CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

B - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest.pdf

Gemeenteraadsvergadering 29 november 2022, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest20.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

— De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. — De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: — De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: — De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. — De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: — De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 5/10

Ontgravingslocatie Betreft het terrein(deel) waar grond ontgraven wordt. Oppervlaktewaterlichaam Een onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen (Bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerkanalyse-toetsing/faq/resultaten-pfas-onderzoek-toetsen-aanvulling/) De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de voorlopige toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor de PFASverbindingen plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing wordt vervolgens vastgesteld in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater.

Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde Wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde Wonen. Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld. Daarnaast zijn hieronder twee voorbeelden uitgewerkt: Voorbeeld 1 1. Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties: 2. Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de rapportagegrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden. 3.

Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de rapportagegrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg dsvoor de overige PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: toepassing van grond op de landbodem beneden grondwaterniveau (tenzij PFAS < voorlopige achtergrondwaarden voor PFAS) en in grondwaterbeschermingsgebieden. 4. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde), dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de landelijke achtergrondwaarden (1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de normen voor 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties: 1.

Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan. SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 6/10

2.

3.

4.

Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de rapportagegrens (0,1 µg/kg ds) maar beneden de landelijke achtergrondwaarden (van 1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden is niet toegestaan. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de voorlopige achtergrondwaarde (van 1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS) en onder de toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan, maar kan de partij uitsluitend toegepast in gebieden met de kwaliteitsklassen Wonen of Industrie als toepassingseis of in gebieden waarvoor verhoogde lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.

Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:

√

n

stdev = (1/n⋅ ∑ ( x− ̄ x )2 ) x= 1

Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld. BODEMFUNCTIEKLASSE

BODEMKWALITEITSKLASSE

TOEPASSINGSEIS

Overig (Landbouw/natuur)

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur @

Overig (Landbouw/natuur)

Wonen

Landbouw/natuur @

Overig (Landbouw/natuur)

Industrie

Landbouw/natuur @

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur @

Wonen

Wonen

Wonen @@

Wonen

Industrie

Wonen @@

Industrie

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur @

Industrie

Wonen

Wonen @@

Industrie Industrie Industrie @@ @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de landelijke achtergrondwaarden. @@ Het gehalte aan PFOA moet voldoen aan 7,0 μg/kg ds en de gehalten aan de andere PFAS-verbindingen moeten voldoen aan 3,0 μg/kg ds.

Toepassingslocatie Betreft dat terreindeel waar grond wordt toegepast.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 7/10

Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). KWALITEIT TOE TE PASSEN GROND

TOEPASSINGSEIS

Wonen

Wonen

Ja

Industrie

Wonen

Nee

Landbouw/natuur

Wonen

Ja

Wonen

Industrie

Ja

Industrie

Industrie

Ja

Landbouw/natuur

Industrie

Ja

Wonen

Landbouw/natuur

Nee

Industrie

Landbouw/natuur

Nee

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Ja

TOEPASSINGSEIS TOEGESTAAN?

Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit en Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-).

STOF Arseen

MAXIMALE WAARDEN ACHTERGRONDWAARDEN (AW2000, MAXIMALE LANDBOUW/NATUUR) WAARDEN WONEN 20

Barium *

27

MAXIMALE WAARDEN INDUSTRIE 76

n.v.t.

Cadmium

0,60

1,2

4,3

Chroom

55

62

180

Kobalt

15

35

190

Koper

40

54

190

Kwik

0,15

0,83

4,8

Lood

50

210

530

Molybdeen

1,5

88

190

Nikkel *

35

39

100

Zink

140

200

720

Som PAK

1,5

6,8

40

Som PCB

0,02

0,04

0,5

Minerale olie

190

190

500

α-Endosulfan

0,0009

0,0009

0,1

Chloordaan (som)

0,002

0,002

0,1

Drins (som 3)

0,015

0,04

0,14

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 8/10

STOF

MAXIMALE WAARDEN ACHTERGRONDWAARDEN (AW2000, MAXIMALE LANDBOUW/NATUUR) WAARDEN WONEN

MAXIMALE WAARDEN INDUSTRIE

α-HCH

0,001

0,001

0,5

β-HCH

0,002

0,002

0,5

γ-HCH

0,003

0,04

0,5

Heptachloor

0,0007

0,0007

0,1

Heptachloorepoxide (som)

0,002

0,002

0,1

DDT

0,2

0,2

1

DDE

0,1

0,13

1,3

DDD

0,02

0,84

34

PFOA7 zonder vastgestelde achtergrondwaarde

0,0019

Andere PFAS-verbindingen zonder vastgestelde achtergrondwaarde

0,0014

PFOA

0,0019

0,007

Andere PFAS-verbindingen 0,0014 0,003 * De normstelling in de Regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds.

Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen), ProRail/NS Vastgoed (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde). Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.

7

PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 9/10

Wegberm Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.1): — de erfgrens of; — de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; — de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; — als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.

Figuur B1.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 10/10

BIJLAGE

2

ONDERBOUWING BODEMKWALITEITSKAART PLANGEBIED BRONSGEEST

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 1/10

BIJLAGE 2 – ONDERBOUWING BODEMKWALITEITSKAART PLANGEBIED BRONSGEEST 1. Doelstelling bodemkwaliteitskaart Het doel van het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de diffuse chemische bodemkwaliteit van het plangebied Bronsgeest in Noordwijk. De achterliggende doelstellingen is de wens van de gemeente Noordwijk om met de bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden die het Besluit bodemkwaliteit (hierna Bbk) [1] biedt: — als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); — bij het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie op en in de landbodem; — als bewijsmiddel bij kleinschalig grondverzet; — bij het wegnemen van mogelijke knelpunten bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond); — om gebiedsspecifiek beleid mogelijk te maken.

2. Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [10]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Stap 2: Stap 3: Stap 4: Stap 5: Stap 6: Stap 7: Stap 8:

Opstellen programma van eisen. Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Controle indeling van het bodembeheergebied. Verzamelen aanvullende informatie. Vaststellen bodemkwaliteitszones. Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart).

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 2/10

2.1. Stap 1: Opstellen programma van eisen. Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: — Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het plangebied Bronsgeest in Noordwijk (zie kaartbijlage 1). — De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte. — De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: • Locaties met of locaties die verdacht zijn voor een matige tot sterke bodemverontreiniging (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart) waaronder boorpunt 15 8. De in eerder onderzoek benoemde slootdempingen en puinpaden9 zijn in een aanvullend vooronderzoek bodem10 niet (meer) aangetroffen. De (voormalige) slootdempingen en puinpaden worden hiermee beschouwd als “niet verdacht voor bodemverontreiniging. • De veenlaag. • De waterbodems (ander bevoegd gezag: Hoogheemraadschap van Rijnland). • De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. • Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. — De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 ‘Begrippen’ kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB).

Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFASverbindingen11 12 opgesteld. — De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken die ter plaatse van het plangebied zijn uitgevoerd[9]. Om meetgegevens te verzamelen voor PFAS-verbindingen en te voldoen aan de minimumeisen uit de Richtlijn (aantal en spreiding) heeft de gemeente in 2021 aanvullend bodemonderzoek laten uitvoeren[9].

2.2. Stappen 2 en 4: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de gebruikshistorie (-voormalige- bloemen- en bloembollenteelt) en de uitgevoerde bodemonderzoeken wordt gesteld dat het plangebied Bronsgeest diffuus is belast met zware metalen en de stofgroepen PAK, PCB, OCB en PFAS-verbindingen. Daarom is in het horizontale vlak uitgegaan van één deelgebied. 8

9

10

11

12

Milieuhygiënisch bodemonderzoek, verzamelen aanvullende gegevens bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk, documentnummer: SOB018037.RAP001, WSP Nederland B.V., 17 november 2021. Zie kaartbijlage 2.2 van het Milieuhygiënisch vooronderzoek Bronsgeest Noordwijk, kenmerk: 2009P102/SWI/rap1, IDDS Milieu B.V., 19 maart 2021. CONCEPT Aanvullend vooronderzoek bodem plangebied Bronsgeest in Noordwijk, documentnummer: SOB018482.RAP001, WSP Nederland B.V., 22 november 2021. Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. 30 PFAS-verbindingen van de Advieslijst voor PFAS, versie 12 juli 2019 (https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wetregelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/welke-pfas-verbindingen-geanalyseerd/).

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 3/10

Het is de verwachting dat er geen clustering van hogere of lagere PFAS-gehalten voorkomt in het plangebied. PFASverbindingen kunnen voor komen in de geroerde bodemlagen. Hierbij is tot 1 meter diepte aangehouden. De bodemlaag dieper dan 1 meter is vooralsnog niet verdacht voor PFAS-verbindingen. In het verticale vlak worden voor de PFAS-verbindingen 2 bodemlagen onderscheiden: (1) vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte en (2) vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte onderscheiden. In de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) kunnen verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen voorkomen als gevolg van atmosferische depositie. In de onderliggende bodemlaag (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte) kunnen verhoogde gehalten aan PFASverbindingen voorkomen als gevolg van vergraving/diepploegen en uitspoeling van de bovengrond. Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte), een tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte) en de ondergrond (traject vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). Voor de tussenlaag en de ondergrond is de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen PCB, OCB en PAK gelijk gesteld.

De volgende deelgebieden zijn onderscheiden: — Bovengrond Plangebied Bronsgeest (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte). — Tussenlaag Plangebied Bronsgeest (traject vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte). — Ondergrond Plangebied Bronsgeest (traject vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte).

2.3. Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking. 2.3.1. Selecteren beschikbare gegevens De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken die ter plaatse van het plangebied zijn uitgevoerd[9]. Om meetgegevens te verzamelen voor PFAS-verbindingen en te voldoen aan de minimumeisen uit de Richtlijn (aantal en spreiding) heeft de gemeente aanvullend bodemonderzoek (2021) laten uitvoeren[9]. In het in 2018 uitgevoerde bodemonderzoek is gesteld dat de vastgestelde bodemkwaliteit in 2009 vergelijkbaar is en niet is verslechterd. Op basis van deze conclusie zijn de analyseresultaten van 2009 toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart.

2.3.2. Het samenvoegen van punt- en mengmonsters De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens [18]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.

2.3.3. Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 4/10

2.3.4. Het opsporen van uitbijters Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.

2.4. Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied. 2.4.1. Aantal en spreiding meetgegevens De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: — Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. — De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: • Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. • Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. — Per beheergebied (het gebied waar de bodemkwaliteitskaart voor wordt opgesteld) moeten minimaal 30 PFASmeetgegevens beschikbaar zijn per bodemlaag. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond [20] ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. De onderscheiden deelgebieden voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten.

2.4.2. Splitsen van deelgebieden Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in de bijlage 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat bij alle deelgebieden geen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt.

2.5. Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en definiëren definitieve deelgebieden / bodemkwaliteitszones. Stap 6 ‘Verzamelen aanvullende informatie’ is niet uitgevoerd. Zoals in § 2.4.1 van deze bijlage is gesteld, voldoen alle onderscheiden deelgebieden voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. De deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeente. Voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) zijn de volgende bodemkwaliteitszones onderscheiden (zie ook kaartbijlage 2): — Bovengrond Plangebied Bronsgeest (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte). — Tussenlaag Plangebied Bronsgeest (traject vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte). — Ondergrond Plangebied Bronsgeest (traject vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte). SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 5/10

2.6. Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones. De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit[21] (hierna ‘Rbk’) en de normen uit het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie[8]. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 2.7.3 van deze bijlage en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden.

In het plangebied Bronsgeest komt deze situatie niet voor. In tabel B2.1 van deze bijlage is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 2.7.4 van deze bijlage). Op basis van de bekende PFAS-gegevens in het plangebied nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven én de gemeten gehalten in de tussenlaag, is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt in het plangebied Bronsgeest niet voor. Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1.

In het plangebied Bronsgeest is bij bodemkwaliteitszones geen sprake van sterke heterogeniteit (zie tabel B2.1). De overzichten van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staan in bijlage 4 (kolom 'Heterogeniteit').

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 6/10

Tabel B2.1 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag STERKE HETEROGENITEIT BODEMKWALITEITSKLASSE KWALITEITSBEPALENDE [AANTAL BODEMKWALITEITSZONE (OBV GEMIDDELDE) STOF MEETGEGEVENS] Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bovengrond Plangebied Bronsgeest

Industrie #

Chloordaan, heptachloorepoxide

-

Chloordaan

-

Tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) Tussenlaag Plangebied Bronsgeest

Industrie #

Ondergrond (traject vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) Ondergrond Plangebied Bronsgeest

Industrie ##

Chloordaan

-

#

De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. ## De bodemlaag 1,0-2,0 m-mv is op basis van onderzoeksresultaten niet verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFASverbindingen

2.7. Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 2.7.1. Inleiding De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.

2.7.2. Kaart met uitgesloten locaties en gebieden In § 2.1 van deze bijlage zijn de locaties aangegeven die zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Deze bodemkwaliteitskaart kan niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven ter plaatse van de uitgesloten locaties en gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In § 3.9 van de hoofdtekst van deze bodembeheernota wordt ingegaan welke onderzoeks- en kwaliteitseisen er gelden voor de toe te passen grond.

2.7.3. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In § 3.7 van de hoofdtekst van deze bodembeheernota wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 3, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Rbk en de normen uit het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 2.6 van deze bijlage).

De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 7/10

In tabel B2.2 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlage 3. De kleuren in tabel B2.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlage. Tabel B2.2 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE BODEMKWALITEITSZONE (OBV GEMIDDELDE)

KWALITEITSBEPALENDE STOF

95-PERCENTIELWAARDE > INTERVENTIEWAARDE

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bovengrond Plangebied Bronsgeest

Industrie #

Chloordaan, heptachloorepoxide

-

Tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) Tussenlaag Plangebied Bronsgeest

Industrie #

Chloordaan

-

Ondergrond (traject vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) Ondergrond Plangebied Bronsgeest

Industrie ##

Chloordaan

-

#

De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt in het plangebied Bronsgeest niet tot beperkingen. Bij toepassing van de grond buiten het plangebied leidt dit mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. ## De bodemlaag 1,0-2,0 m-mv is op basis van onderzoeksresultaten niet verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFASverbindingen.

2.7.3. Toepassingskaart De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In § 3.7 van de hoofdtekst van deze bodembeheernota wordt hier nader op ingegaan. In tabel B2.3 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op de kaartbijlage 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel B2.3 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlage 4 (toepassingskaart).

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 8/10

Tabel B2.3 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit

BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIE

BODEMWKALITEITSKLASSE (OBV GEMIDDELDE)

TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEIT EN TIJDELIJK KADER PFAS

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bovengrond Plangebied Bronsgeest

Wonen

Industrie #

Wonen @

Tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) Tussenlaag Plangebied Bronsgeest

Wonen

Industrie #

Wonen @

Ondergrond (traject vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) Ondergrond Plangebied Bronsgeest

Wonen

Industrie ##

Wonen @

#

De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt in het plangebied Bronsgeest niet tot beperkingen. Bij toepassing van de grond buiten het plangebied leidt dit mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. ## De bodemlaag 1,0-2,0 m-mv is op basis van onderzoeksresultaten niet verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFASverbindingen @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan : PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds.

3. Samenvatting en conclusies In de bodemkwaliteitskaart van het plangebied Bronsgeest zijn op basis van de gebruikshistorie en verwachte bodemkwaliteit in totaal 3 bodemkwaliteitszones onderscheiden (zie ook kaartbijlage 2): — Bovengrond Plangebied Bronsgeest (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte). — Tussenlaag Plangebied Bronsgeest (vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte). — Ondergrond Plangebied Bronsgeest (vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte). De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: — Locaties met of locaties die verdacht zijn voor een matige tot sterke bodemverontreiniging (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart) waaronder boorpunt 15 13. De in eerder onderzoek benoemde slootdempingen en puinpaden14 zijn in een aanvullend vooronderzoek bodem15 niet (meer) aangetroffen. De (voormalige) slootdempingen en puinpaden worden hiermee beschouwd als “niet verdacht voor bodemverontreiniging. — De veenlaag. — De waterbodems (ander bevoegd gezag: Hoogheemraadschap van Rijnland). — De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. — Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. In tabel B3.1 van deze bijlage staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en dieptetrajecten een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen.

13

14

15

Milieuhygiënisch bodemonderzoek, verzamelen aanvullende gegevens bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk, documentnummer: SOB018037.RAP001, WSP Nederland B.V., 17 november 2021. Zie kaartbijlage 2.2 van het Milieuhygiënisch vooronderzoek Bronsgeest Noordwijk, kenmerk: 2009P102/SWI/rap1, IDDS Milieu B.V., 19 maart 2021. CONCEPT Aanvullend vooronderzoek bodem plangebied Bronsgeest in Noordwijk, documentnummer: SOB018482.RAP001, WSP Nederland B.V., 22 november 2021.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 9/10

Alle bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld voor de stoffen barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen en bestrijdingsmiddelen (OCB). Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. De bodemkwaliteitszones ‘Bovengrond plangebied Bronsgeest’( bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en ‘Tussenlaag plangebied Bronsgeest’ (bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1,0 meter diepte) zijn ook vastgesteld voor PFAS-verbindingen16 17. * Voor de tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) en de ondergrond (1,0-2,0 m-mv) wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB, PAK en OCB overigens gelijk gesteld. Op de ontgravingskaart (zie de kaartbijlage 3) zijn de te verwachten ontgravingskwaliteitsklassen weergegeven van de onderscheiden bodemkwaliteitszones.

Op de toepassingskaart (zie de kaartbijlage 4) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden voor de onderscheiden dieptetrajecten in een gebied als een partij grond wordt toegepast en gebruik wordt gemaakt van het generieke toetsingskader van het Besluit en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Tabel B3.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfuncties conform het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAShoudende grond.

BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIE

VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE (OBV GEMIDDELDE)

TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEIT EN TIJDELIJK HANDELINGSKADER PFAS

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bovengrond Plangebied Bronsgeest

Wonen

Industrie # (Chloordaan, heptachloorepoxide)

Wonen @

Tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) Tussenlaag Plangebied Bronsgeest

Wonen

Industrie # (Chloordaan)

Wonen @

Ondergrond (traject vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) Ondergrond Plangebied Bronsgeest

Wonen

Industrie ## (Chloordaan)

Wonen @

#

De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt in het plangebied Bronsgeest niet tot beperkingen. Bij toepassing van de grond buiten het plangebied leidt dit mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. ## De bodemlaag 1,0-2,0 m-mv is op basis van onderzoeksresultaten niet verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFASverbindingen @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan : PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds.

16

17

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. 30 PFAS-verbindingen van de Advieslijst voor PFAS, versie 12 juli 2019 (https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wetregelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/welke-pfas-verbindingen-geanalyseerd/).

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 10/10

BIJLAGE

3

SPECIFICATIE UITBIJTERS

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 1/1

Lijst met uitbijters Deelgebied Onderzoek Rapportnummer Bovengrond Bronsgeest Verkennend bodemonderzoek Bronsgeest 1808L746/BNO/rap1 Ondergrond Bronsgeest Aanvullend bodemonderzoek tbv BKK Bronsgeest SOB018037.RAP001

Rapportdatum

Monster Stof (gehalte) Toelichting 29-11-2018 MM08 PAK (70) en Olie (580) Bij uitsplitsing niet meer aangetroffen oktober 2021 (uitvoering) 15-3 Lood (1200) Bij heranalyse niet meer aangetroffen

Versiedatum: 29-10-2021

Blz. 1/1

Projectcode: SOB018037 Projectnaam: BKK Plangebied Bronsgeest

BIJLAGE

4

STATISTISCHE PARAMETERS BODEMKWALITEITSZONES

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk – Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 1/1

Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage. Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone Statistische parameters Bovengrond Plangebied Bronsgeest Gezoneerd: ja

Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie α-Endosulfan Chloordaan Drins (som 3) α-HCH β-HCH γ-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide DDT DDD DDE

N

Versiedatum: 19-11-2021

Min 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 30 30 29 29 29 29 29 29 29 29 29 29 29

55,2 0,19 3,6 7,2 0,07 11,0 0,35 8,3 49,7 0,0208 0,16 59,5 0,0030 0,0059 0,0085 0,0030 0,0030 0,0030 0,0030 0,0059 0,0042 0,0042 0,0042

5P 55,2 0,21 3,6 7,7 0,10 11,9 0,35 8,3 61,9 0,0208 0,18 59,5 0,0030 0,0059 0,0085 0,0030 0,0030 0,0030 0,0030 0,0059 0,0049 0,0042 0,0042

Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde meetwaarde < detectiegrens maar rekenwaarde > achtergrondwaarde

Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone:

25P 55,2 0,24 3,7 14,3 0,14 26,3 0,35 11,8 78,7 0,0208 0,30 65,8 0,0030 0,0059 0,0089 0,0030 0,0030 0,0030 0,0030 0,0059 0,0059 0,0059 0,0059

50P 80,8 0,24 5,7 16,5 0,23 33,7 0,56 11,8 87,6 0,0208 0,42 104,1 0,0030 0,0059 0,0123 0,0030 0,0030 0,0030 0,0030 0,0059 0,0059 0,0059 0,0059

75P 90,7 0,24 7,5 18,7 0,32 40,8 1,05 14,5 101,8 0,0387 0,67 104,1 0,0030 0,0059 0,0212 0,0030 0,0030 0,0030 0,0030 0,0059 0,0089 0,0059 0,0127

80P 93,9 0,24 7,5 19,5 0,32 42,6 1,05 14,8 103,7 0,0595 1,0 113,0 0,0030 0,0059 0,0251 0,0030 0,0030 0,0030 0,0030 0,0059 0,0110 0,0059 0,0131

80% MIN

80% MAX

Gem 90P 95P Max VC 102,5 109,2 138,0 78,7 80,1 81,5 0,24 0,28 0,56 0,24 0,25 0,26 7,5 7,5 7,5 5,6 5,70 5,8 22,6 22,6 41,1 16,0 16,80 17,6 0,35 0,41 0,42 0,21 0,23 0,25 50,3 55,7 123,9 33,0 36,70 40,4 1,05 1,05 1,05 0,58 0,66 0,74 15,7 16,7 17,7 12,2 12,40 12,6 112,3 117,7 127,9 86,7 88,80 90,9 0,0850 0,0850 0,0850 0,035 0,0365 0,038 1,0 1,6 2,7 0,60 0,47 0,73 148,7 148,7 169,9 98,9 100,7 102,5 0,0030 0,0030 0,0030 n.v.t. 0,0030 n.v.t. 0,0086 0,0104 0,0212 0,0066 0,0068 0,0070 0,0608 0,0831 0,1359 0,0225 0,0242 0,0259 0,0030 0,0030 0,0030 n.v.t. 0,0030 n.v.t. 0,0030 0,0030 0,0030 n.v.t. 0,0030 n.v.t. 0,0030 0,0030 0,0030 n.v.t. 0,0030 n.v.t. 0,0030 0,0030 0,0030 n.v.t. 0,0030 n.v.t. 0,0098 0,0115 0,0119 0,0067 0,0068 0,0069 0,0136 0,0170 0,1219 0,0107 0,0119 0,0131 0,0086 0,0125 0,0378 0,0069 0,0072 0,0075 0,0153 0,0189 0,0212 0,0086 0,0089 0,0092

Blz. 1/2

1,90% 2,40% Heterogeniteit 0,07 n.v.t. 0,16 0,09 0,19 0,32 0,38 0,49 0,07 0,09 0,17 0,92 0,08 0,00 0,10 0,29 0,00 0,00 0,00 0,00 0,06 0,42 0,20 0,13

Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingskaart:

95P> I n.v.t. 0,02 nee 0,02 nee 0,10 nee 0,07 nee 0,09 nee 0,00 nee 0,13 nee 0,10 nee 0,13 nee 0,04 nee 0,29 nee 0,00 nee 0,05 nee 0,60 nee 0,00 nee 0,00 nee 0,00 nee 0,00 nee 0,06 nee 0,02 nee 0,00 nee 0,01 nee

Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie α-Endosulfan Chloordaan Drins (som 3) α-HCH β-HCH γ-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide DDT DDD DDE

industrie industrie Max. Achtergrond waarde waarde wonen 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0 0,0009 0,0020 0,0150 0,0010 0,0020 0,0030 0,0007 0,0020 0,2000 0,0200 0,1000

Max. waarde industrie

1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0 0,0009 0,0020 0,0400 0,0010 0,0020 0,0400 0,0007 0,0020 0,2000 0,8400 0,1300

4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0 0,1000 0,1000 0,1400 0,5000 0,5000 0,5000 0,1000 0,1000 1,0000 34,0000 1,3000

Interventie waarde bodem (I) 13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0 4,00 4,00 4,00 17,00 1,60 1,20 4,00 4,00 1,70 34,00 2,30

Projectcode: SOB018037 Project: BKK Plangebied Bronsgeest

Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage. Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone

Statistische parameters

Tussenlaag/ondergrond Plangebied Bronsgeest Gezoneerd: ja

Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie α-Endosulfan Chloordaan Drins (som 3) α-HCH β-HCH γ-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide DDT DDD DDE

Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde meetwaarde < detectiegrens maar rekenwaarde > achtergrondwaarde

N

Versiedatum: 19-11-2021

Min 21 21 21 21 21 22 21 21 21 21 21 21 26 26 26 26 26 26 26 26 26 26 26

26,4 0,09 3,2 4,1 0,03 4,2 0,35 7,3 13,7 0,0183 0,07 52,4 0,0026 0,0052 0,0075 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0052 0,0037 0,0037 0,0037

5P 46,1 0,14 3,2 4,1 0,04 4,5 0,35 7,3 19,6 0,0183 0,07 52,4 0,0026 0,0052 0,0075 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0052 0,0037 0,0037 0,0037

Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone:

25P 46,1 0,23 3,2 6,8 0,05 10,6 0,35 10,4 30,5 0,0183 0,14 52,4 0,0026 0,0052 0,0079 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0052 0,0052 0,0052 0,0052

50P 46,1 0,23 6,1 7,7 0,10 18,2 0,56 13,3 50,1 0,0183 0,35 91,7 0,0026 0,0052 0,0079 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0052 0,0052 0,0052 0,0052

75P 89,0 0,23 6,4 14,7 0,17 29,9 1,05 15,7 61,0 0,0183 0,47 91,7 0,0026 0,0052 0,0257 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0052 0,0052 0,0052 0,0052

80% MIN

80% MAX

Gem 80P 90P 95P Max VC 102,1 121,9 125,2 197,7 66,3 69,8 73,3 0,23 0,23 0,23 0,23 0,20 0,21 0,22 6,4 6,4 9,1 10,7 5,3 5,50 5,7 16,2 17,8 19,3 34,7 10,2 11,20 12,2 0,18 0,22 0,25 0,27 0,10 0,11 0,12 30,3 38,6 40,8 83,4 19,1 22,30 25,5 1,05 1,05 1,05 1,12 0,57 0,66 0,75 15,7 20,4 23,5 28,7 13,2 13,80 14,4 69,7 76,3 98,1 104,6 45,8 49,00 52,2 0,0412 0,0749 0,0749 0,0749 0,029 0,0303 0,032 1,0 1,0 1,0 1,6 0,40 0,28 0,52 91,7 131,0 131,0 131,0 78,2 80,5 82,8 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 n.v.t. 0,0026 n.v.t. 0,0052 0,0052 0,0052 0,0112 0,0055 0,0056 0,0057 0,0374 0,0532 0,0905 0,1400 0,0225 0,0247 0,0269 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 n.v.t. 0,0026 n.v.t. 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 n.v.t. 0,0026 n.v.t. 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 n.v.t. 0,0026 n.v.t. 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 n.v.t. 0,0026 n.v.t. 0,0052 0,0052 0,0052 0,0052 n.v.t. 0,0052 n.v.t. 0,0052 0,0062 0,0102 0,0112 0,0055 0,0056 0,0057 0,0052 0,0052 0,0111 0,0449 0,0062 0,0067 0,0072 0,0052 0,0127 0,0197 0,0299 0,0067 0,0071 0,0075

Blz. 2/2

3,40% 2,70% Heterogeniteit 0,18 n.v.t. 0,11 0,12 0,33 0,49 0,53 0,51 0,15 0,23 0,20 1,06 0,10 0,00 0,06 0,35 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,09 0,32 0,23

Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingskaart:

95P> I n.v.t. 0,02 nee 0,03 nee 0,10 nee 0,05 nee 0,08 nee 0,00 nee 0,25 nee 0,14 nee 0,12 nee 0,02 nee 0,25 nee 0,00 nee 0,00 nee 0,66 nee 0,00 nee 0,00 nee 0,00 nee 0,00 nee 0,00 nee 0,01 nee 0,00 nee 0,01 nee

Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie α-Endosulfan Chloordaan Drins (som 3) α-HCH β-HCH γ-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide DDT DDD DDE

industrie industrie Max. Achtergrond waarde waarde wonen 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0 0,0009 0,0020 0,0150 0,0010 0,0020 0,0030 0,0007 0,0020 0,2000 0,0200 0,1000

Max. waarde industrie

1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0 0,0009 0,0020 0,0400 0,0010 0,0020 0,0400 0,0007 0,0020 0,2000 0,8400 0,1300

4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0 0,1000 0,1000 0,1400 0,5000 0,5000 0,5000 0,1000 0,1000 1,0000 34,0000 1,3000

Interventie waarde bodem (I) 13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0 4,00 4,00 4,00 17,00 1,60 1,20 4,00 4,00 1,70 34,00 2,30

Projectcode: SOB018037 Project: BKK Plangebied Bronsgeest

Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) formule: (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) Statistische waarde getoetst er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) aan de normen van de Regeling bodemkwaliteit beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) waarde > max. waarde industrie weinig heterogeniteit (Index < 0,2) max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde Statistische parameters

Zone PFAS-zone bovengrond (0-0,5 m-mv) Gezoneerd:

Stoffen PFOA som lineair + vertakt PFOS som lineair + vertakt PFOA lineair (perfluoroctaanzuur) PFOA vertakt (perfluoroctaanzuur) PFOS lineair (perfluoroctaansulfonzuur) PFOS vertakt (perfluoroctaansulfonzuur) perfluorbutaanzuur (PFBA) perfluorpentaanzuur (PFPA) perfluorhexaanzuur (PFHxA) perfluorheptaanzuur (PFHpA) perfluornonaanzuur (PFNA) perfluordecaanzuur (PFDA) perfluorundecaanzuur (PFUdA) perfluordodecaanzuur (PFDoA) perfluortridecaanzuur (PFTDA) perfluortetradecaanzuur (PFTeDA) perfluorhexadecaanzuur (PFC16azr) perfluoroctadecaanzuur (PFC18azr) perfluor-1-butaansulfonaat (lineair) (L_PFBS) perfluorpentaan-1-sulfonzuur (PFC5asfzr) perfluor-1-hexaansulfonaat (lineair) (L_PFHxS) perfluor-1-heptaansulfonaat (lineair) (L_PFHpS) perfluor-1-decaansulfonaat (lineair) (L_PFDS) 1H,1H,2H,2H-perfluorhexaansulfonzuur (4:2 FTS) 2-(perfluorhexyl)ethaan-1-sulfonzuur (6:2 FTS) 1H,1H,2H,2H-perfluordecaansulfonzuur (8:2 FTS) 1H,1H,2H,2H-perfluordodecaansulfonzuur (10:2 FTS) perfluoroctaansulfonylamide(N-methyl)acetaat (N-MeFOSAA) perfluoroctaansulfonylamide(N-ethyl)acetaat (EtFOSAA) perfluoroctaansulfonamide (PFOSA) N-methyl perfluoroctaansulfonamide (MeFOSA) bisperfluordecyl fosfaat (8:2 diPAP)

Versiedatum: 28-10-2021

ja

µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds

OS =

1,7 %

Max. Max. 80% 80% Hetero- Achtergrond waarde waarde MIN Gem MAX VC geniteit waarde wonen industrie N Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max 20 0,14 0,14 0,14 0,22 0,25 0,25 0,28 0,29 0,36 0,30 0,02 0,8 7 7 0,19 0,21 0,23 20 0,29 0,29 0,36 0,42 0,47 0,51 0,53 0,58 0,70 0,24 0,10 0,9 3 3 0,40 0,43 0,46 20 0,07 0,07 0,07 0,15 0,18 0,18 0,21 0,22 0,29 0,45 0,02 0,8 7 7 0,12 0,14 0,16 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 7 7 0,07 n.v.t. 20 0,22 0,22 0,28 0,32 0,37 0,37 0,40 0,43 0,53 0,23 0,10 0,9 3 3 0,31 0,33 0,35 20 0,07 0,07 0,07 0,09 0,12 0,12 0,15 0,17 0,17 0,35 0,05 0,9 3 3 0,09 0,10 0,11 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t.

20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t. 20 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,00 0,00 0,8 3 3 0,07 n.v.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=803a6988-997b-444d-99a6-53fdaecaa751