D11 03 Contextanalyse najaar 2025.pdf
Tekst van het document
HVC Contextanalyse, najaar 2025
Van afvalbrengstation naar recycleplein HVC werkt volop aan het uitbreiden en vernieuwen van de dienstverlening op en rond afvalbrengstations en recyclepleinen. HVC en de gemeente Alkmaar voeren momenteel bijv. een pilot uit met een Recyclepunt, een mobiel inleverpont voor kleine hoeveelheden spullen en of materialen die geschikt zijn voor hergebruik of die gevaarlijk zijn als ze bij het restafval belanden. Op verschillende afvalbrengstations werkt HVC met statiegeld bulkmachines. Inwoners kunnen veel statiegeld in 1x op het afvalbrengstation kwijt en krijgen via een tikkie het bedrag terug of kunnen het geld doneren aan een lokale vereniging of goed doel. Op het nieuwe recycleplein in Alkmaar biedt de innamebalie voor kringloopspullen een mooie mogelijkheid om werkzoekenden een opstap naar de arbeidsmarkt te geven. 4.5.5 Overige stromen Textiel De opbrengst van textiel staat sinds het 2e kwartaal 2024 enorm onder druk. Enerzijds door de slechtere kwaliteit textiel door meer fastfashion, alsmede door de dalende export van herdraagbaar textiel. In
47
Afrika & Azië is fast-fashion een reden van minder import en de Oekraïne oorlog heeft ervoor gezorgd dat in Oost-Europa/Wit-Rusland de export is gestagneerd. Tevens is vervuiling van het ingezamelde textiel helaas een blijvend aandachtspunt. Een kleine groep verzamelcontainers wordt misbruikt voor het lozen van restafval en vochtproblemen in ondergrondse containers spelen een rol in de afkeur van textiel. Textielinzameling via ondergrondse containers wordt daarom afgebouwd, bovengrondse containers of huis-aan-huis inzameling wordt vaker uitgerold. Ook zijn er nog steeds ‘textielcowboys’ actief. Diefstal is een algemeen probleem: zowel aan huis, uit bovengrondse containers als uit illegale containers. Mogelijk neemt dit af wanneer textielinzameling daadwerkelijk als kostenstroom wordt gezien. Per 1 juli 2023 valt textiel onder de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV). Alle financiële en organisatorische kosten voor het afvalbeheer van textiel liggen nu bij de producenten/importeurs in plaats van bij gemeenten en consumenten. Voor 2025 is slechts een deel van het kostendeficit voor inzameling, opschonen en sorteren van textiel door de producenten organisaties gedekt. De verwachting is dat de textiel keten minimaal kostendekkend zal worden door inzet van de UPV, maar hoge opbrengsten tot het verleden zullen behoren.
Luiers Op dit moment ligt alles stil in afwachting van de verdere uitwerking van de UPV voor luiers. De huidige invulling van deze UPV is erg mager en richt zich vooral op recycling, terwijl afvalpreventie nauwelijks aandacht krijgt. Voor recyclers biedt de regeling weinig stimulans om op de lange termijn te investeren in recycling, omdat de UPV te uitgekleed is en er veel onzekerheid bestaat binnen de afvalbranche om daadwerkelijk in te stappen.
HVC Contextanalyse, najaar 2025
De toetsing op regeldruk heeft bovendien een negatief advies opgeleverd: het is niet aangetoond dat een UPV Luiers helpt om het systeem van luiers ook daadwerkelijk te verbeteren. HVC is hierin expliciet genoemd; wij hebben aangegeven dat er te weinig aandacht is voor hergebruik en preventie. Hierdoor blijft het lastig om als sector echt stappen te zetten richting een circulaire economie, zeker als het gaat om de verwerking van luiers. HVC en luierverwerking Ondanks het stijgende (relatieve) aandeel van luiers in het restafval en mogelijkheden om het serviceniveau te verhogen zijn er nog veel vragen over beschikbare verwerkingstechnieken en - capaciteit, het milieuvoordeel, de kosten en de risico’s. Vooralsnog ontwikkelt HVC daarom niet proactief eigen verwerkingscapaciteit zolang technieken nog niet uitontwikkeld zijn. Daarbij lijken de totale kosten voor aparte inzameling en recycling aanzienlijk hoger te zijn dan de route van luiers bij het restafval. Wel is HVC proactief bezig om andere initiatieven te helpen door luiers en/of partnerschap in ontwikkeling aan te bieden. Ook onderzoekt HVC het terugwinnen van luiers via nascheiding. Afvalhout Afvalhout uit huishoudens wordt in Nederland verdeeld in drie categorieën: schoon A-hout, bewerkt B-hout en behandeld C-hout.
Ahout is geschikt voor recycling in bijvoorbeeld spaanplaat en MDF, terwijl B-hout deels naar plaatmaterialen gaat en deels wordt ingezet voor energieproductie. C-hout bevat vaak schadelijke stoffen en wordt meestal verbrand of apart verwerkt. Het Europees beleid heeft uiteenlopende doelstellingen die de inzet van afvalhout beïnvloeden: stimuleren van hergebruik (cascadering van hout), duurzame energieproductie op basis van biomassa en CO2beleid die gericht is op inzet van minder fossiele brandstoffen. Deze
48
doelstellingen ‘concurreren’ om de inzet van biomassa en dus ook om het afvalhout. Het hergebruik (cascadering) heeft momenteel al een relevante rol bij de inzet van afvalhout: in de Europese spaanplaatindustrie bestaat 48 procent van de grondstof uit afvalhout en dit aandeel is groeiend. De totale vraag naar hout/biomassa zal wel het aanbod gaan overtreffen, zo is de verwachting. De houtverwerkende industrie bepleit daarom een goede afstemming tussen de verschillende beleidsdoelstellingen. Herbruikbaar hout Op het recyclepleinen van HVC in Alkmaar en Zaandam kunnen inwoners hun herbruikbaar hout zoals balken, planken, pallets en tafelbladen apart inleveren. Deze proef is gestart om te voorkomen dat goed herbruikbaar hout in de bio-energiecentrale wordt verbrand. HVC werkt hiervoor samen met onder andere sociale werkplaatsen en duurzame meubelmakers.
4.6
Verbranding huishoudelijk restafval
4.6.1 Beleidsvisie afvalverbranding Op 17 januari jl. hebben de ministers van IenW en KGG de beleidsvisie afvalverbranding naar de Tweede Kamer gestuurd. Het Kabinet zette met dit document haar visie op de rol van afvalverbranding voor de middellange en lange termijn concreet uiteen. De beleidsvisie neemt als uitgangspunt het doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dat betekent dat afvalverbranding zoveel mogelijk moet worden geminimaliseerd, ten gunste van hoogwaardiger vormen van verwerking, met name recycling.
HVC Contextanalyse, najaar 2025
Hoofdlijn is dat alleen de noodzakelijke capaciteit moet worden behouden voor niet-recyclebaar Nederlands afval. De hiervoor benodigde transitie komt volgens IenW overeen met de herziening van de rol van stortplaatsen in het verleden. Afvalverbranding wordt de facto opnieuw als nutsvoorziening beschouwd, uitsluitend bestemd voor het vervullen van een zo klein mogelijke, noodzakelijke rol binnen het kader van het Nederlandse circulariteitsbeleid. TNO heeft onderzoek gedaan naar de te verwachten ontwikkeling van het resterende aanbod aan niet recyclebaar brandbaar restafval in Nederland in 2030, met een doorkijk naar 2050. In Nederland zijn in totaal negen bedrijven die 12 AEC-installaties exploiteren, die totaal 8,2 Mton aan vergunde verbrandingscapaciteit hebben. Effectief is dat ongeveer 7,4 Mton, omdat er bijvoorbeeld ook stilstand van installaties is. Voor 2030 wordt, afhankelijk van de mate van succes van het circulaire-economiebeleid, een benodigde verbrandingscapaciteit van 5,1 – 6 Mton, exclusief een calamiteitenbuffer van 0,65Mton, geraamd. De calamiteitenbuffer is bedoeld om eventuele uitval van een grote AEC voor circa een halfjaar te kunnen opvangen. Omdat de huidige verbrandingscapaciteit in Nederland ruim 7,4 Mton bedraagt, is de inzet van het kabinet een afname van per saldo 0,85 1,75 megaton. Voor 2050 wordt uitgegaan van een grotere bandbreedte.
Het wordt mogelijk geacht dat vanaf 2030 de hoeveelheid aan AEC’s aan te bieden restafval met 2,5Mton verder kan dalen, maar door onder meer bevolkingsgroei is het ook mogelijk dat de voor 2030 geraamde capaciteit nog iets moet toenemen richting 2050. Los van de benodigde capaciteit in 2050 zullen AEC’s in dat jaar
49
klimaatneutraal moeten zijn. De mogelijkheid van capaciteitsafbouw wordt door het Kabinet onderzocht aan de hand van maatwerkgesprekken die met bedrijven zullen worden gevoerd. Daarin komen ook mogelijkheden tot verdergaande bovenwettelijke verduurzaming van de AEC’s, leidend tot bijvoorbeeld negatieve CO2-emissies wanneer biogene CO2 zou worden afgevangen, aan de orde. In het Klimaatfonds is een bedrag van 222 miljoen euro gereserveerd voor deze maatwerkaanpak voor AEC’s. Er worden momenteel maatwerkgesprekken gevoerd met AEB en AVR. Met het Belastingplan 2026, zie voor nadere toelichting hierna onder 4.5.2., wil het Kabinet onder meer de realisering van de doelen van de beleidsvisie afvalverbranding bevorderen. Door een forse toename van de afvalstoffenbelasting en CO2-heffing op afvalverbranding de komende jaren wordt import van afval financieel onaantrekkelijk en zal een deel van het brandbaar afval mogelijk worden geëxporteerd.
plaatsvinden. Via onder meer onze contacten bij IenW zullen wij aandringen op een transparant proces. CO2 afvang, opslag en -hergebruik Bij het verbranden van 1 ton restafval komt gemiddeld ongeveer 1 ton CO2 vrij. Ook het verbranden van niet-herbruikbaar afvalhout en zuiveringsslib leidt tot emissie van CO2. Hiervan is ongeveer 46% fossiel en 54% biogeen. In de grafiek de jaarlijkse uitstoot van CO₂ door de opwek van elektriciteit door afvalverbranding in Nederland. Afvalcentrales leveren een constante elektriciteitsproductie. Dit komt doordat de aanvoer van afval, en daarmee de CO₂-uitstoot, jaar op jaar enigszins gelijkmatig is. (bron: Nationaal Energie Dashboard)
Zienswijze HVC Qua inhoud herkent HVC zich in de visie op rol van afvalverbranding. Dat geldt niet voor de gehele sector. Een aantal afvalverbranders keert zich nadrukkelijk zich tegen de maatregelen van het Rijk die import van afval tegengaan. Afvalverbranding moeten we - net als storten - terugbrengen tot het hoogstnoodzakelijke en daar zijn we nog lang niet. Bij HVC hebben we de afgelopen jaren hard gewerkt aan de ontwikkeling van duurzame bronnen als voeding van onze warmtenetten waardoor we steeds minder afhankelijk zijn van de afvalenergiecentrales. Wij blijven sturen op het voorkomen van restafval en daarmee CO2-uitstoot. Wel vinden we dat de landelijke afbouw van verbrandingscapaciteit op een financieel verantwoorde en transparante manier moet
HVC Contextanalyse, najaar 2025
Afvalenergiecentrales (AEC’s) spelen een belangrijke rol in de opslag van CO2 in voormalige aardgasvelden in de Noordzee. Onder andere AVR, AEB en HVC hopen in de toekomst CO2 onderzees op te slaan. Porthos is een samenwerkingsverband tussen het Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en Energie Beheer Nederland (EBN). Het project richt zich op de opslag van CO2 in voormalige aardgasvelden voor de
50
kust van Zuid-Holland. De CO2 die Porthos transporteert en opslaat, is afkomstig van industriële processen van bedrijven in het Rotterdamse havengebied. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) heeft eerder dit jaar de emissievergunning afgegeven aan het Porthos-project, waarmee vanaf 2026 jaarlijks ongeveer 2,5 Mton CO2 in lege aardgasvelden onder de Noordzee wordt opgeslagen (CCS). Aramis is een samenwerking tussen Gasunie, Energie Beheer Nederland (EBN), Shell en TotalEnergies. Het project richt zich op het ontwikkelen van een infrastructuur voor het transporteren van CO₂ van industriële bronnen naar offshore opslaglocaties. Het doel is om op termijn jaarlijks 22 miljoen ton CO₂ op te slaan. De definitieve investeringsbeslissing voor het Aramis-project wordt verwacht in 2026, met als doel de opslagcapaciteit operationeel te hebben in 2030. De overheid heeft 639 miljoen euro geïnvesteerd in het project om de voortgang te waarborgen, vooral nadat Shell en TotalEnergies besloten zich terug te trekken uit de financiering van de pijpleidinfrastructuur. HVC en CO2-afvang Met de huidige installatie voor het afvangen van CO2 vangen we ruim 700 ton CO2 af. Het beheer van deze installatie leidt tot kennis en ervaring die nodig is voor grootschalige afvang. Besluitvorming over realisatie van zo’n nieuwe installatie in Alkmaar is in voorbereiding (100.000 ton).
Het plan is om afgevangen CO2 voor de helft te benutten voor de glastuinbouw en het restant ondergronds op te slaan in lege gasvelden. In 2024 hebben we subsidie voor beide toepassingen aangevraagd en we verwachten in 2025 de vergunning voor de bouw te verkrijgen. We verwachten de CO2-afvanginstallatie in 2028 in productie te kunnen
HVC Contextanalyse, najaar 2025
nemen in Alkmaar. Voor CO2-afvang in Dordrecht zijn we bezig om eenzelfde installatie voor te bereiden. 4.6.2 Aanscherpingen fiscale maatregelen afvalverwerking De hoogte en grondslag van de afvalstoffenbelasting en de hoogte van de CO2-heffing zijn op basis van het dit najaar vastgestelde Belastingplan 2026 belangrijk gewijzigd. Het kabinet houdt daarmee vast aan de voorgenomen extra belasting op het verbranden en storten van afval en de aanscherping van de CO2-heffing bij AVI’s, zo bleek bij de presentatie van de Miljoenennota. Aanleiding hiervoor is het vervallen van de in het Hoofdlijnenakkoord aangekondigde circulaire plastictaks per 1 januari 2028 ten laste van de kunststofproducenten. Vanwege zorgen over de concurrentiepositie van de plastic producerende bedrijven heeft het kabinet deze heffing teruggedraaid naar € 0, met een budgettaire derving van € 567 miljoen tot gevolg. Om het daardoor ontstane gat van 567 miljoen euro per jaar te dichten, wordt de afvalstoffenbelasting op drie punten aangepast: afschaffing van de slibvrijstelling (2027), een extra tarief voor “stortenmet-ontheffing” (2029) en een generieke tariefverhoging (vanaf 2028), en komt er een aangescherpte heffing op de CO2-emissies van AVI’s. De regering ziet door de hiervoor genoemde maatregelen structurele overcapaciteit bij AVI’s ontstaan, waardoor stortontheffingen niet of minder noodzakelijk zijn.
Een hoger storttarief voor verbrandbaar afval moet oneigenlijk gebruik tegengaan, te meer omdat storten richting 2030 goedkoper kan worden dan verbranden door de stijgende heffing op CO2-emissies van fossiele oorsprong.
51
Hervorming en ophoging afvalstoffenbelasting Conform voorstel wordt de afvalstoffenbelasting hervormd. Zo wordt de vrijstelling voor zuiveringsslib dat wordt bijgestookt in een AVI per 2027 afgeschaft omdat het kabinet deze verwerkingsroute "niet doeltreffend en doelmatig" vindt en komt er vanaf 2029 een apart tarief voor storten-met-ontheffing dat € 10 per 1.000 kilogram hoger ligt dan het effectieve tarief voor verbranden. Dit moet oneigenlijk gebruik van storten tegengaan en milieueffecten bevorderen. Dit betekent dat met ingang van 1 januari 2027 de grondslag van de afvalstoffenbelasting ten aanzien van AEC’s verbreed wordt door voortaan alle ingaande tonnen afval onder de heffing te brengen en de restitutie op uitgaande stromen, zoals bodemassen, metalen en afgevangen tonnage CO2 te laten vervallen. Alleen reststromen die moeten worden gestort, zoals bodemaswasresidu (=20% van de hoeveelheid ruwe bodemas), worden vrijgesteld. Die reststromen worden overigens weer belast bij het storten ervan. Door hogere poorttarieven verwacht het kabinet minder verbranden en storten en minder afvalimport. Ze raamt dat op ongeveer 1,2 Mton te verbranden, 0,2 Mton te storten. En dat levert een emissiereductie van 1,2 Mton CO2 op, waarvan 0,4 Mton van fossiele oorsprong.
Daarbij acht het kabinet waarschijnlijk dat door de gestegen poorttarieven stijgen, afvalpreventie en recycling toeneemt en import afneemt. CO2 heffing Het Belastingplan 2026 bevat voorstellen voor het verzachten van de CO2-heffing voor de Nederlandse industrie, maar niet voor AVI's. De CO2-heffing voor AVI’s zal stapsgewijs worden verhoogd naar € 295 per ton CO2 in 2030, met als doel extra CO2-reductie en het dekken van de budgettaire derving van de niet-invoering van de circulaire plasticheffing. Dit verhoogde tarief biedt volgens het Kabinet een
HVC Contextanalyse, najaar 2025
sterke prikkel voor het toepassen van CO2-afvang en -opslag (CCS), maar kan ook leiden tot hogere kosten voor AVI's, vooral als ze niet tijdig overstappen op CCS. Ook de vrijgestelde uitstoot voor AVI’s wordt aangepast, met een afbouw naar nul in 2033. Dit gebeurt via aanpassing van de AVIcorrectiefactor. Om de effectiviteit van de CO2-heffing te waarborgen wordt tot slot de handel in dispensatierechten tussen AVI's en andere installaties uitgesloten. Deze maatregelen zijn bedoeld om volledige dekking te bieden voor het wegvallen van de geraamde inkomsten van de plastictaks, import van afval tegen te gaan CO2-reductie te stimuleren. Het brengt voor AVI-exploitanten ook investeringsonzekerheid met zich mee. Het kabinet heeft daarom een werkgroep uit de sector ingesteld die voor de nu voorliggende maatregelen alternatieven mag aandragen. Zienswijze HVC HVC pleit ervoor de producenten medeverantwoordelijk te blijven houden en op het punt van heffingen niet te ontzien. Daarnaast meent HVC dat het reinigen van bodemas moet blijven worden beloond door ook vanaf 2027 geen afvalstoffenbelasting te heffen op het tonnage reststromen dat na verbranding wordt hergebruikt. Het verbranden van één ton restafval leidt tot de uitstoot van ongeveer één ton CO2, waarvan iets minder dan de helft van fossiele oorsprong.
Om de fors toenemende kosten voor de inwoners af te remmen is maximale focus op reductie van restafval door afvalpreventie en bronen nascheiding nodig. HVC zet zich in om daaraan maximaal bij te dragen.
52
Werkonderbrekingen AVI’s Begin juni kwam de afvalverwerking in een groot deel van Nederland een aantal dagen stil te liggen. Het FNV-bestuur is het, net als een aantal partijen in de afvalverwerking sector, niet eens met het kabinetsplan om 567 miljoen euro te innen bij afvalverwerkers. De FNV stelde actie te voeren op een ‘publieksvriendelijke manier’. Dat betekent dat mensen hun afval weg konden brengen naar inzamelbedrijven, en het legen van containers ook gewoon plaatsvond, maar dat de afvalverwerking zelf stil kwam te liggen. Ook werden weegbruggen en overslaglocaties op een aantal plaatsen gesloten. In voerde de vakbond ook al acties bij zeven afvalenergiecentrales. De FNV heeft na Prinsjesdag laten weten dat er vooralsnog geen nieuwe stakingen en/of poortacties komen. Men kiest voor publieksvriendelijke acties gericht op ‘Den Haag’. Zienswijze HVC HVC deelt de standpunten van FNV, die zij mede namens enkele AEC’s opwerpt, niet. Wij vinden het een goede zaak dat er duidelijk beleid komt rondom afvalbeheer, het terugdringen van importafval en het beprijzen van afvalverbranding. Als werkgever dien je de door het Kabinet gewenste afbouw van verbrandingscapaciteit op verantwoorde wijze te faciliteren. Als publieke organisatie voelt HVC zich verantwoordelijk richting inwoners en bedrijven die op haar dienstverlening rekenen.
Daarom doet HVC er alles aan om mogelijke knelpunten in de verwerkingscapaciteit voor restafval zo goed mogelijk op te vangen en de continuïteit van de inzameling en andere diensten te blijven waarborgen, ook als zich toch nog werkonderbrekingen voordoen.
HVC Contextanalyse, najaar 2025
4.6.3 Ontwikkelingen machinale scheiding Een kwart van de Nederlandse gemeenten laat restafval nascheiden. Uit het aangeboden restafval worden voornamelijk kunststof teruggewonnen. In 2023 werd zo'n 920 kton aan Nederlands restafval aangeboden bij nascheidingsinstallaties, blijkt uit cijfers van het CBS, dat in opdracht van de Nederlandse gemeenten in 2023 voor het eerst cijfers verzamelde over nascheiding. Steeds meer gemeenten stappen over op nascheiding, een trend die zich naar verwachting de komende jaren door zet. Het CBS wijst hiervoor verschillende redenen aan, zoals het steeds beter wordende rendement en kostenoverwegingen. In de nieuwe UPV afspraken tussen VNG en Verpact is de vergoeding voor nascheiden van PMD uit restafval verhoogd en een aantrekkelijke optie voor gemeenten. De trend richting nascheiding zorgt volgens adviesbureau KplusV wel voor krapte op de Nederlandse nascheidingsmarkt. De nascheidingscapaciteit in Nederland bedroeg begin dit jaar zo’n 1.700 kton, verdeeld over locaties van Attero, AVR, AEB, Omrin en HVC. In vergelijking met de nationale verbrandingscapaciteit van 7.400 kton is dat relatief beperkt. Wel worden er nieuwe nascheidingsinstallaties gebouwd en bestaande installaties uitgebreid. Sinds het begin van dit jaar heeft Attero een vernieuwde nascheidingsinstallatie in gebruik genomen en hebben HVC en AEB hun capaciteit uitgebreid.
AEB verwacht de capaciteit te verhogen van 230 kton naar 300 kton, HVC gaat van 160 kton naar 190 kton. Een nieuwe lijn van Attero in Wijster is in de plaats gekomen van een van de drie bestaande lijnen en moet zo’n 250 kton huishoudelijk of bedrijfsafval nascheiden. EEW is in Farmsum bezig met de bouw van een nieuwe sorteerinstallatie met een sorteercapaciteit van 150 kton. Prezero heeft concrete plannen om een nieuwe installatie te realiseren naast haar AEC in Roosendaal.
53
Als alle huidige plannen voor extra capaciteit gerealiseerd worden, dan komt totale nascheidingscapaciteit uit op ongeveer 2.300 kton. HVC en machinale scheiding HVC heeft de capaciteit van de voorscheidingsinstallatie in Alkmaar begin 2025 opgeschaald van 155 naar 190 kton. Ook onderzoekt HVC de haalbaarheid van een tweede, grotere voorscheidingsinstallatie in Zuid-Holland. Desalniettemin zet HVC in op bronscheiding als het kan en nascheiding als het moet. 4.6.4 Stikstof / vergunningsverlening Begin 2025 is het Nederlandse stikstofdossier opnieuw op scherp gezet door rechterlijke uitspraken en beleidsontwikkelingen. De rechtbank oordeelde dat het kabinet te weinig doet om de wettelijke stikstofdoelen te halen. Het doel voor 2025 is inmiddels buiten bereik en de rechter verplicht het kabinet de doelstellingen voor 2030 alsnog te realiseren, met een dwangsom van tien miljoen euro als stok achter de deur. Tegelijkertijd heeft de Raad van State eind 2024 bepaald dat intern salderen – het schuiven met stikstofruimte om nieuwe activiteiten mogelijk te maken – niet langer zonder vergunning mag plaatsvinden. Deze uitspraak werkt terug tot 2020, waardoor veel bedrijven die in de afgelopen jaren op deze constructie mochten vertrouwen, formeel zonder geldige vergunning opereren.
Zij hebben weliswaar tot 2030 de tijd om alsnog een vergunning aan te vragen, maar de druk en onzekerheid zijn groot.
uitbreiden of ontwikkelen lopen tegen strengere toetsen aan en moeten met berekeningen en/of rapporten aantonen dat hun projecten geen extra belasting veroorzaken of dat de toename van stikstof geen significante effecten heeft voor de betrokken natuurgebieden. Dit leidt tot vertragingen en blokkades in uiteenlopende sectoren. Het kabinet probeert met een nieuw stikstofpakket grip te krijgen op de situatie. Een ministeriële commissie verkent vier sporen: de juridische mogelijkheden voor vergunningverlening, de maatregelen die nodig zijn om stikstofuitstoot te verminderen en natuur te herstellen, de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State inclusief de terugwerkende kracht, en de ruimte binnen Europese regelgeving. Intussen blijkt uit cijfers van het CBS dat de stikstofuitstoot in de landbouw in 2023 met achttien procent is gedaald, waardoor het stikstofoverschot op het laagste niveau sinds 1990 ligt. Ondanks deze positieve trend zijn volgens het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving de meeste Nederlandse natuurgebieden nog altijd overbelast. Ook de Ecologische Autoriteit geeft aan dat uit natuurdoelanalyses blijkt het slecht gaat met de stikstofgevoelige natuur in Nederland.
Voor initiatiefnemers betekent dit dat vergunningen moeilijker te verkrijgen zijn en dat natuurherstel en emissiereductie steeds belangrijkere voorwaarden worden om projecten te kunnen realiseren. De juridische druk en de huidige politieke impasse waardoor een concreet maatregelenpakket niet wordt vastgesteld, maken dat de onzekerheid voorlopig groot blijft.
De gevolgen voor vergunningverlening zijn aanzienlijk. Omdat veel natuurgebieden nog altijd worden overbelast door stikstof, is de ruimte voor nieuwe natuurvergunningen zeer beperkt. Bedrijven die willen
HVC Contextanalyse, najaar 2025
54
HVC en stikstofemissies De uitspraken van de Raad van State hebben directe gevolgen voor de vergunningverlening, die hierdoor stagneert. Ook projecten van HVC ondervinden hiervan de impact. De VNG onderzoekt momenteel wat deze ontwikkelingen betekenen en vraagt aandacht voor de gevolgen op gemeentelijke vergunningen, zoals milieu- en bouwvergunningen, omgevingsplannen en handhavingsprocedures. HVC blijft, dankzij de toegepaste rookgasreiniging, met haar stikstofemissies binnen de in vergunningen vastgelegde normen. HVC doet in de rookgasreiniging proeven om te bepalen of de stikstofuitstoot nog verder kan worden beperkt. Daarnaast draagt HVC met haar activiteiten bij aan het verminderen de stikstofuitstoot elders bijvoorbeeld door woningen en bedrijven aardgasvrij te maken. HVC is nog niet benaderd door het ministerie met betrekking tot de aanpak industriële piekbelasting. HVC is wel al langer deelnemer aan de Stikstoftafel van de provincie Noord-Holland met betrekking tot de vermindering van uitstoot. 4.6.5 Bodemas Bodemas ontstaat na verbranding van huishoudelijk restafval in afvalverbrandingsinstallaties/ afvalenergiecentrales. Het bestaat uit zand, gruis, metalen en minerale resten. Overeenkomstig de Nederlandse Green Deal AEC-bodemas moeten alle bodemassen sinds 2020 voldoen aan de wettelijke eisen voor vrij toepasbare bouwstoffen.
Hiervoor bestaan twee opties: het wassen tot een zogeheten ‘niet vormgegeven bouwstof’ (granulaat); en het opwerken tot grondstof voor een ‘vormgegeven bouwstof’ (immobilisaat en beton).
HVC Contextanalyse, najaar 2025
HVC en Blue Phoenix Group hebben eerder al besloten hun bodemas te wassen. Heros Sluiskil, de grootste speler in deze markt, maakt gebruik van beide opties. De afzet van bodemas stagneert als gevolg van onrust in de omgeving bij werken waar het als secundaire bouwstof zou worden toegepast en het instellen van een verbod of vergunningplicht bij sommige gemeenten. In het ketentafeloverleg bodemas van november 2024, hebben meerdere partijen waaronder de Vereniging Afvalbedrijven (VA), Omgevingsdienst NL, VNG, ILT, Rijkswaterstaat en het Interprovinciaal Overleg afgesproken dat de kwaliteit van de toe te passen bodemas hoogwaardig moet zijn, er voor de toepassing van gecertificeerde gewassen bodemas geen aanvullende vergunningen nodig zijn en dat overheden het goede voorbeeld moeten geven door bij de aanbesteding van projecten het gebruik van circulaire stoffen te bevorderen. Momenteel mag bodemas verwerkt worden in betonproducten, gemengd worden met cement en additieven tot een gerecycled bouwmateriaal (immobilisaat) óf worden toegepast als secundaire bouwstof door de bodemas te wassen/te reinigen. In het nieuwe Circulair Materialenplan blijft alleen die laatste toepassing overeind. Vanaf 2028 moet alle AVI-bodemas gewassen/gereinigd worden. Dan pas mag het gebruikt worden als secundaire bouwstof.
Na het circulaire-economiedebat in september 2025 is duidelijk geworden, dat verantwoordelijk staatssecretaris Aartsen niet af wil zien van deze wasplicht. Volgens hem zijn meerdere bedrijven goed onderweg. Bovendien geldt een overgangstermijn van twee jaar. Bedrijven als Heros kunnen nog investeren om aan de eisen te voldoen. Blue Phoenix Group, dat net als HVC al jaren inzet op de wasmethode, zegt dat afvalbedrijven in 2012 al een afspraak maakten
55
om vervuilende bodemas uit te bannen, waarbij duidelijk was dat wassen de voorkeur had. Zienswijze HVC HVC wast al geruime tijd bodemas. En conformeert zich aan het landelijk beleid met betrekking tot het wassen/reinigen van bodemassen. HVC denkt tevens mee met het opstellen van nieuwe landelijke regels voor het toepassen van gewassen/gereinigde bodemas. Zodat duidelijk is wat wordt verwacht en onder welke condities een secundaire bouwstof veilig kan worden toegepast. Staatssecretaris Aartsen heeft recent aangegeven dat hij vasthoudt aan het wassen/reinigen van bodemassen in het Circulaire Materialen Plan. Dit betekent dat er na jaren een gelijk speelveld komt voor alle bedrijven. We schuiven hiermee de problemen niet meer door naar de toekomst (vasthouden aan immobiliseren). Doel is en blijft om een kwalitatief goede secundaire bouwstof te produceren. Dat is gunstig voor het realiseren van onze duurzaamheidsdoelen en om het vertrouwen rondom vrij toepasbare bodemassen weer te doen toenemen. 4.6.6 Lachgascilinders Afvalverwerkers hebben in 2024 50 miljoen euro schade geleden door ontploffende lachgascilinders, volgens de Vereniging Afvalbedrijven (VA). In totaal ontploften er bijna tienduizend cilinders, evenveel als in 2023. Medewerkers werkzaam op vuilniswagens en bij afvalenergiecentrales lopen hierdoor risico.
Sinds januari 2023 geldt er een verbod op het gebruik van lachgas. Voorheen konden gebruikers hun cilinders inleveren tegen statiegeld, wat ongeveer 30 euro per cilinder opleverde. Met de invoering van het verbod is dit inleversysteem komen te vervallen. Nu belanden maandelijks tienduizenden lege en halfvolle lachgascilinders op straat
HVC Contextanalyse, najaar 2025
of in afvalcontainers. Verbrandingsovens moeten na ontploffingen regelmatig voor reparatie worden stilgelegd. De kosten van de schade worden niet gedekt. Het kabinet wees eerder dit jaar het verzoek van afvalbedrijven voor compensatie voor de schade door lachgascilinders af. Zienswijze HVC HVC blijft het teleurstellend vinden dat er nog geen landelijke oplossing of financiële compensatie voor de lachgasproblemen is gekomen vanuit de overheid. Daarom is een bodemprocedure tegen de Nederlandse staat vorig jaar voortgezet. Samen met AEB voert HVC deze rechtszaak, omdat ze vindt dat de Rijksoverheid medeverantwoordelijkheid draagt voor de gevolgen van het ingestelde verbod op lachgas voor afvalverwerkingsbedrijven. 4.6.7 Overige ontwikkelingen in de sector AEB Na het definitief stranden van het verkoopproces begin dit jaar, heeft Amsterdam uitgesproken dat AEB tenminste 10 jaar in handen van de gemeente blijft. De mislukte verkoop van AEB kost de gemeente Amsterdam honderden miljoenen euro’s. Het stadsbestuur heeft onlangs 222,3 miljoen euro aan eerder verstrekte leningen omgezet in aandelen en nog eens 158,4 miljoen aan nieuwe leningen verstrekt. De gemeente is nu de enige overgebleven financier van het bedrijf. Een consortium van banken, waaronder ABN Amro, ING en BNG, is afgehaakt als financier. Eind juni heeft AEB zijn bankschuld volledig afgelost met geld van de gemeente.
In haar meerjarenstrategie tot 2030 geeft AEB aan de sorteercapaciteit op te willen voeren van 300 kton naar 1 Mton per jaar om “de maximale waarde uit afval te halen”. Behalve door het fors uitbreiden van nascheidingscapaciteit wil AEB haar milieu-impact ook verlagen door
56
CO2 af te vangen die vrijkomt bij de verbranding van afval. Het broeikasgas moet via pijpleidingen worden afgevoerd naar het opslagproject Aramis op de Noordzee. Dat gebeurt overigens niet voor 2029. Verder verkent het afval- en energiebedrijf met partners de bouw van luierrecyclinginstallatie. AVR Na de brand in Rozenburg in september 2023 wil AVR alle verbrandingslijnen in 2025 weer in bedrijf brengen om al het opgeslagen afval alsnog te verwerken. Dit kan met uitloop naar 2026 en 2027. Daarnaast bouwt het afvalbedrijf een nieuwe turbinehal met twee nieuwe turbines, die het eind 2025 in bedrijf wil hebben. Verder verwacht AVR eind dit jaar een investeringsbesluit te kunnen nemen voor de bouw van twee CO2-afvanginstallaties. AVR is al langere tijd verwikkeld in een juridische strijd met Twence (en de aandeelhoudende gemeenten), omdat het meent dat het contract van de gemeenten met Twence onterecht gebruik maakt van de quasiinhouse uitzondering uit het aanbestedingsrecht. Kort gezegd: de Twentse gemeenten zouden hun afvalverwerking volgens AVR onrechtmatig inbesteden bij Twence en in plaats daarvan de opdracht openbaar moeten aanbesteden. Het Gerechtshof trok onlangs een streep door het verzoek van AVR. Eerder diende AVR al een handhavingsverzoek in bij de ACM (zonder succes) en stapte het naar de rechtbank Overijssel (die AVR ook geen gelijk gaf).
Momenteel loopt er een hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, inclusief het verzoek om een deskundigenonderzoek. AVR heeft in 2019 een vergelijkbare zaak aangespannen tegen Omrin. Na een uitvoerig procedureel traject en mondelinge behandeling van het hoger beroep, heeft het gerechtshof besloten om prejudiciële
HVC Contextanalyse, najaar 2025
vragen over één van de criteria van quasi-inbesteding aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg voor te leggen. Na beantwoording door het Hof van de prejudiciële vragen in mei van dit jaar is de hoger beroepsprocedure hervat en zal het gerechtshof Den Haag uiteindelijk uitspraak doen. Het is nog niet duidelijk wanneer dat het geval zal zijn. Twence In juni nam Twence in aanwezigheid van koningin Máxima haar nieuwe CO₂-afvanginstallatie officieel in gebruik. Met de installatie kan Twence 100 kton CO2 afvangen. Eenmaal vloeibaar gaat deze naar de glastuinbouw. Daarnaast wordt CO₂ geleverd aan de droogijsmarkt. Voor de overige CO₂ zegt het bedrijf in gesprek te zijn met partijen zoals Aramis. Twence stoot jaarlijks 250 kton CO2 uit, en is voornemens de maximale capaciteit van de CO2-afvang uit te breiden naar 300 kton per jaar. Het bedrijf wil in 2027 besluiten over de mogelijkheden om een tweede afvanginstallatie te realiseren. Twence zet momenteel GFT-afval naast composteren om in biogas dat wordt omgezet naar elektriciteit en warmte (warm water). Twence heeft aangekondigd een installatie te willen bouwen die het geproduceerde biogas omzet naar groen gas (1,9 miljoen m3; equivalent van 1.700 huishoudens) dat zal worden geleverd op het aardgasnet.
Omrin In haar strategie 2025-2029 geeft Omrin aan ruim 300 miljoen euro te gaan investeren om enerzijds het scheidingspercentage te verhogen en anderzijds de CO2-uitstoot te verlagen. De belangrijkste investeringsprojecten, voorgenomen of in ontwikkeling, zijn onder meer een vierde vergistingsreactor, een CO2-afvanginstallatie en een nieuwe nascheidingsinstallatie om meer grondstoffen uit restafval te halen.
57
Verder laat Omrin weten te werken aan een alternatief voor de geplande digestaatverwerkinginstallatie in Sappemeer, die vanwege de stikstofbeperkende maatregelen niet haalbaar bleek. Meer duidelijkheid hierover volgt naar verwachting in de loop van 2025. Daarnaast vergt het voorbereidingstraject voor de geplande gftvergistingsinstallatie bij de stad Groningen meer tijd vanwege netcongestie en stikstof. Vanaf 1 januari 2026 wordt Omrin de nieuwe afvalinzamelaar voor de vijf Noord-Veluwse gemeenten: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek. Het bedrijf heeft hiervoor in september een nieuwe vestiging geopend in Harderwijk van waaruit de inzameling van huishoudelijk restafval, gft-afval en oud papier wordt verzorgt voor de vijf gemeenten. Omrin heeft hiervoor de Veluwe B.V. opgericht. De vijf gemeenten werken al langer samen met Omrin als aandeelhouder van Afvalsturing Friesland N.V. Attero Attero wil restwarmte uit haar afvalenergiecentrales gaan benutten als bron voor regionale warmtenetten. Attero’s rol is primair warmteleverancier; aanleg en exploitatie van leidingen liggen bij netwerkbedrijven en overheden. In Drenthe onderzoekt het bedrijf met gemeenten, provincie en netbeheerders (Enexis, RENDO) een transportnet vanuit Wijster richting Assen, Beilen en Hoogeveen. Besluitvorming en mogelijke realisatie worden rond 2028-2030 verwacht.
In West-Brabant verkent Attero samen met gemeenten en glastuinbouwbedrijven de inzet van warmte en CO₂ uit Moerdijk, nog in de onderzoeksfase. In juli is Attero begonnen met de bouw van een nieuwe groen-gasinstallatie in Venlo. Deze moet straks 8 tot 10 procent van al het gft in Nederland verwerken en genoeg groen gas produceren voor 7.000 huishoudens. Ook levert de installatie vloeibare CO2 voor de
HVC Contextanalyse, najaar 2025
glastuinbouw en voedingsindustrie, produceert het compost en vangt het CO2 en ammoniak af. PreZero Op het terrein van PreZero in Roosendaal komt een nieuw batterijsysteem dat de vrijgekomen energie uit afvalverbranding tijdelijk opslaat. Met het nieuwe batterijsysteem, het zogeheten Battery Energy Storage System (BESS), wil PreZero bijdragen aan meer flexibiliteit op het elektriciteitsnet. De BESS heeft een capaciteit van 10MW/20MWh en wanneer het nodig is, kan PreZero de elektriciteit via haar bestaande netaansluiting op het hoogspannings-net van Tennet leveren. Naar verwachting neemt PreZero de BESS in het najaar van 2026 in gebruik. EEW Energy from Waste De afvalenergiecentrale van EEW in Delfzijl heeft in augustus zijn vierde lijn in gebruik genomen: een monoverbrandingsinstallatie voor rioolslib. De nieuwe lijn kan tot 180 kton zuiveringsslib per jaar verwerken en zal bij vollast jaarlijks circa 150.000 MWh processtoom leveren. De investering bedroeg meer dan 60 miljoen euro. De stoom die vrijkomt gaat naar bedrijven op het industriepark Oosterhorn; vanaf 2026 staat fosfaatterugwinning uit slibas op de planning.
ARN Vier Gelderse ziekenhuizen (oa Radboudumc en Rijnstate) gaan met ARN onderzoeken of de technologie die ARN al gebruikt om gescheiden luier- en incontinentiemateriaal te recyclen ook geschikt is voor andere soorten ziekenhuisafval, zoals celstofmatten, urineopvangzakken en spuiten zonder naalden, die nu nog bij het restafval terechtkomen. Met thermische drukhydrologie (TDH) kan organisch materiaal op een veilige manier worden afgebroken, waardoor onder meer bacteriën en virussen uit het afval worden verwijderd.
58
5
Ontwikkelingen Waterschappen
Belangenbehartiging Met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen leveren de waterschappen input aan de programmacommissies van de partijen. De Unie van Waterschappen analyseert met de waterschappen de verkiezingsprogramma’s en laat in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen en de formatie de stem van water horen om de belangen van de waterschappen te laten landen in een coalitieakkoord.
5.1
Europese en Nederlandse wetgeving
5.1.1 Omgevingswet Op 14 juli 2025 heeft demissionair minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) de eerste rapportage van de Monitor Werking Omgevingswet aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze rapportage geeft inzicht van hoe de Omgevingswet sinds de inwerkingtreding op 1 januari 2024 functioneert in de praktijk. Voor de waterschappen is het belangrijk dat de Omgevingswet bijdraagt aan een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. De rapportage biedt waardevolle inzichten in hoe de samenwerking tussen overheden zich ontwikkelt en waar verdere verbetering mogelijk is. Ook de werking van het Digitaal Stelsel Omgevingswet is van groot belang voor een soepele uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Op beide vlakken zien de waterschappen mogelijkheden die beter benut kunnen worden. (bron: Unie van Waterschappen)
HVC Contextanalyse, najaar 2025
5.1.2 Waterschapswet Tijdens de plenaire behandeling van de Wijzigingswet is toegezegd om de Kamer te informeren over het vervolgtraject om de waterschapsbelasting toekomstbestendiger te maken. Verder is aangegeven dat in het vervolgtraject in ieder geval aan de volgende onderwerpen aandacht wordt besteed: prijsprikkels bij het gebruik en het onttrekken van water, de zuiveringsheffing meer laten aansluiten bij de omvang van de huishoudens en een eventuele aanscherping van het profijtbeginsel. Het vervolgtraject is inmiddels van start gegaan en richt zich op vraagstukken waar de Wijzigingswet nog onvoldoende antwoord op geeft. In het vervolgtraject wordt gekeken naar mogelijke aanvullende maatregelen binnen zowel de watersysteemheffing als de zuiveringsen verontreinigingsheffing met als doel te komen tot een verdere ontwikkeling van een robuuster waterschapsbelastingstelsel. (bron: Min I&W) HVC en de Waterschapswet Lozingen die niet via het (gemeentelijk) riool naar een RWZI gaan, worden niet meer beschouwd als een wettelijke zuiveringstaak van de waterschappen. Voor dit soort ‘separate’ lozingen zijn wel mogelijkheden om privaatrechtelijke overeenkomsten te sluiten. Dit geldt ook voor de afvalwaterlozing van HVC in Dordrecht direct naar de RWZI van Waterschap Hollandse Delta.
5.1.3 Kader Richtlijn Water “Wie aan het Nederlandse landschap denkt, ontkomt er niet aan ook aan water te denken. Van polders doorkruist door slootjes tot Marsmans ‘breede rivieren’, die ‘traag door oneindig laagland gaan’, van de Amsterdamse grachtengordel tot Unesco-werelderfgoed de
59
Waddenzee: water is in Nederland nooit ver weg. Maar hoe schoon is dat water eigenlijk?” (bron: De Volkskrant) De kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater is nog onvoldoende om in 2027 de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen. De waterschappen werken aan verbetering, maar ook de agrarische sector, industrie, het Rijk en inwoners spelen hierin een cruciale rol. Als de doelen niet gehaald worden, kan de Europese Unie boetes opleggen. De belangrijkste probleemstoffen zijn nutriënten (voedingsstoffen), zware metalen en gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast vormen medicijnresten een steeds groter probleem. Hetzelfde geldt voor microplastics en PFAS. 5.1.4 Herziene richtlijn stedelijk afvalwater De herziening van de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater is op 5 november 2024 definitief geworden, na instemming in de Raad van de Europese Unie. De herziene richtlijn omvat een pakket aan maatregelen dat moet leiden tot een betere bescherming van de waterkwaliteit en de volksgezondheid in Nederland en Europa. Dat vereist maatregelen als het gaat om verwijdering van organische microverontreinigingen en nutriënten uit afvalwater. De lozing van fosfaat en stikstof moet worden teruggebracht. Dit kan een uitdaging zijn voor enkele RWZI’s waar geen ruimte aanwezig is voor uitbreiding.
Op veel RWZI’s dient een aanvullende zuivering voor medicijnresten te worden gerealiseerd. 5.1.5 Afschaffing vrijstelling afvalstoffenheffing op verbranden van zuiveringsslib Op dit moment is het verbranden van zuiveringsslib vrijgesteld van afvalstoffenbelasting. In de belastingplannen voor 2026 die gepresenteerd zijn op Prinsjesdag is voorgesteld dat de vrijstelling
HVC Contextanalyse, najaar 2025
afgeschaft wordt als het gaat om het co-verbranden in AVI’s. Impact op HVC HVC verwerkt in Nederland geen zuiveringsslib in AVI’s, en mogelijk alleen in noodgevallen/calamiteiten zal er slib naar het buitenland worden afgevoerd alwaar het in mono- verbranders of biomassacentrales wordt verwerkt. Verwacht wordt derhalve dat de afschaffing van de vrijstellen nauwelijks tot geen impact heeft op de slibverwerking door HVC. 5.1.6 Waterschapsheffing De waterschappen verwachten ongeveer € 4,3 miljard te heffen in 2025. Dat is ruim € 300 miljoen, ruim 8%, meer dan werd begroot voor 2024. Vergeleken met vijf jaar eerder is de waterschapsheffing met 41% toegenomen. De hoogte van de heffing voor huishoudens verschilt sterk per regio. Voor de andere hoofdtaak afvalwaterzuivering - begroten waterschappen € 2,0 miljard aan heffingen (zuivering- en verontreinigingsheffing). Dat is bijna 7% meer dan in 2024. Waterschapsbelasting wordt betaald door huishoudens, agrariërs, natuurterreinbeheerders en bedrijven in het gebied van het waterschap. Een aantal waterschappen int ook wegenheffing. (bron: CBS, 5 maart 2025)
5.2 Energie- en klimaatneutraliteit 5.2.1 Jaarlijkse klimaatmonitor De waterschappen streven naar klimaatneutraliteit in 2035. Daarbij kijken ze naar de broeikasgassen die het waterschap zelf veroorzaakt, maar ook naar de uitstoot van derden die in opdracht van het waterschap werken. Een tussenstap is energieneutraliteit in 2025.
60
Elk najaar brengt Arcadis in opdracht van de Unie van Waterschappen de Klimaatmonitor uit. Hierin is per waterschap gedetailleerd weergegeven wat de klimaatimpact is en hoe deze zich verhoudt tot voorgaande jaren. De totale CO2-emissies van de waterschappen zijn dalende. In scope 3 emissies is een belangrijke factor het gebruik van chemicaliën. Hieronder valt ook het gebruik van poederkool dat in de toekomst naar verwachting meer gebruikt gaat worden op de RWZI’s.
netcongestie. Door 'hobbels op de weg' wordt deze mijlpaal waarschijnlijk pas in 2027 bereikt. De grootste hobbels waren de hevige regenval vorig jaar, waardoor poldergemalen, boezemgemalen en rioolwaterzuiveringen op volle toeren aan het werk moesten en netcongestie. Het lukt waterschappen niet om voldoende elektriciteitsaansluitingen te krijgen voor teruglevering van opgewekte energie uit zon- en windprojecten. Ook stijgende kosten en politieke discussies in de regio over bijvoorbeeld locaties voor zon- en windenergieprojecten spelen een rol, aldus de nieuwste Klimaatmonitor. Nieuwe energieprojecten lopen daardoor vertraging op. Daarnaast zullen de toenemende bevolkingsgroei en strengere zuiveringseisen het energieverbruik in de toekomst waarschijnlijk verder doen toenemen. (bron: H20)
Trend verdeling CO2-eq emissies over de verschillende scopes, over de jaren 2013-2023 (bron: Klimaatmonitor 2023).
Lachgas en methaanemissies op RWZI’s vormen de grootste bron van (fossiele) CO2-eq emissies. Een versnellingsprogramma om methaan en lachgasemissies te reduceren is in gang gezet. 5.2.1 Energieneutraliteit De waterschappen hebben de ambitie om in 2025 100 % energieneutraal te zijn. De ambitie om energieneutraal te worden, wordt wel later bereikt dan verwacht, onder meer door
HVC Contextanalyse, najaar 2025
De afgelopen jaren zijn er grote stappen gezet in energieneutraliteit door processen efficiënter in te richten en eigen energie op te wekken. Echter zijn er ook uitdagingen: uitbreiding van de zuiveringen en beter zuiveren vergen meer energie. Ook elektrificatie zorgt voor steeds hoger verbruik. Deze energie is bij uitstek groen. Onbalans op de energiemarkt zorgt er echter voor dat er soms te weinig (groene) energie is, en soms te veel. Waterschappen verkennen daarom het opslaan van energie in batterijen of het produceren van waterstof. Elektriciteit is de energiedrager die het meest wordt verbruikt door de waterschappen, het aandeel is gelijk aan 65% van het totaal primair energieverbruik. Als ook de elektriciteit opgewekt met biogas meegerekend wordt en we beschouwen het eindverbruik, dan is het aandeel van elektriciteit gelijk aan 84% van het totaal energieverbruik. (bron: Klimaatmonitor 2023).
61
5.3 Ontwikkelingen afvalwaterketen 5.3.1 Extra zuiveringsstappen op RWZI Er staan forse investeringen en extra zuiveringskosten op stapel om de effluent kwaliteit te verbeteren, zoals voorgeschreven in de nieuwe Europese Richtlijnen. De richtlijn verplicht rwzi’s om medicijnresten vergaand te verwijderen, in 2045 minimaal 80 procent. Ook stelt de richtlijn dat het zuiveren van afvalwater volledig energieneutraal moet gaan worden. (bron: Unie van waterschappen, 2024). Hierbij gaat het om de implementatie van extra zuiveringsstappen om nutriënten en organische micro’s, zoals medicijnresten, uit het water te verwijderen. Denk aan oxidatieve technieken met ozon, UV of het adsorptietechnieken met actief kool of combinaties daarvan. De afgelopen vijf jaar zijn op een aantal rwzi’s in ons land veelbelovende technieken geïdentificeerd om medicijnresten uit afvalwater te halen. Deze pilots vonden plaats onder de vlag van het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater (IPMV). Het grote aantal proeftuinen bevestigt dat de ontwikkeling van technologie om medicijnresten uit water te halen midden in de belangstelling staat. In totaal zijn van zo’n 25 technieken haalbaarheidsstudies uitgevoerd. Nadelen zijn er ook: de huidige ozonisatietoepassingen met bellenbeluchting en pompinjectie een hoog energieverbruik.
Actiefkool geldt als een wegwerpproduct, heeft een fossiele oorsprong (steenkool of biomassa), en daarmee een grote CO2-voetafdruk. Zo gaat poedervormige actiefkool (PAK), die wordt toegevoegd aan het actiefslibsysteem van de rwzi, eenmaal verzadigd met het slib naar de slibverbranding. Granulaire actiefkool (GAK), die in een nageschakeld filter wordt toegepast, kan na gebruik een regeneratieproces
HVC Contextanalyse, najaar 2025
ondergaan en is geschikt voor hergebruik. Er zijn nog vele optimalisatiestappen nodig. Waterschappen staat aan de vooravond van omvangrijke investeringsagenda’s, in een krappe markt. Het prioriteren van locaties en bouwprojecten in het speelveld van de markt is hierin cruciaal. Effect op HVC Door toepassing van poedervormig actief kool in het actiefslibsysteem op de rwzi’s, worden organische microverontreinigingen en naar verwachting meer zware metalen geadsorbeerd. Het water wordt daarmee schoner. Het zuiveringsslib met daarin het actief kool en de daaraan gebonden stoffen, belanden bij de slibverwerking. Actief kool heeft een hogere calorische waarde (29 KJ/kg ds.) dan regulier zuiveringsslib (21 KJ/kg ds.). De slibverbrandingsinstallatie (SVI) heeft een vermogen dat thermisch beperkt is, waardoor de SVI minder slib met actief kool per tijdseenheid kan doorzetten. Elke ton actief kool dat in slib terecht komt, verdringt circa 8 ton regulier ontwaterd slib aan doorzet. Daarom is afstemming cruciaal voor de doorzet planning. 5.3.2 PFAS Eind 2024 zijn alle PFAS geclassificeerd als Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Dat wil zeggen dat voor al deze stoffen per direct een minimalisatieplicht gaat gelden. Bedrijven moeten dus voorkomen dat ze PFAS uitstoten naar lucht en water. Als dat niet mogelijk is, moeten bedrijven de emissie zo veel als mogelijk verminderen.
Daarvoor moeten ze eens in de 5 jaar een vermijdings- en reductieplan opstellen. (bron: Rijksoverheid.nl) De Unie van Waterschappen (UvW) maakt zich zorgen over de aanwezigheid en verspreiding van PFAS in het milieu. De enige manier
62
om PFAS aan te pakken is aanpak aan de bron, dus bij de producent. Uiteindelijk moet het doel zijn: de uitstoot van PFAS naar nul. Daarom pleit de UvW nadrukkelijk voor een Europees totaalverbod op PFAS. Impact PFAS op HVC PFAS is overal en wordt derhalve via afvalstromen aangeleverd aan HVC. Binnen HVC is een expertisegroep gestart met het in kaart brengen van PFAS-vraagstukken en er is voor diverse installaties gestart met een PFAS monitoringsprogramma voor in- en uitgaande stromen. Doel is om antwoorden te vinden op verwijdering- en afbraakhypothesen. Hiervoor wordt intensief contact onderhouden met omgevingsdiensten en andere externe partijen. HVC is lid geworden van het PFAS onderzoeksthema van WETSUS.
5.4 Ontwikkelingen zuiveringsslibketen 5.4.1 Slibverwerking in de toekomst In Nederland zijn de belangrijkste slibverwerkingsbedrijven Slibverwerking Noord-Brabant (SNB) in Moerdijk en HVC welke slib van hun aandeelhoudende waterschappen verwerken. De andere helft van de waterschappen laat het slib door een bedrijf ophalen en op contractbasis verwerken. Hierin is slibverwerkingsbedrijf GMB een belangrijke speler. EEW heeft in Delfzijl een nieuwe monoslibverwerkingsinstallatie opgeleverd die recentelijk 2025 volledig in bedrijf gegaan is. De bouw van de slibdroger van HVC in Alkmaar loopt op schema en vanaf Q4-2025 zal het eerste slib worden verwerkt. Ondanks de bouw van de nieuwe installaties voor slibverwerking is de capaciteit voor slibverwerking in Nederland niet voldoende. Er is een tekort van circa 100 kton op jaarbasis.
HVC Contextanalyse, najaar 2025
STOWA heeft begin 2025 een rapport uitgebracht getiteld Slibverwerking van de toekomst. Eind 2024 is de gezamenlijke visie op de waterketen 2050 vastgesteld. Uit deze visie blijkt dat de sector voor grote opgaven staan. Naast de doelen voor de zuiveringen is het doel dat de capaciteit van de verwerking van zuiveringsslib is gegarandeerd. Tegelijkertijd wordt de vraag gesteld hoe waterschappen slim, betaalbaar en duurzaam om kunnen gaan met het verwerkingsproces van het zuiveringsslib. De belangrijkste bevindingen zijn: • In 2050 vormt het actiefslibproces (biologisch slib) nog altijd een sterke basis voor een hoge effluentkwaliteit, vormt het daarmee een sterke basis voor de inzet van effluent als grondstof voor diverse toepassingen, levert het nog steeds een belangrijke bijdrage aan de energie- en klimaatdoelstellingen, én worden via het slib veel schadelijke stoffen uit het (water)milieu gehouden. Dit is een aspect dat aandacht verdient bij de ontwikkeling van nieuwe zuiveringsconcepten zoals bij fysisch/chemische zuivering van afvalwater. • Sommige grondstoffen kunnen beter en efficiënter op de zuivering worden teruggewonnen dan bij de slibeindverwerking en vice versa. • Vanuit het perspectief van duurzaamheid zoals dat in dit rapport is toegepast scoort geen van de nieuwe technologieën beter dan de huidige verwerkingsroutes.
• Afzet van slib naar de landbouw om invulling te geven aan de circulaire economie is niet aannemelijk. Steeds meer wordt duidelijk welke verontreinigingen zoals medicijnresten, microverontreinigingen zoals PFAS, en micro- en nano plastics in het slib aanwezig zijn. In Nederland voldoet het slib nu al niet aan de bestaande eisen aan slib als het gaat om zware metalen. Buiten Nederland wordt steeds vaker de discussie
63
•
•
gevoerd of de afvoer van slib met alle verontreinigingen naar de landbouw nog wel verantwoord is. Optimaliseer de huidige verwerkingsroutes om de impact op het milieu verder te verkleinen en meer grondstoffen terug te winnen, zowel in aantal als in volume. Waterschappen en eindverwerkers kunnen gezamenlijk ondersteuning gegeven aan de doorontwikkeling van veelbelovende nieuwe technologieën naar een volwassen technologie. (bron: STOWA)
5.4.2 Landen om ons heen In Vlaanderen is Aquafin actief met de bouw van twee slibdrogers en de bouw van een mono-slibverbrander in Gent. Aanvullend wordt een fosfaatterugwinningsstap voorzien. Ook in Duitsland wordt geïnvesteerd in mono-verbrandingsinstallaties. Het mono-verbrande as is daarna geschikt voor fosfaatterugwinning. 5.4.3 Slibvergisting Het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in het najaar van 2024 ingestemd met centrale slibvergisting op de afvalwaterzuiveringsinstallatie Haarlem Waarderpolder. Hier zal vanaf 2030 het slib van de 13 zuiveringen van Rijnland worden vergist en in groen gas omgezet. Naast de aanpassing van de slibverwerking wordt ook een nieuwe waterzuivering gebouwd. De capaciteit wordt hiermee vervijfvoudigd, van circa 300.000 naar bijna 1,5 miljoen inwonerequivalenten. Op de rioolwaterzuiveringsinstallatie Geestmerambacht wil het Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier (HHNK) een energieen grondstoffenfabriek bouwen. Deze energie- & grondstoffenfabriek bestaat uit twee onderdelen: een centrale slibvergistingsinstallatie met groengasinstallatie en de bouw van één of twee windturbines. De zuivering ligt in de buurt van Alkmaar waar het uitgegiste slib van de
HVC Contextanalyse, najaar 2025
vergistingsinstallatie verder wordt gedroogd tot biobrandstof voor de bio-energiecentrale van HVC. De voorlopige planning gaat uit van start bouw in 2026. Waterschap Hollandse Delta treft voorbereidingen voor een centrale slibontwateringsinstallatie en slibgisting in Dordrecht met groen gasproductie en CO2-afvang. In nauwe samenwerking met HVC wordt gekeken hoe gebruik kan worden gemaakt van elkaars terreinen en uitwisseling van energie en warmte. Waterschap Zuiderzeeland is gestart met het project ‘Almere fit for the future’ dat een uitbreiding en renovatie van de afvalwaterzuivering Almere, inclusief een slibgisting met groengasproductie, omhelst. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet in de duurzaamheidsambities. Effect van slibvergisting op HVC Het vergisten van slib leidt tot een afname van het organische stof in slib en een absolute afname van slib naar de verwerkers. Hiermee spelen de slibverwerkers capaciteit vrij in verbrandingsovens. Nederland breed is dit gewenst omdat er nog steeds meer slib wordt geproduceerd dan dat er verwerkingscapaciteit is. Slibprognoses van waterschappen zijn cruciaal voor de capaciteitsplanning van de slibverbrandingsinstallatie en slibdroger van HVC.
5.5 Grondstoffen uit afvalwater en slib 5.5.1 Terugwinning fosfaat HVC en SNB zijn tot op heden de enige slibverbranders in Nederland. In 2025 komt de slibverbrander van EEW in Delfland ook in bedrijf. Uit de verbrandingsas kan fosfaat worden teruggewonnen. HVC en SNB
64
hebben in 2025 circa 8% van de asproductie kunnen inzetten voor fosfaatkunstmest doeleinden. Dit gaat in de loop van de jaren toenemen naar de volledige hoeveelheid. Het nieuwe fosfaatproduct is inmiddels op de markt verkrijgbaar. Binnen de Europese Unie is de kritieke grondstoffen verordening gepubliceerd (EU – 2024/1252). Fosfaat en Fosfaatgesteente staan op de lijst als kritieke grondstof. Praktisch betekent dit dat lidstaten extra verplichtingen hebben om correct met deze materialen om te gaan. Het is nog de vraag hoe deze verordening vertaald gaat worden naar de Nederlandse context. Effect van (onderzoek naar) fosfaatterugwinning op HVC en haar waterschappen HVC is samen met SNB koploper als het gaat om de toepassing van technologieën om fosfaat uit verbrandingsas te halen. De baten van deze circulaire activiteiten zijn van belang voor de ambities van de waterschappen. HVC en SNB hebben afgesproken om de ervaringen die uit de verkenningen van bovengenoemde routes voortkomen, met elkaar te delen en waar nodig bij elkaar in te stappen om te komen tot een volwaardige en grootschalige fosfaatterugwinning. 5.5.2 Terugwinning stikstof In Nederland wordt er binnen het TKI-KNAP project met een groot consortium gewerkt aan het sluiten van de kringloop van nutriënten.
Hierbij wordt, naast fosfaat ook veel aandacht gegeven aan stikstofverwijdering en tergwinning uit afval- en proceswater. Enerzijds onderzoeken waterschappen hoe er meer stikstof uit het afvalwater kan worden verwijderd, om te voldoen aan de strengere eisen voor effluentkwaliteit, anderzijds hoe deze stikstofverbindingen kunnen worden teruggewonnen. Bijvoorbeeld in de vorm van ammoniak en
HVC Contextanalyse, najaar 2025
ammoniumsulfaat. Die laatste kan ook weer als meststof worden toegepast. (bron: KWR) 5.5.3 Vetzuren en natuurlijke plasticvervanger De demonstratiefase van het PHA2USE project is afgerond. Het project heeft waardevolle informatie opgeleverd over de opschalingsmogelijkheden. Er zijn grote stappen gezet in de ontwikkeling en toepassing van het materiaal. Tegelijkertijd zijn er belangrijke aandachtspunten naar voren gekomen die moeten worden opgelost. Een belangrijk aandachtspunt is bijvoorbeeld het verlagen van de kosten van de extractie van vetzuren uit zuiveringsslib. Verder blijkt de verdere marktontwikkeling tijdrovend. Ook de tot dusver beperkte beschikbaarheid van Caleyda® blijft lastig. Om dit op te lossen realiseert Paques Biomaterials een PHA-extractiefaciliteit in Emmen. (bron: STOWA) 5.5.4 Cellulose uit zeefgoed Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR), het bedrijf NPSP en Schoots Architecten hebben gevelpanelen ontwikkeld die gemaakt zijn van cellulose uit rioolwater. De gevel van een bedrijfsgebouw van HDSR in De Meern wordt hiermee als eerste bekleed. HDSR zet al langer in op deze vorm van het benutten van reststoffen uit de rioolwaterzuivering. Op de rioolwaterzuivering Leidsche Rijn in Utrecht werd in oktober 2023 de eerste Nederlandse installatie voor hergebruik van cellulose uit afvalwater geopend.
Hierbij werd in eerste instantie vooral gemikt op de toepassing van cellulose als nieuwe grondstof voor asfalt in wegen en voor oeverbeschoeiing. (bron: HDRS) 5.5.5 CO2 afvang Bij de omzetting van biogas naar groengas komt CO2 vrij. Dit groene CO2 kan worden afgevangen en vervloeid. Bij Hoogheemraadschap van Delfland gebeurt dit al. De CO2 wordt geleverd aan tuinders.
65
Waterschappen onderzoeken ook hoe het groene en schone CO2 kan worden ingezet in de drinkwaterketen.
Prestatieladder, vragen zij ook steeds vaker de CO2-Prestatieladder uit in aanbestedingen.