CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3b Toelichting Bijlage 2 Rapportage verkennend bodemonderzoek Duinweg 12A Noordwijk - AVG

Gemeenteraadsvergadering 13 april 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan Duinweg 12 en 12A19.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Duinweg 12A te Noordwijk Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek

Kenmerk Datum

: 1809L867/ISO/rap1 : 5 februari 2020

Opdrachtgever :

Goedkeuring

(

Functie

Datum

Opsteller, auteur

5 februari 2020

2e lezerschap en vrijgave

5 februari 2020

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ............................................................................................................................. 4

2.

MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................... 6 2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK .................................................................................. 6

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ........................................................................... 7

2.3

POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................ 8

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST ..................................................................................... 8

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................... 10

2.6

BEINVLOEDING .............................................................................................................. 10

2.7

BODEMVERONTREINIGING ......................................................................................... 11

2.8

TERREINVERKENNING ................................................................................................. 12

2.9

BEOORDELING .............................................................................................................. 12

2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ..................................................................... 13 3.

4.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK .............................................................................. 14 3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ........................................................................................... 14

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK ................................................................................. 14

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................. 16

3.4

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................... 17

3.5

INTERPRETATIE ............................................................................................................ 19

3.6

TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................... 20

3.7

CONCLUSIES ................................................................................................................. 21

3.8

AANBEVELINGEN .......................................................................................................... 21

BETROUWBAARHEID ....................................................................................................... 22

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 2 van 22

BIJLAGEN

1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2 2.3

Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Rapportage voorgaand onderzoek IDDS Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2

Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater

5. 5.1 5.2

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 3 van 22

1.

INLEIDING

In opdracht van de familie van den Hoornaard is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Duinweg 12A te Noordwijk.

Afbeelding 1: Onderzoekslocatie (bron: google streetview)

Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging (van bestemming agrarisch naar bestemming wonen). . De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd.

De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 4 van 22

heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord.

Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 5 van 22

2.

MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 6 van 22

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Duinweg 12A

Postcode / Plaats

2202 ZN Noordwijk

Gemeente

Noordwijk

Provincie

Zuid-Holland

RD-coördinaten

Omschrijving

globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

90576

Y

473457

Hoogte maaiveld

Z

Circa 1,5 m NAP

Kadastraal

Gemeente

Noordwijk

Gemeentecode

NWK02

Sectie

M

Nummers

2779 (ged.),3402, 4315, 4316, 4317, 4318 (ged.)

Totaal

1020 m2

Bebouwd

410 m2

Verharding

Houten patio circa 50 m2 Klinkers circa 200 m2

Alle richtingen

Rondom de locatie is sprake van grasvelden (voormalige teelgrond) en enkele woonhuizen met tuin. Het openbaar gebied betreft de Duinweg.

Oppervlaktes (m²)

Belendingen

#1

#2

Afbeelding 2: onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO

25 meter buiten kadastrale grenzen

-

Conclusie Afbakening voldoende #1: Gemeente Noordwijk #2: KadViewer / Pdok-viewer / IDDS Projectenkaart

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 7 van 22

2.3

POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik

Bronnen De locatie betreft een voormalige bloembollenkwekerij, inclusief een deel van de voormalige teelgrond. Uit historische bronnen is bekend dat de locatie als sinds 1900 bebouwd is (vermoedelijk niet de bestaande bebouwing) en omringd was door teelgrond.

#1 / #2

Het is bekend dat er een bovengrondse en een ondergrondse tank op het perceel hebben gelegen. Potentiele bronnen

Er kunnen ter plaatse van de locatie schadelijke bestrijdingsmiddelen zijn toegepast of opgeslagen, ook de tanks kunnen vertontreinigingen hebben achter gelaten.

Huidig gebruik

Landbouw(-kas) (de jure), wonen met tuin (de facto)

Potentiele bronnen

In de huidige situatie zijn geen potentiele bronnen van bodemverontreiniging bekend.

Toekomstig gebruik

Wonen met tuin

-

Conclusie De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de voormalige olietranks en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De kritische parameters zijn derhalve zware metalen (met name kwik) en OCB’s voor bestrijdingsmiddelen en minerale olie en vluchtige aromaten vanuit de tanks. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2), topotijdreis #2: KadViewer / Pdok-viewer

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 8 van 22

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST

TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest

Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent de verdachtheid van de bodem op de aanwezigheid van asbest.

#1

Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit

Bodemfunctieklasse

Wonen

Bodemkwaliteitszone

Onbekend / niet beschikbaar

Ontgravingskaart boven- en ondergrond

Onbekend / niet beschikbaar

#2

Conclusie De bodem in niet asbestverdacht. Er is geen informatie beschikbaar over de (generieke) bodemkwaliteitszone waarin de onderzoekslocatie gelegen is. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Bodemfunctieklassenkaart Gemeente Noordwijk

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 9 van 22

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking

Bronnen

Bodemopbouw (lokaal)

Grondwater (lokaal)

0,0 - 1,5 m-mv

Zand

1,5 - 2,0 m-mv

Klei

2,0 - 5,0 m-mv

Zand

Grondwaterstand freatisch

Circa 1 m-mv

#1

Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de duinen richting NoordwijkBinnen zal stromen en derhalve zuidoostelijk gericht is. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie

Bodemvreemde lagen

0,0 - 10,0 m-mv

Deklaag

10,0 - 50,0 m-mv

1e watervoerend pakket

stromingsrichting 1e WVP

Oostzuidoostelijk

Inzijging/kwel

Inzijging

Er worden geen bodemvreemde lagen verwacht

Conclusie Er worden geen bijzonderheden verwacht wat betreft bodemopbouw en/of geohydrologie #1: DINOloket / Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS

2.6

BEINVLOEDING

TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding

Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.

#1

Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket / Omgevingstrapport Omgevingsdienst West-Holland

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 10 van 22

2.7

BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking

Bronnen

Onderzoek ter plaatse van de locatie Een deel van de locatie is reeds één maal eerder onderzocht door IDDS d.d. 23-10-2002 (kenemerk 02083843/LP/rap1). Het doel van het onderzoek was het vaststellen van de milieuhygienische kwaliteit ter plaatse van de aandachtspunten, te weten de reeds eerder genoemde tanks. Hieruit bleek dat ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank de grond plaatselijk sterk verontreinigd was met minerale olie (zie bijlage 1.2 en 2.2 van onderhavig onderzoek). De verontreiniging bevond zich tot een diepte van 0,5 tot 1,1 m-mv en werd bepaald op circa 20m3 grond en 10m3 grondwater. Ter plaatse van de andere (bovengrondse) tank zijn geen verontreinigingen aangetroffen.

#1 / #2

Voor zover bekend is deze verontreiniging niet gesaneerd. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Nabij de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen bodemonderzoeken uitgevoerd, zoals in het bodemrapport van de Omgevingsdienst West-Holland, zie bijlage 2.

#1 / #2

Conclusie Er bevind zich mogelijk een mobiele verontreiniging met minerale olie in de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie. #1: Bodemloket, Omgevingsrapportage Omgevingsdienst West-Holland #2: Archief IDDS

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 11 van 22

2.8

TERREINVERKENNING

De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 21-01-2020 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden. Op basis van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter beeldvorming is in bijlage 2.3 van onderhavig onderzoek een fotoreportage opgenomen. 2.9

BEOORDELING

Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving

Reden afwijking

Afwijking

Geen

-

Gevolgen betrouwbaarheid

-

-

Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen

-

-

Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 12 van 22

2.10

CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar.

TABEL 2.10.1 Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie

Gehele onderzoekslocatie behoudens de ondergenoemde aandachtgebieden

Conclusie

Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem (m.u.v. het verdachte punt, zie onder) geen noemenswaardige verontreinigignen verwacht.

Hypothese

Onverdacht Als aandachtsparameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen (Hg),OCB.

Opmerking

Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.

Aandachtgebieden Locatie

Voormalige ondergrondse tank en bijbehorende olieverontreiniging

Conclusie

Mogelijk is de in het verleden aangetoonde verontreiniging met minerale olie nog steeds aanwezig.

Hypothese

Verdacht punt Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond en grondwater: minerale olie

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 13 van 22

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE

De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1. TABEL 3.1: Onderzoeksstrategie (Deel)locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein

NEN 5740+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie.

Voormalige ondergrondse tank en bijbehorende olievlek

NEN 5740+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.1 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 21-01-2020 Uitvoerende partij

VeldXpert

BRL SIKB / protocol

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

Onderzoeksaspect

Meetpunten

Gehele terrein

Olieverontreiniging (<10m2)

Codering

Bijzonderheden

6 1 1

04 t/m 09 03 01

-

1 1

02 02A

Boring met steekbus

Type

Diepte [m-mv]

Aantal

Boring Peilbuis

0,5 2,0 2,2

Peilbuis Boring

2,2 1,5

Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 14 van 22

Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -

De bovengrond bestaat overwegend uit zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,2 m-mv uit zand en klei.

Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke bijmengingen met baksteen en plaatselijk glas. Ter plaatse van boring 2 is zintuiglijk een zwakke olie water reactie waargenomen.

Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -

Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.

Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 15 van 22

TABEL 3.3: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis

Filterstelling

Grondwaterstand

pH

EC

Troebelheid

Monstername

Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden

[m-mv]

[m-mv]

[–]

[S/cm]

[NTU]

d.d.

01

1,2 – 2,2

0,55

7,14

548

8,93

28-01-2020

Geen bijzonderheden

02

1,2 – 2,2

0,40

6,98

668

9,11

28-01-2020

Geen bijzonderheden

Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -

3.3

Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater.

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).

Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaard pakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 16 van 22

3.4

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk. In tabel 3.4.

zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrond-waarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 17 van 22

TABEL 3.4: overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)

Matrix en eventuele bijzonderheden

Analyse

Toetsingsresultaten Wbb > AW / > S (licht verhoogd)

>T (matig verhoogd)

>I (sterk verhoogd)

Onverdachte bovengrond MM1 02 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-30) 08 (0-50)

Zand, sporen glas, sporen tot zwak baksteen

#1 + OCB

Zink (0,07) Kwik (-) Lood (0,23) Heptachloorepoxid e (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Drins (Aldrin+Dieldrin+En drin) (-)

-

-

Klei, geen bijzonderheden

#1

-

-

-

02-3 02 (60-100)

Zand, zwakke olie-waterreactie

#3

-

-

-

02-STKB 02a (70-90)

Zand, zwakke olie-waterreactie, steekbus

#4

Minerale olie C10 C40 (0,26)

-

-

Peilbuis 01 (120-220)

Grondwater (onverdachte deel)

#2

-

-

-

Peilbuis 02 120-220) Blanco : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst #1 : Standaardpakket grond #2 : Standaard pakket grondwater #3 : Minerale olie #3 : Minerale olie en vluchtige aromaten > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)

Grondwater (olievlek)

#4

Naftaleen

-

-

Onverdachte ondergrond MM2 01 (170-220) 02 (130-180) 03 (160-200) Olievlek

Grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 18 van 22

3.5

INTERPRETATIE

Bovengrond De bovengrond bestaat overwegend uit zand. In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke tot sporen bijmengingen met baksteen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de grond licht (MM01) verontreinigd te zijn met zware metalen en OCB. Ondergrond De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,2 m-mv uit zand en klei. In de grond is tot 0,6-m-mv sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft sporen bijmengingen met baksteen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de klei (MM2) niet verontreinigd te zijn. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Olievlek De sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in 2002 kon in onderhavig onderzoek niet worden gereproduceerd. Ter plaatse is op een diepte van 0,6 tot 1,0 m-mv enkel een zwakke olie-water reactie aangetroffen (meetpunt 02 en 02a). Na een eerste monstername (monster 02-3) werd er geen verontreiniging aangetroffen.

Na herbemonstering met een steekbus wordt op basis van de analyse- en toetsingsresultaten geconcludeerd dat de grond licht verontreinigd is met minerale olie (monster 02-STKB). In het grondwater ter plaatse van peilbuis 02 overschrijdt de concentraties naftaleen de desbetreffende streefwaarden. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 19 van 22

3.6

TOETSING HYPOTHESE

De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.5: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese

Onverdacht

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen Reden: in de grond komen lichte verontreinigingen voor.

Voormalige ondergrondse tank en bijbehorende olieverontreiniging Hypothese

Verdacht punt.

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond en het grondwater komen lichte verontreinigingen voor.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 20 van 22

3.7

CONCLUSIES

Aanleiding en doelstelling In opdracht van de familie van den Hoornaard is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Duinweg 12A te Noordwijk. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging (van bestemming agrarisch naar bestemming wonen). De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Wet bodembescherming Onverdacht terrein De bovengrond bestaat uit zand en bevat plaatselijk een bijmenging met sporen baksteen en glas. Uit de analyse resultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met een aantal zware metalen en OCB’s. De ondergrond bestaat uit zand en klei. Dieper dan 0,6 m-mv zijn geen bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. De onderzochte klei in de ondergrond bleek niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Aan het grondwater zijn gedurende de monstername geen bijzonderheden opgemerkt. Geen van de onderzochte parameters overschrijden de desbetreffende streefwaarden. Olievlek De sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in 2002 kon in onderhavig onderzoek niet worden gereproduceerd.

Aangezien recent onderzoek als meest representatief wordt geachte en gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden (grond) en/of de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende streefwaarden (grondwater) dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Beperkingen inzake het verlenen van een bestemmingswijziging worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien. 3.8

AANBEVELINGEN

Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde Omgevingsdienst West-Holland namens Gemeente Noordwijk, om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies ten behoeve van het wijzigingen van de bestemming van het perceel. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat de voormalige verontreiniging met olie niet nog ergens op- of buiten het onderzoeksgebied aanwezig is. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 21 van 22

4.

BETROUWBAARHEID

Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.

In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Duinweg 12A te Noordwijk Kenmerk rapportage: 1809L867/ISO/rap1 Pagina 22 van 22

BIJLAGEN

1. Kaarten en tekeningen 1.1 Topografische kaart 1.2 Situatietekening

1.1 Topografische kaart

Schaal 1:25.000

Legenda Locatie-aanduiding

90550

90600

Legenda

473450

473450

Onderzoeksgebeid Boringen Boring met peilbuis Boring Stertke olieverontreiniging 2002

Opdrachtgever Fam. Van den Hoornaard Projectnummer 1809L867 Akkoord Getekend: Vrijgegeven: Formaat: Schaal: Schaal situatie:

90550

90600

Datum:

ISO EBA A3

3-2-2020

Locatie Duinweg 12A Noordwijk Omschrijving Verkennend bodemonderzoek Tekening nr.

Versie nr.

Bijlage nr.

L867-BO-01

1.0

1.2

2.2

2. Vooronderzoek 2.1 Rapportage omgevingsdienst Rapportage voorgaand onderzoek IDDS 2.3 Fotoreportage

Duinweg 12A Noordwijk Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 10

-

17-01-2020

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Duinweg 12 Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 2 van 10

-

17-01-2020

Voor U ligt een rapportage van de Omgevingsdienst West-Holland met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van grond van het door U opgevraagde perceel.

Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland. Het bodeminformatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten.

Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aanwezige gegevens. Voor nadere informatie over de in deze rapportage genoemde rapporten dienen de betreffende dossiers te worden geraadpleegd. Rapporten kunt u aanvragen bij ODWH via bip@odwh.nl. Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen.

Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.

Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst West-Holland via email bip@odwh.nl

Pagina 3 van 10

-

17-01-2020

Locatie: Duinweg 12 Locatie Adres

Duinweg 12 2202ZN NOORDWIJK ZH

Locatiecode

AA057500142

Locatienaam

Duinweg 12

Plaats

Noordwijk

Locatiecode bevoegd gezag WBB

Status Vervolg WBB

Voldoende onderzocht

Beoordeling

Status rapporten

Verkennend onderzoek NEN 5740

Beschikking

Status besluiten Is van voor 1987

Niet ernstig

Status asbest Ja

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Verkennend Duinweg 23-10-2002 onderzoek NEN 12 5740

Auteur Referentie

IDDS

Archief Conclusie overheid

locA niet verontr, locB: og sterk, gw sterk verontr; og(-): mo >i, gw(-): mo >i, naf >s; aanvullend 2017023269 bodem onderz: grond 90m3 mo streefw verontr, 20m2 (10m3) sterk verontr; gw tot 90m3 verontr, 20m2 (10m3) sterk verontr

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende activiteiten Voldoende onderzocht

Activiteit

Start Einde Vervallen

Benoemd

Verontreinigd Spoed

bloembollen- en bloemknollenkwekerij

1966 1984 Nee

Ja

>T

Nee

Onbekend

bloemenkwekerij

1966 1984 Nee

Ja

>T

Nee

Onbekend

brandstoftank (bovengronds)

9999 9999

Niet van toepassing

Per definitie

>T

Nee

Onbekend

hbo-tank (ondergronds)

9999 1994

Niet van toepassing

Per definitie

Onbekend

Nee

Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Pagina 4 van 10

-

17-01-2020

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 5 van 10

-

17-01-2020

Pagina 6 van 10

-

17-01-2020

Deze rapportage betreft een geautomatiseerde samenvatting van de op het moment van de aanvragen aanwezige gegevens in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland. De basisgegevens uit de informatiesystemen zijn in de regel door derden aangeleverd.

Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen. Ook is het vanzelfsprekend mogelijk dat na het moment van aanvragen aanvullende gegevens door de Omgevingsdienst West-Holland worden verkregen, of dat recent verkregen informatie nog niet in het informatiesysteem is ingevoerd. Deze rapportage dient derhalve te worden gezien als een momentopname.

Vanwege het mobiele karakter van sommige bodemverontreinigingen kan ook niet worden uitgesloten dat de verontreinigingssituatie sinds het uitvoeren van een bodemonderzoek is gewijzigd. Aangezien het invoeren van gegevens mensenwerk is, kan evenmin worden uitgesloten dat bij het invoeren invoer- en/of interpretatiefouten zijn gemaakt.

De Omgevingsdienst West-Holland is niet aansprakelijk voor enige directe schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de verontreinigingssituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. In dit geval van koop/verkoop adviseert de Omgevingsdienst om bij twijfel representativiteit van de in dit rapport vermelde gegevens alsnog bodemonderzoek op de betreffende locatie te laten uitvoeren.

Deze rapportage kan in de regel niet worden gebruikt bij meldingen of vergunningsaanvragen waarvoor een bodemonderzoek is vereist. Kopieën van de in deze rapporten kunnen hier mogelijk wel voor worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de onderzoekeisen vanuit de melding/vergunning en de aard, ouderdom en kwaliteit van het betreffende onderzoek.

Aan de totstandkoming van deze omgeving is uiterste zorg besteed. Desondanks is het gezien de aard van het gebruikte materiaal mogelijk dat kleine fouten in de exacte ligging van objecten voorkomen of dat de kaarten anderszins foutieve informatie afbeelden. De Omgevingsdienst West-Holland aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het gebruik van de informatie. Wel stelt de Omgevingsdienst West-Holland het op prijs dat onjuistheden aan haar worden gemeld. Dit kan door een e-mail te sturen naar bip@odwh.nl

Pagina 7 van 10

-

17-01-2020

Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS.

Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rappor twordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):

Wbb traject starten De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden.

Bodemonderzoek uitvoeren Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek.

Saneringsonderzoek uitvoeren Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering

Saneringsplan opstellen Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden.

Sanering en/of evaluatie uitvoeren Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd. Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie.

Pagina 8 van 10

-

17-01-2020

Zorgmaatregelen uitvoeren Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging.

Gesaneerd Indien een sanering is uitgevoerd wordt door het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik.

Geen werkvoorraad (meer) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of gesaneerd.

Toelichting op de gerapporteerde informatie

Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).

Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’.

Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging. Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald.

Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn.

(mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met ‘vervallen’ wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met ‘Benoemd’ wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is.

Pagina 9 van 10

-

17-01-2020

Geconstateerde Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit.

Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld.

Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd.

Zorgmaatregelen Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven, zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.

Pagina 10 van 10

-

17-01-2020

RAPPORT betreffende een verkennend en aanvullend bodemonderzoek Duinweg 12 en naastgelegen perceel te Noordwijk

Datum Rapportnummer Auteur

: 23 oktober 2002 : 02083843/LP/rap1 :

Vrijgave

:i ……………….

Opdrachtgever

: Gemeente Noordwijk : Postbus 298 : 2200 AG Noordwijk

© IDDS B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

INHOUD

1. INLEIDING....................................................................................................................................................... 3 2. VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET ...................................................................................... 3 2.1 TERREINGEGEVENS ......................................................................................................................... 3 2.2 REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 4 2.3 ONDERZOEKSOPZET ........................................................................................................................ 5 3. VELDWERK .................................................................................................................................................... 6 3.1 VELDWERKZAAMHEDEN................................................................................................................ 6 3.2 RESULTATEN VELDWERK .............................................................................................................. 6 4. CHEMISCH ONDERZOEK ........................................................................................................................... 8 4.1 SELECTIE GROND- EN GRONDWATERMONSTERS....................................................................

8 4.2 RESULTATEN CHEMISCHE ANALYSES ........................................................................................ 9 4.3 BESPREKING VAN DE ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................ 10 5. AANVULLEND ONDERZOEK NAAR OMVANG VAN DE VERONTREINIGING ............................ 11 5.1 AANLEIDING VERVOLGONDERZOEK ........................................................................................ 11 5.2 ONDERZOEKSOPZET ...................................................................................................................... 11 5.3 VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................. 11 5.4 CHEMISCH ONDERZOEK ............................................................................................................... 12 5.5 ANALYSERESULTATEN ................................................................................................................. 13 6. VERONTREINIGINGSSITUATIE .............................................................................................................. 14 7. CONCLUSIES ................................................................................................................................................ 15 8.

BETROUWBAARHEID ................................................................................................................................ 16

BIJLAGEN 1. Overzichtskaart en situatietekening / vlekkenkaart 2. Boorstaten 3. Analysecertificaten 4. Toetsingstabel Wbb 5. Gecorrigeerde toetsingswaarden Wbb

1. INLEIDING

In opdracht van Gemeente Noordwijk is een verkennend en aanvullend milieukundig bodemonderzoek verricht op een gedeelte van het perceel Duinweg 12 en het naastgelegen perceel (ongenummerd) te Noordwijk. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht van het laatstgenoemde perceel. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de chemische kwaliteit van de bodem ter plaatse en nabij een tweetal aandachtspunten, gelegen op het perceel Duinweg 12, te weten: -

locatie A: voormalige huisbrandolietank; locatie B: voormalige oliedrum/tank met huisbrandolie.

Het bodemonderzoek beoogt het verkrijgen van inzicht in aard, plaats van voorkomen en concentraties van eventueel aanwezige aan minerale olie gerelateerde verontreinigende stoffen in de bodem. De opzet van het onderzoek is in hoofdstuk 2 beschreven. Een beschrijving van de bodemopbouw en de resultaten van zowel het zintuiglijk als het chemisch onderzoek zijn weergegeven in de hoofdstukken 3 en 4. De verzamelde gegevens zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (circulaire van 4 februari 2000, DBO/1999226863). Een beschrijving van het uitgevoerde aanvullend bodemonderzoek, teneinde de aangetoonde verontreiniging met minerale olie in te perken, is beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 is de verontreinigingssituatie ter plaatse van de onderzoekslocatie beschreven. Mede op basis van een toetsing aan voornoemde richtlijnen, is de chemische kwaliteit van de bodem van de onderzochte locatie beoordeeld. Deze beoordeling is samen met de eventuele adviezen ondergebracht in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 zijn de factoren, die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek, toegelicht. 2. VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET

2.1 TERREINGEGEVENS De ligging van de onderzoekslocatie is globaal weergegeven in bijlage 1.1. Enkele locatiespecifieke aspecten zijn opgenomen in onderstaande tabel 1.

TABEL 1: Locatiespecifieke gegevens Locatie gegevens Adres Postcode/plaats

Duinweg 12 en naastgelegen perceel 2200 AG Noordwijk

Gemeente

Noordwijk

Provincie

Zuid-Holland

Kadastrale gemeente

Noordwijk

Sectie Nummers

Duinweg 12 en naastgelegen perceel: 02083843/LP/rap1

M 3403 en 2779

3 / 16

Kaartblad topografische kaart

30F

X-Y coördinaat

90.560 (x), 473.430 (y)

Huidige gebruik

woning met tuin en teelland

De onderzoekslocaties zijn Duinweg 12 en het naastgelegen perceel, welke momenteel in gebruik is als teelland. Daar ter plaatse van het perceel Duinweg 12 in het verleden twee bovengrondse huisbrandolietanks in gebruik zijn geweest, worden minerale olie en vluchtige aromaten als aandachtsstoffen aangemerkt voor beide hierboven genoemde percelen. De locaties van voormalige opslag van huisbrandolie bevinden zich tegen de perceelsgrens van Duinweg 12, alwaar deze overgaat in het perceel Duinweg ongenummerd.

2.2 REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Teneinde inzicht te kunnen verkrijgen in de samenstelling van de diepere bodemlagen is de Grondwaterkaart van Nederland, kaartbladen 30D – 30 oost – 31 west (Den Haag/Utrecht) geraadpleegd. Deze is uitgegeven door het Instituut van Grondwater en Geo-energie TNO (IGG, 1979). De regionale geohydrologische opbouw kan als volgt worden omschreven: Deklaag In het algemeen wordt de slecht tot matig doorlatende deklaag gevormd door matig fijne tot grove slibhoudende zanden, veen en kleien van holocene ouderdom (Westlandformatie). De dikte van de deklaag op de onderzoekslocatie is circa 10 meter. De verticale hydraulische weerstand (c) van de deklaag wordt geschat op <1.000 dagen.

Duinweg 12 en naastgelegen perceel: 02083843/LP/rap1

4 / 16

1e en 2e watervoerende pakket Het eerste en tweede watervoerende pakket wordt globaal gevormd door goed doorlatende pleistocene afzettingen tussen de slecht doorlatende deklaag en de tweede scheidende laag. Het eerste en tweede watervoerende pakket bestaat met name uit matig grove tot matig fijne zanden. In de nabijheid van de onderzoekslocatie bevindt dit pakket zich op een diepte van circa 10 meter en bedraagt de dikte van dit pakket circa 40 meter. Het doorlaatvermogen (kD-waarde), zijnde het product van de doorlaatbaarheidscoëfficiënt (k) en de dikte (D) van het eerste en tweede watervoerende pakket, wordt geschat op 1.000 m2/d. De grondwaterstroming in dit watervoerende pakket is oost tot zuidoostelijk gericht. Tussen het eerste en tweede watervoerende pakket kan plaatselijk een scheidende laag voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=061e1f9e-6b2f-42f8-8770-1c1d66c6093a