CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D20 01 Bijlage bij Nota - Format Plan van aanpak GALA 2024-2026.pdf

Gemeenteraad 2 oktober 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken12.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Met het aanbieden van dagopvang, maaltijddiensten of algemene activiteiten voor alle bewoners, wordt ook de zelfredzaamheid van ouderen en mensen met een beperking vergroot. Wanneer zij terecht kunnen deel kunnen nemen aan activiteiten en regelmatig bij het dorpshuis terecht kunnen voor een maaltijd of koffie en thee, zijn ze minder afhankelijk van persoonlijke zorg. Dat ontlast niet alleen de (mantel)verzorgers en zorgprofessionals, maar zorgt er ook voor dat mensen langer zelfstandig thuis kunnen wonen. We zien dat dorpshuizen en buurthuizen de laatste jaren weer met een opmars bezig zijn. We zien dat inwoners steeds meer het heft in eigen handen nemen, maar tijdelijke ondersteuning en stimulering gewenst is. Om de buurthuizen een impuls te geven stellen we tijdelijk een kwartiermaker aan. De kwartiermaker heeft de rol van richting geven, opbouwen en stimuleren. Schaalgrootte We starten bij buurthuis de Golfslag, omdat dit een nieuw te vormen buurthuis is. Deze zal eind 2023 zijn intrede doen. We willen de mensen met mentale kwetsbaarheid hierin betrekken, zodat zij zich welkom voelen en kunnen bijdragen aan herstelgerichte zorg. Vervolgens richten we ons op de wijken en dorpen waar de gezondheidscijfers achterblijven. Hier wonen de meest kwetsbare inwoners.

Welke wijken dit zijn, bepalen we op basis van de gezondheidscijfers van de GGD Flevoland, het CBS en input en ervaringen vanuit onze gebiedsregisseurs. Activiteiten  We stellen een kwartiermaker aan die de buurt- en dorpshuizen een impuls geeft. De aanwezigheid van een onafhankelijke professionele ondersteuner is cruciaal voor een succesvolle ontwikkeling van een levendig buurthuis. De kwartiermaker opereert op de achtergrond, verbindt mensen en ideeën, maar neemt vooral niet over. De kwartiermaker heeft de rol van richting geven, opbouwen en stimuleren. In 2024 wordt gestart bij buurthuis De Golfslag.

De kwartiermaker is de spin in het web als het gaat om de verbinding met de thema’s eenzaamheid, valpreventie, leefomgeving en positief gezonde leefstijl.

Samenwerking We werken samen met lokale wijkplatforms en dorpsbelangen en de integraal gebiedsgericht werkers van de gemeente. Ook werken we samen met andere maatschappelijke partners, waaronder Carrefour en Cultuurbedrijf.

3.2.11.

Mantelzorg

Doelgroep We richten ons op alle mantelzorgers, van jong tot oud. Mantelzorgers dragen voor een belangrijk deel bij aan de zorg voor ouderen en zieken om langer thuis te kunnen blijven wonen en het verminderen van het aantal inwoners dat zich eenzaam voelt. Zij zijn van zeer grote waarde voor hun naasten en de maatschappij. Zowel de volwassen mantelzorgers als de jonge mantelzorgers behoeven erkenning en waardering én ondersteuning om hun taak te kunnen volhouden en te kunnen combineren met hun dagelijks leven. Uitgangspunt hierbij is de preventieve beweging naar de ‘voorkant’, de mensgerichte benadering en dat de ondersteuning in eigen kring en laagdrempelige ondersteuning door vrijwilligers wordt versterkt, zodat inzet van professionele zorg is beperkt. De mantelzorgconsulenten hebben een belangrijke rol in de uitvoering van de mantelzorgwaardering en -ondersteuning. Zij zijn ondergebracht bij de welzijnsorganisatie Carrefour. De mantelzorgconsulenten betrekken de doelgroep bij het maken van de plannen, zodat de waardering en ondersteuning goed aansluit op de specifieke vraag en behoefte van de verschillende leeftijdsgroepen. Hiervoor maken zij onder andere op structurele wijze gebruik van de mantelzorg meedenkgroep.

Ook vanuit de gemeente wordt input opgehaald bij de doelgroep mantelzorgers en andere stakeholders, zoals klantmanagers van de gemeente, huisartsen, zorgorganisaties en de welzijnsorganisatie. Schaalgrootte Mantelzorgwaardering en -ondersteuning zetten we gemeente breed in, omdat dit van belang kan zijn voor alle mantelzorgers (van jong tot oud) in de Noordoostpolder. Activiteiten De gemeente heeft een subsidierelatie met de welzijnsorganisatie Carrefour. Jaarlijks bespreken de gemeente en Carrefour de gewenste resultaten en inzet. Ook de inzet van de mantelzorgconsulenten bespreken we in dit overleg. Met de GALA-middelen willen we een doorontwikkeling maken, zodat we mantelzorgers extra kunnen ondersteunen en de ondersteuning toekomstbestendig kunnen maken. Over de (extra) inzet in 2024 spreken we in september/oktober 2023 met de welzijnsorganisatie Carrefour. De doelstellingen en activiteiten vanuit het Deelplan Wmo en Volksgezondheid en de Mantelzorgagenda 2023-2026 (VWS) zijn het uitgangspunt. Tezamen met de recent opgehaalde input bij verschillende stakeholders, waaronder de mantelzorg meedenkgroep, de welzijnsorganisatie Carrefour en de klantmanagers van de gemeente. Het betrekken van de doelgroep en andere stakeholders vindt op regelmatige basis plaats, zodat de ondersteuning blijft aansluiten op de behoefte en wensen van de mantelzorgers.

De inzet en fasering van onderstaande (extra) activiteiten wordt besproken:  Vergroten van de bekendheid en laagdrempelige toegang van Steunpunt mantelzorg en de ondersteuningsmogelijkheden.  Inventariseren op welke wijze mantelzorgers (van jong tot oud) willen worden erkend, gewaardeerd en ondersteund en dit vormgeven en door ontwikkelen. Hierbij ook behoefte aan ondersteuning van de zorgvrager meenemen.  Inzetten op de (h)erkenning van het zijn van (jonge) mantelzorger en het krijgen van de balans tussen zelfzorg (bevorderen positieve gezondheid) en zorg voor de zorgvrager.  Vroegtijdig bewustwording creëren voor de vraag en behoefte van de (vaak vergeten groep) jonge mantelzorgers in een zorgsysteem. Professionals/verwijzers waaronder scholen én ouders hier op wijzen. Professionals/verwijzers kunnen zo vroegtijdig ‘signaleren’ en jonge mantelzorgers waar nodig preventief ondersteunen. De mantelzorgers krijgen hierbij meer regie en dialoog vanuit een gelijkwaardige positie. De professionals/verwijzers hebben oog voor de balans in draagkracht en draaglast van het gehele netwerk rondom een zorgvrager. Alle partijen rondom mantelzorgondersteuning weten van elkaar wat ze doen en werken samen. Voorgenoemde geldt ook voor professionals/verwijzers voor de volwassen mantelzorgers.

 

  

 

Mantelzorgers eenvoudig de weg wijzen en hun vertrouwen om hulp te vragen vergroten. Onderzoeken, innoveren en waar mogelijk creëren en door ontwikkelen van een respijtzorgaanbod aan huis door vrijwilligers (vrijwillige respijtzorg) dat laagdrempelig, vroegtijdig, regelmatig en langdurig (buddy) kan worden ingezet en beter aansluit op de vraag en behoefte van de mantelzorgers en de zorgvrager. Zodat mantelzorgers vertrouwen krijgen in het feit dat ze de zorg tijdelijk uit handen geven en zorgvrager zich vertrouwd voelt om gebruik te maken van vrijwillige respijtzorg. Inzetten op een buddy voor de jonge mantelzorger. Zodat de jonge mantelzorger zijn verhaal kwijt kan. Inzetten op passende jongerenactiviteiten voor de jonge mantelzorger in de verschillende leeftijdscategorieën. Zodat de jonge mantelzorger tijdelijk zorgeloosheid en ontspanning met andere jongeren kan ervaren. Evaluatie van het draaien van het maandelijkse mantelzorgcafé voor volwassen mantelzorgers en waar nodig bijstellen Deze bijeenkomsten zijn voor ontspanning, ontmoeting, verbinding en input van belangrijke informatie. De handvatten van Positieve Gezondheid uit het gedachtengoed van Machteld Huber zijn leidraad hierin. Blijvende aandacht om werkgevers te stimuleren voor het hanteren van een mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid.

De focus ligt op het vroegtijdige invlechten van mantelzorg in het dagelijkse werkleven. Blijvende aandacht voor het in beeld krijgen van mantelzorgers.

Samenwerking Er is regelmatig overleg tussen de gemeente en de mantelzorgconsulenten over de plannen en resultaten. Ook heeft de gemeente overleg met o.a. huisartsen, zorgorganisaties, de welzijnsorganisatie en Movisie over mantelzorgondersteuning. Verder heeft de gemeente overleg met zorgverzekeraar en zorgkantoor over een domeinoverstijgend aanbod van zwaardere vormen van formele respijtzorg. Daarnaast hebben de mantelzorgconsulenten korte lijnen met diverse stakeholders, zoals vrijwilligers(organisaties), zorgorganisaties, bedrijven, scholen, cultuurorganisaties en belangenbehartigingsgroepen. Waar mogelijk wordt gekeken naar het verbeteren van de ondersteuning van mantelzorgers door lokaal en regionaal in samenwerkingsverbanden elkaar te versterken.

3.2.12.

Eén tegen eenzaamheid

Doelgroep Eenzaamheid is het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties. Het kan zijn dat het aantal contacten dat men heeft met andere mensen geringer is dan men wenst. Het kan ook zijn dat de kwaliteit van de gerealiseerde relaties achterblijft bij de wensen. Eenzaamheid beperkt zich niet tot één specifieke doelgroep. Immers, iedereen kan zich wel eens eenzaam voelen. We richten ons daarom op alle inwoners van Noordoostpolder. Schaalgrootte Eenzaamheid kan iedereen overkomen. Daarom richten we ons niet specifiek op een bepaalde wijk of dorp. Mogelijk komt dit uit de activiteiten wel naar voren en zullen we hier gerichter op inzetten. Activiteiten  We laten in 2024 beoordelen hoe groot de uitdaging rondom eenzaamheid is in de Noordoostpolder en brengen in kaart welke organisaties al een en ander doen op het gebied van eenzaamheid. Op basis daarvan maken we een afweging op welke manier dit thema verder ingevuld gaat worden en op welke doelgroep we ons specifiek richten. Daarnaast bepalen we hoe we de doelgroep betrekken bij de planvorming. Dit koppelen we aan de vijf pijlers van de landelijke aanpak ‘Eén tegen eenzaamheid’.  We zetten activiteiten die (direct of indirect) bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid voort. Denk aan wandelen op recept en de tentoonstelling over eenzaamheid.

 Met het Cultuurbedrijf wordt gekeken hoe cultuur tegen eenzaamheid (in combinatie met ander thema’s) ingezet kan worden.  De sportvereniging is een plek waar men elkaar ontmoet. Eén van de ambities van het Lokaal Sportakkoord is het uitdagen van sportverenigingen om maatschappelijk actief te zijn. Denk hierbij aan het organiseren van laagdrempelige koffieochtenden en/of alternatieve activiteiten

aan te bieden voor inwoners uit de buurt. Bijvoorbeeld projecten als Old Stars en Walking Football. We stimuleren een beweegvriendelijke en groene leefomgeving; een omgeving die uitnodigt om een wandeling te maken en elkaar te ontmoeten. Ook deze ambitie sluit aan bij onder andere de thema’s Lokaal Sportakkoord en Leefomgeving.

Samenwerking Er zijn diverse organisaties die activiteiten organiseren die direct of indirect bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid. Denk hierbij aan de welzijnsorganisatie Carrefour, de Flevomeer bibliotheek, het Cultuurbedrijf, zorginstellingen en sportaanbieders. De lijnen tussen deze partijen zijn over het algemeen kort. Ook de kwartiermaker buurt- en dorpshuizen speelt een belangrijke rol in de samenwerking. Regionaal is er een werkgroep Eenzaamheid geïnitieerd door Flever. Alle gemeenten in Flevoland zijn hierbij aangehaakt.

3.2.13.

Welzijn op recept

Doelgroep Welzijn Op Recept (WOR) kent voor de gemeente Noordoostpolder in beginsel geen specifieke doelgroep. Het is een ‘geneesmiddel’ voor inwoners die gebaat zijn bij activiteiten passend bij één van de pijlers van positieve gezondheid. Naar verwachting komt een bepaalde doelgroep wel prominenter in beeld. Denk hierbij aan mensen in een kwetsbare positie. Bijvoorbeeld mensen zonder of met een beperkt sociaal netwerk, mensen die om welke reden dan ook iets verder van de maatschappij af staan of zijn komen te staan en mensen met lichte psychosociale problematiek. Schaalgrootte We kiezen er niet voor om in een specifieke wijk of dorp te starten. Dit doen we bewust. We willen juist starten waar er energie is op dit thema. In Noordoostpolder is sprake van een oplopend tekort aan huisartsen, waardoor de werkdruk onder de bestaande huisartsen toeneemt. Enerzijds is WOR een kans voor verlaging hiervan, anderzijds vraagt het aan de voorkant ook om een tijdsmatige investering. We kiezen ervoor om dit een keuze van de huisarts te laten zijn. Daarmee hebben we dus ook in mindere mate inspraak over waar WOR wel en niet actief ingezet wordt. Wel stelt het ons mogelijk in staat verschillen te constateren. We kiezen we er voor om klein te beginnen. Eerst willen we zorgen voor een goede basis. Het verwijzen en de terugkoppeling moeten geregeld zijn.

En uiteraard moet er binnen de welzijnsorganisatie één en ander ingericht worden. Daarna sluiten we de huisartsen aan. Dat doen we geleidelijk om goed te kunnen bepalen wat de uitkomsten zijn en/of onder welke voorwaarden het reëel is dit breed te implementeren. Activiteiten  In 2024 faciliteert de gemeente de realisatie van de infrastructuur tussen huisarts en welzijnsaanbieder voor de benodigde verwijzingen naar WOR. We maken mogelijk dat de welzijnsorganisatie beschikt over een welzijnscoach, die de inwoner begeleid naar passende ondersteuning.  In 2024 faciliteert de gemeente het in beeld brengen van het formele en informele ondersteuningsaanbod in Noordoostpolder. Dit doen we middels onze lokale zorgkaart ‘Steunwijzer’. Uiteraard speelt de persoonlijke kennis van het gebied van de welzijnscoach een belangrijke rol.  In 2024 maken een aantal huisartspraktijken actief gebruik van WOR.  2025 is het jaar van leren en verbeteren, promoten en daardoor groeien. De aanpak in het 2e jaar verschilt niet wezenlijk van die van het eerste jaar. We streven er naar om meer huisartsen kennis te laten maken van WOR. En willen daarbij gebruik maken van de ervaringen van de in het eerste jaar aangesloten huisartsen.  Op basis van de ervaringen in 2024 – 2025 gaan we in 2026 aan de slag om te kijken hoe we WOR kunnen borgen binnen het bestaande financiële kader.

Vooralsnog kent WOR een incidenteel financieel kader, dus de focus ligt hierbij op structureel implementeren van het “anders organiseren”. Samenwerking Welzijn op recept één van de ketenaanpakken van de regionale Preventiecoalitie Flevoland Gezond &

Wel. In samenwerking hopen we te komen tot een (financieel) duurzame bekostiging. Ook wisselen we ervaringen uit en delen we resultaten. Hiermee kunnen we lokaal WOR verder vormgeven. Welzijn op recept staat in Noordoostpolder namelijk nog in de kinderschoenen. Wel is er een kleine pilot geweest. Dit onderwerp willen we qua uitvoering, ondanks dat er zeker sprake kan zijn van regionale meerwaarde, zoveel mogelijk lokaal aanpakken. Zo is onze welzijnsorganisatie Carrefour verbonden aan een groter welzijnscollectief, namelijk Tintengroep. Zij is breed actief is in Noord-Nederland en kan in synergie een infrastructuur ontwikkelen. Dit willen we niet complexer maken door het aangaan van andere regionale verbindingen op dit gebied. Daarnaast willen we de lokale energie inzetten, dus huisartsen die proactief en enthousiast zijn, sluiten we als eerste aan. Hierbij is, naast de lokale huisartsengroep, Medrie een belangrijke gesprekspartner als vertegenwoordiger van de huisartsen.

4.

Ondersteunende onderdelen

4.1.

Kennis- en adviesfunctie GGD

Een brede en stevige kennisbasis is belangrijk om nu en in de toekomst goede keuzes te maken over het effectief bevorderen van de gezondheid van inwoners. De huidige situatie in de publieke gezondheidszorg wordt echter gekenmerkt door versnippering van inzichten. GGD Flevoland wil sterker de brug slaan tussen landelijke kennisontwikkeling en lokale behoeften. GGD Flevoland formuleerde hiervoor de volgende doelen:  GGD Flevoland blijft haar adviserende en signalerende taak conform professionele standaarden uitvoeren;  GGD Flevoland groeit in haar advisering mee met de steeds complexere kennis- en adviseringsbehoeften van gemeenten, zorgverzekeraars en -aanbieders;  GGD Flevoland versterkt haar positie in bestaande kennisnetwerken, waardoor zij landelijke kennisontwikkeling beter laat aansluiten op lokale behoeften. Deze doelen bereikt de GGD door in te zetten op:  Versterking en verbreding van de kennis- en adviesfunctie Advisering vanuit een brede benadering van gezondheid – met meer oog voor de invloed van sociale en fysieke leefomstandigheden – vereist een bredere kennisbasis. GGD Flevoland zet in de uitvoering van de eigen onderzoeks- en adviesfunctie meer in op het bundelen van kennis uit verschillende disciplines: medisch, sociaal en ruimtelijk.

Het in samenhang beschouwen van kennis op verschillende leefdomeinen is essentieel om lokale gezondheidsontwikkelingen beter te duiden, oplossingen te zien en (toekomstige) risico’s proactief te agenderen. 

Intensiveren van datagedreven werken Steeds meer organisaties in de zorg en publieke gezondheid verzamelen data. Ook GGD Flevoland beschikt over een veelheid en diversiteit aan registratiegegevens. Deze bronnen zijn zeer waardevol voor inzicht in de lokale gezondheidssituatie en zorggebruik. Toch worden de GGD-data nog onvoldoende benut voor het vormen van beleid en is het koppelen aan externe databronnen een knelpunt. GGD Flevoland intensiveert de inzet tot datagedreven werken en advisering.

Versterken van brugfunctie in kennisnetwerk De sturing op kennis en onderzoek in de publieke gezondheidszorg vindt vooral op landelijk niveau plaats. Door een intensievere samenwerking met kennisinstituten, academische werkplaatsen, UMC’s, hogescholen en universiteiten beoogt GGD Flevoland de regionale kennisinfrastructuur te versterken. Als regionale organisatie is GGD Flevoland in staat om landelijke kennisontwikkeling beter te verbinden aan lokale behoeften én lokale signalen luider te laten doorklinken in de landelijke (door)ontwikkeling van interventies. Deze brugfunctie is nodig om gemeenten interventies aan te kunnen reiken die passen bij, of op maat te maken zijn, voor hun lokale situatie.

Opstellen van een kennisagenda GGD Flevoland wil haar kennisopbouw nadrukkelijker verbinden aan relevante gezondheidsvraagstukken, bestuurlijke speerpunten en zo goed mogelijk laten aansluiten op

de beleidscyclus van gemeenten. Het op het juiste moment aanbieden van kennis in alle fasen van de beleidscyclus vergroot de doorwerking naar de (lokale) praktijk. Het opstellen van een kennisagenda is hierbij helpend. In de kennisagenda wordt daarom op hoofdlijnen vastgelegd in welke kennisbehoeften van gemeenten GGD Flevoland gaat voorzien.

4.2.

Coördinatie regionale aanpak preventie

Flevoland Gezond & Wel (FG&W) heeft als regionale preventiecoalitie, geïnitieerd door de gemeenten, provincie, zorgverzekeraar Zilveren Kruis, GGD Flevoland, de ROS-en en diverse partners in het veld de opdracht om het preventielandschap te versterken. Met de komst van het GALA en IZA is de opdracht door de gemeenten en zorgverzekeraar voor FG&W verbreed naar het opzetten van de vijf preventieketens en de betrokkenheid bij de werkgroep samenwerking gemeenten en zorgverzekeraar. FG&W heeft de volgende doelen:  De opzet van regionale preventieketens te ondersteunen, met samenwerking en samenhang in de keten. Dit draagt bij aan de ondersteuning van (lokale) professionals en de best mogelijke preventie voor de inwoners. Regionale ondersteuning voor lokale uitvoering.  Landelijke kennis lokaal te brengen en te borgen.  Vraagstukken op systeemniveau tussen gemeenten en zorgverzekeraar op te lossen.  Afstemming in een complex werkveld.  Zichtbare resultaten, op proces en effect niveau. FG&W bereikt dit door in te zetten op: Themagroepen per preventieketen Per preventieketen wordt door een inhoudelijk projectleider vorm gegeven aan dat wat nodig is voor de regionale preventieketen, met ondersteuning van een procesbegeleider. Regionaal wordt vanuit landelijke kennis, richtlijnen en gedeelde ervaringen van andere regio’s het proces om tot een preventieketen te komen ondersteund.

Zo hoeft het wiel niet iedere keer opnieuw uitgevonden te worden. Adviezen voor systeemvraagstukken Vanuit inhoud worden door FG&W voorstellen gedaan voor systeemvraagstukken die de lokale preventieketen in de weg zitten. Deze voorstellen worden voorgelegd aan gemeenten en zorgverzekeraar in het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein (BOSD). Participatie in werkgroep samenwerking gemeenten en zorgverzekeraar In het complexe werkveld van de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraar op verschillende beleidsterreinen is afstemming noodzakelijk. Daarom participeert vanuit het voorzitterschap vanuit de GGD, de voorzitter van FG&W in de ambtelijke werkgroep samenwerking gemeenten en zorgverzekeraar. Monitoring van het resultaat op proces en effect De inhoudelijk projectleider en procesbegeleider geven inzicht in de voortgang van het proces. Het effect wordt gemonitord aan de hand van bestaande data en bijbehorende indicatoren. Zo wil men ook het effect op de lange termijn zichtbaar maken van de regionale preventieketens.

5. Bewaking van de voortgang De voortgang van het GALA wordt op de volgende manier bewaakt. Werkgroepen Ieder thema in het GALA is gekoppeld aan één van de beleidsadviseurs Sociaal Domein. Deze beleidsadviseur is verantwoordelijk voor de gesprekken met partners, verlenen van opdrachten, de uitvoering van de activiteiten en de bewaking van de voortgang. Nadat het plan is geaccordeerd door het Rijk, vervolgt de gemeente (de betrokken beleidsadviseur) de gesprekken met de betrokken partners (opdrachtnemers). Er wordt een werkgroep per thema opgezet. De plannen worden geconcretiseerd, concrete resultaten worden vastgelegd en de opdrachten worden verstrekt. In de werkgroep worden afspraken gemaakt, onder andere over hoe vaak de werkgroep bij elkaar komt.

Het uitgangspunt is dat er elk half jaar een (tussentijdse) evaluatie gepland wordt met de opdrachtnemer. In deze (tussentijdse) evaluatie bespreken de partijen de voortgang en behaalde resultaten. Indien nodig kan op basis van deze evaluatie bijgestuurd worden. We vragen alle betrokken partijen om aan te geven waar zij op dat moment staan. Op basis van deze evaluatie geven we alle stakeholders een update over de uitvoering van het GALA. Projectgroep De verschillende beleidsadviseurs zijn vertegenwoordigd in een projectgroep. De voorzitter van deze projectgroep is de coördinator sport en preventie. De projectgroep komt een keer per zes weken bij elkaar om de voortgang met elkaar te bespreken. Portefeuillehouder (bestuurder) De portefeuillehouder wordt na het zes wekelijkse overleg van de projectgroep bijgepraat tijdens een portefeuillehouders overleg. Dit is de taak van de coördinator sport en preventie. De stand van zaken wordt besproken en eventuele bestuurlijke keuzes worden voorgelegd. De portefeuillehouder is verantwoordelijk voor het integrale plan, maar de thema’s in het integrale plan raken ook de portefeuilles van de andere wethouders. Het college van B&W wordt betrokken als er behoefte is aan een informatiebijeenkomst of als er een bestuurlijke besluitvorming nodig is (bijsturing of nieuwe activiteiten).

Verbinding Noordoostpolder wil niet alleen in de werkgroepen en een projectgroep het GALA vormgeven, maar zij wil een ‘beweging’ in de hele Noordoostpolder op gang brengen. Dit vereist een cultuuromslag en betrokkenheid van zowel interne en externe partners/inwoners. Om dit te bereiken organiseren en faciliteren we verbindingen tussen partners, initiatieven en dergelijke op zowel strategisch, tactisch en operationeel niveau. We proberen zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande structuren.

In onderstaand figuur is schematisch weergegeven hoe de structuur eruit ziet.

6. Samenhang en synergie (procesafspraken) Zoals in hoofdstuk 5 beschreven, is ieder thema gekoppeld aan één van de beleidsadviseurs Sociaal Domein. De beleidsadviseur is verantwoordelijk voor de voortgang van zijn/haar thema(‘s). Iedere zes weken komen alle betrokken beleidsadviseurs bij elkaar om de voortgang met elkaar door te nemen. In dit overleg bespreken we ook de samenhang en synergie tussen de verschillende onderdelen van het GALA. Dit overleg wordt geïnitieerd door de coördinator sport en preventie. Dit is een van de beleidsadviseurs Sociaal Domein. Daarnaast vindt eens per zes weken afstemming plaats tussen de coördinator van het Lokaal Sportakkoord, een vertegenwoordiger van de sportcoaches en de coördinator sport en preventie. Naast de thema’s die terugkomen in het integrale plan, werkt de gemeente nog aan diverse andere thema’s in het Sociaal Domein. Om voldoende samenhang te bewaken tussen GALA en deze thema’s, is het integrale plan en de uitvoering hiervan een terugkerend agendapunt in de team-overleggen, zoals het teamoverleg van beleid Sociaal Domein en het programma Leefbaarheid en Wonen. In deze teamoverleggen zijn alle beleidsterreinen vertegenwoordigd, waardoor integraliteit geborgd wordt. Verder zijn er een aantal thema’s die, naast lokaal, ook regionaal opgepakt worden.

In de regionale werkgroepen zijn vertegenwoordigers van Flevolandse gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties, GGD’en en de zorgverzekeraar vertegenwoordigd. In de regionale werkgroepen bespreken we of en op welke manier we gezamenlijk kunnen optrekken. Daarnaast bespreken we de voortgang van de lokale en eventuele regionale uitvoering, wisselen we kennis en ervaringen uit zodat we van elkaar kunnen leren.

7. Tabel

8. Toestemming gebruik informatie De gemeente Noordoostpolder geeft toestemming voor gebruik van de informatie uit het plan van aanpak voor de evaluatie van de landelijke samenwerkingsafspraken en de monitoring en doorontwikkeling van landelijk beleid.

9. Ondertekening Het plan van aanpak dient ondertekend te worden door ten minste één wethouder. Naam wethouder: Datum van ondertekening: Handtekening:

R. van Amersfoort 19 september 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2085/documents/35868