenten die de collectieve zorgverzekering is gebruiken is dit 15 procent. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten onder andere regelingen voor sporten, voor kleding en voor grotere uitgaven zoals voor huishoudelijke apparaten of een fiets. Figuur 7.1.7. Gemiste regelingen (N=203)
Zijn er regelingen die u mist? Ja, voor leuke activiteiten voor mijzelf
31%
Ja, voor zorgkosten
22%
Ja, voor reiskosten Ja, voor kosten i.v.m. (het zoeken naar) werk Anders, namelijk
21% 9% 14%
Weet ik niet Nee
24% 22%
Toelichting kennis en gebruik regelingen De respondenten konden een toelichting geven bij hun antwoorden op de vragen over het gebruik en de kennis van regelingen. Een deel van de respondenten noemt hier specifiek dat zij alle benodigde informatie zelf opzoeken via internet of hier via familie, vrienden en bekenden over horen. Tegelijkertijd geeft ander deel juist aan dat zij de informatie die ze nodig hebben niet kunnen vinden en dat zij graag meer en/of beter geïnformeerd willen worden door de gemeente. De meningen over de informatievoorziening over het minimabeleid lopen dus uiteen. Hieronder volgt een aantal van deze toelichtingen:
“Als ik informatie wil dan zoek ik dat op internet op en via de website van de gemeente.” “Bij intake bij ISD hoorde ik van enkele mogelijkheden.” “Ik kijk regelmatig op de website van de gemeente en als ik een vraag heb ga ik naar gemeente en vraag ik een medewerker. “Een familielid bracht mij op de hoogte van het persoonsondersteunend budget.” “Het is moeilijk om informatie te vinden.” “Het was voor mij wel moeilijk om op de website te zoeken. Er was zo veel informatie.” “Er wordt niet spontaan een aanbod van de regelingen gedaan en ik ben geen type om te bedelen.” “Ik ben nooit op de regelingen gewezen. Ik heb wel een bijstandsuitkering.” “Voor mij is online te moeilijk door te veel keuzes.” 46 van de ISD of de gemeente.” “Ik heb nooit informatie gekregen
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
8. Enquête: Kindregelingen In dit hoofdstuk geven we een overzicht van het gebruik en de kennis van het Kindpakket, en de effecten van deze regelingen. De meeste respondenten hebben geen thuiswonende kinderen Van alle respondenten heeft 18 procent thuiswonende kinderen die jonger zijn dan 18 jaar. De antwoorden in dit hoofdstuk gaan over deze groep. De respondenten met kinderen maken veelal gebruik van het Jeugdfonds In de gemeente Noordwijk kunnen gezinnen met kinderen en een laag inkomen gebruikmaken van vier verschillende regelingen gericht op kinderen. Van deze regelingen is het Jeugdfonds Sport en Cultuur het meest bekend: driekwart van de respondenten met kinderen kent deze regeling, en 61 procent maakt hier ook gebruik van. De andere kindregelingen zijn bij de helft of minder van de respondenten bekend, hoewel de regeling Schoolkosten voor kinderen van 4 tot en met 11 jaar wel relatief veel gebruikt wordt (door 48 procent). Dit verschil in bekendheid en gebruik kan komen doordat het Jeugdfonds Sport en Cultuur beschikbaar is voor alle kinderen tot 18 jaar, terwijl de andere regelingen bedoeld zijn voor kinderen in een specifiekere (en daarmee kleinere) leeftijdsgroep. Van de respondenten met kinderen die een of meerdere regelingen van het Kindpakket gebruiken, geeft 64 procent aan dat de regelingen (onder andere) helpen bij lid worden van een sportvereniging.
Daarnaast geeft 54 procent aan dat de regelingen helpen bij het kopen van schoolbenodigdheden. Dit is logisch, aangezien drie van de vier kindregelingen juist deze kosten (deels) vergoeden. Figuur 8.1.1. Gebruik en kennis regelingen Kindpakket (N=23~N=31)
Gebruikt u de kindregelingen voor uw kinderen? Ja
Nee, maar ken ik wel
Jeugdfonds Sport en Cultuur
61%
Schoolkosten 12 t/m 17 jaar
32%
Schoolkosten 4 t/m 11 jaar Fietsregeling
Nee 13%
17%
26% 50%
48%
52%
7% 7%
86%
Figuur 8.1.2. Effect Kindpakket (N=25)
Waar helpen de kindregelingen bij? Lid worden van een (sport)vereniging
64%
Schoolbenodigdheden kopen
60%
Betalen ouderbijdrage van acitiviteiten
44%
Hun verjaardag vieren
36%
Meegaan op schoolreis of schoolkamp
32%
Noodzakelijke kleding kopen
28%
Meedoen met andere kinderen
24%
Zwemles volgen
20%
47
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Sommige dingen zijn te duur voor minimakinderen, vooral kleding en schoenen Respondenten met kinderen noemen het vaakst dat kleding en spullen voor de (sport)vereniging voor hun kinderen te duur zijn (50 procent). Daarnaast geeft 44 procent aan dat het lid worden van een (sport)vereniging te duur is. Dit zijn vrijwel allemaal respondenten die voor hun kinderen gebruikmaken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Bijna driekwart van de respondenten met kinderen mist een regeling voor leuke activiteiten voor hun kinderen. Dit aandeel ligt nog hoger onder respondenten die voor hun kinderen al het Jeugdfonds Sport en Cultuur gebruiken (84 procent). Bijna 30 procent van de respondenten met kinderen mist een regeling voor reiskosten. Figuur 8.1.3. Te duur voor kinderen (N=34)
Kunnen uw kinderen dingen niet doen omdat het te duur is? Kleding/spullen kopen voor de (sport)vereniging
50%
Lid worden van een (sport)vereniging
44%
Zijn/haar verjaardag vieren
41%
Naar een kinderfeestje kunnen gaan
38%
Meedoen met activiteiten op school
35%
Voldoende kleding/schoenen kopen
35%
Meedoen met hun vrienden
24%
Voldoende groente en fruit eten
15%
Naar de tandarts of orthodontist
12%
Naar het ziekenhuis gaan
6%
De juiste medicijnen krijgen
3%
Anders, namelijk:
9%
Figuur 8.1.4. Gemiste kindregelingen (N=34)
Zijn er regelingen voor kinderen die u mist? Ja, voor leuke activiteiten voor mijn kind(eren)
71%
Ja, voor reiskosten
29%
Ja, voor inrichten van de babykamer/ kinderkamer
21%
Anders, namelijk:
18%
Ja, voor kosten voor een baby
9%
Weet ik niet
12%
Nee
12%
48
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Toelichting gebruik en kennis Kindpakket Hieronder volgt een aantal van de toelichtingen die respondenten hebben gegeven bij hun antwoorden over het gebruik en de kennis van de kindregelingen. Hierbij licht een deel van de respondenten toe dat sporten voor kinderen, ondanks de kindregelingen, soms nog te duur is.
“Ik zou graag mijn kind laten sporten, maar de contributie kost al veel geld en dan kan ik alle dingen er om heen (kleding, spullen, etc.) niet betalen.” “De bijstandsuitkeringen zijn veel te laag, die zouden wel wat omhoog mogen, zodat wij ook meer te besteden hebben en niet elke 10 eurocent om hoeven te keren.” “Het is soms moeilijk om je kind te zeggen dat er geen geld is om leuke dingen te doen.” “Mijn zoon is nog klein, maar ik vind sportspullen en kleding te duur.” “Voor het lid worden van een sportvereniging is alleen het Jeugdfonds niet genoeg. Het is niet alleen de contributie die je moet betalen, maar ook alles wat daarnaast nog nodig is en het reizen.” “Kleding etc. is erg duur. Vooral als je al ieder dubbeltje om moet draaien.” “Op de middelbare school moet je een bepaald soort kleren, telefoon etc. hebben. Anders word je uitgelachen. Een goede winterjas die tegen wind en water bescherm is altijd boven 100 euro. Hetzelfde geldt voor schoenen. Elk jaar alles wordt duurder en de kinderen groeien snel uit de kleren. Zij dragen al volwassenen maten.”
49
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
9. Enquête: Hulp en ondersteuning In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de hulp en ondersteuning die respondenten ontvangen, evenals de mate waarin zij in staat zijn om anderen te helpen. Ruim de helft van de respondenten vindt dat de gemeente genoeg ondersteuning biedt De respondenten is gevraagd of de gemeente genoeg doet voor mensen met een laag inkomen. Ruim de helft (56 procent) is van mening dat de gemeente voldoende doet. De 44 procent die vindt dat de gemeente niet genoeg doet kon hier een toelichting bij geven. Deze toelichtingen gaan met name over dat zij ondanks de hulp van de gemeente niet rond kunnen komen, dat zij niet genoeg informatie over de beschikbare regelingen krijgen en dat de gemeente dingen anders kan doen. Ook geeft een deel van deze respondenten aan dat zij niet weten wat de gemeente allemaal doet of heeft hier geen mening ingevuld. Figuur 9.1.1. Oordeel ondersteuning gemeente (N=188)
Vindt u dat de gemeente voldoende doet voor mensen met een laag inkomen?
Ja
44% 56%
Nee, want:
“Alles blijft duur, ook reiskosten.” “Het POB is fijn, maar het gaat gelijk op aan de ziektekosten en reiskosten naar ziekenhuis.” “Ik kan niet bij een club gaan, daar heb ik te weinig geld voor.” “Het is onmogelijk om rond te komen zonder steun en cadeaus van vrienden.” “Het is mij niet duidelijk waar ik eventueel recht op zou hebben, daar moet je zelf achter komen.” “Ik vind dat je te veel zelf moet uitzoeken of vragen.” “Ik heb te weinig geld, en er is te weinig te doen voor mensen met weinig geld.” “Te weinig individueel maatwerk en te veel gericht op controle en collectieve benadering.” “De gemeente zou ook eens bij andere gemeenten moeten kijken.”
50
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
Een deel van de respondenten wil ondersteuning bij andere dingen Van alle respondenten hoeft 56 procent geen hulp van de gemeente bij andere dingen. Dit aandeel is hetzelfde als bij de vraag of de gemeente voldoende doet voor mensen met een laag inkomen, hoewel dit niet volledig dezelfde respondenten betreft. Er zijn dus een aantal respondenten die vinden dat de gemeente genoeg doet, maar ook graag ondersteuning wil bij andere dingen. Gevraagd naar waar zij dan ondersteuning bij willen, noemen de meeste respondenten hier een extra financiële tegemoetkoming om grotere uitgaven te kunnen doen, zoals huishoudelijke apparaten en een computer. Een deel van deze respondenten wil graag meer activiteiten kunnen doen, zoals sporten. Daarnaast wil een deel van de respondenten graag ondersteuning bij het vinden van werk en het doen van hun administratie. Het maakt hierbij weinig uit of respondenten een regeling gebruiken of niet; respondenten die al één of meerdere regelingen gebruiken willen daarnaast dus soms nog hulp van de gemeente bij andere dingen. Figuur 9.1.2. Andere ondersteuning (N=177)
Zijn er andere dingen waarvoor u graag ondersteuning van de gemeente zou willen krijgen?
Ja, namelijk: 44% 56%
Nee
“Ik wil graag ondersteuning bij de aanschaf van huishoudelijk apparaten en hulp met zoeken naar opleiding en werk.” “Ik wil graag een computer kopen.” “Ik wil graag meer leuke dingen kunnen doen.” “Graag ondersteuning bij werk zoeken.” “Helpen met overzicht krijgen en helpen met werk zoeken.” “Ik wil graag sporten.” “Meer activiteiten voor mensen met weinig geld.” “Mijn Nederlands is nog niet goed genoeg en ik begrijp de maatschappij nog niet helemaal daardoor heb ik regelmatig administratieve problemen waar ik alleen niet uit kom. Ik ken 1 iemand die mij kan helpen. Ik zou graag bij nog iemand terecht willen kunnen. Omdat ik werk kan ik niet altijd naar de hulp van vluchtelingenwerk.”
51
Gemeente Noordwijk
Versie 1.0
De meeste respondenten hebben geen hulp gehad van andere organisaties Ruim 60 procent van alle respondenten heeft in het verleden geen hulp gehad van andere organisaties. Van de respondenten die wel hulp kregen van deze organisaties, kregen de meesten dit van de voedselbank (14 procent) en Stichting Kwadraat (13 procent). Andere organisaties die respondenten zelf nog noemen zijn bijvoorbeeld De Binnenvest en Vluchtelingenwerk. Figuur 9.1.3. Hulp van andere organisaties (N=203)
Heeft u wel eens hulp gehad van deze organisaties? Voedselbank
14%
Stichting Kwadraat
13%
Stichting Welzijn Noordwijk
9%
Kerk
4%
Schuldhulpmaatjes
3%
Stichting MEE
3%
Humanitas
2%
Anders, namelijk:
8%
Geen enkele
61%
De meeste respondenten zijn enigszins in staat om anderen te helpen Respondenten konden de mate waarin zij in staat zijn om anderen te helpen aangeven op een schaal van 1 tot 10. Hierbij is een 7 het meest gegeven antwoord (door 20 procent), gevolgd door een 6 (door 17 procent). Gemiddeld beoordelen respondenten de mate waarin zij in staat zijn om anderen te helpen met een 5,1. De meest genoemde drempel om anderen te helpen is dat respondenten zelf een slechte gezondheid hebben (door 45 procent). Een kwart van de respondenten ervaart hier geen drempels bij. Onder ‘anders, namelijk’ hebben respondenten voornamelijk nog genoemd dat zij vrijwilligerswerk doen en al anderen helpen en dat zij andere dingen te doen hebben, zoals voor de kinderen zorgen. Tabel 9.1.2 In staat om anderen te helpen (N=198) In staat om anderen te helpen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10