BOPA Hoogwakersbosstraat 12_def
Tekst van het document
BOPA HOOGWAKERSBOSSTRAAT 12 Noordwijk
1/2
DATUM
17-11-2025
PROJECT PROJECTLEIDER
Bopa Hoogwakersbosstraat 12 M.V. van der Berg, MSc.
OPDRACHTGEVER Gemeente Noordwijk PROJECTNUMMER 20250329 AUTEUR STATUS
2/2
S.A.M. Breugem Definitief
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Onderbouwing Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging projectlocatie
8
1.3
Te doorlopen vergunningprocedure
8
1.4
Leeswijzer
9
Beschrijving van het project en zijn omgeving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Toekomstige situatie
15
2.3
Juridische activiteiten
19
2.4
Milieueffectrapportage
20
Participatie
23
Algemeen aanvraagvereiste participatie en advies gemeenteraad
23
Beleidskader en toetsing daaraan
25
4.1
Inleiding
25
4.2
Rijk
25
4.3
Provincie
26
4.4
Regio - Woonagenda en Huisvestingsverordening Holland Rijnland
28
4.5
Gemeente Noordwijk
29
4.6
Hoogheemraadschap Rijnland
31
Beoordelingsregels waaronder instructieregels
33
5.1
Inleiding
33
5.2
Waarborgen van de veiligheid
33
5.3
Beschermen van de waterbelangen
34
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
35
5.5
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
36
5.6
Geluid door activiteiten
37
5.7
Bodemkwaliteit
39
5.8
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed
41
5.9
Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand
49
5.10
Mobiliteit en parkeren
53
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3 3.1
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
3/68
5.11
Ecologie: soortenbescherming
57
5.12
Ecologie: gebiedsbescherming
59
5.13
Beschermen van de gezondheid
61
5.14
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
63
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
65
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
67
Bijlagen Bijlage 1
M.e.r.-beoordelingsnotitie
Bijlage 2
Participatie verslag 16 mei 2024
Bijlage 3
Participatieverslag 22 november 2024
Bijlage 4
Participatieverslag 12 juni 2025
Bijlage 5
Analyse instructieregels Bkl en provinciale verordening
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
Bijlage 7
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 8
Onderzoek na-conflictperiode
Bijlage 9
Weging van het waterbelang
Bijlage 10
Archeologische notitie
Bijlage 11
Quickscan ecologie
Bijlage 12
Stikstofmemo
Bijlage 13
Aanvullend onderzoek vleermuizen
Bijlage 14
Notitie mitigrerende maatregelen vleermuizen
4/68
ONDERBOUWING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Hoogwakersbosstraat 12 in Noordwijk bestaat het voornemen om het voormalige kantoorgebouw van de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) te slopen en op de locatie 31 nieuwe sociale huurappartementen te realiseren. Deze sociale huurappartementen realiseert de gemeente Noordwijk samen met de woningcorporatie Stek Wonen. Stek kiest op deze locatie voor compacte levensloopgeschikt twee- en driekamerappartementen, als een volwaardig alternatief voor de eengezinswoningen in deze kern. De appartementen worden allen verhuurd in de sociale sector. De inzet is dat senioren met een eengezinswoning worden gemotiveerd om te verhuizen. De vrijgekomen eengezinswoningen kunnen dan voor een gezin worden ingezet. Op deze manier beoogt het project bij te dragen aan doorstroming in de sociale huursector. Het gebruik van de projectlocatie ten behoeve van wonen inclusief de nieuwe bebouwing past niet binnen de geldende regels van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan Noordwijk waarvan (onder andere) het bestemmingsplan 'Noordwijk aan Zee' deel uitmaakt. Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. De omgevingsvergunning wordt opeenvolgend aangevraagd. Deze mogelijkheid wordt geboden met artikel 12.27a van het Bkl.
Dit betekent dat de planologische toestemming en de bouwaanvraag afzonderlijk worden ingediend. Deze aanvraag betreft de eerste fase en is kaderstellend. In deze fase gaat het om globale planvorming, waarbij toestemming wordt gevraagd voor het gebruik van de locatie voor woningbouw. De definitieve ontwerpen van de woningen volgen in een latere fase, wanneer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor het daadwerkelijk uitvoeren van de bouwactiviteit. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), waarbij onder meer moet worden voldaan aan instructieregels van het Rijk, de provincie het waterschap. Ook moet worden onderbouwd dat de activiteit uitvoerbaar is. De voorliggende onderbouwing voorziet hierin.
7/68
1.2
Ligging projectlocatie
De projectlocatie waarop de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de Bopa betrekking heeft, ligt binnen de bebouwde kom van de kern Noordwijk aan Zee aan de Hoogwakersbosstraat 12. De locatie waarop de beoogde ontwikkeling betrekking heeft, is kadastraal bekend als perceel NWK02-M-1746. In figuur 1.1 is de ligging van de projectlocatie (rood omkaderd) weergegeven. In paragraaf 2.1 wordt nader ingegaan op de huidige situatie op de locatie.
Figuur 1.1: Ligging perceel projectlocatie (rood vlak) in omgeving (Bron: PDOK)
1.3
Te doorlopen vergunningprocedure
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij is. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor een Bopa verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en er overeenstemming is met de instructieregels van het Rijk en de provincie.
8/68
De omgevingsvergunning voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt gefaseerd aangevraagd, met afzonderlijke aanvragen per fase. Deze mogelijkheid wordt geboden door artikel 12.27a van het Bkl. De onderhavige aanvraag betreft de eerste fase en ziet op een zogenoemd planologisch basisbesluit. In deze fase is sprake van globale planvorming, waarbij toestemming wordt gevraagd voor het gebruik van de locatie voor sociale woningbouw. Het betreft hier 31 sociale huurappartementen op gronden die op basis van het bestemmingsplan Noordwijk aan Zee de bestemming Kantoor hebben. Aangezien wonen binnen deze bestemming niet is toegestaan, is de ontwikkeling in strijd met het geldende omgevingsplan. Om de realisatie van woningbouw mogelijk te maken, wordt daarom een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. Met dit planologisch basisbesluit wordt binnen de projectlocatie het gebruik voor wonen toegestaan. Hiermee wordt een eerste juridisch-planologisch kader gelegd voor het onderdeel ruimtelijk bouwen. In een latere fase kunnen opeenvolgende aanvragen worden ingediend voor het feitelijk verrichten van de bouwactiviteiten. Dan wordt beoordeeld of de definitieve bouwplannen en ontwerpen voldoen aan de geldende kaders, waaronder architectonische detaillering en de toets aan redelijke eisen van welstand.
Uitgebreide procedure Voor het project is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Het volgen van de uitgebreide procedure betekent dat op een aanvraag omgevingsvergunning binnen 6 maanden wordt beslist door het bevoegd gezag. Een eenmalige verlening van de termijn met 6 weken is mogelijk. Als de vergunning niet binnen deze periode is verleend, kan deze echter niet van rechtswege als verleend worden beschouwd.
1.4
Leeswijzer
Nadat het project in Hoofdstuk 1 is ingeleid, gaat Hoofdstuk 2 in op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe vooroverleg en participatie hebben plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het project. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 en 5 het project getoetst aan relevant beleidskader en aan de relevante beoordelingsregels. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
9/68
10/68
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het project en zijn omgeving
2.1
Huidige situatie
2.1.1
Historische situatie
Tijdens de Koude Oorlog met Rusland was de voorliggende projectlocatie een belangrijk zenuwcentrum van het ministerie van Defensie. De locatie aan de Hoogwakersbosstraat 12 is onderdeel van een terrein dat voorheen gebruikt is als terrein voor het hoofdkantoor van de Defensie Pijplijn Organisatie (DPO). Met deze organisatie werd eind jaren 50 van de vorige eeuw, in NAVO-verband, een Europees netwerk van in totaal 6.600 km pijpleidingen aangelegd met als doel brandstof te vervoeren. De locatie zou het centrum zijn waar tijdens een eventuele oorlog met de Russen het transport van vliegtuigbrandstof zou worden gecoördineerd. Naast een bovegronds deel, het kantoor, is er ook een ondergronds deel, namelijk een bunker. Deze bunker werd ABC gebouwd: het kan een atoom-, biologische en chemische aanval weerstaan. De bunker is nog altijd aanwezig onder het pand. 2.1.2 Feitelijke situatie Het pand aan de Hoogwakersbosstraat 12 is in 2006 door de gemeente aangekocht. Het gebouw is inmiddels in gebruik als een bedrijfsverzamelgebouw dat diverse gebruikers c.q. huurders huisvest. Bij het kantoorgebouw is een parkeerterrein aanwezig. Ten noordwesten van de planlocatie ligt aan de Hoogwakersbosstraat 14 de locatie van de Noordwijkse School en een kinderdagverblijf. Deze bebouwing wordt gesloopt en opnieuw gebouwd. Hiervoor is recent (2025) een vergunning verleend.
Het participatietraject van de school en het appartementengebouw loopt samen op. De locatie wordt verder aan de zuidwestzijde begrensd door de Hoogwakersbosstraat, met vrijstaande villa's aan de ene zijde en meer gevarieerde bebouwing aan de andere zijde. Aan de straat ligt een groenstrook bestaande uit struiken en boompjes. De zuidoostelijke begrenzing wordt gevormd door de Derk Bolhuisstraat, die toegang biedt tot de woonbuurt Duinpark. Deze woonbuurt kenmerkt zich vooral door kleinschalige rijwoningen, die veelal licht versprongen en gedraaid ten opzichte van elkaar staan. De begrenzing met de Derk Bolhuisstraat wordt gevormd door een groenstrook met daarin dichtbebost kleine boompjes en duinplanten. Het groen ligt op een steile helling (oude duinrand), omdat de Derk Bolhuisstraat afloopt richting het oosten. Aan de achterzijde of noordwestzijde van de kavel wordt de begrenzing ook gevormd door eerdergenoemde steile helling (de oude duinrand). De kavel ligt hier circa 3 meter hoger dan het naastgelegen parkeerterrein met garageboxen en achtertuinen. De noord-westelijke begrenzing van de locatie wordt gevormd door een openbaar pad, een wandelpad dat de Hoogwakersbosstraat via een trapje verbindt met het achterliggende parkeerterrein met garageboxen.
11/68
Figuur 2.1: De planlocatie (rood omlijnd) vanaf bovenaanzicht (Bron: Streetsmart Cyclomedia) 2.1.3
Relevante regels omgevingsplan
Omgevingsplan gemeente Noordwijk Het omgevingsplan gemeente Noordwijk bevat regels in het tijdelijk deel. De regels voor de onderhavige locatie zijn opgenomen in de volgende onderdelen (artikel 22.1 Omgevingswet): a. de besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder: 1. een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening; 2. een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; 3. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; 4. een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening; b. de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; c. de bruidsschat (zie artikel 22.1 van de Omgevingswet). Hierna wordt kort ingegaan op de onderdelen uit het omgevingsplan die van belang zijn voor het voorliggende initiatief. In paragraaf 2.3 wordt beschreven met welke regels van het omgevingsplan de locatie in strijd is.
12/68
Ad a1. Het bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan Op basis van de geldende planologische regeling, het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Noordwijk waarvan het bestemmingsplan 'Noordwijk aan Zee' en de parapluplannen 'Gebruik Woningen', 'Grondwater' en 'Parkeren' onderdeel uitmaken, gelden ter plaatse van de projectlocatie de bestemmingen 'Kantoor', met de specifieke functieaanduiding 'dienstverlening'. Op deze bestemming rusten bovendien de maatvoeringen van een maximum goothoogte van 9 meter en een maximum bouwhoogte van 11 meter op het noordelijke bouwvlak en een maximum goothoogte van 6 meter en een maximum bouwhoogte van 9 meter op het zuidoostelijke bouwvlak. Daarnaast is de locatie bestemd als 'Waarde - Archeologie 2'. Figuur 2.2 laat de uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan 'Noordwijk aan Zee' zien. Binnen de bestemming 'Kantoor' met de specifieke functieaanduiding 'dienstverlening' zijn de gronden bestemd voor dienstverlening en de aan deze functie gebonden (ondergrondse) parkeervoorzieningen. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor tuinen, erven en water. Daarnaast zijn de voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
In gebieden bestemd als 'Waarde - Archeologie - 2' dient bij de planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Figuur 2.2: Uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan 'Noordwijk aan Zee' onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Noordwijk met aanduiding projectlocatie (rood omlijnd) (Bron: Omgevingsloket).
13/68
Daarnaast geldt het parapluplan 'Grondwater' op de locatie. In dit plan is de projectlocatie bestemd als 'Waterstaat Ondergrondsbouwen'. Deze gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van een evenwichtig grondwatersysteem en het voorkomen van onevenredige grondwateroverlast. Vanuit deze bestemming rust een verticale bouwdiepte van 4.25 meter op de locatie, wat betekent dat de verticale bouwdiepte van (ondergrondse) bouwwerken mag niet lager zijn dan 4.25 meter. Op de locatie geldt ook het parapluplan 'Parkeren'. In dit parapluplan zijn de normen uit de parkeernota juridisch geborgd. Specifiek is in het parapluplan een dynamische verwijzing naar de 'Nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013' opgenomen. Ad a2, 3 en 4 Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke archeologieverordening, de geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater, mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. In dit geval zijn de volgende verordeningen van toepassing: Erfgoedverordening Noordwijk 2024 Waterafvoerverordening gemeente Noordwijk Ad b.
Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart De bodemkwaliteitskaart, bestaande uit een bodemfunctieklassenkaart, ontgravingskaart en toepassingskaart, is een door de gemeente vastgestelde kaart met daarop de bodemkwaliteit per gebied. De omgevingsdienst Midden-Holland heeft een Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart opgesteld voor haar grondgebied. De gemeente Noordwijk valt binnen dit grondgebied. Op de bodemkwaliteitskaart ligt de projectlocatie in bodemkwaliteitszone 'B5: Oudere woonbebouwing, sport en recreatie'. Op de bodemfunctieklassekaart ligt de projectlocatie in een gebied dat de functieklasse 'Wonen' heeft. Ad c. Bruidsschat In de bruidsschat zijn verschillende regels opgenomen die relevant kunnen zijn voor een nieuwe ontwikkeling. De bruidsschat bevat voorrangsbepalingen en overgangsrecht, regels over bouwwerken, open erven en terreinen, regels over milieubelastende activiteiten, regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond en regels over gemeentelijke omgevingsvergunningen. Ad d. Voorbeschermingsregels Daarnaast zijn in het omgevingsplan vanuit het Rijk voorbeschermingsregels opgenomen voor hyperscale datacentra en heeft de provincie Zuid-Holland voorbeschermingsregels opgenomen ten behoeve van de grondwaterkwaliteit.
14/68
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Ontwikkeling Met de voorgenomen ontwikkeling wordt het bestaande pand aan de Hoogwakersbosstraat 12 in Noordwijk gesloopt en worden op de locatie 31 sociale huurappartementen gerealiseerd. De bebouwingsoppervlakte wordt ongeveer 650 m2. In tabellen 2.1 en 2.2 is een overzicht weergegeven van de beoogde bvo's en gbo's van de woningen en verdiepingen. Op het noordelijke gedeelte van het bouwvlak wordt het complex vijf bouwlagen hoog, het zuidwestelijke gedeelte omvat vier bouwlagen. De maximale bouwhoogte van het appartementencomplex wordt 17 meter. De nieuwbouw wordt gebouwd op de kelder van het huidige DPO-gebouw. De footprint van het appartementengebouw komt grotendeels overeen met het huidige DPO-gebouw. Aan de zijde van de Hoogwakersbosstraat wordt parkeren gehandhaafd; hier worden in totaal 35 parkeerplaatsen gerealiseerd waarvan 31 voor de bewoners van de appartementen, plus een viertal aanvullende parkeerplaatsen voor de school en het kinderdagverblijf. Het betreffen allen openbare betaalde parkeerplaatsen, zoals elders in de wijk. Voor het bereiken van het (parkeer-)terrein wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit. De sociale huurappartementen worden in samenwerking met de woningcorporatie Stek gerealiseerd. De appartementen worden compacte levensloopgeschikte appartementen. Er worden 27 driekamerappartementen en 4 tweekamerappartementen gerealiseerd.
De appartementen worden 100% verhuurd in de sociale sector. De inzet is dat senioren met een eengezinswoning worden gemotiveerd om te verhuizen. In onderstaande figuren zijn de bestaande en de beoogde situatie inzichtelijk gemaakt. De ondergrondse bunker blijft behouden. Tabel 2.1: Overzicht bvo verdiepingen
Tabel 2.2: Overzicht go verdiepingen
15/68
Figuur 2.2: Situatietekening bestaande situatie
Figuur 2.3: Situatietekening beoogde situatie
16/68
Figuur 2.4: Plattegrond begane grond beoogde situatie
Figuur 2.5: Plattegrond 1e, 2e en 3e verdieping beoogde situatie
17/68
Figuur 2.6: Plattegrond 4e verdieping beoogde situatie
Figuur 2.7: Sfeerimpressie beoogde situatie Door op de locatie de sociale woningbouw te realiseren, komt de huidige huisvesting van de gebruikers/ huurder van het bedrijfsverzamelgebouw te vervallen. Contractueel is vastgelegd dat de huur van tijdelijke aard is. De contracten worden per jaar verlengd zolang het pand beschikbaar is. De huidige huurders en/of gebruikers zullen geïnformeerd worden en de lopende huur- en/of gebruiksovereenkomsten worden opgezegd.
18/68
2.2.2
Kaders opeenvolgende BOPA
Concreet leidt deze eerste fase BOPA op basis van de toekomstige situering tot onderstaande toetsbare kaders. De functiewijziging naar wonen en kaders vormen de uitgangspunten voor de diverse onderzoeken in hoofdstuk 5. Deze kaders vormen ook het uitgangspunt voor de opeenvolgende BOPA (2e fase) waarin de activiteit ruimtelijk bouwen wordt aangevraagd: Het gebouw bestaat uit maximaal 31 sociale huurappartementen; Het gebouw bestaat uit maximaal 5 bouwlagen. De zijde grenzend aan de Hoogwakersbosstraat 14 bestaat uit maximaal 4 bouwlagen; De maximale bouwhoogte van het gebouw bedraagt 17 meter; Bij de woonfunctie worden 35 parkeerplaatsen gerealiseerd op het terrein; Het uiterste contour van het bouwblok bevindt zich op de locatie zoals weergegeven in figuur 4.4 van bijlage 6 Akoestisch onderzoek:
2.3
Juridische activiteiten
2.3.1
Inleiding
Een project bestaat uit juridische activiteiten. De juridische activiteiten zijn onder te verdelen in drie categorieën: I. activiteiten die niet in strijd zijn met het omgevingsplan; II. activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor de aanvraag voor de bopa wordt ingediend; III. activiteiten die niet in het omgevingsplan worden geregeld en geen omgevingsplanactiviteit zijn; Deze onderbouwing heeft betrekking op de juridische activiteiten in categorie II, de omgevingsplanactiviteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) en activiteiten uit categorie III voor zover deze niet-omgevingsplanactiviteiten relevant zijn in het kader van de toetsing aan het criterium niet evident onuitvoerbaar.
19/68
2.3.2
Welke omgevingsplanactiviteiten zijn in strijd met het omgevingsplan?
De gewenste ontwikkeling, zoals beschreven in voorgaande paragrafen, is in strijd met de juridisch-planologische mogelijkheden op basis van het omgevingsplan van de gemeente Noordwijk. Zoals eerder aan de orde is gekomen, zijn de gronden op basis van het bestemmingsplan Noordwijk aan Zee bestemd met 'Kantoor'. De beoogde woningbouwontwikkeling van 31 sociale huurwoningen is in strijd met de gebruiks- en bouwregels van het omgevingsplan, omdat wonen binnen de bestemming 'Kantoor' niet is toegestaan. Dit betreft de activiteit 'het gebruik in strijd met het omgevingsplan'. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd. Met deze eerste aanvraag wordt het planologisch basisbesluit (1e fase BOPA) genomen, waarmee de afwijking van het omgevingsplan wordt toegestaan en de beoogde sociale woningbouw juridisch-planologisch mogelijk wordt gemaakt, zonder dat daarbij al de vergunning voor het bouwen worden verleend. De ruimtelijke bouwactiviteit wordt in de opeenvolgende BOPA (2e fase) aangevraagd. In voorliggende onderbouwing is onderzocht of ten aanzien van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt voldaan aan het beleidskader en de beoordelingsregels waaronder instructieregels en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
2.4
Milieueffectrapportage
2.4.1
Algemeen
In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke activiteiten mer-(beoordelings)plichtig zijn. Activiteiten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer-(beoordelings)plicht geldt. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een plan, de locatie van een plan en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1 van de Omgevingswet). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob).
20/68
2.4.2
Toetsing en beoordeling
De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, betreft een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen (categorie J11). Dit is wel een activiteit uit de kolom van Bijlage V van het Ob. Hiervoor geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze mer-beoordeling is opgesteld en opgenomen in bijlage 1. Hieruit blijkt dat de kenmerken en de locatie van het project geen aanleiding geven tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen, mits rekening wordt gehouden met de maatregelen en aandachtspunten zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de notitie. In het bijzonder geldt dit voor de toepassing van interne saldering ten aanzien van stikstofdepositie. Met inachtneming van het voorgenoemde kan worden geconcludeerd dat het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is
21/68
22/68
Hoofdstuk 3 3.1
Participatie
Algemeen aanvraagvereiste participatie en advies gemeenteraad
De gemeenteraad van Noordwijk heeft vastgesteld dat in bepaalde gevallen participatie verplicht is en waarin adviesrecht van de raad geldt. Dit is opgenomen in het besluit ‘Bindend adviesrecht, participatieplicht en uitgebreide procedure’, zoals vastgesteld op 25 januari 2022. Een van deze gevallen is de realisatie van 3 woningen (nieuwbouw) of meer in bestaand stedelijk gebied, die conform de segmentering worden gerealiseerd zoals opgenomen in de vastgestelde woonvisie. De ontwikkeling betreft huisvesting en sluit daarom hier op aan. Voor de ontwikkeling geldt daarom een participatieplicht en is adviesrecht van de raad van toepassing. Het interne gemeentelijke proces om te komen tot een advies van de raad loopt gelijk met het behandelen van een aanvraag om een Bopa. De gemeente vindt het van groot belang dat de herontwikkeling van het DPO-terrein in samenhang plaatsvindt met de nieuw te bouwen Noordwijkse School. Een van de uitgangspunten daarbij is 'dat beide percelen daarbij maximaal zullen worden benut en er geen ruimte voor (toekomstige) woningbouw verloren gaat'. Bijkomstige belangrijke overweging is dat de overlast veroorzaakt door de bouw, voor de buurt tot een minimum kan worden beperkt. In 2006 heeft de gemeente het DPO-gebouw in eigendom verworven met als doel deze locatie te ontwikkelen voor woningbouw.
In 2023 werden, in het verlengde van de bestuursopdracht 'Project herontwikkeling DPO-gebouw', de ontwikkelingsmogelijkheden onderzocht voor het DPO-terrein. De rapportage 'Voorbereiding herontwikkeling DPO-terrein' (gedateerd 4 april 2024), trekt conclusies en doet aanbevelingen voor de voortgang. Op het moment dat met de rapportage 'Voorbereiding herontwikkeling DPO-terrein' wordt gestart is de ontwikkeling van de nieuw te bouwen Noordwijkse School al in volle gang; op dat moment zijn de eerste schetsen al gedeeld met de buurt en is het Voorlopig Ontwerp (VO) nagenoeg gereed. Gelet op bovenstaande heeft De Noordwijkse School de eerste participatiebijeenkomsten met omwonenden al gehouden; in dat stadium was de planvorming voor het DPO-terrein (nog) niet concreet, althans niet met de gemeenteraad gedeeld. Op 16 mei 2024 zijn omwonenden opnieuw uitgenodigd voor een informatieavond; op deze avond is niet alleen de actuele stand van zaken mbt. de school, maar zijn ook de eerste ideeën voor de herontwikkeling van de DPO-terrein met omwonenden gedeeld. Het verslag van deze participatieavond is opgenomen in bijlage 2. Als uitgangspunt voor de informatieavonden geldt dat omwonenden worden geïnformeerd over de te realiseren gebouwen (de stavaza mbt de ontwerpen van de school en de appartementen) en de procedures.
Ook worden de omwonenden geïnformeerd over het ontwerp voor de maaiveldinrichting, als verbindend element voor beide locaties. In bijlage 3 is een participatieverslag opgenomen van het tot dan toe doorlopen participatieproces, waarin tevens de reacties uit de omgeving zijn beschreven. Anders dan bij de gebouwen worden omwonenden uitgenodigd hun ideeën/wensen/aanbevelingen met te delen voor het gebruik en/of de inrichting van het openbare deel van de buitenruimte (lees: het 'tussengebied' en het p-terrein dat voor de nieuw te bouwen sociale huurappartementen wordt voorzien. Op 12 juni 2025 vond er opnieuw een participatieavond plaats. In bijlage 4 is het verslag van deze participatieavond opgenomen.
23/68
24/68
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader en toetsing daaraan
Inleiding
Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 4.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 4.3. Tot slot wordt in paragraaf 4.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang worden bekeken. De opgaven grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Hierbij is Nederland opgedeeld in verschillende gebieden. Het plangebied is gelegen in het landsdeel Zuidwest (Zuid-Holland en Zeeland). Dit bestaat uit de hoogdynamische Zuidvleugel en een laagdynamische Groene Hart en Zuidwestelijke Delta. Het landsdeel wordt gekarakteriseerd door een internationaal transportknooppunt, met goederenstromen vanuit de havens en industrieclusters van Rotterdam en de North Sea Port en producten vanuit de land- en tuinbouw die de hele wereld over gaan. Karakteristieke landschappen van internationaal belang zoals de Zuidwestelijke Delta en het Groene Hart. Waterrijke landschappen waar productie voor de wereldmarkt, hoge natuurlijke en recreatieve waarden en cultuurhistorische iconen samengaan. Een
25/68
hoogdynamisch stedelijk gebied in de Zuidvleugel dat zich ontwikkelt rond de kennisas en anderzijds een geheel eigen hoogwaardige vorm van stedelijkheid in de Delta. De grensoverschrijdende samenhang met Vlaanderen is van groot belang. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Toetsing Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt zoals opgenomen in de NOVI.
4.3
Provincie
4.3.1 Omgevingsvisie provincie Zuid-holland (vastgesteld op 18 februari 2025) De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. Het beleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De provincie heeft zeven vernieuwingsambities vastgelegd. Met deze zeven ambities maakt de provincie ruimte voor belangrijke ontwikkelingen rond participatie, bereikbaarheid, energie, economie, natuur, woningbouw en gezondheid en veiligheid. De zeven ambities zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Samen werken aan Zuid-Holland Bereikbaar Zuid-Holland Schone energie voor iedereen Een concurrerend Zuid-Holland Versterken natuur in Zuid-Holland Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland Gezond en veilig Zuid-Holland
Voor voorliggende ontwikkeling is vooral de uitwerking van de ambities 6. 'sterke steden en dorpen in Zuid-Holland' en 7. 'gezond en veilig Zuid-Holland' van toepassing. Hieronder wordt beschreven hoe de provincie invulling geeft aan deze ambities. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal betaalbare woningen te realiseren en de bestaande woonvoorraad te verduurzamen. De uitdaging is om een gezonde, sociale, groene en duurzame leefomgeving in te richten. Het leef- en vestigingsklimaat kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. In Zuid-Holland moet iedereen zich thuis kunnen voelen in sterke steden en dorpen. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste locatie zijn.
26/68
De provincie geeft doelstellingen aan om op regionaal niveau -en een enkele keer op gemeentelijk niveau- samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, te voorzien in voldoende passende en betaalbare woningen op de juiste plekken en in het bijzonder voor de doelgroepen van woningcorporaties, aandachtsgroepen en ouderen. Beleidsdoel 6-1 Voldoende juiste woningen op de juiste plek De provincie acht het voorzien in voldoende passende en betaalbare woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen in Zuid-Holland van provinciaal belang. De voorkeur van de provincie gaat uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Om in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen te voorzien, wordt de regionale behoefteraming door de provincie vastgesteld. Op basis van deze behoefteberaming maken de gemeenten in samenspraak met de provincie regionale woonzorgvisies en regionale woningbouwprogramma's. In paragraaf 5.9 wordt hierop nader ingegaan. Gezond en veilig Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland staat voor grote uitdagingen op het gebied van gezondheid, veiligheid en klimaat.
Door verstedelijking, verkeer, industrie en klimaatverandering neemt de druk op de leefomgeving toe en groeien gezondheidsverschillen tussen inwoners.De provincie wil een gezonde en veilige leefomgeving creëren door inwoners te beschermen tegen negatieve invloeden (zoals luchtvervuiling, geluidsoverlast en hittestress), veilig gebruik van de leefomgeving te waarborgen en gezond gedrag te stimuleren. Bedrijven moeten hierbij veilig opereren, innovatief bijdragen en zich aan de regels houden.Daarnaast zet Zuid-Holland in op recreatie, sport en bewegen via een beweegvriendelijke omgeving, toegankelijk groen en water, en duurzame recreatieve netwerken. Ook wil de provincie zich voorbereiden op extreem weer en klimaatrisico’s, zodat toekomstige generaties niet worden belast met de gevolgen. Binnen deze ambitie zijn de beleidsdoelen 7-1 Bevorderen verbetering milieukwaliteit en gezondheid en 7-3 Klimaatbestendig Zuid-Holland, opgewawssen tegen de effecten van klimaatverandering relevant voor de ontwikkeling. 7-1 Bevorderen verbetering milieukwaliteit en gezondheid De provincie Zuid-Holland streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving door milieukwaliteit te verbeteren en risico’s te beperken. Ze richt zich op luchtkwaliteit, geluid, bodem, en externe veiligheid, en wil bodemverontreiniging en de uitstoot van (zeer) zorgwekkende stoffen terugdringen.
Voor luchtkwaliteit streeft de provincie in 2030 de WHO-advieswaarden te halen.Dit gebeurt via programma’s, vergunningverlening, toezicht en handhaving, in samenwerking met de omgevingsdiensten. 7-3 Klimaatbestendig Zuid-Holland, opgewassen tegen de effecten van klimaatverandering De provincie Zuid-Holland werkt aan het beperken van bodemdaling en het terugdringen van CO2-uitstoot in de veenweidegebieden, met een doel van 0,21 Mton reductie in 2030. Dit gebeurt via een gebiedsgerichte aanpak samen met agrariërs, overheden en maatschappelijke partijen. Omdat Zuid-Holland kwetsbaar is voor klimaatverandering, wil de provincie toewerken naar een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting in 2050. Daarbij worden risico’s als hitte, droogte, overstromingen en bodemdaling meegenomen in alle beleidsterreinen en ruimtelijke ontwikkelingen. Innovatieve oplossingen, meer ruimte voor water, groen en natuurlijke processen, en een duurzame zoetwatervoorziening staan centraal.
27/68
Zo worden schade en kosten beperkt, kansen benut en draagt de provincie bij aan een gezonde leefomgeving, biodiversiteit en een sterke economie. Toetsing en conclusie De ontwikkeling voorziet in een functiewijziging naar een woonfunctie ten behoeve van de realisatie van 31 sociale huurappartementen. Hiermee wordt bijgedragen aan het provinciale beleid dat gericht is op het voorzien in passende huisvesting voor iedereen en het uitbreiden van de bestaande woningvoorraad, en in het bijzonder het aanbod van sociale huurwoningen. Uit paragrafen 5.13 en 5.14 blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan de eisen voor een gezonde leefomgeving en bijdraagt aan een duurzaam en klimaatbestendig Zuid-Holland. Gelet op voorgaande is het plan in lijn met het provinciale beleid.
4.4
Regio - Woonagenda en Huisvestingsverordening Holland Rijnland
De regio Holland Rijnland zet stappen om de problemen op de woningmarkt op te lossen. De woningmarkt kenmerkt zich de afgelopen jaren door grote tekorten, hoge koopprijzen en lange wachttijden voor sociale huurwoningen. Steeds meer mensen hebben moeite bij het vinden van een passende woning. Hierbij spelen ook veranderende woonbehoeften een belangrijke rol. Met de Regionale Woonagenda 2023 en de Huisvestingsverordening 2024 probeert Holland Rijnland die tendensen om te buigen. De Regionale Woonagenda 2023 en Huisvestingsverordening 2024 zijn op 28 juni 2023 door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland vastgesteld. Regionale woonagenda 2023 De Regionale Woonagenda beschrijft de afspraken over woningbouw in de regio. Die afspraken gaan over het aantal te bouwen woningen, waar deze moeten komen, wat voor soort woningen het zijn en voor wie. De dertien gemeenten in Holland Rijnland maken zich sterk om tot en met 2030 maar liefst 30.500 nieuwe woningen te bouwen, waarvan 30% een sociale huurwoning is en 35% een middeldure huurwoning of een betaalbare koopwoning. De nieuwbouw moet aansluiten bij de woonbehoeften. Uitgangspunten zijn: het verbeteren van de doorstroom; het versnellen van de woningbouw; het realiseren van betaalbare woningen, en het geven van ruimte aan aandachtsgroepen, dat zijn mensen met specifieke zorg- en ondersteuningsbehoeften.
Alle gemeenten leveren hieraan een bijdrage. De afspraken in de Woonagenda vormen de kaders waarbinnen gemeenten hun eigen ruimtelijke projecten kunnen realiseren. Noordwijk valt onder de subregio Noord samen met Lisse, Hillegom en Teylingen. Deze subregio heeft een woningbehoefte van 6.500 tot 7.500 woningen tot 2030. Waarbij door het vaststellen van de agenda extra aandacht is voor betaalbaar, middelduur en aandachtsgroepen. Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 De Huisvestingsverordening omvat afspraken over woonruimteverdeling in de regio. De verordening bepaalt onder andere hoeveel woningen beschikbaar komen voor aandachtsgroepen, maar zorgt er ook voor dat dat er genoeg woningen beschikbaar blijven voor reguliere woningzoekenden. Door ontwikkelingen op de woningmarkt en veranderende woonbehoeften was het nodig de Huisvestingsverordening te herijken. Een belangrijk doel van de vernieuwde verordening is het bevorderen van de doorstroom. Dit wordt onder meer gerealiseerd doordat mensen die willen verhuizen naar een andere sociale huurwoning een deel van hun woonduur mogen meenemen.
28/68
Toetsing en conclusie Het binnenstedelijk toevoegen van betaalbare woningen sluit goed aan bij de uitgangspunten van de regionale woonagenda en de Huisvestingsverordening Holland Rijnland. Het regionale beleid staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.5
Gemeente Noordwijk
4.5.1
Omgevingsvisie 1.0 Samen maken we de toekomst voor Noordwijk! (2022)
De gemeente Noordwijk heeft in 2022 de Omgevingsvisie 1.0 vastgesteld. Momenteel wordt er gewerkt aan een Omgevingsvisie 2.0. De Omgevingsvisie is een complete visie op de leefomgeving, voor de lange termijn en voor de hele gemeente Noordwijk. De Omgevingsvisie komt in de plaats van de huidige gemeentelijke structuurvisies, verkeers-en vervoerplannen, delen van de natuurvisie en milieubeleidsplannen. Deze Omgevingsvisie is aan de ene kant een uitnodiging aan alle inwoners van de gemeente om met ideeën en initiatieven te komen. Aan de andere kant is het een afwegingskader dat het college en de raad zullen gebruiken om alle ingediende initiatieven aan te toetsen. Het uitgangspunt van deze Omgevingsvisie is dat alle initiatieven binnen de gemeente Noordwijk worden getoetst aan een gebiedsgericht afwegingskader (hoofdstuk 3), aansluiten op de identiteit (hoofdstuk 4) en bijdragen aan de gewenste koers (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 3 worden deelgebieden onderscheiden, waarbij voor het project deelgebied Noordwijk aan Zee van toepassing is. De Omgevingsvisie stelt hier voort te bouwen op een grote diversiteit aan punten, waaronder: Een bruisende badplaats waar je heerlijk kunt wonen, ondernemen, werken en verblijven; Het woongebied achter de boulevards kent een zeer divers aanbod.
Wel is sprake van een tweedeling tussen het zuiden (villapark) en het noorden (meer gesloten bebouwing). De ontwikkeling voorziet in een functiewijziging naar een woonfunctie ten behoeve van de realisatie van 31 sociale huurappartementen. De realisatie van de sociale huurappartementen draagt bij aan het faciliteren van huisvesting in de badplaats en draagt bij aan het diverse aanbod. Daarnaast past de ontwikkeling bij de meer gesloten bebouwing in het noorden van Noordwijk aan Zee. In hoofdstuk 4 staan voornamelijk het landschap, cultuur en erfgoed, de natuur en het DNA van Noordwijk centraal, wat vooral raakt aan grotere (landschapsstructuren). Op projectlocatie, binnen bestaand stedelijk gebied, kan hier op beperkte schaal aansluiting bij worden gezocht. Dit wordt vooral bereikt doordat bij de terreininrichting (zie paragraaf 2.2) wordt aangesloten bij enkele ambities uit de Omgevingsvisie ten aanzien van natuur, te weten: De aanwezige beplanting wordt zoveel mogelijk gespaard waardoor het karakter van de aanzet van de duinenrij bewaard blijft en met nieuwe beplanting wordt gekozen voor beplanting die aansluit bij het oorspronkelijke landschapstype. Bij elke ontwikkeling wordt het verhogen van de biodiversiteit meegenomen. In hoofdstuk 5 worden de vijf voornaamste opgaven voor de gehele gemeente gepositioneerd. Dit zijn: 1.
een ondernemende gemeente met voldoende welvaart voor iedereen; 2. prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen;
29/68
3. een betrokken gemeenschap; een plek waar we prettig samenleven en gelukkig oud worden; 4. goede bereikbaarheid en minder (parkeer)overlast op topdagen; 5. een duurzame gemeente Noordwijk; klimaatneutraal en -bestendig. Het project heeft met name aansluiting bij de punten 2 en 5. De realisatie van de sociale huurappartementen draagt bij aan punt 2, het voorzien in voldoende woningen voor iedereen. Daarnaast streeft de initiatiefnemer ernaar om de woningen tenminste energie neutraal te bouwen. In de nadere planuitwerking worden nul-op-de-meterwoningen, houtbouw en de ambitie voor bio-based en de MPG-score nader onderzocht. Bij verdere uitwerking worden de duurzaamheidseisen onderzocht, waarbij wordt gekoerst op een plan dat een lange reeks van jaren mee kan. Hiermee draagt de ontwikkeling zoveel mogelijk bij aan een klimaatneutraal en - bestendig Noordwijk, punt 5. Gelet op voorgaande past de ontwikkeling binnen het beleid van de gemeentelijke Omgevingsvisie. 4.5.2
Woonvisie 2020-2030
De gemeenteraad heeft op 26 januari 2021 de woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. In de woonvisie staan twee prioriteiten voorop: 'zorg voor het toevoegen van voldoende woningen in de gemeente Noordwijk én zorg voor de juiste woningen in het bijzonder voor mensen die zonder onze aandacht geen huis kunnen krijgen'. Daarnaast wordt ingezet op prettig zelfstandig thuis wonen en verduurzaming. De Woonvisie kent dan ook 4 belangrijke opgaven: Volle inzet voor meer nieuwbouw In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om volop op de bouw van voldoende woningen voor minimaal de lokale woningbehoefte in te zetten, te zoeken naar meer bouwmogelijkheden én om de druk op de woningmarkt te verlichten het toevoegen van tijdelijke woningen. Juiste woningen toevoegen In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om te zorgen dat groepen die nu moeilijk aan bod komen in Noordwijk extra huisvestingsmogelijkheden krijgen én om actief te sturen op meer passend woningaanbod voor lage en middeninkomens: en dan in het bijzonder jongeren en jonge gezinnen.
Mogelijkheden voor prettig thuis wonen In de woonvisie worden maatregelen voorgesteld om ouderen en andere mensen met een ondersteuningsbehoefte of zorgvraag passende huisvesting te kunnen bieden én voor leefbare buurten met een sluitende woonzorginfrastructuur in onze kernen, waardoor mensen langer thuis kunnen wonen. Op naar een klimaatneutraal Noordwijk De gemeente wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Hieraan levert een energiezuinige woningvoorraad een belangrijke bijdrage. Daarom worden in de woonvisie maatregelen voorgesteld om de energetische verbeteringen van bestaande huur- en koopwoningen te bevorderen én een klimaatbestendige woonomgeving. De maatregelen, prioriteitsstelling en actiehouders zijn gevat in een bijhorend uitvoeringsprogramma.
30/68
Toetsing en conclusie De ontwikkeling voorziet in een functiewijziging naar een woonfunctie ten behoeve van de nieuwbouw van 31 sociale huurappartementen. Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan de gemeentelijke ambitie om nieuwbouw te realiseren en om het woningaanbod voor de lage inkomens uit te breiden. Daarnaast streeft de initiatiefnemer ernaar om de woningen tenminste energie neutraal te bouwen. In de nadere planuitwerking worden nul-op-de-meterwoningen, houtbouw en de ambitie voor bio-based en de MPG-score nader onderzocht. Bij verdere uitwerking worden de duurzaamheidseisen onderzocht, waarbij wordt gekoerst op een plan dat een lange reeks van jaren mee kan. Hiermee draagt de ontwikkeling eveneens bij aan de gemeentelijke ambitie van een energiezuinige woningvoorraad. Gelet op voorgaande past de ontwikkeling binnen de Woonvisie van de gemeente. 4.5.3
Meerjaren Prestatieafspraken 2022-2025
De volkshuisvestingspartners in de gemeente Noordwijk werken op gelijkwaardige basis aan een gezamenlijke, integrale set prestatieafspraken, aansluitend bij de bedoeling van de Woningwet 2015. De ervaring is dat de volkshuisvestingsaanpak zich uitstrekt over meerdere jaren, en dat prestatieafspraken hierbij aan zouden moeten sluiten. Het zorgt ervoor dat we niet bezig zijn met jaarlijks nieuwe afspraken maken, maar dat de aandacht kan verschuiven naar de realisatie van de afspraken. Daarom maken de volkshuisvestingspartners in Noordwijk meerjarenafspraken, onder meer over de realisatie van voldoende sociale huurwoningen. Toetsing en conclusie Dit project is in de planning opgenomen met sociale huurwoningen. De ontwikkeling past dus binnen de afspraken in Meerjaren Prestatieafspraken 2022-2025. 4.5.4 Verordening doelgroepen woningbouw Noordwijk 2022 De doelgroepenverordening biedt een wettelijke basis om uitvoering van het gemeentelijk woonbeleid in nieuwe bestemmingsplannen en exploitatieplanen af te dwingen en hiermee de sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middeldure huurwoningen aan preferente doelgroepen te kunnen toewijzen. Toetsing en conclusie De sociale huurwoningen doelgroepenverordening.
4.6
vallen
onder
dit
toewijzingsbeleid.
De
ontwikkeling
voldoet
aan
de
Hoogheemraadschap Rijnland
Het hoogheemraadschap van Rijnland beschikt over het waterbeheerprogramma 6 2022-2028 In het Waterbeheerprogramma 6 (WBP6) beschrijft het hoogheemraadschap de doelen die zij tijdens de planperiode 2022-2028 wil bereiken voor de primaire taken waterveiligheid, watersysteem en waterketen. Het waterschap zet in op toekomstbestendig waterbeheer. Het zet zich in om verdere klimaatverandering tegen te gaan en de omgeving tijdig aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Dit doet het hoogheemraadschap door zelf haar eigen werkzaamheden zoveel mogelijk klimaatneutraal uit te voeren, gebieden klimaatbestendig en waterrobuust in te richten en door vergroening en biodiversiteit te stimuleren.
31/68
Toetsing In bijlage 9 is de ontwikkeling onder andere beoordeeld op basis van het waterbeheerprogramma van het hoogheemraadschap. Uit deze beoordeling volgt dat het ontwikkeling past binnen het beleid van het hoogheemraadschap. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op deze afweging van het waterbelang.
32/68
Hoofdstuk 5 5.1
Beoordelingsregels waaronder instructieregels
Inleiding
Voor het beoordelen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de BOPA gelden verschillende beoordelingsregels. In dit hoofdstuk worden (onder andere) de instructieregels van het Rijk en de provincie behandeld. De instructieregels van het Rijk staan in het Bkl. De instructieregels van de provincie staan in de omgevingsverordening. In bijlage 5 zijn alle instructieregels geanalyseerd en is aangegeven welke artikelen voor de ontwikkeling relevant zijn. In de paragrafen 5.2 tot en met 5.9 zijn de relevante instructieregels en de bijbehorende omgevingsaspecten en andere thema's uitgewerkt. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot een aantal (ruimtelijk) relevante aspecten. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl) wel aandacht aan deze aspecten te worden besteed. Dit zijn in dit geval de aspecten mobiliteit, ecologie (soorten- en gebiedsbescherming) en lichthinder. In de paragrafen 5.10 tot en met 5.14 wordt ingegaan op deze aspecten in relatie tot de ontwikkeling.
5.2
Waarborgen van de veiligheid
5.2.1
Algemeen
Besluit kwaliteit leefomgeving Voor omgevingsveiligheid zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.2 relevant (waarborgen van de veiligheid). Op basis van artikel 5.2 van het Bkl wordt in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van die wet. Met het bovenstaande is in de bruidsschat (artikel 22.13 t/m 22.15) rekening gehouden. Hiermee wordt voldaan aan de instructieregels van artikel 5.2 van het Bkl. Omgevingsverordening Zuid-Holland De instructieregels met betrekking tot externe veiligheid in de omgevingsverordening zijn niet relevant voor de voorliggende ontwikkeling. 5.2.2 Beoordeling en conclusie De ontwikkeling betreft een kwetsbaar gebouw zoals vermeld in Bijlage l van het Bkl. Uit de informatie op de PAV kaarten (https://www.registerexterneveiligheid.nl/pav-kaarten) blijkt dat het projectgebied niet binnen het explosieaandachtsgebied, brandaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied van het spoor, het water, de weg, buisleiding en risicovolle activiteit ligt.
33/68
Met de beoogde ontwikkeling worden geen risicovolle activiteiten gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de instructieregel van het Bkl, omdat uit de beoordeling en met de opgenomen regels in de bruidsschat (artikel 22.13 t/m 22.15) blijkt dat de veiligheid op de projectlocatie is gewaarborgd. Er is geen reden om m.b.t. dit aspect een voorschrift aan de omgevingsvergunning voor de Bopa te verbinden. Ontplofbare ooglogsresten Door de IDDS Explosieven B.V. is een onderzoek verricht naar ontplofbare oorlogsresten (OO) binnen de projectlocatie. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 8. IDDS Explosieven B.V. concludeert dat de projectlocatie onverdacht is op het aantreffen van OO. De werkzaamheden binnen deze onverdachte gebieden kunnen op reguliere wijze uitgevoerd worden en verdere opsporing van OO is hier niet benodigd. Wel adviseert IDDS Explosieven B.V. om het uitvoerend personeel altijd voorafgaand aan de werkzaamheden te instrueren per het Protocol spontaan aantreffen OO. Dit is opgenomen in bijlage 4 van het onderzoek. Er hoeven geen voorschriften te worden opgenomen voor het aspect OO.
5.3
Beschermen van de waterbelangen
5.3.1
Algemeen
Besluit kwaliteit leefomgeving Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.3 instructieregels voor het beschermen van de waterbelangen. In een plan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken (artikel 5.37, eerste lid, van het Bkl). Omgevingsverordening Zuid-Holland In de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland zijn in paragraaf 7.3.6a instructieregels opgenomen met betrekking tot toekomstbestendig bouwen en ontwikkelingen. Uit deze paragraaf is artikel 7.41a van toepassing op de ontwikkeling. Artikel 7.41a (risico’s van klimaatverandering) 1. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico’s van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; e. alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. 2. Voor zover risico’s aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico’s.
34/68
5.3.2
Toetsing
In Bijlage 9 Weging van het waterbelang zijn de waterhuishoudkundige consequenties ten aanzien van de ontwikkeling uitgebreid in beeld gebracht waarbij de waterbelangen ten aanzien van waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit zijn gewogen. Bij de weging van de waterbelangen zijn de gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving uit het omgevingsplan en de waterschapsverordening van het waterschap in acht genomen en vormde hiervoor de basis. Omdat met de ontwikkeling het verhard oppervlak zal afnemen, geldt er geen compensatie-eis vanuit het beleid van het hoogheemraadschap. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt 1.730 m2. In de waterafvoerverordening van de gemeente Noordwijk is opgenomen dat het verboden is om vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. De eigenaar van een perceel is verplicht om hemelwater op zijn eigen terrein te verwerken. De eigenaar dient hiervoor een voorziening aan te brengen die tenminste 60 liter per m2 verhard oppervlak kan verwerken. Vasthouden of door middel van infiltratie kan bergen in de bodem. Op basis van de toekomstig verhard oppervlak bedraagt de waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal 104 m3 (1.730 m2 x 60 mm). De inpassing van deze waterbergingsopgave kan op eigen terrein plaatsvinden.
In het rapport van de Weging van het waterbelang wordt ingegaan op de wijze waarop deze waterbergingsopgave binnen de planlocatie kan worden gerealiseerd. Het rapport beschrijft dat waterberging kan worden gerealiseerd door de aanleg van een blauw-groendak, een wadi en/ of een ondergrondse waterberging. Met het uitvoeren van de weging van het waterbelang is het kader gegeven voor het vastleggen van het wateraspect zoals dat in de omgevingswet is opgenomen. Op basis van de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen hoeven er voor het aspect water geen voorschriften aan de omgevingsvergunning voor de Bopa te worden verbonden. 5.3.3 Conclusie Gelet op het voorgaande is eveneens rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van de watersystemen en de risico's van klimaatverandering. De ontwikkeling is in overeenstemming met de instructieregel 5.37 uit het Bkl en 7.41a uit de omgevingsverordening Zuid-Holland. Bij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient uiteindelijk een waterberging van 104 m3 te worden gerealiseerd op basis van de waterafvoerverordening van de gemeente Noordwijk. Op basis van de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen hoeven er voor het aspect water geen voorschriften aan de omgevingsvergunning voor de Bopa te worden verbonden.
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
5.4.1
Algemeen
Besluit kwaliteit leefomgeving De instructieregels uit paragraaf § 5.1.4.1 ten behoeve van de kwaliteit van de buitenlucht zijn niet relevant voor de ontwikkeling. In het kader van ETFAL met betrekking tot het beschermen van de gezondheid is de luchtkwaliteit ter plaatse wel beoordeeld op aanvaardbaarheid bij de toe te laten activiteit. Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening bevat geen specifieke instructieregels met betrekking tot het thema luchtkwaliteit.
35/68
5.4.2
Beoordeling en conclusie
De projectlocatie bevindt zich niet in artikel 5.51 (van het Bkl) vermeldde aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof. De ontwikkeling betreft de realisatie van 31 woningen en valt onder de standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit, zoals vermeld in artikel 5.54 van het Bkl. Met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met de instructieregels van het Bkl. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) onderzocht wat de (indicatieve) luchtkwaliteit ter plaatse van de projectlocatie is. Maatgevend is het toetspunt aan de Duinweg. Uit de kaart blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de omgevingswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2023; 11,5 µg/m³ voor NO2, 15,5 µg/m³ voor PM10 en 7,4 µg/m³ voor PM2,5. De luchtkwaliteit ter plaatse van de projectlocatie is aanvaardbaar en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Nader onderzoek is niet nodig. Er is geen reden om m.b.t. dit aspect een voorschrift aan de omgevingsvergunning voor de Bopa te verbinden.
5.5
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
5.5.1
Algemeen
Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.2a instructieregels voor geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Op basis van artikel 5.78l Bkl dient in een omgevingsplan rekening te worden gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied en voorziet erin dat het geluid aanvaardbaar is. Het geluid is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarden. Een overschrijding hiervan is mogelijk als er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarden te voldoen, de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt en er wordt voldaan aan de grenswaarden volgens tabel 5.1. Tabel 5.1: Standaardwaarden en grenswaarden geluid per geluidbronsoort
36/68
In een aantal gevallen kan een waarde hoger dan de grenswaarde aanvaardbaar worden geacht: bij vervangende nieuwbouw maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde en het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde mag niet wezenlijk toenemen; bij functiewijziging maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde (transformatie); bij zeehavengebonden activiteiten maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde; bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen; bij een niet-geluidgevoelige gevel. Een overschrijding van de grenswaarden is alleen mogelijk als er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarden te voldoen, de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Verder wordt rekening gehouden met het belang van een geluidluwe gevel. Bij het overschrijden van de standaard- of grenswaarden wordt het gecumuleerde geluid beoordeeld en het gezamenlijk geluid bepaald en vastgelegd in het omgevingsplan. 5.5.2 Toetsing De ontwikkeling voorziet in een functiewijziging naar een woonfunctie ten behoeve van de nieuwbouw van 31 sociale huurappartementen.