Bijlage C BP Herenweg 21-23 - Noordwijk_Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Herenweg 21-23 - Noordwijk Gemeente: Noordwijk
Opdrachtgever: gemeente Noordwijk
Organisatie
Telefoon
Documentnummer
wsp
+31 (0)88 910 20 00
SLS003363
Adres
Datum
Versie
Gaetano Martinolaan 50
12 mei 2022
NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01
6229 GS Maastricht
Colofon Rapporthistorie Voorontwerp Ontwerp Vastgesteld Onherroepelijk Contactgegevens dilly.boer@wsp.com
Autorisatie Documentnummer
Versie
Status
SLS003363
NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01
vastgesteld
Opgesteld door
Functie
Paraaf
Datum
18 april 2023
Geverifieerd door
Functie
Datum
Paraaf
Akkoord projectleider
Functie
Datum
Paraaf
D. Boer
3/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Inhoudsopgave Toelichting
2
Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doelstelling Ligging plangebied en begrenzing plangebied Het geldende bestemmingsplan De bij het bestemmingsplan behorende stukken Opzet toelichting op het bestemmingsplan
Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en toekomstige situatie 2.1 2.2 2.3 2.4
5 5 7 8 8
9
Huidige situatie Nieuwe situatie Beeldkwaliteit Welstand
9 10 13 17
Hoofdstuk 3 Beleidskader
18
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal/regionaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische randvoorwaarden 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Geluid Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Natuurwaarden Externe veiligheid Hoogspanningslijnen en zendmasten Bedrijven en milieuzonering Archeologie en cultuurhistorie Waterparagraaf Parkeerbalans Duurzaamheid Milieu-effectrapportage
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 5.2 5.3 5.4
Algemene juridische opzet Bestemmingsregels Dubbelbestemming Overige regeling
18 21 26 27
32 32 35 36 40 43 46 47 50 53 55 55 57
58 58 59 59 60
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
61
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
62
7.1 7.2 7.3
Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Voorontwerp Ontwerp
4/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
62 62 62
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Offem Zuid is een nieuwe woonwijk in de gemeente Noordwijk, aan de zuidoostzijde van de Herenweg. Het perceel Herenweg 21-23 vormt als het ware een verbinding tussen de nieuwe woonwijk en de historische kern van Noordwijk Binnen aan de andere zijde van de Herenweg. Op het perceel is een verbindende stedenbouwkundige invulling ontworpen, de 'Poort van Offem'. De beoogde nieuwe invulling (zie paragraaf 2.2) is op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk (zie paragraaf 1.3). Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is dan ook om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch te borgen.
1.2 Ligging plangebied en begrenzing plangebied
Afbeelding 1-1 ligging plangebied (rood aangeduid; bron: www.PDOK.nl, d.d. 27-07-2018) Het plangebied Herenweg 21-23 - Noordwijk ligt aan de zuidoostzijde van Noordwijk Binnen. Het plangebied betreft niet alleen het perceel Herenweg 21-23, maar ook een deel van het perceel Herenweg 25. Het achterste deel van het perceel Herenweg 25 wordt meegenomen om de aanwezige bedrijfsbestemming volledig te kunnen verwijderen. Het plangebied wordt aan de voorzijde begrenst door de Herenweg en de naastgelegen woonpercelen Herenweg 19 en Herenweg 25. Aan de achterzijde wordt het plangebied begrensd door de nieuw geplande woonwijk Offem Zuid. Het plangebied heeft betrekking op: het perceel Herenweg 21-23, kadastraal bekend Noordwijk, sectie H, nummer 463; het achterste deel van het perceel Herenweg 25, kadastraal bekend Noordwijk, 5/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
sectie H, nummer 467.
Afbeelding 1-2 ligging kadastrale percelen (bron: www.PDOK.nl, d.d. 27-07-2018)
6/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
1.3 Het geldende bestemmingsplan
Afbeelding 1-3 uitsnede geldend bestemmingsplan Offem Zuid (bron: www.PDOK.nl, d.d. 27-07-2018) Op het perceel Herenweg 21-23 is het bestemmingsplan 'Offem Zuid' van kracht, zoals vastgesteld op 27 juni 2013 en onherroepelijk geworden op 4 februari 2015. De betreffende gronden hebben de bestemmingen 'Bedrijf' ten behoeve van bedrijven in de milieucategorie 1 of 2. Binnen het bouwvlak is bedrijfsbebouwing toegestaan. Op het voorterrein (Herenweg 21) is een bedrijfswoning toegestaan. Op grond van de bedrijfsbestemming zijn de beoogde langzaamverkeersroute en het appartementengebouw niet mogelijk. De geplande langzaamverkeersroute (zie paragraaf 2.2) is direct geprojecteerd over de bestaande bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning heen. Het appartementengebouw met 13 eenheden (zie paragraaf 2.2) ligt deels buiten het bouwvlak en is tevens hoger dan het maximum toegestane goot- en gebouwhoogte. Op het achterse deel van het perceel Herenweg 25 is ook het bestemmingsplan 'Offem Zuid' van kracht, zoals vastgesteld op 27 juni 2013 en onherroepelijk geworden op 4 februari 2015. Ook deze gronden hebben de bestemmingen 'Bedrijf' waarmee bedrijven in de milieucategorie 1 of 2 mogelijk is gemaakt. De eigenaren hebben de bedrijfsvoering gestaakt en willen de aanwezige bedrijfgebouwen gebruiken ten behoeve van de op het voorste deel van dit perceel aanwezige bestemming 'Wonen'.
Dit gebruik staat het bestemmingsplan niet toe. Daarnaast geldt ook het Paraplubestemmingsplan Parkeren. Dat bestemmingsplan voorziet uitsluitend in een regeling ten behoeve van parkeren in verband met het vervallen van de parkeerbepalingen in de Bouwverordening. Het paraplubestemmingsplan is op 30 mei 2018 vastgesteld. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is om de beoogde ontwikkelingen juridisch-planologisch te borgen.
7/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
1.4 De bij het bestemmingsplan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Herenweg 21-23 - Noordwijk' met identificatienummer NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding (analoog: schaal 1:1000); planregels. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels verbonden om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is geen onderdeel van het bestemmingsplan en is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
1.5 Opzet toelichting op het bestemmingsplan De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en toekomstige situatie staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In Hoofdstuk 3 Beleidskader is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische randvoorwaarden beschreven; in Hoofdstuk 5 Juridische aspecten worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid heeft betrekking op de economische uitvoerbaarheid van het plan; Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid behandelt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
8/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie De Herenweg is één van de invalswegen van de kern Noordwijk Binnen met een maximale snelheid van 50 km/uur en een vrijliggend dubbel fietspad aan de westzijde van de Herenweg (overzijde van het plangebied). Van oudsher maakte de Herenweg deel uit van de doorgaande route vanaf Katwijk naar het noorden. Deze doorgaande functie is later overgenomen door de provinciale weg N206. Ter hoogte van het plangebied sluit de Voorstraat aan op de Herenweg. Via de Voorstraat is het winkelgebied van Noordwijk Binnen direct bereikbaar.
Afbeelding 2-1 bestaande situatie De bestaande woningen aan de Herenweg staan gesitueerd in naar de weg gekeerde bebouwingslinten ten noorden en ten zuiden van het plangebied. De woningen zijn deels in samenhang en deels individueel ontworpen, al dan niet in combinatie met bijbehorende bedrijfsruimten. De woningen dateren uit de twintigste eeuw. Op het perceel Herenweg 21-23 bevindt zich een vrijstaande bedrijfswoning met een grote loods. In het verleden (vanaf 1930) was op het perceel een benzineservicestation aanwezig. De loods is in 1953 in gebruik genomen als autoreparatiebedrijf met showroom. Momenteel hebben de panden geen bedrijfsfunctie meer; de panden worden tijdelijk verhuurd om kraken tegen te gaan. Op het achterste deel van het perceel Herenweg 25 bevindt zich ook nog een bedrijfsgebouw. Het buitenterrein is vrijwel geheel verhard met klinkers en tegels. Er is, met uitzondering van een smal ondiep kavelslootje langs de zuidoostgrens, geen oppervlaktewater aanwezig.
9/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Afbeelding 2-2 aanzicht van het perceel Herenweg 21-23 d.d. augustus 2017 (bron: www.streetview.nl, d.d. 27-07-2018)
2.2 Nieuwe situatie De beoogde ontwikkeling voorziet in de fysieke en planologische sanering van de bestaande bedrijfsbebouwing en bedrijfswoning, de bouw van een appartementengebouw en de realisatie van een langzaamverkeersverbinding tussen de nieuwe woonwijk Offem Zuid en Noordwijk Binnen. Het aanwezige bedrijfsgebouw op het achterste deel van het perceel Herenweg 25 zal niet worden gesloopt. Dit gebouw zal als bijbehorend bouwwerk in gebruik worden genomen bij de op het perceel aanwezige woning.
Afbeelding 2 3-beoogde wegenstructuur Offem Zuid (plangebied rood aangeduid; Bron BKP)
10/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
In de onderstaande stedenbouwkundige opzet is een impressie opgenomen van de gewenste ontsluiting en de bijbehorende nieuwe woonbebouwing.
Afbeelding 2-4 voorstel verkaveling Herenweg 21-23 Zoals al eerder is aangegeven is het voor Offem-Zuid belangrijk dat er een goede aanhechting met de historische kern van Noordwijk Binnen wordt bereikt. Met de voorliggende stedenbouwkundige verkaveling wordt uitgegaan van de volgende ruimtelijke uitgangspunten: Het plan behelst een appartementencomplex van drie bouwlagen met 13 appartementen bij de toekomstige entree / verbinding van woonwijk Offem Zuid naar de oude Voorstraat (richting kern Noordwijk Binnen). Het markante gebouw vormt door vormgeving, positionering en maat (3 bouwlagen) een accent bij de buurtentree. Het vormt een stedenbouwkundig oriëntatiepunt die de relatie legt tussen de kern van Noordwijk Binnen en de nieuwbouwwijk Offem Zuid. De (moeizame) ruimtelijke verbinding in de routing tussen nieuwbouwbuurt en dorpskern wordt daarmee verbeterd. Het gebouw kent een oriëntatie op de Herenweg (kopse kant) en op de Nieuwe Voorstraat. Hierop zijn de leefruimten (woonkamers) georiënteerd en deze zijde van het gebouw functioneert als voorzijde. Dit sluit aan op de belangrijke functie van de Nieuwe Voorstraat, als centrale leefstraat van de nieuwe woonwijk. Het type bollenschuur sluit aan bij de lokale identiteit en vormt als zodanig een karaktervol moment aan de Nieuwe Voorstraat.
De Nieuwe Voorstraat vormt een doorlopend lint in het gebied, met op z'n tijd bijzondere plekken (parels) of gebouwen. Precies zoals de oude Voorstraat. De ontsluiting vindt plaats via de Nieuwe Voorstraat, vanaf de Herenweg. Het oorspronkelijke idee dat deze route louter een fietsroute zou zijn, wordt bij de laatste plannen losgelaten. Niettemin wordt doorgaand autoverkeer geweerd en moet een ontspannen, luw verkeersbeeld ontstaan door duidelijke afspraken over autoverkeer. Een deel van het parkeren voor de nieuwbouw vindt plaats op een parkeerkoffer naast het gebouw (8 stuks) en langs de langzaam verkeersverbinding (4 langs parkeerplaatsen). Deze plaatsen zijn gekoppeld aan de woningen (bewonersvergunning). Dus niet voor bezoekers. In een apart parkeeronderzoek wordt de parkeernorm en -balans aangetoond. Het gebouw moet zich manifesteren aan de Herenweg (westzijde, voorkant), maar ook aan de Nieuwe Voorstraat (noordzijde). Hier krijgt het gebouw een voorgevel, met oriëntatie vanuit woningen op de straat (Franse balkons, voorstoepje, entree) en een 11/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
geleding die aansluit op de schaal van de route (opdeling in onderscheidbare eenheden). Aan de zuidzijde ligt het gebouw wat dichter op de erfgrens van het buurpand. Deze vrijstaande woning kent een verhard achtererf (met werkplaats) en een ruime voortuin. De aansluiting verdient veel aandacht vanwege deze korte afstand en het directe zicht op huis en tuin. Gekozen is voor een galerijontsluiting aan deze zijde. Dit voorkomt privé-buitenruimten, maar dient wel "zacht" gemaakt te worden (gevelbehandeling, hekwerk, kozijnwerk). Het doorzicht vanaf de Herenweg naar deze zijde dient maximaal voorkomen te worden. Dus behoud van groen en tuinbeplanting aan de Herenweg. Ook de oostzijde verdient aandacht, aangezien hier de woningen hun buitenruimte krijgen en er vanaf de fietsroute zicht op is (komende vanuit het zuid-oosten). De erfbegeleiding hier zal belangrijk zijn (hekwerk/muurtje met groen/haag aan de stoep). Ook (de aansluiting op) de openbare ruimte krijgt gepaste aandacht. Zo wordt een groene wand (hedera op staalmat) voorgesteld langs de Nieuwe Voorstraat (aan zijde erf Herenweg 19, achter de groene berm). Hier zou een poortje (gat in de muur) gemaakt kunnen worden ter hoogte van het huidige achterpad, voor de ontsluiting van de achtertuinen van Herenweg 1-19.
Langzaamverkeersverbinding: De Nieuwe Voorstraat vormt hier een langzaamverkeersverbinding tussen Offem-Zuid en Voorstraat. Een autoverbinding wordt hier niet gemaakt, om de ontsluitingsstructuur van de nieuwe wijk niet aan te tasten. Wel wordt hier voorzien in lokaal parkeerverkeer voor de appartementen. Dit betekent in de praktijk dat de straat dus wel toegankelijk moet worden gemaakt voor autoverkeer (als een oprit) en dat er een kleine parkeerkoffer (8 parkeerplaatsen) achter het gebouw bereikbaar is via deze straat, evenals 4 plaatsen langs de straat. Dit past in het beeld van de Voorstraat (waar af en toe een langsparkeervak voorkomt), maar mag niet ten koste gaan van de fietsveiligheid en verblijfswaarde van deze straat. Omdat deze lokale parkeerplekken gekoppeld worden aan appartementen, blijft zoekverkeer en onwennigheid met de situatie uit; de langzaamverkeersverbinding wordt gesitueerd aan de zuidzijde van het perceel Herenweg 19; een logische en verkeerstechnisch gunstige en veilige aansluiting op de Herenweg en op de Voorstraat; een profiel met een verhardingsbreedte van ten minste 6 m (inclusief trottoir, exclusief langsparkeervakken). Hierdoor kan de langzaamverkeersverbinding in geval van nood ook gebruikt worden als ontsluitingsroute voor hulpdiensten. In geval van calamiteiten kan de weg ook gebruikt worden als noodweg voor de bewoners van de wijk.
Er is ruimte voor een aangrenzend trottoir (minimaal 1,8meter) en aan de andere zijde een groenstrook. Appartementengebouw Rooilijn: aan de zijde van de Herenweg achter de vporgevellijn van Herenweg 1-19 blijven; Hoogte: maximaal 3 bouwlagen, met bij de entree / aansluiting Herenweg mogelijk een accentwerking (tot 10 meter); Oriëntatie: raampartijen / woonruimte primair gericht op Herenweg, hoek om ook maximale oriëntatie op Nieuwe Voorstraat creëren (voorstoep, woonruimten, eventueel frans balkon, deuren aan de stoep). Centrale entreehal aan de Nieuwe Voorstraat. Aan de achterzijde op maaiveldniveau kan een collectieve buitenruimte in de tuin wordt gemaakt (als terras) op het zonnige zuiden; ditzelfde geldt voor de bergingen. Geleding: kopgebouw op hoek Herenweg, opdeling optisch en qua geleding (middels sprong en gevelindeling met ramen / frans balkon per woning) van een volume aan de Nieuwe Voorstraat in minimaal 2 volumes; Ontsluiting: De appartementen worden ontsloten via een centrale entreehal en trappenhuis. Deze is toegankelijk van de Nieuwe Voorstraat en wordt verder ontsloten naar de woningen via de achterzijde (zuidzijde). Op de verdieping middels een (zo kort mogelijke) galerij. Daarmee kunnen alle leefruimten in de woningen zich oriënteren op de Nieuwe Voorstraat (voorzijde) en Herenweg; 12/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Dakopbouw: plat dak met een geprononceerde dak beëindiging (op de hoeken gemarkeerd, met een lijst aan of bij de dakrand).
2.3 Beeldkwaliteit Het Beeldkwaliteitsplan Offem Zuid – Deelgebied 1 en 2 is opgesteld in opdracht van de gemeente Noordwijk voor nieuwbouwplan Offem Zuid. Dit Beeldkwaliteitsplan bevat het eerder vastgestelde Deelgebied 1, aangevuld met de beschrijvingen voor deelgebied 2. Het beeldkwaliteitsplan bevatrichtlijnen met betrekking tot beeldkwaliteit aspecten van stedenbouwkundige aard en de inrichting van de openbare ruimte. In feite vullen de welstandsnota en het beeldkwaliteitsplan het bestemmingsplan en uitwerkingsplan aan. De zaken die geregeld worden in de welstandsnota en het beeldkwaliteitsplan zijn niet in een bestemmingsplan en uitwerkingsplan opgenomen. Concluderend kan worden gesteld dat het beeldkwaliteitsplan andere elementen bevat dan het bestemmingsplan en het uitwerkingsplan en een ander karakter heeft dan de welstandsnota: normstellend in plaats van normtoetsend. Het beeldkwaliteitsplan zal na koppeling aan de welstandsnota het stedenbouwkundige toetsingskader gaan vormen voor de welstand. Planconcept “De geborgenheid van het landgoed Offem én de authenticiteit en diversiteit van de chique Voorstraat ontmoeten elkaar in Offem Zuid.” Dit is het credo voor de beeldkwaliteit van Offem Zuid. De woorden geborgen, authentiek, divers en chique vangen de kwaliteit en de manier van leven dat hier voor ogen is.
Het planconcept wordt gevormd door een zestal pijlers die hieronder puntsgewijs worden toegelicht: 1. Verschil maken tussen strandwal en -vlakte Op de strandwal vooral cultuurlijke watergangen passend bij landgoed Offem en op de strandvlakte méér en natuurlijker groen en water qua karakter. In het stedenbouwkundig plan is nadrukkelijk verschil gemaakt door de Achterweg als grens te beschouwen, wat deze ook oorspronkelijk is. 2. Stevige landschappelijke inbedding Dit betreft een hoogte opbouw qua massa en typologie, laag bij landgoed Offem en hoger bij de Beeklaan. Langs de Beeklaan en N206 komt een robuuste groenblauwe structuur (waar kan) met bomen en een stevige onderlaag van heesters. Parallel aan de Beeklaan ligt een watergang die zorg draagt voor een goede waterhuishouding. 3. Hoofdverkavelingsrichting enten op oorspronkelijke verkaveling In de oude kaarten en tot op de dag van vandaag, is er een markante verkaveling waar te nemen. Ten westen van de Achterweg ligt de verkaveling parallel aan de Achterweg en ten oosten juist haaks erop. In de stedenbouwkundige visie is deze kavelrichting opgepakt en gebruikt om richting te geven aan de stedenbouwkundige verkaveling. Het verschil tussen strandwal en –vlakte wordt vandaar extra geaccentueerd. Daarnaast bieden lange lijnen tussen de Beeklaan en landgoed Offem zicht op het landgoed. 4. Koppeling Offem Zuid aan Noordwijk d.m.v.
doortrekken van de Voorstraat De locatie Offem Zuid ligt aan de zuidkant van de Herenweg - Nieuwe Offemweg. Dit is een drukke weg, waardoor het gevoel wordt opgeroepen dat Offem Zuid niet verbonden lijkt te zijn met zijn omgeving. Door in het hart van Offem Zuid de Nieuwe Voorstraat aan te leggen wordt de unieke kwaliteit van het dorp Noordwijk op een hernieuwde wijze ingebracht in het plangebied. Dit geeft identiteit en bedding in het gebied door een levendig straat- en gevelbeeld. Tevens biedt de Nieuwe Voorstraat een comfortabele rechtstreekse route voor de voetganger en fietser naar het centrum. De verbinding van de bestaande en de Nieuwe Voorstraat is de belangrijke schakel aan de Herenweg, waar het Noordwijkse dorpshart en woonwijk Offem Zuid zich profileren. 5. Dorps Noordwijk De Beeklaan en de Van Berckelweg zijn tegenwoordig belangrijke entreewegen van 13/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Noordwijk, maar van oudsher waren dat de Hogeweg en de Schiestraat met de strandvlakte. Offem Zuid krijgt een dorpse uitstraling passend bij de Noordwijkse historie, met een uitnodigende dorpsrand naar het landschap. De Beeklaan zal een groene entree zijn passend bij de landgoederenzone op de strandwal, liggend op de overgang van dorpsrand naar het open landschap. Langs de Beeklaan zal een afwisseling van woningen en appartementsgebouwen een dorps en aantrekkelijk beeld geven. 6. Ontsluiting vanaf de Beeklaan De woonwijk wordt ontsloten op de Beeklaan door een nieuwe rotonde. Vanaf de wijkontsluitingsweg is een mooi zicht op de ruim opgezette singel en het markante gebouw op de hoek. Het plangebied is verder op een heldere manier ontsloten.
Afbeelding 2-5 planconcept Offem Zuid (plangebied rood aangeduid; bron: BKP Offem Zuid) Voor de eerste fase van de nieuwe woonwijk Offem Zuid is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Het Beeldkwaliteitplan Offem Zuid, deel 1 vormt het kwalitatieve kader voor de gewenste beeldkwaliteit van zowel de bebouwing als de buitenruimte. Het planconcept en planvisie voor Offem Zuid is uitgewerkt tot masterplan Offem Zuid.
14/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Afbeelding 2-6 planvisie Offem Zuid (plangebied rood aangeduid; Bron; BKP Offem Zuid ) Om de nieuwe woonwijk te verbinden met zijn omgeving wordt door het hart van Offem Zuid een nieuwe (verlengde) Voorstraat aangelegd. Hierdoor wordt de unieke kwaliteit van Noordwijk Binnen op een hernieuwde wijze ingebracht. Dit geeft identiteit en bedding in het gebied door een levendig straat- en gevelbeeld. Tegelijkertijd biedt de verlengde Voorstraat een comfortabele rechtstreekse route voor de voetganger en fietser naar het centrum.
Afbeelding 2-7 Masterplan Offem Zuid, eerste fase (plangebied rood aangeduid; bron; BKP Offem Zuid) 15/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
In het masterplan wordt een eindbeeld beschreven dat pas over 5-10 jaar is gerealiseerd. Het brengt kansen in beeld om tot vernieuwing en verbetering te komen door de beschrijving van de ambities. Om de kwaliteit van de wijk te garanderen en toch voldoende flexibiliteit in de planvorming te houden is een sterk raamwerk gemaakt dat is verankerd in het bestaande landschap waarin nog ruimte is voor verschillende invullingen in de toekomst. De groenblauwe slagen liggen haaks op landgoed Offem en vormen de basis van het stedenbouwkundig raamwerk Offem Zuid als openbare ruimte met daartussen de buurten. In de buurten zijn verschillende woonvlekken herkenbaar waarin een keur mogelijk is aan woningtypen. Offem Zuid krijgt een dorpse uitstraling passend bij de Noordwijkse historie. De geborgenheid van het landgoed Offem en de dorpse uitstraling verbeeldt zich in het principe ‘wonen onder een kap’. Binnen de algehele aanblik van Offem Zuid is een diversiteit van verschijningsvormen denkbaar dat een opgave is voor de toekomstige architecten. Karakteristieke woonstraten (verlengde Voorstraat en landgoedstraat) zijn dwars geprojecteerd op de groenblauwe slagen. De belangrijkste woonstraat van het plangebied is de chique Verlengde Voorstraat die voor langzaam verkeer de verbinding vormt met de dorpskern van Noordwijk.
Het authentieke diverse beeld van de bestaande Voorstraat met zijn statige herenhuizen wordt als parelsnoer doorgetrokken in het plangebied. Van het parelsnoer is de ketting de verlengde Voorstraat en de parels de bijzondere plekken in de straat, ‘de Pareltjes van de Voorstraat’. De bijzondere plekken hebben verschillende verschijningsvormen; stenige pleintjes, groene hofjes, brink en de singels. Als structuur zal de verlengde Voorstraat voorbij de Achterweg worden doorgetrokken, waarbij een gedaanteverandering denkbaar is. De Beeklaan en de Van Berckelweg zijn tegenwoordig belangrijke entreewegen van Noordwijk, maar van oudsher waren dat de Hogeweg en de Schiestraat. Offem Zuid profileert zich aan de Beeklaan als nieuwe dorpsrand van Noordwijk. Het gezicht op Offem Zuid en landgoed Offem is ook het éérste zicht op Noordwijk. De dorpse blik op Noordwijk bestaat uit 1 tot 2-laagse woningen met kap afgewisseld met hoogteaccenten van 4-laagse appartementsgebouwen (met kap). Offem Zuid wordt omsloten door een afwisselende groenblauwe zoom passend bij de landgoederenzone en de waterrijke strandvlakte. In het beeldkwaliteitplan worden voor de Nieuwe (verlengde) Voorstraat de volgende criteria genoemd:
16/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Overzicht 2-8 beeldkwaliteiteisen bebouwing (bron: BKP Offem Zuid)
2.4 Welstand De Welstandscommissie heeft ingestemd met het voorliggend ontwerp voor de percelen Herenweg 21-23 te Noordwijk.
17/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.
Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair.
We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. 18/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk.
Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De juridische borging van de nationale belangen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
19/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld, op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Het onderhavige plan is niet in strijd met enig nationaal belang uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is sinds 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Sinds 1 juli 2017 luidt de formulering van de Ladder in artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwik keling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. Op grond van de ladder moeten de volgende punten worden geadresseerd: 1. Er moet worden nagegaan of het bij de nieuwe ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door het bestemmingsplan, gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 2. Als het gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet worden beschreven dat er daadwerkelijk voldoende vraag bestaat naar deze ontwikkeling. 3. Als er voldoende vraag naar de nieuwe stedelijke ontwikkeling bestaat, moet de vraag worden beantwoord of bestaand stedelijk gebied (of bestaande bebouwing) de ruimte voor deze ontwikkeling niet kan bieden.
Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien bij 11 nieuwe woningen ligt, afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Het voorliggend plan strekt tot de realisatie van 13 woningen en dient derhalve te worden getoetst aan de Ladder. Hierbij dient vooral aan te worden getoond dat er behoefte aan deze woningen is. Motivatie woningbehoefte De woningbehoefte voor de gewenste 13 eenheden kan als volgt worden gemotiveerd: a. de locatie is gelegen buiten het Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) van de Provincie Zuid-Holland (PZH). b. het gebied ligt wel binnen het gebied dat hoort bij Offem-Zuid en dat gebied is als 'nieuwe woningbouwlocatie buiten BSD groter dan 3 ha' opgenomen in het Programma Ruimte van de PZH, dus ruimtelijk gezien is de verstedelijking op dit perceel door PZH al geaccepteerd. 20/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
c. Daarnaast voldoet het plan volledig aan de woonagenda Noordwijk 2016-2020 qua segmentering: 1. 4 woningen sociale huur; 2. 3 woningen middeldure koop; 3. 6 woningen vrije invulling. De 13 woningen zijn inmiddels op de vastgestelde woningbouwplanlijst voor 2022 opgenomen (bijlage 19).
3.1.4 Wet Voortgang Energietransitie (aardgasloos bouwen) Sinds 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (Wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet, hierna: Wet Vet) van kracht. Bij deze wet is bepaald dat de aardgasaansluitplicht voor nieuwbouw vervalt. Dit betekent dat vanaf 1 juli 2018 projectontwikkelaars, aannemers en gemeenten rekening moeten houden met het feit dat nieuw te bouwen bouwwerken niet meer mogen worden aangesloten op het gasnet.
3.1.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het rijksbeleid.
3.2 Provinciaal/regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendige meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden.
21/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Verbetering omgevingsk waliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Op kaart 2 (Buiten bestaand stads en dorpsgebied 2018) van de Omgevingsvisie is het plangebied gelegen buiten het bestand stads en dorpsgebied.
Afbeelding 3-1 Uitsnede Kaart 2 'Buiten bestaand stads en dorpsgebied 2018' Het plangebied is rood aangeduid. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Op de Kwaliteitskaart is het gebied aangeduid als gelegen binnen de "stads- en dorpsrand (200 meter)".
22/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Afbeelding 3-2 Uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie' Het plangebied is rood aangeduid. Conclusie De realisatie van een nieuw appartementengebouw met 13 eenheden op de voorgestelde locatie, is gelegen buiten het BSD gebied van de PZH. Het gebied ligt wel binnen het gebied dat hoort bij Offem-Zuid en dat gebied is als nieuwe woningbouwlocatie buiten BSD, groter dan 3ha opgenomen in het Programma Ruimte van de PZH. Derhalve heeft de Provincie Zuid-Holland ruimtelijk gezien de verstedelijking op dit perceel geaccepteerd en is het plan in overeenstemming met de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik.
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en; 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke matregelen zoals bedoeld in het derde 23/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en; 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Toelichting Verordening ruimte op kwaliteitsbeleid Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie.
Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit en 2) moet voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Als richtpunten wordt onder andere het volgende aangehouden: ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand; cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Voor ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand geldt als richtlijn dat deze bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). De nieuwbouw van een appartementengebouw is ruimtelijk goed inpasbaar op dit perceel en vervanging van een nog te slopen bedrijfswoning met bedrijfsgebouwen. Er is dus sprake van herstructurering.
Deze planontwikkeling past derhalve binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al is in de directe omgeving met een cluster met voorzieningen. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Conclusie De realisatie van een nieuw appartementengebouw met 13 eenheden op de voorgestelde locatie, is gelegen buiten het BSD gebied van de PZH. Het gebied ligt wel binnen het gebied dat hoort bij Offem-Zuid en dat gebied is als nieuwe woningbouwlocatie buiten BSD, groter dan 3ha opgenomen in het Programma Ruimte van de PZH. Derhalve heeft de Provincie Zuid-Holland ruimtelijk gezien de verstedelijking op dit perceel geaccepteerd en is het plan in overeenstemming met de provinciale belangen. Het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit).
24/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
3.2.3 Verordening Ruimte 2014 (geconsolideerd per 31 januari 2019) De Verordening ruimte Zuid-Holland is vastgesteld in samenhang met de Visie Ruimte en Mobiliteit en het Programma Ruimte. De visie bevat de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid en het mobiliteitsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het ruimtelijk beleid is uitgewerkt in het Programma Ruimte. De verordening is vastgesteld met het oogmerk van doorwerking van een deel van het ruimtelijk beleid en bevat daarom regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De verordening bevat regels ten aanzien van een aantal belangrijke ruimtelijke onderwerpen, zoals kantoren, bedrijventerreinen, glastuinbouw- en bollenteeltgebied, archeologie en provinciale vaarwegen. Provinciale Ladder voor duurzame verstedelijking Begrip stedelijk gebied en begrip stads- en dorpsgebied Het begrip ‘stedelijk gebied’ dat in het Bro wordt gehanteerd, betekent hetzelfde als het begrip ‘stads- en dorpsgebied’ dat in de Visie ruimte en mobiliteit, het Programma ruimte en in deze verordening wordt gehanteerd. In het Bro is het begrip gedefinieerd als een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare op sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
Bij het begrip ‘stads- en dorpsgebied’ gaat het dus niet alleen om een bestaand samenstel van bebouwing, maar de bebouwing moet ook bestemd zijn voor stedelijke functies. Specifiek in de Zuid-Hollandse situatie wordt een aantal situaties nadrukkelijk niet beschouwd als ‘bestaand stads- en dorpsgebied’. Ook nog onbebouwd gebied kan soms worden beschouwd als ‘bestaand stads- en dorpsgebied’, met name als het een terrein betreft dat grotendeels is omringd door wel bebouwd gebied. In samenhang met het omringende gebied maakt het nog onbebouwde gebied dan uit van het “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing”. Bouwrijp gemaakt gebied wordt eveneens beschouwd als bestaand stads- en dorpsgebied, ervan uitgaande dat er dan sprake is van een onomkeerbare ruimtelijke ontwikkeling. Regionale afstemming en regionale visies Een stedelijke ontwikkeling heeft vaak bovenlokale effecten. Voor een goede onderlinge afstemming is derhalve regionaal overleg nodig op de schaal waarop de effecten zich voordoen. Het heeft de voorkeur als de gemeente de ladder voor duurzame verstedelijking niet per plan toepast, maar vooraf in regionaal verband onderzoek doet naar en afspraken maakt over de kwantitatieve en kwalitatieve regionale behoefte.
In het Programma ruimte is aangegeven dat de provincie in ieder geval voor wonen en kantoren verwacht dat de gemeenten gezamenlijk regionale visies opstellen en deze periodiek actualiseren. Gedeputeerde Staten geven bij de aanvaarding van de regionale visie aan in hoeverre daarmee op regionaal niveau de ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen, zodat bij individuele bestemmingsplannen daarnaar kan worden verwezen. Bij het ontbreken van een regionale visie hanteert de provincie terugvalopties, zoals aangegeven in het Programma ruimte. Nieuw en bestaand De in het Bro opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking heeft alleen betrekking op een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling. Het begrip ‘nieuw’ is in het Bro niet nader gedefinieerd. In de jurisprudentie is inmiddels een lijn ontwikkeld waaruit volgt dat het herbestemmen van nog niet gerealiseerde plancapaciteit, niet wordt beschouwd als een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling. Voor de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking volgt de provincie Zuid-Holland deze lijn. Dit betekent wel een andere koers dan de rest van deze verordening, omdat voor de toepassing van veel regels in deze verordening plancapaciteit die nog niet gerealiseerd of 25/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
vergund is, juist wél als nieuw wordt beschouwd. Het begrip ‘bestaand’ is gedefinieerd in artikel 1.2, derde lid, van deze verordening. Om het provinciaal belang bij toepassing van de ladder te benadrukken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgenomen in de Provinciale Verordening. In paragraaf 3.1.3 van dit bestemmingsplan is aangegeven dat, op grond van jurisprudentie, bij het voorliggend plan sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In deze paragraaf wordt derhalve de behoefte aan de toevoeging van woningen gemotiveerd. Het plan is gelegen binnen het gebied dat hoort bij Offem-Zuid. Tevens is het plangebied aangemerkt als nieuwe woningbouwlocatie buiten BSD groter dan 3ha en derhalve opgenomen in het Programma Ruimte van de Provincie Zuid-Holland. Derhalve heeft de Provincie Zuid-Holland ruimtelijk gezien de verstedelijking op dit perceel geaccepteerd. Het plan is daarom in overeenstemming met de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. Ruimtelijke kwaliteit Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij wordt opgemerkt dat het een ontwikkeling binnen de bebouwde kom betreft die aansluit bij de reeds aanwezige bebouwing.
Dit plan heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling of een ontwikkeling buiten de bebouwde kom. Voor de provincie is derhalve sprake van weinig tot geen betrokkenheid. Aanpassing In het kader van de verordening kan de voorgestelde ontwikkeling worden aangemerkt als 'aanpassing'. Het betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van het gebied, maar voorziet op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen. In het bestemmingsplan wordt aangetoond (zie paragraaf 2.2 en paragraaf 2.3) dat de nieuwe ontwikkeling zorgvuldig wordt ingebed in de omgeving. Daarbij wordt aangesloten op het beeldkwaliteitplan dat voor Offem Zuid is vastgesteld.
3.2.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal beleid.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 Op 24 juni 2009 is de Regionale Structuurvisie 2020 (RSV) door Holland Rijnland vastgesteld. De RSV verankert de intergemeentelijke afspraken in een ruimtelijke vertaling naar 2020 met een doorkijk naar 2030. De deelnemende gemeenten werken samen aan ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, natuur en landschap, verkeer en vervoer, samenleving en welzijn. Een goede balans tussen gebiedsontwikkeling en behoud van het oorspronkelijke karakter van de regio zijn daarbij het streven. Concentratie van stedelijke ontwikkeling en verbetering van de regionale bereikbaarheid zijn hierbij speerpunten. Doel is het voorzien in voldoende woningen in gedifferentieerde woonmilieus zodat de regio een topwoonregio in de Randstad wordt. Aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving is daarbij een uitgangspunt. Ten aanzien van woningbouw zijn de volgende kernbeslissingen geformuleerd: tot 2020 moeten er 40.000 woningen in de regio gebouwd worden; per gemeente wordt 30% van de woningbouw in de sociale huursector gerealiseerd.
26/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
De beoogde ontwikkeling Herenweg 21-23 - Noordwijk voorziet in het vervangen van een bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bedrijfsgebouwen en het toevoegen van een kwalitatief hoogwaardige woningen in diverse prijsklasse, die qua segmentering volledig voldoen aan de woonagenda Noordwijk 2016-2020 te weten: 4 woningen sociale huur; 3 woningen middeldure koop; 6 woningen vrije invulling. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan de kwantitatieve taakstelling en wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd.
3.3.2 Regionaal Energieakkoord Holland Rijnland 2017-2025 Binnen de regio Holland Rijnland hebben gemeenten hun ambities en doelstellingen rondom klimaat/energie uitgesproken. De regionale ambitie is om in 2050 een energie neutrale regio te zijn en daarmee bij te dragen aan de nationale en internationale doelstellingen op het gebied van klimaat en energie. Het streven is om toekomstige ontwikkelingen energie neutraal te realiseren. Dit gaat verder dan de toekomstige wettelijke wijziging van nieuwbouw. Tot slot is afgesproken om nieuwbouw niet meer aan te sluiten op het gas, aangezien het aardgas eindig is (zie 3.1.4).
3.3.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het regionaal beleid.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Noordwijk 2030 Op 31 november 2018 heeft de gemeenteraad van Noordwijk de Omgevingsvisie Noordwijk 2030 herzien vastgesteld. Een document waaraan vele inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen hebben bijgedragen. In de omgevingsvisie is aangegeven hoe Noordwijk zich verder moet ontwikkelen richting 2030. De Omgevingsvisie Noordwijk 2030 is voornamelijk een uitnodiging aan inwoners, ondernemers en organisaties om vooral zelf vorm te geven aan de toekomst. De visie verbindt de praktijk met concrete plannen die in co-creatie tot stand zijn gekomen. In de visie zijn 7 sterren benoemd, de sterren die zijn te beschouwen als de pijlers van de Omgevingsvisie 2030. Duurzaamheid maakt integraal deel uit van de visie. Bij de omgevingsvisie is een kaart opgesteld. Deze kaart presenteert het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief richting 2030. De legenda van de kaart is zo opgesteld dat de ambities uit de omgevingsvisie duidelijk worden. In onderstaande afbeelding is de omgevingsvisie ter hoogte van het plangebied weergegeven.
27/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Afbeelding 3-3 uitsnede Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief (plangebied rood aangeduid) Het woningbouwplan Offem-Zuid en de fiets- en auto-ontsluiting worden benoemd en gevisualiseerd in de omgevingsvisie. De gemeente wil in ieder geval directe wandel- en fietsroutes realiseren van de grootste nieuwbouwlocaties Offem Zuid en Bronsgeest naar het centrum van Noordwijk Binnen. Dit sluit aan bij één van de zeven thema's, namelijk 'uitstekende bereikbaarheid', waarbij het uitgangspunt is dat de bereikbaarheid voor alle groepen in de samenleving optimaal moet zijn. Op bovenstaande uitsnede van het Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief wordt voor fietsers en voetgangers een directe verbinding vanuit Offem Zuid met de Voorstraat aangegeven.
3.4.2 Noordwijkse Woonagenda 2016 - 2020 De Woonagenda 2016 - 2020 "De toekomst van het wonen in Noordwijk" is nadrukkelijk een 'agenda' die betrekking heeft op een kortere periode en beoogt om, gegeven alle onzekerheden en de huidige knelpunten, het vizier te richten op de toekomst van het wonen in Noordwijk. De woonagenda schetst de belangrijkste dilemma's en opgaven en maakt een aantal beleidskeuzes. De woonagenda vormt voor de periode tot 2020 een overkoepelend beleidsdocument en biedt een basis voor gesprekken met verschillende stakeholders die in de realisatie van de ambities van wonen in Noordwijk een belangrijke rol spelen. De woonagenda zet in op vier thema's die de komende jaren richtinggevend zijn voor keuzes omtrent het wonen in Noordwijk. Deze thema's zijn: 1. 2. 3. 4.
werken aan beschikbaarheid van woningen; werken aan betaalbaarheid van woningen; werken aan zorg en flexibiliteit; werken aan duurzaamheid.
Het wonen van de toekomst in Noordwijk moet ruimte bieden voor de beoogde aantrekkelijke en vitale gemeente met ‘voor elk wat wils’. Dat betekent ook dat er bij het woningbouwprogramma mede gekeken wordt naar de gewenste toekomstige bevolkingssamenstelling. Doel is dat in 2020 Noordwijkers beter in hun woonbehoefte kunnen voorzien doordat er meer aanbod is, met name in het goedkopere en middeldure segment van zowel de koop als huurmarkt. De 28/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
gemeente richt haar inspanningen in het bijzonder op de ontwikkelingen die ‘niet vanzelf’ gaan. Denk bijvoorbeeld aan een goed aanbod voor jongeren, ouderen met een laag inkomen en mensen met een zorg- of mantelzorgbehoefte. In de woonagenda is de zogenoemde 30% sociaal-regeling (sociale huur en koop tezamen) opgenomen voor woningen waarbij meer dan twee woningen worden gerealiseerd. Deze regeling is voor het voorliggende plan dus niet van toepassing. Het voornemen voorziet in de sloop van een bedrijfswoning en de realisatie van twee vrijstaande grondgebonden woningen. Deze woningen worden aangeboden in het dure koopsector en zijn geschikt voor meerdere doelgroepen, waaronder gezinnen en senioren. Door het toevoegen van woningen in de duurdere prijsklasse kan de gewenste doorstroming op de woningmarkt bevorderd worden. In de Woonagenda wordt tot slot het zogenaamde sterrensysteem gehanteerd om te kunnen beoordelen of nieuwe woningen al dan niet geschikt zijn voor bewoners met lichamelijke beperkingen/senioren. Nieuwbouwwoningen moeten ten minste voldoen aan de voorwaarden behorend bij drie sterren. Het betreft voorwaarden ten aanzien van de breedte van toegangspaden en de oppervlakte van sanitaire voorzieningen zoals toilet en badkamer. In het kader van de omgevingsvergunning wordt aan deze principes getoetst.
3.4.3 Welstandsnota Noordwijk 2014 Op 26 juni 2014 is de Welstandnota Noordwijk 2014 vastgesteld, een actualisatie van de nota uit 2011. Voor elk gebied in Noordwijk gelden specifieke welstandscriteria. De diverse wijken en buurten hebben immers specifieke stijlkenmerken. Zo wordt ingezet op de Noordwijkse Stijl in het toeristisch gebied van Noordwijk aan Zee en wordt in de kern van Noordwijk Binnen gerefereerd naar de bouwstijl in de Voorstraat. Welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden van Noordwijk te benoemen en daarmee te bewaken. Noordwijk moet zich ontwikkelen tot een (bad)plaats die zich door kwaliteit onderscheidt van andere plaatsen. De inhoud van de welstandsnota is daarom volledig gebaseerd op het lokale gemeentelijk beleid, dat gericht is op het versterken van kwaliteitswaarden als ‘stijlvol’, ‘charmant’ en ‘ingetogen’.
29/62 - v astgesteld - NL.IMRO.0575.BPOZHerenweg21-VA01 - 12 mei 2022
Afbeelding 3-4 uitsnede Welstandskaart (plangebied rood aangeduid) Het plangebied is gelegen binnen het welstandsgebied 'Planmatige woningbouw (12)'. Voor planmatige woningbouw geldt een regulier welstandsniveau. In de welstandsnota zijn in paragraaf B3.6 de beeldkwaliteit en welstandscriteria beschreven voor planmatige woningbouw in Noordwijk Binnen. Het voorliggende plan past niet volledig binnen deze criteria. Met het voorliggende bouwplan wordt namelijk niet alleen aansluiting gezocht op de bestaande bebouwing langs de Herenweg, maar ook op de nieuwe bebouwing in Offem Zuid. Voor Offem Zuid eerste fase is daarom een beeldkwaliteitplan opgesteld. Het beeldkwaliteitplan beschrijft niet alleen de stedenbouwkundige opzet en de gewenste uitstraling van gebouwen, architectuur en openbare ruimte voor Offem Zuid, maar gaat ook in op de aansluiting op de Voorstraat. Op de inhoud van het beeldkwaliteitplan is nader ingegaan in paragraaf 2.3. Het beeldkwaliteitplan Offem Zuid is op 18 mei 2017 vastgesteld. Na vaststelling van het beeldkwaliteitplan is deze onderdeel geworden van de Welstandsnota Noordwijk 2014.