CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A15 - Bijlage 9 Historisch vooronderzoek NGE

Gemeenteraadsvergadering 24 oktober 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Offem Zuid tweede fase deel C (Campri)9.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven

Noordwijk Offem-Zuid RO-160217 versie 1.0 27 september 2016

INHOUDSOPGAVE Pagina 1

INLEIDING .............................................................................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2

INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL ......................................................................................... 7 2.1 2.2 2.3

3

AANLEIDING.......................................................................................................................................................................4 WERK- EN ONDERZOEKSGEBIED ......................................................................................................................................4 DOEL...................................................................................................................................................................................4 METHODIEK .......................................................................................................................................................................4 LEESWIJZER ........................................................................................................................................................................5

GERAADPLEEGDE BRONNEN.............................................................................................................................................7 NIET GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................................................9 BEVINDINGEN INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL ..................................................................................................9

BEOORDELEN EN EVALUEREN BRONNENMATERIAAL .................................................................11 3.1 BOMBARDEMENT LANDGOED OFFEM, 1 SEPTEMBER 1941 ...................................................................................... 11 3.2 DUITSE VERDEDIGINGSWERKEN .................................................................................................................................... 12 3.3 LEEMTEN IN KENNIS ....................................................................................................................................................... 15 3.4 SOORT, HOEVEELHEID, VERSCHIJNINGSVORM VERMOEDE NGE EN RISICOANALYSE.............................................. 15 3.4.1 Soort en hoeveelheid vermoede NGE .................................................................................................... 16 3.4.2 Verschijningsvorm van de vermoede NGE ............................................................................................ 16

4

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................................18 4.1 4.2

5

CONCLUSIE HVO-NGE ................................................................................................................................................ 18 ADVIES............................................................................................................................................................................. 18

BIJLAGEN .............................................................................................................................................21 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11

BEGRIPPENLIJST (3 BLADEN) ................................................................................................................................ 22 OVERZICHT VAN DE (ARCHIEF) INSTELLINGEN ................................................................................................... 25 GERAADPLEEGDE LITERATUUR ............................................................................................................................. 26 GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN .............................................................................................................................. 30 OVERZICHT LUCHTFOTO’S.................................................................................................................................... 38 UITSNEDE GEALLIEERDE STAFKAART EN THE NATIONAL ARCHIVES................................................................. 39 EOD: MUNITIERUIMRAPPORTEN ......................................................................................................................... 41 EOD: MIJNENVELDKAART EN MMOD............................................................................................................... 42 IN HET VERLEDEN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN ...............................................................................................

43 CHECKLIST WSCS-OCE EN VERZENDLIJST ....................................................................................................... 44 TEKENINGEN (LOSBLADIG) ................................................................................................................................... 45

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 2 van 45

1. Algemene Informatie

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 3 van 45

1

INLEIDING

In dit hoofdstuk is beschreven wat de aanleiding is voor het uitvoeren van het Historisch Vooronderzoek-Niet Gesprongen Explosieven (HVO-NGE). Daarnaast zijn het onderzoeksgebied, het doel van het onderzoek en de methodiek beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een leeswijzer. 1.1

AANLEIDING

Het plangebied Offem-Zuid in Noordwijk wordt herontwikkeld tot woonwijk. Omdat hier grondroerende werkzaamheden zullen plaatsvinden, wordt een HVO-NGE uitgevoerd. 1.2

WERK- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het werkgebied betreft het plangebied Offem-Zuid zoals aangegeven door de opdrachtgever. Het onderzoeksgebied betreft een groter gebied dan het werkgebied om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de omgeving van het werkgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoeksgebied betreft een straal van 300 meter rond het werkgebied.

Figuur 1: Werk- en onderzoeksgebied.

1.3

DOEL

Doel van het HVO-NGE is antwoord te geven op de volgende vragen: - Is sprake van een NGE-Risicogebied in (gedeelten van) het werkgebied naar de situatie van 1945 (het einde van de oorlog)? - Welke soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede NGE kunnen worden verwacht? - Wat is het advies met betrekking tot de (voorbereiding op de) uit te voeren werkzaamheden? 1.4

METHODIEK

De rapportage is opgesteld volgens het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE).

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 4 van 45

Aan de hand van een aantal bronnen wordt NGE gerelateerde informatie van het onderzoeksgebied geïnventariseerd. In de inventarisatie van het bronnenmateriaal wordt gezocht naar: - gebeurtenissen die hebben geleid tot het in de bodem komen van NGE; - gebeurtenissen die hebben geleid tot het verwijderen van NGE uit de bodem. Op basis daarvan wordt beoordeeld en geëvalueerd of binnen het onderzoeksgebied een verhoogd risico bestaat op het aantreffen van NGE. Als dat het geval is, wordt het NGE-Risicogebied horizontaal afgebakend naar de situatie van 1940-1945 en wordt een advies gegeven. Het eindresultaat betreft deze rapportage en een bijbehorende NGE-Risicokaart. Het onderzoek is uitgevoerd door een projectteam bestaande uit Historici en Senior OCEdeskundigen. Op pagina 1 van dit rapport staan de betrokken deskundigen vermeld. 1.5

LEESWIJZER

In hoofdstuk 2 is een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het geïnventariseerde bronnenmateriaal weergegeven. De inventarisatie van het geraadpleegde bronnenmateriaal is weergegeven in de bijlagen. In de bijlage is eerst een tabel opgenomen van de gehanteerde begrippen, zie bijlage 1. Vervolgens is in bijlage 2 een overzicht weergegeven van de geraadpleegde (archief)instellingen. In de bijlagen 3 tot en met 9 zijn de geraadpleegde bronnen uitgewerkt. Bijlage 10 bevat een checklist en de laatste bijlage bevatten de losbladige tekeningen. Het geraadpleegde bronnenmateriaal wordt beoordeeld en geëvalueerd in hoofdstuk 3. Het HVO-NGE wordt afgesloten met hoofdstuk 4: Conclusie en advies.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 5 van 45

2. Inventarisatie Bronnenmateriaal

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 6 van 45

2

INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL

In dit hoofdstuk is beschreven welke bronnen zijn geraadpleegd. Per geraadpleegde bron is in de bijlagen een overzicht opgenomen van het verzamelde bronnenmateriaal. Op basis van de informatie die uit de bronnen is afgeleid, is een overzicht gemaakt van de belangrijkste oorlogsgerelateerde gebeurtenissen in het onderzoeksgebied. Deze gebeurtenissen vormen de leidraad voor de beoordeling en evaluatie van het bronnenmateriaal in hoofdstuk 3 van dit rapport. 2.1

GERAADPLEEGDE BRONNE N

Volgens het WSCS-OCE dient een aantal bronnen verplicht en aanvullend te worden geraadpleegd. REASeuro voldoet aan de gestelde eisen in het WSCS-OCE en raadpleegt daarnaast aanvullende bronnen die niet verplicht zijn gesteld. Deze bronnen betreffen onder andere het archief van de Mijnen Munitie Opruimingsdienst (MMOD), de bombardementsgegevens, de geallieerde stafkaarten, de in het verleden uitgevoerde NGE-gerelateerde onderzoeken en het NIOD. Voor dit HVO-NGE zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Literatuur In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de geraadpleegde literatuur. In de literatuur is gezocht naar beschrijvingen van voor het onderzoeksgebied mogelijk relevante gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen zijn per tijdvak in de in bijlage 3 opgenomen tabellen weergegeven. Per gebeurtenis is een verwijzing opgenomen naar de betreffende bron en bladzijde. Verliesregister Studiegroep Luchtoorlog (SGLO) De Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 houdt een onlineregister bij van alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een overzicht van meer dan zesduizend neergekomen vliegtuigen. Het raadplegen van het verliesregister leverde geen relevante resultaten op voor dit HVO-NGE. Gemeentelijk en Provinciaal Archief Het gemeentearchief van Noordwijk en het provinciaal archief van Zuid-Holland zijn geraadpleegd.

In de archieven is gezocht naar voor het onderzoeksgebied mogelijk relevante informatie. In bijlage 4 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van alle geraadpleegde archieven en inventarissen en de informatie die in de archieven en inventarissen is aangetroffen. Nationaal Archief (NA) in Den Haag In NA is onder andere het archief van de Hulpverleningsdienst, de Commissie van Proefneming en de Rijksinspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen geraadpleegd. Dit heeft geen informatie opgeleverd voor het werkgebied. Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag Het NIMH beheert onder andere de collecties Gevechtsverslagen en –rapporten mei 1940 (Collectie 409) en Duitse verdedigingswerken (Collectie 575). Deze collecties dienen volgens het WSCS-OCE te worden geraadpleegd indien er aanwijzingen zijn dat grondgevechten hebben plaatsgevonden in mei 1940 of dat er Duitse stellingen hebben gelegen. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen het werkgebied grondgevechten hebben plaatsgevonden tijdens de Duitse inval in mei 1940. Stellingen hebben daarentegen wel binnen het werkgebied gelegen. Om deze reden is de collectie 575 geraadpleegd. De resultaten zijn verwerkt in bijlage 4. NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies (NIOD) in Amsterdam Het NIOD beschikt over de archieven van de diverse bezettingsautoriteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Voorbeelden hiervan zijn archieven van de Duitse politie-instanties en de archieven van

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 7 van 45

de Duitse militaire staf in Nederland. Ook beschikt het NIOD over een uitgebreid knipselarchief en over archieven van verzetsgroepen. In het NIOD is relevante informatie aangetroffen voor het onderzoeksgebied, zie bijlage 4. Daarnaast is in de literatuurcollectie van het NIOD gezocht naar relevante informatie voor het onderzoeksgebied. Dit heeft geen aanvullende literatuur opgeleverd. Luchtfoto’s Via de volgende luchtfoto-instanties zijn luchtfoto’s van tijdens en vlak na de oorlog verkregen: - Luchtfotocollectie Topografische Dienst Kadaster Zwolle, afdeling GEO-informatie (Kadaster). - Luchtfotocollectie The National Collection of Aerial Photography in Edinburgh (NCAP). In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van de gegeorefereerde en geanalyseerde luchtfoto’s van het onderzoeksgebied. De luchtfoto’s geven informatie over de situatie in oorlogstijd en mogelijk zijn sporen van de oorlog, zoals kraters en verdedigingsstellingen, waar te nemen. De luchtfoto’s zijn ingepast in tekening 01. Kadaster Bij de afdeling GEO-informatie van het Kadaster in Zwolle is de geallieerde stafkaart besteld. De geallieerde stafkaart is nodig om te achterhalen of bombardementsgegevens in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van het zogenaamde Nord du Guerre coördinaatsysteem. Deze coördinaten staan op de stafkaarten vermeld.

Op de stafkaart zijn de voor het onderzoeksgebied relevante kaartvierkanten geselecteerd, zie bijlage 6. Met behulp hiervan is vastgesteld of er bombardementen binnen de kaartvierkanten of de onderliggende coördinaten hebben plaatsgevonden. The National Archives (TNA) in Londen REASeuro beschikt over kopieën van diverse gegevens uit The National Archives in Londen. Het betreft voornamelijk kopieën van de Operations Record Books (ORB’s) van de 2nd Tactical Air Force. Dit luchtleger voerde in 1944 en 1945 inleidende bombardementen uit vooruitlopend op de geallieerde troepenbeweging. Daarnaast beschikt REASeuro over een groot aantal ORB’s van de Engelse luchtlegers Coastal Command, Bomber Command en Fighter Command. Tot slot zijn ook de ORB’s van de zogenaamde Auster Squadrons geraadpleegd. Deze squadrons waren uitgerust met kleine waarnemingsvliegtuigen die de Duitse posities doorgaven aan de artillerie-eenheden. Er is gezocht naar luchtaanvallen en artilleriebeschietingen die hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. In bijlage 6 is deze informatie opgenomen. The National Archives Records Administration (NARA) in Washington REASeuro beschikt over een collectie archiefstukken uit de Amerikaanse National Archives and Records Administration.

Het betreft stukken met betrekking tot de activiteiten van de Amerikaanse luchtmacht, zoals de Mission Reports, luchtfoto’s en stukken van de militaire inlichtingendienst. Het raadplegen van de NARA heeft relevant kaartmateriaal opgeleverd voor dit onderzoek, zie bijlage 6. Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) De EOD heeft de inventarissen van de munitieruimrapporten 1 beschikbaar gesteld. Dit zijn de munitieruimingen die zij van 1971 tot en met heden door heel Nederland hebben uitgevoerd. In bijlage 7 is een overzicht opgenomen van de in het onderzoeksgebied verrichte ruimingen.

1

Beschikbaar van 1971 tot heden. De munitieruimrapporten worden ook wel MORA’s of UO’s genoemd.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 8 van 45

Daarnaast is bij de EOD nagevraagd of in het onderzoeksgebied mijnenvelden of mijnenverdachte gebieden hebben gelegen. De EOD heeft overzichtskaarten aangeleverd, waarop te zien is dat er geen mijnenverdachte gebied hebben gelegen in het onderzoeksgebied (zie bijlage 8). Tot slot is het MMOD-archief geraadpleegd. De MMOD is een voorloper van de EOD en heeft direct na de oorlog veel munitie geruimd. Het MMOD-archief is ondergebracht in de Semi-Statische Archiefdiensten (SSA) in Rijswijk. In het MMOD-archief is geen informatie voor het onderzoeksgebied aangetroffen. In het verleden uitgevoerde gerelateerde NGE-bodemonderzoeken Bij REASeuro is bekend dat in het verleden reeds een NGE-bodemonderzoek is uitgevoerd nabij het werkgebied van het voorliggende HVO-NGE. Er wordt gekeken of in dit NGE-bodemonderzoek relevante informatie staat die kan worden meegenomen voor dit onderzoek. In bijlage 9 is weergegeven welke in het verleden uitgevoerde onderzoeken in de omgeving zijn uitgevoerd. 2.2

NIET GERAADPLEEGDE B RONNEN

De volgende bronnen zijn niet geraadpleegd, omdat de bronnen beschreven in paragraaf 2.1 voldoende informatie opleveren om een goed beeld te krijgen van het onderzoeksgebied in oorlogstijd:  Getuigenverklaringen.  Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg. 2.3

BEVINDINGEN INVENTAR ISATIE BRONNENMATERIAAL

Uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal blijkt dat Noordwijk tijdens de Tweede Wereldoorlog meermaals is gebombardeerd. Eén maal, op 1 september 1941, kwamen bommen neer nabij het werkgebied. De overige aanvallen vonden plaats op aanzienlijke afstand van Offem-Zuid. De luchtaanvallen hielden vaak verband met de veelheid aan Duitse verdedigingswerken in en om Noordwijk. Deze verdedigingswerken waren onderdeel van de Atlantikwall, de verdedigingslinie van Noorwegen tot Spanje die diende om een geallieerde invasie tegen te houden. Een tweede verdedigingslinie werd achter de duinen gebouwd en doorkruiste Noordwijk. Ter plaatse van het werkgebied lag een verdedigingswerk dat onderdeel was van deze tweede linie. Het bombardement en de verdedigingslinie worden achtereenvolgens beoordeeld en geëvalueerd in hoofdstuk 3.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 9 van 45

3. Beoordelen en evalueren

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 10 van 45

3

BEOORDELEN EN EVALUEREN BRONNENMATERIAAL

Uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal blijkt dat er een bombardement heeft plaatsgevonden nabij het werkgebied. Daarnaast heeft binnen het werkgebied een Duitse stelling gelegen. In dit hoofdstuk is het geraadpleegde bronnenmateriaal beoordeeld en geëvalueerd. Op basis van die beoordeling en evaluatie is vastgesteld of sprake is van (een) NGE-Risicogebied(en) en is de soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van het NGE bepaald. 3.1

BOMBARDEMENT LANDGOE D OFFEM, 1 SEPTEMBER 1941

Op 1 september 1941 om 0.07 uur ’s nachts werden vier bommen afgeworpen op het landgoed van de graaf van Limburg Stirum. Twee bommen vielen op en twee bommen vielen achter het landgoed. De schade was aanzienlijk. Dit blijkt uit het archief van de gemeente Noordwijk (zie bijlage 4, inventaris 1.86.4).

Figuur 2: Uitsnede archiefstuk luchtbeschermingsdienst (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken).

Het landgoed van de graaf van Limburg Stirum was het landgoed Offem, grenzend aan het werkgebied. Om de exacte locatie van de bominslagen te kunnen achterhalen, is een luchtfoto besteld van 17 september 1941. Op deze luchtfoto zijn twee bomkraters en één gedichte bomkrater duidelijk zichtbaar. Mogelijk vond de vierde bominslag plaats in het beboste gebied, waardoor deze op de luchtfoto niet zichtbaar is. Ook is het mogelijk dat deze bomkrater op 17 september al was gedicht. Een uitsnede van de luchtfoto is weergegeven in Figuur 3.

Figuur 3: Luchtfotoanalyse luchtfoto d.d. 17 september 1941 (Bron: NCAP).

Het is niet bekend door welk vliegtuig de bommen zijn afgeworpen. Ook is niet bekend waar de vierde bom exact is ingeslagen. In het archiefstuk wordt niet vermeld dat de bom als blindganger in de bodem terecht kwam. De dichtstbijzijnde bekende inslag vond plaats op een afstand van ca. 240 meter

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 11 van 45

van het werkgebied. Om deze reden wordt ter plaatse van het werkgebied geen NGE-Risicogebied afgebakend. 3.2

DUITSE VERDEDIGINGSW ERKEN

Het kustgebied bij Noordwijk werd in de Tweede Wereldoorlog omgevormd tot verdedigingslinie, als onderdeel van de Atlantikwall. Deze Atlantikwall strekte van Noorwegen tot Spanje en moest een geallieerde aanval op het Europese continent kunnen afslaan. In het binnenland, enkele kilometers van de kust, werd een tweede linie aangelegd. Deze tweede linie moest een geallieerde doorbraak bij de kust alsnog tegenhouden. Eén van de verdedigingswerken van dit ‘oostelijk landfront’ lag in het werkgebied. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3). Het verdedigingswerk had de codenaam Widerstandsnest 235 (weerstandsnest 235). Binnen het verdedigingswerk was een aantal onderkomens, omringd door een zandwal met loopgraven en mitrailleurnesten. Ook stond er een licht kanon. In de stelling waren Duitse eenheden gelegerd.

Figuur 4: Widerstandsnest 235 (Bron: http://www.katwijkinoorlog.nl).

Nederlandse verzetsstrijders verzamelden actief informatie over Duitse stellingen, om dit vervolgens door te spelen aan de geallieerden. De stukken van het verzet zijn geraadpleegd in het NIMH (zie bijlage 4). In het NIMH zijn diverse kaarten van het oostelijk landfront geraadpleegd. Ook in deze stukken wordt het verdedigingswerk binnen het werkgebied omschreven. Volgens het verzet waren er onderkomens, een aarden wal met loopgraven, beschutte geschutposities en een afrastering van prikkeldraad.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 12 van 45

Figuur 5: Uitsnede kaart NIMH (inventaris 147).

De geallieerde inlichtingendiensten combineerden de informatie van het verzet met luchtfotoanalyse om zogenaamde defence overprints op te stellen. Op geallieerde stafkaarten met defence overprints zijn de Duitse stellingen weergegeven. De defence overprint is aangetroffen in het Kadaster, de Amerikaanse National Archives and Record Administration (NARA) en in het NIMH. Een uitsnede van de stafkaart met defence overprint is weergegeven in Figuur 6. De legenda is opgenomen in Tabel 1. Op de kaart is de stelling in het werkgebied zichtbaar. Ook zijn langs de Woensdagsche Watering nietbezette opstelplaatsen voor wapens aangegeven. De Maandagsche Watering was als tankgracht ingericht. Landgoed Offem wordt aangegeven als militair terrein.

Figuur 6: Uitsnede geallieerde stafkaart met defence overprint (Bron: NARA).

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 13 van 45

Symbool

Omschrijving Bunker met infanteriewapen (bijv. lichte mitrailleur).

Open lichte mitrailleuropstelling. Niet-bezette opstelplaats voor stationair infanteriewapen. Tankgracht. Gevechtsloopgraaf. Communicatieloopgraaf. Gevechtsloopgraaf met uitgegraven schuilplaats. Gebied in gebruik als militair terrein. Enkele afrastering (prikkeldraad). Tabel 1: Legenda Defence Overprint.

Tot slot zijn luchtfoto’s geanalyseerd, om te zien of deze aanvullende informatie bieden over stellingen binnen het werkgebied. Op de luchtfoto’s van 13 september 1944 en 30 maart 1945 zijn de stellingen duidelijk zichtbaar. Een uitsnede van de luchtfoto van 30 maart 1945 is weergegeven in Figuur 7.

Figuur 7: Verdedigingswerk Widerstandsnest 235 op een luchtfoto d.d. 30 maart 1945.

Het Duitse verdedigingswerk Widerstandsnest 235 is relevant voor dit HVO-NGE. De overige verdedigingswerken bevinden zich buiten het werkgebied, of waren niet bezet. De aanwezigheid van het Duitse verdedigingswerk is aanleiding voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied. De afbakening wordt verricht op basis van de richtlijnen van het WSCS-OCE. Hierin wordt een verdedigingswerk omschreven als een ‘groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen,

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 14 van 45

rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld een weerstandskern of steunpunt’. Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk, bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s, dient te worden afgebakend als NGE-Risicogebied. Het NGE-Risicogebied wordt conform deze richtlijn afgebakend, waarbij de prikkeldraadversperring als begrenzing wordt aangehouden. Hierbij wordt een buffer van 10 meter toegevoegd ter ondervanging van de cartografische onnauwkeurigheid. Deze onnauwkeurigheid ontstaat bij het inpassen van luchtfoto’s in het Geografische Informatiesysteem. Binnen het NGE-Risicogebied kunnen NGE van klein kaliber munitie, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van het kaliber 3,7 cm in de bodem zijn achtergebleven. Over deze munitie beschikten de in het verdedigingswerk gelegerde Duitse eenheden. De geschutmunitie van het kaliber 3,7 cm is mogelijk achtergebleven door de aanwezigheid van een licht kanon in de stelling. Het afgebakende NGE-Risicogebied is weergegeven in Figuur 8.

Figuur 8: NGE-Risicogebied naar aanleiding van het Duitse verdedigingswerk.

3.3

LEEMTEN IN KENNIS

Uit dit HVO-NGE is gebleken dat er een aantal leemten in kennis is, namelijk: - Het is onvoldoende bekend of er gedurende de periode mei 1945 tot en met 1970 blindgangers en/of resten van vliegtuigbommen (en/of andere soorten NGE) aangetroffen dan wel verwijderd zijn binnen het onderzoeksgebied. - Het is niet bekend welk vliegtuig de bommen afwierp op landgoed Offem op 1 september 1941. - Van de vier bominslagen op 1 september 1941 zijn er slechts drie zichtbaar op de geraadpleegde luchtfoto. 3.4 SOORT, HOEVEELHEID , VERSCHIJNINGSVORM VERMOEDE NGE EN RISICOANALYSE Op basis van bovenstaande paragrafen is vastgesteld dat in het werkgebied NGE kunnen zijn achtergebleven. In de onderstaande paragrafen wordt de soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede NGE en de risicoanalyse uitgewerkt.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 15 van 45

3.4.1 Soort en hoeveelheid vermoede NGE Op basis van de broninformatie is de soort NGE die aangetroffen kan worden binnen het onderzoeksgebied vastgesteld. Per hoofdgroep en/of kaliber worden de verwachte aantallen onderbouwd: Soort Hoeveelheid Klein kaliber munitie Eén tot enkelen Hand- en geweergranaten Eén tot enkelen Munitie voor granaatwerpers Eén tot enkelen Geschutmunitie 3,7 cm Eén tot enkelen Tabel 2: Soort en hoeveelheid vermoede NGE.

3.4.2 Verschijningsvorm van de vermoede NGE De verschijningsvorm is van invloed op de risico’s en vormt daarmee een belangrijke input voor de risicoanalyse. De mogelijk achtergebleven NGE kunnen in het risicogebied in gedumpte of achtergebleven vorm worden aangetroffen.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 16 van 45

4. Conclusie en Advies

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 17 van 45

4

CONCLUSIE EN ADVIES

4.1

CONCLUSIE HVO-NGE

In dit HVO-NGE zijn de volgende onderzoeksvragen beantwoord: -

-

-

4.2

Is sprake van een NGE-Risicogebied in (gedeelten van) het werkgebied naar de situatie van 1945 (het einde van de oorlog)? o Ja, er is sprake van een NGE-Risicogebied naar aanleiding van oorlogshandelingen. Het NGE-Risicogebied beslaat slechts een deel van het werkgebied. De aanwezigheid van een Duits verdedigingswerk, onderdeel van het oostelijk landfront, is aanleiding voor het afbakenen van dit NGE-Risicogebied. Overige oorlogshandelingen zijn geen aanleiding voor het afbakenen van risicogebieden. Welke soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede NGE kunnen worden verwacht? o In het NGE-Risicogebied kunnen NGE van klein kaliber munitie, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van het kaliber 3,7 cm in gedumpte/achtergebleven toestand worden verwacht. Wat is het advies met betrekking tot de (voorbereiding op de) uit te voeren werkzaamheden? o Voor het deel van het werkgebied waar geen NGE-Risicogebied is afgebakend, geldt dat de werkzaamheden regulier doorgang kunnen vinden. Voor het deel van het werkgebied dat zich binnen het NGE-Risicogebied bevindt, wordt geadviseerd vervolgstappen te nemen om de Arboveiligheid te garanderen. Dit advies is opgenomen in paragraaf 4.2. ADVIES

Uit het HVO-NGE is gebleken dat een deel van het werkgebied in een NGE-Risicogebied ligt. Dit betekent niet dat het hele risicogebied op de aanwezigheid van NGE onderzocht moet worden. Opsporing van NGE kan, indien gewenst, worden beperkt tot de locaties binnen dit NGE-Risicogebied waar door de geplande civieltechnische werkzaamheden een verhoogd risico ontstaat voor de Arboen/of Openbare Veiligheid. In dit geval betreft dit vooral de locaties waar grondroerende werkzaamheden zoals graafwerkzaamheden, het plaatsen van damwanden en funderingspalen, aanbrengen van verticale drainage, etc., gaan plaatsvinden. Daar waar het huidig grondgebruik wordt gecontinueerd is, zo mogelijk, geen sprake van een verhoogd risico en is opsporing niet noodzakelijk. Om te bepalen waar een verhoogd risico ontstaat, adviseert REASeuro een Projectgebonden Risicoanalyse-Niet Gesprongen Explosieven (PRA-NGE) te laten uitvoeren. Om een PRA-NGE te kunnen uitvoeren, is een uitgewerkt (concept) ontwerp van de in het gebied geplande projecten noodzakelijk. Daarnaast is het van belang te kunnen beschikken over gegevens met betrekking tot de bodemopbouw, grondmechanische eigenschappen, grondwaterstanden, milieuhygiënische kwaliteit, etc.

De PRA-NGE heeft tot doel antwoord te geven op de volgende vragen: - Wat is de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied binnen het werkgebied? Het NGE-Risicogebied is in het HVO-NGE horizontaal afgebakend. Aan de hand van diverse parameters (zoals grondsoort en naoorlogse werkzaamheden) wordt het verdacht gebied horizontaal en verticaal afgebakend. Hierbij wordt ook gekeken of de cartografische onnauwkeurigheid en de horizontale verplaatsing van een NGE in de bodem aangepast dienen te worden.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 18 van 45

- Welke werkzaamheden kunnen veilig worden uitgevoerd in verdacht gebied? In een PRA-NGE worden de werkzaamheden die effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige NGE geïdentificeerd op basis van de plan- en/of ontwerptekeningen. Op basis hiervan kunnen de risico’s worden beschreven. De volgende onderwerpen worden in een PRA-NGE uitgewerkt: a. de risicovolle handelingen; b. het mogelijke effect van deze handelingen op eventueel aanwezige NGE; c. de kans op een ongewenst effect; d. de mogelijkheid tot opsporing van eventueel aanwezige NGE voor start van de reguliere werkzaamheden. Indien van toepassing, worden in een PRA-NGE de verschillende toepasbare opsporingsmethoden beschreven. Hierbij worden de voor- en nadelen van de verschillende technieken beschreven. Op basis hiervan wordt in een PRA-NGE een advies gegeven over de best toepasbare opsporingsmethode; e. beheersmaatregelen indien opsporing vooraf niet mogelijk is (andere uitvoeringswijze, inzet aangepast materieel, afscherming omgeving, etc.). - Wat is het benodigde budget voor het benodigde vervolgonderzoek? - Wat is de doorlooptijd van het benodigde vervolgonderzoek? - Wat is het OCE-kennisniveau bij de opdrachtgever en is het de opdrachtgever aan te bevelen om enkele werknemers op te leiden en zich zo optimaal voor te bereiden op haar/zijn taken bij toekomstige NGE-gerelateerde werkzaamheden?

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 19 van 45

5. Bijlagen

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 20 van 45

5

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11

BEGRIPPENLIJST (3 BLADEN) ................................................................................................................................ 22 OVERZICHT VAN DE (ARCHIEF) INSTELLINGEN ................................................................................................... 25 GERAADPLEEGDE LITERATUUR ............................................................................................................................. 26 GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN .............................................................................................................................. 30 OVERZICHT LUCHTFOTO’S.................................................................................................................................... 38 UITSNEDE GEALLIEERDE STAFKAART EN THE NATIONAL ARCHIVES................................................................. 39 EOD: MUNITIERUIMRAPPORTEN ......................................................................................................................... 41 EOD: MIJNENVELDKAART EN MMOD............................................................................................................... 42 IN HET VERLEDEN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN ...............................................................................................

43 CHECKLIST WSCS-OCE, INHOUD USB-STICK EN VERZENDLIJST................................................................... 44 TEKENINGEN (LOSBLADIG) ................................................................................................................................... 45

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 21 van 45

BIJLAGE 1

BEGRIPPENLIJST (3 BLADEN)

Begrip Werkveldspecifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven

Afkorting WSCS-OCE

Hierin zijn onder andere richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen. Het WSCS-OCE is sinds 1 juli 2012 de opvolger van de Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE) en is wettelijk verankerd in de Arbowet.

Conventionele Explosieven

CE

Niet Gesprongen Explosieven

NGE

Niet Gesprongen Explosieven Bodemonderzoek

Definitie Het WSCS-OCE is het werkveldspecifiek certificatieschema voor het opsporen van Conventionele Explosieven.

NGEBodemonderzoek

Om het maatschappelijk belang – veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven. Elk explosief dat niet als geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch kan worden aangemerkt. Bij het opsporingsproces wordt aan CE gelijkgesteld en als zodanig behandeld: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; Restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; Voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; Wapens of onderdelen daarvan. Door REASeuro gehanteerd begrip waaronder wordt verstaan: alle explosieven of onderdelen/restanten van explosieven die niet of gedeeltelijk hebben gefunctioneerd. Onder NGE vallen: Conventionele Explosieven (CE); Geïmproviseerde explosieven; Explosieven voor civiel gebruik; Chemische explosieven; Biologische explosieven; Nucleaire explosieven. Werkwijze van REASeuro waaronder wordt verstaan: de integrale totaal aanpak voor de NGE-problematiek bestaande uit vijf afzonderlijke fasen. Hierdoor kan de opdrachtgever telkens een weloverwogen besluit nemen en zijn vervolgacties plannen met als doel dat de opdrachtgever de regie over het project in handen houdt.

Historisch Vooronderzoek -

HVO-NGE

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

De vijf fasen zijn: 1. HVO-NGE (Historisch Vooronderzoek NGE). 2. PRA-NGE (Projectgeboden Risicoanalyse NGE). 3. Projectplan-NGE. 4. Uitvoering-NGE. 5. PvvO-NGE (Proces-verbaal van Oplevering). Bureaustudie waarin het beschikbare feitelijke bronnenmateriaal van de periode 1940-1945 (incl. naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten) wordt beoordeeld en geëvalueerd. Doel

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 22 van 45

Begrip Niet Gesprongen Explosieven

Afkorting

Werkgebied

-

Onderzoeksgebied

-

Conflictzone

Positief advies

-

-

Definitie is om vast te stellen of in het onderzoeksgebied sprake is van een NGE-Risicogebied in relatie tot het werkgebied. Het HVO-NGE bestaat uit: Rapportage. Positief of negatief advies. In het geval van een positief advies: Horizontale afbakening NGE-Risicogebied(en). NGE-Risicokaart. Het door de opdrachtgever aangegeven gebied waarbinnen reguliere werkzaamheden (niet NGE-gerelateerd) uitgevoerd gaan worden of waar een functieverandering wordt doorgevoerd. Gebied waarop het HVO-NGE zich richt. Het onderzoeksgebied is ruimer dan het werkgebied om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie in oorlogstijd. Een globaal afgebakend gebied waarbinnen (intensieve) gevechtshandelingen hebben plaatsgevonden. De afbakening is gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal, maar kan gezien de aard van de gevechtshandelingen niet nauwkeurig worden begrensd. Beoordeling en evaluatie van het feitelijk bronnenmateriaal heeft aangetoond dat NGE kunnen worden aangetroffen in het onderzoeksgebied. Een vervolgstap van het NGE-bodemonderzoek wordt geadviseerd. Tevens vormt een positief advies de legitimatie voor het indienen van een Raadsbesluit t.b.v. van een Rijksbijdrage.

Negatief advies

Niet Gesprongen Explosieven Risicogebied

Niet Gesprongen Explosieven Risicokaart Projectgebonden Risicoanalyse -Niet

-

NGE-Risicogebied

NGE-Risicokaart

PRA-NGE

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

Op basis van de beoordeling en evaluatie van het feitelijk bronnenmateriaal wordt niet verwacht NGE aan te treffen in het onderzoeksgebied. Een vervolgstap van het NGE-bodemonderzoek wordt niet geadviseerd. De geplande werkzaamheden kunnen regulier worden uitgevoerd. Gebied waar op basis van feitelijk bronnenmateriaal een risico op het aantreffen van NGE bestaat naar de situatie van 19401945 (inclusief naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten). Het NGE-risicogebied is horizontaal afgebakend, waarin zijn opgenomen: Eventuele onzekerheden en onnauwkeurigheden uit het bronnenmateriaal (o.a. cartografische onnauwkeurigheden). De maximale horizontale verplaatsing van NGE in de bodem. Cartografische weergave van het (de) NGE-Risicogebied(en).

Bureaustudie waarin het verdachte gebied binnen het NGERisicogebied wordt afgebakend. Daarnaast worden de risico’s

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 23 van 45

Begrip Gesprongen Explosieven

Verdacht gebied

Afkorting

-

Opsporingsgebied

-

Bijdragebesluit / Gemeentefonds Proefdetectie

-

Reguliere werkzaamheden

-

-

Definitie van de voorgenomen reguliere werkzaamheden in relatie tot de aan te treffen NGE vastgesteld. De PRA-NGE bestaat o.a. uit: Indien nodig het opvullen van leemten in kennis van het HVO-NGE. De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Een NGE-Risicoanalyse. Het bepalen van aanvaardbare risico’s. Het opsporingsadvies De mogelijkheid tot een proefdetectie. De horizontale en verticale afbakening van het NGERisicogebied. Bij de afbakening is o.a. rekening gehouden met: Het vaststellen van de horizontale verplaatsing van de NGE in de bodem (inkaderen NGE-Risicogebied). De mogelijke inperking van de onzekerheden en onnauwkeurigheden uit het bronnenmateriaal. De naoorlogse werkzaamheden (zoals ontgravingen, ophogingen etc.). De bodemkundige parameters (zoals grondsoort en draagkracht van de grond). Het verdachte gebied binnen het werkgebied waar voorafgaand aan de reguliere werkzaamheden de opsporing naar NGE wordt geadviseerd. Regeling voor Rijksfinanciering van (een deel) van de kosten voor het NGE-bodemonderzoek. Een steekproef die binnen het opsporingsgebied kan worden uitgevoerd om de mate van detectieverstoring vast te stellen (de proefdetectie is non-destructief). Op basis van een proefdetectie kan de meest efficiënte opsporingsmethodiek worden bepaald en het voor de opsporing benodigde budget en de doorlooptijd worden onderbouwd.

Alle door de opdrachtgever voorgenomen niet NGEgerelateerde werkzaamheden. Enkele voorbeelden zijn civieltechnische, milieutechnische en archeologische werkzaamheden.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 24 van 45

BIJLAGE 2

OVERZICHT VAN DE (ARCHIEF) INSTELLINGEN

Archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) in Soesterberg;

Erfgoed Leiden en Omstreken in Leiden;

Nationaal Archief (NA) in Den Haag;

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag;

NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies in Amsterdam (NIOD);

Luchtfotocollectie en stafkaartcollectie van de afdeling GEO-informatie van het Kadaster in Zwolle (Kadaster);

Luchtfotocollectie The National Collection of Aerial Photography (NCAP) in Edinburgh, Schotland;

Semi-Statische Archiefdiensten (SSA) in Rijswijk;

The National Archives (TNA) in Londen;

The National Archives and Records Administration (NARA) in Washington;

REASeuro bibliotheek.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 25 van 45

BIJLAGE 3

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Voor dit HVO-NGE is de volgende literatuur geraadpleegd: Afkorting AMS HAR

Auteur Amsterdam, H. van en P. van der Voort, Harff, P. en D. Harff,

HAR 2

Harff, P. en D. Harff,

KAT MID

Katwijk in Oorlog Middlebrook, M., en Everitt, C., Pater, de, B.C. e.a., Peters, M. e.a.,

PAT PET SGLO

SLA ZWA 1&2

Studiegroep Luchtoorlog 19391945 Slats, G., Zwanenburg, G.J.,

Titel Bollenstreek in oorlogstijd (Leiden 1995)

Relevant Nee

Noordwijk, Katwijk en Valkenburg. Atlantikwall 1940-1945 (z.p., 2005). Van Duingebied tot “Sperrgebiet”. Marine Seeziel Batterie Noordwijk 1940-1945 (Eindhoven 2004). http://www.katwijkinoorlog.nl The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Leicester 1996). Grote Atlas van Nederland 1930-1950 (Zierikzee 2005). De Atlantikwall. Omstreden erfgoed van Rijnmond tot IJmond (Den Haag 2005). http://www.studiegroepluchtoorlog.nl/

Ja

Noordwijk in de jaren 1940-1945 (Noordwijk 1975). En Nooit was het Stil. Kroniek van een Luchtoorlog (2 dln. & supplement; Oldemarkt).

Ja Nee

Ja Ja Nee Nee Ja Nee

Tabel 3: Verwijzing literatuur. In onderstaande tabellen worden per periode de gebeurtenissen die betrekking hebben op het onderzoeksgebied weergegeven. Vooroorlogse periode en de Duitse inval mei 1940 Duitsland was al tijden bezig met de voorbereidingen voor een overweldigende (lucht-) aanval op West-Europa. Tijdens de Duitse inval van 10 mei 1940 werden door de bombardementen voornamelijk militaire doelen en vliegvelden in het westen van Nederland getroffen. Rond Den Haag werden op verschillende plaatsen parachutisten gedropt. Het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 dwong Nederland tot overgave. In het oosten van het land lagen slechts mondjesmaat kleine groepen grenstroepen en langs de IJssel lag een verdedigingslinie. Bij de Grebbelinie heeft het Nederlandse leger drie dagen hard gevochten. Voor dit project is met betrekking tot deze periode geen relevante informatie aangetroffen. De bezetting van 1940 tot juni 1944 (D-Day) Nadat in 1941 de geallieerde verliezen waren gestegen en de luchtoperaties beperkt bleven, kwam er in februari 1942 een verandering in de Britse strategie. De strategie van de nachtelijke precisiebombardementen werd verlaten voor wat betreft Duitsland en vervangen door bombardementsvluchten op Duitse (industrie)steden. Op deze wijze hoopten de geallieerden het moreel van de Duitse burgers te breken.

Voor de bezette gebieden gold nog altijd dat de bevolking zoveel mogelijk gespaard moest blijven en slechts doelen die voor de Duitse oorlogvoering van groot belang waren, bestookt mochten worden. In de zomer van 1942 verscheen de Amerikaanse luchtmacht ten tonele. In tegenstelling tot de Engelse Royal Air Force (RAF) voerden de Amerikanen hun acties overdag uit en hielden zij vast aan de precisiebombardementen. Voor dit project is de volgende informatie aangetroffen: Datum / jaar Geduren de de oorlog

Gebeurtenis

Bron

Pag.

Relevantie

In totaal werd Noordwijk en omgeving zo'n dertig keer gebombardeerd. In de meeste gevallen echter buiten de bebouwde kom. Twee keer sloegen de bommen niet in op de stellingen buiten de bebouwde kom, maar in het dorp zelf.

HAR

68

Relevant

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 26 van 45

Datum / jaar 5 januari 1941

12 maart 1941

31 augustus 1941

Gebeurtenis

Bron

Pag.

Relevantie

In de morgen van zondag 5 januari werd om tien voor negen de eerste geallieerde activiteit geconstateerd. "Ein feindlicher Aufklärer kreiste über der Batterie und schoss mit Maschinegewehr" staat in een oorlogsdagboek te lezen. Kogels sloegen in op het terrein van de batterij en er werd op een zoeklicht van een in de buurt gelegen vliegveld geschoten. 's Avonds op 12 maart 1941 vielen er 4 brisantbommen nabij de Egbert de Grootstraat en de Duinweg. Op 12 maart kruiste ‘s avonds om vijf voor tien een geallieerd vliegtuig de kustlijn in oostelijke richting. Een uur later nam men in oostelijke richting een noodsignaal waar. Twintig minuten later werd een tweede geallieerd vliegtuig gezien dat vanaf het westen kwam aanvliegen waarop enkele bomexplosies werden waargenomen twee kilometer ten zuid-oosten van de batterij. Er bleken vier brisantbommen nabij de Egbert de Grootstraat, de Duinweg en de Ruyterstraat in Noordwijk te zijn neergekomen. Door een bominslag op de woning Duinweg 43 kwam Jacob Duindam, op 46 jarige leeftijd om het leven. Een 6 jarig kind raakte licht gewond en twee andere kinderen werden ongedeerd uit de puinhopen gered. Een vijftal woningen bleek zwaar beschadigd. Op 31 augustus, om half twaalf' s avonds wierp een geallieerd vliegtuig meerdere bommen af op één tot anderhalve kilometer afstand ten zuidoosten van de batterij Noordwijk.

Er werd geen schade gerapporteerd.

HAR 2

28

Niet relevant, buiten onderzoeksgebied

HAR

68

HAR 2

28

Niet relevant, buiten onderzoeksgebied

HAR 2

40

HAR

226 227

Vanaf 1942

Niet relevant, uit archiefstukken blijkt dat bommen buiten onderzoeksgebied vielen. Relevant, informatie stellingen binnen onderzoeksgebied

Het oostelijk landfront Het oostelijk landfront bestond uit nagenoeg enkel natuurlijke hindernissen in de vorm van al bestaande kanalen, die te breed waren om over te steken. Bruggen erover waren op enkele uitzonderingen na opgeblazen en er waren verdedigingswerken geplaatst. Bij de verdediging ging het

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 27 van 45

Datum / jaar

Gebeurtenis

Bron

Pag.

Relevantie

voornamelijk om gevorderde boerderijen waaromheen zandwallen werden gelegd. Ook werden er prikkeldraadversperringen omheen geplaatst, mitrailleurnesten aangelegd en schuttersputjes gegraven. Slechts enkele verdedigingswerken waren van beton. Het ging dan om tobrukjes, met en zonder pantserkoepel erop. Vanaf Widerstandsnest 237 was er een stuk tankgracht gegraven, schuin naar de Maandagsche watering. Waar dit stuk tankgracht uitkwam in de Maandagsche watering was Widerstandsnest 235 te vinden. Dit Widerstandsnest had ook weer de opbouw van een aantal onderkomens, omringd door een zandwal met loopgraven en mitrailleurnesten. Tevens stond er een licht kanon. Iets zuidelijk van Widerstandsnest 235 lag ook aan de Maandagsche watering Widerstandsnest 239. Deze stelling bestond uit enkele als boerderij gecamoufleerde werken omringd door een zandwal. Er was tevens een tobruk aanwezig met een tankkoepel erop.

Restanten van Widerstandsnest 239 in 2003. Rechts is de tobruk voor de tankkoepel te zien. Links is een woononderkomen zichtbaar dat met het nodige breekwerk is omgebouwd tot stal. Widerstandsnest 235

KAT

In deze stelling was de Stabskompanie van het Luftwaffe Jäger Regiment 46 gelegerd, vlak aan een driesplitsing in de Maandagse Wetering. Het geheel was omgeven met prikkeldraadversperringen en een aarden omwalling. Tevens waren er diverse opstelplaatsen voor geschut. Over de stelling is verder niet veel bekend, maar afgaande op de

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 28 van 45

Datum / jaar

Gebeurtenis

luchtfoto zouden er ook enkele bunkers gestaan moeten hebben. Van de stelling is heden ten dage niets meer te vinden. 28/29 In de nacht van 28 op 29 april 1941 vloog om vijf over half april één een geallieerd vliegtuig vanuit het oosten naar het 1942 westen. Tijdens de overvlucht werd een lichtbom en een brandbom afgeworpen die 500 meter achter de batterij in het binnenland terechtkwamen. Een luchtdoelkanon van de batterij opende hierop tevergeefs met 12 schoten 2 cm Oerlikon het vuur op het vliegtuig. Tabel 4: Overzicht gebeurtenissen Duitse bezetting tot juni 1944.

Bron

Pag.

Relevantie

HAR 2

54

Niet relevant

De periode juni ’44 (D-Day) tot en met oktober ‘44 De voorbereidingen voor operatie Overlord waren al begin 1943 begonnen. De Duitse kustverdediging (de Atlantikwall) werd zwaar ondermijnd na de geslaagde geallieerde landingen op 6 juni 1944. De geallieerde opmars naar het noorden verliep redelijk voorspoedig. De geallieerde opmars werd net ten zuiden van Nederland wat vertraagd door een ijlings door de Duitsers opgetrokken verdedigingslinie. Desondanks werd de tegenstand snel gebroken en kon operatie Market Garden van start gaan. In deze operatie zou de nadruk komen te liggen op de juiste afstemming en samenwerking van de luchtlandingstroepen (deel van de operatie dat de naam Market kreeg) en de grondtroepen (operatie Garden). Het primaire doel van de operatie was de inname van de bruggen over de waterwegen tussen Eindhoven en Arnhem. Om de geallieerde opmars te laten slagen was het belangrijk om de diverse steden en dorpen die op de route lagen van de opmars te bezetten en te behouden met parachutisteneenheden totdat de landlegers de steden en dorpen bevrijden. Voor dit project is met betrekking tot deze periode geen informatie aangetroffen. Winter ’44-’45 tot en met de Duitse capitulatie mei 1945 De operatie Market Garden was voor de geallieerden uiteindelijk geen succes; het leverde strategisch weinig baat op.

In de winter van 1944-1945 lag het front nagenoeg onbeweeglijk stil, dwars door Nederland, vanaf de Oosterschelde via Moerdijk richting Nijmegen. In die periode namen de grondgevechten af, maar werden de luchtgevechten en bombardementsvluchten richting Duitsland geïntensiveerd. Ook boven de bezette gebieden in Nederland nam het aantal luchtactiviteiten toe. Voor dit project is de volgende informatie aangetroffen: Datum / jaar 31 maart 1945

Gebeurtenis

Jacobus G. Brouwer kwam op twintigjarige leeftijd om het leven na op de Herenweg te zijn doodgeschoten door een Engels vliegtuig. Tabel 5: Overzicht gebeurtenissen winter 1944 – mei 1945.

Bron

Pag.

Relevantie

SLA

175

Niet relevant, exacte locatie niet bekend.

Naoorlogse periode Direct na de oorlog is gestart met de wederopbouw van Nederland. Onderdeel van de wederopbouw was het opruimen van oorlogsstellingen, als bunkers en het ruimen van achtergebleven NGE. Duitse krijgsgevangenen werden aan het werk gezet om de aanwezige mijnenvelden te ruimen. Voor dit project is geen relevante informatie aangetroffen.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 29 van 45

BIJLAGE 4

GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN

Voor dit HVO-NGE zijn de volgende archieven geraadpleegd: 

  

Erfgoed Leiden en Omstreken o Archief gemeente Noordwijk o Particulier archief verzet Nationaal Archief o Archief van het Militair Gezag Nationaal Instituut voor Militaire Historie (NIMH) o Archief van het Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies (NIOD) in Amsterdam o Diverse archiefcollecties

In deze bijlage zijn de resultaten van het raadplegen van deze archiefcollecties weergegeven. Erfgoed Leiden en Omstreken Archieven gemeente Noordwijk Toegang 0902: Gemeente Noordwijk 1925-1950 Geen relevante inventarisnummers aangetroffen.

Zonder toegangsnummer: Gemeente Noordwijk 1940-1945 Inventaris 1.86.1 Verwoeste panden door bomschade Schade aan panden gespecificeerd naar oorzaak. Inclusief kaart.  Niet relevant. Nabij het werkgebied wordt zowel in de lijsten als op de kaart geen schade door oorlogshandelingen aangegeven. Inventaris 1.86.2 Niet relevant.

Vorderingen

Inventaris 1.86.3 Niet relevant.

Oorlogsschade

Inventaris 1.86.4

Luchtbescherming, incl. meldingen bominslagen

Lijst met bombardementen op Noordwijk. De volgende bombardementen hebben plaatsgevonden: 1940:

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 30 van 45

1941:

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 31 van 45

Naast deze lijst melding van:  Beschietingen op schijnwerpers in de Noordzijderpolder.  Aanvallen op scheepskonvooien uit de kust.  Ongesprongen granaten in de duinen.  Inslagen van brandbommen op 16 februari 1941 in de Noordzijderpolder. Het bombardement op 1 september 1941 is relevant. Het landgoed van de graaf van Limburg Stirum is het landgoed Offem, binnen het onderzoeksgebied.

Inventaris 186.5 Niet relevant.

Alg. plan luchtbescherming

Toegang 0900B: Gemeente Noordwijk, 1951 – 1980 Inventaris II.05.3.3 Inlevering, teruggave, verbeurdverklaring, vernietiging van wapens en munitie. Niet relevant. Inventaris II.15.1.2 Niet relevant.

Landverdediging. Gebouwen, terreinen, materieel en personeel.

Zonder toegangsnummer: Gemeente Noordwijk, verzet, particulier archief Inventaris 9-5 Meidagen 1940 Niet relevant. Inventaris 22 / 1 Niet relevant.

Verkeer en vervoer in de lucht (algemeen)

Nationaal Archief Provinciale Archieven van Zuid-Holland Toegang 3.09.34: Militair Gezag in Zuid-Holland, 1944-1947 Inventaris 35 Stukken betreffende het beheer van oorlogsbuit Niet relevant. Inventaris 43

Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven

Niet relevant.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 32 van 45

Inventaris 139 Niet relevant.

Stukken betreffende de behandeling van oorlogsbuit, “war-material” en van beheerskwesties

Inventaris 146

Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven

Niet relevant. Inventaris 147

Stukken betreffende het onderzoek naar verongelukte geallieerde vliegtuigen en hun bemanningen en de berging van vliegtuigwrakken

Niet relevant. Inventaris 231 Niet relevant.

Stukken betreffende de opruiming van mijnen, munitie en andere explosieven

Inventaris 361

Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, springstof en andere explosieven

Niet relevant. Inventaris 370

Stukken betreffende de bemiddeling bij de behandeling van verzoeken om schadevergoeding wegens geleden schade gedurende de oorlog

Niet relevant. Inventaris 454 Niet relevant.

Ingekomen en doorslagen van uitgaande stukken betreffende oorlogsbuit

Inventaris 465

Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, springstof en andere explosieven

Niet relevant. Inventaris 529 Stukken betreffende de opruiming van mijnen, munitie en andere explosieven Eén melding van Noordwijk. Een mijnenveld werd vermoed op het terrein van Staatsbosbeheer.  Niet relevant, buiten onderzoeksgebied. Inventaris 575 Niet relevant.

Stukken betreffende de opruiming van mijnen, munitie en andere explosieven, 1945.

Inventaris 596 Niet relevant.

Ingekomen en doorslagen van uitgaande stukken betreffende de hulp aan oorlogsslachtoffers

Inventaris 703 Niet relevant.

Stukken betreffende de steunverlening aan oorlogsslachtoffers

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 33 van 45

NIMH Archiefstukken met betrekking tot verdedigingswerken. Toegang 575: Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken Inventaris 23 Noordwijk, Katwijk en Wassenaar Datum: geen datum; Schaal/code/blz.: (1:15.000); Omschrijving: Kaart met de locaties van versterkingen in en rond Katwijk plus Leiden en omgeving.  Niet relevant. Datum: 19-03-1946; Omschrijving: Verslag van een verkenning van Duitse verdedigingswerken in het complex "Huis ter Duin" te Noordwijk door kapitein S. van der Kloet op 13 maart 1946.  Niet relevant. Datum: 12-04-1946; Omschrijving: Brief nummer 663 van kolonel C.W. van Dooden (hoofd van het Bureau Registratie van Verdedigingswerken) aan kapitein S. van der Kloet met beschouwingen over de constructie van de tankmuur te Noordwijk.  Niet relevant. Datum: geen datum; Schaal/code/blz.: H-35 6 t/m 15; Omschrijving: Rapport van de illegaliteit over de Duitse versterkingen om de vesting Katwijk-Noordwijk met bijgevoegde kaart  Relevant.

  

Figuur 9: Uitsnede kaart inv. 23 t.p.v. het werkgebied. Nummer 27: 4 onderkomens. Telefoonleiding naar Offem bovengronds. Stroomleiding bovengronds naar Heerenweg langs Hoogeweg. Nummer 28: Brug is afgebroken. Nummer 29: Tankgracht. Wallen ongeveer 1,80 meter hoog, breedte ca. 13 meter.

Inventaris 89

Kaarten betreffende de ligging van de kustbatterijen, bewapening en de stand van gereedheid der versterkingen Datum: geen datum; Omschrijving: Kaarten afkomstig van de Marine Festung Pionier Gruppe Wassenaar betreffende verdedigingswerken bij Scheveningen, Zuidzand, Noordwijk, IJmuiden, Beverwijk, Langerak, Kreuzberg, Bloemendaal, Wijk aan Zee, Katwijk, Egmond aan Zee, Hillegom, Castricum, Ugruko, Dunenberg, Olmen, Westduin en Heerenduin.  Niet relevant. Inventaris 130 Britse kaarten Britse Intelligence kaart met Duitse verdedigingswerken in de omgeving van Noordwijk, Katwijk en Oegstgeest naar de toestand op 25-3-1945. Kaartblad nr. 365, afkomstig van A.P.I.S. 21st Army Group, 12-04-1945.  Relevant.

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 34 van 45

Inventaris 147 Marine Inlichtingen Dienst (MARID) Datum: 03-03-1945; Omschrijving: Kaart (schaal 1:15.000) van Noordwijk, met uitgebreide legenda, afkomstig van groep Albrecht H.G  Relevant.

 

Figuur 10: Uitsnede kaart inv. 147 ter plaatse van het werkgebied. Nummer 26: A tank ditch, about 10 meter in the bottom and 0 meter in the crowd. The wall if slowly sloping upwards, so the ditch is only visible on 10 meter distance. Nummer 35: 8 shelters of brick and sods, surrounded by an earth wall build of sods, in which a trench. Covered position are built in some places. The whole surrounded by 2 rows of barbed wire. Nummer 36: 6 Shelters camouflaged as a farm with sheds and a hay-stack. Surrounded by a wall of sods, 2 meters high, in which a trench. The whole surrounded by two rows of barbed wire. On the north east corner a Kampfwagenkanone or heavy machinegun in a Panzer-dome on a tobrook-position.

Inventaris 148 Kust Nederland (Hoek van Holland tot Harlingen). Datum: 17-11-1943; Omschrijving: Duitse verdedigingswerken tussen Leiden, Katwijk en Noordwijk [twee kaarten met legenda].  Niet relevant. Inventaris 187

Kaarten van Duitse verdedigingswerken en objecten afkomstig uit de margriet, molen, vlag en kroon series. Datum: 22-12-1943; Schaal/code/blz.: A 69-I, II en III; Serie/nummer: Molen; Omschrijving: Verdedigingswerken en legeringslocaties (onder andere van het 1e regiment der Luftwaffedivisie) in de stelling Noordwijk-Katwijk met daarop vliegveld Valkenburg [NB vermelde foto's ontbreken]  Relevant.

Figuur 11: Uitsnede kaart inv. 187 ter plaatse van het werkgebied. Inventaris 197

Kaarten van Duitse verdedigingswerken en objecten afkomstig uit de margriet, molen, vlag en kroon series. Datum: 12-07-1944; Schaal/code/blz.: 128; Serie/nummer: Vlag; Omschrijving: Palen- en mijnenvelden tussen Noordwijk en 's-Gravenhage [Den Haag]

Kenmerk 72516 / RO-160217 v. 1.0

DR HVO-NGE Noordwijk Offem-Zuid

Pagina 35 van 45

Niet relevent, geen palen- of mijnenvelden aangegeven binnen het onderzoeksgebied.

Inventaris 221

Kaarten van Duitse verdedigingswerken en objecten afkomstig uit de margriet, molen, vlag en kroon series. Datum: 23-10-1944; Schaal/code/blz.: 239; Serie/nummer: Vlag; Omschrijving: Locatie van verdedigingswerken ten noordoosten van Leiden (Noordwijk, Rijnsburg, vliegveld Valkenburg en Sassenheim) waaronder tankversperringen, veldversterkingen, mijnenvelden en gecamoufleerde autoparkeerplaatsen.  Niet relevant. Inventaris 578

578 Kaart van Blok 3E, tussen Zandvoort-Noordwijk en Amsterdam, met ingetekend tankgrachten en tankmuren in het duingebied, bij De Glip en Berkenrode, Overveen, Vijfhuizen en de Haarlemmermeerpolder, afkomstig van de topografische dienst

Niet relevant.

NIOD In het NIOD zijn de volgende toegangen geraadpleegd: Toegang 001: Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden. Toegang 077: Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West. Toegang 191: Geheime Dienst Nederland. Toegang 216b: Departement van Binnenlandse Zaken. Toegang 216k: Departement van Justitie. Toegang 226b: Bureau Inlichtingen – Hoofdbureau Londen. Toegang 249-0116A: Dossier – Bombardementen, geallieerde. Toegang 249-0422: dossier- Luchtbescherming. Toegang 249-0441: Dossier – Militaire Operaties – Nederland. Toegang 249-0592B: Dossier – Oorlogsschade. Toegang 249-0662A: Dossier – Regeeringscommissariaat voor den Wederopbouw. Toegang 249-1170: Dossier – Gemeenteraden. Dit heeft de volgende informatie opgeleverd: Toegang 077: Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West. Inventaris 1328 Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941. 1 september 1940: Een zeemijn spoelde aan bij Noordwijk t.h.v. kilometersteen 78. Niet relevant. 11 september 1940: In Noordwijk spoelde t.h.v. kilometersteen 71 een zeemijn aan. Niet relevant. 18 september 1940: In Noordwijk spoelde een zeemijn aan bij kilometersteen 80. Niet relevant. 28 september 1940: Bij kilometersteen 74, 78 én 79 spoelden zeemijnen aan. Niet relevant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=8e00171c-2eda-4347-a147-e86a6da64e09