CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE N. Voortoets stikstof

Gemeenteraadsvergadering 12 november 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Correctie Zeewaardig, fase 311.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ecologische voortoets stikstofdepositie Zeewaardig fase 3, Noordwijk

Rapport Ecologische voortoets stikstofdepositie

Locatie Kenmerk Datum Geactualiseerd

: : : :

Zeewaardig fase 3, Noordwijk A5880-03/BHO/rap2.0 8 juli 2024 30 oktober 2024

Auteur Tweede auteur Vrijgave

: : :

Mevr. B. van den Hoed MSc Mevr. ing. N.S. Koops Mevr. Ir. J. van Kolck

Contactpersoon Email Telefoon

: : :

Mevr. B. van den Hoed MSc bvdhoed@idds.nl 06 - 82366909

Opdrachtgever

:

Gemeente Noordwijk Mevr. S. Damhuis

© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

2/41

Inhoud 1.1 1.2 1.3

Inleiding ........................................................................................................................ 4 Aanleiding ...................................................................................................................... 4 Doel van het onderzoek ................................................................................................. 4 Leeswijzer ...................................................................................................................... 5

2.1 2.2 2.3

Relevante wet- en regelgeving ................................................................................... 6 Wet natuurbescherming ................................................................................................. 6 Wettelijk kader stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ........................................... 7 Porthos uitspraak ........................................................................................................... 8

3.1 3.2 3.3

Project en stikstofdepositie ........................................................................................ 9 Project ............................................................................................................................ 9 Uitgangspunten en resultaten stikstofberekeningen ...................................................... 9 Scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie ............................................... 12

4.1

Ecologische effecten van eenmalige en geringe depositietoenames .................. 13 Effecten van geringe en tijdelijke stikstofdeposities .................................................... 13

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

Effectbeoordeling Kennemerland-Zuid ................................................................... 15 Kennemerland-Zuid ..................................................................................................... 15 H2120 Witte duinen ..................................................................................................... 16 H2130A Grijze duinen (kalkrijk) ................................................................................... 18 H2130B Grijze duinen (kalkarm) .................................................................................. 21 H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos........................................................... 23 H2180C Duinbossen (binnenduinrand) ....................................................................... 26 H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) ...................................................................... 30 Cumulatieve effecten ................................................................................................... 31

6.1 6.2 6.3

Effectbeoordeling Coepelduynen............................................................................. 33 Coepelduynen .............................................................................................................. 33 H2130A Grijze duinen (kalkrijk) ................................................................................... 34 Cumulatieve effecten ................................................................................................... 37 Conclusie .................................................................................................................... 39 Gebruikte literatuur .................................................................................................... 40 Bijlagen ....................................................................................................................... 41

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

3/41

Inleiding 1.1

Aanleiding

De gemeente Noordwijk is voornemens om aan de Olieburg/Parallel Boulevard te Noordwijk appartementen en een plint met commerciële functies te realiseren. In totaal worden 83 appartementen gerealiseerd en maximaal 1.290 m2 BVO aan commerciële functies. Het plangebied ligt in de nabijheid van de stikstofgevoelig Natura 2000-gebieden ‘KennemerlandZuid’ en ‘Coepelduynen’. Tijdens de aanlegfase in 2025 en 2026 vindt een tijdelijke verhoging plaats van stikstofemissies. Deze emissies zorgen voor een tijdelijke verhoging van de stikstofdepositie in de Natura 2000gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen, zoals berekend in de stikstofrapportage met projectnummer ‘P04437’ van ‘Bro’, dit rapport is opgenomen als bijlage. Naar aanleiding van de recente Porthos uitspraak (ECLI:NL:RVS:2023:3129) is voor het aspect stikstof onderliggende ecologische voortoets opgesteld. In onderliggend rapport wordt dieper ingegaan op de berekende stikstofdepositie en wordt met behulp van objectieve gegevens onderzocht of de tijdelijke stikstofdepositie mogelijk significante gevolgen veroorzaakt op de Natura 2000gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. 1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van een ecologische voortoets stikstofdepositie is om vast te stellen of de stikstofemissies en hieruit volgende depositie de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden aantast, gelet op de betrokken habitattypen en leefgebied waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Wanneer vaststaat dat de toename niet leidt tot een effect waarbij significante verslechtering plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie waarin de habitattypen en leefgebied zich bevinden, en het realiseren van de instandhoudingsdoelen (IHD) voor deze habitattypen en leefgebied niet belemmert, kan uitgesloten worden dat de depositietoename de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden aantast. Met behulp van de meest recente versie van de AERIUS Calculator versie 2024 is de depositietoename op Natura 2000-gebieden berekend. AERIUS Calculator berekent op basis van de ligging van het project, de emissiebronnen die worden ingezet en eventuele emissiebeperkende maatregelen het projecteffect. De resultaten van de stikstofberekening bepalen welke Natura 2000-gebieden, habitattypen en leefgebieden betrokken moeten worden bij de ecologische voortoets stikstofdepositie.

Hieruit is naar voren gekomen dat door de werkzaamheden in twee Natura 2000-gebieden een tijdelijke toename van de stikstofdepositie plaatsvindt welke hoger is dan de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jaar, dit betreffen Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. In deze ecologische voortoets stikstofdepositie komen de volgende aspecten aan bod: • • • •

Een beschrijving van het voorkomen en de kwaliteit van de habitattypen in Kennemerland-Zuid, die beïnvloed worden door de toename van de stikstofdepositie. Een beschrijving van het voorkomen en de kwaliteit van de habitattypen in Coepelduynen, die beïnvloed worden door de toename van de stikstofdepositie. Een algemene beschouwing over ecologische gevolgen naar aanleiding van eenmalige en geringe toenames van stikstof in al met stikstof overbelaste ecosystemen. Een gebiedsspecifieke beschrijving van de ecologische gevolgen in de gebieden waar met behulp van de AERIUS Calculator stikstofdepositie is berekend als gevolg van het

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

4/41

• • • •

1.3

planvoornemen. Een beoordeling of deze effecten kunnen leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Een beoordeling of deze effecten kunnen leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Coepelduynen. Beoordeling of eventuele significante cumulatieve effecten optreden met andere projecten. Of op basis van bovenstaande een passende beoordeling en vergunning voor een Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet (Ow) nodig is. Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 zijn de juridische kaders van de Wet natuurbescherming en de recente jurisprudentie beschreven. In Hoofdstuk 3 is het planvoornemen beschreven en zijn de resultaten van de AERIUS Calculator versie 2024 opgenomen. De resultaten van deze berekening bepalen de scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie. In Hoofdstuk 4 zijn de ecologische gevolgen van de eenmalige en geringe toename van stikstof beschouwd. De gebied specifieke beoordeling van de ecologische gevolgen zijn besproken in Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6. In Hoofdstuk 7 zijn de conclusies weergegeven. Dit document sluit af met de een overzicht van geraadpleegde bronnen (Hoofdstuk 8). In de Bijlagen zijn de reeds uitgevoerde stikstofberekening met projectnummer ‘P04437’ en de rekenresultaten van de AERIUS-calculator met kenmerk ‘RkHzqd9jkM9B’ (rekenjaar 2025) en ‘Rn7oVFAGWg6C’ (rekenjaar 2026) opgenomen.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

5/41

Relevante wet- en regelgeving In dit hoofdstuk wordt het wettelijk kader omtrent stikstofdepositie, dat van toepassing is op Natura 2000-gebieden, behandeld. 2.1

Wet natuurbescherming

Algemeen De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en bevat de regels rondom bescherming van soorten en natuurgebieden. De wet geeft uitvoering aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor het aspect stikstof is de wetgeving rondom natuurgebieden relevant. De Wnb regelt de bescherming van natuurgebieden (Natura 2000) voor plannen en projecten. Voor projecten geldt onder de Wnb een vergunningplicht (art. 2.7 en 2.8) indien significante gevolgen optreden. Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/aangemeld als speciale beschermingszone. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die zorg moeten dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’.

Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, leefgebieden, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. Gedeputeerde staten zijn verplicht zorg te dragen voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen voor de in de provincie gelegen Natura 2000-gebieden en moeten – als daar aanleiding toe bestaat – passende maatregelen nemen om verslechtering van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te voorkomen. Daarnaast omvat de wet een beoordelingsplicht voor plannen en projecten die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht. Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2).

Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (in een voortoets) deze significante gevolgen niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, is een vergunning nodig. De vergunning kan worden verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

6/41

2.2

Wettelijk kader stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden

Sinds de invoering en toepassing van de Wnb en de artikelen 2.7 en 2.8, waarin de toestemmingsverlening voor plannen en projecten met mogelijk significante gevolgen is geregeld, is door middel van het ontstaan van jurisprudentie steeds duidelijker geworden wat de eisen en uitgangspunten zijn die worden gesteld aan een (stikstof gerelateerde) ecologische voortoets Zoals hierboven reeds benoemd, is het doel van een ecologische voortoets stikstofdepositie om vast te stellen of kan worden uitgesloten dat de door het project veroorzaakte toename van de stikstofdepositie de natuurlijke kenmerken van Kennemerland-Zuid en Coepelduynen en de betrokken habitattypen en leefgebieden waarvoor deze Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, aantast. Wanneer vaststaat dat de toename niet leidt tot een effect waarbij significante verslechtering plaatsvindt van de verspreiding en kwaliteit van habitattypen en leefgebieden, ten opzichte van de huidige situatie waarin deze zich bevinden, kan worden uitgesloten dat de depositietoename de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000gebieden aantast. De effecten van projecten moeten gebied specifiek worden beschreven en beoordeeld. De beoordeling wordt gebaseerd op de lokale en specifieke omstandigheden binnen het Natura 2000-gebied.

Dit houdt in dat het niet is vereist dat de habitats en leefgebieden die mogelijk gevolgen ondervinden van het project zich in een goede staat van instandhouding moeten bevinden. In de ecologische voortoets stikstofdepositie hoeft enkel beoordeeld te worden of geen significante gevolgen optreden als gevolg van het project, waarbij de significantie van de effecten moet worden beoordeeld ten opzichte van de staat van instandhouding van het gebied op het moment dat de effecten van het project in werking treden. Voor de habitattypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen zijn kritische depositiewaarden (KDW) vastgesteld. Specifiek voor habitattypen in Nederland zijn ze vastgesteld in Warmelink et al. (2023). De KDW’s zijn met een nauwkeurigheid van 1 kg N/ha/jaar vastgesteld, dit komt overeen met circa 71 mol/ha/jaar. Om te zorgen dat de grenswaarde waaronder effecten uitgesloten kunnen worden, moet naar beide zijden van de KDW een bandbreedte van 71 mol/ha/jaar worden aangehouden (Arcadis, 2024). Daarnaast zijn beheerplannen opgesteld voor de Natura 2000-gebieden, welke mede gebaseerd zijn op de PAS-gebiedsanalyses. In de beheerplannen zijn maatregelen opgenomen, waaronder stikstofgerelateerde PAS herstelmaatregelen.

Momenteel worden natuurdoelanalyses opgesteld om te beoordelen of de huidige maatregelen voldoende zijn om verslechtering te voorkomen en/of de uitbreidings- en verbeterdoelen te behalen. Als niet zeker is dat de huidige maatregelen voldoende zijn, moeten aanvullende maatregelen worden uitgevoerd. Kritische depositiewaarde De KDW wordt gedefinieerd als ‘de hoeveelheid depositie die een intact ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder dat significante schade optreedt aan de structuur of het functioneren van dat systeem’1. Van de 51 aanwezige habitattypen in Nederland, zijn 45 typen gevoelig voor een te hoge aanvoer van stikstof. De KDW van de 45 habitattypen varieert van 400 tot 2.400 mol/ha/jr. Wanneer de KDW wordt overtreden bestaat de kans dat het ecosysteem wordt aangetast, echter staat niet vast dat aantasting van de kwaliteit van het habitattype plaatsvindt. De KDW geeft enkel de grens aan waarboven significante aantasting niet uitgesloten is. In de uitspraak van de ABRvS inzake het PAS (ECLI:NL:RVS:2019:1603) is 1 https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=28367

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

7/41

aangegeven: “Anders dan de Werkgroep ziet de Afdeling in het arrest geen aanknopingspunt dat de kritische depositiewaarde als een absolute grenswaarde zou gelden voor het bepalen van de gunstige staat van instandhouding van stikstofgevoelige habitattypen. De mate en duur van de overschrijding van de kritische depositiewaarde zijn naar het oordeel van de Afdeling wel belangrijke indicatoren voor de beoordeling of de daling van de depositie door de PASbronmaatregelen en de effecten van de herstelmaatregelen in de gebieden al dan niet nodig zijn voor het behoud en het voorkomen van verslechtering van de stikstofgevoelige natuurwaarden.

Zo zal voor een gebied waar sprake is van een ongunstige staat van instandhouding en een forse, nog jarenlang voortdurende overschrijding van de kritische depositiewaarde, eerder sprake zijn van maatregelen die nodig zijn voor het behoud of voorkomen van verslechtering, dan voor een gebied waar zeker is dat, bijvoorbeeld door de autonome ontwikkeling, de stikstofbelasting zodanig zal afnemen dat overschrijding binnen een afzienbare termijn de kritische depositiewaarde nadert.” Autonome ontwikkelingen, zoals een eventuele dalende trend in de achtergronddepositie, mogen eveneens betrokken worden bij het bepalen van de staat van instandhouding van het gebied, maar niet meegewogen worden bij de beoordeling van de significantie van het effect van de project gerelateerde depositieverhoging. Vaste beheermaatregelen en al uitgevoerde herstelmaatregelen (juridisch aangeduid als instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen) mogen eveneens in de ecologische voortoets stikstofdepositie betrokken worden voor zover deze van invloed zijn (geweest) op de huidige staat van instandhouding van het gebied. Ze mogen echter niet gebruikt worden om het effect van een project te mitigeren, om daarmee significante gevolgen te voorkomen.

In onderliggende ecologische voortoets stikstofdepositie wordt hierom enkel ingegaan op de habitattypen en leefgebieden waar de KDW (bijna) overschreden wordt en waar het project stikstofdepositie veroorzaakt. 2.3

Porthos uitspraak

Op 16 augustus 2023 is door de Raad van State uitspraak gedaan in de Porthos zaak (ECLI:NL:RVS:2023:3129). Deze uitspraak gaat in op de gevolgen van stikstofdepositie indien de KDW wordt overschreden op een habitattype. In de uitspraak is geconcludeerd dat het niet vaststaat dat bij overschrijding van de KDW significante gevolgen kunnen optreden. Per plan of project moet worden beschouwd of dit significante gevolgen kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied op basis van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het Natura 2000-gebied. Dit is reeds in eerdere uitspraken ook aan bod gekomen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1110, 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1214, en 26 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3093). Indien op basis van objectieve gegevens met zekerheid wordt uitgesloten dat de stikstofdepositie, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten, significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden kan worden volstaan met een ecologische voortoets stikstofdepositie. Indien niet op basis van objectieve gegevens met zekerheid wordt uitgesloten dat de stikstofdepositie geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden is een passende beoordeling vereist.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

8/41

Project en stikstofdepositie 3.1

Project

De gemeente Noordwijk is voornemens in de gemeente Noordwijk een onbebouwd plein te bebouwen. Dit betreft het plein aan de Olieburg/Parallel Boulevard te Noordwijk. Dit gebied staat ook bekend als ‘Gat van Palace’. Het planvoornemen betreft een appartementencomplex met 83 appartementen en maximaal 1.290 m2 BVO commerciële functies in de plint. De aanlegfase duurt circa 2 jaar en vindt plaats in 2025 en 2026. Hierna wordt het pand in gebruik genomen. In Figuur 1 is de locatie van het project in de nabijheid van de Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 1: Locatie van het project nabij aangelegen natuurgebied, de Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen.

3.2

Uitgangspunten en resultaten stikstofberekeningen

Uitgangspunten De aanlegfase en de gebruiksfase van het project is doorgerekend met behulp van de AERIUS Calculator 2024. De uitdraai van de berekening is opgenomen als bijlage. De werkzaamheden hebben een doorlooptijd van circa twee jaar. Wegens de geplande start in januari 2025 is de berekening uitgevoerd in het rekenjaar 2025 en 2026. In de aanlegfase vindt een toename plaats van de stikstofdepositie. In 2025 vindt een stikstoftoename plaats op 28,31 ha van het Natura 2000-gebied. In 2026 betreft dit 19,99 ha. Aangezien in 2025 een groter oppervlak wordt belast met een stikstoftoename wordt dit jaar als maatgevend jaar gezien. In onderstaand rapport is gekeken naar de effecten van deze toename.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

9/41

In de gebruiksfase is geen sprake van een toename van stikstofdepositie. Het pand wordt gasloos opgeleverd. De volledige stikstofberekening – rapportage met uitgangspunten en AERIUS uitdraai – is opgenomen als bijlage bij deze ecologische voortoets stikstofdepositie. Resultaten stikstofberekening aanlegfase De aanlegfase zorgt voor een tijdelijke uitstoot van stikstof. Hierbij vindt stikstofdepositie plaats in de Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. De maximale depositietoename betreft maximaal 0,01 mol N/ha/jr in het Natura 2000-gebied KennemerlandZuid en betreft maximaal 0,01 mol N/ha/jr in Natura 2000-gebied Coepelduynen. Kennemerland-Zuid Binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ontstaat een tijdelijke toename van stikstofdepositie op zeven habitattypen. De berekende depositietoename per habitattype zijn in Tabel 1 weergegeven. In deze tabel is ook de oppervlakte van het habitattype waarop de depositietoename plaatsvindt, de KDW en de mate van de overschrijding van de KDW weergegeven. Het gekarteerde oppervlak, zoals opgenomen in onderstaande tabel is overgenomen uit de AERIUS Calculator. Het oppervlak met toename komt voort uit de AERIUS berekening, waarbij het percentage is berekend door het oppervlak met toename af te zetten tegen het gekarteerde oppervlak.

Tabel 1: Overzicht van de berekende maximale depositietoename in Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid als gevolg van het plan. De KDW en de mate van overschrijding van de KDW. De rood gemarkeerde cellen geven de habitattypen en zoekgebieden waar de KDW wordt overschreden weer. (Bron: AERIUS-monitor, versie 2023; AERIUS_Calculator, versie 2024).

Habitattype

Gekarteerde oppervlakte in ha

Toename van de depositie in mol N/ha

Oppervlakte met toename (% van totale oppervlakte)

KDW (mol N/ha/jr)

Mate van overschrijding KDW in % areaal 2021

2030

H2120 Witte duinen

158,9

0,01

1,30 (0,82%)

1.429

1

1

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

1.569,6

0,01

10,41 (0,66%)

1.071

12

7

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

817,7

0,01

0,01 (0,001%)

929

49

31

H2160 Duindoornstruwelen

1.587,1

0,01

7,61 (0,48%)

2.000

0

0

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

481,4

0,01

1,72 (0,36%)

1.071

75

66

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

419,5

0,01

7,08 (1,69%)

1.786

4

1

H2190B vochtige duinvalleien (kalkrijk)

86,3

0,01

0,05 (0,058%)

1.429

1

1

Coepelduynen Binnen het Natura 2000-gebied Coepelduynen ontstaat een tijdelijke toename van stikstofdepositie op drie habitattypen in het jaar 2025. In 2026 vindt geen stikstofdepositie meer plaats op dit Natura 2000-gebied. De berekende depositietoename per habitattype zijn in Tabel 2 weergegeven. In deze tabel is ook de oppervlakte van het habitattype waarop de depositietoename plaatsvindt, de KDW en de mate van de overschrijding van de KDW weergegeven. Het gekarteerde oppervlak, zoals opgenomen in onderstaande tabel is overgenomen uit de AERIUS Calculator. Het oppervlak met toename komt voort uit de AERIUS

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

10/41

berekening, waarbij het percentage is berekend door het oppervlak met toename af te zetten tegen het gekarteerde oppervlak. Tabel 2: Overzicht van de berekende maximale depositietoename in Natura 2000-gebied Coepelduynen als gevolg van het plan. De KDW en de mate van overschrijding van de KDW. De rood gemarkeerde cellen geven de habitattypen en zoekgebieden waar de KDW wordt overschreden weer. (Bron: AERIUS-monitor, versie 2023; AERIUS_Calculator, versie 2024).

Habitattype

Gekarteerde oppervlakte in ha

Toename van de depositie in mol N/ha

Oppervlakte met toename (% van totale oppervlakte)

KDW (mol N/ha/jr)

Mate van overschrijding KDW in % areaal 2021

2030

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

112,0

0,01

0,11 (0,09%)

1.071

19

9

H2160 Duindoornstruwelen

11,1

0,01

0,00 (0%)

2.000

0

0

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

6,6

0,01

0,03 (0,45%)

1.786

0

0

Stikstofdepositie kaart

Figuur 2: De stikstofdepositie afkomstig van het project op de Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. Ten zuiden van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en ten noorden van Coepelduynen is het plangebied te zien met de emissiebronnen. Aangegeven is het hexagoon dat de hoogste depositie van het project ondervindt en het hexagoon welke de hoogste stikstof depositie in totaal heeft (Bron: AERIUS Calculator 2024).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

11/41

Figuur 2 geeft de stikstof depositie weer, afkomstig van het project, op de Natura 2000gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. In dit figuur is ook het plangebied weergegeven ten opzichte van de Natura 2000-gebieden alsmede de hoogste stikstofdepositie toename en de hoogste totale stikstofdepositie. 3.3

Scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie

In de ecologische voortoets stikstofdepositie wordt de significantie van de gevolgen van een eenmalige en geringe stikstof toename beoordeeld. Hierbij gaat het enkel om de habitattypen waarvan de KDW wordt overschreden en waar de voorgenomen werkzaamheden leiden tot een stikstofdepositie. Voor onderliggend planvoornemen vindt stikstofdepositie plaats in de Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. De habitattypen waar de KDW wordt overschreden en stikstofdepositie plaatsvindt vanuit het project zijn de volgende: Kennemerland-Zuid: o H2120 Witte duinen; o H2130A Grijze duinen (kalkrijk); o H2130B Grijze duinen (kalkarm); o H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos; o H2180C Duinbossen (binnenduinrand); en o H2190B vochtige duinvalleien (kalkrijk). Coepelduynen: o H2130A Grijze duinen (kalkrijk).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

12/41

Ecologische effecten van eenmalige en geringe depositietoenames Voor onderliggend planvoornemen is een toename berekend van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. Het betreft een geringe en enkel tijdelijke toename tijdens de aanlegfase. In dit hoofdstuk is een beoordeling uitgevoerd met betrekking tot de doorwerking van de eenmalige en geringe depositieverhoging op de totale depositieontwikkeling en de staat van instandhouding van de habitattypen in de Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. De beoordeling plaatst een perspectief bij de beoordeling per habitattype binnen de Natura 2000-gebieden die in Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 is uitgevoerd. 4.1

Effecten van geringe en tijdelijke stikstofdeposities

Stikstof is een belangrijke sturende factor die de opbouw en werking van ecosystemen bepaalt. De mate van beschikbaarheid van onder andere stikstof bepaald welke dieren en planten in een gebied voorkomen. Bij een lage beschikbaarheid van stikstof zijn andere soorten in het gebied te vinden dan bij een hoge beschikbaarheid. De soortenrijkdom en de kwaliteit van habitats is mede afhankelijk van de stikstofbeschikbaarheid. In veel natuurgebieden is momenteel een overschot aan stikstof aanwezig. Hiermee krijgen snelgroeiende planten, zoals bramen en brandnetels, de overhand en verdwijnen soorten die zich hebben aangepast aan een lage stikstofbeschikbaarheid. Daarnaast zorgt een toename van stikstof in een gebied ook voor een verzurende werking. Naast deze drukfactoren spelen ook andere factoren een rol voor het bepalen van de kwaliteit van natuurgebieden, bijvoorbeeld verdroging, verstoring en verontreiniging. Deze verschillende factoren en de versterkende werking die ze op elkaar hebben, zorgen voor een sterke afname van de biodiversiteit en de kwaliteit van natuurgebieden, waardoor het behalen van de IHD voor de Natura 2000-gebieden onder druk staat.

Om uitspraken te kunnen doen over de effecten van een geringe en eenmalige stikstof depositie toename door een project, wordt de toename afgezet tegen de actuele achtergronddeposities en de autonome trend van stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden. De achtergronddepositie van stikstof varieerde in Nederland in 2021 tussen grofweg 500 – 3.500 mol N/ha. Een geringe en tijdelijke toename valt hierin weg. Een geringe en tijdelijke toename betreft een toename die maximaal één jaar duurt en gedurende langere tijd (5 tot 10 jaar) niet op dezelfde plaats opnieuw plaats vindt. De richtlijn voor een geringe toename is maximaal 1 mol/ha (Arcadis, 2024). Voor een planvoornemen dat een hogere tijdelijke depositie kent, is echter niet uitgesloten dat significante gevolgen optreden. Het is niet toegestaan om een getalsmatige ondergrens te hanteren waarbij significante gevolgen zijn uitgesloten, echter kunnen wel de KDWs gebruikt worden als grens. Als de totale depositie lager is dan de KDW en de KDW niet wordt overschreden door het project (in cumulatie met andere plannen en projecten) zijn significante effecten op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De KDW is namelijk een wetenschappelijk onderbouwde grens (Warmelink, et al., 2023). Aanvullend duidt een overschrijding van de KDW niet automatisch op aantasting van de natuurwaarden.

De KDW is enkel een grens waaronder geen significante effecten optreden. In de Handreiking kleine en tijdelijke stikstofdeposities (Arcadis, 2024) zijn zes bouwstenen

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

13/41

opgenomen die een perspectief geven aan de gevolgen van kleine en tijdelijke stikstofdeposities. Het betreft de volgende zes bouwstenen: 1. Kleine en tijdelijke deposities leiden nooit tot directe schade aan planten; 2. Niet alle stikstof komt altijd ter beschikking aan de vegetatie; 3. Kleine en tijdelijke deposities leiden niet tot meetbare veranderingen in de groeisnelheid en vegetatiesamenstelling; 4. Kleine en tijdelijke deposities vormen een verwaarloosbare bijdrage aan de totale depositie; 5. Kleine en tijdelijke deposities zijn verwaarloosbaar ten opzichte van bestaande aanvoer en afvoer van stikstof uit ecosystemen; en 6. Effecten van kleine en tijdelijke deposities zijn uitgesloten op grond van ecologische systeemanalyse. De bouwstenen 1, 3 en 4 zijn goed inzetbaar bij tijdelijke deposities onder de 1 mol N/ha, onafhankelijk van het habitattype of leefgebied. De bouwstenen 2, 5 en 6 hebben een meer specifieke onderbouwing nodig per habitattype en leefgebied en is afhankelijk van de achtergrond depositie op locatie en de kwaliteit van het habitattype/leefgebied. In alle gevallen dient echter een kritische beoordeling uitgevoerd te worden welke bouwstenen van toepassing zijn en of met behulp van aanvullende gebiedsinformatie inderdaad geen significant negatieve effecten optreden.

Projecteffect Op basis van het bovenstaande en de hoofdstukken 5 en 6, kan voor dit project de volgende conclusie worden getrokken. Door de tijdelijke en zeer lage toename in de stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha in een periode van 24 maanden, leidt het planvoornemen niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden, gelet op de betrokken habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden is aangewezen. Hierbij wordt aangehaakt op bouwstenen 1, 3 en 4. De tijdelijke toename leidt niet tot een effect waarbij significante verslechtering plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie waarin de habitattypen zich bevinden, en het realiseren van de IHD voor deze habitattypen wordt niet belemmert. Het kan worden uitgesloten dat de depositietoename de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden aantast. De onderbouwingen op basis van aanvullende gebiedsinformatie zijn te vinden in hoofdstuk 5 en 6. Desondanks deze conclusie wordt, voor de compleetheid, in de volgende hoofdstukken voor de Natura 2000-gebieden de stikstofdepositie per habitattype behandeld.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

14/41

Effectbeoordeling Kennemerland-Zuid In dit hoofdstuk is per habitattype, waar de KDW wordt overschreden, uitgewerkt wat de effecten kunnen zijn van de depositieverhoging als gevolg van de aanlegfase van het planvoornemen. Per habitattype wordt in de beoordeling uitgegaan van de meest actuele inzichten betreffende de staat van instandhouding van de habitattypen zoals beschreven in de habitattype profielen (Natura2000.nl), het beheerplan van Kennemerland-Zuid (Noord-Holland, 2017) en de natuurdoelanalyse van Kennemerland-Zuid opgesteld door de Provincie ZuidHolland (Provincie Zuid-Holland, 2022). Per habitattype zijn de volgende punten beoordeeld en in kaart gebracht: • Een korte beschrijving van het habitattype gespecificeerd op kenmerken die gerelateerd kunnen zijn aan stikstof; • De hoogte van de tijdelijke stikstofdepositie toename en het areaal waarop de depositie plaatsvindt; • De huidige mate van overschrijding van de KDW; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename op de trend in de achtergronddepositie; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor de kwaliteit van de vegetaties als gevolg van eventuele vermestings- en verzuringseffecten; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor het voorkomen van typische soorten; en • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor kenmerken van goede structuur en functie. 5.1

Kennemerland-Zuid

Het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid is een uitgestrekt duingebied tussen Noordwijk en IJmuiden. Het Natura 2000-gebied heeft een oppervlakte van 8.171 ha. Het is een reliëfrijk en landschappelijk afwisselend gebied en bestaat grotendeels uit kalkrijke duinen. KennemerlandZuid is het enige gebied langs de Hollandse vastelandsduinen waar een jonge strandvlakte met embryonale duinen en een uitgestrekte oppervlakte met kalkrijke duinvalleien aanwezig is. (natura2000.nl). In het open duinlandschap kan een toename van stikstofdepositie leiden tot een versnelde vastlegging van het open zand door vergrassing en verstruweling (successie). Daarnaast kan ook het proces van ontkalking worden versneld. Hieronder wordt per habitattype dieper ingegaan op de mogelijke effecten van stikstofdepositie op de verschillende habitattypes. Achtergronddepositie Het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ondervindt stikstofdepositie van zowel het project als andere bronnen. De achtergronddepositie is de stikstofdepositie welke niet afkomstig is van dit project. Figuur 3 laat de achtergronddepositie zien op de gehele oppervlakte van Kennemerland-Zuid.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

15/41

Figuur 3: De achtergronddepositie op Kennemerland-Zuid ten noorden van het plangebied in N mol/ha/jr. Te zien is het plangebied aangeven als een zwarte contour gelabeld met “4 bronnen”, ten zuiden van Kennemerland-Zuid (Bron: AERIUS Calculator 2024).

5.2

H2120 Witte duinen

In Kennemerland-Zuid is circa 160 ha witte duinen aanwezig, Figuur 4. Uit de natuurdoelanalyse komt naar voren dat voor het aspect vegetatie de kwaliteit goed is. Voor het aspect typische soorten is de kwaliteit matig en voor de aspecten biotiek en overige kenmerken van structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype witte duinen betreft door Helm (Ammophila arenaria), Noordse helm (x Calammophila baltica) of Duinzwenkgras (Festuca arenaria) gedomineerde delen van de buitenduinen. De naam 'witte duinen' slaat op de kleur van het zand: omdat er nog geen bodemontwikkeling heeft plaatsgevonden, is de kleur nog wit in plaats van grijs (als in H2130). Witte duinen met helmbegroeiingen ontstaan van nature daar waar embryonale duinen (H2110) zo ver aanstuiven dat de plantengroei buiten het bereik van zout grondwater en overstromend zeewater komt. Dit proces vindt plaats in de zeereep (de duinenrij die aan het strand grenst), Ook al overstromen ze niet, de invloed van zeewater is nog steeds groot door de inwaai van fijne zoutdruppeltjes, ontstaan bij de verneveling van opspattend golfwater (‘salt spray’). Witte duinen kunnen echter ook ontstaan door uitstuiving of overstuiving van eerder vastgelegde grijze duinen of door opstuiving van door mensen aangelegde windbarrières (rijshout en helmaanplanten) (natura2000.nl).

Knelpunten die (mogelijk) gerelateerd zijn aan stikstof zijn verstruweling met duindoorn en versnelde groei van grassen (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

16/41

Figuur 4: Verspreiding van het habitattype H2120 witte duinen in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 3: IHD voor habitattype H2120 witte duinen. Habitattype

H2120 Witte duinen

Instandhoudingsdoelstellingen Oppervlakte

Kwaliteit

Uitbreiding oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype niet overschreden, Figuur 5.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

17/41

Figuur 5: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2120 witte duinen niet overschreden (Bron: AERIUS-monitor, 2023).

Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op een zeer klein areaal, 1,30 ha (0,82%), van het habitattype H2120 witte duinen van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. De KDW wordt rondom het plangebied daarbij niet overschreden. Het habitattype kan de eenmalige en zeer lage depositie verwerken. Doordat de depositie eenmalig en zeer laag is heeft dit geen invloed op de huidige ingezette trend van de stikstofdepositie of permanente invloed op het habitattype en de IHD voor verbetering van het oppervlak en het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype. Het project heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype en leidt niet tot verdere verstruweling met duindoorn en versnelde groei van grassen. 5.3

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

In Kennemerland-Zuid is circa 1.570 hectare kalkrijke grijze duinen aanwezig, Figuur 6. De kwaliteit van het kalkrijke grijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspecten: vegetatie en typische soorten. Voor de aspecten, abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype grijze duinen betreft de min of meer droge graslanden van het duingebied. Het betreft een soortenrijke begroeiing met voornamelijk laagblijvende grassen, kruiden en (korst)mossen. De dynamiek die op de locaties van de grijze duinen plaatsvindt veroorzaakt het ontstaan van gesloten begroeiingen, lichte overstuiving en hellingprocessen. Dit samen met natuurlijke begrazing van konijnen zorgt voor het in stand houden van het habitattype. Menselijke activiteiten zoals beweiding en grondwateronttrekking zijn waarschijnlijk medeoorzaak van de uitgestrektheid van deze graslanden in de duinen. Dit subtype komt voor op kalkrijk duinzand dat oppervlakkig nog weinig of niet is ontkalkt, dit resulteert in een relatief basische bodem (natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan stikstof is de vergrassing en verstruweling door de hoge stikstofdepositie (Provincie Zuid-

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

18/41

Holland, 2022).

Figuur 6: Verspreiding van het habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk) in het Natura 2000-gebied KennemerlandZuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 4: IHD voor habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk). Habitattype

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Uitbreiding oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype op veel locaties overschreden. Dit betreffen voornamelijk de hexagonen welke aan de rand van het Natura 2000-gebied liggen. Binnen 23 van de 45 hexagonen die door het planvoornemen een tijdelijke stikstoftoename kennen, vindt een overschrijding van de KDW plaats, Figuur 7.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

19/41

Figuur 7: Links: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2130A grijze duinen (kalkrijk) veelvuldig overschreden. De overschrijdingen betreffen enkel een lichte tot matige overbelasting (Bron: AERIUS-monitor, 2023). Rechts: De hexagonen waar door de tijdelijke werkzaamheden stikstofdepositie wordt veroorzaakt (Bron: AERIUSCalculator, 2024).

Op een oppervlakte van 10,41 ha van het habitattype binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit project. Van de 45 hexagonen waar depositie op neerkomt, wordt bij 23 hexagonen de KDW overschreden op de kalkrijke grijze duinen. De 23 hexagonen waar de KDW voor H2130A wordt overschreden bevatten 5,7 ha van de 10,41 ha aan oppervlak Figuur 7. Dit betreft 0,36% van het areaal van het habitattype binnen Kennemerland-Zuid. De maximale tijdelijke depositietoename binnen een hexagoon bedraagt 0,01 mol N/ha. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha (0,14 g N). De hexagonen waar de KDW wordt overschreden en het planvoornemen voor een tijdelijke toename in stikstofdepositie zorgt, beslaat 0,36% van het areaal binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de toename op een klein deel van het areaal is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere verzuring van de bodem.

Een groot aantal hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit het project en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW. De AERIUSCalculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit project, Figuur 3 en Figuur 7. De overschrijding van de KDW vond in 2021 op 12% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 7% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het project heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

20/41

wanneer het project is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op een zeer klein areaal van het habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk) van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype. Doordat de depositie eenmalig en zeer laag is heeft dit geen invloed op de huidige ingezette trend van de stikstofdepositie of permanente invloed op het habitattype en de IHD voor verbetering van het oppervlak en het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype. Het project heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD. 5.4

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

In Kennemerland-Zuid is circa 818 hectare kalkarme grijze duinen aanwezig, Figuur 8. De kwaliteit van het kalkarmegrijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op vegetatie en matig op typische soorten. Voor de aspecten, abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie ZuidHolland, 2022). Het habitattype grijze duinen betreft de min of meer droge graslanden van het duingebied. Het betreft een soortenrijke begroeiing met voornamelijk laagblijvende grassen, kruiden en (korst)mossen. De dynamiek die op de locaties van de grijze duinen plaatsvindt veroorzaakt het ontstaan van gesloten begroeiingen, lichte overstuiving en hellingprocessen. Dit samen met natuurlijke begrazing van konijnen zorgt voor het in stand houden van het habitattype. Menselijke activiteiten zoals beweiding en grondwateronttrekking zijn waarschijnlijk medeoorzaak van de uitgestrektheid van deze graslanden in de duinen. Dit subtype komt voor op kalkarme duingraslanden, waarvan de toplaag ontkalkt is. Vooral in dit subtype kunnen korstmossen een opvallende plaats innemen. (natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan stikstof is de vermesting en verstruweling door de hoge stikstofdepositie (Provincie ZuidHolland, 2022).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

21/41

Figuur 8: Verspreiding van het habitattype H2130 grijze duinen (kalkarm) in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron: AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 5: IHD voor habitattype H2130B Grijze duinen (kalkarm). Habitattype

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

Instandhoudingsdoelstellingen Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype niet overschreden.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

22/41

Figuur 9: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2130B grijze duinen (kalkarm) niet overschreden (Bron: AERIUS-monitor, 2023).

Op een oppervlakte van 0,01 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit project. Dit betreft 0,001% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. In de omgeving van het planvoornemen wordt op geen enkel hexagoon de KDW voor H2130B overschreden, Figuur 9. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op een zeer klein areaal (0,001%) van het habitattype H2130B grijze duinen (kalkarm) van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype. De KDW wordt rondom het plangebied daarbij niet overschreden. Het habitattype kan de eenmalige en zeer kleine depositie verwerken. Doordat de depositie eenmalig en zeer laag is heeft dit geen invloed op de huidige ingezette trend van de stikstofdepositie of permanente invloed op het habitattype en de IHD voor verbetering van het oppervlak en het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype. Het project heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD. 5.5

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

In Kennemerland-Zuid is circa 481 ha Duinbossen (droog), berken-eikenbos aanwezig, Figuur 10. De kwaliteit van het kalkrijke grijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspect vegetatie en overige kenmerken van goede structuur en functie. Voor het aspect typische soorten is de kwaliteit matig tot goed. Voor het aspect abiotiek is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype duinbossen betreft over het algemeen sterk door de mens beïnvloede (park)bossen die overwegend voorkomen op wat jongere, kalkhoudende bodems. Ze zijn vaak onderdeel van landgoederen die in de 18e eeuw aan de binnenduinrand werden aangelegd op afgegraven duingronden. Door vergraving zijn hier diepere, nog niet ontkalkte zanden weer aan de oppervlakte gekomen (Natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan stikstof is voornamelijk de verzuring en vermesting vanuit stikstofdepositie (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

23/41

Figuur 10: Verspreiding van het habitattype H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 6:IHD voor habitattype H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos. Habitattype

H2180A Duinbossen (droog), berkeneikenbos

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Behoud kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype op acht hexagonen overschreden, Figuur 11.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

24/41

Figuur 11: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos op acht hexagonen overschreden. De overschrijdingen betreffen hier een lichte tot matige overbelasting (Bron: AERIUSmonitor, 2023).

Op een oppervlakte van 1,72 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit project. Dit betreft 0,36% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De maximale tijdelijke depositietoename binnen een hexagoon bedraagt 0,01 mol N/ha. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha op 0,36% van het areaal binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere verzuring van de bodem. Een groot aantal hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit het project en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW. De AERIUSCalculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit project. Figuur 3 en Figuur 11.

De overschrijding van de KDW vond in 2021 op 75% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 66% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het project heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het project is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

25/41

Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. De tijdelijke stikstofdepositie toename is eenmalig en zeer laag en heeft daarmee geen permanente invloed op het habitattype en de IHD voor behoud van het oppervlak en behoud van de kwaliteit. Het project leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitattype en heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype 5.6

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

In Kennemerland-Zuid is circa 420 ha Duinbossen (binnenduinrand) aanwezig, Figuur 12. De kwaliteit van het kalkrijke grijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspecten: vegetatie en typische soorten. Voor de aspecten, abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype duinbossen betreft natuurlijke of half-natuurlijke loofbossen in de kustduinen, met sterk uiteenlopende kenmerken. Vaak is de zomereik (Quercus robur) de dominante boomsoort, maar met name in duinvalleien en in de meest landinwaarts gelegen gedeelten spelen (ook) andere boomsoorten een belangrijke rol. De tot dit subtype behorende bossen zijn over het algemeen sterk door de mens beïnvloede (park)bossen die overwegend voorkomen op wat jongere, kalkhoudende bodems. Ze zijn vaak onderdeel van landgoederen die in de 18e eeuw aan de binnenduinrand werden aangelegd op afgegraven duingronden. Door vergraving zijn hier diepere, nog niet ontkalkte zanden weer aan de oppervlakte gekomen (Natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan de stikstof, is de stikstofdepositie (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

26/41

Figuur 12: Verspreiding van het habitattype H2180C duinbossen (binnenduinrand) in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron: AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 7: IHD voor habitattype H2180C Duinbossen (binnenduinrand). Habitattype

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Behoud kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype nauwelijks overschreden. Op één hexagoon die geraakt wordt door het planvoornemen betreffende het habitattype wordt de KDW overschreden, Figuur 13.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

27/41

Figuur 13: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2180C duinbossen (binnenduinrand) op één hexagoon overschreden. De overschrijdingen betreft hier een matige overbelasting (Bron: AERIUS-monitor, 2023).

Op een oppervlakte van 7,08 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit project. Dit betreft 1,69% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Van de hexagonen waar door het planvoornemen tijdelijk stikstofdepositie neerkomt, wordt op één hexagoon de KDW voor H2180C overschreden, Figuur 14. Binnen dit hexagoon is 0,6 ha gekarteerd als H2180C duinbossen (binnenduinrand). Van de 7,08 ha H2180C waarop stikstofdepositie vanuit het project terechtkomt, ligt 0,6 ha waar de KDW wordt overschreden. Dit betreft 0,14% van het habitattype. Op genoemd hexagoon is de maximale stikstofdepositie 0,01 mol/ha/jr.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

28/41

Figuur 14: Het hexagoon waarop de KDW voor H2180C duinbossen (binnenduinrand) wordt overschreden. Binnen dit hexagoon is 0,6 ha gekarteerd als habitattype H2180C.

Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha op 0,14% van het areaal waar de KDW wordt overschreden binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere verzuring van de bodem. Eén hexagoon die een eenmalige stikstofdepositie kent uit het project en areaal bevat van het habitattype ondervindt een overschrijding van de KDW. De AERIUS-Calculator laat zien dat binnen dit hexagoon de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit project, Figuur 3 en Figuur 13. De overschrijding van de KDW vond in 2021 op 4% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 1% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het project heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het project is afgerond.

Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op H2180C Duinbossen (binnenduinrand) van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. De tijdelijke stikstofdepositie toename is eenmalig en zeer laag en heeft daarmee geen permanente invloed op het habitattype en de IHD voor behoud van het oppervlak en behoud van de kwaliteit. Het project leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitattype en heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie - Zeewaardig fase 3, Noordwijk – A5880-03/BHO/rap2.0

29/41

5.7

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

In Kennemerland-Zuid is circa 86 ha Duinbossen (binnenduinrand) aanwezig, Figuur 15. De kwaliteit van het kalkrijke vochtige duinvalleien duinlandschap is als matig te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspecten: vegetatie en typische soorten. Voor de aspecten, abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype Vochtige duinvalleien is veelomvattend: het betreft open water, vochtige graslanden, lage moerasvegetaties en rietlanden, alle voorzover voorkomend in (min of meer natuurlijke) laagten in de duinen. Buiten de duinen worden alleen de in het overige kustgebied voorkomende min of meer grazige vormen tot het habitattype gerekend. Mede door de grote ecologische variatie is het aantal kenmerkende soorten zeer groot. Dit subtype komt voor in geheel of vrijwel geheel verzoete primaire duinvalleien en in secundaire duinvalleien die zijn ontstaan door uitstuiving. Kenmerkend zijn vooral de natte omstandigheden, waarbij de standplaatsen in de winter onder water staan en in voorjaar droogvallen (natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan de stikstof, is verzuring en vermesting (Provincie Zuid-Holland, 2022).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=6981af18-f5df-404b-b3fd-c7eb8d0273ab