CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke onderbouwing Maarten Kruytstraat

Gemeenteraadsvergadering 28 september 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvergunning en VVGB 'Vomar Maarten Kruytstraat'30.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Pagina 27 van 82

•

• •

Bijvoorbeeld door wisselende (thema)tentoonstellingen, fiets- of wandelroutes langs archeologische verwachtingszones, rondleidingen tijdens archeologische onderzoeken, schoolactiviteiten. Stimuleren van het publiceren van resultaten van archeologische onderzoeken. Archeologische waarden niet alleen onderzoeken en documenteren, maar ook inzetten als een inspiratiebron bij de inrichting van de openbare ruimte. Door de inpassing van bodemvondsten in de openbare ruimte gaat de geschiedenis van de wijk meer leven. Wijken krijgen hierdoor een eigen identiteit, waardoor bewoners zich vaak ook meer ‘geworteld’ voelen.

Conclusie In het kader van de ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.3 wordt dit nader beschreven. 3.2.3 Wonen Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland De provincie is voornemens de beschikbaarheid van de woningen te bevorderen in een aantrekkelijke leefomgeving, welke aansluiten op de behoeften van verschillende doelgroepen. Er is behoefte aan meer woningen in de provincie Zuid-Holland. De groei naar de vraag naar woningen komt door de trek naar de stad. Steden zijn ontmoetingsplaatsen en broedplaatsen van ideeën en innovatie. Verder draagt een groene leefomgeving bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van Zuid-Holland. De provincie wil gemeenten stimuleren om te voorzien in woonruimte voor woningzoekende die snel een tijdelijke woonruimte nodig hebben. Het gaat hierbij om mensen die een tijdelijke woonruimte nodig hebben en hiermee tijd krijgen om op de woningmarkt te zoeken naar een structurele oplossing. Regionaal beleid Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2017 De regionale woonagenda is vastgesteld in 2017 en deze vervangt de woonagenda van 2014. Voorzien in de kwantitatieve behoefte Om de woningbehoefte te berekenen worden twee methodieken gehanteerd: de WBR (Woningbehoefte raming) en de Bevolkings Prognose (BP).

De WBR geeft voor elke regio inzicht in hoeveel extra woningen er nodig zijn, voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. De BP geeft voor elke regio in de te verwachten bevolkingsontwikkeling op van de regionale woningbouwprogramma’s. Noordwijk behoort tot de regio Holland-Rijnland. De regio Holland Rijnland kent de komende jaren een groei van de woningbehoefte door toename van het aantal huishoudens en inwoners. Op basis van de meest actuele Woningbehoefteramingen (2016) kan het kwalitatieve en kwantitatief woningbouwprogramma worden gemaakt. De woningbehoefte in de regio is volgens de WBR van de provincie in de periode 2015-2030 30.000 woningen. Door de verstedelijkingsdruk blijkt een grotere afzet mogelijk, zo blijkt ook uit de bevolkingsprognose van de provincie (BP), waarin ook 5.000 woningen in het kader van de gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek zijn opgenomen. Hierin is dan ook een groei met 35.000 woningen in deze periode voorzien. Voor de periode 2015-2030 is het aantal woningen van 30.000 tot 35.000 dan ook de richtlijn. In de jaren 2015 en 2016 zijn hiervan inmiddels 5.000 woningen gerealiseerd. Hiermee wordt aangesloten bij de regionale afspraak dat woningbouwontwikkelingen in aantallen moeten passen binnen de kaders die de provinciale Woningbehoefteraming (WBR) en Bevolkingsprognose (BP) biedt.

Pagina 28 van 82

Figuur 16. Woningbehoefte tot 2030 volgens WBR2016 en BP2016, rekening houdend met realisatie in 2015 en 2016

Voor deze regio is het restant van de groei van de woningbehoefte in de periode 2017-2022 11.790 woningen. Voor de gemeente Noordwijk bevindt het restant van de woningbehoefte in de periode 2017-2022 op 610 woningen. Voor de regio Holland-Rijnland is op basis van de BP de gewenste restant woning voorraad tot 2030 10.320. Voor de gemeente Noordwijk is dit 1.510. Voorzien in de kwalitatieve behoefte Het aanbod in kwalitatief opzicht moet zo goed mogelijk aangesloten worden op de toekomstige behoefte: de juiste typen woningen op de juiste plaats. Hierbij gaat het om marktkansen per sub-regio, behoefte aan woonmilieus en bovenregionale opgaven. Op de projectlocatie wordt een mix aan woonmilieus gerealiseerd. Zo worden sociale huurwoningen, ‘normale’ huurwoningen, koopwoningen en koopwoningen in boven segment gerealiseerd. Voldoende sociale huurwoningen voor de behoefte Binnen de regio moet voorzien worden in voldoende sociale huurwoningen voor de behoefte van de sociale doelgroep. Uitgaande van een langjarige trend, groeit de behoeft aan sociale huurwoningen in de regio nog met 4.100 woningen tot 2030. Programma Ruimte Het Programma ruimte speelt in onderhavig project een belangrijke rol bij de motivatie van de behoefte aan extra woningen. Voor de onderbouwing van de eerste trede van de Ladder is een behoefte onderzoek vereist.

Voor wonen is voor de provincie de Woningmarktverdeling ZuidHolland het uitgangspunt. Noordwijk is gelegen binnen de Duin- en Bollenstreek. Deze regio heeft tot 2030 een eigen woningbouwbehoefte van 11.000 woningen en een bovenregionale behoefte van 4.600 woningen plus 600 greenportwoningen. Regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW) Het regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW) is het model waarmee regiogemeenten bepalen of een bestemmingsplan sub- of bovenregionale afstemming behoeft en waarmee het plan wordt verantwoord bij de provincie. Gemeenten toetsen hun woningbouwplannen aan het RAW als voor het plan een nieuw bestemmingsplan of een wijziging of herziening van het bestemmingsplan nodig is. Het gaat om zowel plannen uit de (actuele) lijst projecten als om reserveplannen en nieuwe initiatieven. Het resultaat is een dynamische lijst van woningbouwplannen met een realistische planning die jaarlijks wordt gemonitord en besproken. De afstemming is subregionaal of bovenregionaal, de terugkoppeling vindt plaats in het regionale portefeuillehoudersoverleg Ruimte. De grenzen van de subregio’s zijn indicatief. Een regiogemeente schat zelf in met welke buurgemeenten in overleg moet worden getreden over een specifiek plan.

Jaarlijks biedt het dagelijks bestuur van de regio na advies van het portefeuillehoudersoverleg Ruimte de actuele planlijst aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan ter verantwoording van bestemmingsplannen. Planlijst 2017/2018

Pagina 29 van 82

Als totaal is dit plan in de woningbouwplanlijst 2017 -2018 opgenomen met 42 woningen (13 sociale koop en de overige in de vrije huur en koopsector) als plannen die passen binnen de totale capaciteit aan woningbehoefte zoals opgenomen in de bandbreedte van de WBR en BP. Er is geen verdere (sub)regionale afstemming nodig. De woningbehoefte blijft voor de regio Holland-Rijnland toenemen. De kwantitatieve behoefte naar woningen in de toekomst blijft bestaan en de realisatie van nieuwe woningen past in dit beleid. Er wordt ook in de kwalitatieve woningbehoefte voorzien, doordat het plan bestaat uit (gedeeltelijk) sociale huurwoningen, vrije sectorhuurwoningen en mogelijk ook koopwoningen. Gemeentelijk beleid De Noordwijkse Woonagenda 2016-2020 ‘De toekomst van het wonen in Noordwijk’ De Noordwijkse Woonagenda is op 25 augustus 2016 vastgesteld in de gemeenteraad. De herziening is vastgesteld door de gemeenteraad op 2 februari 2017. Noordwijk streeft ernaar dat het voor iedereen in de gemeente goed wonen is. In elke levensfase, voor elk inkomen. Dat betekent streven naar een heterogene bevolkingsopbouw met bijpassende woonbehoefte. Daarbij moet goed in de gaten worden gehouden wat er kan en mag, want de landelijke regelgeving brengt wel de nodige beperkingen met zich mee.

De spelregels, de samenleving en de markt zijn maar beperkt maakbaar binnen de mogelijkheden van het gemeentebestuur. Daarom is een zakelijke analyse gemaakt van wat in redelijkheid beïnvloedbaar is, maar is tegelijkertijd bevlogenheid te proeven in het zoeken naar volkshuisvestelijke mogelijkheden. De Woonagenda kent als basis de ambitie dat het in Noordwijk goed wonen, leven en werken moet zijn voor iedereen. Uitgangspunten voor beleid zijn: •

• • • •

De gemeente Noordwijk wil haar aandacht voornamelijk richten op dat wat ‘niet vanzelf’ gaat vanuit bijvoorbeeld marktwerking. Denk aan het uitbreiden van het aanbod sociaal en middelduur en het verlagen van de drempel voor jongeren en kleine huishoudens op de woningmarkt. Om diversiteit binnen de gemeente Noordwijk te krijgen, moet er variatie én samenhang zijn in het bouwprogramma. Doorstroming is op alle fronten nodig, in het bijzonder in de goedkopere segmenten. Bij het realiseren van goedkopere woningen moet nadrukkelijk ook naar de middellange en lange termijn gekeken worden. Flexibiliteit in wonen, werken en leven is een belangrijke ontwikkeling die ook in het woonbeleid gestalte moet krijgen.

In de Woonagenda is een minimale doelstelling opgenomen voor de prijsklassen. Zie hiervoor onderstaand figuur. Bij alle nieuwbouw sociale koopwoningen wordt een kettingbeding bij verkoop opgenomen voor een periode van minimaal 10 jaar. De doelstelling ten aanzien van het sociale segment beoogt woonruimte te creëren voor met name starters en senioren met een lager inkomen. Compensatiefonds sociale woningbouw Als de doelstelling van 30% sociaal bouwen op een bepaalde locatie door een ontwikkelaar niet wordt gehaald, moet bijgedragen worden aan het compensatiefonds. Dit geldt voor alle projecten waarbij meer dan twee woningen worden gerealiseerd. Uit de Woonagenda volgen vier grote woonopgaven: • • • •

Werken aan beschikbaarheid; Werken aan betaalbaarheid; Werken aan zorg en flexibiliteit; Werken aan duurzaamheid.

Pagina 30 van 82

Noordwijk voor elkaar, Omgevingsvisie Noordwijk 2030 In de Omgevingsvisie is ten aanzien van wonen de volgende beleidsinzet opgenomen. Voor het concrete beleidsaspect wordt doorverwezen naar de Noordwijkse Woonagenda. Strategische beleidsinzet en visie Verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke onderscheidende woonomgeving met een overwegend dorps karakter die de Noordwijkse identiteit versterkt en ruimte biedt voor vernieuwende woon-, werk-, vrijetijd-, en health-concepten (cure & care) voor een grote diversiteit aan doelgroepen. Overige beleidsinzet Gezien de afspraken in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer, de eigen woningbehoefte en de extra instroom van statushouders, starters en expats, uitgaan van het voorzien in een woningbehoefte tot 2030 van 3.000 woningen en ongeveer 200 woningen per jaar. Met de bouw van gemiddeld 200 woningen per jaar tot 2030 inspelen op zowel de lokale behoefte als een deel van de bovenlokale behoefte; daarbij steeds zoveel mogelijk de woningbouwprogrammering (sub)regionaal afstemmen, zowel kwantitatief als kwalitatief; indien dit verplicht blijft, moeten programma’s passen in provinciaal bepaalde randtotalen (actuele WBR-cijfers) en Rijksbeleid (zoals toepassing van de Duurzaamheidsladder).

Uitbreiding van de sociale woningvoorraad door bij binnenstedelijke projecten en bij nieuwbouw in uitleggebieden, met 3 of meer woningen, het uitgangspunt minimaal 30% ‘sociaal’ (waarvan minimaal 20% sociale huur) te hanteren. Wanneer dit om aantoonbare moverende redenen niet haalbaar is, moet de initiatiefnemer /ontwikkelaar storten in de Bestemmingsreserve Sociale Woningbouw. Hiervoor wordt een Verordening Bestemmingsreserve Sociale Woningbouw ingesteld. Figuur 17.

-

-

-

Minimale doelstellingen voor prijsklassen woningen (prijspeil 2016)

In zijn algemeenheid bij nieuwbouw in het bijzonder het accent leggen in het segment voor de lage- en middeninkomens. Daartoe is de toevoeging van vooral sociale en middeldure huur in het lage en middensegment noodzakelijk. Samenhang en variatie in de bouwprogramma’s is noodzakelijk om de gewenste diversiteit voor alle doelgroepen te realiseren. Stimulering van initiatieven voor de bouw van middeldure huur- en koopwoningen. Prioriteit voor het realiseren van woningen voor starters, senioren en mensen met een beperking. Voor deze doelgroepen is er een gebrek aan mogelijkheden om door te stromen naar een andere woning. Hierbij wordt Lokaal Maatwerk toegepast. Tijdelijke woningen toevoegen voor starters en statushouders. Hierbij kan gedacht worden aan realiseren van conceptuele bouwconcepten, het transformeren van kantoren of plaatsen van tijdelijke woonunits. Er is inmiddels een onderzoek gestart naar de mogelijkheden.

Pagina 31 van 82

-

-

-

-

Levensloopbestendiger maken van de bestaande woningvoorraad. Hiervoor is inmiddels een Zorgpact overeengekomen. De gemeente, de zorginstellingen, de NWS en vrijwilligersorganisaties leggen hierin onderlinge afspraken op het gebied van Wonen, Zorg en Welzijn vast. Het Zorgpact heeft als doel de inwoners van Noordwijk zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Inzetten op een goed toegankelijke en veilige woonomgeving (Woonzorgzones) waarin verschillende combinaties, soorten woonvormen, zorg, diensten en voorzieningen voorkomen. Bevordering van de doorstroming door de bouw van geschikte woningen voor gezinnen die toe zijn aan een volgende stap in hun wooncarrière. Verduurzaming van de woningvoorraad; bij nieuwbouw is duurzaamheid een uitgangspunt; verduurzaming van de sociale voorraad bevorderen vanuit Prestatieafspraken met de Noordwijkse Woningstichting. Nieuwe Prestatieafspraken 2017-2020 met de Noordwijkse Woningstichting. Versterking van de samenwerking tussen (markt)partijen met onderling vertrouwen, heldere afspraken en duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, in het besef dat geen van de afzonderlijke partijen de Noordwijkse woonuitdaging alleen kan oplossen.

Conclusie De segmentering van het bouwplan (30% uit sociale woningen en 70% vrije sector huurwoningen en koopwoningen) is conform het collegebesluit dat is genomen op 22 maart 2016 en de overeenkomst die daarna is gesloten. In de beleidsstukken is weliswaar een andere segmentering opgenomen. Het collegebesluit en de daarna opgestelde overeenkomst zijn echter bepalend. De voorgestelde segmentering voldoet wel aan de segmentering uit het toen geldende woonbeleid ‘Actualisatie woonvisie 2012’. De behoefte aan woningen is gemotiveerd in paragraaf 4.1. 3.2.4 Natuur Europees beleid EU-vogelrichtlijn/1979 en EU-Habitatrichtlijn/1992 De bescherming van de natuur is in Europees verband vastgelegd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Beide richtlijnen dragen zorg voor zowel gebiedsbescherming als soortenbescherming. De gebiedsbescherming heeft betrekking op de Vogelrichtlijngebieden die het Rijk heeft vastgesteld en de Habitatrichtlijngebieden die het Rijk bij de Europese Commissie heeft aangemeld. Ruimtelijke ingrepen die in deze gebieden plaatsvinden dan wel in de nabijheid van beschermde natuurgebieden, moeten worden getoetst op hun effecten op deze gebieden. Rijksbeleid Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming.

De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Floraen Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000gebieden. Daarnaast kan de provincie ervoor kiezen om een gebied aan te wijzen als bijzonder nationaal natuurgebied- of landschap of als Nationaal Natuurnetwerk (NNN). Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort.

Pagina 32 van 82

Nationaal Natuurnetwerk De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. In 2013 veranderde de naam van Ecologische Hoofdstructuur naar Nationaal Natuurnetwerk (NNN). De NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in de NNN gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. De natuurwetgeving in Nederland kent twee sporen: de soortenbescherming en de gebiedsbescherming. Gemeentelijk beleid Noordwijk voor elkaar, Omgevingsvisie Noordwijk 2030 In de Omgevingsvisie is ten aanzien van het aspect Natuur de volgende beleidsinzet opgenomen. -

-

Bij planontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met zowel gebiedsbescherming als soortenbescherming. Dit vergt maatwerk bij elk plan. Voor wat betreft Natura 2000-gebieden moet worden aangetoond dat een plan geen significante negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied. In provinciaal beschermde gebieden mogen geen activiteiten worden uitgevoerd die een negatief effect hebben op de landschaps- en natuurwaarden van die gebieden. Hoewel de PAS (Programma Aanpassing Stikstof) strikt genomen geen rol als afwegingskader bij het opstellen van een omgevingsvisie speelt mag het niet zo zijn dat in een later stadium de PAS een belemmering gaat vormen voor realisatie van individuele projecten (bijvoorbeeld woningbouwprojecten).

Conclusie In het kader van de Wet natuurbescherming is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie door het beoogde project. Dit wordt nader beschreven in paragraaf 4.10. 3.2.5 Water Rijksbeleid Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakteen grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet.

Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2009-2015

Pagina 33 van 82

genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Beleidskader Hoogheemraadschap van Rijnland Waterbeheerplan Elke zes jaar leggen waterschappen het beleid en de aanpak die noodzakelijk zijn om de watertaken goed te kunnen uitvoeren, vast in een zogeheten waterbeheerplan. In het vijfde waterbeheerplan (WBP5) geeft het Hoogheemraadschap van Rijnland richting aan het waterbeheer in de periode 2016 -2021. De speerpunten van het beleid zijn: • • • •

Waterveiligheid: Bescherming tegen overstromingen vanuit zee en de rivieren. Voldoende Water: Er is voldoende water. Niet te veel en niet te weinig, passend bij de functie. Schoon en gezond water: Rijnlands water is schoon, de kwaliteit van het water past bij de functies. Waterketen: het afvalwater wordt optimaal gezuiverd en de grondstoffen hergebruikt.

Keur Het Hoogheemraadschap beschikt over een verordening: de Keur 2019. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Noordwijk 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’ De wateropgaven voor Noordwijk hebben duidelijk een Europese en mondiale dimensie. Veel afspraken, wetten en regels sluiten daarop aan. Klimaatverandering vraagt wereldwijd én in Noordwijk een breed spectrum aan maatregelen voor de korte en lange termijn om droge voeten te houden. Noordwijk zet daarom in om de gemeente ‘klimaatbestendig’ te maken. Daarvoor zijn maatregelen nodig om wateroverlast en overstromingen door extreme neerslag nu en op de lange termijn te voorkomen. Noordwijk zal dat vooral moeten bereiken door het ‘waterrobuust’ en ‘klimaatbestendig’ bouwen en inrichten van de dorpsgebieden en het buitengebied. In het bijzonder moet het hemelwater in het hogere deel van Noordwijk beter worden afgevoerd. In het middengebied wil Noordwijk een samenhangende waterstructuur ontwikkelen. Deze structuur omvat verbindingen tussen de onderlinge gebieden en meervoudige verbindingen met de boezem.

De verbetering van deze structuur heeft tot doel grondwater, kwelwater en regenwater vast te houden, te bergen en af te voeren uit het middengebied en Noordwijk aan Zee. De waterkerende ‘dijk in duin-constructie’ is ontworpen voor minimaal 50 jaar. Maar Noordwijk moet er rekening mee houden dat er eventueel vóór 2050 nieuwe investeringen (ook voor beheer en onderhoud) nodig zijn in waterkeringen vanwege aanhoudende zeespiegelstijging en in mindere mate bodemdaling. De regionale keringen binnen Noordwijk zijn op orde. De regionale keringen zijn net als de zeewering vastgelegd in het bestemmingsplan van Noordwijk en de legger van Rijnland. Ook hier geldt dat bijstellingen in onderhoud en beheer op termijn nodig kunnen zijn in relatie tot de klimaatontwikkelingen. Het grondwatersysteem in Noordwijk aan Zee is door de aanwezige omvangrijke kleilaag, de infiltratie van regenwater en de ‘dijk in duin-constructie’ een reactief systeem. Door middel van een drainage onder de Koningin Wilhelmina Boulevard en een grondwatermonitoringsysteem kunnen Noordwijk en Rijnland het grondwaterniveau voor het laagste deel van Noordwijk aan Zee de komende decennia beheren. De bestaande kelders, nieuwe ondergronds bouwontwikkelingen, de zeespiegelstijging hebben een complexe relatie met het grondwatersysteem.

Ondergronds bouwen blijft mogelijk maar zal per locatie en diepte altijd zorgvuldig worden getoetst op de beïnvloeding van het grondwatersysteem.

Pagina 34 van 82

Bij al deze maatregelen is het doel de waterkringloop van grondwater, oppervlaktewater, hemelwater, afvalwater en drinkwater steeds beter op elkaar af te stemmen. Ook wil de gemeente waar mogelijk meer water als belevings- en omgevingskwaliteit creëren. Dat dient dan meerdere doelen: bijdrage aan het klimaatbestendig maken van de gemeente en het aantrekkelijker maken voor bewoners en toeristen. Nieuw in deze ontwikkeling is het bergen van regenwater in extreme regensituaties in de openbare ruimte waaronder groenvoorzieningen, pleinen, wegen en parkeerterreinen. Bij herinrichtingen van bestaande situaties wil Noordwijk dit meenemen in het programma van eisen. ‘Stedelijke hitte’ zal in deze altijd iets koelere kustgemeente minder spelen. Daarnaast zal Noordwijk zich langdurig inspannen voor voldoende zoet water van voldoende kwaliteit en het tegengaan van droogte. Dat is vooral een probleem in het buitengebied, met name het bollenteeltareaal. Bij dit alles zoekt de gemeente nadrukkelijk de samenwerking met de direct belanghebbenden (zoals de agrarische sector) en de regionale partners: Rijnland, gemeenten in de Duin- en Bollenstreek, de provincie Zuid-Holland en het Rijk. Het is de uitdaging om samen te werken aan een duurzaam watersysteem, ieder vanuit zijn eigen taak en doelstellingen.

Strategische visie en beleidsinzet De totstandkoming van een duurzaam veerkrachtig watersysteem, met voldoende schoon water, dat veilig is tegen overstromingen en tijdig is berekend op de verwachte gevolgen van klimaatverandering. Noordwijk wil daartoe meewerken aan de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen, afvoeren' en voldoende ruimte reserveren voor de benodigde wateropgave. Conclusie In het algemeen laat het waterbeleid geen (mogelijke) spanningsvelden zien tussen enerzijds de met dit plan voorziene ontwikkeling en anderzijds de uitgangspunten en doelstellingen van het relevante beleid. In paragraaf 4.4 van dit plan is voorts een waterparagraaf opgenomen, waarin meer concreet wordt beschreven welke waterhuishoudkundige aspecten relevant zijn voor het plangebied en op welke manier daarmee wordt omgegaan. Ook wordt in deze waterparagraaf verslag gedaan van de watertoets. 3.2.6 Verkeer en parkeren Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het hoofddoel van de SVIR is om Nederland voor nu en voor de toekomst concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken én te houden. Daartoe heeft het rijk gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid op 13 nationale belangen. Drie van deze nationale belangen zien op het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid: 1.

Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; 2. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 3. Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. Provinciaal beleid Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan 2002 – 2020 In het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan 2002-2020 heeft de provincie beschreven hoe zij haar beleid op het terrein van verkeer en vervoer wil vormgeven. Daarbij komen onderwerpen aan de orde als bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Om de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving in stand te houden is in de eerste plaats een kwaliteitssprong van het openbaar vervoer op alle niveaus vereist. Vervolgens dient een vermindering van congestie en een verbetering van de bereikbaarheid tot stand te worden gebracht. Om die reden wordt kwaliteitseisen gesteld aan de trajectsnelheden van de verschillende typen wegverbindingen. Tot slot wordt gestreefd naar een toename van het fietsgebruik. Daartoe zet

Pagina 35 van 82

de provincie in op de verwezenlijking van een fijnmazig netwerk van zowel verkeers- als sociaal veilige en comfortabele verbindingen. Het huidige provinciale verkeer- en vervoersplan is als gevolg van economische, bestuurlijke en verkeerskundige ontwikkelingen verouderd. Daarom is de provincie bezig met de voorbereiding van een nieuw beleidsdocument: de Beleidsvisie Mobiliteit. Uitgangspunt van deze nieuwe beleidsvisie is dat versterking van de economie centraal staat. Een goede bereikbaarheid hoort daarbij. Daarnaast is de focus van verkeersveiligheid verschoven van beheersing van de mobiliteitsgroei naar een goede bereikbaarheid nu en in de toekomst. Gemeentelijk beleid Noordwijk voor elkaar, Omgevingsvisie Noordwijk 2030 De ontwikkeling van Noordwijk als 7 sterren kustplaats gebeurt door versterking van verschillende functies, vooral op het gebied van wonen, economie, sport en toerisme. Dat resulteert in grotere verkeerstromen op verschillende momenten en vraagt om een uitstekende bereikbaarheid van Noordwijk en een goede aansluiting op het bovenregionale en nationale wegennet en het openbaar vervoernetwerk. Dit wil Noordwijk optimaal faciliteren met duurzame maatregelen, die bijdragen aan een veilige, gezonde en hoogwaardige leefomgeving.

Parkeren Vergroting parkeercapaciteit voor bewoners, bedrijven en bezoekers op strategische locaties Om de bereikbaarheid van Noordwijk te verbeteren, zal het toenemende autoverkeer gefaciliteerd moeten worden met meer parkeercapaciteit op zorgvuldig gekozen strategische locaties. Een grootschalig parkeeronderzoek voor Noordwijk aan Zee biedt inzicht in de precieze parkeerproblematiek en geeft aanbevelingen voor de toekomst, een en ander in relatie tot de milieubelasting. Behouden en indien gewenst vergroten parkeercapaciteit voor bewoners, bedrijven en bezoekers Bij ontwikkeling van de parkeerpleinen is het belangrijk voldoende parkeerplaatsen beschikbaar te houden voor de huidige bewoners en bezoekers. Ook indien het ontwikkelen enkel betekent dat de pleinen opnieuw worden ingericht en aangepast aan de huidige maatvoering. In bestaande woonwijken is het gewenst te monitoren of de parkeerdruk niet ten koste gaat van de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de wijk. Paraplu Bestemmingsplan Parkeren Dit paraplu bestemmingsplan is vastgesteld op 30 mei 2018. Via het bestemmingsplan wordt het parkeerbeleid voor de gehele gemeente Noordwijk juridisch verankerd. Kadernota parkeren Noordwijk 2020 In de Kadernota Parkeren 2020 zijn de regels beschreven omtrent de parkeerregels in Noordwijk voor de periode 2020 – 2025.

De doelstelling van deze nota is het blijvend aanbieden van voldoende en kwalitatief goede parkeervoorzieningen en het bijdragen aan een economisch sterke, leefbare, bereikbare en duurzame gemeente. Deze nota is opgesteld door de samenvoeging van de gemeente Noordwijk en Noordwijkerhout. De algemene doelstelling is onderverdeeld in 7 kaders welke samen de visie op het parkeren vormen. Deze nota is op 23 april 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013 De Nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013 is in mei 2013 vastgesteld door het college. Noordwijk hanteert voor woningen in principe een vraagvolgend beleid. Dit betekent dat er voor nu en voor de toekomst voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd om aan de vraag van de bewoners en hun bezoekers te kunnen voldoen. Voor wonen zijn daar waar nodig, passend bij de specifieke Noordwijkse situatie, normen bepaald. Voor overige functies hanteert Noordwijk het gemiddelde van de landelijke kencijfers van het CROW1.

1

CROW is een landelijk instituut dat advies geeft over toe te passen richtlijnen.

Pagina 36 van 82

Conclusie In het rijks- en provinciaal beleid worden geen voor het hier aan de orde zijnde plangebied of de daar voorziene ontwikkeling relevante concrete uitspraken gedaan. Met het plan wordt voorzien in 96 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte is (vanwege gemaakte privaatrechtelijke afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente) conform de Nota Parkeren en Stallen 2013 opgesteld. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 4.2. 3.2.7 Duurzaamheid Rijksbeleid Bouwbesluit 2015 Het Bouwbesluit 2015 bevat voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Alle bouwwerken moeten aan die voorschriften voldoen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Per 1 januari 2015 is de EPCeis aan de energieprestatie van gebouwen aangescherpt en aangepast in het Bouwbesluit. Voor woningen geldt nu een EPC-eis van 0,4 (deze was 0,6). De energieprestatie-eisen vormen een dwingend middel om gebouwen energiezuiniger te maken. Daarnaast is per 1 januari 2015 ook een verhoging van de thermische isolatie van dichte delen ingevoerd in het Bouwbesluit. Tot slot zijn ontwikkelaars, bouwers, dan wel verhuurders of eigenaren vanaf 1 januari 2015 verplicht om voor nieuwbouwwoningen een definitief energielabel aan te vragen.

Regionaal en gemeentelijk beleid Noordwijk voor elkaar, Omgevingsvisie Noordwijk 2030 Noordwijk gaat met enthousiasme voortvarend de komende jaren door op de ingeslagen weg om een duurzame gemeente te worden. Duurzaamheid is nog geen algeheel thema in het dagelijks leven. Bewustwording is belangrijk, zeker ook in de gehele gemeentelijke organisatie. Allereerst is het van belang dat duurzaamheid wordt verankerd in de gemeentelijke organisatie. Een omslag in het denken is gewenst, zowel op strategisch als operationeel niveau. Door als gemeentelijke organisatie het goede voorbeeld te geven, zal de samenleving van Noordwijk het ook oppakken. ‘Zien is verkopen’ en ‘samen gaan we ervoor, geen woorden maar daden’. Duurzaam handelen, moet gemeengoed worden en bij wijze op iedere hoek van de straat zichtbaar zijn (bijvoorbeeld zonnepanelen op daken). Als gemeente kan je dit in je eentje niet realiseren, daarvoor gaan we nadrukkelijk samenwerking zoeken 13 met andere partijen, waaronder inwoners, bedrijven, woningbouwcorporaties en hoogheemraadschap. Klimaatbestendig Noordwijk Uiterlijk in 2020 is klimaatbestendigheid verankerd in het gemeentelijk beleid. Ruimtelijke plannen zullen dan ‘klimaatproof’ zijn en klimaatadaptief bouwen is gemeengoed. Dit doet de gemeente door bij de besluitvorming een duurzaamheidsparagraaf op te nemen bij alle ruimtelijke projecten.

Energieneutraal Noordwijk Energieneutraal is als belangrijkste ‘instrument’ verkozen om tot een duurzame gemeente te komen. Dit reduceert de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en daarmee gepaard gaande uitstoot, wat ook op lokaal niveau directe voordelen heeft. Denk bijvoorbeeld aan het terugdringen van uitstoot door verkeer. In 2016 is wederom Quality Coast Gold met een ‘Platina randje’ behaald. Dit is een erkenning voor het werk en met name de ambities. Voor het behouden van deze certificering en om duurzaamheid geen wassen neus te laten zijn, is het dan ook belangrijk om programmamanagement in te zetten en middelen te reserveren/alloceren. Om volledig energieneutraal te zijn in 2030 zal veel moeten worden gedaan. De ideale oplossing bestaat uit vele deeloplossingen, daar Noordwijk dat doel anders niet behaalt. Er zijn gelukkig kansen te over. Met politieke wil, betrokkenheid en creativiteit kan Noordwijk energiebesparing en –opwekking gebruiken om voort te bouwen aan een echte 7-sterren kustplaats.

Pagina 37 van 82

Een energieneutraal Noordwijk betekent dat de gemeente in haar eigen energiebehoefte voorziet en per saldo jaarlijks evenveel energie – binnen de eigen gemeentegrenzen – opwekt als het nodig heeft. Wil de gemeente serieus werk maken van een duurzaam en energieneutraal Noordwijk, dan is daarvoor borging in de gehele gemeentelijke organisatie nodig. Voor de komende periode is de beleidsinzet van Noordwijk voor het thema duurzaamheid in hoofdlijnen: • • • •

• • • •

• • • • • •

Inzet op duurzaamheid, energieneutraliteit, klimaat adaptief, dier-kindmensnatuurvriendelijk. Continuering opbouwen van kennis binnen gemeentelijke organisatie en uitdragen; Duurzaam inkopen en aanbesteden. Verdere verduurzamen gemeentehuis, gemeentelijke accommodaties en wagenpark zoveel mogelijk vervangen door elektrisch rijden. Stimuleren dat de daken van strandpaviljoens, hotels, sportcomplexen, bedrijfshallen, kantoren, agrarische complexen en woningen worden voorzien van zonnepanelen en zonneboilers Flinke impulsen geven aan renovatie van gebouwde omgeving met accent op verduurzaming van verwarmingsinstallatie. Gronden bestemmen voor zonneparken, zoals de oude gemeentelijke vuilstort. Onderzoek mogelijkheden naar middel tot grootschalige opwekking van duurzame energie binnen de gemeentegrenzen. Smart Polder techniek in samenwerking met het waterschap implementeren (dit is een techniek om energie uit temperatuurverschillen in het oppervlaktewater te gebruiken (o.a. ter hoogte van de uitwatering in Katwijk). Nauwkeurig energiemanagement (zoals ISO 50001) voor alle gebouwen, gemeentelijk en privaat. Energieneutraal nieuwe woonwijken (eventueel compenseren). Aanstelling van energiecoaches per wijk. Subsidies/prijzen voor (innovatieve) duurzaamheidsoplossingen van eigen inwoners.

Alle gemeentelijke uitgaven ‘energieproof’ maken: andere keuzes, andere afschrijvingstermijnen, waarbij energieneutraal de belangrijkste te definiëren winst is. Externe financiers en initiatieven benaderen voor duurzame investeringen: zij zoeken projecten.

Ambitie Noordwijk De ambitie van de gemeente Noordwijk is in 2030 energie neutraal en klimaat bestendig te zijn. Alle huidige en toekomstige ontwikkelingen zullen daaraan bij moeten dragen. Immers wat nu al voldoet hoeft niet meer aangepast te worden voor 2030. Alle woningen en gebouwen (oud en nieuw) zullen een bijdrage moeten leveren aan deze doelstelling door energie te besparen en/of duurzaam op te wekken. Het advies is om toekomstige ontwikkelingen energie neutraal te realiseren. Dit gaat verder dan de toekomstige wettelijke wijziging van nieuwbouw. Vanaf 1 januari 2020 moeten alle woning en utiliteitsplannen voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). Algemeen duurzaamheid Gemeente Noordwijk vindt duurzaam bouwen belangrijk. Duurzaam bouwen is zodanig bouwen dat zo min mogelijk negatieve effecten op het milieu en de menselijke gezondheid ontstaan, gedurende de hele levensloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving. Noordwijk streeft ernaar bij elk bouwplan de schade aan het milieu op korte en lange termijn zoveel mogelijk te beperken. Zij wil daarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de ontwikkelingen op een zo hoog mogelijk niveau brengen. Om duurzaamheid in nieuwbouwplannen te borgen en inzichtelijk te maken vraagt de gemeente initiatiefnemers een GPR-berekening (Gemeente Praktijk Richtlijnen) bij plannen in te dienen.

Pagina 38 van 82

Dit is een instrument met als doel duurzaam en energiezuinig bouwen meetbaar te maken. Bij ontwikkelingen vraagt de gemeente een GPR-gebouw berekening bij plannen in te dienen. Hiermee is meteen aan de wettelijke eis van de MilieuPrestatie Gebouw (MPG)-berekening voldaan (vanaf 1 januari 2018 ook gekwantificeerd). De gemeente ambieert een hoge GPR-score voor nieuwbouw ontwikkelingen. Het streven voor nieuwbouwwoningen is nu een gemiddelde score van 8,5 voor energie en milieu (DPG-score), een score van 7,5 voor toekomstwaarde en voor de andere thema’s een 8. De wettelijke verplichting voor energie, zoals vastgelegd in het huidige Bouwbesluit, komt in woningbouwprojecten overeen met een 7,8. Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw Het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS) is een instrument bedoeld om de milieuambities en andere duurzaamheidsaspecten een volwaardige plaats te geven in de ontwikkeling van ruimtelijke plannen voor gebieden groter dan 1 hectare of meer dan 10 woningen. In dit beleid worden de ambities weergegeven ten aanzien van drie kwaliteitspijlers: people, planet en profit, gerubriceerd naar duurzaamheidsthema’s. Dit betekent dat naast ambities op het gebied van milieu ook maatschappelijke/sociale en economische ambities een plek hebben gekregen in het beleid.

De duurzaamheidsthema’s en deelaspecten hiervan zijn opgenomen in de Ambitietabel Duurzame Stedenbouw. Conclusie In het kader van duurzaamheid wordt op de volgende aspecten ingegaan op de duurzaamheidsambities. Het complex De ontwikkelaar is voornemens om geïntegreerd pakket van duurzame en milieuvriendelijke keuzes toe te passen. Hierbij wordt gedacht aan de volgende mogelijkheden om het gebouw zo duurzaam mogelijk te maken: • •

• • •

•

• • • •

• •

Duurzame materialen, eventueel hergebruik zonder concessie aan de kwaliteit. het bouwplan voldoet aan de eisen ten aanzien van duurzaamheid. EPC en MPGberekeningen hebben dit aangetoond (zijn bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd). Groene gevels met name terug te vinden in de achtergevel. Klimaatadaptieve maatregelen zijn in het bouwplan opgenomen in de vorm van een waterberging om bij heftige regenbuien in een piekopvang te kunnen voorzien. Gasloos bouwen is op de locatie haalbaar. Middels luchtwarmtepompen zullen de woningen verwarmd worden en eventueel elektrisch ondersteund worden. Op het gebouw zullen hiervoor tevens PV-panelen worden gelegd. De eerste onderzoeksresultaten wijzen op een lucht/waterpomp. Bij een oost-west opstelling kunnen er voldoende zonnepanelen op en blijft er ruimte om een technische zone midden op het dak te maken. In deze technische zone liggen de schachten met de buitenunits. Hierdoor vallen de units buiten het zicht (60 cm hoog) en is het geluid ook geen probleem. Tijdelijke opvang hemelwater in een bassin onder de hellingbaan waarna gestuurd infiltratie in de bodem kan plaats vinden zonder overlast te geven. Zonnepanelen op het dak: ongeveer 162 panelen à 200 Wp op het dak van de woningen (190 m2). Ledverlichting in en om het gebouw. De Vomar heeft een grote ambitie ten aanzien van duurzaamheid.

Mogelijkheden voor hergebruik restwarmte koelinstallaties voor bijvoorbeeld warm water vloerverwarming als ook voor CO2 koeling inpandig (in laad/los ruimte) worden nader uitgewerkt. Elektrische oplaadpunten voor vervoermiddelen in parkeerkelder worden nader uitgewerkt; ICT, domotica oplossingen om het verbruik en beheer van energie te optimaliseren.

Pagina 39 van 82

De beoogde winkel heeft geen gasaansluiting. Het wordt aangesloten op de Warme Terug Winning van de koel-vriesinstallatie. In deze situatie wordt de winkel voor 100% voorzien van warmte uit de koel-vriesinstallatie. Er wordt voor de aanlevering van de supermarkt met versgroep gebruikt gemaakt van gecertificeerde transportbedrijven. Aan deze bedrijven is de Lean & Green Star Award toegekend. Deze award ontvangen transportbedrijven die de komende 5 jaar aantoonbaar hun CO2 uitstoot met minimaal 20% reduceren. Het afval wordt gescheiden: papier, karton, plastic, organisch afval, restafval. Dit wordt gescheiden afgevoerd naar het distributiecentrum en gaat vandaar naar inzamelings-, recycling- en afvalverwerkers. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Noordwijk. Daarnaast wordt in deze ruimtelijke onderbouwing ingegaan op de aspecten bodem, water, lucht, geluid en externe veiligheid. Bij de aanvraag omgevingsvergunning is aangetoond dat ook aan de wettelijke eisen voldaan zal worden. 3.2.8 Detailhandel Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland Het provinciaal detailhandelsbeleid is gericht op het versterken van de detailhandelsstructuur door deze kwalitatief te verbeteren en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen.

De provincie streeft naar detailhandelsontwikkelingen binnen de centra van dorpen en steden. Uitzonderingen hierop zijn goederen van een aard en omvang die fysiek niet in de centra passen. Het doel van de provincie is om te zorgen voor een levendige en krachtige stads- en dorpscentra en werklocaties die vitaliteit en de kracht van het bedrijfsleven versterken. De provincie Zuid-Holland onderscheidt drie typen winkelcentra: de grote centra, de middelgrote centra en de overige centra. Deze winkelcentra zijn doorvertaald in een ontwikkelingsperspectief voor de provinciale detailhandelstructuur. Deze bestaat uit drie categorieën: te versterken centra, te optimaliseren centra en de overige centra. Het project valt binnen de overige centra, aangezien de functie die wordt vervuld lokaal is en belangrijk is voor de bereikbaarheid van het dagelijks aanbod. Verder heeft een supermarkt met een versmarkt een meerwaarde voor de leefbaarheid van de kleine kernen, wijken en buurten. De detailhandel binnen de overige centra kan uitgroeien om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Programma Ruimte De kern van het provinciaal detailhandelsbeleid ligt in de concentratie en clustering van detailhandel in de centra van steden, dorpen en wijken.

Verspreid liggend aanbod draagt niet bij aan het clusteren en concentreren van het detailhandelsaanbod en tast de detailhandelsstructuur in ruimtelijke zin aan (door toename leegstand) aan. Het detailhandelsbeleid van de provincie is er zoveel mogelijk op gericht om de detailhandelsstructuur te versterken door vooral kwalitatieve verbeteringen aan te brengen en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Ruimtelijke ontwikkelingen die met nieuwe detailhandel gepaard gaan, worden in de ruimtelijke onderbouwing onderbouwd via de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet inzicht gegeven worden in de eventuele toename van de leegstand en de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit in het verzorgingsgebied. Indien een ontwikkeling bovengemeentelijke effecten met zich meebrengt, is regionale afstemming nodig. De provinciale detailhandelsstructuur bestaat uit drie categorieën: ‘te versterken centra’, ‘te optimaliseren centra’ en ‘de overige centra’. De eerste twee categorieën zijn centra met een

Pagina 40 van 82

bovenlokale functie. De overige centra vervullen een lokale functie. Het centrum van Noordwijk (aan Zee) behoort niet tot de categorie ‘te ontwikkelen centra’ en niet tot de categorie ‘te optimaliseren centra’. Het centrum van Noordwijk behoort tot de categorie ‘overige centra’. De overige centra vervullen een lokale functie en hebben een meerwaarde voor de leefbaarheid van de kleine kernen, wijken en buurten. Voor deze categorie centra kan eventuele beperkte groei van het winkeloppervlak aan de orde zijn om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Beperkte groei van het aanbod in de overige centra is ook mogelijk indien dit aanbod geen gelijke tred houdt met een sterke bevolkingsgroei die recent heeft plaatsgevonden, of aanstaande is, bij achterstand in het voorzieningenniveau of bij feitelijke en planologische saldering van aanwezige detailhandel uit hetzelfde verzorgingsgebied. Vanwege de bovenlokale ruimtelijke effecten van grootschalige detailhandelsontwikkelingen, vindt de provincie het van belang dat nieuwe grootschalige ontwikkelingen in regionaal verband worden afgestemd. In de Provinciale Omgevingsverordening is aangegeven dat nieuwe detailhandel binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie moet worden gerealiseerd.

Voor (ontwerp)bestemmingsplannen die nieuwe detailhandel groter dan 2000 m² bruto vloeroppervlak binnen de centra mogelijk maken, moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand. Met het oog hierop is advies nodig van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland en wordt zo nodig een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. Aangezien in dit geval sprake is van een verplaatsing van een bestaande supermarkt, kan volstaan worden met een DPO (zie paragraaf 4.1). Met de ontwikkeling van de versgroep wil dit plan inspelen op de concentratie van winkelvoorzieningen in Noordwijk aan Zee. Daarnaast is het doel om winkels voor de dagelijkse behoefte die niet in het kernwinkelgebied liggen te trekken naar de beoogde locatie. Nota Detailhandel In de nota detailhandel Zuid-Holland is weergegeven welke ontwikkelingen gaan plaatsvinden voor detailhandel in Zuid-Holland. Per saldo is er een negatieve ontwikkelingsruimte in ZuidHolland in de periode tot 2020 en 2030. Om deze reden is er een nieuwe aanpak vereist om de winkelvastgoedmarkt te versterken. Deze aanpak is niet gericht op groei, maar op vernieuwing en aanpassing. Het winkelvloeroppervlak en de zachte planvoorraad moeten in omvang worden teruggebracht.

Tegelijkertijd moet de dynamiek en de vernieuwing in de detailhandelstructuur gestimuleerd en versterkt worden. Kwaliteit moet hierbij leidend zijn. Gemeentelijk beleid Noordwijk voor elkaar, Omgevingsvisie Noordwijk 2030 In Omgevingsvisie wordt ten aanzien van detailhandel de volgende beleidsinzet gehanteerd. Met betrekking tot de Retail wordt geconstateerd dat de winkelmarkt sterk aan het veranderen is. Tevens is duidelijk dat de effecten ook in de Noordwijkse detailhandel merkbaar zijn en de landelijke trends ook voor Noordwijk gelden. De kansen voor de Noordwijkse detailhandel liggen vooral in samenwerking tussen de verschillende partijen, visieontwikkeling en (co)financiering en het inspelen op het veranderende consumentengedrag. -

-

Het is in principe niet de bedoeling dat het aantal vierkante meters detailhandel toeneemt. Uitbreiding van het aantal vierkante meters winkelvloeroppervlak is alleen mogelijk door een saldobenadering, waarbij men winkels van buiten de twee hoofdwinkelcentra naar een centrum verplaatst of vierkante meters winkelvloeroppervlak buiten de twee hoofdwinkelcentra planologisch saneert. De positionering van het winkelgebied in Noordwijk aan Zee heeft een focus op kwaliteit, gastvrijheid en fun. Behoud van- en waar mogelijk verhogen van de huidige koopkrachtbinding is het voornaamste doel. Daarnaast zal er een nauwere verbinding gelegd worden met de horeca. Binnen de communicatie over dit gebied wordt verbindingen gelegd met zee, duin en strand. Specifieke beleidsinzet voor dit gebied is:

Pagina 41 van 82

een unieke profilering die past bij de doelgroep uit het verzorgingsgebied (Noordwijker, regionale bezoeker en toerist). o verbeteren en concentreren van dagelijkse aanbod (locatie Maarten Kruytstraat) met een kwalitatieve supermarkt en versstraat; o helder winkelgebied: aaneengesloten winkels, een goede looprouting, duidelijke zichtlijnen in combinatie met te realiseren plein en nieuwe parkeergelegenheid. Goede bereikbaarheid naar de winkelcentra en optimale verkeersstromen en voorzieningen in en rondom de centra. o

-

Het project De beoogde supermarkt verbetert en concentreert het dagelijks aanbod met een kwalitatieve supermarkt en versmarkt. Het project is ook als zodanig in het gemeentelijk beleid benoemd. De beoogde supermarkt met versmarkt is een welkome toevoeging en voegt beleving toe aan dit winkelgebied. Het primaire uitgangspunt van deze versmarkt is dat hierin ondernemingen worden gehuisvest die niet reeds aanwezig zijn in het kernwinkel gebied van Noordwijk Zee. Deze ondernemingen zijn gevestigd in de omgeving op B, dan wel C locaties. Door toevoeging van de supermarkt met versmarkt wordt een belangrijke schakel in ‘het rondje’ toegevoegd. Om de supermarkt aan de Maarten Kruytstraat mogelijk te maken wenst Hoorne Vastgoed B.V. de Vomar Voordeelmarkt te verplaatsen van de Bomstraat naar de Maarten Kruytstraat. De planologische detailhandelsruimte aan de Bomstraat vervalt en wordt ontwikkeld aan de Maarten Kruytstraat. De supermarkt met versmarkt wordt op deze locatie uitgebreid. De komst van de supermarkt brengt weliswaar een toename in vierkante meters mee, maar dit betreft een kwaliteitsverbetering (versgroep) voor het winkelgebied. Bovendien past dit in het detailhandelscentralisatiebeleid van gemeente Noordwijk en provincie Zuid-Holland. Ten slotte is de supermarkt goed bereikbaar en geeft voldoende invulling aan de parkeergelegenheid.

De komst van de supermarkt met versmarkt is daarmee in lijn van het beleid. Er is onderzoek gedaan naar de behoefte van detailhandel in Noordwijk aan Zee. De behoefte aan detailhandel wordt gemotiveerd in paragraaf 4.1. 3.3 Conclusie Het bouwplan past binnen het huidige beleid van gemeente Noordwijk en de hogere overheden.

Pagina 42 van 82

4.

Onderzoek

In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan milieu- en omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving.

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. 4.1.1 Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: •

•

bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Artikel 3.1.6 van het Bro: • lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. • Lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. • Lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb.

2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in het derde lid, om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder hierdoor beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden.”

Pagina 43 van 82

4.1.2 Betrekking tot het plan De behoefte naar de functies wonen en supermarkt en overige detailhandel (versmarkt) dient te worden gemotiveerd. Detailhandel Distributieplanologisch onderzoek (DPO) Ter onderbouwing van de behoefte van detailhandel is in opdracht van Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V. een distributieplanologisch onderzoek uitgevoerd door het bureau Droogh Trommelen en partners voor Noordwijk aan Zee (zie bijlage 10). In het centrum wordt gewerkt aan (her)ontwikkelingen rond het Jan Kroonsplein en aan de Maarten Kruytstraat. Op de eerste locatie heeft supermarkt Vomar behoefte aan schaalvergroting, doch zijn de ruimtelijke mogelijkheden beperkt/gecompliceerd. De tweede locatie biedt wel voldoende ruimte. Voor deze locatie is een plan in voorbereiding. Als onderdeel van de ruimtelijke procedure rondom de Maarten Kruytstraat heeft de gemeente Noordwijk aan Hoorne Vastgoed Ontwikkeling gevraagd om een actualisatie van het distributieplanologisch onderzoek (DPO) uit 2013 naar de marktruimte voor dagelijkse en nietdagelijkse winkels in het centrum van Noordwijk aan Zee, met in het bijzonder aandacht voor de potenties voor de supermarkten. In dit DPO gaan we achtereenvolgens in op het aanwezige aanbod, toekomstig draagvlak, ontwikkelingen in de winkelmarkt en toekomstige marktruimte.

De uitkomsten zijn in het volgende opgenomen en het DPO is in bijlage 10 opgenomen bij de ruimtelijke onderbouwing. Het centrum van Noordwijk aan Zee (Hoofdstraat en omgeving) is het grootste winkelgebied van de gemeente Noordwijk. Het winkelaanbod heeft een omvang van circa 16.700 m2 winkelvloeroppervlak (wvo)2 en bestaat uit een mix van dagelijks (supermarkt, verszaken, drogist) en niet-dagelijks aanbod (o.a. mode, warenhuis, huishoudelijke artiesten, sport en spel, media en rijwielen). De leegstand in het centrum ligt met circa 13% iets boven het landelijk gemiddelde leegstand (11%). Belangrijke publiekstrekker in het centrum is supermarkt Vomar aan de Bomstraat (circa 1.000 m2 wvo). Vergeleken met het aanbod in centra van plaatsen met een soortgelijk inwoneraantal valt in Noordwijk aan Zee direct de zeer beperkte omvang van het supermarktaanbod op. Het nietdagelijkse aanbod (o.a. kleding en schoenen) is daarentegen iets groter dan gemiddeld in dit soort centra. Winkels in Noordwijk aan Zee kunnen profiteren van de extra bestedingen door toeristen in het zomerseizoen. Zie hiervoor onderstaand figuur. Figuur 18. Winkelaanbod in Noordwijk aan Zee en in centra van kernen met een vergelijkbaar inwonersaantal (in m2 wvo) (bron: DPO Droogh Trommelen en Partners)

Het beperkte supermarktaanbod wordt in Noordwijk aan Zee deels verklaard door de aanwezigheid van concurrerend aanbod in de rest van de gemeente Noordwijk. Met name het centrum van Noordwijk-Binnen (Kerktraat en omgeving) is relatief sterk (omvang circa 7.300 m2 wvo). Hier is onder meer de grootste supermarkt van de gemeente gevestigd (Dirk van den Broek, circa 1.700 m2 wvo). De leegstand is in dit winkelgebied is met 4% beperkt.

Pagina 44 van 82

Figuur 19. Partners)

Overzicht supermarkten gemeente Noordwijk (bron: DPO Droogh Trommelen en

Noordwijk aan Zee is het grootste winkelgebied in de gemeente Noordwijk. Bijna de helft van het totale winkelaanbod in de gemeente is hier gevestigd. Op basis van de meest recente koopstroomgegevens (DTNP/I&O Research, 2016) kan geconcludeerd worden dat de huidige positie en het economisch functioneren van het winkelgebied in Noordwijk aan Zee matig zijn. De koopkrachtbinding in zowel de dagelijkse (15%) als de niet-dagelijkse (17%) sector is laag. Een kwantitatieve en kwalitatieve versterking van het supermarktaanbod in Noordwijk aan Zee kan leiden tot een verhoging van de koopkrachtbinding. Uitgaande van een groei van de bevolking naar 28.000 in 2020, de meeste actuele kengetallen ten aanzien van bestedingen (inclusief toevloeiing door toerisme) en vloerproductiviteit, en een iets hogere koopkrachtbinding (als gevolg van de beoogde versterking) kan de marktruimte worden berekend voor het winkelgebied Noordwijk aan Zee. Figuur 20. Indicatieve berekening haalbaar winkelaanbod in Noordwijk aan Zee in 2020 (bron: DPO Droogh Trommelen en Partners)

Om haar positie als hoofdwinkelgebied binnen de gemeente te behouden, is een verbetering van het functioneren van het winkelaanbod van Noordwijk aan Zee noodzakelijk. Versterking van het aanbod is nodig om meer consumenten aan het centrum te binden. Wanneer meer specifiek naar de supermarktbranche wordt gekeken, lijkt hier wel uitbreidingspotentie te zijn. Afgezien van de (kwantitatieve) berekening, is uitbreiding van het supermarktaanbod in Noordwijk aan Zee om kwalitatieve redenen aan te bevelen. De omvang van de huidige winkel is naar de huidige maatstaven voor een servicesupermarkt te klein. Dit gaat ten koste van de kwaliteit en attractiviteit van de winkel. Alleen met een grotere supermarkt kan Noordwijk aan Zee concurreren met de sterke positie van Noordwijk-Binnen. Het is daarom aan te bevelen de bestaande supermarkt uit te breiden. Provinciaal beleid Het provinciaal detailhandelsbeleid is er zoveel mogelijk op gericht om de detailhandelsstructuur te versterken door vooral kwalitatieve verbeteringen aan te brengen en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Het

Pagina 45 van 82

centrum van Noordwijk vervult een lokale functie en heeft een meerwaarde voor de leefbaarheid van de Noordwijk aan Zee. Eventuele beperkte groei van het winkeloppervlak kan aan de orde zijn om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Conclusie Met het voorliggend plan wordt de supermarkt aan de Jan Kroonsplein verplaatst naar de Maarten Kruytstraat. De planologische ruimte voor detailhandel op de locatie Jan Kroonsplein vervalt. Op de locatie aan de Maarten Kruytstraat kan uitbreiding plaatsvinden van de supermarkt met versmarkt, omdat het gaat om een kwaliteitsverbetering voor de te verplaatsen supermarkt en het verbeteren van de beleving in het winkelgebied in Noordwijk aan Zee door het toevoegen van een versmarkt. Hierdoor wordt het functioneren van het winkelaanbod van Noordwijk aan Zee verbeterd. Op basis van het DPO en het provinciaal detailhandelsbeleid kan geconcludeerd worden dat er voldoende behoefte is aan een uitbreiding van het supermarktbestand in Noordwijk aan Zee om haar positie als hoofdwinkelgebied binnen de gemeente te behouden. De verplaatsing en de vestiging van een supermarkt en verswinkels uit het omliggende gebied naar de versgroep op de projectlocatie is daarmee in lijn. Wonen Voor het bepalen van de regionale ruimtevraag bij de functie wonen moeten meerdere vragen worden beantwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=68f5cb40-4092-487c-b1b5-4c655907928a