CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

iWKp Bollenstreek - Beleidsmodule nov 22

Gemeenteraadsvergadering 28 maart 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Besluitvorming integraal Waterketenplan Bollenstreek 22-2632.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK 2022-2026 Beleidsmodule 9 FEBRUARI 2022

BELEIDSMODULE Bijschrift figuren op het voorblad:

1

2

3

4

1. Watertoren Katwijk 2. Huys Dever 3. Afvalwaterzuivering Katwijk 4. Drainaanleg in Noordwijk

(bron: drinkwaterbedrijf Dunea) (bron: gemeente Lisse) (bron: hoogheemraadschap van Rijnland) (bron: gemeente Noordwijk)

COLOFON Samenwerkingspartners bij de totstandkoming van dit document:

Dunea Katwijk Lisse Noordwijk Teylingen Rijnland

Royal HaskoningDHV

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

2

BELEIDSMODULE

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

INTEGRAAL WATERKETENPLAN (IWKP)

9

1.1

De veranderende wereld

9

1.2

Planopbouw

11

1.3

Grondbeginselen samenwerking waterketen Bollenstreek

11

1.4

GRP nieuwe stijl

12

1.5

Inwerkingtreding, duur, beëindiging of wijziging

12

1.6

Leeswijzer

13

VOLKSGEZONDHEID

15

2.1

Algemeen

15

2.2

Productie en levering drinkwater

15

2.2.1

Visie op de drinkwatervoorziening van 2040

15

2.2.2

Wettelijk kader

15

2.2.3

Nieuwe Sanitatie

16

2.2.4

Bronnen / Ruw water en productie

16

2.2.5

Transport

17

2.3

Aansluiting op de riolering

17

2.3.1

Wettelijk kader

17

2.3.2

Huishoudelijk en bedrijfsafvalwater in de afvalwaterketen

18

2.3.3

Hemelwater in de afvalwaterketen

19

2.3.4

Grondwater in de afvalwaterketen

20

2.3.5

Indirecte lozingen

21

2.4

Aanbod en overname stedelijk afvalwater

21

2.4.1

Afvalwaterprognoses

21

2.4.2

Toetsing aan de praktijk

22

2.5

Centrale zuivering (overdrachtspunten)

23

2.5.1

Aansluitpunten op de centrale Zuivering

23

2.5.2

Dimensie en capaciteit van systemen

24

2.5.2.1

Ontwerp van gemalen en persleidingen

24

2.5.2.2

Gemeentelijke transportriolen binnen de AWZI’s

24

2.5.2.3

Ontwerp van AWZI’s

25

DROGE VOETEN EN DROOGTE BESTRIJDING INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

27 3

BELEIDSMODULE

4

5

3.1

Beleid voor wateroverlast en klimaatbestendigheid

27

3.1.1

Algemeen

27

3.1.2

Droogtebestrijding

28

3.1.3

Maaiveld, riolering en grondwater

29

3.2

Vasthouden voor fundering, bodemdaling, verdroging en hittebestrijding

30

3.2.1

Bodemdaling

30

3.2.2

Vasthouden in de bodem en waarom

30

3.2.3

Hergebruik regenwater

31

3.2.4

Grondwater

31

3.2.4.1

Grondwaterzorgplicht

31

3.2.4.2

Grondwatermodel

31

3.3

Bovengrondse berging en afvoer over maaiveld

32

3.4

Ondergrondse afvoer naar watersysteem

33

3.5

Watersysteem

33

3.5.1

Toetsing watersystemen

33

3.5.2

Droge voeten toets voor hemelwateruitlaten en riooloverstorten

33

3.5.3

Berging Rekening-Courant

34

LEEFOMGEVING EN MILIEU (EFFECT OP DE OMGEVING)

36

4.1

Algemeen

36

4.2

Milieutechnisch functioneren

36

4.2.1

Riolering BLBI

36

4.2.2

AWZI / Activiteitenbesluit en maatwerkbesluit

37

4.2.3

Ongerioleerde particuliere lozingen / BLAH

37

4.2.4

Geurhinder

38

4.2.5

Calamiteitenbestrijding

38

4.2.6

KRW voor overig (stedelijk) water

38

4.2.7

Schadelijke microverontreinigingen

39

4.3

Duurzaamheid

39

4.3.1

Algemeen

39

4.3.2

Waterscan

40

4.3.3

Van Nieuwe sanitatie naar circulaire waterketen

40

4.3.4

Klimaatmitigatie: Energie en CO2-uitstoot

42

4.3.5

Grondstoffen

43

BEDRIJFSVOERING

45

5.1

Algemeen

45

5.2

Ambities en Organisatie

45

5.3

Dataportaal

46

5.4

Planning

47

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

4

BELEIDSMODULE 5.5

6

7

Innovatie en Communicatie

47

FINANCIËN

49

6.1

Financiële uitgangspunten

49

6.1.1

Financiering

49

6.1.2

Heffingen

49

6.1.3

Nieuwbouw

49

6.2

Vergelijking huidige financiële uitgangspunten Bollenstreek

49

6.2.1

Investeringsplannen en lastenontwikkelingen

49

6.2.2

Uniforme verwerking kostenposten

50

6.3

Verdeelsleutel voor het iWKp en optimalisatiemaatregelen

50

6.3.1

Gemeenschappelijke studies

50

BEGRIPPENLIJST

51

BIJLAGEN BIJLAGE A TOELICHTING DRINKWATERVOORZIENING, WATERKETEN, AFVALWATERKETEN, RIOLERING, AWZI EN WATERSYSTEEM

56

Drinkwatervoorziening

56

Hydrologische kringloop

57

De afvalwaterketen

58

Afvalwater - volksgezondheid

58

Stedelijk water – Droge voeten

59

Stedelijk water - Grondwater

59

De waterketen

60

De waterketen is het aangesloten geheel van voorziening van de winning van drinkwater en distributie, de 60 afvalwaterketen tot en met de zuiveringsinstallatie en het oppervlakte water waarin het gezuiverde

60

water weer wordt geloosd.

60

BIJLAGE B DOFEMAME

61

Functionele doelen

61

Zuiveringen – Maatstaven

62

Raamwerk volksgezondheid

64

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

5

BELEIDSMODULE Raamwerk Droge Voeten

69

Raamwerk milieu en leefomgeving

76

Raamwerk Bedrijfsvoering

79

BIJLAGE C RELEVANTE WETGEVING

85

Beleidsmatige ontwikkelingen

85

Ontwikkelingen in wet- en regelgeving

86

BIJLAGE D INVLOEDSFACTOREN

92

Algemeen

92

Voorkeursvolgorde

92

Duurzaamheid

93

Ruimtelijke ontwikkeling

93

BIJLAGE E TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

95

Provincie

95

Gemeente

95

Zuiveringsbeheerder

97

Waterbeheerder

97

BIJLAGE F BEHEER – DOELSTELLING EN INVULLING Algemene doelstelling

98 98

BIJLAGE G PROCEDURE DROGE-VOETEN-TOETS VOOR HEMELWATERUITLATEN EN RIOOLOVERSTORTEN

101

Inleiding

101

Procedure

101

Toelichting

102

Afwijkingen

103

Afspraken

103

BIJLAGE H PROCEDURE ONGERIOLEERDE LOZINGEN

105

Inleiding

105

Gezamenlijk beleid Bollenstreek

105

Procedure

106

Inventarisatiegegevens

107

BIJLAGE I PROCEDURE WATERKWALITEITSSPOOR OVERSTORTEN Inleiding

108 108

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

6

BELEIDSMODULE Procedure

108

Toelichting

110

BIJLAGE J PROCEDURE AFVALWATERPROGNOSES

112

Inleiding

112

Proces

112

AWTG-Rapport

113

Afspraken

113

Toelichting

113

BIJLAGE K OVERZICHT WATERSYSTEEM IN DE AFVALWATERKETEN

116

BIJLAGE L PROCES IWKP

117

BIJLAGE M BESCHRIJVING EXPLOITATIEWIJZEN RIOLERINGEN

118

Financieringswijzen

118

Heffingen

119

BIJLAGE N EVALUATIE SAMENWERKING EN IAWKP SWR2-REGIO BOLLENSTREEK EN SCOPE VAN HET OP TE STELLEN IWKP

121

BIJLAGE O OVERZICHT ACTIVITEITEN EN KOSTEN ONDERZOEKSMAATREGELEN DATAPORTAAL EN RAAMWERKEN

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

124

7

BELEIDSMODULE

IWKP BOLLENSTREEK

BELEIDSMODULE 1.

INTEGRAAL WATERKETENPLAN (IWKP)

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

8

BELEIDSMODULE

1

INTEGRAAL WATERKETENPLAN (IWKP)

Het integrale Waterketenplan (iWKp) Bollenstreek is geschreven door de waterpartners binnen het samenwerkingsverband Bollenstreek. De waterpartners zijn de gemeenten Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen, het hoogheemraadschap van Rijnland en het drinkwaterbedrijf Dunea. De module Beleid beschrijft het beleid van de betrokken partijen voor de waterketen: de drinkwaterproductie en -distributie, de riolering én de AWZI. Dit is de beleidsbasis voor de modules met kringmaatregelen waarin de maatregelen voor de zorgplichten drinkwater, stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn uitgewerkt. Een beschrijving van de verschillende zorgplichten en systemen is weergegeven in Bijlage A. Het waterketenplan is integraal, om de volgende redenen: • • • •

Het betreft de drinkwaterproductie met transport naar woningen en bedrijven, de riolering van meerdere gemeenten én de Afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) Maatregelen voor volksgezondheid, droge voeten en leefomgeving en milieu worden in dit plan nader op elkaar afgestemd; In het plan worden maatregelen benoemd, maar ook de financiële kanten geborgd door een bestuurlijke vaststelling van de budgetten; Vergunningen die betrekking hebben op de afvalwaterketen zijn hierdoor overbodig.

1.1

De veranderende wereld

De waterketen is onderhevig aan en wordt beïnvloed door de veranderingen in de wereld. Veranderingen in de omgeving, de maatschappij, het vakgebied, het klimaat, de energietransitie en wetgeving verlangen dat ook de waterketen zich moet blijven ontwikkelen. Door deze veranderingen komt er veel af op de gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Binnen de waterwereld worden landelijk en internationaal een aantal speerpunten die betrekking hebben op veranderingen of aanpassingen in het speelveld onderkend: •

•

•

Klimaatadaptatie De klimaatverandering kenmerkt zich door een geleidelijke gemiddelde temperatuurstijging. Dit heeft diverse gevolgen. We worden meer en meer geconfronteerd met meer en heftigere regenbuien alsmede langere warme en droge periodes. Het gevolg is, dat we ons moeten voorbereiden op waterstress/overlast door heftige regen én ook op een tekort aan (grond)water in langdurige warme perioden. Andere gevolgen van klimaatverandering zijn hittestress, zeespiegelstijging en bodemdaling. Gemeenten en het hoogheemraadschap (zie het rapport “De Blauwe Lens”) ontwikkelen beleid en formuleren opgaven voor een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting. Deze ruimtelijk inrichting zal zich als gevolg van de klimaatontwikkeling meer en meer moeten voegen naar de randvoorwaarden vanuit zowel het stedelijk als het regionaal-landelijke watersysteem inclusief drinkwater. De circulaire economie en duurzaamheid Ook in de waterketen is het, in het kader van de ontwikkeling van de circulaire economie, gewenst bij te dragen aan het circulaire gebruik van materialen. Ook het ontvlechten van schoon regenwater, grondwater en afvalwater maakt hier onderdeel van uit. Ook het drinkwater staat aan de vooravond van nieuwe ontwikkelingen. Uit afvalwater kan hernieuwbare energie worden teruggewonnen in de vorm van warmte.

De technologie om uit afvalwater nieuw drinkbaar te maken is beschikbaar maar kan door de actuele regelgeving nog niet grootschalig worden toegepast. Het beperken van de drinkwatervraag is recentelijk ook vastgelegd in wetgeving. Deze opdracht is ingegeven door het voorkomen van een tekort. Het verlagen van de drinkwatervraag zal in het bijzonder gekoppeld zijn aan de introductie van het hergebruik van licht verontreinigd drinkwater en/of het introduceren van vervangers zoals bijvoorbeeld regenwater. Beperken, bewust en zuinig omgaan met drinkwater is tevens opgenomen als randvoorwaarde van nieuwe sanitatie concepten. Omgevingswet (op nader te bepalen datum in te voeren) Wij zijn vanuit de waterketen voorwaardenscheppend voor de (stedelijke) waterbalans en de ruimtelijke inrichting. Daarbij voelen wij ons eigenaar voor de bereiding, inzameling en transport van hemelwater, afvalwater, grondwater en drinkwater én het zuiveringsbeheer. Onze invloed zit op het bieden van inzicht in deze stedelijke waterbalans. Wat gebeurt er bij bepaalde maatregelen en wat zijn onze mogelijkheden geredeneerd vanuit de watertaken. Het ontwikkelen van de klimaat adaptieve buitenruimte vereist een sturende bijdrage uit de waterketen.

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

9

BELEIDSMODULE

•

•

Warmtetransitie De waterketen heeft grote bestaande belangen in de ondergrondse ruimte en effecten op de leefomgeving. Gemeenten, Rijnland en Dunea hebben een omvangrijk areaal aan ondergrondse en bovengrondse ruimte voor openbaar gebruik. Een ruimte die t.o.v. het intensieve gebruik weer beperkt is en waarop voor de energie- en warmtetransitie weer een extra claim komt te liggen. Gemeenten staan voor de opdracht sturing te geven aan een optimaal gebruik van de ondergrondse ruimte. Voorkomen moet worden dat de waterketen wordt geconfronteerd met onnodige en buitensporige extra kosten door de afstemming bij de uitvoering van de maatschappelijke opgaven schoon (zoet)water, voldoende drinkwater, ordening in de ondergrond, klimaat, energie- en warmtetransitie. Burgerparticipatie Tot slot hebben ook de veranderende verhouding tussen burger en overheid én de omgang met materiaal, energie en afval met de invoering van de Omgevingswet en Nederland Circulair in 2050 een rol in de wijze waarop we ons werk doen. Al heeft het geen directe invloed op de productie, transport en zuivering van stedelijk water. Het bieden van inzicht en betekenisvolle informatie, is cruciaal in de communicatie onderling, naar collega’s intern en naar onze omgeving.

Het biedt stevigheid bij afwegingen bij ruimtelijke ontwikkelingen, wegbeheer en groenbeheer en kansen om het watervraagstuk zichtbaar te maken voor de samenleving (bewoners, bedrijven, etc.).

Vanuit deze veranderende wereld werken de vier gemeenten binnen de Bollenstreek met het hoogheemraadschap van Rijnland en drinkwaterbedrijf Dunea samen vanuit de 3 verschillende zuiveringskringen binnen deze regio. Vanuit de eigen autonomie van gemeenten, drinkwaterbedrijf en hoogheemraadschap zijn de strategische doelen meerledig: • •

Het versterken van de onderlinge samenwerking op gemeentelijk en regionaal niveau; Het verdiepen van de samenwerking tussen gemeenten en hoogheemraadschap binnen de verschillende zuiveringskringen. Nadruk in deze samenwerking ligt bij het vergroten van de Kwaliteit en het verminderen van de Kwetsbaarheid op een Kosteneffectieve wijze. Gebaseerd op onderling afgestemde maatregelen is dit iWKp een katalysator om de onderlinge samenwerking te versterken. Deze voor Nederland unieke vorm van samenwerking heeft meerdere speerpunten die zijn gebaseerd op het delen van gezamenlijke kennis en als cluster en waterpartner gezamenlijk stroomlijnen en regisseren van deze maatregelen. Er is bij de samenwerkingspartners een sterke ambitie om verder te gaan dan enkel een investering in waterkwaliteit en de zorgplichten. In dit beleidsstuk worden twee sporen gevolgd: 1. Het optimaliseren van de waterketen in relatie tot het watersysteem en de leefomgeving. Het streefbeeld is het zo min mogelijk vermengen van relatief schoon water met afvalwater en het loskoppelen van de waterketen van het watersysteem. 2. Het bevorderen van het doelmatig functioneren van de waterketen. Het streefbeeld is een zo groot mogelijke doelmatigheid en klantgerichtheid. We geven hierbij invulling aan de Rijksvisie, zoals opgenomen in het Nationaal Waterplan (NWP).

Door de grote lokale verschillen op bestuurlijk en geografisch vlak is het niet eenvoudig te komen tot een gezamenlijk visie op beleid. Dit iWKp geeft aanzet tot het ontwikkelen van een gezamenlijk visie. Lokale verschillen kunnen door samenwerken daarbij op natuurlijke wijze worden omgevormd tot gezamenlijk beleid of accenten per organisatie. Binnen het beheergebied van Rijnland bestaan 4 regio’s die allen op hun eigen manier een iWKp kunnen ontwikkelen. De diverse regio’s zullen elkaar versterken in de zoektocht naar die gezamenlijke visie.

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

10

BELEIDSMODULE

1.2

Planopbouw

Het iWKp bestaat uit drie modules: Beleid, Kringmaatregelen en Financiële Verankering. De modules zijn ieder op zich zelfstandig leesbaar en dienen ieder hun eigen doel.

Figuur 1.1 - indeling in modules

In de beleidsmodule staat het beleid van drinkwaterbedrijf Dunea, de gemeenten Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen en van Rijnland voor de afvalwaterketen, opgesplitst in zowel de doelen volksgezondheid, droge voeten en leefomgeving als zorgplichten en bedrijfsvoering. Veel is al in de wet geregeld met de algemene regels. De wetgever heeft bewust de eindregie lokaal bij de beheerders van de afvalwaterketen gelegd. De Beleidsmodule volgt een raamwerk van logische checks en beschrijft het bijbehorende toetsingskader van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden (DoFeMaMe). In de module Kringmaatregelen zijn per zuiveringskring (de rioolwaterzuivering en de daarop aangesloten gemeentelijke rioolstelsels) de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater uitgewerkt in maatregelen. Alle investeringen, vervangingen, onderhoudsmaatregelen, inventarisaties en onderzoeken en de (kosten)planning hierbij zijn samenhangend weergegeven. De module geeft ook aandacht aan de bedrijfsvoering aspecten waarmee het mogelijk wordt de afvalwaterketen te beheren ‘als ware het één systeem’. In de module Financiële Verankering zijn de hooflijnen van het iWKp samengevat. Elke partij (gemeenten en hoogheemraadschap) heeft zijn eigen document voor zijn aandeel in de afvalwaterketen. Deze module is het vertrekpunt én sluitstuk van het iWKp.

Hierin staan de lokale ambities voor kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid (KKK) maar ook de benodigde heffing voor het realiseren van deze ambities.

1.3

Grondbeginselen samenwerking waterketen Bollenstreek

Tussen 2011 en 2021 hebben Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven in het Bestuursakkoord Water (BAW) gewerkt aan maatregelen voor een doelmatig waterbeheer. Deze doelmatigheid bestond uit het verbeteren van de kwaliteit, het beheersen van de kostenontwikkeling en het verlagen van de kwetsbaarheid door samen te werken. In 2021 is geconcludeerd dat de doelmatigheidswinst ruim is bereikt. Naast de behaalde doelmatigheidsdoelstellingen heeft de minister ook de verwachting uitgesproken dat de samenwerking in de waterketen zich zal voortzetten.

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

11

BELEIDSMODULE

Via dit integrale Waterketenplan Bollenstreek zetten de waterpartners in de Bollenstreek de samenwerking voort. De toekomstvisie en samenwerking blijft daarbij gefundeerd op twee strategische pijlers die ook in het vorige plan golden: • •

We optimaliseren de waterketen: voorkomen dat schoon water wordt vermengd met afvalwater en ontvlechten de waterketen (riolen e.d.) en het watersysteem (regenwater, oppervlaktewater, grondwater e.d.) en we ontwikkelen de waterketen voor het beperken van het drinkwatergebruik. Met doelgerichtheid en klantgerichtheid beschermen we de publieke belangen, kennende de natuurlijke monopolies van de drinkwater- en afvalwatersector.

Uitgangspunt voor deze samenwerking en visie is een samenhangend en doelmatig waterbeheer en beleid.

1.4

GRP nieuwe stijl

Gemeenten en het hoogheemraadschap van Rijnland maken in dit iWKp afspraken op lokaal niveau en werken volgens deze procedures. • • • •

De procedure voor afvalwaterprognoses. Zie hiervoor Bijlage J. De procedure voor het waterkwaliteitsspoor overstorten toetsing1. Zie Bijlage I De toets op de provinciale normering voor wateroverlast, werknaam droge-voeten- toets. Zie Bijlage G De toets voor ongerioleerde lozingen draagt bij aan een doelmatige zorgplicht voor stedelijk afvalwater en vervangt, na wetswijziging, de ontheffingsaanvraag bij Gedeputeerde Staten. Zie Bijlage H

Dit iWKp volgt de landelijke trend en is daarmee een ‘vGRP nieuwe stijl’. De landelijke trend is dat wetgeving wordt vereenvoudigd en publieke belangen in lokaal toegesneden afspraken worden geborgd in gezamenlijk opgestelde plannen. Deze vereenvoudiging zal in de toekomst verder worden ingevuld door het inwerking treden van de Omgevingswet. Gevolg van deze Omgevingswet is dat de GRP-verplichting per 2021 is vervallen. Het is de bedoeling om de verschillende watertaken op te nemen in een door de gemeente te ontwikkelen omgevingsvisie, te vertalen in een omgevingsplan en daaruit voortkomend een programma. De rioolheffing blijft als omslagbelasting bestaan voor het onderhoud en beheer van het gemeentelijk rioleringsstelsel. Een dergelijke heffing is vastgelegd in de verordening rioolheffing. Met de opbrengst rioolheffing financiert de gemeente de kosten voor inzameling, transport en zuivering van afvalwater. Ook de kosten voor het beheer van hemelwater en grondwater worden gedekt door de rioolheffing. Deze gemeentelijke heffing is alleen mogelijk als de gemeente beschikt over een door de raad vastgesteld beleidsplan met een financiële onderbouwing van de tarieven. Dit iWKp heeft voor de deelnemende gemeenten ook tot doel en opzet de rioolheffing voor de periode 2022-2026 te onderbouwen.

In de GRP’s wordt waar gewenst en mogelijk rekening gehouden met de belangen van de partner Dunea.

1.5

Inwerkingtreding, duur, beëindiging of wijziging

In het iWKp en in de verschillende bestuurlijke samenwerkingsovereenkomsten wordt naar de waterpartners uitgesproken dat er een meerwaarde wordt gezien in onderlinge samenwerking. Ter versterking van deze onderlinge samenwerking is het iWKp opgesteld, waarin de verschillende partijen vanuit de eigen autonomie het eigen waterbeleid in onderlinge samenhang vastleggen en vanuit deze samenhang kijken naar verbeteringen in de afvalwaterketen. Dit heeft geleid tot een beleidsmodule, kringmaatregelen (per zuiveringskring 1) en een financiële vastlegging per waterpartner. Het iWKp treedt in werking voor een individuele partij na vaststelling door de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Rijnland. Bij de vaststelling worden de drie modules gezamenlijk vastgesteld. De looptijd van deze module is 5 jaar waarna nieuwe vaststelling plaats dient te vinden. Bij wijziging van inzicht kan tussentijds eventueel nieuwe vaststelling plaatsvinden en ook de

1 Mits wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 3.14 van het BLBI

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

12

BELEIDSMODULE kostendekkingsplannen kunnen na onderling overleg te allen tijde separaat worden vastgesteld, indien sprake is van vernieuwde inzichten. Op het iWKp is de Wet Milieubeheer van toepassing met bijbehorende advies- en vaststellingstermijnen.

1.6

Leeswijzer

De beleidsmodule is in thema’s opgezet en bestaat uit de volgende hoofdstukken: -

-

-

-

-

Hoofdstuk 2 Volksgezondheid: beschrijft de bijdrage van de waterketen aan de volksgezondheid door productie en transport van drinkwater, de omgang met vrijkomend stedelijk water door gemeenten en uiteindelijk de verwerking van afvalwater in de zuivering; Hoofdstuk 3 Droge Voeten en Droogtebestrijding: gaat in op de stedelijk waterbalans. Met aan de ene kant het omgaan met overtollig water én de andere kant het voorkomen van droogte. In dit hoofdstuk komt de bijdrage vanuit de watertaken aan bod aan een klimaatbestendige leefomgeving; Hoofdstuk 4 Leefomgeving en Milieu: onze samenleving en de activiteiten van de waterketen beïnvloeden de leefomgeving. Dit hoofdstuk gaat in op de mogelijkheden om de negatieve effecten te verminderen; Hoofdstuk 5 Bedrijfsvoering: de hedendaagse opgaven overschrijden de grenzen van de afzonderlijke organisaties om deze aan te kunnen. Ook om de kwetsbaarheid te verminderen werken we samen in de waterketen, van bron tot zuivering. Hoofdstuk 6 Financiën: in dit hoofdstuk zijn de financiële uitgangspunten beschreven.

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

13

BELEIDSMODULE

IWKP BOLLENSTREEK

BELEIDSMODULE

2.

Volksgezondheid

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

14

BELEIDSMODULE

2

VOLKSGEZONDHEID

2.1

Algemeen

Dit hoofdstuk beschrijft de gehele waterketen van productie tot zuivering. Het begint met paragraaf 2.2 productie en levering van drinkwater. Vervolgens behandelt paragraaf 2.3 de rechten en plichten ten aanzien van de aansluiting van afval-, hemel-, en grondwater op de gemeentelijke riolering. Dit stedelijke water komt vervolgens op de zuivering. Paragraaf 2.4 beschrijft de overdracht van het stedelijk water van gemeente naar hoogheemraadschap. Tot slot geeft paragraaf 2.5 informatie over de aansluitpunten en de ontwerpgrondslagen van de centrale zuivering.

2.2

Productie en levering drinkwater

2.2.1

Visie op de drinkwatervoorziening van 2040

Dunea streeft naar een duurzame en grotendeels centrale drinkwatervoorziening in 2040. Dat is een drinkwatervoorziening die: •

Kan voldoen aan de vraag naar drinkwater op de langere termijn (zowel maximaal vraagscenario 2040 als minimaal vraagscenario). Streven daarbij is een blijvend hoog consumentenvertrouwen in ons drinkwater;

•

Beschikt over meerdere, onderling onafhankelijke bronnen van goede kwaliteit: de bronnen van Dunea maken deel uit van een multi-bronnenstrategie. Bij uitval van één bron, moeten de andere bronnen in de vraag kunnen voorzien voor een periode van tenminste 3 maanden;

•

Op een zo robuust mogelijke wijze drinkwater produceert en distribueert;

•

Een optimale combinatie is van natuurlijk systeem en technologie; o

Op een zo kosteneffectief mogelijke wijze drinkwater produceert en distribueert;

o

Geïntegreerd onderdeel is van de omgeving;

o

Voldoet aan eisen die worden gesteld aan vitale infrastructuur (o.a. veiligheid, beschikbaarheid etc.).

o

Voldoet aan eisen gesteld aan waterkwaliteit.

Lopende activiteiten om aan deze opgaves te voldoen: A. Dunea optimaliseert het huidige systeem om op korte termijn aan de stijgende vraag te kunnen voldoen. ➔ programma Berkheide (realiseren extra capaciteit) tot 2030 om te kunnen leveren uit het bestaande systeem. B. Dunea kiest voor de toekomst voor een multi-bronnenstrategie. ➔ Opstart multibronnenprogramma. (o.a. gebruik Valkenburgse Meer en brakwaterwinning Scheveningen) C. Dunea intensiveert de samenwerking met partners voor schone bronnen en robuuste watersystemen. ➔ Strategisch omgevingsmanagement. Naast deze strategie is in de ‘BeleidsNota Drinkwater 2021-2026’ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat - 2021) aandacht gevraagd voor het gebruik van drinkwater bij zakelijke klanten in processen waar ook water van lagere kwaliteit ingezet kan worden. Om hier gehoor aan te geven zullen we met zakelijke klanten die een hoog verbruik hebben het gesprek aangaan om te onderzoeken of het drinkwater passend ingezet wordt en of er mogelijk een alternatief voorhanden is.

2.2.2

Wettelijk kader

Leveringsplicht voor Drinkwater. Geen aansluitplicht. Voor drinkwaterbedrijven geldt in Nederland een aansluitverplichting, wat wil zeggen dat iedere aanvraag voor drinkwater gehonoreerd moet worden. Echter geeft de BND handvatten om in gesprek te gaan met de aanvrager of het gebruik van drinkwater wel passend is.

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

15

BELEIDSMODULE Zorgplicht drinkwater: Schoon drinkwater uit de kraan! Drinkwaterbedrijven zijn verplicht het 24/7 te leveren. Overheden hebben op hun beurt de taak zorg te dragen voor kwalitatief goed grond- en oppervlaktewater, zodat daar drinkwater uit bereid kan worden. Iedereen die zich bezighoudt met beleid op het terrein van ruimtelijke ordening, water of milieu heeft een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Samenwerken aan de bescherming van schone bronnen en infrastructuur is een grote uitdaging voor de komende jaren. Drinkwaterbedrijven en overheden zorgen er samen voor dat de openbare drinkwatervoorziening duurzaam wordt veiliggesteld. Dit wordt in drinkwaterland ook wel de ‘zorgplicht drinkwater’ genoemd.

2.2.3

Nieuwe Sanitatie

Het voorgaande geeft aan dat de drinkwatervoorziening nadrukkelijk onderdeel is van de waterketen. Het belang van drinkwaterbesparing en klimaat adaptieve maatregelen in deze keten worden steeds belangrijker en in de samenhang onmisbaar voor de toekomst. Uit de onderzoeken voor de nieuwe woonwijk Valkenhorst in Katwijk is gebleken dat er verschillende sanitatie concepten toegepast kunnen worden om de waterketen efficiënter en effectiever met vuil water om te laten gaan. De eerste stap in deze keten zou moeten starten met het verminderen van drinkwatergebruik en het beperken van de DWA afvoer. Bewust en duurzaam gebruik van drinkwater ligt hieraan ten grondslag en is dus een vaste component in de oplossingsrichtingen die nodig zijn om de waterketen te verbeteren. Gebruik van hemelwater of grijswater voor toiletspoeling is ook een optie om het drinkwatergebruik te beperken. (Bij gebruik van hemelwater in plaats van drinkwater neemt de DWA afvoer overigens niet af.)

2.2.4

Bronnen / Ruw water en productie

Het veranderende klimaat en de bevolkingsgroei zorgen voor een uitdaging voor de drinkwatervoorziening. Op basis van de huidige prognoses, bronnen en productiecapaciteit is het onmogelijk om in de toekomst voldoende drinkwater te leveren (2029). Door de toename in de vraag en onder invloed van het klimaat is de vraag groter dan we uit het huidige systeem kunnen leveren. Om na 2029 aan de groeiende vraag in de regio te kunnen voldoen moeten we op zoek naar nieuwe bronnen en ook nieuwe zuiveringsmethoden. Naast duinfiltratie onderzoeken we de mogelijkheden om brakwater als bron te gebruiken. Nieuwe methoden en technieken zouden in de toekomst tot prijsstijgingen kunnen leiden. Kijk bijvoorbeeld naar de prijs van water waar men zeewater als bron heeft. (prijs sterk kan oplopen als drinkwater uit ontzilting van zeewater moet plaatvinden bijvoorbeeld Curaçao € 7,35/m3) . Daarnaast bestaan er bedrijfsmatige risico’s ten aanzien van de waterkwaliteit van de Lek en de Maas. Bronbescherming van drinkwater begint bij goede afvalwaterzuivering, zodat oppervlaktewater vrij blijft van zorgwekkende stoffen zoals: medicijnresten, GenX en PFAS. In de multi-bronnenstrategie wordt gezocht naar aanvullende bronnen om de bedrijfszekerheid te garanderen voor de regio. Hiermee neemt het belang van een goede waterkwaliteit in de regio toe (voorbeeld Valkenburgse Meer).

Het belang van een goede waterkwaliteit voor o.a. drinkwater is daarmee ook een afvalwaterketen belang o.a. door verminderen van het aantal overstorten en het aansluiten van ongerioleerde percelen. Naast het zoeken naar nieuwe bronnen én het uitbreiden van de productiecapaciteit is het beperken van de drinkwatervraag een middel dat kan bijdragen aan de leveringszekerheid van Dunea.

Drinkwatervoorziening van de toekomst: Dunea heeft in de komende jaren drie grote opgaven om naar deze visie toe te groeien en de drinkwatervoorziening in haar leveringsgebied klaar te maken voor de toekomst: 1. Op korte termijn (<2025) moet de overbruggingscapaciteit minimaal 3 maanden worden. 2. Op korte termijn (<2025) moet er meer drinkwater geleverd kunnen worden uit het bestaande systeem en moeten we dat systeem zo goed mogelijk blijven beschermen.

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

16

BELEIDSMODULE 3. Op lange termijn (>2025) moet er een duurzaam systeem komen dat blijvend veerkracht en leveringszekerheid biedt (invulling van de multi-bronnenstrategie en de visie 2040).

2.2.5

Transport

Om drinkwater veilig en betrouwbaar bij de klant te krijgen worden leidingstelsels gebruikt die op tenminste 1 meter diepte liggen en het liefst op 1 meter uit de erfscheidingsgrens, Deze ligging heeft als doel dat de bodemtemperatuur op 1 meter diepte geen negatief effect heeft op de kwaliteit van het drinkwater, echter door klimaatverandering zien we dat er zeker in stedelijk/verhard gebied ook de ondergrond steeds meer opwarmt. Hierdoor neemt het risico in het transportstelsel toe op biologische instabiliteit: o.a. Legionella door opwarming. Opwarming kan ook ontstaan door uitstraling van andere infra. Daarnaast leidt verdroging ook tot grondzettingen met als gevolg lekkages in het leidingstelsel. Transportleidingen kunnen ook fungeren als bron voor warmte en koude. Gemiddeld is de temperatuur 12 graad C. Door warmte en koude in de verschillende seizoenen eruit te halen kan naast het leveren van warmte en koude aan de bebouwde omgeving ook de opwarming van de temperatuur in de leidingen worden verminderd.

2.3

Aansluiting op de riolering

Uitgangspunt is dat gemeenten zelf de regie voeren over de afvoer van hemelwater, grondwater en bedrijfsafvalwater door het ontwikkelen van eigen beleid op deze terreinen, in samenspraak met de verschillende waterpartners. Voor hemelwater en grondwater is afkoppelen en ontvlechten uitgangspunt. Ook is het zuiveren van niet biologisch afbreekbaar bedrijfsafvalwater door bedrijven zelf verplicht, aangezien dan: • • •

Het functioneren van de afvalwaterzuivering (AWZI) niet in gevaar komt; Riool- en zuiveringsslib niet worden verontreinigd (hoge verwerkingskosten); Oppervlaktewater wordt beschermd tegen niet biologisch afbreekbare verontreinigingen.

De vernieuwde artikelen 10.29a, 10.32a en 10.33 uit de Wet Milieubeheer vormen één geheel: de gemeente hoeft het bedrijfsafvalwater, het regenwater of grondwater niet meer altijd te accepteren en wordt gestimuleerd de regie te nemen om de afvalwaterketen los te koppelen van het watersysteem. Net als bij afvalstoffen is het wettelijke uitgangspunt voor afvalwater (Wet Milieubeheer art. 10.29a) dat het mengen van grondstoffen (schoon hemelwater) met afval(water) niet is toegestaan en dat het ontstaan van afval (stedelijk afvalwater) zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De wetsteksten vinden hun oorsprong in het nationaal Waterplan (NWP)

2.3.1

Wettelijk kader

Voor aansluiting van afvalwaterstromen op de riolering of de afvalwaterzuivering gelden de onder titel 10.5 beschreven artikelen 10.29a, 10.32a en 10.33 uit de Wet Milieubeheer. In de artikelen 3.4, 3.5 en 3.6 van de Waterwet wordt nader ingegaan op de zuiveringsverplichting (door het hoogheemraadschap) en de zorgplichten in het kader van de verwerking van afvloeiend hemelwater en grondwater door de gemeente. In deze artikelen is beschreven welke verplichtingen de lozer heeft en welke verplichtingen het bestuursorgaan heeft. Relevante wetgeving is weergegeven in Bijlage C. Gemeente kan in een verordening aangeven hoe om te gaan met hemelwater of grondwater. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht om de inzameling en transport van stedelijk afvalwater mogelijk te maken. Wetgever laat nadrukkelijk open dat de functie van een openbaar vuilwaterriool op andere wijzen kan worden ingevuld, zodat de mogelijkheid om alternatieve sanitatie toe te passen niet wordt uitgesloten. Om het functioneren van de afvalwaterzuivering niet in gevaar te brengen en het riool- en zuiveringsslib niet wordt verontreinigd en het oppervlaktewater wordt beschermd tegen niet biologisch afbreekbare verontreinigingen, dienen bedrijven en instellingen hun niet biologisch afbreekbaar bedrijfsafvalwater in eigen beheer te zuiveren.

Dit komt voort uit de vernieuwde artikelen 10.29a, 10.32a en 10.33 uit de Wet Milieubeheer. Wettelijk uitgangspunt voor afvalwater is als volgt gedefinieerd:

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

17

BELEIDSMODULE Naast bovenstaande wetgeving is in verschillende AMvB’s nadere uitwerking gegeven aan het Besluit Lozen van Buiteninrichtingen (BLBI) en het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens (BLAH). In het eerste AMvB wordt vooral ingegaan op de lozing van buiteninrichtingen in bodem, oppervlaktewater of rioleringen. In het laatste AMvB wordt vooral ingegaan op lozen van huishoudelijk afvalwater in: • • • • • •

De bodem; Een oppervlaktewaterlichaam; Een hemelwatersysteem of openbaar ontwateringsstelsel; Een openbaar vuilwaterriool; Een andere voorziening als boven genoemd of; Lozing via een werk.

2.3.2

Huishoudelijk en bedrijfsafvalwater in de afvalwaterketen

Als uitwerking van het wettelijk kader wordt in deze paragraaf nader ingegaan op de zorgplichten die de gemeente heeft in het kader van het stedelijk afvalwater.

Stedelijk afvalwater In een gemengde riolering, als combinatie van een vuilwaterriool en het openbaar hemelwaterstelsel of in het vuilwaterriool, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd. Dit huishoudelijke afvalwater is al dan niet vermengd met bedrijfsafvalwater, grondwater of hemelwater. Huishoudelijk afvalwater is biologisch afbreekbaar. Hierop is de AWZI ontworpen. In de hemel- en grondwaterverordening worden regels aan het lozen van hemelwater en grondwater op of in de bodem of de riolering gesteld. Ook de afweging of en wanneer particulieren in bestaande wijken lozingen van hemelwater of grondwater in een vuilwaterriool moeten beëindigen is hierin meegenomen. Gemeenten nemen met deze verordening de regie over het lozen van hemel- en grondwater in handen, waarbij de expliciete scheiding tussen particuliere en openbare verplichtingen gescheiden blijft.

Huishoudelijk afvalwater In principe wordt alleen voor huishoudelijk afvalwater riolering aangelegd (Wet Milieubeheer art. 10.29a). De eigenaar van het perceel dient zelf zorg te dragen voor de afvoer van hemelwater en grondwater. Waar particulieren niet zelf kunnen voorzien in de afvoer van hemelwater of grondwater wordt een hemelwaterriool aangelegd en – mits noodzakelijk – een drainagesysteem. In bestaande situaties dient de eigenaar mee te werken aan de scheiding van huishoudelijk afvalwater en hemel- en grondwater. Dit kan op meerdere manieren plaatsvinden door o.a. het water rechtstreeks op oppervlaktewater te brengen of te infiltreren in de bodem. De particulier draagt zelf zorg voor de afvoer van hemel- en grondwater op eigen terrein. Waar mogelijk wordt afgevoerd naar de bodem of naar het oppervlaktewater. Expliciet wordt gesteld dat lozing van hemelen grondwater op een drukrioleringssysteem niet is toegestaan. Voor bedrijven en inrichtingen staat in het Activiteitenbesluit hoe zij met bedrijfsafvalwater, hemelwater en huishoudelijk afvalwater dienen om te gaan. Voor huishoudens die niet kunnen lozen op de riolering staat dit in het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens (BLAH).

Bedrijfsafvalwater In de (bedrijfs)afvalwaterverordening worden regels gesteld aan het lozen van (bedrijfs)afvalwater in de riolering. Voor (glastuinbouw)bedrijven gelden de convenanten die zijn of worden afgesloten tussen de industrie en de overheid. Daarnaast zijn de IPPC-bedrijven opgenomen in het activiteitenbesluit en worden geacht als algemene regel boven deze verordening te staan. Met deze verordening voeren de gemeente en het hoogheemraadschap regie over het al dan niet inzamelen van (niet) biologisch afbreekbaar bedrijfsafvalwater. Er geldt een verbod op het lozen van niet- huishoudelijk afvalwater van bedrijven, glastuinbouw, e.d. op de riolering. Dit moet door de lozer zelf worden verwerkt. Bedrijfsafvalwater, dat qua biologische afbreekbaarheid overeenkomt met huishoudelijk afvalwater kan wel worden ingezameld, tenzij de

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

18

BELEIDSMODULE gemeente dit middels beleid of verordening heeft uitgesloten. Voor de verbetering van de waterkwaliteit heeft het Rijk het zuiveren van het afvalwater van de glastuinbouw als een noodzakelijke maatregel verplicht gesteld. Nieuwe (opkomende) stoffen; de waterketen als spiegel van de chemische maatschappij. Breder gaan monitoren op stoffen in het influent (bijv. Pfos en Pfas). Zijn er probleemstoffen aan te wijzen, hoe deze aan te pakken (bron (productieverbod, gebruiksverbod of lozingsverbod, end of pipe (welke aanvullende technologie). Voorstel voor brede screening per AWZI en wellicht broninventarisatie binnen de looptijd IWKP.

Wel of geen riolering Invulling van de Zorgplicht voor stedelijk afvalwater en het al dan niet aanleggen van riolering wordt tussen gemeenten en het hoogheemraadschap planmatig afgestemd middels de toets voor ongerioleerde lozingen (Bijlage H). Ook voor de wateren waar de waterkwaliteit om specifieke aandacht vraagt worden afspraken gemaakt. Op basis van een doelmatigheidsafweging wordt een afweging gemaakt hoe wordt omgegaan met ongerioleerde lozingen, waarbij rioleren de voorkeur heeft. Er wordt geen onderscheid gemaakt in lozingen van huishoudelijk afvalwater uit huishoudens, woonboten of bedrijven. Binnen de bebouwde kom is de gemeente verantwoordelijk voor het functioneren van de voorzieningen en is ontheffing van de zorgplicht niet mogelijk. Buiten de bebouwde kom kan de gemeente ontheffing van de zorgplicht aanvragen bij de Provincie, mits de water- en bodemkwaliteit dit toestaat. Na verleende ontheffing is de particulier zelf verantwoordelijk voor het verwerken van zijn afvalwater. Voor deze particuliere lozingen gelden de regels van het Besluit lozing afvalwater huishoudens. In de Bollenstreek zijn op dit moment alle ongezuiverde afvalwaterlozingen uit woonboten of woningen in beeld. Met de komst van het dataportaal wordt de procedure toets ongerioleerde lozingen herhaald. Het is maatwerk om deze afvalwaterlozingen te saneren.

Uitgangspunt voor het saneren van deze afvalwaterlozingen, is dat zij geen schade mogen veroorzaken aan bodem of oppervlaktewater. In de Bollenstreek is gekozen om de ongezuiverde lozingen te saneren middels een rioolaansluiting.

2.3.3

Hemelwater in de afvalwaterketen

Vanuit de uitgangspunten voor ontvlechting en berging moet schoon hemelwater nuttig worden gebruikt voor het aanvullen van het grondwaterpeil of worden gebruikt als gebiedseigen water in het watersysteem. Hiermee worden zowel lokale als regionale belangen gediend. Nieuwe rioolstelsels worden dan ook in principe als gescheiden stelsels aangelegd, al dan niet in combinatie met een zuiverende of infiltrerende voorziening voor het hemelwater. Bestaande stelsels2 worden, vanuit het oogpunt van doelmatigheid bij vervanging omgezet in gescheiden stelsels. Op deze manier wordt kapitaalvernietiging voorkomen en wordt er ‘werk met werk’ gemaakt. Om ook gefaseerde vervanging mogelijk te maken stellen de gemeenten tijdig vervangingsplannen op zodat ook locatiegewijze vervanging leidt tot een gescheiden stelsel. Op basis van lokale omstandigheden wordt dit – vooraf - nader uitgewerkt in een gemeentelijk Afvoerstructuurplan. Daar waar gescheiden afvoer (nog) niet doelmatig is kan (tijdelijk) gemengde afvoer worden toegepast. Plannen voor het afkoppelen van hemelwater in bestaande situaties, nog vóór de vervanging van riolering noodzakelijk is, worden gemaakt wanneer er problemen zijn die hiertoe aanleiding geven. Bijvoorbeeld wanneer: • • •

zich water-op-straat problemen voordoen; er grondwaterproblemen zijn die vragen om de aanleg van een hemelwaterriool; een slechte waterkwaliteit verbeterd kan worden door het terugdringen van de overstorten, in combinatie met het doorspoelen van watergangen met het afgekoppelde hemelwater.

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

19

BELEIDSMODULE Gemeenten hebben de zorgplicht voor afvoer en verwerking van hemelwater in de openbare ruimte. In het Nationaal Waterplan (NWP) zijn hierop de volgende principes van toepassing: • •

•

•

Uitgangspunt zijn de principes van integraal waterbeheer, waarbij de wateropgaven in samenhang dienen te worden beschouwd; Afwenteling in ruimte en tijd dient te worden voorkomen door gebruik te maken van de volgende tritsen (waterkwantiteit) • Vasthouden; • Bergen; • Afvoeren; En, voor de trits waterkwaliteit: • Schoonhouden; • Scheiden; • Schoonmaken; Het verbinden van ruimte en water;

Het voorkomen van verzilting in de Bollenstreek is vanuit het NWP een speerpunt. Er is dan ook een sterke voorkeur om hemelwater te infiltreren, zodat een bijdrage kan worden geleverd aan het aanvullen van de grondwaterlens in de duinstreek ter voorkoming van verzilting in de dieper gelegen polders. Ook is het bergen van hemelwater in het oppervlaktewater nuttig voor het doorspoelen of aanvullen van oppervlaktewater met schoon gebiedseigen water, waarbij tevens een bijdrage wordt geleverd aan het verlagen van de belasting op de AWZI. Deze maatregelen zullen in samenwerking en samenspraak met de waterpartners nader worden ingevuld.

2.3.4

Grondwater in de afvalwaterketen

Algemeen In de afvalwaterketen heeft grondwater vooral betrekking op afvoeren op een vuilwatersysteem of een verbeterd gescheiden systeem, waarbij dit relatief schone grondwater rechtstreeks in het zuiveringsproces terecht komt. Deze afvoer heeft twee oorzaken: •

peilbeheer, waarbij een voorziening rechtstreeks afvoert naar een dwa systeem of een gemengd systeem; • Inundatie van grondwater in een dwa, hwa (verbeterd gescheiden stelsel) of gemengd stelsel als gevolg van lekkage; Alle andere mechanismen of afvoerprincipes vallen onder droge voeten en worden in paragraaf 3.2.4 verder uitgewerkt. Volgens de BLBI, artikel 3.2, lid 7 is het lozen van grondwater op vuilwaterriolering verboden, mits wordt voldaan aan de volgende randvoorwaarden: • • •

De lozing niet langer dan 8 weken duurt; De geloosde hoeveelheid ten hoogste 5 m3/uur bedraagt; Het gehalte aan onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 300 mg/liter bedraagt.

Daarnaast kan het bevoegde gezag met betrekking tot hoeveelheid en tijdsduur andere waarde stellen. Afstemming met het hoogheemraadschap is hierbij een eerste vereiste en moet worden geregeld met een maatwerkoplossing volgens de BLBI, artikel 3.2. Gemeenten stellen beleid op inzake de invulling van de grondwaterzorgplichten.

WKO Systemen voor Warmte en Koudeopslag (WKO) slaan energie op in de bodem met als doel deze energie te gebruiken voor verwarming en afkoeling van gebouwen/objecten. Bij een zogeheten ‘open’ WKOinstallatie worden er in de grond twee verschillende bronnen gecreëerd, een warmtebron (circa 12 - 15˚C) en een koude bron (circa 6-9 °C). Deze bronnen worden in een watervoerende laag in de ondergrond gemaakt. Naast open systemen bestaan er ook zogeheten gesloten systemen. Hierbij wordt geen grondwater gebruikt maar water met antivriesmiddel dat wordt rondgepompt in een gesloten systeem in de

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

20

BELEIDSMODULE bodem. Het water met antivriesmiddel komt niet in contact met grondwater. De verdere werking van de gesloten WKO-installatie is hetzelfde als bij een open WKO-installatie.

De voorkeursvolgorde voor het afvoeren van de lozingen is aangegeven in tabel 2.1.

• •

•

Type afvalwater

•

Kenmerken

•

Voorkeursvolgorde lozing

• Spoelwater als gevolg van de aanleg van • bodemenergiesystemen •

Water met bentoniet en 3. Vuilwater riolering polymeren 4. In de bodem Relatief kleine hoeveelheid 5. Overige routes Eenmalige lozing

• Spoelwater als gevolg van ontwikkelen en • onderhouden van • bodemenergiesystemen

Grondwater, zoals lokaal aanwezig Grote hoeveelheden Herhaaldelijk in de gebruiksfase

6. In de bodem 7. Oppervlaktewater 8. Hemelwater riolering 9. Vuilwater riolering 10. Externe verwerker

Tabel 2.1 - voorkeursvolgorde lozen

Voor aanleg en onderhoud van open installaties moet een vergunning worden aangevraagd bij de Provincie. De betreffende bevoegde gezagen overleggen om tot de meest doelmatige verwerkingswijze van het vrijkomende afvalwater te komen. De Provincie overlegt met het hoogheemraadschap. Direct lozen op oppervlaktewater is vergunning plichtig. Lozen in een hemelwaterriool is niet vergunning plichtig maar de lozing moet wel gemeld worden bij de gemeente. Wanneer lozing in de bodem en op oppervlaktewater niet mogelijk is en er op het vuilwaterriool zou moeten worden geloosd, overlegt het hoogheemraadschap met de omgevingsdienst/gemeente. Deze houdt ruggespraak met de rioolbeheerder van de gemeente. Lozen op de riolering is niet vergunning plichtig, hiervoor geldt ook geen meldplicht.

2.3.5

Indirecte lozingen

Gemeente is bevoegd gezag voor alle lozingen op de riolering, inclusief indirecte lozingen (o.a. WKO lozingen zie voorgaande paragraaf). In veel gevallen is zowel vergunningverlening als handhaving uitbesteed aan de milieudienst. Per gemeente kunnen de afspraken met de milieudienst verschillen. De zuiveringsbeheerder AWZI dient in de gelegenheid te worden gesteld om bij de afweging voor omgevingsvergunning advies uit te brengen voor aspecten die betrekking hebben op het beheer van het zuiveringtechnische werk of het oppervlaktewater waarop het water vanuit die voorziening wordt geloosd. In goed overleg wordt voorkomen dat de riolering onverwacht grote hoeveelheden grondwater, zwembadwater of vermengd afvalwater moeten afvoeren. Eventueel lokaal beleid wordt expliciet uitgelicht in plaatselijke verordeningen met aanvullende regels. Controle op de indirecte lozingen vindt plaats volgens standaardprocedures van de Milieudienst en Rijnland (bijvoorbeeld IPPC-bedrijven). In de module Kringmaatregelen wordt inzicht gegeven in de resultaten van deze controles.

2.4

Aanbod en overname stedelijk afvalwater

2.4.1

Afvalwaterprognoses

Investeringen in de afvalwaterketen zijn vaak kapitaalintensief en worden daarom al jaren van tevoren gepland en voorbereid. Grote, plotselinge fluctuaties in het aanbieden van afvalwaterstromen van langere duur zijn dan ook niet wenselijk. In de relatie tussen de gemeente en de afvalwaterbeheerder speelt de uitwisseling van gegevens, die betrekking hebben op de aangeboden en te verwerken hoeveelheden,

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

21

BELEIDSMODULE afvalwater daarom een belangrijke rol. Hiermee zorgen de waterpartners voor een goed afgestemde en effectieve afvalwaterketen tegen lage maatschappelijke kosten. In Bijlage B zijn de verschillende grondslagen weergegeven die gelden bij het bepalen van de normcapaciteiten van de AWZI. Deze tabellen zijn de basis voor het afsprakenkader tussen gemeenten en het hoogheemraadschap. In de procedure afvalwaterprognoses (Bijlage J) staat beschreven hoe de waterketenpartners willen omgaan met het uitwisselen van gegevens, het berekenen van de afvalwaterhoeveelheden en bijbehorende analyses en het maken van afspraken hierover.

2.4.2

Toetsing aan de praktijk

Om een goed functionerende afvalwaterketen te kunnen waarborgen is naast theoretische informatie ook daadwerkelijke, operationele informatie noodzakelijk, waarin voor de volledige afvalwaterketen kan worden gemonitord of de situatie in de praktijk vergelijkbaar is met de situatie die theoretisch is vastgesteld.

AWTG-Rapport Sinds 2021 ontwikkelt Rijnland een rapportage op AWTG niveau. Hierin worden gegevens van het aanvoerende stelsel, het afvoerende systeem en de object en prestatiegegevens van het AWTG bij elkaar gebracht. De intentie is deze rapportage automatisch, vanuit brondata, jaarlijks te genereren zodat ook jaarlijks de prestaties en effecten van de waterketen kunnen worden beoordeeld. Uiteindelijk kan deze jaarlijkse rapportage, of een samenvatting en evaluatie per 5 jaar, leiden tot een formeel vast te leggen afnameafspraak. Om deze rapportage op waarde te krijgen is goede samenwerking van essentieel belang; betrokken partijen moeten de eigen object- en systeem data kwalitatief digitaal op orde krijgen. Omdat deze data vaak uit (hoogwaardige) bestanden en documenten moet komen en nog vertaald moet worden naar huidige normen en standaarden (GWSW), is het reëel om ervanuit te gaan dat dit nog enkele jaren zal vragen. Afspraak binnen de Bollenstreek is hierin samen op te trekken. In de ontwikkeling van het AWTG-Rapport zullen ook de gegevens over overnamepunt en in-en uitslagpeilen verder worden uitgewerkt.

Discrepantie biologische belasting Metingen van de biologische belasting van de AWZI’s leveren meestal meer inwonerequivalenten (i.e.) dan verwacht op basis van de theoretische berekening (afvalwaterprognose) of op basis van de aangeslagen vervuilingseenheden (heffingenbestand BSGR). Mogelijke oorzaken zijn o.a. onjuiste debietmetingen, fouten in data zoals grenzen van rioolgebieden of bedrijven die in de verkeerde afvalwaterklasse zijn ingedeeld en meer vervuiling lozen dan verwacht, maar ook bijvoorbeeld niet vastgelegde of illegale lozingen. Rijnland maakt jaarlijks een vergelijking van de theoretisch getallen met de gemeten waarden. In overleg met de desbetreffende gemeente(n) kunnen bij bijzonder grote afwijkingen onderzoeksmaatregelen worden benoemd om de discrepantie terug te dringen.

Rioolvreemd water Om naast de verwachte droogweerafvoer ook een beeld te hebben van het aandeel rioolvreemd water (water dat onbedoeld in het riool zit) kan een Droogweerafvoer Analyse middels een standaard Systematiek (DWAAS) worden uitgevoerd. Stowa heeft hiervoor recent een nieuwe tool ontwikkeld die in 2022 zal worden getoetst. Rioolvreemd water kan verschillende oorzaken hebben die soms moeilijk en soms relatief gemakkelijk te verhelpen zijn, denk aan indringend grondwater bij lekkende riolen of te laag gelegen overstorten waardoor oppervlaktewater de riolering in loopt. De DWAAS-analyse is in 2013 in de Bollenstreek eenmalig uitgevoerd en opnieuw beoordeeld bij het opstellen van de Basis Zuiveringsplannen in 2021. Daarnaast is Rijnland in 2021 (tegelijk met de ontwikkeling van het AWTG Rapport) gestart met een methode om opvallende trends in droogweer afvoer

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

22

BELEIDSMODULE op de centrale proceskamer te signaleren. Daarmee kunnen bijvoorbeeld quick-wins van rioolvreemd water pragmatisch worden opgespoord, wat ook voor de waterkwaliteit direct positief effect heeft.

Grijswater en zwartwater Voor de toekomst én met circulair watergebruik in het achterhoofd is het nuttig om ook inzicht te krijgen in de verhouding van grijs- en zwart afvalwater. Dit vraagt dat we de vergunningsgegevens van bedrijven meer in beeld krijgen, zodat we ook kansen gaan zien om het zuiveringsrendement van de AWZI te verbeteren of om te zetten naar een grondstoffenfabriek.

Kritieke tijd en berging stelsel De kritieke tijd van een vrij verval (gemengd) stelsel zegt iets over de berging en vulling van een stelsel en is voor beheerders belangrijke informatie. Bij werkzaamheden aan ketenassets, maar ook bij calamiteiten, is het belangrijk te weten hoe lang een stelsel zonder afvoer kan. Rijnland heeft in 2021 een methodiek ontwikkeld voor het praktisch toetsen van de theoretische kritieke tijd, hiervoor werken gemeenten en centrale proceskamer van Rijnland samen. Intentie is om 15 AWTG`s per jaar te toetsen, deze toetsen worden per gemeente ingepland. Verwachting is dat de AWTG`s in de Bollenstreek in 2023 of 2024 worden getoetst.

Basis Meetplan Rijnland wil in 2022-2026 ook het Basis Meetplan (opgesteld in 2014) opnieuw tegen het licht houden. In dit Basismeetplan Rijnland – Meten aan de afvalwaterketen (eindrapport jan. 2014), staan de functionele en technische eisen van meetopstellingen voor debietmetingen beschreven. Het ijken van debietmeters is een (te) kostbare zaak en is voor de functionaliteit van een zuiveringstechnisch werk geen vereiste. Indien (tijdelijke) wijziging van de methode van kalibreren noodzakelijk wordt geacht dan leggen de waterpartners dit na onderling overleg vast in het gemeentelijke rioleringsmeetplan.

2.5

Centrale zuivering (overdrachtspunten)

2.5.1

Aansluitpunten op de centrale Zuivering

In dit iWKp worden in de module maatregelen de overnamepunten van het afvalwater en de in- en uitslagpeilen in de pompkelder planmatig vastgelegd. De overnamepunten zijn in bijlage C van de Maatrelenmodule weergegeven. Rijnland voorziet in één afnamepunt per kern. Dit kan een rioolgemaal zijn, maar ook het influentgemaal van de zuivering, in enkele gevallen ligt het overnamepunt op een persleiding. Wanneer de doelmatigheid hier om vraagt, zijn aanvullende eindrioolgemalen mogelijk. Het stedelijk afvalwater dient van huishoudelijke aard te zijn. Als alle lozingen op de riolering voldoen aan de geldende regelgeving dan is het functioneren van de zuivering gewaarborgd. Het zuiveringsproces is gevoelig voor stoffen die de werking van de zuiverende bacteriën tegen gaan. Wanneer van deze verstorende stoffen hoge pieklozingen worden aangevoerd zal Rijnland dit kenbaar maken en samen met de gemeente de oorzaak onderzoeken en bestrijden.

Overlap assets Op enkele terreinen van AWZI`s ligt gemeentelijke riolering, omdat het overnamepunt is bepaald op de ontvangstkelder van het influentgemaal welke staat op het terrein van de AWZI. Afgesproken is; Gemeentelijke transportriolen binnen AWZI's dienen op doelmatige wijze beheerd en onderhouden kunnen worden door de gemeente, ongeacht de eigendomsverhoudingen. Het beheer en onderhoud van deze transportriolen kan ingewikkeld zijn doordat deze niet vrij toegankelijk zijn voor de gemeente. Bij calamiteiten kan de responstijd van de gemeente hierdoor onacceptabel lang zijn. In principe geven de waterpartners elkaar over en weer toestemming om beheer aan eigendommen

INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

23

BELEIDSMODULE gelegen op terreinen van de ander mogelijk te maken. Ook moet worden onderzocht of de juridische aspecten van de eigendomssituatie kunnen worden vereenvoudigd.

2.5.2

Dimensie en capaciteit van systemen

Op basis van theoretische afvoercapaciteiten, de in paragraaf 2.4.1 beschreven bronnen en de in Bijlage B genoemde maatstaven wordt voor zowel de AWZI als de gemeentelijke systemen de afvoercapaciteit bepaald, die maatgevend is voor de relatie tussen gemeente en hoogheemraadschap. Onderlinge fluctuaties binnen gemeenten of kernen (bemalingsgebieden) komen voor, terwijl wordt voldaan aan de capaciteitseisen op overdrachtspunten. Ontwerpen voor zowel de AWZI als de gemeente zijn gebaseerd op de voor de eigen organisatie vastgestelde programma’s van eisen. Deze zijn per gebied en per gemeente verschillend; recht doende aan de werkwijze en autonomie van de inliggende gemeenten. Het hoogheemraadschap hanteert hiervoor de Rijnlandse Standaard Ontwerprichtlijnen.

2.5.2.1

Ontwerp van gemalen en persleidingen

Onderscheid wordt hier gemaakt tussen de eindgemalen (als voedingspunten voor de AWZI) en gemalen die worden beheerd door de gemeenten (tussengemalen, drukrioolgemalen). Beide typen gemalen zijn in meer of mindere mate bepalend voor de afvalwaterstroom: • •

Eindgemalen lozen rechtstreeks op de zuivering en bepalen de capaciteit van de zuivering (voor zowel de droogweerafvoer (DWA) als de regenwaterafvoer (RWA) -situatie); Door de berging in de tussenliggende stelsels zijn tussengemalen en drukrioolgemalen in mindere mate bepalend voor de afvalwaterketen. In voorkomende gevallen kan door omstandigheden worden afgeweken van de in Bijlage B vastgelegde maatstaven. Gevolgen van deze aanpassingen moeten dan wel in het eigen stelsel worden gevonden.

We kijken in dit geval vooral naar de gemalen die bepalend zijn voor de afvalwaterketen, waar een rechtstreekse interactie is te vinden tussen het gemeentelijke stelsel en de AWZI. Ontwerp van een rioolgemaal voor zowel gemeentelijke eindgemalen als voor de eindgemalen die door het hoogheemraadschap worden beheerd vindt plaats op basis van theoretische hydraulische piekaanvoer (RWA). Deze wordt bepaald met de prognose uit paragraaf 2.4.1. Deze theoretische piekafvoer bestaat uit de droogweerafvoer van bewoners en bedrijven voor het gebied dat is aangesloten op deze gemalen, aangevuld met de voor dat betreffende gebied vastgestelde pompovercapaciteit (afhankelijk van het systeemtype). Periodiek wordt de prognose (afspraak over de norm afvoer) getoetst met de ontwerpcapaciteit en het werkelijk afgevoerde hoeveelheid in de praktijk. Bij significante afwijking kan een OAS worden gestart. Ledigingstijd voor eindrioolgemalen is formeel maximaal 24 uur. Voor wat betreft de Rijnlandse gemalen, persleidingen en zuiveringen is er echter geen directe aanleiding deze tijd strikt na te komen. De werken zijn beschermd tegen H2S, en de aanrotting van het afvalwater heeft geen negatief effect op het zuiveringsproces. Wel kunnen langere verblijftijden in de persleidingen zorgen voor anaerobe situaties, waardoor het risico op H2S groter wordt.

Ledigingstijden hebben enig effect op vooral bezinking in het rioolstelsel, waardoor de reinigingsfrequenties voor deze systemen wellicht moeten worden verhoogd. Ook kan de emissie naar het oppervlaktewater toenemen. Feitelijke consequenties zijn in de praktijk echter moeilijk te kwantificeren. Zeker voor injecties van drukleidingen op H2S gevoelige punten kan de ledigingstijd om nuancering vragen. Vaak zijn deze locaties bij gemeenten en het hoogheemraadschap in beeld.

2.5.2.2

Gemeentelijke transportriolen binnen de AWZI’s

Als doelstelling voor dit onderdeel geldt het volgende: Gemeentelijke transportriolen binnen AWZI's dienen op doelmatige wijze beheerd en onderhouden kunnen worden door de gemeente, ongeacht de eigendomsverhoudingen. In principe geven de waterpartners elkaar over en weer toestemming om beheer aan eigendommen gelegen op terreinen van de ander mogelijk te maken. Ook moet worden onderzocht of de juridische aspecten van de eigendomssituatie kunnen worden vereenvoudigd. Deze principe afspraak wordt als onderdeel van deze beleidsmodule uitgewerkt INTEGRAAL WATERKETENPLAN BOLLENSTREEK

24

BELEIDSMODULE Binnen enkele terreinen van AWZI's liggen gemeentelijke transportriolen. Dit komt omdat het overnamepunt vaak de ontvangstkelder is die binnen het hek van de AWZI ligt. Het beheer en onderhoud van deze transportriolen binnen het hek van de AWZI kan belemmerend zijn doordat deze niet vrij toegankelijk zijn voor de gemeente. Bij calamiteiten kan de responstijd van de gemeente hierdoor onacceptabel lang zijn. Daarnaast brengt het juridisch vastleggen van eigendomsrechten e.d. formele procedures met zich mee. De eigendomssituaties dienen bijvoorbeeld middels zakelijk recht contracten worden geregeld. Dit is wellicht een onderwerp wat met een beleidsregel zou kunnen worden vereenvoudigd.

2.5.2.3

Ontwerp van AWZI’s

Voor het ontwerp van de AWZI’s wordt gebruik gemaakt van de normen die zijn opgenomen in Bijlage B. Aandachtspunten hierbij zijn de volgende parameters: • • •

Vuilvracht in het aangevoerde afvalwater (in i.e.); Hydraulische piekafvoer (vanuit de eindgemalen); Vereiste effluentkwaliteit.

Met Regio-studies onderzoekt Rijnland de optimale verdeling van het afvalwater over meerdere AWZI’s in een regio. In de periode 2022-2026 zal een regiostudie Kuststrook worden opgepakt door Rijnland, waar ook de in de Bollenstreek gelegen AWZI`s onderdeel van zijn. In de module maatregelen van dit iWKp wordt in dit kader per zuiveringskring aangegeven welke onderzoeken noodzakelijk zijn voor een optimale afstemming ook met omringende AWZI’s. Ontwikkelingen zoals Nieuwe Sanitatie kunnen leiden tot nieuwe mogelijkheden voor de AWZI. Landelijk en internationaal wordt al druk geëxperimenteerd met de winning van grondstoffen, zoals fosfaat en (chemische) energie. Hoe dan ook mocht de incentive vanuit NL Circulair nu wel of niet worden doorgezet, minder (grijs)afvalwater betekent minder investeringskosten én mogelijk een kleine zuivering. Voor het hoogheemraadschap – en ook de gemeente - is het interessant om op deze ontwikkeling te anticiperen. In paragraaf 4.3 duurzaamheid wordt de reikwijdte van nieuwe sanitatie nader beschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=2cd8ae80-dd9a-474b-aff4-312cb5f6ecb3