Bijlage 5 Beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020
Tekst van het document
Het betekent 2.0 fte extra bij de afdeling schulddienstverlening ( 1 medewerker en 1 consulent). Tevens zal t.z.t. worden onderzocht of het zinvol is een eigen bijdrage op te leggen bij budgetbeheer. Er wordt vanaf 2016 meer ingezet op budget coaching.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 24 19-7-2016
H O OF D S T U K 8 Uitgangspunt 5: de schulddienstverlening is integraal, en gaat uit van gestandaardiseerd maatwerk. Ook streeft zij kwaliteit na.
Een belangrijk uitgangspunt van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is dat de schulddienstverlening een integraal karakter heeft. Dit betekent dat bij de schulddienstverlening niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen van de financiële problemen van een schuldenaar, maar ook voor eventuele omstandigheden die op enigerlei wijze in verband kunnen staan met zijn financiële problemen. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om psychosociale problemen, relatieproblemen, de woonsituatie, verslaving enz. Het wegnemen van oorzaken of omstandigheden is in veel gevallen essentieel om de financiële problemen van de schuldenaar in structurele zin op te lossen. 1. Gekantelde werkwijze en integraliteit Ook deze door de wetgever voorgestane integraliteit past binnen het kader van de gekantelde werkwijze. Doel ervan is immers een (duurzame) participatie en legt de verantwoordelijkheid bij de schuldenaar. Hij moet immers meewerken om de oorzaken en de belemmerende omstandigheden weg te nemen. De werkwijze bij de ISD kan al als integraal worden omschreven. Bij de screening en het intakegesprek komen niet alleen de financiële maar standaard ook de psychosociale aspecten aan de orde. Aan de hand van de probleemanalyse wordt samen met de schuldenaar een plan gemaakt hoe de problemen kunnen worden opgelost.
Vele ketenpartners zijn de afgelopen periode verder op de hoogte gebracht van de werkwijze bij de ISD. 2. Kwaliteitsnormen De wetgever is van mening dat het voor de effectiviteit van de integrale schulddienstverlening het essentieel is dat schuldeisers vertrouwen hebben in de wijze waarop de gemeentelijke schulddienstverlening wordt uitgevoerd. Voor het verkrijgen en behouden van vertrouwen van schuldeisers is van belang dat zij er vertrouwen in hebben dat recht wordt gedaan aan hun belangen en dat de kwaliteit van de geleverde diensten goed is. Het werken volgens standaardafspraken levert een belangrijke bijdrage aan het vertrouwen van schuldeisers in de gemeentelijke schulddienstverlening. De ISD heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen op dit terrein gezet. Niet alleen is de ISD lid geworden van de NVVK (en zij blijft dat ook), maar heeft zij haar werkprocessen ingekleed volgens de voorgestane vernieuwende standaard methodiek van de NVVK en deze verder ontwikkeld richting klantprofielen ondersteund door een gevalideerd screeningsinstrument. Dit heeft er toe geleid dat de ISD werkt volgens een methodiek van gestandaardiseerd maatwerk.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 25 19-7-2016
Besluit (7) De werkwijze van gestandaardiseerd maatwerk (methodisch werken) wordt voortgezet en waar nodig versterkt. Daar waar consulenten (gemotiveerd) afwijken van Mesis © wordt dit geregistreerd en achteraf via kwaliteitscontrole (Kic) getoetst alsmede de gevolgen daarvan. Doel hiervan is om in het bijzondere geval normen te ontwikkelen op grond waarvan van Mesis © kan worden afgeweken. Het streven is dat consulenten in niet meer dan 15 % van de gevallen afwijken van het profiel van Mesis ©. De kwaliteit van de dienstverlening wordt verder bewaakt door de volgende instrumenten: Het besluit van de ISD over toekenning of beëindiging/uitsluiting valt (vanaf 1 juli 2012) onder de Algemene wet bestuursrecht. De ISD moet aangeven hoe het schulddienst aanbod eruit ziet en aan welke voorwaarden burgers moeten voldoen om ervoor in aanmerking te komen. Daarop is bezwaar en beroep mogelijk. De werkwijze valt onder de klachtenprocedure van de ISD. Is de klant niet tevreden over de afhandeling van de klacht dan kan hij/zij aankloppen bij de Nationale ombudsman. Dit is volgens de NVVK overigens niet de juiste procedure gebleken. Leden van de NVVK kennen namelijk een “interne” klachtenprocedure. Hoger beroep verloopt niet via de Nationale ombudsman maar via de Commissie kwaliteitszorg van de NVVK. Tot op heden is tegen geen enkele klacht ”hoger beroep” aangetekend.
De NVVK voert audits uit om vast te stellen of het lid (in dit geval dus de ISD) voldoet aan de NVVK 12 normen . In 2016 en de jaren daarna zal de cultuuromslag die afgelopen jaren heeft moeten plaatsvinden geborgd worden. Dit zal in ieder geval plaatsvinden aan de hand van: themacontroles tussentijdse controles (steekproeven) en onderhoud kennis (NVVK dagen, bijscholing, intervisie etc.) Besluit (8) Er worden instrumenten ingezet om de cultuuromslag te borgen.
\
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 26 19-7-2016
H O OF D S T U K 9 Uitgangspunt 6: Bij de schulddienstverlening gelden bepaalde maximale wachttijden. Aan de schuldenaar wordt vooraf inzicht verschaft in de te verwachten doorlooptijden.
1. Wachttijden In de Wgs is in artikel 4 geregeld dat de burger die zich tot de gemeente wendt voor schuldhulpverlening binnen 4 weken het eerste gesprek krijgt waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. In een bedreigende situatie vindt binnen drie werkdagen het eerste gesprek plaats. De wetgever vindt het van belang dat deze wachttijden kort zijn omdat lange wachttijden een negatieve invloed hebben op de motivatie van de schuldenaar om mee te doen aan een schuldhulp(dienst)verleningstraject. Een beperking van de wachttijd is, aldus de wetgever, ook positief voor de bereidheid van schuldeisers om mee te werken aan een dergelijk traject. Bedoelde termijnen zijn overigens termijnen van orde. Dit houdt in dat het recht er geen gevolgen aan verbindt als bedoelde termijn niet wordt gehaald. 2. Crisis(protocol) In situaties waarin sprake is van een crisis, dus waarbij sprake is van een dreigende huisuitzetting of een voorgenomen afsluiting van gas, water en licht etc. voldoet de ISD aan de norm van drie werkdagen. Een en ander is neergelegd in het crisisprotocol van de ISD. Hieruit blijkt dat de ISD een werkwijze hanteert waarbij zelfs binnen 24 uur contact wordt gelegd met de klant. Deze werkwijze l wordt gecontinueerd. 3.
Convenant Bovendien heeft de ISD met de woningstichtingen en de GGD in de ISD regio een convenant afgesloten ter voorkoming van huisontruimingen waardoor nalatige (kwetsbare) huurders al eerder in beeld kunnen komen, nog voordat sprake is van een dreigende ontruiming. 4. Niet crisis situaties Het is de afdeling Schulddienstverlening gelukt om binnen 4 weken het eerste gesprek te houden waarbij de hulpvraag wordt vastgesteld. Ook de komende jaren zal er naar gestreefd worden de norm van 4 weken te halen. 5. Doorlooptijden In de wet is geen maximale doorlooptijd opgenomen. Onder doorlooptijd wordt hier verstaan het aantal weken dat verstrijkt tussen het moment waarop de hulpverlening start en het bereiken van een resultaat (het opstarten van de schuldregeling, betalingsregeling, een adviesgesprek etc.). Dit is ook moeilijk omdat dit bij uitstek de periode is waarin het bieden van maatwerk aan de schuldenaar aan de orde is. Dit maakt dat de looptijd van schuldenaar tot schuldenaar kan verschillen. Zo maakt het voor de lengte van de doorlooptijd veel uit of een schuldenaar uitsluitend een financieel probleem heeft, of dat de financiële problemen direct samenhangen met bijvoorbeeld psycho -sociale problematiek. 12
Voor de laatste audit in 2015 is de ISD in ieder geval geslaagd.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 27 19-7-2016
Niettemin acht het de wetgever het wel nodig dat een gemeente aan een schuldenaar vooraf globaal inzicht geeft in de verwachte doorlooptijd (art. 4 lid 3). Dit zal, aldus de wetgever, bijdragen aan de motivatie van de schuldenaar om deel te (blijven) nemen aan het schuldhulp(dienst)verleningstraject. Ook hier geldt dat de verwachting die de gemeente (ISD) afgeeft over de maximale doorlooptijd een termijn van orde is. De NVVK kent voor het proces van de schuldhulpverlening doorlooptijden, het zogenaamde 120 dagen model. Stappen binnen het minnelijke traject
Doorlooptijd (in dagen)
1 Aan de schuldeisers wordt om een opgave van het openstaande saldo gevraagd met daarin het verzoek om o.a. het beslag op te heffen.
14
2 Herinneringsbrieven worden gezonden. Gelijktijdig wordt bij niet opheffen van het beslag alle schuldeisers geïnformeerd dat door het beslag minder gereserveerd kan worden.
7
3 Schuldeisers worden nagebeld
14
4 Definitieve schuldenlijst wordt voor ondertekening naar de klant gezonden
7
5 Klant krijgt evt. een herinnering / waarschuwingsbrief om alsnog te tekenen
7
6 Betalingsvoorstellen worden door de consulent ter verwerking bij de medewerker neergelegd
7
7 Betalingsvoorstellen worden aan elke
14
Schuldeiser gezonden 8 Herinneringen op het voorstel worden gestuurd
7
9 Consulent bereidt voor en maakt heroverweging
14
10 Heroverwegingen worden verzonden door de consulent
14
11 Reacties nabellen
14
12 Minnelijk akkoord wordt schriftelijk bevestigd
1
Totaal
120
Het 120 dagen model blijkt in de praktijk niet altijd haalbaar te zijn. Dat is op zich niet zo verwonderlijk. Schulddienstverlening is immers voor het behalen van zijn doorlooptijden ook afhankelijk van medewerking van de schuldeisers. Dit in combinatie met het streven van de consulent en de schuldenaar om het minnelijk traject te laten slagen (voorkomen moet immers worden dat de klant in de WSNP belandt ) maakt dat de consulent soms extra stappen zet. Ook de komende jaren zal er naar gestreefd worden het 120 dagen model zoveel mogelijk toe te passen en de wachttijden te halen
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 28 19-7-2016
De ISD is immers lid van de NVVK. En ook de schuldeisers verwachten dat de ISD zich zoveel mogelijk houdt aan de NVVK richtlijnen. Dit betekent ook dat voortdurend moet worden bekeken of processen niet eenvoudiger c.q. sneller kunnen of eventueel uitbesteed aan derden en dat de cultuuromslag geborgd blijft. Besluit (9) De wachttijd van 4 weken wordt gehaald en de werkprocessen zijn zo ingericht dat daarmee de doorlooptijden goed ingeschat kunnen worden.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 29 19-7-2016
H O OF D S T U K 10 Uitgangspunt 7: Er wordt zoveel mogelijk samengewerkt in de keten en met vrijwilligers. De regierol ligt bij de ISD.
1. Ketenpartners/ISD gemeenten Een belangrijk uitgangspunt van de schulddienstverlening is dat deze integraal is. Er moet niet alleen aandacht zijn voor het oplossen van de financiële problemen van een schuldenaar, maar ook voor eventuele omstandigheden die op enigerlei wijze in verband kunnen worden gebracht met zijn financiële problemen. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om psychosociale problemen, verslaving etc. Ketenpartners, zoals GGD HM, Kwadraad, MEE etc. kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, maar ook bijvoorbeeld de woningstichtingen en de budgetbeheer/bewindvoerdersorganisaties. Er is de afgelopen jaren op initiatief van de ISD kennis gemaakt met vele ketenpartners die daartoe zijn uitgenodigd of zich zelf hadden aangemeld. Dit heeft op zich niet geleid tot het afsluiten van meer convenanten, maar wel is vast komen te staan dat de consulenten van schulddienstverlening en de ketenpartners elkaar in het algemeen weten te vinden. Ook voor de komende jaren zal gestreefd worden naar een zo goed mogelijke samenwerking met ketenpartners en deze uit te breiden. Daar waar nodig zal die samenwerking in convenanten vastgelegd worden. Ook is het voor de ISD van belang dat op het terrein van de schulddienstverlening in de toekomst meer wordt samengewerkt met de ISD gemeenten.
Zij staan immers in een (subsidie) relatie met de ketenpartners en bestrijken terreinen die buiten het takenpakket van de ISD liggen. Ook hebben zij meer inzicht in de lokale behoefte aan preventie. Een dergelijke samenwerking zal de integraliteit van de schulddienstverlening verder ten goede kunnen komen. 2. Vrijwilligers Naar de mening van de wetgever kunnen vrijwilligers bij de uitvoering van het gemeentelijk beleid gericht op preventie en nazorg een belangrijke rol spelen. Wel is daarbij, aldus de wetgever, een heldere rolverdeling tussen de professional en de vrijwilliger van belang. 3. Samenwerkingsovereenkomsten Met Humanitas en de ANBO zijn de afgelopen jaren samenwerkingsovereenkomsten afgesloten voor wat betreft het project thuisadministratie. Daarbij zorgt de ingezette vrijwilliger ervoor dat de (financiële) administratie van de (potentiële) klant zoveel mogelijk in orde wordt gebracht en vergezelt de klant eventueel bij de intake voor schulddienstverlening (zgn. warme overdracht). De vrijwilliger doet daarbij geen werkzaamheden die liggen op het terrein van de schulddienstverlening van de ISD. Deze afbakening is nodig om het risico te voorkomen dat een vrijwilliger de professional (de ISD) onbedoeld in de wielen rijdt. In het algemeen verliep de samenwerking de afgelopen jaren naar tevredenheid en zal deze zoveel mogelijk gecontinueerd worden.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 30 19-7-2016
De door Humanitas en de ANBO ingezette vrijwilligers hebben allemaal een door het Nibud ontwikkelde training gevolgd. Op korte termijn (2016) zal onderzocht worden of deze (of andere) organisaties ook nazorg kunnen bieden, dus na afronding van het minnelijke traject.
Besluit (10) De samenwerking met schuldeisers, deurwaarders, ketenpartners en vrijwilligers wordt gecontinueerd en uitgebreid en waar nodig in samenwerkingsafspraken (convenanten) vastgelegd. Er wordt naar meer samenwerking gezocht met de ISD gemeenten.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 31 19-7-2016
H O OF D S T U K 11 Resultaten van de schulddienstverlening De schulddienstverlening moet uiteraard tot de gewenste resultaten leiden. Wat is het doel Wat is het resultaat Hoe te meten Wat is het doel Wat is het resultaat Het preventiebeleid zal Er is een Budget meer vorm hebben informatiepunt. Er wordt gekregen. nauw samengewerkt met externe organisaties op het gebied van nazorg en preventie. Stijging Slagingspercentage slagingspercentages schuldregelingen stijgt vanaf schuldregelingen. 2016 naar 70%. Aantal pogingen tot een schuldregeling ten opzichte van het aantal akkoorden). Stijging succesvolle Percentage succesvolle afrondingen afrondingen bedraagt in 2016 schuldregelingen minimaal 65%. (verhouding aantal opgestarte schuldregelingen, aantal schuldenaren die deze met een schone lei afsluiten). Verbetering /uitbreiding In 2016 e.v. worden er samenwerking met nadere crediteuren, ketenpartners samenwerkingsafspraken en vrijwilligers. opgesteld. Wachttijden worden De wachttijd bedraagt gehaald. maximaal 4 weken. De werkprocessen zijn zo Er wordt zoveel mogelijk ingericht dat daarmee de voldaan aan het 120 dagen doorlooptijden goed kunnen model worden ingeschat. van de NVVK. Het aantal ingediende bezwaar-beroeps- en klachtschriften blijft beperkt.
Meedoen aan audits NVVK.
Het aantal ingediende bezwaarschriften blijft beperkt tot maximaal 10. Het aantal beroepszaken tot 8. Het aantal klachten tot 4 (als gemiddelde per jaar over de gehele periode). Geheel voldoen aan de eisen van de audit NVVK.
Hoe te meten Management Informatie.
Management informatie.
Management Informatie.
Inventarisatie samenwerkingsafspraken. Management informatie Management Informatie, plannen van aanpak.
Management Informatie.
Resultaten van de audit NVVK.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 32 19-7-2016
Bijlage1 Ontwikkelingen schuldhulpverlening ISD Bollenstreek 2004 tot 1 januari 2016. Evaluatie 2015. De schuldhulpverlening bij de ISD, nadien schulddienstverlening, heeft zich trapsgewijs ontwikkeld. Een overzicht. 1. Periode 2004 tot 1 juli 2012 In het beleidsplan 2012-2013 is een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de Schuldhulpverlening bij de ISD vanaf 2004 tot 1 juli 2012. Beschreven is hoe de schuldhulpverlening zich ontwikkeld heeft van een aanbodgerichte naar een vraaggerichte opzet. Mijlpaal daarbij was het lidmaatschap van de NVVK per 1 augustus 2009. Het lidmaatschap heeft er met name toe geleid dat de ISD het aanbod van diensten heeft uitgebreid (budgetbeheer, preventie, budgetcursussen e.d.) de diensten (= werkprocessen) gestandaardiseerd heeft. Alle werkprocessen zijn uitgebreid en volgens een bepaalde (NVVK) methodiek uitgeschreven. waar nodig een schuldsituatie eerst stabiliseert door inkomsten en uitgaven met elkaar in balans te brengen voordat wordt begonnen met een poging om een schuldregeling te treffen. het aantal werkzame fte’s bij de afdeling Schuldhulpverlening heeft verhoogd van 4,2 fte naar 7,5 fte (consulent en medewerker) om te kunnen voorzien in de werkzaamheden In die periode kreeg de schuldhulpverlening te maken met een toenemende en steeds complexere beroep op de schuldhulpverlening.
Met als gevolg dat er wachtlijsten ontstonden. Om nog effectiever en efficiënter te gaan werken is de ISD er toe overgegaan om steviger te gaan sturen op onder meer de eigen verantwoordelijkheid van schuldenaren. De resultaten van de schuldregelingen werden desondanks niet beter, al konden de wachtlijsten worden weggewerkt. Daar de budgetten vanaf 2012 terug liepen en lopen (en schuldhulpverlening dus duurder wordt) en de vraag naar schuldhulpverlening groot blijft waren er meer fundamentele keuzes nodig. De vraag was dan ook hoe vanuit een andere visie het mogelijk wordt de resultaten te verbeteren zonder dat dit leidt tot een verdere kostenstijging. Het antwoord daarop is gevonden in de zogenaamde kantelingsgedachte. Deze gedachte is neergelegd in het beleidsplan 2012.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 33 19-7-2016
2. Periode vanaf 1 juli 2012 tot 1 januari 2016 Andere visie
Die andere visie betekende een kanteling in de wijze waarop schuldhulpverlening tot dan toe werd uitgevoerd. Doel van de ”oude”schuldhulpverlening was een schuldenvrije toekomst. Het doel van de schuldhulpverlening zoals die door de ISD en de andere NVVK leden wordt (en werd) gegeven is het schuldenvrij maken van de schuldenaar, waarbij de hulpvraag van de schuldenaar centraal staat. Dit houdt in dat geprobeerd wordt elke schuldenaar met problematische schulden onder te brengen in 13 een drie jarige schuldregeling , na afloop waarvan de schuldenaar schuldenvrij is. Gedurende de schuldregeling moet de schuldenaar rondkomen van een inkomen op of net onder bijstandsniveau. Een dergelijk traject is voor veel schuldenaren echter zo zwaar dat zij dit in de praktijk vaak niet volhouden. Het slagingspercentage bedraagt tussen de 30% en 40%. In ruim 60% van de gevallen leidt de schuldregeling in economische termen derhalve niet tot enige opbrengst, zij het wel tot enig nut in situaties waarbij ondanks het mislukken van de schuldregeling zaken geregeld konden worden als het op orde brengen van een verkeerd gelegd beslag of het aanvragen van toeslagen. Zaken die echter ook gerealiseerd hadden kunnen worden zonder dat er eerst geprobeerd was om een schuldregeling te treffen. Doel gekantelde werkwijze participatie; streven naar het maximaal haalbare.
De in het beleidsplan 2012 voorgestelde en aangenomen gekantelde uitvoering verlegt de aandacht van het schuldenvrij maken van de schuldenaar naar de schuldenaar zelf. 13
De ISD bemiddelt tussen schuldenaar en schuldeisers. Bij een schuldregeling brengt de ISD tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers een minnelijke regeling tot stand voor de totale schuldenlast, leidende tot een schuldbemiddeling. Daarbij is schuldbemiddeling een overeenkomst waarin tussen schuldenaar en schuldeisers wordt afgesproken dat de totale schuldenlast gedeeltelijk wordt terugbetaald in termijnen naar draagkracht tegen finale kwijting. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 34 19-7-2016
Centraal staat de vraag hoe iemand financieel sterker kan worden en daardoor kan blijven participeren en niet langer meer de vraag hoe iemand een schuldenvrije toekomst kan krijgen. Vaak zijn schulden een gevolg van onderliggende problemen. In de nieuwe aanpak is daarom vooral aandacht voor de motivatie (de mate waarin iemand van plan is om de stappen te zetten), de (te ontwikkelen) vaardigheden, het gedrag, de te vergaren kennis en de belemmeringen waaraan gewerkt moet worden. Daarbij is belangrijk dat de schuldenaar zich richt op dat wat (maximaal) haalbaar is. De lat ligt niet meer standaard op “schuldenvrij”. Het voorkomen van huisuitzetting of stabilisatie van de financiële problemen (betaling van de belangrijkste vaste lasten) kan- voor dat moment- het maximaal haalbare zijn. Als bij elke schuldenaar -zoals in het verleden - een schuldregeling het doel is leidt dat tot langdurige en kostbare trajecten en tot frustraties bij zowel schuldenaar als de schuldeisers, omdat de te verwachten einddoelen vaak niet realistisch zijn. Door hierop in te zetten bewijst de ISD zowel de schuldenaar als de crediteuren (want sneller een realistische verwachting) als zichzelf (want efficiënte inzet middelen) een dienst.
Vertaling van “iedereen schuldenvrij” naar het ”maximaal haalbare.” Hoe weet je vooraf wat het maximaal haalbare is voor een schuldenaar? 14 Hier is voor het ministerie van SZW onderzoek naar gedaan. De conclusie van het onderzoek luidt dat het hoogst haalbare resultaat vastgesteld kan worden als er vooraf serieus en methodisch wordt gekeken naar de motivatie en vaardigheden van schuldenaren (de zogenaamde klantprofielen). Mesis © en klantprofielen Als ondersteuning daartoe werd in opdracht van DIVOSA een screeningsinstrument ontwikkeld: 15 genaamd het Methodisch Screeningsinstrument Schulddienstverlening, Mesis ©. Dit instrument gebruikt de ISD sinds april 2013. Het maakt het voor die consulenten van de ISD mogelijk een ander gesprek met schuldenaren te gaan voeren dan voorheen; een gesprek dat veel meer gaat over gedrag, houding en motivatie van de schuldenaar en veel minder over alleen de aard en omvang van het schuldenpakket. Mesis © is een ondersteuningsinstrument. Dat betekent dat de consulent van de ISD, vanuit zijn of haar professionaliteit, uiteindelijk de inzet bepaalt. Een goede gespreksvoering met de schuldenaar na kennisneming van zijn scores op Mesis © is daarbij onontbeerlijk. Activerende dienstverlening Behalve het werken met klantprofielen brengt de nieuwe werkwijze ook met zich mee een andere rolverdeling tussen de schuldenaar en de consulent.
De ISD biedt niet langer meer hulp maar zijn diensten aan. De dienstverlener werkt anders dan de hulpverlener nadrukkelijk in een relatie van wederkerigheid en laat de verantwoordelijkheid voor het dossier in principe bij de schuldenaar. Dit betekent dus dat de schuldenaar bij deze uitvoering de verantwoordelijke is. Hij zal stappen moeten zetten terwijl de ISD de coach is wiens ondersteuning van de schuldenaar zich richt ”op het weer zelf kunnen”. Oftewel: de zelfredzaamheid van de schuldenaar wordt mede bepaald door wat de ISD aan eigen ondersteuning biedt (zoals budgetcoaching en cursussen e.d.). Die eigen verantwoordelijkheid van de schuldenaar brengt ook met zich mee dat schuldenaren die aantoonbaar (verwijtbaar) niet mee willen werken geen gebruik kunnen maken van de schulddienstverlening. 14
Geuns, R en N.Jungmann & M.de Weerd (2011) klantprofielen voor schuldhulpverlening. Regioplan, Hogeschool Utrecht. 15 Dit instrument is inmiddels (wetenschappelijk) gevalideerd (het meet wat het beoogt te meten op vrijwel alle onderdelen) en is in gebruik bij meer dan 50 gemeenten. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 35 19-7-2016
De invoering van de kanteling heeft tijd gekost en kost tijd De invoering van de gekantelde werkwijze heeft tijd gekost en vergt nog steeds de nodige aandacht. Hiervoor is een aantal oorzaken aan te wijzen. 1. De nieuwe werkwijze vergt een cultuuromslag zowel voor de schuldenaar als voor de consulenten van schulddienstverlening. 2. Het vergt ook de inzet van nieuwe instrumenten, waaronder nieuwe gesprekstechnieken. Hiervoor is continue scholing noodzakelijk (herhaling en verdieping). 3. Tot de nieuwe instrumenten behoort ook, zoals vermeld, het screeningsinstrument Mesis ©. Met behulp van een extern bureau, dat de omslag begeleidde, moest dit instrument eerst nog gevuld worden en afgestemd op onze klanten. Met name dit proces heeft relatief veel tijd in 16 beslag genomen . 4. De invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening medio 2012 bracht bovendien met zich mee dat de schuldhulpverlening en dus ook de beoogde nieuwe werkwijze in het administratieve recht werden getrokken. Ook dit vergde en vergt de nodige aanpassingen van de werkprocessen en scholing van de medewerkers. 5. Bij al deze ontwikkelingen moeten uiteraard ook de klanten” geholpen” worden met steeds complexere problemen.
Resultaten van de kanteling/evaluatie 2015 Kenmerk van de schuddienstverlening is onder meer dat zij resultaatsgericht is. Reden om in het beleidsplan 2012 de gewenste resultaten op te sommen. Het betreft hier de volgende resultaten. a. Het aantal schuldregelingstrajecten neemt met 20% tot 30% af. Realisatie De nieuwe werkwijze heeft aanvankelijk (nog) niet geleid tot een afname van het aantal schuldregelingstrajecten, zoals verwacht werd. Er was zelfs sprake van groei. Zo is gebleken dat in een bepaalde periode in 2014 in 23 van de 63 gevallen wel een schuldregeling is gestart terwijl dit volgens het screeningsinstrument Mesis ©. niet voor de hand zou hebben gelegen. Over 2013 is vastgesteld dat van de schuldenaren die een intake hadden gehad 77% daarvan in aanmerking kwam voor een schuldregeling. Als reden voor dit uit oogpunt van schulddienstverlening te hoge aantal c.q. percentage is door de consulenten aangegeven dat het alternatief waarheen je schuldenaren kunt verwijzen te karig zou zijn. Dit brengt met zich mee dat bij consulenten het gevoel ontstaat dat je een schuldenaar de deur wijst die wel degelijk hulp nodig heeft. Desondanks is het in de loop van 2014 gelukt om het aantal schuldregelingen aanzienlijk terug te brengen.
Betrof het aantal schuldregelingen op 1 januari 2014 361, per 30 juni 2015 waren dit er nog 263, een afname van ruim 25%, ondanks het feit dat ook de afdeling Schulddienstverlening de gevolgen heeft ondervonden van de (tot voor kort) economische recessie (waardoor meer complexere 17 aanvragen en uiteindelijk meer trajecten). Deze terugloop is (mede) een gevolg van een afspraak met de consulenten van de Schulddienstverlening om de uitslag van Mesis © zwaarder te laten wegen bij de keuze wel of geen regeling op te zetten, ook al is en blijft een dergelijk instrument een hulpmiddel. Die afspraak kon ook 16
Met als gevolg dat pas in april 2013 daadwerkelijk gestart is met de uitvoering van de schulddienstverlening. 17 Meer complex door meer aanvragen van ex ondernemers en klanten met eigen woning. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 36 19-7-2016
gemaakt worden omdat Mesis © in de loop van dat jaar en in 2015 verder verbeterd is, maar ook doordat de consulenten zich meer en meer zijn gaan opstellen als dienstverlener in plaats van als hulpverlener (cultuuromslag). Het aantal stabilisaties (dat voorafgaat aan de schuldregeling) nam in 2014 wel toe van 23 naar 45 maar leidde er dus niet (altijd) toe dat ook meer schuldenaren een schuldregeling kregen. Blijkbaar was de stabilisatie voor veel schuldenaren het maximaal haalbare (mede gelet op hun motivatie en conform de gedachte achter de schulddienstverlening). Overigens lijkt het aantal stabilisaties in 2015 weer te dalen. b. Schuldregeling wordt niet meer structureel ingezet. Als de schuldregeling wordt ingezet, verbetert het resultaat aanzienlijk. Er zijn meer succesvolle afrondingen. De verwachting is dat het slagingspercentage stijgt van 40% naar 60 tot 70%. Of deze schuldregelingen ook succesvoller zijn dan voorheen kan nog niet gezegd worden omdat deze trajecten immers een duur hebben van 36 maanden. In 2013 zijn overigens 87 klanten via Mesis en het oordeel van de consulent toegelaten tot de schulddienstverlening. Door allerlei redenen is de schulddienstverlening van 32 van die klanten in de loop van die 9 maanden beëindigd (36,7%). Voor 2014 zijn die getallen respectievelijk 127 klanten waarvan 25 beëindigd (19,6%). In ieder geval een verbetering. c.
Er wordt door de ISD minder capaciteit ingezet op het regelen van schulden en budgetbeheer maar meer op het versterken van de financiële kracht van de burger. Het preventiebeleid zal daarbij meer vorm hebben gekregen. Er is een Budget Informatiepunt waar lichte adviesgesprekken worden gegeven, aan voorlichting wordt gedaan en doorverwijzingen plaatsvinden. Verwacht wordt dat dit een verschuiving betekent in de werkzaamheden onder gelijkblijvende uitvoeringskosten. Hoe groot die verschuiving zal zijn, uitgedrukt in aantal uren is nu (2012) niet aan te geven. Realisatie Uit het feit dat er vanaf 2014 een afname is te constateren van het aantal schuldregelingen zou de conclusie getrokken kunnen worden dat er een (begin van een) verschuiving heeft plaatsgevonden van de werkzaamheden maar meer richting versterking van de financiële kracht van de burger. Dit zou ook af te leiden zijn uit een toename van het aantal stabilisatie trajecten in 2014 (zie hiervoor). Het aantal schuldenaren in budgetbeheer is echter toegenomen. Dit komt overigens mede vanwege het niet altijd voorhanden zijn van een goede externe budgetbeheerder, waardoor de consulenten budgetbeheer langer dan de afgesproken termijn moesten oppakken ( zie ook hoofdstuk 7). Ook is gebleken dat tot in ieder geval medio 2015 het aan tijd heeft ontbroken om meer in te zetten op het voorkomen van schulden en vroegsignalering.
Een Budget Informatiepunt is niet opgericht, hoewel 18 er wel onderzoek naar is verricht . De preventieactiviteiten in de evaluatieperiode hebben in hoofdzaak betrekking gehad op het geven van budgetcursussen en de uitvoering van het convenant ter voorkoming van huisontruimingen samen met de woningstichtingen en de Ggd (zie hoofdstuk 5). Omdat bij preventie en vroegsignalering samenwerking met derden van belang is, is de afgelopen jaren kennis gemaakt met vele ketenpartners die daartoe zijn uitgenodigd of zich zelf hadden aangemeld. Dit heeft er toe geleid dat de consulenten van de afdeling Schulddienstverlening en de ketenpartners elkaar in het algemeen goed weten te vinden. 18
Door een HBO student in het kader van een afstudeerscriptie
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 37 19-7-2016
d. De ISD voldoet minimaal aan de in de wet neergelegde wachttijden en zoveel mogelijk aan de in de beleidsuitvoering neergelegde doorlooptijden. Wachttijd In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is in artikel 4 geregeld dat de burger die zich bij de gemeente aanmeldt voor schuldhulpverlening binnen 4 weken het eerste gesprek krijgt waarin de hulpvraag wordt vastgesteld (dat is het intakegesprek). In een bedreigende situatie vindt binnen 3 werkdagen het eerste gesprek plaats. Deze in de wet genoemde termijnen zijn overigens termijnen van orde. Dit houdt in dat het recht er geen gevolgen aan verbindt als bedoelde termijnen worden overschreden. In het beleidsplan 2012-2013 is naar aanleiding hiervan het uitgangspunt opgenomen dat in crisissituaties de ISD in principe een wachttijd hanteert van 24 uur en in overige situaties van in principe 4 weken. Realisatie Ondanks de hoge werkdruk bij de afdeling Schulddienstverlening worden (werden) de wachttijden in het algemeen gehaald, mede ook dankzij inzet van collega’s uit andere afdelingen van de ISD (de zogenaamde flexibele schil). Doorlooptijd In de Wgs is geen maximale doorlooptijd opgenomen.
Onder doorlooptijd wordt in het beleidsplan 2012-2013 verstaan: het aantal weken dat verstrijkt tussen het moment waarop de dienstverlening start en het bereiken van een resultaat (het opstarten van schuldregeling, betalingsregeling, een adviesgesprek etc.). De NVVK kent voor het proces van de schuldhulpverlening doorlooptijden, het zogenaamde 120 dagen model (zie hoofdstuk 9). De verwachte doorlooptijden worden per product vooraf doorgegeven aan de schuldenaar. Aangezien maatwerk voorop staat kunnen de te verwachte doorlooptijden per schuldenaar verschillen. Ook hier geldt dat deze doorlooptijden termijnen van orde zijn. Realisatie Het 120 dagen model blijkt in de praktijk niet altijd haalbaar te zijn. Dat is op zich niet zo verwonderlijk. Schulddienstverlening is immers voor het behalen van zijn doorlooptijden afhankelijk van medewerking van de schuldeisers. Bovendien betreft het hier termijnen van orde. Dit in combinatie met het streven van de consulent en de schuldenaar om het minnelijk traject te laten slagen (voorkomen moet immers worden dat de schuldenaar in de WSNP belandt ), maakt dat de consulent soms extra stappen zet. Met de consulenten is in 2014 afgesproken en neergelegd in de uitvoerende beleidsnotitie schulddienstverlening (zie hieronder) dat het 120 dagen model zoveel mogelijk moet worden gevolgd. De ISD is immers lid van de NVVK.
En ook de schuldeisers verwachten dat de ISD zich zoveel mogelijk houdt aan de NVVK richtlijnen.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 38 19-7-2016
e. Er wordt meer samengewerkt met ketenpartners en vrijwilligersorganisaties. Dit wordt vastgelegd in tenminste 4 nieuwe convenanten. Ketenpartners Een belangrijk uitgangspunt van de schulddienstverlening is dat deze integraal is. Er moet niet alleen aandacht zijn voor het oplossen van de financiële problemen van een schuldenaar, maar ook voor eventuele omstandigheden die op enigerlei wijze in verband kunnen worden gebracht met zijn financiële problemen. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om psychosociale problemen, verslaving etc. Ketenpartners, zoals GGD HM, Kwadraad kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, maar ook bijvoorbeeld de woningstichtingen en de budgetbeheer/bewindvoerdersorganisaties. Realisatie Er wordt met verschillende ketenpartners samengewerkt. Indachtig de uitgangspunten van de schulddienstverlening voerde de ISD (in principe) alleen beperkt budgetbeheer uit voor maximaal 12 maanden (langer en meer uitgebreid budgetbeheer neemt immers de verantwoordelijkheid bij de schuldenaar weg). Soms is het echter nodig dat het budgetbeheer langer moet doorlopen daar de schuldenaar nog steeds niet in staat is deze zelf uit te voeren. Tot voor kort werd op dit punt samengewerkt met de SFD. Die samenwerking is beëindigd vanwege een onvoldoend vertrouwen.
Vanwege het ontbreken van goede externe budgetbeheerders heeft dit er ook toe geleid dat de afdeling Schulddienstverlening meer doet aan budgetbeheer dan eigenlijk de bedoeling was (zie hoofdstuk 7). De afgelopen jaren zijn in het kader van het preventief schulddienst beleid, in samenwerking met het ROC, budgetteringscursussen gegeven aan jongeren met een bijstandsuitkering. In 2014 is besloten om, zoals hierboven vermeld, samen met Kwadraad budgetteringscursussen te geven aan alle klanten van de afdeling Schulddienstverlening. Het convenant ter voorkoming van huisontruimingen waarbij wordt samengewerkt met de woningstichtingen en de GGD HM is in 2014 en 2015 geëvalueerd. Door onder meer een veranderend incassobeleid bij de woningstichtingen (de deurwaarder wordt eerder ingeschakeld) lijkt er minder behoefte te zijn aan dit convenant, zoals deze nu nog luidt. Vermoedelijk wordt het convenant aangepast (zie ook noot 10). Voor het overige zijn de bestaande samenwerkingsvormen met de ketenpartners in deze evaluatieperiode zoveel mogelijk gecontinueerd maar niet verder uitgebreid. Wel is, zoals hierboven vermeld, kennis gemaakt met vele potentiële ketenpartners. Vrijwilligers Vrijwilligers kunnen bij de uitvoering van het gemeentelijk beleid gericht op preventie en nazorg een belangrijke rol spelen.
Realisatie In dat kader zijn met Anbo en Humanitas samenwerkingsovereenkomsten afgesloten voor wat betreft het project thuisadministratie. Daarbij zorgt de ingezette vrijwilliger er voor dat de (financiële)
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 39 19-7-2016
administratie van de (potentiële) klant zoveel mogelijk in orde wordt gebracht en vergezelt de vrijwilliger de klant eventueel bij de intake van schulddienstverlening. Daarbij is uitdrukkelijk afgesproken dat de vrijwilligers daarbij geen werkzaamheden doen die liggen op het terrein van de schulddienstverlening van de ISD. Zie ook hoofdstuk 10. f. Door vooraf helder te communiceren met de schuldenaar over zijn aandeel en wat hij/zij kan verwachten van de ISD, blijft het aantal bezwaarschriften en beroepszaken beperkt tot respectievelijk maximaal 8 en 2. Dit ondanks de strengere toelatingseisen en het eerder uitsluiten van schuldenaren die niet meewerken. Realisatie Iedere potentiële klant wordt gescreend door middel van Mesis ©. Hier hoort een uitleg bij aan de klant over de wijze waarop de vragenlijsten dienen te worden ingevuld, de redenen en achtergronden daarvan. Dit is een gebruikelijke werkwijze geworden. De verwachte doorlooptijden worden, zoals hierboven vermeld, standaard van te voren doorgegeven. In 2014 zijn 8 bezwaarschriften ingediend en allen ongegrond verklaard. Er hebben zich 4 beroepsprocedures voorgedaan, allen ongegrond. Er is 1 klacht ingediend. Ook deze is ongegrond verklaard. In 2012 en in 2013 werden 5 bezwaarschriften ingediend. Allen ongegrond. Er is geen beroep aangetekend noch is er een klacht ingediend.
Er is sprake van slechts een kleine groei, ondanks het strengere beleid. Het feit echter dat alles ongegrond is verklaard (ook na beroep) is echter veelzeggender: beleid en wetgeving werden in deze zaken blijkbaar juist toegepast. g. De samenwerking met schuldeisers en deurwaarders zal verbeteren (ten gunste van de· schuldenaar) omdat de resultaten beter zullen worden en de verwachtingen over en weer reëler (maximaal haalbare). Invorderingsmaatregelen door een deurwaarder kunnen het schulddienstverleningsproces behoorlijk verstoren. Realisatie In de praktijk is inmiddels gebleken dat persoonlijk contact met een deurwaarderskantoor helpt in de samenwerking en eerder leidt tot opheffing van de door de deurwaarder gelegde beslagen. Hierin is door de afdeling Schulddienstverlening geïnvesteerd. Daarnaast is gegevensuitwisseling van groot belang tussen de afdeling Schulddienstverlening en een deurwaarderskantoor. Op die manier is een deurwaarder op de hoogte van een traject bij de afdeling Schulddienstverlening en kan hij de invorderingsmaatregelen tijdelijk opschorten (zie hiervoor ook hoofdstuk 5).
Toe-en afname Meer in het algemeen kan opgemerkt worden dat in het jaar 2014 het aantal aanmeldingen voor schulddienstverlening is toegenomen (van 31 naar 45, peildata 1 januari 2014 en 6 januari 2015) maar 19 dat in die periode het aantal schuldenaren in de werkprocessen Is 20 afgenomen van 576 naar 529 (en 522 per 30 juni 2015). Het is niet duidelijk waardoor die afname is veroorzaakt. Mogelijk worden minder burgers tot de schulddienstverlening toegelaten of worden er
19
Werkprocessen: schuldregeling, budgetbeheer, stabilisatie.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 40 19-7-2016
meer beëindigd door toedoen van de schuldenaar. Deze gegevens worden (nog) niet als zodanig geregistreerd in de managementrapportages. In de loop van 2015 is de afdeling Schulddienstverlening namelijk overgegaan op een nieuw automatiseringssysteem, genaamd Allegro als opvolger van Stratech. Allegro biedt meer mogelijkheden tot registratie dan Stratech. In 2015 lijkt het aantal aanmeldingen (voor het eerst) weer af te nemen. Mogelijk speelt het economisch herstel hierin een rol. Dit betekent dat de uitgangspunten van de schulddienstverlening, zoals neergelegd in het beleidsplan 2012, ook voor de komende jaren onverkort van toepassing kunnen blijven. Wel geldt daarbij dat zowel in het screeninginstrument als ook in de consulenten ook de komende jaren blijvend geïnvesteerd moet worden en dat er meer aandacht moet komen voor preventie en vroegsignalering.
20
Hier zitten dubbeltellingen bij; schuldenaren kunnen bijvoorbeeld naast budgetbeheer ook tegelijkertijd in een schuldregeling zitten, Overigens landelijk steeg het aantal klanten bij de schuldhulpverlening met 2 %, 2014 t.o.v. 2013 (bron NVVK). H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 41 19-7-2016
Bijlage2 Beleidsregels toelating schulddienstverlening.
Schuldsituaties zijn in de eerste plaats een geschil tussen schuldenaar en schuldeiser. Niettemin kan de ISD aan de aanvrager schulddiensten aanbieden indien de ISD dit noodzakelijk acht. ”Kan” want op grond van de wet bestaat niet van rechtswege een recht op schulddienstverlening. Een eventueel recht ontstaat pas nadat het dagelijks bestuur de beslissing heeft genomen tot aanbod van schulddienstverlening. Tegen deze beslissing is sinds 1 juli 2012 (administratief) bezwaar en beroep mogelijk. Gelet hierop is het nodig om voor de toelating tot de schulddienstverlening beleidsregels te formuleren. Deze beleidsregels zijn in de loop van 2012 in werking getreden en nadien nog aangevuld en luiden als volgt: Hernieuwde aanvraag Een hernieuwde aanvraag wordt afgewezen met uitzondering van het product informatie, advies en doorverwijzing indien: a. minder dan 6 maanden voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag is ingediend een aanvraag tot schulddienstverlening is ingetrokken; b. minder dan 24 maanden voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag is ingediend door belanghebbende een stabilisatietraject verwijtbaar is beëindigd c. indien minder dan 36 maanden voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag is ingediend door aanvrager een traject schuldregeling succesvol is doorlopen (minnelijk en wettelijk); d.
indien minder dan 60 maanden voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag is ingediend een traject schuldregeling tussentijds verwijtbaar is beëindigd (minnelijk en wettelijk). Hierbij past overigens wel de opmerking dat deze beleidsregels de ISD als uitvoerder niet ontslaat van de verplichting om daar waar een onevenredige situatie ontstaat ten nadele van de aanvrager af te wijken van deze beleidsregels (hardheidsclausule). Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een dreigende huisuitzetting van een gezin met jonge kinderen (zie ook het crisisprotocol, vastgesteld door het dagelijks bestuur van de ISD). Ook de maatschappelijke kosten spelen bij de afwegingen een rol. In uitvoerende beleidsregels is inmiddels opgenomen dat ook de mate van verwijtbaarheid, naast de ernst van het feit en de omstandigheden van de aanvrager factoren zijn die moeten worden meegewogen of de uitsluiting van een zekere duur niet disproportioneel moet worden geacht. Beëindigingsgronden Het feit dat de uitvoering van de schulddienstverlening gebracht is onder het administratieve recht heeft het noodzakelijk gemaakt om ook de beëindigingsgronden zoveel mogelijk in beleidsregels neer te leggen. Deels volgen zij uit de wet, voor een ander deel uit de gekantelde werkwijze. De ISD kan besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien: a.
de schuldenaar als zelfstandige is gaan werken of er niet mee is gestopt; b. er sprake is van een zogenaamd adresloze (artikel 40 Participatiewet); c. het schulddiensttraject succesvol is afgerond dan wel door uitspraak van de rechtbank inzake toelating dan wel afwijzing WSNP
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 42 19-7-2016
d. de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken ter delging van zijn schulden; e. op grond van –zo later is gebleken- onjuiste gegevens schulddienstverlening aan de schuldenaar is toegekend, terwijl, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij de ISD, een andere beslissing zou zijn genomen; f. de schuldenaar zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddiensttraject, misdraagt; g. de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; h. de geboden dienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar niet (langer) passend is. Daarnaast geldt uiteraard dat de schuldenaar zich houdt aan de (overige)verplichtingen zoals neergelegd in de beschikking, de schuldregelingsovereenkomst of plan van aanpak. Daarbij zal niet eerder tot beëindiging worden overgegaan dan nadat belanghebbende een redelijke hersteltermijn is geboden om alsnog aan die verplichtingen te voldoen. Als schuldeisers weigeren mee te werken dan geldt deze hersteltermijn niet. Omwille van de zorgvuldigheid en rechtszekerheid spreekt het dat de ISD de schuldenaar van te voren op de hoogte stelt van deze en de andere beleidsregels en deze beleidsregels onderdeel laat zijn van het aanbod tot schulddienstverlening aan hem.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 43 19-7-2016
Bijlage3 Zelfstandige met schulden die zijn bedrijf niet kan beëindigen Vraag Hoe (in de toekomst) eventueel om te gaan met de zelfstandige met schulden die zijn bedrijf wil beëindigen maar daartoe financieel niet in staat is. Laten wij die zelfstandige alsnog toe tot de schulddienstverlening of zijn er eventueel andere mogelijkheden. Op dit moment valt die zelfstandige tussen wal en schip om reden dat hij (in dit specifieke geval) geen recht heeft op Bbz, noch recht heeft op een schuldregeling in het kader van de schulddienstverlening Eventuele oplossingen Er dient zich een aantal mogelijke oplossingen aan: A.
Beleidswijziging: schulddienstverlening openstellen voor zelfstandigen of beëindigende zelfstandigen.
Het is mogelijk om schulddienstverlening (en dan met name het regelen van problematische schulden) open te stellen voor alle zelfstandigen of beëindigende zelfstandigen. Echter deze beleidswijziging zou met zich meebrengen a. een aanzienlijke toename van het aantal schulddienstaanvragen en b. scholing van de consulenten omdat de benodigde kennis hiervoor ontbreekt, c.q. fte. uitbreiding met ter zake deskundigen. Omdat dit een flink aantal extra fte vraagt, ligt een keuze voor deze optie niet voor de hand. B.
De ISD “betaalt”/regelt een boekhouder/belastingadviseur.
Kern van het probleem is dat de beëindigende zelfstandige niet in staat is zijn boekhouder/belastingadviseur te betalen. Gelet op het belang hiervan dienen zich verschillende mogelijkheden aan: a. De ISD neemt een boekhouder/belastingadviseur in dienst of schoolt een consulent schulddienstverlening zodanig dat hij/zij ondernemingen fiscaal en boekhoudkundig kan beëindigen b. De ISD zoekt naar ketensamenwerking/vrijwilligers die het onder a. gestelde kunnen uitvoeren c. De ISD “huurt” een boekhouder/belastingadviseur in/ of betaalt de boekhouder van de zelfstandige Ad a. “Het in dienst nemen van” komt neer op fte uitbereiding, ook als deze komt uit de eigen organisatie. Immers zijn of haar plek dient te worden vervangen. Op dit punt heeft fte uitbreiding geen voorkeur. Ad b Deze optie past bij ons beleid dat streeft naar ketensamenwerking. Ad c Voor zover optie b. niet van toepassing is lijkt optie c. de oplossing. Actie Optie b zal worden onderzocht. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 44 19-7-2016
Daarnaast moet gekeken worden naar de wijze waarop een ander gefinancierd wordt (reintegratiebudget/bijzondere bijstand), wie het uitvoert (afdeling Schulddienstverlening of afdeling Bbz) en de eventuele gevolgen voor de afdeling Schulddienstverlening daar het klantenbestand zal groeien Over dit laatste kan alvast het volgende worden opgemerkt. Het bedienen van bedoelde doelgroep zal een extra groei betekenen van het aantal klanten schulddienstverlening. Geschat wordt dat deze groei ongeveer 30- 50 klanten op jaarbasis zou betreffen. Deze klanten nemen verschillende diensten af. Ervan uitgaande dat alle 30-50 klanten vervolgens in aanmerking zouden komen voor 21 stabilisatie/schuldregeling dan zou hiervoor tenminste 0.6 extra fte nodig zijn aan consulent.
21
1 fte= 49 klanten voor schulddienstverlening, bron Berenschot.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 45 19-7-2016
Bijlage4 Aantal benodigde fte bij uitbreiding budgetbeheer. Extra werkzaamheden bij het zelf uitvoeren van extern budgetbeheer Voor budgetbeheer staat 19.16 uur per klant 22 150 klanten * 19.16 uur = 2874 uur 2874 uur komt overeen met 2.0 fte (1 fte = 1400 uur). Feitelijk is meer nodig omdat een aantal klanten langer dan een jaar budgetbeheer zal ontvangen. Dit meerdere kan gehaald worden uit de besparing op de bijzondere bijstand (immers geen kosten aanvragen bijzondere bijstand budgetbeheer meer): 23 150 * 3 uur = 450 uur. Dit komt overeen met 0.3 tot 0.4 fte besparing Een andere besparing kan gevonden worden in het feit dat de consulenten/medewerkers geen (vaak dagelijks) overleg meer behoeven te voeren met externe budgetbeheerders.
22 23
Normtijd uit de handreiking integrale schuldhulpverlening Stimulansz bij volledig budgetbeheer. Normtijd aanvraag bijzondere bijstand budgetbeheer.
H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 46 19-7-2016