CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage C - BP vd Mortelstraat_-_Gooweg_Toelichting (1)

Commissie beeldvormend 15 februari 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg en beeldkwaliteitsplan Zilverenkruis-locatie23.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

 De bevolking is sociaal-economisch zeer divers, ook qua woonvormen.  In Noordwijk Binnen wil je graag zijn, of je nu inwoner, werknemer, werkgever of bezoeker bent. Als je vraagt waarom, dan geeft iedereen een ander antwoord, vanuit een ander perspectief.  Het middengebied tussen Noordwijk aan Zee en Noordwijk Binnen maakt Noordwijk Binnen echt tot een eigen dorp.  Het is authentiek, knus en groen.  Noordwijk Binnen wordt omringd door natuur van het uitgestrekte kustgebied met de duinen, landgoederen en bollenvelden. In de Omgevingsvisie zijn vijf thema’s voor de toekomst geformuleerd: 1. Ondernemende gemeente; voldoende welvaart voor iedereen 2. Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen 3. Welzijn en gezondheid (cultuur en sport) 4. Bereikbaarheid 5. Duurzaam, klimaatneutraal en klimaatbestendig (natuur).

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

30

Ten aanzien van het voorliggende bestemmingsplan is thema 2 relevant. Dit hoofdthema is onderverdeeld in een aantal deelopgaves:  Variatie in wonen met voldoende woningen voor jong en oud(er).  Betaalbaar bouwen, juist voor inwoners van de gemeente.  Bouw starterswoningen actief stimuleren.  Duurzaam bouwen en wonen, verduurzamen bestaande bouw.  Levensloopbestendige woon-/zorgconcepten voor senioren. Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats in de dorpen, of er tegenaan. Daarbij is de identiteit van de dorpen zelf leidend, ook qua sfeer en architectuur. Bouwen in hogere dichtheid zorgt voor meer woningen en tegelijkertijd minder ruimtebeslag. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om meer woningen per perceel, het bebouwen van open plekken in dorpen of om gestapelde bouw. Bij alle nieuwbouw wordt voortgebouwd op de identiteit van de dorpen. Met bouwen in het buitengebied wil de gemeente terughoudend omgaan. Wanneer er wel wordt gebouwd, geldt ook hier dat wordt aangesloten op de identiteit. Ook innovatieve woonvormen, behoren tot de mogelijkheden. Net als passende woningen voor senioren, zodat zij langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Renovatie en verbouw van het huidige woningbestand kan daarbij wenselijk zijn.

Bij vaststelling van de Omgevingsvisie is een amendement aangenomen dat bepaald dat de geldende ruimtelijke (structuur)visies van kracht blijven opdat daarmee een toereikend ruimtelijk toetsingskader geborgd blijft in afwachting van de vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0. - Consequenties bestemmingsplan De Zilveren Kruislocatie is niet specifiek benoemd als woningbouwlocatie maar de herontwikkeling naar wonen op deze locatie geeft uitvoering aan het thema ‘Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen’. Door de bouw van maximaal 166 woningen ontstaat meer variatie in wonen met voldoende woningen voor jong en oud (starterswoningen en levensloopbestendige woningen). Tegelijkertijd kan worden bijgedragen aan het bouwen van duurzame woningen. Vanwege het amendement wordt hierna de vooralsnog van kracht blijvende Omgevingsvisie 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’ behandeld. Omgevingsvisie 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’ Op 12 oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Noordwijk (oud) de Omgevingsvisie 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’ vastgesteld. De Omgevingsvisie wordt regelmatig geactualiseerd, de laatste actualisatie is vastgesteld op 13 november 2018. In de Omgevingsvisie is de visie voor Noordwijk (oud) richting 2030 aangegeven. Op dit moment is een nieuwe Omgevingsvisie in voorbereiding (zie hierna).

De hoofdopgaven voor de toekomstige ontwikkeling van Noordwijk zijn:  hoe kunnen we Noordwijk economisch, toeristisch, sociaal en cultureel vitaler maken?  hoe maken we Noordwijk beter bereikbaar?  hoe zorgen we dat Noordwijk een aantrekkelijke woongemeente blijft, welke rol willen we in de regio spelen en wat zijn demogelijkheden om meer te bouwen in de sociale sector dan in het verleden is gebeurd?  hoe wil Noordwijk zich profileren op het gebied van duurzaamheid en waar zetten we dan op in? De kern van de visie voor 2030 is: Noordwijk is een energieke, duurzame, inspirerende en gastvrije kustplaats met topkwaliteit en allure. Een aantrekkelijke leefomgeving is daarbij noodzakelijk. Om in te spelen op de verwachte vraag van een grote diversiteit aan doelgroepen is er een ambitieus woningbouwprogramma. De Noordwijkse woningmarkt is onderdeel van de regionale woningmarkt. Tot 2030 wil de gemeente gemiddeld ruim 200 woningen per jaar bouwen in een aantrekkelijke woonomgeving. Daarvoor dienen onderscheidende woongebieden te worden ontwikkeld die voorzien in de woningbehoefte van de Noordwijkers, maar ook inspelen op een regionale en zelfs bovenregionale vraag. Aandachtspunt bij deze groei is het bereikbaar houden van Noordwijk.

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

31

De gemeente zet zich in het bijzonder in op de bouw van woningen voor starters, senioren en mensen met een beperking. Voor hen is er een gebrek aan mogelijkheden om door te stromen naar een andere woning. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt: minimaal 30% bouwen in de sociale sector, zowel bij binnenstedelijke ontwikkelingen als in uitleggebieden. Voor situaties waarin dit door aantoonbare redenen niet realiseerbaar is, moet de ontwikkelaar/initiatiefnemer storten in de bestemmingsreserve Sociale Woningbouw. Hiervoor is een ‘Verordening Bestemmingsreserve Sociale Woningbouw 2017’ ingesteld (d.d. 30 mei 2017). Ook voor gezinnen die toe zijn aan een volgende stap in hun wooncarrière wil de gemeente de doorstroming bevorderen. Daartoe is de toevoeging van vooral betaalbare vrijesectorhuurwoningen noodzakelijk. Samenhang en variatie in de bouwprogramma’s is noodzakelijk om de gewenste diversiteit voor alle doelgroepen te realiseren. Uitwerking van de visie en woningbouwprogrammering is opgenomen in de Noordwijkse Woonagenda, welke inmiddels is vervangen door de Noordwijkse Woonvisie (vastgesteld op 26 januari 2021). De hoofdlijnen uit het woonbeleid zijn overgenomen in de Omgevingsvisie.

Afbeelding: uitsnede visiekaart ‘Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief’, het plangebied rood omlijnd

Verbetering ruimtelijke kwaliteit Algeheel uitgangspunt voor onze leefomgeving is ons streven naar hoge ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit en hoogwaardige openbare ruimte, in beide dorpskernen en het buitengebied. Waar mogelijk moeten we daar kansen voor benutten. Veel daarvoor hebben wij in al diverse bruikbare rapporten vastgelegd, zoals het Beeldkwaliteitsplan Noordwijk aan Zee en de Uitwerking Visie Openbare Ruimte (UVOR). Deze blijven uitgangspunt voor ons beleid voor openbare ruimte en groen. Het gaat er nu om dit verder in concrete projecten te vertalen. Historisch landgoed Cultuurhistorie leeft in Noordwijk. Veel particulieren en verenigingen zijn op dit gebied actief, zoals de Noordwijkse musea. Daarbij gaat het niet alleen om monumenten, musea en archieven, maar ook over cultuurlandschap, verhalen, gewoontes, rituelen en tradities. Noordwijk heeft 86 Rijksmonumenten, waaronder enkele complexen, zoals het Van Eedencomplex in de Voorstraat, de Algemene Begraafplaats en de landgoederen Offem, Calorama en Goohorst. Sinds 1990 is de historische kern van Noordwijk Binnen aangewezen als beschermd dorpsgezicht met aandacht voor sfeerbepalende elementen en kwaliteiten. Tevens heeft Noordwijk iets meer dan 100 gemeentelijke monumenten en beschikt de gemeente over een stimuleringsregeling om waardvolle panden beter te beschermen en in stand te houden.

Ecologische hoofdstructuur In de periode tot 2030 wordt de realisatie van de ecologische verbindingszones afgerond. Dit zijn de verbindingszones uit het Natuurnetwerk Nederland: Coepelduynen – Landgoed Offem Landgoed Leeuwenhorst – Kennemerland Zuid/Noordduinen, en de gemeentelijke zones langs de zeereep en langs de binnenduinrand. Om het netwerk nog verder te versterken wordt gezocht naar mogelijkheden om nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones te realiseren. Daarbij wordt ook gekeken naar de aanleg van natuurlijke bermen langs verbindingswegen, natuurlijke oevers van waterlopen en natuurlijke akkerranden, waardevolle graslanden en weidevogel gebieden. Aanleg fietspaden Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

32

Binnen het grondgebied van de gemeente wordt ingezet op het realiseren van goede fietsroutes tussen de grootste nieuwbouwlocaties Offem Zuid en Bronsgeest en het centrum van Noordwijk Binnen. Het is de bedoeling om een vrijliggend fietspad te realiseren naar Noordwijk Binnen, langs de voormalige Zilveren Kruislocatie. - Consequenties bestemmingsplan De herontwikkeling naar woningbouw op het kantoorperceel is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan draagt bij aan de realisatie van het ambitieuze woningbouwprogramma. Het behoud van de villa Goohorst en de mogelijkheid het gebouw weer te bewonen past in het beleid ten aanzien van het Historisch landgoed. De ecologische verbindingszone wordt aangelegd, aan de zuidoostzijde van het parkeerterrein. De verbinding tussen Bronsgeest met Noordwijk Binnen is geprojecteerd over/langs het parkeerterrein naar de Goohorstlaan maar concrete planvorming is nog niet aan de orde. Het voorliggende bestemmingsplan staat een eventuele route in de toekomst ruimtelijk/fysiek niet in de weg. Het bestemmingsplan is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

3.3

Sectoraal beleid

3.3.1

Welstand, beeldkwaliteit

De gemeente Noordwijk heeft op 15 maart 2019 haar welstandsnota geharmoniseerd. In deze Welstandsnota staan algemene uitgangspunten (hoofdstuk 1), criteria voor kleine bouwwerken (hoofdstuk 2), specifieke gebouwen als bollenschuren, boerderijen en strandbebouwing (hoofdstuk 3) en objectgerichte criteria (hoofdstuk 4) aangegeven. Een bouwplan wordt door de welstandscommissie getoetst aan de Welstandsnota.

Afbeelding: uitsnede kaart ‘Welstandsgebieden’

Het plangebied is gelegen in het welstandsgebied ‘Bedrijventerreinen’. De bedrijventerreinen zijn gebieden met bedrijfshallen, kantoren en grootschalige detailhandel. Binnen dit gebied is een traditioneel en een modern bedrijventerrein te onderscheiden. Daarnaast zijn er in de bebouwde kom van Noordwijk nog enkele grotere complexen met voornamelijk kantoorbebouwing. De welstandsnota bevat geen criteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dit is het geval indien sprake is van een functiewijziging ten opzichte van de gebiedenkaart (zie voorgaande afbeelding), zoals bijvoorbeeld nieuwe woon- en werkgebieden in agrarisch gebied, waarbij de gebiedsgerichte welstandscriteria voor het betreffende gebied niet toereikend zijn voor een goede beoordeling. Dergelijke welstandscriteria kunnen niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Het opstellen van welstandscriteria voor Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

33

(her)ontwikkelingsprojecten kan een onderdeel zijn van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Zodra zo’n (her)ontwikkelingsproject aan de orde is zal de gemeenteraad de welstandscriteria daarvoor vast moeten stellen door middel van een welstandsparagraaf als aanvulling op deze nota. Dit kan ook in de vorm van een beeldkwaliteitsplan of vergelijkbaar, die dan vastgesteld wordt als onderdeel van de welstandsnota. Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. - Consequenties bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen het welstandsgebied ‘Bedrijventerreinen’. Voor de herontwikkeling zal een Beeldkwalitetsplan als aanvulling op de Welstandsnota worden vastgesteld. 3.3.2

Archeologie en cultuurhistorie en monumenten

Cultuurhistorie Atlas leefomgeving In de Atlas Leefomgeving van het rijk is informatie over rijksmonumenten, archeologie en cultuurlandschap gebundeld. Cultuurhistorische Atlas provincie Zuid Holland De cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in deze provincie. Het is een overzicht op hoofdlijnen, bijvoorbeeld van waardevolle verkavelingspatronen, gebieden met een archeologische verwachtingswaarde of monumentale boerderijlinten. Dit is het schaalniveau waarop de provincie beleid voert. De kaart bevat naast dit overzicht ook een selectie van waarden die specifiek van provinciaal belang zijn. Voor Noordwijk gaat het onder andere om Archeologische terreinen van provinciaal belang, molenbiotopen en landgoederen. Archeologie Op basis van het Verdrag van Valletta worden archeologische bodemvondsten beschermd. Uitgangspunt van beleid is behoud ‘in situ’ van archeologische waarden. Op basis van de Erfgoedwet zijn overheden gehouden om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Als een gemeente geen eigen archeologiebeleid heeft vastgesteld, geldt het beleid zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de Provincie Zuid-Holland.

Dit houdt onder meer in dat archeologisch onderzoek nodig zou zijn bij het uitvoeren van werken of werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m² en waarbij de grond dieper wordt geroerd dan 30 cm onder het maaiveld. Het RAAP-rapport 2852 en het archeologisch rapport “Graven in archieven. Een niet-gravend verstoringenonderzoek in de bollengemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen”, vormen de basis voor de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Noordwijk (2020) en de bijbehorende Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordwijk (2020). Op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart zijn de waarden en verwachtingen weergegeven. Aan deze verwachtingszones worden in ruimtelijke plannen verschillende voorschriften verbonden. Al naar gelang de trefkans op het vinden van archeologische resten groter wordt, zijn deze regels strenger. Op de archeologische verwachtingen in het plangebied wordt nader ingegaan in paragraaf 4.9 van deze toelichting. Monumenten De Erfgoedwet is de basis voor zowel landelijk als regionaal als lokaal Monumentenbeleid. Dit is de Nederlandse doorvertaling van het Verdrag van Granada, waarin staat dat de Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

34

bescherming van het architectonische erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening. De Erfgoedwet biedt de basis voor Rijksmonumenten en Gemeentelijke monumenten. Op basis van de Erfgoedwet is een Erfgoedverordening vastgesteld. Erfgoednota De gemeenteraad heeft op 28 juni 2011 de integrale Erfgoednota Noordijk ‘Erfgoed op de kaart’ vastgesteld. Deze geeft een goede basis voor de uitvoering van de wettelijke eisen ten aanzien van gebouwde (rijks)monumenten, het van rijkswege beschermd dorpsgezicht van een deel van de oude kern van Noordwijk Binnen en archeologie. De nota bevat tevens:  Een visie en structuur voor de omgang met het erfgoed;  De bouwhistorische verwachtingskaart;  Formatie voor uitvoering van het beleid en de wettelijke taken voor het erfgoed. In paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op cultuurhistorie en archeologie. 3.3.3

Wonen

Regionale Woon Agenda 2017: Kwaliteit voor kwantiteit De regio Holland Rijnland heeft op 14 maart 2018 een nieuwe regionale woonagenda (RWA) vastgesteld. De RWA helpt gemeenten bij de juiste woning op de juiste plek, en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt de RWA een onderbouwing voor plannen, passend bij de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De regio is opgedeeld in een aantal subregio’s. Noordwijk behoort samen met de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijkerhout en Teylingen tot de subregio Noord. De RWA sluit aan op het door de provincie als uitgangspunt gehanteerde realistische kwalitatief en kwantitatief onderbouwde woningbouwprogramma. Zoals in paragraaf 3.2.2 al is beschreven is er in de periode 2017-2030 in Noordwijk (van voor de fusie) een behoefte aan 400 woningen in het woonmilieu ‘rustig stedelijk’. De totale vraag in Noordwijk (van voor de fusie) is 780 woningen, waarvan indicatief tot 140 woningen in het segment sociale huur, afhankelijk van de inkomensontwikkeling. - Consequenties bestemmingsplan De ontwikkeling is opgenomen in de Planmonitor Wonen onder de noemer ‘Van de Mortelstraat / Gooweg (Achmea/voormalig Zilveren Kruis)’ en staat met 160 woningen waarvan 48 in de huurprijscategorie tot €752,33; prijspeil 2021 op de Regionale planlijst.

Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 166 woningen mogelijk, waarvan 50 woningen in de sociale sector. Het plan is dan ook regionaal afgestemd en de geringe vergroting van het aantal is daarmee niet strijdig omdat de monitor daarvoor de ruimte biedt. - Regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW) Per subregio brengen de gemeenten de plancapaciteit in overeenstemming met de opgave tot 2020 volgens het regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW) dat is opgenomen in hoofdstuk 4 van de regionale woonagenda. Aan de hand van dit model kunnen regiogemeenten bepalen of een bestemmingsplan sub- of bovenregionale afstemming behoeft en waarmee het plan wordt verantwoord bij de provincie. Gemeenten toetsen hun woningbouwplannen aan het RAW als voor het plan een nieuw bestemmingsplan of een wijziging of herziening van het bestemmingsplan nodig is. Het gaat om zowel plannen uit de (actuele) lijst projecten als om reserveplannen en nieuwe initiatieven. Het resultaat is een dynamische lijst van woningbouwplannen met een realistische planning die jaarlijks wordt gemonitord en besproken. In het RAW is een indeling in verschillende categorieën gehanteerd die bepalen of en in welk verband afstemming noodzakelijk is. Het voorliggende project behoort tot categorie 3 als bedoeld in het RAW. Dit betreft plannen die in meerdere opzichten onzeker zijn (waren) (2012-2029 en verder).

Deze plannen zijn aan de orde na 2020, hebben ten minste de status

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

35

van ‘visie’ of ‘optie’, zijn uitgefaseerde of voorgenomen plannen, zijn nieuwe initiatieven of zijn planologisch 'zachte' plannen niet passend binnen WBR2013. Voor deze plannen is (sub)regionale afstemming nodig en dat heeft al plaatsgevonden. In de Regionale Woonagenda is het percentage sociaal als volgt opgenomen: “Dit betekent dat van de totale toevoeging aan de woningvoorraad netto 25% een sociale huurwoning betreft.” Voorliggend plan voldoet daaraan. - Woningbehoefteraming 2019 (WBR 2019) en Trendraming 2019 (TR2019) De Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2019 (WBR2019) is bedoeld als “neutrale” kwantitatieve basis voor het provinciale woningbouwbeleid. Voor elke regio is berekend hoeveel extra woningen er nodig zijn, voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. Elke drie jaar maakt Zuid-Holland een nieuwe WBR, de vorige raming was WBR2016. De WBR2019 is een demografische prognose, waarbij o.a. wordt gerekend met "binnenlands migratiesaldo nul" per gemeente (lokale behoefte). In de Trendraming wordt rekening gehouden met de druk van buitenaf. De raming met de hoogste uitkomst wordt door de provincie vastgesteld als uitgangspunt voor de (sub)regionale behoefte aan nieuwe woningen voor de komende 3 jaar. In de praktijk betekent dit dat voor (sub)regio’s waar de TR getalsmatig lager is dan de WBR, de WBR het uitgangspunt vormt voor de woningbehoefte.

In de situatie dat de TR getalsmatig hoger is dan de WBR, vormt de TR het uitgangspunt voor de vastgestelde woningbehoefte. In de WBR2019 is voor de regio Holland-Rijnland een woningbehoefte aangegeven van 18.970 woningen voor de periode 2019-2030. Voor Noordwijk bedraagt de WBR2019 2.580 woningen voor de periode 2019-2030. In de regio Holland Rijnland is de prognose van de gewenste woningvoorraadtoename in de periode 2019-2030 op basis van de trendraming 27.560 woningen. De prognose is in die zin een (negatieve) bijstelling van de kwantitatieve opdracht uit de Regionale Woonagenda waarin 30.000 woningen zijn opgenomen. Voor de Duin- en Bollenstreek is de trendraming als volgt: Gemeente Hillegom

Trendraming 2019 - 100% 1.410

Trendraming 2019 - 130% 1.833

Lisse

660

858

Teylingen

1.820

2.366

Noordwijk

2.580

3.354

6.470

8.411

Tabel: Trendraming per 1 januari 2019 (bron: https://staatvan.zuid-holland.nl/.) De tweede kolom is verhoogd met 30% (de overcapaciteit)

Voor Noordwijk bedraagt de trendraming +2.580 tot 3.354 woningen in de periode 2019-2030. - Consequenties bestemmingsplan In de regio Holland-Rijnland is sprake van een woningbehoefte van 27.560 woningen voor de periode 2019-2030 aangegeven. Voor Noordwijk bedraagt de trendraming +2.580 tot 3.354 woningen in de periode 2019-2030. De bouw van nieuwe woningen binnen het plangebied maakt deel uit van de plancapaciteit en de bouwopgave waarover eerder afspraken zijn gemaakt. Op de meest recente subregionale woningbouwlijst is daarom voor de locatie uitgegaan van 160 woningen. Het totaal aantal te realiseren woningen van 166 is zes woningen meer maar deze afwijking is marginaal en valt hiermee binnen de afspraken die regionaal zijn gemaakt. De herontwikkeling maakt onderdeel uit van het woningbouwprogramma van Noordwijk. Woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en de juiste woningen’ Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

36

Op 26 januari 2021 is de Woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. In deze woonvisie zijn de belangrijkste dilemma’s en opgaven tot 2030 geschetst. Op basis van het overgangsrecht van de nieuwe woonvisie is de woonagenda 2016-2020 nog van toepassing voor de Zilveren Kruislocatie. Voor de inwerkingtreding van de Woonvisie heeft het college van B en W op 22 december 2020 een principebesluit genomen waarin de segmentering voor de Zilveren Kruislocatie is vastgelegd. In het principebesluit is opgenomen:  25% sociale huur;  5% sociale koop;  20% middeldure huur;  50% vrije sector. Tussen de gemeente en de ontwikkelaar is het volgende programma overeengekomen:

Verordening doelgroepen sociale woningbouw Noordwijk 2019 Op het project geldt de doelgroepenverordening uit 2019. Op basis daarvan is voornoemde segmentering van toepassing. 3.3.4

Verkeer en parkeren

Nota Parkeren 2020 De gemeente heeft in 2020 een integrale Nota Parkeernormen vastgesteld. De gemeente Noordwijk zet in deze Nota Parkeernormen 2020 in op meer flexibiliteit in de omgang met parkeernormen door meer gebiedsgerichte en meer doelgroep specifieke normen. De Nota Parkeernormen 2020 beschrijft de eisen ten aanzien van het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor fiets en auto bij nieuwbouw of transformatieprojecten. De nota is relevant voor iedereen (projectontwikkelaars, woningcorporaties, zelfbouwers, bedrijven, inwoners) die een omgevingsvergunning ‘bouwen’ aanvraagt waar een parkeercomponent aan zit. In de nota is een gebiedsindeling gehanteerd. Het doel hiervan is dat gebiedsgericht gewerkt kan worden aangezien parkeren in bijvoorbeeld de winkelgebieden een ander afwegingskader kent dan in buitengebieden aan de rand van de dorpen. Per gebied is sprake van een ander Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

37

bereikbaarheidsprofiel, een ander voorzieningenniveau en een ander aanbod aan alternatieve vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer. Op basis van de gehanteerde specifieke gebiedsindeling is per gebied de hoogte van de parkeerkencijfers gedifferentieerd en de wijze waarop deze wordt toegepast. Verkeer Het herontwikkelingsplan wijzigt de verkeersstructuur niet. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur en de bestaande in- en uitritten. Alleen voor nood- en hulpdiensten wordt een extra route door het plangebied ingericht. - Consequenties bestemmingsplan Voor de herontwikkeling dienen de parkeernormen auto’s en fiets te worden toegepast conform de Nota Parkeren 2020. Daaraan wordt op eigen terrein, inclusief het terrein aan de overzijde aan de Gooweg, voldaan. De verkeersstructuur wijzigt niet. Zie verder paragraaf 4.2. 3.3.5

Water

Nationaal Waterplan (2016-2021) Met het Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. De beoogde herontwikkeling leidt niet tot een significante afname van groenvoorzieningen of een afname van de hoeveelheid open water. Keur Rijnland 2020 Op 1 juni 2020 is de Keur Rijnland 2020 in werking getreden. In de keur is aangegeven welke voorwaarden en verboden er gelden ten aanzien van het watersysteem. Waterbeheerplan 6 - 2022-2028 (WBP6) De Waterwet en straks de Omgevingswet vereisen dat waterschappen elke 6 jaar de aanpak van hun watertaken vastleggen in een waterbeheerprogramma. Met het programma WBP6 maakt Rijnland duidelijk hoe het, in samenwerking met de omgeving, invulling geeft aan zijn wettelijke taken en zijn eigen ambities voor de periode 2022 - 2028.

Als waterexpert ziet Hoogheemraadschap van Rijnland mogelijkheden zijn kerntaken te koppelen aan 5 maatschappelijke opgaves:  bijdragen aan klimaatbestendige woningbouw;  tegengaan van bodemdaling;  versterking van de biodiversiteit;  energieneutraal werken;  Nederland circulair in 2050. De eerstgenoemde opgave is relevant voor dit bestemmingsplan. Om invulling te geven aan die opgave beoordeelt Rijnland alle plannen voor nieuwbouw en andere gebiedsontwikkelingen en agendeert de noodzaak voor klimaatadaptatie. Voorbeelden van maatregelen zijn het graven van extra water wanneer het oppervlak aan verhard gebied toeneemt en het afkoppelen van regenwater, zodat dit in de bodem infiltreert in plaats van wordt afgevoerd via de riolering. De nieuwste klimaatontwikkelingen en inzichten leiden tot aanpassing, wellicht zelfs aanscherping, van deze regels. Onder het huidige beleid wordt, om wateroverlast te voorkomen, vooral water afgevoerd, terwijl het waar mogelijk vasthouden van (schoon) regenwater meer aandacht verdient.

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

38

Enkele adapterende maatregelen tegen de negatieve effecten van klimaatverandering zijn bijvoorbeeld: regenwaterinfiltratie, een groen dak, minder terrasverharding, waterdoorlatende verharding, meer beplanting en het plaatsen van een regenton. Dit zijn aspecten die bij de concrete uitwerking van bouw- en inrichtingsplannen aan de orde kunnen komen, in de fase van het bestemmingsplan nog niet. 3.3.6

Duurzaamheid en openbare ruimte

Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw Door de gemeenten in de regio Holland Rijnland is een Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS) opgesteld. Het RBDS beschrijft een planproces en prestatieafspraken, gekoppeld aan ambitieniveaus. Hierbij geldt dat duurzame stedenbouw een vorm is van stedenbouw die in alle stadia van het planproces kansen en mogelijkheden benut om een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een lage milieubelasting tot stand te brengen en die beide in de tijd weet te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Op basis van de drie kwaliteitspijlers people, planet en profit zijn duurzaamheidsthema’s benoemd en is elk thema opgedeeld in deelaspecten. Per deelaspect zijn twee ambitieniveaus basis en extra - geformuleerd, waarvan de maatlat hoger ligt dan wettelijk vereist. De duurzaamheidsthema’s en deelaspecten zijn opgenomen in de Ambitietabel DS met als basisambitie het vigerend beleid en een extra ambitie. Alle basisambities en extra ambities zijn weergegeven in bijlage 2.5 van het RBDS. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Tijdens het planproces worden de relevante deelaspecten geselecteerd, waarvoor de basisambitie geldt. Daarbovenop wordt van minimaal een duurzaamheidsthema’s een extra ambitie (inclusief alle deelaspecten) gekozen.

De geselecteerde ambities worden daarna vertaald naar maatregelen en in het ontwerp geïntegreerd. Het beleidskader en de ambitietabel DS worden toegepast bij ruimtelijke plannen groter dan een ha grondoppervlak en ≥ 10 woningen en/of ≥ 5.000 m² bedrijvigheid. - Consequenties bestemmingsplan Het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw is ook van toepassing op het onderhavige plan. Dat betekent dat naast de basisambities in overleg ook enkele extra ambities dienen te worden gerealiseerd bij de uitwerking van de bouwplannen. Hierover is overleg nog gaande.

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

39

4.

Onderzoek

Het vorige hoofdstuk is beschreven wat de gevolgen van het beleid van verschillende overheden zijn voor de onderhavige herontwikkeling. In dit bestemmingsplan dient ook aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen belemmeringen op het gebied van milieu oplevert. In deze paragraaf wordt op diverse thema’s als geluid, zonering van bedrijvigheid, archeologie en water ingegaan.

4.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r. beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling (realisatie van 166 woningen), is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals genoemd onder D 11.2 uit onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r.

Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat er geen 2.000 of meer woningen worden gerealiseerd, is er geen m.e.r.-beoordeling nodig. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Het bevoegd gezag dient een expliciet besluit te nemen, dit betreft het zogenoemde m.e.r. beoordelingsbesluit. Dit besluit dient te zijn genomen, uiterlijk op het moment van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De vormvrije m.e.r.beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof van 15 oktober 2009 (zaak C255/08) over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd, één van de aanleidingen voor de aanpassing van het Besluit m.e.r. De essentie van die uitspraak is dat altijd m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. De vorm van een vorm-vrije m.e.r.

is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud te zijn vermeld: 1. Kenmerken van het project. 2. Plaats van het project. 3. Kenmerken van het potentiële effect.

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

40

In onderstaande opsomming wordt voorliggende ontwikkeling verantwoord. 1. Kenmerken van het project Het project bestaat uit de realisatie van een woningbouwprogramma van maximaal 166 nieuwe woonappartementen, waarvan 20% in het middensegment en 30% in de sociale sector. 2. Plaats van het project De realisatie van het project vindt plaats buiten bestaand stedelijk gebied, aan de rand van de kern Noordwijk. Aan de zuidoostzijde van het plangebied wordt de nieuwe wijk Bronsgeest ontwikkeld (350 woningen) en verder weg het Rederijkersplein (40 woningen). Het onderhavige plan voor de Van de Mortelstraat – Gooweg, de ontwikkeling van Bronsgeest en van het Rederijkersplein liggen weliswaar in elkaars nabijheid, maar zijn niet aan te merken als één project. Met eventuele cumulatie / samenloop is rekening gehouden in de beschouwde milieuaspecten zoals in onderstaande tabel behandeld. Op ruim 1.300 meter van het projectgebied is het Natura 2000-gebied Coepelduynen gelegen. De groenstrook gelegen aan de zuidoostzijde van het parkeerterrein ligt niet binnen de ecologische verbindingszone tussen de wijk Boechorst en het NNN-gebied Landgoed Leeuwenhorst. Deze zone maakt onderdeel uit van het NatuurNetwerk Nederland. Het parkeerterrein wijzigt echter niet als gevolg van dit bestemmingsplan. 3.

Kenmerken van het potentiële effect Zoals is gebleken uit voorliggend hoofdstuk van dit bestemmingsplan, zijn de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving beperkt. In de hiernavolgende tabel worden de effecten op het milieu nog eens samengevat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de nodige onderzoeken uitgevoerd en getoetst aan de vigerende wetgeving. De onderzoeken zijn in dit hoofdstuk reeds nader besproken en toegelicht. Milieuaspect Verkeer

Luchtkwaliteit

Ecologie gebiedsbescherming

Ecologie soortbescherming

Geluid

Water Bodem

Effecten De verkeersgeneratie van de woningen leidt niet tot ontwrichting van de wegenstructuur en negatieve effecten voor de doorstroming en het milieu, ook bij samenloop van de ontwikkeling van Bronsgeest en het Rederijkersplein. De 3%-grens van ‘niet in betekenende mate’ wordt niet overschreden, ook bij samenloop van de ontwikkeling van Bronsgeest en het Rederijkersplein. De achtergrondwaarden voor stikstof en fijnstof blijven ruim onder de grenswaarden. De beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Uit de stikstofdepositieberekening blijkt dat de stikstofdepositie door de herontwikkeling in de gebruiks- en de bouwfase niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Daardoor zijn significante effecten op de instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden door de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan op voorhand uit te sluiten. Uit de Quick scan en het Afdoend onderzoek naar ecologische waarden is gebleken dat de planontwikkeling niet leidt tot aantasting van (verblijfplaatsen van) beschermde planten of dieren. Er is één zomerverblijf in de twee onder één kap woningen, maar deze woningen blijven behouden. Er wordt gewerkt met een Ecologisch werkprotocol. Het aspect ecologie vormt daarmee geen belemmering voor de planologische procedure.

Het beoogde plan bestaat uit realisatie van woningen, ter plaatse van een kantoorlocatie. Er worden binnen het projectgebied geen nieuwe functies gerealiseerd die significante gevolgen voor de geluidbelasting op de omgeving hebben. De realisatie van de beoogde ontwikkeling zorgt niet voor negatieve effecten op de waterhuishouding. Ter plaatse van de beoogde woningen is geen sprake van bodemvervuilingen. Verder onderzoek of sanering is niet van toepassing. De ontwikkeling zelf zorgt niet voor verslechtering van bodemkwaliteit.

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

41

Externe veiligheid

De woningen leiden niet tot significant negatieve effecten in het kader van externe veiligheid. Alle risicovolle inrichtingen en leidingen in de omgeving van het projectgebied liggen op voldoende afstand. De beoogde ontwikkeling zelf betreft geen risicovolle activiteiten. Tabel: Conclusies effecten op relevante milieu aspecten

Conclusie De voorliggende ontwikkeling is in het kader van het Besluit m.e.r. niet m.e.r.beoordelingsplichtig. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. Uit de vormvrije m.e.r.beoordeling blijkt dat er geen significante milieugevolgen zijn en dat een m.e.r.-beoordeling verder niet noodzakelijk is. Voorafgaande aan de terinzagelegging van dit bestemmingsplan, is het m.e.r. beoordelingsbesluit te worden genomen, het besluit is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

4.2

Verkeer en parkeren

Voor de onderdelen verkeer en parkeren dient op basis van de Wet ruimtelijke ordening sprake te zijn van goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat er in het plan voor het toekomstige woongebied rekening gehouden dient te worden met een goede en verkeersveilige afwikkeling van het verkeer (auto, fiets en voetgangers) en voldoende parkeergelegenheid. 4.2.1

Verkeer

Voor de ontwikkeling van het projectgebied is het van belang dat de toekomstige bewoners niet alleen gebruik kunnen maken van de auto maar ook van de fiets en het openbaar vervoer. In deze subparagraaf zal op deze vormen van vervoer worden ingegaan. Autoverkeer De beoogde herontwikkeling van de Zilveren Kruis locatie heeft conform de berekeningen door verkeerskundig adviesbureau Goudappel (zie bijlage) geen negatief planeffect op de verkeersgeneratie. Er wordt voor zowel de week-, werkdagen en spitsmomenten een afname van de verkeersgeneratie verwacht ten opzichte van de vergunde situatie. Hiermee wordt met de ontwikkeling een positieve bijdrage (reductie) op de toekomstige verkeersintensiteiten verwacht in het omliggende gebied. Wel vindt tijdens de spitsperioden een verschuiving in het aankomst- en vertrekpatroon van verkeer van en naar de locatie plaats. De gemeente Noordwijk participeert in een gezamenlijke netwerkstudie met de Provincie ZuidHolland en de gemeente Teylingen naar een integraal onderzoek over het tracé van de N444 tussen Voorhout en Noordwijk waarbij bredere verkeerseffecten worden onderzocht. In deze studie wordt voor de toekomstige verkeerssituatie op de N444 onderzocht of en welke maatregelen nodig zijn om het verkeer in de toekomst goed af te wikkelen.

De ontwikkeling van de Zilveren Kruis locatie en het naastgelegen plan Bronsgeest worden hierin ook meegenomen. Tot slot worden vanuit het oogpunt van andere modaliteiten geen knelpunten verwacht met betrekking tot de verkeersafwikkeling. Fietsverkeer De planlocatie ligt direct aan routes met vrijliggende fietspaden zodat de locatie voor fietsers goed en veilig ontsloten is. De gemeente heeft het plan om een vrijliggend fietspad te realiseren van Bronsgeest naar Noordwijk Binnen, bij voorkeur langs de voormalige Zilveren Kruislocatie. De precieze situering zal in een later stadium worden uitgewerkt. Het voorliggende plan maakt deze fietsroute fysiek/ruimtelijk niet onmogelijk. Openbaar vervoer De planlocatie ligt op loopafstand te liggen van de bushaltes op de Van de Mortelstraat en de Gooweg. Het plangebied zal daardoor goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer. Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

42

4.2.2

Parkeren

Voor parkeren in het woongebied wordt getoetst aan de gemeentelijke nota ‘Parkeren 2020’ (zie paragraaf 3.3.4) waarin minimale parkeernomen zijn voorgeschreven. Deze minimale parkeernormen zijn door middel van een algemene (overige) regel vastgelegd in het bestemmingsplan. Daarbij is ook rekening gehouden met eventuele toekomstige beleidswijzigingen (wijziging parkeernormen). Uitgangspunt is dat de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd zodat er geen overlast ontstaat in de bestaande omgeving. Door het vastleggen van de parkeernormen in de algemene (overige) regel is gewaarborgd dat er ook daadwerkelijk voldoende autoparkeergelegenheid wordt gerealiseerd en behouden zodat er geen overlast in de omgeving zal ontstaan. Op basis van het functieprogramma voor dit bestemmingsplan is een parkeerbalans opgesteld (zie bijlage) waaruit blijkt dat bij verwezenlijking van het bestemmingsplan kan worden voldaan aan de parkeernormen. Daarin is het aantal parkeerplaatsen per segment (zoals in de parkeernota staat aangegeven) inzichtelijk gemaakt. Er moeten conform de parkeernorm 305 parkeerplaatsen worden gemaakt maken ten behoeve van de nieuwbouwwoningen. Voor de 2^1 kap woningen en villa Goohorst verandert er niets ten opzichte van de bestaande situatie (eigen inritten blijven conform bestaand).

Ten behoeve van het rotondegebouw wordt een gemengde bestemming in het bestemmingsplan opgenomen. Uit de bijlage blijkt dat binnen de ontwikkeling sprake is van een restcapaciteit van 24 parkeerplaatsen. Het parkeren van de commerciële ruimte wordt gecombineerd met het bezoekersparkeren van de woningen. In het gemeentelijk parkeerbeleid zijn maximaal wenselijke loopafstanden opgenomen. Deze verschillen per (parkeer)zone. De ontwikkeling is gesitueerd in zone B. Conform gemeentelijk beleid bedraagt de maximaal wenselijke loopafstand voor bewoners 200m. Voor bezoekers van de woningen en de eventuele extra functie bedraagt de maximaal wenselijke loopafstand respectievelijk 200m en 400m. De beoogde looproute valt voor één woonblok net buiten de wenselijke loopafstanden. De extra afstand is echter beperkt en wordt mede veroorzaakt door het sturen binnen de ontwikkeling op het gebruik maken van de verkeerslichten op de Gooweg. De route vormt zelf een directe en logische route; waarbij vrijwel over de gehele route zicht is op de (eind)bestemming. De beperkte overschrijding van de maximaal wenselijke loopafstanden is hiermee acceptabel. Daarnaast zijn naast appartementencomplex blok C 32 parkeerplaatsen gesitueerd, waarvan 24 voor de bewoners van de levensloopbestendige woningen en 6 parkeerplaatsen voor mindervaliden.

Ook is een verkeerslus in het plan tussen de appartementen aanwezig waar voertuigen kunnen halteren voor bijvoorbeeld laden en lossen of in- en uitstappen van mensen tot dichtbij de voordeur. De planuitwerking richting omgevingsvergunning kan nog wat wijzigingen op bijgevoegde uitwerking tot gevolg hebben door bijvoorbeeld verandering van woonoppervlakte. De daadwerkelijke toets vindt plaats zodra de omgevingsvergunningen worden aangevraagd. Een voorwaarde voor verlening van de omgevingsvergunningen is dat wordt voldaan aan het parkeerbeleid.

4.3

Geluidhinder (Wet geluidhinder)

Voor geluidsgevoelige functies zoals wonen, zorg en onderwijs zijn in de Wet geluidhinder ten hoogst toelaatbare geluidsbelastingen vastgesteld voor de geluidsbelasting op gevels. In de Wet is bepaald dat rond of langs verkeerswegen met een snelheidsregime van 50 km/uur of meer, treinspoorwegen en industrieterreinen zones in acht genomen moeten worden. Binnen deze zones is akoestisch onderzoek verplicht wanneer daar op grond van een nieuw bestemmingsplan nieuwe geluidsgevoelige bebouwing geprojecteerd wordt. Uit het akoestisch onderzoek moet blijken of er wordt voldaan aan de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Indien de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting op een gevel wordt overschreden is onder bepaalde voorwaarden een hogere grenswaarde mogelijk. De herontwikkeling van de locatie leidt tot nieuwe geluidsgevoelige functies (woningen). Deze nieuwe geluidsgevoelige functies zijn gelegen in de zones van de Gooweg en de Van de Mortelstraat. De nieuwe geluidsgevoelige functies liggen niet binnen de geluidszone van een spoorweg of op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde zone rond een industrieterrein. Vanwege de ligging binnen de zones van diverse wegen is akoestisch onderzoek naar Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

43

wegverkeer noodzakelijk. Het akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd aan de hand van toekomstige verkeersintensiteiten (zie subparagraaf 4.2.1). Door LBP Sight is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (Kenmerk R004_01_072503ab d.d. 9 juni 2023). Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege de gezoneerde wegen Gooweg en de Van de Mortelstraat hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB per weg. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB per weg wordt niet overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting vanwege de Gooweg is 49 dB na toepassing van de aftrek. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is ten hoogste 1 dB op de zuidoostgevel van woongebouw A en de oostgevels van de huidige ‘Villa’ (maximale geluidbelasting op Rotondegebouw vanwege Gooweg is 38, dus geen hogere waarde nodig. De hoogst berekende geluidbelasting vanwege de Van de Mortelstraat is 58 dB na toepassing van de aftrek. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is ten hoogste 10 dB op de zuidwestgevel van woongebouw A, B en D. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB per weg wordt niet overschreden. De berekende geluidbelasting vanwege 30 km/u-wegen bedraagt ten hoogste 52 dB na aftrek.

De gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer is ten hoogste 63 dB zonder wettelijke aftrek op de zuidoostgevel van woongebouw A en D en ten hoogste 54 dB zonder wettelijke aftrek op de (zuid)oostgevel van de bestaande ‘Villa’ en het ‘Rotondegebouw’. Het is niet mogelijk/wenselijk om bij dit project geluidbeperkende maatregelen toe te passen om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Daarom moeten hogere waarden voor de geluidbelasting op de gevels worden vastgesteld. In paragraaf 3.2.1 van het rapport heeft LBP Sight per bouwlaag aangegeven met welke afschermende voorzieningen ter plaatse van balkons van woongebouw A er wél voldaan kan worden aan de criteria die gehanteerd worden door de gemeente Noordwijk. Voor woongebouw D zijn er geen individuele buitenruimten aan de geluidsbelaste zijde. In paragraaf 3.2.1 van het rapport is aangegeven met welke maatregelen een geluidluw geveldeel gerealiseerd kan worden, waardoor er voldaan wordt aan de criteria voor het vaststellen van hogere waarden. Definitieve oplossingen kunnen afwijken van het voorgestelde in het rapport en als gelijkwaardig worden aangetoond. LBP Sight adviseert om de geluidwerende voorzieningen te bepalen aan de hand van de berekende gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer.

Daarnaast worden compenserende maatregelen toegepast om een goed woon- en leefklimaat in akoestische zin te realiseren. Toekomstige bewoners (en eventueel gebruikers van het ‘Rotondegebouw’) worden hiermee goed beschermd tegen het omgevingsgeluid. Op 29 november 2023 zijn de benodigde hogere waarden vastgesteld, zie daarvoor bijlage 11.

4.4

Bedrijvigheid

Bedrijven zijn milieubelastende functies die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient bij een bestemmingsplan(wijziging) waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Daartoe is in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009; hierna te noemen B&M) een categorie-indeling opgesteld met bijbehorende richtafstanden. Deze afstanden geven voor gemiddelde functies aan op welke afstand geen hinder te verwachten is. De meer fijne afstemming voor de voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. De afstanden in B&M zijn naast de factoren aard en omvang van het bedrijf mede afhankelijk van de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. De omgeving van de toekomstige woningen is een woongebied, met aan de overzijde van de Van de Mortelstraat (op ca. 40 meter afstand) een begraafplaats waar (eventueel) rekening mee moet worden gehouden.

Voor een begraafplaats dient een richtafstand van 10 meter vanwege geluid te worden gehanteerd. Daaraan wordt ruimschoots voldaan en bovendien ligt Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

44

er tussen de woning en de begraafplaats een weg waarvan het geluid overheerst. Gelet daarop het leidt de herontwikkeling op voorhand niet tot knelpunten op het gebied van milieuzonering.

4.5

Luchtkwaliteit

Ten aanzien van luchtkwaliteit is de Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer) van belang. Voor bestemmingsplannen waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk te toetsen aan de normen van de Wet luchtkwaliteit. Er dient te worden onderzocht of een project 'in betekenende' mate van invloed is op de luchtkwaliteit: in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is aangeven dat een bestuursorgaan bevoegdheden kan uitoefenen of wettelijke voorschriften kan toepassen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de uitoefening of toepassing niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd. De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 100.000 m² kantoor.

In het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit worden door de gemeente en Omgevingsdienst West-Holland voortdurend gegevens verzameld over maatregelen die in het kader van de luchtkwaliteit worden genomen en tevens gegevens over alle grote projecten die van belang zijn voor de luchtkwaliteit. Daarbij moet worden gedacht aan grote infrastructurele projecten en grote woningbouw- en/ of andere bouwprojecten. Deze gegevens worden doorgegeven aan de provincie Zuid-Holland en zo nodig rechtstreeks aan het Rijk, via onder andere een digitale monitoringstool. Op basis van deze monitoring is gebleken dat er in Noordwijk geen luchtkwaliteitsknelpunten zijn. De herontwikkeling van dit project betreft de vervanging van ruim 12.000 m2 kantoor door maximaal 166 woningen. Het plan leidt niet tot extra verkeer en is ruimschoots kleiner dan de drempelwaarde van 1.500 woningen die volgens de Regeling niet in betekenende mate is vrijgesteld van toetsing. Ook rekening houdend met de ontwikkeling van Bronsgeest (maximaal 350 woningen) en verder weg het Rederijkersplein (maximaal 40 appartementen) wordt het woningaantal van 1.500 niet bereikt/overschreden. De ontwikkeling draagt zodoende ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentraties in de buitenlucht.

Verder onderzoek naar luchtkwaliteit is niet aan de orde, mede omdat er ruimschoots aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan.

4.6

Bodemkwaliteit

Ten aanzien van de bodem zijn de Woningwet, het Besluit ruimtelijke ordening en de Wet bodembescherming / het Besluit bodemkwaliteit van belang. De relevante regelgeving ten aanzien van de bodem heeft tot doel om het bouwen op verontreinigde bodem tegen te gaan. In het kader van de te voeren bestemmingsplanprocedure en de toekomstige omgevingsvergunningaanvraag dient er conform de Woningwet en het Besluit ruimtelijke ordening een bodemonderzoek te worden verricht ter plaatse van de nieuwe bebouwing. Dit bodemonderzoek dient aan te geven wat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse is. Vervolgens zal aan de hand van dit onderzoek worden getoetst of de bodem milieuhygiënisch gezien geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Zoals bepaald in de Wet bodembescherming wordt in een beschikking vastgelegd of de bodem ernstig verontreinigd is en of sanering noodzakelijk is. Door IDDS is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 1610J726/JHA/rap1 d.d. 13 maart 2017; zie bijlage). Doel van het onderzoek was vast te stellen of het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek beoogde het verkrijgen van inzicht in aard, plaats van voorkomen en concentraties van eventueel aanwezige verontreinigende stoffen in

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

45

de bodem. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Deellocatie 1: - In de grond zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (bitumen, beton, afval, puin, baksteen en kolengruis) waargenomen. - Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. - De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met zink en PCB’s. - De ondergrond is plaatselijk sterk verontreinigd met PAK. De geschatte omvang van het bodemvolume verontreinigd grond bedraagt circa 15 m³. Er is naar ons inziens vooralsnog geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. - De overige ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik, lood en minerale olie. - Het grondwater is licht verontreinigd met koper, molybdeen en nikkel. Deellocatie 2: - In de grond zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen) waargenomen. - Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. - De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met PCB’s. - De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik en PCB’s. - Het grondwater is niet verontreinigd met alle onderzochte parameters.

Gelet op de onderzoeksresultaten diende de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie te worden verworpen Er zijn immers lichte tot sterk verhoogde waarden gemeten. Beperkingen inzake het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien. Echter wordt geadviseerd om, wanneer graafwerkzaamheden plaatsvinden ter plaatse van de sterk verontreinigde grond (deellocatie 1), deze apart te ontgraven en af te voeren. Door IDDS is voorts in 2022 een milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk A2856-06/PBE/rap1 d.d. 9 september 2022; zie bijlage). Op basis van de onderzoeksresultaten worden de navolgende conclusies getrokken: - De algemene bodemkwaliteit ter plaatse van deellocatie 1 en 3 is in 2017 onderzocht. Op basis van de beschikbare gegevens zijn sinds 2017 geen bodembedreigende activiteiten gebezigd en wordt een vergelijkbare bodemkwaliteit verwacht; - Ter plaatse van deellocatie 2 is de bovengrond licht verontreinigd met zware metalen en/of PAK. De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd; - Ter plaatse van deellocatie 1 is visueel en analytisch geen asbest aangetoond.

Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden (grond) dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten worden vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voorzien met betrekking tot de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en het hierop volgende gebruik van de locatie. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

46

4.7

Externe veiligheid

De wetgeving ten aanzien van externe veiligheid richt zich primair op inrichtingen, routes en leidingen die risico’s met zich meebrengen voor de in de omgeving gelegen risicogevoelige objecten. Op grond van de wettelijke regelingen moet het bevoegde gezag bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals genoemd in de Wet ruimtelijke ordening toetsen. De risicobenadering kent twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Er zijn normen gesteld voor het plaatsgebonden risico (PR, locatiegericht) en groepsrisico (GR, gericht op grootte van een slachtoffergroep). Door LBP Sight is een notitie m.b.t. externe veiligheid opgesteld (kenmerk V072503ab.208EXH4.jwi d.d. 20 september 2022; zie bijlage). In deze notitie is een verkenning uitgevoerd van het aspect externe veiligheid ten behoeve van de planologische procedure voor de herontwikkeling van de Zilveren Kruislocatie. In de verkenning wordt een overzicht gegeven van het geldende beleid omtrent externe veiligheid, en wordt een beoordeling gedaan of er vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening belemmeringen op kunnen treden met risicobronnen in de omgeving. Hierbij is gebruikt gemaakt van openbaar toegankelijke informatie, zoals de Risicokaart, beleid, vigerende bestemmingsplannen met bijbehorende onderzoeken, en projecten in de omgeving.

De in de notitie uitgevoerde beoordeling is hierna weergegeven. Ontwikkeling in relatie tot de omgeving Een woongebouw, en ook de andere voorziene functies (dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en ondergeschikte horecavoorzieningen/ondergeschikte detailhandel) zijn geen risicovolle inrichting. Ook wordt er geen transportroute voor gevaarlijke stoffen of een brandstofleiding mogelijk gemaakt. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt en de bestaande bebouwing die behouden wordt hebben daarom geen invloed op de veiligheid in het gebied. Omgeving in relatie tot de ontwikkeling Om na te gaan welke risicobronnen in de omgeving aanwezig zijn, is de Risicokaart geraadpleegd. Zie navolgende figuur voor een uitsnede van de Risicokaart.

Afbeelding: Uitsnede risicokaart (beoogde locatie in blauw omcirkeld)

Bestemmingsplan Van de Mortelstraat-Gooweg - Toelichting

47

Risicovolle inrichtingen De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting is het LPG-tankstation aan de Schiestraat 9, op een afstand van circa 295 meter. Het tankstation heeft een maximale doorzet van 1.000 m3 en de inhoud van het ondergronds reservoir bedraagt 20 m3. Er geldt een PR10-6 contour van 35 meter om het vulpunt. Het persoonlijk risico levert dus geen belemmering op voor het beoogde woningbouwplan. Het groepsrisico hoeft niet verder beoordeeld te worden, omdat de beoogde woningen buiten het invloedsgebied van het tankstation liggen (150 meter vanaf het vulpunt en reservoir). Transport gevaarlijke stoffen Het tankstation aan de Schiestraat 9 wordt bevoorraad via een route die over de Berckelweg en de Gooweg wordt geleid. Deze route ligt tegen de zuidelijke punt van het plangebied van het beoogde woningbouwplan. In het bestemmingsplan ‘Noordwijk Binnen’ (vastgesteld 201306-27) is het volgende genoemd over de transportroute: ‘’In het kader van de 1e herziening van het bestemmingsplan ‘Boechorst’ heeft een beoordeling van het individueel risico en het groepsrisico plaatsgevonden. Geconcludeerd is dat het aantal vervoersbewegingen met een LPG tankwagen over de Van Berckelweg en de Gooweg ten opzichte van het toelaatbaar geachte aantal zodanig laag is, dat dit transport uit een oogpunt van externe veiligheid verantwoord is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=a6e7054d-b70c-4210-a415-b43a3b00f2d8