Bijlage C - BP vd Mortelstraat_-_Gooweg_Toelichting (1)
Tekst van het document
Deze conclusie is tevens van toepassing voor het bestemmingsplan ‘Noordwijk Binnen’’’. Aangenomen kan worden dat de bevoorrading van het tankstation dus geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Verder is de N206 een transportroute voor gevaarlijke stoffen, op een afstand van circa 805 meter van de beoogde woningen. Er is geen PR10-6 contour en het groepsrisico hoeft niet verder beoordeeld te worden, omdat de beoogde ontwikkeling op meer dan 200 meter van de transportroute ligt. Buisleiding De meest dichtstbijzijnde buisleiding ligt op circa 340 meter van de beoogde woningen. Dit betreft een hogedrukaardgasleiding (kenmerk A-560). Het invloedsgebied van de buisleiding ligt gedeeltelijk over de grenzen van het plangebied. Echter zijn de vier woongebouwen beoogd in het zuiden van het plangebied, langs de Van de Mortelstraat. Daarmee staan ze buiten het invloedsgebied van de buisleiding. Zie ook navolgende afbeelding, afkomstig uit het externe veiligheidsonderzoek ten behoeve van een woningbouwontwikkeling aan de oostzijde van de Zilveren Kruislocatie (woongebied Bronsgeest). Villa Goohorst, de Gooweg 41 en 43, en het ‘rotondegebouw' liggen wel deels binnen het invloedsgebied, maar zijn bestaande bouwwerken waar geen nieuwe woningen voorzien zijn.
Omdat de beoogde nieuwe woongebouwen niet in het invloedsgebied zijn geprojecteerd hoeft er geen nadere beoordeling plaats te vinden.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
48
Afbeelding: Ligging woongebouwen ten opzichte van invloedsgebied buisleiding, met in groen de beoogde woongebouwen weergegeven
Overigens is in het vigerende bestemmingsplan ‘Noordwijk Binnen’ (vastgesteld 2013-06-27) toegelicht dat de Omgevingsdienst West-Holland een risicoberekening heeft uitgevoerd voor (onder andere) de betreffende buisleiding. Het volgende wordt gesteld over het persoonsrisico: ‘’De Omgevingsdienst West-Holland heeft een risicoberekening uitgevoerd ten behoeve van […] de gasleiding ten noorden van het plangebied (25 februari 2013). Uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een PR10-6 contour buiten de projectie van de gasleidingen’’. Het volgende wordt gesteld over het groepsrisico: ‘’Het groepsrisico veroorzaakt door de gasleiding ten noorden van het plangebied is het hoogst in de omgeving van de Northgodreef. Het groepsrisico bedraagt 0,001 maal de oriëntatiewaarde. Het maximaal berekende aantal dodelijke slachtoffers bedraagt 23. Deze situatie is getoetst aan de provinciale en de regionale EV visie. Aan de provinciale visie wordt naar alle verwachting voldaan. Het plangebied ligt in zone 4 van de regionale EV visie, wat betekent dat het groepsrisico verwaarloosbaar is en geen beperking vormt voor het vaststellen van het bestemmingsplan’’. De regionale EV visie is sinds de bovengenoemde berekening en onderbouwing geactualiseerd. De actuele versie dateert van februari 2014 (Bestuurlijk kader Externe Veiligheid Holland Rijnland).
In dit beleidsdocument is het invloedsgebied uit voorgaande afbeelding overgenomen. In het beleidsdocument is deze zone aangegeven als ‘invloedsgebied gasleiding (groepsrisico < 0,1 maal de oriëntatiewaarde). Deze zone (zone groen genaamd) houdt volgens het beslismodel verantwoording groepsrisico het volgende in.
Omdat de woningen in het plangebied buiten deze groene zone liggen, zijn er geen beperkingen voor het plan vanuit groepsrisico. Ook de berekening van de Omgevingsdienst Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
49
West-Holland uit 2013 blijft van toepassing omdat het gebied aan de noordzijde van Noordwijk Binnen volgens het geactualiseerde beleid nog steeds in zone 4 ligt. Daarmee kan gesteld worden dat het persoons- en groepsrisico van de buisleiding een beperkt effect heeft op de omgeving. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt naar verwachting geen belemmering voor het beoogde plan.
4.8
Natuur en ecologie
Voor de bescherming van plant- en diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van deze wet. Indien uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming heeft ook betrekking op beschermde natuurgebieden, zoals de Natura 2000-gebieden. Dergelijke gebieden maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. In en rondom Natura 2000-gebieden gelden strikte voorwaarden in verband met de instandhouding en de bescherming van de natuur. 4.8.1
Natuurbescherming
Binnen het plangebied is (provinciaal) beschermde natuur aanwezig in de vorm van de toekomstige ecologische verbindingszone tussen landgoed Offem en Nieuw Leeuwenhorst. Deze zone is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (zie ook hoofdstuk 3). Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied bevindt zich op ruim een kilometer afstand, aan de oostzijde van de N206 (achter het terrein van Beuk). Het project heeft daarop geen invloed. Blijkens art 6.31 in samenhang met art 6.9 onder e is een ‘strategische reservering natuur’ opgenomen op de verbeelding van de verordening onder de noemer ‘Natuurnetwerk Nederland’ (NNN). De ligging van ‘strategische reservering natuur’ staat niet afzonderlijk vermeld op een kaart van de Omgevingsverordening of de Omgevingsvisie. Voor zowel het weidevogelleefgebied als de NNN geldt geen gebiedsbescherming met ‘externe werking’, dat geldt alleen voor Natura2000-gebieden. Alleen als binnen die gebieden activiteiten worden verricht is toetsing nodig. Het project is niet van invloed is op het Natuurnetwerk Nederland, weidevogelleefgebieden of de strategische reservering natuur. Het plangebied ligt op enige afstand van de Natura 2000-gebieden ‘De Coepelduynen’, ‘Kennemerland-Zuid’ en ‘Meijendel en Berkheide’.
Omdat achtergronddeposities ter plaatse van de Natura 2000-gebieden deels hoger zijn dan de kritische depositiewaarden van de beschermde habitattypen en het Programma Aanpak Stikstof niet meer geldt kunnen significante effecten niet op voorhand worden uitgesloten. De effecten van de mogelijke toename in stikstofdepositie moeten daarom in een nader onderzoek worden geanalyseerd. Dit onderzoek is door Cauberg-Huygen uitgevoerd conform de laatste Aerius-tool (zie bijlage). In het onderzoek is rekening gehouden met de toekomstige verkeersintensiteiten (zie subparagraaf 4.2.1). Uit het onderzoek blijkt dat de stikstofdepositie door de herontwikkeling van kantoor naar wonen in de gebruiks- en bouwfase niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie, zijnde gedeeltelijk leegstaand kantoor. Daardoor zijn vanwege de vaststelling van het bestemmingsplan significante effecten op de instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Het bestemmingsplan voldoet voor wat betreft gebiedsbescherming dan ook aan de Wet natuurbescherming. 4.8.2
Soortenbescherming
Quick scan ecologie
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
50
Ten behoeve van het bestemmingsplan is het nodig om na te gaan of de ontwikkeling van een deel van het plangebied tot woongebied gevolgen heeft voor beschermde soorten. Door Els & Linde BV is een quick scan ecologie uitgevoerd (projectnummer 22.014, d.d. 30 maart 2023, zie bijlage). In het onderzoek is gekeken naar zowel de locatie van het toekomstige woongebied als de omgeving. Daaruit blijkt dat de aanwezigheid van de vleermuis niet op voorhand kan worden uitgesloten in het rotondegebouw. Dit deel blijft behouden. Geadviseerd wordt om met een ecologisch werkprotocol te werken. Het gebied is geen essentieel jachtgebied. De omgeving heeft verschillende geschikte jachtplekken. De opbouw van het landschap maakt dat een vliegroute zeer onwaarschijnlijk is. Voor wat betreft andere zoogdieren is er een kans op de aanwezigheid van laag beschermde soorten als hazen, egels en muizen. Ter plaatse van het toekomstige woongebied is een kleine kans op de aanwezigheid van kleine marters. Het gaat daarbij om de ruigte nabij de rotonde van de N444. Marters kunnen ook voorkomen in de omgeving Beschermde vegetatie en planten zijn niet aanwezig en ook niet te verwachten. Binnen de planlocatie is een kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel (Eurinaceus europaeus), spitsmuizen en muizen. Er is geen kans op aanwezigheid van de marters. Een geschikt habitat ontbreekt.
Binnen het voormalig kantoorgebouw zijn geen geschikte openingen waargenomen voor de huismus en/of gierzwaluw om binnen het gebouw te nestelen. Er zijn binnen de planlocatie geen nesten waargenomen van roofvogels of uilen. Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Er is de mogelijkheid voor vogels om te nestelen in de bomen en struiken binnen en in de directe omgeving van de planlocaties. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen het perceel. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocatie voldoet hier niet aan. Tijdens het oriënterend onderzoek is ook gekeken naar sporen van de das, deze zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten. Afdoend Onderzoek Op basis van deze bevindingen is door Els & Linde BV een afdoend onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen (projectnummer 22.164, d.d. 28 mei 2023, zie bijlage). Uit de resultaten van het afdoend onderzoek blijkt dat er één zomerverblijf binnen de planlocatie aanwezig is. Het zomerverblijf bevindt zich in de twee onder één kap woningen. Deze woningen blijven behouden.
De vraag is of de werkzaamheden aan de woningen leidt tot verwijderen of verstoring van de verblijfplaats. Mocht dit het geval zijn dan is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Blijft de verblijfplaats behouden en wordt deze niet verstoord, dan is geen ontheffing nodig, maar dient er wel gewerkt te worden met een Ecologisch werkprotocol.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
In paragraaf 3.3.2 is ingegaan op het gemeentelijk beleid ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie. In deze paragraaf wordt dieper ingegaan op het onderzoek, wat een verplichting is voor het opstellen van een bestemmingsplan. 4.9.1
Archeologie
Op grond van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Noordwijk (2020) en de bijbehorende Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordwijk (2020) gelden in het plangebied diverse verwachtingen op archeologische sporen.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
51
Afbeelding: uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart
Het plangebied bevindt zich volledig binnen de zone Duinen en Strandwallen - Hoge Archeologische verwachting vanaf het neolithicum op, de Waarden- en verwachtingenkaart. In combinatie met het verstoringenonderzoek heeft dit geresulteerd in twee categorieën archeologische waarden op de beleidsadvieskaart, categorie 5 en 12. Respectievelijke zones met een hoge verwachting en vrijgestelde gebieden. Voorts is door IDDS een Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd (Projectnummer 49611016, 20 februari 2017; zie bijlage). Dat onderzoek had betrekking op de deelgebieden 1 en 3 uit navolgend kaartje. Deelgebied 2 is niet onderzocht.
Afbeelding: deelgebieden Inventariserend Veldonderzoek
Op basis van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om in het westelijke deelgebied (op de afbeelding genummerd als 1) geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. De bovengrond is gemiddeld tot een diepte van 1,5 m –mv of 0,1 m NAP (met uitzondering van de locaties van gebouwen en kelders, waar de bodem al veel dieper verstoord is en waar geen archeologische resten meer aanwezig kunnen zijn) verstoord en daarmee zijn ook de duinafzettingen grotendeels verstoord. Deze duinafzettingen hebben door de uitgebreide verstoringen een lage archeologische verwachting. Het oostelijke deelgebied (op de afbeelding genummerd als 3) is in de beleidsadvieskaart aangewezen als categorie 12, die van toepassing is op vrijgestelde gebieden, zodat daar geen nader onderzoek meer nodig is. Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
52
Door ter plaatse van het nog niet onderzochte deel (op de afbeelding genummerd als 2) de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ op te nemen zijn de archeologische belangen in het gebied in voldoende mate gewaarborgd. 4.9.2
Cultuurhistorie
Voor wat betreft cultuurhistorie kunnen de Atlas Leefomgeving, de provinciale kwaliteitskaart, de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) en de Cultuurhistorische Kaart Noordwijk als hulpmiddel gebruikt worden om inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van cultuurhistorische elementen. Gelet op deze kaarten zijn er in het plangebied van het bestemmingsplan bijzondere te beschermen cultuurhistorisch element aanwezig, namelijk de villa Goohorst en Tanah Wangi. De Gooweg, waaraan deze gebouwen liggen, betreft een historisch landschappelijke lijn van redelijk hoge waarde die onderdeel is van de Landgoederenzone: een langgerekte, min of meer aaneengesloten verzameling landgoederen, die loopt over de oude duinenrij van Monster naar Haarlem. Deze landschappelijke tegenhanger van de grachtengordel vormt een aantrekkelijke oase van groen in de Randstad. De voorgenomen herontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor de historisch landschappelijke lijn ter plaatse van de Gooweg, de waardevolle villa Goohorst en Tanah Wangi. De kwaliteit van de groene as blijft gelijk. Door het loskoppelen van de villa van de overige bebouwing, wordt deze opnieuw alzijdig gepositioneerd en komt het beeld van een landgoed hier beter naar voren.
4.10
Water
Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat in juni 2008 is geactualiseerd. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorts bepaald dat waterbeheerders dienen te worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen. De watertoets is een instrument om bij alle ruimtelijke plannen en besluiten waarin waterhuishoudkundige aspecten voorkomen te toetsen of in voldoende mate rekening wordt gehouden met die aspecten. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor de waterkwantiteit (ruimte voor water, berging, infiltratie, aan- en afvoer), aandacht voor effecten op de waterkwaliteit en aandacht voor de veiligheid (overstroming). Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. 4.10.1 Waterkering Het plangebied van dit bestemmingsplan is niet gelegen in de zone van een waterkering. 4.10.2 Waterkwantiteit Buiten het plangebied is één (drooggevallen) watergang aanwezig, langs de Gooweg aan de zijde van het kantoorperceel. Demping van water is vergunningplichtig op basis van de Keur en dient 100% gecompenseerd te worden.
Voorliggend plan leidt niet tot demping. Bij een toename van verharding met meer dan 500 m² hanteert Rijnland de eis dat binnen het betreffende peilgebied 15% van het extra verharde oppervlak als open water dient te worden gecompenseerd. In dit project neemt het verhard en bebouwd oppervlak niet toe ten opzichte van bestaand zodat watercompensatie niet nodig is. Op basis van het Schetsontwerp is juist sprake van een afname, zie daarvoor onderstaande (voorlopige/indicatieve) tabel.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
53
Op het parkeerterrein wordt de indeling wat aangepast waardoor enige nieuwe verharding (ca. 265 m2) wordt aangebracht, maar die wordt één-op-één gecompenseerd door het wegnemen van bestaande verharding met gelijke omvang. Het Hoogheemraadschap heeft bevestigd dat het plan daarom voldoet aan het beleid van Rijnland. 4.10.3 Infiltreren in/op de bodem Als er een nieuw gebouw is het ongewenst dat het hemelwater op het gemengde riool wordt geloosd en het liefste ook niet op een hemelwaterriool. Het beste zou zijn om het water te laten infiltreren in de omgeving. Dit lijkt op deze locatie ook goed omdat deze relatief hoog ligt (het is vrij droog) ten opzichte van het oppervlaktewaterpeil. Een wadi of een andere manier van waterinfiltratie in de bodem kan daarvoor zorgen. In de verdere uitwerking van de inrichting wordt hieraan aandacht geschonken. 4.10.4 Ondergronds bouwen Er worden halfverdiepte bergingen onder de appartementenblokken aangelegd. Het oppervlakte is beperkt er verspreid. Wanneer ondergronds gebouwd gaat worden dient, mede wegens de gedeeltelijke ligging op een strandwal, rekening te worden gehouden met mogelijke effecten op het grondwater. In het bestemmingsplan is hiervoor een nadere eisenregeling opgenomen. Het Hoogheemraadschap Rijnland adviseert de (half-verdiepte) bergingen volledig waterdicht te maken.
Rijnland kan geen toestemming geven voor permanente onttrekkingen voor het drooghouden van niet-waterdichte constructies. Ook wordt geadviseerd bij het maken van de waterdichte constructie ook rekening te houden met mogelijke toekomstige grondwaterstandverhogingen. In de verdere bouwplanuitwerking komt dat aan bod. 4.10.5 Toets Het Hoogheemraadschap wordt in de gelegenheid gesteld om het bestemmingsplan te toetsen. Voor werkzaamheden of het realiseren van bouwwerken is de Keur van Rijnland het toetsingskader. Bij de herontwikkeling hoeft geen watercompensatie te worden gerealiseerd (zie ook 4.10.2).
4.11
Kabels, leidingen en andere beperkingen
Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met planologisch relevante kabels en leidingen en andere beperkingen. In het plangebied zijn deze niet aanwezig.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
54
5. 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
De doelstelling van dit bestemmingsplan is om een nieuw actueel bestemmingsplan voor het voormalige Zilveren Kruiskantoor te zijn waarin ruimte wordt geboden aan de in hoofdstuk 2 van deze toelichting omschreven herontwikkeling van het gebied.
5.2
Planvorm
Dit bestemmingsplan bestaat uit een planverbeelding, regels en een toelichting. De planverbeelding en de daaraan gekoppelde regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting vormt de uitleg en motivering van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stellen de digitalisering van ruimtelijke plannen en besluiten volgens daartoe gestelde standaarden verplicht. Het Bro stelt verplicht dat een bestemmingsplan in digitale vorm volgens de ro-standaarden voor de digitalisering wordt vastgesteld en dat daarvan tevens een analoge verbeelding wordt vastgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de landelijke standaarden voor vergelijkbaarheid, zijnde SVBP 2012, en is een digitaal plan. 5.2.1
Verbeelding en regels
Op de planverbeelding van het bestemmingsplan wordt door middel van vlakken, letters, cijfers en aanduidingen aangegeven welke bestemming op een bepaald stuk grond van toepassing is. In de regels is vervolgens aangegeven welk gebruik en welk bouwvolume is toegestaan. Als ondergrond van de planverbeelding is een basiskaart als topografische ondergrond gehanteerd. Daarmee kan exact worden bepaald waar het plan is gelegen en hoe begrenzingen lopen. Om de goede leesbaarheid van de planverbeelding te waarborgen is voor wat betreft de analoge verbeelding gekozen voor een schaal van 1:1.000. De analoge verbeelding is voorts voorzien van een legenda en een noordpijl. Het plangebied van het bestemmingsplan is aan de hand van een plangrens (bolletjeslijn) op de verbeelding weergegeven. In de standaarden voor vergelijkbaarheid, de SVBP 2012, is voorgeschreven hoe de regels van het bestemmingsplan dienen te worden opgebouwd. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid dienen de regels in hoofdstukken te worden geplaatst. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken (zie ook paragraaf 5.3). In het eerste hoofdstuk worden de begrippen en wijze van meten behandeld.
Deze hebben als doel begrippen in de regels te verklaren en eenduidige richtlijnen te geven op basis waarvan de bouwmaten die zijn opgenomen in de regels dienen te worden gemeten. In het tweede hoofdstuk zijn de regels opgenomen, die betrekking hebben op alle bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Het derde en vierde hoofdstuk omvat een aantal regels, die niet op een bepaalde bestemming betrekking hebben, maar voor het gehele bestemmingsplan gelden.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
55
5.2.2
Bestemmingsvlak en bouwvlak
Het gehele plangebied van dit bestemmingsplan is opgedeeld in bestemmingsvlakken. De voorkomende bestemming(svlakk)en zijn: Gemengd; Groen; Kantoor; Tuin; Verkeer; Wonen-1; Wonen-2; Waarde – Archeologie – 5; Waarde – Cultuurhistorie. Per bestemming is aangegeven welk gebruik en welk bouwvolume is toegestaan. In een aantal bestemmingsvlakken zijn bouwvlakken opgenomen. Deze bouwvlakken geven aan in welk deel van het bestemmingsvlak (hoofd)gebouwen zijn toegestaan. 5.2.3
Aanduidingen
In de planverbeelding zijn ook diverse aanduidingen opgenomen. Deze aanduidingen kunnen aangeven dat een specifiek gebruik op bepaalde gronden is toegestaan of welke maatvoering is toegestaan.
5.3
Opbouw regels
5.3.1
Inleidende regels
Overeenkomstig het SVBP 2012 bevat hoofdstuk 1 de inleidende regels van het bestemmingsplan. Deze regels hebben betrekking op de interpretatie van de in de bestemmingsplanregels gehanteerde begrippen en de wijze waarop de aangegeven maten moeten worden bepaald. Artikel 1 bevat de verklaring van in de planregels voorkomende begrippen. In aanvulling op de in het SVBP 2012 voorgeschreven begripsbepalingen is een aantal begrippen opgenomen waarvan een nadere verklaring in aanvulling op het normale spraakgebruik van belang is voor een goede interpretatie van het juridische normenkader. Artikel 2 bevat een uitleg over de wijze waarop bij de toepassing van de planregels de relevante maten moeten worden bepaald. Voor een aantal maten is in het SVBP 2012 neergelegd op welke wijze wordt gemeten. Ten behoeve van de interpretatie van de planregels zijn daarnaast in aanvulling op de meetvoorschriften van het SVBP een aantal nadere bepalingen opgenomen over de wijze van meten. Dit geldt voor o.a. het bruto vloeroppervlak. 5.3.2
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin zijn achtereenvolgens en in alfabetische volgorde de planregels opgenomen met betrekking tot de voorkomende (enkel)bestemmingen en dubbelbestemmingen. Dubbelbestemmingen zijn van toepassing op gronden waar twee of meer onafhankelijk van elkaar voorkomende bestemmingen aan de orde zijn. Er is daarbij sprake van een rangorde tussen de dubbelbestemming en de daarmee samenvallende bestemming. In een bestemmingsregel wordt aangegeven waarvoor en – zo nodig – hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid dient hierbij een vaste volgorde te worden aangehouden. Voor zover voor het betrokken bestemmingsplan van toepassing, geldt dit voor alle soorten bestemmingen. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
56
-
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.
In de bestemmingsomschrijving wordt beschreven welke functies binnen de betreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld in alle bestemmingen dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de volgende (sub)leden worden maten zoals oppervlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In de specifieke gebruiksregels worden nadere bepalingen gegeven omtrent de functies die zijn vermeld in de doeleindenomschrijving. Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. Gemengd Deze bestemming maakt hergebruik van het rotondegebouw mogelijk voor gemengde functies: kantoor, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en aan deze functies ondergeschikte horecavoorzieningen / ondergeschikte detailhandel. In artikel 1.49 is vastgelegd wat moet worden verstaan onder ‘ondergeschikte horeca / ondergeschikte detailhandel’, wat onder meer betekend dat de omvang ervan is beperkt tot 25% van het pand met een maximum van 125 m2. Groen De strook groen tussen het parkeerterrein en Bronsgeest en de strook groen tussen het parkeerterrein en Gooeweg 14 zijn bestemd als ‘Groen’.
Binnen deze bestemming zijn naast groenvoorzieningen ook voetpaden en water toegestaan. In lid 2 zijn bouwregels opgenomen. Binnen de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. Voor andere bouwwerken geldt een maximale bouwhoogte. Kantoor De bestemming ‘Kantoor’ legt het bestaande kantoorgebruik in villa Goohorst vast. De villa mag ook worden gebruikt voor maximaal één woning. Tuin De onbebouwd blijvende ruimte rond de bestaande bebouwing en de nieuwe te bouwen appartementengebouwen mag worden ingericht voor tuinen en erven, al dan niet ondergronds gebouwde parkeervoorzieningen en bij de bestemming behorende voorzieningen waaronder groen, speelvoorzieningen, ondergrondse afvalcontainers, water, ontsluitingswegen en paden. Er zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan met een maximum van 100 m2 bebouwd oppervlak. Zo kan bijvoorbeeld het bestaande koepelgebouw worden herplaatst. Rond villa Goohorst is een ruimte opgenomen die vrij dient te blijven van bijgebouwen, opdat de vrije ligging en het zicht op het gebouw wordt geborgd. Dat gebied is op de verbeelding aangeduid als ‘specifieke bouwaanduiding – 1’. Aan de zijde van de Van de Mortelstraat is het niet gewenst hogere bouwwerken dan 1 meter op te richten, behoudens eventueel noodzakelijke geluidwerende constructies. Deze beperking in bouwhoogte geldt binnen de zone die is aangeduid als ‘specifieke bouwaanduiding – 2’.
Deze gronden worden niet aangemerkt als 'erf' in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. Hierdoor kan ter plaatse van de bestemming 'Tuin' niet omgevingsvergunningsvrij worden gebouwd. Gelet op de ligging en de beperkte grootte van het plangebied, met de daarbij te realiseren bebouwing in de vorm van een viertal woonappartementengebouwen, is het ruimtelijk gezien wenselijk om de resterende gronden met de bestemming 'Tuin' in het plangebied zo open en groen mogelijk te houden. Het vorenstaande mede gelet op de bijzondere historische achtergrond van het plangebied, waar het Koepelgebouw, de dubbele villa 'Tanah Wanghi' en in het bijzonder villa 'De Goohorst' met bijbehorende tuin (zie verder paragraaf 2.1.3 van de toelichting) beschermingswaardige elementen betreffen. Gelet op deze locatiespecifieke omstandigheden, strekt deze planregeling zodoende tot het waarborgen van een goede ruimtelijk ordening in het plangebied. Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
57
Verkeer De bestemming 'Verkeer' is op de parkeerterrein van toepassing. Daarvoor is geregeld dat parkeervoorzieningen zijn toegestaan ten dienste van de bestemmingen in dit plan, zodat de parkeerbehoefte van het plan binnen de grenzen van dit bestemmingsplan – op eigen terrein – wordt opgelost. Wonen-1 Binnen het plangebied zijn twee geschakelde woningen langs de Gooweg aanwezig (Tanah Wangi). Deze zijn bestemd als ‘Wonen’. Binnen deze bestemming is het gebruik als wonen toegestaan, evenals aan huis verbonden beroepen en bedrijven (zie artikel 1). In lid 3 zijn specifieke gebruiksregels opgenomen voor de aan huis verbonden beroepen en bedrijven. Binnen de bestemming zijn overeenkomstig het bestaande gebruik ook tuinen / erven en parkeervoorzieningen toegestaan. In lid 2 zijn bouwregels opgenomen waarbij geldt dat hoofdgebouwen en eventuele ondergrondse parkeervoorzieningen alleen zijn toegestaan binnen de bouwvlakken. De opgenomen bouwvlakken voor de hoofdgebouwen zijn gebaseerd op het geldende bestemmingsplan en de bestaande vrijstaande bijgebouwen zijn eveneens voorzien van bouwvlakken. Voor zowel de gebouwen als andere bouwwerken zijn bouwregels opgenomen die onder meer vastleggen dat uitsluitend de bestaande te behouden woningen zijn toegestaan en wat de maximale goot- en bouwhoogte mag bedragen. Deze bouwregels zijn afgestemd op het voorheen geldende bestemmingsplan.
De bouwregels voor bijbehorende bouwwerken zijn conform de gemeentelijke standaard. Wonen-2 De nieuw te bouwen appartementengebouwen zijn bestemd als ‘Wonen-2’. De gronden die nieuw bebouwd mogen worden zijn op de verbeelding vastgelegd met bouwvlakken. De daarbinnen toegelaten maximum bouwhoogte (in meters en in aantallen bouwlagen) is eveneens op de verbeelding opgenomen. De nieuwe bouwvolumes zijn daarmee eenduidig en inzichtelijk geregeld. Waarde - Archeologie – 5 Op basis van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Noordwijk (2020) en de bijbehorende Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordwijk (2020, zie paragraaf 3.3.2) zijn er binnen het plangebied verschillende archeologische verwachtingszones. De zones waar archeologische waarden kunnen zijn is in het bestemmingsplan door middel van een dubbelbestemming weergegeven. Door middel van deze dubbelbestemming is deze zone mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Dat houdt in geval van bouwwerkzaamheden in dat er eerst een KNA-conform archeologisch onderzoek (zie artikel 1 voor begripsbepaling) moet worden overlegd indien de bouwwerkzaamheden betrekking hebben op een gebied met een bepaalde omvang en de bouwwerkzaamheden op een bepaalde diepte plaatsvinden.
In het belang van de archeologische waarden kunnen vervolgens voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning. Ook kunnen burgemeester en wethouders besluiten geen omgevingsvergunning te verlenen indien dat nodig is in het belang van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden in de bodem kan gelet op lid 3 een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk zijn. Indien een dergelijke vergunning nodig is kan deze pas worden verleend indien er een KNA-conform archeologisch onderzoek is ingediend. In het belang van de archeologische waarden kunnen vervolgens voorschriften worden verbonden aan de vergunning. Ook kunnen burgemeester en wethouders besluiten geen omgevingsvergunning te verlenen indien dat nodig is in het belang van de eventueel aanwezige archeologische waarden. In lid 4 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen welke het mogelijk maakt om de dubbelbestemming te wijzigen naar aanleiding van een nader archeologisch onderzoek.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
58
Waarde – Cultuurhistorie Middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ is de bescherming van de waardevolle villa Goohorst en van Tanah Wangi opgenomen in het bestemmingsplan. Omgevingsvergunningen voor (ver)bouwen worden getoetst of er geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ontstaat en er geldt een sloopverbod voor deze gebouwen. 5.3.3
Algemene regels
Het SVBP 2012 schrijft voor dat in hoofdstuk 3 van de planregels de algemene regels moeten worden ondergebracht . De algemene regels moeten worden opgevat als de afsluitende regels van een bestemmingsplan. Zij vormen het voorwaardenscheppende kader van het bestemmingsplan als geheel. Naast de wettelijk verplichte anti-dubbeltelregel die onder de algemene regels moet worden geplaatst, zijn in dit bestemmingsplan algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels opgenomen. Antidubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond welke betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene bouwregels In dit artikel is vastgelegd tot in hoeverre ondergeschikte bouwdelen van een gebouw niet meetellen bij een overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om oversteken daken en balkons. Ook is in het artikel bepaald dat bestaande legale bebouwing is toegestaan indien deze bebouwing qua afmetingen en afstandsmaten afwijkt van de regels in het bestemmingsplan. Algemene gebruiksregels In dit artikel is omschreven welk gebruik in ieder geval als strijdig gebruik in het gehele plangebied dient te worden aangemerkt.
Algemene afwijkingsregels Het kan voorkomen dat een bouwplan niet volledig past in de regels van het bestemmingsplan. In bepaalde gevallen kan het wenselijk zijn om toch medewerking te verlenen. Hiervoor kan toepassing worden gegeven aan binnenplanse afwijkingsbevoegdheden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een beperkte overschrijding van de maximale bouwhoogte. Algemene wijzigingsregels In de bijlage van het bestemmingsplan is een Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen. Daarin is aangegeven tot welke milieucategorieën bepaalde typen bedrijven behoren. Door middel van de algemene wijzigingsregel kan deze Staat van Bedrijfsactiviteiten worden aangepast. Overige regels In de overige regels is bepaald dat als er in de regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen of verordeningen hiermee wordt gedoeld op de regelingen of verordeningen zoals die luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het voorliggende bestemmingsplan. Ook is een voorrangsregeling opgenomen in het geval er bij gronden sprake is van meerdere bestemmingen (zoals dubbelbestemmingen). Ten slotte is in de overige regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot parkeren. Dat houdt in dat er dient te worden voldaan aan het gemeentelijk beleid ten
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
59
aanzien van parkeren (zie paragraaf 3.3.4). Deze regeling is overeenkomstig de geldende parapluherziening. 5.3.4
Overgangs- en slotregel
Volgens het SVBP 2012 dienen in hoofdstuk 4 van de planregels de overgangs- en slotregels te worden ondergebracht. Hier vinden de wettelijk voorgeschreven bepalingen met betrekking tot het overgangsrecht een plaats. Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in dit bestemmingsplan worden gegeven. Het overgangsrecht vindt op deze wijze zijn plaats in dit plan (en komt voor uit het Besluit ruimtelijke ordening). Het eerste lid regelt de bebouwing, waarbij vernieuwing en verandering van bebouwing, die in strijd is met het bestemmingsplan wordt toegestaan, onder voorwaarde dat de afwijking van het bestemmingsplan niet wordt vergroot. Een reeds eerder afgegeven omgevingsvergunning mag worden benut, ook al is het bouwen in strijd met het bestemmingsplan. In lid 2 is geregeld dat eenmalig tot 10% afwijking kan worden verleend voor het vergroten van het bouwwerk als bedoeld in lid 1. Deze afwijking kan gelet op het bepaalde in lid 3 niet worden verleend indien het betreffende bouwwerk in strijd is met het daarvoor geldende plan, inclusief de daarin opgenomen overgangsbepaling. Het vierde lid van dit artikel regelt het gebruik.
Geregeld is dat gebruik dat volgens eerdere bepalingen was toegestaan maar op basis van dit nieuwe bestemmingsplan wordt verboden mag worden voortgezet. In lid 5 is geregeld dat gebruik als bedoeld in lid 4 niet mag worden gewijzigd in een ander strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang afneemt. Indien het strijdig gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken is het conform het bepaalde in lid 6 niet meer toegestaan om het strijdig gebruik daarna te hervatten. Gelet op het bepaalde in lid 7 is het bepaalde in lid 4 niet van toepassing indien het betreffende gebruik reeds in strijd is met het daarvoor geldende plan, inclusief de daarin opgenomen overgangsbepaling. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
60
6.
Economische uitvoerbaarheid
Een doel van de Wro, met daarin de Grondexploitatiewet, is dat gemeenten meer regie en sturing krijgen op de ruimtelijke ontwikkelingen op/in haar grondgebied, ook gebieden zonder gemeentelijk grondbezit. De nieuwe wetgeving verplicht om kosten die de gemeente maakt ten behoeve van die ontwikkeling te koppelen aan de ruimtelijke doelstellingen en te verhalen op diegene die de ontwikkeling tot stand brengt. Het gaat hierbij om zowel fysieke kosten (uitvoeringskosten) als ontwikkelingskosten (planvoorbereidings- en planbegeleidingskosten). Bovenplanse kosten en kosten voor ruimtelijke ontwikkelingen worden verankerd in een structuurvisie. Bij een bestemmingsplan dan wel projectbesluit hoort, tenzij het een beherend bestemmingsplan betreft, een exploitatieplan of overeenkomst. Het kostenverhaal kan worden geëffectueerd met een anterieure overeenkomst. Bij het ontbreken daarvan wordt een exploitatieplan vastgesteld. Het bestemmingsplan is gericht op herontwikkeling van het plangebied naar woningen door middel van een eindbestemming. De tot ontwikkeling te brengen gronden in het plangebied zijn volledig in eigendom van Syntrus Achmea en er is daarom een anterieure overeenkomst afgesloten om het kostenverhaal te regelen. Voor het bestemmingsplan is gelet op artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dan ook geen exploitatieplan nodig.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
61
7. 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bewonersinformatie
Er is door Syntrus Achmea een bewonersavond gehouden. De avond was ingericht als inloopavond waarbij geïnteresseerden individueel een toelichting op de plannen konden krijgen en vragen konden stellen. Van deze gelegenheid werd ruimschoots gebruik gemaakt. Later is nog met direct omwonenden een avond georganiseerd over het plan. 7.2.2
Overleg met betrokken instanties
Conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het ontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de volgende instanties en verenigingen: Provincie Zuid-Holland; Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid; Hoogheemraadschap van Rijnland. De te ontvangen reacties worden samengevat en beantwoord in een Nota van beantwoording. Als een overlegreactie aanleiding heeft gegeven tot het bijstellen van het bestemmingsplan dan wordt tevens aangegeven op welke wijze het bestemmingsplan wordt aangepast.
7.3
Ontwerpfase
De formele bestemmingsplanprocedure is vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening. Op grond van artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) heeft het ontwerp bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegen, namelijk van 28 juni 2023 tot en met 8 augustus 2023. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan in te dienen. De ingediende zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een antwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan ‘Van de Mortelstraat - Gooweg’. In de nota wordt tevens aangegeven dat hetgeen naar voren is gebracht geen aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan voor vaststelling, behoudens tekstuele aanpassingen in de toelichting, aanvulling van de paragrafen 4.21 en 4.2.2 en het onderzoek van Goudappel (bijlage 1 en 2).
7.4
Vaststellingsfase
De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Tegen het besluit tot vaststelling staat direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het bestemmingsplan in werking.
7.5
Handhaving
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
62
vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen. Op een aantal punten is wel ruimte gelaten voor interpretatie om situaties die niet voorzien zijn bij het opstellen van het bestemmingsplan, maar die wanneer deze zich aandienen wel wenselijk blijken te zijn, niet te frustreren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan nieuwe vormen van bedrijvigheid die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen.
De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven.
Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting
63
Bijlagen bij toelichting Separaat bijgevoegd: 1. Verkeerseffect Zilveren Kruislocatie (Goudappel, 5 december 2023) 2. Parkeren locatie Zilveren Kruis Noordwijk (Goudappel, 3 november 2023) 3. Akoestisch onderzoek wegverkeer (LBP Sight, 9 juni 2023) 4. Bodemonderzoek (IDDS, 9 september 2022) 5. Bodemonderzoek (IDDS, 13 maart 2017) 6. Externe veiligheid (LBP Sight, 20 september 2022) 7. Stikstofonderzoek (Cauberg Huygen, 21 april 2023) 8. Quick scan ecologie (Els&Linde, 30 maart 2023) 9. Afdoend onderzoek ecologie (Els&Linde, 28 mei 2023) 10. Archeologisch onderzoek (IDDS, 20 februari 2017) 11. Besluit hogere waarden Wet geluidhinder (29 november 2023) 12. Besluit milieueffectbeoordeling (13 juni 2023)
Gemeente Noordwijk Voorstraat 42 2201 HW Noordwijk Postbus 298 2200 AG Noordwijk
T (071) 36 60 000 F (071) 36 20 021 E gemeente@noordwijk.nl I www.noordwijk.nl