BP Schippersvaartweg 44 eo 01-09-2022_Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Schippersvaartweg 44 eo gemeente Noordwijk concept NL.IMRO.0575.BP19172- 0001 Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Schippersvaartweg 44 eo
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
3
Bijlage 2
Watertoets
20
Bijlage 3
Beknopte natuurtoets
25
Bijlage 4
Stikstofberekening
35
Bijlage 5
Bodemonderzoek
54
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
92
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
3
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
NAAST SCHIPPERSVAARTWEG 44, NOORDWIJKERHOUT
September 2022
Plangebied in de context. Schaal 1:3.000 2
1. INLEIDING Initiatiefnemer is voornemens naast de bestaande woning aan de Schippersvaartweg 44 een kavel te realiseren voor één greenportwoning. Dit document bevat een analyse en uitwerking van de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van de beoogde GOM woning met bijbehorende beeldkwaliteitscriteria.
Bestaande kadastrale situatie met plangrens
3
2. ANALYSE Historische analyse Het plangebied ligt in de strandvlakte aan de oostzijde van Noordwijkerhout, aan de rand van de Hogeveensepolder. Dit is een vlakke, open ruimte waar de bollenteelt de belangrijkste vorm van grondgebruik is. Aan de Schippersvaartweg is een afwisseling te vinden tussen (bedrijfs)woningen, grote bedrijven en verschillende doorzichten over de (bollen)velden. Het plangebied ligt direct aan het lint van de Schippersvaartweg. Dit lint is door de jaren heen relatief open gebleven. Pas vanaf de jaren 90 is er verspreid meer verdichting ontstaan. Deze tuinderswoningen waren (en zijn nog steeds) eenvoudig van opzet. Vaak 1 laags bebouwing met kap. In de huidige situatie is het lint dichter bebouwd dan dat het was. Deze ontwikkeling heeft er toe geleid dat de openheid die er nog is ook de landschappelijke kwaliteit van het bollenlandschap waarborgt. Hier dient rekening mee gehouden te worden bij de landschappelijke inpassing.
4
1930
1960
1990
2000 5
2. ANALYSE Onderstaand is het relevante beleid beschreven dat van toepassing is op het plangebied. Structuurvisie Greenport 2016 Op de schaal van de polder zijn de bebouwingslinten en open en besloten gebieden zichtbaar. De open gebieden zijn landschappelijk waardevol en dienen open te blijven. Dit is ook zodanig benoemd in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016: “Vanaf de grote landschapsstructuren van de strandwallen en strandvlaktes die van noord naar zuid lopen tot de vele te onderscheiden ‘landschapskamers’ moeten de landschapskwaliteiten verbeteren. Herstructurering in combinatie met landschapsverbetering (inclusief opruimen verrommeling) dienen spoedig en slagvaardig ter hand worden genomen. Dit heeft de hoogste prioriteit”. In de afbeelding hiernaast is te zien dat het zoekgebied voor de greenportwoning is gelegen in een open gebied met een zichtlijn naar de bollenvelden, waarvan het behoud bij eventuele ontwikkelingen een belangrijk uitgangspunt vormt (zie witte pijl op de kaart op de vorige pagina).
6
Structuurvisie Noordwijk 2030 Volgens de structuurvisie Noordwijk 2030 is het plangebied gelegen in de strandvlakte. Dit gebied kenmerkt zich door openheid en weidse vergezichten. Daarom is het streven dit gebied zo open mogelijk te houden. Landschapsvisie Hogeveensepolder (2014) Het plangebied is gelegen aan de rand van de Hogeveensepolder. Om de kwaliteiten van deze polder te behouden en te versterken is in 2014 een landschapsvisie opgesteld, als bijlage bij het bestemmingsplan buitengebied (2015). De visie heeft de ambitie de strandwallen en strandvlaktes zichtbaar te maken en werkt toe naar een herstructurering van de polder vanwege de economische en landschappelijke vitaliseringsopgave. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gegeven: • Versterken van de hoofdstructuur, strandwal, strandvlakte; • Verbeteren van de totale waterhuishouding en verkaveling; • Verbeteren van bedrijfsontsluiting in het middengebied en daarmee de overige wegen van agrarisch verkeer ontlasten; • Verbeteren van de openheid en belangrijke zichtlijnen; • Tegengaan van verdere verrommeling. Omdat het plangebied net buiten de contour van deze visie ligt, maar wel aan de rand, is het van belang deze uitgangspunten toch waar mogelijk toe te passen. Met name het behouden en/of verbeteren van belangrijke zichten en tegengaan van verdere verrommeling zijn daarbij van belang.
Structuurvisie greenport 2016 met plangebied rood omcirkeld. Gelegen in gebied: Herstructurering naar vitale Greenport met landschapsverbetering en integratie wateropgaven, sanering, schaalvergroting en intensivering van het bollencomplex
Ligging plangebied (rood omcirkeld) in landschappelijke zone III ‘strandwal - landgoederenzone’ (structuurvisie 2030 Noordwijkerhout) 7
3. LOCATIE AFWEGING Het lint van de Schippersvaartweg Aan de Schippersvaartweg is een afwisseling te vinden tussen (bedrijfs) woningen, grote bedrijven en verschillende doorzichten over de (bollen) velden. Tegenover het plangebied zijn er 2 percelen in ontwikkeling tot wonen (oranje vlakken). Dit versterkt het bebouwingscluster dat zich hier aan het ontwikkelen is. Het bebouwingslint heeft een grote hoeveelheid open zicht richting het landschap tussen kleinere clusters van bebouwing. Zichtlijnen en openheid bepalen voor een groot deel de landschappelijke kwaliteit van het bollenlandschap en hier dient dus ook rekening mee gehouden te worden bij de landschappelijke inpassing. In de huidige situatie wordt een gedeelte van het bedrijfsperceel nog gebruikt. Het resultaat is dat slechts de helft van open bollengrond wordt ingezet voor een nieuw perceel. Aan de zuidzijde van het perceel wordt in de nieuwe situatie dit verlies gecompenseerd.
Conclusie Het realiseren van een greenportwoning op deze locatie gaat zeer beperkt ten koste van de zichtlijnen over de bollenvelden en blijft binnen bestaande contouren die in de huidige situatie het open zicht ontnemen. De voorwaarde hierbij is dat het kavel in de lengterichting wordt gesitueerd. Om deze reden wordt deze locatie gezien als passend voor een greenportwoning. Dit is duidelijk te zien op de volgende pagina’s. Wel blijft het van belang een woning landschappelijk goed in te passen, zodat de woning zich op een natuurlijke wijze voegt in het landschap en er een kwalitatieve overgang kan worden gerealiseerd. Omdat de locatie volgens de structuurvisie Noordwijk 2030 onderdeel uit maakt van de ‘strandvlakte’, is openheid een belangrijk uitgangspunt. Opgaande beplanting dient daarom maar summier te worden toegevoegd.
Zicht Indien de greenportwoning wordt gerealiseerd in het plangebied, verdwijnt er in beperkte mate zicht over de bollenvelden. Achter de gewenste kavel staat al bebouwing, waardoor het vergezicht over de bollenvelden niet versmald door het realiseren van een woning. Ook is er aan de achterzijde een omheining die zicht op het landschap ontneemt. Een kavel met woning in de lengterichting verkleint de impact op de zichtlijn.
8
Zicht ter hoogte van Schippersvaartweg 60
Zicht ter hoogte van Schippersvaartweg 75
Zicht ter hoogte van Schippersvaartweg 81 9
Huidige bestaande situatie met zichtlijnen open bollengebied. 10
Gewenste nieuwe situatie plangebied en omgeving. Er is slechts beperkt verlies van bollengrond en zicht en de woning sluit aan op het bestaande lint. 11
4. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING In de nieuwe situatie wordt de woning wordt haaks op de Schippersvaartweg geplaatst. Door de nieuwe woning op deze manier te positioneren wordt de lengterichting van het landschap en het kavel versterkt. De kaprichting is ook in de lengte gesitueerd. Door de beperkte breedte van het kavel is het niet wenselijk om de woning in de breedte te plaatsen. Vanuit het zijerf en achtererf is er een zone van 4 meter (inclusief haag) waarin niet mag worden gebouwd. Dit resulteert in een maximale breedte van de woning van 8 meter. De maximale lengte van de woning is 12 meter diep. Aan de voorzijde van het erf ligt de rooilijn in een redelijke lijn met de bestaande bebouwing in de omgeving. De oprit naar het erf is een gedeelde oprit met het erf aan de Schippersvaartweg 44. Ook is er ruimte voor een bijgebouw dat ondergeschikt is aan de hoofdwoning. De woning heeft een inhoud van maximaal 750m³. De goothoogte is 4 meter en de bouwhoogte is 8 meter. Dit sluit aan bij de omliggende bebouwing in het buitengebied. Het perceel heeft in de nieuwe situatie een oppervlakte van ong. 800 vierkante meter. Er is voldoende ruimte om te parkeren op eigen terrein. Noordzijde (voorerf) Aan de noordzijde van het kavel bevindt zich een gezamenlijke oprit met de Schippersvaartweg 44. Om de groene uitstraling van deze zijde te waarborgen wordt er een beukenhaag aangeplant.
Ook wordt er één solitaire boom aangeplant. De rooilijn van de nieuw te realiseren woning is gelijk aan de rooilijn van Schippersvaartweg 44. Het voorerf wordt afgeschermd door een beukenhaag van 1 meter hoog.
12
Zuidzijde (achtererf) De achterzijde van het kavel wordt aangeplant met opgaande beplanting (bijvoorbeeld struweel of bomen). Er worden minimaal 3, en maximaal 4 solitaire bomen aangeplant. Enerzijds om een groene uitstraling te creëren die in lijn ligt met omliggende bebouwing, anderzijds heeft dit ook een schaduwwerkende functie. Oostzijde Aan de oostzijde bevindt zich de relatie met het open bollengebied. Het perceel wordt aan deze zijde ingepast door middel van een wintergroene haag. Deze wintergroene haag is op het voorerf lager dan ter hoogte van het bouwvlak en het achtererf en heeft een minimale breedte van 1,0 meter. Aan de voorzijde van het erf, tot aan de voorgevel, is de haag maximaal 1,5 hoog. Zo worden auto’s aan het zicht ontnomen, maar is de haag nog laag genoeg om overheen te kunnen kijken. Deze dienen wel op minimaal 2 meter van de erfgrens te worden aangeplant. De aanplant van deze bomen mag de bedrijfsvoering niet in de weg staan. Er dient bijvoorbeeld rekening gehouden te worden met schaduwwerking op de bollengrond en de hoogte van landbouwvoertuigen. Westzijde De westzijde van het kavel sluit aan op het kavel van de Schippersvaartweg 44. Hier bevindt zich de gezamenlijke oprit. De bestaande watergang die hier al aanwezig is blijft behouden. Hier kan (onderbroken) lagere beplanting worden aangeplant.
Indien hier bomen worden aangeplant is het advies om, in verband met ruimte, bomen van de 2e orde te gebruiken die niet te groot uitgroeien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een krentenboompje. (Amelanchier lamarckii). Een andere optie is een geknotte schietwilg (Salix alba’Sericea’). Door de beperkte grootte en breedte is dit een waardevolle toevoeging langs het water.
Beplanting en biodiversiteit Omdat het plangebied niet in een belangrijke zichtlocatie ligt binnen het open bollengebied, kan extra meerwaarde worden gevonden in versterking van de biodiversiteit. Dit kan i.s.m het tegengaan van verrommeling. Soorten sluiten aan op de voorkomende soorten in de omgeving en/of zijn gericht op het aanbrengen van drachtplanten voor bijen en/of hommels. Ook kunnen vruchtdragende soorten voor onder andere vogels een interessante toevoeging zijn. Houdt hierbij rekening met een soort met doornen. Dit kan dienen als bescherming. Erfbeplanting is functioneel, eenvoudig en streekeigen en erfbeplanting zorgt voor een groene uitstraling van het erf. Mogelijke boomsoorten • Voorkeurssoorten: Zomereik, hollandse iep en linde • Voorkeur bij weinig profielruimte: Eenstijlige meidoorn, geknotte schietwilg, beukhaag • Overig mogelijke soorten ter behoud van variatie: Zwarte els, gewone es Andere soorten die hier ook een toegevoegde waarde zouden kunnen hebben zijn: sleedoorn, hazelaar, veldesdoorn, liguster, gewone vlier en duinroos.
13
Gezamenlijke oprit 1 solitaire boom op het voorerf Haag voorerf; 1m hoogte Voorerf Hoofdwoning Haag zij- en achtererf; 1,5m hoogte Bouwvlak Achtererf Bijgebouw 4 solitaire bomen achtererf Compensatie bollengrond
Wintergroene haag Bomen Achtererf Voorerf Oprit Woning Bijgebouw
0
10
20
Voorstel landschappelijke inpassing 14
40
60
80 Meters
Water Bollengrond
5. BEELDKWALITEIT Onderstaand staan de ruimtelijke kenmerken en karakteristieken beschreven die tevens aansluiten op de landschapsvisie (Regionale laanbeplanting 2004-2019, Duin en Bollenstreek) Karakteristiek • Erven in lint op de strandwal, veelal burgererven • Woningen aan de Schippersvaartweg staan direct aan de weg • Voor- en achtererf zijn gescheiden • Voorerf zichtbaar vanaf de (openbare) weg • Achtererf (en zijerf) is vaak afgeschermd • Bebouwd en ongebouwd wisselt af, bebouwing zijn losse elementen in het landschap • Losse bijgebouwen die qua architectuur, vorm en verhoudingen geen relatie hebben met het hoofdgebouw
Kenmerken van het erf • Het erf volgt het patroon van de verkaveling en landschap. • Bestaande zichtlijnen en doorzichten naar achtergelegen gronden mag niet worden verstoord. • Behoud aanwezigheid sloten, sloot als erfscheiding verdient de voorkeur boven schutting of hoog opgaand groen. • Beperk erfverharding en parkeerplaatsen.
Bebouwing Voor bebouwing en uitbreiding van bebouwing zijn in de landschapsvisie Hogeveenspolder een aantal uitgangspunten genoemd die aansluiten bij de ontwikkeling in het plangebied: • De bouwstijl van gebouwen hebben een landelijk karakter en sluiten aan op bestaande bebouwing in de omgeving. • Voorkeur voor materialen en kleurgebruik zijn baksteen en sobere, neutrale kleuren zoals donkergroen, bruin, donkergrijs en zwart. Geen wittinten of glimmende materialen. • Buitenopslag dient extra zorgvuldig vormgegeven te worden. Bij voorkeur uit het zicht en aan de achterzijde.
15
September 2022 BügelHajema Adviseurs Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort T 033 465 65 45 E info@bugelhajema.nl I www.bugelhajema.nl
bestemmingsplan Schippersvaartweg 44 eo
Bijlage 2 Watertoets
20
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 11-08-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Korte procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
11-08-2022, 06:41
P agina 1 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt, zonder fys ieke aanpas s ing ten opzichte van de bes taande s ituatie? nee
2.
Wordt als onderdeel van het plan riolering aangelegd/vernieuwd? nee
3.
Is er s prake van een toename van lozing [huis houdelijk of bedrijfs matig afvalwater] in het landelijk gebied groter dan 5 huis houdens of in het s tedelijk gebied groter dan 15 huis houdens ? nee
4.
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 500m2? nee
5.
Is er in of rondom het plangebied s prake van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee
6.
Wordt het waterpeil in het plangebied gewijzigd? nee
7.
Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is ? nee
8.
Wordt er water gegraven en/of gedempt? nee
9.
Worden er op bedrijfs matige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee
10.
primaire_keringen_bes chermings zone nee
11-08-2022, 06:41
P agina 2 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 11.
regionale_keringen_bes chermings zone nee
12.
primaire_keringen_kernzone nee
13.
regionale_keringen_kernzone nee
14.
afvalwatertrans portleidingen nee
15.
NH_grondwaterbes chermings gebieden nee
11-08-2022, 06:41
P agina 3 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Korte procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.
Wat moet ik doen? U kunt een advies aanvragen bij het Waters chap door deze aan te vragen met de blauwe aanvraag knop.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
11-08-2022, 06:41
P agina 4 van 4
https://dewatertoets.nl
bestemmingsplan Schippersvaartweg 44 eo
Bijlage 3 Beknopte natuurtoets
25
Beknopte
natuurtoets
Schippersvaartweg
44, Noordwijkerhout projectnummer: P001369 Onderwerp:
Beknopte natuurtoets Schippersvaartweg 44, Noordwijkerhout
Datum:
27-06-2022
Inleiding KADER De initiatiefnemer is van plan een nieuwe woning aan de Schippersvaartweg 44 in Noordwijkerhout te realiseren. Hiervoor wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel van de inventarisatie is nagaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb)1 of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 9 juni 2022 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: licht bewolkt, droog, circa 15 ˚C en een zwakke wind. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied ligt aan de Schippersvaartweg aan de zuidoostzijde van Noordwijkerhout (figuur 1). Het wordt begrensd door de Schippersvaartweg in het noordoosten en door een woonperceel in het noordwesten. In het zuidwesten grenst het plangebied aan een bedrijfsschuur voor opslag van materialen. Ten zuiden van het plangebied loopt een sloot en ten oosten een agrarisch perceel waar ten tijde van het veldbezoek irissen op werden verbouwd. De bebouwing in het plangebied is beperkt tot de houten bungalow met een plat dak van kunststof. Ten zuiden van de bungalow is een grasveld met een kleine moes- en bloementuin aanwezig.
Naast de bungalow staan twee zeecontainers. Ten zuiden van de zeecontainers staat tuinbeplanting bestaande uit enkele jonge bomen en struiken. Door het midden van het plangebied loopt van noord naar zuid een lage beukenhaag. Ten oosten van de haag ligt een zandpad op het agrarische perceel. In het noorden en westen van het plangebied loopt een verharde oprit naar een verharde tuin.
1
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.
Figuur 1. Locatie van het plangebied (rood). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl.
datum 27-06-2022
projectnummer P001369
2
Foto’s 1 t/m 4. Impressie van het plangebied op 9 juni 2022. Linksboven het plangebied gezien vanuit het noordoosten. Rechtsboven het grasveld in het zuiden van het plangebied. Linksonder de kleine bungalow in het zuiden van het plangebied. Rechtsonder het zandpad aan de oostzijde van het plangebied.
De plannen bestaan uit de realisatie van één nieuwbouwwoning aan de oost- en/of zuidzijde van het plangebied. Omdat nog niet bekend is of de huidige bungalow wordt verplaatst of verwijderd, wordt er in dit plan van uitgegaan dat de bungalow wordt verwijderd. Daarnaast wordt vegetatie verwijderd en wordt grond vergraven. Omdat ook nog niet bekend is welke bomen gekapt worden en welke behouden blijven, wordt er in dit plan van uitgegaan dat alle bomen gekapt worden. Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);
-
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).
datum 27-06-2022
projectnummer P001369
3
Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Databank Flora en Fauna2 (NDFF © 13 juni 2022) blijkt dat in de directe omgeving (0 - 2 km) van het plangebied diverse beschermde dier- en plantensoorten bekend zijn. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, een amfibie (rugstreeppad), een dagvlinder (grote vos), een weekdier (platte schijfhoren) en een vaatplant (glad biggenkruid). Langs het zandpad ten oosten van de haagbeukhaag in het plangebied zijn tijdens het veldbezoek de algemene soorten klein kruiskruid, akkerdistel, akkervergeet-mij-niet, kruipende boterbloem en paardenbloem waargenomen. Aan de westzijde van de haag, langs de oprit, is onder andere straatgras, grote klaproos, hertshoornweegbree, grote zandkool en Canadese fijnstraal waargenomen. Op het grasveld aan de zuidzijde van het plangebied is Engels raaigras, gewoon biggenkruid, madelief en witte klaver waargenomen.
Daarnaast lag in het midden van het grasveldje een bloemen- en moestuin en langs de westelijke rand een klein aantal sierbomen en -struiken, waaronder meidoorn, rode kornoelje, ruwe berk en een Amerikaans krentenboompje. De beschermde plantensoort glad biggenkruid is bekend vanuit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Geschikt habitat voor glad biggenkruid (zoals droge, voedselarme, stikstofarme en kalkarme akkers of duinen) is niet in het plangebied aanwezig. Het zandpad ten oosten van de haagbeukhaag is begroeid met soorten als klein kruiskruid, akkerdistel en kruipende boterbloem, die wijzen op matig voedselrijk tot zeer voedselrijke omstandigheden. Gezien de terreingesteldheid, de aanwezige biotoop en voedselrijkdom zijn glad biggenkruid en andere beschermde plantensoorten niet in het plangebied te verwachten. Uit de directe omgeving zijn enkele gebouwbewonende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals huismus en gierzwaluw (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn huismus en gierzwaluw niet in het plangebied waargenomen. Het platte dak van de bungalow biedt ook geen geschikte ruimtes voor deze soorten om nesten in te hebben. Hierdoor kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw en huismus in het plangebied worden uitgesloten. In de bomen in het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen nesten waargenomen.
Bovendien zijn de jonge bomen, door hun geringe grootte, niet geschikt voor jaarrond beschermde vogelnesten.
2 De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.
datum 27-06-2022
projectnummer P001369
4
Jaarrond beschermde nesten van boombewonende vogels, zoals de uit de omgeving bekende buizerd en ransuil (NDFF), in het plangebied kunnen dan ook worden uitgesloten. In de beukenhaag in het plangebied kunnen wel algemene, weinig verstoringsgevoelige vogelsoorten (zoals roodborst) broeden. Nesten van algemene soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus die mogelijk in nabijgelegen bebouwing broedt. Uit de directe omgeving zijn waarnemingen van meerdere boombewonende vleermuissoorten (zoals bosvleermuis en rosse vleermuis) en gebouwbewonende vleermuizen (zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger) (NDFF) bekend. In de bomen in het gebied zijn geen holtes of scheuren waargenomen die geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Tussen de dakrand en de houten wanden van de bungalow zitten ruimtes voor vleermuizen. Echter bieden deze ruimtes geen geschikt microklimaat voor vleermuizen, omdat deze ruimtes door het materiaal (zwart kunststof) snel afkoelen en opwarmen. De houten platen van de wanden van de bungalow zijn verder strak afgewerkt en bieden geen ruimte voor vleermuizen om verblijfplaatsen te hebben. Hierdoor kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied worden uitgesloten.
Het plangebied kan wel onderdeel vormen van het foerageergebied van soorten die rondom bebouwing foerageren, zoals de uit de omgeving bekende gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (NDFF). In het plangebied zijn geen groenstroken aanwezig die een onderdeel kunnen zijn van een doorgaande structuur van opgaande beplanting, die dienst kan doen als essentiële vliegroute. Het grasveld en de begroeiing langs de oprit vormt geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten huisspitsmuis en veldmuis (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde soorten boommarter en damhert bekend (NDFF). Geschikt leefgebied voor boommarter, zoals bosgebied met geschikte boomholtes, is niet in of rondom het plangebied aanwezig. Boommarter wordt daarom ook niet in het plangebied verwacht. Vanwege het ontbreken van bosgebied in en rondom het plangebied kan de aanwezigheid van damhert in het plangebied ook worden uitgesloten. Gezien de terreingesteldheid en/of het ontbreken van waarnemingen uit de omgeving (NDFF) kan de aanwezigheid van niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten in het plangebied worden uitgesloten.
datum 27-06-2022
projectnummer P001369
5
Het plangebied vormt mogelijk geschikt landbiotoop voor lage aantallen van enkele algemene amfibieënsoorten, zoals de uit de omgeving bekende gewone pad, kleine watersalamander of bruine kikker (NDFF). Voor deze soorten is de sloot ten zuiden van het plangebied potentieel geschikt als voortplantingswater. In de omgeving van het plangebied zijn ook waarnemingen van de niet-vrijgestelde rugstreeppad bekend (NDFF). Geschikte land- en voortplantingsbiotopen (zoals diep vergraafbare zandgrond, opgeslagen materialen en ondiepe voortplantingswateren) zijn niet in het plangebied aanwezig. Rugstreeppad en andere niet-vrijgestelde amfibieën zijn door het ontbreken van geschikt leefgebied en/of waarnemingen uit de omgeving (NDFF) niet in het plangebied te verwachten. De dagvlinder grote vos is uit de directe omgeving bekend (NDFF). Grote vos is aangewezen op waardplanten zoals iep, zoete kers en enkele wilgensoorten. De zoete kersenbomen langs de oprit in het plangebied zijn echter te klein om als geschikte waardplant voor grote vos te dienen. Daarnaast zijn ook geen geschikte plaatsen om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout, in het plangebied aanwezig. Aanwezigheid van grote vos in het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. In de directe omgeving van het plangebied is de zoetwaterslak platte schijfhoren bekend (NDFF).
Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater in het plangebied kan de aanwezigheid van platte schijfhoren worden uitgesloten. Gezien de terreingesteldheid en/of het ontbreken van waarnemingen uit de omgeving (NDFF) kan de aanwezigheid van andere niet-vrijgestelde soorten ongewervelden in het plangebied worden uitgesloten. Beschermde vissensoorten zijn in de directe omgeving niet bekend (NDFF). Het plangebied biedt deze soortgroep ook geen geschikt leefgebied. Gezien dit gegeven kan de aanwezigheid van beschermde vissen in het plangebied worden uitgesloten. TOETSING Bij de uitvoering van de plannen gaan geen jaarrond beschermde nesten van vogels verloren. Als gevolg van de plannen verandert het plangebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, maar zal niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden niet op. Het vernietigen of verstoren van in gebruik zijnde nesten van (algemene) vogelsoorten, zoals roodborst, is bij wet verboden. Dit kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broed-
datum 27-06-2022
projectnummer P001369
6
seizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. De meeste vogels broeden tussen half maart en half juli. Als gevolg van de plannen gaan geen vleermuisverblijfplaatsen verloren. Het plangebied zal naar verwachting na uitvoering van de plannen niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die rondom bebouwing foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op. Geschikt leefgebied voor rugstreeppad is momenteel niet aanwezig. Deze mobiele pionierssoort staat er echter om bekend dat braakliggende bouwterreinen met kuilen of laagtes waar water in blijft staan snel kunnen worden gekoloniseerd. Ook bij het vergraven van grond of aanbrengen van zand op bouwterreinen, kan geschikt leefgebied voor rugstreeppad gecreëerd worden. Indien de soort zich vestigt, moeten de werkzaamheden stilgelegd worden. Om te voorkomen dat deze uit de omgeving bekende soort (NDFF) zich in het plangebied zal vestigen, wordt geadviseerd om een amfibieënscherm om het werkterrein te plaatsen. Dit scherm wordt gemaakt van stevig plastic of worteldoek van 50 cm hoog en is minimaal 10 cm ingegraven in de grond.
Het scherm wordt verankerd in de grond met houten paaltjes die aan de binnenzijde van het scherm, dus aan de kant van de bouwplaats, worden bevestigd. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor het onderhavige plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.
datum 27-06-2022
projectnummer P001369
7
NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Dit netwerk moet voldoende robuust zijn voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor Zuid-Holland uitgewerkt in de Omgevingsverordening Zuid-Holland (vastgesteld 15 maart 2022). OVERIGE PROVINCIALE NATUUR Behalve voor het NNN zijn in de provincie Zuid-Holland in het kader van de Omgevingsverordening Zuid-Holland nog gronden aangewezen als ecologische verbindingszone. INVENTARISATIE Het plangebied ligt circa 3,1 km ten zuidoosten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’. Ten zuidoosten van het plangebied ligt op circa 400 m afstand een watergang die is aangewezen als ecologische verbinding en NNN-gebied. TOETSING Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’. Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking.
Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase is op basis van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering vrijgesteld van vergunningsplicht. Er kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden tijdens de gebruiksfase. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Het NNN of ecologische verbindingszones in Zuid-Holland kennen geen externe werking. Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of ecologische verbindingszones verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten.
datum 27-06-2022
projectnummer P001369
8
Beschermde houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m2 en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. INVENTARISATIE EN CONCLUSIE In het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Zuid-Holland is niet nodig. Conclusie Voor dit plan is op 9 juni 2022 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven voldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Het aanvragen van een ontheffing voor de Wnb is niet nodig. In het kader van de ruimtelijke procedure is het plan redelijkerwijs uitvoerbaar te achten. Wel moet er bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode van half maart tot half juli. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden starten zodra de jongen zijn uitgevlogen.
Daarnaast wordt geadviseerd om een amfibieënscherm rondom de bouwplaats te plaatsen om vestiging van rugstreeppad in het plangebied te voorkomen. Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden kunnen nog niet worden uitgesloten. Een AERIUS-berekening moet uitwijzen of de stikstofdepositie al dan niet boven de 0.00 mol N/ha/ja uitkomt. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.
datum 27-06-2022
projectnummer P001369
9
bestemmingsplan Schippersvaartweg 44 eo
Bijlage 4 Stikstofberekening
35
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Sch ip p er s va ar tw eg 4 4 e o.
D EF IN I TI EF
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Sch ip p er s va ar tw eg 4 4 e o.
D EF IN I TI EF
26 juli 2022 Projectnummer P001369
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging plangebied
6
4
Invoergegevens AERIUS
7
4.1
Plangebied (bron 1)
7
4.2
Verkeersgeneratie woning (bron 2)
7
4.3
Totale emissie
8
5
Model
9
6
Rekenresultaten en conclusie
10
26 juli 2022
1
Inleiding In het kader van het bestemmingsplan Schippersvaartweg 44 eo. is de depositie van stikstof ten gevolge van het gebruik van één woning in de gemeente Noordwijk berekend. Het plan maakt de bouw van één vrijstaande woning mogelijk op een locatie in het matig stedelijk woonmilieu. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling is berekend met het programmapakket AERIUS (26 juli 2022). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Omvang plangebied (bron: pdokviewerpdok.nl.)
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
26 juli 2022
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.
Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één plan of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.
Wet stikstofreductie en natuurverbetering Met de invoering van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (in het kort stikstofwet) op 1 juli 2021, geldt er een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten in de bouwsector. Dit geldt voor projecten en plannen. Middels deze stikstofwet wordt er aan de Wet natuurbescherming (Wnb) een nieuw artikel toegevoegd (artikel 2.9a) dat bepaalt dat in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) bepaalde activiteiten van de bouwsector aangewezen kunnen worden waarvoor deze vrijstelling van toepassing is. Voor deze
26 juli 2022
4
activiteiten geldt dat de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de bouwactiviteiten buiten beschouwing van de vergunningplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb wordt gelaten. In artikel 2.5 Bsn is de vrijstelling voor het bouwen van bouwwerken opgenomen. Dit betekent dat de zogeheten aanlegfase niet langer mee genomen hoeft worden in de stikstofdepositieberekening. De gebruiksfase dient nog wel berekend te worden. Ook de verkeersbewegingen die samengaan met de aangewezen activiteiten in de bouwsector kunnen buiten beschouwing worden gelaten. Dit blijkt uit de toelichting bij het Bsn, waarin een omschrijving wordt gegeven van de reikwijdte van de partiële vrijstelling: "Het betreft niet alleen de bouw en sloop van woningen en utiliteitsgebouwen en andere bouwwerken (zoals bruggen en viaducten), maar ook aanlegactiviteiten, bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking, grond, weg- en waterbouw, waaronder straten, pleinen, wegen, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, buisleidingen, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen.
De partiële vrijstelling omvat de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats en de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, baggervoertuigen et cetera). De vrijstelling omvat niet de productie van bouwmaterialen."
26 juli 2022
5
3
Ligging plangebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het plangebied gelegen aan de Schippersvaartweg te Noordwijkerhout. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Afbeelding 2 – Ligging plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden
De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -
Kennemerland-Zuid, gelegen op een afstand van circa 3,0 km;
-
Coepelduynen, gelegen op een afstand van circa 5,5 km.
26 juli 2022
6
4
Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Conform het handboek “Werken met AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden. Uit jurisprudentie blijkt dat de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan de ruimtelijke ontwikkeling toegerekend worden wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de woning gasloos wordt uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit is geborgd in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de verkeersgeneratie van de woning zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 3).
4.1
Plangebied (bron 1)
Het plangebied is voor de duidelijkheid aangemerkt met bron 1. Deze bron is met het kenmerk ‘Anders’ ingevoerd. Voor het overige is er geen emissie aan deze bron gekoppeld. Het plangebied voorziet zelf immers niet in een emissie in de gebruiksfase.
4.2
Verkeersgeneratie woning (bron 2)
In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied (8,6 ritten per woning). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met naar boven afgerond 9 ritten licht verkeer per etmaal. Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
26 juli 2022
7
De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woning in de gebruiksfase bedraagt in dat geval 0,3 kg NOx/jr.
4.3
Totale emissie
De totale emissie van het plan in de gebruiksfase bedraagt 0,3 kg NOx/jr.
26 juli 2022
8
5
Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (26 juli 2022). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2023. Indien het plan later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 3 - AERIUS model
26 juli 2022
9
6
Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.
Afbeelding 4 - Rekenresultaat
Optie bestemmingsplan: Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.
26 juli 2022
10
Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811NA Amersfoort T 033 465 65 45 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
F. Janson Schippersvaartweg 44, 2211 TL Noordwijkerhout Schippersvaartweg 44 eo Gebruik van één vrijstaande woning
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RtbXyY3q5Suq 26 juli 2022, 16:03 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Emissie NH₃ 0,0 kg/j
Emissie NOₓ 0,3 kg/j
Resultaten
Hoogste depositie -
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RtbXyY3q5Suq (26 juli 2022)
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Anders... | Anders... | Plangebied Verkeersnetwerk
RtbXyY3q5Suq (26 juli 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,0 kg/j
0,3 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RtbXyY3q5Suq (26 juli 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RtbXyY3q5Suq (26 juli 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste gekarteerd) depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
-
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2023
1 Anders... | Anders... Naam Plangebied Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b Database versie 2021.1.1_74979f573b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RtbXyY3q5Suq (26 juli 2022)
6/6
bestemmingsplan Schippersvaartweg 44 eo
Bijlage 5 Bodemonderzoek
54
VERKENNEND BODEMONDERZOEK SCHIPPERSVAARTWEG 44 TE NOORDWIJKERHOUT
Rapportage verkennend bodemonderzoek Schippersvaartweg 44 te Noordwijkerhout Opdrachtgever
BügelHajema Amersfoort Postbus 2153 3800 CD Amersfoort
Contactpersoon
De heer N. Geurts
Rapportnummer
19550.002
Versienummer
D1
Status
Eindrapportage
Datum
14 juli 2022
Vestiging
Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
De heer M. Zandvliet, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 4
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 5 5.1 5.2
5.3
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 6 6.1 6.2 6.3
7
Algemeen.......................................................................................................................... 5 Grondonderzoek ............................................................................................................... 5 5.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 5 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 5 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 6
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 6 Toetsingskader ................................................................................................................. 7 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 8
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 9
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4a. 4b. 5.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering 19550.002
1
INLEIDING
BügelHajema Amersfoort heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Schippersvaartweg 44 te Noordwijkerhout. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).
Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 1.000 m²) is gelegen aan de Schippersvaartweg 44 te Noordwijkerhout (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Noordwijk, sectie B, nummers 4239, 4240 (ged.), 4242 (ged.), 4241 (ged.). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 0,3 m -NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 94.995, Y = 474.703.
R 19550.002 versie D1
Pagina 1 van 9
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon: de heer N. Geurts ), d.d. 7 juni 2022
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Gemeente Noordwijk (online tool), d.d. 16 juni 2022
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 30 juni 2022
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 tot 1973 blijkt, dat de onderzoekslocatie een agrarische bestemming heeft. In circa 1951 zijn aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie sloten gedempt en in 1974 is aan oostzijde een sloot aangelegd. In circa 1973 is de huidige bebouwing met bijhorend siertuin gerealiseerd. Een deel van de onderzoekslocatie is braakliggend en een deel van de locatie is voorzien van een tegel- klinkerverharding. Voor zover bij de opdrachtgever en de Omgevingsdienst West-Holland bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. In bijlage 2 is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens woonhuis op de locatie te bouwen.
R 19550.002 versie D1
Pagina 2 van 9
3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie, als ook in de directe nabijheid, met schuim is geblust. Ook uit informatie van de gemeente Noordwijk blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie is in 2006 door IDDS B.V. een bodemonderzoek ten aanzien van een saneringsevaluatie uitgevoerd (rapport 2018185610, d.d. 14 februari 2006). De sanering is destijds uitgevoerd vanwege een verontreiniging van een watergang die ontstaan is tijdens het aftanken van een vrachtwagen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de verontreiniging in de grond (slootkanten), in het oppervlaktewater en in het grondwater (slib) volledig is verwijderd. Verder zijn op de onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: Aan de noordzijde bevindt zich een openbare weg genaamd de Schippersvaartweg. Tevens, bevindt zich aan de noordzijde een woonwijk en perceel met een agrarische bestemming. Aan de noordzijde bevindt zich ook een perceel met een agrarische bestemming. Aan de zuidzijde bevindt zich braakliggende grond en een sloot. Als laatste bevindt zich aan de westzijde een bloembollen- en bloemknollenkwekerij genaamd R.H.N. van Paridon Bloemenhandel V.O.F.. Op het terrein bevinden zich 4 loodsen en is verder voorzien asfalt-, tegel- en/of klinkerverharding. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7