D07 02 Bijlage bij Nota -Woondeals-Flevo-Zund.pdf
Tekst van het document
-
Innovatie (smart grids, energieopslag)
-
Verdere energiebesparing van de gebouwde omgeving
B. Stikstof Rijk en regio constateren dat, om de woningbouwopgave (tijdig) te kunnen realiseren, er voldoende stikstofruimte nodig is. De uitspraak over de bouwvrijstelling was een tegenslag voor de woningbouwopgave. Het betekent zeker niet dat het land ‘op slot gaat’. Grote projecten moesten vaak al deposities berekenen, beoordelen en compenseren. De stikstofdepositie in de gebruiksfase (bovenal door verkeersstromen) is daar immers ook groot. Kleinere projecten zullen veelal doorgang kunnen vinden. Hun stikstofdeposities zijn klein en kortstondig, en daarmee veelal 7 P-MIEK staat voor: (Provinciaal) Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat. Via het MIEK werkt de overheid samen met industrie, energieproducenten en netbeheerders om projecten voor de infrastructuur van energie en grondstoffen te versnellen.
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 21
niet vergunningplichtig. Wel moeten initiatiefnemers als gevolg van de uitspraak berekeningen uitvoeren en ecologisch beoordelen om vast te stellen of de activiteit vergunningplichtig is. Dit leidt tot vertraging en toename van kosten, wat wordt versterkt door capaciteitstekorten bij onderzoeksbureaus en overheden. Het Rijk zet hiertoe de volgende acties uit: • Het Rijk heeft op 25 november 2022 een stikstofbrief gepubliceerd. Er is een aanpak voor piekbelasters. Hierdoor kan de natuur herstellen en ontstaat op termijn ruimte voor vergunningverlening aan o.a. de woningbouw. • Het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) is en blijft een belangrijk instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. • Ook stimuleert het Rijk schoon en emissieloos bouwmaterieel met €400 mln. (bovenop de € 500 mln die al beschikbaar was). • Op de korte termijn (oplevering eerste kwartaal 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen d.m.v. kengetallen/ vuistregels. Dit met als doel om de administratieve lasten voor initiatiefnemers, die als gevolg van de extra onderzoeksplicht ontstaan, zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving.
Het Rijk onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus kunnen worden aangepakt. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Stikstof knelpunten en vraagstukken bij de ontwikkeling van locaties kunnen worden geadresseerd aan de regionale en/of landelijke versnellingstafel. Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren vraagt de regio het Rijk om • Het meenemen van de industrie en daarmee maatwerkafspraken te maken. • Een ADC-toets8 voor de regionale woningbouwopgave. Rijk en provincies werken de mogelijkheden hiertoe samen uit. • Spoedige duidelijkheid over doorrekening zonder de meetcorrectie (17%) en andere wijze van meten9. • Het vullen van de stikstofbank voor woningbouw, waarbij het Rijk via gerichte bronmaatregelen depositieruimte toevoegt zodat de Rijkstoezegging wordt ingevuld10. C. Betaalbaarheid Rijk en regio constateren dat, om voldoende sociaal en betaalbaar aanbod te genereren voor de huishoudens die hierop zijn aangewezen, het nodig is dat het aandeel betaalbaar in de nieuwbouwplannen stijgt en daadwerkelijk wordt gerealiseerd en daarbij geborgd wordt dat deze woningen langdurig betaalbaar blijven.
Dit vergt het nemen van verantwoordelijkheid en inzet van alle partijen. Hiertoe zijn in hoofdstuk 1 en 4 (proces)afspraken gemaakt over realisatie van de doelstelling van 2/3 betaalbaar in de nieuwbouw, de groei naar 30% sociale huur in de voorraad per gemeente en het huisvesten van aandachtsgroepen.
8 De ADC-toets is voor activiteiten met een negatief effect op de natuur, maar waarvoor geen alternatieven (A) zijn, en waarbij sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang (D). Als dit het geval is, kunnen de nodige compenserende maatregelen (C) worden genomen om ervoor te zorgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. 9 De “meetcorrectie” heeft betrekking op de bron van stikstof die voorheen werd aangeduid als ‘ammoniak uit zee’. Omdat het bij de gevonden ammoniak in kustgebieden onduidelijk is waar het vandaan komt, is er een verschil tussen model en meting. Dit wordt nu aangeduid als ‘meetcorrectie’, RIVM doet onderzoek naar de bron. 10 Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/11/13/maatregelenpakket-voor-de-stikstofproblematiek-in-de-woningbouw--en-infrastructuursector-en-voor-de-pfas-problematiek https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/04/01/hoofdlijnen-van-de-gecombineerde-aanpak-van-natuur-water-en-klimaat-in-het-landelijk-gebied-en-van-het-bredere-stikstofbeleid
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 22
Om dit mogelijk te maken zet het Rijk in op onderstaande maatregelen. • Het Rijk geeft voorjaar 2023 duidelijkheid hoe de beschikbare middelen vanuit de Woningbouwimpuls zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet, inclusief ruimere mogelijkheden voor kleine gemeenten, zodat de woningbouw tijdens de economische tegenwind door kan gaan. Het Rijk, provincies en regio blijven in gesprek over de werkwijze van de WBI en eventuele aanpassingen hierin. Het Rijk biedt ondersteuning aan gemeenten in de voorbereiding van WBI-aanvragen door middel van de inzet van Impulskamers. • Het Rijk versterkt via de Wet versterking regie Volkshuisvesting het instrumentarium om in ruimtelijke plannen regels te kunnen stellen over de bouw van sociale huurwoningen en door aanscherping van de definitie van sociale huur, met als uitgangspunt dat deze langjarig betaalbaar blijft en de huisvesting van aandachtsgroepen waarborgt. • Het Rijk werkt aan regulering van de middenhuur (Kamerbrief dd 9 december 2022). Gezamenlijk streven van Rijk en regio is om voldoende betaalbaar aanbod te realiseren en langdurig betaalbaar te houden. • Rijk en Regio gaan monitoren of de voorgestelde regulering voldoende bijdraagt aan de betaalbaarheidsdoelstellingen van 2/3 betaalbare nieuwbouw en toegroeien naar 30% sociale huur in de voorraad.
• Het Rijk voorziet in een Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen gericht op het financieel helpen van starters bij het kopen van een woningen. De regio wijst er op dat het realiseren van voldoende betaalbare koopwoningen die langdurig behouden blijven voor het betaalbare segment, is, met een hoge marktdruk, lastig te realiseren. Een koopregeling kan hierbij helpen, maar voorkomen moet worden dat dergelijke regelingen leiden tot prijsopdrijvende effecten. • In de eerste helft van 2023 komt het Rijk met voorstellen voor verbetering van het grondbeleid om daarmee bij te dragen aan onder andere de realisatie van tweederde betaalbare woningbouw. • Het Rijk zal met haar grondposities en/of vastgoedbezit bijdragen aan het realiseren van de woningbouwopgave inclusief een reële bijdrage aan de betaalbaarheidsdoelstellingen. Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren vraagt de regio het Rijk daarnaast: • De regio acht het noodzakelijk, om de afspraken voor betaalbare woningbouw te kunnen realiseren, dat er een nieuwe vorm van langjarige financiering komt (bijvoorbeeld door objectgebonden financiering, zoals de voormalige BLS subsidies).
Uitgangspunten daarbij zouden moeten zijn: substantieel lagere administratieve last voor zowel Rijk als gemeenten, zekerheid aan de voorkant over de verwachte bijdrage, en gelijk profijt voor alle betaalbare bouwprojecten ongeacht omvang. Zo draagt dit direct bij aan versnelling van de bouw van de broodnodige betaalbare woningen in álle gemeenten, groot en klein. Daarmee is het direct ook voor iedere gemeente een stimulans om hun bijdrage te kunnen leveren aan de sociale woningbouwopgave en het huisvesten van aandachtsgroepen. • De regio vraagt in dit kader ook aandacht voor de mogelijkheid van een financiële stimulans om bestaande afspraken en grondexploitaties van projecten waar al overeenkomsten zijn gesloten, en die op korte termijn tot uitvoering kunnen komen, open te breken om het aandeel betaalbare woningen te verhogen. Voorwaarde zou daarbij moeten zijn dat dit binnen de bestaande ruimtelijke afspraken en participatie mogelijk is, zodat er geen vertraging ontstaat, dat de betrokken partijen (marktpartijen, corporaties en overheden) deze aanvraag gezamenlijk doen en dat zij zelf ook een financiële bijdrage aan de programma-omzetting leveren. • Als op korte termijn geen zicht is op nieuwe vormen van financiering, acht de regio het wenselijk om hierover gezamenlijk gedachten te ontwikkelen.
• Rijk en regio willen ervoor zorgen dat betaalbare woningen in de nieuwbouw van voldoende kwaliteit en oppervlakte zijn, met het oog op een divers aanbod (voor onder meer gezinnen die een grotere woning nodig hebben) en doorstroming. De regio vraagt het Rijk gezamenlijk te verkennen welke aanvullingen mogelijk zijn op het instrumentarium om hier eisen aan te kunnen stellen.
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 23
• De regio vraagt het Rijk om aandacht te hebben voor het beter in positie brengen van woningcorporaties bij nieuwbouw en dit goed te verankeren in de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Bijvoorbeeld door het aandeel sociale woningbouw te relateren aan toegelaten instellingen of partijen die ook aandachtsgroepen huisvesten. Dit speelt met name op de beoogde bouwlocaties waar gemeenten geen grondeigenaar zijn. • De regio vraagt aandacht voor de gestegen vennootschapsbelasting, stijgende kosten voor lonen, onderhoud, nieuwbouw en verduurzaming en stijgende rente en de gevolgen daarvan voor de financiële positie van corporaties. Realisatie van de in deze Woondeal benoemde aantallen sociale huur- en middenhuurwoningen door corporaties zijn alleen haalbaar, als de financiële positie van corporaties niet verder onder druk komt te staan. In de Nationale Prestatieafspraken hebben Rijk, Aedes, VNG en de Woonbond ook (proces)afspraken gemaakt over monitoring van o.a. de fiscale lastendruk voor corporaties en de betaalbaarheidssituatie voor huurders in relatie tot de financiële haalbaarheid van de maatschappelijke opgaven. Vanwege de sterk veranderende macro-economische omstandigheden wordt de geplande update over de financiële haalbaarheid een jaar naar voren gehaald en reeds in 2023 uitgevoerd. Daarin worden ook de fiscale aspecten meegenomen. D.
Mobiliteit Rijk en regio constateren dat de grote voorziene groei aan woningen en werkgelegenheid investeringen vergt in mobiliteit en het remmen van mobiliteitsgroei. Gezamenlijke invulling van de mobiliteitsopgave is nodig om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren. In dat kader vraagt de regio het rijk: • Voor de grotere mobiliteitsinvesteringen die nog niet gedekt zijn samen met de regio te zoeken naar een financiële oplossing. • Voortzetting van de WBI of een daarmee vergelijkbare vereenvoudigde regeling. Hoewel die regeling niet primair bedoeld is voor mobiliteitsinvesteringen worden veel kleinere mobiliteitsprojecten via die regeling financieel haalbaar gemaakt. • Samen te zoeken naar duurzame mobiliteitsoplossingen. E. Focus op de uitvoering Rijk en regio constateren dat, om de hoge woningbouwdoelstellingen te kunnen halen, het belangrijk is om zo snel mogelijk over te gaan van denken naar doen. Samenwerking, afstemming en vertrouwen tussen partijen onderling zijn noodzakelijk om tot voldoende versnelling van de woningbouw te komen. Dit vraagt inzet van alle betrokken partijen vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheden, en een sterkere regie vanuit de overheid. Door alle fasen en in alle onderzoeken wordt herkend dat de beschikbare personele capaciteit een belangrijke reden voor vertraging is in de woningbouw productie.
Het gaat daarbij niet alleen om een kwantitatief probleem (aantal mensen), maar ook om gebrek aan kennis en (proces)kunde. Rijk en regio nemen hiertoe de volgende acties: • Het Rijk brengt samen met medeoverheden, woningcorporaties en marktpartijen mogelijkheden in beeld om de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten, ondersteund door een gezamenlijk uit te voeren onderzoek. • Knelpunten als gevolg van gebrek aan capaciteit en expertise bij mede-overheden en Raad van State worden geagendeerd op de (deel)regionale versnellingstafels. Desgewenst kan via de regionale versnellingstafel de landelijke versnellingstafel worden ingezet.
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 24
Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren vraagt de regio aandacht voor: • Het verkorten van de doorlooptijd van planologische procedures; • Het beperken van bezwaarprocedures, waarbij wordt bezien of het door het Rijk opgestelde actieplan Versnellen Processen en Procedures voldoende is. • Juridisch instrumentarium voor overheden om te sturen op (onder andere) een aandeel betaalbare woningbouw, via de wet Versterking regie op de Volkshuisvesting. F. Verduurzaming en kwaliteitsverbetering bestaande voorraad • De regio vraagt het Rijk aandacht te hebben voor de samenhang van de nieuwbouwopgave met de opgaven in de verbetering en verduurzaming van de bestaande woningen en wijken. De regio en provincies werken hier hard aan, en veel gemeenten nemen extra verduurzamingsmaatregelen om bewoners te ondersteunen bij de gestegen energiekosten. Dit is ook nodig om te voorkomen dat het verschil in kwaliteit en duurzaamheid van bestaande woningen nog groter wordt ten opzichte van de nieuwe woningen en wijken. Dit versterkt de ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen en ondermijnt daarmee het draagvlak voor nieuwbouw onder de huidige bewoners. • Ook vraagt de regio aandacht voor het feit dat capaciteit en geld van overheden, corporaties en beleggers verdeeld moeten worden over bestaand woongebied en nieuwbouw.
Kritische succesfactoren: ondersteuning locaties 11.6 Voor de locaties opgenomen in de tabel en op de kaart in bijlage 2 in deze woondeal zijn de belangrijkste kritische succesfactoren en hun effecten geïdentificeerd. Een schematisch overzicht hiervan is weergegeven in de tabel met grootschalige bouwlocaties, in bijlage 2. 11.7 De in tabel met grootschalige bouwlocaties (bijlage 2) benoemde kritische succesfactoren zullen periodiek besproken worden in de reguliere Woondealoverleggen. Dit geldt ook indien nieuwe belemmeringen voor de woningbouw zich opwerpen. 11.8 In de hele keten is een gebrek aan capaciteit. Onlangs heeft de minister besloten om opnieuw een subsidiebedrag beschikbaar te stellen voor versnelling van de woningbouw voor de periode 2023-2024. Hierin is voor onze provincie een bedrag gereserveerd van € 1.336.415 onder de voorwaarde dat de provincie dit bedrag verdubbelt. Hierbij mogen provincies maximaal de helft daarvan doorbelasten naar de ontvangende gemeenten. In de aanvraag vanuit Flevoland is voorgesteld deze doorbelasting volledig te doen. Voor de ZUND-regio is circa 25% van dit bedrag beschikbaar om specifieke expertise versnelling woningbouw te kunnen inhuren. 11.9 Naast de locatie specifieke ondersteuning, ondersteunen Rijk en provincie ook via generieke (financiële) regelingen. Een overzicht van deze regelingen is opgenomen in bijlage 3.
Rijk en provincie informeren gemeenten wanneer er nieuwe regelingen opengesteld worden en dienen als eerste vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden.
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 25
Handtekeningen Gemeente Dronten Gemeente Noordoostpolder Gemeente Zeewolde Gemeente Urk Provincie Flevoland Waterschap Zuiderzeeland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 26
Bijlagen Bijlage 1: Woningbouwafspraken per gemeente Uitwerking afspraak 1.2. Woningbouwafspraken per gemeente Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. Dat betekent dat elke gemeente een bijdrage levert aan de regionale opgave die past bij de lokale opgave en het karakter van de gemeente. In de geïnventariseerde informatie en gesprekken met de gemeenten zien de partijen dat elke gemeente een fair share van de regionale opgave neemt. Het grootste deel hiervan zit in de sleutelprojecten (zie bijlage 2), waar de schop voor 2026 in de grond gaat. Het overige deel van de regionale opgave wordt gerealiseerd in andere projecten, deels op de langere termijn, waarbij wederom gekeken wordt naar een evenredige verdeling over de regio. Hierbij wordt rekening gehouden met het huidige aandeel betaalbaar en middensegment in de bestaande voorraad. De bestaande voorraad is van invloed op de verdeling binnen het betaalbare segment (sociaal en/of middensegment) in het nieuwbouwprogramma. Hieronder is een overzicht opgenomen welk aandeel elke gemeente en/of regio neemt in het totaal van de regionale opgave. De precieze inzet per gemeente vraagt nadere uitwerking in 2023, met daarbij de volgende aandachtspunten: In de uitwerking wordt rekening gehouden met de omvang van de voorraad in het sociale huur- en middensegment.
In het overzicht is opgenomen welke gemeenten nog geen ‘fair share’ aan sociale huur in de voorraad hebben. De afspraak is dat deze gemeenten in de nadere uitwerking van hun programmering in 2023 betekenisvolle stappen zetten om op een aanvaardbare termijn naar een fair share in de voorraad toe te groeien. Indien het toegroeien naar 30% in de voorraad evident niet logisch of haalbaar is, kan hierop via het Bestuurlijk Woondeal overleg tussen Rijk en regio een uitzondering worden gemaakt. Bij de nadere uitwerking van de programmering wordt ook rekening gehouden met de woonzorgvisies die in 2023 worden opgesteld en met de lokale mogelijkheden voor huisvesting van aandachtsgroepen. De mogelijkheden om in de programmering daadwerkelijk aan de richtinggevende betaalbaarheidsdoelstelling in het betaalbare segment te voldoen, worden beïnvloed door bestaande afspraken voor projecten, in anterieure overeenkomsten of anderszins. Om vertraging in de realisatie te voorkomen is daarbij het uitgangpunt dat deze contracten niet hoeven te worden opengebroken, waardoor er mogelijk pas op een later moment aan de doelstelling in de programmering kan worden voldaan. Om duidelijk te maken welke bijdrage de corporaties kunnen leveren om het programma bij te stellen naar tot twee derde betaalbaarheid, is per gemeente in beeld gebracht hoeveel woningen corporaties kunnen en willen bouwen.
Dit betreft zowel bestaande plannen als ambitie. Duidelijk is dat de bestaande plannen nog onvoldoende zijn om de doelstelling sociaal (30%) te behalen en voldoende woningen in het betaalbare segment te kunnen realiseren. Gemeenten werken daarom samen met corporaties aan de hand van de opgave per gemeente en de ambities van de corporaties uit in welke projecten (waarin het programma nog niet is vastgelegd in overeenkomsten) een aanvullend aandeel in het betaalbare segment wordt gerealiseerd. Waarbij inzet is om toe te groeien naar twee derde betaalbaar in de productie en – op een reële termijn - een fair share in de voorraad. De genoemde ‘ambitie’ aantallen van de corporaties kunnen in overleg tussen gemeenten en corporaties anders worden ingezet, rekening houdend met de locatie- en bouwmogelijkheden en (fair share in) de bestaande voorraad.
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 27
De corporaties kunnen en willen ook een bijdrage leveren aan ontwikkeling van huurwoningen in het middensegment, maar hebben hiervoor – net als voor het totaal van de plannen en ambities in het sociale huursegment- nog onvoldoende locaties en instrumenten (DAEB). Hier worden nadere afspraken over gemaakt in de lokale prestatieafspraken tussen gemeenten, corporaties en huurders. Andere aandachtspunten: In de ZUND-regio is geen 130% plancapaciteit ten opzichte van de programmering. Doordat er veel grootschalige uitbreidingslocaties zijn, maar minder ‘reservelocaties’ en vanwege de hoge marktvraag, is de slaagkans doorgaans groot en de ervaring is dat de beoogde jaarproductie vaak wordt gehaald. De opgenomen aantallen zijn afhankelijk van de mate waarin voldaan wordt aan de randvoorwaarden van het bod. Zolang deze randvoorwaarden (nog) niet – of niet geheel - zijn ingevuld, zal de productie per gemeente en/of regio lager uitvallen. Zeewolde
Sociale huurwoningen[2]
Huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen onder de €355.000
Sociale huurwoningen
Midden huurwoningen
% Sociale huur-woningen
% Koop onder €355.000 en middenhuur
% Betaalbaar totaal
199
199
199
59
7
128
59
0
30
68
97
2023
213
213
213
43
4
102
43
0
20
50
70
2024
279
279
279
56
6
134
56
0
20
50
70
2025
36
36
36
7
1
17
7
0
19
50
69
2026
181
181
75
36
4
87
36
0
20
50
70
2027
181
181
75
36
4
87
36
0
20
50
70
2028
181
181
75
36
4
87
36
0
20
50
70
2029
181
181
75
36
4
87
36
0
20
50
70
2030
181
181
75
36
4
87
36
0
20
50
70
Totaal
1.632
1.632
1.102
346
36
815
346
0
21
52
73
(aantal woningen)
2022
Beschikbare netto plancapacitei
Jaartal
Aantal woningen in harde plancapaciteit
Aantal woningen door woningcorporaties
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
Betaalbaarheid[1] (prijspeil 2022)
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 28
Urk
Sociale huurwoningen[2]
Huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen onder de €355.000
Sociale huurwoningen
Midden huurwoningen
% Sociale huur-woningen
% Koop onder €355.000 en middenhuur
% Betaalbaar totaal
79
79
79
0
0
65
0
0
0
82
82
2023
140
140
140
21
0
32
21
0
15
23
38
2024
150
150
150
52
0
49
52
0
35
33
67
2025
145
145
145
41
0
50
41
0
28
34
63
2026
125
125
125
37
0
46
37
0
30
37
66
2027
125
125
125
37
0
46
37
0
30
37
66
2028
125
125
125
37
0
46
37
0
30
37
66
2029
125
125
125
37
0
46
37
0
30
37
66
2030
125
125
125
37
0
46
37
0
30
37
66
Totaal
1.139
1.139
1.139
299
0
426
299
0
26
37
64
(aantal woningen)
2022
Beschikbare netto plancapacitei
Jaartal
Aantal woningen in harde plancapaciteit
Aantal woningen door woningcorporaties
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
Betaalbaarheid[1] (prijspeil 2022)
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 29
Noordoostpolder
Sociale huurwoningen[2]
Huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen onder de €355.000
Sociale huurwoningen
Midden huurwoningen
% Sociale huur-woningen
% Koop onder €355.000 en middenhuur
% Betaalbaar totaal
394
394
394
9
15
200
9
0
2
55
57
2023
252
252
193
77
15
140
77
0
31
62
92
2024
292
292
146
61
15
140
61
0
21
53
74
2025
312
312
94
42
15
120
42
0
13
43
57
2026
273
273
79
57
15
120
57
0
21
49
70
2027
247
247
67
55
15
120
55
0
22
55
77
2028
193
193
61
33
15
100
33
0
17
60
77
2029
151
151
57
75
15
30
75
0
50
30
79
2030
149
149
7
75
15
30
75
0
50
30
81
Totaal
2.263
2.263
1.098
484
135
1.000
484
0
21
50
72
(aantal woningen)
2022
Beschikbare netto plancapacitei
Jaartal
Aantal woningen in harde plancapaciteit
Aantal woningen door woningcorporaties
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
Betaalbaarheid[1] (prijspeil 2022)
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 30
Dronten
Sociale huurwoningen[2]
Huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen onder de €355.000
Sociale huurwoningen
Midden huurwoningen
% Sociale huur-woningen
% Koop onder €355.000 en middenhuur
% Betaalbaar totaal
273
273
273
82
0
63
82
0
30
23
53
2023
401
401
401
90
75
146
90
0
22
55
78
(aantal woningen)
2022
Beschikbare netto plancapacitei
Jaartal
Aantal woningen in harde plancapaciteit
Aantal woningen door woningcorporaties
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
Betaalbaarheid[1] (prijspeil 2022)
2024
544
544
363
105
36
196
105
0
19
43
62
2025
590
590
157
205
16
207
205
0
35
38
73
2026
398
398
161
45
16
206
35
0
11
56
67
2027
415
415
161
15
16
177
15
0
4
47
50
2028
284
284
121
43
16
160
43
0
15
62
77
2029
242
242
136
53
16
75
53
0
22
38
60
2030
162
162
136
75
16
43
75
0
46
36
83
Totaal
3.309
3.309
1.909
713
207
1.273
703
0
22
45
66
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 31
Bijlage 2: Grootschalige bouwlocaties
Toekomst-bestendig (klimaat, duurzaamheid, circulair)
De Graafschap (Biddinghuizen)
500
Noordoostpolder
Emmelhage
600
Noordoostpolder
Dr. Jansen terrein (vml ziekenhuis)
300
Urk
Zeeheldenwijk
1.650
Grootschalige Woningbouwlocatie
Zeewolde
Polderwijk
1.500
Grootschalige Woningbouwlocatie
Subsidie Rijk (WBI / BO MIRT /anders)
Dronten
Ruimtelijke regelgeving
700
Kennis en capaciteit
Swifterbant Zuid
Energie-congestie
Dronten
Geluid
1500
Stikstof
Hanzekwartier
Mobiliteit
Plan-capa-citeit t/m 2030
Dronten
Gemeente
Locatie
Programmering (2/3e aandeel betaalbaar nog niet geregeld en/of andere afspraken gemaakt)
Kritische succesfactoren c.q. randvoorwaarden voor tijdige realisatie
Projectkenmerken
WBI Grootschalige woningbouwlocatie
Grootschalige Woningbouwlocatie
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 32
Bijlage 3: Generieke ondersteuning woningbouw Het Rijk ondersteunt door: • Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken. Het Rijk informeert via de woondealtafel over nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen. -
Procesgeld woondeals
-
Woningbouwimpuls
-
Regeling flexpools
-
Regeling huisvesting aandachtsgroepen
-
Volkshuisvestingsfonds
-
Transformatie faciliteit
-
Regeling tijdelijke huisvesting
- Subsidieregeling VWS ten behoeve van geclusterde woonvormen, intergenerationeel wonen en de bouw van ontmoetingsruimtes • Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen. Het kan hierbij zowel gaan om concrete- als generieke vragen. • Inzet expertteams (Expertteam Woningbouw) • Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties • Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting • Landelijke versnellingstafels • Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting voorbereid. • BZK coördineert de opgave die samenhangen met woningbouw en fungeert als eerste aanspreekpunt richting andere departementen. De Minister voor VRO zet zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren als stikstof, geluid en de aansluiting op nutsvoorzieningen aan te pakken De provincie ondersteunt door: • Inzet van de bouwambassadeur • Cofinanciering van extra inhuur versnelling woningbouw (een regeling voor de gemeenten in Flevoland). • Subsidie voor uitvoering van de Woonakkoorden. • De provincie ondersteunt verder door de regelingen die te vinden zijn via https://www.flevoland.nl/loket
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 33
Bijlage 4: Randvoorwaardelijke woningbouwbieding provincie Flevoland 13 oktober 2022 Invoegen overzicht provinciale afspraken.???? Waar kan ik dit vinden?
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 34
Bijlage 5: governance woningbouw Rijk, regio ZUND-gemeenten
Regionale woondeal ZUND-gemeenten | 35
Colofon Dit is een uitgave van: Provincie Flevoland Visarenddreef 1 Postbus 55 8200 AB Lelystad Contact: T
0320 265 265
E
info@flevoland.nl
W
www.flevoland.nl
Maart 2023