CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Toelichting Ontwerpbestemmingsplan Duinschooten 12

Gemeenteraadsvergadering 22 juni 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplanwijziging Oosterduinsemeer tbv Invitation, Duinschooten 12 Noordwijkerhout12.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN DUINSCHOOTEN 12 ontwerp April 2021 ruimte voor ideeën

Duinschooten 12

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 4 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

7 7 9

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

13 13 14 16

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Waterparagraaf 4.2 Flora en fauna 4.3 Stikstof 4.4 Bodem 4.5 Explosieven 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geluid 4.8 Bedrijven- en milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Archeologie 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 M.e.r.-beoordeling 4.13 Duurzaamheid

19 19 21 23 25 25 28 29 29 30 31 32 33 33

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37 37 37

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Inleiding 6.2 Systematiek van de regels 6.3 Beschrijving van de bestemmingen

39 39 39 40

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

2 - 40

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding De aanleiding voor dit bestemmingsplan is het nieuwe initiatief om op het recreatieterrein Sollasi aan de Duinschooten 12 Noordwijkerhout een nieuw restaurant met zaalaccommodatie, uitbreiding van het bestaande hotel en herinrichting van het terrein te realiseren. Dit initiatief is niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan is daarom opgesteld om de ontwikkelingen mogelijk te maken.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Duinschooten 12 te Noordwijkerhout en maakt deel uit van recreatieterrein Sollasi. Het plangebied grenst aan het Oosterduinse Meer (noordoostkant), bungalowpark Sollasi (zuidkant), stacaravan park en camping Sollasi (noordkant) en de Duinschooten (westkant). Het plangebied ligt ten noorden van de kern Noordwijkerhout.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

3 - 40

Afbeelding begrenzing plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan is ''Oosterduinsemeer''. Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingen 'Recreatie', 'Natuur', 'Bos', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Waarde - Archeologie - 4'. Recreatie De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor; strand en ligweiden ter plaatse van de aanduiding 'strand', ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieappartementen': verblijfsrecreatie in recreatieappartementen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - hotel', een hotel (i.p.v. recreatie appartementen), ter plaatse van de aanduiding 'sportveld': sport- en speelvelden, zoals tennisbanen, midgetgolfbanen, trapveldjes en andere sportvoorzieningen, zoals een zwembad, bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals toegangswegen, voet- en fietspaden, tuinen, terreinen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen. Aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - recreatieappartementen' en 'specifieke vorm van recreatie - hotel' Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieappartementen' zijn maximaal 24 recreatie appartementen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - hotel' is een hotel mogelijk met daarin maximaal 24 hotelkamers in plaats van de recreatieappartementen.

Ook is maximaal één horecabedrijf uit ten hoogste categorie 1c van de Staat van Horeca-activiteiten uitsluitend op de begane grond is toegestaan. In de bestaande bebouwing zijn geen recreatie appartementen aanwezig. Ter plaatse van de aanduidingsvlakken is wel een hotel en een restaurant aanwezig. Het bebouwingspercentage mag maximaal 70% bedragen en de maximale goot- en bouwhoogte mag niet bedragen dan 7 m ter plaatse van het hotel en 7 m goothoogte- en 11 meter bouwhoogte ter plaatse van het restaurant.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

4 - 40

Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken gebouwd worden. Verkeer - Verblijfsgebied De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van parkeerplaatsen en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals wegen, voet- en fietspaden. Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en/of herstel van de op deze gronden voorkomende, dan wel daaraan eigen, landschappelijke waarden en natuurwaarden en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bos De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor bos en bebossing, in de vorm van houtsingels en groengordels, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Deze bestemming wordt overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Waarde - Archeologie - 4 De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. Archeologisch onderzoek is nodig indien een bouwwerk gerealiseerd wordt met een oppervlakte van meer dan 500 m² en waarvoor graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm nodig zijn.

Afbeelding uitsnede vigerende bestemmingsplan Strijdigheid met het bestemmingsplan Het planvoornemen voor het uitbreiden van het hotel en het realiseren van een nieuw gebouw voor het restaurant met

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

5 - 40

zaalaccommodatie is in strijd met de bestemming 'Recreatie', omdat de bouwhoogte van het hotel in de nieuwe situatie de maximale hoogte van 7 meter overschrijdt en de nieuwbouw voor het restaurant wordt buiten het aangewezen bouwvlak gerealiseerd. De herinrichting van het terrein is mogelijk binnen de vigerende bestemmingen 'Recreatie' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Omdat deze herinrichting wel samenhangt met het planvoornemen voor hotel en restaurant met zaalaccommodatie wordt ook deze herinrichting meegenomen in het bestemmingsplan. Er zijn geen werkzaamheden voorzien in het gedeelte van het plangebied dat is bestemd is als 'Natuur'. Deze gronden zijn dan ook buiten beschouwing gelaten. De geplande nieuwbouw heeft een oppervlakte van meer dan 500 m2. Daarom is sprake van strijdigheid met de archeologische dubbelbestemming. Voor voorliggend bestemmingsplan is archeologisch onderzoek uitgevoerd, zie hiervoor paragraaf 4.10. Door middel van voorliggend bestemmingsplan wordt het (gehele) planvoornemen mogelijk gemaakt. Paraplu Bestemmingsplan Parkeren en Wonen Dit plan voorziet in de juridische borging van de gemeentelijke parkeernormen en de begripsbepaling ten aanzien van het wonen. De regels uit dit parapluplan worden, waar mogelijk, overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

1.4 Leeswijzer De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 is de planbeschrijving opgenomen; in hoofdstuk 3 is de toetsing van het planvoornemen aan het beleid van rijk, provincie en gemeente beschreven; in hoofdstuk 4 zijn de uitgevoerde onderzoeken en beoordelingen van omgevingsaspecten beschreven; hoofdstuk 5 beschrijft de uitvoerbaarheid; hoofdstuk 6 omvat de juridische planbeschrijving.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

6 - 40

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie Het plangebied maakt deel uit van recreatieterrein Sollasi in Noordwijkerhout. In het plangebied staan een hotel en restaurant (bebouwing is aan elkaar gekoppeld) en zijn een tennisveld (sportveld) en een speeltuin aanwezig. In het plangebied zijn naast de bebouwing voor het restaurant en het hotel ook een opslagloods naast het sportveld en de speeltuin aanwezig. Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Duinschooten. Via deze ontsluiting is ook het naastgelegen bungalowpark te bereiken. Parkeervoorzieningen voor het stacaravan park en het hotel/restaurant zijn gesitueerd aan de noordkant van het plangebied. Aan de zuidoostkant van het plangebied ligt het recreatiepark met bungalows en daarbij behorende parkeergelegenheid. Aan de oostkant ligt het Oosterduinse Meer, vanuit het plangebied is via een voetpad het strand bij het meer te bereiken. Het huidige restaurant heeft aan de oostzijde van het gebouw een terras met uitzicht op het meer.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

7 - 40

Afbeelding huidige situatie en indeling plangebied

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

8 - 40

Afbeelding aanzicht plangebied gezien vanaf het strand aan het Oosterduinse Meer. Het hotel bevindt zich links op de foto en het restaurant rechts

2.2 Toekomstige situatie Het planvoornemen betreft het uitbreiden van het hotel, de sloop en nieuwbouw van het restaurant met zaalaccommodatie en de herinrichting van het terrein. Uitbreiden hotel Het huidige hotel bestaat uit 2 bouwlagen. Het voornemen is om een 3e bouwlaag toe te voegen ten behoeve van een familiekamer/ groepsaccommodatie. Deze is nodig om meer bezoekers te trekken. Ook wordt op de begane grond de entree en het trappenhuis anders ingedeeld. In totaal komen maximaal 24 kamers in het hotel. De maximale bouwhoogte van het hotel bedraagt 9 meter. Restaurant met zaalaccommodatie Het bestaande restaurant wordt gesloopt. Op dezelfde plaats wordt een restaurant met zaalaccommodatie met een oppervlakte van circa 600 m2 terug gebouwd. Ten opzichte van de huidige situatie staat in de nieuwe situatie het gebouw van het restaurant los van het hotel. Dit creert een doorzicht vanaf Duinschooten. Het nieuwe restaurant heeft een bouwhoogte van 10,5 meter. De zaalaccomodatie wordt gerealiseerd omdat er vanuit het bedrijfsleven een grote vraag is om buiten de deur te vergaderen. De zaalaccommodatie in het restaurant wordt gebruikt voor activiteiten die in hoofdzaak bestaan uit het bieden van gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen, alsmede tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen.

De doelgroepen die gebruiken gaan maken zaalaccommodatie in het restaurant en de familiekamer die in het hotel wordt gerealiseerd (zakelijke markt en familie) zijn goed te combineren met (teambuidings)activiteiten. Deze worden georganiseerd in het plangebied. Dit draagt bij aan de recreatieve functie van het meer en de doelstellingen van de gemeente. Het gebied trekt op deze manier ook mensen van buiten het gebied aan.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

9 - 40

Afbeelding doorkijk vanuit Duinschooten Herinrichting terrein De herinrichting heeft betrekking op het parkeerterrein en het strand. Het bungalowpark en het hotel/restaurant maken gebruik van dezelfde ontsluiting. Dit veranderd in de toekomstige situatie niet en deze wordt daarom niet heringericht. Parkeerterrein Het planvoornemen is om een groot deel van het huidige speel/sport terrein om te zetten naar parkeerterrein. Het huidige parkeerterrein van het stacaravanpark en de het bungalowpark blijft behouden. Ook de speeltuin direct naast de ontsluiting van het plangebied en de bestaande opslagloodsen blijven behouden. De parkeergelegenheid direct aangrenzend aan het hotel/restaurant komt te vervallen, hier worden groen en wandelpaden aangelegd. Het nieuwe parkeerterrein heeft een capaciteit van 95 parkeerplaatsen. Groen De huidige berm aan de noordoostzijde van het plangebied heeft een bestemming "Bos". Hier ligt een bosrand welke kenmerkend is voor de weg en de omgeving en van waarde is als groenstructuur. Ter plaatse van deze bosrand was een tweede ontsluiting gepland. Er is voor gekozen om deze ontsluiting niet aan te leggen. Hiermee blijft deze groenstructuur (waaronder de bomenrij langs de Duinschooten) en het landschappelijk beeld van dit groen in tact.

Naast het behoud van bestaand groen wordt ook nieuw groen aangelegd, onder meer voor het restaurant, in het midden van de parkeerplaats, rondom het speelterrein en langs de nieuw aan te leggen wandelpaden. Strand Aan de zijde van het Oosterduinse Meer wordt de buitenruimte opnieuw ingericht, met nieuwe voetpaden naar het strand en voorzieningen voor het restaurant met zaalaccommodatie worden aangelegd zoals een terras.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

10 - 40

Afbeelding schetstekening nieuwe situatie

Afbeelding impressie nieuwe situatie (gezien vanuit noordwesten), het Oosterduinse Meer bevindt zich links op deze afbeelding, het restaurant met zaalaccommodatie betreft het gebouw dat het meest naar voren staat, daarachter bevindt zich het hotel Landschappelijke inpassing Voor de ontwikkeling is een onderbouwing van de landschappelijke inpassing opgesteld, welke als Bijlage 1 is toegevoegd, waarmee het plan voldoet aan het provinciaal beleid. Dit beleid wordt nader toegelicht in 3.2 Provinciaal beleid.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

11 - 40

Afbeelding impressie nieuwe situatie vanaf het Oosterduinse Meer

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

12 - 40

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Nederland moet concurreren en daarnaast bereikbaar, leefbaar en veilig zijn, dat is het streven van het rijk. Het Rijk voorziet dit door een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. De ruimtelijke structuur van Nederland heeft zich ontwikkeld van steden in een landelijk gebied naar stedelijke regio's in interactie met landelijke en cultuurhistorische gebieden. Dit maakt Nederland sterk en onderscheidend in de wereld. Die samenhang van het internationale en regionale schaalniveau wil het rijk behouden, laten groeien en versterken. Nederland heeft met zijn internationale oriëntatie en open economie een hoog welvaartsniveau opgebouwd. Een netwerk van hoogwaardige internationale verbindingen van weg, spoor, water en lucht, met daarbinnen de mainports als belangrijke knooppunten is de basis voor die internationale concurrentiepositie.

De 3 hoofddoelen van de structuurvisie zijn: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. Specifiek beleid ten aanzien de locatie is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte niet opgenomen. Dit is gedecentraliseerd naar de provincie en de gemeente.

3.1.2 Barro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, ook wel het Barro genoemd, heeft medio 2009 als ontwerp ter inzage gelegen, destijds nog als AMvB Ruimte. Begin 2012 is de SVIR vastgesteld, de basis waarop de regelgeving van het Barro gebaseerd is. Op 1 oktober 2012 is het Barro volledig in werking getreden. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. Het Barro is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. Dit betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich daarbij primair richt tot de gemeenten. Daarnaast kan het Barro aan de gemeenten opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Het plangebied ligt niet binnen een invloedssfeer van het Barro.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen (artikel 3.2). De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt als volgt; De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De onderbouwing van de ladder is in de navolgende subparagraaf opgenomen.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

13 - 40

3.1.3.1 Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied ligt buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en voorziet in de realisatie van een nieuw gebouw voor een bestaand restaurant met zaalaccommodatie, uitbreiding hotel met een extra bouwlaag en herinrichting van het terrein. Het brutovloeroppervlak van het hotel blijft ten opzichte van de bestaande situatie gelijk en het brutovloeroppervlak van het restaurant neemt ten opzichte van de bestaande situatie met 140m2 toe. Op basis van jurisprudentie (uitspraak Raad van State ECLI:NL:RVS:2014:1442) wordt gesteld dat de uitbreiding met 140 m2 geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is omdat de uitbreiding van het bedrijfsgebouw (het restaurant) minder dan 400m2 bedraagt. Ook wordt geen nieuwe functie, anders dan recreatie en bijbehorende voorzieningen zoals parkeren en terras bij horeca, gerealiseerd. Het restaurant is al aanwezig en alleen het gebouw wordt vervangen door nieuwbouw. Het toevoegen van een extra bouwlaag op het hotel zorgt voor een vergroting van het aanbod van hotelkamers, hetgeen bijdraagt aan het behoud en vergroting van de verblijfsrecreatieve functie van de locatie. Hetgeen ook passend is binnen het recreatie beleid van de gemeente. Dit is geen stedelijke ontwikkeling om de oppervlakte van het hotel gelijk blijft. Ook de herinrichting betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Het terrein wordt opnieuw ingericht om meer parkeergelegenheid voor het hotel / restaurant te creëren. De herinrichting en de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen staat dus den dienste van de recreatieve functie. Dit geldt ook voor herinrichting van de buitenruimte aan de zijde van het Oosterduinse Meer (aanleg terras t.b.v. restaurant). Het planvoornemen betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

3.2 Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening In de provinciale Omgevingsvisie beschrijft de provincie het provinciale beleid. In de provinciale Omgevingsverordening is het provinciaal beleid juridisch verankerd in de regels. Het plangebied is in de Omgevingsvisie aangewezen als verblijfsrecreatiegebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Verblijfsrecreatiegebied Verblijfsrecreatiegebieden variëren van relatief open en groene campings tot terreinen met stacaravans en complexen met recreatiebungalows en bijbehorende voorzieningen. Er is sprake van een tendens tot herstructurering en opwaardering, waarbij campings worden bebouwd, stacaravans worden vervangen door bungalows, of bungalowterreinen worden heringericht. Bij verblijfsrecreatiegebieden is van belang dat ze een aantrekkelijke, recreatieve uitstraling hebben en qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed passen in hun omgeving. Nieuwe ontwikkelingen zijn gehouden aan het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Bij een nieuwe ontwikkeling (uitbreiding of herstructurering bestaande complexen of ontwikkeling van een nieuw complex) is het handelingskader ruimtelijke kwaliteit van toepassing, waarbij de mogelijkheden en kwaliteitseisen afhankelijk zijn van de aard, omvang en locatie van de ontwikkeling.

Ruimtelijke kwaliteit Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de Omgevingsverordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit') Artikel 6.2.2 Ruimtelijke kwaliteit (Omgevingsverordening) Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau,

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

14 - 40

b.

c.

past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.

Onderbouwing provinciaal beleid, verblijfsrecreatiegebied en ruimtelijke kwaliteit Het planvoornemen wordt aangemerkt als zijnde inpassing binnen het aangewezen verblijfsrecreatiegebied. Het plangebied heeft in de bestaande situatie al een recreatief karakter. Het planvoornemen heeft ook een recreatief karakter en voorziet in de realisatie van een nieuw gebouw voor het restaurant en de uitbreiding van het hotel door de toevoeging van een bouwlaag. In het restaurant wordt ook een zaalaccomodatie gerealiseerd. Deze is ondergeschikt aan het restaurant en wordt gerealiseerd vanwege de vraag naar een dergelijke accommodaties vanuit de zakelijke markt. Hiermee wordt de recreatieve functie van het plangebied ook beter gefaciliteerd. Ook de herinrichting van het terrein is bedoeld om de recreatieve functie van het plangebied beter te faciliteren bijvoorbeeld door de aanleg van meer parkeervoorzieningen en de aanleg van nieuwe buitenruimte bij het restaurant. Het planvoornemen wordt volledig gerealiseerd op een bestaand recreatieterrein en is door het recreatieve karakter passend op het recreatieterrein. Ten opzichte van de huidige situatie wordt het oppervlak van het restaurant met ongeveer 140m2 vergroot en het grondoppervlak van hotel blijft gelijk. Wel wordt er een extra bouwlaag aan toegevoegd.

Daarmee wordt gesteld dat ontwikkeling een relatief kleinschalige ontwikkeling betreft op het grootschalige recreatieterrein van Sollasi. Ook op dit punt wordt gesteld dat het planvoornemen passend is binnen het recreatiegebied. De ontwikkeling past de bestaande gebiedsidentiteit (verblijfsrecreatie), past bij de aard en schaal en voldoet aan het richtpunt voor verblijfsrecreatiegebieden. Dit is nader onderbouwd in de onderbouwing van de landschappelijke inpassing, welke als Bijlage 1 is toegevoegd. Stedelijke ontwikkeling Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. De onderbouwing van de ladder wordt toegelicht in paragraaf 3.1.3.1.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

15 - 40

3.3 Gemeentelijk beleid Per 1 januari 2019 zijn de gemeenten Noordwijk en Noordwijkerhout gefuseerd. Voor de onderbouwing van het gemeentelijk beleid is nog wel gebruik gemaakt van het beleid van de fusiegemeente Noordwijkerhout. Dit beleid wordt zijner tijd vertaald naar geharmoniseerd beleid voor de gehele gemeente Noordwijk.

3.3.1 Structuurvisie Kernen Noordwijkerhout en De Zilk 2020 De Structuurvisie Kernen Noordwijkerhout en De Zilk 2020 van de voormalige gemeente Noordwijkerhout geeft aan hoe de toekomstige inrichting van de bebouwde kom van de gemeente wordt gezien. In de structuurvisie wordt dit totale ruimtelijke beleid samengebracht en met een visiekaart inzichtelijk gemaakt. De gemeente streeft naar een versterking van haar toeristisch recreatieve functie. De gemeente moet zich onderscheiden in de regio. Daartoe wordt ingezet op de kwaliteit van het aanbod voor zowel dagrecreatie als verblijfsrecreatie. Tot 2020 dient het recreatieve aanbod versterkt te worden. Daarbij richt de fusiegemeente Noordwijkerhout zich voornamelijk op vitale senioren en gezinnen met kinderen als primaire doelgroepen. Door de realisatie van het planvoornemen wordt zowel dagrecreatie als verblijfsrecreatie op het recreatieterrein uitgebreid en verbeterd. Hiermee levert het planvoornemen een bijdrage aan de versterking van het recreatieve aanbod in de fusiegemeente Noordwijkerhout, zowel in kwantitatieve zin (door de uitbreiding van het bestaande aanbod) als in kwalitatieve zin (door de kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod aan een restaurant en hotel). Daarmee past het plan in de gemeentelijke structuurvisie.

3.3.2 Startnotitie handhaving bungalowpark Sollasi In deze notitie is het handhavingsbeleid ten aanzien van het bungalowpark Sollasi vastgelegd. Bungalowpark Sollasi is een recreatiepark bestaande uit 333 losstaande en geschakelde recreatiewoningen. Van het totale aantal recreatiewoningen zijn 278 eigendom van verschillende particuliere eigenaren, deze betalen erfpacht aan de eigenaren van het park voor de gronden waar de recreatiewoningen op staan. De overige 55 recreatiewoningen zijn eigendom van de terrein eigenaar zelf. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het handhavingsbeleid in 2005 de recreatieve bestemming voor het park Sollasi herbevestigd. Ook staat in het huidige coalitieakkoord 2019-2022 dat de recreatie bevorderd moet worden, door onder andere het ontwikkelen van het naast gelegen Oosterduinse Meer. Het vertrekpunt moet dan ook zijn dat de recreatieve bestemming gehandhaafd blijft. De realisatie van het planvoornemen op het recreatieterrein Sollasi draagt bij aan handhaven van deze bestemming doordat het planvoornemen voorziet in een uitbreiding, intensivering en ondersteuning (facilitaire voorzieningen zoals parkeren) voor de recreatieve functie van het hotel/restaurant en de buitenruimte aan de zijde van het Oosterduinse Meer.

3.3.3 Beleidsnota Toerisme en Recreatie In de beleidsnota wordt ingezet op de stimulering van toerisme. In de beleidsnota wordt weergegeven welke visie de (voormalige) gemeente Noordwijkerhout heeft op het gebied van toerisme en recreatie en welke acties daaraan zijn gekoppeld. De beleidsnota heeft onder meer als doel om de recreatieve functie van het Oosterduinse Meer te verbeteren. Daarbij wordt ingezet op het opknappen van de recreatieplas zodat het meer uitnodigt om te recreëren. Daarbij wordt gedacht aan het plaatsen van voorzieningen het verbeteren van de waterrecreatie-mogelijkheden, vaarverbindingen en horecavoorzieningen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet het toevoegen van een bouwlaag bovenop het bestaande hotel, nieuwbouw van een restaurant met zaalaccomodatie en met terras aan het Oosterduinse Meer. Ten opzichte van de huidige situatie wordt

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

16 - 40

het oppervlak van het restaurant met ongeveer 140m2 vergroot en het grondoppervlak van hotel blijft gelijk. Wel wordt een bouwlaag aan het hotel toegevoegd. En het bestemmingsplan voorziet in verdere intensivering van de recreatieve functie. Derhalve zorgt het planvoornemen voor behoud van de toeristische- en recreatieve functie aan het Oosterduinse Meer.

3.3.4 Welstandsnota In de welstandsnota is een analyse gemaakt van de (voormalige) gemeente Noordwijkerhout. Op basis van deze analyse zijn verschillende gebieden te onderscheiden. Recreatieparken In Noordwijk komen gebieden met planmatig opgezette vakantiehuisjes voor. Dit zijn op zichzelf gelegen en naar binnen gekeerde gebieden met veelal eigen voorzieningen en een rondlopende ontsluitingsroute. De bij de recreatiewoningen behorende tuintjes zijn kleinschalig ingericht met veel ornamenten en gecultiveerde beplanting. Oosterduinse Meer Het welstandsbeleid dat toepassing is voor het recreatiegebied van het Oosterduinse Meer is terughoudend en gericht op beheer van het recreatiepark. Het Oosterduinse Meer zelf valt binnen de welstandsnota in het gebied sport en recreatie. De sport- en recreatieterreinen zijn eenvoudig qua opzet en bebouwing en hebben een groen karakter. De architectuur is terughoudend. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer. Met name bij sport- en recreatieterreinen buiten de kern is een goede inpassing in het landschap van belang.

Het bouwplan voor het planvoornemen wordt, in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning, getoetst aan de criteria voor dit gebied zoals: dat het hoofdgebouw vrijstaand is gevels zijn bij voorkeur van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen het kleurgebruik is terughoudend en in onderlinge samenhang. Bij de verdere uitwerking van het bouwplan wordt getracht zoveel als mogelijk bij het welstandsbeleid aan te sluiten, hierbij worden de welstandscriteria meegenomen.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

17 - 40

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

18 - 40

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1 Waterparagraaf Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Rijnland. In lijn met het beleid van het Hoogheemraadschap wordt het aspect water nader toegelicht. Waterparagraaf Het planvoornemen voorziet in de realisatie van nieuwe bebouwing voor het restaurant, uitbreiding van het hotel door de toevoeging van een extra bouwlaag en de herinrichting van het terrein. Alleen de nieuwbouw van het restaurant en de herinrichting van het terrein zorgen voor een toename van verharding. Toename verharding Bij een toename in verharding dient deze te worden gecompenseerd. Het terrein is al grotendeels verhard, het omzetten van een deel van de groenstrook naar verhard oppervlak voor parkeren bedraagt minder dan 500m2 te weten 147m2. Indien het verhard oppervlak minder dan 500m2 bedraagt, hetgeen het geval is in het plangebied, is compensatie niet nodig. Waterkwantiteit In onderstaande afbeelding is de uitsnede van de legger oppervlaktewateren van het Hoogheemraadschap opgenomen. Het Oosterduinse Meer is aangemerkt als primair water en functioneert ook als waterrecreatiegebied. Het meer wordt onderhouden door het Hoogheemraadschap. Er zijn geen werkzaamheden voorzien in of nabij het meer of de beschermingszone. Daarom wordt gesteld dat realisatie van het plan niet leidt tot negatieve effecten op het functioneren van de waterhuishoudkundige functie van het meer.

De watergang langs de Duinschooten is aangemerkt als ''overige watergang'' en dit betreft Polderwater. Er zijn geen werkzaamheden in of nabij de watergang en/of beschermingszone voorzien.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

19 - 40

Afbeelding uitsnede legger watergangen Rijnland Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK's-houdende bouwmaterialen. Veiligheid en waterkering Het plangebied ligt niet binnen de kern-/beschermingszone van een (regionale) waterkering. Afwatering en riolering Het plangebied is aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. De precieze aansluitingen van het restaurant op de riolering wordt bepaald in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen. Op het gemeentelijk riool wordt enkel vuilwater geaccepteerd. Het regenwater op eigen terrein van daken en verhardingen wordt verwerkt op het eigen terrein. Er wordt een ondergronds waterbassin gemaakt voor het opvangen van regenwater. Dit wordt gebruikt om al het groen te voorzien van water. Conclusie Het planvoornemen heeft geen negatieve effecten op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse van het plangebied. Compensatie van de toename van het verhard oppervlak is niet nodig.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

20 - 40

4.2 Flora en fauna Ekoza ecologisch advies heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Het rapport is als Bijlage 2 bijgevoegd. Onderzoek Soortenbescherming Grondgebonden zoogdieren In het plangebied of binnen de beïnvloedingssfeer ervan worden geen grondgebonden zoogdieren verwacht. Eventueel leefgebied van de waterspitsmuis in het Oosterduinse Meer zal niet worden aangetast. Er worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect voor grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Op de locatie zijn gebouwen aanwezig, waardoor verblijfplaatsen van vleermuizen niet kunnen worden uitgesloten. In zowel het restaurantgebouw als het motel zijn mogelijke toegangen naar vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied maar de oostoever van het Oosterduinse Meer kan wel dienen als vliegroute. Een nader onderzoek volgens het Vleermuisprotocol 2017 zal de aanwezigheid of afwezigheid van verblijfplaatsen en vliegroute moeten aantonen. Vogels Jaarrond beschermde nesten van huismussen en gierzwaluwen kunnen voorkomen in het restaurantgebouw. Of deze aanwezig zijn dient nader onderzocht te worden in de broedtijd van deze soorten.

Waarschijnlijk broeden er in het groen tussen de gebouwen en het meer algemene broedvogels. Bij kap of verwijdering van dit groen dient hiermee rekening gehouden te worden. Dit mag alleen buiten de broedperiode (buiten half maart- half juli). Mogelijk kunnen ook algemene broedvogels aanwezig zijn op het platte dak van het motel. Werkzaamheden die verstorend zijn voor broedvogels mogen alleen buiten de broedperiode worden gestart, waarbij er rekening mee moet worden gehouden dat ook buiten de genoemde periode (half maart – half juli) sprake kan zijn van de aanwezigheid van broedvogels. Reptielen, amfibieën en vissen Geschikt habitat om te rusten, zich voort te planten is voor beschermde reptielen, amfibieën en vissen in het plangebied niet aanwezig. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Er worden geen negatieve effecten op beschermde amfibieën, vissen of reptielen in het plangebied verwacht. Flora De meeste beschermde planten zijn zeer kritisch ten aanzien van hun standplaats. Beschermde planten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Gezien de aard van het plangebied (camping- en bungalowterrein) en de soortensamenstelling van de aanwezige flora worden beschermde planten hier ook niet verwacht. Ongewervelden Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op beschermde ongewervelden.

Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor beschermde dagvlinders, libellen of andere ongewervelde dieren. Voor het aspect soortenbescherming dient nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen plaats te vinden. Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt binnen het plangebied. Mocht er toch sprake zijn van het verwijderen van groen rond het gebouw, dan is er nog geen sprake van houtopstanden en is de Wet natuurbescherming niet van toepassing.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

21 - 40

Dit aspect staat de realisatie van het planvoornemen niet in de weg. Gebiedsbescherming Natura 2000 Op ongeveer 950 meter ten westen van het plangebied is het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ aanwezig. Een stikstofberekening is daarom uitgevoerd. Zie hiervoor paragraaf 4.3. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland, het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk ligt op een afstand van circa 600 meter. Er geldt geen externe werking binnen het NNN-kader. De werkzaamheden betreffen hoofdzakelijk sloop, nieuwbouw en het maken van parkeerplaatsen en dit heeft geen negatieve effecten op de kernkwaliteiten of andere waarden van het Natuurnetwerk Zuid-Holland. De ingreep kan zonder verdere procedure in het kader van het NNN plaatsvinden. Overige provinciaal beschermde gebieden Het plangebied ligt niet binnen de overige provinciaal beschermde gebieden, de strategische reservering natuur, belangrijke weidevogelgebied en de karakteristieke landschapselementen. Deze gebieden zijn dan ook geen belemmering voor het plan. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen uitgevoerd moet worden. Dit onderzoek is uitgevoerd en wordt toegelicht in subparagraaf 4.2.1. Andere flora en fauna soorten komen niet voor in het plangebied en hoeven daarom niet nader onderzocht te worden.

Er zijn vanuit de aspecten Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden geen belemmeringen voor realisatie van het planvoornemen. Voor het plan is een stikstofberekening uitgevoerd om de effecten op het nabijgelegen Natura-2000 gebied te onderzoeken. Zie hiervoor paragraaf 4.3.

4.2.1 Nader onderzoek flora en fauna Ekoza ecologisch advies heeft een nader onderzoek flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Het rapport is als Bijlage 3 bijgevoegd. In dit onderzoek is beoordeeld of de beschermde soorten gierzwaluw, huismus en vleermuizen aanwezig zijn. Tevens is in dit onderzoek de bosrand aan de noordzijde van het plangebied betrokken omdat deze nog niet eerder was onderzocht. In het onderzoek werd ervan uitgegaan dat een tweede inrit werd aangelegd in deze bosrand. Dit is gebaseerd op een ouder planvoornemen. Er wordt geen tweede inrit aangelegd. Hierdoor wordt het bestaande groen in deze bosrand niet aangetast. Onderzoek Huismussen Er zijn geen huismusnesten vastgesteld in de gebouwen die worden gesloopt of aangepast waardoor een negatief effect van de werkzaamheden op huismusverblijfplaatsen door de sloop en de renovatie is uitgesloten. Wel zijn er diverse huismussen aanwezig onder het dak van het receptiegebouw en wordt er gefoerageerd en gerust in onder andere het groen rond de tennisvelden. Het advies is om ten minste de bestaande struiken langs de schuur tegenover het receptiegebouw te behouden of uit te breiden en het totaaloppervlak aan grote struiken minstens gelijk te houden. Bij voorkeur de nu al aanwezige soorten maar ook naar minstens 25% van de struikoppervlakte met wintergroene soorten.

Indien het oppervlak grote struiken, heesters en klimplanten rond het tennisveld / de nieuwe parkeervakken voor minstens 50% behouden blijft hoeft geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Indien dit niet kan worden gegarandeerd, dient wel een ontheffing te worden aangevraagd. In de regels is geborgd dat tenminste 50% van het oppervlakte grote struiken, heesters en klimplanten behouden blijft. Gierzwaluwen Er zijn geen gierzwaluwnesten in het plangebied vastgesteld, waardoor een negatief effect van de werkzaamheden op

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

22 - 40

gierzwaluwen is uitgesloten. Een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming is niet nodig. Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld binnen het plangebied, waardoor een negatief effect op vleermuizen is uitgesloten. Een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming is niet nodig. Het plangebied wordt slechts door een of twee gewone dwergvleermuizen nu en dan gebruikt om te foerageren. Aangezien het om een laag aantal foeragerende exemplaren gaat die bovendien voornamelijk net buiten het plangebied foerageren, kan uitgesloten worden dat het om essentieel foerageergebied gaat. Een negatief effect op foeragerende vleermuizen wordt uitgesloten. Een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming is niet nodig. Het luchtruim boven het plangebied wordt slechts door enkele gewone dwergvleermuizen en rosse vleermuizen gebruikt om te passeren. In de omgeving zijn andere potentiële vliegroutes aanwezig waar deze vleermuizen ook gebruik van kunnen maken. Hierdoor is geen sprake van een essentiële vliegroute. Een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming is niet nodig. Conclusie Uit het nader onderzoek volgt dat er geen gierzwaluwen of vleermuizen aanwezig in het plangebied. Wel zijn er huismussen aanwezig in het plangebied.

Het oppervlak grote struiken, heesters en klimplanten rond het tennisveld en de nieuwe parkeervakken blijft voor minstens 50% behouden. Dit is geborgd in de regels. Er hoeft geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Indien dit niet kan worden gegarandeerd, dient wel een ontheffing te worden aangevraagd.

4.3 Stikstof Verspreid in Nederland liggen 118 Natura 2000-gebieden met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van (dier)soorten (hierna: ‘habitattypen’). Te veel stikstof is slecht voor de natuur. Voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt moet daarom worden onderzocht wat de effecten zijn op de beschermde Natura 2000-gebieden. Doel van dit onderzoek is bepalen wat de bijdrage van het plan aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is. Vervolgens is bepaald of deze resultaten leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en of een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. De Wnb geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld.

Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. In 118 van de Nederlandse Natura 2000-gebieden bevinden zich stikstofgevoelige habitattypen. Op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wnb is vastgelegd dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Samengevat betekent dat wanneer een plan gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet in gevaar brengt, significante gevolgen zijn uitgesloten. Indien op basis van objectieve gegevens blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie, kan in ieder geval worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

23 - 40

instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied. Bij het berekenen van de stikstofdepositie mogen in beginsel de bestaande feitelijke en planologische legale activiteiten op de planlocatie en de daarmee samenhangende vermindering van de stikstofdepositie in mindering worden gebracht op de toename van de stikstofdepositie als gevolg van het plan (ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4672). Dat kan ertoe leiden dat per saldo de effecten op de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000- gebieden gelijk blijven (en soms zelfs verminderen als gevolg van het verdwijnen van bijvoorbeeld een agrarische functie). Er hoeft dan geen passende beoordeling te worden uitgevoerd. Indien uit onderzoek (de voortoets) blijkt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, dan moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd (de ‘passende beoordeling’) en dient een Wnb vergunning te worden aangevraagd. Onderzoek Er is een berekening uitgevoerd. De memo inclusief de bijlagen invoergegevens bouw- en gebruiksfase zijn als Bijlage 4. Op ongeveer 950 meter ten noordwesten van de voorgenomen locatie is het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland- Zuid’ aanwezig.

Berekening In het onderzoek zijn de zowel de sloop-/bouwfase als de toekomstige gebruiksfase berekend. De berekening van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattype binnen de nabijgelegen Natura 2000-gebieden is uitgevoerd met behulp van de AERIUS calculator, versie 2020 (releasedatum 15 oktober 2020). De calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model OPS) van het RIVM. Uit de berekeningen blijkt voor zowel de sloop- en bouwsfase als voor de toekomstige gebruiksfase het volgende:

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

24 - 40

Dit houdt in dat, met betrekking tot stikstofdepositie, negatieve effecten op stikstofgevoelige habitaten leefgebieden zijn uit te sluiten. De natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige gebieden blijven onaangetast. Hieruit wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling binnen het plan Duinschooten 12 worden uitgezonderd van de vergunningplicht. Voor de gedetailleerde ingevoerde emissiebronnen en rekenresultaten wordt verwezen naar het berekeningsjournaal van de AERIUS-calculator die als bijlagen 2 en 3 bij deze memo is gevoegd. Conclusie Het bestaande restaurant aan de Duinschooten 12 in Noordwijkerhout wordt gesloopt en er zal een nieuw restaurant worden opgericht. Op het naastgelegen motel zal een extra verdieping (groepsappartement voor 30 personen) worden geplaatst. Uit de berekeningen blijkt de realisatie van het hiervan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Op grond van de Wet Natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht en is nader onderzoek niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming vormt dan ook geen belemmering.

4.4 Bodem AGEL adviseurs heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 5 bijgevoegd. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is bepaald of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie. Onderzoek Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem niet afdoende bekend is. Er is daarom een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd. De onderzoekslocatie is aangemerkt als een, voor bodemverontreiniging, onverdachte locatie. De onderzoekshypotheses is getoetst door middel van een veld- en laboratoriumonderzoek. Op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek dient de hypothese ‘onverdacht’ formeel te worden verworpen. Het grondwater is niet herbemonsterd waardoor het niet duidelijk is of de aangetoonde matige verontreiniging met kwik in het grondwater reproduceerbaar is. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet bepaald worden of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Daarom is het noodzakelijk om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de aangetroffen verontreinigingen. Als eerste dient een herbemonstering van het grondwater uitgevoerd te worden en aansluitend een analyse op kwik.

Als de matige verontreiniging met kwik zich herhaalt, dient de eventuele ‘regionaal verhoogde achtergrondwaarde’ afdoende onderbouwd te worden en bij onvoldoende verklaring van (juist) de matige verhoging dient een nader onderzoek plaats te vinden met het plaatsen van meerdere peilbuizen om de omvang te kunnen bepalen. De benodigde herbemonstering is uitgevoerd en als Bijlage 6 toegevoegd. Op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek dient de hypothese ‘onverdacht’ formeel te worden verworpen. De licht verhoogde gehalten aan kwik in de grond worden echter als niet sterk afwijkend beschouwd ten opzichte van de regionale situatie (mogelijk door voormalige bloemen- bloembollenteelt). Tevens is er geen sprake van een duidelijk aanwijsbare bronlocatie. Hierdoor is er geen reden de onderzoeksopzet te herzien of voor het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. Conclusie Het aspect bodem levert geen belemmeringen op voor het bestemmingsplan.

4.5 Explosieven Ter plaatse van het plangebied zijn twee explosieven onderzoeken uitgevoerd, een quickscan en een historisch vooronderzoek. De resultaten hiervan worden onderstaand toegelicht.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

25 - 40

Quickscan Conventionele Explosieven IDDS heeft een quickscan Conventionele Explosieven (CE) uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 7 bijgesloten. Onderzoek Ten behoeve van het onderzoek is de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geraadpleegd. Hierin is aangegeven dat het onderzoeksgebied zich binnen de contouren van de Atlantikwall bevind. Zoals op de IKME aangegeven staat, bevindt zich ten oosten van het onderzoeksgebied een Wiederstandsnest. Dit was een stelling met een specifieke taak en kon bestaan uit bunkers, loopgraven en afweergeschut. Het betreffende Wiederstandsnest bevond zich echter in het huidige Oosterduinse Meer en is naar alle waarschijnlijkheid vergraven. Ten noorden van het onderzoeksgebied bevond zich het schijnvliegveld Noordwijkerhout SF.15. De EOD Ruimingskaart is geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de naoorlogse periode in de omgeving van het plangebied verschillende explosieven zijn geruimd. Uit de beschikbare informatie blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen ruimingen hebben plaatsgevonden Ook is het vooronderzoek dat is uitgevoerd door ECG in 2013 op het terrein van het voormalige psychiatrisch woon- en zorgcentrum "Sancta Maria" gebruikt. Dit terrein is onderzocht op de aanwezigheid van CE. In het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de Defence Overprint.

Dit zijn kaarten waarop door de Geallieerden informatie is ingetekend welke vergaard is door luchtfoto's te interpreteren. De nauwkeurigheid van de locatieaanduiding dient echter kritisch bekeken te worden. De aangegeven, geïnterpreteerde, stellingen zijn niet precies ingetekend. Wanneer het onderzoeksgebied op deze kaart geprojecteerd wordt is te zien dat het onderzoeksgebied zich middenin een stelling bevind. Andere indicaties voor militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied wordt in het vooronderzoek niet gegeven. Conclusie Op basis van de resultaten van de geraadpleegde bronnen zijn diverse oorlogshandelingen aanwezig binnen het onderzoeksgebied. De militaire aanwezigheid kenmerkt zich door de stelling die bestond uit loopgraven, geschutsopstellingen en een prikkeldraadversperring. Hier kunnen verschillende typen munitie achtergebleven zijn. Tevens is het grootse deel waarop deze stelling zich op bevond in de jaren 50/60 afgegraven en bevindt het Oosterduinse Meer zich nu op deze plek. Het onderzoeksgebied bevind zich net op de rand hiervan. Indien werkzaamheden plaatsvinden binnen al bebouwd gebied, dan kunnen deze zonder verdere OCE-begeleiding worden uitgevoerd, de grond is immers al naoorlogs geroerd door de aanleg van de bestaande bouw.

Mochten de werkzaamheden wel plaatsvinden in verdacht gebied welke niet naoorlogs geroerd is, dan wordt geadviseerd om voor de verdacht verklaarde gebieden vervolgstappen in de opsporing van Conventionele Explosieven uit te voeren Historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven IDDS heeft een historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven (CE) uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 8 bijgesloten. Onderzoek De aanleiding van het vooronderzoek is dat het niet bekend is of er conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (CE) zijn achtergebleven in de (water)bodem. In de geraadpleegde bronnen zijn enkele indicaties gevonden waaruit blijkt dat in de directe omgeving van het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Er zijn echter te weinig indicaties om vast te kunnen stellen dat hierdoor CE zijn achtergebleven in de bodem van het onderzoeksgebied. Om deze reden is er geen verdacht gebied afgebakend. Het gaat om de onderstaande indicaties: Verdedigingswerken: Op de Defence Overprint en de geraadpleegde luchtfoto’s van 12-04-45 en 13-04-45 zijn verdedigingswerken in de vorm van mitrailleurstellingen en loopgraven in de directe omgeving van het onderzoeksgebied waargenomen. Eén van de loopgraven lag gedeeltelijk in het onderzoeksgebied.

In de geraadpleegde bronnen zijn echter geen indicaties aangetroffen waaruit blijkt dat er grondgevechten hebben plaatsgevonden tijdens de oorlog. Om deze reden is de loopgraaf die gedeeltelijk binnen het onderzoeksgebied valt, niet verdacht verklaard. De waargenomen mitrailleurstellingen lagen buiten het onderzoeksgebied. Schijnvliegveld Ruigenhoek: Ten noorden van het onderzoeksgebied lag het schijnvliegveld Ruigenhoek. In de geraadpleegde bronnen zijn geen indicaties aangetroffen dat er CE zijn achtergebleven op het schijnvliegveld. Het

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

26 - 40

vliegveld werd tijdens de oorlog twee keer gebombardeerd, namelijk op 6-03-41 en 2-06-42. Er zijn luchtfoto’s van na deze bombardementen besteld en geanalyseerd. Op de luchtfoto’s werden geen sporen van bombardementen waargenomen. Oefeningen 2-4 R.I.: In de periode na de Tweede Wereldoorlog bevonden zich in het Sancta Maria complex in Noordwijkerhout het Bataljon Oorlogsvrijwilligers 2-4 Regiment Infanterie (‘’de Kennemers’’), gevormd uit voormalige leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Door dit bataljon werden oefeningen uitgevoerd in de duinen bij Noordwijkerhout. Het ging onder andere om het oefenen met handgranaten. Tijdens deze oefeningen werden tegelijkertijd de mijnen die gedurende de oorlog in de duinen waren gelegd onschadelijk gemaakt. Ook werden wel eens militaire aanvallen nagespeeld in de duinen. Het is onbekend waar de oefeningen precies plaatsvonden en in hoeverre hierbij munitie is achtergebleven. Om deze reden is er geen verdacht gebied afgebakend. Crash: Om 22.49 uur is een Britse Handley Page Halifax bommenwerper van 405 Squadron op boerderij Vredebest in de gemeente Noordwijkerhout neergestort. Het vliegtuig was geraakt door een Flugzeugabwehrkanone (FLAK) van de marine. Deze vliegtuigcrash vond buiten het onderzoeksgebied plaats. Om deze reden is er geen verdacht gebied afgebakend.

Afbeelding inventarisatiekaart onderzoeksgebied Conclusie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is het onderzoeksgebied onverdacht verklaard op het aantreffen van CE in de bodem. Het is niet noodzakelijk om vervolgstappen te ondernemen in de CE-opsporing voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden. Conclusie explosieven Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt geconcludeerd dat het plangebied onverdacht is op het voorkomen van explosieven en dat dit aspect geen belemmering oplevert voor de realisatie van het planvoornemen.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

27 - 40

4.6 Luchtkwaliteit Voor het bestemmingsplan is het aspect luchtkwaliteit beoordeeld. Het effect van en op de uitstoot van vervuilende stoffen door wegverkeer moet worden beschouwd. Voor het plan(gebied) dient te worden aangetoond dat het voldoet aan de wettelijke normen voor de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Onderzoek Om inzicht te geven in de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van het plan zijn de concentraties uit de digitale monitoringstool, die behoort bij het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) bekeken. Uit de monitoringstool (2017) blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) ter plaatse van de dichtstbij gelegen doorgaande wegen, Langevelderweg, Langevelderlaan en provinciale weg N206, nergens meer bedragen dan grenswaarden 40 ug/m3. De concentratie NO2 bedraagt maximaal 19,5 ug/m3 en concentratie PM10 bedraagt maximaal 18,2 ug/m3. De fijnstof (PM2,5) concentraties zijn nergens hoger dan 10,1 ug/m3 (2016) (grenswaarde 25 ug/m3). Het is de verwachting dat door het schoner worden van de autotechniek de concentratie van met name stikstofdioxide in de toekomst nog lager is. De verkeersgeneratie neemt ten gevolge van het plan niet significant toe. Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van 20 verkeersbewegingen.

Met behulp van de NIBM-tool van het Kenniscentrum Infomil is op globale wijze beoordeeld of er hiermee sprake is van een al dan niet in betekenende mate bijdrage van het plan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het resultaat van deze (worst case) berekening met de tool geeft aan dat het plan hiermee niet in betekenende mate bijdraagt.

Afbeelding uitsnede resultaten NIBM tool Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een onderzoek luchtkwaliteit is niet nodig. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor het bestemmingsplan. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2 (stikstofdioxide), PM10 (fijnstof) en PM2,5 beoordeeld. Deze waarden zijn lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Vanwege de algemene trend dat de emissies en achtergrondconcentraties zullen dalen worden er ook in de toekomst geen overschrijdingen verwacht.

(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01

28 - 40

4.7 Geluid Voor realisatie van het planvoornemen is beoordeeld of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat gezien vanuit het aspect geluid. Beoordeling Inrichtingslawaai Het planvoornemen wordt gerealiseerd op het bestaande recreatiepark Sollasi. Een hotel/restaurant betreft geen een geluidsgevoelig object. Toetsing van geluidshinder op het hotel / restaurant kan daarom achterwege blijven. Ook worden er geen nieuwe geluidshinderlijke objecten gerealiseerd, er is reeds restaurant en hotel aanwezig. Ook de afstand van laatstgenoemde tot nabijgelegen geluidsgevoelige woningen blijft gelijk (afstand meer dan 100 meter). Er wordt daarom gesteld dat realisatie van het plan een goed woon- en leefklimaat van deze woningen niet in de weg staat. Wegverkeerslawaai In paragraaf 4.11 is toegelicht dat de toename van verkeer een niet significante toename betreft. Derhalve wordt gesteld dat het aspect verkeer niet leidt tot een toename van geluidsniveaus gezien vanuit wegverkeerslawaai. Conclusie Het aspect geluid staat de realisatie van het planvoornemen niet in de weg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=65da648c-0030-4a91-8564-7d315a58fa0b