Bijlage B_RuimtelijkeOnderbouwing
Tekst van het document
Overigens verhinderen ook de hoge grondprijs in combinatie met de hoge bouwkosten en de in overleg met burgemeester en wethouders gemaakte keuze om slechts 5 in plaats van 7 appartementen te bouwen, de realisering van sociale en middeldure woningbouw. Voor dat type woningbouw kan de totale investering immers niet te hoog zijn, maar moet kostene ciënt worden ontworpen en uitgevoerd. Dit heeft invloed op de vorm van het gebouw en op de materialisering. Dit zou immers resulteren in de keuze voor goedkopere materialen en eenvoudiger detaillering, of te wel, lagere kwaliteit. Op deze locatie is dat niet passend en ook in strijd met de welstandseisen. De Welstandscommissie heeft overigens al op 15 augustus 2019 ingestemd met het bouwplan.. Daarnaast


ffi
fh
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 32 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING moeten de kosten voor de sociale woningbouw worden “opgebracht” door de verkoop of verhuur van de andere appartementen. Dat is hier niet mogelijk, omdat het bouwplan maar net boven het aantal van drie zit, aangezien er slechts vijf appartementen mogen worden gerealiseerd. De oorspronkelijk beoogde zeven appartementen werden vanuit stedenbouwkundig oogpunt afgewezen; het volume zou dan te groot worden. Vanuit stedenbouw is ingebracht dat het om een klein aantal woningen moet gaan met een kleine impact. Voor deze locatie waarbij de vorige Woonvisie 2016 – 2020 van toepassing is, is gelet op bovenstaande stedenbouwkundige en esthetische afwegingen voor dit bouwplan de segmentering niet haalbaar. Op grond van artikel 3 lid 3 van de Verordening Bestemmingsreserve kan de ontwikkelende partij de gemeenteraad verzoeken tot het (deels) afwijken van de verplichting tot de realisatie van sociale en middeldure woningen. In plaats daarvan dient op basis van een collegevoorstel en een raadsvoordracht een afdracht te worden gedaan ten behoeve van de bestemmingsreserve. De hoogte van de afdracht wordt bepaald aan de hand van artikel 4 van de Verordening Bestemmingsreserve.
Aangezien het onderhavige bouwplan al geruime tijd loopt en er op basis van het welstandsadvies, de stedenbouwkundige advisering en de bestuurlijke keuze in het voortraject alleen vijf dure appartementen gerealiseerd kunnen worden, zijn er gegronde redenen (geen nanciële) om af te wijken van de segmentering uit de Woonvisie 2016 -2020. Dit laat onverlet dat op basis van een raadsbesluit er een storting moet plaatsvinden in de Bestemmingsreserve. Storting Bestemmingsreserve Voor de niet gerealiseerde sociale huurwoning (30% van 5 woningen is 1,5 woning. waarbij op basis van de verordening moet worden afgerond naar beneden) en voor een woning in de middeldure huur/koop zal een storting in de Bestemmingsreserve plaatsvinden. De storting in de Bestemmingsreserve bedraagt (geïndexeerd): Vrij bouwprogramma gestapeld: Middelduur programma, middeldure huur, gestapeld:
€ 40.000,- (indexatie naar prijspeil 2023) per woning; € 25.000,- (indexatie naar prijspeil 2023) per woning.
De storting in de Bestemmingsreserve zal door middel van een anterieure overeenkomst worden vastgelegd. Conclusie De geplande ontwikkeling past in het gemeentelijk woonbeleid, waarbij door middel van een storting in de Bestemmingsreserve wordt afgeweken van de segmentering.
3.3.5.
Beleid hoogheemraadschap
Voor het onderdeel "wegen, paden en verharding op de waterkering" is de zorgplicht (met erkende maatregel) van toepassing. Voor het onderdeel "wijzigingen in kabels en leidingen" is de Algemene regel zonder meldplicht van toepassing. Voor de onderdelen "het verzetten van grond" en "bouwen op de waterkering" is een watervergunning van het hoogheemraadschap vereist welke op 12 oktober 2017 is afgegeven. Dit betreft een vergunning voor onbepaalde tijd. Na het verlenen van de bovenstaande watervergunning heeft het voorliggende plan een wijziging ondergaan waardoor, vanuit het oogpunt van het hoogheemraadschap, een nieuwe watervergunning


fi
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 33 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING nodig is voor de parkeerkelder. Deze nieuwe watervergunning voor de parkeerkelder is verleend op 12 februari 2024. In het kader van vooroverleg Bro art. 3.1.1. zal deze Ruimtelijke Onderbouwing aan het hoogheemraadschap worden gezonden. Kustnota De kustnota is opgedeeld in twee delen: I. de beschrijving van de visie op het waterkeringbeheer; II. de beleidsregels. Eén van de hoofddoelen uit deel I is het, wanneer de veiligheid is geborgd, mee te werken aan initiatieven van derden voor 'medegebruik' van de kering. Het bouwbeleid is daarbij dat binnen de bebouwingscontouren nieuwbouw is toegestaan mits deze geen belemmering vormt voor het instandhouden van de zeewering. Conclusie Met de ontwikkeling blijft de veiligheid geborgd omdat het plan geen belemmering vormt voor het in stand houden van de zeewering. Het plan past dan ook binnen dit beleid. De Keur De Keur is een juridisch document waarin de regels zijn opgenomen die nodig zijn voor de waterveiligheid, droge voeten en voldoende en schoon oppervlaktewater. In algemeenheid is de stelregel 'ja- tenzij', wat inhoudt dat handelingen uitgevoerd mogen worden tenzij er onvoldoende zorg in acht is genomen, met als doel schade aan het bestaande watersysteem te voorkomen.
Voor het betre ende project moet voor de volgende onderdelen toestemming worden verkregen: • wijzigingen in kabels en leidingen; • het verzetten van grond; • wegen, paden en verharding op de waterkering; • bouwen op de waterkering. Conclusie Het onderhavige plan tast de bestaande watersystemen niet aan waardoor het past binnen het gestelde beleid.


ff
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 34 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 4.
UITVOERBAARHEID
4.1.
Inleiding
In het hoofdstuk 'Uitvoerbaarheid' wordt de motivatie gegeven bij het project waarbij het plan wordt getoetst aan onder andere cultuurhistorische, milieuhygiënische, natuur- en economische aspecten.
4.2.
Bodemkwaliteit
De bodemkwaliteit is bij bouwontwikkelingen een belangrijk aspect. Voordat bouwwerkzaamheden kunnen worden gestart dient eventuele bodemverontreiniging te worden gesaneerd. Door IDDS B.V. is een verkennend bodemonderzoek (IDDS; kenmerk 1706K567/DBI/rap1; d.d. 16 augustus 2017) uitgevoerd wat aanleiding heeft gegeven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek (IDDS; kenmerk A1762-06/SWI/rap1; d.d. 18 februari 2022), beide zijn te vinden in bijlage 1. Op basis van het verkennend bodemonderzoek is een verontreiniging van de bodem geconstateerd. Over een gebied van circa 500 m2 en met een diepte van circa 30 cm (de bovengrond) is de bodem ernstig verontreinigd met enkele zware metalen, PAK en minerale olie. Men spreekt van ernstige verontreiniging indien de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in 25 m3 grond of meer de bijbehorende interventiewaarde overschrijft. Daarnaast zijn in de bovenlaag bodemvreemde materialen (baksteen en grind) waargenomen. Er is zintuiglijk en analytisch geen asbest waargenomen en/of aangetoond. Het verkennend bodemonderzoek geeft geen uitsluitsel over de omvang van de (sterke) verontreiniging. Dit is de aanleiding geweest voor het uitvoeren van het nader bodemonderzoek. In het nader bodemonderzoek is de omvang van de verontreiniging met lood, koper en PAK vastgesteld.
De gevonden verontreiniging is vermoedelijk te relateren aan de bijmengingen met grind. Vanwege de verontreinigingen met PAK, lood en zink is het aannemelijk dat het grind voormalig dakgrind betreft. Van dakgrind is bekend dat dit verontreinigd kan raken met PAK en zware metalen; Opgemerkt wordt dat de bodemkwaliteit van de bodem onder de bebouwing niet is onderzocht. Over de aan- of afwezigheid van eventuele verontreinigingen op dit deel van het perceel kan derhalve geen uitspraak worden gedaan. Vanwege de waarschijnlijke relatie tussen de verontreiniging en de halfverharding is het niet aannemelijk dat deze verontreiniging zich uitstrekt tot onder het pand. Conclusie Door IDDS B.V. zijn verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd op de planlocatie, zie bijlage 1. Op basis van de onderzoeksresultaten van de milieukundig bodemonderzoeken van IDDS B.V. kan het volgende worden geconcludeerd: • In de bovengrond zijn bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen en grind) waargenomen. • Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. • De bovengrond is plaatselijk matig tot sterk verontreinigd met lood, zink en PAK. Uitgaande van een verontreinigde laag van 0,5 meter en een oppervlakte van 336 m2 is in totaal 170 m3 grond sterk verontreinigd met lood, koper en PAK.
Deze verontreiniging is vermoedelijk te relateren aan de bijmengingen met grind. Vanwege de verontreinigingen met PAK, lood en zink is het aannemelijk dat


_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 35 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING het grind voormalig dakgrind betreft. Van dakgrind is bekend dat dit verontreinigd kan raken met PAK en zware metalen Derhalve is conform de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • De bovengrond op het overige deel van de locatie en de ondergrond zijn niet tot licht verontreinigd met de onderzochte sto en; • De ondergrond is licht verontreinigd met PAK. • Er is zintuiglijk en analytisch geen asbest waargenomen c.q. aangetoond. • Het grondwater is niet onderzocht omdat deze zich beneden de 5 m-mv bevindt. • Na sloop van de bestaande bebouwing dient op dit gedeelte van het perceel nog een aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd, om te kunnen bepalen of hier ook sprake is van sterke verontreinigingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt de aanwezige verontreiniging gesaneerd conform een goedgekeurd saneringsplan of BUS-melding waarmee de locatie geschikt wordt gemaakt voor de beoogde functie. De sanering komt volledig voor rekening van de initiatiefneemster.
4.3.
Asbest
Het werken aan of verwerken van asbesthoudende materialen is in Nederland gebonden aan strenge eisen. Onderzoek moet aantonen of er asbest aanwezig is alvorens men (in) een pand gaat slopen. Uit onderzoek van INVAD B.V.2 is gebleken dat er zich meerdere asbestbronnen in het huidige pand bevinden. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij dit document gevoegd. Inmiddels is het asbest uit het gehele pand verwijderd, waarbij in januari 2018 de laatste rapportage voor de 'vrijgave' is opgesteld. Conclusie Op het moment van schrijven is al het asbest reeds gesaneerd, conform de verleende sloopvergunning.
4.4.
Waterhuishouding
Ruimtelijke ordening en water zijn in Nederland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Water moet worden aangemerkt als één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan beperkingen opleggen aan het gebruik van de ruimte. Daarnaast kunnen er ongewenste e ecten ontstaan in de waterhuishouding door ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij dienen hemelwater, grondwater en (aan de kust) de kustverdediging in ogenschouw te worden genomen. Het doel van de watertoets bij een ruimtelijke onderbouwing is enerzijds het inzichtelijk maken van de huidige waterhuishoudkundige situatie en anderzijds het aangeven van verbeterpunten en gewenste ontwikkelingen in relatie tot de nieuwe ontwikkelingen zodat de waterhuishoudkundige doelen evenwichtig mee kunnen worden gewogen in de planvorming. Beleidskader De beleidsstukken die op het gebied van water relevant zijn, zijn het Regionaal Waterprogramma ZuidHolland 2022-2027, de Vierde Nota Waterhuishouding, de Kaderrichtlijn Water 2021-2027 en het Waterbeheerplan 2022-2028 (Hoogheemraadschap van Rijnland). Het belangrijkste gezamenlijke uitgangspunt van voornoemde beleidsstukken is dat water één van de belangrijkste sturende elementen is in de ruimtelijke ordening. De volgende drietrapsstrategieën zijn hierin leidend: 2 Skazis A. (2017) RAPPORT Asbestinventarisatie conform SC-540 Koningin Astrid Boulevard 50 te Noordwijk ZH,
INVAD B.V., kenmerk 2017267, Schiedam, 10 mei 2017


ff
ff
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 36 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING • waterkwaliteit: voorkomen - scheiden - zuiveren; • waterkwantiteit: vasthouden - bergen - afvoeren. Het uitgangspunt hierbij is dat problemen zoveel mogelijk bij de bron moeten worden aangepakt om zoveel mogelijk te voorkomen dat deze worden afgewenteld. Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering (juni 2004) relevant. In deze brief van de toenmalige Staatssecretaris van VROM staat onder andere hoe het beste om te gaan met het (a oppelen van) hemelwater. Kenmerken watersysteem Het projectgebied ligt in waterstaatkundig opzicht binnen het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het projectgebied is gelegen aan de Koningin Astrid Boulevard, aan de rand van de wijk Zuidduinen in Noordwijk aan Zee (binnen de bebouwingscontour). Enkel het bouwen van objecten/inrichtingen met ontplo ngsgevaar (hogedrukleidingen, tankstations etc.) is niet toegestaan in het projectgebied. Dit houdt in dat er geen verdere eisen gesteld worden ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. De bodem in het projectgebied bestaat uit zandgronden. In de directe nabijheid van het projectgebied bevinden zich geen watergangen en het grondwater bevindt zich dieper dan 5 meter onder maaiveld. Samenwerking met de waterbeheerder De ruimtelijke onderbouwing dient in het kader van het watertoetsproces door de gemeente Noordwijk te worden voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Het hoogheemraadschap hanteert de regel dat bij een toename van verhardingen van 15% of meer, de toegenomen verharding als open water gecompenseerd moet worden. Bij een toename van minder dan 2 500 m is echter geen compensatie nodig. Indien in de omgeving van het projectgebied een gemengd rioolstelsel aanwezig is heeft het de voorkeur het verharde oppervlak niet aan te koppelen op de riolering, maar het hemelwater a omstig van het verharde oppervlak te lozen op een watergang in de directe nabijheid van het projectgebied. “De beslisboom a oppelen verhard oppervlak” dient hiervoor doorlopen te worden. Daarnaast spreekt het Hoogheemraadschap van Rijnland de wens uit voor duurzaam bouwen. Water in relatie tot de ruimtelijke ontwikkelingen De beoogde ontwikkeling houdt de sloop van Hotel Sonnevanck in, waar een klein appartementengebouw met parkeergarage voor in de plaats komt. Het bebouwd/ verharde oppervlak 2 in de huidige situatie bedraagt circa 348 m . Het nieuwe appartementengebouw krijgt een bebouwd/ 2 verhard oppervlak van circa 571 m . De bebouwing/ verharding op de planlocatie neemt dus met ca. 2 223 m toe. Op het dak van de parkeergarage wordt een pakket van 18 cm waterberging en 42 cm zandgrond aangebracht waardoor dit deel niet als verharding hoeft te worden meegerekend. Compensatie is dan ook niet vereist.
Doordat het grondwater ter plaatste zich erg diep bevindt (meer dan 5 meter onder maaiveld) heeft de aanleg van deze ondergrondse garage geen invloed op het grondwater en levert deze geen belemmeringen op. Schoon hemelwater dient op eigen terrein te worden geïn ltreerd. Er mogen dientengevolge geen uitlogende bouwmaterialen te worden gebruikt zodat verontreiniging van het te in ltreren hemelwater wordt voorkomen. Afvoer ervan naar gemeentelijke kolken/riolering is niet toegestaan. Daarnaast geldt dat de hemelwaterafvoer (HWA) en de droogweerafvoer (DWA) gescheiden moeten worden aangelegd. De HWA van verhard oppervlakte en dakvlakken zal in de bodem moeten in ltreren en alleen de DWA kan via de gemeentelijke aansluitverordening worden afgevoerd.


fi
fk
fk
fi
fi
fk
ffi
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 37 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Op het kelderdek wordt een waterbergende laag van 18 cm aangebracht. In deze laag wordt het hemelwater van alle verharding opgevangen en langzaam afgegeven aan een in ltratiekrat die zich ondergronds aan de noordzijde van de parkeerkelder bevindt. Op de waterbergende laag wordt zand aangebracht tot een totale dikte van 60 cm, waardoor dit kan dienen als tuin. Vanuit de in ltratiekrat wordt het hemelwater in de bodem geïn ltreerd. Eén en ander conform het advies van Nepocon, zie bijlage 9. Er is hiermee voldoende mogelijkheid om het hemelwater, a omstig van het gebouw, de inrit en terrassen, tijdelijk te bergen om vervolgens langzaam te in ltreren in de grond. Het vuilwater dient in ieder geval gescheiden van het hemelwater ingezameld en aangeboden te worden. Hoogheemraadschap Het hoogheemraadschap hanteert meerdere beleidsdocumenten, waaronder de Kustnota en De Keur. De kustnota is opgedeeld in twee delen: I. de beschrijving van de visie op het waterkeringbeheer; II. de beleidsregels. Eén van de hoofddoelen uit deel I is het, wanneer de veiligheid is geborgd, mee te werken aan initiatieven van derden voor 'medegebruik' van de kering. Het bouwbeleid is daarbij dat binnen de bebouwingscontouren nieuwbouw is toegestaan mits deze geen belemmering vormt voor het instandhouden van de zeewering.
De Keur is een juridisch document waarin de regels zijn opgenomen die nodig zijn voor de waterveiligheid, droge voeten en voldoende en schoon oppervlaktewater. In algemeenheid is de stelregel 'ja- tenzij', wat inhoudt dat handelingen uitgevoerd mogen worden tenzij er onvoldoende zorg in acht is genomen, met als doel schade aan het bestaande watersysteem te voorkomen. Voor het betre ende project moet voor de volgende onderdelen toestemming worden verkregen: • wijzigingen in kabels en leidingen; • het verzetten van grond; • wegen, paden en verharding op de waterkering; • bouwen op de waterkering. Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 12 oktober 2017 de vergunningen verleend voor: • Beleidsregel 19.7 Bouwen op de zeewering; • Beleidsregel 20.5 Grondverzet. en wel onder Watervergunning nr. V 65449. Op 12 februari 2024 heeft het hoogheemraadschap een aanvullende vergunning verleend voor het uitvoeren van grondverzet en het bouwen in de kern- en beschermingszone van de primaire waterkering ten behoeve van de bouw van de parkeergarage, en wel onder kenmerk 2023-023800. Bij het genomen besluit voor deze aanvullende vergunning is gelet op de bepalingen uit de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling, de Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur, de provinciale Omgevingsverordening en de Algemene wet bestuursrecht.
Conclusie Bovenstaande vergunningplichtige onderdelen zijn door het Hoogheemraadschap van Rijnland vergund. De overige onderdelen voldoen aan de gestelde eisen waarvoor geen aanvullende maatregelen vereist zijn. Het aspect 'water' levert dan ook geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling. De gemeente Noordwijk zal deze rapportage ter goedkeuring aan het hoogheemraadschap doorsturen.


fi
fi
fk
fi
ff
fi
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 38 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 4.5.
Natuurwaarden
Bij ruimtelijke planvorming is het verplicht te toetsen aan de natuurwetgeving. Door middel van een verkennend ora- en fauna-onderzoek (op basis van bronnenonderzoek en verkennend veldonderzoek) en eventueel benodigde vervolgonderzoek wordt een beoordeling gemaakt van de e ecten die het plan zullen hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving en kan worden voldaan aan de zorgplicht zoals geformuleerd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op 15 juni 2022 heeft Van Dijk Geo- en Milieutechniek een quickscan3 'Wet natuurbescherming' uitgevoerd op het perceel van de beoogde ontwikkeling. De conclusie van de quickscan is dat niet uitgesloten kan worden dat er vaste rust- of verblijfplaatsen van streng beschermde vleermuizen, boommarter en steenmarter in of rond het pand aanwezig zijn. Een vervolgonderzoek zal hier uitsluitsel over moeten geven. In het onderzoeksseizoen van 2022 is door IDDS een nader onderzoek Wet natuurbescherming4 op het perceel uitgevoerd, gerapporteerd op 27 september 2022. In het nader onderzoek is onderzocht of er vaste rust- of verblijfplaatsen van (streng) beschermde diersoorten in of direct rond het perceel aanwezig zijn die een bepaalde belemmering voor de ontwikkeling zouden kunnen zijn. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van beschermde dieren vastgesteld.
Echter net buiten het plangebied is een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld aan de Koningin Astrid Boulevard 51. Dit verblijf bevindt zich op 8,5 meter van het te slopen gebouw. Deze verblijfplaats zal niet fysiek worden aangetast, echter kan niet worden uitgesloten dat als gevolg van de geplande werkzaamheden individuen worden verstoord. Dit is a ankelijk van de gehanteerde werkwijze en inzet van materieel tijdens de sloop en nieuwbouw. Indien trillingsarm kan worden gewerkt en geen verlichting op het pand met verblijf schijnt kan verstoring voorkomen worden en is een onthe ng van de Wnb voor vleermuizen niet nodig. Indien (niet trillingsarme) heiwerkzaamheden aan de orde zijn is verstoring door trilling niet uit te sluiten en leidt het planvoornemen tot een overtreding van de Wnb. Het is voor vleermuisverblijven in dat geval noodzakelijk om een onthe ng van de Wnb aan te vragen en de verblijfplaats tijdelijk te mitigeren alvorens de werkzaamheden mogen starten. Van andere beschermde diersoorten die mogelijk verstoord zouden kunnen worden bij de betre ende planontwikkeling zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Zie voor beide onderzoeken bijlage 3. Conclusie Op basis van de onderzoeken van Van Dijk Geo- en Milieutechniek en IDDS zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling zelf.
Wel dient er bij de sloop- en bouwwerkzaamheden te worden nagegaan of er broedende vogels op het projectgebied aanwezig zijn. Ook moet rekening gehouden worden met foeragerende vleermuizen gedurende de tijden dat het donker is. Dit kan door bijvoorbeeld de verlichting op de bouwplaats op een juiste manier te plaatsen en te richten. Daarnaast moet er trillingsarm gewerkt worden, zowel bij sloop als bij het heien.
3 Van Bommel I. MSc. (2022) RAPPORT Quickscan Wet Natuurbescherming, 152432, 15 juni 2022; versie 3 4 Mirck K. MSc. (2022) RAPPORT nader onderzoek Wet natuurbescherming, A1762-03/KMI/no1, 27 september
2022


ff
ffi
ff
ffi
fh
fl
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 39 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 4.6.
Bedrijven en milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon en lee limaat. Voor de beoordeling hebben wij gebruik gemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (uitgave 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens een ruimtelijk plan of via een omgevingsvergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de VNG publicatie opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. De directe omgeving van het plangebied Koningin Astrid Boulevard kan, op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘De Zuid’ van 18 december 2014, worden getypeerd als een gebied met een omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Op basis van ons bedrijfsinformatiesysteem bevindt de dichtstbij gelegen inrichting volgens de Wet milieubeheer, zich op het perceel Koningin Astrid Boulevard 53 (Vakantievilla De Schulp).
Deze inrichting kan worden getypeerd als een activiteit met SBI2008-code 5510 ‘Hotels en pensions met keuken’. Een dergelijke activiteit is geclassi ceerd als milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 m voor het aspect geluid. Andere inrichtingen zijn niet aanwezig in de directe omgeving. De afstand tussen Vakantievilla De Schulp en het plangebied bedraagt ca. 35 m. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Conclusie In de nabije omgeving van de planlocatie bevinden zich geen bedrijven die, rekening houdend met de activiteiten (volgens de Wet milieubeheer), binnen de bijbehorende richtafstanden. Vakantievilla De Schulp ligt buiten de richtafstand van 10 m, namelijk op ca. 35 m. Andere inrichtingen zijn niet aanwezig in de directe omgeving daar het naastgelegen Villa aan Zee, Koningin Astrid Boulevard 51 ,geen inrichting volgens de Wet milieubeheer betreft. Het aspect milieuzonering levert geen planologische belemmering op.
4.7.
Geluid
Aangezien woningen geluidgevoelig zijn, dient overeenkomstig de Wet geluidhinder (Wgh) beoordeeld te worden of aan wet- en regelgeving wordt voldaan en of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat ter plaatse van de nieuwe woningen een aangenaam woon- en lee limaat gewaarborgd dient te zijn. Geluidsoverlast kan veroorzaakt worden door lawaai a omstig van industrie, railverkeer, wegverkeer en/of luchtvaartverkeer. Er bevinden zich in de buurt van het plangebied geen grote lawaaimakers overeenkomstig bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor), noch een gezoneerd industrieterrein conform artikel 40 Wgh (industrielawaai). Ook is er in de nabijheid van het plangebied geen drukke weg, of spoorlijn (railverkeerlawaai). Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen een ‘zone’, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De ‘zone’ is een aandachtsgebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. Toetsing van niet gezoneerde wegen is in het kader van de Wgh niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing dient echter wel aangegeven te worden in hoeverre nabij gelegen 30 km/uur wegen een relevante invloed uitoefenen op het akoestisch klimaat ter plaatse.


fk
fi
fk
fk
‐
‐
‐
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 40 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Op 22 maart 2023 is door het onderzoeksbureau Alcedo een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai. De berekende geluidbelasting voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Wet geluidhinder. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende conclusies vastgesteld: • Enkel de geluidsbelasting ten gevolge van verkeer op de Koning Astrid Boulevard is van invloed op het onderhavige plan; • De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Koning Astrid Boulevard bedraagt ten hoogste 48 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB; • Aan de voorwaarden uit het geluidbeleid wordt voldaan. De akoestische rapportages van Alcedo5 zijn als bijlage toegevoegd. Conclusie Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat geluidbelasting van verkeer geen belemmering is ten aanzien van de beoogde ontwikkeling.
4.8.
Luchtkwaliteit
Sinds 15 november 2007 staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (hierna: "Wet luchtkwaliteit"). Uit de “Wet luchtkwaliteit” volgt dat een voorgenomen planontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is, indien in ieder geval aan één van de vier voorwaarden genoemd in artikel 5.16 Wet milieubeheer (Wm) wordt voldaan. Plannen die “niet in betekenende mate” (NIBM) een bijdrage leveren aan de luchtverontreiniging, hoeven op grond van artikel 5.16 Wm niet individueel getoetst te worden aan de genoemde grenswaarden. Het is in dat geval voldoende om aan te tonen dat de voorgenomen ontwikkeling NIBM is. In het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” (Besluit NIBM) en de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Met ingang van 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Met de inwerkingtreding van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' gede nieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De beoogde ontwikkeling valt onder bovengenoemde lijst met categorieën van gevallen. Voor woningen geldt namelijk dat tot een aantal van 1.500 nieuw te bouwen woningen (bij 1 ontsluitingsweg) deze ontwikkeling NIBM bijdraagt (Art. 4 lid 1 Regeling NIBM en bijbehorende bijlage 3B). Aangezien de onderhavige ontwikkeling de bouw van 5 woningen betreft en niet binnen de uitzonderingsgebieden (vastgesteld op 22 maart 2013) valt, kan worden geconcludeerd dat het project NIBM bijdraagt. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Wet luchtkwaliteit. Een luchtkwaliteitonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Bovendien zullen er 5 woningen worden gerealiseerd op de plaats van een hotel. Het aantal verkeersbewegingen op de planlocatie zal daardoor naar alle waarschijnlijkheid afnemen in vergelijking 5 Bouma P. / Ten Hove-Santegoeds H.M.C. (2023) RAPPORT Onderzoek naar wegverkeerslawaai,
23-09714.R01.V01, 22 maart 2023


fi
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 41 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING met de bestaande situatie. Daarmee is de kans groot dat de luchtkwaliteit op de planlocatie zal verbeteren en niet zal afnemen.
Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het ‘Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)’ in werking getreden. Dit besluit is gebaseerd op artikel 5.16a Wm waarmee vestiging van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van provinciale en rijkswegen wordt beperkt. Op grond van artikel 3 van dit besluit kan worden gesteld dat het project niet hoeft worden aangemerkt als een ‘gevoelige bestemming’. Zodoende hoeft niet te worden bekeken of het project is gelegen in de onderzoekszone van 50 meter van een provinciale weg of een onderzoekszone van 300 meter van een rijksweg. Geconcludeerd kan worden dat op basis van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen (lucht- kwaliteitseisen)’ geen belemmeringen zijn om het plan te realiseren. Stikstof Gedurende de lopende vergunningenprocedure is het beleid inzake de stikstofdepositie van bouwplannen gewijzigd. Deze wijziging houdt in dat de PAS niet meer van toepassing is door een uitspraak van de Raad van State. Voor het onderhavige plan is sindsdien een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming benodigd om het te kunnen realiseren. In deze vergunning wordt getoetst of er tijdens de bouw- en gebruiksfase niet teveel stikstof geproduceerd wordt.
Op 14 oktober 2020 is de benodigde beschikking door het bevoegd gezag, te weten Omgevingsdienst Haaglanden, afgegeven inzake de Wet natuurbescherming - Natura 2000-gebieden. Conclusie De ontwikkeling draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan eventuele luchtverontreiniging. Daar een hotel wordt vervangen door 5 woningen zal de luchtkwaliteit ter plaatse naar verwachting juist verbeteren. Bovendien ontstaat er geen overschrijdingssituatie en kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de grenswaarden genoemd in de ‘Wet luchtkwaliteit’. Ook de stikstofdepositie valt binnen de grenswaarden in de bouw- en gebruiksfase, conform de Wet natuurbescherming - Natura 2000-gebieden. De luchtkwaliteit in de directe omgeving van het plan levert derhalve geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling.
4.9.
Cultuurhistorie
Voor de leefomgeving zijn de aanwezige cultuurhistorische waarden een belangrijke drager van de kwaliteit. Het behoudt van deze waarden draagt bij aan versterking van deze kwaliteit. In de cultuur historische atlas van de Provincie Zuid-Holland (2017) wordt het projectgebied deels aangeduid als 'kustnederzetting' (het deel vanaf de bestaande achtergevel tot aan de boulevard) en deels ‘villanederzetting’ (het deel achter de bestaande achtergevel). Kustnederzettingen (1850-1940) zijn doorgaans van oorsprong vissersdorpjes die zich later hebben ontwikkeld tot badplaats. Veel van deze nederzettingen zijn (voor een deel) gesloopt voor de aanleg van de Atlantikwall en na de Tweede Wereldoorlog weer opgebouwd, waarbij het oorspronkelijke stratenpatroon grotendeels werd aangehouden. Villadorpen zijn bij bestaande nederzettingen gebouwd, maar hebben een eigen, ontworpen aanleg. Deze categorie nederzettingen komt uitsluitend in de regio Duin- en Bollenstreek voor en dan voornamelijk in het duingebied. Villanederzettingen komen voor in de volgende plaatsen: • Noordwijk aan zee;


_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 42 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING • Wassenaar; De Kieviet (1914) en Rijksdorp (1920-1925); • Oegstgeest; Julianapark (1913-1926). Vooral in Noordwijk is bij het ontwerp overduidelijk gebruik gemaakt van het reliëf van het duinlandschap; het is een driedimensionaal plan met rond en tussen de duinen kronkelende wegen en villa's op de toppen. Aan het projectgebied wordt een hoge cultuurhistorische waarde toegekend, en wel om de volgende redenen: • de bebouwingsstructuur (huispercelen, rooilijnen, weg- en perceelsloten, evt. bruggetjes) is intact; • de historische bebouwing zelf is wat minder gaaf; • het percentage monumenten is lager dan in de categorie 'zeer hoge waarde'; • hier en daar is de bestaande bebouwing door nieuwbouw vervangen. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling voldoende rekening houdt met de cultuurhistorische waarde van het plangebied. De positionering van het pand sluit goed aan bij de structuur van de wijk.
4.10.
Archeologie
De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is sinds 1 september 2007 in werking getreden en is een uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). Deze wet is een raamwet die regelt hoe de diverse overheden bij ruimtelijke plannen rekening dienen te houden het erfgoed dat zich mogelijk in de bodem bevindt. Deze wet beoogt de bescherming van het culturele (en archeologische) erfgoed. Met archeologisch erfgoed worden onder andere bedoeld: alle fysieke overblijfselen die zowel boven als onder de grond bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in de (menselijke) samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de wet zijn: • archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem niet mogelijk is; • vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie (verplichting tot vooronderzoek bij bodemverstorende initiatieven). Als wettelijke ondergrens voor onderzoek geldt een oppervlakte van 100 m2, hier kan door het bevoegd gezag van afgeweken worden; • bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (principe verstoorder betaalt). De kosten voor noodzakelijke archeologische werkzaamheden komen ten laste van de initiatiefnemer tot de bodemverstorende activiteit. Conform de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de gemeente verantwoordelijk voor haar eigen bodemarchief.
Dit houdt in dat de gemeente het bevoegd gezag is. Gemeenten dienen te beschikken over over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Onderzoek Door IDDS Archeologie6 is een bureauonderzoek uitgevoerd voor het projectgebied, zie bijlage 4.
6 S. Moerman (2017) RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek, OM-nummer 4554163100, juli 2017


_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 43 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen in de Jonge duinen. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente worden archeologische resten hier pas verwacht op een niveau van 5 m +NAP of dieper. Booronderzoek ten noorden van Noordwijk aan Zee heeft uitgewezen dat daar ondieper dan 5 m +NAP inderdaad geen archeologische resten voorkomen. Onder de Jonge duinen bevindt zich daar een kwelderlandschap. De top daarvan, met een verwachting voor resten uit de Vroege Middeleeuwen, ligt op ongeveer 0 m NAP. Hoewel in het Jonge duinzand daarboven diverse archeologische niveaus voorkomen, liggen deze allemaal dieper dan 4,4 m +NAP. Op het enige hogere niveau, dat ten noorden van Noordwijk aan Zee tussen 4,0 en 7,7 m NAP is aangetro en, kunnen resten vanaf de 18e eeuw voorkomen. Deze worden echter op basis van het historisch kaartmateriaal in het huidige plangebied niet verwacht: de duinen ten noorden en zuiden van Noordwijk aan Zee werden pas bebouwd vanaf de 20e eeuw. De onderzoeken uit de omgeving van het plangebied, hoewel niet reikend tot de dieptes die bij de onderzoeken ten noorden van Noordwijk aan Zee zijn bereikt, tonen aan dat de ondergrond van de hoge kustduinen tot minimaal 4 à 6 m onder het maaiveld uit Jong duinzand bestaat.
Conclusie Op basis van bovenstaande worden in het plangebied pas archeologische resten verwacht dieper dan 5 m +NAP. Aangezien er geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd die tot onder deze diepte reiken, is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. De huidige geplande graafwerkzaamheden zullen reiken tot ongeveer 15 m +NAP. Er wordt daarom geen vervolgonderzoek geadviseerd. Als gedurende de graafwerkzaamheden toch archeologische resten en/of sporen worden aangetro en treedt artikel 5.10 van de Erfgoedwet in werking en dient de vondst te worden gemeld bij de minister.
4.11.
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van industriële activiteiten met opslag en transport van gevaarlijke sto en. Het beleid is er op gericht te voor- komen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke sto en plaatsvinden. Bij ruimtelijke plannen dienen ten aanzien van externe veiligheid de volgende aspecten te worden onderzocht: • Zijn in de directe omgeving bedrijven aanwezig waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke sto en plaatsvindt? • Vindt in de directe omgeving vervoer van gevaarlijke sto en over wegen, spoor, water of leidingen plaats? • Worden binnen het projectgebied activiteiten ondernomen die betrekking hebben op het aspect ‘externe veiligheid’? Op basis van de risicokaart van Nederland (geraadpleegd op 06 december 2019) zijn er in de directe omgeving van het projectgebied geen bedrijven of andere inrichtingen aanwezig die een risico in het kader van de externe veiligheid opleveren. Tevens kan worden gesteld dat op de locatie zelf geen opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke sto en, dan wel structureel vervoer van gevaarlijke sto en naar of nabij de locatie plaatsvindt. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'externe veiligheid' geen belemmeringen oplevert voor de beoogde ontwikkeling.

ff

ff
ff
ff
ff
ff
ff
ff
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 44 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 4.12.
Besluit Milieue ectrapportage
Op 10 juli 2018 is een aanmeldnotitie vormvrije M.E.R.-beoordeling aan het bevoegd gezag gestuurd inzake het plan met de toenmalige afmetingen (meer volume dan het huidige plan en 2 appartementen meer). Op 9 augustus 2018 heeft de Omgevingsdienst West Holland, uit naam van de gemeente Noordwijk, besloten dat er op grond van artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer geen milieue ectrapportage behoeft te worden opgesteld, omdat de activiteit niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Sinds dat besluit is het plan kleiner geworden waardoor het besluit niet anders zal zijn dan het besluit van toentertijd.


ff
ff
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 45 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 5.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Een doel van de Wet ruimtelijke ordening, met daarin de Grondexploitatiewet, is dat gemeenten meer regie en sturing krijgen op de ruimtelijke ontwikkelingen op/in haar grondgebied, ook gebieden zonder gemeentelijk grondbezit. De wetgeving verplicht om kosten die de gemeente maakt ten behoeve van die ontwikkeling te koppelen aan de ruimtelijke doelstellingen en te verhalen op diegene die de ontwikkeling tot stand brengt. Het gaat hierbij om zowel fysieke kosten (uitvoeringskosten) als ontwikkelingskosten (planvoorbereidings- en planbegeleidingskosten). Het kostenverhaal kan worden geë ectueerd met een anterieure overeenkomst. Bij het ontbreken daarvan wordt een exploitatieplan vastgesteld. In afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen ten aanzien van grondexploitatie. In artikel 6.12 lid 1 is daarbij bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen.
Gelet op artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gaat het om bouwplannen die betrekking hebben op: • de bouw van één of meer woningen; • de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; • de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen; • de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik • of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m2 bedraagt; • de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2. De in lid 1 van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening opgenomen verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan geldt o.a. niet indien het verhaal van kosten op een andere manier verzekerd is (zoals een vooraf afgesloten privaatrechtelijke (anterieure) overeenkomst). Dat is hier het geval.


ff
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 46 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 6.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Voor indiening zijn de voorgestelde plannen met wijkvereniging De Zuid en met de direct omwonenden aan de Ligusterstraat, de Beethovenweg en de Koningin Astrid Boulevard besproken.
6.1.
Omwonenden informatie
Voor indiening zijn de voorgestelde plannen met wijkvereniging De Zuid en met de direct omwonenden aan de Ligusterstraat, de Beethovenweg en de Koningin Astrid Boulevard besproken.
6.1.1.
1e Planpresentatie
Op donderdag 1 juni 2017 is, in het bijzijn van de eigenaresse van Hotel Sonnevanck en directrice Villa Sonnevanck Noordwijk B.V., door architectenbureau Vos | Ho er | vdHaar architecten (thans OX architecten) het schetsontwerp gepresenteerd aan de direct omwonenden en leden van wijkvereniging De Zuid. De reacties op het gepresenteerde plan waren wisselend, van ronduit positief tot negatief. De positieve reacties hadden betrekking op de ontwikkeling van de locatie an sich en de uitstraling van het nieuwe ontwerp. De bedenkingen die werden geuit hadden met name betrekking op het feit dat het groter wordt dan het bestaande pand. De opmerkingen van de aanwezigen zijn meegenomen in de verdere uitwerking van het plan. Zo is na dit overleg in het ontwerp van de achtergevel meer geleding en variatie aangebracht waardoor het nieuwe gebouw een vriendelijker uiterlijk heeft vanaf de Ligusterweg. Ook is in het ontwerp de noordgevel op de bovenste etage verder van de erfgrens gezet. Tevens is aangeboden om bomen te planten om het gebouw voor de directe buren aan de Ligusterweg aan het zicht te onttrekken, hoewel dit met het hoogheemraadschap van Rijnland besproken zou moeten worden aangezien het achterste deel van het kavel in de zogenaamde 'beschermingszone' ligt.
6.1.2.
2e Planpresentatie
Op 5 oktober 2020 is (een deel) van het bestuur van wijkvereniging De Zuid geïnformeerd over het aangepaste plan waarna op 10 november 2020 dit plan nogmaals aan de omwonenden is gepresenteerd. Ondanks de grote veranderingen aan het plan waren de reacties van de omwonenden op het plan nagenoeg gelijk aan de presentatie van 1 juni 2017. De esthetische kwaliteiten worden onderkend maar men heeft bedenkingen bij de grootte van het plan, waarbij de hoogte, de inhoud en de afmetingen van de parkeerkelder de meeste reacties ontlokken. Om die reden is na de 2e planpresentatie de parkeergarage verkleind van 16 naar 13 parkeerplekken zodat de parkeergarage 2,5 m minder breed wordt en het duin aan de noordzijde van het onderhavige perceel vloeiender zal a open dan wanneer de volledige breedte is bebouwd. De inhoud van het plan is na de eerste planpresentatie verkleind van 3.686 m3 naar 3.227 m3 (bovengronds).
6.2.
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
In overeenstemming met artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12 lid 1a sub 3 van de Wabo het vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Bro verplicht. Dit is onderdeel van de procedure omgevingsvergunning waar de voorliggende ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uitmaakt.


ff
fl
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 47 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 6.3.
Ontwerp omgevingsvergunning
Het ontwerp van het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan zal, samen met de onderliggende ruimtelijke onderbouwing overeenkomstig de wettelijke bepalingen gedurende een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Binnen deze termijn kan eenieder een zienswijze indienen.


_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 48 van 49
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 7.
OVERZICHT BIJLAGEN
Bijlage 1: Milieukundig bodemonderzoek IDDS Bijlage 2: Asbestinventarisatie Invad B.V. Bijlage 3: Onderzoek Wet natuurbescherming Quickscan - Van Dijk geo- en milieutechniek Ontwerpbeschikking Wnb Omgevingsdienst Haaglanden AERIUS aanlegfase AERIUS projecte ect Nader onderzoek Wnb - IDDS Bijlage 4: Archeologisch onderzoek IDDS Bijlage 5: Landschapsadvies Peter Verkade Landschapsarchitect Bijlage 6: Onderzoek naar wegverkeerslawaai Alcedo Bijlage 7: Watervergunning nr. V 65449 Hoogheemraadschap van Rijnland Bijlage 8: Watervergunning nr. 2023-023800 Hoogheemraadschap van Rijnland Bijlage 9: Advies verwerking regenwater Nepocon


ff
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ OX architecten 19 maart 2025 1617_250319_RuimtelijkeOnderbouwing_Wijz 49 van 49
BIJLAGE 1 MILIEUKUNDIGE BODEMONDERZOEKEN
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
RAPPORT betreffende een verkennend bodemonderzoek Koningin Astrid Boulevard 50 te Noordwijk
Datum Kenmerk
: 16 augustus 2017 : 1706K567/DBI/rap1
Opdrachtgever
: Villa Sonnevanck Noordwijk BV : Mevrouw B. Huppertz Van der Stroom : Koningin Astrid Boulevard 50 : 2202 BE Noordwijk
Goedkeuring De heer D.D.C.A. Bijl Adviseur Ir. A. van Dortmont Projectleider Ir. A. van Dortmont Projectleider
Datum
Handtekening
Opsteller, auteur
16-8-2017
2e lezerschap, controle
15-8-2017
Vrijgave rapportage
16-8-2017
BRL SIKB 2000 protocollen 2001 © IDDS B.V. Noordwijk Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 3
2.
VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET .............................................................. 4 2.1. ALGEMEEN ............................................................................................................. 4 2.2. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ...................................... 4 2.3. BESCHRIJVING ONDERZOEKSLOCATIE ............................................................ 5 2.4. HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................. 6 2.5. CONCLUSIES VOORONDERZOEK ....................................................................... 7 2.6. ONDERZOEKSOPZET............................................................................................ 7
3.
VELDONDERZOEK ............................................................................................................ 8 3.1. VELDWERKZAAMHEDEN ...................................................................................... 8 3.2. RESULTATEN VELDWERK .................................................................................... 9
4.
CHEMISCH ONDERZOEK ............................................................................................... 10 4.1. ANALYSESTRATEGIE .......................................................................................... 10 4.2. RESULTATEN EN TOETSING CHEMISCHE ANALYSES................................... 11
5.
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN................................................................ 12
6.
CONCLUSIES EN ADVIES .............................................................................................. 13
7.
BETROUWBAARHEID ..................................................................................................... 15
BIJLAGEN 1.
Kaarten en tekeningen 1.1. overzichtskaart 1.2. situatietekening
2.
Boorstaten en legenda
3.
Analysecertificaten 3.1. grond 3.2. asbest
4.
Toetsingsresultaten en -waarden grond
5.
Fotoreportage
6.
Veldverslag
7.
Historische informatie
1.
INLEIDING
In opdracht van Villa Sonnevanck Noordwijk BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op de locatie Koningin Astrid Boulevard 50 te Noordwijk. Aanleiding en doelstelling onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Doel van het onderzoek is vast te stellen of het voormalige dan wel het huidige gebruik van de onderzoekslocatie heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek beoogt het verkrijgen van inzicht in aard, plaats van voorkomen en concentraties van eventueel aanwezige verontreinigende stoffen in de bodem. Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740: 2009/A1:2016 (februari 2016) gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond.
Leeswijzer De locatiegegevens, het vooronderzoek en de opzet van het onderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 2. De keuze van de opzet van het onderzoek is onder meer afhankelijk van het huidige en het voormalige gebruik van het perceel. Een beschrijving van het veldonderzoek en het analytisch onderzoek is weergegeven in de hoofdstukken 3 en 4. De verzamelde gegevens zijn getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming, geïnterpreteerd en besproken in hoofdstuk 5. Op basis van de verzamelde onderzoeksresultaten is de chemische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie beoordeeld. Deze beoordeling is ondergebracht in hoofdstuk 6 (conclusies). Daarnaast worden op basis van de onderzoeksresultaten aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 7 zijn de factoren, die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek, toegelicht.
Koningin Astrid Boulevard 50 te Noordwijk: 1706K567/DBI/rap1
3/15
2.
VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET
2.1.
ALGEMEEN
Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan- of afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventueel te verwachten verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van de hypothese dient een vooronderzoek uitgevoerd te worden overeenkomstig de NEN 5725 (Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, NNI, januari 2009). In het kader van onderhavig onderzoek is het vooronderzoek uitgevoerd conform het standaard niveau. In dit kader is informatie verzameld over de volgende aspecten van de locatie: -
Regionale bodemopbouw en geohydrologie (paragraaf 2.2). Huidig (en toekomstig) gebruik van de onderzoekslocatie (paragraaf 2.3). Historische informatie (paragraaf 2.4).
De verzamelde informatie is vastgelegd per bron en weergegeven in de genoemde paragrafen van onderhavige rapportage. De conclusies van het vooronderzoek worden weergegeven in paragraaf 2.5. Op basis van deze gegevens is in paragraaf 2.6 de onderzoeksopzet bepaald. Als afbakening van de onderzoekslocatie, ten behoeve van het vooronderzoek, is gekozen voor het te onderzoeken perceel alsmede de aangrenzende percelen tot maximaal 25 meter gerekend vanaf de grens van het te onderzoeken perceel. Opgemerkt dient te worden dat de genoemde afstand een arbitraire keuze betreft. 2.2.
REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Teneinde inzicht te kunnen verkrijgen in de samenstelling van de diepere bodemlagen is de Grondwaterkaart van Nederland, kaartbladen 24, 25 west, 25 oost (Zandvoort-Amsterdam) geraadpleegd. Deze is uitgegeven door het Instituut van Grondwater en Geo-energie TNO (IGG, 1979). De regionale geohydrologische opbouw kan als volgt worden omschreven: Bovenste watervoerend pakket (duinpakket) Over het algemeen wordt het bovenste watervoerend pakket gevormd door fijne tot matig grove zanden, met ingeschakelde klei- en veenlaagjes van holocene ouderdom. Deklaag Over het algemeen wordt de slecht tot matig doorlatende deklaag gevormd door matig fijne tot grove slibhoudende zanden, veen en kleien van holocene ouderdom. De dikte van de deklaag op de onderzoekslocatie is circa 8 meter. 1e en 2e watervoerende pakket Het eerste en tweede watervoerende pakket wordt globaal gevormd door goed doorlatende pleistocene afzettingen tussen de slecht doorlatende deklaag en de tweede scheidende laag. Het eerste en tweede watervoerende pakket bestaat met name uit matig grove tot matig fijne zanden. De grondwaterstroming in dit watervoerende pakket is zuidoostelijk gericht.
Koningin Astrid Boulevard 50 te Noordwijk: 1706K567/DBI/rap1
4/15
2.3.
BESCHRIJVING ONDERZOEKSLOCATIE
De ligging van de onderzoekslocatie is globaal weergegeven in de overzichtskaart van bijlage 1.1. Enkele locatiespecifieke aspecten zijn opgenomen in tabel 1. TABEL 1: Locatiespecifieke gegevens Locatiegegevens Adres
Koningin Astrid Boulevard 50
Postcode en plaats
2202 BE Noordwijk
Gemeente
Noordwijk
Provincie
Zuid-Holland
Kadastrale gemeente
Noordwijk
Kadastrale gegevens
sectie A, nummer 1519
Rijksdriehoekcoördinaten
X: 89.083
Oppervlakte in m
2
circa 1.375 m
Huidige gebruik
leegstaand
Maaiveldtype
grind
Y: 472.300 2
Huidig en toekomstig gebruik Op 21 juli 2017 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden inzake het huidige gebruik. Op de locatie bevindt zich momenteel een voormalig hotel, welke leeg staat. Men is voornemens om nieuwbouw (hotel) te realiseren op de locatie. Onder de nieuwbouw zal een parkeergarage gerealiseerd worden. Hiervoor zal de huidige bebouwing gesloopt worden. Op het achterterrein is bosschage aanwezig. Hier heeft geen onderzoek plaatsgevonden, vanwege het feit dat dit niet toegenkelijk was. Overige aspecten ten aanzien van de onderzoekslocatie staan hieronder beknopt omschreven: -
Tijdens de locatie-inspectie zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen zakkingen, dan wel ophogingen in het maaiveld waargenomen welke kunnen duiden op de aanwezigheid van mogelijke (sloot)dempingen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen huidige (bodem)bedreigende activiteiten waargenomen die een mogelijke bodemverontreiniging (hebben) kunnen veroorzaken.
Ter illustratie is in bijlage 5 een fotoreportage opgenomen.
Koningin Astrid Boulevard 50 te Noordwijk: 1706K567/DBI/rap1
5/15
2.4.
HISTORISCHE INFORMATIE
Op 20 juli 2017 is de Omgevingsdienst West-Holland geraadpleegd inzake het historische gebruik van de onderzoekslocatie en de omliggende percelen. Voor de volledigheid is de verkregen historische informatie opgenomen in bijlage 7 van onderhavige rapportage. Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: -
Voor zover bekend hebben geen tanks gelegen op het onderzoeksterrein. De locatie is op basis van de voor ons bekende informatie niet verdacht op het voorkomen van asbest. De naastgelegen percelen zijn (of waren) in gebruik ten behoeve van wonen met tuin. Naar verwachting hebben de activiteiten op de omliggende percelen de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie niet negatief beïnvloed.
HBB locatie Ter plaatse van de Ligusterweg 10 is een burgerlijk- en utiliteitsbouwbedrijf aanwezig, welke potentieel verontreinigd is. Op basis van de beschikbare informatie is de locatie wel voldoende onderzocht. Echter, enige informatie hieromtrent ontbreekt. Luchtfoto’s onderzoekslocatie en omliggende percelen Van het gebied is één luchtfoto bestudeerd. De foto is gemaakt in 1989. Op de foto zijn geen bijzonderheden waargenomen die mogelijk een (bodem)verontreiniging (hebben) kunnen veroorzaken. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Ter plaatse van de onderzoekslocatie of in de nabije omgeving hiervan zijn in het verleden de volgende milieukundige onderzoeken uitgevoerd: Koningin Astrid Boulevard 50 Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in het verleden een milieukundig onderzoek en sanering uitgevoerd in verband met de aanwezigheid van een ondergrondse HBO-tank. Het onderzoek is uitgevoerd door KIWA. De tank is gesaneerd onder certificaat BM442, d.d. 9 december 1997. De locatie is niet ernstig verontreinigd. Aanvullend onderzoek is niet benodigd. De voormalige ligging van de locatie is onbekend. Koningin Astrid Boulevard 52 Ter plaatse van de Koningin Astrid Boulevard 52 is in het verleden een milieukundig onderzoek en sanering uitgevoerd in verband met de aanwezigheid van een ondergrondse HBO-tank. Het onderzoek is uitgevoerd door KIWA.