A. 2 Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen
Tekst van het document
R 19194.001 versie D1
Pagina 1 van 9
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon: de heer N. Geurts), d.d. 20 april 2022
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Omgevingsdienst West-Holland (Online tool, geraadpleegd op 4 mei 2022)
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 10 juni 2022
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900-1971 blijkt, dat de onderzoekslocatie in gebruik is geweest als weiland en heeft voor zover bekend een agrarische bestemming gehad. De huidige bebouwing is in 1972 gerealiseerd. De onderzoekslocatie is bebouwd met een woonhuis en is gedeeltelijk in gebruik als siertuin. Het overig terreindeel is voorzien van een klinker- en tegelverharding. Voor zover bij de opdrachtgever en de Omgevingsdienst West-Holland bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens een woonhuis op de locatie te bouwen.
R 19194.001 versie D1
Pagina 2 van 9
3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie, als ook in de directe nabijheid, met schuim is geblust. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst West-Holland blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: Aan de noordwestzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich de Schippersvaartweg met aansluitend een perceel met een agrarisch achtergrond. Aan de zuidoostzijde bevindt zich een bedrijventerrein. Aan de zuidwestzijde bevindt zich een terrein dat in gebruik is als parkeerterrein en is voorzien van asfalt. Aan de noordwestzijde bevindt zich een groothandelaar in bol- en knolgewassen genaamd Jansen’s Overseas BV. Op het perceel dat in westelijke richting aan de onderzoekslocatie grenst is in 1996 door IDDS B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport WOE/96/4113/630725, d.d. 22 augustus 1996). Tevens, is er in 2012 door Tukkers een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 1208E647/DBI/rap 1, d.d. 4 oktober 2012). De onderzoeken zijn uitgevoerd omrent een bloembollenen bloemknollenkwekerij. Econsultancy heeft geen beschikking gekregen over de rapporten. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.
R 19194.001 versie D1
Pagina 3 van 9
3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De onderzoekslocatie grenst aan een perceel die in gebruik is voor bloemen-en bloembollenteelt. Vroeger zijn hier vaak bestrijdingsmiddelen gebruikt. Volgens de “Bodembeheernota Deel B” opgesteld voor de gemeente Noordwijk kunnen er bestrijdingsmiddelen in (licht) verhoogde gehalten in de bodem voorkomen. Onderhavige onderzoekslocatie valt hier buiten. Verder komen er regionaal geen verhoogde achtergrondgehalten in de bodem voor. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone “AW2000”, van het gebied waarvoor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlemmerliede & Spaarnwoude, Heemskerk, Heemstede, Noordwijkerhout, Uitgeest, Velsen en Zandvoort gezamenlijk een “Nota bodembeheer Regio IJmond 2016” hebben opgesteld. Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de bodemkwaliteitszone “AW2000”. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit kalkhoudende enkeerdgronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot van Naaldwijk. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0,8 m -NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in oostelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. R 19194.001 versie D1
Pagina 4 van 9
Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2 5.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 10 juni 2022 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 13 boringen geplaatst; 10 boringen tot 0,5 m mv, 2 boringen tot 1,0 m -mv en 1 boring tot 2,5 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 5.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Wel zijn er grindlagen aangetroffen. Boring 4 is gestuit op een handmatig ondoordringbare laag. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. 5.3
Grondwateronderzoek
5.3.1
Uitvoering veldwerk
Centraal op de onderzoekslocatie is een peilbuis (filterstelling 1,5-2,5 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 10 juni 2022 is ingeschat.
R 19194.001 versie D1
Pagina 5 van 9
5.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 17 juni 2022 uitgevoerd door de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744:2011. Tabel 2 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 2.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
08
centraal op onderzoekslocatie
1,5-2,5
0,80
576
36,2
6,9
LABORATORIUMONDERZOEK
6 6.1
Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Tabel 3 geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel 3.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
MM1
01 (0,20 - 0,50) 02 (0,07 - 0,57) 03 (0,10 - 0,50) 04 (0,07 - 0,30) 05 (0,05 - 0,50) 06 (0,05 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM2
07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM3
02 (0,57 - 1,00) 08 (0,50 - 1,00) 08 (1,00 - 1,50) 08 (1,50 - 2,00) 13 (0,50 - 1,00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
R 19194.001 versie D1
Analysepakket
Bijzonderheden
Pagina 6 van 9
6.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4aa. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd: Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd: R 19194.001 versie D1
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde. concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde. Pagina 7 van 9
6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel 4 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 4.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
MM1
01 (0,20 - 0,50) 02 (0,07 - 0,57) 03 (0,10 - 0,50) 04 (0,07 - 0,30) 05 (0,05 - 0,50) 06 (0,05 - 0,50)
-
-
-
MM2
07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50)
-
-
-
MM3
02 (0,57 - 1,00) 08 (0,50 - 1,00) 08 (1,00 - 1,50) 08 (1,50 - 2,00) 13 (0,50 - 1,00)
-
-
-
Tabel 5 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 5.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
08
centraal op onderzoekslocatie
lood
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.
R 19194.001 versie D1
Pagina 8 van 9
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
BügelHajema Amersfoort heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Schippersvaartweg 38 te Noordwijkerhout. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woning. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Wel zijn er grindlagen aangetroffen. Boring 4 is gestuit op een handmatig ondoordringbare laag. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Zowel in de bovengrond als in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond.
Het grondwater is licht verontreinigd met lood. Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreiniging met lood in het grondwater, niet geheel bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw, alsmede de bestemmingsplanwijziging van onderzoekslocatie. Asbest Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Econsultancy acht een onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 dan ook niet noodzakelijk. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Rotterdam, 24 juni 2022 R 19194.001 versie D1
Pagina 9 van 9
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina 1 van 2
Profielen boringen
01
Boring: Datum veldwerk: 0 1
0
gazon
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 50
50
02
Boring:
10-6-2022
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor
Datum veldwerk:
10-6-2022 0 7
0
klinker Volledig klinkers, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
2 50 3 100
100
03
Boring: Datum veldwerk:
0 10
1 50
50
Datum veldwerk:
grind
10-6-2022 0 7
0 1
0 5
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor
tegel
Datum veldwerk:
10-6-2022 0 5
0
Volledig klinkers, Edelmanboor 1 50
50
Datum veldwerk:
0
0
50
50
gazon
Datum veldwerk:
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor, Gestuit
tegel
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
08 10-6-2022 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
1 50
1
Boring:
10-6-2022
Volledig klinkers, Edelmanboor
Volledig klinkers, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
07
Boring:
klinker
06
Boring:
10-6-2022
0
Datum veldwerk:
Grind, fijn, zwak zandig, volledig grind, Edelmanboor
05
Boring:
04
Boring:
10-6-2022
0
gazon Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
3 150 4 200
250
250
Projectcode: 19194.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 2
Profielen boringen
09
Boring: Datum veldwerk:
0
0 1
50
0
0
0
gazon
Datum veldwerk:
1 50
50
12 10-6-2022 0
0
gazon Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
1 50
gazon Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
50
10-6-2022
Boring:
10-6-2022
0
50
13
Boring: Datum veldwerk:
Datum veldwerk:
50
11
Boring: Datum veldwerk:
gazon Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
50
10
Boring:
10-6-2022
10-6-2022 0
0
gazon Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100
Projectcode: 19194.001 Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 4a Analysecertificaten