CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie-Flevoland-2050

Commissie Woonomgeving 15 juni 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: Zienswijze Provinciale Omgevingsvisie - Beeldvorming/Consultering32.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

relatief klimaatvriendelijk. Door veranderende

partners geven we invulling aan de nationale en

een veilig transport door de provincie.

richten we ons op het minimaliseren van de risico’s. Bij

weersomstandigheden hebben wij echter ook te

internationale doelstellingen.

nieuwe ontwikkelingen passen we veiligheidsnormen en

maken met uitdagingen zoals bodemdaling, verzilting

bufferzones toe. Kwetsbare functies, zoals wonen, zorg

en periodes van droogte. Daarnaast doen de grote

Concrete ambities zijn het aanplanten van bomen,

Een gezonde fysieke leefomgeving is een nieuw

en onderwijs worden niet ontwikkeld binnen risico­

opgaven voor woningbouw en economie een beroep

koolstof in de bodem vastleggen, toewerken naar

onderwerp dat in de Omgevingswet is opgenomen.

volle aandachtsgebieden, tenzij deze aantoonbaar met

op de beschikbare voorraden aan water, energie en

een vermindering van de uitstoot van broeikas­

Als provincie moeten we gezondheid expliciet

mitigerende maatregelen kunnen worden beschermd.

grondstoffen. We hanteren hierbij twee principes:

gassen met 55% in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050.

meewegen in ons omgevingsbeleid. Voor zover

Ook provinciale infrastructuur zoals windparken, wegen

nodig wordt een nadere uitwerking opgenomen in

en bedrijventerreinen stemmen we ruimtelijk af op

een omgevingsprogramma.

eventuele gevolgen voor de omgevingsveiligheid.

• Vervoer gevaarlijke stoffen

• Gezonde leefomgeving

De ruimtelijke keuzes voor wonen, werken, energie, • klimaatmitigatie – het terugdringen en verminderen van emissies • klimaatadaptatie – het aanpassen aan klimaatverandering.

108

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

109

mobiliteit en gebiedsontwikkeling moeten aantoon­ baar bijdragen aan deze doelen. Met het treffen van maatregelen voor de doelen voor het landelijke gebied wordt tevens invulling gegeven aan de klimaatdoelen.

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

Massa ruimte

5.9 Landschap en erfgoed

De bestaande landschappelijke kernkwaliteiten

De bijzondere historie van Flevoland vertelt ‘het verhaal

casco volgens de strategie ‘robuust polderraamwerk’.

van Flevoland’. Als onderdeel van de Zuiderzeewerken is

Hiermee creëren we een nieuw polderraamwerk waarin

de inrichting van het gebied op de tekentafel ontstaan.

de identiteit gewaarborgd blijft en dat flexibiliteit en

Dit heeft geleid tot een uniek landschap, visionair vorm­

veerkracht faciliteert.

worden herijkt en aangevuld met een landschappelijk

gegeven en tot in de kleinste details bedacht. Met de strategie en principes voor het robuust polderraamwerk

De provincie Flevoland wil dit verhaal van Flevoland

geven we hieraan een nieuwe uitwerking voor de toe­

blijvend kunnen vertellen, en herkenbaar en beleef­

komst. Voor vijf gebiedstypen is dit nader uitgewerkt.

baar maken voor en met een breed publiek. Hiervoor is van belang dat er voldoende herkenbare plekken of

Aanvullend op de strategie robuust polderraamwerk

gebouwen zijn die laten zien hoe de omgeving tot stand

definiëren we de volgende provinciale belangen

is gekomen door de verhalen van de plek te vertellen,

en hanteren we thematische principes voor de

zichtbaar en toegankelijk te maken. Het Verdrag van

Flevolandse identiteit en bescherming van erfgoed

Faro stelt erfgoedparticipatie centraal, benadrukt de

en archeologie.

sociaal-maatschappelijke waarde van erfgoed en stuurt aan op actieve deelname van erfgoedgemeenschappen

Provinciaal belang 32: Bescherming van de identiteit

in het erfgoedveld. We zien het als onze taak om Faro

van het Flevolandse landschap

projecten, waarbij we participatie en betrokkenheid van mensen bij hun eigen culturele erfgoed versterken, te

Provinciaal belang 33: Bescherming van

stimuleren en te ondersteunen vanuit erfgoed.

archeologische en aardkundige waarden

Ontwikkeling op basis van de identiteit van de gebiedstypen en prehistorisch landschap in de ondergrond

De provinciale inzet bestaat uit vijf erfgoedthema’s: • Erfgoed van de Toekomst: we zetten in op kwaliteit toevoegen zodat wat we nu maken het erfgoed van

Het landschap van Flevoland is uniek, het toonbeeld

de toekomst kan worden. En dat bij transformaties

van de Nederlandse ontwerptraditie als gevolg van lef,

cultuurhistorische kwaliteiten en aardkundige

experiment en vernieuwing. Dit heeft geleid tot een

waarden in het ontwerp een plek krijgen.

hoge mate van samenhang. De lange strakke lijnen,

• De inpolderingsgeschiedenis: we zetten in op

soms gemarkeerd met landschapselementen, laten een

een zorg­vuldige omgang met de elementen die

bewuste afwisseling van openheid en verdichting zien.

herinneren aan de inpolderings­geschiedenis, het

Dit in combinatie met de groene horizon van bossen en

vertellen en vast­leggen van de verhalen van de

groene eilanden in open gebieden. Een landschap van

eerste polder­pioniers en de oude Zuiderzeevissers.

lucht, afwisselende gewassen, ontworpen verkavelings­

• Iconen van vernieuwing en experiment: we streven

patronen, ook wel een Mondriaanlandschap van

ernaar dat erfgoediconen in goede staat zijn.

wereldfaam genoemd.

Deze locaties gelden als unique selling points van de provincie.

In het landschap zie je ook de ontstaansgeschiedenis

Open landschap

110

Geleidelijke overgang

Gesloten landschap

Lanen en singels

Essentiële zichtlijnen

Dijk

Waardevol open gebied

Kapen

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

• De geschiedenis van het Zuiderzeeverleden:

van Flevoland terug; Urk en Schokland als voor­

we streven ernaar dat Flevoland landelijk bekend

malige eilanden, de verschillen in kavelgrootte en de

staat als dé provincie van de scheepswrakken.

verschillen tussen de polderconcepten. Verschillen

We stellen een beschermings­programma op voor

die zijn gevoed door nieuwe ontwikkelingen en

de scheeps­wrakken en zorgen voor een duur­zaam

veranderingen in functionele behoeften. Als provincie

behoud en bescherming van het maritieme erfgoed.

zetten we in op een zo hoog mogelijke omgevings­

Het Museum Batavialand vervult daarin als Nationaal

kwaliteit te bereiken met een positief effect op de

Scheeps­archeologisch Depot een cruciale rol.

fijne leefomgeving en het welbevinden van mensen.

• Het landschap in de ondergrond: we stimuleren

111

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

5.10 Landbouw

Zorgvuldig omgaan met landbouwgrond

zorgvuldig omgaan zodat het ook voor toekomstige

Flevoland is onder andere ontworpen voor de voedsel­

waardige landbouwgrond voor akkerbouw in Flevo­

generaties behouden blijft.

voorziening van Nederland. Door de vruchtbare grond,

land voor voedselproductie is essentieel voor de

de grote efficiënte percelen en de innovatieve en

voedselzekerheid in Noordwest-Europa, en daarmee

onder­zoek naar de ontwikkeling van de onder­grond

waardevol, waardoor het behoud en bescherming

in relatie tot gebruiks- en bewonings­geschiedenis,

verdient. Met dit archeologisch archief moeten wij

mede in relatie tot de gevolgen van klimaat­ verandering en de mogelijk­heid tot het in situ behoud van archeo­logische vind­plaatsen. We geven

Het behouden van voldoende kwalitatief hoog­

prioriteit aan een beter begrip van de ontwikkeling

Op basis van provinciale regelgeving en internationale

ondernemende agrariërs staat Flevoland bekend als

een provinciaal belang. Voldoende areaal voor de

van het pre­historische land­schap en het gebruik

verdragen beschermen we archeologische en aard­

een van de beste, meest productieve en innovatieve

landbouw is ook nodig om te kunnen beschikken over

van het land­schap in de prehistorie. We hebben

kundige waarden. De omgeving Kuinderschans en

landbouwgebieden van Nederland. De agrarische

de kritische massa voor innovatie, marktpositie, het

hier­bij bijzondere aandacht voor de waterbodems.

Kuinderburcht, Urk en omgeving, Schokland (UNESCO

sector van Flevoland en de visserij en visverwerkings­

sluiten van agrarische kringlopen en het gezamenlijk

Erfgoed) en het rivierduingebied bij Swifterbant zijn

industrie op Urk leveren een belangrijke bijdrage aan

werken aan een gezond, leefbaar en economisch

aangewezen als de belangrijkste archeologisch en

de voedselvoorziening van Noordwest-Europa. Met de

sterk landelijk gebied. We willen daarom zorgvuldig

aardkundig waardevolle gebieden (PArK)gebieden, en

strategie voor het robuust polderraamwerk kiezen we

omgaan met de beschikbare landbouwgronden.

De ondergrond van Flevoland is uniek, omdat de

ook door aanwijzing van de TOP-10 gebieden worden

voor het behoud van voldoende landbouwgrond voor

Voor functieverandering van landbouwgrond is een

Zuiderzee ervoor heeft gezorgd dat de bodem

archeologische waarden geborgd. Daarnaast zijn

voedselproductie en hoogwaardig uitgangsmateriaal.

nadrukkelijke afweging van de agrarische belangen

eeuwenlang onaangeroerd en goed afgeschermd

grote delen van Flevoland aangewezen als archeo­

We hebben daarbij de principes voor de ontwikkelings­

tegenover andere belangen nodig. Het is geen auto­

is gebleven. De polders zijn gebouwd op een dikke

logisch aandachtsgebied of als aardkundig waardevol.

mogelijkheden voor landbouw in de context van de vijf

matisme dat andere ontwikkelingen ten koste van

laag zuiderzeeklei, zand, veen en de afzettingen van

Hier moet voorafgaand aan nieuwe ontwikkelingen

onderscheidende gebiedstypen benoemd.

landbouw kunnen gaan.

vlechtende rivieren. Die archeologie is voor Nederland

onderzocht worden welke waarden in de onder­

uitzonderlijk, omdat in deze omstandigheden

grond aanwezig zijn en hoe deze het beste beschermd

Met de strategieën innovatieve economische eco­

Het Rijk komt met de verdere uitwerking van een

organisch materiaal bewaard is gebleven dat elders

kunnen worden.

systemen en robuust polderraamwerk geven we

afwegingskader voor het onttrekken van landbouw­

Bescherming archeologische en aardkundig waardevolle gebieden

allang verloren is gegaan. Naast de sporen uit de

principes mee voor de ontwikkeling van de agritech

grond. Ook nadat dit verwachte landelijke afwegings­

steentijd zijn er ook terpen uit de Middeleeuwen en

In samenwerking met onze partners gaan we na of

die onderscheidend is voor een veerkrachtige

kader beschikbaar is, wordt functieverandering van

bevinden zich in de bodem de scheepswrakken die

een herijking en/of aanvulling op het beleid voor

economie van Flevoland. Aanvullend hierop definiëren

agrarische gronden ten minste gemotiveerd aan de

vergaan zijn in de Zuiderzee en vliegtuigwrakken uit

archeologie en erfgoed wenselijk is.

we de volgende provinciale belangen en hanteren

hand van de volgende stappen:

de tweede wereldoorlog. Die archeologische resten

we thematische principes voor toekomstbestendige

bevinden zich zowel in de landbodem als in de

landbouw, zorgvuldig omgaan met landbouwgrond,

waterbodem. Die mix van oud en nieuw is uniek en

glastuinbouw en leefbaarheid.

1. Voor alle functies geldt: eerst inbreiden, combineren en dan pas wijzigen. Daarmee wordt aangesloten bij huidige kaders en ladders, zoals de zonneladder en

Provinciaal belang 34: Het behouden van voldoende

verstedelijkingsladder. Zo wordt druk op landbouw-

kwalitatief hoogwaardige landbouwgrond voor

grond zoveel mogelijk beperkt.

akkerbouw in Flevoland voor voedselzekerheid voor Noordwest-Europa

2. Als toch aanspraak moet worden gemaakt op land­bouw­grond, dan zoeken we eerst naar functie­

Provinciaal belang 35: Landbouwinnovaties die

combinaties met meer­waarde voor de land­bouw­

bijdragen aan de voedselzekerheid van Noordwest-

transitie. We beginnen op de gronden met de

Europa en uitgangsmateriaal

grootste huidige en toe­komstige uit­dagingen, waar dit past bij de doelen voor het versterken van

Provinciaal belang 36: De landbouwpraktijk houdt

bio­diversiteit en toekomst­bestendige landbouw.

rekening met biodiversiteit en de grenzen van het

Pas daar­na richten we ons op land­bouw­grond met

Flevolandse bodem- en watersysteem

minder beperkingen. En als laatste optie op land­ bouw­gronden met weinig toe­komstige uitdagingen,

Provinciaal belang 37: Een leefbaar en aantrekkelijk

omdat hier de voedsel­productie voor­op staat.

landelijk gebied

We sluiten hier­bij aan bij de indeling in gebieds­ typen van het robuust polderraamwerk.

112

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

113

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

Gebiedstypen

3. Als een functiecombinatie niet mogelijk is, dan wordt bij voorkeur gekozen voor een functie­wijziging met de meeste meer­waarde voor de transitie in

gewenste gebiedsontwikkeling doorgang kan vinden en de doelen van het landelijke gebied worden behaald.

‘versterken bio­diversiteit’ en ‘toekomst­bestendige

Doorontwikkeling innovatie voor een rendabele en toekomstbestendige landbouw

land­bouw’ dan wel de gewenste ruimtelijke

De Flevolandse land- en tuinbouw produceert

ontwikkeling in het gebied.

op efficiënte en innovatieve wijze relatief veel en

het gebied. Daarbij wordt na­gegaan of de functie­ wijziging past bij of onder­steunend is aan de doelen

goed voedsel. Wij zien Flevoland als voornamelijk 4. Afwentelingseffecten (zoals een vergroting van de

een akkerbouwprovincie. Landbouwinnovaties

opgave voor de overgebleven landbouwgronden)

die daarom bijdragen aan de voedselzekerheid

worden zoveel mogelijk voorkomen of anders

van Nederland en Noordwest-Europa zijn van

gecompenseerd. Dit houdt in dat elk initiatief in

provinciaal belang. Wij stimuleren en faciliteren

het landelijk gebied een bijdrage moet leveren

landbouwinnovaties. Flevoland blijft koploper in de

aan de doelen voor het landelijk gebied, zijnde

agrotechnologie en -kennis. In Flevoland worden de

toekomstbestendige landbouw en versterken

nieuwste technologieën op experimentenlocaties

van biodiversiteit.

beproefd. Daarbij werken de vier O’s samen: Onderwijs & Onderzoek, Ondernemers, en Overheid.

Na het toepassen van het afwegingskader wordt

Dit is het visitekaartje van Flevoland.

mogelijk voor functieverandering van agrarische gronden gekozen. Voor de gebiedsgerichte aanpak

Vanwege de vruchtbare bodem, de sterke kennis­

landelijke gebied verkennen we of een financiële bij­

basis en de innovatieve agrarische sector ligt de

drage gevraagd kan worden voor het realiseren van de

focus in Flevoland op hoogwaardige landbouw met

doelen van het landelijke gebied. Daarmee kunnen de

toegevoegde waarde. Dit omvat naast de teelt van

lusten en lasten zo verdeeld worden dat de uiteindelijk

hoogwaardig plantaardig voedsel en plantmateriaal

Open landbouwgebieden Multifunctioneel landbouwrandgebied Verwevingsgebieden Adaptatiegebieden Deltagebied 114

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

115

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

ook kennisontwikkeling, innovatie en agrotechnologie.

Samen met de sector worden richting 2050 keuzes

Alleen wanneer er sprake is van risico’s op het gebied

de versterking van Flevolandse landbouw en voedsel­

Hiermee wordt de voedselproductie elders mogelijk

gemaakt die zorgen dat hoge productie en hoge

van volksgezondheid en milieuhygiëne (waaronder de

keten, de samenwerking en regie in het innovatieve

gemaakt. Met deze focus streven wij naar één circulair

kwaliteit samen op kunnen gaan. Hierbij is een ster-

kwaliteit van bodem en water) en voor een passende

economische ecosysteem agritech en de profilering van

systeem binnen Flevoland waarin de plantaardige en

ke verbinding met onderwijs en praktijkonderzoek

functietoedeling en efficiënt ruimtegebruik geeft de

Flevoland als innovatieve voedselregio.

dierlijke sectoren samenwerken. Daarin levert de vee­

onmisbaar, evenals een goede samenwerking met

provincie gerichte sturing aan specifieke teelten.

houderij dierlijke mest die in de plantaardige sectoren

ketenpartners. Ons principe is dat in 2050 met goede

Dat geldt voor:

wordt ingezet. Mogelijk kunnen ook nutriënten uit de

bedrijfsvoering en innovaties de inzet van chemische

Leefbaar en aantrekkelijk landelijk gebied

steden gebruikt worden als meststof. De nutriëntengift

gewasbeschermingsmiddelen met 75% is gereduceerd.

• Bollenteelt is alleen mogelijk als wisselteelt als

Door schaalvergroting is het aantal agrarische bedrijven

moet hierbij in balans zijn met de opnamecapaciteit van de bodem.

onder­deel van het bouwplan. Daarbij is het van

in de loop der jaren sterk afgenomen. Hierdoor zijn

Landbouw is en blijft marktgestuurd. We gaan uit

belang dat we de kwalitatieve landbouw­grond met

nieuwe vraagstukken ontstaan, de erven zijn niet altijd

van ondernemersvrijheid, waarbij we geen voorkeur

goede bodem en water­condities voor voedsel­

meer nodig voor agrarische activiteiten, maar vormen

De uitdaging voor de sector is om te blijven voldoen

uitspreken voor specifieke productiemethoden.

productie beschermen conform het voorzorgprincipe

wel markante onderdelen van het landschappelijk

aan de veranderende wensen van de consument en

We faciliteren en bevorderen innovatie voor het

tegelijkertijd duurzaam, met oog voor dierenwelzijn, natuur en volksgezondheid en omgevingsbewust te blijven produceren.

• Groei of nieuwvestiging van geitenhouderij wordt

beeld zoals de schokbetonschuren. Functieverandering

realiseren van de balans tussen landbouw en andere

niet toegestaan vanwege de volksgezondheid.

van het boerenerf kan bijdragen aan de leefbaarheid

functies in de fysieke leefomgeving en een door de

Naar aanleiding van onderzoek van het RIVM naar

van het landelijk gebied, maar moet wel passen bij de

markt gedreven verduurzaming. Voorbeelden zijn

de relatie tussen geitenhouderij en ziekten bij de

kenmerken van het landelijk gebied. We stellen regels

experimenten met precisielandbouw, robotisering,

bevolking, wordt de tijdelijke regeling omgezet naar

op voor erftransformatie op basis van de principes voor

Het is van provinciaal belang dat de landbouwpraktijk

digitalisering en kunstmatige intelligentie die leiden

een permanente regeling.

het robuust polderraamwerk in de vijf gebiedstypen van

van 2050 rekening houdt met biodiversiteit en de

tot nieuwe verdienmodellen.

grenzen van het Flevolandse water- en bodemsysteem.

• Voor glastuinbouw geldt een concentratiebeleid,

het landelijk gebied. Daarbij houden we rekening met

omdat de teelt in kassen niet grond­gebonden is en

effecten op de omgevingskwaliteit en met het behoud

een stedelijke uitstraling heeft. Glas­tuin­bouw kan

van agrarische productiemogelijkheden in de omgeving.

alleen plaats­vinden in de daar­voor door de provincie aan­gewezen gebieden in Marknesse, Ens en Almere. Buiten die concentratie­gebieden voor glas is alleen teelt­onder­steunend glas toegestaan. We verkennen de vitaliteit van de bestaande glas­tuin­bouw­gebieden en betrekken daar­bij opties/mogelijk­heden voor energie­gebruik en netversterking. De Flevolandse landbouw maakt haar maatschappelijke waarde duidelijk en weet zo de samenleving voor zich te winnen. Het betrekken van bewoners en onder­ nemers bij de voedselproductie en de dienstverlening in zorg en welzijn, recreatie en educatie door de landbouw vinden wij belangrijk. Wij ondersteunen dit in onze gebiedsbenadering. Aandachtspunten daarin zijn voedseleducatie en maatschappelijke verbinding,

116

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

117

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

Regio aanpak landelijk gebied

5.11 Gebiedsontwikkeling

In gebiedsontwikkeling leggen we de verbinding

Het wensbeeld Flevoland in balans in 2050 is de

met maatschappelijke en economische opgaven.

leidraad voor een sturend omgevingsbeleid. Hiervoor

Dit kan alleen worden gerealiseerd door nauwe

kan worden aangesloten bij verschillende gebieds­

samenwerking met verschillende relevante partijen.

projecten en gebiedsprocessen die momenteel al lopen.

Elke gebiedsontwikkeling is maatwerk en we bekijken

Onze inzet hierin is gebaseerd op een wettelijke taak

per traject welke organisatorische en contractuele

en kent voortaan een grondslag in een provinciaal

vorm het beste is voor betrokken partijen. Deze

belang zoals vastgelegd in deze omgevingsvisie.

aanpak maximaliseert de inzet en creativiteit van

In gebiedsprojecten en in gebiedsprocessen met

samenwerkingspartners, wat leidt tot relevante

partners, is de inbreng van de provincie voortaan

resultaten in het belang van Flevoland.

tussen de opgave in de fysieke leefomgeving

gebaseerd op de drie strategieën en de principes. De gebiedsuitwerkingen van deze omgevingsvisie

Voor onze inzet in gebiedsontwikkeling sluiten we aan

krijgen in een gebiedsgerichte aanpak met partners

op een initiatief van anderen of nemen we zelf het

hun een nadere invulling. Aanvullend hierop hanteren

initiatief. We vinden het belangrijk om de opgave en

we de volgende werkwijze en procesmatige principes.

onze inzet in een gebiedsproces vooraf te bepalen,

Complexe opgaven die vragen om een open aanpak

zodanig dat er ruimte blijft voor samenwerking met partners in het proces. Daarbij is het beoogde resultaat redelijk bekend, maar de route ernaar toe

Onze aanpak in gebiedsontwikkeling kenmerkt zich

niet waarbij rekening moet worden gehouden met nog

door een open karakter zonder scherp omlijnd

niet uitgekristalliseerde afhankelijkheden.

begin- en eindpunt. Het gaat om complexe opgaven in de fysieke leefomgeving en om complexe maatschappelijke opgaven.

Almere en Lelystad

Noordoostpolder West

Dronten Oostkant

Noordoostpolder Zuid

Middengebied

Swifterbant en Dronten

Noordoostpolder Noord-Oost

Zeewolde Zuid

118

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

119

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

Gebiedsgericht werken in het landelijk gebied

De doelen voor het landelijk gebied zijn niet overal

De provincie werkt de doelen per regio uit ten

De aanpak per deelgebied zal bestaan uit de

in Flevoland hetzelfde. Daarbij is de provincie

behoeve van gebiedsgerichte aanpak, doelsturing in

volgende onderdelen:

Een toekomstbestendig landelijk gebied vraagt om

voor het bereiken van de doelen in het landelijk

de inrichting, het gebruik en het beheer door gebieds­

gebiedsgericht werken samen met alle gebieds­

gebied veelal afhankelijk van de uitvoeringskracht,

partijen. Zo wordt het voor bijvoorbeeld agrarische

• per gebied doelen te concretiseren,

partners. De opgave voor het landelijk gebied wordt

inzet en eigendommen van onze partners zoals

ondernemers en terreinbeherende organisaties

• opgaven te prioriteren,

mede bepaald door nationale en Europese wet­

medeoverheden, terreinbeheerders en de agrarische

duidelijk wat van hen wordt verlangd en kunnen zij zelf

• maatwerk te leveren,

geving en afspraken daarover met het Rijk. Daarop

ondernemers. Daarom werkt de provincie de doelen

bepalen hoe zij daar invulling aan geven.

• monitoring en voortgang met elkaar

zijn de provinciale doelen voor het landelijk gebied

uit in regio’s. We hanteren de principes en gebieds­

gebaseerd. Deze geven richting aan de noodzakelijke

uitwerking voor de vijf gebiedstypen van het robuust

transities in ons landelijk gebied: schoner water,

polderraamwerk voor maatwerk en een aanpak

sterkere natuur, klimaatbestendige landbouw en een

die recht doet aan de identiteit en de kracht van

Met deze aanpak bouwen we samen aan een

toekomstbestendige voedselproductie.

elk gebied.

toekomstbestendig landelijk gebied.

120

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

te organiseren, • en regionale samenwerking te versterken.

121

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

Hoofdstuk 6

Van visie naar uitvoering

6.1 Inleiding Deze omgevingsvisie is de eerste stap op weg naar een meer sturend omgevingsbeleid voor Flevoland. Dit zijn de hoofdlijnen van ons omgevingsbeleid: het strategische beleidskader voor het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving in Flevoland. Het wensbeeld voor Flevoland in balans in 2050 en de drie strategieën waarmee we dit wensbeeld willen realiseren, zijn bepalend voor de inzet van de andere kerninstrumenten van het omgevingsbeleid. In dit hoofdstuk geven we aan op welke manier we van visie naar uitvoering gaan en hoe we daarvoor de andere kerninstrumenten van het omgevingsbeleid willen inzetten.

122

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Thematische uitwerking

123

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

6.2 Uitvoering met omgevingsprogramma’s

wet zijn er ook verplichte programma’s, bijvoorbeeld

Regelgeving volgt beleid

het regionaal waterprogramma en de beheerplannen

In de goede inrichting van het beleidshuis nemen we

Natura 2000-gebieden. Om te zorgen voor een samen­

ook de omgevingsverordening mee. De omgevings­

Voor een samenhangende aanpak van de opgaven en

hangende sturing op de fysieke leefomgeving maken

verordening bevat de algemeen verbindende voor­

het realiseren van de ambities van deze omgevings­

we deze verplichte programma’s op termijn bij voorkeur

schriften van de provincie. Het bepaalt de externe

visie vinden we het van belang dat gewerkt wordt

onderdeel van onze integrale omgevingsprogramma’s.

werking van het provinciale beleid door verplichtingen

met een beperkt aantal omgevingsprogramma’s.

aan medeoverheden, inwoners en bedrijven op

Omgevingsprogramma’s geven op een logische manier

6.3 Inrichten beleidshuis

uitvoering geven aan de drie strategieën en de gebieds­

Met deze omgevingsvisie en met het opstellen van de

uitwerkingen van de omgevingsvisie. Dit geldt voor de

omgevingsprogramma’s werken we stapsgewijs toe

Voor de omgevingsverordening hanteren we het

inhoudelijke afbakening van omgevingsprogramma’s en

naar een goed ingericht beleidshuis omgevingsbeleid.

principe ‘regelgeving volgt beleid’. Hiermee bedoelen

voor de rolneming daarin.

Daarin zijn de kerninstrumenten van het omgevings­

we dat de omgevingsverordening de omgevingsvisie en

beleid onderling inhoudelijk en qua vorm goed op

omgevingsprogramma’s volgt. De aanleiding om regels

In omgevingsprogramma’s worden het wensbeeld

elkaar afgestemd. Hiermee zorgen we ervoor dat

te stellen of te veranderen is dus in principe gelegen

2050 en de strategieën waar nodig nader uitgewerkt,

de verdere beleidsuitwerking en doorwerking van

in nieuw of aangepast beleid. Het is van belang dat

er worden beleidsdoelen aan verbonden en maat­

deze omgevingsvisie stuurt op de samenhangende

provinciale regelgeving een toegevoegde waarde

regelen opgenomen waarmee die doelen gerealiseerd

ontwikkeling en beheer van de fysieke leefomgeving.

te leggen.

heeft aansluitend op de beleidssturing, bijvoorbeeld

worden. Maatregelen kunnen onder andere projecten

Voor de goede inrichting van het beleidshuis

vanuit regionale of gemeentegrens overstijgende

die gericht zijn op samenwerking en/of gebieds­

omgevingsbeleid is het nodig om bestaand provinciaal

belangen of omdat de provincie sterker wil sturen

processen, het uitvoeren van een subsidieregeling

beleid in lijn te brengen met deze omgevingsvisie.

dan een gemeente en/of dit noodzakelijk is vanuit het

of het opstellen van nieuwe regels in de omgevings­

Waar het kan zullen lopende en aankomende beleids­

voorzorgsbeginsel. De hoofdlijnen van het beleid van

verordening omvatten. Omgevingsprogramma’s zijn

trajecten al toewerken naar de meer integrale

deze omgevingsvisie en van de omgevingsprogramma’s

gericht op het realiseren van de gewenste kwaliteit

omgevingsprogramma’s. In de overgangsfase kunnen

die hier op aansluiten zijn bepalend voor de inhoud

van de leefomgeving.

er incongruenties zijn tussen het bestaande beleid en

van de omgevingsverordening. Daarnaast kunnen

deze nieuwe omgevingsvisie. In die gevallen is deze

regels voortkomen uit instructieregels van het Rijk.

omgevingsvisie in principe leidend.

De omgevingsprogramma’s kunnen thematisch van opzet zijn of gebiedsgericht of een combinatie hiervan.

6.4 Uitwerking omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s in regels

We borgen in de vertaling van de omgevingsvisie naar omgevingsprogramma’s het integrale karakter en de samenhangende sturing. Waar nodig worden (reeds lopende) gebiedsprocessen en gebiedsprojecten

Omgevingsbeleid en regels gebaseerd op onderzoek, data en digitaal werken De opgaven in Flevoland vragen om integrale keuzes en afwegingen ten aanzien van onder andere water en bodem, landbouw, natuur, economie, energie,

opgenomen in omgevingsprogramma’s. Daarmee wordt

Het realiseren van de gewenste kwaliteit van de leef-

Het is primair aan waterschap en gemeenten om

mobiliteit en woningbouw. Daarbij moeten afwegingen

een samenhangende uitvoering geborgd.

omgeving in Flevoland wordt met de juiste inzet van

invulling te geven aan de provinciale belangen in

zorgvuldig, transparant en uitlegbaar zijn. Daarom

de kerninstrumenten een continu proces volgens de

planprocedures. Als het doelmatig en efficiënter is,

zetten we samen met partners in op een gedeelde

Een daadkrachtige uitvoering van de maatregelen

beleidscyclus. In deze omgevingsvisie kijken we ver

kan de provincie de uitvoering ervan zelf ter harte

digitale aanpak, waarin kennis en data op een

voor het realiseren van de omgevingsvisie en voor het

vooruit naar 2050 en verder. Zo zorgen we ervoor dat

nemen. Hierbij zetten we soms zelf instrumenten

betrouwbare, transparante en herleidbare manier de

behalen van provinciale beleidsdoelen is wenselijk. Het

we nu de juiste keuzes maken die nodig zijn voor de

uit de Omgevingswet in, zoals een projectbesluit of

basis vormen voor beleid en uitvoering.

is van belang dat omgevingsprogramma’s meerjarig

lange termijn. Jaarlijkse monitoring van de kwaliteit

een omgevingsvergunning.

zijn voor een bepaalde tijd. Dit maakt een realistische

van de leefomgeving en regelmatige evaluatie van de

aanpak mogelijk en borgt een passende monitoring

kerninstrumenten wordt daarop gericht. Op basis daar-

Als het nodig is zorgen we voor externe doorwerking

navolgbare besluitvorming en participatie. Daarmee

en evaluatie. De opzet van omgevingsprogramma’s op

van kunnen we besluiten tot een tijdige actualisatie,

door middel van de omgevingsverordening. In de

verbinden we beleidsvorming met uitvoering,

een gelijksoortige wijze borgt de mogelijkheid voor een

bijstelling of gehele vernieuwing van de instrumenten

omgevingsverordening zijn de regels voor de fysieke

monitoring en tijdige bijsturing. Nieuwe digitale

eenduidige monitoring en evaluatie en daarmee ook de

van het beleidshuis. We hanteren hierbij een continu

leefomgeving bijeengebracht. Naast deze kern­

ontwikkelingen versterken het beleidsproces, maar

monitoring en evaluatie van deze omgevingsvisie.

lerende houding.

instrumenten op basis van de Omgevingswet hanteren

blijven altijd aanvullend op menselijke en bestuurlijke

we beleidsregels op basis van de Algemene wet

afwegingen. Zo verbinden we digitale innovatie met

Deze omgevingsprogramma’s hebben een strategisch

bestuursrecht voor specifieke bevoegdheden van

publieke waarden en een transparante overheid.

en integraal karakter. Op basis van de Omgevings­

de provincie.

124

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

Digitale informatievoorziening ondersteunt open en

125

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

6.5 Samenwerken en afwijken van beleid Samenwerken

Op meer lokaal niveau werken we actief met de

Het doel is om nationale en regionale doelen beter op

In deze omgevingsvisie definiëren wij onze provinciale

gemeenten aan gebiedsontwikkeling. De ontwikkeling

elkaar af te stemmen. In deze omgevingsvisie is hiervan

belangen. Gedeputeerde Staten stellen daarnaast

van Mobiliteit Infrastructuur Test Centrum (MITC),

de ruimtelijke en gebiedsspecifieke uitwerking gegeven.

gevallen van provinciaal belang vast over wanneer

Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland (MSNF)

zij advies- en instemming wensen bij buitenplanse

De provincie werkt veel samen met medeoverheden.

en Lelystad Airport zijn voorbeelden waar provincie

De afspraken uit het Ruimtelijk Arrangement, de

ruimtelijke omgevingsvergunningen van andere

Flevoland neemt deel aan verschillende provinciegrens-

Flevoland aan werkt. In deze omgevingsvisie is dit

NOVEX-gebieden van het Rijk en de regionale samen­

overheden. In Flevoland is ervoor gekozen dit te

overstijgende samenwerkingsverbanden zoals de

in het bijzonder met de strategie voor innovatieve

werkingsverbanden zijn daarmee in deze omgevings­

benoemen in een overzichtelijke Lijst van gevallen van

Metropoolregio Amsterdam (MRA), Regio Zwolle, Regio

economische ecosystemen en hotspots uitgewerkt.

visie uitgewerkt en geborgd. Met onze omgevings­

provinciaal belang. De inhoud van de lijst komt voort

programma’s geven we hieraan verdere uitwerking en

uit het omgevingsbeleid van de provincie, wettelijke

Met de rijksoverheid heeft Flevoland van oudsher een

uitvoering. De afspraken met onze medeoverheden

taken en regelgeving. De lijst wordt op basis van deze

rijksoverheid aangeduid als NOVEX-gebied. Een NOVEX-

bijzondere band. In 2022 is de Strategische Agenda

zijn belangrijk om de ambities, opgaven en doelen uit

omgevingsvisie geactualiseerd en zal in lijn met de

gebied is een regio waar veel complexe ruimtelijke

Flevoland (SAF) uitgekomen. De agenda is een gezamen­

de omgevingsvisie te realiseren. Bij actualisatie van

Samenwerkingsafspraken GS-PS Omgevingswet steeds

opgaven samenkomen die om intensieve samenwerking

lijk perspectief van Rijk en regio op het ruimtegebruik in

gemaakte afspraken of nieuwe afspraken zal steeds

worden aangepast als er sprake is van nieuw vast­

tussen het Rijk en de regio vragen. Het doel van het

Flevoland. In deze omgevingsvisie is dit onder meer met

gekeken worden of het nodig is om de instrumenten uit

gesteld beleid in het beleidshuis omgevingsbeleid of

NOVEX-programma (“Nationale Omgevingsvisie Extra”)

de drie strategieën uitgewerkt en geborgd.

het beleidshuis omgevingsbeleid hierop aan te passen.

wanneer er nieuwe wettelijke taken en bevoegdheden

EHPZ (Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde) en IJsselmeergebied. Een aantal van deze regio’s is door de

is om deze opgaven gezamenlijk aan te pakken en de

voor de provincie zijn.

uitvoering ervan te versnellen. Eerder heeft het Rijk

In 2025 is voor het eerst een Ruimtelijk Arrangement

Uitvoeringsorganisaties

ook het Rijk-regioprogramma Amsterdam-Almere-

afgesloten tussen het Rijk en de provincie. Een

In een aantal gevallen vragen wij uitvoerings­

Afwijken van beleid

Markermeer vastgesteld. In deze omgevingsvisie geven

ruimtelijk arrangement is een set van wederkerige

organisaties om bepaalde taken en activiteiten uit te

Het is denkbaar dat er ontwikkelingen zijn waar

wij aan hoe wij uitvoering geven aan deze afspraken

afspraken tussen het Rijk en een provincie over de

voeren. Dit noemen we onze verbonden partijen. Dit

het beleid van de provincie nog niet in voorziet.

met medeoverheden.

ruimtelijke vertaling van maatschappelijke opgaven.

zijn zelfstandige organisaties die taken uitvoeren voor

Een incidentele afwijking is altijd mogelijk. Het

de provincie en waar de provincie een bestuurlijk en

omgevingsbeleid voor een gebied of initiatief kan

financieel belang in heeft. Horizon Flevoland en de

onder voorwaarden tijdelijk worden verruimd

Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek

wanneer er nog geen nieuw beleid is ontwikkeld,

(OFGV) zijn voorbeelden hiervan. Het provinciale

maar we al wél stappen willen zetten vooruitlopend

omgevingsbeleid en de regels zijn, als het gaat om de

op mogelijk beleid. Hiermee borgen wij wat voorheen

fysieke leefomgeving, het kader voor de afspraken met

het experimentenkader heette. We noemen dit de

onze verbonden partijen.

uitgebreide afwijkingsprocedure.

Ruimte voor initiatieven

Om gebruik te maken van de uitgebreide afwijkings-

Er zijn veel inwoners, bedrijven en organisaties in Flevo­

procedure moet er aan een initiatief een tussen

land die kansen zien om hun woning, bedrijf of perceel

gebiedspartners overeengekomen integraal plan ten

verder te ontwikkelen of om zich juist hier te vestigen.

grondslag liggen, waarin een kwaliteitsimpuls voor het

Het eerste aanspreekpunt voor initiatiefnemers is

gebied wordt aangetoond.

in principe de gemeente, tenzij dit wettelijk anders bepaald is. De provincie, specifiek Gedeputeerde Staten,

Het plan moet inzicht bieden in:

is een wettelijk verplichte overlegpartner bij zowel wijzigingen van het omgevingsplan als buitenplanse

• De wijze waarop de afwijking past binnen deze

ruimtelijke omgevingsvergunningen. Hierbij beoordeelt

omgevingsvisie, in het bijzonder de drie strategieën

de provincie initiatieven, plannen en vergunningen op

in hoofdstuk vier;

provinciale belangen vanuit het ‘ja, mits’-principe van de Omgevingswet. Om onze provinciale belangen te

• De ambities voor versterking van de toekomst­ bestendigheid van het gebied;

beschermen en behartigen zetten wij waar nodig ons

• Het waarborgen en verbeteren van de (ruimtelijke)

wettelijk instrumentarium in indien er niet aan de ‘mits’

kwaliteit van het gebied, bijvoorbeeld door rand­

wordt voldaan.

voorwaarden voor nieuwe functies te stellen; • De wijze waarop met de bestaande situatie en functies in het gebied wordt omgegaan;

126

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

127

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

• De afbakening van het gebied waar de afwijking voor geldt;

6. Nieuwe niet-agrarische functies moeten passen bij de principes van het robuust polderraamwerk

• De wijze waarop invulling gegeven wordt aan participatie.

voor de vijf gebiedstypen in het landelijk gebied. De landschappelijke en cultuurhistorische basis­ kwaliteiten blijven voldoende herkenbaar en/of

Bij de totstandkoming van een afwijking binnen de

worden verrijkt.

uitgebreide procedure moet er rekening gehouden worden met onze algemene principes:

7. Vestiging in het buitengebied van activiteiten die thuishoren op een bedrijventerrein of in een woon-

1. Bij stedelijke uitbreiding moet worden aangesloten

kern is in principe niet toegestaan. Milieuhygiënisch,

bij bestaande ruimtelijke structuren, bij voorkeur de

landschappelijk en verkeerstechnisch ongewenste

huidige kernen.

effecten moeten worden voorkomen.

2. Nieuwe solitaire clusters van bebouwing buiten

De algemene principes worden van wezenlijke

de aangegeven stedelijke gebieden worden

betekenis geacht voor de gewenste ontwikkeling van

uitgesloten.

de fysieke leefomgeving van het gebied. Gelet op het bestuurlijk belang dat aan de algemene principes wordt

3. De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken

gehecht, zal de provincie niet lichtvaardig instemmen

en voorzieningen moet in verhouding staan tot de

met ontwikkelingen die hier niet mee in overeen­

grootte van de kern en de positie ervan in de leefre-

stemming zijn. Het accent van eventuele provinciale

gio, de innovatieve economische ecosystemen en

betrokkenheid op het vlak van de ruimtelijke ordening

het robuust polderraamwerk.

ligt bij deze algemene principes. Verder gelden de volgende procedurele spelregels bij de inzet van deze

4. Infrastructuur is zo gebundeld dat versnippering

uitgebreide afwijkingsprocedure:

van ruimtelijke eenheden wordt voorkomen en geen omvang­rijke barrières in stedelijke en ecologisch

• De afwijking kan gaan om één of meerdere

waarde­volle gebieden ontstaan volgens de principes

initiatieven en/of gebieden waar (planologische)

van het robuust polderraamwerk.

verruiming mogelijk wordt gemaakt bij plan­ procedures en vergunningverlening.

5. Bij de locatiekeuze en invulling van werklocaties dient rekening te worden gehouden met: • versterking van de economische ontwikkeling

• Gedeputeerde Staten beslissen omtrent het

6.6 Terugkoppeling van de uitvoering van beleid

uitvoerbare monitoring- en evaluatiecyclus bij ingericht wordt, bij voorkeur met gebruikmaking van bestaande monitors. Voor de omgevingsverordening wordt jaarlijks

verlenen van medewerking aan de inzet van

Monitoring en evaluatie

de uitgebreide afwijkingsprocedure nadat zij

Met monitoring volgen we hoe het gaat met de uit­

Provinciale Staten hebben geconsulteerd.

voering van het beleid. Ontwikkelingen gaan snel en

Voor deze omgevingsvisie is het wenselijk gebruik te

bekeken op welke onderwerpen actualisatie nodig is.

van Flevoland, in het bijzonder de innovatieve

• De tijdsduur waarbinnen afgeweken mag worden,

effecten van beleid zijn soms lastig te voorspellen bij

maken van de monitor Brede Welvaart. Mogelijk kan

economische ecosystemen zoals benoemd in

wordt van tevoren afgesproken, waarbij twee jaar

complexe vraagstukken. Door regelmatig te monitoren

een aantal verdiepende indicatoren op de prioriteiten

hoofdstuk vier;

de gangbare termijn is, tenzij er aanleiding is om

en te evalueren kijken we hoe het gaat met de uit­

van deze omgevingsvisie aan de monitor toegevoegd

hiervan af te wijken.

voering en of we de gestelde doelen halen. We bekijken

worden, bij voorkeur in combinatie met het perspectief

dan actief of bijstelling van de beleidsdoelen en/of

en beleving van inwoners. Deze monitoring vormt de

aanpassing van de inzet van instrumenten nodig is.

basis voor de evaluatie van de omgevingsvisie wanneer

• de regionale programmering van werklocaties; • beheersing van de mobiliteit door een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer; • efficiënt gebruik van infrastructuur

• De afwijking moet worden geëvalueerd door de gebieds­partners en voorgelegd aan

die aan de orde is.

Gedeputeerde Staten. • Op basis van de uitkomst van de evaluatie kunnen

Het is van belang om in de omgevingsprogramma’s

Gedeputeerde Staten met voorstellen komen over

prestatie-indicatoren te verbinden aan de maat­

Voor alle instrumenten uit het beleidshuis omgevings­

het al dan niet structureel aanpassen van het

regelen en resultaatindicatoren aan de doelen,

beleid geldt dat een tussentijdse wijziging mogelijk

• Tevens moet rekening worden gehouden

omgevings­beleid. Hierbij wordt Provinciale Staten

rekening houdend met de looptijd van het omgevings­

is in geval van gewenste of urgente ontwikkelingen.

met de potenties van de gemeenten en

betrokken. Een uitkomst kan ook zijn dat het beleid

programma. Indicatoren zijn verbonden met het

Bij het actualiseren van de omgevingsvisie of een

de positie van de kernen in leefregio’s en

niet wordt aangepast.

provinciaal belang om goed te kunnen monitoren op

omgevingsprogramma is het van belang dat naar het

doelrealisatie. Het is van belang dat er een passende en

effect op de andere instrumenten in het beleidshuis

en vervoermiddelen; • verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid;

het robuust polderraamwerk.

128

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

129

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

omgevingsbeleid gekeken wordt. Indien nodig of

Op de provinciale webpagina feitelijkflevoland.nl

wenselijk worden omgevingsvisie, programma en/of

presenteren we dashboards en publicaties over de

verordening in samenhang (partieel) aangepast. Dat

fysieke leefomgeving in Flevoland. Het betreft zowel

wordt per ontwikkeling bekeken.

de stand van zaken / toestand van de regio als ook informatie over beleidsmonitoring en -evaluatie.

Rapportage stand van het beleidshuis omgevingsbeleid

Via Feitelijk Flevoland is de voortgang van maat­

Een keer in de twee jaar brengen we een rapportage

regelen, doelen en trends in de leefomgeving te

uit over de stand van zaken van het beleidshuis

volgen. De monitors geven signalen af wanneer

omgevingsbeleid. Het bevat een terugblik en vooruit­

doelen in gevaar komen of wanneer ontwikkelingen

blik en een beeld van het samenspel van de visie,

sneller gaan dan verwacht. De voortgang wordt zoveel

de programma’s en de verordening. We monitoren zo

mogelijk digitaal inzichtelijk gemaakt, onder meer via

de werking van het beleidshuis voor een sturend en

kaarten, dashboards en open data. Hierdoor ontstaat

samenhangend omgevingsbeleid.

een gedeeld beeld van waar Flevoland staat en welke bijsturing nodig is.

130

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

131

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Van visie naar uitvoering

Bijlage 1. Begrippenlijst • Agroforestry: Natuurinclusieve landbouw vorm waarbij bomen en struiken worden geïntegreerd in agrarische productiesystemen, gericht op meer­ voudig ruimtegebruik, versterking van biodiversiteit en landschap.

• Energiedrager: Een stof of systeem dat energie

nieuwbare materialen zoals vlas, stro en houtvezel. • Bovenregionale voorziening: Een voorziening met een functie en uitstraling die het regionale niveau

bomen rondom een stad of dorp en vanuit een

warmte of waterstof.

moeilijk verkrijgbaar zijn.

kern toegankelijk voor bijvoorbeeld een wandeling.

• ERMTS: Een modern digitaal systeem voor spoor­ verkeer dat treinen veiliger en efficiënter laat rijden. • Functieverweving: Het combineren van functies één gebied. • Functiewijziging: Het veranderen van het gebruik van een gebouw of gebied, bijvoorbeeld van landbouw naar natuur.

over­stijgt en van betekenis is voor meerdere

• Gemeenschappen: Buurten, wijken of dorpen waarin

regio’s, ook buiten de provincie, en waar­voor

inwoners gemeenschappelijke activiteiten, belangen

provinciale regie of afweging nodig is, bijvoorbeeld een instelling voor hoger onder­wijs, een museum

of identiteit hebben. • General aviation: Niet-commercieel vliegverkeer,

voor beeldende kunst of een gespecialiseerde

zoals recreatievliegers, lesvluchten en kleine

medische instelling.

zakelijke toestellen.

• Buffercapaciteit: De ruimte of capaciteit om pieken op te vangen, voor bijvoorbeeld water. • Cascadering: Het stapsgewijs en zo hoogwaardig mogelijk inzetten en verdelen van water binnen en tussen peilvakken, passend bij de waterkwaliteit en functie.

• Gezonde leefomgeving: Een leefomgeving die schoon, veilig en prettig is om in te wonen, werken en ontspannen, zonder schadelijke invloed op gezondheid. • Groenblauwe dooradering: Netwerk van groen (natuur, beplanting) en blauw (water) dat

• Circulaire economie: Een economisch systeem waarin producten en grondstoffen zo lang mogelijk in omloop blijven door hergebruik, reparatie en recycling, met minimale afvalstromen, behoud van waarde en minder druk op natuurlijke hulpbronnen. • Digitale infrastructuur: Het samenstel van netwerken

gebieden verbindt. • Grondwater: Water dat in de bodem zit en niet zichtbaar is. • Human capital: De kennis, vaardigheden en talenten van mensen. • Hyperconnectiviteitscluster: Een gebied met een

en voorzieningen dat digitale connectiviteit en data­

hoge mate van digitale onderlinge verbondenheid.

verkeer mogelijk maakt in de fysieke leefomgeving.

Het ondersteunt de digitale economie doordat

• Dual-use: Ruimte of voorzieningen die zowel civiel

bedrijven, datacenters en kennisinstellingen hier

(burgers) als militair gebruikt kunnen worden. • Ecologie: Het geheel aan relaties tussen planten, dieren en hun leefomgeving, en de manier waarop

supersnel, betrouwbaar en grootschalig data

binnen de fysieke leefomgeving.

beginnende ondernemingen worden ondersteund

• Landschappelijk casco: De landschappelijke basisstructuur van de polders. • Landschappelijke structuur: De grote lijnen en patronen in het landschap, zoals kavels, water­ lopen, wegen en bossen. • MKB/maakbedrijven: Kleine en middelgrote

Het dient hiermee als overgangszone en buffer tussen het landelijk en stedelijk gebied. • Robuust: sterk, adaptief en toekomstbestendig. • Smart mobility: Slimme mobiliteitsoplossingen zoals deel­mobiliteit, reisinformatie of autonome voertuigen. • Small modular reactor (SMR): Kleine kerncentrale. • Sociale cohesie: Hoe sterk mensen in een buurt of

onder­nemingen die fysieke producten maken of

dorp met elkaar verbonden zijn en zich onderdeel

verwerken, zoals machines of onderdelen.

voelen van een gemeenschap

• Modal shift: Het verschuiven van vervoer van de

• Solitaire clustering: Bebouwing van nieuwe

weg naar duurzamere opties zoals trein, water

woningen die niet liggen binnen of direct aan­sluiten

of fiets.

op bestaand bebouwd gebied.

• MRA: Metropoolregio Amsterdam

• Sponswerking: De capaciteit van een gebied om

• MRU: Metropoolregio Utrecht

water vast te houden bij regen en langzaam af te

• Natuurinclusiviteit: Het versterken van natuur en

geven bij droogte.

biodiversiteit door deze integraal mee te nemen in ruimtelijke ontwikkeling en beheer. • Netcongestie: Een overvol elektriciteitsnet waardoor er tijdelijk geen ruimte is voor nieuwe aansluitingen of uitbreiding. • Oppervlaktewater: Water boven de grond, zoals plassen, rivieren, meren en sloten.

• Toekomstbestendig: Bestendig tegen toekomstige veranderingen in klimaat, economie of bevolking. • Uitgangsmateriaal: Het basismateriaal voor teelt, zoals zaaizaad of pootgoed. • Versnippering: Natuurgebieden en bosjes los van elkaar, waardoor dieren en planten minder ruimte hebben en minder goed kunnen verplaatsen.

• Polderraamwerk: De landschappelijke, ecologische

• Verzilting: Het zouter worden van bodem of

en water- en bodem basisstructuur van Flevoland.

water, vaak door droogte, oppompen of door

• Precisielandbouw: Landbouw waarbij technologie, zoals drones, zelfrijdende landbouwvoertuigen, sensoren en GPS gebruikt worden.

druk of zeewater. • Waterstofbackbone: Het nationale hoofdtransport­ net voor waterstof.

• Proceswater: Water dat bedrijven gebruiken in productie­processen, niet bedoeld om te drinken.

in hun ontwikkeling en groei, bijvoorbeeld door huisvesting, begeleiding, netwerken en faciliteiten.

over­heden en andere partijen dat binnen een

• Invasieve exoten: Planten of dieren die niet van

economisch thema samen­werkt aan innovatie.

oorsprong in Nederland voorkomen en schade

In de omgevings­visie zijn vijf innovatieve

veroorzaken aan natuur of gezondheid.

economische eco­systemen benoemd, waar­bij

• Kern: Een stad of dorp.

wordt ingezet op het functioneren van het systeem

• Knooppunt: Een plek waar verschillende vervoers­

als geheel om gezamen­lijke kansen te creëren en

middelen samenkomen, zoals bus, trein, fiets

te benutten.

en auto.

132

bodem omhoogkomt door druk.

kunnen verwerken, delen en opslaan. campus of bedrijventerrein, waar start-ups en

netwerk van bedrijven, kennis­instellingen,

• Kwelwater: Water dat uit diepere waterlagen in de

• Incubator: Een fysieke locatie, vaak op een

deze samen ecosystemen vormen en functioneren • Ecosysteem (economisch): Het samenhangende

• Randbos: Een randbos is een groene kraag met

zijn voor economie en technologie, maar schaars of

zoals wonen, werken, natuur en recreatie in

• Biobased: Producten gemaakt van natuurlijke, her-

• Kritieke grondstoffen: Materialen die belangrijk

opslaat of transporteert, bijvoorbeeld elektriciteit,

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Bijlage

133

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Bijlage

Bijlage 2. Legenda CONTEXT

NATUUR

NOORDZEE

ZOUTTONG

IJSSELMEER

ZOETWATERBASSIN

MARKERMEER

VAARGEULEN

GRASLAND

VOOROEVERS

NATUURGEBIED

STRAND NATUURNETWERK NL

MOERAS

(ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR)

GROENBLAUWE DOORADERING

HEIDE BOS CONTEXT LANDBOUW CONTEXT WONEN CONTEXT BEDRIJVEN CONTEXT

ICONEN + SYMBOLEN

NETWERKEN

ONTWIKKELING BINNENSTEDELIJKE ONTWIKKELING VERDICHTING CATCHMENT STATIONSOMGEVINGEN

VERDICHTING NIEUWE STATION ZOEKGEBIEDEN

WONEN STEDELIJK NIEUW WONEN SUBURBAAN BESTAAND WONEN SUBURBAAN NIEUW WONEN LANDELIJK BESTAAND

BOS NIEUW

WONEN LANDELIJK NIEUW

BOS RANDBOSSEN

ZOEKRICHTING UITBREIDING WONINGBOUW

RANDGEBIEDEN BODEMDALING DIEPSTE DELEN LANDBOUW FRUITTEELT GLASTUINBOUW VERWEVING

CATCHMENT STATIONSGEBIED

BEKEN

CATCHMENT ECONOMISCHE HOTSPOT HOTSPOT INCLUSIEF CONCENTRATIE

KANALEN

VAN BEDRIJVIGHEID

TOCHTEN

SLIMME MOBILITEIT MITC

KAVELSLOOT

MARITIEM URK HAVEN

DIJKEN

MAXIMA-CENTRALE

POLDERSTRUCTUUR

LELYSTAD AIRPORT

DREVEN

AERES + WUR

SNELWEG

HIGH TECH CAMPUS

WONEN STEDELIJK BESTAAND

BOS BESTAAND

KWELGEBIEDEN

RIVIEREN

BEDRIJVENTERREIN BESTAAND BEDRIJVENTERREIN NIEUW DEFENSIE ZOEKRICHTING BEDRIJVENTEREIN

ENERGIELANDSCHAPPEN SLIMME MOBILITEIT AGRITECH HIGH TECH

VERBREDING SNELWEG

MAXIMA-CENTRALE BESTAAND ENERGIEKNOOPPUNTEN

HOOFDWEG DOORGAANDE WEG OEVERVERBINDINGEN

ONDERSTATIONS AQUIFER ARCHEOLOGIE

FIETSBRUG

VERSTERKEN KAMERSTRUCTUUR

SPOOR BESTAAND SPOOR VOORKEURSTRACÉ LELYLIJN

KWEL

METRO VOORKEURSTRACÉ IJMEERVERBINDING + STICHTSE LIJN HOV-BUSLIJNEN STATIONS BESTAANDE

NATUUR - LANDBOUW

VERWEVING

STATIONS NIEUWE

NATUUR - LANDBOUW - WONEN

VERWEVING

WATERSTOFBACKBONE

NATUUR - LANDBOUW - BEDRIJVEN

OVERGANGZONES LANDBOUW-NATUUR

AANLANDING WIND OP ZEE

OVERGANGZONES KERNEN-LANDBOUW

110 KV BESTAAND 150 KV BESTAAND 220 KV BESTAAND 380 KV BESTAAND 380 KV VOORKEURSTRACÉ

134

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Bijlage

135

Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst | Bijlage

Colofon Ontwerp-Omgevingsvisie Flevoland 2050, Blik op de toekomst is een uitgave van Provincie Flevoland. Fotografie Theo Baart, met uitzondering van: voorpagina Beeldbank Provincie Flevoland; pagina 8 Dick Vos; pagina 14, 20, 84 en 91 Beeldbank Provincie Flevoland; achterpagina Miranda van der Weerd Disclaimer Aan de geprinte en digitale versies van de Omgevingsvisie Flevoland, Blik op de Toekomst kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de actuele en formele versie van de Omgevingsvisie verwijzen wij u naar het Omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl). April 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2366/documents/44930