D11 04 Bijlage 4 bij Nota - Contextanalyse najaar 2023.pdf
Tekst van het document
HVC Contextanalyse najaar 2023
1
Leeswijzer In deze contextanalyse vindt u de recente ontwikkelingen op de gebieden waarop HVC actief is nl (duurzame) energie, afval- en grondstoffen en RWZI’s en zuiveringsslib. In deze versie (najaar 2023) zijn de ontwikkelingen beschreven sinds de contextanalyse najaar 2022 en de update daarvan voorjaar 2023. Via de inhoudsopgave kunt u als lezer eventueel rechtstreeks door naar de voor u relevante hoofstukken en paragrafen. In hoofdstuk 0 ‘Samenvatting’ vindt u een beknopte weergave van de inhoud van de contextanalyse 2023. In hoofdstuk 1 ‘(Duurzame) energie’ vindt u informatie over actuele ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, de ontwikkeling van de duurzame energieproductie in Nederland, de marktontwikkelingen en subsidies. Daarnaast is er aandacht voor de actuele ontwikkelingen op het gebied van warmte, waterstof in relatie tot mobiliteit, netcongestie en leveringszekerheid en de ontwikkeling per duurzame bron. In hoofdstuk 2 ‘Afval- en grondstoffen’ worden een aantal algemene ontwikkelingen internationaal en in Nederland beschreven. Daarnaast is er aandacht voor marktontwikkelingen op het gebied van inzamelen, de samenstelling van het huishoudelijk restafval en de ontwikkelingen op het gebied diftar. Ook worden de ontwikkelingen op het gebied van de belangrijkste deelstromen en (markt-) ontwikkelingen voor secundaire grondstoffen beschreven.
Ten aanzien van AEC’s wordt onder andere ingegaan op de ontwikkelingen met betrekking tot de toekomstige verbrandingscapaciteit, CO2-afvang en stikstofemissies. In hoofdstuk 3 ‘RWZI’s en zuiveringsslib’ wordt onder andere aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van microverontreinigingen, de mogelijke rol van RWZI’s als slimme energiehub, PHA2USE project als één van de drie finalisten voor de verkiezing van de beste overheidsinnovaties van 2023, pilot met elektrisch vervoer bij SNB en ontwikkelingen bij Wetterskip Fryslân.
2
Inhoudsopgave Leeswijzer ................................................................................................................................................ 2 0.
1.
Samenvatting ................................................................................................................................... 6 0.1
(Duurzame) energie ................................................................................................................. 6
0.2
Afval- en grondstoffen............................................................................................................. 8
0.3
RWZI’s en Zuiveringsslib Microverontreinigingen ................................................................ 12
(Duurzame) energie. ...................................................................................................................... 14 1.1
Ontwikkeling beleid en wet- en regelgeving. ........................................................................ 14
1.1.1
EU wetgeving voor meer duurzame energie ................................................................. 14
1.1.2
Wet Collectieve Warmte (WCW)................................................................................... 14
1.1.4
Nationaal Plan Energiesysteem en Programma Energiehoofdstructuur ...................... 15
1.1.5
Porthos mag verder. ...................................................................................................... 16
1.2
Ontwikkeling energie in Nederland ....................................................................................... 16
1.2.1
Productie duurzame energie in Nederland opnieuw gegroeid ..................................... 16
1.2.2
Klimaat- en energieverkenning ..................................................................................... 18
1.2.3
Gasverbruik nam in het eerste halfjaar aanzienlijk af ................................................... 18
1.2.4
Gasproductie Nederland ............................................................................................... 19
1.3
Energiemarkt ......................................................................................................................... 19
1.3.1
Snelle groei dynamische energiecontracten ................................................................. 19
1.3.2
Prijsontwikkeling gas en elektriciteit ............................................................................. 20
1.3.3
CO2-prijs ......................................................................................................................... 21
1.4
Subsidies ................................................................................................................................ 22
1.4.1
Oók Nederlandse projecten ontvangen miljoenensubsidie EU .................................... 22
1.4.2
SDE++ subsidie............................................................................................................... 22
1.4.3
ISDE subsidiepot met 210 miljoen euro verhoogd ........................................................ 23
1.4.4
Subsidie voor investering in warmtenetten ................................................................... 23
1.4.5
Omvang 'fossiele subsidies' jaarlijks 37,5 miljard. ........................................................ 24
1.5
Ontwikkelingen met betrekking tot duurzame warmte........................................................ 25
1.5.1
ACM stelt rendementstoets warmte vast ..................................................................... 25
1.5.2
Financieel rendement warmteleveranciers gedaald ..................................................... 25
1.5.5
Analyse Transitievisies Warmte (TVW’s) ....................................................................... 26
1.5.6
Programma Aardgasvrije Wijken ................................................................................... 27
1.5.7
Warmtenetten op WKK's moeizaam te verduurzamen ................................................ 27
1.5.8
Hybride warmtepomp ................................................................................................... 28
1.5.9
Ontwikkelingen specifieke warmtenetten .................................................................... 28
1.6
Waterstof voor mobiliteit...................................................................................................... 29 3
1.7
1.7.1
Netcongestie.................................................................................................................. 29
1.7.2
Leveringszekerheid ........................................................................................................ 30
1.7.3
Power-to-heat en warmteopslag in relatie tot netcongestie........................................ 30
1.8
2.
Netcongestie en leveringszekerheid ..................................................................................... 29
Ontwikkelingen per duurzame bron ..................................................................................... 31
1.8.1
Zon-pv ............................................................................................................................ 31
1.8.2
Biomassa........................................................................................................................ 32
1.8.3
Aquathermie.................................................................................................................. 33
1.8.4
Wind .............................................................................................................................. 33
1.8.5
Geothermie ................................................................................................................... 34
Afval- en grondstoffen................................................................................................................... 35 2.1
Ontwikkelingen internationaal .............................................................................................. 35
2.1.1
Ierland komt met heffing op afvalverbranding ............................................................. 35
2.1.2
RDF-export vanuit Engeland weer in lift ....................................................................... 35
2.2
Algemene ontwikkelingen Nederland ................................................................................... 35
2.2.1 2.2
Lachgascilinders............................................................................................................. 35
Inzamelen .............................................................................................................................. 36
2.2.1
Marktverdeling inzamelen huishoudelijk afval ............................................................. 36
2.2.2
Elburg en Nunspeet dichter bij toetreding tot Fryslân Miljeu....................................... 36
2.2.3
5 jaar inzameling bedrijfsafval met ‘white label’. ......................................................... 37
2.3
Samenstelling huishoudelijk restafval ................................................................................... 37
2.4
Diftar/recycletarief. ............................................................................................................... 38
2.4.1
Toename tariefdifferentiatie op afvalaanbod zet door................................................. 38
2.4.2
Waardlanden stapt over op diftar ................................................................................. 40
2.5
Ontwikkelingen per deelstroom ............................................................................................ 40
2.5.1
plastic-, metaal- en drankverpakkingen (pmd) ............................................................. 40
2.5.2
Textiel ............................................................................................................................ 42
2.5.3
UPV luiers ...................................................................................................................... 43
2.5.4
Oud papier en karton. ................................................................................................... 43
2.5.5
Gescheiden inzamelen van gft: alles uit de kast ........................................................... 44
2.5.6
AEEA .............................................................................................................................. 45
2.5.7
Batterijen ....................................................................................................................... 46
2.6
(Secundaire) grondstoffen..................................................................................................... 46
2.6.1
CO2 als grondstof ........................................................................................................... 46
2.6.2
Chemische recycling ...................................................................................................... 47
2.6.3
Martkontwikkelingen secundaire grondstoffen. ........................................................... 47 4
2.7
2.7.1
Toekomstige verbrandingscapaciteit ............................................................................ 49
2.7.2
CO2-afvang ..................................................................................................................... 50
2.7.3
Stikstofemissies ............................................................................................................. 51
2.8
3.
Afvalverbranding, algemeen ................................................................................................. 49
Ontwikkelingen per bedrijf .................................................................................................... 51
2.8.1
AEB................................................................................................................................. 51
2.8.2
Attero............................................................................................................................. 52
2.8.3
AVR ................................................................................................................................ 53
RWZI’s en Zuiveringsslib ................................................................................................................ 55 3.1
Microverontreinigingen......................................................................................................... 55
3.1.1
Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater .............................. 55
3.1.2
Bouw ozoninstallatie op rioolwaterzuivering Hapert.................................................... 55
3.2
rwzi’s als slimme energiehubs ............................................................................................... 55
3.3
PHA2USE op shortlist beste overheidsinnovatie van 2023 ................................................... 55
3.4
SNB doet pilot met elektrisch transport van slib................................................................... 56
3.5
Wetterskip Fryslân................................................................................................................. 57
5
0. Samenvatting 0.1
(Duurzame) energie
Algemeen Het Europese Parlement heeft de doelstelling voor 2030 met betrekking tot de inzet van duurzame energie fors verhoogd nl. van 32% naar 42,5%. Om de uitrol van warmtenetten als onderdeel van de Nederlandse energietransitie te bespoedigen, streeft demissionair minister Jetten er naar om de Wet Collectieve Warmte eind 2013 rond te hebben. Het kabinet heeft een concept van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) gepresenteerd met daarin de visie van het kabinet voor het energiesysteem tot 2050. Het eveneens gepubliceerde ontwerp Programma Energiehoofdstructuur geeft een eerste beeld van de energiehoofdstructuur die nodig is voor het energiesysteem van de toekomst en de sturingsinstrumenten om hier te komen. De ondergrondse opslag van CO2 is belangrijk voor het realiseren van de Nederlandse klimaatdoelen voor 2030. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft n.a.v. bezwaar van Natuurorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) geoordeeld dat is voldaan aan de wettelijke eisen en dat er sprake is van een tijdelijke en van omvang beperkte stikstofuitstoot waardoor het Porthos-project kan worden gerealiseerd. Ontwikkelingen Nederland In 2022 was 15,0% van het totale energieverbruik in Nederland afkomstig van duurzame bronnen, met name biomassa, wind en zon.
Het aardgasverbruik onder huishoudens en bedrijven is in de eerste zes maanden van dit jaar ten opzichte van dezelfde periode in 2022 met 10% gedaald. Uit de verkenningen in de jaarlijkse Klimaat- en energieverkenning (KEV) blijkt dat Nederland voor het eerst op pad ligt om de doelstelling van 55% reductie van broeikasgasemissies, ten opzichte van 1990, te gaan halen. Energiemarkt Na de enorme pieken in 2022 vertoont de prijsontwikkeling van zowel elektriciteit als gas een ’min of meer’ stabiel karakter met de ‘gebruikelijke’ schommelingen. Wel ligt de gemiddelde prijs op een aanzienlijk hoger niveau dan in de jaren vóór 2022. Ook de CO 2-prijs is na de pieken en dalen in 2022 min of meer gestabiliseerd op een bedrag van ca. € 90 per ton. Het demissionaire kabinet heeft per 2024 de minimum CO₂-prijs verhoogd, van € 18 per ton naar € 51,70 in 2024 en van € 31,90 naar € 71,10 in 2030. Subsidies Vier Nederlandse projecten, onder andere gericht op productie en inzet van waterstof, ontvangen een investering afkomstig uit het Europese Innovatiefonds, een fonds onder andere gericht op het ontwikkelen innovatieve technologieën voor schone energie in Europa. De Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++) is voor Nederland een belangrijke subsidieregeling om de reductiedoelstellingen met betrekking tot de CO2 -uitstoot te realiseren.
In de najaarsronde 2023 is 8 miljard euro aan budget beschikbaar. Het budget voor de ISDE, de subsidieregeling voor isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers en aansluitingen op een warmtenet, is in verband met het grote aantal aanvragen dit jaar tussentijds met 210 miljoen euro verhoogd. De Warmtenetten Investeringssubsidie (Wis) vergoedt het deel van de investering dat zich niet terugverdient (de ‘onrendabele top’). Het totale budget van deze regeling is 150 miljoen euro. De subsidie moet warmtebedrijven stimuleren om versneld te investeren in de aanleg van die warmtenetten. De omvang van 'fossiele subsidies' - belastingvoordelen voor (grote) bedrijven - blijkt jaarlijks ca. 37,5 miljard euro te bedragen. Het demissionaire kabinet kijkt naar de mogelijkheden om deze belastingvoordelen te beperken en heeft daartoe de eerste concrete besluiten genomen. 6
Ontwikkelingen warmte De Autoriteit Consument & Markt heeft de regels voor de rendementstoets warmte vastgesteld. Met de rendementstoets gaat de ACM de komende jaren controleren of het rendement dat een warmteleverancier behaalt, niet onredelijk rendement is. Uit de door ACM opgestelde Rendementsmonitoring warmteleveranciers 2021 – 2022 blijkt dat het gemiddelde financiële rendement van warmteleveranciers is gedaald van 5% in 2021 naar ca. 2,7% in 2022. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de hoge energieprijzen en een daling in het verbruik. De Nederlandse gemeenten hebben Transitievisies Warmte (TVW’s) opgesteld. PBL heeft deze TVW’s geanalyseerd op drie aspecten: welke plannen voor de verduurzaming van gebouwen bevatten de TVW’s, welke voorwaarden en obstakels hebben gemeenten daarbij aangetekend, en welke mogelijke effecten kunnen deze plannen teweegbrengen in het licht van de nationale doelstellingen voor verduurzaming van de gebouwde omgeving, Het totaal aan plannen telt op tot 1.779.000 nieuwe warmtenetaansluitingen, 673.000 elektrische warmtepompen, 537.000 hybride warmtepompen en 3.148.000 woningequivalenten waarvoor meerdere opties worden opengehouden. Van al deze plannen is maar een zeer beperkt deel al klaar voor de uitvoering. De meeste plannen zijn nog in een voorbereidende of onderzoekende fase.
De nieuwe warmtewet gaat eisen stellen aan de CO2-uitstoot per GJ. Deze eisen zijn lastig te realiseren voor warmtenetten die worden gevoed door aardgasgestookte WKK’s. De eerder aangekondigde verplichting dat vanaf 2026 iedereen aan de hybride warmtepomp moet als de cvketel wordt vervangen, wordt afgezwakt. Door de sterk gestegen energieprijzen en het verminderde energie gebruik door onder andere aanvullende isolatie en zuiniger stoken, is de investering in een hybride warmtepomp niet binnen zeven jaar terug te verdienen. Stadsverwarming Purmerend heeft een extra lening nodig van 15 miljoen euro onder andere i.v.m. extra kosten door lekkages en investeringen voor de uitbreiding van het warmtenet. Voor het realiseren van een warmtenet in het stedelijk gebied van Twente, hebben Cogas en Twence een subsidie vanuit de Wis-regeling van 17 miljoen euro ontvangen. Met deze bijdrage kunnen 2.800 huishoudens in de Hengelose wijk De Nijverheid aardgasvrij verwarmd worden. De gemeente Amsterdam gaat zelf een publiek warmtenetwerkbedrijf oprichten om nieuwe warmtenetten aan te leggen. De strategie en het proces hiervoor moeten in 2024 verder uitgewerkt worden. Waterstof voor mobiliteit Het kabinet stelt 125 miljoen euro beschikbaar voor het realiseren veertig nieuwe waterstoftankstations en de aanschaf van duizenden nieuwe waterstofvoertuigen.
Vanaf maart 2024 kunnen ondernemers subsidie aanvragen. Deze ontwikkeling past binnen Europese doelstellingen waarin is vastgelegd er in 2030 langs alle Europese hoofdsnelwegen om de 150 kilometer waterstoftankstations te vinden zijn. Voor Nederland moeten dat er minimaal dertig zijn, verspreid over het hele land. Netcongestie en leveringszekerheid Het is voor de netbeheerders een enorme opgave, ook in financiële zin, om de capaciteitstekorten van het elektriciteitsnet op te lossen. De netbeheerders zoeken daarom naar aanvullende financiering bijvoorbeeld via kapitaalinjecties door bestaande of nieuwe aandeelhouders. Via een aandeelhouderschap zorgt het Rijk voor een kapitaalinjectie van 500 miljoen euro in Stedin. Grootschalige toepassing van batterijsystemen zijn volgens Tennet in de toekomst noodzakelijk om de leveringszekerheid op peil te houden. Omzet in warmte en warmteopslag kan in de toekomst en rol spelen om vraag en aanbod op het elektriciteitsnet beter op elkaar af te stemmen.
7
Zon-pv Het grootste deel van de zonnepanelen die in Nederland worden geïmporteerd, zijn afkomstig China. Door een overcapaciteit in de productiecapaciteit, dreigen Europese fabrikanten failliet te gaan waardoor het Europese doel om 30 GW aan productiecapaciteit terug te halen naar Europa in gevaar komt. Het Arnhemse bedrijf HyET Solar heeft 29 miljoen euro opgehaald bij investeerders waarmee de productie van een licht, oprolbaar zonnefolie een stap dichterbij is gekomen. De recordproductie van zonnestroom leidt bij de huidige salderingsregeling tot extra kosten. Deze kosten worden door diverse energiebedrijven nu op één of nadere manier teruggelegd bij de consumenten met zonnepanelen. De Eerste Kamer moet nog instemmen met het voorstel voor geleidelijke afbouw van de salderingsregeling. Biomassa De Raad van State heeft bepaald dat voor de biomassacentrale Diemen een milieueffectrapport opgesteld had moeten worden. Vanwege het ontbreken hiervan is de eerder afgegeven omgevingsvergunning vernietigd. Naar aanleiding van deze uitspraak zet Vattenfall de bouw van de biomassa-centrale bij Diemen voorlopig stil en zoekt het concern naar alternatieven voor deze centrale. Aquathermie Netwerk Aquathermie, STOWA en Warmte uit Water hebben een nieuwe online handreiking aquathermie gelanceerd.
Hiermee willen ze de beschikbare tools en kennis voor iedereen die met aquathermie aan de slag wil, makkelijk toegankelijk maken. Wind Mede i.v.m. de forse ambities van de diverse Europese landen met betrekking tot de realisatie van wind op zee, vreest de Europese Rekenkamer dat de uitbreiding van hernieuwbare offshore-energie in Europa schade zal toebrengen aan het zeemilieu, zowel onder als boven de zeespiegel. Naar de mening van de Rekenkamer moeten lidstaten meer samenwerken om zo de impact op ruimte en ecologie te beperken. Ook zou de ecologische impact van duurzame energieprojecten op zee vooraf in ogenschouw genomen moeten worden. Alhoewel in 2020 niet aan de nationale doelstelling 6.000 MW operationeel vermogen wind op land was voldaan, blijkt uit de Monitor Wind op Land 2022 dat ondertussen aan de originele doelstelling en de aanvullende afspraken is voldaan. Eind 2022 was in Nederland 6.045 MW opgesteld vermogen wind op land operationeel terwijl het totaal van projecten waarvan de bouw is gestart, dan wel in voorbereiding is, 1.063 MW bedraagt. Geothermie De totale warmteproductie uit geothermie is in 2022 ten opzichte van 2021 met 6% gestegen tot 6,4 PJ. Met deze productie is in totaal 193 miljoen m3 aardgas bespaard waardoor de emissie van 365.000 ton CO2 is vermeden.
0.2
Afval- en grondstoffen
Internationaal. De Ierse regering heeft per 1 september 2023 een heffing op het verbranden van afval van € 10 per ton geïntroduceerd en de heffing op het storten van afval met € 10 verhoogd naar € 85 per ton. In de periode van januari tot en met juni 2023 is de hoeveelheid RDF die vanuit Engeland is geëxporteerd, met 7% gestegen ten opzichte van dezelfde periode van vorig jaar. Zweden en Nederland zijn de belangrijkste importeurs van afval uit Verenigd Koninkrijk. De hoeveelheid gestort gemeentelijk afval 8
in het VK is in 2021 gestegen tot 20,8 Mton. Dit is een stijging van 1,9 Mton ten opzichte van de hoeveelheid (18,9 Mton) in 2020. Lachgascilinders Sinds begin dit jaar valt lachgas onder de Opiumwet en hierdoor is het gebruik en het afdanken verboden en is het statiegeldsysteem op de cilinders vervallen. Sindsdien is het aantal lachgascilinders in het rest- en zwerfafval enorm toegenomen. Bij inzamelvoertuigen maar met name bij AEC’s heeft de aanwezigheid van deze cilinders geleid tot veel explosies en daardoor veel schade. Overleg met het Rijk heeft nog geen oplossing opgeleverd zodat AEC’s zelf diverse maatregelen hebben getroffen om te voorkomen dat deze cilinders in de installaties terecht komen. Inzameling De trend waarbij in toenemende mate de inzameling van huishoudelijk afval door publiek bedrijven wordt, zet door. Deze toename gaat ten koste van het aandeel privaat (incl. PPS). Verschillende Noord-Veluwse gemeenten zitten nu in het besluitvormingsproces om de afvalinzameling per 2026 onder te brengen bij Fryslân Miljeu in plaats van de huidige inzamelaar Aconov (een samenwerking tussen Remondis en Van Werven). Het concept van het inzamelen van bedrijfsafval door verschillende bedrijven onder één vlag, onder de naam Green Collective, is na de introductie 5 jaar geleden, nu actief in ca. in 25 gemeenten.
De mogelijkheid om via een dergelijk white label inzameling ook bijvoorbeeld oud papier en karton in te zamelen, wordt onderzocht. Samenstelling huishoudelijk restafval. Veranderingen in de gescheiden inzameling hebben invloed op de samenstelling van het restafval. Ondanks de gescheiden inzameling van deze stromen, bestaat Nederlands huishoudelijk restafval bestond in 2021 nog voor 34% uit gft-afval, 20% papier/karton en 13% kunststoffen. Diftar/recycletarief. Het aantal gemeenten met tariefdifferentiatie op het afvalaanbod (diftar) is in 2022 verder gestegen naar 54% (ten opzichte van 50% in 2021). De meeste gemeenten met diftar hebben een ‘volume en frequentie’ systeem ingevoerd. De afvalbeheerkosten zijn in gemeenten met diftar gemiddeld lager dan in de overige gemeenten. Nadat de beschikbaarheid van materialen en menskracht leidde tot uitstel van invoering, gaan diverse Waardlanden-gemeenten per 1 januari 2024 over op het recycletarief. plastic-, metaal- en drankverpakkingen (pmd) Drankenkartons bestaan naast papier voor ongeveer 25% uit PolyAl, de lagen polymeren en aluminium die worden gebruikt als barrière tegen zuurstof en vocht. Tetra Pak en Recon Polymers investeren 1 miljoen euro in de recyclinginrichting voor polyethyleen en aluminium uit drankenkartons waarmee de recyclingcapaciteit toeneemt tot minstens 8.000 ton per jaar.
Bij een vervuiling van meer dan 15% stoorstoffen in ingezameld plastic, metaal en drankkartons (PMD-afval), wordt de betreffende vracht afgekeurd en alsnog afgevoerd naar de afvalverbranding. Omdat afkeurpercentages in sommige (delen van) gemeenten hoog zijn, zijn hierover onlangs kamervragen gesteld. Alhoewel het invoeren van een statiegeldsystem voor klein flesjes en blik wel heeft geleid tot een afname daarvan in het zwerfafval, worden de inzameldoelstellingen bij lange na nog niet gehaald. Demissionair staatssecretaris Vivianne Heijnen van Milieu heeft daarom van het Afvalfonds Verpakkingen, dat hier verantwoordelijk voor is, maatregelen om het statiegeldsysteem te verbeteren bijvoorbeeld door meer inleverpunten te realiseren.
9
Textiel Stichting UPV Textiel heeft 527 kleding- en textielbedrijven bijeen gebracht, die via een gezamenlijke aanpak willen voldoen aan nieuwe wetgeving voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De stichting UPV Textiel gaat in overleg met publieke afvalbedrijven (NVRD), gemeenten (VNG), kringloopbedrijven (BKN) en textielverwerkers (VHT) de route bepalen richting een raamovereenkomst met Stichting UPV Textiel. Stichting UPV Textiel sprak de intentie uit gebruik te willen van de huidige inzamelstructuur voor textiel. Het Nederlandse kledingmerk New Optimist is geen deelnemer aan de Stichting UPV Textiel en wil via een statiegeldsysteem garanderen dat ingeleverde kleding wordt gerecycled en een tweede leven krijgt. Aan dit systeem kunnen ook andere modemerken deelnemen. UPV luiers In het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) is de luier-UPV officieel aangekondigd. Deze zal gelden vanaf 2026. Er is op dit moment onvoldoende recyclingcapaciteit voor de doelstelling van 12,5% recycling van het op de markt gebrachte volume. De recyclingcapaciteit zal dus moeten worden gebouwd in de komende jaren. Er zijn vergevorderde plannen voor het bijbouwen van recyclingcapaciteit, zodat naar verwachting de capaciteit rond 2025 voldoende is voor 12,5%. Om deze recycledoelstelling te realiseren is een inzameldoelstelling van minimaal 30% noodzakelijk.
Oud papier en karton In 2022 is er zowel minder huishoudelijk oud papier en karton (opk) als bedrijfsmatig opk ingezameld ten opzichte van 2021. De trendmatige daling van de hoeveelheid gescheiden ingezameld opk wordt waarschijnlijk (mede) veroorzaakt door een daling van het aantal abonnementen op papieren kranten en tijdschriften. Deze ontwikkeling in Nederland is in lijn met de Europese ontwikkelingen waar de inzameling van opk in 2022 met 5% is gedaald ten opzichte van 2021. gft Op grond van de aangepaste Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen, die per 1 januari 2024 in werking treedt, moet iedere inwoner vanaf die datum de gelegenheid hebben om gft gescheiden aan te bieden. Alhoewel Nederland al een langjarige traditie heeft voor het gescheiden inzamelen van gft, zal ook Nederland naar verwachting op deze datum nog niet aan deze Europese verplichting voldoen waarbij met name grote, sterk verstedelijkte gemeenten nog forse stappen moeten zetten om tot een dekkend systeem te komen. Extra inspanningen zowel aan de voorkant (via bijvoorbeeld de wel/niet-lijst voor gft-afval) als bij de gft -verwerkers zorgen voor een geleidelijke verbetering van zowel de kwaliteit van het ingezameld gft als de kwaliteit van de geproduceerde compost. Evengoed bevat nog steeds ca. 25% van alle gft vrachten meer dan 5% vervuiling. AEEA De EU-Richtlijn AEEA wordt op dit moment herzien.
In het kader van deze herziening pleit de Fead, de Europese brancheorganisatie van afvalbedrijven, onder andere voor meer nadruk op het verminderen van de AEEA-stroom door repareerbaarheid en recyclebaarheid te promoten. Fead is kritisch op de ‘universele’ inzameldoelstelling van 65% onder andere omdat sommige apparaten een veel langere levensduur hebben. Fead stelt ook voor om voor batterijen en apparaten met batterijen een statiegeldsysteem te realiseren om het correct weggooien te stimuleren. In Nederland is in 2022 de hoeveelheid ingezamelde elektrische en elektronische apparaten met 2% gestegen. Alhoewel er sprake is van een toename van de hoeveelheid ingezameld AEEA, worden de doelstellingen op basis van de hoeveelheid op de markt gebrachte AEEA, niet gerealiseerd. De 10
Stichting Open, in Nederland verantwoordelijk voor de invulling van de wettelijke producentenverantwoordelijkheid, is van mening dat de doelstelling op basis van de hoeveelheid op de markt gebrachte AEEA niet reëel is onder andere omdat veel producten veel langer mee gaan dan de 3 jaar waarop de doelstelling is gebaseerd. Ook doet dit geen recht aan de wens om te komen tot meer reparatie i.p.v. afdanken. Batterijen Voor het tweede jaar op rij is het aantal ingezamelde batterijen gedaald. Het inzamelpercentage daalde in 2022 ook verder, naar 41,1%. De wettelijke doelstelling is 45%. Volgens Stibat wordt dit lage inzamelpercentage vooral veroorzaakt wordt door de lithiumbatterijen die veel langer mee gaan dan de 3 jaar waarop inzamelpercentages zijn bepaald. CO2 als grondstof Er zijn wereldwijd veel projecten in ontwikkeling waarbij CO2 als grondstof wordt ingezet. Het gaat daarbij onder andere om de productie van methanol, de mineralisatie van CO2 tot een eindproduct dat kan worden gebruikt als zand- of grindvervanger en ook gedeeltelijk cement kan vervangen en een pilot-fabriek om CO2 afkomstig van de chemische industrie wordt omgezet naar een vloeistof voor batterijen. Martkontwikkelingen secundaire grondstoffen. Evenals bij de energiemarkten is er bij de markt voor (secundaire) grondstoffen sprake van een aanzienlijke dynamiek.
Na een stevige stijging van de papierprijs in de voorgaande jaren heeft er in de tweede helft van 2022 een forse correctie naar beneden plaats gevonden en is er nu sprake van een min of meer stabiel beeld. Ook voor ferro en non-ferro geldt dat dat er sprake is van een neerwaartse correctie ten opzichte van de zeer hoge prijsniveaus in 2022. Toekomstige verbrandingscapaciteit Naar aanleiding van een motie zijn gesprekken opgestart tussen het ministerie en de sector (Vereniging Afvalbedrijven) om te komen tot een realistisch scenario voor de afbouw van de Nederlandse verbrandingscapaciteit. Deze gesprekken zijn beëindigd zonder dat ze tot een overeenkomst hebben geleid. Voor maatwerkafspraken met afvalverbrandingsinstallaties zijn middelen gereserveerd binnen het Klimaatfonds. Deze middelen zijn bedoeld om de installaties te verduurzamen maar worden niet ingezet om verbrandingscapaciteit ‘uit te kopen’ CO2-afvang Vrijwel alle AEC’s in Nederland hebben plannen om grootschalig CO 2 af te vangen. Er zijn 3 CO2 afvanginstallaties operationeel (1 grootschalig, 2 kleinschalig (waaronder HVC), 1 grootschalige installatie in realisatiefase en 6 grootschalige installaties (waaronder HVC) zijn in voorbereiding. Stikstofemissies 4 AEC’s (AEB, HVC, ARN en AVR Duiven) zijn aangewezen als piekbelasters met betrekking tot stikstof-uitstoot.
Het Rijk gaat via maatwerk de aanpak per bedrijf vormgeven, bij HVC mogelijk in 2024. Ontwikkelingen per bedrijf AEB AEB verwerkt wekelijks 900 ton huishoudelijk afval van Rome. Een AEC die de verwerkingsproblemen in de regio Rome oplost, is naar verwachting in 2026 bedrijfsklaar. De overname van AEB door AVR is door de ACM verboden omdat de prijzen voor verwerking van huishoudelijk afval en licht gevaarlijk te zeer zouden stijgen.
11
Attero Private equitybedrijf Ardian wil wil 100% van de aandelen in Attero overnemen. Ardian betaald hiervoor naar verwachting ca. 860 miljoen euro. De bedrijven hopen de overname in het laatste kwartaal van 2023 af te ronden. Attero heeft de huidige vergister in Venlo stilgezet en start met bouw van een nieuwe installatie, die in 2025 in productie moet gaan. In de nieuwe installatie wordt onder andere het biogas omgezet in groen gas en wordt de verwerkingscapaciteit uitgebreid van 150 kton naar 185 kton per jaar. Attero heeft de Limburgse aanbesteding voor onder andere het verwerken van 142,5 kton huishoudelijk restafval en 118 kton gft gewonnen. AVR Een grote brand bij AVR kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de afvalverwerking in Nederland. Huishoudelijk restafval dat niet verwerkt kan worden, wordt tijdelijk gestort. De warmtelevering van restwarmte door AVR aan de warmtenetten Eneco en Vattenfall in Hoogvliet en Rotterdam-Zuid warmtelevering wordt tijdelijk overgenomen door restwarmtelevering van elektriciteitsbedrijf Uniper. AVR heeft diverse procedures aangespannen waarin ze m.n. de rechtmatigheid van inbesteding betwist. In alle tot nu toe doorlopen procedures is AVR op dit punt in het ongelijk gesteld.
0.3 RWZI’s en Zuiveringsslib Microverontreinigingen In het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater zijn vier jaar lang veelbelovende (combinaties van) verwijderingstechnieken onderzocht voor medicijnresten en andere microverontreinigingen. De eerste resultaten worden in het najaar van 2023 via webinars gedeeld. In september 2023 is de bouw van een ozoninstallatie op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van Hapert gestart waarmee minimaal 70% van de medicijnresten uit het afvalwater worden verwijderd. rwzi’s als slimme energiehubs STOWA heeft een serie rapporten laten verschijnen over de mogelijkheden om rioolwaterzuiveringen te gebruiken als smart energy hub. De rwzi is een relatief grote energieverbruiker met een relatief continu gebruikspatroon en tal van mogelijkheden voor energieconversie en flexibiliteit. Met deze maatregelen kan het net ontlast worden en kan een rwzi een gunstige bijdrage leveren aan de vorming van een smart energie-hub. PHA2USE op shortlist beste overheidsinnovatie van 2023 Het PHA2USE project is één van de drie finalisten voor de verkiezing van de beste overheidsinnovaties van 2023. De test startte in het najaar 2021 op het terrein van HVC en eind juli werd bekend dat de proef met een jaar wordt verlengd.
SNB doet pilot met elektrisch transport van slib SNB heeft een volledig elektrische vrachtwagen voor het transport van zuiveringsslib besteld om daarmee praktijkervaring op te doen. De proef moet uitwijzen of het mogelijk is om het slibtransport op termijn volledig elektrisch uit te voeren en zo de slibverwerking structureel verder te verduurzamen. De beperkte beschikbaarheid van snelladers is in deze fase nog mede bepalend voor de inzetbaarheid. Wetterskip Fryslân Het huidige contract van Wetterskip Fryslân met SNB in Moerdijk loopt in 2026 af. Wetterskip Fryslân wil het ontwaterde zuiveringsslib uit Fryslân ook na 2026 door een extern bedrijf laten verwerken. Het zuiveringsslib afkomstig van de 27 Friese RWZI’s wordt centraal ontwaterd in een 12
slibontwateringsinstallatie (SOI) in Heerenveen. De bouw van een nieuwe slibontwateringsinstallatie in Heerenveen is gestart.
13
1. (Duurzame) energie. 1.1
Ontwikkeling beleid en wet- en regelgeving.
1.1.1 EU wetgeving voor meer duurzame energie Het Europees Parlement (EP) heeft in september 2023 ingestemd met een voorstel om het gebruik van hernieuwbare energie te bevorderen. Via een herziening van de richtlijn hernieuwbare energie (RED) wordt het aandeel hernieuwbare energie in het eindenergieverbruik van de EU opgevoerd tot 42,5%. Deze doelstelling moet uiterlijk in 2030 worden bereikt. De EU-landen moeten streven naar een aandeel van 45%. Dit doel van 42,5% is een forse verhoging ten opzichte van het huidige 2030doel van 32%. Het realiseren van dit doel zal gelet op het huidige aandeel (fig. 1), voor de meeste Europese landen nog forse inspanningen vragen.
Figuur 1. Percentage hernieuwbare energie per land in bruto energetisch eindverbruik (2021)
1.1.2 Wet Collectieve Warmte (WCW) De Wet Collectieve Warmte (WCW) vervangt de huidige Warmtewet. Het doel van de nieuwe wet is om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken en zo de energietransitie te bevorderen. De ACM hoopt dat het wetgevingsproces zo snel mogelijk doorlopen wordt, zodat de nieuwe wet er snel komt. Hier zijn zowel warmtebedrijven en investeerders als verbruikers van warmte bij gebaat. De investeringsbereidheid van warmtebedrijven, publieke partijen en private investeerders valt of staat met het zo snel mogelijk verschaffen van duidelijkheid over nieuwe regels 14
die voor hen gaan gelden. Demissionair klimaatminister Rob Jetten liet dit voorjaar weten de Wet Collectieve Warmte vóór het einde van het jaar rond te willen hebben, zodat er snel meer huishoudens op warmtenetten kunnen worden aangesloten.
1.1.4 Nationaal Plan Energiesysteem en Programma Energiehoofdstructuur Minister Jetten heeft het Nationaal Plan Energiesysteem en Programma Energiehoofdstructuur gepresenteerd. De komst van het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) werd al aangekondigd in het Klimaatakkoord. Door via het PEH tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur wil het kabinet de schaarse ruimte in Nederland optimaal benutten. ‘Het ontwerp-PEH geeft een eerste beeld van de energiehoofdstructuur die nodig is voor het energiesysteem van de toekomst en de sturingsinstrumenten om hier te komen. In het PEH onderschrijft het kabinet dat een systeem met duurzame energie meer ruimte vraagt dan een fossiel systeem. Met het PEH heeft het kabinet daarom ook concreet in kaart gebracht hoeveel ruimte er nodig is voor het toekomstige energiesysteem, waar specifieke onderdelen zoals elektrolysers en batterijen zouden kunnen, en hoe dit slim in te delen is. De meest efficiënte vorm van ruimtegebruik is hergebruik van ruimte die al gebruikt is voor het fossiele-energiesysteem. Zo wil het kabinet voor het transport van waterstof een groot deel van de bestaande gasleidingen gebruiken in de gereserveerde buisleidingenstroken. De 21 plekken die nu zijn aangewezen voor energiecentrales, inclusief eerder gesloten kolencentrales, blijven bestemd voor duurzame-energiecentrales.
Omdat er in de toekomst veel meer elektriciteit geproduceerd en gebruikt zal worden, is ook al in kaart gebracht waar in de toekomst meer hoogspanningslijnen en hoogspanningsstations nodig zullen zijn. Het kabinet heeft met het ontwerp van het PEH gelijktijdig ook het concept van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) gepresenteerd: een conceptvisie van het kabinet voor het energiesysteem tot 2050. Het NPE beschrijft de langetermijnvisie op het energiesysteem in 2050 en ziet toe op een meer gecoördineerde ontwikkeling van de energietransitie, waarbij de verschillende schakels in het energiesysteem zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd. Het NPE beschrijft richtpunten en routes voor de ontwikkeling van het energiesysteem, inclusief onzekerheden en afwegingen. Het doel is om de transitie in goede banen te leiden via ontwerpprincipes, uitgangspunten en beleidskeuzes, met oog voor de maatschappelijk gewenste ontwikkeling van het energiesysteem. Het PEH richt zich op de benodigde ruimte voor de nationale onderdelen van het energiesysteem vanuit verschillende scenario’s. In het PEH is rekening gehouden met het NPE in de opgenomen ontwikkelrichtingen. Met het NPE, het bijbehorende uitvoeringsprogramma en de actualisaties die de komende jaren volgen, worden steeds meer concrete keuzes gemaakt over wenselijke ontwikkelingen binnen scenario’s.
Daarop zal het PEH ook weer worden aangescherpt. Vervolg Voor de conceptplannen is onder meer gebruikgemaakt van de input uit gesprekken met experts en belanghebbenden, het Expertteam Energiesysteem 2050 en deelnemers van de Energieraadpleging. Op basis van deze conceptversies gaat het kabinet de komende tijd in gesprek met allerlei belanghebbenden en geïnteresseerden. De plannen worden daarmee aangescherpt en verder aangevuld om eind 2023 definitief vast te stellen. Het kabinet heeft het Planbureau voor de Leefomgeving gevraagd om een reflectie te geven op het NPE. Het NPE werkt als overkoepelende strategie voor toekomstig beleid, wordt iedere 5 jaar
15
geactualiseerd en wordt opgenomen in de nieuwe Energiewet. Het PEH wordt iedere 4 jaar geactualiseerd.
1.1.5 Porthos mag verder. Porthos is belangrijk voor het realiseren van de Nederlandse klimaatdoelen voor 2030. De opslag van CO2 in lege gasvelden onder de Noordzee brengt de CO2-uitstoot terug met 2,5 Mton per jaar. CO2 afkomstig van industrie uit het Rotterdamse havengebied wordt afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Hiervoor wordt een CO2-transportleiding aangelegd vanuit het havengebied naar de Noordzee. Ook wordt een compressorstation gebouwd aan de Aziëweg in Rotterdam en wordt het gasproductieplatform P18-A in de Noordzee omgezet in een platform voor de opslag van CO2. Natuurorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) spande in november 2021 een zaak aan tegen het gebruik van de bouwvrijstelling door Porthos. In november 2022 oordeelde de Raad van State dat de bouwvrijstelling geheel vervalt omdat deze in strijd is met het Europese natuurbeschermingsrecht. Porthos kreeg een herstelmogelijkheid in de vorm van een ecologische beoordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak stond in deze zaak voor de vraag of de beoordeling van de stikstofgevolgen van het Porthos-project de toets der kritiek kan doorstaan. Dat is het geval. Het project leidt wel tot een tijdelijke en beperkte toename van de stikstofuitstoot op delen van de omliggende Natura 2000-gebieden, die varieert tussen 0,01 mol en 0,57 mol stikstof per hectare per jaar.
Maar de ministers hebben op basis van objectieve gegevens aangetoond dat in dit geval is uitgesloten dat deze natuurgebieden daarvan “significante gevolgen” ondervinden. De beoordeling van de stikstofgevolgen is bovendien op basis van de juiste uitgangspunten en met “de vereiste diepgravendheid” verricht. Er is dus voldaan aan de eisen van het natuurbeschermingsrecht. De vrees van MOB dat hiermee een drempelwaarde zou ontstaan voor toekomstige projecten, is niet terecht. De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukt in de uitspraak dat voor elk plan of project een ecologische analyse van de gevolgen moet worden gemaakt. Daarbij wordt gekeken naar de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het Natura 2000-gebied. Ook bij een tijdelijke en beperkte toename, zoals in dit geval.
1.2
Ontwikkeling energie in Nederland
1.2.1 Productie duurzame energie in Nederland opnieuw gegroeid Het aandeel hernieuwbare energie was 15,0% van het totale energieverbruik in 2022 (fig. 2). In 2021 was dit 13,0%. De meeste hernieuwbare energie in 2022 komt uit biomassa, 40% (fig. 3). 28% van de hernieuwbare energie is afkomstig uit windenergie en 22% uit zonne-energie. Buitenluchtwarmte en bodemenergie, meestal benut met een warmtepomp, droegen samen 7% bij. Waterkracht en aardwarmte droegen gezamenlijk 3% bij.
16
Figuur 2. Ontwikkeling aandeel hernieuwbare energie in bruto energetisch eindverbruik van energie.
Figuur 3. Ontwikkeling duurzame energie in Nederland per bron. In 2022 is 47 miljard kWh elektriciteit geproduceerd uit windenergie, waterkracht, zonne-energie en biomassa. Dat is 40% van het totale elektriciteitsverbruik. In 2021 was dit aandeel 33%. De productie 17
van elektriciteit uit zon nam met 46% toe. Dit is de grootste relatieve stijging voor 2022, maar ook in absolute zin is de elektriciteitsproductie uit zon het hardst gegroeid met ruim 5 miljard kWh. De productie van windmolens (gecorrigeerd voor de hoeveelheid wind) nam in 2022 met 13% toe; de groei van de capaciteit van het windmolenpark in Nederland was 14%. Voor de elektriciteitsproductie uit biomassa is een daling van 19% te zien. Het verbruik van hernieuwbare energie voor warmte daalde in 2022 met 5% ten opzichte van 2021. Het aandeel hernieuwbare energie in de warmtevoorziening was 8,1%. De daling in het verbruik van hernieuwbare warmte kwam door de afname van warmte afkomstig uit biomassa. Daartegenover staat een groei van 36% van het gebruik van warmtepompen die buitenluchtwarmte benutten. Ook aardwarmte en bodemwarmte (vaak benut met een warmtepomp) zijn toegenomen in 2022. Hernieuwbare energie was in het vervoer goed voor bijna 11% van het totale energieverbruik voor vervoer in 2022. Dit is ongeveer 2% meer dan in 2021. De belangrijkste reden voor de stijging van het aandeel hernieuwbare energie voor vervoer is de toename van het verbruik van hernieuwbare elektriciteit voor vervoer, omdat het elektriciteitsverbruik voor wegvervoer snel groeit en ook omdat het aandeel hernieuwbare elektriciteit snel stijgt.
1.2.2 Klimaat- en energieverkenning Op Prinsjesdag werd de jaarlijkse Klimaat- en energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gepresenteerd. Daarin staan onder andere de ramingen voor broeikasgasemissies. Uit de verkenning van het PBL blijkt dat Nederland voor het eerst op pad ligt om de doelstelling van 55% reductie van broeikasgasemissies, ten opzichte van 1990, te gaan halen. Volgens de berekeningen van het PBL is Nederland goed op weg om in 2030 een emissiereductie van tussen de 46 en 57% te gaan realiseren. Daarin speelt het extra pakket aan maatregelen zoals dit voorjaar aangekondigd in de Voorjaarsnota Klimaat een belangrijke rol. Op 26 oktober verschijnt de volledige KEV, waarin ook de berekeningen en ramingen worden opgenomen voor energiebesparing en hernieuwbare energie.
1.2.3 Gasverbruik nam in het eerste halfjaar aanzienlijk af Het gasverbruik onder huishoudens en bedrijven is in de eerste zes maanden van dit jaar ten opzichte van dezelfde periode in 2022 met 10% gedaald tot 15,7 miljard kubieke meter (fig. 4). Het gasverbruik van industriële grootverbruikers was in het eerste halfjaar 13% lager op jaarbasis. In de chemische industrie werd 18% minder verbruikt, terwijl het in de papierindustrie om 34% ging. Onder huishoudens daalde het gasverbruik met 13% tot 4 miljard kubieke meter.
18
Figuur 4. Ontwikkeling aardgasverbruik per halfjaar. Verder blijkt dat de invoer van vloeibaar aardgas (lng) bijna 50% hoger lag dan in het eerste halfjaar van vorig jaar. In de eerste helft van dit jaar was lng goed voor 42% van de totale hoeveelheid geïmporteerde aardgas. In de afgelopen jaren groeide het aandeel lng, om minder afhankelijk te worden van het Russische aardgas. Het ingevoerde lng komt voornamelijk uit de Verenigde Staten, Noorwegen én Rusland. De VS was goed voor ongeveer 63% van de totale invoer van lng. De invoer van Russisch lng kwam uit op 8%. Dat is wel een ruime halvering ten opzichte van vorig jaar.
1.2.4 Gasproductie Nederland De winning van aardgas blijft afnemen. Volgens onderzoek van TNO viel de gasproductie vorig jaar 8% lager uit dan verwacht. Ook de toekomstige jaarlijkse productie valt waarschijnlijk lager uit dan voorzien. Nederland wordt hierdoor nog afhankelijker van aardgas uit het buitenland. Een mogelijke oorzaak is dat Nederland minder aantrekkelijk is geworden voor investeringen van de olie- en gasindustrie door aanvullende belastingen. Ook zijn er mogelijk minder nieuwe projecten door zowel maatschappelijke weerstand tegen gaswinning als een gebrek aan politiek draagvlak voor gaswinning. Volgens TNO bedroeg de gasproductie vorig jaar 11 miljard kubieke meter, terwijl gasbedrijven 12 miljard hadden verwacht. Daarbij hebben de gasproducenten de verwachte resterende gasproductie uit aangetoonde velden over de komende jaren met 24 miljard kubieke meter naar beneden bijgesteld. De gasvoorraad over het afgelopen jaar daalde van 131 naar 97 miljard kubieke meter. Nederland is nu voor 70% afhankelijk van import. Naar verwachting loopt dit over tien jaar op tot tussen de 80 en 90%.
1.3
Energiemarkt
1.3.1 Snelle groei dynamische energiecontracten Bij een dynamisch prijscontract staat de prijs voor gas en elektriciteit niet vast. Dagelijks krijgt de klant een overzicht van de prijzen voor stroom en gas voor de volgende dag. Gasprijzen staan meestal een hele dag vast; stroomprijzen kunnen per uur verschillen. Dit in tegenstelling tot een vast contract waar het tarief voor 1 jaar of langer vaststaat of een variabel contract waarbij het tarief 19
vaststaat voor 1 tot 6 maanden. Bij een dynamisch contract ziet de gebruiker wanneer energie het goedkoopst is en kan daar zijn gebruik op afstemmen. In ruim een half jaar tijd is het aantal huishoudens met een dynamisch energiecontract fors gestegen, van ca. 100.000 (begin 2023) naar ca. 230.000 (september 2023). Alhoewel dit aantal ten opzichte van het totaal aantal huishoudens nog vrij gering is (ca. 3,5%), heeft deze sterke groei er wel toe geleid dat naast een aantal ‘niche-spelers’ (waaronder EnergyZero (ANWB), Frank Energie en Tibber) ook de eerste grote speler nl. Eneco, dergelijke contracten aanbiedt. Het aantal aanbieders van dynamische contracten zal in de toekomst toenemen omdat de nieuwe Energiewet die vanaf 2025 moet ingaan, leveranciers met meer dan 200.000 klanten verplicht een dynamisch contract aan te bieden.
1.3.2 Prijsontwikkeling gas en elektriciteit Na de enorme pieken in 2022 vertoont de prijsontwikkeling van zowel elektriciteit (fig. 5) als gas (fig. 6) een ’min of meer’ stabiel karakter met de ‘gebruikelijke’ schommelingen. Wel ligt de gemiddelde prijs op een aanzienlijk hoger niveau dan in de jaren vóór 2022.
Figuur5. Prijsontwikkeling elektriciteit
20
Figuur 6. Prijsontwikkeling gas
1.3.3 CO2-prijs Na de sterke schommelingen in 2022, vertoont de CO2-prijs in het kader van de Europese emissiehandel (EU-ETS), in 2023 een minder grillig verloop met een ’gemiddelde’ CO2-prijs van ca. € 90 (fig. 7).
Figuur 7. Ontwikkeling CO2-prijs in het kader van EU-ETS
21
Verhoging minimum CO2-prijs De invoering van de minimumprijs voor de industrie, begin 2023, kwam het kabinet destijds op kritiek te staan van een groot deel van de Tweede Kamer. Dat kwam onder meer doordat de aanvankelijke minimumprijs zo laag was ten opzichte van de verwachte ETS-prijzen, dat de kans zeer gering was dat hij de komende jaren effectief zou worden. Het demissionaire kabinet verhoogt per 2024 de minimum CO₂-prijs, zowel voor de industrie als de elektriciteitssector. Aanvankelijk liepen die van € 18 per ton kooldioxide-equivalent in 2024 naar € 31,90 in 2030. Dat wordt nu € 51,70 in 2024 tot € 71,10 in 2030. Zo garandeert het kabinet dat de prijs die bedrijven voor de uitstoot van CO2 betalen hoog blijft, ook als de ETS-prijs daalt. Het doel van deze regelingen is om industrie en bedrijven een prikkel te geven om hun CO2-emissies te verlagen, door minder aardgas te verbruiken en hun productieproces verder te verduurzamen. De Tweede en Eerste Kamer moeten hier nog over beslissen.
1.4
Subsidies
1.4.1 Oók Nederlandse projecten ontvangen miljoenensubsidie EU Het EU-innovatiefonds biedt overheden en bedrijven financiële stimulansen om te investeren in innovatieve koolstofarme technologieën. Het fonds wordt gefinancierd door de opbrengsten uit de emissierechten uit het bestaande EU-emissiehandelssysteem (ETS) voor de periode 2021-2030, wat goed is voor 38 miljard euro aan subsidie. De Europese Commissie kent 3,6 miljard euro toe aan 41 grootschalige projecten die innovatieve technologieën ontwikkelen voor schone energie in Europa. Vier Nederlandse projecten zijn in deze ronde geselecteerd en ontvangen een investering afkomstig uit het Europese Innovatiefonds. Het gaat hierbij om de volgende projecten:
Het project “H2Sines.Rdam” wil hernieuwbare energie van de haven van Sines in Portugal naar de Rotterdamse haven verschepen, door vloeibare waterstof (LH2) voor het transport te gebruiken. Dit is een stap in de richting om zwaar zeevervoer koolstofvrij te maken. Het project “H2 Maasvlakte” bouwt een electrolyser voor groene waterstof, aangedreven door windenergie. De waterstofproductie is bedoeld voor afname in raffinaderijen in het Rotterdamse havengebied, bijvoorbeeld voor de productie van synthetische biobrandstoffen. Het project “EnergHys”, dat een complete waardeketen van opschaalbare hernieuwbare waterstofproductie wil opzetten, hoopt de mobiliteitssector en industriële klanten te helpen, die momenteel nog afhankelijk zijn van grijze waterstof (waterstof geproduceerd door fossiele brandstoffen). Het project “CFC Pilot for CCS” maakt gebruik van carbonaatbrandstofcellen (CFK’s) om CO2 stromen af te vangen en te concentreren, met als doel de effectieve kosten van koolstofafvang en -opslag te verlagen, met name in energie-intensieve industrieën.
1.4.2 SDE++ subsidie De Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++) speelt een grote rol in het behalen van de reductiedoelstellingen met betrekking tot de CO2 uitstoot (in 2030 49% lager, in 2050 95% lager) te realiseren. Vanaf 5 september tot en met 5 oktober is de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) weer opengesteld. Er is 8 miljard euro aan budget beschikbaar. Dat is lager dan een jaar eerder toen het totale budget 13 miljard euro bedroeg, omdat er vanwege de hoge energieprijzen naar verwachting minder subsidie nodig is om technieken rendabel te laten zijn.
22
Oorspronkelijk was de bedoeling dat de openstelling in juni zou starten. Door wijzigingen in de subsidieregeling was er echter toestemming van de Europese Commissie nodig, en die goedkeuring liet op zich wachten. In de vernieuwde regeling komen zogeheten ‘hekjes’ om een minimaal bedrag voor een specifieke categorie, zoals hoge-temperatuurwarmte en moleculen (groen gas en waterstof), te reserveren. Daardoor komen technieken aan bod die op de korte termijn minder kosteneffectief zijn, maar op de langere termijn noodzakelijk zijn voor de energietransitie. De Europese Commissie heeft nu bevestigd dat deze regeling in lijn is met de regels voor staatssteun. Andere wijzigingen in deze ronde zijn onder meer het vervallen van de productieplafonds voor CO 2afvang en opslag (CCS) en de opwek van hernieuwbare elektriciteit op land en een nieuwe categorie voor de lucht-water-warmtepomp. Vorig jaar ging er ruim 6 miljard euro SDE++-subsidie naar CCSprojecten, plus 529 miljoen euro voor projecten voor CO2-afvang en gebruik (CCU). Een andere wijziging is de mogelijkheid om een eerder ontvangen subsidiebeschikking te laten intrekken om vervolgens voor hetzelfde project opnieuw subsidie aan te vragen.
Dan kan bijvoorbeeld omdat de planning voor de realisatie van het project niet kan worden gerealiseerd en/of doordat er sprake is van forse kostenstijgingen waardoor het oorspronkelijke subsidiebedrag ontoereikend is geworden. Omdat het laten intrekken van de ‘oude’ subsidiebeschikking een voorwaarde is om een nieuwe subsidieaanvraag in behandeling te laten nemen, loopt een aanvragen het risico dat een oude beschikking is ingetrokken maar dat het nieuwe subsidieverzoek niet wordt gehonoreerd, bijvoorbeeld omdat het budget ontoereikend is.
1.4.3 ISDE subsidiepot met 210 miljoen euro verhoogd Het budget van de ISDE, de subsidieregeling voor isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers en aansluitingen op een warmtenet, is in verband met het grote aantal aanvragen dit jaar tussentijds met € 210 miljoen verhoogd. Daarmee is er in totaal 560 miljoen euro beschikbaar in 2023. Het kabinet heeft met Prinsjesdag besloten om het totale budget voor ISDE voor de komende jaren te verhogen met bijna 1,4 miljard euro.
1.4.4 Subsidie voor investering in warmtenetten De overheid heeft in het Klimaatakkoord de ambitie vastgesteld om tussen 2025 en 2030 jaarlijks 80.000 woningen aan te sluiten op een warmtenet. Om deze ontwikkeling te stimuleren komt een subsidie beschikbaar voor warmtebedrijven om te blijven investeren in nieuwe warmtenetten. De Warmtenetten Investeringssubsidie (Wis) kan vanaf 1 juni aangevraagd worden en vergoedt het deel van de investering dat zich niet terugverdient (de ‘onrendabele top’). Het totale budget van de regeling is 150 miljoen euro. De subsidie moet warmtebedrijven stimuleren om versneld te investeren in de aanleg van die warmtenetten en is er voor bedrijven die snel kunnen starten met de aanleg van een warmtenet, en dus al ver zijn met hun plannen. Een belangrijke voorwaarde is dat het gaat om warmtenetten voor kleinverbruikersaansluitingen (huishoudens en bedrijven met soortgelijk verbruik), kleiner dan 100kW en blokverwarmingsaansluitingen in de bestaande bouw. Het maximale subsidiebedrag is 20 miljoen euro voor een project. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voert de regeling uit in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Subsidieaanvragen worden door RVO.nl inhoudelijk beoordeeld op basis van het projectplan. De looptijd van het project is maximaal zeven jaar.
Binnen drie jaar na de subsidieverlening moet worden gestart met de fysieke aanleg van het warmtenet. Ondernemers kunnen de subsidie aanvragen vanaf 1 juni tot en met 16 december 2023.
23
HVC en WIS HVC heeft Wis aangevraagd voor projecten in Monster (Westland) en Den Helder. In Monster gaat het hierbij om 828 woningen (Stichting Arcade) in de wijken Polanen en Zwarte Hoek. In Den Helder gaat het om 2980 woningen (Woonstichting Den Helder) in de wijk de Schooten. In beide gevallen gaat het om een warmtenet met geothermie als warmtebron.
1.4.5 Omvang 'fossiele subsidies' jaarlijks 37,5 miljard. De omvang van 'fossiele subsidies' - belastingvoordelen voor grote bedrijven - blijkt veel groter dan tot nu toe bekend: jaarlijks 37,5 miljard. Dit bedrag is hoger dan de 35 miljard euro die het kabinet tot nu toe via het Klimaatfonds beschikbaar stelt voor ,,bijdragen aan de broeikasgasreductie". Bij de ‘fossiele subsidies’ gaat het bijvoorbeeld om een verlaagde energiebelasting per eenheid energie bij hoog verbruik (waardoor 170 grootverbruikers van gas, in 2020 goed voor 74% van het gasverbruik voor bedrijven, slechts 11% van de betaalde energiebelasting voor hun rekening namen), vrijstellingen van BTW (bijvoorbeeld vliegtickets) en vrijstellingen van accijns (bijvoorbeeld kerosine). Deze fiscale prikkels, of beter gezegd het ontbreken daarvan, kunnen het realiseren van de klimaatdoelen tegenwerken. Mede daarom is het kabinet voorstander van het afschaffen van fossiele subsidies. Maar tegelijk is de regering beducht voor mogelijke gevolgen waaronder het mogelijk verzwakken van de concurrentiepositie van Nederland en mogelijke 'weglekeffecten' waarbij vervuilende industrie verhuist naar een belastingtechnisch gezien 'vriendelijker' land. Wel vallen de meeste grote industriële bedrijven in Nederland onder het ETS (Emission Trade System) waardoor ze een prijs betalen voor hun CO2-uitstoot.