D12 04 Bijlage 4 bij Nota - Welstandsnota noordoostpolder 2016 update zonnepanelen op monumenten.pdf
Tekst van het document
De welstandscriteria worden als apart hoofdstuk opgenomen in het BKP. In bijlage 5 is een procesbeschrijving opgenomen voor het vaststellen van welstandscriteria, eventueel als onderdeel van een beeldkwaliteitsplan. Bijlage 5 bevat ook een aantal standaardelementen dat wordt opgenomen in het hoofdstuk welstand van een BKP. 6.3 VERVALLEN VAN EEN BEELDKWALITEITSPLAN De algemene lijn is dat de welstandscriteria uit het beeldkwaliteitsplan hun werking verliezen voor een individueel bouwwerk, nadat deze is gerealiseerd. Dit zal per beeldkwaliteitsplan nader worden bepaald. Voor deze lijn is gekozen omdat na realisatie de hoofdkenmerken van bebouwing en stedenbouwkundige structuur grotendeels vastliggen. De welstandscriteria kunnen dan vervallen. Dit sluit bovendien aan bij het ingezette selectieve welstandsbeleid. 6.4 VASTGESTELDE BEELDKWALITEITSPLANNEN De gemeente Noordoostpolder kent voor een aantal gebieden beeldkwaliteitsplannen of een apart welstandsbeleidsplan. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de momenteel vigerende BKP’s en overig welstandsbeleid. De welstandscriteria uit deze BKP’s en welstandsbeleidsplannen maken integraal onderdeel van het welstandsbeleid. Pagina 31 van 39
Welstandscriteria uit BKP’s die nog niet in de lijst zijn opgenomen, zullen in de toekomst ook als onderdeel van deze welstandsnota worden vastgesteld.
2. Excessenregeling Een bestaand bouwwerk1 4 mag niet ‘in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand’ zijn. Dit geldt zowel voor het bouwwerk zelf, als voor het bouwwerk in zijn relatie tot de omgeving. Deze bepaling, opgenomen in artikel 12, lid 1 van de Woningwet, is bedoeld om excessen op het gebied van welstand tegen te gaan. Een exces is een ‘evidente en ook voor nietdeskundigen duidelijk kenbare buitensporigheid van het uiterlijk van een bouwwerk’. De excessenregeling is van toepassing op het volledige grondgebied van de gemeente. Van een exces kan sprake zijn als: het bouwwerk zich afsluit voor zijn omgeving.
Hiervan kan sprake zijn als er aan de openbare ruimte gevels zonder gevelopeningen worden toegepast als dit niet passen bij de functie van het gebouw of de karakteristieken van de omgeving; architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk worden vernietigd of ontkend; er armoedige materialen worden toegepast, zoals multiplex dat eigenlijk voor binnentoepassingen is bestemd; er felle of contrasterende kleuren worden toegepast; een opdringerige reclame is aangebracht; het bouwwerk een grove inbreuk maakt op zijn omgeving (zie ook de gebiedsbeschrijvingen); zeecontainers worden geplaatst in het buitengebied of de dorpskernen, zichtbaar vanuit het openbaar gebied; gebouwen of delen van gebouwen worden geschilderd in een felle en (sterk) contrasterende kleur die niet passend is in de omgeving; een bestaand pand door verwaarlozing of door een calamiteit in verval is geraakt. Procedure Nadat is vastgesteld dat zich ergens een mogelijk excessieve situatie voordoet, vraagt het college van burgemeester en wethouders aan de welstandscommissie of naar haar oordeel, met toepassing van de welstandscriteria voor excessen, inderdaad sprake is van een exces. Wanneer dat het geval is, kan de gemeente via een aanschrijving en daarop volgende bestuursdwang eisen dat aan de buitensporigheid een eind gemaakt wordt.
Overigens is een advies van de welstandscommissie niet verplicht; het college van burgemeester en wethouders kan ook op eigen gezag vaststellen dat een bepaalde situatie ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’. Een advies van de commissie zal echter meestal wel worden gevraagd, omdat dit advies een bijdrage levert aan de onderbouwing van het besluit.
14
Heeft geen betrekking op bouwwerken, waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen van die bouwwerken wordt bepaald dat deze slechts voor een bepaalde periode in stand mogen worden gehouden, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken.
Pagina 32 van 39
3. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies van de welstandscommissie. Daarop zijn de volgende uitzonderingsmogelijkheden: Afwijken op inhoudelijke grond Het college kan afwijken van het welstandsadvies wanneer zij tot het oordeel komt dat de welstandscommissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de commissie naar zijn oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. Afwijken van de welstandscriteria Het college kan, op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, of op advies van de welstandscommissie, afwijken van de in de gemeentelijke welstandsnota opgenomen gebiedsgerichte of objectgerichte welstandscriteria. Het gaat dan om bouwplannen, die weliswaar niet voldoen aan de gebiedsgerichte of objectgerichte welstandscriteria, maar wel een hoogwaardige, moderne en/of innovatieve architectuur kennen en een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Dit is te beoordelen aan de hand van de algemene welstandscriteria. Afwijken om dwingende redenen Het college kan, op basis van artikel 2.10, lid 1d van de Wabo, de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen ondanks strijdigheid van dat plan met redelijke eisen van welstand, wanneer zij van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard.
Motivatie Toepassing van deze uitzonderlingsmogelijkheden wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen gemotiveerd. Bij afwijking van een welstandsadvies wordt de welstandscommissie hiervan op de hoogte gesteld.
Pagina 33 van 39
4. Handhaving Handhaving van regels van welstand is onder te verdelen in vergunningverlening, toezicht en bestuursrechtelijke handhaving. Voordat een omgevingsvergunning wordt verleend voor een bouwplan waarop welstand van toepassing is, is het getoetst aan die regels. Bij afwijkingen is er na overleg in verreweg de meeste gevallen toch een oplossing. Blijft er een afwijking dan moet de vergunning in beginsel worden geweigerd. Alleen in uitzonderingsgevallen kan het gemeentebestuur gemotiveerd besluiten de omgevingsvergunning toch te verlenen. Hoofdstuk 4 (Hardheidsclausule) gaat nader op deze afwijkingsmogelijkheid in. Het bouwtoezicht ziet toe op een correcte uitvoering van de bouw. Bij afwijkingen kan zo nodig een advies van de welstandscommissie worden gevraagd (legalisatieonderzoek). Het college van burgemeester en wethouders beslist daarna over een mogelijk handhavend optreden. Dit kan in de vorm van een waarschuwing, maar kan ook in de vorm van een bestuursrechtelijk handhavingstraject. Kiest het gemeentebestuur voor dat laatste dan wordt de daarvoor geëigende procedure gevolgd. In het uiterste geval resulteert dat in het teniet doen van de overtreding door het (laten) afbreken van het bouwwerk.
Pagina 34 van 39
7. Begrippenlijst achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijke gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;
achterkant (situatie)
bebouwing gelegen in het achtererfgebied met uitzondering van het voordakvlak van het hoofdgebouw;
architectonische eenheid
verschillende bouwwerken die binnen één ontwerp vallen;
basiskwaliteit
architectonische kwaliteit van een gebouw of wijk die niet bijzonder is maar wel acceptabel;
bebouwingskarakteristieken
die vormgevingsaspecten aan een bouwwerk die bepalend zijn voor de aanblik;
beeldkwaliteitplan
document waarin criteria zijn vastgelegd voor de beeld- /belevingskwaliteit, vormgeving van gebouwen en de inrichting van het openbare gebied;
bestemmingsplan
door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn vastgelegd;
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
bouwstijl
architectonische vormgeving van een gebouw;
buitengebied
buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd;
dakhelling
de hoek van het dak;
dakkapel
uitbouw op een hellend dakvlak;
dakopbouw
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert;
dakoverstek
buiten de gevels uitstekend deel van het dak;
dakraam
raam in een hellend dak;
dakschild
driehoekig dakvlak dat ondergeschikt is aan de grote dakvlakken van het gebouw. Meestal aan de achterzijde of zijkant van het dak;
damwand(plaat)
stalen gevel- of dakplaat met een rechthoekige golfstructuur;
druiplijn
onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft. Bijvoorbeeld bij een rieten dak;
dwarskap
kapvorm die dwars op de weg is geplaatst;
dwars op
met een loodrechte hoek op (bijvoorbeeld de weg);
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;
erfafscheiding
visuele afscheiding tussen twee erven;
geleding
wijze waarop de gevel van een gebouw is ingedeeld;
Pagina 35 van 39
geschakelde woning
woning die met een tussenlid (bijvoorbeeld een garage) aan een andere woning is verbonden;
gesmoorde dakpan
donker gekleurde, gebakken dakpan;
haaks
dwars op;
harmoniëren/ harmonieert
zorgvuldig op elkaar afstemmen/is afgestemd;
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
hoofdvorm
belangrijkste volume van een gebouw of samenstelling van gebouwen;
kopgevel
eindgevel bij een woning met zadeldak;
kop-rompboerderij
boerderijtype waarbij de schuur en het woonhuis duidelijk onderscheiden zijn;
korrelgrootte
breedte, diepte en hoogte die typerend is voor bebouwing in een straat of buurt;
langskap
kapvorm die evenwijdig aan de weg is geplaatst;
lint
langgerekte weg met daarlangs bebouwing;
maat (van een gebouw)
afmetingen in lengte, hoogte en breedte van een gebouw;
massa
volume van een gebouw of bouwdeel;
meerzijdige oriëntatie
gerichtheid van het gebouw naar meerdere zijden;
monument
monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988 of een provinciale of gemeentelijke verordening;
nok
horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak;
nokrichting
de richting van de belangrijkste nok van een gebouw;
ontsluiting
de toegang tot een terrein of een gebouw;
openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; oriëntatie
de richting van een gebouw (meestal gelijk aan de nokrichting);
overstek
bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel;
perceel
stuk grond dat als een eenheid herkenbaar is. Vaak een kavel;
potdekselwerk
houten betimmering waarbij planken gedeeltelijk over elkaar geplaatst zijn.
rationele verkaveling
verkaveling met rechte lijnen die meestal haaks op elkaar staan;
reclame
een constructie met een openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
representatief
zorgvuldig met meer aandacht voor de architectuur vormgegeven;
rollaag
horizontale rij, verticaal geplaatste, stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand;
rooilijn
lijn die aan de straatzijde de grens aangeeft waarin gebouwd moet worden. Meestal in bestemmingsplan aangegeven;
schaal (van een gebouw)
de relatieve grootte van een gebouw. Wordt gevormd door de afmetingen of de indeling van de hoofdvorm en gevels;
Pagina 36 van 39
schilddak
dak met vier hellende vlakken waarvan twee trapeziumvormig met een nok en twee driehoekig;
stedenbouwkundige eenheid
verschillende bouwwerken die samen een stedenbouwkundig ontwerp vormen. Het kan daarbij dus gaan om bouwwerken die qua architectuur verschillend zijn;
steekkap
kleine dwarskap op een langskap;
topgevel
gevel met rechte beëindiging door een dakvlak;
verkaveling
de wijze waarop een gebied is ingedeeld in afzonderlijke kavels, erven en weilanden/akkers;
verschijningsvorm
uiterlijk van een gebouw;
voorerfgebied
erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied;
voorkant (situatie)
de meest naar de straat toegekeerde zijde van het gebouw, inclusief de meest naar de straat toegekeerde zijde van bijbehorende bouwwerken. Het gaat hierbij om voorgevel en dakvlak;
voorzijde
zie voorkant
wederopbouw
periode na de Tweede Wereldoorlog tot begin jaren '70;
windveer
plank aan de zijkant van het dakvlak bij een voorgevel;
wolfseind
ondergeschikt dakschild aan de voor- of achterzijde van een boerderij, waarvan de goot dan wel druiplijn beduidend hoger ligt dan die van de andere gevels;
woonomgeving
een gebied dat hoofdzakelijk is ingericht voor woondoeleinden.
zadeldak
dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen;
zijkant
zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw
Pagina 37 van 39
8. Kaarten
Pagina 38 van 39
Colofon
Pagina 39 van 39
Uitgave van:
Gemeente Noordoostpolder
Opgesteld door:
Clusters VTH en Ruimtelijke Ontwikkeling
Foto’s:
Gemeente Noordoostpolder