Bijlage 3 APV 2021 GECONSOLIDEERDE VERSIE na 1e Wijziging
Tekst van het document
de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1˚ dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2˚ van een verandering van de onder 1˚ bedoelde adressen; 3˚ dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4˚ dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;
b.
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
c.
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
d.
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69 (Vervallen) Artikel 2:70 (Vervallen)
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
30
Afdeling 10. Vuurwerk Artikel 2:71 Definities* In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college. 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. 2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:73a Bezigen van vuurwerk door professionele toepassers* 1.
Ter voorkoming dan wel beperking van geluidhinder is het, buiten de periode zoals bedoeld in artikel 2:73, verboden vuurwerk af te steken tussen 23.00 uur en 07.00 uur.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien de activiteit expliciet deel uitmaakt van een evenement waarvoor vergunning is verleend op grond van artikel 2:25. Artikel 2:73b Verbod carbid-schieten* 1. Ter voorkoming van geluidhinder en gevaar is het verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen, op explosieve wijze te verbranden. 2. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
31
Afdeling 11. Drugsoverlast Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op een openbare plaats middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben. Artikel 2:74b Weggooien van spuiten en dergelijke* Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden, reservoirs, zuigers en dergelijke of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de weg, dan wel in afvalbakken achter te laten.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
32
Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 5:34 groepsgewijs niet naleven. Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen* 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. 2. De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van parkeerterreinen en parkeergarages. Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven indien het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 12 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens in het eerste of tweede lid gestelde bevelen indien hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
33
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a.
geluid- of geurhinder;
b.
hinder van dieren;
c.
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
d.
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
e.
intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Artikel 2:80 Sluiting overlast gevende voor het publiek openstaande gebouwen* 1. De burgemeester kan, indien dat naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een openbare inrichting of seksinrichting - of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf, het perceel of perceelsgedeelte of de ruimte. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht. 3. Eenieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van het gebouw, erf, perceel of perceelsgedeelte of de ruimte waarvoor een bevel als bedoeld in het eerste lid geldt, verboden daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is. 5.
Het is eenieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw, erf, perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Op aanvraag van een belanghebbende kan: a. een sluiting voor onbepaalde duur door de burgemeester worden opgeheven, wanneer naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden; b. een sluiting door de burgemeester worden opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
34
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat* 1.
In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder(s): de natuurlijke persoon of personen die door de exploitant is of zijn aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
2.
De burgemeester kan gebouwen, gebieden, bedrijfsmatige activiteiten of een combinatie daarvan aanwijzen waarvan in of rondom dat gebouw, dat gebied of ten gevolge van die bedrijfsmatige activiteit naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat dan wel aannemelijk is dat deze onder druk kan komen te staan.
3.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen dat
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als
valt onder het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het tweede lid. bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of een beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie van het bedrijf in strijd is met het omgevingsplan, een voorbereidingsbesluit, een bekendgemaakte ontwerpwijziging van het omgevingsplan of de Wet milieubeheer. 5.
Een aanvraag om een vergunning moet worden ingediend door gebruikmaking van een
6.
De burgemeester vraagt de gegevens op die hij voor de beoordeling nodig acht. Daartoe
door de burgemeester vastgesteld formulier. worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden begrepen: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en, indien deze niet ook de beheerder is, van de beheerder(s); b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend en waarop de exploitant en, indien deze niet ook de beheerder is, de beheerder(s) kunnen worden bereikt; c. een uittreksel van de inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel voor de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor vergunning wordt aangevraagd; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant en, indien deze niet ook de beheerder is, de beheerder(s);
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
35
e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en, indien deze niet ook de beheerder is, de beheerder(s) gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 7.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. zich een situatie voordoet als bedoeld in het vierde lid; of b. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat in of vanuit het bedrijf strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of e. er in het kader van de bedrijfsmatige activiteiten strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of f. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd of gewijzigd en niet voldaan is aan het bepaalde in het negende lid.
8.
Indien een bedrijf wordt uitgeoefend in strijd met het verbod, als bedoeld in het derde lid, of indien een situatie als bedoeld in het zevende lid zich voordoet, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
9.
De exploitant is verplicht binnen drie dagen na een verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens de burgemeester daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Indien mogelijk verleent de burgemeester een gewijzigde vergunning.
10. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 11. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 12. Exploitanten die op het moment van inwerkingtreding van een aanwijzingsbesluit, als bedoeld in het tweede lid, onder de werking van dit besluit vallen, dienen binnen drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit te beschikken over de vergunning als bedoeld in het derde lid. Nieuwe exploitanten dienen eerst over een vergunning te beschikken voordat zij mogen starten met de exploitatie van hun bedrijf. 13. Op de vergunning als bedoeld in het derde en negende lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:82 (Gereserveerd)
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
36
Afdeling 13. Strand, zee en duin Artikel 2:83 Definitie* In deze afdeling wordt verstaan onder: -
barbecue: het in de open lucht grillen of opwarmen van etenswaren, ongeacht de wijze
-
surfplank: een plank ten behoeve van windsurfen, golfsurfen, skimboarden, suppen
-
zweeftoestel: een luchtvaartuig, niet zijnde een TMG (Touring Motor Glider), zwaarder
van verhitting en ongeacht de brandstof waarmee dat gebeurt; (stand up paddle) of wakeboarden dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aerodynamische reactiekrachten en waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor. Artikel 2:84 Activiteiten en voorwerpen op het strand* 1. In aanvulling op het in deze verordening onder artikel 2:10 ten aanzien van een openbare plaats gestelde, is het verboden: a.
op het strand een spel of activiteit te beoefenen indien daardoor hinder kan worden veroorzaakt;
b.
op het strand met een motorvoertuig of bromfiets te rijden;
c.
op het strand een sulky of een andere vorm van aanspanning te hebben of daarmee op het strand te rijden;
d.
op het strand een zeilwagen te hebben of daarmee op het strand te rijden;
e.
op het strand een motorvaartuig te hebben, (aan land) te brengen of daarmee zee te kiezen;
f.
op het strand een surfplank te hebben of daarmee zee te kiezen;
g.
op het strand een kitesurfboard te hebben of daarmee zee te kiezen;
h.
op het strand een door middel van twee of meer lijnen bestuurbare vlieger, met inbegrip van een voor kitesurfing te gebruiken kite, op te laten;
i.
op het strand, met uitzondering van het strand dat is gelegen binnen de grenzen van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer zoals deze luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, een barbecue te houden;
j.
op het strand met een fiets te rijden.
2. Het college kan gedeelten van het strand, de zee en de duinen aanwijzen waar de verboden als genoemd in het eerste lid niet van toepassing zijn. 3. Het college kan activiteiten en voorwerpen aanwijzen waarop de verboden als genoemd in het eerste lid niet van toepassing zijn. 4. Het college kan van de in het eerste lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 5. De in het eerste lid onder a en b gestelde verboden gelden niet voor zover de bedoelde activiteiten deel uitmaken van een evenement zoals bedoeld in artikel 2:24 waarvoor op grond van artikel 2:25 vergunning is verleend. 6. De bevoegdheden onder het tweede, derde en vierde lid gelden niet voor de in het eerste lid onder c en d gestelde verboden.
7. Het in het eerste lid onder j gestelde verbod is niet van toepassing op het fietsen op het strand, voor zover daarbij wordt voldaan aan de krachtens het zevende lid gestelde algemene regels. 8. Het college stelt algemene regels vast betreffende het fietsen op het strand zoals bedoeld in het eerste lid onder j.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
37
Artikel 2:85 Geen glas op het strand* 1. Het is verboden op het strand drank te verkopen in glazen of flessen van glas. 2. Het is verboden op het strand in de uitoefening van handel drank te schenken in glazen drinkgerei van welke vorm of uitvoering dan ook. 3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor het verkopen en schenken van drank in glas binnen de grenzen van een openbare inrichting zoals bedoeld in artikel 2:27 of binnen een andere inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en de bedoelde drank ter plaatse wordt genuttigd. 4. Het is verboden het strand door onachtzaamheid of opzettelijk handelen te verontreinigen met glas in welke vorm of op welke wijze dan ook waardoor een onveilige situatie ontstaat voor overige strandgebruikers. Artikel 2:86 Varen en beoefenen watersport* Het is verboden op zee te varen, zich te laten voortbewegen door een vaartuig of enige (andere) vorm van watersport te beoefenen op een zodanige wijze dat daardoor gevaar of hinder voor anderen kan ontstaan. Artikel 2:87 Naaktrecreatie op het strand, in de duinen en in zee* 1. Het is verboden op het strand, in de duinen of in de zee naakt te recreëren of anderszins naakt op het strand, in de duinen of in de zee aanwezig te zijn. 2.
Het in het voorgaande lid gestelde verbod geldt niet op de volgende strand- en zeegedeelten: a.
het strand tussen de rijksstrandpalen 79.500 en 78.000 (zijnde globaal genomen het strand tussen afrit 22 en 500 m ten zuiden van de Duindamseslag) en het daarvoor gelegen gedeelte van de zee;
b.
het strand tussen de rijksstrandpalen 74.000 en 73.000 en het daarvoor gelegen gedeelte van de zee.
Artikel 2:88 Paarden op het strand* 1. Het is verboden zich met een rij- of trekdier op te houden op door het college aangewezen delen van het strand gedurende de bij die aanwijzing aangegeven periode. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. De in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de bedoelde activiteit deel uitmaakt van een evenement zoals bedoeld in artikel 2:24 en waarvoor op grond van artikel 2:25 vergunning is verleend. Artikel 2:89 Vrijhouden van het strand voor redding en hulpverlening* 1. Het is verboden op het strand de doorgang voor reddingwerkers, politie of hulpverleners te versperren. Aanwijzingen van daartoe bevoegde ambtenaren of reddingwerkers ter voorkoming of opheffing van een versperring moeten direct worden opgevolgd. 2. Het is verboden de bereikbaarheid van de informatie- en EHBO-post op het strand onnodig te beperken. 3. Het is verboden op enigerlei wijze de uitrukmogelijkheden en uitruksnelheid van politie, gemeente en hulpdiensten onnodig nadelig te beïnvloeden. 4. Onverminderd het gestelde in lid 1, 2 en 3 moet te allen tijde een strook strand, evenwijdig aan, en gemeten vanaf, de waterlijn van 10 m breed worden vrijgehouden van voorwerpen en obstakels die de doorgang voor de hulpdiensten belemmeren.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
38
5. Het gestelde in lid 4 is niet van toepassing gedurende een evenement waarvoor op grond van artikel 2:25 vergunning is verleend indien en voor zover dat in die vergunning expliciet is aangegeven. Artikel 2:90 Hulpdiensten en werkverkeer* De in de artikelen 2:84, 2:86, 2:88 en 2:94 opgenomen verboden gelden niet voor bestuurders van motorvoertuigen of vaartuigen dan wel berijders van paarden in dienst van de gemeente Noordwijk, de politie, de brandweer, de Noordwijkse Reddingsbrigade, de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij, de geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten. Artikel 2:91 Zweeftoestel* 1. Het is verboden om te starten met een zweeftoestel op het strand en in de duinen. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het starten op de KNVvL-vliegplaats bij de Langevelderslag. Artikel 2:92 Verlichten van het strand en de zee* 1. Het is verboden om het strand en de zee te verlichten. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de door of namens de gemeente aangebrachte openbare verlichting en voor het naar beneden, verticaal aanlichten van de loopruimte langs het strandpaviljoen binnen een afstand van maximaal 5 meter van het betreffende paviljoen. Artikel 2:93 Verbod gebruik metaaldetectoren* 1.
Het is verboden in de duinen een metaaldetector of enig ander voorwerp dat kennelijk is bedoeld voor het opsporen van explosieven, wapens en munitie te gebruiken of voor gebruik voorhanden te hebben. 2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de politie, het Explosieven Opruimings Commando (EOC) van het Ministerie van Defensie, voor de door het EOC aangewezen bedrijven en voor zover in het daarin geregeld onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Beoordelingsrichtlijn Conventionele Explosieven (BRL-OCE). Artikel 2:94 Noordvoort* 1. In aanvulling op het in deze verordening in de artikelen 2:10 en 2:84 ten aanzien van een openbare plaats en in artikel 5:33 ten aanzien van natuurgebieden gestelde, is het op het strand tussen rijksstrandpaal 73 en de gemeentegrens met Zandvoort, en op of in de parallel met dat strandgedeelte gelegen strook zee met een breedte van 20 m (zijnde de vooroever) verboden: a.
te recreëren anders dan lopend of staand;
b.
te zwemmen;
c.
te varen;
d.
te graven;
e.
met een voertuig harder te rijden dan stapvoets, dan wel de snelheid die strikt noodzakelijk is ter voorkoming van het in het zand vastlopen van het voertuig;
f.
met een paard harder te gaan dan stapvoets;
g.
activiteiten uit te voeren met metaaldetectieapparatuur;
h.
mechanische strandreiniging uit te voeren.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
39
HOOFDSTUK 3
REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Afdeling 1. Algemene bepalingen Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. Artikel 3:2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee
beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke
bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek
onder de aandacht van het publiek brengt; leiding van een seksbedrijf; openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;
escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;
exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;
klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of
prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met
prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
een prostituee aangeboden seksuele diensten; met een ander tegen betaling; een ander tegen betaling; prostitutie; prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;
seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling;
seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;
werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
40
Afdeling 2. Vergunning Seksbedrijf Artikel 3:3 Vergunning* 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogte twaalf weken worden verlengd. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 4. De vergunning wordt verleend voor maximaal 3 jaar en kan ten hoogste tweemaal met 3 jaar worden verlengd. Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen* Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren anders dan op bedrijventerrein ’s Gravendam te Noordwijkerhout of bedrijventerrein Klei-Oost te Noordwijk. Artikel 3:5 0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksinrichtingen* 1. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend. 2. Er kan voor maximaal één seksinrichting vergunning worden verleend. Artikel 3:6 Aanvraag 1. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a.
de persoonsgegevens van de exploitant;
b.
het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
c.
of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;
d.
het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;
e.
het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;
f.
het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;
g.
een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;
h.
voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;
i.
een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;
j.
bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;
k.
voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding;
l.
voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
41
3. Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a tot en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 4. Het bevoegde bestuursorgaan, kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a.
de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
b.
de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
c.
de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
d.
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
e.
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
f.
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
g.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;
h.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto artikel 8 en artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen of 6. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
i.
een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt;
j.
de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan, een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijk gesteld: a.
een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;
b.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
42
3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a.
voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;
b.
als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;
c.
als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;
d.
als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd;
e.
als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid;
f.
als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven;
g.
als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning 1.
De vergunning vermeldt in ieder geval: a.
de naam van de exploitant;
b.
voor zover van toepassing, die van de beheerder;
c.
voor welke activiteit de vergunning is verleend;
d.
het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;
e.
het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;
f.
voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;
g.
de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;
h.
voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning;
i.
het nummer van de vergunning.
2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
43
Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a.
de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b.
de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
c.
is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14 eerste en tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;
d.
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;
e.
zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h;
f.
de vergunninghouder dat verzoekt;
g.
de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a.
is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
b.
in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;
c.
een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;
d.
is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;
e.
is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;
f.
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
g.
de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
h.
er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;
i.
gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden (Gereserveerd) Artikel 3:11 Verlenging vergunning (Gereserveerd)
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
44
Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Paragraaf 3.1 regels voor alle seksbedrijven Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang* 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 uur en 09.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is een prostituee verboden zich te bevinden in een seksrichting tussen 00.30 uur en 08.30 uur tenzij bij vergunning anders is bepaald. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting. Artikel 3:13 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam; b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a, en c.
als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.
Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a.
nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
b.
in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
3. Het is een prostituee verboden: a.
te handelen in strijd met het eerste lid;
b.
werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.
Artikel 3:15 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a.
op het gebied van hygiëne;
b.
ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;
c.
ter bescherming van de gezondheid van de klanten;
d.
ter voorkoming van strafbare feiten.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
45
2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a.
de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;
b.
inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees;
c.
in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;
d.
in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;
e.
de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;
f.
de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;
g.
de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;
h.
de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;
i.
de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft;
j.
aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;
k.
de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;
l.
de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n.
de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;
o.
de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.
3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
46
Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte Een werkruimte wordt bij aanvang van het huren voor ten minste vier aaneengesloten weken verhuurd. Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1.
De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.
2.
De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a.
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;
b.
er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1.
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;
2.
de verhuuradministratie;
3.
met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k;
4. c.
de werkroosters van de beheerders.
de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;
d.
medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
e.
onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;
f.
onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur;
g.
gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Artikel 3:18 Raamprostitutie Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden. Artikel 3:19 Straatprostitutie Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg seksuele handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
47
Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19 kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
48
Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d. 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
49
HOOFDSTUK 4
BESCHERMING VAN HET MILIEU, HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Afdeling 1. Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4:1 Definities* In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
b.
collectieve festiviteit: festiviteit zoals bedoeld in artikel 2.21 lid 1 onder a van het Besluit;
c.
geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2;
d.
gevoelig gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit;
e.
gevoelig terrein: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit;
f.
houder van de inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
g.
incidentele festiviteit: festiviteit zoals bedoeld in artikel 2.21 lid 1 onder b van het Besluit;
h.
inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Besluit;
i.
HMRI-99: de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, uitgave 1999, van het ministerie van VROM.
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten*
1. Als collectieve festiviteiten waarvoor de geluidnormen zoals opgenomen in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet gelden, worden de festiviteiten aangewezen die plaatsvinden op de volgende dagdelen: - de zaterdag voor aswoensdag (carnaval); - Koningsdag; - Bevrijdingsdag (5 mei) en - Oudejaarsdag, aanvangende om 07.00 uur en uitlopende tot de daarop aansluitende ochtend tot uiterlijk 02.00 uur. 2.
Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college het dagdeel waarop die festiviteit zal plaatsvinden terstond aanwijzen als dagdeel zoals bedoeld in artikel 2.21 lid 1 van het Besluit.
3.
Gedurende de dagen en dagdelen zoals bedoeld in het eerste en tweede lid mag het langtijd gemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door het gebruik van instrumenten, apparatuur en installaties ten behoeve van de betreffende, binnen de grenzen van de inrichting plaatsvindende, festiviteit en gemeten op 1,5 meter hoogte, niet hoger zijn dan: – op de gevel van een gevoelig gebouw, tussen 07.00 en 24.00 uur: 75 dB(A); – op de gevel van een gevoelig gebouw, tussen 24.00 en 02.00 uur: 50 dB(A); – in een in- of aanpandig gelegen geluidsgevoelige ruimte: 50 dB(A).
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
50
4.
Onverminderd het gestelde in lid 3 mag het piekniveau (LAmax), veroorzaakt door het gebruik van instrumenten, apparatuur en installaties ten behoeve van de betreffende binnen de grenzen van de inrichting plaatsvindende festiviteit, gemeten in de meterstand “fast” en op 1,5 meter hoogte, niet hoger zijn dan 10 dB(A) boven de geldende norm voor het langtijd gemiddelde beoordelingsniveau.
5.
Als binnen een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting geen woning of ander gevoelig gebouw aanwezig is, gelden de normen zoals in lid 3 en lid 4 zijn bepaald voor het geluidsniveau op de gevel, in plaats daarvan op 50 meter afstand van de grens van de inrichting.
6.
Metingen en berekeningen ter controle van de in deze afdeling genoemde geluidsniveaus vinden plaats overeenkomstig de HMRI-99, met dien verstande dat, in afwijking daarvan, bij toetsing aan de gestelde normen geen rekening wordt gehouden met een bedrijfsduurcorrectie of een correctie in verband met het tonale karakter van muziekgeluid.
7.
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet tijdens collectieve festiviteiten op de in het eerste lid bedoelde dagdelen.
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten* 1.
Het is een inrichting toegestaan op maximaal 8 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits en voor zover die festiviteiten worden gehouden tussen 07.00 en 24.00 uur en de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
2.
In afwijking van het voorgaande lid is het aantal dagen waarop incidentele festiviteiten mogen worden georganiseerd voor de inrichtingen gelegen aan De Grent of gelegen op het strand, beperkt tot maximaal 3 per jaar.
3.
De in het eerste lid bedoelde melding is gedaan wanneer het door of vanwege het college daartoe vastgestelde formulier volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is aangeleverd op de op dat formulier vermelde plaats.
4.
De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond schriftelijk toestaat.
5.
Gedurende een incidentele activiteit zoals bedoeld in dit artikel mag het langtijd gemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door het gebruik van instrumenten, apparatuur en installaties ten behoeve van de betreffende, binnen de grenzen van de inrichting plaatsvindende, festiviteit en gemeten op 1,5 meter hoogte, niet hoger zijn dan: – op de gevel van een gevoelig gebouw, tussen 07.00 en 24.00 uur: 75 dB(A); – in een in- of aanpandig gelegen geluidsgevoelige ruimte: 50 dB(A).
6.
Onverminderd het gestelde in lid 5 mag het piekniveau (LAmax), veroorzaakt door het gebruik van instrumenten, apparatuur en installaties ten behoeve van de betreffende binnen de grenzen van de inrichting plaatsvindende festiviteit, gemeten in de meterstand “fast” en op 1,5 meter hoogte, niet hoger zijn dan 10 dB(A) boven de geldende norm voor het langtijd gemiddelde beoordelingsniveau.
7.
Als binnen een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting geen woning of ander gevoelig gebouw aanwezig is, gelden de normen zoals in lid 5 en lid 6 zijn bepaald voor het geluidsniveau op de gevel, in plaats daarvan op 50 meter afstand van de grens van de inrichting.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
51
8.
Metingen en berekeningen ter controle van de in deze afdeling genoemde geluidsniveaus vinden plaats overeenkomstig de HMRI-99, met dien verstande dat, in afwijking daarvan, bij toetsing aan de gestelde normen geen rekening wordt gehouden met een bedrijfsduurcorrectie of een correctie in verband met het tonale karakter van muziekgeluid.
9.
Het is een inrichting toegestaan om tijdens en ten behoeve van de viering van incidentele festiviteiten de verlichting van een buitensportterrein langer aan te houden dan bepaald in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit, mits de houder van inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten (Vervallen) Artikel 4:5 Onversterkte muziek (Gereserveerd) Artikel 4:6 Overige geluidhinder* 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op de geluidproductie tijdens een evenement waarvoor op grond van artikel 2.25 vergunning is verleend of een klein evenement waarvoor een melding is ingediend zoals bedoeld in artikel 2.25a. 4. Het verbod is tevens niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4:6a Mosquito (Gereserveerd)
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
52
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:7 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021
(Geconsolideerd na 1e Wijziging)
53
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:10 Definities* In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Houtopstand: één of meer bomen, boomvormers, hakhout of andere houtachtige gewassen. b. Vellen: kappen, rooien, verplanten, het snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume, alle handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand ten gevolge hebben. c.
Dunning: vellen dat uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd.
d. Knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud. e. Percelen: grondgebied bestaande uit aaneengesloten voor-, achter- en zijtuinen bij woningen inclusief bebouwing, dat een zelfstandige eenheid vormt. f.
Boom effect analyse (Bea): rapportage waarin beschreven wordt wat het effect is van een werk of ingreep binnen de boombeschermingszone.
g. Beheerplan: document waarin voor een terrein of perceel wordt beschreven welke doelen worden nagestreefd voor de instandhouding, het herstel en/of de ontwikkeling van bosen/of natuurwaarden. Artikel: 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden* 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a.
de natuurwaarde van de houtopstand;
b.
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
c.
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d.
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e.
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
f.
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
g.
de zeldzaamheidswaarde van de houtopstand;
h.
ouderdom en levensverwachting van de houtopstand.
3. Het onder lid 1 genoemde verbod tot vellen geldt niet voor: a.
houtopstand binnen de bebouwde kom met een stamomtrek van minder dan 63 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld behoudens houtopstanden die op grond van artikel 4:13 of artikel 4:14 zijn herplant;