BP Duindamseweg 1-3_Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Duindamseweg 1-3 Noordwijk
DATUM IMRO IDN
11-07-2024
PROJECT PROJECTLEIDER
Duindamseweg 1-3 R.A. Sips
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Alma Vastgoed en C. Heemskerk B.V. 44001792.20181671
AUTEUR STATUS
ter vaststelling
NL.IMRO.0575.BPDuindamseweg1en3 -VA01
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Plangebied
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
10
1.4
Leeswijzer
11
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
13
2.1
Huidige situatie
13
2.2
Voorgenomen initiatief
14
Beleidskader
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Rijksbeleid
17
3.3
Provinciaal en regionaal beleid
20
3.4
Gemeentelijk beleid
27
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
33
4.1
Inleiding
33
4.2
Verkeer en parkeren
33
4.3
Wegverkeerslawaai
34
4.4
Bedrijven en milieuhinder
35
4.5
Luchtkwaliteit
39
4.6
Water
40
4.7
Ecologie
44
4.8
Bodemkwaliteit
48
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
49
4.10
Externe veiligheid
50
4.11
Planologisch relevante leidingen
51
4.12
Duurzaamheid
52
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
53
Hoofdstuk 3
3/116
Hoofdstuk 5
Juridische plantoelichting
55
5.1
Inleiding
55
5.2
Inleidende regels
55
5.3
Bestemmingsregels
55
5.4
Algemene regels
56
5.5
Overgangs- en slotregels
56
Uitvoerbaarheid
57
6.1
Economische uitvoerbaarheid
57
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57
Hoofdstuk 6
4/116
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De Duin- en Bollenstreek staat voor een omvangrijke economische en landschappelijke revitaliseringsopgave. Er is een grote herstructurering van de bloemensector nodig om te overleven in de versterkte internationale concurrentiestrijd. Een herstructurering waarbij ruimte is voor schaalvergroting en intensivering, maar ook voor sanering. Tegelijkertijd ligt er een belangrijke opgave om verdergaande verrommeling van het kostbare landschap tegen te gaan. Om deze opgaven voortvarend ter hand te nemen hebben de vijf Duin- en Bollenstreek gemeente, Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) opgericht. Onderdeel van de financiering om de ruimtelijke kwaliteitsdoelstellingen te bereiken is het mogelijk maken van 'Greenportwoningen' (GOM-woningen). Het oprichten van de GOM hangt samen met de uitvoering van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG). Deze visie (en het beleid dat hiermee samenhangt), is opgesteld om het voorkomen van de aantasting van de openheid van het bollengebied te kunnen combineren met groeiambities van ondernemers in het bollencomplex van dit gebied. De GOM zet zich in voor een economisch en ruimtelijk vitale Duin- en Bollenstreek door actieve gebieds(her)ontwikkeling.
Het slopen van in onbruik geraakte, verouderde en ruimtelijk ongewenste opstallen in het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek is één van de hoofdactiviteiten van de GOM. De vrijkomende gronden worden omgezet in gemoderniseerd bollenteeltgebied. De investeringen die de GOM doet, financiert zij door de verkoop van certificaten van de GOM-woningen. Dit zijn woningen in het buitengebied op gronden die bestemd zijn voor de bollenteelt. Initiatiefnemers wordt een mogelijk geboden, onder voorwaarden van een overeenkomst met de GOM, om woningbouw in het buitengebied op bollengrond te realiseren. De overeenkomst met de GOM bestaat uit het aankopen van certificaten voor greenportwoningen en het compenseren van verloren gaande bollengrond. De locatie is echter zeer geschikt voor de zogenoemde GOM-woningen. De wens van de gemeente Noordwijk is dat op beide percelen 1 gezamenlijke ontwikkeling plaatsvindt. Door beide locatie samen te ontwikkelen, is er een beperkt verlies aan bollengrond. De percelen Duindamseweg 1 en Duindamseweg 3 zijn eigendom van twee verschillende eigenaren, zij hebben de handen in een geslagen en zijn gekomen tot een nieuwe ontwikkeling van het gebied. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk binnen het huidige geldende bestemmingsplan. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan voor de locatie opgesteld.
1.2
Plangebied
Het plangebied bevindt zich langs de Duindamseweg, ten noordwesten van de kern van Noordwijkerhout (zie figuur 1). Het plangebied bestaat uit drie kadastrale percelen. Dit zijn – achtereenvolgens van noord naar zuid – de volgende percelen: C1568, C1359 en C1358. Het gehele plangebied omvat circa 2,5 ha. Nabij het plangebied zijn diverse functies aanwezig, zoals verblijfsrecreatie, een manege, een dierenkliniek, agrarisch gebied, woningen en een aantal bedrijven.
9/116
Figuur 1.1: Luchtfoto van het plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Duinrand'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 21 december 2011. Volgens het bestemmingsplan gelden er verschillende bestemmingen in het plangebied, namelijk 'Agrarisch', 'Wonen' en 'Tuin'. Ook geldt er op het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'. Samenhangend met de bestemming Wonen zijn twee bouwvlakken opgenomen. Verder vigeert in het plangebied ook het Paraplu Bestemmingsplan Parkeren, vastgesteld 30-05-2018. Voor het gehele grondgebied van de gemeente Noordwijk is deze partiële herziening opgesteld, die aanvullend geldt op de vigerende bestemmingsplannen.
Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan
10/116
Het voorgenomen plan met 22 Greenportwoningen kent in ieder geval de volgende strijdigheden met de vigerende bestemmingsplannen; Per bouwvlak is hierbinnen één woning toegestaan. Het oprichten van meerdere woningen past niet binnen het bestemmingsplan. Binnen de bestemming 'Agrarisch' is bebouwing (buiten de bouwvlakken, wat hier het geval is) zeer beperkt toegestaan. De bestemming 'Agrarisch' is enkel bestemd voor de agrarische bedrijfsvoering gericht op tuinbouw en bollenteelt. Hierbinnen is wonen niet mogelijk; De aanleg van de ontsluitende weg ten behoeve van de ontsluiting van de woonbuurten is in geen van de nu aanwezige bestemming mogelijk. Om het voorgenomen plan wel mogelijk te maken is het onderhavige bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie en de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan verschillende omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan beschreven.
11/116
12/116
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit twee percelen, namelijk Duindamseweg 1 en Duindamseweg 3. De percelen Duindamseweg 1 en 3 worden gescheiden door een sloot. Duindamseweg 1 heeft een vrijstaande woning met tuin en een deel agrarische grond. De woning op het perceel van Duindamseweg 3, Duindamseweg 3A, maakt geen onderdeel uit van het plangebied, deze vrijstaande woning blijft gehandhaafd. Verder hebben de percelen een ontsluiting op de Duindamseweg. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich door recreatie/bungalowparken en verschillende agrarische bedrijven. Het plangebied bevindt zich ten noordwesten van de kern van Noordwijkerhout.
Figuur 2.1: Duindamseweg 1
Figuur 2.2: Duindamseweg 3
13/116
2.2
Voorgenomen initiatief
Het voornemen bestaat om huidige bebouwing en agrarische grond op het plangebied te verwijderen en vervolgens maximaal 22 Greenportwoningen te realiseren op kavels van ten minste 600 m2. Daarbij zal de bestaande woning Duindamseweg 3A worden gehandhaafd. Dit perceel (zie figuur 2.3 rood gestreepte lijn) is ingepast in de stedenbouwkundige opzet van het initiatief. Binnen de vijf bollengemeenten is de wens uitgesproken Greenportwoningen meer te clusteren zodat er zo min mogelijk agrarisch gebied verloren gaat. Het plangebied Duindamseweg 1 en 3 voldoet aan deze wens. Het grondgebied dat hier wordt ingezet voor woningbouw word elders binnen het GOM-gebied gecompenseerd. 2.2.1 Stedenbouwkundige opzet Er wordt een nieuwe kleinschalige woonbuurt ontwikkeld, dat betekent dat er een andere functie en sfeer ontstaat ten opzichte van de omliggende vakantieparken. De woningen in deze woonbuurt staan verder uit elkaar en niet zoals de recreatieparken strak in het gelid. Het plangebied krijgt vorm in twee clusters met ieder een eigen entree. Dit zijn bestaande entrees die opnieuw worden benut. De voorste woningen zijn met de voorgevels richting de Duindamseweg georiënteerd en staan in een vergelijkbare rooilijn als de bestaande woningen aan deze weg. Hierdoor wordt er aangesloten op het bestaande karakter van de Duindamseweg.
Achter de eerste lijn woningen aan de Duindamseweg zijn de woningen in een golvend terrein geplaatst. De posities van de woningen verspringen ten opzichte van de weg, die centraal door de twee clusters loopt. De woningen achter de Duindamseweg zijn gefocust op de centrale weg. Naast alle woningen bevinden zich de bij de woning behorende parkeerplaatsen. Er is behoefte aan een duidelijke scheiding tussen openbaar en privé. Het middenterrein wordt openbaar groen, zo ontstaan er mogelijkheden voor gedeelde voorzieningen (spelen, waterberging en een klein park). Beplanting wordt op een speelse manier over de kavel verdeeld. Het groene middendeel vormt de scheiding tussen de twee clusters.
14/116
Figuur 2.3: Stedenbouwkundige opzet 2.2.2 Landschappelijke inpassing De randen van de twee clusters sluiten aan op water. Woningen aan de binnenranden krijgen een mogelijkheid voor een vlonder. Waterpartijen worden rondom het gebied waar mogelijk verruimd. Het water voegt kwaliteit toe aan de woning en biedt voldoende afstand en ruimtebeleving die past bij dergelijke kavels. Tevens worden deze waterpartijen natuurvriendelijk vormgegeven. Langs de Duindamseweg zijn de waterpartijen meer gecultiveerd en d.m.v. beschoeiingen begrensd. De woningen langs de Duindamseweg volgen de rooilijn uit de omgeving. De woningen worden gekaderd door, langs de zijdelingse erfgrenzen, groen wallen te creëren. Dit zorgt ervoor dat woningen meer overeenstemming met de aanwezige lintbebouwing hebben. In de omgeving van het plangebied liggen de duinen. In de aanleg van het achterliggende gebied van deze woonbuurt wordt door het terrein geonduleerd) golvend uit te voeren aansluiting gezocht bij het duingebied. Bijkomend voordeel is dat er een waterdoorlatende laag met zand zoals ook in het duingebied en onderliggende historische duinen wordt toegevoegd. Vanzelfsprekend zal qua vegetatie aansluiting gezocht worden bij de ondergrond, bijvoorbeeld door toepassing van berken, eiken, vliegden, duindoorn, diverse grassen en helm.
Ook erfafscheidingen zullen bijpassend en natuurlijk worden vormgegeven, door toepassing van bijvoorbeeld kastanje of robinia houten (schapen) hekken.
15/116
Figuur 2.4: Beeldimpressie straatbeeld op ooghoogte(mogelijke uitwerking van stedenbouwkundige opzet) 2.2.3 Bebouwing De in het plan opgenomen bebouwing zal bestaan uit woningen van één laag met een kap. De plinten van de woningen zullen bijna volledig transparant worden vormgegeven. De toegepaste volumes zijn minimalistisch van aard maar met een verfijning in de detaillering. De daken vormen in opbouw een samenhang die zal refereren aan de duinen en omliggende daken. Het gebruik van het dakmateriaal is eigentijds, gemaakt van duurzame materialen en heeft een natuurlijke uitstraling.
Figuur 2.5: Impressies woningen 2.2.4 Natuurinclusiviteit Met de ontwikkeling wordt op diverse manieren rekening gehouden met natuurinclusief bouwen. De woningen worden namelijk in een duinlandschap gerealiseerd. Dit landschap wordt beplant met een zo groot mogelijke variatie aan inheemse beplanting. Hiermee wordt de biodiversiteit in het plangebied vergroot en gestimuleerd. Tijdens de uitwerking van de beoogde ontwikkeling worden de natuurinclusieve maatregelen verder uitgewerkt.
16/116
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke aangelegenheden. In dit hoofdstuk is uiteengezet of het plan in overeenstemming is met het ruimtelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang worden bekeken. De opgaven grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Hierbij is Nederland opgedeeld in verschillende gebieden. Het plangebied is gelegen in het landsdeel Zuidwest (Zuid-Holland en Zeeland). Dit bestaat uit de hoogdynamische Zuidvleugel en een laagdynamische Groene Hart en Zuidwestelijke Delta. Het landsdeel wordt gekarakteriseerd door een internationaal transportknooppunt, met goederenstromen vanuit de havens en industrieclusters van Rotterdam en de North Sea Port en producten vanuit de land- en tuinbouw die de hele wereld over gaan. Karakteristieke landschappen van internationaal belang zoals de Zuidwestelijke Delta en het Groene Hart. Waterrijke landschappen waar productie voor de wereldmarkt, hoge natuurlijke en recreatieve waarden en cultuurhistorische iconen samengaan. Een hoogdynamisch stedelijk gebied in de Zuidvleugel dat zich ontwikkelt rond de kennisas en anderzijds een geheel
17/116
eigen hoogwaardige vorm van stedelijkheid in de Delta. De grensoverschrijdende samenhang met Vlaanderen is van groot belang. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Toetsing en conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt zoals opgenomen in de NOVI. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridisch bindende vertaling van de Omgevingsvisie naar lagere overheden. Onder de vlag van de Omgevingswet wordt dit Besluit vervangen door zogenoemde instructieregels, maar vooralsnog geldt het Barro. Hiermee wordt de visie, waarmee op Rijksniveau een toekomstperspectief wordt geschetst, vertaald in bindende regels waar lagere overheden zich bij het opstellen en vergunnen van plannen aan te houden hebben. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn Rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk, buisleidingen en militaire objecten. Toetsing Bij de toetsing aan het Barro is de ligging van het plangebied het uitgangspunt.
De zaken die in het Barro geregeld c.q. beschermd zijn, zijn namelijk veelal locatiegebonden. Uit de kaarten behorend bij het Barro, komen ter plaatse van het plangebied geen beschermde objecten of structuren naar voren. Conclusie Gelet op het bovenstaande is dit bestemmingsplan in lijn met het Barro. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) blijkt dat voor wonen de lijn is, dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Omdat in dit geval maximaal 22 woningen mogelijk worden gemaakt, wordt geconcludeerd dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied.
Daarom is hierna de behoefte beschreven en gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. 18/116
Beschrijving behoefte Uit de actuele provinciale woningbehoefteprognose (WBR 2023) blijkt dat de woningbehoefte in de regio Holland Rijnland groot is. In de periode 2023 tot en met 2032 is er een gewenste woningvoorraadtoename van 28.860 woningen. Regionale Realisatieagenda Wonen - Regio Holland Rijnland (regionale woondeal) Op 14 maart 2023 ondertekenden bestuurders uit Zuid-Holland en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de regionale realisatieagenda's, of regionale woondeals. Zo ook voor de regio Holland Rijnland, waar de ambitie is om 30.500 woningen toe te voegen tot 2030, waarvan tweederde in het betaalbare segment. Uit het regionale programma blijkt dat er slechts harde plancapaciteit is voor 19.445 woningen.
Figuur 3.1: Woningbouwprogramma regio Holland-Rijnland 2022 (Bron: Realisatieagenda) Gemeente Noordwijk werkt met netwerkpartijen samen om lokaal maatwerk te bieden en om de woningvoorraad uit te breiden. De gemeente zet zich er voor in om jaarlijks 190 woningen tot te voegen (zie paragraaf 3.4.3). Tot 2030 wordt beoogd om 2.080 woningen toe te voegen. In dit project zijn al eerder afspraken gemaakt over de segmentering. en wordt daarmee afgeweken van de verdeling die is vastgelegd in de Regionale Realisatieagenda. Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied Het is niet mogelijk om Greenportwoningen binnenstedelijk te bouwen. Het betreft een bijzonder landelijk woonmilieu met vrijstaande woningen op kavels van minimaal 600 m2. Deze kwaliteit is noodzakelijk om de gewenste opbrengst te kunnen genereren ten behoeve van kwaliteitsverbetering in de Duin- en Bollenstreek. Een bouwtitel kost op dit moment minimaal 165.000 euro en is alleen via de GOM te koop. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat met deze ontwikkeling sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.
19/116
3.2.4 Wet Voortgang Energietransitie Sinds 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (Wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet, hierna: Wet Vet) van kracht. Bij deze wet is bepaald dat de aardgasaansluitplicht voor nieuwbouw vervalt. Dit betekent dat vanaf 1 juli 2018 projectontwikkelaars, aannemers en gemeenten rekening moeten houden met het feit dat nieuw te bouwen bouwwerken niet meer mogen worden aangesloten op het gasnet. Een uitzondering op aardgasloos bouwen is mogelijk, maar is aan voorwaarden onderhevig. Toetsing Er wordt naar gestreefd om een zo'n duurzaam mogelijke ontwikkeling te realiseren, zie ook paragraaf 4.12.
3.3
Provinciaal en regionaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Zuid Holland (geconsolideerde versie april 2023) De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer, energie, landschap en bodem en water. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt.
Toekomstbestendige en duurzame Greenports De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar toekomstbestendige en duurzame Greenports die op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereren. De provincie Zuid-Holland voert meerjarig beleid op de ontwikkeling van de Greenports, zodat deze toppositie behouden kan blijven. Hiervoor is nodig dat de Greenports een transitie doormaken, gericht op kwalitatief beter (duurzaam) productieareaal, schaalvergroting, bovenregionale triple helix samenwerking, ketenintegratie en nieuwe verdiencapaciteiten, zoals de biobased economy. Het garanderen van een duurzame, innovatieve toekomst voor deze belangrijke economische sector van Zuid-Holland vraagt inzet van ondernemers, kennisinstellingen én overheden. De provincie pakt haar rol in het versterken van het netwerk en in het zorgdragen voor, ontwikkelen, stimuleren en faciliteren van de benodigde transitie. 20/116
Hiervoor heeft de provincie een brede opgave geïdentificeerd met verschillende maatregelen, zowel regulerend via de verordening, als algemeen en gebiedsspecifiek. Toetsing Het toevoegen van Greenportwoningen buiten bestaand stedelijk gebied van Noordwijk past binnen het provinciale beleid. Uit de actuele provinciale woningbehoefteraming en woningmarktverkenning blijkt dat er behoefte is aan nieuwe woningen. Er is ook behoefte aan de inkomsten van de Greenportwoningen om daarmee de kwaliteitsverbetering van de greenport Duin- en Bollenstreek mee te kunnen financieren. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid Holland In samenhang met de omgevingsvisie van Zuid Holland is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor de ontwikkeling van het plangebied is onderstaande van toepassing. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.
als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. 2. Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën NVT 3. Aanvullende ruimtelijke maatregelen NVT 4.
Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. 5 t/m 7 nvt
21/116
Toetsing Het plangebied is deels aangemerkt als 'verblijfsrecreatiegebied'.
Figuur 3.2: Kwaliteitskaart Laag van de stedelijke occupatie Op de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het gebied aangemerkt als Bollenlandschap.
Figuur 3.3: Kwaliteitskaart Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Richtpunten: Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de open en nog gave strandvlakten en de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen. Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van het zicht op de bollenvelden en de aantrekkelijkheid van het bollenlandschap.
22/116
In dit geval is sprake van transformatie. Voor de bouw van Greenportwoningen is een specifieke uitzonderingsbepaling opgenomen in Artikel 6.17 van de omgevingsverordening (zie hierna). De ruimtelijke kwaliteit in het Bollengebied neemt door deze ontwikkeling toe. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3.
Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing De behoefte is in paragraaf 3.2.3 beschreven. De locatie is kleiner dan 3 hectare. Woningbouw wordt in regionaal verband afgestemd (zie paragraaf 3.3.4). Artikel 6.17 Bollenteeltgebied 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen het bollenteeltgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II , laat primair bollenteeltbedrijven, bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande stekbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen. 2. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan voorzien in kassen: a. bij een volwaardig bollenteeltbedrijf tot ten hoogste 3.000 m2 per bedrijf; b. bij een bestaand volwaardig gemengd bollenteelt- en glastuinbouwbedrijf tot ten hoogste 6.000 m2 per bedrijf; c. bij een bestaand volwaardig stekbedrijf tot ten hoogste 6.000 m2 per bedrijf. 3. In afwijking van het tweede lid, onder a, kan het bestemmingsplan voorzien in kassen tot meer dan 3.000 m2 bij een volwaardig bollenteeltbedrijf, mits: a. tegenover de uitbreiding van de bestaande kassen in gelijke mate de duurzame sanering staat van kassen elders binnen het bollenteeltgebied; b.
de ruimtelijke kwaliteit binnen het bollenteeltgebied per saldo wordt verbeterd; c. de te saneren kassen zijn opgericht voor 1 januari 2014. 4. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan ook voorzien in greenportwoningen en ‘ruimte voor ruimte’ woningen als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek.
23/116
5. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan ook voorzien in uitbreiding van bestaande handels- en exportbedrijven op locaties binnen het bollenteeltgebied, mits: a. dit noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering; b. verplaatsing naar een bedrijventerrein geen reële mogelijkheid is; c. de ruimtelijke kwaliteit niet significant wordt aangetast. 6. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is. 7. In afwijking van het eerste lid, kan het bestemmingsplan bestaande bebouwing of functies toelaten, anders dan bedrijven als bedoeld in het eerste lid, alsmede beperkte uitbreiding daarvan of wijziging naar een andere functie, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied. 8. Een bestemmingsplan voor het bollenteeltgebied als bedoeld in het eerste lid, dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling anders dan bollenteelt toestaat op gronden die in het voorgaande bestemmingsplan zijn bestemd voor bollenteelt, voorziet in compensatie van bollenteeltgebied door middel van een overeenkomst hierover met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek. 9.
Voor zover ten behoeve van de compensatie van bollenteeltgebied als bedoeld in het vorige lid graslanden worden gebruikt, dan worden daarvoor de graslanden gebruikt waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II. Toetsing Een deel van het plangebied is aangemerkt als bollenteeltgebied.
Figuur 3.4: Teeltgebieden Over de bouw van zogenoemde ‘Greenportwoningen’ zijn afspraken gemaakt in het kader van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek. Maximaal 600 Greenportwoningen kunnen zowel binnen als buiten het bollenteeltgebied worden gerealiseerd. Voor het bollenteeltgebied is hierover een specifieke uitzonderingsbepaling opgenomen in de verordening, omdat de verordening binnen het bollenteeltgebied slechts een beperkt aantal functies mogelijk maakt.
24/116
De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) verstrekt bouwtitels voor de realisering van Greenportwoningen. De opbrengst hiervan wordt ingezet ten behoeve van de projecten uit het meerjarenprogramma van de GOM. Het project voldoet daar aan. 3.3.3 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 De raden van de zes greenportgemeenten hebben op 7 juli 2016 (Hillegom), 30 juni 2016 (Katwijk, Teylingen en Noordwijkerhout), 23 juni 2016 (Lisse) en 16 juni 2016 (Noordwijk) de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) 2016 gewijzigd vastgesteld. De ISG richt zich op een gemeenschappelijke inzet voor herstructurering en revitalisering van de Greenport Duin- en Bollenstreek in samenhang met verbetering van de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve kwaliteiten. Het doel van de ISG Duin- en Bollenstreek is drieledig: Het gedetailleerder dan in de RSV vastleggen van het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de vitalisering van de Duin- en Bollenstreek tot en met 2030; Het, in tegenstelling tot de RSV, wettelijk verankeren van het ontwikkelingskader als zelfbindend ontwikkelingskader voor de Greenportgemeenten; Het verschaffen van een planologisch juridische basis voor het verevenen van plankosten op basis van de Wro2008.
Uitgaande van de ambities en uitgangspunten uit de ISG, hanteren de vijf greenportgemeenten de volgende pijlers voor het ruimtelijk beleid tot 2030: Faciliteren van de herstructurering, versterking en vernieuwing van het gehele bollen-, vaste planten- en bloemencomplex in combinatie met verbetering van het landschap. Realiseren van de daarvoor benodigde ruimtelijke functiewijzigingen in de Duin- en Bollenstreek. Bijdragen aan de sociaaleconomische vitaliteit van de greenportgemeenten. Bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid van de gehele regio Holland-Rijnland. Toepassing en conclusie De locatie ligt in een gebied, die is aangewezen voor 'herstructurering naar vitale Greenport met landschapsverbetering en integratie wateropgaven, sanering, schaalvergroting en intensivering van het bollencomplex'. In de Greenport Duin- en Bollenstreek is de ruimte schaars. Versnippering van bollenbedrijven in het landschap moeten we met herstructurering tegengegaan. Primaire productiebedrijven zijn sterk lokaal- en grondgebonden. Daarom is het op tijd reserveren en garanderen van voldoende schuifruimte noodzakelijk. De herstructureringsambitie creëert kansen om ook de kwaliteitsimpuls voor het landschap te realiseren. Dit kan door op strategische plaatsen de openheid te herstellen en verrommeling tegen te gaan.
De planlocatie ligt in de oksel van twee recreatieparken en ligt langs een bebouwingslint, waardoor op de locatie al twee woningen met tuinen zijn opgenomen. Het overgebleven gebied ligt direct tegen recreatieparken en zal worden gecompenseerd binnen het GOM-gebied. Naast en direct ten zuiden van het plangebied is de aanduiding 'Behoud open vensters op het bollenlandschap en benutting als toeristische uitzichtpunten' opgenomen. Deze worden door dit plan niet aangetast.
25/116
Figuur 3.5: Uitsnede ISG 2016 met de locatie van het planvoornemen (zie lichtblauw cirkel) In de ISG wordt onder het thema 'Aantrekkelijke woonregio' de inzet voor wat betreft nieuwe woningen in het buitengebied genoemd. In het buitengebied staat de verbetering van de landschappelijke kwaliteit en de economische vitaliteit voorop en worden geen nieuwe woningen gebouwd, met uitzondering van Greenportwoningen of compensatiewoningen op grond van de Ruimte-voor-Ruimteregeling. De beoogde Greenportwoningen die in dit bestemmingsplan centraal staan, zijn op grond hiervan mogelijk. 3.3.4 Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2023 De Regionale Woonagenda is 28 juni 2023 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. Hierin is de regionale woningbehoefte (kwantitatief en kwalitatief) beschreven en de bijbehorende planlijst regionaal afgestemd. Woningbouwontwikkelingen in aantallen moeten passen binnen de kaders die de provinciale Woningbehoefteraming (WBR) en Bevolkingsprognose (BP) biedt. Beide prognoses kennen verschillende uitgangspunten, waardoor een bandbreedte voor de woningbehoefte ontstaat. Toetsing Op basis van de WBR is er voor de gehele regio Holland Rijnland een behoefte aan 30.500 woningen voor de periode 2021 tot en met 2030. In de subregio Noord, waar Noordwijk onder valt, is er behoefte aan 6.650 woningen.
26/116
Figuur 3.6: Woningbehoefteraming 2021, periode 2021-2030 De beoogde woningen leveren een bijdrage aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. 3.3.5 Ambitie Regionaal Energieakkoord 2017 Binnen de regio Holland Rijnland hebben gemeenten hun ambities en doelstellingen rondom klimaat/energie uitgesproken. De regionale ambitie is om in 2050 een energie neutrale regio te zijn en daarmee bij te dragen aan de nationale en internationale doelstellingen op het gebied van klimaat en energie. Alle huidige en toekomstige ontwikkelingen zullen daar aan bij moeten dragen. Immers wat nu al voldoet hoeft niet meer aangepast te worden voor 2050. Het advies is om toekomstige ontwikkelingen energie neutraal te realiseren. Dit gaat verder dan de toekomstige wettelijke wijziging van nieuwbouw. Overigens moeten sinds 1 januari 2020 alle woningen en utiliteitsplannen voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). Sinds 1 januari 2019 dienen overheidsgebouwen hier al aan te voldoen. Toetsing De woningen zullen gasloos worden uitgevoerd.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie 1.0 Samen maken we de toekomst voor Noordwijk! De gemeente Noordwijk heeft in 2022 de Omgevingsvisie 1.0 vastgesteld. Momenteel wordt er gewerkt aan een Omgevingsvisie 2.0. De Omgevingsvisie komt voort uit de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie is een complete visie op de leefomgeving, voor de lange termijn en voor de hele gemeente Noordwijk. De Omgevingsvisie komt in de plaats van de huidige gemeentelijke structuurvisies, verkeers-en vervoerplannen, delen van de natuurvisie en milieubeleidsplannen. De Omgevingsvisie is voor de gemeenteraad het strategisch toetsinstrument waar het gaat om de fysieke leefomgeving. Op basis van deze visie stuurt de gemeenteraad op de lange termijn. De Omgevingsvisie is bindend voor de gemeente: voor de raad en ook voor het college van B&W. Alleen met een inhoudelijke onderbouwing kan het gemeentebestuur ervan afwijken. Er blijft altijd sprake van belangenafweging. Daarbij zal uiteindelijk de gemeenteraad beslissen wat binnen de visie het zwaarste weegt. In de Omgevingsvisie zijn vijf thema’s voor de toekomst geformuleerd: 1. Ondernemende gemeente; voldoende welvaart voor iedereen 2. Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen 3. Welzijn en gezondheid (cultuur en sport)
27/116
4. Bereikbaarheid 5. Duurzaam, klimaatneutraal en klimaatbestendig (natuur). Ten aanzien van het voorliggende bestemmingsplan is thema 2 relevant. Dit hoofdthema is onderverdeeld in een aantal deelopgaves: Variatie in wonen met voldoende woningen voor jong en oud(er). Betaalbaar bouwen, juist voor inwoners van de gemeente. Bouw starterswoningen actief stimuleren. Duurzaam bouwen en wonen, verduurzamen bestaande bouw. Levensloopbestendige woon-/zorgconcepten voor senioren. Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats in de dorpen, of er tegenaan. Daarbij is de identiteit van de dorpen zelf leidend, ook qua sfeer en architectuur. Bouwen in hogere dichtheid zorgt voor meer woningen en tegelijkertijd minder ruimtebeslag. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om meer woningen per perceel, het bebouwen van open plekken in dorpen of om gestapelde bouw. Bij alle nieuwbouw wordt voortgebouwd op de identiteit van de dorpen. Met bouwen in het buitengebied wil de gemeente terughoudend omgaan. Wanneer er wel wordt gebouwd, geldt ook hier dat wordt aangesloten op de identiteit. Ook innovatieve woonvormen, behoren tot de mogelijkheden. Net als passende woningen voor senioren, zodat zij langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Renovatie en verbouw van het huidige woningbestand kan daarbij wenselijk zijn.
Bij vaststelling van de Omgevingsvisie is een amendement aangenomen dat bepaald dat de geldende ruimtelijke (structuur)visies van kracht blijven opdat daarmee een toereikend ruimtelijk toetsingskader geborgd blijft in afwachting van de vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0. Toetsing Vanwege het amendement wordt hierna de vooralsnog van kracht blijvende Omgevingsvisie 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’ behandeld.
3.4.2 Omgevingsvisie Noordwijk 2030 'Noordwijk voor elkaar' Najaar 2017 heeft de gemeenteraad van Noordwijk de Omgevingsvisie Noordwijk 2030 vastgesteld. Een document waaraan vele inwoners, ondernemers, organisaties verenigingen hebben bijgedragen. In de omgevingsvisie hebben zij aangegeven hoe Noordwijk zich verder moet ontwikkelen richting 2030. Als een groene draad loopt duurzaamheid door de visie heen. Want Noordwijk moet duurzamer. In 2018 is de Omgevingsvisie 2030 voor de eerste keer geactualiseerd. Binnen deze actualisatie zijn onder meer wijzigingen in nieuw vastgesteld regionaal en lokaal beleid opgenomen. Op de beleidsvelden Cultuur en Natuur heeft een meer ingrijpende aanpassing plaatsgevonden. Toetsing De hoofdlijnen van het beleid voor het buitengebied zijn vastgelegd in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 (ISG2016). Noordwijk maakt daar onderdeel van uit.
28/116
Noordwijk blijft het beleid en bijbehorend instrumentarium steunen voor herstructurering en innovatie van het bollen- en bloemencomplex in combinatie met verbetering van het landschap, het watersysteem, natuurlijke en toeristisch-recreatieve kwaliteiten. Voor dit laatste functioneert een regionaal landschapsperspectief. De vooral door Noordwijk bepleite heterogene landschappen waarin naast bollenvelden plaats is voor weiden met blaarkoppen en paarden, kruidenvelden, wandelpaden en natuur vormen een waardevol onderdeel van de Duin- en Bollenstreek. Nadrukkelijker dienen we oog te hebben voor kwetsbare waarden, met name in het buitengebied en deze te borgen in het spanningsveld met gewenste ontwikkelingen. Dit mag echter niet ten koste gaan van het areaal eerste klas bollengrond. Verdere differentiatie van het landschap is mogelijk mits voldaan wordt aan de bollencompensatie en als het passend is in het Landschapsperspectief. Belangrijk punt bij dit alles is het behoud van het totaal eerste klas bollenareaal van 2625 hectare en het systeem van de bollengrondcompensatie. De GreenportOntwikkelingsmaatschappij (GOM) is hiervoor de uitvoeringsorganisatie.
Figuur 3.7: Uitsnede landschapsperspectief ISG met locatie van het planvoornemen (lichtblauwe cirkel) De locatie van het planvoornemen ligt in de zone waar uitbreiding van bebouwing in beginsel (onder voorwaarden) mogelijk is. Indien sprake is van sanering moet de openheid en vensters op het landschap zorgvuldig bewaken. Direct ten zuiden van de recreatieparken en de planlocatie ligt de zone waarvoor geldt 'nee, tenzij'. Hier wordt de openheid actief vergroot en worden bestaande doorkijken en vensters behouden en waar dat kan versterkt. Conclusie Met de ontwikkeling worden maximaal 22 Greenportwoningen gerealiseerd. Deze kavels zijn afgestemd met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij. De beoogde ontwikkeling is dus niet in strijd met de Omgevingsvisie Noordwijk 2030.
29/116
3.4.3 Woonvisie 2020-2030 De gemeenteraad heeft op 26 januari 2021 de woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. In de woonvisie staan twee prioriteiten voorop: zorg voor het toevoegen van voldoende woningen in de gemeente Noordwijk én zorg voor de juiste woningen in het bijzonder voor mensen die zonder onze aandacht geen huis kunnen krijgen. Daarnaast wordt ingezet op prettig zelfstandig thuis wonen en verduurzaming. De Woonvisie kent dan ook 4 belangrijke opgaven: Volle inzet voor meer nieuwbouw In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om volop op de bouw van voldoende woningen voor minimaal de lokale woningbehoefte in te zetten, te zoeken naar meer bouwmogelijkheden én om de druk op de woningmarkt te verlichten het toevoegen van tijdelijke woningen. Juiste woningen toevoegen In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om te zorgen dat groepen die nu moeilijk aan bod komen in Noordwijk extra huisvestingsmogelijkheden krijgen én om actief te sturen op meer passend woningaanbod voor lage en middeninkomens: en dan in het bijzonder jongeren en jonge gezinnen.
Mogelijkheden voor prettig thuis wonen In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om ouderen en andere mensen met een ondersteuningsbehoefte of zorgvraag passende huisvesting te kunnen bieden én voor leefbare buurten met een sluitende woonzorginfrastructuur in onze kernen, waardoor mensen langer thuis kunnen wonen. Op naar een klimaatneutraal Noordwijk De gemeente wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Hieraan levert een energiezuinige woningvoorraad een belangrijke bijdrage. Daarom worden in de woonvisie maatregelen voorgesteld om de energetische verbeteringen van bestaande huur- en koopwoningen te bevorderen én een klimaatbestendige woonomgeving. De maatregelen, prioriteitsstelling en actiehouders zijn gevat in een bijhorend uitvoeringsprogramma. Toetsing Met dit plan worden woningen toegevoegd en daarmee geeft het invulling aan een belangrijke beleidsambitie van de woonvisie. 3.4.4 Nota Parkeernormen 2020 De Nota Parkeernormen 2020 is in december 2020 vastgesteld door het college. De gemeente Noordwijk zet in deze Nota Parkeernormen 2020 in op flexibiliteit in de omgang met parkeernormen door meer gebiedsgerichte en meer doelgroep specifieke normen. Zowel het normenkader als het toepassingskader geeft hier invulling aan.
Met het benoemde toepassingskader kiest de gemeente ook voor een duidelijke rolverdeling tussen de gemeente en de initiatiefnemer van een nieuwe ontwikkeling of transformatie (wijziging bestemming en/of functie). Toetsing In paragraaf 4.2 wordt nader in gegaan op de parkeerbehoefte behorende bij het beoogde plan. In de regels van het bestemmingsplan is geborgd dat voldoende parkeerruimte gerealiseerd en in stand gehouden moeten worden ten behoeve van de beoogde woningbouw.
30/116
3.4.5 Welstandsnota (herzien 2014, actualisatie 2019) Sinds 1 januari 2019 zijn de gemeenten Noordwijk en Noordwijkerhout gefuseerd tot de nieuwe gemeente Noordwijk. Vanwege de fusie is gewerkt aan harmonisatie van bestaand beleid, waaronder het welstandsbeleid van beide gemeenten. De voormalige welstandsnota van Noordwijkerhout is in 2014 geheel herzien waarbij het welstandsbeleid is vereenvoudigd en meer afgestemd op de beleving van de burger. Dit uitgangspunt is tevens toegepast voor voorliggende nota. Er hebben geen significante koerswijzigingen plaatsgevonden, maar er is wel sprake van wijzigingen in de opzet van de nota en de criteria. Zo zijn gebiedsgerichte uitwerkingen waar mogelijk geclusterd en zijn strijdige criteria op elkaar afgestemd of overbodige criteria weggelaten. De wijzigingen komen ten goede aan de harmonisatie en het vereenvoudigen van het welstandsbeleid. In de welstandsnota wordt aangegeven welke criteria voor een bouwwerk van toepassing zijn; criteria voor veelvoorkomende kleine bouwwerken, criteria voor specifieke bouwwerken of gebiedsgerichte criteria. Toetsing
Figuur 3.9: Welstandgebieden en plangebied (blauwe cirkel) Het plangebied is op de kaart behorend bij de welstandsnota aangewezen als gebied nummer 18 'Agrarisch landschap'. Voor het buitengebied is het normale welstandsniveau van toepassing. De beoordeling is gericht op het behoud van de oorspronkelijke landschappelijke kenmerken, de cultuurhistorische bebouwing en het karakteristieke profiel van de lintwegen en het inperken van grote oppervlakken verharding. De beoordeling van de woongebouwen is gericht op afwisseling en individualiteit, zorgvuldige detaillering en traditioneel materiaal- en kleurgebruik. Bouwplannen worden beoordeeld aan de hand van criteria die gelden ten aanzien de ligging, massa en vorm, gevelkarakteristiek alsmede materiaal- en kleurgebruik. Bij het ontwerp van de woningen is aandacht aan al deze elementen besteed, zie ook paragraaf 2.2.
31/116
32/116
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het plan is naar verschillende ruimtelijk relevante (onderzoeks)aspecten gekeken. Worstcase is uitgegaan van maximaal 22 woningen. Bij een lager aantal woningen zijn de onderzoeksuitkomsten positiever. In voorliggend hoofdstuk worden de resultaten hiervan beschreven.
4.2
Verkeer en parkeren
Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten aan de Duindamseweg. De Duindamseweg is een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom waar een maximum snelheid van 60 km/h geldt. In noordwestelijke richting leidt de Duindamseweg naar de kust. Via de Duinweg kan Noordwijk aan Zee worden bereikt. In zuidoostelijke richting gaat de Duindamseweg over in de Schulpweg. Deze Schulpweg maakt de kernen Noordwijkerhout, Noordwijk en de aansluitingen op de provinciale wegen N206 en N443 bereikbaar, van waar het hoofdwegennet kan worden bereikt. In de toekomstige situatie worden de Greenportwoningen ontsloten door een lus die twee aansluitingen krijgt op de Duindamseweg. Langs de zuidwestzijde van de Duindamseweg/Schulpweg, aan de kant van het plangebied, ligt een fietspad in twee richtingen. Langs dit fietspad is tevens een smalle strook voor voetgangers aanwezig. In de nabije omgeving van het plangebied is geen openbaar vervoer aanwezig. De dichtstbijzijnde halte voor openbaar vervoer ligt op circa 1,6 km afstand van het plangebied, aan het Victoriberg in Noordwijkerhout. Vanaf hier vertrekken met regelmaat bussen in verschillende richtingen. Verkeersgeneratie en –afwikkeling De verkeersgeneratie van de huidige situatie en de ontwikkeling is berekend op basis van kencijfers zoals opgenomen in CROW-publicatie 381 (2018).
Uitgangspunt is een matig stedelijke gemeente en een ligging in het buitengebied. Verder is uitgegaan van het gemiddelde kencijfer binnen de door het CROW gegeven bandbreedte. Voor een vrijstaande koopwoning geldt een verkeersgeneratie van 8,2 motorvoertuigbewegingen per woning. Huidige situatie In de huidige situatie is er binnen de plangrenzen één vrijstaande woning aanwezig, met daarbij agrarische grond die op zichzelf weinig tot geen verkeer genereert. Per woning geldt een kencijfer van 8,2 mvt per etmaal op een gemiddelde weekdag. De totale verkeersgeneratie van het plangebied in de huidige situatie is daarmee 8,2 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie bestaat het plangebied uit maximaal 22 Greenportwoningen. Per woning geldt een kencijfer van 8,2 mvt per etmaal op een gemiddelde weekdag. Het plangebied heeft daarmee in de toekomstige situatie een verkeersgeneratie van 181 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag.
33/116
Dit betekent dat deze ontwikkeling zal zorgen voor een toename van 172,2 mvt per etmaal op een gemiddelde werkdag. Deze toename zal over de dag worden verdeeld op het omliggende wegennet. De toename is verder dusdanig beperkt dat deze zal opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer. De geringe toename van het verkeer zal dan ook niet leiden tot een verminderde doorstroming op de wegvakken en de relevante kruispunten. Parkeren Parkeren vindt plaats op eigen terrein. De parkeerbehoefte van het plangebied wordt getoetst aan de hand van het gemeentelijk parkeerbeleid (Nota parkeernormen 2020, gemeente Noordwijk). Voor de functie Wonen, niet-gestapeld, zeer groot (>150 m2) geldt in het buitengebied (Zone C) een parkeernorm van 2,4 per woning. De beoogde 22 (maximaal) woningen hebben op basis van deze normen een parkeerbehoefte van 53 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is bij de woningen voldoende ruimte aanwezig om in de parkeerbehoefte te voorzien. De parkeerplaatsen worden naast de woningen gerealiseerd. Dit is verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. Conclusie De ontsluiting van het plangebied voor de verschillende vervoerswijzen is goed. De verkeerstoename ten behoeve van de ontwikkeling is beperkt en zal niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. In de parkeerbehoefte kan op eigen terrein worden voldaan.
Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.3
Wegverkeerslawaai
Toetsingskader De Wet geluidhinder (Wgh) beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidbelastingen. In deze wet zijn onder meer normen voor geluid van wegverkeers- en spoorweglawaai vastgelegd. Bij ruimtelijke plannen dient daarom rekening te worden gehouden met de in de Wgh genoemde grenswaarden en bepalingen. In de Wgh gelden voorkeursgrenswaarden en maximaal toelaatbare grenswaarden voor de geluidbelastingen op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals in dit geval nieuw te bouwen woningen. Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan, mits voldoende onderbouwd. Het bevoegd gezag, in dit geval het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, bepaalt of een overschrijding daadwerkelijk mag plaatsvinden. Dit wordt 'het verlenen van een ontheffing van de voorkeurswaarde' of 'het vaststellen van een hogere grenswaarde' genoemd. Het gaat hierbij om het vaststellen van een hogere grenswaarde dan de voorkeurswaarde en is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan de bron of tussen bron en ontvanger niet doelmatig zijn of financiële of stedenbouwkundige bezwaren ondervinden.
Indien hogere grenswaarden worden aangevraagd en een locatie is gelegen binnen de zones van meerdere geluidbronnen, dient tevens onderzoek gedaan te worden naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidsbronnen (de cumulatieve geluidbelasting). Er dient te worden aangegeven op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij het bepalen van de te treffen maatregelen. Wanneer ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen bouw van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen mogelijk tenzij deze worden voorzien van dove gevels of andere maatregelen.
34/116
Wegverkeerslawaai Conform artikel 74 van de Wgh (zones langs wegen) hebben alle wegen een zone, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buiten stedelijk). Onderzoek Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de Duindamseweg/Schulpweg en de Kraaierslaan. In het kader van een toetsing aan de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1. Na de uitvoering van het onderzoek is de verbeelding in dit bestemmingsplan aangepast, maar de afstand tot de Duindamseweg is niet veranderd. Hierdoor blijven de resultaten uit het onderzoek van kracht.
De resultaten van dit onderzoek zijn dat: ten gevolge van het wegverkeer op de Kraaierslaan wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde; ten gevolge van het wegverkeer op de Duindamseweg niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde maar wel aan de maximale ontheffingswaarde; maatregelen om de geluidbelasting door de Duindamseweg te reduceren niet mogelijk of ongewenst zijn om redenen van verkeerskundige, vervoerskundige, of stedenbouwkundige aard; geadviseerd wordt om te streven zoveel mogelijk nieuwe woningen binnen het bouwvlak te situeren buiten de 48 dB contour; wordt voldaan aan het geluidbeleid van de Omgevingsdienst. Omdat de exacte situering van de woning binnen het bestemmingsvlak niet vastgelegd is, dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk noodzakelijkerwijs voor alle 22 nieuwe Greenport-woningen een hogere grenswaarde van 53 dB vast te stellen.
4.4
Bedrijven en milieuhinder
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies , wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen.
35/116
Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek Nabij het plangebied zijn diverse functies aanwezig, zoals verblijfsrecreatie, een manege, een dierenarts, agrarisch gebied, woningen en een aantal bedrijven. Hierdoor kan dus gesproken worden van een gemengd gebied. Door de ontwikkeling van 22 woningen zal het karakter van dit gebied niet veranderen. De bedrijfsactiviteiten, bijbehorende richtafstanden en kortste afstand tot het bouwvlak van de planlocatie zijn weergegeven in onderstaande tabel. Voor de drie bedrijven waarbij niet aan de richtafstand wordt voldaan, volgt onder de tabel een toelichting. Bedrijf/activiteit
Adres
SBI-2008
Milieu cat.
Minimale gewenste afstand
Huidige Afstand tot plangebied
Bungalowpark
Aangrenzend aan planlocatie
553, 552
3.1
30
11
Paardenfokkerij
Kraaierslaan 2, Noordwijk 0143.1
3.1
100*
109
Manege
Schulpweg 62, Noordwijkerhout
391.E
3.1
100*
84
Recreatiewoning en stacaravan terrein
Schulpweg 60, Noordwijkerhout
553, 552
3.1
30
32
Diergeneeskundige kliniek
Schulpweg 133, Noordwijkerhout
8621, 8622, 8623 1
0
34
Agrarisch handel- en exportbedrijf
Schulpweg 131D, Noordwijkerhout
494.0
3.2
50
68
Bollenteeltgrond
Direct ten zuiden van de planlocatie
-
50**
0
*Dit is de afstand die geldt voor het aspect geur op grond van het Activiteitenbesluit (omgekeerde werking) voor dierenverblijven en vaste mestopslag tot een geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom. **Op basis van jurisprudentie. Bungalowpark De woningen in de beoogde ontwikkeling komen op een korte afstand (11 meter) van een naastliggend recreatiepark. Voor kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) geldt een richtafstand van 30 meter tot een gemengd gebied vanwege mogelijke geluidproductie. Er wordt niet aan deze richtafstand voldaan. Op het bungalowpark staan echter alleen recreatiewoningen. Het park biedt verder geen mogelijkheden voor buitenrecreatie, sport of horeca waardoor de geluidproductie vergelijkbaar is met een reguliere woning. Daarom zal er ook binnen de richtafstand sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening.
36/116
Manege Aan de overzijde van de Duindamseweg is een manege gevestigd. Het voorste deel van het bouwvlak van de manege is in gebruik als parkeerplaats. De afstand van de voorgevelrooilijn van de planlocatie tot het bouwvlak (de parkeerplaats) van de manege is 35 meter, de afstand tot de manege is 84 meter. Volgens de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering geldt bij maneges een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Op basis van het Activiteitenbesluit geldt daarnaast voor het aspect geur ook een afstandseis van 100 meter (omgekeerde werking). Deze afstand geldt vanaf de gevel van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom tot het emissiepunt van een stal. Uit figuur 4.1 blijkt dat de afstand van de bestemming wonen tot de locatie waar dieren worden gehouden (en de lucht de stal verlaat) circa 95 meter is.
Figuur 4.1: Afstand plangebied tot manege Er wordt niet aan de vaste afstand van 100 meter voldaan. In recente rechtspraak1 heeft de Raad van State bepaald dat een geurcontour of aan te houden afstand niet langer een keiharde norm betreft. Waar het om gaat, is of, daargelaten de toepasselijke geurnorm, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. De jurisprudentie laat dus enerzijds ruimte voor het bouwen van geurgevoelige objecten binnen een geurcontour en maakt anderzijds duidelijk dat het feit dat een geurgevoelig object buiten een geurcontour is gelegen, niet zonder meer met zich brengt dat van een goede ruimtelijke ordening kan worden gesproken. Bepalend is de specifieke situatie ter plaatse en de vraag of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden onderbouwd, zonder dat de belangen van de betrokken veehouder onevenredig worden geschaad. Van belang is dat de Afdeling in de eerste plaats beoordeelt wat de consequentie van de ruimtelijke ontwikkeling is voor de rechtspositie van de veehouder. Verslechtert deze, dan is de ruimtelijke ontwikkeling in beginsel niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.