CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020

Gemeenteraadsvergadering 16 maart 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Verordening beslistermijn ISD Bollenstreek, verlenging Beleidsplan schulddienstverlening 2016-202016.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BELEIDSPLAN schulddienstverlening ISD Bollenstreek 2016-2020 “Op weg naar financiële zelfredzaamheid”

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 1 19-7-2016

Inleiding Voor u ligt het beleidsplan schulddienstverlening ISD Bollenstreek 2016-2020, “op weg naar financiële zelfredzaamheid”. Dit beleidsplan is voorgeschreven op grond van artikel 2 van de “Wet gemeentelijke schuldhulpverlening”. De gemeenteraad moet telkens voor een termijn van vier jaar een plan opstellen. Hiermee wordt bereikt dat de gemeenteraad richting geeft aan de schuldhulpverlening aan inwoners van haar gemeente. Jaarlijks zal (het dagelijks bestuur van) de ISD in het programmaverslag verantwoording afleggen over de uitvoering van dit door de ISD gemeenteraden vastgestelde beleidsplan. De bespreking van dit verslag kan voor de gemeenteraden aanleiding zijn om het beleid en de uitvoering van de schuldhulp(dienst)verlening bij te stellen. Het betreft hier, zoals vermeld, een richtinggevend beleidsplan. Het geeft (voor de gemeenteraden) de kaders weer waarbinnen schulddienstverlening de komende jaren door het dagelijks bestuur wordt uitgeoefend. De notitie bevat ook een enkel voorstel dat betrekking heeft op typisch uitvoerend en tactisch beleid, en wellicht minder passend in een strategische beleidsnotitie als deze.

Niettemin is dit opgenomen om redenen dat aan dit voorstel (niet te veronachtzamen) financiële consequenties zijn verbonden en afwijkend is van eerder afgesproken beleid te weten: een uitbreiding van het budgetbeheer met fte gevolgen, Tevens wordt voorgesteld te onderzoeken of de invoering van een eigen bijdrage bij schuldregelingen zinvol is. Het beleidsplan is omwille van de leesbaarheid verder zo vorm gegeven dat daar waar behoefte kan zijn aan meer achtergrondinformatie deze terug te vinden zijn in de bijlagen van deze notitie. Dit beleidsplan is de opvolger van het beleidsplan ISD Bollenstreek 2012-2013 ”Van schuldhulpverlening Naar schulddienstverlening”, dat nadien verlengd is tot 1 juli 2016 (hierna; beleidsplan 2012). Overigens vormt het beleidsplan niet het enige kader waarbinnen de schulddienstverlening zich afspeelt. Naast landelijke wet-en regelgeving (zoals de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Algemene wet bestuursrecht) zijn de meer tactische en uitvoerende beleidsregels opgenomen in de Uitvoerende beleidsnotitie schulddienstverlening (sinds kort genaamd: Handboek schulddienstverlening), speciaal bestemd voor de uitvoerders van de schulddienstverlening van de ISD en de meer tactische beleidsregels in het (gepubliceerde) besluit Beleidsregels schulddienstverlening ISD Bollenstreek en vast te stellen door het dagelijks bestuur.

Dat besluit is met name gericht op de burger die op deze manier op een eenvoudige wijze kennis kan nemen van de toelatings-en uitsluitingsgronden voor de schulddienstverlening, het aanbod, de werkwijze en wat de burger mag verwachten. Tenslotte nog dit: op dit beleidsplan is geen inspraak gegeven aan ketenpartners. De belangrijkste reden hiervoor is dat hetgeen de ISD aan schulddienst)verlening te bieden heeft in de kern anders is en ook veel intensiever dan wat de ketenpartners kunnen bieden, namelijk het regelen of stabiliseren van problematische schulden, voor een relatief kleine ”bijzondere”groep van burgers

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 2 19-7-2016

1

van rond 250 personen. Deze kernactiviteiten lenen zich niet of minder voor inspraak (vooraf), als hierboven bedoeld. Dit neemt overigens niet weg dat rondom deze activiteiten zoveel mogelijk gezocht moet worden naar samenwerking met ketenpartners op die gebieden die ermee nauw samenhangen, zoals het voorkomen van schulden en de nazorg. Ook kunnen ketenpartners een (belangrijke) rol spelen bij het ontwikkelen van vaardigheden bij klanten en gedragsverandering. 2 Hiervoor is niet zozeer inspraak nodig als wel samenwerkingsafspraken. Hier komt bij dat onze ketenpartners op de hoogte zijn van (en worden gehouden over) de ontwikkelingen bij de ISD voor wat betreft de schulddienstverlening. Eerder al heeft de ISD op 27 november 2012 een (grote) conferentie georganiseerd waarbij alle 3 ketenpartners waren uitgenodigd. Thema van die conferentie was de noodzaak tot een nieuwe aanpak van de schuldhulpverlening en het belang van de samenwerking met ketenpartners. Door allen werd die nieuwe aanpak (de in het beleidsplan 2012 beschreven kanteling en het werken met klantprofielen) omarmd. Leeswijzer Hoofdstuk 1 geeft een overzicht van de voornemens (en voorstellen) voor de komende periode. Hoofdstuk 2.geeft de conclusie weer van de evaluatie van het beleidsplan 2012. Hoofdstuk 3 benoemt de uitgangspunten van de schulddienstverlening voor de komende jaren.

Deze uitgangspunten worden in de hoofstukken 4 tot en met 10 verder toegelicht. Tevens worden er enkele voorstellen gedaan. In hoofdstuk 11 tenslotte worden de gewenste resultaten van de schulddienstverlening weergegeven. Aan het beleidsplan is ter kennisname en ter informatie een viertal bijlagen toegevoegd. Bijlage 1 geeft de ontwikkelingen weer van de schuldhulp(dienst)verlening bij de ISD vanaf 2004 tot heden, alsmede de evaluatie van het beleidsplan 2012. Bijlage 2 gaat verder in op de beleidsregels betreffende de toelating tot de schulddienstverlening. Bijlage 3 vraagt zich af hoe in de toekomst om te gaan met een bepaalde categorie van zelfstandigen met schulden. Bijlage 4 tenslotte becijfert het aantal benodigde fte bij uitbreiding budgetbeheer.

1

Een kleine groep omdat volgens landelijke cijfers 1 op de 5 huishoudens kampt met schulden. Voor de ISD regio betekent dit ongeveer 8000 huishoudens. Op die veel grotere groep richten zich de ketenpartners (dit geldt uiteraard niet voor deurwaarders), al dan niet in samenwerking met de ISD. 2

Teneinde tot die samenwerkingsafspraken te komen zal in de loop van 2016 een bijeenkomst worden georganiseerd met de ketenpartners met dit beleidsplan als onderwerp. 3 Sprekers waren o.a Joke de Kock, voorzitter van de NVVK en dr.Nadja Jungmann, lector Hoge School Utrecht, en een van de ontwikkelaars van het door de ISD gebruikte screeningsinstrument. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 3 19-7-2016

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9

Hoofdstuk 10

Hoofdstuk 11

De besluiten samengevat. Evaluatie beleidsplan 2012. Schulddienstverlening 2016-2020 en zijn uitgangspunten. Uitgangspunt 1: schuldsituaties zijn in de eerste plaats een geschil tussen schuldenaar en schuldeiser. Uitgangspunt 2: voorkomen is beter dan genezen. 1. Algemeen 2. Stappen voor preventieontwikkeling Uitgangspunt 3: toelating tot de schulddienstverlening vindt plaats aan de hand van beleidsregels. Het gebruik van de schulddienstverlening is niet ongelimiteerd. 1. Het verlenen van een schulddienst is een bevoegdheid 2. Voorliggende voorziening 3. Maximaal haalbare 4. Weigerings-beëindigingsgronden 5. Doelgroepen schulddienstverlening Uitgangspunt 4: de ISD stelt zich na toelating op als (activerende) dienstverlener, en slechts in uitzonderingsgevallen als hulpverlener. 1. Activerende dienstverlening 2. Onderzoek naar het invoeren van de eigen bijdrage bij schuldregelingen 3. Eigen bijdrage bij budgetbeheer? 4. Voorstel tot uitbreiding van het budgetbeheer Uitgangspunt 5: de schulddienstverlening is integraal, en gaat uit van gestandaardiseerd maatwerk. Ook streeft zij kwaliteit na. Uitgangspunt 6: bij de schulddienstverlening gelden bepaalde maximale wachttijden. Aan de schuldenaar wordt vooraf inzicht verschaft in de te verwachten doorlooptijden. 1. Wachttijden 2. Crisis(protocol) 3. Convenant 4. Niet crisis situaties 5.

Doorlooptijden Uitgangspunt 7: Er wordt zoveel mogelijk samengewerkt in de keten en met vrijwilligers. De regierol ligt bij de ISD. 1. Ketenpartners/ISD gemeenten 2. Vrijwilligers 3. Samenwerkingsovereenkomsten Resultaten van de schulddienstverlening.

Bijlage1 Ontwikkelingen schuldhulpverlening ISD Bollenstreek 2004 tot 1 januari 2016. Evaluatie 2015 1. Periode 2004 tot 1 juli 2012 2. Periode vanaf 1 juli 2012 tot 1 januari 2016 Bijlage2 Beleidsregels toelating schulddienstverlening. Bijlage3 Zelfstandige met schulden die zijn bedrijf niet kan beëindigen. Bijlage4 Aantal benodigde fte bij uitbreiding budgetbeheer.

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 4 19-7-2016

H O OF D S T U K 1 De besluiten samengevat.

Besluit (1) De gekantelde werkwijze wordt voorgezet met inachtneming van de eerder gekozen uitgangspunten (zie hoofdstuk 3) en waar nodig versterkt. Hoofdstuk 2 Besluit (2) De komende jaren wordt meer aan preventie gedaan waarbij bepaalde keuzen leidend zijn. Speerpunt is de start van een Budget informatiepunt (gecombineerd met een Zelfstandigenloket), begin 2016. Maar ook de samenwerking met ketenpartners waaronder die met de ISD gemeenten wordt verder versterkt. Hoofdstuk 5 Besluit ( 3) De huidige beleidsregels voor toelating worden zoveel mogelijk gecontinueerd. Het rapport van de Nationale ombudsman over de gemeentelijke schuldhulpverlening dat in het voorjaar van 2016 zal verschijnen wordt hierbij nog meegewogen. Hoofdstuk 6 Besluit (4) In de loop van 2016 zal een onderzoek worden gestart naar het toelaten van een bepaalde groep (beëindigende) zelfstandigen tot de schulddienstverlening. Dit kan fte gevolgen hebben voor de afdeling Schulddienstverlening . Hoofdstuk 6 Besluit (5) Op korte termijn wordt onderzocht om al dan niet een eigen bijdrage in te voeren bij schuldregelingen. Tevens zal t.z.t. worden onderzocht of het zinvol is een eigen bijdrage op te leggen bij budgetbeheer. Hoofdstuk 7 Besluit (6) Voorgesteld wordt het budgetbeheer uit te breiden. Deze uitbreiding heeft betrekking op de duur ervan als ook op de inhoud en de doelgroep.

Alleen die schuldenaren komen in aanmerking voor budgetbeheer die al in het schulddiensttraject zitten of anders in aanmerking waren gekomen voor bijzondere bijstand voor de kosten van extern budgetbeheer. Dit voorstel heeft fte gevolgen. Het betekent 2.0 fte extra bij de afdeling Schulddienstverlening ( 1 medewerker en 1 consulent). Tevens zal t.z.t. worden onderzocht of het zinvol is een eigen bijdrage op te leggen bij budgetbeheer. Er wordt vanaf 2016 meer ingezet op budgetcoaching. Hoofdstuk 7 Besluit (7) De werkwijze van gestandaardiseerd maatwerk (methodisch werken) wordt voortgezet en zo nodig versterkt. Daar waar consulenten (gemotiveerd) afwijken van Mesis © wordt dit geregistreerd en achteraf via kwaliteitscontrole (Kic) getoetst alsmede de gevolgen daarvan. Doel hiervan is om in het bijzondere geval normen te ontwikkelen op grond waarvan van Mesis © kan worden afgeweken. Het streven is dat consulenten in niet meer dan 15 % van de gevallen afwijken van het profiel van Mesis ©. Hoofdstuk 8 Besluit (8) Er worden instrumenten ingezet om de cultuuromslag te borgen. Hoofdstuk 8

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 5 19-7-2016

Besluit (9) De wachttijd van 4 weken wordt gehaald en de werkprocessen zijn zo ingericht dat daarmee de doorlooptijden goed ingeschat kunnen worden. Hoofdstuk 9 Besluit (10) De samenwerking met schuldeisers, deurwaarders, ketenpartners en vrijwilligers wordt gecontinueerd en uitgebreid en waar nodig in samenwerkingsafspraken (convenanten) vastgelegd. Er wordt naar meer samenwerking gezocht met de ISD gemeenten. Hoofdstukken 10 en 2

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 6 19-7-2016

HOOFDSTUK 2 Evaluatie beleidsplan 2012

In bijlage 1 van deze notitie is een overzicht gegeven van de ontwikkelingen op het terrein van de schulddienstverlening bij de ISD vanaf 2004 tot 1 januari 2016. Daarbij is tevens gewezen op in 2015 gehouden en in die bijlage opgenomen evaluatie van het beleidsplan 2012 dat richting heeft gegeven aan de kanteling van schuldhulp- naar schulddienstverlening. De conclusie van die evaluatie luidt als volgt. Er zijn geen redenen om “terug te kantelen” van schulddienst –naar schuldhulpverlening. De ISD lijkt voor wat betreft de gekantelde werkwijze, zoals die is ingezet vanaf 1 juli 2012 (maar feitelijk vanaf april 2013), op de goede weg maar er moeten nog stappen gezet worden. Zo kan met name meer ingezet worden op preventie en samenwerking met ketenpartners en ISD gemeenten, is het van belang om de cultuuromslag te bewaken en behoeft het beleid op enkele punten aanpassing. Bovenstaande conclusie brengt aldus met zich mee dat ook in dit beleidsplan ingezet wordt op schulddienstverlening met alle uitgangspunten vandien. In de hiernavolgende hoofdstukken zullen die uitgangspunten opgesomd worden en nader uitgewerkt. Besluit (1) De gekantelde werkwijze wordt voorgezet met inachtneming van de eerder gekozen uitgangspunten (zie hoofdstuk 3) en waar nodig versterkt.

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 7 19-7-2016

HOOFDSTUK 3 Schulddienstverlening 2016-2020 en zijn uitgangspunten.

De schulddienstverlening wordt ook de komende jaren gekenmerkt door een aantal uitgangspunten. Deze zijn: Schuldsituaties zijn in de eerste plaats een geschil tussen schuldenaar en schuldeiser. Voorkomen is beter dan genezen. Toelating tot de schulddienstverlening geschiedt aan de hand van beleidsregels. Het gebruik ervan is niet ongelimiteerd. De ISD stelt zich na toelating op als (activerende) dienstverlener en slechts in uitzonderingsgevallen als hulpverlener. De schulddienstverlening is integraal en gaat uit van gestandaardiseerd maatwerk. Ook streeft zij kwaliteit na. Bij de schulddienstverlening gelden bepaalde maximale wachttijden. Aan de schuldenaar wordt vooraf inzicht verschaft in de te verwachten doorlooptijden. Er wordt zoveel mogelijk samengewerkt in de keten en met vrijwilligers. De regierol ligt bij de ISD. In de volgende hoofdstukken worden deze uitgangspunten verder toegelicht en worden er op onderdelen voorstellen gedaan.

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 8 19-7-2016

H O OF D S T U K 4 Uitgangspunt 1: schuldsituaties zijn in de eerste plaats een geschil tussen schuldenaar en schuldeiser.

Een schuldsituatie is in de eerste plaats een probleem tussen een schuldenaar en een schuldeiser. De schuldenaar en de schuldeiser moeten dit probleem vooral zelf onderling oplossen. Alleen in specifieke situaties ziet de ISD een actieve rol voor zichzelf weggelegd. Zie daarvoor ook hierna onder hoofdstuk 6.

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 9 19-7-2016

H O OF D S T U K 5 Uitgangspunt 2: voorkomen is beter dan genezen.

1. Algemeen Net als voor vele beleidsterreinen geldt ook voor de schuldenproblematiek dat het voorkomen van schulden of vroegtijdig signaleren van groot belang kan zijn. Financiële problemen leiden immers vaak tot geringere participatie en tot maatschappelijke kosten (schooluitval, huisontruimingen etc.). Er is nog een argument om in te zetten op schuldpreventie. Eenmaal ontstaan, valt het niet altijd mee om een schuldsituatie op te lossen. Niet alle schulden komen voor een schuldregeling in aanmerking. En niet alle schuldenaren zijn in staat om zich te houden aan de strenge eisen waaraan zij moeten voldoen. Ook de wet legt vast dat schuldpreventie en nazorg onderdeel uitmaken van schuldhulpverlening. Bovendien is de ISD lid van de NVVK. De NVVK onderschrijft het belang van een goed preventiebeleid. Maar… Hoewel het belang van preventie en vroegsignalering wordt onderkend heeft de afdeling Schulddienstverlening tot voor kort te maken gehad met een onvoldoend aantal fte om naast hetgeen wat al gedaan wordt, maximaal te kunnen inzetten op preventie. In de loop van 2015 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden met 0.8 fte. Naast het streven om zo efficiënt mogelijk te werken biedt ook dit kansen om daadwerkelijk meer in te (gaan) zetten op preventie. De activiteiten van de ISD zijn grofweg in te delen in: preventie, curatie en nazorg.

Inzet Preventie Onder meer voorlichting, budgetvaardigheden, aanleren en vroegsignalering

Doelgroep Alle inwoners

Curatie Stabiel maken of oplossen schuldsituaties met behulp van schuldregeling

Schuldenaren die om een dienst vragen of worden aangemeld

Nazorg Inzet om na afloop van een schuldregeling of andere ondersteuning recidive te voorkomen

(Ex)schuldenaren bij wie na afronding ondersteuning het risico van recidive bestaat

Bij de ISD ligt, zo is uit de evaluatie gebleken, dus de nadruk vooral op curatie oftewel: stabiliseren of oplossen van (problematische) schulden via een schuldregeling, minder op preventie en nazorg Besluit (2) De komende jaren wordt meer aan preventie gedaan waarbij bepaalde keuzen leidend zijn. Speerpunt is de start van een Budget informatiepunt (eventueel gecombineerd met een Zelfstandigenloket), begin 2016. Maar ook de samenwerking met ketenpartners waaronder die met de ISD gemeenten wordt verder versterkt.

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 10 19-7-2016

2. Stappen voor preventieontwikkeling Gelet op het belang van preventie is het zaak dat preventie een meer prominente en effectievere rol krijgt bij de uitvoering van de schulddienstverlening door de ISD. Daartoe dient een aantal stappen genomen te worden die van belang zijn voor het doorontwikkelen van het door de ISD te voeren preventiebeleid. In het hiernavolgende worden achtereenvolgens de volgende stappen besproken:

Wat wil de ISD met preventie? De ISD wil dat door haar preventieactiviteiten het gedrag van mensen zo wordt beïnvloed dat zij problematische schulden vermijden. Zoals ook in bijlage 1 is aangegeven kent de ISD in hoofdzaak een tweetal (indirecte) preventie activiteiten: het geven van budgetcursussen en de uitvoering van het convenant met de Woningstichtingen en de GGD ter voorkoming van huisontruimingen. Het betreft hier op zichzelf staande activiteiten, die betrekking hebben op mensen die al (problematische) schulden hebben. Aan andere vormen van preventie, die zich richt op iedereen, wordt en werd daarnaast nog het volgende gedaan: -artikelen in de krant over hoe je kunt rondkomen, -bijeenkomsten over “uitkomen met inkomen” samen met (ISD) gemeenten, -links op de website van de ISD naar andere in schuldhulpverlening gespecialiseerde websites zoals www.zelfjeschuldregelen.nl en het Nibud. Dit zou op de website van de ISD overigens nog kunnen worden uitgebreid met tips en budgetadviezen ter voorkoming van schulden. Aanbrengen van structuur Kenmerkend voor een effectief schuldpreventieprogramma is dat zij voorziet in alle vormen van preventie activiteiten. Deze structuur komt hierop neer dat het preventiebeleid wordt ingedeeld naar de omvang van het bereik van de doelgroepen en deels ook naar risico. Er worden 4 categorieën van doelgroepen onderscheiden.

Dit betreft achtereenvolgens de categorieën: Iedereen Mensen met een verhoogd risico op financiële problemen Mensen met lichte financiële problemen of enige schulden Mensen in een problematische schuldensituatie. Wat zijn de strategische keuzen hierbij Zoals boven vermeld heeft bij de afdeling Schulddienstverlening de formatie ruimte ontbroken om voluit in te zetten op preventie. Door met name genoemde fte uitbreiding zijn er meer mogelijkheden. Teneinde zoveel mogelijk fte te kunnen inzetten is het van belang dat er door de afdeling Schulddienstverlening -zo efficiënt mogelijk wordt gewerkt en -met gecontroleerde inzet.

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 11 19-7-2016

Zo efficiënt mogelijk Alle werkprocessen zijn inmiddels in het Handboek schulddienstverlening uitgeschreven. Voortdurend wordt bekeken of werkprocessen nog sneller (anders) afgewikkeld kunnen worden met tenminste hetzelfde resultaat. Het nog op te richten Budget informatiepunt kan hierbij een rol gaan spelen (zie hierna). Actie Deze weg willen wij ook de komende jaren blijven bewandelen en waar nodig zullen wij direct verbeteringen aanbrengen (te denken hierbij valt bijvoorbeeld ook aan verdergaande digitalisering, opdelen van werkprocessen en functies). Gecontroleerde inzet Daarbij wil de ISD zich in haar preventiebeleid bij voorkeur niet alleen richten op mensen met enkele schulden of in een problematische schuldensituatie maar in feite tot alle burgers. Dit geeft het meeste resultaat. Dit is echter vooralsnog niet haalbaar gebleken. En zolang dit het geval is zal de ISD kiezen voor een meer gecontroleerde inzet. Dit houdt in dat bewust gekozen wordt welke activiteiten je nog gaat inzetten om al je burgers te 4 bereiken of bepaalde groepen . Actie De ISD zal zich in de komende jaren bij haar (gerichte) preventieactiviteiten vooralsnog en bij voorkeur richten op die mensen die het risico lopen in een problematische schuldsituatie te geraken, zijnde minima, jongeren en gezinnen met kinderen.

Langdurige programma’s voorop Schuldpreventie draait vooral om gedragsverandering en dat is een activiteit van de lange adem. Zo levert het meer op om een aantal jaren te kiezen voor activiteiten gericht op een bepaalde groep dan om elk jaar een andere groep te bedienen. Een eenmalige les budgetteren is veel minder effectief dan een structureel programma met meerdere leermomenten. Samenwerking met derden Een belangrijk uitgangspunt van de schulddienstverlening is dat deze integraal is. Er moet niet alleen aandacht zijn voor het oplossen van de financiële problemen van een schuldenaar maar ook voor eventuele omstandigheden die op enigerlei wijze in verband kunnen worden gebracht met zijn financiële problemen. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om psychosociale problemen, verslaving etc. Ketenpartners, zoals GGD HM, Kwadraad kunnen hierbij een belangrijke rol spelen maar ook bijvoorbeeld de woningstichtingen en de budgetbeheer/bewindvoerdersorganisaties.

4

Bij de ontwikkeling van dit beleid kan gebruik worden gemaakt van de schuldpreventiewijzer. Een online database en praktisch stappenplan dat professionals handvatten biedt bij het (door)ontwikkelen of opzetten van schuldpreventie. De SchuldPreventiewijzer is een initiatief van Wijzer in geldzaken, het ministerie van SZW, MOgroep W&MD/LOSR, Divosa, NVVK, Nibud en de VNG. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 12 19-7-2016

In het kader van de intentieverklaring armoedebestrijding van 25 november 2008 wordt al (van globaal tot soms intensief) samengewerkt met verschillende maatschappelijke organisaties (waaronder Algemeen maatschappelijk werk, GGD en woningstichtingen). Later zijn daar bijgekomen ondermeer Humanitas en de ANBO (project thuisadministratie). Op meer strategisch niveau is de afgelopen jaren kennis gemaakt met vele potentiële ketenpartners. Dit heeft geleid tot een sociale kaart van ketenpartners, van belang voor de uitvoering. Maar die samenwerking kan intensiever en met mogelijk meer partijen (waaronder de ISD gemeenten). Acties Op die (verdergaande) samenwerking wordt vanaf 2016 ingezet. Samengewerkt wordt alleen met gekwalificeerde partijen. Die samenwerking zal in ieder geval betrekking hebben op -financiële voorlichting, -vroegsignalering, convenanten en budgetcursussen en -nazorg. Financiële voorlichting Voor zover die samenwerking zich richt op jongeren kende de ISD al het zogenaamde JA project. Aan jongeren (tot 27 jaar) met een bijstandsuitkering wordt al in het kader van het Actie plan jeugdwerkloosheid in samenwerking met de gemeente Leiden budgetcursussen gegeven. Dit project is per 1 januari 2016 beëindigd. Op moment van schrijven wordt overwogen om dit project samen met de gemeente Leiden en andere randgemeenten, waaronder Katwijk, voort te zetten.

Actie Van belang is ook dat op scholen al financiële voorlichting wordt gegeven. Nagegaan zal worden of het Algemeen maatschappelijk werk hier een rol kan gaan spelen of al speelt. Er zijn op dit punt in den lande allerlei lespakketten ontwikkeld die scholen eventueel kunnen opvragen. De ISD ziet graag dat aan omgaan met geld in het onderwijs tijd wordt besteed. Kinderen die al jong zelf leren kiezen waar zij hun geld uitgeven, blijken minder vaak in financiële problemen te komen. Ook is, zoals vermeld, in onderzoek in hoeverre het JA project in samenwerking met de gemeente en Leiden kan worden voortgezet. Het ziet er naar uit dat die mogelijkheid bestaat. Vroegsignalering, convenanten, budgetcursussen Voor zover die samenwerking zich richt op personen met (dreigende) problematische schulden is ook samenwerking met schuldeisers van belang. Gedacht kan worden aan betalingsachterstanden of schulden aan: -woningstichtingen -elektra-en gasleveranciers -waterleveranciers en -zorgverzekeraars. Deze 4 soorten schulden worden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gezien als bedreigende schulden. De NVVK heeft een aantal convenanten gesloten met landelijk opererende schuldeisers over vroegsignalering. De ISD is door haar lidmaatschap van de NVVK automatisch hierbij aangesloten. Convenanten voorkomen escalatie en werken kostenbesparend.

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 13 19-7-2016

Actie Zoals vermeld heeft de ISD een convenant afgesloten met de woningstichtingen en de GGD ter 5 voorkoming van huisontruimingen. Een andere optie tot vroegsignalering is de inschakeling van werkgevers. Werkgevers worden geconfronteerd met werknemers die in financiële problemen zitten bijvoorbeeld door beslagleggingen op het salaris. Dit kan gevolgen hebben voor de productiviteit van de betrokken werknemer. Dan zou het goed zijn dat de werkgever op de hoogte is van het bestaan van de afdeling Schulddienstverlening en zijn werknemer er naar kan verwijzen. Het nog op te richten subregionale Servicepunt Werk kan hier straks een rol in gaan spelen. Invorderingsmaatregelen door een deurwaarder kunnen het schulddienstverleningsproces behoorlijk verstoren. Dit is reden voor de NVVK om afspraken met deurwaarders te maken georganiseerd in de KBvG. Kern van de afspraken is het uitwisselen van gegevens tussen de KBvG en individuele NVVK leden. Doel van de gegevensuitwisseling is er voor zorgen dat de deurwaarder op de hoogte is van een traject bij de afdeling Schulddienstverlening. Dan kan de deurwaarder de invorderingsmaatregelen tijdelijk opschorten, zodat het eenvoudiger wordt een minnelijke regeling op te zetten.

Teneinde tot deze gegevens uitwisseling te kunnen komen dient er een aantal zaken geregeld te worden, zoals een onderzoek naar de technische mogelijkheden en het opnemen van de gegevensuitwisseling in beleid en werkprocessen. Op moment van dit schrijven zijn deze zaken inmiddels gerealiseerd. In de praktijk is inmiddels gebleken dat persoonlijk contact met een deurwaarderskantoor helpt in de samenwerking en eerder leidt tot opheffing van de door de deurwaarder gelegde beslagen. Zeker indien het deurwaarderskantoor vervolgens op de hoogte wordt gehouden van alle ontwikkelingen, bijvoorbeeld als de schulddienstverlening wordt beëindigd vanwege niet meewerken door de schuldenaar. In de lijn van het voorgaande is het ook van belang om met de belangrijkste schuldeisers goede relaties te onderhouden. Dit uit zich door afspraken te maken en deze ook na te komen als ook door hen zoveel mogelijk op de hoogte te houden over het verloop van de schulden bij de schuldenaar (zie ook hoofdstuk 6). In het najaar van 2014 is besloten om samen met Kwadraad budgetcursussen te gaan geven aan alle klanten van schulddienstverlening. De cursussen zijn mede door de afdeling Schulddienstverlening ontwikkeld. Het plan is (en dit is ook zo uitgevoerd) om het volgen van deze cursus als voorwaarde te stellen voor een regeling van schulden.

Een gedachte hierachter is dat het behalve iemands motivatie toetst, ook kan leiden tot gedagsverandering van de schuldenaar. De cursussen zijn in 2015 gestart. De intentie is om deze cursussen ook vanaf 2016 voort te zetten. 5

Tijdens de laatst gehouden evaluatie is vastgesteld dat het aantal convenant meldingen sterk aan het teruggelopen is (met zo’n 80% ten opzichte van de beginperiode). Tegelijkertijd is het aantal ontruimingen niet of weinig gestegen. Reden voor het verminderde beroep op het convenant is, aldus de woningstichtingen, het gevolg van de aanscherping van hun incassoprocedures. Dit brengt met zich mee dat een huurachterstand al eerder in handen wordt gegeven van een deurwaarder. Daar staat tegenover dat een schulddiensttraject door de ISD in combinatie met zorgverlening door de GGD, maatschappelijk werk etc., al gauw, volgens de woningstichtingen, vele maanden in beslag neemt. Pas daarna blijkt of en in hoeverre de situatie gestabiliseerd is en de huurbetalingen gegarandeerd zijn. Op dit moment wordt met de woningstichtingen en de GGD overlegd hoe het convenant meer leven in te blazen. Dit zal vermoedelijk leiden tot het oprichten van een (gemeentelijk) noodfonds ter gedeeltelijk voorschieten van de huurpenningen. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 14 19-7-2016

Ook wordt overwogen om na afloop van een succesvol verlopen schulddienstverleningstraject aan die zelfde ex schuldenaren wederom een budgetcursus te geven teneinde terugval te voorkomen. (nazorg). Nazorg Preventie om te voorkomen dat mensen opnieuw in de problemen komen, valt onder nazorg. Een deel van die nazorg zit al opgesloten in de gekantelde werkwijze. Om in het traject te mogen blijven moeten de schuldenaren immers een of meer budgetcursussen volgen. Tijdens deze cursus(sen) staat het leren van vaardigheden centraal maar er wordt ook ingezet op gedragsveranderingen. Dat neemt niet weg dat de NVVK wil dat de ISD ook nazorg biedt na afsluiting van het minnelijke traject. Tot op heden werd deze nazorg mondjesmaat en niet gestructureerd geboden. Door de fte uitbreiding komen er, zoals vermeld, meer mogelijkheden. Actie Gelet op het belang om terugval te voorkomen zal in 2016 in de eerste plaats onderzocht worden in hoeverre externe organisaties deze nazorg kunnen bieden aan (ex)schuldenaren die nog niet zelfredzaam zijn maar dat wel kunnen worden. Afgesproken zou kunnen worden dat deze ondersteuning maximaal een jaar mag duren. Deze 6 ondersteuning kan bestaan uit bijv. het op orde houden van thuisadministratie. Daarbij gaat het om praktische zaken als openen van post, het bijhouden van het huishoudboekje, en het opruimen van bankafschriften.

Maar er kunnen, zoals vermeld, bijv. ook budgetcursussen worden gegeven als herhaling. Verder zal onderzocht worden of en zo ja in hoeverre de afdeling Schuldhulpverlening die nazorg zelf kan (gaan) bieden. Het oprichten van een Budget informatiepunt Een Budget Informatiepunt, als eerste aanspreekpunt voor klanten van de ISD en de lokale loketten van de ISD gemeenten en als laagdrempelige voorziening voor het geven van advies en (directe) informatie door deskundigen, kan voorkomen dat er een beroep moet worden gedaan op een schuldregeling of stabilisatie. Actie Begin 2016 staat er een Budgetinformatiepunt, ondergebracht op de begane grond van de ISD en als onderdeel van de uitvoering van de schulddienstverlening. Onderbrenging bij de ISD biedt als voordeel dat de klant direct in contact kan treden met de deskundige en dat er eventueel, via de GR ISD aan de invulling ervan politieke sturing kan worden gegeven. Ook functioneert dit informatiepunt als Zelfstandigen loket in het kader van de uitvoering van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen, waarbij inbegrepen zelfstandigen met schulden. Denkbaar is verder dat ook wordt samengewerkt met andere organisaties en vrijwilligers. Tenslotte zal onderzocht worden in hoeverre ook de lokale loketten zouden kunnen functioneren als budgetinformatiepunten en hoe zich die dan eventueel zullen verhouden met dat van de ISD.

6

De ISD heeft een convenant met Humanitas inzake het project thuisadministratie. Maar dit gaat vooraf aan de schulddienstverlening. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 15 19-7-2016

H O OF D S T U K 6 Uitgangspunt 3: toelating tot de schulddienstverlening vindt plaats aan de hand van beleidsregels. Het gebruik van de schulddienstverlening is niet ongelimiteerd.

beschrijving van onder meer het doel, de do 1. Het verlenen van een schulddienst is een bevoegdheid Zoals aangegeven zijn schuldsituaties in de eerste plaats een geschil tussen schuldenaar en schuldeiser. Niettemin kan de ISD aan de aanvrager schulddiensten aanbieden indien de ISD dit noodzakelijk acht. ”Kan” want op grond van de wet bestaat niet van rechtswege een recht op schulddienstverlening. Een eventueel recht ontstaat pas nadat het college van B en W (in casu het dagelijks bestuur van de ISD) de beslissing heeft genomen tot aanbod van schulddienstverlening. Tegen deze beslissing is sedert 1 juli 2012 (administratief) bezwaar en beroep mogelijk. Gelet hierop is het nodig om voor de toelating tot de schulddienstverlening beleidsregels te formuleren. 2. Voorliggende voorziening Indien er sprake is van een aanvrager met schulden zal door de ISD eerst gekeken worden of, en zo ja in hoeverre, de schuldenaar zelf in staat is om zijn schulden op te lossen of dat hij daarbij ondersteund kan worden vanuit persoonlijke (familie en vrienden) en informele netwerken (o.a. vrijwilligers). Dit past bij een gekantelde werkwijze waarbij de eigen verantwoordelijkheid voorop staat.

Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen al dan niet met behulp van zijn persoonlijk netwerk (familie, vrienden etc.) of vrijwilligers kan schulddienstverlening achterwege blijven en is deze niet noodzakelijk. 3. Maximaal haalbare Indien er geen voorliggende voorziening is wordt vervolgens bekeken wat voor de aanvrager het meest haalbare is en wat dus het eventuele aanbod aan schulddiensten zal zijn. Hiermee wordt recht gedaan aan het uitgangspunt dat de schulddienstverlening vraaggericht is en dus gericht en selectief. Het gaat om maatwerk. De inzet van producten kan per situatie verschillen. De factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn zwaarte c.q. omvang van de schulden psychosociale situatie houding, gedrag, vaardigheden van aanvrager. Uitgangspunt van alle ISD inspanningen is dat de schuldenaar gemotiveerd is en bereid is om de noodzakelijke keuzen te maken c.q. concessies te doen. Voldoet de schuldenaar aantoonbaar niet aan deze randvoorwaarden dan weegt de ISD haar rol van geval tot geval af. Wat bij een niet/onvoldoende gemotiveerde schuldenaar? Bij een onvoldoende gemotiveerde schuldenaar wordt de schuldenaar niet toegelaten tot de schulddienstverlening.

Eventueel zal hem geadviseerd worden om hieraan te werken en zal hij worden verwezen naar een derde (bijvoorbeeld een ketenpartner als het Algemeen maatschappelijk werk, of een bewindvoerders organisatie). Dit zal van de persoon van de aanvrager afhangen. Een deel van deze niet gemotiveerde schuldenaren kunnen aldus via een omweg (al dan niet langs het zorgnetwerk of bijvoorbeeld de woningbouwvereniging) weer toegelaten worden tot de schulddienstverlening, anderen verdwijnen uit het zicht. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 16 19-7-2016

Die laatste groep ontvangt geen “nazorg”, in die zin dat zij worden na gebeld. Dit past niet in de gekantelde werkwijze. Overigens kunnen mensen, die om deze reden geen toegang hebben tot de schulddienstverlening, altijd nog in aanmerking komen voor het product informatie en advies. Volgens de afdeling schulddienstverlening wenden bedoelde schuldenaren zich, als de problemen te groot worden, in de regel inderdaad weer tot schulddienstverlening, al dan niet via de boven omschreven omweg. Zij zijn dan wel gemotiveerd. Anderen weten hun problemen vaak op te lossen via hun informele netwerken (familie, vrienden). Maar er blijft altijd een rest categorie over waarvan niet bekend is hoe het hen verder vergaat. Interessant is het daarom het rapport af te wachten van de Nationale ombudsman in deze De Nationale ombudsman heeft in het najaar van 2015 namelijk besloten nader onderzoek te doen naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. Zijn rapport zal in het voorjaar van 2016 verschijnen.

In 2015 heeft de Nationale ombudsman klachten gemonitord die vragen oproepen zoals: Wat kunnen burgers doen als zij niet in aanmerking komen voor de schuldhulpverlening? In hoeverre wordt hun een alternatief geboden? Hoe lang duurt het voordat iemand toegang krijgt tot een traject? Welke ondersteuning krijgen burgers daadwerkelijk? En wat als het traject voortijdig wordt beëindigd? Na verschijning van dit rapport zal bezien worden of dit aanleiding zal vormen om op dit punt nader onderzoek te doen. 4. Weigerings-beëindigingsgronden De ISD wil de schuldenaar op een volwassen manier benaderen. Naast rechten heeft de schuldenaar ook plichten. Zo dient de schuldenaar zich te houden aan de hem bij schuld-of betalingsregeling opgelegde voorwaarden en dient hij aan de ISD op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schulddienstverlening zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schulddiensttraject. Doet hij dat niet dan kan de ISD besluiten om de schulddienstverlening te weigeren dan wel te beëindigen. “Kan”: ook hier geldt dat de ISD de bevoegdheid heeft tot weigering of beëindiging maar niet de verplichting. Dat geeft de ISD met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

Ingevolge eisen die de Algemene wet bestuursrecht stelt zal alvorens te besluiten tot weigering dan wel beëindiging de schuldenaar eenmaal een redelijke hersteltermijn worden geboden om alsnog binnen de gestelde termijn de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. In het kader van de eigen verantwoordelijkheid wordt een eenmalige hersteltermijn voldoende geacht. Artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) somt ook nog enige weigeringsgronden op. Zo bepaalt lid 2 dat een aanvraag ook kan worden geweigerd indien er sprake is van recidive en de aanvrager dus eerder een beroep heeft gedaan op de schulddienstverlening. De gemeente (ISD) heeft hier dus beleidsvrijheid. De ISD heeft hieraan eerder invulling gegeven door het formuleren van beleidsregels bij een herhaalde aanvraag. Deze beleidsregels zijn opgenomen in bijlage 2. Deze beleidsregels en die voor de beëindiging zullen ook voor de komende jaren zoveel mogelijk gecontinueerd worden. Besluit (3) De huidige beleidsregels voor toelating worden zoveel mogelijk gecontinueerd. Het rapport van de Nationale ombudsman over de gemeentelijke schuldhulpverlening dat in het voorjaar van 2016 zal verschijnen wordt hierbij nog meegewogen.

De nadruk die er ligt op de eigen verantwoordelijkheid van de burger brengt met zich mee, dat niet elk herhaald verzoek op schulddienstverlening kan worden gehonoreerd. Het gebruik van de H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 17 19-7-2016

schulddienstverlening is dus niet ongelimiteerd. Bij gedragingen die verwijtbaar zijn toe te rekenen aan de schuldenaar kan dit er toe leiden dat hij voor lange tijd wordt uitgesloten van het recht op schulddienstverlening. Anderzijds ontslaat dit de ISD als uitvoerder van de schulddienstverlening niet van de verplichting om daar waar een onevenredige situatie ontstaat desondanks toch ten gunste van de schuldenaar af te wijken van deze beleidsregels (Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een dreigende huisuitzetting van een gezin met jonge kinderen, zie ook het Crisisprotocol, vastgesteld door het dagelijks bestuur). Ook de maatschappelijke kosten spelen bij de afwegingen een rol. In uitvoerende beleidsregels is inmiddels opgenomen dat ook de mate van verwijtbaarheid, naast de ernst van het feit en de omstandigheden van de schuldenaar factoren zijn die moeten worden meegewogen of de uitsluiting van een zekere duur niet disproportioneel moet worden geacht. Deze beoordeling wordt overgelaten aan de schulddienstverlener. 5. Doelgroepen schulddienstverlening Hoewel de Wgs geen algemene uitsluitingsgrond kent, zijn er toch verschillende groepen te onderscheiden. Het betreft hier de volgende groepen. 18 jaar en ouder Alle ingezetenen van de ISD gemeenten van 18 jaar en ouder kunnen zich tot de ISD wenden voor schulddienstverlening.

Aan de hand van het screeningsinstrument klantprofielen en de toelatings/weigeringsgronden wordt dan vervolgens bepaald in hoeverre zij daadwerkelijk worden toegelaten en welke diensten worden aangeboden. Voor ingezeten onder 18 jaar worden preventieactiviteiten ingezet. Zelfstandigen De ISD biedt geen schuldregelingen aan zelfstandigen. Hierbij geldt ook de overweging dat voorkomen moet worden dat oneerlijke concurrentie ontstaat of dat niet levensvatbare bedrijven langs de lijn van de schulddienstverlening overeind gehouden worden. Indien het niet mogelijk is het benodigde extra krediet bij een bank te verkrijgen, kan een zelfstandige een beroep doen op het Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 (Bbz). Het Bbz is bedoeld voor zelfstandigen die al een zekere tijd een eigen bedrijf of zelfstandige beroep hebben. Er is sprake van een eigen bedrijf als met een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid aan het maatschappelijk verkeer wordt deelgenomen met als oogmerk het behalen van de winst die redelijkerwijs ook te verwachten moet zijn. Een zelfstandige is in dit verband degene die:  tussen 18 en gepensioneerde leeftijd is,  grotendeels, maar minimaal 1225 uur per jaar in eigen bedrijf werkt (4 a 5 dagen per week),  het bedrijf in Nederland uitoefent en  over alle vereiste vergunningen beschikt.

Het Bbz heeft tot doel om, beginnende zelfstandigen uit een werkloosheidssituatie te krijgen, door een bedrijf op te starten dat (op termijn) levensvatbaar is. Een ander doel is de gevestigde zelfstandigen buiten de bijstandswet te houden door ervoor te zorgen dat zij weer in eigen levensonderhoud kunnen voorzien door middel van hun onderneming. De Bbz wordt ook door de ISD uitgevoerd. Iedere zelfstandige kan zich melden bij de ISD voor hulp bij schulden, zowel persoonlijke als zakelijke schulden. Er wordt vervolgens onderzoek verricht naar de levensvatbaarheid van de onderneming. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 18 19-7-2016

Indien de zelfstandige onderneming levensvatbaar wordt beoordeeld, kan besloten worden over te gaan tot hulp bij schulden. Voor dit traject verwijst de ISD door naar externe schuldhulpverleners. Indien de zelfstandige onderneming niet levensvatbaar wordt beoordeeld, dan komt de zelfstandige in beginsel niet in aanmerking voor een Bbz krediet. Er zal geen schulddienstverlening aangeboden worden. Voor de zelfstandige rest vaak geen andere mogelijkheid dan het staken van de onderneming om grotere financiële problemen te voorkomen. In het geval dat de zelfstandige feitelijk met zijn onderneming stopt, zich uitschrijft bij de Kamer van koophandel en alle schulden definitief en bekend zijn, kan hij zich als “natuurlijk persoon” wenden tot de afdeling schulddienstverlening voor schulddienstverlening. Daarbij dient de ex zelfstandige minimaal de fiscale aangiftes en de definitieve aanslagen over de afgelopen 5 jaar in te leveren. Zelfstandige die zijn bedrijf niet kan beëindigen Maar wat nu als diezelfde zelfstandige door een gebrek aan middelen zijn bedrijf niet fiscaal en boekhoudkundig kan beëindigen? Hij kan niet (altijd) geholpen worden door het Bbz (want geen levensvatbaar bedrijf dat niet beëindigd kan worden), niet door schulddienstverlening (voor wat betreft het regelen van schulden), noch door externe schuldhulpverleners (want geen geld).

Volgens inschattingen van de afdeling Bbz zou het hier in 2015 gaan om een groep van ongeveer 3050 zelfstandigen op jaarbasis die aldus geen toegang hebben tot schulddienstverlening. Dit aantal lijkt bovendien toe te nemen, nu het aantal ZZP-ers groeit. Over de verschillende mogelijkheden om hen desondanks toch in aanmerking te laten komen voor schulddienstverlening zal in de loop van 2016 een onderzoek gestart worden In bijlage 3 worden deze mogelijkheden alvast verkend en de mogelijke fte gevolgen voor de afdeling schulddienstverlening. Besluit (4) In de loop van 2016 zal een onderzoek worden gestart naar het toelaten van een bepaalde groep (beëindigende) zelfstandigen tot de schulddienstverlening. Dit kan fte gevolgen hebben voor de afdeling schulddienstverlening. Specifieke groepen Crisissituatie en huisuitzetting Personen in crisissituaties waarbij sprake is van dreigende afsluiting van nutsvoorzieningen en/of 7 huisuitzetting, worden met voorrang behandeld . (Ex )gedetineerden Op zich worden ex gedetineerden niet anders behandeld dan niet gedetineerden, al spreekt het dat een goede terugkeer in de maatschappij van ex gedetineerden van belang is. Maar wat nu als een persoon in de loop van het schulddienstverleningstraject detentie moet ondergaan? Als dit het gevolg is van een gedraging uit het verleden dan wordt de schulddienstverlening voortgezet.

7

Geregeld in het zogenaamde crisisprotocol en de diverse convenanten

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 19 19-7-2016

Het is duidelijk dat de duur van de ondergane detentie een rol speelt. Als regel wordt hierbij gehanteerd dat als de detentie niet langer duurt dan 3 maanden de schulddienstverlening wordt voorgezet eventueel door het opstellen van een nieuw plan van aanpak Wel moeten de schuldeisers hieraan mee willen werken. Duurt de detentie langer dan drie maanden dan wordt de schulddienstverlening beëindigd. Na afloop van de detentie kan betrokkene zonder uitsluitingstermijn een nieuwe aanvraag bij schulddienstverlening indienen. Indien betrokkene de detentie moet ondergaan als gevolg van een gedraging ten tijde van het schulddienstverleningstraject dan wordt de schulddienstverlening direct beëindigd Er geldt dan een uitsluitingstermijn van 60 maanden (behoudens toepassing van de hardheidsclausule, zie bijlage 2). Dak-en thuislozen De gemeente, die bijstand verstrekt aan een adresloze is ook verantwoordelijk voor de schulddienstverlening aan die persoon, aldus artikel 3 lid 4 WGS. In het algemeen zal dit de gemeente Leiden zijn die als zodanig als centrum gemeente is aangewezen. Zie in dit verband ook artikel 40 Participatiewet. Indien er overigens sprake is van een verhuizing buiten de ISD regio terwijl het minnelijk traject al is opgestart dan blijft de ISD verantwoordelijk voor het traject en niet de gemeente waarheen de schuldenaar naartoe verhuisd is.

Gezinnen met minderjarige kinderen Gezinnen met minderjarige kinderen spelen een rol in het convenant ter voorkoming van huisontruimingen en bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid ( de zgn. bijzondere omstandigheden). Vreemdelingen Schulddienstverlening staat, zoals hierboven vermeld, in beginsel open voor alle inwoners van de 5 ISD gemeenten van 18 jaar en ouder die in Nederland verblijven. Net zoals in de Participatiewet worden hiermee gelijkgesteld de hier te lande verblijvende vreemdelingen. Artikel 5 van de Wgs stelt dat vreemdelingen die ingezetenen zijn in aanmerking kunnen komen voor schuldhulpverlening als ze rechtmatig in Nederland verblijf houden. Het is echter niet de bedoeling om mensen te helpen die hier kortstondig zijn, bijvoorbeeld om te werken, te helpen. Het gaat er om dat er hier een persoonlijke band van duurzame aard bestaat. Factoren die bij de beoordeling hiervan een rol spelen zijn -een permanente woning hier, -een woning buiten Nederland waar gezinsleden wonen of -het doel van verblijf hier, naar zijn aard al dan niet tijdelijk is. Voor EU-onderdanen geldt dat er in principe een permanent verblijfsrecht is als zij langer dan vijf jaar rechtmatig in Nederland hebben verbleven. Zij kunnen dan gebruik maken van de Sociale zekerheid zoals bijstand. Het is logisch om dat ook voor de schulddienstverlening te laten gelden.

H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 20 19-7-2016

H O OF D S T U K 7 Uitgangspunt 4: de ISD stelt zich na toelating op als (activerende) dienstverlener, en slechts in uitzonderingsgevallen als hulpverlener

Na selectie en toelating van degenen die zich gemeld hebben voor schulddienstverlening (aan de hand van Mesis © en het intakegesprek) zal de ISD afhankelijk van de hulpvraag en afhankelijk van de zelfredzaamheid van de schuldenaar in samenspraak met hem zoeken naar mogelijke oplossingen. 1. Activerende dienstverlening De ISD stelt zich daarbij niet op als hulpverlener maar als dienstverlener en wil bereiken dat de schuldenaar het zoveel mogelijk zelf oplost (activeert). Dit betekent in de eerste plaats dat de schuldenaar aangesproken wordt op zijn zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Daar waar de hulpverlener een stap naar voren zou hebben gezet doet de dienstverlener een stap terug om meer ruimte te geven aan de schuldenaar. In die werkwijze hebben de motivatie, gedrag en vaardigheden van de schuldenaar een veel prominentere plaats dan wanneer er sprake zou zijn van louter hulpverlening. Gevolgen van de activerende schulddienstverlening Het betekent ook dat sommige producten (diensten) niet alleen op andere momenten maar ook anders worden ingezet. Schuldregeling Zo is het inzetten van (het intensieve product) schuldregeling onder de gekantelde werkwijze veel minder vanzelfsprekend. Participatie staat immers voorop en veel minder het ten koste van alles proberen een schuldenvrije toekomst te realiseren.

Dit zal ook betekenen dat als er dan gebruik wordt gemaakt van het product schuldregeling het resultaat ervan aanzienlijk beter zal zijn. Overigens kan de inzet van dit product ook teruglopen, omdat er meer klanten vroegtijdig worden geholpen. 2. Onderzoek naar het invoeren van de eigen bijdrage bij schuldregelingen In dit verband is ook de vraag gesteld of schuldenaren in een schuldregeling een “eigen” bijdrage 8 zouden moeten betalen . De NVVK staat het namelijk toe dat NVVK leden voor het opzetten en uitvoeren van schuldregelingen vergoedingen in rekening brengen. De vergoeding voor een schuldregeling wordt daarbij steeds ten laste gebracht van de door de schuldenaar, in het kader van de schuldregeling, gespaarde maximale afloscapaciteit, zoals uit te keren aan de schuldeisers. De schuldenaar merkt hier dus, financieel gezien, niets van en het is eenvoudig uitvoerbaar. De NVVK heeft ook vastgelegd dat het percentage van het gespaarde bedrag dat als vergoeding maximaal in rekening mag worden gebracht 9%

8

In het verleden is hiervoor niet gekozen uit angst dat schuldregelingen hierdoor eerder zouden mislukken. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 21 19-7-2016

bedraagt van de doorbetaalde bedragen aan de schuldeisers. Dit betekent dus dat schuldeisers 9% minder ontvangen dan zonder die eigen bijdrage regeling het geval zou zijn geweest. Voorgesteld wordt om op de korte termijn hier onderzoek naar te doen. 3. Eigen bijdrage bij budgetbeheer? Net zoals bij een schuldregeling kan ook voor budgetbeheer een eigen bijdrage worden gevraagd. Omdat budgetbeheer vrijwillig is, opzegbaar door de schuldenaar en bestaat uit vele vormen (van beperkt tot uitgebreid) heeft de NVVK hiervoor geen richtprijzen geformuleerd. Voorstelbaar is om bijvoorbeeld na 12 maanden budgetbeheer een eigen bijdrage op te leggen. Dit zou de schuldenaar kunnen stimuleren om zich zo te laten coachen dat hij het budgetbeheer zo snel mogelijk zelf kan uitvoeren. Echter die coaching zit al inbegrepen in de schulddienstverlening. Aan deze eigen bijdrage kleven ook nadelen, zoals het gegeven dat de schuldeisers daardoor minder ontvangen en voor die eigen bijdrage mogelijk weer bijzondere bijstand moet worden verstrekt. De vraag wel of geen eigen bijdrage bij budgetbeheer zal later beantwoord worden

Besluit (5) Op korte termijn wordt onderzocht om al dan niet een eigen bijdrage in te voeren bij schuldregelingen. Tevens zal t.z.t. worden onderzocht of het zinvol is een eigen bijdrage op te leggen bij budgetbeheer. Hoofdstuk 7

4. Voorstel tot uitbreiding van het budgetbeheer Eerst de theorie Een nadruk op participatie (waaronder ook begrepen wordt het zelfstandig voeren van een financiële huishouding) betekent ook dat een schulddienstverlening meer een tijdelijk karakter krijgt. Dit brengt met zich mee dat de ISD de inzet van langdurig budgetbeheer (vaak gedurende de gehele loop van schuldregeling, dus 3 jaar of soms langer) beperkt en daarvoor (deels) in de plaats meer budgetcoaching aanbiedt. Budgetbeheer is in de gekantelde uitvoering nadrukkelijk een tijdelijke voorziening voor diegenen waarvan verwacht mag worden dat zij de minimaal noodzakelijke budgetvaardigheden om geen 9 nieuwe schulden te maken in maximaal 12 maanden (feitelijk 18 maanden ) kunnen aanleren. Dit houdt ook in dat budgetbeheer niet in uitgebreide vorm wordt aangeboden maar in beperkte vorm. Daarmee is budgetbeheer en budgetcoaching niet meer een opmaat voor schuldregeling maar een tijdelijke voorziening die de ISD inzet om participatie te bevorderen. In concreto betekent dit het volgende. De schuldenaar gaat vanaf het begin zelf zorgen voor benodigde minimale financiële stabiliteit. De ondersteuning van de ISD richt zich daarbij vooral op “het weer zelf kunnen.” In principe wordt daarbij geen budgetbeheer ingezet. Dit gebeurt alleen als de schuldenaar het aantoonbaar niet zelf kan.

Gedurende maximaal 18 maanden ontvangen deze schuldenaren dan een passende beperkte of uitgebreide vorm van budgetbeheer. Het beleid tot nu toe is dat aan de schuldenaar geen budgetbeheer wordt aangeboden

9

In het “vorige” beleidsplan werd een termijn genoemd van 12 maanden. Die termijn bleek echter in · de praktijk om allerlei redenen tekort. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 22 19-7-2016

als hij geen ondersteuning nodig heeft om zijn financiën op orde te houden. Heeft hij deze ondersteuning wel nodig dat wordt de schuldenaar of direct verwezen naar extern budgetbeheer of ontvangt hij gedurende maximaal 18 maanden budgetbeheer van de ISD. Na die 18 maanden vindt 10 dan verwijzing plaats naar extern budgetbeheer c.q. beschermingsbewind . De kosten daarvan dient de schuldenaar zelf te betalen. Indien hij daartoe niet in staat is dan kan de schuldenaar een beroep doen op de bijzondere bijstand Dan de praktijk. In de praktijk is echter gebleken dat de consulenten het budgetbeheer langer oppakken dan de afgesproken termijn (in verband met het gebrek aan goede externe budgetbeheerders of lange wachttijden elders) en vaak ook in meer uitgebreide vorm. Vraag Dit doet de vraag rijzen of, en zo ja in hoeverre, het externe budgetbeheer niet beter en meer gestructureerd in eigen beheer kan worden uitgevoerd, mede gelet op de kosten van de bijzondere bijstand in deze. Zoals bekend worden de kosten voor noodzakelijk budgetbeheer vergoed door de bijzondere bijstand (waarvan de kosten gemiddeld zo’n € 75 per maand bedragen per schuldenaar). Als wij kijken naar de uitgaven bijzondere bijstand over 2015 aan budgetbeheer dan blijkt dat deze 11 rond € 135.000 bedragen . Het aantal klanten dat hiervoor in aanmerking is gekomen is ongeveer 150.

In bijlage 4 bij deze notitie is becijferd dat hiervoor 2.0 fte benodigd is. De 2.0 fte kunnen verdeeld worden over 1 medewerker en 1 consulent. Kosten consulent € 60.389 Kosten medewerker € 47.350 Kosten werkplek 2* €10.000 € 20.000 €127.739

Conclusie De conclusie hieruit is dat kosten aan bijzondere bijstand meer bedragen dan de kosten bij het zelf uitvoeren van het externe budgetbeheer ( waarvoor bijzondere bijstand wordt verstrekt). Wellicht nog belangrijker hierbij is om op te merken dat schuldenaren, door uitvoering van de ISD, verzekerd zijn van kwaliteit. Het betekent dat de exploitatiekosten van de ISD, bij overname van het voorstel om budgetbeheer langer en in meer uitgebreide vorm aan te beiden, zullen stijgen en dat we met een begrotingswijziging komen. Tegelijkertijd zullen de bijzondere bijstandskosten voor dat onderdeel navenant dalen. De exploitatiekosten en de bijzondere bijstand worden betaald uit dezelfde portemonnee: het gemeentefonds.

15Beschermingsbewind is een voorziening onder toezicht van de rechter waarbij een bewindvoerder iemands financiële huishouding langdurig beheert. Het is overigens mogelijk dat de ISD zelf beschermingsbewind in eigen beheer uitvoert. De kosten er van (fte uitbreiding) wegen echter (nog) niet op tegen de besparing op de bijzondere bijstandsuitgaven. 11 De uitgaven bijzondere bijstand aan budgetbeheer geeft een wisselend beeld. In 2014 werd er meer aan uit gegeven. H:\Communicatie\Formele stukken\Beleidsplan\beleidsplan schulddienstverlening 2016-2020 bestuurlijke versie def.doc (gemeenteraad).doc, dick witteman Pagina 23 19-7-2016

Toeloop beheersen Verder is het van belang om erop toe te zien dat de toeloop op budgetbeheer beheersbaar blijft. Daarom stellen we tevens voor (en zo is het ook berekend) hierbij te bepalen dat alleen schuldenaren budgetbeheer ontvangen die al in het schulddiensttraject zitten of anders in aanmerking waren gekomen voor bijzondere bijstand voor de kosten van extern budgetbeheer. Duur van het budgetbeheer De schulddienstverlening is er op gericht om schuldenaren te coachen richting financiële zelfredzaamheid en zoveel mogelijk verantwoordelijkheid te laten dragen. In die zin ligt uitbreiding van het budgetbeheer niet voor de hand. Dit betekent dat waar het kan de duur ervan zoveel mogelijk beperkt moet worden waarbij uitdrukkelijk meer aandacht is voor budget coaching. Voorstel Voorgesteld wordt dan ook om de duur ervan te beperken tot 12 maanden, zij het nu met verlengingsmogelijkheid van iedere keer 12 maanden. Daarbij wordt nadrukkelijk meer ingezet op budgetcoaching. Besluit (6) Voorgesteld wordt het budgetbeheer uit te breiden. Deze uitbreiding heeft betrekking op de duur er van als ook op de inhoud en de doelgroep. Alleen die schuldenaren komen in aanmerking voor budgetbeheer die al in het schulddiensttraject zitten of anders in aanmerking waren gekomen voor bijzondere bijstand voor de kosten van extern budgetbeheer. Dit voorstel heeft fte gevolgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=a0147999-f0af-4f9b-9050-71ae7035daff