D06 00 EBF Monitor 2024.pdf
Tekst van het document
55
6
CPB (2024). CPB Raming – Centraal Economisch Plan 2024. Den Haag: Centraal Planbureau.
Dat gedurende het grootste deel van 2020 de economie op slot zat vanwege corona, en dat de Flevolandse economie bovengemiddeld snel herstelde, is terug te zien in het verloop van de ontwikkeling van het brp en bbp (zie figuur 2.2). Maar in 2023 is een einde gekomen aan de herstelgroei. De economie is afgekoeld en de groei vertraagt. Over geheel 2023 blijkt de omvang van het totale Flevolandse brp € 17,5 miljard te zijn; € 150 miljoen meer dan een jaar eerder. Het aandeel van Flevoland in de totale Nederlandse economie is hiermee zo’n 1,8 procent. Over een langere periode beschouwd heeft het Flevolandse brp zich iets sterker ontwikkeld dan het Nederlandse bbp. In de periode 2011–2023 is het Flevolandse brp per saldo met 50,6 procent toegenomen; landelijk was de groei 47,5 procent. Flevoland is uiteindelijk sterker gegroeid dan landelijk. De klap van de coronacrisis kwam minder hard aan, waarna het herstel zich in een vergelijkbaar tempo voltrok.
56
FIGUUR 2.2 ONTWIKKELING BRUTO REGIONAAL (BINNENLANDS) PRODUCT, FLEVOLAND EN NEDERLAND Brp (x mld. euro; balken en linker as) en Index 2011=100 (lijnen en rechter as); 2011–2023 20
160
18
150
16
140
14
130
12
120
10
110
8
100
6
90
4
80
2
70
0
2011
2012
2013
Flevoland
2014
2015
2016
Index Flevoland
2017
2018
2019
Index Nederland
* Voorlopige cijfers. Bron: CBS, 2024 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 57
2020 2021
2022* 2023*
60
VERSCHIL ARBEIDSPRODUCTIVITEIT TUSSEN FLEVOLAND EN NEDERLAND VERDER TOEGENOMEN Het CPB benadrukt dat de groei van de economie
Dat is mogelijk door steeds harder te werken, maar
op lange termijn vooral zal moeten komen van een
duurzamer is een verhoging van de arbeidsproductiviteit
hogere productiviteit per werkende. Maar al sinds
door innovatie, waaronder het efficiënter inrichten van
de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt de
werkprocessen of het inzetten van arbeidsbesparende
arbeidsproductiviteit gekenmerkt door een vertragende
technologie zoals automatisering en robotisering. In het
groei, een ontwikkeling die slechts ten dele wordt
tekstkader ‘Flevolandse octrooien’ brengen we in beeld
opgevangen door een toename van het arbeidsaanbod.
hoeveel octrooien de afgelopen jaren zijn verleend in
Sterker: arbeid wordt steeds schaarser (zie hoofdstuk
Flevoland, wat een indicatie is voor het innovatievermogen
3.3). De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt
en de kennisintensiteit van de regionale economie.
vraagt in toenemende mate om manieren om de arbeidsproductiviteit te verhogen. Een groei van de arbeidsproductiviteit betekent dat er steeds meer waarde wordt gecreëerd met dezelfde hoeveelheid arbeid.
58
In figuur 2.3 is de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit in Flevoland en Nederland afgebeeld. Daarbij is de arbeidsproductiviteit uitgedrukt als de toegevoegde waarde per werknemer per arbeidsjaar.7 Als we vervolgens kijken naar het niveau van de arbeidsproductiviteit in Flevoland, dan blijkt dit structureel onder het landelijk gemiddelde te liggen. In 2022 bedroeg de arbeidsproductiviteit in Flevoland € 107.500 per arbeidsjaar, dit was ruim € 10.000 onder het landelijk gemiddelde (-8,7 procent). Bovendien blijkt in het tijdvak 2011–2022 de arbeidsproductiviteit in Flevoland per saldo langzamer te zijn gegroeid dan haet landelijk gemiddelde: 25 procent tegenover 28 procent. Ondanks dat de impact van de coronapandemie op de arbeidsproductiviteit in Flevoland minder groot was dan landelijk, was de inhaalslag na de pandemie ook minder groot in vergelijking met landelijk. Zo is het verschil in niveau van arbeidsproductiviteit tussen Flevoland en Nederland als geheel de afgelopen twee jaar verder toegenomen.
7
59
rbeidsjaren zijn alle gewerkte uren in banen (voltijd of deeltijd) omgerekend naar voltijdbanen, A ook wel voltijdequivalenten (vte’s of fte’s) genoemd.
FIGUUR 2.3 ARBEIDSPRODUCTIVITEIT, FLEVOLAND EN NEDERLAND Productiviteit per arbeidsjaar in euro; 2011–2022 140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021* 2022*
Flevoland
Nederland
* Voorlopige cijfers. Bron: CBS, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 60
Verschillen in arbeidsproductiviteit tussen regio’s worden
Als we de arbeidsproductiviteit per sector in Flevoland,
in belangrijke mate veroorzaakt door verschillen in
in 2021, afzetten tegen de arbeidsproductiviteit in de
samenstelling van de sectorstructuur van deze regio’s.
desbetreffende sectoren op landelijk niveau, dan blijken er
De mate waarin productievere sectoren of bedrijfstakken
grote verschillen te zijn. Zowel op landelijk als provinciaal
in een regio vertegenwoordigd zijn ten opzichte van
niveau genereert de meer kapitaal- en kennisintensieve
minder productieve sectoren, zijn uiteindelijk van invloed
sector Zakelijke dienstverlening de hoogste productie per
op de totale regionale arbeidsproductiviteit – er is dan
arbeidsjaar, op de voet gevolgd door de sector Nijverheid
sprake van een samenstellingseffect. De kapitaal- en
en energie. Daarna volgen de overige (samengestelde)
kennisintensiteit van een sector is hierbij van belang.
sectoren met als minst productieve sector Cultuur,
Zo zal een regio die bijvoorbeeld over veel grootschalige
recreatie en overige diensten.8
procesindustrie of kennisintensieve dienstverlening beschikt doorgaans een hogere arbeidsproductiviteit
Maar als we de verschillende sectoren tegen elkaar
hebben dan een minder kapitaal- of kennisintensieve
afzetten, dan valt met name op de hoogte van de
regio; waar bijvoorbeeld de arbeidsintensieve
productiviteit van de sector Landbouw, bosbouw
niet-commerciële diensten als onderwijs en zorg
en visserij in Flevoland. In alle sectoren is de
bovengemiddeld aanwezig zijn.
arbeidsproductiviteit in Flevoland lager dan of gelijk aan de landelijke arbeidsproductiviteit in de betreffende sector, behalve in de agrarische sector.
8
61
De sectoren zijn gebaseerd op een samenvoeging van de volgende SBI-sectoren (tussen haakjes): Landbouw, bosbouw en visserij (A), Nijverheid en energie (B t/m F), Handel, vervoer, horeca (J t/m N), Overheid en zorg (O t/m Q), Cultuur, recreatie, overige diensten (R t/m U). De Standaard Bedrijfsindeling (SBI) biedt een hiërarchische indeling van alle economische activiteiten, ofwel alle op de productie van goederen of diensten gerichte activiteiten, zowel van het bedrijfsleven als van de overheid. Meer gedetailleerde informatie en achtergronden over de SBI zijn beschikbaar via: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/methoden/classificaties/overzicht/sbi/default.htm.
In 2021 bedroeg de arbeidsproductiviteit van de
In hoofdstuk 2.2 zullen we de ontwikkeling van de
Flevolandse agrarische sector bijna € 89.000 per
arbeidsproductiviteit verder uiteenrafelen door in te gaan
arbeidsjaar, terwijl dit landelijk € 74.000 was. Dit verschil
op hoe de ontwikkeling van de toegevoegde waarde en de
kan onder meer toegeschreven worden aan regio-
werkgelegenheid in de verschillende sectoren in Flevoland
specifieke omstandigheden. De relatief hoge productiviteit
zich tot elkaar verhouden.
van de Flevolandse landbouw wordt in belangrijke mate verklaard door de samenstelling van de agrarische sector. De regio-specifieke omstandigheden zorgen voor een bovengemiddeld sterke aanwezigheid van akkerbouw en (glas)tuinbouw. Bovendien is de Flevolandse grond bovengemiddeld vruchtbaar en zijn de Flevolandse landbouwbedrijven gemiddeld genomen de grootste van het land.9 Niettemin ligt het niveau van de productiviteit per arbeidsjaar in de Flevolandse landbouw lager dan in een groot deel van de overige sectoren.
9
62
UR (2019). Benchmark voedselregio’s. Vergelijking van het Agrocomplex van Flevoland, regio FoodValley, regio Rivierenland, Agrifood Capital en regio Venlo. W Wageningen: Wageningen University & Research.
FIGUUR 2.4 ARBEIDSPRODUCTIVITEIT NAAR SECTOR, FLEVOLAND EN NEDERLAND Productiviteit per arbeidsjaar in euro; 2021*
Landbouw, bosbouw en visserij Nijverheid en energie Handel, vervoer en horeca Zakelijke dienstverlening Overheid en zorg Cultuur recreatie en overige diensten 0
20.000 Flevoland
40.000
60.000
80.000
100.000
120.000
Nederland
* 2021 het meest recente jaar qua beschikbaarheid van (voorlopige) regionale arbeidsproductiviteitscijfers opgesplitst naar sector. Bron: CBS, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 63
FLEVOLANDSE OCTROOIEN Innovatie is wezenlijk voor de ontwikkeling van de economie.
innovatie. Dit exclusieve eigendomsrecht geeft de
Innovatie wordt doorgaans gedefinieerd als de ontwikkeling
aanvrager het recht om het product of productiemethode
van nieuwe technologieën en toepassing daarvan in
voor een bepaalde tijd te exploiteren zonder dat andere
producten, diensten en processen. Deze definitie volgend
partijen hetzelfde idee op de markt kunnen brengen. De
bestaat innovatie uit twee soorten: procesinnovatie en
aanvrager van een octrooi kan een onderneming zijn, een
productinnovatie. Het verbeteren van de productiewijze van
instelling of universiteit, maar ook een particulier. Octrooien
hetzelfde product is procesinnovatie. Hierdoor kan dezelfde
vormen hiermee een belangrijke output van innovatie en
hoeveelheid product sneller en/of tegen geringere kosten
research- en development activiteiten (R&D) in een regio
worden gemaakt. Productinnovatie leidt tot nieuwe producten
of land.
en is daardoor vaak het meest zichtbaar. Een octrooi voor een product of proces kan aangevraagd Onze samenleving telt talloze zichtbare en onzichtbare
worden bij Octrooicentrum Nederland, waarmee een
innovaties, van horloges tot beeldschermen en van
innovatie voor maximaal 20 jaar wordt beschermd in
poedercoating tot radiosignalen. De meest geformaliseerde
Nederland. Het aantal verleende octrooien geeft ons
vorm van innovatie is het vastleggen van de verbetering
vervolgens een indicatie van het innovatievermogen en de
of vernieuwing in een octrooi. Een octrooi, ook wel patent
kennisintensiteit van de regionale economie.10 De cijfers
genoemd, is een exclusief eigendomsrecht op een technische
laten zien dat Flevoland, van alle veertig Nederlandse
10
64
uropese octrooien zijn buiten beschouwing gelaten. Aanvragen voor octrooien voor andere Europese landen worden geregistreerd via het E European Patent Office (EPO).
COROP-regio’s, de 29e positie inneemt qua het aantal verleende octrooien volgens de Rijksoctrooiwet in de periode 2018–2022.11 Per 100.000 inwoners werden er 25,6 octrooien verleend. Het aantal verleende octrooien aan Flevolandse bedrijven en instellingen lijkt voorzichtig te stijgen. In de vijfjaarsperiode 2016–2020 werden er 24,6 octrooien per 100.000 inwoners geregistreerd en in de vijfjaarsperiode 2017–2021 waren het er 25,3 per 100.000 inwoners. Maar afgezet tegen andere regio’s in Nederland bevindt Flevoland zich halverwege het rechterrijtje. De koplopers zijn regio Delft, inclusief het Westland, en Zuidoost-Noord-Brabant (Eindhoven en omgeving). De aanwezigheid van een technische universiteit in de regio blijkt in sterke mate bepalend te zijn. Mede dankzij de TU Delft en haar spin-off’s heeft de regio Delft en Westland met meer dan 232 octrooien per 100.000 inwoners de hoogste octrooidichtheid in de periode 2018–2022.
11
65
en COROP-regio is een regionaal gebied binnen Nederland dat deel uitmaakt van de COROP-indeling. Deze indeling wordt gebruikt voor analytische E doeleinden. De naam COROP komt van Coördinatie Commissie Regionaal OnderzoeksProgramma. In totaal zijn er in Nederland 40 COROP-gebieden. De COROP-indeling wordt gebruikt door onderzoeksinstellingen, zoals het CBS, om statistische gegevens te presenteren.
Daarna volgt Zuidoost-Noord-Brabant met bijna 100
20 procent. Onder deze verzamelcategorie van
octrooien per 100.000 inwoners. TU Eindhoven en het
technologieën vallen onder andere de bouw en
Brainport technologiecluster spelen daarbij een grote rol.
consumentengoederen. De categorieën chemie en
Des te opvallender is de hoge positie van de Achterhoek
farmacie, en instrumenten zijn elk goed voor een aandeel
met bijna 67 octrooien per 100.000 inwoners. Een verklaring
van 15 procent in het totaal aan verleende octrooien. De
ligt in de bovengemiddeld sterke vertegenwoordiging van
resterende 10 procent van de octrooien zijn verleend op het
de (slimme) maakindustrie in deze regio.12
gebied van elektronica en elektrotechniek.13
De beschikbare data geven geen inzicht in de verdeling van de verleende octrooien naar technologiegebied op regionaal niveau. Maar als we naar de verdeling op landelijk niveau kijken, dan geeft dit een indruk van in welke technologiegebieden de meeste gepatenteerde innovaties worden voortgebracht. Zo blijk ongeveer 40 procent van alle verleende octrooien afkomstig te zijn uit de werktuigbouw. Daarna zijn de meeste octrooien verleend in de categorie ‘overige technologiegebieden’, namelijk ongeveer
12
13
66
oster, R., De Vor, F., en E. van de Wiel (2021). Achterhoek Monitor 2021/22. 8RHK Ambassadeurs. Beschikbaar via: K https://www.achterhoekmonitor.nl/AchterhoekMonitor2021-2022.pdf. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2023). Jaarbericht Octrooicentrum Nederland 2022. Beschikbaar via: https://infographics.rvo.nl/OCNL/jaarbericht2022/index.html.
FIGUUR 2.5.1 REGIONALE VERDELING VERLEENDE OCTROOIEN Aantal verleende octrooien per 100.000 inwoners (per COROP-regio) gerangschikt; 2018–2022*,** Delft en Westland (1) Zuidoost-Noord-Brabant (2) Achterhoek (3) Noord-Limburg (4) Zuidoost-Zuid-Holland (5) Veluwe (6) Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (7) Zuidwest-Gelderland (8) Noordoost-Noord-Brabant (9) Groot-Rijnmond (10) Positie 11...24 Kop van Noord-Holland (25) Oost-Zuid-Holland (26) Delfzijl en omgeving (27) Zuidoost-Drenthe (28)
232,4 99,6 66,7 56,8 55,9 55,4 54,2 52,8 50,8 50,1
31,4 31,3 30,4 29,2
0
67
25
50
75
100
125
150
175
200
225
* Tussen haakjes achter de regionaam de positie van de betreffende regio op basis van het aantal octrooien. Omwille van de leesbaarheid zijn de regio’s gerangschikt op posities 11 tot en met 24 niet weergegeven. ** Het betreft het totaal aantal verleende octrooien in de vijfjaarsperiode 2018–2022. Bron: RVO/Octrooicentrum Nederland, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie).
250
FIGUUR 2.5.2 REGIONALE VERDELING VERLEENDE OCTROOIEN Aantal verleende octrooien per 100.000 inwoners (per COROP-regio) gerangschikt; 2018–2022*,**
Flevoland (29) Overig Groningen (30) Noord-Drenthe (31) Zuidwest-Friesland (32) Overig Zeeland (33) Agglomeratie Haarlem (34) Zaanstreek (35) Ijmond (36) Zuid-Limburg (37) Oost-Groningen (38) Zuidwest-Drenthe (39) Zeeuws-Vlaanderen (40)
25,6 24,4 23,9 23,7 23 22,2 21,5 20,2 18,7 16,2 15,8 14,7
0
68
25
50
75
100
125
* Tussen haakjes achter de regionaam de positie van de betreffende regio op basis van het aantal octrooien. Omwille van de leesbaarheid zijn de regio’s gerangschikt op posities 11 tot en met 24 niet weergegeven. ** Het betreft het totaal aantal verleende octrooien in de vijfjaarsperiode 2018–2022. Bron: RVO/Octrooicentrum Nederland, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie).
150
175
200
225
250
2.2 ECONOMISCHE STRUCTUUR Aan de hand van cijfers over de omvang en aard van de
steeg daarmee met 3,8 procent. De in 2022 ingezette
werkgelegenheid en toegevoegde waarde geven we een
groeiversnelling van de regionale arbeidsvraag heeft
indruk van de stand en diverse ontwikkelingen ten aanzien
zich doorgezet. Hoewel we voor deze editie van de
van de structuur van de Flevolandse economie. Door te
Flevoland Monitor niet kunnen beschikken over landelijke
kijken naar werkgelegenheid en toegevoegde waarde
werkgelegenheidsgegevens voor 2023, laten de cijfers
krijgen we beter zicht op het economisch presteren van
uit recente voorgaande jaren zien dat de Flevolandse
de afzonderlijke sectoren en het verdienvermogen van de
werkgelegenheid sterker is toegenomen dan landelijk.
regionale economie in zijn geheel.
Over de langere termijn, van 2011 tot en met 2022, is de werkgelegenheid in Flevoland per saldo met 16,4 procent
BOVENGEMIDDELD STERKE STIJGING
toegenomen (en met 20,9 procent tot en met 2023). In
WERKGELEGENHEID ZET DOOR, VOORAL GEDREVEN
dezelfde periode bedroeg in Nederland als geheel de
DOOR ZORG- EN HANDELSSECTOR
toename 12,0 procent.
In april 2023 waren 213.180 personen werkzaam in Flevoland; 7.880 meer dan in 2022. Niet eerder kwamen er zoveel banen bij in een jaar; althans niet in de bestudeerde periode 2011–2023. De werkgelegenheid in de regio
69
FIGUUR 2.6 ONTWIKKELING WERKGELEGENHEID, FLEVOLAND EN NEDERLAND In absolute aantallen (x 1.000; balken en linker as) en Index 2011=100 (lijnen en rechter as); 2011–2023* (peilmoment 1 april) 225.000 220.000 215.000 210.000 205.000 200.000 195.000 190.000 185.000 180.000 175.000 170.000 165.000 160.000 155.000 150.000
124 122 120 118 116 114 112 110 108 106 104 102 100 98 96 94 2011
2012
2013
Flevoland
2014
2015
2016
2017
Index Flevoland
2018
2019 2020 2021
2022
2023
Index Nederland
* Op moment van vervaardiging van de monitor was 2022 het meest recente jaar waarvoor werkgelegenheidsgegevens op landelijk niveau beschikbaar waren. Bron: Vestigingenregister Flevoland, 2024 en LISA, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 14 14
70
e gegevens afkomstig van het provinciale vestigingen- en werkgelegenheidsregister, die jaarlijks nieuw worden uitgebracht, zijn van voorlopige aard. Gevolg hiervan is D dat vestigingen- en werkgelegenheidscijfers uit eerdere jaren, gepubliceerd in de voorgaande editie van de monitor, eventueel afwijken van de cijfers in deze editie.
Als we kijken naar de verdeling van de werkgelegenheid over de verschillende sectoren in Flevoland (Standaard Bedrijfsindeling – SBI15), dan blijken in 2023 drie sectoren het leeuwendeel – ongeveer 45 procent – van de werkgelegenheid voor hun rekening te nemen. Het gaat om de sectoren Groot- en detailhandel (43.510 werkzame personen, aandeel van 20,4 procent), Gezondheids- en welzijnszorg (31.900; 15,0 procent) en Overige zakelijke dienstverlening (21.440; 10,1 procent).16 Ter vergelijking: op landelijk niveau zijn deze sectoren gezamenlijk verantwoordelijk voor 38 procent van de werkgelegenheid (in 2022). Na deze top-3, bestaande uit enkel dienstverlenende sectoren, volgt Industrie met een aandeel 8,8 procent in de Flevolandse werkgelegenheid. Landelijk bedroeg het aandeel van de industriesector 9,6 procent.
De Standaard Bedrijfsindeling (SBI) biedt een hiërarchische indeling van alle economische activiteiten, ofwel alle op de productie van goederen of diensten gerichte activiteiten, zowel van het bedrijfsleven als van de overheid. Meer gedetailleerde informatie en achtergronden over de SBI zijn beschikbaar op: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/methoden/classificaties/overzicht/sbi/default.htm. 16 Overige zakelijke dienstverlening omvat de volgende activiteiten: Verhuur en lease van auto’s, machines, consumentenartikelen en overige roerende goederen; Arbeidsbemiddeling en uitzendbureaus; Reisorganisaties en reserveringsbureaus; Beveiliging en opsporing; Facilitymanagement en reiniging; Overige zakelijke diensten zoals secretariële dienstverlening, callcenters, incassobureaus en veilingen. 15
71
FIGUUR 2.7 WERKGELEGENHEID NAAR SECTOR, FLEVOLAND In aantal werkzame personen; 2022 en 2023 (peilmoment 1 april)* Groot- en detailhandel Gezondheid- en welzijnszorg Overige zakelijke dienstverlening Industrie Specialistische zakelijke dienstverlening Onderwijs Bouwnijverheid Vervoer en opslag Openbaar bestuur en overheidsdiensten Horeca Informatie en communicatie Landbouw, bosbouw en visserij Cultuur, sport en recreatie Overige dienstverlening Onroerend goed Financiële instellingen Waterbedrijven en afvalbeheer Energievoorziening 0
5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000 40.000 45.000 50.000
2023 72
2022
* Vanwege de geringe omvang is de sector Delfstoffenwinning buiten beschouwing gelaten. Bron: Vestigingenregister Flevoland, 2024 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie).
In 2023 is in vrijwel alle sectoren het aantal banen hoger
GROOT- EN DETAILHANDEL GENEREERT MEESTE
dan een jaar eerder. Alleen in de sector Waterbedrijven
TOEGEVOEGDE WAARDE, ENERGIEVOORZIENING EN
en afvalbeheer was sprake van lichte krimp (afname van
BOUW STERKSTE GROEI
10 werkzame personen). Daar staat tegenover dat tussen
Als we de Flevolandse sectorale structuur en ontwikkeling
2022 en 2023 de aanwas van werkgelegenheid (veruit) het
uitdrukken in termen van toegevoegde waarde, dan zien we
grootst was in de sectoren Gezondsheids- en welzijnszorg
dat Groot- en detailhandel de grootste sector is – evenals
(+1.630 werkzame personen) en Groot- en detailhandel
wanneer we sectorgrootte uitdrukken in werkgelegenheid.
(+1.060). Deze twee sectoren blijken daarmee samen
In 2022 was de omvang van de toegevoegde waarde van de
goed te zijn voor een derde van de totale (korte termijn)
Flevolandse economie € 12,6 mld., gecorrigeerd voor inflatie
werkgelegenheidsgroei in de regio.
(zie ook tekstkader ‘Toegevoegde waarde (in constante prijzen)’). Daarvan kwam € 2,9 mld. voor rekening van de
Uitgesplitst naar gemeente zien we de hoogste (relatieve)
Groot- en detailhandel in Flevoland; voor ruim 23 procent
werkgelegenheidsgroei in Urk en Dronten. In deze
van de totale toegevoegde waarde. Na deze sector volgen
gemeenten steeg het aantal werkzame personen met
Overige zakelijke dienstverlening en Industrie met een
respectievelijk 7,4 en 5,3 procent. Meer details per gemeente
omvang van respectievelijk € 1,5 mld. en € 1,3 mld. (in 2022).
zijn te vinden in het onderdeel ‘Gemeentelijke kerngegevens’.
73
Verder zien we in figuur 2.8 dat bij het merendeel van de sectoren sprake is van een vergroting van de toegevoegde waarde. Met name de sectoren Energievoorziening en Bouwnijverheid hebben in de periode 2013–2022 een bovengemiddeld sterke groei doorgemaakt, van respectievelijk 10,4 en 7,3 procent. Daartegenover staat een stevige daling van de omvang van de toegevoegde waarde in de sector Financiële instellingen: -10,9 procent.
74
FIGUUR 2.8 TOEGEVOEGDE WAARDE NAAR SECTOR, FLEVOLAND In constante prijzen (x mln. euro); 2013, 2017, 2022*,**
Groot- en detailhandel Overige zakelijke dienstverlening Industrie Gezondheids- en welzijnszorg Onroerend goed Specialistische zakelijke dienstverlening Openbaar bestuur en overheidsdiensten Onderwijs Bouwnijverheid Informatie en communicatie Energievoorziening Landbouw, bosbouw en visserij Vervoer en opslag Horeca Financiële instellingen Overige dienstverlening Cultuur, sport en recreatie Waterbedrijven en afvalbeheer 0
500 2022
75
1.000 2017
1.500
2.000
2.500
3.000
2013
* Vanwege de geringe omvang is de sector Delfstoffenwinning buiten beschouwing gelaten. ** Op moment van vervaardiging van deze monitor hadden we enkel de beschikking over sectorale toegevoegde waarde cijfers voor de jaren 2013, 2017 en 2022. Bron: LISA, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie).
TOEGEVOEGDE WAARDE (IN CONSTANTE PRIJZEN) De gebruikte cijfers over toegevoegde waarde zijn vervaardigd
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland
door Stichting LISA. LISA verrijkt sinds een aantal jaren haar
opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in
gegevens over vestigingen en werkgelegenheid met cijfers
buitenlandse handen zijn.
over productie en toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde wordt bepaald door combinatie van gegevens uit het
De cijfers die we presenteren zijn in constante prijzen.
LISA-bestand en gegevens van het CBS.
Oftewel: de waarde in constante prijzen is de waarde gecorrigeerd
Toegevoegde waarde is daarbij als volgt gedefinieerd: de
voor inflatie ten opzichte van
waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de
een basisjaar, in dit geval 2015.
productiewaarde of output) minus de waarde van goederen
Deze cijfers zijn geschikt om de
en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het
ontwikkeling door de tijd in beeld te
intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen
brengen. Verhoging van de prijzen
basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en
als gevolg van inflatie wordt dan
vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden
niet meegerekend in de getoonde
belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het
ontwikkeling.
intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief niet-aftrekbare btw.
76 76
GROEI TOEGEVOEGDE WAARDE EN WERKGELEGENHEID VERGELEKEN Figuur 2.9 maakt inzichtelijk welk aandeel iedere sector
Dit kan enerzijds duiden op een hoge verdiencapaciteit per
heeft in de totale toegevoegde waarde en werkgelegenheid
werkzaam persoon (ofwel: arbeidsproductiviteit), waarbij
van Flevoland. Uit dit figuur, wat feitelijk een combinatie
sprake is van een relatief groot aandeel qua toegevoegde
is van figuren 2.7 en 2.8, kan worden opgemaakt dat met
waarde en een relatief laag aandeel qua werkgelegenheid. Dit
name dienstensectoren belangrijk zijn voor de economie
is onder andere het geval voor de sectoren Energievoorziening
van Flevoland. Wel is er een verschil in de manier waarop
en Onroerend goed. Anderzijds, als er sprake is van een relatief
deze sectoren van belang zijn voor de regionale economie.
laag aandeel qua toegevoegde waarde en een relatief hoog
Geredeneerd vanuit het verdienvermogen, ofwel het aandeel
aandeel qua werkgelegenheid, dan duidt dit op sectoren met
dat sectoren hebben in de regionale toegevoegde waarde,
een sterk arbeidsintensief karakter en een doorgaans lagere
steken Groot- en detailhandel, Overige zakelijke diensten
verdiencapaciteit per persoon. Gezondheids- en welzijnszorg,
en Industrie boven de overige sectoren uit. In termen
Specialistische zakelijke diensten, Onderwijs en Horeca zijn
van werkgelegenheid leveren, naast wederom Groot- en
hiervan typische voorbeelden. Maar ook een beeldbepalende
detailhandel, de sectoren Gezondheids- en welzijnszorg en
sector als Vervoer en opslag kent een lage toegevoegde
Overige zakelijke diensten de grootste bijdrage. Verder is te
waarde in verhouding tot de arbeidsinzet in deze sector.
zien dat in sommige sectoren het verschil tussen het aandeel in de totale toegevoegde waarde en werkgelegenheid groot is.
77
FIGUUR 2.9 VERDELING TOEGEVOEGDE WAARDE EN WERKGELEGENHEID NAAR SECTOR, FLEVOLAND Aandeel van sectoren in totale toegevoegde waarde en in totale werkgelegenheid in %; 2022* Groot- en detailhandel Overige zakelijke dienstverlening Industrie Gezondheids- en welzijnszorg Onroerend goed Specialistische zakelijke dienstverlening Openbaar bestuur en overheidsdiensten Onderwijs Bouwnijverheid Informatie en communicatie Energievoorziening Landbouw, bosbouw en visserij Vervoer en opslag Horeca Financiële instellingen Overige dienstverlening Cultuur, sport en recreatie Waterbedrijven en afvalbeheer 0%
5%
10%
Toegevoegde waarde 78
15%
20%
25%
Werkgelegenheid
* Vanwege de geringe omvang is de sector Delfstoffenwinning buiten beschouwing gelaten. Bron: Vestigingenregister Flevoland, 2024 en LISA, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie).
In welke sectoren groeide de productiviteit sneller
Zo is te zien dat de arbeidsproductiviteit in de
dan gemiddeld in Flevoland? Om deze vraag te
sectoren Energievoorziening en Bouwnijverheid
beantwoorden, kijken we voor sectoren in Flevoland
het hardst is toegenomen, blijkend uit de verticale
naar de groei van de toegevoegde waarde en de
afstand tot de 45-gradenlijn. Maar achter de
werkgelegenheid, en hoe deze ontwikkelingen zich
hoge productiviteitsgroei van deze sectoren gaan
dit tot elkaar verhouden – oftewel, in welke mate de
verschillende ontwikkelingen schuil. Over de periode
arbeidsproductiviteitsgroei is gegroeid. De groei van
2013–2022 kende Bouwnijverheid een
sectoren ten opzichte van het Flevoland-gemiddelde
bovengemiddeld hoge gemiddelde
verklaart veranderingen in het relatieve belang van
jaarlijkse groei in toegevoegde waarde.
die sectoren. In figuur 2.10 zijn deze elementen
Deze groei is voortgebracht met een
weergegeven. De positie van de weergegeven sectoren
verhoudingsgewijs kleine groei aan
ten opzichte van de 45-gradenlijn weerspiegelen
arbeidsinzet. Dit heeft geresulteerd
de mate van groei van de arbeidsproductiviteit.
in een hogere productiviteitsgroei
Positionering boven de diagonaal betekent een hoger
dan gemiddeld voor Flevoland.
dan gemiddelde productiviteitsgroei per werknemer,
Overigens zagen we in figuur 2.9 dat
onder de diagonaal een lager dan gemiddelde
de verdiencapaciteit per werknemer
productiviteitsgroei per werknemer.
in deze sector op zichzelf relatief laag is; ten opzichte van het aandeel
79
FIGUUR 2.10 ONTWIKKELING TOEGEVOEGDE WAARDE EN WERKGELEGENHEID NAAR SECTOR, FLEVOLAND Gemiddelde jaarlijkse groei toegevoegde waarde (verticale as) en werkgelegenheid (horizontale as) in %, 2013–2022; aantal werkzame personen per sector (SBI) (grootte bol), 2022*,** 12%
Energievoorziening
10% Bouwnijverheid
Groei toegevoegde waarde 2013-2022
8%
6%
Industrie
Groot- en detailhandel
Onroerend goed
Horeca
4% Spec. zakelijke dienstverlening
Gemiddelde groei toegevoegde waarde Flevoland (2,1%)
2%
-12%
-10%
-8%
-6%
Overige dienstverlening
GezondheidLandbouw, bosbouw en visserij en welzijnszorg 0% -4% -2% 0% 2% -2%
Overige zakelijke dienstverlening
Onderwijs 4% Vervoer en opslag
Cultuur, sport en recreatie
6%
8%
10%
12%
Waterbedrijven en afvalbeheer
-4% Openbaar bestuur en overheid -6%
-8%
-10% Financiële instellingen
Gemiddelde groei werkgelegenheid Flevoland (2,0%) -12%
Groei werkgelegenheid 2013-2022
80
* De 45-gradenlijn symboliseert de gemiddelde groei van arbeidsproductiviteit in Flevoland. Sectoren boven (onder) deze diagonaal hadden een hogere (lagere) arbeidsproductiviteitsgroei dan het Flevolandse gemiddelde. ** Vanwege de geringe omvang is de sector Delfstoffenwinning buiten beschouwing gelaten. Bron: Vestigingenregister Flevoland, 2024 en LISA, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie).
werkgelegenheid is het aandeel toegevoegde waarde
veelal arbeidsintensieve sectoren waar maar weinig
relatief laag. In de sector Energievoorziening blijkt de
productiviteitswinst valt te behalen, zoals in de sectoren
productiviteitsgroei nog groter te zijn (blijkend uit de
Onderwijs, Horeca en Cultuur, sport en recreatie.
grote verticale afstand tot de 45-gradenlijn). Terwijl de
We zien wel groei qua werkgelegenheid maar niet of
toegevoegde waarde bovengemiddeld groeide, is de
nauwelijks in toegevoegde waarde. Dit is ook duidelijk
arbeidsinzet daarentegen gedaald: met minder mensen is
zichtbaar bij de sector Overige zakelijke dienstverlening.
meer geproduceerd. Er is sprake van een grote toename
Het betreft hier diensten als beveiliging, uitzendwerk,
in verdiencapaciteit per werknemer. Een soortgelijke
schoonmaak en management- en organisatieadvies. Met
ontwikkeling is te zien in de ICT. De arbeidsinzet is
een gemiddelde jaarlijkse banengroei van 4,8 procent is
afgenomen, maar de toegevoegde waarde is gegroeid
deze sector het hardst gegroeid qua werkgelegenheid.
– ondanks dat de gemiddelde jaarlijkse groei onder het
Daar staat echter tegenover een verhoudingsgewijs
Flevolandse gemiddelde lag. Bij de overige sectoren boven
bescheiden groei van de toegevoegde waarde van 3,5
de diagonaal was er sprake van groei in toegevoegde
procent. Het maakt dat de groei van de productiviteit
waarde met tegelijkertijd een in verhouding minder grote
per werknemer lager is dan het Flevoland-gemiddelde.
groei in werkgelegenheid. Maar de sector die in Flevoland het sterkst afwijkt van
81
Onder de 45-gradenlijn zijn hoofdzakelijk
de gemiddelde arbeidsproductiviteitsgroei, onder de
dienstverlenende sectoren te vinden. Het gaat om
diagonaal, is Financiële instellingen.
Tussen 2013 en 2022 is de toegevoegde waarde jaarlijks met gemiddeld 10,9 procent gedaald en de werkgelegenheid jaarlijks met gemiddeld 6,1 procent. Ook zien we bij de agrarische sector een lagere groei van de productiviteit per werknemer dan gemiddeld in Flevoland. Dit is het resultaat van een gemiddelde jaarlijkse daling van de toegevoegde waarde van 0,2 procent en een tegelijkertijd iets sterkere daling van de werkgelegenheid (-0,3 procent). Daarbij hebben we in hoofdstuk 2.1 gezien dat het arbeidsproductiviteitsniveau van de landbouw in Flevoland hoger ligt dan gemiddeld in de landbouwsector elders in Nederland.
82
2.3 BEDRIJVENDYNAMIEK Aan de hand van cijfers over aantallen en soorten
de Flevolandse vestigingenvoorraad zich bovendien
vestigingen in Flevoland geven we een indruk van de aard
sterker ontwikkelt dan landelijk. Vanaf 2019 overtreffen
en ontwikkeling van de bedrijvenvoorraad in de regio. De
de groeicijfers van Flevoland elk jaar in ruime mate het
dynamiek van bedrijfsvestigingen geeft een indruk van de
landelijk gemiddelde. Uiteindelijk is over langere periode,
vitaliteit en het verander- en aanpassingsvermogen van
van 2011 tot en met 2022, het aantal bedrijfsvestigingen
de regionale economie.
in Flevoland per saldo met 55,5 procent toegenomen (en met 68,8 procent tot en met 2023). In dezelfde periode
GROEI AANTAL BEDRIJFSVESTIGINGEN VERSNELT In april 2023 telde Flevoland in totaal 56.270 bedrijfsvestigingen. Het aantal vestigingen was per saldo 8,5 procent hoger dan een jaar eerder (+4.430). De versnelling van de groei van het aantal vestigingen zet zich daarmee verder voort. Voor deze editie van de Flevoland Monitor beschikken we niet over landelijke gegevens over aantallen vestigingen voor 2023, maar de cijfers uit recente voorgaande jaren laten zien dat
83
bedroeg in Nederland als geheel de toename 49,6 procent.
FIGUUR 2.11 ONTWIKKELING BEDRIJFSVESTIGINGEN, FLEVOLAND EN NEDERLAND In absolute aantallen (balken en linker as) en Index 2011=100 (lijnen en rechter as); 2011–2023* (peilmoment 1 april) 75.000 70.000 65.000 60.000 55.000 50.000 45.000 40.000 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0
2011
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Flevoland
Index Flevoland
2023
170 165 160 155 150 145 140 135 130 125 120 115 110 105 100 95
Index Nederland
* Op moment van vervaardiging van de monitor was 2022 het meest recente jaar waarvoor gegevens over aantallen bedrijfsvestigingen op landelijk niveau beschikbaar waren. Bron: Vestigingenregister Flevoland, 2024 en LISA, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 17 17
84
e gegevens afkomstig van het provinciale vestigingen- en werkgelegenheidsregister, die jaarlijks nieuw worden uitgebracht, zijn van voorlopige aard. Gevolg hiervan D is dat vestigingen- en werkgelegenheidscijfers uit eerdere jaren, gepubliceerd in de voorgaande editie van de monitor, eventueel afwijken van de cijfers in deze editie.
MEER OPRICHTINGEN DAN OPHEFFINGEN, VERSCHIL WORDT KLEINER Achter de groei van het aantal bedrijfsvestigingen gaat een dynamiek van oprichtingen en opheffingen schuil. Gegevens van de Kamer van Koophandel (KvK) over aantallen geregistreerde gestarte en gestopte vestigingen per jaar stellen ons in staat een indruk te krijgen van recente ontwikkelingen op regioniveau.18 Het blijkt dat over het gehele jaar 2023 in Flevoland in totaal 8.090 vestigingen (inclusief eenmanszaken) nieuw werden opgericht. Dit komt neer op 185 bedrijfsvestigingen per 10.000 inwoners, twee meer dan een jaar eerder. Landelijk lag het aantal oprichtingen op 157 per 10.000 inwoners, een gemiddelde toename van één vestiging ten opzichte van een jaar eerder. Landelijk lag het aantal oprichtingen op 157 per 10.000 inwoners, een gemiddelde toename van één vestiging ten opzichte van een jaar eerder.
18
85
De cijfers over oprichtingen en opheffingen zijn zogeheten stroomgegevens: aantallen in een bepaalde periode, in dit geval een kalenderjaar. De totaalcijfers van het aantal bedrijfsvestigingen (figuur 2.11) zijn zogeheten standgegevens: aantallen vestigingen op een bepaald moment (1 april van een jaar). Dit maakt dat vergelijking van de (saldi van de) cijfers niet mogelijk is.
Het beeld komt naar voren dat zowel in Flevoland als landelijk de groei van het aantal nieuw gestarte vestigingen aan het afvlakken is. Desondanks ligt het niveau van gestarte vestigingen in Flevoland aanzienlijk hoger dan landelijk. Tegenover het relatief hoge aantal startende bedrijven in Flevoland staat een relatief hoog aantal bedrijven dat jaarlijks stopt. Over het gehele jaar 2023 werden in Flevoland in totaal 4.909 vestigingen opgeheven; 114 vestigingen per 10.000 inwoners. Op landelijk niveau zijn 101 vestigingen per 10.000 inwoners gestopt in 2023. Hoewel het aantal starters hoger is dan het aantal stoppers, zien we dat het aantal stoppers duidelijk harder toeneemt dan het aantal starters; een signaal van een afkoelende economie.
86
FIGUUR 2.12 STARTENDE EN STOPPENDE BEDRIJFSVESTIGINGEN, FLEVOLAND EN NEDERLAND Aantal startende en stoppende bedrijfsvestigingen per 10.000 inwoners; 2020–2023 Gestarte vestigingen
Gestopte vestigingen
200
200
180
180
160
160
140
140
120
120
100
100
80
80
60
60
40
40
20
20
0
0 2020
2021
Flevoland
2022
2023
Nederland
Bron: KvK, 2024 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 87
2020
2021
Flevoland
2022
2023
Nederland
Een (klein) deel van de opheffingen heeft een faillissement
ontwikkeling versterkt door. In heel 2022 waren er in
als oorzaak. De ontwikkeling van het aantal faillissementen
Flevoland 61 faillissementen, zo’n 1,4 faillissementen per
biedt een belangrijke graadmeter voor de financiële
10.000 inwoners. In 2023 is dit opgelopen tot 98 bedrijven
situatie van het bedrijfsleven. In figuur 2.13 zien we dat
die op de fles gingen (2,2 per 10.000 inwoners); een
sinds 2019 het aantal faillissementen flink is afgenomen
toename van 60,7 procent. Landelijk was de toename van
in zowel Flevoland als in geheel Nederland. En ondanks
het aantal faillissement minder groot, namelijk
de coronacrisis en dankzij de massale steunpakketten
52,9 procent. Ook gingen de afgelopen
voor bedrijven, nam ook tussen 2020 en 2021 het
jaren verhoudingsgewijs minder
aantal faillissementen verder af. Een keerzijde van deze
bedrijven failliet in Nederland dan in
overheidssteun is echter de dempende werking op de
Flevoland. Toch lijkt de stapeling van
bedrijvendynamiek. Een aantal bedrijven dat door de steun
problemen, zoals coronaschulden
actief is gebleven zou zonder de steun mogelijk failliet zijn
en de kostencrisis, steeds meer
gegaan en ruimte hebben geboden voor nieuwe, mogelijk
bedrijven uiteindelijk teveel geworden.
productievere activiteiten.
Aan de andere kant: het aantal bedrijfsbeëindigingen ten gevolge van
Maar vanaf 2022 lijkt er een kentering te komen in de
een faillissement is nog altijd lager dan
ontwikkeling. Toen begon het aantal faillissementen
voor de coronapandemie.
voorzichtig toe te nemen en in 2023 zette deze
88
FIGUUR 2.13 FAILLISSEMENTEN, FLEVOLAND EN NEDERLAND Aantal failliet verklaarde bedrijfsvestigingen per 10.000 inwoners; 2019–2023
3 2,5 2 1,5 1 0,5 0 2019
2020 Flevoland
2021 Nederland
Bron: KvK, 2024 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 89
2022
2023
EENMANSZAKEN BELANGRIJKSTE DRIJFKRACHT GROEI AANTAL VESTIGINGEN, AFNEMENDE AANDEEL MKB De toename van het aantal vestigingen in Flevoland is
de tendens van toenemende flexibilisering van de
hoofdzakelijk toe te schrijven aan de ontwikkeling van het
economie: minder personen in loondienst en meer
aantal eenmanszaken (vestigingen met één werkzame
zelfstandigen die flexibel in te huren zijn. Bovendien
persoon, waaronder zelfstandigen en zzp’ers). In april 2023
hangt de groei samen met de krapte op de arbeidsmarkt.
telde Flevoland 42.650 eenmanszaken. Dit waren er 4.480
In toenemende mate wordt de keuze gemaakt om
meer dan in 2022, een toename van 11,7 procent. Eveneens
als zelfstandige aan de slag te gaan in plaats van als
groeide het aantal vestigingen in de grootteklassen 10 tot
werknemer in loondienst (te blijven); er is voldoende
49 en 50 tot 199 werkzame personen, met respectievelijk
werk en mede door fiscale regelingen is de vergoeding
2,3 en 6,5 procent. Het aantal microvestigingen (2 tot 9
doorgaans hoger dan wanneer werkzaam in loondienst.
werkzame personen) nam daarentegen af (-1,2 procent), terwijl het aantal grootbedrijven (200 en meer werkzame
Verder nam het aantal microvestigingen in de periode
personen) per saldo onveranderd bleef.
2011–2023 met 760 toe (+7,6 procent). Het aantal overige mkb-bedrijven groeide op de langere termijn met
Met een toename van ruim 22.000 vestigingen tussen 2011
achtereenvolgens 1,8 procent (10 tot 49 werkzame personen)
en 2023 is het aantal eenmanszaken in Flevoland meer dan
en 11,4 procent (50 tot 199 werkzame personen). Het aantal
verdubbeld (+109 procent). Deze ontwikkeling weerspiegelt
grootbedrijven nam per saldo toe met 30, een groei van 37,5 procent.
90
FIGUUR 2.14 SAMENSTELLING VESTIGINGENBESTAND NAAR GROOTTEKLASSE, FLEVOLAND 50.000 38.170
45.000
0
1 2011
2-9 2017
2022
10-49
50-199
110
200 en meer
2023
* Afgerond op dichtstbijzijnde tiental. Bron: Vestigingenregister Flevoland, 2024 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 91
110
90
80
490
460
420
440
2.240
5.00
2.190
2.200
10.000
2.140
9.970
15.000
8.790
20.000
10.730
25.000
10.860
30.000
20.430
35.000
26.960
40.000
42.650
In aantallen bedrijfsvestigingen*; 2011, 2017, 2022 en 2023 (peilmoment 1 april)
Als we vervolgens de aandelen van de verschillende
Dit is zowel in Flevoland als landelijk het geval. In 2022
grootteklassen in Flevoland afzetten tegen de landelijke
behoorde 26,1 procent van de bedrijfsvestigingen in
verdeling, dan blijken de aandelen eenmanszaken in
Flevoland tot het mkb, terwijl dit in 2011 nog 38,1 procent
Flevoland en Nederland als geheel elkaar weinig te
was (in dit geval de bedrijven met een omvang van 2
ontlopen (zie figuur 2.15). Om Flevoland en Nederland met
tot en met 199 werknemers). En in 2023 is het aandeel
elkaar te kunnen vergelijken hebben we 2022 als meest
mkb-bedrijven 23,9 procent. Landelijk is het aandeel
recente jaar genomen. Dan blijkt dat in 2011 61,7 procent
mkb-bedrijven in de periode 2011–2022 gedaald van 41,4
van de bedrijven gevestigd in Flevoland een eenmanszaak
naar 28,6 procent. Het aandeel grootbedrijven (200 en
was. In 2022 is dit opgelopen tot 73,7 procent (75,9 procent
meer werkzame personen) is al jaren vrij stabiel. In zowel
in 2023). In Nederland als geheel ontwikkelde het aandeel
Flevoland als Nederland bedroegen de aandelen in 2011 en
eenmanszaken zich in de dezelfde periode van 58,2
2022 respectievelijk 0,3 en 0,2 procent.
procent naar 71,2 procent. Daarnaast zien we, hoewel in absolute zin het aantal mkb-bedrijven is gegroeid, dat het aandeel mkb-bedrijven afneemt.
92
FIGUUR 2.15 VERDELING VESTIGINGENBESTAND NAAR GROOTTEKLASSE, FLEVOLAND EN NEDERLAND Aandelen grootteklassen in %; 2011 en 2022 (peilmoment 1 april)* Flevoland
Nederland
100% 90% 80% 70%
58,2%
71,7% 73,7%
60%
71,2%
50% 1
40% 30% 20% 10% 0%
22,3%
21,0% 6,6%
2-9
33,0%
30,1%
7,1%
10-49 50-199
1,3%
4,2% 0,9%
1,4%
5,3% 1,0%
2011
2022
2011
2022
200 en meer**
*Op moment van vervaardiging van de monitor was 2022 het meest recente jaar waarvoor gegevens over aantallen bedrijfsvestigingen op landelijk niveau beschikbaar waren. Dit maakt dat we voor zuivere vergelijking tussen de regionale en landelijke cijfers 2022 als meest recente jaar presenteren. ** Omwille van de leesbaarheid van de figuur zijn de aandelen van bedrijfsvestigingen met 200 en meer werkzame personen niet weergegeven. In Flevoland en Nederland was het aandeel voor 2011 en 2022 respectievelijk 0,3 en 0,2 procent. Bron: Vestigingenregister Flevoland, 2024 en LISA, 2023 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 93
We zagen dat veruit het grootste deel van het regionale vestigingenbestand bestaat uit eenmanszaken (75,9 procent van het aantal vestigingen in 2023), terwijl hiermee vergeleken het belang van eenmanszaken als werkverschaffer relatief bescheiden is (20,0 procent van het aantal banen in 2023). De meeste banen zijn te vinden in het mkb. Het mkb (bedrijven met een omvang van 2 tot en met 199 werknemers) vertegenwoordigde in 2023 bij elkaar 23,9 procent van het totaal aantal bedrijven en was tegelijkertijd goed voor 58,7 procent van het totaal aantal banen in Flevoland. Dit is echter aanzienlijk lager dan in 2011, toen dit aandeel op 67,8 procent lag. Daarnaast zorgden de 110 grootbedrijven (bedrijven en instellingen met 200 en meer werknemers) voor ruim een vijfde van de totale werkgelegenheid. Ten opzichte van 2011 is het aandeel personen werkzaam bij een grootbedrijf met 0,7 procentpunt toegenomen.
94
FIGUUR 2.16 VERDELING WERKZAME PERSONEN NAAR GROOTTEKLASSE, FLEVOLAND Aandelen werkzame personen naar grootteklasse bedrijfsvestiging waarin werkzaam in %; 2011 en 2023 (peilmoment 1 april)
2011
19,9%
11,6%
2023
20,0%
24,7%
16,2%
0%
20% 1
2-9
10-49
21,3%
40% 50-199
60%
23,3%
20,6%
21,1%
21,3%
80%
200 en meer
Bron: Vestigingenregister Flevoland, 2024 (bewerking: Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Technologie). 95
100%
ROGIER AALDERS
‘INCLUSIVITEIT ALS MOTOR VOOR BREDE WELVAART’
96
‘Geld maakt niet gelukkig, zeggen mensen
Rogier Aalders van RaboResearch is gespecialiseerd
weleens. En dat lijkt te kloppen, als we analyses
in onderzoek naar brede welvaart, de huizenmarkt en
van de brede welvaart in Nederland erbij
regionale economische verschillen. Hij is betrokken bij
pakken. Een beleid dat focust op economische
deze uitgave door in te zoomen op brede welvaart. ‘We
groei, leidt tot milieuproblemen, woningtekort,
kijken verder dan economische groei, door ook zaken
arbeidsmarktknelpunten en toenemende ongelijkheid’,
als huisvesting, gezondheid, sociale contacten, geluk,
zegt regionaal econoom Rogier Aalders van
veiligheid, een schone omgeving, baanzekerheid, inkomen
RaboResearch. Flevoland loopt daarin gelijk met de
en persoonlijke ontwikkeling in één cijfer te vatten. Het
rest van Nederland. ‘Welvaart heeft balans nodig,’ zegt
is duidelijk dat deze dimensies onderdeel zijn van een
hij. ‘Waar iets bij komt, gaat ergens anders iets vanaf.’
welvarend leven. Bovendien zijn ze met elkaar verweven.’
OBJECTIEVE EN SUBJECTIEVE DATA Maar hoe meet je zoiets als geluk? ‘We meten op twee manieren,’ legt Rogier uit. ‘Ten eerste door samen met Universiteit Utrecht objectieve data te verzamelen: cijfers. Daarnaast voeren we jaarlijks een enquête uit onder ongeveer 10.000 Nederlanders om hun welvaart te beoordelen. We vragen bijvoorbeeld hoe zeker mensen zijn van hun baan op een schaal van 1 tot 7. Dit levert waardevolle inzichten op uit persoonlijke (subjectieve) beoordelingen. Zo kunnen we bijvoorbeeld de invloed van leeftijd, inkomen of opleidingsniveau op brede welvaart te meten. We doen dit nu vijf jaar, en beschikken inmiddels over een gigantische berg ‘microdata’, die ons helpt de nuances van welvaart in Nederland te begrijpen. Het helpt met het krijgen van een vollediger beeld van hoe we ervoor staan als samenleving.’
97
DWARSVERBANDEN EN AFWEGINGEN De econoom legt het uit aan de hand van een voorbeeld:
voor het welzijn van mijn gezin.’ Rogier voegt toe dat we
‘Stel, ik krijg een andere baan aangeboden. Op het eerste
dergelijke afwegingen vaak op persoonlijk of gezinsniveau
gezicht een geweldige kans: meer salaris en een stap
maken, gebaseerd op deze soort van ruilhandel. Echter,
omhoog op de carrièreladder. Maar laten we alle aspecten
benadrukt hij, zulke afwegingen worden nog te weinig
tegen elkaar afwegen. Ik moet bijvoorbeeld verder reizen
gemaakt bij beleidsbeslissingen op het niveau van
voor deze job. Dit heeft niet alleen invloed op mijn dagelijkse
gemeenten, regio's, of het hele land.
routine, maar vermindert ook de tijd die ik thuis doorbreng met mijn gezin. Mijn werk-privé balans komt onder druk te staan. Het kan zijn dat ik minder tijd overhoud voor sporten, wat mijn gezondheid kan beïnvloeden. Aan de andere kant, biedt de nieuwe baan de mogelijkheid om te verhuizen naar een mooiere woonomgeving, wat weer positief kan zijn
98
'WELVAART HEEFT BALANS NODIG, WAAR IETS BIJ KOMT, GAAT ERGENS ANDERS IETS VANAF.'
FOCUS OP BALANS ‘De nadruk van een beleid op economische groei leidde tot
’Denk aan circulair ondernemen en aandacht voor
milieuproblemen, woningtekort, arbeidsmarktknelpunten
productieprocessen en biodiversiteit. Niet meegaan in
en toenemende ongelijkheid. Er is nu een roep om een
deze verandering riskeert de toekomstbestendigheid van
economie die beter in balans is met brede welvaart,
bedrijven, terwijl de markt en overheid duurzaamheid en
wat een transitie vereist van bedrijven naar meer
sociale inclusie steeds meer eisen. Tegelijkertijd moeten
maatschappelijk verantwoord ondernemen.’
bedrijven financieel gezond blijven, waarbij een balans tussen duurzaamheid en winstgevendheid essentieel is. Het vinden van een balans is essentieel, dus we moeten oppassen dat we niet naar een van beide kanten doorslaan.’
99
RIPPLE-EFFECT Omdat alle dimensies van brede welvaart samenhangen,
Een baan kan het verschil maken, op allerlei dimensies.
zijn ripple-effecten mogelijk. En daar liggen volgens Rogier
Als meer bedrijven een inclusief aannamebeleid gaan
de kansen: ‘Het is mogelijk om door één verandering
hanteren, snijdt het mes aan twee kanten omdat dan
te maken, iemand weer te laten stijgen in welvaart.
minder mensen beroep doen op een uitkering. Zo rimpelen
Bijvoorbeeld door iemand aan te nemen met een
de positieve effecten door.
lichamelijke beperking. Mensen met een beperking ervaren vaker een mindere brede welvaart, doordat ze minder inkomen hebben, soms minder sociale contacten hebben en ook zijn ze minder vaak tevreden met hun woning.
100