CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

B - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest.pdf

Gemeenteraadsvergadering 29 november 2022, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest20.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

OPDRACHTGEVER: GEMEENTE NOORDWIJK

BODEMBEHEERNOTA DEEL B EN BODEMKWALITEITSKAART PLANGEBIED BRONSGEEST IN NOORDWIJK 29 NOVEMBER 2021

WSP NEDERLAND B.V. RINGWADE 41 3439 LM NIEUWEGEIN +31 (0)88 910 20 00 wsp.com/nl-NL

PROJECTNUMMER SOB018037 DOCUMENTNUMMER SOB018037.RAP002

COLOFON CONTACTPERSOON GEMEENTE NOORDWIJK Mathy van Schie – Van der Putten CONTACTPERSONEN WSP Jeroen Spronk Karin Reezigt

AUTORISATIE PROJECTNUMMER

DOCUMENTNUMMER

STATUS

SOB018037

SOB018037.RAP002

Definitief

OPGESTELD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Jeroen Spronk

Senior adviseur

29 november 2021

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

PARAAF

WSP 29 november 2021 pagina 2/19

SAMENVATTING Inleiding De gemeente Noordwijk wil duurzaam omgaan met licht vervuilde grond door hiervoor meer en betere toepassingsmogelijkheden te creëren. Ook wil de gemeente beleid uitvoeren dat praktisch uitvoerbaar is, milieuhygiënisch verantwoord en transparant. Deze Bodembeheernota (deel B) geeft aan hoe vrijgekomen grond op en in de landbodem van het plangebied Bronsgeest mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast. In de Bodembeheernota deel A staan de algemene beleidsregels beschreven. Deze gelden in principe voor alle gemeenten in het werkgebied van de Omgevingsdienst West-Holland. De Bodembeheernota geldt alleen voor professionele partijen. Particulieren zijn hiervan op basis van de wet uitgesloten.

De beoogde effecten van de Bodembeheernota zijn het vergroten van de hergebruiksmogelijkheden van gebiedseigen grond, het behalen van financieel voordeel en milieuvoordeel, en het realiseren van kortere doorlooptijden doordat: — gebruik wordt gemaakt van de bodemkwaliteitskaart om de kwaliteit van de bodem te bepalen in plaats van deze per keer te moeten onderzoeken en keuren; — licht verontreinigde grond vaker hergebruikt kan worden waardoor deze minder vaak gereinigd of gestort wordt; — de aankoop van primaire grondstoffen (zoals zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (zoals grond van een grondbank) vermindert; — gebiedseigen grond weer hergebruikt/toegepast kan worden; — transportkosten en –afstanden geminimaliseerd worden; — administratieve lasten worden verminderd. Als de landelijke generieke regels van het Besluit bodemkwaliteit voor het toepassen van grond in het plangebied Bronsgeest worden toegepast, dan mag gebiedseigen grond niet worden hergebruikt. Dit knelpunt is in deze Bodembeheernota opgelost met gebiedsspecifiek beleid. Randvoorwaarde hierbij is dat er geen risico’s optreden voor mens en milieu. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van het gebied. Daarnaast wil de gemeente meer werk-met-werk maken.

Gemeentelijk beleid De gemeente Noordwijk heeft binnen de mogelijkheden van het Besluit bodemkwaliteit én het tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie voor het plangebied Bronsgeest gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Het gebiedsspecifieke beleid richt zicht op soepelere regels voor het toepassen van gebiedseigen grond zonder dat dit leidt tot risico’s bij het bodemgebruik. Maar het beleid is ook gericht op strengere regels om de kwaliteit van de bodem te beschermen. Voor alle andere aspecten bij grondverzet volgt de gemeente het landelijke, generieke, beleidskader.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 3/19

Beoogd effect Het gemeentelijke en gebiedsspecifieke beleid heeft als beoogd effect: — Financieel voordeel: minder kosten voor keuring en onderzoek, voor verwerking (reiniging of storten) van grond en voor aankoop van primaire grondstoffen (zoals zand uit zandwinputten) of secundaire grondstoffen (grond van een commerciële grondbank). — Kortere doorlooptijd: het beter en sneller voorzien in de beoogde grondbehoefte bij de realisatie van het plangebied Bronsgeest. — Regionale circulariteit: het kunnen toepassen van gebiedseigen grond. — Vergroten aanbod toe te passen grond: het meer kunnen hergebruiken van licht verontreinigde grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en ‘Industrie’. — Milieuvoordeel: het minimaliseren van verwerking, transportkosten en –afstanden (vermindering van energieverbruik en uitstoot van CO2 en fijnstof). — De administratieve lasten worden verminderd: bij tijdelijke opslag van grond voorafgaand aan de definitieve toepassing is 1 melding voldoende in plaats van 2.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 4/19

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING

3

1

ALGEMEEN

7

1.1

Ter introductie

7

1.2

Vaststellen en geldigheid

7

1.3

Verantwoordelijkheid

7

1.4

Aansprakelijkheid

8

2

GEBIEDSSPECIFIEK BELEID

9

2.1

Inleiding

9

2.2

Keuze voor gebiedsspecifiek beleid

10

2.3

Lokale Maximale Waarden

10

2.4

Regels grondverzet – generiek/gebiedsspecifiek

11

2.5

Beheergebied

11

2.6

Meldingsplicht

12

2.6.1

Algemeen

12

2.6.2

Melding tijdelijke opslag van grond voorafgaand aan toepassing

12

2.7

Omvangrijke grondtoepassingen

12

2.8

Grondtransporten met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel

12

3

PLANGEBIED BRONSGEEST

13

3.1

Bodemfunctieklassenkaart

13

3.2

Huidige bodemkwaliteit / bodemkwaliteitskaart

13

3.3

Beleidswensen voor grondverzet

13

3.4

Gebiedsspecifiek beleid plangebied Bronsgeest

14

3.4.1

Onderbouwing Lokale Maximale Waarden

14

3.4.2

Definiëren Lokale Maximale Waarden

15

3.5

Toekomstige bijstelling van de landelijke (toepassings)normen voor PFAS-houdende grond

15

3.6

Toepassingseisen grond van buiten het plangebied Bronsgeest

16

3.7

Onderzoeksinspanning voorafgaand aan het toepassen van grond

16

3.7.1

Grond uit het plangebied Bronsgeest

16

3.7.2

Grond van buiten het plangebied Bronsgeest

16

3.8

Toepassing grond uit een tijdelijke opslag

16

3.9

Grondverzet op van de bodemkwaliteitskaart uitgesloten locaties en gebieden

17

3.10

Toepassen van grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld

18

3.11

Gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart bij een al onderzochte locatie

18

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 5/19

3.11.1

Uitgevoerd specifiek onderzoek van de NEN5740 of een partijkeuring en gebruik ontgravingskaart

18

3.11.2

Uitgevoerd onderzoek en gebruik toepassingskaart

18

3.11.3

Uitgevoerd NEN5740 onderzoek en gebruik ontgravingskaart Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

BRONVERMELDINGEN

19

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1

— Begrippenlijst Bijlage 2

— Onderbouwing bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest

Bijlage 3

— Specificatie uitbijters Bijlage 4

— Statistische parameters bodemkwaliteitszones

OVERZICHT KAARTBIJLAGEN Kaartbijlage 1 —

Ligging plan- en beheergebied Bronsgeest

Kaartbijlage 2 —

Bodemkwaliteitszones en ligging meetgegevens

Kaartbijlage 3 —

Ontgravingskaart

Kaartbijlage 4 —

Toepassingskaart generiek kader Besluit bodemkwaliteit

Kaartbijlage 5 —

Toepassingskaart gebiedsspecifiek kader Besluit bodemkwaliteit

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 6/19

1

ALGEMEEN

1.1

TER INTRODUCTIE

Het Besluit bodemkwaliteit[1] (hierna Bbk) regelt het toepassen van schone en licht verontreinigde grond en baggerspecie. Dit is nader uitgewerkt in een Bodembeheernota voor het werkgebied van de Omgevingsdienst WestHolland (hierna ‘Omgevingsdienst’). Deze Bodembeheernota bestaat uit twee delen: — Deel A Algemeen[2] Hierin staan de algemene beleidsregels beschreven. Deze gelden in principe voor alle gemeenten in het werkgebied van de Omgevingsdienst. — Deel B Gebiedsspecifiek beleid – beleidskeuze Hierin wordt (per gemeente) aangeven of gebiedsspecifiek beleid is gekozen en hoe dat er uit ziet. Elke gemeente heeft dus een eigen Deel B, of meerdere. In deze Bodembeheernota Deel B is voor de gemeente Noordwijk gebiedsspecifiek beleid uitgewerkt voor het plangebied Bronsgeest (zie hoofdstuk 3). Voor het plangebied Bronsgeest (zie kaartbijlage 1) is omschreven hoe het beleid er uit ziet, wat mag en welke voorwaarden daaraan zijn verbonden en wat niet mag. Waar nodig is dat uitgesplitst naar regels voor grond binnen het plangebied en voor grond die aangevoerd wordt van buiten het plangebied. Deze Bodembeheernota geldt alleen voor professionele partijen.

Het in deze Bodembeheernota geformuleerde beleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat. In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen de waterkwaliteitsbeheerder (Hoogheemraadschap van Rijnland) en de gemeente. Een toelichting op de in deze Bodembeheernota gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1. In bijlage 2 is de voor het plangebied opgestelde bodemkwaliteitskaart onderbouwd die noodzakelijk is om het door de gemeente gewenste gebiedsspecifieke beleid te kunnen uitvoeren.

1.2

VASTSTELLEN EN GELDIGHEID

In de meeste situaties is bij het toepassen van grond op of in de landbodem de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit [3] vallen, is hiervoor de vergunningverlener het bevoegd gezag. Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. In de gemeente Noordwijk is dat het Hoogheemraadschap van Rijnland.

1.3

VERANTWOORDELIJKHEID

De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een perceeleigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener. De initiatiefnemer voor de grondtoepassing, of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), is dan ook verplicht om het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond te melden.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 7/19

De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: — Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer[4] (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. — Zorgplicht uit de Wet bodembescherming[5] (artikel 13): een ieder die handelingen verricht die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. — Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen. Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij afvalstoffen gaat het dan bijvoorbeeld om grond met bijmenging/verontreiniging van puin, sintels, gietstukresten, teerresten, et cetera. — Zorgplicht uit het Bbk (artikel 7): een ieder die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover van hem kan worden gevergd.

1.4

AANSPRAKELIJKHEID

De gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart[6], de bodemkwaliteitskaart (zie bijlage 2 en kaartbijlagen 1 t/m 5) en deze Bodembeheernota zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 8/19

2 GEBIEDSSPECIFIEK BELEID In dit hoofdstuk is kort ingegaan op het beleid wat van toepassing is bij het nuttig toepassen van grond. De regelgeving van het toepassen van grond en baggerspecie valt onder het Bbk. In deel A van de Bodembeheernota is hier uitgebreider op ingegaan.

2.1

INLEIDING

Het Bbk kent twee beleidskaders: — Het generieke kader. — Het gebiedsspecifieke kader. Het generieke kader geldt automatisch als men geen eigen beleidskeuzes maakt die bestuurlijk zijn vastgesteld. Het Bbk kent als uitgangspunten de begrippen standstill en duurzaam gebruik. Het duurzaam gebruik wordt geborgd door het verplicht opstellen van een kaart waarop de bodemfunctieklassen zijn vastgelegd. De bodemfunctieklassen zijn: — Industrie (Ind). — Wonen (Wo). — Achtergrondwaarde (Overig, meestal landbouw/natuur; Aw). De toetsingsnormen die bij deze klassen horen geven de mate van verontreiniging aan waarbij het bijbehorend gebruik verondersteld wordt blijvend duurzaam te kunnen plaatsvinden. Zij zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit[7] (hierna Rbk). De toepassingsnormen voor PFAS-verbindingen1 zijn vastgelegd in het tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie[8]. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd.

Dezelfde klassenindeling wordt gebruikt voor het benoemen van actuele bodemkwaliteit. Alleen spreekt men dan over bodemkwaliteitsklassen. Bij grondverzet binnen het generieke kader van het Bbk gelden twee eisen waaraan de kwaliteit van toe te passen grond of baggerspecie (op klassenniveau) moet voldoen: — Toe te passen grond of baggerspecie moet gelijk of beter van kwaliteit zijn dan de bodemfunctieklasse van de toepassingslocatie. Dit is de eis ‘duurzaam’. De bodemfunctieklasse staat aangegeven op de daartoe door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde bodemfunctieklassenkaart. — Toe te passen grond of baggerspecie moet gelijk of beter zijn dan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Dit is de eis ‘standstill’. De strengste van de twee bovengenoemde eisen is bepalend, zie ook kopje ‘Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem’ in bijlage 1 ‘Begrippen’. In gebieden waar de actuele bodemkwaliteitsklasse en de bodemfunctieklasse van elkaar verschillen, of als in de grond PFAS-verbindingen boven de landelijke achtergrondwaarden is vastgesteld, kunnen een belemmering voor grondverzet vormen. Gebiedseigen grond kan in bepaalde situaties niet worden hergebruikt. Dit leidt tot onnodige 1

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 9/19

kosten (transport van grond naar een erkend verwerker, aankoop van grond en verwerkingskosten grond) en extra verkeersbewegingen en energieverbruik (uitstoot CO2, fijnstof). Met de onderstaande voorbeelden worden enkele voorbeelden gegevens waarbij gebiedseigen grond niet kan worden hergebruikt: — In gebieden waar bijvoorbeeld woningbouw gepland is, zou de bodemkwaliteit ‘Wonen’ ten aanzien van het toekomstig gebruik acceptabel zijn. De kwaliteit van een relatief schone ontvangende bodem kan leiden tot de eis dat de toe te passen grond van de kwaliteit ‘Aw’ moet zijn. In situaties waar een gemeente elders veel grond vrij krijgt die (deels) uit de kwaliteit ‘Wo’ bestaat, kan hergebruik van op zich functioneel geschikte grond bij de toepassingseis ‘Aw’ in de weg staan. — In gebieden die vroeger in gebruik zijn geweest voor bloemen- en bloembollenteelt zijn vaak bestrijdingsmiddelen gebruikt. Hierdoor komen bestrijdingsmiddelen in (licht) verhoogde gehalten in de bodem voor. De functie van deze gebieden is in het algemeen agrarisch gebruik en extensieve recreatie. Op de bodemfunctieklassenkaart worden zij daarom standaard ingedeeld als ‘Aw’. Daaruit volgt dat op deze locaties bij grondverzet alleen schone grond mag worden toegepast.

Door de (licht) verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen in de bodem valt de grond vaak in de kwaliteitsklasse ‘Wo’ of ‘Ind’ of zelfs ‘Niet toepasbaar’. De gebiedseigen grond voldoet dan niet aan de toepassingseis ‘Aw’ en kan daarom kan vaak niet worden hergebruikt. Door gebiedsspecifiek beleid op te stellen is grondverzet bij de genoemde voorbeelden vaak wel mogelijk. Overigens is de vastgestelde bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied Bronsgeest conform de Wet bodembescherming niet bezwaarlijk voor het bodemgebruik ‘Wonen met tuin’.

2.2 KEUZE VOOR GEBIEDSSPECIFIEK BELEID De keuze voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid voor het plangebied Bronsgeest is in overleg met de Omgevingsdienst tot stand gekomen. Een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van gebiedsspecifiek beleid is de gezamenlijke betrokkenheid van de relevante partijen. Het beleid komt niet alleen van milieuspecialisten. Er zijn immers belanghebbenden die het moeten gebruiken. Kennis van de (mogelijke) ruimtelijke ontwikkelingen en betrokkenheid van degenen die daar bij de uitwerking en uitvoering een rol in spelen zijn dus cruciaal om goed beleid op te stellen.

2.3 LOKALE MAXIMALE WAARDEN Met lokaal beleid is het mogelijk af te wijken van de generieke klassengrenzen (Aw, Wo, Ind) en de generieke toepassingsregels van grond en baggerspecie. Bij dit ‘gebiedsspecifiek beleid’ kiest men zelf andere klassengrenzen, Lokale Maximale Waarden (LMW). Dit kan voor een enkele stof zijn of voor meerdere stoffen. LMW kunnen getalsmatig worden ingevuld (per stof) of op het niveau van kwaliteitsklassen (voor een set aan stoffen). De LMW komen na vaststelling in plaats van de generieke klassengrenzen. Het is niet toegestaan om LMW beneden de Achtergrondwaarde te kiezen. Een ander uiterste is het saneringscriterium, dat is de grens waarbij sanering in verband met potentieel onaanvaardbare risico’s noodzakelijk is. Daarboven is grondverzet nooit toegestaan. In figuur 2.1 is het voorgaande schematisch weergegeven.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 10/19

Max. waarden Aw

Generiek Gebiedsspecifiek

Altijd toepasbaar (AW2000)

Max. waarden Wonen

Klasse Wonen

Max. waarden Industrie

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Ruimte voor Lokale Maximale Waarden

Interventiewaarden landbodem

Nooit toepasbaar

Generiek Gebiedsspecifiek

Saneringscriterium

Figuur 2.1. Generiek versus gebiedsspecifiek beleid.

2.4 REGELS GRONDVERZET – GENERIEK/GEBIEDSSPECIFIEK Bij grondverzet geldt dat de kwaliteit van de toe te passen grond én die van de ontvangende bodem bekend moeten zijn. Bij het generieke kader van het Bbk is, op klassenniveau, de toepassingseis afhankelijk van een dubbele toets waarbij de strengste van de twee doorslaggevend is: — Toets aan de bodemfunctieklassenkaart (duurzaam hergebruik). — Toets aan de kwaliteit van de ontvangende bodem (standstill). Een bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart kan, in combinatie met een uitgevoerd historisch onderzoek waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart bijvoorbeeld niet verdacht is voor bodemverontreiniging (een verontreiniging door een puntbron), als erkend bewijsmiddel worden toegestaan voor de kwaliteit van de toe te passen grond én die van de ontvangende bodem. Dus grondverzet zonder voorafgaand bodemonderzoek; vrij grondverzet. Voor het plangebied Bronsgeest zijn meerdere bodemonderzoeken[9] uitgevoerd. De gegevens uit die onderzoeken mogen worden gebruikt, als gebruik gemaakt wordt van de bodemkwaliteitskaart. Met gebiedsspecifiek beleid kan door middel van LMW afgeweken worden van de toepassingseisen die gelden bij het generieke kader van het Bbk. Het door de gemeente Noordwijk opgestelde gebiedsspecifieke beleid voor het plangebied Bronsgeest is opgenomen in hoofdstuk 3.

2.5 BEHEERGEBIED Gebiedsspecifieke regels voor grondverzet gelden alleen binnen een bestuurlijk vastgesteld beheergebied. Onder beheergebied wordt in deze Bodembeheernota verstaan, het plangebied Bronsgeest in Noordwijk (zie kaartbijlage 1).

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 11/19

2.6 MELDINGSPLICHT 2.6.1 ALGEMEEN De algemene regels uit het Bbk, zoals het doen van wettelijk voorgeschreven meldingen en dergelijke, blijven ook bij gebiedsspecifiek beleid onverminderd van kracht. Meldingen vinden altijd plaats via de website van het landelijke Meldpunt Bodemkwaliteit: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. De meldingen worden direct doorgezonden aan het bevoegd gezag Bbk (namens de gemeente Noordwijk is dat de Omgevingsdienst). Op de website van het landelijke Meldpunt Bodemkwaliteit zijn ook de voorgeschreven meldingsformulieren te vinden. Omdat regels kunnen wijzigingen, wordt voor de meest recente regelgeving verwezen naar de website van Rijkswaterstaat Leefomgeving Bodem+: https://www.bodemplus.nl/. Daarnaast is het altijd mogelijk om bij de Omgevingsdienst te informeren naar de geldende regels.

2.6.2 MELDING TIJDELIJKE OPSLAG VAN GROND VOORAFGAAND AAN TOEPASSING Als grond voorafgaand aan de toepassing tijdelijk wordt opgeslagen, dan zijn in principe 2 meldingen bij het landelijke Meldpunt Bodemkwaliteit noodzakelijk. Om deze administratie lasten te verminderen, verruimt de gemeente de eisen voor het melden van tijdelijke opslag van grond waarvan de toepassingslocatie bekend is als volgt: Als bekend is waar de grond, die tijdelijk wordt opgeslagen, wordt toegepast, hoeft voorafgaand aan de tijdelijke opslag alleen de melding voor de toepassing van deze grond te worden gedaan. Voorwaarde hierbij is dat bij de melding de toepassingslocatie én duur van de tijdelijke opslag worden vermeld. De kwaliteit van de grond die tijdelijk wordt opgeslagen, moet voldoen aan de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse dan wel de vastgestelde Lokale Maximale Waarden ter plaatse.

2.7 OMVANGRIJKE GRONDTOEPASSINGEN Voor de realisatie van de woonwijk ter plaatse van het plangebied Bronsgeest gaat veel grondverzet plaatsvinden. De gemeente Noordwijk staat toe dat hiervoor een grondstromenplan wordt opgesteld dat vooraf moet worden goedgekeurd door de Omgevingsdienst (namens de gemeente Noordwijk). Het betreffende grondstromenplan moet worden gemeld via de website: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Afwijkingen van het grondstromenplan moeten direct worden gemeld aan de Omgevingsdienst.

2.8 GRONDTRANSPORTEN MET DE BODEMKWALITEITSKAART ALS BEWIJSMIDDEL Als grond wordt getransporteerd met een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond, dan moet op het transportgeleidebiljet het meldingsnummer vermeld worden waaronder de melding bij het landelijke Meldpunt Bodemkwaliteit is geregistreerd en aan de melder is afgegeven. Als geen meldingsnummer op het transportgeleidebiljet is geregistreerd moet een kwaliteitsverklaring aanwezig zijn.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 12/19

3 PLANGEBIED BRONSGEEST 3.1

BODEMFUNCTIEKLASSENKAART

Het plangebied Bronsgeest is door het college van burgemeester en wethouders ingedeeld in de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ (zie de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart[6]). Dat is bodemkwaliteitsklasse die duurzaam past bij de uitvoering van de ontwikkelingen.

3.2 HUIDIGE BODEMKWALITEIT / BODEMKWALITEITSKAART In de bodemkwaliteitskaart van het plangebied Bronsgeest (zie bijlage 2 en de kaartbijlagen 1 en 2) zijn op basis van de gebruikshistorie en de uitgevoerde bodemonderzoeken in totaal 3 bodemkwaliteitszones onderscheiden: — Bovengrond Plangebied Bronsgeest (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte). — Tussenlaag Plangebied Bronsgeest (vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte). — Ondergrond Plangebied Bronsgeest (vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte). Binnen een bodemkwaliteitszone wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Bij de voornoemde bodemkwaliteitszones is rekening gehouden dat de bovenste halve meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlaag. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[10] en voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 ‘Begrippen’ kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) en PFASverbindingen2.

De te ontgraven grond vanuit de 3 onderscheiden bodemkwaliteitszones mag volgens de landelijke, generieke, regels van het Bbk niet worden hergebruikt in het plangebied Bronsgeest en zelfs niet in dezelfde bodemkwaliteitszone. De toepassingseis is namelijk strenger dan de kwaliteit van de te ontgraven en te hergebruiken grond. Dit is het gevolg van het voorkomen van licht verhoogde gehalten met enkele organochloorbestrijdingsmiddelen: chloordaan en heptachloorepoxide. Om dit knelpunt op te lossen heeft de gemeente Noordwijk gebiedsspecifiek beleid opgesteld (zie § 3.4).

3.3 BELEIDSWENSEN VOOR GRONDVERZET Ter plaatse van het plangebied Bronsgeest wordt een nieuwe woonwijk gerealiseerd. Hierbij vindt veel grondverzet plaats door het graven van onder meer riolering trace’s en hergebruik van ontgraven grond in het plangebied. Het voornemen is het grondverzet plaats te laten vinden met een gesloten grondbalans. Dat spaart kosten en belast het milieu niet onnodig. Uit eerder verrichte bodemonderzoeken[9] blijkt dat de grond ter plaatse van het plangebied Bronsgeest als gevolg van vroeger gebruik (bloem- en bloembollenteelt), belast is geraakt met organochloorbestrijdingsmiddelen. De licht verhoogde gehalten zorgen ervoor dat de grond gemiddeld gezien in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ vallen. Dit heeft te maken dat bij een aantal individuele organochloorbestrijdingsmiddelen de Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ gelijk is gesteld aan de Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen vastgesteld. Deze

2

30 PFAS-verbindingen van de Advieslijst voor PFAS, versie 12 juli 2019 (https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wetregelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/welke-pfas-verbindingen-geanalyseerd/).

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 13/19

bodemlaag is mogelijk verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen door atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de ondergrond. De voorkeur is om de vrijkomende grond binnen het plangebied Bronsgeest te kunnen hergebruiken zonder dat dit leidt tot onaanvaardbare risico’s voor het toekomstige bodemgebruik en het milieu. Overigens is de vastgestelde bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied Bronsgeest conform de Wet bodembescherming niet bezwaarlijk voor het bodemgebruik ‘Wonen met tuin’.

3.4 GEBIEDSSPECIFIEK BELEID PLANGEBIED BRONSGEEST 3.4.1 ONDERBOUWING LOKALE MAXIMALE WAARDEN In het plangebied Bronsgeest is met onderzoek vastgesteld dat in de bodem, gemiddeld, licht verhoogde gehalten van kwik, polychloorbifenylen (PCB) en/of organochloorbestrijdingsmiddelen voorkomen. De licht verhoogde gehalten van kwik en polychloorbifenylen voldoen aan de maximale waarden voor de functie Wonen en overschrijden de Achtergrondwaarden (AW2000, Landbouw/natuur) zeer licht. De licht verhoogde gehalten van organochloorbestrijdingsmiddelen, het gevolg van de voormalige bloemen- en bloembollenteelt, zorgen ervoor dat de grond, gemiddeld, in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. Het betreffen chloordaan en heptachloorepoxide. Dit heeft te maken met het feit dat voor deze individuele organochloorbestrijdingsmiddelen de Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ gelijk is gesteld aan de Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur). De vastgestelde gehalten van organochloorbestrijdingsmiddelen overschrijden nooit de interventiewaarde; zelfs niet de (voormalige) tussenwaarde; het gemiddelde van de Achtergrondwaarde en de interventiewaarde. De kans op het voorkomen van grond die leidt tot een overschrijding van het saneringscriterium (Wet bodembescherming) is dus nihil.

Voor het duurzame bodemgebruik in het plangebied Bronsgeest is vanwege het toekomstige bodemgebruik de risico's van mens en milieu van belang. Op basis van de beschikbare gegevens voor chloordaan en heptachloorepoxide zijn er geen gezondheidsrisico’s te verwachten als grond, waarin licht verhoogde gehalten met deze stoffen voorkomen, in het plangebied Bronsgeest wordt hergebruikt. Hieronder wordt dit onderbouwd. Chloordaan De humaan toxicologische maximale waarde voor chloordaan bedraagt 9 mg/kg ds 3. De interventiewaarde voor chloordaan bedraagt 4 mg/kg ds. De maximale waarde voor de functie Industrie voor chloordaan bedraagt 0,1 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan in het plangebied Bronsgeest bedraagt 0,0212 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan chloordaan. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan ligt dus ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 425), de interventiewaarde (factor 189) én ruim onder de maximale waarde voor de functie Industrie (factor 5). Heptachloorepoxide De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (79%) en inhalatie binnenlucht (18%). De humaan toxicologische maximale waarde voor heptachloorepoxide bedraagt 2 mg/kg ds. De interventiewaarde voor heptachloorepoxide bedraagt 4 mg/kg ds.

De maximale waarde voor de functie Industrie voor heptachloorepoxide bedraagt 0,1 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide in het plangebied Bronsgeest bedraagt 0,0119 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan heptachloorepoxide. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 168), de interventiewaarde (factor 336) en ruim onder de maximale waarde voor de functie Industrie (factor 8).

3

Voor chloordaan en heptachloorepoxide zijn geen humaan toxicologische maximale waarden gegeven in het rapport 711701053 van het RIVM[11]. Voor deze stoffen zijn de humaan toxicologische maximale waarden in CSOIL (versie 1, november 2008) berekend door het invoeren van een waarde die de helft bedraagt van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Hiermee bedraagt de achtergrondblootstelling maximaal 50% van het Maximaal Toelaatbaar Risico.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 14/19

3.4.2 DEFINIËREN LOKALE MAXIMALE WAARDEN Voor het plangebied Bronsgeest worden Lokale Maximale Waarden gedefinieerd voor organochloorbestrijdingsmiddelen en PFAS-verbindingen. Voor de overige stoffen moet worden voldaan aan de generieke toepassingseisen ‘kwaliteitsklasse Wonen’ (zie kaartbijlage 4). De gemeente Noordwijk wil de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van gebiedseigen grond vanaf en binnen het plangebied Bronsgeest vergroten. Vanwege het ontbreken van risico’s voor mens en milieu, staat de gemeente toe dat gebiedseigen grond waarvan de organochloorbestrijdingsmiddelen voldoen aan de onderstaande Lokale Maximale Waarden in het plangebied Bronsgeest worden hergebruikt (zie tabel 3.1 en kaartbijlage 5). Gezien de vastgestelde gehalten in het plangebied (ruim onder de landelijke achtergrondwaarden), moeten de gehalten aan PFAS-verbindingen voldoen aan de landelijke achtergrondwaarden (zie kaartblagen 4 en 5). Tabel 3.1 Lokale Maximale Waarden plangebied Bronsgeest

Stof

Maximaal Maximale vastgesteld waarde voor Interventiegehalte Industrie waarde

Humaan Toxicologische Lokale Maximale Maximale Waarde Waarde Referentie

(in mg/kg ds voor standaardbodem: 25% lutum en 10% organisch stof) Chloordaan

0,0212

0,1

4

9

0,1

Maximale Waarde functie Industrie

Heptachloorepoxide

0,0119

0,1

4

2

0,1

Maximale Waarde functie Industrie

3.5 TOEKOMSTIGE BIJSTELLING VAN DE LANDELIJKE (TOEPASSINGS)NORMEN VOOR PFAS-HOUDENDE GROND Tot en met 2021 wordt er nog veel onderzoek gedaan naar PFAS-verbindingen (bijvoorbeeld naar mobiliteit, uitloging, bioaccumulatie en gedrag in grondwater) en worden er landelijk veel meetgegevens door het RIVM verzameld. Op basis van deze onderzoeken en meetgegevens worden interventiewaarden gedefinieerd en worden mogelijk de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en toepassingswaarden voor PFAS-verbindingen aangepast. Als interventiewaarden worden gedefinieerd, volgt de gemeente de landelijke normen. Als de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en/of toepassingswaarden voor PFAS-houdende grond worden aangepast, volgt de gemeente het landelijke beleid.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 15/19

3.6 TOEPASSINGSEISEN GROND VAN BUITEN HET PLANGEBIED BRONSGEEST Hoewel het voornemen is het grondverzet plaats te laten vinden met een gesloten grondbalans, kan zich desondanks de situatie voordoen dat grond moet worden aangevoerd van buiten het plangebied Bronsgeest. De grond moet voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (toepassingseis generiek kader Bbk en tijdelijk handelingskader PFAS; zie tabel B3.1 in bijlage 2 ‘Bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest)’ en de kaartbijlage 4 ‘Toepassingskaart generiek kader Besluit bodemkwaliteit’). Uitzonderingen hierop zijn: — Voor grond uit de gemeente Noordwijk gelden de Lokale Maximale Waarden voor chloordaan en heptachloorepoxide (zie § 3.4.2 tabel3.1). — Voor grond van buiten het plangebied Bronsgeest gelden de Lokale Maximale Waarden voor PFASverbindingen de -voorlopige- landelijke achtergrondwaarden) die strenger zijn vastgesteld dan het generieke beleid van het Besluit (zie § 3.4.2).

3.7 ONDERZOEKSINSPANNING VOORAFGAAND AAN HET TOEPASSEN VAN GROND 3.7.1 GROND UIT HET PLANGEBIED BRONSGEEST Voor de noodzakelijke onderzoeksinspanning voorafgaand aan het toepassen van grond uit het plangebied Bronsgeest zelf, wordt hier volstaan met een verwijzing naar § 2.4.

3.7.2 GROND VAN BUITEN HET PLANGEBIED BRONSGEEST Hoewel het voornemen is het grondverzet plaats te laten vinden met een gesloten grondbalans, kan zich desondanks de situatie voordoen dat grond dat grond moet worden aangevoerd van buiten het plangebied Bronsgeest. Grond van buiten het plangebied Bronsgeest moet altijd zijn gekeurd volgens de eisen van het Bbk op het standaard NEN5740 stoffenpakket, PFAS-verbindingen én, indien van toepassing, op andere verdachte stoffen zoals bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen. Als de grond verdacht is voor asbest, moet de partijkeuring ook op asbest worden uitgevoerd. De kwaliteit moet zijn vastgesteld door een partijkeuring die voldoet aan de in het Bbk benoemde (kwaliteits)eisen. Voor toe te passen waterbodem wordt een waterbodemonderzoek volgens de NEN5720 [12] ook als een bewijsmiddel toegestaan.

3.8 TOEPASSING GROND UIT EEN TIJDELIJKE OPSLAG Het toepassen van grond uit een tijdelijke opslag moet in de meeste situaties voorafgegaan worden door een partijkeuring. Afhankelijk van de resultaten van de partijkeuring mag de grond worden toegepast. De bodemkwaliteitskaart mag als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de grond worden gebruikt, als wordt aangetoond dat de grond: 1. afkomstig is van een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie (volgend uit historisch onderzoek); én 2. afkomstig is uit een zone van de bodemkwaliteitskaart; én 3. niet tussentijds is bewerkt (bijvoorbeeld samengevoegd met andere partijen grond). Als aan één of meerdere voorwaarden niet kan worden voldaan, moet een partijkeuring worden uitgevoerd. Als al een partijkeuring is uitgevoerd, dan moet alleen aan de derde voorwaarde worden voldaan. Samenvoegen van partijen grond mag alleen onder erkenning van de BRL 9335[13] of de BRL 7500[14].

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 16/19

Splitsen van een partij grond is toegestaan, ook zonder erkenning. Het splitsen moet goed worden gedocumenteerd door de initiatiefnemer. Conform artikel 4.3.1 van de Rkb moet worden vastgelegd: — de relatie tussen de deelpartij en de oorspronkelijke partij, — de persoon of instelling welke de splitsing heeft uitgevoerd, en — de datum waarop de splitsing is uitgevoerd. Het beschikbare bewijsmiddel blijft geldig voor verschillende gesplitste deelpartijen. Als de grond die wordt toegepast onder certificaat wordt gesplitst, moet rekening worden gehouden met het gestelde in § 6.9 van het BRL 9335 – protocol 9335-1[15]. Als partijen herbruikbare grond illegaal zijn samengevoegd, dan moet een bedrijf dat is erkend voor het BRL 9335 – protocol 9335-1 worden ingeschakeld om de partij te legaliseren. In § 6.3.5 van het BRL 9335 – protocol 9335-1 is hiervoor een mogelijkheid beschreven. Dit document ziet expliciet niet toe op het samenvoegen van niet herbruikbare (ernstig verontreinigde) grond met hergebruiksgrond (licht verontreinigd). In dat kader is onderdeel B7 van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP 3) [16] als uitwerking van Hoofdstuk 10 Wet milieubeheer van toepassing.

3.9 GRONDVERZET OP VAN DE BODEMKWALITEITSKAART UITGESLOTEN LOCATIES EN GEBIEDEN In het plangebied Bronsgeest zijn een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: — Locaties met of locaties die verdacht zijn voor een matige tot sterke bodemverontreiniging (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart) waaronder boorpunt 15 4. — De veenlaag. — De waterbodems (ander bevoegd gezag: Hoogheemraadschap van Rijnland). — Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. Voor de locaties en gebieden die zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart geldt het volgende: — Het toepassen van grond van deze locaties of gebieden moet voorafgegaan worden door een partijkeuring volgens de eisen van het Bbk (zie § 3.7.2). Afhankelijk van de onderzoeksresultaten mag de grond als volgt worden toegepast: • Als de grond voor OCB voldoet aan de kwaliteitsklasse 'Industrie' of beter én de overige stoffen voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of beter, dan mag de grond in het plangebied worden toegepast. • Als de grond voor OCB voldoet aan de kwaliteitsklasse 'Industrie' of beter en één of meer van de overige stoffen valt in de kwaliteitsklasse ‘Industrie, dan moet een andere toepassingslocatie worden gezocht of moet de grond worden getransporteerd naar een erkend verwerker.

• Als één of meerdere gehalten in de grond de Maximale Waarden voor 'Industrie' overschrijden, maar de interventiewaarde wordt niet overschreden, dan moet de grond worden getransporteerd naar een erkend verwerker. • Als één of meer gehalten in de grond de interventiewaarde van de Wet bodembescherming overschrijdt, mag de grond niet worden toegepast en moet het spoor van de Wet bodembescherming worden gevolgd. De onderzoeksresultaten moeten worden gemeld aan de Omgevingsdienst. — Als grond op deze locaties of gebieden toegepast wordt, moet de ontvangende bodem onderzocht worden met een verkennend bodemonderzoek volgens een gepaste onderzoeksstrategie uit de NEN5740 5. Alleen de ontvangende bodemlaag waarop de grond wordt toegepast moet worden onderzocht. Ongeacht de vastgestelde bodemkwaliteit gelden de toepassingseisen van het omliggende gebied (zie kaartbijlage 5).

4

5

Milieuhygiënisch bodemonderzoek, verzamelen aanvullende gegevens bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk, documentnummer: SOB018037.RAP001, WSP Nederland B.V., 17 november 2021. Alleen van de volgende onderzoeksstrategieën kan gebruik worden gemaakt: ONV, ONV-GR, ONB,TOETS-S, TOETS-S-GR en KEU-I-HE.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 17/19

3.10 TOEPASSEN VAN GROND UIT DE BODEMLAAG DIEPER DAN 2 METER BENEDEN HET MAAIVELD Zoals in de bodemkwaliteitskaart van het plangebied Bronsgeest is aangegeven (zie bijlage 2), maakt de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. Grond uit deze bodemlaag die elders nuttig wordt toegepast, moet voorafgaand aan de toepassing worden gekeurd. Afhankelijk van de keuringsresultaten mag de grond worden toegepast. Dit leidt tot extra kosten en uitvoeringstijd als grond vrijkomt bij bijvoorbeeld aanleg van (vuilwater)rioleringen of kelders. Omdat de verwachting is dat de kwaliteit van de bodemlaag dieper dan 2 meter van een betere kwaliteit is dan de bodemlaag die hierboven ligt (vanaf 1,0 meter tot en met 2 meter diepte), wordt dit niet doelmatig geacht. De gemeente verruimt op voor bodemverontreiniging niet-verdachte locaties (als gevolg van een puntbron) de regels voor het toepassen van grond vanuit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld. Dit betekent dat de vrijkomende en zintuiglijk niet verontreinigde grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld, op dezelfde wijze beoordeeld mag worden als de bovenliggende bodemlaag van 1 meter diepte tot en met 2 meter diepte (zie tabel B2.2 in bijlage 2).

3.11 GEBRUIK VAN DE ONTGRAVINGS- EN TOEPASSINGSKAART BIJ EEN AL ONDERZOCHTE LOCATIE 3.11.1 UITGEVOERD SPECIFIEK ONDERZOEK VAN DE NEN5740 OF EEN PARTIJKEURING EN GEBRUIK ONTGRAVINGSKAART De mogelijkheid bestaat dat op een locatie van ontgraving een specifiek onderzoek van de NEN5740 6 [17] of een partijkeuring (BRL SIKB protocol 1001 [19]) is uitgevoerd. Als het onderzoek of de partijkeuring voldoet aan de vereisten voor een bewijsmiddel uit het Bbk én representatief is voor de meest recente (terrein)situatie, dan moet dit onderzoek worden gebruikt als bewijsmiddel. Zo’n onderzoek geeft een beter beeld van de grondkwaliteit dan de bodemkwaliteitskaart. Het onderzoek is leidend boven de ontgravingskaarten van de bodemkwaliteitskaart.

3.11.2 UITGEVOERD ONDERZOEK EN GEBRUIK TOEPASSINGSKAART Uit een onderzoek kan blijken dat dat de kwaliteit van de ontvangende bodem waarin de locatie is gelegen slechter of juist beter is dan de bodemkwaliteitsklasse zoals die voor de bodemkwaliteitszone is vastgesteld. In die situatie geldt de toepassingseis zoals deze is weergegeven op de toepassingskaarten, ongeacht de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en mogelijk gevolgen voor de toepassingseis.

6

Alleen van de volgende onderzoeksstrategieën kan gebruik worden gemaakt: TOETS-S, TOETS-S-GR en KEU-I-HE.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 18/19

BRONVERMELDINGEN [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9]

[10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [19] [18] [20] [21]

Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Bodembeheernota, Deel A, Algemeen, Omgevingsdienst West-Holland, afdeling Bodem, 12 maart 2014. Activiteitenbesluit, publicatie Staatsblad, nummer 415, 2007 en latere wijzigingen. Wet milieubeheer, publicatie staatsblad, nummer 443, 1980 en latere wijzigingen. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Bodemfunctieklassenkaart gemeente Noordwijk en bijbehorende notitie, Sweco, 30 november 2020. En bijbehorende notitie d.d. 27 november 2020. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en 2 juli 2020. Verkennend bodemonderzoek Bronsgeest te Noordwijk, kenmerk 0809A338/BNO/rap1, IDDS Milieu B.V., 28 februari 2009. Milieuhygiënisch vooronderzoek en Verkennend bodemonderzoek Bronsgeest te Noordwijk, kenmerk 1808L746/BNO/rap1, IDDS Milieu B.V., 29 november 2018. Milieuhygiënisch bodemonderzoek, verzamelen aanvullende gegevens bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk, documentnummer: SOB018037.RAP001, WSP Nederland B.V., 17 november 2021.

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Landelijke referentiewaarden ter onderbouwing van maximale waarden in het bodembeleid, RIVM rapport 711701053, 2007. Nederlandse norm NEN5720 (nl) Bodem ‐ Waterbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek. Nationale beoordelingsrichtlijn voor Grond BRL 9335. Beoordelingsrichtlijn Bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie BRL SIKB 7500. Individuele partijen grond Milieuhygiënische keuring van individuele partijen grond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit: BRL 9335 – protocol 9335-1. Landelijk afvalbeheerplan (LAP3). NEN5740 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie, BRL protocol 1001. Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari 2020. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen.

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 19/19

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1

— Begrippenlijst Bijlage 2

— Onderbouwing bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest Bijlage 3

— Specificatie uitbijters Bijlage 4

— Statistische parameters bodemkwaliteitszones

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 1/1

BIJLAGE

1

BEGRIPPENLIJST

SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 1/10

BEGRIPPENLIJST Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.

Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodembeheergebied Het beheergebied bestaat uit het grondgebied van het plangebied Bronsgeest in Noordwijk. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig (Landbouw/natuur)’. Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen).

Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: — Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden – AW2000). — Klasse Wonen. — Klasse Industrie. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van het plangebied Bronsgeest zijn 1626 stoffen van toepassing van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 2/10

Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. AANTAL GEMETEN STOFFEN

AANTAL TOEGESTANE OVERSCHRIJDINGEN

1-6

0

Basispakket (7-15)

2

16-26

3

27-36

4

37-48

5

Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): — Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. — De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. — De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: — Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. — De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. — De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: — Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn.

De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bodemvreemd materiaal Onder bodemvreemd materiaal vallen alle materialen die niet onder de definitie van grond vallen en bij ontgraving al in de bodem aanwezig zijn. Deze bijmenging mag niet opzettelijk zijn toegevoegd aan de partij of het gevolg zijn van onzorgvuldige ontgraving of sloopwerkzaamheden. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden.

In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 3/10

Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).

Aantal w aarne m inge n

Frequentieverdeling

140 120

50-perc gemiddelde

100 80

95-perc

60 40 20 0

Gehalten (mg/kg)

Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico.

De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: (𝑃95 − 𝑃5) ℎ𝑒𝑡𝑒𝑟𝑜𝑔𝑒𝑛𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 = (𝑚𝑎𝑥𝑖𝑚𝑎𝑙𝑒 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑖𝑛𝑑𝑢𝑠𝑡𝑟𝑖𝑒 − 𝐴𝑐ℎ𝑡𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑛𝑑𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Kwalibo – kwaliteitsborging in het bodembeheer Bij het duurzaam beheren en gebruiken van de (water)bodem moeten gegevens betrouwbaar zijn en moet netjes worden gewerkt. Hiervoor stelt Kwalibo eisen aan de kwaliteit en integriteit van personen, bedrijven en overheden die werken aan bodembeheer. In artikel 2.1 van de Regeling bodemkwaliteit zijn de werkzaamheden aangewezen wanneer Kwalibo van toepassing is. SOB018037 - Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 1 Begrippenlijst SOB018037.RAP002 Opdrachtgever: Gemeente Noordwijk

WSP 29 november 2021 pagina 4/10

Lokale bron (puntbron) Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen lokale bron of gebruiksbeperking aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, gedempte watergang, halfverharding, bodembedreigende activiteiten of een locatie die (mogelijk) wordt gesaneerd in het kader van de wet bodembescherming.

Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: — Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000). — Klasse Wonen. — Klasse Industrie. — Klasse Niet toepasbaar. Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): — Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=803a6988-997b-444d-99a6-53fdaecaa751