D16 01 Bijlage bij Nota - Regionaal Uitvoering en Handhaving Strategie OFGV 2024-2027.pdf
Tekst van het document
Regionale Uitvoering en Handhaving Strategie 2024 - 2027 1
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Inhoudsopgave Voorwoord
3
Bijlagen
57
1. Inleiding
4
Bijlage 1
De BIG-8 cyclus
57
2. Ontwikkelingen en afgeleide Doelstellingen
10
Bijlage 2
U&H strategie in de beleidscyclus
60
2.1 De Omgevingswet
12
Bijlage 3 Samenwerkingsverbanden en
2.2 Digitaal innoveren
14
2.3 Rapport Commissie van Aartsen
15
2.4 Bodem- en grondwaterbescherming
uitvoeringsafspraken
63
Bijlage 4
Uitleg beleidsterreinen
69
16
Bijlage 5
Risicoanalyse
72
2.5 Omgevingsveiligheid
20
Bijlage 6
Toezichtmatrix
82
2.6 Geluid
24
Bijlage 7
Toezichtinstrumentarium
94
2.7 Energietransitie
27
Bijlage 8
Werkwijze toezicht
98
2.8 Circulaire economie
30
Bijlage 9
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht
107
2.9 Ondermijning en milieucriminaliteit
32
Bijlage 10
Handhavingsinterventies van licht naar zwaar
113
2.10 Zeer zorgwekkende stoffen
36
Bijlage 11 Standaard dwangsomhoogten en
2.11 Asbest
39
2.12 Luchtkwaliteit en geurhinder
42
3. VTH-strategie
begunstigingstermijnen
116
Bijlage 12 Vaststellen dwangsomhoogten
45
en begunstigingstermijnen
132
3.1 Vergunningenstrategie
48
Bijlage 13
Gedoogprocedure
135
3.2 Toezichtstrategie
53
Bijlage 14
Voorwaarden voor gedogen
138
3.3 Handhavingsstrategie
55
Begrippenlijst
141 2
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Voorwoord Voor u ligt de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027 (U&H
kunnen vertellen hoe ons handelen bijdraagt aan het beleid van onze
strategie). Deze strategie is via een uitvoerig proces met een werkgroep
opdrachtgevers en aan een schone veilige leefomgeving. De komende
van deelnemers en OFGV geactualiseerd voor de komende vier jaar.
jaren willen we hierin graag gezamenlijk verdere stappen zetten.
Dit vernieuwde kader heeft tot doel de OFGV de komende jaren nog beter
Kortom: we zijn als OFGV tevreden over de stappen die we met deze
in staat te stellen om de VTH milieutaken uit te voeren en daarmee een
strategie kunnen zetten. Wat ons betreft zijn dit stappen in de goede
nog betere bijdrage te leveren aan de beleidsdoelstellingen van onze
richting. Ook zijn we tevreden over het proces van totstandkoming van
opdrachtgevers.
deze strategie: het proces heeft plaatsgevonden in een constructieve en prettige sfeer. Hopelijk herkent u de hierboven geschetste ontwikkelingen
In dit document is getracht om een heldere link te leggen tussen beleid en
bij het lezen van de teksten en hebben we binnenkort samen een nieuw
uitvoering. Ook is geprobeerd om meer uniformiteit te realiseren voor de
uitvoeringskader dat bijdraagt aan een schone, veilige en gezonde
uitvoering. Dit is gebeurd door beleidsdoelstellingen in het werkgebied op
leefomgeving in Flevoland & Gooi en Vechtstreek.
een gelijke manier te vertalen en daarbij ook afstemming te zoeken met het proces in Noord-Holland waarin bouwstenen zijn opgeleverd voor een uniforme U&H-strategie voor de 4 Noord-Hollandse OD’s. Ook worden met deze strategie de eerste stappen gezet richting meer outcomegericht werken zodat we naar de toekomst toe beter
Anton Klijn
Directeur Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
3
1. Inleiding
4
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Sinds 1983 is de bescherming en verbetering van het leefmilieu
Basistaken
en de bewoonbaarheid van het land een sociaal grondrecht in
Een deel van de uitvoeringstaken zijn in de Omgevingswet vastgelegd als
Nederland. Dit onderkent het belang van een veilige en gezonde
basistaken die verplicht door de omgevingsdiensten uitgevoerd moeten
leefomgeving en de noodzaak hier afspraken over te maken in
worden. Dit betreft onder meer het verlenen van omgevingsvergunningen
wet- en regelgeving.
en het behandelen van meldingen van bepaalde milieubelastende activiteiten (MBA), het toezien daarop en waar nodig toepassen van
In de jaren hierna is deze regelgeving steeds verder ontwikkeld en is
handhaving (VTH-taken). In het Omgevingsbesluit (Art. 13.5 lid 2) is
de kwaliteit en de effectiviteit van de bescherming van de leefomgeving
vastgelegd dat deze taken gezamenlijk door de bevoegde gezagen in een
toegenomen. Een belangrijk deel hiervan is de verantwoordelijkheid die
uniform beleid vastgelegd worden voor het gehele werkgebied van de
gemeenten en provincies hebben gekregen met betrekking tot milieu in
omgevingsdienst.
vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Plustaken Veel van de VTH-uitvoeringstaken op milieu zijn belegd bij
Naast het basistakenpakket hebben de bevoegde gezagen de mogelijkheid
omgevingsdiensten (OD’s). Voor de twaalf gemeenten en twee provincies
om zogenaamde plustaken onder te brengen bij de omgevingsdienst.
die dit document onderschrijven is dat de Omgevingsdienst Flevoland
Plustaken zijn VTH-taken die niet als basistaak zijn aangewezen. De
& Gooi en Vechtstreek (OFGV). De deelnemers van de OFGV zijn de
gemeenten en provincies kiezen zelf of zij deze plustaken bij de OFGV
gemeenten Almere, Blaricum, Dronten, Gooise Meren, Hilversum, Huizen,
onderbrengen.
Laren, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Wijdemeren en Zeewolde en de provincies Flevoland en Noord-Holland.
5
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Afbakening Deze U&H strategie geldt voor zowel het basistakenpakket als voor de plustaken, mits en zolang deze zijn ondergebracht bij de OFGV. Voor VTH-taken die de bevoegde gezagen zelf uitvoeren is wettelijk voorgeschreven dat zij hier een eigen lokale uitvoeringsstrategie voor vaststellen. Deze geldt naast de regionale strategie die in deze U&H strategie uiteen is gezet. Inpassing in de beleidscyclus Niet alleen met betrekking tot de uitvoering van VTH-taken zijn regels vastgelegd, maar ook met betrekking tot de beleidsprocedure. Met het oog op uniformiteit en effectiviteit wordt hiervoor de zogenaamde BIG-8 cyclus gehanteerd (zie bijlage 1). De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie is het product van het strategisch gedeelte van deze cyclus en is bepalend voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027.
6
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Doelstelling U&H strategie Als algemeen doel voor dit kader wordt gesteld: Het beschermen van de fysieke leefomgeving met betrekking tot milieutaken in het werkgebied van de OFGV. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke eis voor uniformiteit. Dit document is gerelateerd aan de kostenverdelingssystematiek (KVS) en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (overzicht en omschrijving in bijlage 2). Ook verandert er veel en blijft de omgevingsdienst zich voortdurend veranderen. Om zeker te kunnen zijn van een goed werkende beleidscyclus en een systeem dat de samenwerking optimaal faciliteert zal deze strategie na twee jaar worden geëvalueerd. Dit valt samen met de evaluatie van de KVS. Hierin zal zowel een focus komen te liggen op de veranderingen met betrekking tot de Omgevingswet, als op nieuwe inzichten en ontwikkelingen in de uitvoering en de samenwerking.
7
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Onvoorziene ontwikkelingen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg,
Nieuwe taken door onvoorziene ontwikkelingen worden in het Algemeen
Omgevingsdienst NL en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Bestuur (AB) goedgekeurd door middel van de Begroting en de Kadernota.
Het voldoen aan deze kwaliteitscriteria is een wettelijke verplichting voor
Bij de eerstvolgende wijziging van de U&H strategie worden de nieuwe
het uitvoeren van de VTH-werkzaamheden.
ontwikkelingen opgenomen. Samenwerking omgevingsdiensten Noord-Holland Borging uitvoering
Gelijktijdig met het opstellen van deze U&H strategie hebben de vier
De benodigde middelen voor de uitvoering worden berekend en geborgd
Noord-Hollandse omgevingsdiensten bouwstenen opgeleverd voor een
in de kadernota en de jaarlijkse begroting. In de trimester- en jaar- en
gezamenlijke U&H-strategie provincie NH. Deze bouwstenen voor een
voortgangsrapportage wordt gerapporteerd over hoe de uitgevoerde
gezamenlijke strategie zijn opgesteld n.a.v. een verzoek van provincie
activiteiten bijgedragen hebben aan de in dit stuk geformuleerde
Noord-Holland om het uitvoeringsbeleid in heel Noord-Holland op elkaar
doelstellingen. De onderlinge verhouding tussen deze documenten staat
af te stemmen. Het werkgebied van de OFGV bestrijkt naast een deel
verder uitgewerkt in bijlage 2.
van Noord-Holland ook Flevoland. Hiermee moet rekening gehouden worden bij een mogelijke gezamenlijke strategie. Dit is ook als zodanig
Kwaliteitseisen
opgenomen in de gezamenlijke Noord-Hollandse U&H strategie. Uit de
Om de kwaliteit van de beleidsuitvoering te kunnen waarborgen zijn
gezamenlijke U&H-strategie Noord-Holland blijkt dat de strategieën van
eisen gesteld aan de capaciteit, kennis en ervaring die ten minste in een
de vier OD’s op belangrijke onderdelen al goed overeenkomen. Nieuwe
organisatie aanwezig moet zijn voor elk van de onderdelen van VTH. Per
verbeterpunten uit de U&H-strategie Noord-Holland zijn in dit document
1 januari 2024 gelden hiervoor de kwaliteitscriteria 2.3, opgesteld door de
nog niet volledig meegenomen. De Noord-Holland-strategie is opgeleverd
8
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
toen de voorliggende U&H strategie in de afrondende fase zat. Verdere verbeteringen door gebruik te maken van de bouwstenen is daarmee voor een volgende update/volgende versie van de OFGV-strategie. Dit geldt overigens in meer of mindere mate ook voor de andere NoordHollandse OD’s, vandaar dat er bouwstenen in plaats van een uniforme strategie zijn opgeleverd. Overige samenwerking Naast de samenwerking met andere omgevingsdiensten en onze partners wordt er ook nauw samengewerkt met andere instellingen, zoals politie, veiligheidsregio en waterschappen. Zie bijlage 3 voor een overzicht van alle reguliere samenwerkingsverbanden en relevante afspraken.
9
2. Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
10
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Onze constant veranderende maatschappij en nieuwe opkomende politieke prioriteiten geven richting aan onze omgang met de fysieke leefomgeving en lokale, regionale en nationale ambities. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op belangrijke ontwikkelingen die de komende jaren een significante invloed kunnen hebben op het uitvoeren van de VTH-taken. Daarnaast is hieronder een eerste ontwerp gemaakt voor de uitvoering op basis van outcome-gerichte doelstellingen en indicatoren. Zowel binnen onze regio als landelijk is er veel discussie over hoe een zaaksysteem op basis van outcome goed ingericht moet worden. Om deze reden is hier gekozen om zowel doelstelling als indicator breed te definiëren, zodat deze beleidsperiode gebruikt kan worden om de nodige ervaringen op te doen met dit systeem en deze manier van denken en werken. De komende evaluatiemomenten en beleidsperiode zullen gebruikt worden om de doelstellingen en indicatoren bij te schaven en de nulsituatie te bepalen. Concreet zullen 2024 en 2025 in het teken staan van het implementeren van de indicatoren en het opzetten van de dataverzameling. Ook datakwaliteit is hier een belangrijk onderdeel van. De data verzameld in
11
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
deze twee jaar zal gelden als nulsituatie voor analyses in de opvolgende
Bij elke doelstelling is aangegeven voor welke beleidsterreinen deze
jaren. Aan het eind van deze twee jaar zal een evaluatiemoment
relevant is. Dit kan zijn duurzaamheid, veiligheid, volksgezondheid of
plaatsvinden in hoeverre de indicatoren succesvol geïmplementeerd zijn
leefbaarheid. In bijlage 4 worden deze beleidsterreinen verder omschreven.
en of er nog verdere aanpassingen nodig zijn om deze optimaal te kunnen gebruiken in analyses en de daarop gebaseerde uitvoering. De laatste twee jaar van de beleidscyclus zullen, met betrekking tot deze doelen en
2.1 De Omgevingswet
indicatoren, volledig in het teken staan van verdere dataverzameling en ontwikkeling en uitvoering van (gestandaardiseerde) analyses. Hierop
Veruit de grootste ontwikkeling ten opzichte van het toenmalige VTH-
volgt wederom een evaluatie voor eventuele beleidswijzigingen. Tijdens
beleidskader is de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Deze
deze evaluatie wordt ook gekeken in hoeverre de data en analyses waarde
verandering is zodanig groot dat het niet makkelijk is deze hier volledig en
hebben voor zowel beleidsmaker als uitvoerder en worden de indicatoren
concreet uit te leggen. Hieronder volgt een algemene beschrijving.
eventueel nog bijgeschaafd of vervangen. De Omgevingswet is een modernisering en bundeling van 26 wetten in Ten tijde van schrijven wordt er landelijk gewerkt aan een handreiking
één algemene wet voor het benutten en het beschermen van de fysieke
voor het ontwikkelen van outcome-gerichte doelen en criteria. Wanneer
leefomgeving. De wet beoogt verlaging van de regeldruk voor burgers
deze beschikbaar komt, zullen de lessen en hulpmiddelen meegenomen
en bedrijven, versnelling van de besluitvorming en stimulering van een
worden in het verder concretiseren (en nieuw ontwikkelen) van de in dit
geïntegreerde benadering van de fysieke leefomgeving met ruimte voor
hoofdstuk uitgewerkte doelen en indicatoren.
lokaal maatwerk.
12
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
De Omgevingswet heeft impact op alle lagen van de overheid. Zo zijn
De afgelopen jaren is al veel geoefend met de Omgevingswet en is er
taken gedecentraliseerd van Rijk naar provincie en van provincie naar
goed voorbereid op al deze veranderingen. De lessen die zijn geleerd
gemeente. Hierbij ontstaat ruimte voor het afwegen van lokale belangen
worden nu in de praktijk gebracht. De komende jaren zal nog veel
in de regelgeving. Ambities voor de lange termijn legt de gemeente vast
uitgezocht en geëxperimenteerd worden om dit nieuwe stelsel optimaal
in de omgevingsvisie. Op basis hiervan worden regels opgesteld die
tot uitvoering te kunnen brengen. Ook wordt er tijdelijk met het oude
vervolgens vastgelegd worden in het omgevingsplan. De omgevingsvisie
en het nieuwe systeem tegelijk gewerkt omdat delen van de regelgeving
moet uiterlijk op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip (art. 4.9 lid 1
onder het overgangsrecht vallen. Al met al is de verwachting dat de
invoeringswet Omgevingswet) in werking treden. Voor het omgevingsplan
implementatie van de Omgevingswet meer tijd zal vergen van bevoegd
is dit eind 2031.
gezag en omgevingsdienst.
Een andere ontwikkeling is de ingebruikname van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hier worden alle relevante gegevens over de fysieke leefomgeving bij elkaar gebracht en inzichtelijk gemaakt voor bedrijf, burger en overheid. Vergunningen worden voortaan aangevraagd via het DSO. Ook meldingen worden daar ingediend. Kortere procedures en de nadruk op bestuurlijke samenwerking moeten het makkelijker en sneller maken om nieuwe initiatieven te starten.
13
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
2.2 Digitaal innoveren Naast de fysieke leefomgeving is de digitale leefomgeving niet meer los te zien van de maatschappij. Zo heeft de COVID-19 pandemie de mogelijkheden van plaatsonafhankelijk werken gedemonstreerd en zijn technologieën als Artificial Intelligence (AI) een alledaags begrip geworden. Deze technologische veranderingen vragen veel van de samenleving, maar bieden ook enorme kansen. Ook voor de overheid. Met grote hoeveelheden data kunnen nauwkeurige analyses uitgevoerd worden die de uitvoering van VTH kunnen sturen naar waar deze de grootste impact hebben (risico gestuurde uitvoering). AI biedt mogelijkheden voor snelle informatieverwerking en verbeterde samenwerking tussen organisaties. Daarnaast kan dit de werkdruk verlagen door tijdrovende administratieve taken over te nemen en risicovolle activiteiten sneller in beeld te brengen. Aan de andere kant brengen deze nieuwe technologieën ook nieuwe gevaren en onzekerheden met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van privacy en veiligheid. Het is dan ook belangrijk dat we, naast technologisch innoveren, het gesprek met elkaar aangaan en ervaring opdoen om effectief om te gaan met deze nieuwe mogelijkheden en gevaren.
14
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
2.3 Rapport Commissie van Aartsen In maart 2021 publiceerde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het eindrapport van de Commissie van Aartsen met betrekking tot het functioneren van de overheid rond het beschermen van de leefomgeving. Hier kwam een tiental maatregelen uit die de commissie adviseerde om in het huidige omgevingsdienstenstelsel nodige verbeteringen door te voeren en toekomstbestendig te maken. Hieruit is het interbestuurlijke programma ‘Versterking VTH-stelsel’ gekomen, waarin deze maatregelen en adviezen verder zijn uitgewerkt in zes concrete pijlers. Deze pijlers zijn een samenwerking van alle relevante overheden en zullen de komende jaren zorgen voor ingrijpende veranderingen in het algehele VTH-stelsel. Zowel de OFGV als haar partners zijn betrokken binnen deze pijlers. (Aankomende) veranderingen zullen vroegtijdig meegenomen worden en zullen het huidig gevoerde beleid beïnvloeden. Waar dit relevant is voor de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie zullen deze veranderingen meegenomen worden in de daaropvolgende evaluatiemomenten.
15
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
2.4 Bodem- en grondwaterbescherming Maatschappelijke context De verslechtering van de bodem- en grondwaterkwaliteit door schadelijke
Dit is terug te zien in de effecten die dit heeft gehad op de bodem.
stoffen heeft consequenties in een brede maatschappelijke context.
In het werkgebied bevinden zich ruim 20.000 bodemlocaties. Hier
Zo kan dit leiden tot schade aan de volksgezondheid, aantasting van
wordt een groot scala aan maatregelen uitgevoerd waaronder zowel
drinkwatervoorzieningen, verlies van bodemvruchtbaarheid en aantasting
voorkomende als herstellende. Op dit moment wordt veel aandacht
van ecosystemen en biodiversiteit. De oorzaken hiervan liggen op
besteed aan het verbeteren van de kwaliteit van de dataverzameling op
verschillende vlakken en zijn vaak een combinatie van onder andere
dit onderwerp. Dit moet vervolgens leiden tot verbeterde analyses en
industriële activiteiten, landbouw, stedelijke ontwikkeling, gebrek aan
meer inzicht in de specifieke en uiteenlopende bodemsituaties in Flevoland
effectieve regulering en onvoldoende kennis met betrekking tot de risico’s
en de Gooi en Vechtstreek. Onderstaande indicatoren zijn daar een eerste
op bodem en grondwater.
stap toe.
De bodem in het werkgebied van de OFGV is zeer divers. Zo was de
Ontwikkelingen
Flevolandse bodem tot voor kort onderdeel van de Zuiderzee en ligt in
Met het ingaan van de Omgevingswet is de verantwoordelijkheid voor
Zuidelijk Flevoland een groot drinkwaterreservoir. Het Gooi bestaat uit een
veel taken (en bijbehorende data) met betrekking tot de beoordeling van
stuwwallencomplex en de Vechtstreek uit veenlandschap met veenrivieren
meldingen onder de voormalige Wet bodembescherming, verschoven
en -polders. De historie van deze gebieden loopt net zo ver uiteen,
van provincie naar gemeente. Daarbij hebben gemeenten meer ruimte
bijvoorbeeld op het gebied van bedrijvigheid, industrie en militair gebruik.
gekregen om de beleidsregels hiervoor op maat te maken. Voor de
16
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
invoering van de Omgevingswet bestond er meer eenduidig landelijk beleid. Voor grondwater worden de taken onder de Omgevingswet verder verdeeld over de overheden. Het beheer van de grondwaterkwaliteit, en daarmee ook de in het grondwater aanwezige verontreinigingen, is nadrukkelijker onderdeel van het beheer van watersystemen dan onder het oude stelsel. Provincie, gemeenten en waterschappen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit, met een regisserende, kaderstellende en coördinerende rol voor de provincie. Het kan voorkomen dat een project onder meerdere bevoegde gezagen tegelijk valt, of aan verschillende lokale regels moet voldoen. Om deze complexe taken zorgvuldig uit te blijven voeren, is goede onderlinge afstemming en samenwerking tussen provincies, gemeenten en omgevingsdienst essentieel. Door de uitgebreide bodemsaneringsoperaties van de afgelopen circa 40 jaar zijn de meeste grote bodemverontreinigingen inmiddels gesaneerd. Wat naar gemeenten overgaat zijn locaties waar, bij het huidige bodemgebruik, geen sanering meer nodig is. Vanwege het overgangsrecht blijft voor een aantal locaties met bodemverontreinigingen de wetgeving
17
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht.
Activiteiten
Voorbeelden hiervan zijn lopende bodemsaneringen en gebiedsgerichte
• Beoordelen van de mogelijke milieu-impact van nieuwe projecten
grondwaterbeheerplannen. De omvang van de werkzaamheden hiervoor
en industrieën. Het verlenen van vergunningen aan deze partijen,
zal wel veranderen. Zo zal dit afnemen voor complexe en risicovolle
waarbij specifieke voorwaarden worden gesteld met betrekking tot
bodemsaneringen en toenemen voor verontreinigingen onder het
het thema bodem.
gebiedsgerichte grondwaterbeheer. De OFGV zal gedurende deze
• Beoordelen van bodem- en grondwateronderzoeken om de
beleidsperiode de meldingen voor deze bodemlocaties blijven uitvoeren.
aanwezigheid en concentratie van schadelijke stoffen te identificeren
Er zullen in deze periode gelijktijdig werkzaamheden worden uitgevoerd
en te monitoren.
onder de wet- en regelgeving van voor en van na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
• Uitvoeren van reguliere inspecties bij bedrijven en bodemlocaties en handhaven op overtredingen. • Identificeren van en passend reageren op niet-gemelde activiteiten
Doelstelling
die de bodem- of grondwaterkwaliteit kunnen bedreigen, zoals
Verbeteren van de bodemkwaliteit en de aanwezigheid van schadelijke
grondverzet, lozingen en aanleg van ondergrondse systemen.
stoffen in de bodem en het grondwater voorkomen door toe te zien
• Samenwerking tussen de OFGV en partneroverheden vergroten door
op bodembedreigende activiteiten en het toepassen van bodem-
middel van voorlichting en uitvoering van VTH-taken op diverse
beschermende maatregelen.
bodemgerelateerde zaken. • Voorlichting van mogelijke bodem- en grondwaterrisico’s door de inzet
Beleidsterreinen
van communicatie.
Gezondheid en duurzaamheid
18
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Indicatoren • Aantal beoordeelde bodem- en grondwateronderzoeken in
• Verhouding tussen activiteiten die wel of niet conform de wet-
verhouding tot afgekeurde onderzoeken. Dit geeft inzicht in de
en regelgeving worden uitgevoerd. Zowel administratief (melding/
kwaliteit van uitgevoerde bodemonderzoeken en daarmee de kennis
vergunning) als in uitvoering conform voorschriften. Dit zal uiteindelijk
van initiatiefnemers van de wettelijke eisen hierop.
een trend weergeven die een indicatie kan zijn van de effectiviteit van
• Aantal bekende gevallen van verontreinigingen inclusief ruimtelijke analyse. Een vermindering van het aantal
de preventie op het gebied van bodem- en grondwaterbescherming. • Aantal en type voorlichtingsacties. Geeft inzicht in het gebruik van
verontreinigingen relateert aan een verbetering van bodem- en
gerichte voorlichting en de instrumenten die hiervoor worden benut.
grondwater in het algehele werkgebied. Een ruimtelijke analyse van
Dit is bij uitstek een kwalitatieve indicator.
verontreinigingen geeft mogelijke focuslocaties voor surveillance aan. • Aantal geïdentificeerde niet-gemelde activiteiten en type van de reactie hierop. Een stijging of daling van gevonden nietgemelde activiteiten, bij een gelijke inzet van toezicht, geeft inzicht in de effectiviteit van het toezicht. De handhavende reactie op deze activiteiten geeft een beeld van de ernst van de overtredingen en daarmee de risico’s voor het milieu.
19
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
2.5 Omgevingsveiligheid Maatschappelijke context De productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen binnen industrieën en bouwprojecten kunnen aanzienlijke risico’s met zich meebrengen voor de omgeving en de lokale bevolking. Ongelukken of fouten kunnen leiden tot lekkages, explosies of andere incidenten die ernstige schade kunnen veroorzaken aan mens, milieu en eigendommen en mogelijk leiden tot verlies van levens. Zonder effectief risicobeheer in ruimtelijke planning kunnen kwetsbare objecten zoals woningen, scholen of ziekenhuizen dicht bij potentieel gevaarlijke locaties worden geplaatst wat de risico’s op ernstige consequenties verhoogt. Er zijn risico’s verbonden aan de energietransitie, zoals mogelijke lekkages of ongelukken met opslag van hernieuwbare energie, en de milieu-impact van zonneparken of energie uit biomassa. Deze nieuwe vormen van energieproductie moeten zorgvuldig worden beheerd om te zorgen voor een minimale impact op het milieu.
20
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Flevoland en de Gooi en Vechtstreek (net als elders in Nederland) is een
Daarnaast is het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS)
complex veiligheidslandschap, met gevaarlijke objecten en activiteiten
vervangen door het nieuwe landelijke Register Externe Veiligheidsrisico’s
zoals bijvoorbeeld tankstations en transport van gevaarlijke stoffen.
(REV). Dit is een centrale plek waarin bevoegde gezagen alle risicovolle
Daarnaast liggen met name, maar niet uitsluitend, de woongebieden vol
activiteiten moeten vastleggen, zoals bijvoorbeeld het verwerken
met kwetsbare objecten die hiertegen beschermd moeten worden, zoals
of opslaan van brandbare, explosieve, giftige of nucleaire stoffen.
bijvoorbeeld ziekenhuizen en woonverblijven. Doordat landoppervlakten
Ook worden in het REV de kwetsbare activiteiten opgenomen, zodat
voor veel verschillende doeleinden gebruikt worden, moet er bij elke
overzichtelijk wordt waar extra veiligheidsregels noodzakelijk zijn of
nieuwe ontwikkeling een nieuwe balans gevonden worden tussen
risicovolle activiteiten zouden moeten worden geweerd. Omdat er meer
veiligheid en andere belangen, zoals economie en mobiliteit.
en nieuwe informatie vastgelegd wordt in dit nieuwe register is de verwachting dat dit zowel initieel als structureel meer inspanning kost
Ontwikkelingen
voor gemeenten en omgevingsdienst.
Met de Omgevingswet is de werkwijze rondom omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid) veranderd. Gemeenten werken nu met
Doelstelling
aandachtsgebieden die laten zien waar in ruimtelijke plannen extra
• Het bevorderen van omgevingsveiligheid en het minimaliseren
aandacht nodig is, zoals het beschermen tegen ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het gaat hierbij om aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Op basis van deze aandachtsgebieden
van risico’s voor mens, milieu en infrastructuur. • Volledig inzicht in aandachtgebieden krijgen in relatie met kwetsbare objecten.
moet het bevoegd gezag regels opnemen in het omgevingsplan over omgevingsveiligheid.
21
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Beleidsterreinen Veiligheid Activiteiten • Het beoordelen van vergunningsaanvragen voor activiteiten met betrekking tot gevaarlijke stoffen. • Het stellen van voorwaarden en voorschriften in vergunningen om risico’s te beperken en de veiligheid te waarborgen. • Het invullen en actueel houden van het REV. • Het uitvoeren van regelmatige controles op bedrijven of deze voldoen aan de vergunningsvoorwaarden en -voorschriften en meldingen. • Het adviseren van gemeenten met betrekking tot omgevingsveiligheid bij initiatieven.
22
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Indicatoren • Het aantal en de verhouding tussen de (her)controles en gevonden overtredingen op MBA’s met betrekking tot omgevingsveiligheid. De verhouding tussen controles en overtreding geeft een indicatie van spontaan en niet spontaan naleefgedrag, waarbij de aantallen tevens een verscherpt beeld geven van de risico’s in het werkgebied afhankelijk van de overtreden MBA’s. • Het aantal gegeven adviezen waarin omgevingsveiligheid een rol speelt. Dit geeft een beeld van de relevantie van omgevingsveiligheid bij gemeentelijke ontwikkelingen en de betrokkenheid in samenwerking van de verschillende organisaties op dit gebied. • De foutmarge van het REV na initiële invulling. De mate waarin missende of foutieve onderdelen worden gevonden in het REV, ten opzichte van in het veld, dient als steekproef voor de volledigheid en nauwkeurigheid van het REV en daarmee de betrouwbaarheid voor ruimtelijke planning. Deze indicator wint aan relevantie na afloop van de initiële invulling van het register.
23
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
2.6 Geluid Maatschappelijke context Langdurige blootstelling aan hoge geluidsniveaus kan significante
zichtbaarheid van de OFGV en omgevingsdiensten in het algemeen groter
gezondheidseffecten veroorzaken, waaronder gehoorverlies,
geworden en zijn er meer bedrijven ingebracht in de werkzaamheden
slaapstoornissen, hart- en vaatziekten, stress en cognitieve beperking.
van de OFGV. Een verdiepende analyse is nodig om inzicht te krijgen
Buiten gezondheidsproblematiek leidt overmatige geluidsproductie ook
in wat deze toename in klachten betekent en of hier beleidsmatige of
tot hinder in het dagelijks leven en tot verstoring van de natuurlijke
uitvoerende aanpassingen gewenst zijn. Ook een inhoudelijke analyse op
omgeving. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ervaart 24,2% van
de ontvangen klachten zal hier waardevol voor zijn.
de Nederlanders geluidshinder als probleem in de leefomgeving. Aan de andere kant is geluidsproductie onvermijdelijk bij het uitvoeren van veel
Voor grootschalige evenementen zijn 396 klachten ontvangen in 2022
activiteiten. Het is dan ook belangrijk om een goed evenwicht te vinden
en voor vliegverkeer zijn 1150 klachten in het derde kwartaal van
tussen de uiteenlopende behoeften van de samenleving, zoals gezondheid
2022 gemeld.
en industrie, maar ook transport, recreatie en ontwikkeling. Ontwikkelingen In 2022 zijn er 318 klachten over geluid bij de OFGV binnengekomen, een
Geluidbelasting en –normering kunnen met het ingaan van de
toename van 37,7% ten opzichte van 2021. In 2021 zijn een vergelijkbare
omgevingswet nu gedeeltelijk in het omgevingsplan worden geregeld. Hier
toename waargenomen ten opzichte van 2020. Er is deze jaren echter
geven gemeenten bijvoorbeeld voor elke locatie aan wat de grenswaarden
veel gebeurd die van invloed kunnen zijn geweest op deze cijfers. Zo is de
zijn voor gevoelige gebouwen zoals woningen. Daarnaast wordt geluid
24
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
beheerst met geluidproductieplafonds voor gezamenlijke activiteiten op industrieterreinen, provinciale wegen en lokale spoorwegen. Dit
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
• Het geven van geluidsadviezen in verband met ruimtelijke ordening en evenementen.
is de maximaal toegestane hoeveelheid geluid op een referentiepunt
• Het geven van adviezen met betrekking tot geluid in het Omgevingsplan.
op deze locaties. Het bevoegd gezag moet maatregelen treffen als het
• Het analyseren van ruimtelijke data bij geluidsklachten.
geluidproductieplafond wordt overschreden. De verwachting is dat de initiële vastlegging hiervan een substantiële inspanning vraagt van de
Indicatoren
bevoegde gezagen.
• Aantal uitgevoerde geluidscontroles en geluidmetingen bij bedrijven en evenementen en de verhouding met geconstateerde
Doelstelling
overschrijdingen en overtredingen. De verhouding tussen controles
Beperken van geluidsoverschrijdingen en overmatige hinder.
en overtreding geeft een indicatie van spontaan en niet spontaan naleefgedrag, waarbij de aantallen tevens een verscherpt beeld geven van
Beleidsterreinen Leefbaarheid, gezondheid
eventuele trends. • Aantal meldingen en klachten vanuit de maatschappij en de analyse van de ruimtelijke data inherent aan deze klachten en de
Activiteiten
verdeling over de branches. Een (plotselinge) stijging van het aantal
• In vergunningen en meldingen geluidsnormen en maatwerkvoorschriften
klachten zou kunnen duiden op een tot nog toe onvoorziene problematiek.
opnemen. • Het uitvoeren van geluidcontroles en geluidmetingen.
Ruimtelijke data kunnen vervolgens inzicht geven waar en wanneer deze geluidshinder waargenomen wordt. Hiermee kunnen toezichthouders gerichter op pad gestuurd worden. Daaropvolgend kunnen ook de gebruikte
25
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
handhavingsinstrumenten betrokken worden als verdiepende analyse op de effectiviteit van de uitvoering en als input voor de beleidsvorming. • Aantal gegeven geluidsadviezen en het verband tot lokale klachten. De OFGV adviseert de gemeenten op het gebied van geluid om hen in staat te stellen effectieve regels en maatregelen te nemen om geluidsoverlast te voorkomen. Een verband tussen evenementen of locaties waar relatief veel klachten vandaan komen en de adviezen die hier eventueel over gegeven zijn geeft een interessant inzicht in het gebruik van deze adviezen en de effectiviteit van de implementatie. Dit geeft op zijn beurt weer informatie voor verdere verbetering van de uitvoering, advisering en beleidsvorming.
26
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
2.7 Energietransitie Maatschappelijke context Ons huidige energiegebruik is voornamelijk gebaseerd op fossiele
werkgebied van de omgevingsdiensten in Nederland. Slechts 12% geeft
brandstoffen en is daarmee een van de belangrijkste antropogene
aan alle nodige maatregelen uitgevoerd te hebben. De RVO schat dat
bronnen van CO2 in de atmosfeer met de opwarming van de aarde en
in Nederland 31% van de bedrijven en instellingen die moeten voldoen
klimaatverandering tot gevolg. Ook de volksgezondheid is in het geding
aan de informatieverplichting onder de energiebesparingsplicht deze
door de emissie van fijnstof en stikstof- en zwavelverbindingen in ons
rapportage niet heeft ingediend. Voor Flevoland & Gooi en Vechtstreek zou
milieu. Ten slotte hebben recente geopolitieke ontwikkelingen laten
dit betekenen dat 934 bedrijven en instellingen nog buiten beeld zijn.
zien dat onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen een grote en ingrijpende (socio)economische impact kan hebben. Het is noodzakelijk
Ontwikkelingen
om ons energiesysteem om te vormen. Deze noodzaak is tevens
Hernieuwbare energie, grootschalige besparing en de afkoppeling van het
vastgelegd in Europese en nationale wetgeving met daarin een directe
gasnet. Nederland is hard op weg om de energietransitie een realiteit te
opgave voor lokale en regionale bevoegdheden.
maken als onderdeel van het klimaatakkoord. Zowel de maatregelen als de mogelijkheden die deze transitie met zich meebrengt hebben impact
In Flevoland & Gooi en Vechtstreek hebben 2080 bedrijven en instellingen
op alle lagen van de samenleving, zo ook in ons werkveld. De in 2023
een rapportage ingediend met betrekking tot de informatieverplichting,
verscherpte ‘plicht ter verduurzaming van het energiegebruik’ (hierna:
zie kopje ‘Ontwikkelingen’. Hiervan heeft 69% aangegeven de nodige
energiebesparingsplicht) dwingt bedrijven die meer dan 25000 m3 gas of
maatregelen niet te hebben uitgevoerd. Dit is het hoogste percentage per
50000 KWh elektriciteit gebruiken om dit te melden en energiebesparende
27
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
maatregelen te treffen die binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Daarnaast zijn er verplichtingen gekomen voor zon-op-dak en moeten alle kantoren minimaal energielabel C hebben. Dat energie een nationaal speerpunt is, blijkt ook uit de nieuwe middelen die vrijkomen vanuit het Rijk om bevoegde gezagen en omgevingsdiensten te ondersteunen, zoals de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing. Gezamenlijk bouwen we nieuwe toezichtcapaciteit op en handhaven daar waar dit nodig is. We borgen meer energiekennis in onze organisaties en maken ons klaar voor een energieneutrale toekomst. Doelstelling Verminderen van het energiegebruik en stimuleren van alternatieve energiebronnen in de regio. Beleidsterreinen Duurzaamheid
28
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Activiteiten • Het informeren van bedrijven en instellingen over de voordelen en
de energiebesparingsplicht. In combinatie met regionale en nationale
mogelijkheden van energiebesparing en duurzame energieopwekking.
schattingen met betrekking tot de totale hoeveelheid bedrijven die zouden
Hierbij wordt samengewerkt met lokale (regionale) energiepartijen.
moeten voldoen, wordt verder inzicht gekregen in de grootte van de opgave
• H et controleren op en handhaven van de naleving van de energiebesparingsplicht, door middel van Stimulerend Toezicht en klassiek toezicht. • Inzicht krijgen in het gebruik van alle bedrijven die niet voldoen aan de
en van de doelgroep. • Aantal bedrijven dat voldoet aan de energiebesparingsplicht. Bedrijven moeten zelf rapporteren of zij voldoen aan de energiebesparingsplicht. Of dit gedaan wordt en wat hier gerapporteerd
informatieverplichting en dit reguleren door middel van toezicht
wordt geeft sturing aan de uitvoering van toezicht en handhaving en helpt
en handhaving.
met prioriteren van deze werkzaamheden.
• Het verzamelen van energiegebruiksgegevens van bedrijven en instellingen in de regio. • Het gebruiken van data-analyses om regionale trends en patronen in het energiegebruik te identificeren.
• Aantal bedrijven dat voldoet aan de onderzoekplicht. Een klein deel van bedrijven heeft een groot genoeg verbruik om te moeten voldoen aan de onderzoekplicht. Hier hebben kleine procesmatige besparingen al snel een grote invloed op het absolute verbruik. Inzicht in hoeverre deze bedrijven voldoen aan de onderzoekplicht geeft een verbeterd
Indicatoren • Aantal bedrijven dat voldoet aan de informatieverplichting.
beeld van energiebesparing en -besparingsmogelijkheid in de regio. • Naleefgedrag van gecontroleerde bedrijven.
De informatieplicht is een belangrijk gereedschap om inzicht te krijgen in
De energiebesparingsplicht is niet vrijblijvend, maar wel afhankelijk van de
hoeverre bedrijven in de regio voldoen aan de wettelijke eisen van
eigen rapportage van bedrijven en instellingen. Door bedrijven te controleren
29
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
op basis van de informatie uit bovenstaande indicatoren wordt het algehele
lineaire systeem moet omgevormd worden naar een circulair systeem
beeld van energiebesparing in de regio bijgeschaafd. Daarnaast geeft het
waarbij grondstoffen hoogwaardig worden hergebruikt of gerecycled en
inzicht in de algemene bereidheid van bedrijven op spontane naleving van de
afval wordt geminimaliseerd.
wet- en regelgeving, en geeft dit sturing aan de inzet van zowel facilitering en stimulatie als controle en handhaving. • Aantal gecontroleerde bedrijven ten opzichte van meldingen in
Het inbrengen van circulaire economie in reguliere en nieuwe werkzaamheden zit voornamelijk nog in een voorbereidende fase. Om
het E-loket. het aantal bedrijven dat zich bij het E-loket heeft gemeld,
deze reden zijn er nog geen concrete cijfers te geven rondom dit thema
als de mate van naleving bij deze bedrijven geven een verbeterd inzicht
voor het werkgebied van de OFGV. Het beoordelen van einde afvalstatus
in de nauwkeurigheid van het E-loket en daarmee verder inzicht in de
aanvragen is het waard om apart te benoemen, omdat dit al langere tijd
verwachte hoeveelheid bedrijven buiten beeld van het toezicht.
wordt toegepast. Het beoordelen van deze aanvragen werd voorheen uitgevoerd door de Rijksoverheid. De enkele voorbeelden waar een
2.8 Circulaire economie
aanvraag is toegekend die hieruit zijn voortgekomen laten zien dat dit zeer complexe en langdurige processen zijn die veel specifieke kennis vragen. Vooralsnog heeft de OFGV geen aanvragen voor een einde afval
Maatschappelijke context
status toegekend. Zowel de benodigde kennis, capaciteit, als ambivalentie
Ons huidige economische systeem is ontworpen vanuit een perspectief
in de rolverdeling op dit onderwerp zijn hier redenen voor. Wel neemt
van onuitputtelijke grondstoffen. De realiteit ligt echter anders waarbij
de OFGV deel aan nationale en regionale samenwerkingen rond dit
veel essentiële grondstoffen steeds schaarser worden en kostbaarder
onderwerp, zoals het kennisplatform ‘Afval of niet’.
om te delven, zowel economisch, als maatschappelijk en ecologisch. Dit
30
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Ontwikkelingen
Beleidsterreinen
De Rijksoverheid heeft de opdracht gegeven om vanaf 2030 50% minder
Duurzaamheid
Bijlagen
Begrippenlijst
primaire abiotische grondstoffen te gebruiken en in 2050 een volledig circulaire economie te verwezenlijken. Om deze doelstellingen te kunnen
Activiteiten
halen zal iedereen zijn steentje moeten bijdragen. Tegelijkertijd is er
• Het inzetten van het VTH-instrumentarium (Vergunningverlening,
nog veel onzeker over hoe we deze doelstelling kunnen halen en wat
Toezicht en Handhaving) via grondstoffen- en afvalpreventieplannen.
daarvoor nodig is. Landelijk is hier nog veel discussie over. Om ons
• Een rol spelen bij het bepalen of iets een afvalstof is of een grondstof
voor te bereiden op deze opgave is het belangrijk om tijdig kennis en ervaring op te doen. Nieuwe mogelijkheden moeten gevonden worden voor het (her)gebruik van afval en restproducten binnen de grenzen van wet- en regelgeving. Pilotprojecten zijn nodig om obstakels en kansen te signaleren en informatieve indicatoren te ontwikkelen. Daarnaast ligt
(einde-afvalstatus oordelen) • Beter inzicht in grondstofstromen krijgen en hier indicatoren voor ontwikkelen. • Een campagne opzetten om bedrijven bewust te maken van circulaire economie.
er een steeds grotere nadruk op een effectieve samenwerking tussen de
• Inzetten voor en aansluiting zoeken bij een landelijke aanpak.
relevante overheidsorganisaties binnen de grenzen van ons werkgebied,
• Meedenken over aanpassingen aan afvalstoffenwetgeving waar
en daarbuiten.
die nodig is. • Stimuleren en informeren van bedrijven over circulaire mogelijkheden.
Doelstelling
• Voorsorteren op het Circulair Materialen Plan (CMP).
Het voorbereiden op en implementeren van een circulaire economie
• Focus leggen op bedrijven met een circulaire potentie en hier kansen en
in de regio.
knelpunten identificeren.
31
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
• Inzetten van ambassadeurs om circulaire economie te promoten.
betrokken capaciteit. De inhoud van deze projecten, en conclusies
• Verzamelen van kennis, kunde en voorbeelden om anderen
daaruit getrokken, geven inzicht in de obstakels en kansen in
te inspireren.
de uitvoering en helpen bij de ontwikkeling van kwantitatieve outcome-indicatoren.
Indicatoren • Aantal vergunningen met voorschriften voor circulaire
• Aantal medewerkers dat de ODNL circulaire economie opleiding
economie, de inhoud ervan en in welke branches het wordt
hebben afgerond. Dit geeft een beeld van de mate waarin de OFGV
toegepast. Dit geeft inzicht in hoeverre circulaire economie al
de nodige kennis heeft om zich voor te bereiden en onderdeel te
toegepast wordt. Cruciaal geeft het ook inzicht in de werkwijze en
zijn van de transitie naar een circulaire economie. De waarde van dit
obstakels in vergunningverlening voor afzonderlijke branches.
getal is afhankelijk van de kwaliteitsvereisten en gemaakte afspraken
• Aantal adviezen, en de inhoudelijke beleidsrichting. Afgegeven
omtrent opleidingen op dit gebied.
beleidsadviezen geven inzicht in de grote van de opdracht binnen de circulaire economie. De inhoud van de adviezen laat ook zien in hoeverre we de circulaire economie kunnen toepassen in de praktijk in
2.9 Ondermijning en milieucriminaliteit
de verschillende beleidsvelden. • Aantal pilotprojecten en experimenten. Pilotprojecten en
Maatschappelijke context
experimenten zijn cruciaal om ervaring op te doen om dit veld verder
Een onderwerp dat de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt,
uit te werken met betrekking tot de uitvoering. Het aantal lopende
is ondermijning. Dit betreft activiteiten waarbij een verwevenheid
projecten geeft een beeld van de grote van de huidige opgave en de
ontstaat tussen de onderwereld en de bovenwereld. Hierdoor vervagen
32
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
(wettelijke) normen en neemt het gevoel van veiligheid en leefbaarheid af. Milieucriminaliteit is een vorm van criminaliteit waarbij het milieu wordt geschaad. Het omvat alle activiteiten die schade aanbrengen aan het milieu, zoals illegale lozingen, illegaal transport en dumping van afval of ongeoorloofde exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Naast significante risico’s voor het milieu, hebben deze activiteiten ook een aanzienlijke economische impact en vermindert het vertrouwen in de rechtstaat. Het is een complex en hardnekkig probleem dat integrale samenwerking vraagt van verschillende overheidsinstanties, waaronder ook de omgevingsdiensten, gemeenten en provincies. Het landelijke dreigingsbeeld milieucriminaliteit omvat een scala aan ernstige overtredingen die van invloed zijn op zowel het milieu als de volksgezondheid. Mestfraude, die de aanpak van de stikstofcrisis belemmert, staat bovenaan de lijst. De illegale markt van gewasbeschermingsmiddelen vormt grote risico’s voor mensen, dieren en het milieu, terwijl de regulering rond bodem- en afvalcriminaliteit makkelijk te omzeilen is, wat resulteert in ernstige milieuschade. Fraude met olie, voornamelijk een kankerverwekkende uitstoot, blijft
33
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
voortbestaan door tekortkomingen in de wet- en regelgeving. Illegale
Ontwikkelingen
handel in zware broeikasgassen, aanwezig in koelmiddelen, ondermijnt
De afgelopen jaren zijn er verscheidene rapporten gepubliceerd over
klimaatdoelen. Verder wordt blijvende gezondheidsschade veroorzaakt
de aanpak van milieucriminaliteit in Nederland. Deze rapporten zijn:
door fraude met zeer zorgwekkende chemische stoffen. Daarnaast wordt
het CCV-rapport ‘De markt de baas’, ‘Kwaliteitsborging bij de uitvoering
de situatie verergerd door de toename van het gebruik van illegaal, zwaar
van VTH-taken’ en het tussenrapport van de Algemene Rekenkamer
vuurwerk bij aanslagen en plofkraken, vaak verweven met drugshandel.
‘Een onzichtbaar probleem’. Daarnaast adviseerde de commissie van
Tot slot wordt wereldwijd de biodiversiteit bedreigd door lucratieve illegale
Aartsen in 2021 over verbeteringen in toezicht en handhaving met ‘Om
handel in flora en fauna.
de leefomgeving’. Deze documenten belichten tal van knelpunten in de bestrijding van milieucriminaliteit. Het Dreigingsbeeld laat zien dat het
Voor de OFGV speelt ondermijning met name een rol bij het toezicht.
tekort aan handhaving gelegenheid biedt voor milieudelicten, wat leidt
Toezichthouders die op controle gaan bij bedrijven dienen als de ogen
tot ernstige schade voor zowel de samenleving als de leefomgeving.
en oren in het veld. Wanneer zij signalen opvangen die doen vermoeden
Milieucriminaliteit draagt vermoedelijk substantieel bij aan de totale
dat er iets niet in de haak is, spelen zij dit door aan de betreffende
milieuschade veroorzaakt door economische activiteiten. Het gaat om
(opsporings)instantie, gemeente of provincie. Een goede samenwerking,
schade die voorkomen had kunnen worden als de milieuwetgeving was
informatiedeling en gezamenlijke handhavingsacties verhogen de pakkans
nageleefd, of schade waarvoor niet is betaald. Dit zijn dus onnodige
van ondermijnende milieucriminelen.
schades die democratisch gezien als onacceptabel worden beschouwd. Dit alles heeft een urgentiebesef gecreëerd voor het verbeteren en versterken van het VTH-stelsel. Het Interbestuurlijk Programma VTH ontstaan, is van cruciaal belang bij de aanpak van milieucriminaliteit in Nederland.
34
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Doelstelling
of mate van ondermijnende milieucriminaliteit, geeft het wel inzicht in de
Het tegengaan van ondermijning en milieucriminaliteit door verbeterde detectie,
zichtbaarheid ervan voor de toezichthouders van de OFGV. Ruimtelijke data
preventie en handhaving.
van deze signalen en landelijke gegevens kunnen verder inzicht geven in het dreigingsbeeld van de regio.
Beleidsterreinen Veiligheid
• Aantal interventies van partners waar de OFGV aan deelneemt. Het aantal interventies vanuit de partners weerspiegelt de effectiviteit van het vinden van milieucriminaliteit. Een ruimtelijke analyse van deze
Activiteiten • Alle toezichthouders opleiden om ondermijning te signaleren.
interventies en van bovenstaande indicator zou mogelijk risicogebieden aan
• Samenwerking versterken tussen overheden waarbij de OFGV deelneemt aan
kunnen wijzen.
interventies tegen ondermijning van partners. • Het opleggen van sancties en maatregelen bij geconstateerde milieuovertredingen of ondermijnende milieuactiviteiten. • Inzichtelijk maken van de omvang van het dreigingsbeeld en type milieucriminaliteit in Flevoland & Gooi en Vechtstreek.
• Aantal bedrijven waar signalen van mogelijke ondermijning gevonden zijn. Een toename of afname van deze signalen zou een indicatie kunnen zijn van de mate van verwevenheid van deze vorm van milieucriminaliteit met legale bedrijvigheid. Ook hier zou een ruimtelijke analyse richting kunnen geven aan een risicogerichte opsporing door de daartoe bevoegde gezagen. • Aantal afgewezen milieuvergunningen op grond van de Wet
Indicatoren
bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
• Aantal meldingen door de OFGV gerapporteerd. Alhoewel een toename
(Bibob). Het aantal afwijzingen geeft inzicht in hoeverre milieucriminelen
of afname van het aantal meldingen niet direct iets zegt over de hoeveelheid
misbruik maken van vergunningen.
35
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
2.10 Zeer zorgwekkende stoffen Maatschappelijke context Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die geclassificeerd zijn als de meest gevaarlijke stoffen voor mens en milieu. Zowel directe als indirecte blootstelling aan ZZS kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid. De stoffen zijn onder andere kankerverwekkend en hormoonverstorend. Ze zijn vaak niet-biologisch afbreekbaar waardoor ze zich ophopen in bodem, water en lucht én in organismen zoals dieren en planten. Het RIVM heeft een lijst samengesteld met alle ZZS waarin in Nederlands beleid rekening gehouden moet worden. Deze lijst is constant groeiende. Daarnaast is er ook een lijst met potentiële ZZS. Dit zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria. Het streven van de Rijksoverheid is om uiteindelijk alle ZZS uit de samenleving te weren. In 2021 is voor Provincie Flevoland een onderzoek uitgevoerd naar de uitstoot van ZZS bij 38 provinciale bedrijven. Er werd bij één bedrijf een overschrijding van de wettelijk toegestane concentratie gevonden. Hierop kon gericht gehandeld worden middels een maatwerkbesluit.
36
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
In de komende periode zal worden onderzocht of en op welke wijze een
Doelstelling
vergelijkbaar onderzoek voor relevante gemeentelijke bedrijven kan
Het voorkomen of beperken van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in
worden uitgevoerd.
de leefomgeving.
Ontwikkelingen
Beleidsterreinen
Per 1 januari 2016 geldt een minimalisatieplicht voor ZZS voor bedrijven.
Gezondheid
Dit houdt in dat waar mogelijk het gebruik van deze stoffen moet worden voorkomen. Wanneer dit niet mogelijk is, moet het gebruik worden
Activiteiten
geminimaliseerd. Bij vergunningplichtige activiteiten geldt daarnaast ook
• Vergunningen actueel houden en actief toezien en handhaven op ZZS.
een informatieverplichting over de emissie van ZZS. Op basis van deze
• Het zicht op ZZS in grondstofstromen en bij toepassingen in
informatie neemt het bevoegd gezag voorschriften op in de vergunning over emissiebeperking en continue verbetering. Voor dit laatste punt moet een bedrijf continu toetsen of de emissie van ZZS voorkomen of verder verminderd kan worden. Eens in de vijf jaar worden de resultaten hiervan gerapporteerd aan het bevoegd gezag.
bedrijven vergroten. • Ontwikkelen van indicatoren die het zicht op ZZS in grondstofstromen en bij bedrijven vergroot. • De aanpak van ZZS-emissies van bedrijven bestaat uit minimalisatie door bronaanpak en reductiemaatregelen en een continu verbeterproces. Hierover rapporteert het bedrijf 5-jaarlijks. De OFGV onderzoekt of aan deze informatieverplichting wordt voldaan.
37
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Indicatoren • Aantal geactualiseerde en te actualiseren vergunningen. Door inzichtelijk te hebben hoeveel vergunningen nog moeten worden geactualiseerd met betrekking tot ZZS, blijft de grootte van eventuele risico’s in beeld. Ook kan dit gecombineerd worden met de hoeveelheid al geactualiseerde vergunningen om capaciteit te kunnen herprioriteren Daarnaast geeft dit een scherper beeld van het gebruik van ZZS in de regio. • Aantal bedrijven dat onder de vijfjaarlijkse informatieverplichting valt. Dit geeft inzicht in de grootte van het gebruik van ZZS in de regio. • Aantal bedrijven per branche dat niet aan de vijfjaarlijkse informatieverplichting voldoet. Gezien de grote gezondheidsrisico’s van ZZS is het van belang in beeld te hebben in hoeverre bedrijven in de regio voldoen aan de informatieverplichting. Een veranderende trend hierin kan reden geven tot her-prioritering op dit thema. Op dit moment wordt er nog niet specifiek op ZZS gemonitord. Om inzicht te krijgen in het gebruik en de emissies van deze stoffen zullen nieuwe
38
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
indicatoren hiervoor moeten worden geïmplementeerd en moeten de
Vanwege de grote gezondheidsrisico’s is het belangrijk dat
gebruikte digitale systemen verder ontwikkeld worden. De hierboven
sloopwerkzaamheden en saneringen veilig en kundig worden uitgevoerd.
beschreven indicatoren zijn hier een eerste stap toe.
Op basis van de landelijke asbestkaart (laatste gegevens van 2018-2021) hebben Flevoland en de Gooi en Vechtstreek in totaal nog 2.124.765 m2
2.11 Asbest
aan asbestdaken. Deze daken dienen vroeg of laat vervangen te worden wat inzicht geeft in de grootte van de opgave in dit gebied en de vraag naar toezichtcapaciteit bij deze werkzaamheden.
Maatschappelijke context Asbest is een verzamelnaam voor een aantal mineralen die zijn opgebouwd uit
In 2022 zijn 564 asbestsloopmeldingen inclusief asbestinventarisatie-
microscopische vezels. Wanneer asbestvezels worden ingeademd, kunnen ze
rapporten afgehandeld en 568 adviezen hierop. Dit gold voor de zes
ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken, waaronder asbestose (een vorm
gemeenten die deze taak bij de OFGV hebben ingebracht. Per 2023 hebben
van longfibrose), longkanker en mesothelioom (een vorm van kanker die de
twee andere gemeenten deze taak ook ingebracht. Daarnaast zijn er in 2022
bekleding van de longen aantast). Vanwege de hittebestendige en isolerende
zo’n 1300 administratieve controles en 600 initiële controles uitgevoerd op
eigenschappen werd asbest tot de jaren ‘80 van de vorige eeuw in talloze
asbestsaneringen. Alle gemeenten binnen het werkgebied van de OFGV hebben
industriële toepassingen gebruikt, waardoor dit nog veel in ons milieu wordt
het toezicht op asbestsaneringen ingebracht als taak. Bij de administratieve
gevonden, zoals in gebouwen, infrastructuur, bodem en waterbronnen.
controles blijkt dat bij 35% van de zaken overtredingen geconstateerd worden. Bij de initiële controles is dit 18%. Ook zijn er verschillende projecten uitgevoerd door de OFGV om illegale saneringen op te sporen, zoals het asbestcontainerproject en surveillance.
39
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Ontwikkelingen
Doelstelling
In de afgelopen jaren heeft Nederland significante ontwikkelingen
Voorkomen van gezondheidsrisico’s als gevolg van asbest door het beperken
doorgemaakt op het gebied van asbestbeheer. Sinds 2019 zijn er belangrijke
van asbestvezels in de lucht, bodem en water.
stappen gezet om de inventarisatie en verwijdering van asbest te verbeteren en de volksgezondheid beter te beschermen. Hoewel aanvankelijk gepland
Beleidsterreinen
voor 2024, is het voorgenomen verbod op asbestdaken uiteindelijk niet
Gezondheid
doorgegaan. In plaats daarvan heeft de Nederlandse overheid ervoor gekozen om eigenaren van gebouwen met asbestdaken te stimuleren om
Activiteiten
deze vrijwillig te verwijderen. Lokale overheden bieden hier soms financiële
• Het beoordelen van asbestsloopmeldingen en -inventarisatierapporten.
mogelijkheden voor aan particulieren. Dit heeft geleid tot een grotere
• Het uitvoeren van controles bij sloop- en renovatieprojecten
focus op het inventariseren en saneren van asbestdaken, wat nog steeds een belangrijk aandachtspunt is. Tegelijkertijd zijn er strengere regels en richtlijnen ingevoerd voor asbestinventarisatie en -verwijdering. Het is nu verplicht om een professionele asbestinventarisatie uit te voeren voordat werkzaamheden plaatsvinden die asbest kunnen blootleggen. Daarnaast moeten asbestverwijderingsbedrijven gecertificeerd zijn, wat zorgt voor een veilige en gecontroleerde verwijdering van asbestmaterialen.
en asbestsaneringen. • Het uitvoeren van projecten en vrije veldcontroles om illegale asbestsaneringen op te sporen. • Het opleggen van maatregelen en sancties bij niet-naleving van de regelgeving. • Het bevorderen van bewustwording en kennis over de regelgeving en richtlijnen met betrekking tot asbestverwijdering.
40
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
Indicatoren • Aantal controles en de verhouding met geconstateerde overtredingen bij asbestsaneringen. Dit geeft inzicht in de mate van spontane naleving met betrekking tot asbest en geeft een verbeterd beeld van de risico’s bij asbestwerkzaamheden. • Aantal gevonden illegale asbestsaneringen. Dit geeft meerjarig inzicht in hoeverre toezicht ertoe leidt dat asbest beter gemeld en volgens de wetgeving gesaneerd wordt. • Aantal beoordeelde asbestsloopmeldingen en -inventarisatierapporten. Deze aantallen geven verscherpt inzicht in de hoeveelheid asbestwerkzaamheden in de regio en waar deze plaatsvinden. • Totale hoeveelheid bekende asbesthoudende locaties in het werkgebied. Dit geeft een algemeen beeld van de opgave in de regio en de snelheid waarmee de aanwezigheid van asbest in ons milieu afneemt.
41
Inleiding
Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen
VTH-strategie
Bijlagen
Begrippenlijst
2.12 Luchtkwaliteit en geurhinder Maatschappelijke context Een slechte luchtkwaliteit heeft een grote impact op de leefbaarheid
Echter kan er net als bij geluid geen inhoudelijke conclusie worden
en het welzijn van mensen. Fijnstof, stikstofoxiden, ozon en andere
getrokken wat deze toename in klachten betekent voor het werkgebied,
luchtverontreinigende stoffen kunnen ernstige gezondheidsrisico’s met
zonder verdiepende analyses.
zich meebrengen, zoals astma en allergieën, hart -en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte. Daarnaast kunnen stoffen als stikstof-
De luchtkwaliteit kan op basis van nationale gegevens uitgedrukt worden
en zwaveloxiden schade toebrengen aan het milieu, bijvoorbeeld in de
in de gemiddelde levensduurverkorting per individu door luchtvervuiling.
vorm van biodiversiteitsvermindering en verzuring. Ook geuroverlast kan
In ons werkgebied geldt dat in 2016 gemiddeld over de gehele regio een