CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Gelijke Kansen Alliantie Rapportage jaar 2020

Gemeenteraadsvergadering 21 juni 2022, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Gelijke kansen voor kinderen OVERGEHEVELD NAAR AGENDAPUNT 6c.10.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapportage

2020 1

Voorwoord Beste lezer, In deze voortgangsrapportage vertellen wij u over de ontwikkelingen rondom de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) in de huidige crisis en sinds de vorige voortgangsrapportage uit 2019. Het werken aan gelijke kansen voor álle leerlingen en studenten in ons land was al geen geringe opgave. Maar door de coronacrisis en het tijdelijke thuisonderwijs is dit nog actueler geworden. We kunnen nu nog niet precies voorspellen wat de gevolgen van de crisis zijn, maar extra aandacht voor onze jongeren is op zijn plaats. Gelukkig was de GKA al vóór de intelligente lockdown een sterk netwerk van betrokken en gepassioneerde mensen. Hierdoor kon er de afgelopen maanden snel en effectief geschakeld worden met ouders, leraren, docenten, schoolleiders, gemeenteambtenaren en wethouders uit het hele land. Zo heeft het werk van de GKA er hopelijk aan bijgedragen dat er minder kansen verloren zijn gegaan. In 2020 zijn er, zoals toegezegd in een eerdere Kamerbrief, met 20 extra gemeenten meerjarige afspraken gemaakt om kansengelijkheid te vergroten. Hiermee zijn er in totaal 50 gemeenten aangesloten bij de GKA. Ook zijn er nieuwe, landelijke communities van schoolleiders en leraren opgezet. Met kennis, onderzoek, financiële middelen en communicatie, dragen we via de GKA bij aan wat er in alle deelnemende gemeenten nodig is. Want zoals u weet: dat kan lokaal sterk verschillen.

Op deze manier kunnen de mensen die het meest in contact komen met de jongeren uit hún stad, wijk of klas, het verschil maken en helpen kansen te vergroten. U weet het vast nog van toen u zelf opgroeide: kansen ontdek je thuis, op school, en daarbuiten. Werken aan kansengelijkheid is dus iets wat samen moet gebeuren. Met inspanningen van ouders, leerkrachten, schoolleiders en iedereen die met kinderen en jongeren werkt. Wij bedanken daarom alle partners uit de GKA en kijken uit naar de resultaten die zij gezamenlijk ook komend jaar weer zullen boeken. Wij wensen u veel nieuwe kennis, inzichten en inspiratie toe bij het lezen van deze rapportage. Ingrid van Engelshoven Arie Slob

3

Inhoud

4

6

Hoofdstuk 1 Kansengelijkheid en het onderwijs

14

Hoofdstuk 2 De GKA

16

Lijn 1 Gemeenten

33

Lijn 2 Communities

52

Lijn 3 Experimenten

63

Hoofdstuk 3 Inzichten en vooruitblik

5

01 Kansengelijkheid en het onderwijs

In de jaren daarna (2016/2017, 2017/2018, 2018/2019) concludeerde de inspectie jaarlijks dat de groei van de kansenongelijkheid in algemene zin afvlakt maar er sterke verschillen tussen scholen bestaan, de ongelijkheid op sommige punten sterk groeit of zich anders ontwikkelt dan verwacht. Hoewel de kloof niet groeit, blijft de opdracht onverminderd groot, zeker gelet op de ontwikkelingen in onze maatschappij en COVID-19.

Onderwijs is de motor voor persoonlijke groei en kansengelijkheid. Maar onderwijs kan het niet alleen. Als ongelijkheid ver voor de schoolpoort begint, kan zij niet daarbinnen worden opgelost. In het streven naar maximale talentontwikkeling is de verbinding tussen thuis, school en omgeving daarom onmisbaar.

Niet alle kinderen groeien op in een omgeving die hun ontwikkeling optimaal ondersteunt. Capaciteiten komen meer of minder tot ontplooiing, afhankelijk van de mate waarin het onderwijs aansluit op de basis van waaruit een kind vertrekt. Daarmee gaat in Nederland talent verloren. Niet wie je bent maar waar je vandaan komt, is bepalend voor hoe ver je kunt komen.

Omgeving

6

7

School

De kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs neemt toe, concludeerde de Inspectie van het Onderwijs in De Staat van het Onderwijs 2015/2016. Leerlingen met lager opgeleide ouders halen, ondanks gelijke cognitieve capaciteiten, op een lager niveau een diploma dan hun leeftijdsgenoten met hoger opgeleide ouders. Deze ongelijkheid werkt door in hun gehele onderwijscarrière, op ieder moment en niveau.

Thuis

Factoren De Gelijke Kansen Alliantie heeft het Verwey-Jonker Instituut gevraagd om de factoren die bijdragen aan het vergroten van kansengelijkheid in kaart te brengen. Op basis van literatuuronderzoek en interviews met onderwijsprofessionals komen zij tot dertig factoren op vijf niveaus: leerling, familie, school, wijk en samenleving.

8

9

Samen laten deze factoren de breedte van het thema kansengelijkheid zien. Dit biedt aanknopingspunten voor de toekomst, om bijvoorbeeld de Gelijke Kansen Alliantie met nog meer en andere partijen te verrijken en verbreden.

Factoren

Factoren

1. Intelligentie De verschillende cognitieve capaciteiten van leerlingen.

22. Sociale ongelijkheid De mate waarin sociale ongelijkheid optreedt op verschillende niveaus in de de samenleving.

Leerling

Samenleving Factoren

School

2. Cultureel kapitaal De mate waarin een leerling beschikt over het geheel aan kennis, houdingen, competenties en vaardigheden om goede aansluiting te vinden bij het onderwijs en in staat is mee te komen met de cultuur die op school heerst. 3. Identiteitsvorming De stabiliteit van de identiteit. 4. Veerkracht Het vermogen van leerlingen om om te gaan met omstandigheden die belemmerend kunnen werken voor onderwijssucces.

10

5. Self-efficacy/zelf-effectiviteit De mate waarin een leerling vertrouwen heeft in zijn eigen kunnen, het geloof dat hij of zij in staat is een opdracht succesvol af te ronden. 6. Agency Het vermogen om (onderwijs)doelen na te streven en in staat te zijn om de gewenste uitkomsten te bereiken. 7. Ambitie Het streven naar het hoogst haalbare. 8. Motivatie Wat een leerling beweegt te willen presteren binnen het onderwijs.

15. Voor- en vroegschoolse educatie De deelname aan voor- en vroegschoolse educatie vanaf de leeftijd van 2 of 2,5 tot 4 jaar oud.

Familie

16. Kwalitatieve beoordeling Gepaste beoordeling van leerlingen, afgestemd op hun individuele behoeften en progressie. Ook bij gezondheids-, concentratie of taalproblemen.

9. Sociale status De sociale status van ouders bepaalt in belangrijke mate wat kinderen meekrijgen vanuit thuis en in hoeverre hun behoeften aansluiting vinden in het onderwijs. Dit hangt samen met het opleidingsniveau van ouders.

17. Kwaliteit docenten De mate waarin docenten de verschillen tussen leerlingen kunnen signaleren en goed kunnen aansluiten bij de behoefte van elke leerling in de klas.

Factoren

10. Financiële middelen De beschikbaarheid van financiële middelen. 11. Ouderlijk support De mate waarin ouders inhoudelijk of emotioneel steun geven aan kinderen binnen het onderwijs. 12. Sibling support De steun die jongeren krijgen van broers en zussen, zowel inhoudelijk als in het wegwijs maken binnen het onderwijs. 13. Stabiel huishouden Een huishouden waarin geen sprake is van factoren of situaties die voor onrust zorgen, zoals huiselijk geweld, armoede en andere problematiek. 14. Sociaal kapitaal Sociale relaties en netwerken die de familie heeft, waarvan het kind kan profiteren om hogerop te komen op de sociale ladder binnen de samenleving.

18. Inclusief onderwijs Onderwijs dat zo is ingericht dat het aansluit op de belevingswereld en de behoefte van iedere leerling, ongeacht hun culturele achtergrond. 19. Curriculum Een curriculum waarin aandacht is voor kennis en vaardigheden die niet alle leerlingen van huis uit meekrijgen, zodat iedere leerling mee kan komen met het lesprogramma, ongeacht zijn achtergrond. 20. Gepersonaliseerd leren De mate waarin het onderwijs is aangepast aan individuele behoeften en interesses, op een manier die ieders potentieel volledig benut. 21. Extra-curriculaire activiteiten De aanwezigheid van extra-curriculaire activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Deze stellen ook kinderen uit een zwakkere positie in staat om te profiteren van sociale connecties en persoonlijke ontwikkeling die dit biedt.

23. Onderwijssysteem De manier waarop het onderwijs is ingericht draagt bij aan kansenongelijkheid. 24. Institutioneel racisme De aanwezigheid van institutioneel racisme in het onderwijs, onbewust en bewust. De mate waarin het onderwijssysteem aansluit op alle kinderen.

Factoren

Wijk

25. Sociale klasse De sociale klasse van een wijk. 26. Inkomen Het inkomen van mensen bepaalt waar ze kunnen wonen en dus hoe de samenstelling van een wijk eruitziet. 27. Segregatie De mate waarin wijken en daarmee scholen losstaan van andere wijken, groepen en scholen. 28. Sociale veiligheid De mate waarin er sprake is van sociale onveiligheid in de wijk of buurt. Dit hangt samen met het risico om slachtoffer te worden van overtredingen of misdrijven. 29. Peer support De mate waarin kinderen en jongeren steun ervaren van hun leeftijdsgenoten als het gaat om onderwijs.

11

12

13

02 De Gelijke Kansen Alliantie

De Gelijke Kansen Alliantie werkt via drie lijnen:

Lijn 1  Met gemeenten worden allianties gesloten en afspraken gemaakt in de vorm van Gelijke Kansen Alliantie-Agenda’s.

Lijn 2 Scholen en onderwijsinstellingen verenigen zich op basis van een thema in communities.

Lijn 3 14

15

Met experimenten wordt vernieuwing gestimuleerd en worden andere samenwerkingen gestart, bijvoorbeeld tussen ministeries.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft – naast beleidsmaatregelen gericht op het bevorderen van gelijke kansen in het onderwijs – in 2016 het initiatief genomen voor de Gelijke Kansen Alliantie (GKA). Deze alliantie werkt samen met scholen, gemeenten en maatschappelijke partners aan het bevorderen van kansengelijkheid in het onderwijs. Aansluitend op de lokale context en uitdagingen worden concrete interventies die kansengelijkheid en talentontwikkeling bevorderen geïnitieerd. De verbinding tussen thuis, school en omgeving staat hierbij centraal.

Lokale uitdagingen, lokale structuren De Gelijke Kansen Alliantie werkt samen met scholen, gemeenten en maatschappelijke partners. Vanuit de rol van responsieve, participatieve overheid sluit de GKA met kennis, onderzoek, financiële middelen en communicatie aan op bestaande en nieuwe lokale initiatieven.

Lerende aanpak Wat werkt en wat niet? Zijn interventies en experimenten op te schalen? En hoe doe je dat met behoud van kwaliteit? De Gelijke Kansen Alliantie werkt vanuit een lerende aanpak, waarin kennisopbouw en kennisdeling van groot belang zijn. Dat gebeurt zowel thematisch tussen scholen onderling als met gemeenten op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Binnen het netwerk worden verbindingen gelegd tussen personen, organisaties en initiatieven en inzichten met elkaar gedeeld.

Lijn 1 - Gemeenten Belangrijke bondgenoten

50 gemeenten aangesloten bij de Gelijke Kansen Alliantie

Het bevorderen van kansengelijkheid is een brede maatschappelijke opgave, met daarin een belangrijke rol voor het onderwijs. Gemeenten zijn een belangrijke bondgenoot, omdat ze de enige zijn die bij alle facetten van de leefwereld van kinderen en jongeren een rol spelen. Door hun betrokkenheid op al deze niveaus, kunnen gemeenten een integrale afweging maken. Zo komt op lokaal niveau de verbinding tussen school, thuis en omgeving tot stand.

16

Gelijke Kansen Alliantie-Agenda Elke gemeente die is aangesloten bij de Gelijke Kansen Alliantie heeft zijn eigen agenda. Daarin zijn de gezamenlijke afspraken tussen de gemeente, het ministerie van OCW, scholen en maatschappelijke partners vastgelegd. De GKA-agenda’s zijn actiegericht. Er staat in beschreven welke interventies en experimenten in de betreffende gemeente (additioneel) worden uitgevoerd om kansengelijkheid en talentontwikkeling te bevorderen. Dat heeft meerwaarde op drie niveaus: 1. Versterken van focus en verbinding De GKA-agenda’s bieden concrete richtlijnen voor lokale inspanningen. Ze geven extra gewicht aan de gemaakte afspraken en vergroten de toewijding van betrokken partners. Ook vormen de GKA-agenda’s een goed fundament voor toekomstige plannen. 2. De gemeente in een duidelijke rol In de lokale context zijn gemeenten de enige die een integrale benadering daadwerkelijk kunnen bewerkstelligen. De gemeente kan ervoor zorgen dat scholen kennis en informatie delen en dat activiteiten geborgd zijn. De GKA-agenda ondersteunt de positie van de gemeente. Dankzij de GKA-agenda kunnen gemeenten onderzoek en kennisdelingsactiviteiten mogelijk maken, partijen met elkaar verbinden en worden subsidies beschikbaar gesteld aan die initiatieven die hieraan bijdragen.

3. Delen van kennis en informatie Met de GKA-agenda’s werken partners actief samen aan initiatieven voor het bieden van gelijke kansen. Partners leren in en van deze initiatieven over instrumenten, interventies en methodieken. De opgebouwde kennis kan op landelijke schaal gedeeld en ingezet worden. Groeiend netwerk, landelijke dekking In 2020 is het aantal aangesloten gemeenten bij de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) gegroeid van 30 naar 50. Hiermee is het netwerk versterkt en de aanpak voor het bevorderen van kansengelijkheid op lokaal niveau uitgebreid, met partners binnen en buiten het onderwijs. Door aan te sluiten op de bestaande structuren, zoals de Lokale Educatieve Agenda’s (LEA’s), worden de activiteiten en samenwerking tussen gemeenten, lokale onderwijspartners en het ministerie van OCW verder bestendigd.

17

Inzichten uit de 50 GKA-gemeenten 50 gemeenten in Nederland ondertekenden een Gelijke Kansen Alliantie-agenda, met daarin concrete interventies en afspraken over onderzoek en kennisdeling. Zo komen vernieuwing en concrete acties van onderop tot stand, die passen bij de lokale context en dynamiek.

Laaggeletterdheid Geletterdheid (in brede zin) is een steeds belangrijkere voorwaarde om mee te kunnen doen in een snel veranderende samenleving.

(bron: RIVM, Goed ervaren gezondheid 2016)

7 van de top 10 Nederlandse gemeenten met het grootste aandeel laaggeletterden zijn GKA-gemeenten. (Bron: Geletterdheid in Zicht, CINOP, ROA & Etic 2019)

18 Het bevorderen van kansengelijkheid is een brede uitdaging. Gemeenten benaderen dit integraal en geven aan op basis van hun GKA-agenda tussen nog veel meer beleidsterreinen de verbinding te willen maken. Het opgebouwde netwerk en de manier van werken in een netwerkaanpak met gemeenten, biedt aanknopingspunten voor andere vraagstukken die spelen op lokaal niveau en heeft meerwaarde voor de toekomst. De verscheidenheid aan factoren uit het door Verwey-Jonker gedane onderzoek (pagina 9-11) laten zien hoe breed het bevorderen van kansengelijkheid is in de verbinding tussen verschillende niveaus en school, thuis en omgeving.

De verantwoordelijkheden van gemeenten in de zorg en ondersteuning van hun inwoners zijn de afgelopen jaren met de decentralisaties in het sociaal domein gegroeid. Niet alle inwoners zijn toegerust op de ontwikkelingen in de samenleving. Veel gemeenten zetten daarom in op preventie en het voorkomen van problemen. De lokale context van elke gemeente is anders. Op basis van 50 agenda’s is overkoepelend een aantal thema’s te onderscheiden die relevant zijn voor gemeenten.

De inwoners van 62% van de GKAgemeenten ervaren gemiddeld minder goede gezondheid, terwijl dit landelijk gezien in 32% van de gemeenten voorkomt.

Gezondheid Gezondheid is meer dan alleen het medische aspect en gaat steeds vaker over het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk regie te voeren op het eigen leven.

Inwoners In de 50 GKAgemeenten wonen 42% van alle inwoners van Nederland

De 20 armste postcodegebieden van Nederland zijn onderdeel van GKA-gemeenten. (Bron: Armoede in Kaart 2019 – SCP)

Onderwijsachterstanden Van de 20 gemeenten met hoogste gemiddelde achterstandsscore zijn er 16 GKAgemeenten. (Bron: CBS 2019)

Armoede Veel gemeenten hebben een groep inwoners die niet de zekerheid hebben van een voldoende en voorspelbaar inkomen. Deze zekerheid is een belangrijke voorwaarde om de rust en ruimte te vinden om je als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving, zo zien we ook terug in meerdere factoren in het overzicht van factoren van Verwey-Jonker. Armoedebestrijding en een gezonde thuissituatie blijven daarom belangrijk in het bevorderen van kansengelijkheid.

19

Thema’s en interventies

Veel gemeenten benoemen dezelfde speerpunten en uitdagingen. De uitwerking verschilt, afhankelijk van schaalgrootte, kennis, focus en samenwerking. Veel interventies zetten in op het jonge kind, basis- en voortgezet onderwijs.

Gelijke Kansen Alliantie-agenda’s

20

Loopbanleren

Armoede en gezondheid

Professionalisering

Sport en cultuur

Non-cognitieve vaardigheden

Mentoring en coaching

Soepele overgangen

Taalbevordering

Extra onderwijs

(19 interventies) ∙ Belangrijk  thema in het voortgezet onderwijs ∙ Veel  interventies voor peer-to-peer coaching op het VMBO ∙ Het  grootste deel van deze interventies wordt uitgevoerd door maatschappelijke organisaties

Extra onderwijs

Soepele overgangen

(38 interventies) Meer dan alleen onderwijs ∙ De  interventies gaan vrijwel altijd om meer dan alleen cognitieve vaardigheden, of schoolwerk. Veel interventies zien op het aanleren van studievaardigheden, of werken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, met bijvoorbeeld het inzetten van rolmodellen of opzetten van aanbod rondom sport of cultuur

(27 interventies) ∙ Belangrijk  thema voor gemeenten, tweederde van de agenda’s besteedt hier aandacht aan

Maatschappelijke organisaties ∙ Veel  programma’s en activiteiten worden uitgevoerd door maatschappelijke organisaties

Ouderbetrokkenheid

(35 interventies) ∙ Belangrijk  thema voor gemeenten, krijgt in veel agenda’s als thema een prominente plek

(42 interventies) ∙ Betrekken  ouders bij onderwijsproces - ouders nemen deel aan een programma of traject waar het kind ook aan deelneemt ∙ Bevorderen  (taal)vaardigheid van ouders om ondersteuning aan het kind te kunnen bieden

Extra lestijd ∙ Tijdens  de schooldag (extra uren) ∙ Na schooltijd ∙ In  vakanties of weekenden

Meest voorkomende thema’s en interventies uit de GKA-agenda’s

Mentoring en coaching

Interventies richten zich op: ∙ Een  aanpak om taalachterstand te voorkomen of activiteiten, veelal lessen, om deze in te halen ∙ Ouders,  in bijvoorbeeld taalklassen, zodat zij hun kinderen beter kunnen ondersteunen ∙ Het  bevorderen van leesplezier, waarbij ouders vaak een belangrijke rol krijgen toegedicht om dit over te brengen door bijvoorbeeld voorlezen

Ouderbetrokkenheid

In 2020 ondertekenden 20 nieuwe gemeenten een Gelijke Kansen Alliantie-agenda, waarmee in totaal 50 gemeenten afspraken hebben vastgelegd over interventies, lokale experimenten en daaraan gekoppeld onderzoek en kennisdeling over verschillende thema’s. In dit hoofdstuk schetsen we een overzicht van de meest voorkomende thema’s en interventies.

Taalbevordering

Veel verschillende interventies ∙G  ericht op coaching ∙ Professionalisering docenten (Transformatieve School) ∙ Brede  brugklassen en schoolgemeenschappen (Schiedam, Nijmegen, Amsterdam) ∙ 10-14  school (Groningen, Den Bosch) ∙ Doorlopende leerlijnen Op verschillende niveaus ∙ Van  voorschoolse educatie naar het basisonderwijs ∙ Van  basis- naar voortgezet onderwijs ∙ Van  voortgezet onderwijs naar MBO, HBO of WO

Non-cognitieve vaardigheden (18 interventies) ∙ Worden  belangrijk gevonden maar vaak als een extra onderdeel in andere interventies opgenomen

Sport en cultuur (18 interventies) ∙ Alle  interventies zijn buitenschoolse activiteiten ∙ Het  vergroten van de leefwereld van leerlingen staat centraal

Professionalisering (14 interventies) ∙ Bijna  alle interventies betreffen trajecten voor leraren

Armoede en gezondheid (11 interventies)

Loopbaanleren (10 interventies) ∙ Interventies  gericht op de talenten en ambities van kinderen. Waar droom je van, wat kun je en hoe wil je daar komen?

21

Nieuwe gemeenten die zich dit jaar aansloten bij de Gelijke Kansen Alliantie

Gouda

Wethouder Thierry van Vugt Betekenisvol door samenwerking Wethouder Thierry van Vugt van de gemeente Gouda ziet al veel gebeuren in de stad om achterstanden in het onderwijs tegen te gaan. Vooral op het gebied van taal. Maar er kan meer: “Gelijke kansen zijn essentieel voor alle inwoners van onze mooie stad. We zijn een heel diverse stad, een mengelmoes van achtergronden en culturen. Het is daarom noodzakelijk om iedereen hetzelfde perspectief te kunnen geven. Ik ben heel blij met de Gelijke Kansen Alliantie als initiatief om het onderwerp onder de aandacht te brengen.” Aandacht voor kwetsbare doelgroepen “Op onze GKA-agenda is er aandacht voor extra kwetsbare doelgroepen, denk aan jongeren in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) of uit een taalzwak milieu. De GKA helpt al deze scholen een extra impuls te geven. We gaan bijvoorbeeld voor diplomaontwikkeling voor VSO-scholen. Ik ben supertrots dat we dit voor deze kwetsbare doelgroep gaan doen.”

22

Laaggeletterdheid en taalachterstand “Laaggeletterdheid van de ouders is een extra barrière voor kinderen. Vanuit de Brede School werken we daarom samen met het Taalhuis om de gezinnen waarin kinderen met laaggeletterde ouders opgroeien educatief sterker te laten worden. Er zijn veel jongeren die cognitief op havo/vwo toetsen, maar door taalachterstanden niet tot hun recht komen. Dat drukt een stempel op hun verdere leven. Taal mag echter niet de zwakste schakel zijn. Kinderen die van het primair onderwijs overgaan naar het voortgezet onderwijs zouden op hun cognitieve niveau moeten worden geplaatst. Kinderen moeten daar wel zelf wat voor doen. Wij ondersteunen ze om die kansen te pakken.” Samenwerkingen binnen en buiten de gemeente “De Brede School en de Weekendschool hebben een stevig netwerk gebouwd binnen de gemeente en staan daardoor in de belangstelling bij andere gemeenten. Andersom willen wij bijvoorbeeld samenwerken met de gemeente Leiden op het gebied van cultuureducatie. Door mooie samenwerkingen kun je betekenisvol zijn voor elkaar”

“Door de GKA kunnen we buiten de gemeentegrens kijken, profiteren van wat er elders gebeurt en onze kennis en ervaringen delen. De GKA biedt handvatten om samenwerkingen in het onderwijsveld op te zoeken en te concretiseren, daar maak ik dankbaar gebruik van.”

23

Nieuwe gemeenten die zich dit jaar aansloten bij de Gelijke Kansen Alliantie

Utrecht 24

Wethouder Anke Klein Lesgeven in grootstedelijke context Met het tekenen van de Utrechtse GKA-agenda zijn de grootste vier steden van Nederland (G4) vertegenwoordigd in de alliantie. Samen werken we verder aan het lesgeven in een grootstedelijke context om kansengelijkheid te versterken en iedere leerling en docent optimaal te laten functioneren in een steeds veranderende, diverse samenleving.

Concrete interventies in GKA-agenda Samen met Utrechtse schoolbesturen, (onderwijs) partners en de kinderopvang vormt de gemeente de Utrechtse Onderwijsagenda met als uitgangspunt ‘Gelijke kansen voor ieder kind’. Met de GKA-agenda voegt de gemeente hier samenwerking, monitoring en kennisdeling met de andere deelnemers van de GKA aan toe.

Verschillen in kansen door andere leeromgevingen Wethouder Anke Klein: “Voor mij zijn gelijke kansen een van de allerbelangrijkste redenen om wethouder onderwijs te zijn. Om bij te dragen aan de kansen van kinderen. Dat ze door hun opleiding het leven gaan leiden dat ze zelf willen en zelf in staat zijn om keuzes te maken. Om te zijn wie zij willen zijn. Die basis wordt gelegd in het onderwijs, maar het is belangrijk de hele leefwereld van het kind erbij te betrekken.”

“Omdat iedereen geconfronteerd werd met onderwijs op afstand en alle bijkomende gevolgen, is de onderlinge verbondenheid sterker dan ooit. Ik hoop dat we dat vast weten te houden en dit stevige netwerk kunnen blijven inzetten voor de kinderen.” In de GKA-agenda van Utrecht zijn concrete interventies opgenomen, zoals het inlopen van achterstanden, een soepele schoolovergang, flexibel diplomeren en investeren in de relatie met ouders. In september start een aantal scholen met het programma Transformatieve School. Daarnaast wordt zoveel mogelijk kennis en data verzameld op stedelijk en op wijkniveau, om van elkaar te leren.

“Gelijke kansen voor ieder kind is een bestaand uitgangspunt van het Utrechts college en de Utrechtse Onderwijsagenda. In de periode waarin alle kinderen aangepast onderwijs hebben gevolgd, blijkt meer dan ooit hoe hard inzet hierop nodig is. Daarom ben ik blij dat we zijn aangesloten bij de GKA en samen nog een stap verder zetten.”

25

Nieuwe gemeenten die zich dit jaar aansloten bij de Gelijke Kansen Alliantie

Meierijstad 26

Wethouder Coby van der Pas Goede start voor elk kind Gemeente Meierijstad sluit met haar projecten op het gebied van gelijke kansen naadloos aan op de thema’s van de Gelijke Kansen Alliantie. Wethouder Coby van der Pas: “Onze ambitie is dat we ieder kind gelijke kansen bieden om zijn talenten te ontwikkelen, zodat het volwaardig mee kan doen in de samenleving en een passende plek in het arbeidsproces kan vinden. Op die manier hopen we bij te dragen aan het geluk, welzijn en welbevinden van kinderen.” Hiervoor heeft de gemeente samen met het onderwijs en andere partners (zoals samenwerkingsverbanden passend onderwijs, kinderopvang en welzijn) een educatieve agenda opgesteld. Projecten sluiten aan op thema’s GKA In de lokale educatieve agenda is verwoord dat de gemeente kinderen gelijke kansen wil geven en dat goed onderwijs belangrijk is om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst. Ook staat erin welke projecten de gemeente gaat uitvoeren om onderwijsachterstanden tegen te gaan en een goede aansluiting te realiseren tussen onderwijs en jeugdhulp en tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. “De projecten zijn onderverdeeld in thema’s die grotendeels overeenkomen met de centrale thema’s van de GKA. Lopende of startende projecten zijn bijvoorbeeld: · De flexibele tutor.

In groep 1 en 2 geven tutoren de kinderen die Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) hebben gehad nog een tijdje extra begeleiding om de overgang naar de basisschool zo soepel mogelijk te laten verlopen.

· De mobiele brigade. Kinderen met een NT2-achtergrond kunnen via de Taalvijver zich de Nederlandse taal eigen maken. Als er na die periode extra inspanning nodig is om de taalvaardigheid verder te verstevigen, komt de mobiele brigade in actie. Zij sturen dan begeleiders naar de school voor extra ondersteuning. · Taalonderzoek om het niveau van de taalvaardigheid binnen de gemeente te verbeteren. Als gemeente dragen we bij door aandacht te vragen voor het onderwerp, kennisdeling te faciliteren en projecten op het gebied van taal en begrijpend lezen te ondersteunen. · Het bevorderen van non-cognitieve vaardigheden. Hiermee worden kinderen op allerlei vlakken uitgedaagd om talenten te laten zien en vaardigheden te ontwikkelen. Een mooi voorbeeld daarvan is Let’s Play Skopos. Hier kunnen kinderen zich laten inspireren en een beroep doen op hun 21e-eeuwse vaardigheden.” Extra stappen door aansluiting bij GKA “Momenteel zijn we bezig met het verzamelen van aanvullende projecten vanuit het onderwijsveld. Daarna willen we kijken hoe we die kunnen uitvoeren met ondersteuning van de GKA.”

“Met de GKA kunnen we samen een extra stap zetten om de talenten van kinderen te helpen ontwikkelen en ze goede ondersteuning te bieden. We hebben iedereen nodig om kinderen het beste te geven, hun talenten te stimuleren en ze een mooie toekomst te geven.”

27

Kansengelijkheid en COVID-19 Extra ondersteuning voor gemeenten, scholen en leraren

28

Op 16 maart 2020 werden in Nederland de scholen gesloten om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Die beslissing had grote gevolgen voor de kansengelijkheid in het onderwijs. Thuisonderwijs bleek lang niet voor iedereen haalbaar. De verschillen in toegang tot digitale middelen, begeleiding door de ouders en de kwaliteit van lesgeven bleken groot. Ook waren er zorgen om de werksfeer en -houding van de kinderen thuis, en bleek de dynamiek tussen ouders en school afhankelijk van taalbarrières en de mondigheid van ouders. Bovendien weten we uit ervaring dat juist de eindtoets voor veel kwetsbare leerlingen leidt tot een hoger advies. De beslissing om de toets niet door te laten gaan, kan daarom leiden tot onderadvisering. Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s Het kabinet heeft € 282 miljoen vrijgemaakt om onderwijsachterstanden en studievertraging als gevolg van COVID-19 voor leerlingen en studenten zoveel mogelijk te voorkomen. Scholen die hiervoor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s opzetten naast de reguliere onderwijstijd komen in aanmerking voor de extra middelen. De Gelijke Kansen Alliantie (GKA) speelt hierbij, samen met gemeenten, een ondersteunende rol. De GKA helpt gemeenten bij de ondersteuning van scholen en instellingen om de opgelopen onderwijsachterstanden zoveel mogelijk gelijk te trekken.

Onze regiocoördinatoren delen kennis, data en good practices, en moedigen verbindingen met andere partners aan. Ook hebben we alle 50 GKA-gemeenten opgeroepen om scholen te helpen bij het vormgeven van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s, al dan niet met ondersteuning van onze onderwijsexperts.

Uitvraag bij gemeenten leert dat kansengelijkheid een nog belangrijker thema is geworden. Gemeenten willen vaak (nog) steviger inzetten op interventies die kansengelijkheid bevorderen of kijken naar verbreding en verdieping van de interventies. De GKA-agenda’s bieden daarvoor een goede basis.

29

De verhalen achter de cijfers Een belangrijk onderdeel van de lerende aanpak van de Gelijke Kansen Alliantie is het in kaart brengen van kansengelijkheid op landelijk, regionaal en wijk- of schoolniveau als startpunt voor verdiepende gesprekken met gemeenten. In twee dashboards, op regionaal en landelijk niveau, wordt daarom in opdracht van de GKA met datasets van CBS en DUO de brede leefomgeving van een kind in beeld gebracht. 30

Screenshot 2 Gemiddeld toetsadvies per PO-school (een kleur per school) in één gemeente. Het gemiddelde toetsadvies is uitgezet tegen het percentage leerlingen uit armoedeprobleemcumulatiegebieden, een van de indicatoren die gebruikt worden om de sociaal-economische situatie van een wijk te duiden. Dit overzicht biedt inzicht in het effect van de sociaal-economische positie van leerlingen op de gemiddelde prestatie van een school. Ook wordt zichtbaar hoe de populatie op scholen door de jaren heen verandert.

Wat gebeurt er, hoe verklaren we dit, wat kunnen we doen en wie hebben we daarvoor nodig? De inhoudelijke duiding en kennis van de lokale context van gemeenten en scholen is onmisbaar om deze vragen te beantwoorden. Op basis van het dashboard voert de Gelijke Kansen Alliantie verdiepende gesprekken om te komen tot gerichte interventies die passen bij de lokale situatie.

31

Regionaal dashboard Gelijke Kansen

Screenshot 3 Het percentage 17-jarigen dat havo/vwo of hoger onderwijs volgt, per hoogste opleidingsniveau van de ouder(s). Het opleidingsniveau van de ouders is een van de meest voorspellende indicatoren voor het opleidingsniveau van kinderen.

Biedt in een gesloten online omgeving, enkel toegankelijk voor specifieke, betrokken (beleids-)medewerkers van gemeenten en scholen, aan de hand van een beperkte set indicatoren, inzicht op wijk en schoolniveau.

Screenshot 1 Een vergelijking tussen twee periodes (20142016 en 2016-2018) van het percentage leerlingen dat in een specifieke wijk naar een lager schooltype maar wel naar een volgend leerjaar is gegaan. Dit wordt afstroom genoemd. Afstroom is een indicator voor onderprestatie en daarom een relevante factor om te volgen en bespreken in inhoudelijke gesprekken met gemeenten en scholen.

Landelijk dashboard Gelijke Kansen

Op ‘OCW in cijfers’ zijn algemene cijfers over kansengelijkheid in Nederland te vinden www.ocwincijfers.nl/onderwijs/dashboard-gelijke-kansen

Lijn 2 - Communities Scholen verenigd voor het verschil

32

Met de agenda’s brengt de Gelijke Kansen Alliantie partijen lokaal samen om met concrete interventies aan de slag te gaan. In communities brengt de Gelijke Kansen Alliantie schoolleiders, teamleiders en docenten uit het hele land samen rondom een thema of uitdaging waar zij zichzelf voor gesteld zien staan. Iedere community kent zijn eigen dynamiek en wordt vormgegeven door en met de deelnemers. Zo worden kennis, ervaring, middelen en menskracht gebundeld. Elke school kan aansluiten en profiteren van het netwerk en de geleerde lessen. Op deze manier krijgt de lerende aanpak van de Gelijke Kansen Alliantie heel concreet vorm. Deelnemers delen kennis, wisselen informatie uit en ontwikkelen samen ideeën. Ze komen op vaste basis (on- en offline) bij elkaar en helpen elkaar doelen en activiteiten te realiseren. Data en gegevens worden gebundeld, waardoor er nog beter onderzoek kan plaatsvinden. Bovendien zijn activiteiten gemakkelijk centraal online te ontsluiten. Het idee is dat de communities over tien jaar nog steeds plekken zijn waar kennis over bepaalde thema’s wordt gedeeld en ontwikkeld. Op dit moment zijn er twee communities actief: de Community Urban Education en de Community Armoede.

33

Community Urban Education Hoe geef je les in een sterk veranderende samenleving, aan een sterk veranderende doelgroep? Dat is de vraag waarmee de Community Urban Education (CUE) is gestart. Scholen die te maken hebben met een diverse populatie in een grootstedelijke context, hebben zich verenigd rond deze uitdaging. Hoe vergroot je het geloof in eigen kunnen bij leerlingen? Wat is ervoor nodig om docenten het gevoel te geven dat zij toegerust zijn om deze doelgroep verder te brengen? De CUE zoekt het antwoord op die vragen bij de Transformatieve School.

34

De Transformatieve School Jongeren in een grote stad laveren tussen de (vaak verborgen) codes van de culturen thuis, op school en op straat. Vermenging van die culturen leidt op scholen soms tot demotivatie en negatieve groepsdynamiek. Het programma Transformatieve School laat zien hoe jongeren, ondanks de mismatch tussen die culturen, veerkracht kunnen ontwikkelen en tot self-efficacy kunnen komen, wat een positief effect heeft op hun schoolprestaties. De Transformatieve School is ontwikkeld door onderwijssocioloog Iliass El Hadioui. Centraal staat het geloof in eigen kunnen van leerling en docent (self-efficacy) én docententeam (collective efficacy). Leraren die meedoen aan het programma volgen twee schooljaren lang een intensief traject voor professionalisering en cultuurverandering.

Kennisopbouw door onderzoek Kennisopbouw over lesgeven in een grootstedelijke context is een belangrijk onderdeel van de CUE. Aan de community zijn twee grootschalige onderzoekstrajecten gekoppeld. De Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en de Vrije Universiteit (VU) onderzoeken daarin welke specifieke mechanismen ten grondslag liggen aan kansengelijkheid in het onderwijs in stedelijke contexten. De eerste resultaten van het onderzoek aan de Vrije Universiteit zijn gebundeld in het boek ‘Switchen en klimmen’ van Iliass El Hadioui, dat in september 2019 verscheen. Het boek gaat over het switchgedrag van leerlingen en de klim op de schoolladder in een grootstedelijke omgeving. Het bevat het onderzoek dat in de afgelopen jaren door El Hadioui en zijn team aan de VU is uitgevoerd met financiering door de NWA en met ondersteuning van het ministerie van OCW en de gemeente Amsterdam. Medio 2021 verschijnt een tweede publicatie van El Hadioui. Lokale opbouw van de CUE De Community Urban Education is van de deelnemende scholen. De schoolleiders van deze scholen hebben lokale communities gevormd, die een belangrijke rol spelen in het identificeren van vraagstukken. Het netwerk begint daardoor bij de schoolleiders en breidt zich uit naar lokale én landelijke netwerken van docenten die rond een specifiek vraagstuk van elkaar leren.

De inzet is om het netwerk uiterlijk begin 2021 uit te laten groeien tot een netwerk van scholen in zeven tot acht gemeenten.

“We moeten kinderen voorbereiden op een superdiverse maatschappij en hen helpen zich goed in hun vel te voelen. Ik hoop dat de Transformatieve School-methode een wezenlijke plek in de lerarenopleiding krijgt. Het moet gemeengoed worden.” Dyane Brummelhuis directeur Mundus College Amsterdam

In een speciale uitgave zijn de verhalen uit de praktijk van alle deelnemende scholen van de Community Urban Education verzameld en gebundeld. Bekijk de bundel hier.

35

In de CUE werken op dit moment vier gemeenten (Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Tilburg), 36 scholen en ruim 1.500 leraren in het primair en voortgezet onderwijs en op het mbo samen. Er worden zo’n 40.000 leerlingen bereikt.

36

“Ik wil dat iedereen een groter geloof ontwikkelt in het eigen kunnen. Dat geldt voor onze leerlingen, maar dus ook voor de collega’s.” Nikkie van Groenendaal, directeur basisschool Don Sarto Tilburg, over lesgeven in een veranderende wereld en de meerwaarde van de Community Urban Education.

37

Scholen in de Community Urban Education

Basisschool Don Sarto

Nikkie van Groenendaal “Je weet niet wat een leerling thuis al heeft meegemaakt voordat hij of zij door de deuren van de school wandelt. Het is essentieel dat je begrip hebt voor de thuissituatie. Neem bijvoorbeeld de regel dat je niet mag slaan. Die is verwarrend voor een kind bij wie thuis wordt gezegd dat hij voor zichzelf moet opkomen en anders alsnog een pak voor zijn broek krijgt. Hierdoor ontstaat er een mismatch tussen de sociale codes thuis en op school. Hoe houd je de balans in de klas goed? Hoe zorg je dat wanneer een kind moeite heeft met de rekenles voldoende zelfvertrouwen heeft om door te zetten in plaats van vervelend gedrag te gaan vertonen? Hoe zorg je dat ieder kind zich succesvol voelt?” Nikkie van Groenendaal is directeur van Basisschool Don Sarto in Broekhoven, Tilburg. Een school met 170 leerlingen en een team met 25 medewerkers. “Onze kinderen groeien op in gezinnen met een lagere sociaal-economische status. Onze leerlingen zijn een afspiegeling van een superdiverse samenleving. Deze diversiteit is terug te zien in het opleidingsniveau van ouders, de opvoedingsstijl, betrokkenheid en het land van herkomst van ouders en kinderen. Sommige docenten geven les aan een derde generatie wijkbewoners. Mensen uit de wijk blijven hier vaak wonen en zo komt de volgende generatie ook weer bij ons op school.”

38

Tilburg Broekhoven

“Het inspireert om met andere mensen uit andere regio’s te praten die tegen dezelfde uitdagingen aanlopen. Laten we de goede dingen met elkaar delen en gebruiken, aangepast naar de eigen schoolomgeving. Wanneer je samen nadenkt kom je tot nieuwe inzichten.” “Ik wil dat iedereen een groter geloof ontwikkelt in het eigen kunnen. Dat geldt voor onze leerlingen, maar dus ook voor de collega’s. Het is mooi om te zien dat onze docenten al veel goed doen. Dat ze aanvoelen wanneer kinderen iets extra’s nodig hebben. Dat kan iets heel kleins zijn, de knipoog ‘ik heb je gezien’ bij binnenkomst, of de arm om de schouder tijdens een moeilijke les die zegt ‘ik ben er voor je’. Maar het maakt een groot verschil. Ik geloof in de Transformatieve School en hoop dat meer Tilburgse scholen erbij aanhaken.”

39

Scholen in de Community Urban Education

Vossius Gymnasium

Sita Remesar “Dat wij ons hebben aangesloten bij de Community en zijn gestart met de Transformatieve School, komt door onze zelfbewuste leerlingen. Want het waren leerlingen met een niet-Westerse achtergrond die tijdens zogenaamde socratische dialogen durfden aan te geven dat zij zich buitengesloten voelden door een docent. Tijdens een studiedag bleek dat een groep docenten hiermee aan de slag wilde: hoe word ik me bewust van hoe ik communiceer? Want zelfs als ik goede intenties heb, kan iets anders overkomen dan ik bedoel.” Sita Remesar is directeur van het Vossius Gymnasium in Amsterdam Oud-Zuid. Een school met 830 leerlingen en 60 docenten, onderdeel van de Community Urban Education (CUE). “Door het invoeren van ‘matching en loting’ in Amsterdam groeit de diversiteit op onze school. Ik vind het belangrijk dat het Vossius Gymnasium ook voor deze kinderen een passende school is. En dat toekomstige leerlingen zichzelf meer gaan herkennen in onze populatie. Onze school vertegenwoordigt een klein laagje van de bevolking. Terwijl deze leerlingen in de toekomst sleutelposities in de samenleving innemen. Bovendien is het belangrijk dat ook gymnasia deelnemen aan het onderzoek. Veel van onze leerlingen zijn succesvol, hoe komt dat? Hoe ontwikkelen zij self-efficacy?”

40

Amsterdam Oud-Zuid

“Op dit moment hebben twintig docenten de masterclasses en de lesbezoeken achter de rug. De eerste reacties zijn positief. Het geeft inzicht: dat je bijvoorbeeld dat ene meisje dat altijd het antwoord weet vaak juist wel of juist niet de beurt geeft. Hoe communiceer je met haar zodat zij zich ook onderdeel van de groep voelt?” “Ik verwacht dat we dankzij de Transformatieve School in de loop der jaren een effect zien in hoe docenten met álle leerlingen communiceren. En ik denk dat wij andere scholen kunnen helpen in hoe je docenten motiveert tijdens een ontwikkelproces en hoe je met leerlingen een socratische dialoog voert. Dat delen we graag binnen de community.”

41

Scholen in de Community Urban Education

Rijswijks Lyceum 42

Den Haag

Jeroen Bos “Zes jaar geleden merkten we dat de straatcultuur de school binnen sijpelde. Jongens vertoonden machogedrag in de klas waarbij de gemoederen hoog konden oplopen. We zochten naar een andere benadering om escalatie te voorkomen en een goed pedagogisch klimaat in de klas te behouden.” Jeroen Bos is directeur van het Rijswijks Lyceum, dat samen met het Van Vredenburch College een brede scholengemeenschap voor vmbo, havo, atheneum en gymnasium vormt. Een Haagse school, met ongeveer 1450 leerlingen en een team van 130 docenten. “95 procent van onze leerlingen komt uit de stad. De meesten wonen in aandachtswijken zoals de Schilderswijk, Transvaal en Den Haag Zuidwest. Ze hebben te maken met sociaal-economisch uitdagingen en hebben een diverse culturele achtergrond. Onze docentpopulatie was vroeger minder divers, al is dat de afgelopen jaren verbeterd. Dat is belangrijk, want de kracht van diversiteit is dat je als team zaken vanuit verschillende perspectieven kan bekijken.”

“We hebben behoorlijke stappen gezet. In de afgelopen vier jaar zijn onze docenten allemaal geschoold in de Transformatieve School. We merken dat er meer rust in de klas is en er minder escalaties zijn. Medewerkers begrijpen elkaar beter omdat we dezelfde woorden gebruiken, zoals tipping points en spelgevoel. Docenten werken makkelijker en beter samen. Inmiddels zijn we bezig met verdieping en het scholen van nieuwe docenten. Want het is iets wat voortdurende aandacht behoeft. Je merkt dat wanneer er bijvoorbeeld veel vervangingen zijn, dat dit meteen effect heeft op de lessen en het pedagogisch klimaat. Borging van de Transformatieve Schoolmethode is daarom belangrijk.” “Onze leerlingen beschikken over capaciteiten en ambities, maar hebben meer hobbels in hun weg naar succes. Het is het waard om te investeren in hen. Ik verwacht dat we in de toekomst structureel aandacht moeten blijven geven aan de transformatieve werkwijze. Daarnaast hoop ik dat de Community Urban Education blijvend kan bijdragen aan de discussie over kansengelijkheid en onderwijs in een grootstedelijke context. Deze onderwerpen verdienen een plek op de politieke agenda, zolang dat nodig is.”

43

Scholen in de Community Urban Education

ROC Albeda Zorgcollege

Ingrid Tuinenburg “Hoe ga je om met superdiversiteit in de klas? De straatcultuur kwam de school binnen in taalgebruik, gedrag en conflicten. Dat was niet alleen lastig voor onze docenten, maar ook voor studenten die er minder bekend mee waren. Onze docenten hebben een enorme gedrevenheid om de studenten de kans te geven om te leren. Alleen misten ze de tools om met die diversiteit om te gaan. Hoe herken je tipping points, momenten in de klas waarbij de spanning opeens toeneemt? Toen wij onze teams vroegen wat bij hen hét thema is, kwam diversiteit als rode draad naar voren.” Ingrid Tuinenburg is de directeur van het ROC Albeda Zorgcollege. Een mbo-opleiding in Rotterdam Zuid met 900 studenten en een team van 45 docenten. “Onze studenten komen uit de hele stad Rotterdam en omliggende gemeenten. De diversiteit is groot. Diversiteit in culturele achtergrond, financiële mogelijkheden, veilige of kwetsbare thuissituatie en in leeftijd, aangezien we ook onderwijs aan volwassenen verzorgen.”

44

“Dankzij de Community Urban Education hadden we een eerste uitwisseling met Zorg & Welzijn van het ROC Amsterdam. Ontzettend boeiend om ervaringen te delen, zeker omdat zij al een stuk verder zijn dan wij. Er zijn verschillen, maar de overeenkomsten zijn groter. We zijn allebei bezig met een transformatie in het lesgeven binnen een grootstedelijke context, dat is een grote verandering.” “Het is belangrijk dat we als team allemaal dezelfde taal spreken, dan voer je een beter gesprek. We zitten middenin de zoektocht hoe we onze collective efficacy, het geloof in eigen kunnen als team, kunnen vormgeven. Ik hoop dat we dat geloof in ons eigen kunnen samen verder ontwikkelen, want dat geeft onze studenten de beste kans om hoger te klimmen op de schoolladder.”

45

Rotterdam Zuid

“Toen ik aan de kinderen vroeg wat ze het meest was bijgebleven van Touzani’s verhaal, zeiden ze allemaal: ‘dat je nooit moet opgeven’.” 46

Ivy Dirksen, lid van de GKA-jongerenraad over de gastles van Soufiane Touzani op basisschool Tweelingen in Eindhoven.

47

Community Armoede Op 13 februari 2020 is de handreiking ‘Omgaan met armoede in de klas’ gepresenteerd. De handreiking helpt scholen in het primair en voortgezet onderwijs in het omgaan met armoede: het signaleren ervan, het doorverwijzen van ouders en het bieden van sociale steun aan ouders en leerlingen op het niveau van de school. Mariëtte Lusse (Hogeschool Rotterdam) en Annelies Kassenberg (Hanzehogeschool Groningen) hebben de handreiking geschreven in opdracht van het Programma Gelijke Kansen van het ministerie van OCW en het ministerie van SZW. De handreiking wordt geïmplementeerd op 15 scholen, die we willen samenbrengen in een Community Armoedebestrijding. Dit traject is eind vorig jaar gestart door het Jeugdeducatiefonds met het benaderen van scholen en gemeenten, de landelijke fondsen van Sam& (Samenvoorallekinderen) en andere organisaties en experts.

48

Implementatie handreiking bij 15 scholen Het Jeugdeducatiefonds onder leiding van Hans Spekman heeft opdracht gekregen om de handreiking te implementeren op 15 van haar 120 scholen, in 5 gemeenten verspreid over het land. Zo wordt de handreiking meteen structureel verankerd in de methodiek van het Jeugdeducatiefonds. “We willen kinderen die te maken hebben met armoede en andere problematiek beter bereiken. Armoede is namelijk vaak een indicator van andere problemen. Wij zetten de school centraal, omdat daar alle kinderen komen en de docenten een vertrouwensband hebben met kinderen en ouders. Die band heeft de overheid niet. Leraren kennen de talenten en belemmeringen van de kinderen. Als een leraar ouders of een kind ergens op wijst, wordt dat eerder aangenomen dan als een overheid of gemeente dat doet”, vertelt Spekman. De inzichten en ervaringen die uit het project volgen, worden lokaal en landelijk gedeeld. De implementatie loopt tot en met 31 januari 2021.

Eerste inzichten uit de gesprekken Inmiddels zijn er twee gespreksrondes met de scholen geweest. Hans Spekman vertelt daarover het volgende: “Op basis van de eerste interviews blijkt dat scholen bereid zijn om te reflecteren. Scholen willen graag zorg bieden, maar dit vraagt veel administratieve rompslomp. Dat is een barrière, want dat kost capaciteit. De grootste belemmering is dan ook de ruimte om op vertrouwensbasis zorg te bieden aan de kinderen. Ten tweede zijn kinderen die het thuis moeilijk hebben lastig in de leerstand te krijgen. Ze hebben immers van alles aan hun hoofd. Bovendien is er geen brug tussen het zorgtraject en het leertraject, terwijl zorg en leren niet op zichzelf staan. Een derde opvallend punt is dat niet alle scholen en ouders bekend zijn met fondsen van gemeenten en overheid waar ze gebruik van kunnen maken.” Vervolg van het traject In 2021 vinden de derde gespreksrondes met scholen plaats. Daarna gaat het Jeugdeducatiefonds het gesprek aan met gemeenten. Aan de hand van het verhaal van de scholen praat het fonds met de betreffende wethouder en met lokale fondsen over wat er te verbeteren valt. Ook is er een klankbordgroep opgezet voor scholen, een formele en informele groep, die bijvoorbeeld meekijkt op de vragenlijsten.

De handreiking ‘Omgaan met armoede in de klas’ bevat praktische inzichten, achtergrondinformatie over armoede en de effecten ervan op de leerprestaties van kinderen. De handreiking is te downloaden via gelijke-kansen.nl/documenten.

Belangrijke en opvallende punten uit gesprekken met de scholen 1. Bij veel kinderen is thuis sprake van een kansarme situatie en weinig stimulans. Denk aan problemen als geldgebrek, psychische problematiek of een cognitieve beperking bij de ouders. 2. Stress thuis zorgt ervoor dat de kinderen op school niet tot leren komen. Brugfunctionarissen komen tijd te kort, terwijl hun functie specifiek gericht is op het ondersteunen van deze gezinnen. 3. Op scholen zonder brugfunctionaris betekent armoede een extra zware belasting voor leerkrachten, die de ondersteuning naast hun reguliere werk moeten doen. Veel scholen geven aan dat ze niet alle fondsen kennen.

49 Deelnemende scholen Op de volgende scholen loopt het implementatieproces van de handreiking met hulp van het Jeugdeducatiefonds:

“Kinderen zijn goed in verbloemen. Die zeggen dat ze niet op je feestje wíllen komen, maar eigenlijk kunnen ze geen cadeautje kopen. Deze handreiking is daarom nuttig voor scholen die dat nog niet overal in beeld hebben.” Yvonne Stegen, schooldirecteur uit Maastricht

Gemeente Amsterdam Basisscholen: Het Talent, De Achtsprong, De Vijf Sterren Gemeente Rotterdam Basisscholen: Bergkristal, Globetrotter, Waalse School Gemeente Groningen Basisscholen: Pendinghe, De Kleine Wereld, De Tamarisk Gemeente Enschede Basisscholen: Europa, Het Pathmos, Het Stadsveld Gemeente Heerlen Basisscholen: De Griffel, Mijn Spoor, Broederschool

50

51

“Het is goed dat scholen zich bewust zijn van wat kinderen nodig hebben. Deze handreiking helpt daarbij. Hoe houd je het team gespitst op signalen die er zijn, hoe houd je het contact met de ouders goed en hoe ga je samen zoeken naar een oplossing?” Josha Veger, schooldirecteur uit Veendam

13 februari 2020: Presentatie Handreiking Armoede

“Het is mooi dat er verschillende invalshoeken zijn. Er is daardoor voor ieder wat wils. Je kan pakken wat voor jouw school het beste past.” Bernadette Lensen, schooldirecteur uit Rotterdam

Lijn 3 - Experimenten Leren in de praktijk

De Gelijke Kansen Alliantie werkt met een lerende aanpak. Experimenten zijn daarin een kans om nieuwe dingen te leren en andere inzichten te vergaren. Daarvoor werkt de GKA samen met andere departementen binnen de Rijksoverheid, ondersteunen we vernieuwende initiatieven of verbinden we deze met onderzoek, om vervolgens kennis en nieuwe inzichten te delen met het netwerk. Dit jaar zijn twee experimenten gestart: Rotterdams Goud en Stagemakelaar. 52

Experiment ‘Rotterdams Goud’ Rotterdams Goud is afgeleid van een onderwijsconcept uit New York, genaamd Uncommon Schools. Het uitgangspunt is dat alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, recht hebben op het beste onderwijs op weg naar een goede toekomst. Rotterdams Goud wil scholen die succesvol zijn. We spreken daarbij niet in termen van achterstanden, maarvan het dichten van de prestatiekloof. Wat houdt Uncommon Schools in? Het onderwijsconcept Uncommon Schools is een integrale aanpak die uitgaat van een respectvolle leeromgeving, accenten in het curriculum, datagedreven instructies en een rolverdeling die het proces beter ondersteunt.

De resultaten zijn veelbelovend: 99% van de leerlingen gaat naar college (vergelijkbaar met havo) en 76% maakt college ook af.

In Rotterdam-Zuid wordt de aanpak vertaald naar de Nederlandse praktijk. De kenmerken van Rotterdams Goud zijn: · Hoge verwachtingen ten aanzien van álle leerlingen · Excellent onderwijs: leraren worden ondersteund met trainingen, coaching, begeleiding, uitgeschreven lesplannen, instructies, werkvormen, materialen · Elke leerling kennen en maatwerkonderwijs bieden: de leraren verzamelen data van leerlingen om maatwerk op leerlingniveau te kunnen geven en betrekken gezinnen bij de school · Keuzes in het curriculum: focus op de kernvakken (taal, rekenen/wiskunde), sociaal-emotioneel leren en burgerschap · Sterke gedragscultuur: onderwijzen, herkennen en versterken van goed gedrag; slecht gedrag wordt niet getolereerd · Altijd leren: een verlengde schooldag, zodat er voldoende tijd is voor kernvakken en voor buitenschoolse activiteiten

Deelnemende scholen Aan de pilot doen de volgende scholen mee: 1. OBS de Bloemhof 2. OBS de Pantarijn 3. De Savornin Lohmanschool 4. Willem van Oranje 5. Johan Bogermanschool 6. Juliana van Stolbergschool 7. Van Asch van Wijckschool Van New York naar de Nederlandse context Met Rotterdams Goud wordt een internationaal bewezen effectieve interventie voor een andere manier van leren in de Nederlandse context toegepast. De Gelijke Kansen Alliantie is in de beginfase betrokken bij deze pilot om te bekijken of en hoe dit werkt in de Nederlandse context, en te bezien of deze manier van werken ook in andere steden of gemeenten kan worden toegepast, met behoud van kwaliteit. Rotterdams Goud vertaalt de eisen die een diverse populatie stelt aan school en leraren naar nieuwe rollen en een andere rolverdeling. De nieuwe functieprofielen en vaardigheden die daaruit volgen, leveren interessante kennis op, die relevant is voor andere regio’s maar ook binnen de beleidsdirecties van het ministerie van OCW. Rotterdams Goud past daarmee als experiment binnen de lerende aanpak van de Gelijke Kansen Alliantie.

We verwachten dat het aantal Uncommon Schools de komende jaren groeit naar zes tot tien scholen. Aan het eind van schooljaar 2022-2023 ligt er een onderwijsconcept dat overdraagbaar is.

Onderzoek tijdens de pilot Aan de pilot is een onderzoek gekoppeld, waarin wordt gekeken naar het effect van de aanpak op leerlingen én leraren. Het onderzoek wordt de komende jaren uitgevoerd door de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en richt zich op wat werkt in de praktijk en op effecten op andere belangrijke vraagstukken binnen het onderwijs, zoals lerarentekort en werkdruk.

53

Experiment ‘Stagemakelaar’ Niet elke leerling of student weet een stageplek te bemachtigen, ondanks de inspanningen van de opleidingsinstelling. Dit leidt tot studievertraging en soms tot het voortijdig stoppen van de studie. Waarom lukt het sommigen niet om een stageplek te bemachtigen? En hoe kunnen deze leerlingen en studenten worden geholpen? Het experiment Stagemakelaar in Amsterdam en Rotterdam onderzoekt het probleem in de praktijk. Wat is een stagemakelaar? De stagemakelaar neemt leerlingen en studenten die het niet lukt om via de reguliere weg een stageplek te vinden bij de hand. De stagemakelaar zorgt voor intensieve begeleiding en persoonlijke feedback, en legt actief de verbinding tussen onderwijsinstellingen, stagebedrijven en leerlingen en studenten.

54

Doel van het experiment Stagemakelaar Het doel van het experiment Stagemakelaar is om vanuit de praktijk de succesfactoren en omstandigheden voor het vinden van een stageplaats in kaart te brengen. Het experiment loopt tussen november 2019 en november 2021. Aanleiding en onderzoek Startpunt Nieuw-West in Amsterdam maakt sinds 2016 succesvol gebruik van de stagemakelaar. Onduidelijk is nog wat de succesfactoren precies zijn. Onderzoek naar het experiment moet leiden tot een best practice voor de werkwijze van de stagemakelaar. Het onderzoek maakt onderdeel uit van de bredere onderzoekscall ‘Gelijke Kansen naar de Toekomst’ van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), waar ook de directie MBO (OCW) en directie Samenleving & Integratie (SZW) aan deelnemen. Onderzoek naar de effecten De tussenresultaten van het onderzoek worden tijdens de uitvoering van het experiment continu teruggekoppeld om de werkwijze van de stagemakelaars verder te ontwikkelen. Het onderzoek wordt hiermee onderdeel van de implementatie van het experiment en levert een bijdrage aan de effecten ervan.

55

Reflectie uit de praktijk Wat werkt en wat niet? Hoe werkt het bevorderen van kansengelijkheid in de praktijk, vandaag en morgen? Voor de lerende aanpak van de Gelijke Kansen Alliantie is verbinding met de praktijk van wezenlijk belang. Daarom zijn met de Expertgroep en Jongerenraad twee vormen van reflectie ingericht.

56

De Expertgroep De Expertgroep bestaat uit professionals die dagelijks ‘in het veld opereren’. Wat betreft achtergrond, maatschappelijke rol en woonplaats een divers gezelschap. Die verscheidenheid maakt de expertgroep uniek in haar soort. De leden van de expertgroep nemen deel op persoonlijke titel en reflecteren met en op de Gelijke Kansen Alliantie. Ze leveren inhoud en fungeren als klankbordgroep voor ideeën. Ook zetten zij zich in om het programma verder te ontwikkelen, waarbij zij vanuit hun lokale context een rol oppakken en ook als voorlopers fungeren.

De Expertgroep

De GKA-Jongerenraad De Gelijke Kansen Alliantie gaat over gelijke kansen voor alle jongeren. Daarom geven we jongeren graag een stem. Met de GKA-Jongerenraad betrekken we ze actief bij het werk dat we doen. De jongeren geven gevraagd en ongevraagd advies aan de Gelijke Kansen Alliantie. Ook leveren ze actief een bijdrage aan het bevorderen van kansengelijkheid met ideeën en suggesties voor beleidsontwikkeling en door optredens bij bijeenkomsten. Tegelijkertijd werken alle leden in deze raad onder professionele begeleiding aan pilots in hun eigen omgeving en hun persoonlijke ontwikkeling, bijvoorbeeld in masterclasses. De GKA-Jongerenraad bestaat uit 14 jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar, afkomstig uit heel Nederland en uit alle onderwijssectoren. Met vele anderen hebben ze destijds gereageerd op onze oproep. Waarom ze zich hebben aangemeld? “Jongeren zijn de toekomst”, zegt Willemijn. “En het zou niet moeten uitmaken wie je bent of waar je bent geboren.” De jongeren delen met elkaar de overtuiging dat gelijke kansen vanzelfsprekend zouden moeten zijn. En dat ze écht een verschil kunnen maken. Alihan: “De grootste winst zal zijn om ervoor te zorgen dat het probleem daadwerkelijk wordt erkend.”

Pilots De leden van de Jongerenraad ontwikkelen met anderen uit het GKA-netwerk pilots in de praktijk, zoals bijvoorbeeld een handboek en coahingstraject om ouders te ondersteunen bij onderwijs op afstand. Lees meer op: gelijke-kansen.nl/actueel/ jongerenraad.

Ufuk Kâhya Wethouder Duurzame mobiliteit, Talentontwikkeling en Welzijn, Den Bosch

Inge de Wolf Hoogleraar Education System aan Maastricht University, Directeur EdLab NL en strategisch inspecteur bij de Onderwijsinspectie

Mehmet Day Onderzoeker Verwey-Jonker Instituut en PhD-kandidaat Erasmus Universiteit Rotterdam

Henk van der Esch Voormalig bestuursvoorzitter Achterhoek VO

Ilanah Schriki Directeur Sector Quartaire Statistieken (SQS), CBS

Yvonne Stegen Directeur Manjefiek Kindcentrum, Maastricht

Abdelhamid Idrissi Directeur en oprichter van Stichting Studiezalen, Amsterdam

Gert Vos Voormalig wethouder Onderwijs en Jeugd, gemeente Hoogeveen

Bas Martens Hoofd Onderwijs, gemeente Utrecht

Eddie Denessen Bijzonder hoogleraar sociaalculturele achtergronden en differentiatie in het onderwijs, Universiteit Leiden

Sirra Alofs Beleidsmedewerker studentenwelzijn, Universiteit Utrecht Fred Voncken Strategisch Adviseur Onderwijs, Cultuur, Sport en Gezonde Levensstijl en voorzitter Kernteam Noodplan Lerarentekort Den Haag en Rotterdam Monique Wittebol Voorzitter bestuur bij kinderopvangorganisatie Bink, Soest en vice-voorzitter branchevereniging maatschappelijke kinderopvang (BMK)

57

58

59

GKA Jongerenraad 2020/2021

Gelijke Kansen Alliantie Jongerenraad

“Ik heb kunnen profiteren van de opties die het onderwijs te bieden heeft, terwijl anderen zich niet bewust zijn van deze mogelijkheden. Kansen moeten gecreëerd worden, maar ook onderwezen” Soukaina Badou 21 jaar

“Wij hebben allemaal baat bij een land waarin jongeren goed onderwijs krijgen” Fernon Longfur 20 jaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=d28d3eb7-9a01-41d7-9682-faae7113e79d