A. 2 Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen
Tekst van het document
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout 12-09-2024
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 6 8 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
10 10 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
12 12 14 17 19
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Water 4.2 Ecologie 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Archeologie en cultuurhistorie 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Verkeer en parkeren 4.8 Externe veiligheid 4.9 Bedrijven- en milieuzonering 4.10 M.e.r.- beoordeling 4.11 Duurzaamheid
20 20 20 22 23 24 26 27 28 30 35 35
Hoofdstuk 5
Afweging
36
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
37 37 37
Bijlagen
38
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
38
Bijlage 2
Watertoets
56
Bijlage 3
Natuurtoets
60
Bijlage 4
Stikstofberekening
78
Bijlage 5
Berekening 1 gebruiksfase
102
Bijlage 6
Berekening 2 bouwfase
109
Bijlage 7
Bodemonderzoek
119
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek
163
Bijlage 9
Geluidwering
261
3
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
4
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Ruimtelijke onderbouwing
5
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de bouw van één woning op het perceel naast de Schippersvaartweg 38 te Noordwijkerhout. Het initiatief past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2015' van de voormalige gemeente Noordwijkerhout. Ter realisatie van de woning is een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek (GOM). Op grond daarvan kan medewerking worden verleend aan de bouw van de nieuwe woning. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Het bestemmingsplan bevat onvoldoende binnenplanse flexibiliteit om dit bouwplan mogelijk te maken. Om de uitbreiding mogelijk te maken, kan met toepassing van de afwijkingsbevoegdheid van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning worden verleend, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Dit is opgenomen in onderhavig rapport.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen naast de Schippersvaartweg 38 te Noordwijkerhout. Het plangebied ligt in het buitengebied van Noordwijkerhout, ten oosten van de bebouwde kom Noordwijkerhout. De locatie betreft gedeeltelijk het perceel kadastraal bekend als gemeente Noordwijkerhout, B 4196. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het perceel van het plangebied weer.
6
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Overzichtskaart ligging perceel van ontwikkeling (rood omlijnd), bron Openstreetmap
7
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Locatie woonperceel plangebied (blauw omlijnd), bron: luchtfoto 2023
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied gelden op dit moment meerdere bestemmingsplannen. Het gaat dan om: 1. 2. 3.
bestemmingsplan 'Buitengebied 2015', vastgesteld op 30 juni 2016; bestemmingsplan 'Buitengebied, 1e herziening 2017', vastgesteld op 5 juli 2018; bestemmingsplan 'Paraplu Bestemmingsplan Parkeren en Wonen', vastgesteld op 27 september 2018;
De onderstaande tekst bespreekt de bestemmingsplannen puntsgewijs. Omdat het bestemmingsplan 'Buitengebied, 1e herziening 2017' voor dit plangebied geen verdere gevolgen heeft, wordt dit niet verder besproken. Buitengebied 2015 De gronden in het plangebied zijn bestemd als 'Agrarisch - Bollenteelt - Bollenzone 1' en 'Groen'. Onderstaande afbeelding geeft door middel van blauwe lijnen het plangebied op een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2015' weer als vastgesteld op 30 juni 2016. Een woonfunctie is niet toegestaan. Verder geldt er de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij grond- en graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm over een oppervlakte van 500 m2 .
8
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied 2015 met contouren van de nieuw te bouwen woning (blauw gearceerd)
Omdat het planvoornemen voor zowel het gebruik als de bouwmogelijkheden niet past in het geldende bestemmingsplan, wordt afgeweken van dat bestemmingsplan. Paraplu Bestemmingsplan Parkeren en Wonen Dit bestemmingsplan vult het al geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2015' op een tweetal onderwerpen aan. Wat betreft parkeren en wat betreft wonen moeten de regels van dit bestemmingsplan worden gevolgd. Op voorhand brengt het echter geen belemmeringen met zich mee of hoeft anderszins van dat bestemmingsplan worden afgeweken.
1.4
Leeswijzer
In de planbeschrijving, hoofdstuk 2, wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid beschreven en in hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten opgenomen. In hoofdstuk 5 vindt de integrale afweging van de ontwikkeling plaats en in hoofdstuk 6 wordt tot slot ingegaan op de uitvoerbaarheid.
9
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
In de huidige situatie zijn de gronden van het plangebied in gebruik als siertuin/ siervijver van het achterliggende bedrijf. Ten westen bevindt zich een groothandel voor bloembollen met een bedrijfshal en een terrein voor opslag en laden en lossen. Aan de oostkant bevindt zich een woning. Aan de overkant van de weg bevinden zich agrarisch bedrijven ten behoeve van bollenteelt en burgerwoningen.
Bestaande situatie, bron: Google Streetview
2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens een greenportwoning te realiseren op het hiervoor genoemde perceel. De nadere analyse van het landschap, locatieafweging, landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit zijn opgenomen in bijlage 1. Aan de Schippersvaartweg is een afwisseling te vinden tussen (bedrijfs)woningen, grote bedrijven en verschillende doorzichten over de (bollen)velden. Tegenover het plangebied zijn er twee percelen in ontwikkeling tot wonen. Dit versterkt het bebouwingscluster dat zich hier aan het ontwikkelen is. Het bebouwingslint heeft een grote hoeveelheid open zicht richting het landschap tussen kleinere clusters van bebouwing. Zichtlijnen en openheid bepalen voor een groot deel de landschappelijke kwaliteit van het bollenlandschap en hier dient dus ook rekening mee gehouden te worden bij de landschappelijke inpassing.
Het realiseren van een woning op deze locatie gaat niet ten koste van de zichtlijnen over de bollenvelden en blijft binnen bestaande contouren die in de huidige situatie het open zicht ontnemen. De voorwaarde hierbij is dat het kavel in de lengterichting wordt gesitueerd. Om deze reden wordt deze locatie gezien als passend voor een greenportwoning. Wel blijft het van belang een woning landschappelijk goed in te passen, zodat de woning zich op een natuurlijke wijze voegt in het landschap en er een kwalitatieve overgang kan worden gerealiseerd. Omdat de locatie volgens de structuurvisie Noordwijk 2030 onderdeel uit maakt van de 'strandvlakte', is openheid een belangrijk uitgangspunt, echter door de locatie binnen het bebouwingscluster, en de bedrijfsbebouwing achter het perceel, hoeft er minder rekening te worden gehouden met een summiere hoeveelheid opgaande beplanting.
10
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
In de nieuwe situatie wordt het bestaande perceel in tweeën gedeeld. De belangrijkste opgave is dat de nieuw te realiseren woning en de groene zone met de vijver wordt gezien als één geheel en niet als een 'hap uit het perceel'. Wel dient er op subtiele wijze duidelijk te zijn dat de woning ook als losstaand onderdeel kan worden gezien. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het perceel weergegeven en de beoogde landschappelijke inpassing van het omliggende perceel.
Inpassing woning
De woning wordt haaks op de Schippersvaartweg geplaatst. De nokrichting is ook in de lengterichting gesitueerd. De woning past qua maat en schaal bij de woningen in de omgeving en heeft een inhoud van maximaal 750m³. De hoogtematen sluiten aan bij de omliggende bebouwing in het buitengebied. Vanuit het zij- en achtererf is er een zone van 2 meter tot aan de perceelsgrens waarin niet mag worden gebouwd. Aan de voorzijde van het erf ligt de rooilijn in dezelfde lijn met de bestaande bebouwing in de omgeving. Er is voldoende ruimte aanwezig om te parkeren op eigen terrein.
11
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor het plangebied relevante geldende beleidskader. In paragraaf 3.1 wordt ingegaan op het Rijksbeleid. In paragraaf 3.2 is het provinciaal beleid opgenomen en het regionaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. In paragraaf 3.4 is het gemeentelijk beleid beschreven. Het in dit hoofdstuk samengevatte ruimtelijk beleidskader is niet uitputtend.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 zijn opgegaan in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is in zijn geheel vervallen, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone.
De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. Het gaat daarbij om 'omgevings-inclusief' beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen.
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgeving-inclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI geeft dus weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten worden gesteld bij de inrichting van Nederland en hoe keuzes worden gemaakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dit in samenhang plaatsvindt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en wordt gezorgd voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen er omheen. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op
12
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Toetsing en conclusie Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. Om die reden kan verdere toetsing aan de NOVI achterwege blijven. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Toetsingskader Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Enkele in het Barro opgenomen onderdelen zijn kustfundament, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, natuurnetwerk Nederland, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Toetsing en conclusie In het Barro zijn geen regels opgenomen die relevant zijn voor het voorliggende plan. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
Toetsingskader In artikel 3.1.6, tweede lid Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de vervanging van de bestaande woning aan de Schippersvaartweg 38 te Noordwijkerhout. Het realiseren van de woning wordt toegestaan door het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, aanhef en onder 3o Wabo. Op grond van artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht is de ladder van overeenkomstige toepassing op een buitenplanse omgevingsvergunning. Om aan de eisen van de duurzame ladder te kunnen voldoen dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden aangetoond en indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is beoogd zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren.
De ladder duurzame verstedelijking is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro nadrukkelijk in de plantoelichting wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Toetsing en conclusie Voorafgaande aan de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking dient getoetst te worden of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. In de Handreiking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat bij woningbouw in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van één burgerwoning in het buitengebied van Noordwijkerhout. Vanwege de kleinschalige
13
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
omvang van het project kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is niet van toepassing op dit initiatief.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De Omgevingsvisie bevat verschillende onderdelen. In de ambities wordt omschreven waar de provincie naartoe wil. De beleidsdoelen geven hier richting aan en de beleidskeuzes bepalen hoe de ambities bereikt dienen te worden. Daarnaast zijn in het omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken deel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
Ruimtelijke hoofdstructuur provincie Zuid-Holland (bron: provincie Zuid-Holland)
Uit deze bovenstaande kaart volgt dat het plangebied in de visie van de provincie Zuid-Holland deel uitmaakt van het kustlandschap en de bollenstreek. Het kustlandschap is opgebouwd uit een opeenvolging van zee, strand, jonge duinen, strandvlakten en strandwallen parallel aan de kust. Deze langgerekte structuur is op twee plaatsen onderbroken: bij de
14
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
monding van de Oude Rijn en bij de voormalige monding van de Maas. Veel strandwallen zijn in de loop van de tijd vergraven voor het zand of de bollenteelt, waardoor het kenmerkende reliëf is verdwenen. De duinen en het strand kennen een grote natuurlijke dynamiek en uitersten in omstandigheden: van droog en heet naar nat en koud of van zout naar zoet. Dit maakt het strand en de duinen ecologisch erg waardevol. Richtpunten in het kustlandschap betreffen: Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen "hoog en droog" en "laag en nat" en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. Het bollenlandschap is ontstaan door het vergraven van oude duinen en strandwallen en de aanleg van een fijnmazig vaartenstelsel ten behoeve van de bollenteelt. Kenmerkend is de afwisseling van kleurrijke bollenvelden (seizoensgebonden), verspreide bebouwing en begroeiing, vaarten en sloten. Bijzonder zijn de (restanten van) landgoederen en oude duinen. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door een afwisseling van parallel aan de kustlijn gelegen open en verdichte zones.
De kwaliteit en herkenbaarheid van dit landschap komen steeds verder onder druk door toenemende bedrijfsbebouwing en verstedelijking die niet geënt is op een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur. Mede door intensivering van de bollenteelt raakt het gebied daarmee steeds verder versnipperd. Het zicht op de bollenvelden wordt door bebouwing steeds meer beperkt. Dit betekent dat een ontwikkeling bijdraagt aan een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur, op een logische plek in deze structuur ligt en toekomstbestendig is. Opgave hierbij is om de intensivering in de landbouw en de verstedelijking te koppelen aan een versterking van de landschappelijke structuur. Richtpunten in het bollenlandschap betreffen: Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de open en nog gave strandvlakten en de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen. Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van het zicht op de bollenvelden en de aantrekkelijkheid van het bollenlandschap. Greenport Duin- en bollenstreek Zuid-Holland kent onder de noemer greenports een aantal (glas)tuinbouwconcentratiegebieden die zich kenmerken door hun clusterwerking en de primaire productie en teelt van tuinbouwgewassen.
De provincie wil de greenports in Zuid-Holland waar mogelijk versterken en de transitie versnellen. De sturing door middel van rode contouren is vervallen. In de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin en Bollenstreek is duidelijkheid gegeven over de greenports. Bij schaalvergroting en bedrijfsontwikkeling wordt de provincie bij de uitwerking betrokken. Bollenlandschap Het plangebied is aangewezen als Bollenlandschap. De kwaliteit en herkenbaarheid van dit landschap komen steeds verder onder druk door toenemende bedrijfsbebouwing en verstedelijking die niet geënt is op een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur. Mede door intensivering van de bollenteelt raakt het gebied daarmee steeds verder versnipperd. Het zicht op de bollenvelden wordt door bebouwing steeds meer beperkt. Dit betekent dat een ontwikkeling bijdraagt aan een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur, op een logische plek in deze structuur ligt en toekomstbestendig is. Opgave hierbij is om de intensivering in de landbouw en de verstedelijking te koppelen aan een versterking van de landschappelijke structuur. 3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
In samenhang met de Omgevingsvisie, is ook de Omgevingsverordening Zuid-Holland opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. De volgende bepalingen zijn relevant voor het plan: Artikel 6.9 - Ruimtelijke kwaliteit Met behulp van artikel 6.9 poogt de provincie Zuid-Holland te sturen op de ruimtelijke kwaliteit in de
15
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
provincie. Gebiedsgericht sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van ‘ja, mits’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheidt maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang.
Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1.
2.
3.
Inpassing: Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of de stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit. Aanpassing: Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet. Een voorbeeld is de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat. Transformatie: Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat.
Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden.
Indien sprake is van inpassing stelt artikel 6.9, eerste lid, sub a, dat: "Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen)." Hiervan is sprake. Wel moet een gebiedseigen ontwikkeling of functie naadloos aansluiten op de bestaande kenmerken en gebruikswaarden van een gebied. Een gebiedseigen ontwikkeling draagt bij aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en heeft daarmee geen negatieve invloed op de (kenmerken) van de omgeving. Het ondersteunt bestaande landschappelijke structuren of heeft een belangrijke functie bij het instandhouden van de bestaande gebiedskenmerken en kwaliteiten. De inpassing is uitgewerkt in paragraaf 2.2. Artikel 6.17 Bollenteeltgebied Een bestemmingsplan voor gronden binnen het bollenteeltgebied laat primair bollenteeltbedrijven, bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande stekbedrijven toe, alsmede de
16
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
daarbij behorende voorzieningen. Voornoemd artikel uit de Omgevingsverordening verzet zich dus niet tegen dit plan met inachtneming van het regionale beleid.
3.2.3
Conclusie
De ontwikkeling betreft een beperkte aanpassing ten opzichte van de bestaande situatie. De nieuwe woning behoeft een beperkte afwijking van geldend bestemmingsplan, maar past in geldend provinciaal beleid zoals hierboven uiteengezet (inpassing). Het geldend provinciaal beleid biedt op voorhand geen belemmeringen voor de nadere uitwerking van voorliggend initiatief en de ontwikkeling is dus niet in strijd met de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin en Bollenstreek
Toetsingskader De raden van de zes Greenportgemeenten hebben op 10 december (Hillegom) en op 17 december 2009 (Katwijk, Lisse, Hillegom, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen) de Intergemeentelijke structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek vastgesteld. In 2016 is de herziening door alle zes Greenportgemeenten, waaronder de (voormalige) gemeente Noordwijkerhout, vastgesteld. De structuurvisie heeft het 'Pact van Teylingen' en het 'Offensief van Teylingen' vervangen. De ISG is voor de Greenportgemeenten van de Duinen Bollenstreek een wettelijk zelfbindend kader voor gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied tot 2030 en geldt als toetsingskader voor toekomstige plannen. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) B.V. zal samen met de aandeelhoudende Greenportgemeenten verder vormgeven aan de inhoud en uitvoering van het meerjarenprogramma, dat voortvloeit uit de ISG. De ISG is gericht op het creëren van een vitale Greenport met een vitaal landschap. Hiervoor zijn de volgende ambities en uitgangspunten opgesteld: 1. 2. 3. 4.
5.
6.
de economische herstructurering van de Greenport staat centraal; de gemeenten zullen de herstructureringsopgave combineren met landschapsverbetering; de gemeenten zullen verdergaande verrommeling van het landschap tegengaan; met het uitvoeren van de woningbouwopgave, zoals in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek overeen is gekomen, de maximale woningbouwbijdrage van de Duinen Bollenstreek bereikt is; de gemeenten het areaal aan 1e klas bollengrond van 2.625 ha duurzaam moeten handhaven, hoewel zij met het herstructureringsproces tijdelijke krimp onder nader te bepalen voorwaarden (waaronder harde tijdgebonden compensatiegaranties) toestaan; primaire greenportfuncties, zoals bollencluster, vaste planten, bloemencluster en toerisme (inclusief greenportgerelateerde handel en dienstverlening), krijgen bij conflicterende ruimteclaims prioriteit boven niet primaire greenportfuncties, zoals overige landbouw en veeteelt.
De basis om tot verbetering van de landschapskwaliteiten in de Duin- en Bollenstreek te komen is het Landschapsperspectief. In de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin en Bollenstreek wordt het landschap verdeeld in verschillende 'kamers' en worden de beleidsregels op hoofdlijnen weergegeven. Onderstaande kaart geeft het landschapsperspectief weer.
17
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Kaart Landschapsperspectief, plangebied binnen rode cirkel
Toetsing en conclusie Het plangebied is gelegen in een zone waar geen specifiek beleid ten aanzien van het landschapsperspectief geldt. Wel ligt het in de nabijheid van de zone waar is aangegeven dat een 'nee, tenzij'-beleid geldt gericht op sanering en in beginsel alleen uitbreidingen van bebouwing is toestaan onder strenge voorwaarden dat openheid actief wordt vergroot en gestreefd wordt naar behoud en versterken van doorkijk en vensters. Het bebouwingslint heeft een grote hoeveelheid open zicht richting het landschap tussen kleinere clusters van bebouwing. In de huidige situatie is een gedeelte van het plangebied in gebruik als bedrijfsgroen. Een ander deel is op dit moment bestemd als bollengrond, maar vanwege de geïsoleerde ligging niet als zodanig te gebruiken. Door de greenportwoning verdwijnt er in (zeer) beperkte mate zicht vanaf de Schippersvaartweg gezien over de bollenvelden. Achter de gewenste kavel staat al bebouwing, waardoor het vergezicht over de bollenvelden niet versmalt door het realiseren van een woning. Ook is er aan de achterzijde een omheining die zicht op het landschap ontneemt.
18
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
3.3.2
Regionale woonagenda
Toetsingskader De gemeenten die deel uitmaken van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland hebben voor
2023/2024 de regionale woonagenda vastgesteld. Hierin staat wat de woonbehoefte is in de gemeenten binnen Holland Rijnland en hoe het woningaanbod per subregio op de vraag kan worden afgestemd. De regionale woonagenda is nodig omdat er veranderingen zijn op de woningmarkt. Deze is bijvoorbeeld veranderd van een aanbod- naar vragersmarkt. Ook de vraag naar de woningen zelf blijkt veranderd; de woonomgeving en de nabijheid van voorzieningen wordt steeds belangrijker. De provinciale Woningbehoefteraming uit 2021 valt hoger uit dan de laatste raming uit 2019. De woningbehoefte komt uit op 30.500 nieuwe woningen vergeleken met 22.800 in de vorige prognose. Voor de periode 2021-2030 zijn plannen voor circa 36.500 woningen
Toetsing en conclusie Het voornemen betreft de realisatie van één nieuwe woning. Met deze ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de doelen uit de regionale woonagenda.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Woonvisie
Toetsingskader Voor wonen is de gemeentelijke woonvisie van toepassing (inwerkingtreding 26 januari 2021). Op basis van de woonvisie en ook bij de vorige woonvisie van de voormalige gemeente Noordwijk is de Verordening Bestemmingsreserve ter bevordering van sociale huurwoningen van toepassing. Greenportwoningen vallen op basis van artikel 1 h en artikel 2, lid 3 van de Verordening Bestemmingsreserve ter bevordering van sociale huurwoningen buiten de werkingssfeer van de verplichte segmentering van de geldende woonvisie. Bij de woonvisie is een vastgestelde woningbouwplanlijst opgenomen. Hier is in de categorie 4a, de locatie (nog) niet specifiek vermeld. Wel zijn er reserveringen in Noordwijkerhout voor greenportwoningen, locaties onbekend opgenomen. Deze woning valt onder die categorie. Toetsing en conclusie Voorliggend plan voorziet in de bouw van één vrijstaande woning in het buitengebied van Noordwijkerhout. Deze ontwikkeling past binnen de ambitie/ afspraken uit de woonvisie. 3.4.2
Welstandsnota
Toetsingskader In de welstandsnota is een analyse gemaakt van de (voormalige) gemeente Noordwijkerhout. Op basis van deze analyse zijn verschillende gebieden onderscheiden. Deze gebieden worden beschreven en gewaardeerd en aan de hand van de bevindingen zijn criteria geformuleerd waaraan bouwplannen in de betreffende gebieden (welstandshalve) zouden moeten voldoen. De beoordeling van de woongebouwen is gericht op afwisseling en individualiteit, zorgvuldige detaillering en traditioneel materiaal- en kleurgebruik. Voor bouwplannen in het buitengebied worden hier de beschrijving en de welstandscriteria gegeven. Toetsing en conclusie De Welstandscommissie zal beoordelen of de nieuwbouw past binnen de welstandseisen zoals deze gelden voor het buitengebied.
19
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Water
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Voor de voorliggende ontwikkeling is daarom een digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) uitgevoerd. Het toets resultaat van de digitale watertoets is opgenomen in Bijlage 2 (Watertoets) bij deze toelichting. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. Plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van Noordwijkerhout. In het plangebied zijn geen knel- en aandachtspunten inzake de waterkwaliteit en de waterkwantiteit bekend. Het hemelwater dat in het plangebied neerkomt op het onverharde oppervlak wordt opgenomen in de bodem door middel van infiltratie. In het plangebied wordt één woning gebouwd op een perceel van circa 875 m2. De oppervlakte van de woning, bijgebouwen en de erfverharding, is echter kleiner dan 500 m2 . Een nadere beoordeling door het waterschap kan achterwege blijven. Tot slot wordt opgemerkt dat voor de bouw van de woningen duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen worden toegepast (dus geen zink, lood, koper, en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen. Conclusie Het initiatief wordt voorgelegd aan het waterschap.
Op voorhand zijn er geen onoverkomelijke belemmeringen te verwachten.
4.2
Ecologie
Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura-2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan (of ander ruimtelijk besluit) dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het
20
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming in de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.
De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het ruimtelijk besluit moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. De natuurtoets is opgenomen in Bijlage 3 (Natuurtoets). Onderstaand zijn de conclusies beschreven. Toetsing Voor dit plan is een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Het
21
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven voldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Het aanvragen van een ontheffing voor de Wnb is niet nodig. In het kader van de ruimtelijke procedure is het plan redelijkerwijs uitvoerbaar te achten. Wel moet er bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode van half maart tot half juli. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden starten zodra de jongen zijn uitgevlogen. Broedende vogels zijn ook buiten het broedseizoen beschermd. Daarnaast wordt geadviseerd om een amfibieënscherm rondom de bouwplaats te plaatsen om vestiging van rugstreeppad in het plangebied te voorkomen. Stikstof In het kader van deze ontwikkeling is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van één woning in de gemeente Noordwijk berekend. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOX en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS.
Het rapport en rekenresultaten zijn bijgevoegd als Bijlage 4 (Stikstofberekening) bij deze toelichting. Conclusie Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de aspect 'ecologie' geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling in het kader van de te volgen ruimtelijke procedure en dus uitvoerbaar is.
4.3
Bodem
Toetsingskader Op basis van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 mag niet worden gebouwd op verontreinigde grond. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moet vaak een bodemonderzoek worden geleverd. Dit is een verplichting uit de Woningwet om de gezondheid en veiligheid te garanderen van mensen die wonen, werken of verblijven in het gebouw waarvoor vergunning wordt aangevraagd. Een bodemonderzoek is noodzakelijk wanneer: nog geen gegevens betreffende de bodemgesteldheid bekend zijn (dit betekent dus ook dat als er een bodemkwaliteitskaart is, er geen bodemonderzoek meer hoeft te komen); er meer dan twee uur per dag mensen in verblijven; het bouwwerk de grond raakt en; er na sloop wordt herbouwd. Toetsing Door middel van een verkennend milieukundig bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgelegd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 7 (Bodemonderzoek). Uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV).
Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Wel zijn er grindlagen
22
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
aangetroffen. Boring 4 is gestuit op een handmatig ondoordringbare laag. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Zowel in de bovengrond als in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met lood. Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreiniging met lood in het grondwater, niet geheel bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw, alsmede de bestemmingsplanwijziging van onderzoekslocatie. Asbest Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Een onderzoek asbest in bodem/ puin conform de NEN 5707/5897 wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
4.4
Geluid
Toetsingskader Het voornemen betreft het bouwen van één woning aan de Schippersvaartweg. De Wet geluidhinder beschouwt dergelijke gebouwen als zogenaamd geluidsgevoelige gebouwen. Derhalve moet onderzocht worden of toetsing aan de Wet geluidhinder moet plaatsvinden. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones. Uitzondering zijn de wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur geldt. Buiten de bebouwde kom bedraagt de zonebreedte voor tweestrookswegen die aan weerszijden van de weg, gerekend vanuit de wegas, in acht moet worden genomen 250 meter. In geval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zone moet een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 8 (Akoestisch onderzoek) bij deze toelichting. Toetsing Voor het plangebied is reeds een tekening opgesteld met de projectie van de woning. Voor elke zijde van de woning zijn toetspunten ten behoeve van 2 bouwlagen gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2021.1. Ten gevolge van de Schippersvaartweg treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB.
De maximaal te ontheffen waarde van 53 dB wordt enkel op de voorgevel overschreden. Voor de Schippersvaartweg is een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Vanwege de Schippersvaartweg dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Voor de woning dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woning is de realisatie van een dove voorgevel en een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel noodzakelijk. Dit is onderzoek is uitgevoerd, zie bijlage 9.
23
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Conclusie Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling indien een hogere waarde wordt verleend en indien de voorgevel voorzien wordt van een 'dove' gevel. Het planvoornemen kan met inachtneming van die maatregelen als uitvoerbaar worden geacht.
4.5
Archeologie en cultuurhistorie
4.5.1
Wet- en regelgeving
Toetsingskader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden rekening wordt gehouden. 4.5.2
Archeologie
Toetsing Het archeologiebeleid van de gemeente Noordwijk is opgenomen in de Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordwijk (2020). De gronden van het te bebouwen plangebied is vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Voor het plangebied is derhalve geen sprake van een archeologische onderzoeksplicht ten behoeve van de nieuwe woning. De geldende archeologische dubbelbestemming is dan ook komen te vervallen.
24
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Kaartbijlage 5b. Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordwijk (2020).
4.5.3
Cultuurhistorie
Toetsing Het plangebied ligt in het door de provincie op de Kwaliteitskaart aangewezen bollenlandschap. Het bollenlandschap is ontstaan door het vergraven van oude duinen en strandwallen en de aanleg van een fijnmazig vaartenstelsel ten behoeve van de bollenteelt. Kenmerkend is de afwisseling van kleurrijke bollenvelden (seizoensgebonden), verspreide bebouwing en begroeiing, vaarten en sloten. Bijzonder zijn de (restanten van) landgoederen en oude duinen. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door een afwisseling van parallel aan de kustlijn gelegen open en verdichte zones. De kwaliteit en herkenbaarheid van dit landschap komen steeds verder onder druk door toenemende bedrijfsbebouwing en verstedelijking die niet geënt is op een samenhangende en herkenbare ruimtelijke
25
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
structuur. Mede door intensivering van de bollenteelt raakt het gebied daarmee steeds verder versnipperd. Het zicht op de bollenvelden wordt door bebouwing steeds meer beperkt. Dit betekent dat een ontwikkeling bijdraagt aan een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur, op een logische plek in deze structuur ligt en toekomstbestendig is. Opgave hierbij is om de intensivering in de landbouw en de verstedelijking te koppelen aan een versterking van de landschappelijke structuur. De woning voegt zich in de landschappelijk structuur van de bebouwing aan de Schippersvaartweg, zie ook paragraaf 2.2 (Toekomstige situatie). In het plangebied ligt geen bebouwing dat als rijks- of gemeentelijk monument is aangewezen. 4.5.4
Conclusie
Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' geen belemmering vormen voor onderhavige ontwikkeling en het planvoornemen op deze onderdelen dus als uitvoerbaar is te achten.
4.6
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.
In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van drie procent verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 , NO2 of PM10 ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Toetsing Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit, heeft VROM, in samenwerking met InfoMil, de 'nibm-tool 2017' ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool (zie onderstaande afbeelding) is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. Hierbij is uitgegaan van één extra woning met in totaal acht extra voertuigbewegingen. Dit aantal voertuigbewegingen is op basis van paragraaf 4.7 (Verkeer en parkeren). Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van drie procent (een toename van 1,2 µg/m3) niet overschrijdt. Het project wordt dan beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.
26
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Figuur 4.2: rekentool luchtkwaliteit. Conclusie De bouw van een vrijstaande woning kan gezien worden als een 'nibm' project. Daarom hoeft er niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Nader onderzoek op het gebied van luchtkwaliteit is daarom ook niet nodig. Voorts wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er worden geen personen blootgesteld aan onacceptabele concentraties luchtvervuiling. Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het milieuaspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling en het planvoornemen op dit onderdeel dus als uitvoerbaar is te achten.
4.7
Verkeer en parkeren
Toetsingskader In deze paragraaf wordt getoetst of het plan de verkeer- en parkeersituatie niet nadelig beïnvloedt. Toetsing Verkeer Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw één woning op het perceel aan de zuidoostzijde van de Schippersvaartweg 38 en kan worden ontsloten via een nieuwe inrit op de Schippersvaartweg. Op basis van de CROW publicatie 'Toekomstbestendig parkeren 381' kan de verkeersgeneratie per woning worden berekend. Uitgaande van een vrijstaande koopwoning in 'het buitengebied' in matig stedelijk gebied bedraagt de verkeersgeneratie per woning tussen de 7,8 en 8,6 motorvoertuigen per etmaal. De ontwikkeling is dusdanig kleinschalig van aard dat deze weinig tot geen invloed heeft op de verkeersveiligheid, doorstroming van het verkeer en de bereikbaarheid van naastgelegen percelen. Parkeren Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. De parkeerbehoefte wordt bepaald op basis van de beleidsregel Nota parkeernormen Noordwijk 2020 (of opvolger daarvan). De locatie is gelegen in het buitengebied, zone C, de parkeernorm voor een woning > 150 m2 bvo is 2,4 parkeerplaatsen. Voor het planvoornemen betekent dat een parkeerbehoefte van 2,4 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is voldoende ruimte beschikbaar om in die parkeerbehoefte te voorzien. Conclusie
27
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
De aspecten 'verkeer' en 'parkeren' vormen geen belemmering voor het plan.
4.8
Externe veiligheid
Toetsingskader Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het in oktober 2004 in werking getreden Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de onderliggende regelgeving. Het beleid voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het op 1 januari 2011 in werking getreden Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb) met de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt "vertaald" als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de z.g.
oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. Toetsing Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de digitale Risicokaart voor het plangebied weer.
28
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
Uitsnede risicokaart (plangebied blauwe arcering), bron: www.risicokaart.nl
In en nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook vindt in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen. Op 500 meter ten oosten van het plangebied bevindt zich wel de spoorlijn Leiden Centraal Lisse. Het plangebied bevindt zich ruim buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 en het plasbrandaandachtsgebied van de spoorlijn. Hiermee vormt de spoorlijn geen directe belemmering voor het plangebied. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn en op meer dan 200 m. Gezien het feit dat het gaat om één woning met een personendichtheid van maximaal 2,4 is geen sprake van een groepsrisico (de kans dat 10 personen overlijden vanwege een ongeval met gevaarlijke stoffen). Een verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor het plan.
29
Schippersvaartweg naast 38 Noordwijkerhout
4.9
Bedrijven- en milieuzonering
Toetsingskader Indien door middel van een project nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet men aantonen dat een goed leefmilieu mogelijk blijft. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mag men omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden aantasten door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Het aspect milieuzonering is dus tweeledig. Bedrijven worden ingedeeld in categorieën met behulp van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (2009)' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). Deze publicatie biedt een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau en geeft informatie over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. Op basis van de milieukenmerken van de verschillende typen bedrijven en inrichtingen wordt een indicatie van de afstanden gegeven, die als gevolg van deze kenmerken moeten worden aangehouden tussen de diverse omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging.
In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. De informatie heeft geen betrekking op individuele bedrijven, maar op bedrijfstypen. Dit betekent dat een concrete situatie altijd in de context moet worden bekeken: binnen bepaalde bedrijfstypen kunnen zich grote verschillen voordoen; concrete milieu-informatie over een specifiek bedrijf heeft meer waarde dan algemene informatie; de afstanden hebben betrekking op de afstand tot een rustige woonwijk; bij andere gebiedsfuncties kunnen dus andere afstanden mogelijk zijn; afdoende milieuhygiënische maatregelen bij de bron, bij de overdracht of bij de ontvanger, kunnen een kortere afstand eventueel mogelijk maken. De onderstaande toetsing bevat een onderdeel dat aandacht besteedt aan bedrijven en functies in de omgeving die al dan niet hinder kunnen ondervinden van dit project alsook aan in hoeverre het project al dan niet hinder kan ondervinden als gevolg van bedrijven en functies in de omgeving. Plangebied In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende omgevingstypen. Voor het plangebied en omgeving is sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Noordwijkerhout.