CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D08 02 Bijlage 2 bij Nota - Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2023.pdf

Gemeenteraad 30 januari 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken51.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Hoofdstuk 7 Dagactiviteiten Artikel 1.1 van de Verordening (begripsbepaling) Hoofdstuk 6 van de Verordening 7.1 Inleiding De maatwerkvoorziening dagactiviteiten is een vorm van begeleiding in groepsverband bestemd voor cliënten die niet mee kunnen doen in het ‘gewone’ dagelijkse (werk)leven. De dagactiviteiten dragen

35

bij aan de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt, zodat deze zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Dagactiviteiten omvatten structurele tijdsbesteding met een welomschreven resultaat waarbij een cliënt actief wordt betrokken en wat hem zingeving biedt. Begeleiding is hiervan een onderdeel zodat de cliënt kan deelnemen aan de dagactiviteiten. Dagactiviteiten kunnen gericht zijn op: een invulling van de dag, dagstructuur hebben en mensen ontmoeten. Ze kunnen naast structurerend ook ontwikkelingsgericht zijn. Als dat nodig is valt hieronder ook het vervoer naar en van de dagactiviteiten. Dagactiviteiten kan er ook voor zorgen dat de mantelzorger wordt ontlast. Er zijn drie vormen van dagactiviteiten die zijn afgestemd op een specifieke doelgroep (zie hierna). 7.2 Algemene uitgangspunten Tijdens het onderzoek stelt het college vast of er voorliggende oplossingen zijn die aan het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van dagactiviteiten in de weg staat. Daaronder kan gebruikelijke hulp vallen die een eventuele huisgenoot van de cliënt geacht wordt te bieden. Ook de begeleiding die geboden kan worden door een welzijnsorganisatie kan een voorliggende oplossing zijn. Verder bepaalt de Verordening dat het college de te verstrekken maatwerkvoorziening kan combineren met eigen kracht, ondersteuning vanuit het sociaal netwerk en vrijwilligers.

Als uitgangspunt geldt ook dat een collectieve maatwerkvoorziening in principe voor gaat op een individuele maatwerkvoorziening (art. 6.2 van de Verordening). De achtergrond daarvan is onder meer dat een collectief aanbod goedkoper is dan een individueel aanbod. Het college is immers niet gehouden meer dan de goedkoopst passende bijdrage te verlenen (zie art. 4.3, eerste lid onder b, van de Verordening). Verder kan het natuurlijk zijn dat dagactiviteiten (collectieve maatwerkvoorziening in groepsverband) een beter passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt. 7.2.1 Voorliggende oplossing De Bouwerskamp is een laagdrempelige inloopvoorziening voor in ieder geval cliënten met een psychische kwetsbaarheid. De Bouwerskamp is een algemene voorziening en kan voor gaan op het verstrekken van een maatwerkvoorziening dagactiviteiten. Beschikbaarheid De openingstijden van de Bouwerskamp zijn:  Maandag tot en met vrijdag van 9.00-17.00 uur  Plus twee avonden doordeweeks tot 19.00 uur  En op zondag van 15.00-19.00 uur. Resultaten De inloopvoorziening Bouwerskamp richt zich op het bereiken van de volgende resultaten:  Het zich thuis laten voelen en contacten leggen.  Het faciliteren van cliënten met een psychische kwetsbaarheid om zich te ontwikkelen om een volgende stap te zetten in het meedoen in de maatschappij, ook arbeidsmatig.

Hierbij wordt geïnvesteerd op herstel en inzet van ervaringsdeskundigheid.  Het signaleren van verergering van de problematiek en somatische achteruitgang en hiernaar handelen. Het hierbij ontlasten van de mantelzorger.  Het werken aan een gezonde leefstijl bij cliënten door het bieden van gezonde voeding, het verstrekken van informatie over voeding en bewegen en het samenwerken met de Voedselbank om verspilling van voedsel tegen te gaan.  Het onder de aandacht brengen van stigma’s.  Het faciliteren van ruimte aan vrijwilligersorganisaties op het gebied van zelfhulp waarmee zwaardere zorg voorkomen wordt.  Er ontstaat begrip en acceptatie tussen verschillende doelgroepen waardoor de drempel verlaagd wordt om samen activiteiten te ondernemen. Hierdoor is er een breder aanbod van activiteiten voor wie er behoefte aan heeft.

36

No. 22.0002017  Het samenwerken tussen organisaties waardoor expertise en inzet voor een brede doelgroep wordt benut.  Het vergroten van het bereik van mensen, zodat er meer mensen bereikt worden en naar de Bouwerskamp komen.  Het normaliseren en afschalen van hulpverlening.  Het versterken van het netwerk van cliënten buiten de Bouwerskamp. 7.3 Vormen van dagactiviteiten Er zijn drie maatwerkvoorzieningen in de vorm van dagactiviteiten die elk bestemd zijn voor een verschillend deel van de populatie. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende producten, de bijbehorende deelpopulatie en activiteiten: 7.3.1 Doelgroep en scheidslijn dagactiviteiten Naam product Deelpopulatie Dagactiviteiten Ouderen en (jong) belevingsgericht dementerenden Dagactiviteiten NAH Niet aangeboren hersenletsel (NAH) Dagactiviteiten arbeidsmatig

Arbeidsmatige leeftijd

Activiteiten Recreatief Recreatief en ontwikkelingsgericht Ontwikkelingsgericht

Exclusief deelpopulatie Arbeidsmatige leeftijd m.u.v. jong dementerenden Cliënten die geen NAH hebben -

Deelpopulatie NAH, Pensioengerechtigde leeftijd en dementerenden

Pensioengerechtigd en toch dagactiviteiten arbeidsmatig? De cliënt staat centraal. Neem bijvoorbeeld een cliënt die deelneemt aan de dagactiviteiten arbeidsmatig en de pensioengerechtigde leeftijd bereikt maar graag wil blijven deelnemen aan de dagactiviteiten arbeidsmatig. Deze cliënt kan daar in afstemming met de aanbieder en het college blijven. De cliënt ontvangt wel een andere indicatie, namelijk voor dagactiviteiten belevingsgericht. De aanbieder van dagactiviteiten belevingsgericht en de aanbieder dagactiviteiten arbeidsmatig werken samen om deze cliënt te bedienen. Dat kan een combinatie van dagactiviteiten zijn of volledige deelname aan de dagactiviteiten arbeidsmatig. Aanbieders kunnen bijvoorbeeld hun samenwerking vormgeven in een hoofd- en onderaannemerschap. 7.4 Dagactiviteiten niet aangeboren hersenletsel (NAH) Cliënten met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) hebben schade aan de hersenen die is ontstaan in de loop van hun leven. Dit zorgt voor een onomkeerbare breuk in hun levenslijn; een cliënt met NAH ervaart dat wat voorheen vanzelfsprekend was, dat nu niet meer is. Dit vraagt om speciale aanpak en aandacht, bijvoorbeeld voor rouwverwerking en leerbaarheid. 7.5 Dagactiviteiten belevingsgericht De doelgroep voor deze maatwerkvoorziening zijn cliënten vanaf de pensioengerechtigde leeftijd en (jong) dementerenden.

De doelgroep kenmerkt zich door een onomkeerbaar verlies van regie en een grote mate van zorgafhankelijkheid. Het gaat bij dagactiviteiten belevingsgericht om cliënten die ernstig beperkt zijn in hun zelfredzaamheid en die (nagenoeg) niet meer in staat zijn om hun eigen dagstructuur vorm te geven. Denk aan cognitieve beperkingen door dementie en/of fysieke beperkingen door een ziekte of ouderdom. Omdat zij sterk beperkt zijn in de zelfredzaamheid kan dat leiden tot: sociaal isolement, afnemende vaardigheden en het langzaam verliezen van de regie over het leven. De dagactiviteiten belevingsgericht geven structuur en een zinvolle invulling van de dag aan deze groep ouderen en (jong) dementerenden. Deze maatwerkvoorziening voorkomt ook dat iemand geen sociale contacten meer heeft en geïsoleerd raakt. Recreatief met als doel beleven De dagactiviteiten belevingsgericht zijn veelal recreatief van aard en hebben als doel ‘beleven’. Als de cliënt beginnende en lichte beperkingen heeft, zijn de activiteiten vooral recreatief van aard en gericht

37

op het hebben van contacten, versterken sociaal netwerk en ontmoeting. Activiteiten zijn bijvoorbeeld: wandelen, knutselen, klussen, gymnastieken, zingen of samen koken en andere mensen ontmoeten. Voor deze cliënten kan een algemene voorziening, een vrij toegankelijke voorziening en/of inzet van een vrijwilliger voldoende zijn, al dan niet in combinatie met deze maatwerkvoorziening een passende oplossing zijn. Opvang en stabiliseren Afhankelijk van de mate van maar ook de prognose van de beperkingen van de cliënt zijn de dagactiviteiten vaak recreatief van aard en gericht op stabilisering, het voorkomen of vertragen van verdere achteruitgang, het zo lang mogelijk behouden van vaardigheden, het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Het richt zich op opvang van cliënten die naar verhouding veel structuur, begeleiding en toezicht nodig hebben, bijvoorbeeld cliënten met dementie. De begeleiding is intensiever en meer specialistisch dan recreatief met als doel beleven vanwege de beperkingen (fysiek, verstandelijk, geestelijk). Het is daarnaast vaak gericht op het ontlasten van mantelzorgers. Een groot deel van deze cliënten komt via de maatwerkvoorziening dagactiviteiten belevingsgericht uiteindelijk terecht in de Wlz.

7.6 Dagactiviteiten arbeidsmatig De (onbetaalde) dagactiviteiten arbeidsmatig is bestemd voor cliënten:  van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd (arbeidsmatige leeftijd),  die (nog) geen aanspraak kunnen maken op ondersteuning bij de arbeidsparticipatie, en  een mate van ontwikkelingspotentieel hebben richting maatschappelijk participeren. Kenmerk doelgroep Veelal gaat het om cliënten met een verstandelijke beperking, psychosociale problematiek of psychiatrische stoornis. De beperking is dermate belemmerend dat cliënten (al dan niet tijdelijk) nog geen ondersteuning kan krijgen bij de inschakeling bij de arbeidsparticipatie van de gemeente of het UWV. De reden daarvan is dat de cliënt (nog) niet over arbeidsvermogen (of verdiencapaciteit) beschikt. De doelgroep heeft dikwijls moeite om een stabiele structuur en invulling aan hun dagen te geven. De maatwerkvoorziening dagactiviteiten arbeidsmatig biedt als het ware een alternatief voor werk of school voor cliënten die (nog) geen betaald werk kunnen doen. Daaronder wordt ook ondersteuning in de arbeidsparticipatie verstaan, zoals (begeleid) vrijwilligerswerk. De dagactiviteiten arbeidsmatig biedt cliënten zingeving. 7.6.1 Doelgroep en beoordelen problematiek Het college stelt tijdens het onderzoek vast welk resultaat of welke resultaten bereikt moeten worden en welke aandachtspunten er eventueel zijn.

Hiervoor maakt het college ook gebruik van de uitvraag op verschillende gebieden. Is de cliënt aangewezen op een maatwerkvoorziening dagactiviteiten arbeidsmatig dan wordt vastgesteld wat als passende bijdrage kan worden aangemerkt. Dat wordt aangeduid met een intensiteit. Zie verder Bijlage 5 Bepalen ernst van de problematiek (onderscheid licht, matig, zwaar) bij deze beleidsregels. Het college hanteert de volgende intensiteiten: Intensiteit Licht Middel Zwaar Intensief

Ondergrens dagdelen per maand meer dan 4 dagdelen meer dan 19 dagdelen meer dan 27 dagdelen meer dan 35 dagdelen

Bovengrens dagdelen per maand tot en met 18 dagdelen tot en met 26 dagdelen tot en met 35 dagdelen -

Werksetting, begeleiding en coaching De maatwerkvoorziening dagactiviteiten arbeidsmatig omvat activiteiten in een werkachtige setting. Cliënten ontplooien hun capaciteiten, leren kennis en vaardigheden, leef- en werkritme en omgangsvormen die ze ook nodig hebben op de werkvloer, zodat waar mogelijk hun kansen op de arbeidsmarkt worden vergroot. De begeleiding bestaat uit ondersteuning en coaching en richt zich op

38

No. 22.0002017 het stimuleren van de zelfredzaamheid en eigen regie en het krijgen van veiligheid en structuur. De begeleiding gaat uit van de mogelijkheden en wensen van de cliënt en staat in het teken van het ontwikkelen van eigen initiatief, talenten. Begeleiding spreekt de competenties aan. Realiseren van ontwikkeling De beperkingen van deze cliënten zijn dusdanig, dat er ontwikkeling verwacht en gerealiseerd kan worden. Het doel is afhankelijk van het ontwikkelperspectief van de individuele cliënt. De mate en snelheid van ontwikkeling verschilt per persoon. Het gaat erom dat cliënten zich ontwikkelen op maximaal eigen vermogen. Waar mogelijk stromen de deelnemers uit deze maatwerkvoorziening omdat ze er niet meer op zijn aangewezen of kan worden afgeschaald naar voorliggende oplossingen. Ook kan een cliënt doorstromen naar een vorm van werk of ondersteuning gericht op arbeidsparticipatie. De maatwerkvoorziening dagactiviteiten arbeidsmatig dient dan als opstapje naar werk voor cliënt waarvoor de stap naar werk of een vorm van arbeidsparticipatie (tijdelijk) nog te groot is. Geen doorstroom naar werk/arbeidsparticipatie In bepaalde gevallen zal gezien de beperkingen van de cliënt doorstroom naar een vorm van werk niet haalbaar zijn.

De maatwerkvoorziening dagactiviteiten arbeidsmatig staat dan in het teken van participatie met als doel cliënten een zinvolle invulling van de dag te geven die past bij hun interesse en vaardigheden en hun naar vermogen te laten ontwikkelen. 7.6.2 Mogelijkheden tot arbeidsparticipatie Reikwijdte Het kan voorkomen dat de cliënt die een beroep doet op de Wmo 2015 in aanmerking kan komen voor ondersteuning bij zijn arbeidsparticipatie op grond van de Participatiewet of van het UWV. In dat geval zal de cliënt een verzoek moeten indienen bij de betreffende organisatie. Ondersteuning in de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling valt niet binnen de reikwijdte van de Wmo 2015. Tijdens het onderzoek stelt het college vast of daar sprake van is. Daarbij wordt opgemerkt dat ondersteuning in de arbeidsparticipatie en een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding of dagactiviteiten op grond van de Wmo 2015 samen kunnen gaan. Immers de cliënt kan nog steeds beperkingen ondervinden in de zelfredzaamheid of participatie. Arbeidsvermogen Ontvangt de cliënt een uitkering van het UWV dan is doorgaans door een arbeidsdeskundige vastgesteld of er sprake is van arbeidsvermogen of de cliënt dat kan ontwikkelen. Denk aan een uitkering op grond van: de Wajong of Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Dat komt, eenvoudig gezegd, neer op de vraag of iemand wel of niet kan werken.

Dat wil zeggen: meer dan een bepaald percentage van de geldende verdiencapaciteit kunnen verdienen. De cliënt kan bij het UWV een aanvraag indienen voor ondersteuning bij zijn re-integratie. Voor de Wajong staan afspraken daarover in het werkplan (voor oude Wajong) of het participatieplan (Wajong 2010). Voorbeelden van trajecten voor bijvoorbeeld Wajongers zijn: Participatie-interventie, Bevorderen maatschappelijke deelname, Praktijk assessment of een Werkfit traject. Mogelijkheden tot arbeidsparticipatie Artikel 2, eerste lid, van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021 bepaalt wat onder mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt verstaan. Iemand heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als die persoon: a. een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; b. over basale werknemersvaardigheden beschikt; c. aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; en d. ten minste vier uur per dag belastbaar is of ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.

39

In de Regeling loonkostensubsidie Participatiewet 2021 zijn nadere regels opgenomen voor de landelijk uniforme loonwaardebepaling in het kader van de Participatiewet. Doelgroepregister In het kader van de arbeidsparticipatie is het bijvoorbeeld van belang om te weten of de cliënt is opgenomen in het doelgroepregister. Dat is een register waarin mensen staan die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak. De banenafspraak is een afspraak tussen het kabinet en werkgevers om te zorgen voor extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit zijn mensen die moeilijk werk vinden of behouden door bijvoorbeeld een ziekte of handicap. Het UWV beheert het doelgroepregister. De volgende personen vallen in het doelgroepregister:  die onder de doelgroep van de Participatiewet valt en waarvan is vastgesteld dat die persoon niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen.  die zelf bij het UWV een beoordeling arbeidsvermogen of werken met een voorziening heeft aangevraagd.  die een WSW-indicatie (Wet Sociale Werkvoorziening) heeft of had.  die een oude Wajong of Wajong 2010 uitkering ontving en die kan werken.  die een WIW-baan (voormalige Wet inschakeling werkzoekenden) of een ID-baan (voormalig Besluit in- en doorstroombanen) had of heeft.  schoolverlaters van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro) die zich schriftelijk hebben aangemeld bij UWV.

 die alleen met een voorziening (hulp, hulpmiddelen en regelingen) het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Ontwikkelingsperspectief leerlingen so en vso Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs moeten een ontwikkelingsperspectief voor leerlingen vaststellen. In dit plan staat in het speciaal onderwijs de verwachte uitstroombestemming van de leerling: type vo of uitstroomprofiel vso en in het vso de verwachte uitstroombestemming (dagbesteding, arbeidsmarktgericht of vervolgonderwijs). De school stelt het ontwikkelingsperspectief vast met de ouders. Doelgroep Participatiewet Wie onder de doelgroep van de Participatiewet valt staat in artikel 7, eerste lid onder a, van de Participatiewet. Dat wil zeggen dat het college verantwoordelijk is voor ondersteuning richting werk door het aanbieden van een voorziening als iemand daarop is aangewezen. Bij de keuze van zo’n aanbod heeft het college een ruime beoordelingsvrijheid. Geen ontheffing Cliënten met een uitkering op grond van de Participatiewet kunnen niet ontheven worden van de verplichting om een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling te accepteren (art. 9, tweede lid, van de Participatiewet). Voorzieningen gericht op arbeidsparticipatie Op grond van de Participatiewet zijn verschillende voorzieningen mogelijk.

Bijvoorbeeld:  Loonkostensubsidie,  Jobcoach,  Werken met behoud van uitkering,  Proefplaatsing,  Participatievoorziening beschut werk,  Ondersteuning bij leer-werktrajecten,  Scholing,  Traject gericht op arbeidsparticipatie. Dit is geen limitatieve opsomming.

40

No. 22.0002017 Het onderzoek Tijdens het onderzoek door het college komt ook de mogelijke samenwerking aan bod met andere partijen (art. 2.3.2, vierde lid onder f, van de wet). Bijvoorbeeld de medewerker van de gemeente Noordoostpolder zelf in het kader van de uitvoering van de Participatiewet of een arbeidsdeskundige van het UWV. Aanspraak ondersteuning arbeidsparticipatie Valt de cliënt namelijk onder de doelgroep van de Participatiewet of het UWV, dan kan samenwerking maar ook afstemming van de bijvoorbeeld te verstrekken begeleiding of dagactiviteiten arbeidsmatig op grond van de wet zijn aangewezen (art. 2.3.5, vijfde lid, van de wet). Verklaring arbeidsdeskundige Het kan voorkomen dat de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie dusdanig zijn dat de cliënt weliswaar beschikt over arbeidsvermogen (verdiencapaciteit heeft) maar een traject tot arbeidsparticipatie niet beschikbaar is of er maar hele kleine stapjes gezet kunnen worden. De problematiek in de zin van de Wmo kan daar bijvoorbeeld mee te maken hebben. Op basis van de verklaring van een (arbeids)deskundige kan het college toch tijdelijk dagactiviteiten arbeidsmatig verstrekken. Deze deskundige kan ook een oordeel geven over de inhoud van een traject richting arbeidsinschakeling.

Hoofdstuk 8 Huishoudelijke ondersteuning 8.1 Inleiding Artikel 1.1, eerste lid, van de Verordening Onder huishoudelijke ondersteuning wordt verstaan: geheel of gedeeltelijk ondersteunen of overnemen van noodzakelijke activiteiten in het huishouden dan wel van de leefeenheid waartoe de cliënt behoort. Het college kan de te verstrekken maatwerkvoorziening combineren met het (tijdelijk) overnemen van de huishoudelijke werkzaamheden en/of het bieden van begeleiding bij het zelf uitvoeren daarvan. Verder is het zo dat degene die de begeleiding biedt contact moet hebben met degene die de huishoudelijke werkzaamheden overneemt van de cliënt om tot goede afstemming van de te bieden huishoudelijke ondersteuning te komen. Dat kan ook met de huisgenoot zijn die gebruikelijk hulp biedt. De indicatie voor de maatwerkvoorziening, bestaande uit het (tijdelijk) overnemen van de huishoudelijke werkzaamheden en/of het bieden van ondersteuning in de regie/organisatie van het huishouden of Advies, instructie, voorlichting (AIV) bij het zelf uitvoeren daarvan. Maatwerkvoorziening wordt alleen dan verstrekt als geen sprake is van: gebruik kunnen maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen, gebruikelijke hulp of een algemene voorziening geen passende bijdrage is en er verder geen andere personen in het netwerk zijn die deze taken kunnen overnemen.

8.2 Resultaat schoonmaakondersteuning Schoonmaakondersteuning heeft betrekking op het schoonhouden van de woning, het op orde hebben van het huishouden en de wasverzorging (schoon beddengoed, ander linnengoed en schone kleding). De maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning bestaat uit: huishoudelijk werk, wasverzorging en het doen van boodschappen voor het dagelijks leven. Schoonmaakondersteuning heeft betrekking op een aantal resultaten (zie hierna). 8.2.1 Resultaat een schoon en leefbaar huis Iedereen moet gebruik kunnen maken van een schone huiskamer, een schone slaapkamer, een schone keuken, een schone badkamer en toilet en een schone gang, schoon volgens de algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Om een schoon en leefbaar huis te realiseren zal huishoudelijk werk moeten

41

worden uitgevoerd. Concreet gaat het om taken zoals stofzuigen van de woning, het schoonmaken van de badkamer, keuken, toilet en het dweilen van vloeren. Ramen wassen buitenkant Het aan de buitenkant wassen van ramen wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk voor een schoon en leefbaar huis (CRVB:2017:1302). Voor het aan de buitenkant wassen van de ramen is een adequaat alternatief beschikbaar in de vorm van een glazenwasser. Gezien de lage frequentie van het ramenwassen aan de buitenkant, in combinatie met de beperkte kosten voor het inzetten van een glazenwasser, wordt dit als algemeen gebruikelijke voorziening aangemerkt. Tuinonderhoud en balkon Tuinonderhoud wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is voor een schoon en leefbaar huis (CRVB:2017:885). Huishoudelijke ondersteuning beperkt zich tot de binnenzijde van de woning. Het schoonmaken van het balkon valt ook niet onder de schoonactiviteiten. 8.2.2 Resultaat schone en draagbare kleding Iedereen moet gebruik kunnen maken van schone en draagbare kleding. Bij de wasverzorging gaat het uitsluitend over: het sorteren, wassen en drogen en opruimen van de normale kleding voor alledag en overig textiel. Als uitgangspunt geldt dat de was niet wordt gestreken, tenzij dat medisch noodzakelijk is.

Dat zal moeten blijken uit een medisch advies; waaronder ook wát gestreken zou moeten worden. Er kan worden volstaan met het opvouwen van de was. Van de cliënt wordt verwacht dat hij beschikt of kan beschikken over strijkvrije kleding (bijv. RBOBR:2019:4844). Het resultaat wordt bereikt of zal doorgaans bereikt worden door gebruik te maken van de algemene voorziening wasservice. Er wordt dan geen indicatie maatwerkvoorziening voor wasverzorging afgegeven. 8.2.3 Resultaat boodschappen voor het dagelijks leven Iedereen moet kunnen beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften. Tot de goederen voor primaire levensbehoeften worden boodschappen gerekend die nodig zijn voor dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/wekelijks worden gebruikt. Dit resultaat zal doorgaans bereikt worden door gebruik te maken van de boodschappendienst (algemeen gebruikelijke voorziening) of met hulp van huisgenoten (gebruikelijke hulp). Andere inkopen, zoals kleding en duurzame goederen zoals (huishoudelijke) apparaten, vallen niet onder dit resultaat. 8.3 Resultaat bij regie/ zorg over het huishouden De maatwerkvoorziening ondersteuning bij regie/ zorg over het huishouden kan bestaan uit de volgende resultaten.

8.3.1 Resultaat maaltijden: broodmaaltijd en/of warme maaltijd Iedereen moet kunnen beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften. Het klaarzetten van broodmaaltijden of (opwarmen van) warme maaltijden zijn nodig voor dagelijkse levensbehoeften. Het bereiden van de warme maaltijd kan ook onder dit resultaat vallen. Voorliggende oplossingen kunnen zijn: gebruikelijke hulp, mee kunnen eten bij een buurt- of verzorgingshuis en algemeen gebruikelijke voorzieningen. Zie verder in dit hoofdstuk. 8.3.2 Resultaat thuis zorgen voor minderjarige kinderen die tot het gezin behoren Het gaat om de dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen (jonger dan 12 jaar) als beide ouders deze tijdelijk niet in staat zijn te leveren. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken, maaltijd voorbereiden en toezicht houden. Ook het brengen en halen van kinderen naar school/crèche vallen eronder. In principe is het de verantwoordelijkheid van ouders om, op tijden dat zij beide niet in staat zijn voor de kinderen te zorgen dat zelf te regelen. De Wmo heeft alleen een taak in het tijdelijk bijspringen, zodat voor de ouder(s) ruimte ontstaat om zelf een

42

No. 22.0002017 oplossing te vinden. In de praktijk betreft dit ondersteuning die doorgaans per direct moet kunnen worden ingezet en zonodig buiten de reguliere werktijden om. Diverse vormen van kinderopvang kunnen als voorliggende oplossing worden aangemerkt. 8.3.3 Resultaat een gestructureerde organisatie van het huishouden Een gestructureerde organisatie van het huishouden gaat over het, al dan niet samen de cliënt, bepalen welke huishoudelijke werkzaamheden wanneer worden gedaan (regievoering over het huishouden). 8.3.4 Resultaat aanleren van taken aan cliënten die leerbaar zijn Cliënten die leerbaar zijn krijgen tijdelijk Advies, instructie, voorlichting over het uitvoeren van huishoudelijke werkzaamheden en/ of het plannen van huishoudelijke werkzaamheden zodat zij na de inzet over de vaardigheid beschikken om zelfstandig een gestructureerde huishouding te voeren. 8.3.5 Bijzonderheden In zeer uitzonderlijke gevallen kan het (tijdelijk) overnemen van schoonmaaktaken, zoals stofzuigen en wasverzorging onder de maatwerkvoorziening ondersteuning bij regie/ zorg over het huishouden vallen. Dit geldt met name in situaties waarbij het niet wenselijk of haalbaar is dat een cliënt meerdere ondersteuners heeft. Denk hierbij aan (potentiële) zorgmijders. Dan is het wenselijk, dat één ondersteuner zowel de schoonmaakondersteuning als de ondersteuning bij regie/ zorg uitvoert.

8.4 Wijkverpleging Is de cliënt aangewezen op toezicht bij de maaltijden, dan bestaat er aanspraak op wijkverpleging. Denk bijvoorbeeld aan verslikkingsgevaar tijdens het eten. Zie verder 6.4 Afbakening Zorgverzekeringswet en Wmo 2015 in deze beleidsregels. 8.5 Uitstelbare en niet-uitstelbare taken Het spreekt voor zich dat voor het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden geboden ook afhankelijk is van de vraag of het gaat om uitstelbare of niet-uitstelbare ondersteuning. Dit met het oog op de beschikbaarheid van de huisgenoot. Beschikbaarheid huisgenoot Het kan voorkomen dat de huisgenoot regelmatig niet aanwezig is vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter. Denk bijvoorbeeld aan de reguliere werkzaamheden. Schoonmaakwerkzaamheden In geval van schoonmaakwerkzaamheden zal het meestal gaan om uitstelbare taken. Dit betekent dat de huishoudelijke activiteiten in de avond of het weekend uitgevoerd kunnen worden. Zijn deze taken echter niet-uitstelbaar en is de huisgenoot niet beschikbaar (afwezig), dan kan daarvoor een maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning worden verstrekt. Wasverzorging Ook in geval van wasverzorging zal het meestal gaan om een uitstelbare taak. Dit betekent dat deze huishoudelijke activiteit wasverzorging in de avond of het weekend uitgevoerd kan worden.

Dat betekent ook dat de algemene voorziening wasservice een passende oplossing zal zijn (zie 8.11 van deze beleidsregels). En zo niet, dan kan de maatwerkvoorziening wasverzorging worden verstrekt. Maaltijden Maaltijden vallen niet onder een uitstelbare taak. Een broodmaaltijd kan wel één keer per dag worden bereid en klaargezet. De tweede broodmaaltijd wordt dan gelijk gemaakt en in koelkast klaargezet. Dat is in lijn met de rechtspraak van de CRvB qua aard en frequentie (bijv. CRVB:2016:2960). 8.6 Beleidsuitgangspunten huishoudelijke ondersteuning Bij de beoordeling hanteert het college de volgende beleidsuitgangspunten.

43

     

Eigen kracht/eigen verantwoordelijkheid Algemeen gebruikelijke voorzieningen Gebruikelijke hulp Hulp van personen uit het sociaal netwerk en mantelzorg Gebruik van algemene voorzieningen Normtijden

8.7 Eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid Algemeen Onder eigen kracht wordt het vermogen verstaan een oplossing te vinden voor de beperkingen die de cliënt ondervindt. Onder eigen kracht wordt ook het feitelijk in staat zijn tot het deels zelf uitvoeren van huishoudelijke activiteiten verstaan. Eigen kracht: met inachtneming van leefregels Activiteiten die door de cliënt zelf kunnen worden uitgevoerd behoren uiteraard tot de eigen verantwoordelijkheid (lees ook: eigen kracht). Iemand ondervindt in zo’n geval geen beperkingen die het college met een maatwerkvoorziening moet compenseren. Het kan ook zijn dat de cliënt met inachtneming van bepaalde leefregels de huishoudelijke taken verspreid over de week zelf kan uitvoeren (CRVB:2022:308). Eigen kracht: wasverzorging Is de algemene voorziening wasservice geen passende oplossing en is er geen sprake van gebruikelijke hulp, dan beoordeelt het college of de cliënt zelf een deel van de wasverzorging doen. In dat geval hoeft niet de gehele wasverzorging overgenomen te worden; dit onder aftrek van ‘minder inzet’ op de basisnorm. Denk bijvoorbeeld aan de was sorteren. Eigen kracht: boodschappen voor het dagelijks leven Kan de cliënt zelf een deel van de boodschappen doen, dan hoeft niet het gehele resultaat boodschappen voor het dagelijks leven overgenomen te worden.

Denk aan een deeltaak zoals het opstellen van de boodschappenlijst. Eigen kracht: zo efficiënt mogelijk Een andere vorm van het benutten van eigen mogelijkheden (lees ook: eigen verantwoordelijkheid) is het verlenen van medewerking, zodat de huishoudelijke ondersteuning zo efficiënt mogelijk kan worden geboden. Van de cliënt mag worden verwacht dat hiermee rekening wordt gehouden. Denk bijvoorbeeld aan de inrichting van de woning, (aanschaf van) gordijnen die - voordat de ramen aan de binnenkant gewassen kunnen worden - eerst verwijderd moeten worden, (te) volle vensterbanken, kasten met allerlei kleinheden, etc. Dat wil zeggen dat er geen sprake is van een specifiek kenmerk om ‘meer inzet’ te indiceren boven de basisnorm schoonmaakondersteuning (zie 8.12 van deze beleidsregels). Houden van huisdieren Heeft de cliënt huisdieren, dan hanteert het college het volgende uitgangspunt. In het algemeen geldt dat het hebben van huisdieren niet hoeft te leiden tot meer inzet van huishoudelijke ondersteuning (CRVB:2019:2585). Heeft de cliënt een zogeheten hulphond, die is verstrekt op grond van de Zvw, dan zal het college daar wel rekening mee moeten houden (RBGEL:2018:1741). De verzorging van huisdieren valt buiten het normenkader van deze beleidsregels (CRVB:2021:88).

Gesaneerde woning Verder is het zo dat er wordt uitgegaan van een gesaneerde woning, ingeval van bijvoorbeeld huisstofmijtallergie of COPD. Is de cliënt allergisch voor bijvoorbeeld vogels of katten, en worden deze dieren nog wel steeds door de cliënt gehouden, dan geldt in principe geen ondersteuningsplicht voor

44

No. 22.0002017 het college voor het ‘meerwerk’ die dat met zich meebrengt. Dit zijn keuzes die in het kader van de eigen verantwoordelijkheid moeten worden beschouwd. 8.8 Algemeen gebruikelijke voorzieningen Als algemeen uitgangspunt geldt dat de cliënt beschikt over algemeen gebruikelijke voorzieningen, waarmee de huishoudelijke ondersteuning zo efficiënt mogelijk kan worden geboden. Denk aan een stofzuiger, een wasmachine, een wasdroger, schoonmaakmiddelen, een dweil, etc. (vergelijk CRVB:2015:1503). Het gaat in dit geval ook om bepaalde zaken, die het mogelijk maken dat de cliënt een deel van de huishoudelijke activiteiten zelf kan uitvoeren. Bijvoorbeeld stof afnemen met een plumeau. Voorkomen van een aanspraak Het kan ook zijn dat met algemeen gebruikelijke voorzieningen een aanspraak (deels) wordt voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan:  strijkvrije kleding,  de boodschappendienst,  kant-en-klaar maaltijden van de supermarkt of de maaltijdservice,  de aanschaf van een wasdroger of  het plaatsen van de wasmachine en/of droger op een verhoging of in een ruimte die (wel) bereikbaar is voor de cliënt, zodat hij (een deel van) de was zelf kan doen (vergelijk CRVB:2005:AT8015). Algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen als voorliggende oplossing worden aangemerkt; er wordt dan geen schoonmaakondersteuning verstrekt.

Zie verder 3.2.2 Algemeen gebruikelijke voorziening van deze beleidsregels voor hoe het college dat beoordeelt. 8.9 Gebruikelijke hulp De leefeenheid is primair verantwoordelijk voor het eigen huishouden en de hoe de huishoudelijke activiteiten worden verdeeld en uitgevoerd. Volgens algemeen aanvaardbare opvattingen wordt het overnemen van of ondersteunen bij het uitvoeren van huishoudelijke taken verwacht van huisgenoten. Dat is in lijn met de vaste jurisprudentie (bijv. CRVB:2018:2721, CRVB:2019:1334, CRVB:2019:2616, CRVB:2021:1114). Het college zal - als het onderzoek daartoe aanleiding geeft - vast moeten (laten) stellen of de huisgenoot in staat is de huishoudelijke taken over te nemen, al dan niet onder aansturing van de cliënt (CRVB:2019:2616). Dat kan bijvoorbeeld met een medisch advies (zie Hoofdstuk 17 Advisering van deze beleidsregels). Dat de huisgenoot weigert om huishoudelijke taken te verrichten, maakt niet dat het college, met toepassing van de hardheidsclausule, gehouden is om huishoudelijke ondersteuning toe te kennen (CRVB:2016:3665). Er kunnen zich ook situaties voordoen dat de huisgenoot de taken niet kan overnemen omdat het gaat om niet-uitstelbare taken. Dit gelet op de beschikbaarheid van de huisgenoot. Zie verder Hoofdstuk 4 Gebruikelijke hulp van deze beleidsregels.

8.10 Hulp van personen uit het sociaal netwerk en mantelzorg De wet bepaalt dat als de cliënt hulp krijgt of kan krijgen van personen uit zijn sociale netwerk waaronder mantelzorg, er geen of slechts een aanvullende ondersteuningsplicht voor het college bestaat. Hulp van deze personen is echter niet afdwingbaar. Dat geldt ook voor het bieden van mantelzorg (CRVB:2017:17, CRVB:2017:3209). 8.11 Algemene voorziening Uit het onderzoek kan blijken dat gebruikmaking van een algemene voorziening een passende oplossing is voor de beperkingen die door de cliënt worden ondervonden in de zelfredzaamheid of participatie. Dat wil zeggen dat de cliënt niet of slechts gedeeltelijk is aangewezen op een maatwerkvoorziening. 8.11.1 Wasservice Vanaf 1 januari 2023 is de algemene voorziening wasservice beschikbaar. Die bestaat uit: 45

 het eens per week ophalen van de was door de aanbieder bij de cliënt thuis bij de voordeur of de schuur,  de aanbieder zorgt voor de waszakken,  labelen van wasgoed is niet nodig, het wasgoed van de cliënt wordt niet vermengd met wasgoed van anderen,  het wassen en drogen van de was wordt gedaan op locatie bij de aanbieder,  het eens per week weer terugbrengen van de opgevouwen was,  wassen en drogen gebeurt milieubewust en duurzaam,  er wordt een neutraal wasmiddel gebruikt en geen wasverzachter. De was wordt aangeboden in een waszak; die ontvangt de cliënt van de aanbieder. Van de cliënt wordt verwacht dat hij voldoende kleding of andere linnengoed heeft om een week te overbruggen. Toepassen bij de beoordeling De vraag of de algemene voorziening wasservice een passende oplossing is, is van toepassing op aanvragen die op of ná 1 januari 2023 worden ingediend. Kleding strijken Zoals gezegd is het uitgangspunt bij de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning dat de was niet wordt gestreken. In overleg met de aanbieder kan de cliënt wel, tegen betaling, gebruik maken van het laten strijken of stomen van kledingstukken. Indicatie Wet langdurige zorg De algemene voorziening wasservice is op grond van de Wmo niet toegankelijk voor verzekerden die in een instelling wonen op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).

De Wlz-instelling is namelijk verplicht om de wasverzorging voor de persoonlijke was (kleding) voor de bewoners te organiseren. Dat kan door de Wlz-instelling zelf worden gedaan maar ook door bijvoorbeeld een commerciële partij. Daar mag de Wlz-instelling een bijdrage voor vragen; in de praktijk gebeurt dat ook. Gaat het om een te hoge bijdrage, dan kan de verzekerde daarvoor een aanvraag om bijzondere bijstand indienen (CRVB:2012:BW7543). Verzekerden met een Wlz-indicatie die thuis wonen ontvangen de wasverzorging op grond van de Wlz. 8.11.2 Wasservice als passende oplossing De algemene voorziening wasservice wordt in de volgende situaties in ieder geval als passende oplossing aangemerkt: • Als het doen van de was als uitstelbare taak kan worden aangemerkt. De wasservice biedt in ieder geval de mogelijkheid om 6 waszakken per week aan te bieden. De eerste, derde en vijfde waszak mogen maximaal twee was- en droogbeurten bevatten en de tweede, vierde en zesde waszak maximaal één was- en droogbeurt. Dat komt neer op 9 wasbeurten per week. Een dergelijke omvang zal in de praktijk niet vaak voorkomen. • Er een mogelijkheid is voor het: o aanbieden van de was in de daarvoor bestemde waszak.

Hiermee wordt de situatie bedoeld dat de aangeboden was met hulp in de waszak bij de voordeur wordt neergezet en even kan blijven staan tot het moment dat de aanbieder de was ophaalt; o aannemen of opruimen van de was. Hiermee wordt de situatie bedoeld dat de opgevouwen was even in huis kan blijven staan tot er hulp beschikbaar is om de was op te ruimen. Geen passende oplossing De algemene voorziening wasservice is niet geschikt als:  sprake is van frequent optredende incontinentie en aannemelijk is dat het gebruik van incontinentiemateriaal geen afdoende oplossing is,  de cliënt gebruik maakt van zalven op grond waarvan een hoge hygiëne noodzakelijk is vanwege infectiegevaar (CRVB:2019:982).

46

No. 22.0002017  het aantal noodzakelijke wasbeurten kan een omstandigheid zijn dat het geen passende oplossing is. In de praktijk kan dat te maken hebben met jonge kinderen. In zulke gevallen kan de was mogelijk niet (een week) blijven liggen. Het gaat dan in zo’n situatie om een niet-uitstelbare taak. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Gebruikelijke hulp De omstandigheid dat de algemene voorziening wasservice geen passende oplossing is, wil niet zeggen dat er geen sprake kan zijn van gebruikelijke hulp (bijv. RBLIM:2022:7897). 8.12 Normenkader huishoudelijke ondersteuning HHM 2019 Huishoudelijke ondersteuning valt uiteen in twee maatwerkvoorzieningen: schoonmaakondersteuning waaronder ook de wasverzorging valt (voorheen HH1) en ondersteuning bij regie/zorg over het huishouden (voorheen HH2). Zie bijlage 6 Huishoudelijke ondersteuning (activiteiten, frequentie en normtijden) bij deze beleidsregels. Met uitzondering van het resultaat kindzorg (regie/zorg) zijn de normtijden gebaseerd op de HHM 2019. Kwaliteit Niet elke aanbieder die door het college is gecontracteerd voor schoonmaakondersteuning mag ook ondersteuning bij regie/zorg over het huishouden leveren. Dit in het kader van de kwaliteit. Lichte en zware huishoudelijke taken Er wordt geen onderscheidt gemaakt tussen lichte en zware huishoudelijke activiteiten.

In het kader van de feitelijke eigen kracht zullen cliënten vaak (een aantal van) de lichte huishoudelijke activiteiten zelf kunnen uitvoeren, al dan niet met hulp van het netwerk. • Onder de lichte huishoudelijke taken vallen de volgende activiteiten: afwassen/vaatwasser inruimen, opruimen, stof afnemen op ooghoogte. • Onder de zware huishoudelijke taken vallen de volgende activiteiten: hoog/laag afstoffen, stofzuigen/swifferen, soppen van sanitair (toilet en badkamer) en keuken, bedden verschonen, ramen lappen binnenzijde, opruimen huishoudelijk afval.

Normenkader als richtlijn Het doel van het gebruik van het normenkader huishoudelijke ondersteuning is om uniformiteit in de toekenning na te streven. Het gaat hierbij om een richtlijn, die is gebaseerd op volledige overname van huishoudelijke activiteiten. Iedere individuele situatie wordt separaat onderzocht en er wordt met behulp van de richtlijn ondersteuning op maat toegekend. Het college kan afwijken met zowel op- als neerwaartse bijstellingen. Wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon en leefbaar huis, kan minder of meer ondersteuning ingezet worden. Dit zijn bijvoorbeeld: een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren of het klaarzetten van maaltijden. Verder wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van: eigen kracht, gebruikelijke hulp en hulp van het netwerk. Hierbij geeft het college gemotiveerd aan waarom wordt verhoogd of verlaagd. 8.12.1 Gemiddelde cliëntsituatie Door uit te gaan van een gemiddelde cliëntsituatie krijgen de normtijden een algemeen karakter. Hiermee wordt voorkomen dat er op alle mogelijk denkbare uitzonderingen apart beleid moet worden ontwikkeld.

Onder een gemiddelde cliëntsituatie wordt verstaan:  Een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen;  Wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap;  Er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen;  De cliënt kan de woning dagelijks op orde houden zodat deze gereed is voor de schoonmaak;  De cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd;

47

 Er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd;  Er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn;  De woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. 8.12.2 Individuele situaties op basis van kenmerken Niet iedere cliënt past in deze omschrijving van de gemiddelde cliëntsituatie. Voor cliënten waarbij de gemiddelde situatie niet van toepassing is, kunnen invloedsfactoren worden meegewogen. Deze staan in het normenkader als ‘meer inzet’ of ‘minder inzet’. Daarmee wordt voor iedere cliënt maatwerk gerealiseerd. Let op dat de aanwezigheid van deze kenmerken niet automatisch leidt tot meer inzet. Het is steeds de vraag of een kenmerk leidt tot extra vervuiling of vraagt om een extra niveau van schoon, waardoor meer inzet nodig is. De volgende invloedsfactoren kunnen maken dat meer of minder ondersteuningstijd nodig is: a. Kenmerken cliënt  Mogelijkheden cliënt zelf: De fysieke mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren huishoudelijke taken. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen.

Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee.  Beperkingen en belemmeringen van de cliënt: Beperkingen en belemmeringen van de cliënt kunnen gevolgen hebben voor de benodigde inzet. Leidend is de hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is; niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken: 1. Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus). 2. Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD. Daarbij geldt het uitgangspunt van een gesaneerde woning.  Ondersteuning vanuit mantelzorgers, gebruikelijke hulp, netwerk en vrijwilligers: De hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers, waardoor minder inzet vanuit het college noodzakelijk is omdat een deel van de activiteiten door hulp van anderen wordt gedaan. Daar vult het college alleen op aan als dat nodig blijkt. b.

Kenmerken huishouden • Samenstelling van het huishouden: het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet persé extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp). De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding.  Huisdieren: door de aanwezigheid van een of meer huisdieren in het huishouden, kan eventueel door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Verzorging van huisdieren valt niet onder huishoudelijke ondersteuning. Een huisdier veroorzaakt niet altijd extra benodigde inzet (goudvis in een kom, een niet verharende hond, etc.). Zie 8.7 van deze beleidsregels voor het te hanteren uitgangspunt over huisdieren.

48

No. 22.0002017 c. Kenmerken woning • Inrichting van de woning: extra inzet nodig door bijvoorbeeld extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. Ook hierbij kan nader overleg met de cliënt zijn aangewezen over wie wat doet in het huishouden. • Bewerkelijkheid van de woning: extra inzet nodig door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand- of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes. • Omvang van de woning: een grote woning kan, maar hoeft niet persé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd. Normenkader niet passend? Er zijn cliëntsituaties denkbaar die niet passen in het normenkader (basisnorm, minder of meer inzet). Deze zijn zo uitzonderlijk dat hiervoor geen algemene normstelling mogelijk is.

In zulke gevallen wordt op maat beoordeeld hoeveel tijd er nodig is voor de betreffende activiteit. Daarvoor kan het college aansluiting zoeken bij: het rapport ‘Toetsen normtijden hulp bij het huishouden’ welke bureau HHM voor het college heeft uitgevoerd en heeft gepubliceerd op 6 juli 2017 (hierna: HHM 2017) en/of bij het CIZ-protocol huishoudelijke verzorging op grond van de AWBZ (CRVB:2007:BC1097). 8.13 Werkwijze selectie van een aanbieder De cliënt wordt door het college de mogelijkheid geboden om te kiezen uit de door de gemeente gecontracteerde aanbieders. De cliënt krijgt daarvoor een overzicht van de aanbieders. De selectie van een aanbieder vindt plaats op basis van de volgende criteria:  keuze van de cliënt;  indien de cliënt geen voorkeur heeft: de aanbieder die het meest geschikt is voor het bieden van hulp /ondersteuning voor de specifieke casus naar het oordeel van het college;  indien de cliënt geen voorkeur heeft en bij gelijke geschiktheid van aanbieders voor de specifieke casus: de prijs van de dienstverlening;  in geval van gelijke geschiktheid en gelijke tarieven zal de opdracht per toerbeurt aan een aanbieder worden toegewezen. Dit alles onder de voorwaarde van beschikbaarheid van de ondersteuning bij de aanbieder.

De keuze van de cliënt gaat echter niet zo ver dat diens voorkeur voor een bepaalde ondersteuner bepalend is voor de keuze van de aanbieder met wie het college een overeenkomst sluit. Bepalend is of de verstrekte maatwerkvoorziening passend is (CRVB:2021:2784).

Hoofdstuk 9 Beschermd wonen Hoofdstuk 6 van de Verordening 9.1 Inleiding De Wmo 2015 definieert beschermd wonen als volgt: “het wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich te handhaven in de samenleving” (art. 1.1.1, eerste lid, Wmo 2015).

49

9.2 Doelgroep Beschermd Wonen Het gaat bij de indicatie voor beschermd wonen om een specifieke doelgroep die vanwege psychische en/of psychosociale problemen en/of verstandelijke beperking niet in staat zijn zich te handhaven in de samenleving. Daarnaast is er sprake van regieproblemen op het gebied van zelfredzaamheid en participatie. De cliënt is om die redenen tijdelijk aangewezen op verblijf in een beschermende woonomgeving met bijbehorend toezicht en begeleiding. De noodzaak voor een beschermende woonomgeving wordt, zo blijkt uit de begripsbepaling, (mede) bepaald aan de hand van de aanwezigheid van risico’s:  het voorkomen van verwaarlozing; en/of  maatschappelijke overlast; en/of  het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Het toezicht is noodzakelijk ter voorkoming van één of meer van de hiervoor genoemde risico’s en bestaat uit een (noodzakelijke) behoefte aan meerdere en onplanbare ondersteuningsmomenten per etmaal op essentiële terreinen van het dagelijks leven. 9.3 Doelstelling Beschermd Wonen De doelstelling is om voor mensen in een beschermde woonvorm het leven daar waar mogelijk te stabiliseren, normaliseren en het perspectief op ontwikkeling en integratie in de samenleving te bevorderen. Ten einde duurzaam uit te stromen naar de gemeente van herkomst.

9.4 Indicatiebesluit Beschermd Wonen Het college van gemeente Almere kan een indicatie voor beschermd wonen verstrekken als de aanvraag middels een handtekening van de cliënt is bekrachtigd. Hierbij wordt rekening gehouden met de ondersteuningsvraag van de cliënt. Het college van gemeente Almere zal ook een beslissing nemen wanneer cliënt het onderzoeksverslag, ondanks herinneringen vanuit de GGD, niet ondertekend retour heeft gestuurd. Het college neemt het besluit op basis van het advies van de GGD, omdat de cliënt akkoord is gegaan met de melding voor beschermd wonen en mee heeft gewerkt aan het onderzoek. Deze werkwijze is in het kader van het belang van de cliënt. 9.4.1 Beschermd wonen profiel hoog Pakket C Beschermd wonen Hoog Psychosociale of psychische problemen Kenmerken pakket Dit pakket biedt intensieve 24-uurs ondersteuning, aan volwassenen met psychische of psychosociale problemen, in een veilige en weinig eisende accommodatie van een beschermd wonen instelling. Het doel is toe te werken naar stabilisatie van de psychische en/of psychosociale problemen en herstel van de zelfredzaamheid en de cliënt is in staat om door te stromen naar een lichtere beschermde woonvorm of om zelfstandig te wonen met ambulante ondersteuning.

Over het algemeen geldt dat de cliënt:  Geen gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen of wetgeving omdat deze onvoldoende ondersteuning bieden.  Geen netwerk heeft dat (voldoende) steun biedt of steun kan bieden.  Last heeft van multiproblematiek; Psychische en/of psychosociale problemen heeft, mogelijk in combinatie met een verstandelijke beperking, verslaving, gedragsproblematiek, somatische aandoening en/of lichamelijke beperking.  Mogelijk in aanraking is (geweest) met politie/justitie.  Grensoverschrijdend gedrag kan laten zien; (verbaal) agressief, manipulatief, dwangmatig, destructief en/of reactief gedrag in onder andere de interactie.  Beperkt inzicht heeft in de eigen problematiek en/of gevolgen van eigen handelen/gedrag.

50

No. 22.0002017    

Acties uit te door aanbieder

voeren

Er kan sprake zijn van maatschappelijke teloorgang. Zeer beperkt gevoelig is voor begeleiding. Intrinsiek gemotiveerd is. Onvoldoende in staat is zijn hulpvraag zelf te formuleren en uit te stellen.  Problemen ervaart bij het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag.  Beperkt of geen vaardigheden bezit om problemen op te lossen of besluiten te nemen.  Ondersteuning of overname bij één of meerdere taken van de basale algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL)1 nodig heeft.  Ondersteuning of overname bij één of meerdere taken van de instrumentele ADL2 nodig heeft.  Ondersteuning nodig heeft bij het opstarten en/of vasthouden van dagbesteding. Ondersteuning is 24 uur op een dag 7 dagen in de week aanwezig en beschikbaar voor de cliënt. Omdat de cliënt in de nacht soms ondersteuning nodig heeft is er een wakende wacht aanwezig die in de gaten houdt of het goed gaat met de cliënt. De ondersteuning is gericht op het vergroten en behouden van zelfredzaamheid en zelfregie. Begeleiding is gericht op het ondersteunen en aanleren van vaardigheden op alle levensterreinen, het waar mogelijk leren omgaan met de beperkingen (cognitief en psychisch) en het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van de gedragsproblemen.

Daarnaast is begeleiding in samenspraak met de behandelaar gericht op het leren omgaan met de beperkingen (cognitief en psychisch) en het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van de gedragsproblemen. De begeleiding is gericht op het ontwikkelen van zelfregie en zelfredzaamheid. Het uiteindelijke doel is doorstromen naar een lichtere beschermde woonvorm of om zelfstandig te wonen met ambulante ondersteuning in de gemeente van herkomst. De intensiteit van de ondersteuning fluctueert en sluit aan bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Ondersteuning bestaat uit: • Samen met de cliënt een ondersteuningsplan opstellen gericht op herstel. • Ondersteunen en motiveren van de cliënt bij het behalen van zijn (herstel)doelen. • Ondersteuning bij het aanleren van vaardigheden gericht op de zelfredzaamheid en bij het omgaan met beperkingen. • Toezien op, begeleiding bij en aanleveren van basale ADL, zodat de cliënt zo zelfstandig mogelijk de basale ADL kan uitvoeren. Wanneer er een somatische grondslag is, wordt zo nodig wijkverpleging /verzorging ingezet voor het overnemen van taken. • Toezien op instrumentele ADL, indien nodig taken overnemen en ondersteunen bij het verwerven van vaardigheden zodat de cliënt zo zelfstandig mogelijk de instrumentele ADL kan uitvoeren.

• Toezien op de geestelijke- en lichamelijke gezondheid van de cliënt en indien nodig contact opnemen met behandelaar/huisarts/specialist. • Ondersteuning bij het vergroten van de sociale redzaamheid. • Ondersteuning bij het aanleren van vaardigheden om zelfstandig de dag in te vullen/een weekplanning te maken en overnemen waar nodig.

1

Onder basale ADL wordt verstaan: persoonlijke hygiëne, zelfstandig kunnen verplaatsen binnenshuis, aankleden, eten en drinken. 2 Onder instrumentele ADL wordt verstaan: reizen, maaltijd bereiden, boodschappen doen, huishouden voeren, administratie, financiën, medicatie beheren, afspraken maken en nakomen, problemen oplossen en besluiten nemen.

51

•

• • • • • • • • • •

Resultaat

Looptijd beschikking

Ondersteuning bij het aanleren van vaardigheden met betrekking tot het doen van de financiën, administratie en contact met instanties. Geldbeheer moet indien nodig bij een bewindvoerder/curator worden ondergebracht. Monitoren en tijdig signaleren van het gedrag van de cliënt. Ondersteunen van de cliënt bij het formuleren van de ondersteuningsvraag. Ondersteunen van de cliënt bij het behouden dan wel vergroten van zijn sociale netwerk. Ondersteuning bij eventueel contact met politie/justitie. Ondersteuning bij het behouden en vergroten van het sociale netwerk. Ondersteuning bij afstemming met de, eventueel, betrokken behandelaar. Ondersteuning bij duurzame uitstroom naar de gemeente van herkomst. Ondersteuning richting een passende vervolgplek. Ondersteunen bij het vinden en vasthouden van zinvolle en passende dagbesteding. Ondersteunen bij het organiseren van aanvullende hulpverlening (somatisch/thuiszorg/WMO-voorzieningen (scootmobiel etc.).

De beschermd wonen locatie biedt:  Minimaal 7 uur individuele ondersteuning per week.  Begeleiding, bescherming en stabiliteit in een veilige en weinig eisende woonomgeving.  24/7 is er ondersteuning aanwezig en beschikbaar voor de cliënt waarbij er in de nachten een wakende wacht aanwezig is. Gemiddeld minimaal vier dagdelen dagbesteding of passende activering per week die aansluit bij de hersteldoelen, waarbij onderwijs en werk voorliggend zijn aan dagbesteding. Trajecten die lopen via het UWV maken geen onderdeel van dagbesteding uit. Er is sprake van stabiliteit op het gebied van de psychische en psychosociale problematiek van de cliënt. Overname van taken om zich zelfstandig te handhaven in de samenleving is niet langer noodzakelijk. De financiële en algemene administratie zijn georganiseerd en geborgd. De cliënt is in staat om door te stromen naar een lichtere beschermde woonvorm of om zelfstandig te wonen met ambulante ondersteuning. Passend bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt met een looptijd van maximaal 3 jaar.

9.4.2 Beschermd wonen profiel midden Pakket C Beschermd wonen midden Psychosociale of psychische problemen Kenmerken pakket Dit pakket biedt 24-uurs ondersteuning, aan volwassenen met psychische of psychosociale problemen, in een veilige en weinig eisende accommodatie van een beschermd wonen instelling. Het doel is toe te werken naar stabilisatie van de psychische en/of psychosociale problematiek, herstel van de zelfredzaamheid en zelfstandig wonen met eventueel ambulante ondersteuning. Over het algemeen geldt dat de cliënt:  Geen gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen of wetgeving omdat deze onvoldoende ondersteuning bieden.  Geen netwerk heeft dat (voldoende) steun biedt of steun kan bieden.  Beperkingen ervaart door: Psychische en/of psychosociale problemen, mogelijk in combinatie met een verstandelijke beperking, verslaving, gedragsproblematiek, somatische aandoening en/of lichamelijke beperking. 52

No. 22.0002017  

Acties uit te door aanbieder

voeren

Mogelijk in aanraking is (geweest) met politie/justitie. Beperkt inzicht heeft in de eigen problematiek en/of gevolgen van eigen handelen/gedrag.  Onvoldoende in staat is zijn ondersteuningsvraag zelf te formuleren en uit te stellen.  Problemen ervaart bij het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag.  Beperkte vaardigheden bezit om problemen op te lossen of besluiten te nemen.  Ondersteuning bij één of meerdere taken van de basale algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL)3 nodig heeft.  Ondersteuning of overname bij één of meerdere taken van de instrumentele ADL4 nodig heeft.  Intrinsiek gemotiveerd is.  Beperkt gevoelig kan zijn voor begeleiding.  Ondersteuning nodig heeft bij het opstarten en/of vasthouden van dagbesteding Ondersteuning is 24 uur op een dag, 7 dagen in de week beschikbaar voor de cliënt. Omdat de cliënt in de nacht soms ondersteuning nodig heeft is er een slapende wacht aanwezig of wordt gebruik gemaakt van digi-contact waarbij begeleiding oproepbaar is en binnen 30 minuten aanwezig. De ondersteuning is gericht op stabilisatie en het vergroten van zelfredzaamheid en zelfregie. De begeleiding is gericht op het ontwikkelen van zelfregie en zelfredzaamheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1996/documents/33119