CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest

Gemeenteraadsvergadering 22 februari 2022, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bronsgeest 202132.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Bronsgeest 2021 d.d. 1 februari 2022

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Bronsgeest heeft van 30 juni 2021 tot en met 10 augustus 2021 ter inzage gelegen. Zowel op het gemeentehuis bij de gemeentebalie, als via de gemeentelijke website www.noordwijk.nl, als via www.ruimtelijkeplannen.nl heeft de mogelijkheid bestaan om het ontwerp uitwerkingsplan te raadplegen. Gedurende de periode van terinzagelegging van zes weken heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Het eindverslag van de ingediende inspraakreacties en vooroverlegreacties is aan de indieners van de inspraakreacties toegezonden en daarbij is de aankondiging gedaan van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijzen Gedurende de termijn van ter inzage legging hebben enkele inwoners van de gemeente en enkele instanties een zienswijze ingediend. In totaal zijn vijftien zienswijzen kenbaar gemaakt. In hoofdstuk 2 van deze Nota worden de ingediende zienswijzen samengevat weergegeven en voorzien van een beantwoording van de kant van het college van burgemeester en wethouders. Elke zienswijze eindigt met een conclusie waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre hetgeen naar voren is gebracht aanleiding geeft tot aanpassing in het vast te stellen bestemmingsplan.

De zienswijzen zijn geanonimiseerd, omdat het in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming niet is toegestaan persoonsgegevens op internet te publiceren. Ambtshalve wijzigingen Ten slotte komen in hoofdstuk 3 de ambtshalve wijzigingen aan de orde.

Noordwijk, 1 februari 2022. Afdeling Ruimte, Team Ruimtelijke Ontwikkeling.

2. Zienswijzen Gedurende de termijn van terinzagelegging van zes weken hebben 12 reclamanten een zienswijze ingediend. In de tabel hieronder zijn de ingediende zienswijzen samengevat weergegeven (kolom 2) en voorzien van een beantwoording door het college van burgemeester en wethouders (kolom 3). De beantwoording van de zienswijzen eindigt met een conclusie waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre hetgeen naar voren is gebracht aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan (kolom 4). Reclamant

1. Achmea rechtsbijstan d namens reclamant 1

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

1. Reclamant vindt dat de gemeente met het bestemmingsplan er voor kiest om een uniek stukje eersteklas bollengrond op te offeren aan woningbouw. De reclamant stelt dat tussen Noordwijkerhout en Rijnsoever een lange grote groene long ligt, waarbij Noordwijk in het midden ligt. Deze groene long loopt via de bollenvelden in Noordwijkerhout, naar het bosgebied van de Leeuwenhorst, naar de bollenvelden van Noordwijk, naar landgoed Offem tot aan de bollenvelden van Rijnsoever. Een recente vergissing, die de groene long aanzienlijk aantast, is de wijk Boechorst. Met grootschalige woningbouw in Bronsgeest wordt de groene long nog verder aangetast terwijl ook de kenmerkende entree van Noordwijk zal verdwijnen.

1. Binnen het plangebied is momenteel circa 32 hectare in gebruik als eersteklas bollengrond. Alhoewel het gebruik als bollenteelt met name in het voorjaar voor velen een fraai beeld oplevert, is er geen sprake van dat de voor woningbouw aangewezen locatie tot een cultuurhistorisch, landschappelijk en/of ecologisch beschermd gebied behoort. Na realisatie van de woningbouw zal er bovendien nog circa 23 hectare eersteklas bollengrond resteren. Door de omvang en situering van de woningbouwlocatie zal er ter plaatse van het plangebied nog steeds sprake zijn van een entree met zicht op eersteklas bollenteeltgronden. Ten aanzien van de suggestie dat het plangebied onderdeel is van een groene long wordt opgemerkt dat het plangebied momenteel bijna volledig in gebruik is voor agrarische doeleinden. Er is zodoende geen sprake van een feitelijk gebruik als zogenaamde groene long.

1. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

2. Reclamant meent dat bij een snelle blik op de kaart wellicht kan worden gedacht dat de bebouwing in Bronsgeest aansluit op de bestaande bebouwing. Bij nadere blik is dat echter onjuist. De bebouwing Boechorst kan wat de adressant betreft worden gezien als ruimtelijke misser die de groene long verstoort. Aan de andere kant ligt de Gooweg. Daar zijn slechts enkele woningen met zeer ruime achtertuinen, die volledig groen zijn. Van aansluiting op gewenste bebouwing is wat de adressant betreft dan ook geen sprake.

2. In paragraaf 2.3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan is beschreven hoe de woningbouwlocatie in het plangebied in de Noordwijkse structuur wordt ingepast. Uitgangspunt daarbij is landschapszonering met als doel om door het deels bebouwen van Bronsgeest een nieuw, geregisseerd zicht op de rand van Noordwijk te laten ontstaan. Uiteraard is het daarbij ook van belang om bij de verdere uitwerking van de plannen een goede aansluiting met de omliggende buurten en de daarbij behorende bebouwing te realiseren.

2. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

1

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

3. De bebouwing is volgens de reclamant in het geheel niet passend in de omgeving. Tien procent van de gebouwen mag 21 meter hoog zijn. Met de tien procent afwijkingsmogelijkheid in artikel 25.1 van het bestemmingsplan komt de bouwhoogte dan uit op ruim 23 meter. De overige negentig procent van de gebouwen mag een hoogte hebben van 17,5 meter, met de tien procent vrijstelling 19,25 meter. Deze hoogtes komen niet voor in de directe omgeving. Aan de ene kant grenst het bouwgebied aan het bestemmingsplan Boechorst, waar een maximale hoogte van drie bouwlagen en 11 meter is opgenomen. Het bestemmingsplan Noordwijk Binnen maakt een maximale hoogte van 9 meter mogelijk. Een plan waarbij de volledige bebouwing mogelijk wordt gemaakt tot een hoogte van ongeveer twintig meter is wat de adressant betreft flagrant in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De oplossing van het tekort aan woningen wordt volgens reclamant gezocht in enorme hoogtes, die totaal niet passen in de omgeving. Dat de gemeente redeneert naar het doel van de 350 woningen in plaats van naar een goede ruimtelijk ordening is een zeer kwalijke zaak.

3. Voorop dient te worden gesteld dat de 3. Naar aanleiding van bouwhoogtes in de omgeving niet maatgevend deze opmerking is het zijn voor de herontwikkeling van Bronsgeest. ontwerp Vanwege de bijzondere positie en ligging van bestemmingsplan Bronsgeest is het stedenbouwkundig gezien goed aangepast. De denkbaar dat er ten opzichte van de omgeving algemene enige hogere bebouwing wordt gerealiseerd, mits afwijkingsbevoegdheid sprake is van een goede ruimtelijke overgang met in artikel 25.1 onder a de omgeving. In de uit te werken bestemming is aangepast zodat voor het woongebied is daarom rekening deze 10% gehouden met verschillende maximale afwijkingsbevoegdheid bouwhoogtes. Zo is voor grondgebonden niet van toepassing is woningen een maximum bouwhoogte van 13 op de maximale meter (4 bouwlagen) opgenomen terwijl bij bouwhoogtes voor gestapelde woningen is uitgegaan van een gestapelde woningen bouwhoogte van maximaal 17,5 tot 21 meter. De als bedoeld in artikel gestapelde woningen tot 17,5 meter zijn 12.2.2 onder e in de toegestaan tot maximaal 90% van het te bestemming bebouwen deel van het bouwvlak. Voor de ‘Woongebied – Uit te gestapelde woningen tot 21 meter geldt een werken’.

maximum van 10% van het te bebouwen deel van het bouwvlak waarbij het aantal bouwlagen niet meer dan 6 mag bedragen en de afstand tot de bestemmingsgrens van de bestemming ‘Woongebied – Uit te werken’ minimaal 50 meter bedraagt. Bebouwing van maximaal vier- tot zes lagen levert, mede gelet op de hiervoor genoemde voorwaarden voor bebouwing tot 21 meter, geen strijd op met een goede ruimtelijke ordening. Van enorme hoogtes is dan ook geen sprake. De 10% afwijking waar reclamant aan refereert heeft betrekking op de algemene afwijkingsregels. Dergelijke algemene afwijkingsregels worden standaard opgenomen in een bestemmingsplan en bieden, indien nodig, enige flexibiliteit. Het is daarbij goed om te realiseren dat deze 10% niet bij recht mogelijk is aangezien het een bevoegdheid van het college betreft. Bij het toepassen van deze bevoegdheid 2

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

dient te worden voldaan aan de randvoorwaarden in artikel 25.2, zoals dat geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. In dit geval geeft de zienswijze van reclamant aanleiding om deze algemene afwijkingsbevoegdheid van 10% niet van toepassing te laten zijn op de hoogtematen zoals die zijn aangegeven in artikel 12.2.2 onder e in de bestemming ‘Woongebied – Uit te werken’. Daardoor zullen de maximale bouwhoogtes van gestapelde woningen niet met 10% worden verruimd via toepassing van de binnen binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Het vorenstaande mede gelet op de maximale (bouw)hoogtematen, zoals die reeds in deze bestemming zijn opgenomen. Ten slotte wordt opgemerkt dat in Boechorst hogere bebouwing aanwezig is dan de door reclamant genoemde 3-laagse bebouwing tot 11 meter. Langs de Van Berckelweg bevinden zich namelijk enkele appartementsgebouwen. Deze appartementsgebouwen zijn vierlaags met een souterrain. In het geldende bestemmingsplan voor Boechorst zijn voor deze appartementsgebouwen maximum bouwhoogtes van 14 tot 15 meter opgenomen.

Ook in het geldende bestemmingsplan voor Noordwijk Binnen is op diverse plekken sprake van bebouwing met een maximum bouwhoogte van meer dan 9 meter, zoals bijvoorbeeld het kantoorgebouw op het voormalige Zilver Kruisterrein (maximum bouwhoogte van 14 meter) en diverse portiekflats in de wijk Boerenburg (maximum bouwhoogte van 12 meter). 4. De reclamant vindt dat is gekozen voor een merkwaardige L-vorm voor de bestemming wonen, die grotendeels grenst aan de agrarische grond. De vorm

4. De reclamant stelt dat het agrarische gebied dat overblijft te beperkt van omvang is om commercieel te benutten. Er wordt daarmee 3

4. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp

Reclamant

Inhoud zienswijze

die boven de sloot overblijft aan agrarisch gebied is niet tot nauwelijks commercieel te benutten. Gevreesd wordt dat gaandeweg die grond ook gebruikt gaat worden voor een woonbestemming. Het kan niet zo zijn dat de gemeente in eerste instantie doet voorkomen dat de bollenvelden hier intact blijven, terwijl bekend is dat de bollenvelden op de lange duur door perceelsindeling niet levensvatbaar zijn. Het lijkt hierbij ook te worden genegeerd dat in agrarische gebieden wordt gewerkt met afstanden tussen woonen agrarische functies. Die afstanden worden volgens de adressant in het geheel niet gehanteerd. Dit terwijl bij de bollenteelt gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, veel geluid en stof vrijkomt bij de werkzaamheden, groot materieel wordt gebruikt en veel arbeidskrachten nodig zijn. De woonfunctie en de agrarische functie komen hier veel te dicht bij elkaar met alle problemen van dien.

Reactie college burgemeester en wethouders

gedoeld op het agrarische gebied tussen het sportcomplex aan de Gooweg en de Nieuwe Vaart. De reclamant gaat er echter aan voorbij dat het betreffende gebied in de huidige situatie ook al deze vorm heeft. Het gebied wordt aan de zuidwestzijde namelijk al begrensd door de watergang tussen de Nieuwe Vaart en de wijk Boerenburg. Wel voorziet het voorliggende bestemmingsplan aan de andere zijde van deze watergang in een nieuw woongebied maar in de uitwerkingsregels van de uit te werken bestemming (artikel 12.2.1) is rekening gehouden met de agrarische bedrijfsvoering in de omgeving. Er is namelijk bepaald dat de gronden met een uit te werken bestemming een invulling met groenvoorzieningen dienen te krijgen indien deze gronden binnen 10 meter van de agrarische bollenteeltbestemming of een waterbestemming zijn gelegen. Dat betekent dat binnen 10 meter van de bollenteeltgronden geen woningen of tuinen zullen zijn toegestaan. Daarnaast is in het kader van het bestemmingsplan door Adromi Groep onderzoek gedaan naar de agrarische activiteiten in relatie tot het beoogde woongebied (zie paragraaf 4.4 van de toelichting en de bijlage bij de toelichting). Uit dat onderzoek blijkt dat mogelijke toekomstige overlast voor de woningen en/of een onevenredige beperking van de bedrijfsvoering van de agrarische bedrijven niet aan de orde zal zijn.

5. Reclamant constateert dat op pagina 14 van de inspraaknota plotseling wordt genoemd dat de onderlinge bouwafstand van tien meter vervalt. Dat is een enorme verslechtering voor de bestaande woningen op de Gooweg. Deze afstand dient wat de adressant dan ook gehandhaafd te blijven.

5. Reclamant doelt op de beantwoording van een inspraakreactie die betrekking heeft op de bestemmingswijze van de bestaande woningen aan de Gooweg. In het geldende bestemmingsplan ‘Boerenburg’ van begin jaren ’70 is voor de woningen langs de Gooweg bepaald dat de som van de afstanden van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen 4

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021 bestemmingsplan niet aangepast.

5. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

tenminste 10 meter bedraagt. Dit was gedaan om te voorkomen dat er langs de Gooweg een aaneengesloten rij hoofdgebouwen zou ontstaan. Doordat de hoofdgebouwen langs de Gooweg in het voorliggende bestemmingsplan afzonderlijk via bouwvlakken zijn vastgelegd, is het niet langer meer nodig om de onderlinge afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen op te nemen. De minimale afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen is nu voldoende gewaarborgd via de op de verbeelding weergegeven bouwvlakken. 6. Ook na lezing van de inspraaknota blijft de conclusie van de reclamant dat de bebouwing van Bronsgeest niet noodzakelijk is, in strijd is met een goede ruimtelijke ordening is, tot een flinke vermindering van het woongenot gaat leiden en het gebied aantast.

6. Naar aanleiding van 6. De gemeenteraad heeft in de loop der jaren de deze opmerking is het ruimtelijke keuze gemaakt om het plangebied ontwerp (gedeeltelijk) te gaan bebouwen. Vanwege de bestemmingsplan niet woningbouwopgave in Noordwijk en afspraken die aangepast. in het verleden zijn gemaakt is besloten Bronsgeest gedeeltelijk te bebouwen met woningen. Verwezen wordt naar de brief van burgemeester en wethouders van 9 augustus 2019, verzonden op12 augustus 2019 met betrekking tot het Deltaplan woningbouw en Bronsgeest. De keuze om Bronsgeest gedeeltelijk te bebouwen is door de gemeenteraad bevestigd met het aannemen van een motie in de raadsvergadering van 24 september 2019. In deze aangenomen motie roept de raad het college op om tot uitwerking en uitvoering van het in de brief geschetste “Deltaplan woningbouw en Bronsgeest” te komen, waarin wordt aangegeven dat Bronsgeest gedeeltelijk dient te worden bebouwd. De betreffende aangenomen motie en bijbehorende brief zijn volledigheidshave als bijlagen bij de Nota van beantwoording opgenomen. Indien de reclamant vindt dat het uitwerkingsplan (dan wel de planologische procedure als bedoeld in de toekomstige Omgevingswet) tot een waardevermindering leidt, kan er door de 5

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

reclamant een verzoek tot een tegemoetkoming in planschade worden ingediend zodra de betreffende planologische procedure van kracht is.

2. Habitat namens reclamant 2

1. Reclamant is sinds 2007 eigenaar van het perceel aan de Bronsgeesterweg 26 alwaar sinds 1975 onafgebroken hobbymatig paarden worden gehouden in een ponystal met uitloop en (vrij) rondlopen in de paardenweide. De toenmalige eigenaar heeft in 1980 het college een brief geschreven dat hij wegens gezondheidsklachten het bollenteelt bedrijf heeft moeten verkopen en dat hij een aantal pony’s houdt. De ponystal en het gebruik van de grond die zonder bouwvergunning is gerealiseerd worden sinds oktober 1980 door het college gedoogd, zoals ook mede blijkt uit de toelichting van het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’. In 2009 heeft reclamant het naastgelegen perceel aangekocht dat eveneens dienst doet als paardenweide. Reclamant noemt in zijn zienswijze het traject dat de gemeente Noordwijk in samenwerking met Omgevingsdienst West-Holland op 1 januari 2020 is gestart met het controleren van de percelen in het landelijk gebied, die bestemd zijn voor bollengronddoeleinden. Daaruit blijkt dat het perceel van de reclamant op de lijst staat met de te inventariseren percelen en daarom de komende jaren zal worden bezocht door de toezichthouders van de Omgevingsdienst West-Holland. Er zal voor het vervolg van het project een Plan van Aanpak worden gemaakt om te kijken hoe het traject zo zorgvuldig en zuiver mogelijk kan worden doorlopen.

Gelet op het voorgaande en onder verwijzing naar het overgangsrecht en het vertrouwensbeginsel verzoekt reclamant om het voortgezet gebruik positief te bestemmen in het bestemmingsplan, dan wel via uitsterfregeling positief te bestemmen: - Op basis van jurisprudentie stelt de reclamant dat strijdig gebruik dat door het overgangsrecht onder het

1. Ter plaatse van de door reclamant bedoelde percelen geldt het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’, welke op 24 februari 1998 door de gemeenteraad is vastgesteld en op 13 oktober 1998 is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. In dat bestemmingsplan zijn de betreffende percelen bestemd voor agrarische bedrijfsvoering ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven die zijn gericht op tuinbouw en bollenteelt. Het gebruik als paardenweide is niet aan te merken als agrarische bedrijfsvoering ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven die zijn gericht op tuinbouw of bollenteelt. Een paardenweide is dus niet toegestaan binnen de toegepaste bestemming. Het overgangsrecht waar reclamant naar verwijst is in dit geval eveneens niet van toepassing aangezien het hobbymatige gebruik als paardenweide ook al strijdig was met het voorgaande bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Dit bestemming is op 21 maart 1972 vastgesteld en nadien gedeeltelijk op 2 mei 1973 en gedeeltelijk op 11 december 1978 goedgekeurd. In het in 1972 vastgestelde bestemmingsplan was ter plaatse van de percelen van de reclamant alleen het gebruik toegestaan in de vorm van exploitatie van en ten behoeve van agrarische bedrijven. Het hobbymatige gebruik van de gronden als paardenweide is volgens de reclamant in 1975 gestart.

Dat is echter enkele jaren nadat het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ rechtskracht heeft gekregen (1973). Het gebruik als paardenweide valt zodoende niet onder het overgangsrecht in het bestemmingsplan 6

1. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Reclamant

Inhoud zienswijze

vorige bestemmingsplan beschermd was, deze bescherming doorloopt naar het opvolgende bestemmingsplan. De relamant meent dat het in gebruik geven of te laten gebruiken van de percelen nadat de bestemming is verwezenlijkt pas sinds een wijziging van het geldende bestemmingsplan in 1979 is verboden, na de ingebruikname van de gronden als paardenweide in 1975. Het gebruik van de gronden valt volgens de reclamant daardoor onder het gebruiksovergangsrecht en loopt daardoor naar de daaropvolgende bestemmingsplannen. - De reclamant meent dat het ontwerpbestemmingsplan het gebruik dat in het geldende bestemmingsplan is toegestaan beperkt. Tot op heden heeft er geen officiële handhavingsprocedure plaatsgevonden. Volgens jurisprudentie zou de correspondentie aan de reclamant tot op heden moeten worden gekwalificeerd als een toezegging die aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Omdat er geen zwaarder wegende belangen aanwezig zijn en het gebruik is gedoogd zou een beroep op het vertrouwensbeginsel moeten worden gehonoreerd. 2. De reclamant wijst op de provinciale Omgevingsverordening waaruit blijkt dat de percelen zijn aangewezen als Greenport waardoor een bestemmingsplan primair bollenteeltbedrijven, bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbedrijven en bestaande stekbedrijven toe dient te laten, alsmede de daarbij behorende voorzieningen.

In artikel 6.17, zevende lid is echter een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om bestaande bebouwing of functies toe te laten die geen bedrijf zijn, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied. Door de bouwmogelijkheid van een paardenstal op de gronden van de reclamant en het langdurig gedogen is volgens de reclamant voldoende aannemelijk dat van een onevenredige aantasting geen sprake is. De

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

‘Buitengebied’ en daarmee ook niet onder het overgangsrecht van het nu nog geldende bestemmingsplan 'Landelijk gebied’. Op de percelen van de reclamant zijn in het verleden paardenstallen gebouwd zonder bouwvergunning In 1980 heeft de gemeente door middel van een brief laten weten dat zij de toenmalige paardenstal gedoogd. Omdat er daardoor al geruime tijd (meer dan 40 jaar) sprake is van het gebruik als paardenstal is in het bestemmingsplan rekening gehouden met de paardenstal door deze positief te bestemmen. De paardenweide en de rond 2009 gerealiseerde bebouwing zijn niet zodanig lang in gebruik dat er sprake is van een onomkeerbare situatie. Met andere woorden, er is geen situatie ontstaan waardoor het redelijk zou zijn om de oorspronkelijke bestemming als tuinbouw en bollengrond niet langer meer toe te passen. Dat het in gang gezette handhavingstraject tijd vergt doet daar verder niets aan af. 2. De vraag of de Provinciale Omgevingsverordening het hobbymatige gebruik als paardenweide toestaat is niet relevant aangezien een dergelijk gebruik niet passend is in het beleid dat de gemeente voor ogen heeft in dit gebied.

7

2. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

1. Op grond van artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) is het ontwerp bestemmingsplan van 30 juni tot en met 10 augustus 2021, voor een periode van zes weken, ter inzage gelegd. Uit de Awb en/of jurisprudentie komen geen beperkingen naar voren om het ontwerpbestemmingsplan in deze periode ter inzage te leggen. Dat ter inzage legging deels samenvalt met de schoolvakanties was bekend maar is uiteraard niet de reden voor de gemeente geweest om de ter inzage legging juist in deze tijdsperiode te laten plaatsvinden. De reden om de ter inzagelegging wel in deze periode te laten plaatsvinden hangt samen met de wens om op zo spoedig mogelijk een planologisch kader voor woningbouw in Bronsgeest te scheppen. Er is daarom voor gekozen om de ter inzagelegging te laten plaatsvinden van 30 juni tot en met 10 augustus 2021. Binnen deze wettelijke termijn 6 weken is er voldoende tijd om zienswijzen in te dienen. Er is dus geen aanleiding om de ter inzagelegging opnieuw te doen, zoals reclamanten verzoeken.

1. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

provinciale Omgevingsverordening staat het positief bestemmen van het voortgezet gebruik daarmee niet in de weg.

3. Havenland namens reclamanten 3

1. Reclamanten stellen dat de ter inzage legging heeft plaatsgevonden in een periode dat veel mensen druk zijn met de examens van hun kinderen of met vakantie zijn terwijl het voor bollenkwekers juist een zeer drukke periode is, waarin bollen gerooid worden en de eerste verwerking plaatsvindt (arbeidsintensieve bollenpellen) Dit lijkt de reclamanten een bewuste poging om zoveel mogelijk mensen de mogelijkheid te ontzeggen tot het indienen van een zienswijze. Zij stellen dat hier sprake is van een onrechtmatige daad, ongeacht of het een bewuste of onbewuste keuze is geweest. Verzocht wordt de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan overnieuw te doen maar dan in een periode waarin men kan participeren, dus buiten de vakantieperiodes of drukke periode als de zomermaanden, oktober en december.

Aanvullend kan nog worden opgemerkt dat er conform de gemeentelijke inspraakverordening inspraak over het voorontwerp van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden. De inspraakperiode was van 3 februari 2021 tot en met 16 maart 2021. Tijdens deze inspraakperiode zijn in totaal 9 inspraakreacties binnengekomen. Nadien zijn alle insprekers door het college geïnformeerd over de voortgang van de

8

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

planologische procedure bij brief van eind november 2021. 2. Met de keuze tot bebouwing van Bronsgeest is de gemeente Noordwijk voornemens de agrarische bestemming van de 'heilige grond' van Bronsgeest op te offeren voor woningbouw. Het gedeeltelijk bebouwen van Bronsgeest is volgens de reclamanten in strijd met de verkiezingsbeloftes en de verwachtingen die daarmee werden gewekt.

2. Vanwege de woningbouwopgave in Noordwijk en afspraken die in het verleden over het plangebied zijn gemaakt, is gekozen om Bronsgeest gedeeltelijk te gaan bebouwen, maar in een andere schaal en maat dan voorheen. In dit kader wordt verwezen naar de brief van burgemeester en wethouders van 9 augustus 2019, verzonden aan de raad op 12 augustus 2019, met betrekking tot het Deltaplan woningbouw en Bronsgeest. De keuze om Bronsgeest gedeeltelijk te bebouwen is door de gemeenteraad bevestigd met het aannemen van een motie in de raadsvergadering van 24 september 2019. In deze aangenomen motie roept de raad het college op om tot uitwerking en uitvoering van het in de brief geschetste “Deltaplan woningbouw en Bronsgeest” te komen, waarin wordt aangegeven dat Bronsgeest gedeeltelijk dient te worden bebouwd. De betreffende aangenomen motie en bijbehorende brief zijn volledigheidshalve als bijlagen bij de Nota van beantwoording opgenomen.

2. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

3. Aanvankelijk zou er volgens de reclamanten gebouwd worden tot de eerste rotonde vanaf het parkeerterrein. Nu blijkt de woonbestemming al te zijn uitgebreid tot aan de Nieuwe Vaart terwijl het aangrenzende bollengebied volledig aangegeven is als agrarisch bouwvlak. De reclamanten constateren dat daarmee alles tot aan de Bronsgeesterweg kan worden volgebouwd waardoor er geen sprake meer is van deels bebouwen. Hierdoor wordt de wens van de kiezers volledig genegeerd en wordt de zoveelste onomkeerbare fout gemaakt.

3. Vanwege de behoefte aan woningen heeft de gemeenteraad in de loop der jaren door middel van diverse raadsbesluiten de ruimtelijke keuze gemaakt om het plangebied (gedeeltelijk) te gaan bebouwen met woningen. In het verleden was er sprake van dat een groot deel van het plangebied zou worden herontwikkeld tot woningbouw. Inmiddels is de locatie waar woningbouw is voorzien beperkt tot het noordwestelijk deel van het plangebied. Bij de begrenzing van de woningbouwlocatie is rekening gehouden met de noodzaak om ook een ecologische verbindingszone te realiseren en om voldoende afstand te hanteren tot de bestaande gasleiding in het plangebied. Het gebied waar woningbouw is voorzien is daarmee groter dan het door de

3. Mede naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan wel aangepast doordat het bouwvlak in het tussen de Nieuwe Vaart en de Bronsgeesterweg gelegen bestemmingsvlak Agrarisch – Bollenteelt’ is verwijderd.

9

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

reclamanten bedoelde gebied tussen het parkeerterrein en de eerste rotonde. De reclamanten constateren verder dat als gevolg van het bouwvlak ook het bollenteeltgebied tussen de Nieuwe Vaart en de Bronsgeesterweg kan worden volgebouwd. Dat is echter niet de bedoeling. In de regels zijn dan ook beperkingen opgenomen voor de te realiseren gebouwen binnen de bestemming. Het bouwvlak in het bestemmingsvlak tussen de Nieuwe Vaart en de Bronsgeesterweg was abusievelijk weergegeven op de verbeelding. Het bouwvlak is daarom verwijderd. 4. Bronsgeest is volgens de reclamanten uniek gelegen bij de entree van de basplaats en vormt de voortuin of etalage van Noordwijk. Bronsgeest is zicht baar vanaf twee belangrijke toegangswegen, namelijk de N206 en de Van Berckelweg. De Bronsgeesterweg is vanwege het achterliggende decor fotogenieke plekken aan veel mensen. Er zijn volgens de reclamanten maar weinig van zulke fotogenieke plekken in Noordwijk, al helemaal niet die zo herkenbaar en specifiek Noordwijks zijn. Het deels bebouwen is een totale vernietiging daarvan. Juist het ontbreken van "steen" aan de horizon is één van de belangrijkste fotogenieke argumenten. Het open landschap, omzoomt door landgoederen is één aspect van de etalage.

4. Binnen het plangebied is momenteel circa 32 hectare in gebruik als eersteklas bollengrond. Alhoewel het gebruik als bollenteelt met name in het voorjaar voor velen een fraai en fotogeniek beeld oplevert, is er geen sprake van dat de voor woningbouw aangewezen locatie tot een cultuurhistorisch, landschappelijk en/of ecologisch beschermd gebied behoort. Na realisatie van de woningbouw zal er bovendien nog circa 23 hectare eersteklas bollengrond resteren. Door de omvang en situering van de woningbouwlocatie zal er, komend vanuit Voorhout, ter plaatse van het plangebied nog steeds sprake zijn van een entree met zicht op eersteklas bollenteeltgronden.

4. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

5. De Bronsgeesterweg is volgens de reclamanten niet alleen in het voorjaar een geliefde fietsroute. Het gebied heeft naast natuur- en landschappelijke waarden, ook hoge cultuurhistorische waarden. De Bronsgeesterweg komt al voor op kaarten uit de middeleeuwen. Door zijn verhoogde ligging toont hij de hoogte van het oorspronkelijke landschap en de richting van de strandwal. De hoogteverschillen tonen de hogere en lagere delen en verklaren waarom het landgoed Klein Leeuwenhorst ligt waar het ligt. De weg kan deze duidelijkheid volgens de reclamanten

5. Zoals ook in paragraaf 4.9.2. van de toelichting van het bestemmingsplan is omschreven kunnen de Atlas Leefomgeving, de provinciale kwaliteitskaart en de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) als hulpmiddel worden gebruikt om inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van cultuurhistorische elementen in het plangebied. Gelet op deze kaarten is de Bronsgeesterweg geen bijzondere cultuurhistorisch element waarvoor specifiek bescherming nodig is. In het plangebied van het

5. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan aangepast. Artikel 12.2.3 is aangevuld doordat is bepaald dat bij de uitwerking van de bestemming een cultuurhistorische effectrapportage

10

Reclamant

Inhoud zienswijze

geven omdat er nog zoveel bollenland omheen ligt. Bij bebouwing van het omliggende terrein vindt ophoging van het land plaats, waardoor de hoogteverschillen definitief verdwijnen. Alleen in een open landschap is de geschiedenis nog afleesbaar.

Reactie college burgemeester en wethouders

bestemmingsplan is volgens de cultuurhistorische kaarten slechts één bijzonder cultuurhistorisch element aanwezig, namelijk de Gooweg. Dat in het plangebied, behalve de Gooweg, geen als zodanig aangewezen bijzondere cultuurhistorische elementen aanwezig zijn neemt niet weg dat er in en rondom het plangebied cultuurhistorische kwaliteiten aanwezig zijn waar bij de verdere planvorming rekening mee zal worden gehouden. Zo heeft de Bronsgeesterweg met de aangrenzende agrarische gronden voor veel Noordwijkers cultuurhistorische betekenis. Om deze en andere cultuurhistorische kwaliteiten in en rondom het toekomstige woongebied in voldoende mate te borgen, was het de bedoeling dat in de uitwerkingsregel artikel 12.2.3 zou zijn bepaald dat er in het kader van de uitwerking van de bestemming een cultuurhistorische effectrapportage dient te worden uitgevoerd. Bij de stedenbouwkundige uitwerking van het gebied kan dan beter rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten op en rondom de locatie van het woongebied. In het ontwerpbestemmingsplan heeft de uitwerkingsregel in artikel 12.2.3 abusievelijk alleen betrekking op de ruimtelijke kwaliteiten als bedoeld in de Omgevingsverordening.

Mede naar aanleiding van de zienwijze van de reclamant is de uitwerkingsregel in artikel 12.2.3 aangepast doordat is bepaald dat bij de uitwerking van de bestemming een cultuurhistorische effectrapportage dient te worden uitgevoerd. Ten slotte wordt nog opgemerkt dat in het voorliggende bestemmingsplan ter plaatse van de Bronsgeesterweg en de directe aangrenzend gronden is uitgegaan van de bestaande situatie. De Brongseesterweg is namelijk bestemd als ‘Verkeer’ ter wijl de gronden aan weerszijden van

11

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021 dient te worden uitgevoerd.

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

de Bronsgeesterweg zijn bestemd als ‘Agrarisch – Bollenteelt’. 6. Elk voorjaar trekken de bloeiende velden vele bezoekers. Het toeristenseizoen in Noordwijk begin daardoor al vroeg in het voorjaar. De bollenvelden van Bronsgeest zorgen voor PR.

6. Zoals ook bij de beantwoording onder 4 is aangegeven zal er ter plaatse van het plangebied, komend vanuit Voorhout, nog steeds sprake zijn van een entree met zicht op eersteklas bollenteeltgronden.

6. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

7. Bronsgeest heeft volgens de reclamanten een hoge economische waarde doordat het circa 30 ha schaarse, niet te compenseren, aaneengesloten en eersteklas bollenteeltgebied betreft. Omdat het herstel van een halve hectare bollengrond aan de Beeklaan eerder 2 miljoen euro kostte verwachten de adressanten dat compensatie miljoenen euro kost. Een dergelijk bedrag ontbreekt in de onderbouwing van de economische haalbaarheíd en in de gemeentebegroting. De economische haalbaarheid van een plan is echter een wettelijk vereist onderdeel.

7. Het nieuwe woongebied wordt gerealiseerd op circa 9 hectare eersteklas bollengrond. Conform de diverse beleidsstukken dient dit areaal te worden gecompenseerd binnen het gebied van de Greenport Duin- en Bollenstreek.

7. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Zoals in de uitvoeringsparagraaf van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) is aangegeven moet een overeenkomst met Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) worden gesloten. Met de opbrengst van de bollengrondcompensatie, neemt GOM de verplichting van de initiatiefnemer over om elders in het Greenportgebied eenzelfde areaal eerste klas bollengrond re realiseren. Dat kan op een aantal manieren, en volgens een tijdschema, zoals in hoofdstuk 5 van de ISG is aangegeven. De betaling van deze compensatie is geborgd in het exploitatieplan, dat tegelijkertijd met het bestemmingsplan in werking zal treden. Op deze wijze is de compensatie van de bollengrond verzekerd. De daadwerkelijke uitvoering van de compensatie zal daarbij door de GOM worden ingevuld conform de uitvoeringsparagraaf in de ISG. De GOM heeft daartoe de totale compensatiebehoefte geïnventariseerd (inclusief de opgave als gevolg van de ontwikkeling van Bronsgeest) en daaruit de conclusie getrokken dat de totale behoefte aan bollengrondcompensatie uitvoerbaar is met behulp van het uitvoeringsinstrumentarium uit de 12

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

ISG. GOM zal in latere instantie de exacte percelen aanwijzen, waar de bollengrond daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. 8. Volgens reclamanten is de economische waarde van het bloembollencomplex een belangrijke factor onder de waarde van Noordwijk. De toeristensector zou niet zo groot zijn geweest zonder de bloemensector. Om die rol te kunnen blijven vervullen is volgens de reclamanten afgesproken dat de streek 2.625 hectare eersteklas bollengrond blijvend moet koesteren. Voor Noordwijk is daarbij belangrijk dat inwoners en bezoekers zichtbaar genieten van de bollenvelden. Het verstoppen van de velden achter woonbebouwing is een zeer slechte keuze. Met het voorlíggende bestemmingsplan wordt die zeer slechte keuze gemaakt. De reclamanten vrezen gevolgen voor de economische waarde van de bollensector en van de toeristische sector en daarmee financiële gevolgen voor de inwoners van Noordwijk.

8. Zoals ook bij de beantwoording onder 4 en 6 al is aangegeven zal er ter plaatse van het plangebied, komend vanuit Voorhout, nog steeds sprake zijn van een entree met zicht op eersteklas bollenteeltgronden. De door de reclamanten geschetste financiële gevolgen zijn niet reëel.

8. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

9. Het verdwijnen van eersteklas bollengrond is volgens reclamanten in strijd met regionale afspraken. Oorspronkelijk werd het bebouwen van Bronsgeest namelijk ingebracht bij de onderhandelingen over het Pact van Teylingen. Omdat niemand daar enthousiast van werd en vanwege de vele belemmeringen in het gebied (leidingen, natuur, etc.) werd Bronsgeest ingeruild voor Offem-Zuid. Dit onder voorwaarde dat Bronsgeest definitief zou worden bestemd voor de bollenteelt. Op dit moment worden in Offern-Zuid al 750 woningen gebouwd. Noordwijk heeft zich door haar grondpositie nooit aan de afspraken gehouden. Zij is blijven wachten, rente blijven toeschrijven en net zo lang zeuren tot er een gemeenteraad zou zijn die zich de afspraken niet kan herinneren of zich er niet aan gebonden voelt. De afspraken zijn echter gemaakt met de maatschappelijke organisaties, de provincie, de buurgemeenten, het waterschap.

9. De afgelopen jaren is in Noordwijk en omliggende gemeenten veel gebouwd, waaronder OffemZuid. Dat neemt echter niet weg dat er in de regio waar Noordwijk deel van uitmaakt nog steeds een behoefte is aan woningen. In de regio is sprake van een woningbehoefte van 27.560 woningen voor de periode 2019-2030. Voor Noordwijk bedraagt de trendraming +2.580 tot 3.354 woningen in de periode 2019- 2030. De bouw van maximaal 350 nieuwe woningen op Bronsgeest maakt deel uit van de plancapaciteit en de bouwopgave waarover regionale afspraken zijn gemaakt. Op de meest recente subregionale woningbouwllijst is voor Bronsgeest uitgegaan van 350 woningen.

9. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

10. De eerste klas bollengrond moet behouden blijven. Daarom heeft de gemeente volgens reclamanten

10. Zoals ook bij de beantwoording onder 7 is aangegeven zal het te bebouwen gebied van 9

10. Naar aanleiding van deze opmerking is het

13

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

tegen hoge kosten een bedrijf van de Beeklaan verhuisd naar een locatie met tweede klas bollengrond. Ook zou er hard zijn ingezet op handhaving tegen oneigenlijk gebruik van bollengrond als volkstuin en/of paardenweide. Deze percelen zijn naar de mening van de reclamanten veelal klein en door hun gebruik geen eerste kwaliteit bollengrond (meer). Door nu een groot gebied als Bronsgeest, met topkwaliteit bollengrond, op te offeren handelt de gemeente tegen haar eigen beleid.

hectare eersteklas bollengrond elders worden gecompenseerd, conform de uitvoeringsparagraaf in de ISG. Compensatie van de percelen waar oneigenlijk gebruik plaatsvindt is niet aan de orde en staat verder los van het toekomstige woongebied.

ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

11. De reclamanten vinden dat Noordwijk veel te veel woningen bouwt. Reclamant stelt dat er in 2019 en 2020 al 482 nieuwbouwwoningen zijn opgeleverd. Ook in buurgemeenten komen er diverse woningen bij. Volgens reclamanten is een groot deel van de woningen van Offem Zuid aan mensen buiten de regio verkocht en kopen uitzendbureau woningen ten behoeve van arbeidsmigranten. Gesteld wordt dat het geen lokaal probleem is dat lokaal kan worden opgelost. Reclamanten menen dat niet de focus op het bouwen maar op de verdeling van woningen zou moeten liggen om zo een beter resultaat te bereiken. De focus op de verdeling van woningen ontbreekt volgens de reclamanten.

11. Zoals bij de beantwoording onder 9 al is aangegeven bedraagt de regionale woningbehoefte 27.560 woningen voor de periode 2019-2030. Voor Noordwijk bedraagt de trendraming +2.580 tot 3.354 woningen in de periode 2019- 2030. De bouw van maximaal 350 nieuwe woningen op Bronsgeest maakt deel uit van de plancapaciteit en de bouwopgave waarover regionale afspraken zijn gemaakt. Er is daarbij al rekening gehouden met de door de reclamanten genoemde bouwplannen.

11. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

12. De reclamanten stellen dat het onjuist is dat 9 hectare binnen de bestemming Wonen valt, zoals genoemd in het bestemmingsplan. Binnen het genoemde oppervlak liggen namelijk ook het natuurgebied van 1 hectare en een aangrenzende niet bebouwbare strook van eveneens 1 hectare. Verder zijn de omgeving van de rotonde niet bebouwbaar en een strook waar uit

12. In de toelichting van het bestemmingsplan is vermeld dat het nieuwe woongebied wordt gerealiseerd op circa 9 hectare eersteklas bollengrond. Het genoemde oppervlak van circa 9 hectare is inclusief de ecologische verbindingszone en de niet te bebouwen delen waardoor er netto minder dan circa 9 hectare

Wat de verdeling van woningen betreft kan worden aangevuld dat in het voorliggende bestemmingsplan rekening is gehouden met segmentering doordat in de uitwerkingsregels is bepaald dat minimaal 30% van het aantal woningen als sociale huurwoning gerealiseerd dient te worden, minimaal 15% als middeldure huurwoning en minimaal 25% als middeldure koopwoning. De opmerking dat in het bestemmingsplan geen focus is gelegd op de verdeling van de woningen is dus niet terecht.

14

12. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Reclamant

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

milieu- en gezondheidsoverwegingen (gewasbeschermingsmiddelen) niet gebouwd kunnen worden. Er blijft daardoor minder dan 7,7 hectare over, waarbinnen 350 woningen, wegen, openbaar groen en andere voorzieningen gepland worden. Met een gemíddelde woningdichtheid van 50 woningen/ha wordt zo één van de dichtst bebouwde wijken van Noordwijk gecreëerd. De reclamanten verwijzen naar Offem Zuid, waar 750 woningen op 27 hectare zijn gepland (28 woningen/ha). Enige woonkwaliteit is in Bronsgeest niet te verwachten en dat volgens de reclamanten ook de huizenprijzen en grondprijs drukken.

beschikbaar is voor het realiseren van woningen en de bij het woongebied behorende voorzieningen. Dat er minder dan circa 9 hectare beschikbaar is voor woningen neemt niet weg dat er voldoende ruimte over blijft om maximaal 350 woningen te realiseren.

13. Reclamanten stellen dat voor een ontwikkeling een afweging moet worden gemaakt om te komen tot de meest wenselijke locatie. Zij stellen dat er veel potentiële binnenstedelijke bouwlocaties zijn. Nu een afweging van de locaties ontbreekt, is er volgens de reclamanten sprake van strijd met de wet en met de rechtszekerheid. De reclamanten wijzen er op dat woningbouw in Bronsgeest al twee keer eerder is afgewezen door de Raad van State.

13. De afgelopen jaren is in Noordwijk en omliggende gemeenten veel gebouwd. Dat neemt echter niet weg dat er in de regio waar Noordwijk deel van uitmaakt nog steeds een behoefte is aan woningen. In de regio is sprake van een woningbehoefte van 27.560 woningen voor de periode 2019-2030. Voor Noordwijk bedraagt de trendraming +2.580 tot 3.354 woningen in de periode 2019- 2030. De bouw van maximaal 350 nieuwe woningen op Bronsgeest maakt deel uit van de plancapaciteit en de bouwopgave waarover regionale afspraken zijn gemaakt. Op de meest recente subregionale woningbouwllijst is voor Bronsgeest uitgegaan van 350 woningen. In dit kader wordt gewezen op de brief van het college die op 21 december 2021 aan het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland is verzonden en als bijlage bij de Nota van beantwoording is gevoegd.

13. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

14. Het Achterweggebied wordt door de reclamanten genoemd als een logischere keuze dan Bronsgeest aangezien daar ook al een voorkeursrecht ligt, het aansluit op Offem-Zuid, het beter wordt ontsloten, de kwaliteit van de grond laag is en er sprake is van een verrommeld in gebruik. Op 9 september 2020 stelde de wethouder de Statencommissie voor te bouwen

14. De door de reclamanten genoemde locatie aan de Achterweg is door de gemeente onderzocht als compensatie voor het niet te bouwen deel van Bronsgeest. Daartoe is aan Provinciale staten van Zuid Holland verzocht om medewerking voor het ontwikkelen van een nieuwe locatie in het Achterweggebied. Tijdens de vergadering op 9 september 2020 van de Statencommissie voor

14. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

15

Reclamant

Inhoud zienswijze

aan de Achterweg, in plaats van een klein Bronsgeest. Dit voorstel is wat de reclamanten betreft wel in lijn met het regionale beleid en de richting die al werd gekozen in de aanloop naar het Pact van Teylingen. Het gemeentelijk voorstel werd echter afgewezen en is niet aan Provinciale Staten voorgelegd. Dit zou niet om inhoudelijke redenen zijn geweest, noch uit respect voor vastgesteld beleid, maar zou te maken hebben gehad met persoonlijke twisten. Dit zou echter niet bepalend moeten zijn voor de locatiebepaling van nieuwe woningen.

15. Reclamanten geven aan dat de groei van het verkeer nu al een probleem is aangezien er al vaak files staan. Volgens het verkeersonderzoek moet de rotonde worden aangepast en de weg worden verbreed. Dit kost volgens reclamanten miljoenen euro’s terwijl de weg onlangs is versmald van vier naar twee rijstroken vanwege de bouw van appartementsgebouwen in Boechorst.

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

Ruimte, Wonen en Economie is dit verzoek aan de orde geweest. Daarbij bleek dat de genoemde commissie niet instemde met het bedoelde verzoek van de gemeente. Dit standpunt is door de verantwoordelijk gedeputeerde van ZuidHolland aan de gemeente overgebracht.

15. Zoals ook in paragraaf 4.2 van de toelichting is beschreven, is in het kader van het bestemmingsplan een verkeersonderzoek uitgevoerd door Goudappel Coffeng. Het onderzoek is ook als bijlage opgenomen bij de toelichting.

15. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Uit het onderzoek blijkt dat er in de toekomstige situatie (inclusief Bronsgeest) aanpassingen aan enkele kruispunten nodig zijn om het verkeer goed te kunnen afwikkelen. Deze aanpassingen aan de weginfrastructuur zullen nog nader worden uitgewerkt. Aanvullend wordt nog opgemerkt dat recentelijk aan Goudappel Coffeng, ter concretisering van de gewenste verkeersoplossingen, is verzocht een aanvullend verkeersonderzoek op te stellen. De uitkomsten van dit aanvullend onderzoek zullen worden betrokken bij de nadere uitwerking van het woongebied.

16. De reclamanten vinden het opvallend dat het verkeer richting Voorhout als gevolg van de bouw van 350 woningen onaanvaardbare belemmeringen gaat ondervinden. Dit zou uitsluitend oplosbaar zijn met een vierbaansweg naar de A44. De reclamanten

16. In het verkeersonderzoek waar de reclamanten op doelen is gekeken naar zowel de autonome situatie (toekomstige verkeersintensiteiten exclusief Bronsgeest) als de plansituatie (toekomstige verkeersintensiteiten inclusief 16

16. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Reclamant

Inhoud zienswijze

vinden dat niet reëel en zij vinden het asociaal om de toekomstige bewoners te gebruiken als drukmiddel naar de provincie om de zojuist vernieuwde weg langs de Leidesvaart te laten verdubbelen.

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

Bronsgeest). Uit het verkeersonderzoek blijkt dat de benodigde aanpassing aan de botrotonde op de kruising Van Berckelweg-N206 ook nodig is indien Bronsgeest niet zou worden gerealiseerd. Zonder Bronsgeest zal er ook in de toekomstige situatie namelijk sprake zijn van te hoge cyclustijden. Overigens is het verbreden van de gehele Van Berckelweg niet als optie genoemd in het onderzoek van Goudappel Coffeng. Wel is genoemd om voor doorgaand verkeer vanuit Noordwijk naar Voorhout een extra rijstrook op de oostelijke botrotonde toe te voegen zodat er meer ruimte ontstaat voor verkeer vanaf de afrit van de N206 om de botrotonde op te rijden. Hierover vindt overleg plaats met de beheerder van de wegen, zijnde de provincie.

17. Er is een ecologische quick scan uitgevoerd waaruit blijkt dat het een interessant gebied is voor een aantal soorten, waaronder de patrijs. Voor de quick scan is één keer een bezoek aan het gebied gebracht en de reclamanten denken dat dat te weinig is. Zeker nu de quick scan aangeeft dat de patrijs hier zou kunnen broeden en dat dit een beschermde soort is. De reclamanten hebben foto’s van een broedende patrijs in Bronsgeest bijgevoegd. Zonder nader onderzoek en verdere maatregelen achten de reclamanten bebouwing van Bronsgeest in strijd met de Wet Natuurbescherming.

17. Onderzoek naar beschermde soorten begint bijna altijd met een ecologische quickscan. Door middel van een quickscan wordt aan de hand van bureauonderzoek en een veldbezoek nagegaan welke soorten (mogelijk) in een bepaald gebied aanwezig kunnen zijn en welke effecten er als gevolg van de planontwikkeling zouden kunnen optreden. Er wordt pas nader onderzoek uitgevoerd nadat uit een quick scan blijkt dat de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten niet op voorhand kan worden uitgesloten.

17. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

In de quick scan die in het kader van het bestemmingsplan is uitgevoerd, is vermeld dat patrijzen te verwachten zijn. Alle broedende vogels zijn beschermd tijdens het broedseizoen. Sommige nesten van vogels zijn ook jaarrond beschermd maar dat geldt niet voor nesten van patrijzen. Een nader onderzoek naar de patrijs is daarmee niet nodig. 18. De locatie Bronsgeest zou uit cultuurhistorisch oogpunt een volstrekt onlogische locatie voor

18. Bij de herontwikkeling van Bronsgeest zal rekening worden gehouden met voldoende 17

18. Naar aanleiding van deze opmerking is het

Reclamant

4. Reclamant 4

Inhoud zienswijze

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

woningbouw zijn. Vanouds volgt de woningbouw de route van de strandwallen en laat de lager gelegen strandvlakten onbebouwd. Deze structuur is in de hele Bollenstreek bepalend geweest voor de ontwikkeling van de dorpen. Dat gebouwd werd op de hogere delen vindt zijn oorzaak in het feit dat de bewoners graag droge voeten houden. In de Bollenstreek is het verstandig niet op de laagste delen te bouwen, omdat ook hier het water zich zal verzamelen. Temeer daar de Leidse Vaart in het allerlaagste deel van de zandgronden is gegraven en deze in open verbinding staat met het boezemland tussen Amsterdam en Gouda, zal juist de locatie Bronsgeest één van de eerste locaties in de Bollenstreek zijn waar wateroverlast bij hevige regen zal ontstaan.

waterberging en mogelijkheden om regenwater op te vangen. Gelet hierop geeft de zienswijze van reclamant aanleiding om aan artikel 12.2.1 onder f de volgende planregel toe te voegen: “3. het verharden van aan hoofdbebouwing grenzende tuinen en erven is, zoals opgenomen in lid 12.1 onder c, toegestaan mits deze gronden niet voor meer dan 50% worden verhard.”

19. Op basis van archeologisch onderzoek uit 1997, de Archeologische Monumentenkaart van de provincie en vier vindplaatsen is er sprake van en hoge archeologische verwachtingen binnen Bronsgeest. Met de verscherpte aandacht voor de Limes is de nog veel oudere nederzetting het waard om te koesteren en te gebruiken in de toenemende aandacht van toeristen voor de historische occupatie van Nederland.

19. In het voorliggende bestemmingsplan is rekening gehouden met de archeologische verwachtingszones door middel van dubbelbestemmingen ‘Archeologie’ die op de betreffende gronden in het plangebied zijn opgenomen. In maart 2022 wordt bovendien een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waaruit zal blijken of mogelijke vindplaatsen zullen worden opgegraven. Gelet op het vorenstaande zijn de archeologische belangen in het plangebied in voldoende mate gewaarborgd.

19. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

1. Wat de reclamant betreft staat niet ter discussie dat er behoefte is aan meer woningen. Wel waar en hoeveel woningen in Noordwijk kunnen en noodzakelijker wijze moeten worden gebouwd met zo weinig mogelijk en aanvaardbaar verlies aan ruimtelijke kwaliteit voor de Bollenstreek. Het is voor de reclamant niet duidelijk waarom in het ontwerp eerst is aangegeven waarom op Bronsgeest wordt gebouwd en pas daarna wordt nagegaan of dit inpasbaar is, zonder te kijken of een alternatieve plek ruimtelijk niet de voorkeur heeft. De reclamant vindt

1. In de regio Holland Rijnland is sprake van een woningbehoefte van 27.560 woningen voor de periode 2019-2030. Voor Noordwijk bedraagt de trendraming +2.580 tot 3.354 woningen in de periode 2019- 2030. Bronsgeest is één van de locaties binnen de gemeente die moet bijdragen aan het oplossen van de woningbouwopgave. De bouw van maximaal 350 nieuwe woningen op Bronsgeest maakt deel uit van de plancapaciteit en de bouwopgave waarover regionale afspraken zijn gemaakt. Op de meest recente subregionale

1. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Aanvullend wordt nog opgemerkt dat bij de ontwikkeling van Bronsgeest rekening wordt gehouden met klimaatadaptief ontwikkelen. In overleg met Hoogheemraadschap Rijnland is besloten om de aanwezige stuw in het gebied te verplaatsen. Dit zal een positief effect hebben op de grondwaterstand in het plangebied.

18

ontwerp bestemmingsplan wel aangepast. In artikel 12.2.1 wordt de volgende planregel onder f. toegevoegd: “3. het verharden van aan hoofdbebouwing grenzende tuinen en erven is, zoals opgenomen in lid 12.1 onder c, toegestaan mits deze gronden niet voor meer dan 50% worden verhard.”

Reclamant

Inhoud zienswijze

dit neigen naar vooringenomenheid.

2. De reclamant is van mening dat voor Bronsgeest een salamitechniek wordt gehanteerd. Waar in het Deltaplan werd begonnen met een voorstel voor het invullen van een bouwclaim voor 180 woningen in het westelijk deel, tot aan de rotonde, is nu sprake van maximaal 350 woningen in een gebied dat is opgerekt tot aan de Nieuwe Vaart. Er zou nu al worden gesproken over de 1e fase Bronsgeest zodat door de reclamant wordt gevreesd voor een 2e fase. Dit gevoel wordt mede versterkt door de woonvisie, waarin Bronsgeest voor 2029 staat geprogrammeerd, en het politieke proces.

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

woningbouwlijst is voor Bronsgeest uitgegaan van 350 woningen. In navolging van de regionale afspraken is de herontwikkeling van Bronsgeest mogelijk gemaakt in het voorliggende bestemmingsplan. 2. In het verleden was er sprake van dat een groot deel van het plangebied zou worden herontwikkeld tot woningbouw. Inmiddels is de locatie waar woningbouw is voorzien beperkt tot het noordwestelijk deel van het plangebied. Bij de begrenzing van de woningbouwlocatie is in de eerste plaats rekening gehouden met de in het plangebied aanwezige bestaande gasleiding in het plangebied. Hierdoor is de situering van het woongebied gewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke invulling van het plan voor het noordwestelijk deel van het plangebied.

2. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

De door de reclamant gevreesde 2e fase is op dit moment niet aan de orde. In dit kader wordt verwezen naar de eerder gememoreerde brief (zie reclamant 3 onder punt 13) van het college aan Gedeputeerde Staten van 21 december 2021. 3. Bij gebrek aan ruimtelijke argumenten zou in het recente verleden extra druk zijn gecreëerd door o.a. het naar achteren schuiven van sociale woningbouw en gebruik van (oneigenlijke) financiële argumenten. De reclamant heeft zodoende bedenkingen bij de het besluitvormingsproces.

3. Vanwege de behoefte aan woningen heeft de gemeenteraad in de loop der jaren door middel van diverse raadsbesluiten de ruimtelijke keuze gemaakt om het plangebied (gedeeltelijk) te gaan bebouwen met woningen.

3. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

4. De reclamant beschrijft diverse uitgangspunten en ambities uit de ruimtelijke kaders van de gemeente, regio en provincie die wat de reclamant betreft van toepassing zijn op het bollenteeltgebied Bronsgeest. De waarden van Bronsgeest zijn onomstreden en staan niet ter discussie, zoals het contrast tussen strandwal, strandvlaktes en landgoed maar ook de bijdrage aan de bloemenbadplaats. De reclamant noemt verder nog het uitgangspunt van de provincie dat stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand Stads-

4. Binnen het plangebied is momenteel circa 32 hectare in gebruik als eersteklas bollengrond. Alhoewel het gebruik als bollenteelt met name in het voorjaar voor velen een fraai beeld oplevert, is er geen sprake van dat de beoogde locatie voor woningbouw tot een cultuurhistorisch, landschappelijk en/of ecologisch beschermd gebied behoort. De locatie waar woningbouw is voorzien heeft binnen het bestemmingsplan een omvang van

4. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

19

Reclamant

Inhoud zienswijze

en Dorpsgebied (BSD) dienen plaats te vinden. De reclamant stelt dat het bollenteeltgebied Bronsgeest buiten BSD is gelegen.

Reactie college burgemeester en wethouders

Gevolgen voor het ontwerp bestemmingsplan Bronsgeest 2021

circa 9 hectare. De zone tussen de N206 en de Nieuwe Vaart en een deel van de zone ten noordwesten van de Nieuwe Vaart hebben in het voorliggende bestemmingsplan een agrarische bollenteeltbestemming gekregen. Na realisatie van de woningbouw zal er nog circa 23 hectare eersteklas bollengrond resteren. Door de omvang en situering van de woningbouwlocatie zal er, komend vanuit oostelijke richting, nog steeds sprake zijn van een entree met zicht op eersteklas bollenteeltgronden. Door de beoogde locatie in het noordwesten van het plangebied als woongebied te bestemmen zal het resterende bollenteeltgebied voor bewoners en bezoekers van Noordwijk nog steeds te bezichtigen zijn. De gedeeltelijke herontwikkeling van Bronsgeest tot woongebied is gelet op de definities in de Omgevingsverordening Zuid-Holland en het Besluit ruimtelijke ordening aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling die buiten bestaand stads- en dorpsgebied wordt gerealiseerd. De omvang van het woongebied bedraagt circa 9 hectare waardoor er gebruik dient te worden gemaakt van een locatie die is opgenomen in het Programma Ruimte. Bronsgeest is in het Programma Ruimte expliciet benoemd als één van locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=25531306-d734-44d4-87e4-ba5717bbdfb1