D05 02 Bijlage 2 bij Nota - Rapport Nagele in Balans van idee via pilot naar heroriëntatie.pdf
Tekst van het document
We hebben zelf aansluit- en leveringsovereenkomsten opgesteld die in lijn liggen met de overeenkomsten die elders in de markt worden gebruikt. Deze heeft Olenz voor ons gecontroleerd, om er zeker van te zijn dat er geen juridische onvolkomenheden in zaten. De keuze om zelf deze overeenkomsten op te stellen, werd ingegeven door het feit dat we deze zoveel mogelijk in ‘lekentaal’ wilden schrijven. We hebben tenslotte in samenwerking met Olenz een toelichting op de verschillende overeenkomsten geschreven, zodat voor alle betrokkenen duidelijk was welke overeenkomst welk doel diende en waarvoor zij zouden tekenen. Deze overeenkomsten plus toelichting werden bij alle bewoners persoonlijk bezorgd, met daarbij het aanbod om ze toe te lichten voorafgaand aan het moment van ondertekening. Voor het vervolgproject zijn op het moment van schrijven nog geen overeenkomsten gesloten, omdat het daarbij belangrijk is om eerst te zien wat de technische en financiële uitkomsten gaan zijn en hoe deze eventueel tot aanpassingen in de bestaande overeenkomsten leiden.
4.6 Administratieve keuzes 4.6.1 Verzekeringen Naast de gebruikelijke bestuurlijke en aansprakelijkheidsverzekeringen van de organisatie, hebben we ook een verzekering afgesloten voor het warmtesysteem. Tijdens de realisatie van het warmtesysteem was dit verzekerd via de bouwer, in dit geval HoCoSto. Gelukkig zijn we tijdig gaan zoeken naar een partij die het systeem wilde verzekeren na overdracht aan Nagele Warmte B.V., want dit bleek aanmerkelijk lastiger en uiteindelijk kostbaarder dan verwacht. Het heeft uiteindelijk zo’n 1,5 jaar geduurd voordat we een partij vonden die het systeem tegen enigszins redelijke kosten wilde verzekeren!
45
Redenen waarom het lastig bleek om het systeem te verzekeren, waren onder andere: •
Verzekeraars waren niet bekend met het systeem. Dit was niet vreemd, want het was in Nederland nog niet op een dergelijke schaal toegepast.
•
Verzekeraars hadden moeite met het onderscheid tussen zonnepanelen en zonnecollectoren. Er zijn steeds meer brandschademeldingen bij zonnepanelen, vaak veroorzaakt door de omvormers. Dit maakt verzekeraars huiverig om dergelijke systemen te verzekeren. Verzekeraars bleken vaak onbekend met het gegeven dat zonnecollectoren geen gebruik maken van omvormers, waardoor zij onnodig angst hadden voor grote risico’s op brand.
•
Verzekeraars hadden moeite met het feit dat een groot deel van het warmtesysteem ondergronds is aangebracht. Dit leidde ertoe dat ze het wel wilden verzekeren, maar dan met uitzondering van de ondergrondse elementen. Laten nu de technische ruimten net de meest kostbare apparatuur bevatten die we het liefste wilden verzekeren….
•
Of ze hadden moeite met het feit dat een deel van het systeem over de daken liep. Wat nu als er brand of lekkage zou ontstaan?
•
Tenslotte vonden ze het ook complex dat er sprake was van opstalrechten bij verschillende partijen.
Voorgaande zorgde ervoor dat we geen goede offertes ontvingen voor de verzekering van het hele systeem, of in ieder geval de voor ons belangrijkste elementen ervan. Uiteindelijk kwamen we via het lokale verzekeringskantoor terecht bij een herverzekeraar. Dit blijkt een partij te zijn die de meer risicovolle of omvangrijke projecten kan verzekeren. Via deze partij vonden we snel een verzekeraar die het systeem wilde verzekeren. Het enige minpunt was dat de herverzekeraar een minimum orderomvang kent, waardoor we meer betalen dan nodig is gezien de omvang van ons systeem. Het voordeel is dan weer dat er nog ruimte is binnen de huidige polis om een deel van een dorpsbreed systeem binnen hetzelfde bedrag te kunnen verzekeren. Voor de dorpsbrede oplossing verwachtten we minder problemen te ondervinden. Dit omdat de opzet van dit systeem grotendeels bovengronds zou zijn, meer gecentraliseerd en omdat de verzekeraar inmiddels bekend is met het technisch concept achter het systeem.
46
4.6.2 Tariefstelling, klantenadministratie en klantcontact Nagele Warmte B.V. is wel aangemeld als warmtebedrijf bij Autoriteit Consument & Markt, maar is nog niet vergunningplichtig. In de Kernvariant wordt nog niet de ondergrens van 10.000 GJ warmte geleverd waarbij een warmtebedrijf vergunningplichtig is. Uiteraard is bij verdere uitrol naar meer klanten deze vergunning wel nodig. Als warmtebedrijf moet Nagele Warmte B.V. uiteraard wel aan allerlei verplichtingen voldoen. Denk aan het volgen van de regels rondom tariefstellingen die de ACM heeft opgesteld, afspraken ten aanzien van facturering en verbruiksinzichten, klachtenprocedure, compensatieregelingen bij het niet nakomen van de warmteleveringsplicht en het uitvoeren van warmtemetingen. Tariefstelling De achtergrondgedachte bij Nagele in Balans was en is ‘van, voor en door Nagele’. Dat betekent dat er geen doelstelling is om winst te maximaliseren; alles is gericht op een op lange termijn gezonde bedrijfsvoering met behoud van een acceptabele tariefstructuur. In de Kernvariant werd ervoor gekozen om aan te sluiten bij de tariefstructuur volgens de Warmtewet: een variabel tarief voor verbruik en een vast tarief voor het vastrecht, de huur van de afleverset en het meettarief.
Voor de huurwoningen werd daarnaast gekeken naar het Startmotorkader van Aedes, wat inhoudt dat een deel van de vaste kosten voor rekening van de verhuurder komen. Immers, die had tot die tijd ook de kosten van cv-onderhoud en dergelijke. De starttarieven werden in 2021 bepaald op basis van ‘niet meer dan nu’, hetgeen ooit was aangegeven als uitgangspunt richting bewoners. Hierbij werd uitgegaan van de werkelijke energierekeningen van 2020 om voor de bewoners een echt kostenneutrale overstap te kunnen maken. Met Mercatus werden afspraken gemaakt over het vergoeden van een deel van het vastrecht van de huurders, wat overeenkomt met de kosten voor beheer en onderhoud van de cv-ketel. Het uitgangspunt ‘niet meer dan nu’ is op termijn niet houdbaar, aangezien Nagele Warmte B.V. zelf ook met stijgende kostenniveaus te maken krijgt voor bijvoorbeeld de hulpenergie die nodig is voor het systeem. Echter, Nagele Warmte B.V. heeft niet als doelstelling om zoveel mogelijk winst te maken. Het uitgangspunt op het moment van schrijven is dan ook dat tarieven in de toekomst worden geïndexeerd met een prijsindex die is losgekoppeld van de gasprijs en die de werkelijke kostenontwikkeling kan volgen. Voor het project Dorpsbrede aanpak zou een leveringsvergunning worden aangevraagd en zou aangesloten moeten worden bij de tariefstructuur
conform de Warmtewet. Uiteraard zijn de wettelijke maximumtarieven een plafond voor de warmtetarieven. Vanuit de wens om een sociale tariefstructuur te hanteren, is het streven om onder de door ACM bepaalde maximum warmtetarieven te blijven. Er wordt nog uitgewerkt wat onder een sociale tariefstructuur wordt verstaan. Afnemers hebben een eenmalige Bijdrage Aansluitkosten betaald rond het moment van aansluiting via een eenmalige factuur. Voor de betaling van voorschotbedragen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van betaling via automatische incasso. Verzending van facturen en van het maandelijkse verbruiksoverzicht vindt plaats via e-mail. Incasso vond initieel plaats via het administratiekantoor dat Nagele Warmte B.V. voor de eigen administratie gebruikt. Inmiddels wordt de administratie verzorgd door een ingehuurde kracht, die ook de maandelijkse verbruiksoverzichten maakt en verstuurt. Klantenadministratie en klantcontact Contact met de afnemers vindt in de Kernvariant deels via e-mail en deels persoonlijk plaats. Het kantoor van Nagele Warmte B.V. bevindt zich in een van de woningen die onderdeel uitmaken van de Kernvariant, zodat deze als proefwoning en ontmoetingsplek kan fungeren. Dit maakt dat de afnemers directe buren zijn van de organisatie, wat het makkelijk maakt om binnen te lopen en vragen te stellen.
Bij verdere uitbreiding van de warmtevoorziening in het dorp, is het de bedoeling om gebruik te maken van een dienstverlener voor de klantenadministratie en het
klantcontact. Deze zaken gebeuren nu handmatig, wat betekent dat de kosten niet in verhouding staan tot de inkomsten van Nagele Warmte B.V. Bij uitbreiding moeten de kosten per klant omlaag en is het ook belangrijk dat klanten altijd op een goede manier geholpen kunnen worden. Dit kunnen we als organisatie op dat moment niet meer zelf bolwerken, vandaar dat het uitgangspunt is dat we hiervoor een derde partij inschakelen die hierin gespecialiseerd is en die voldoende schaal heeft om de activiteiten tegen een redelijk kostenniveau te kunnen uitvoeren.
4.7 Service en onderhoud In het contract dat met HoCoSto was gesloten ten behoeve van de Kernvariant, werden ontwerp, realisatie, onderhoud en operatie van het systeem geregeld in een DBMOcontract. Dit was gebaseerd op bestaande contracten voor aannemers (DBMO en UAV-GC2005) die op een aantal punten werden aangepast om het contract toepasbaar te maken voor ons warmtesystem. In dit contract werd niet alleen gesproken over service en onderhoud, maar ook over een inregelperiode van 2 jaar en de bijbehorende prestatieafspraken werden hierin vastgelegd. In deze periode van 2 jaar zou het systeem geoptimaliseerd moeten worden. In de periode direct na oplevering hebben HoCoSto en Nagele Warmte B.V. in overleg met elkaar een rapportage- en onderhoudsformat ontwikkeld. Hierin werd vastgelegd welke inspecties op welk moment uitgevoerd zouden worden en waren, met welke aanleiding (regulier of storing) en wat het resultaat van de inspecties was.
Leerpunt Door het werken met een DBMO (Design, Build, Maintenance and Operate) contract werden garanties ingebouwd dat een concept werd neergezet dat langjarig houdbaar is. Pluspunt volgens de geïnterviewden: •
Het was volgens de geïnterviewden een goede keuze om te werken met een DBMO-contract en één partij verantwoordelijk te maken voor zowel ontwerp, bouw, onderhoud als exploitatie en prestatieafspraken voor 15 jaar vast te leggen. Deze aanpak verhoogt de kans dat een concept wordt neergezet dat langjarig houdbaar is.
Aandachtspunten volgens de geïnterviewden: •
Dat het in de praktijk niet is gelukt, doet volgens de geïnterviewden niets af aan het feit dat dit in principe een goede aanpak is. In de praktijk was het projectteam echter onvoldoende in staat om de prestatieafspraken te verifiëren en is bij de oplevering te veel vertrouwd op de afspraken in het DBMO-contract.
•
Één geïnterviewde is van mening dat een gedetailleerd DBMO-contract voor een innovatief project als in Nagele geen goede keuze is geweest. In een project waar nog zoveel randvoorwaarden met onzekerheden zijn omgeven, was het passender geweest om kwalitatieve afspraken – in de vorm van gezamenlijke inspanningsverplichtingente maken.
47
Hoewel er bij het uitwerken van het initiële projectplan ook risicomanagementsessies hadden plaatsgevonden, hebben we deze nogmaals gehouden na ingebruikname van het systeem. Dit omdat er tijdens de ontwerp- en realisatiefases toch op enkele punten andere keuzes waren gemaakt dan was voorzien, die mogelijk gevolgen konden hebben voor onder andere aspecten rondom service en onderhoud. HoCoSto beschikte niet over een lokale serviceorganisatie of een klantenservice voor eindgebruikers en Mercatus heeft dergelijke organisaties voor onderhouds- en reparatiezaken aan de woningen wel. Om deze reden werd met Mercatus overeengekomen dat gebruikers van de Kernvariant bij storingen contact op kunnen nemen met het storingsnummer van Mercatus. De medewerkers van Mercatus konden de medewerkers van HoCoSto als
tweedelijns medewerkers contacteren. Dit was althans de gedachte; in praktijk bleken gebruikers vooral rechtstreeks contact op te nemen met de ‘buurman uit de proefwoning’ en projectleider, die vervolgens contact opnam met HoCoSto. Na het faillissement van HoCoSto, midden in de eerste volledige winterperiode (2022-2023) waarin het systeem draaide, moest zo snel mogelijk een alternatieve storingsen onderhoudsorganisatie worden opgezet. Hiervoor is uiteindelijk een combinatie ingezet van een partij die het systeem goed kent (All Energy) en een lokaal installatiebedrijf (ToTec) dat snel ter plaatse kan zijn. Voor het dorpsbrede systeem was de wens om service en onderhoud direct professioneel te beleggen bij een partij met een goede servicedesk voor eindgebruikers en lokale aanwezigheid.
Leerpunt Realisatie van het project was te afhankelijk van één innovatieve partij, die niet in alle fasen van het project de juiste partij/persoon was voor een succesvolle implementatie van het project. Minder sterke punten volgens de geïnterviewden: •
Realisatie van het project was te afhankelijk van één uitvoerende partij -HoCoSto- die gehanteerde veronderstellingen die ten grondslag lagen aan het ontwerp en de contractueel vastgelegde (energie-)prestaties van het systeem niet altijd duidelijk inzichtelijk maakte, waardoor het niet mogelijk was deze onafhankelijk te (laten) valideren.
•
De uitvoerende partij was sterk in de innovatie/creatieve fase van het project, maar minder sterk/zwak in het technische projectmanagement. Dit kwam duidelijk naar voren in de uitvoeringsfase toen toegewerkt moest worden naar een beheersbaar concept en het aankwam op de details (zoals oplevering van juridische en technische documenten).
Kanttekeningen volgens de geïnterviewden:
48
•
Geïnterviewden merken op dat bij de start het zowel aan de kant van HoCoSto als aan de kant van Nagele Warmte ontbrak aan inhoudelijke projectleiderskwaliteiten. Met de kennis van nu was het beter geweest een onafhankelijke algemeen technisch projectleider aan te stellen die zowel de belangen van de opdrachtnemer als de opdrachtgever in de gaten houdt.
•
Geïnterviewden merken op dat het projectteam en de regiegroep te lang zijn meegegaan in “het verhaal” van de uitvoerder en zich op een zeker moment zakelijker hadden moeten opstellen naar de uitvoerder. Er hadden duidelijke afspraken gemaakt moeten worden en aan het niet nakomen van de afspraken hadden consequenties verbonden moeten worden om niet door te gaan naar een volgende fase in het project (no-go).
•
Geïnterviewden geven ook aan dat bij het werken met zo’n kleine innovatieve partij bij de start van het project goed gekeken moet worden hoe stevig zo’n partij staat en welke risico’s dit mogelijk oplevert voor het project.
49
5. Leerpunten Door het document heen hebben we leerpunten ingevoegd bij de betreffende onderwerpen. Voor de lezers die graag in een oogopslag deze leerpunten terug willen zien, zetten we ze hieronder op een rij. De leerpunten zijn gedistilleerd uit interviews met betrokkenen die zijn gehouden door Harmelink Consulting. Mirjam Harmelink was niet inhoudelijk betrokken bij het project, wat de reden is geweest om haar als niet-bevooroordeelde partij te vragen om interviews te houden.
+
-
Er worden sterke punten , minder sterke punten en kanttekeningen aangegeven die door sommige geïnterviewden bij de punten zijn geplaatst. De leerpunten worden in de door Harmelink Consulting aangegeven volgorde weergegeven.
!
Het uitschrijven van een prijsvraag was een goed instrument om de horizon te verbreden en bood een directe opstap naar een subsidieaanvraag en de aanbesteding. Het uitschrijven van een prijsvraag was een goede manier om ideeën op te halen over de mogelijkheden voor verduurzaming van Nagele. De prijsvraag heeft het blikveld voor Energiek Nagele verbreed en de organisatie in contact gebracht met nieuwe partijen voor samenwerking. Door de goede opzet en voorbereiding van de prijsvraag kon het winnende concept eenvoudig worden omgezet naar een PAW-subsidieaanvraag en voldeed deze ook aan de criteria voor een aanbesteding. Een aandachtspunt is of het verstandig is geweest de gewonnen prijsvraag meteen te beschouwen als een aanbesteding en de winnende partij de volledige uitvoering te gunnen. Voordeel van deze werkwijze – “Bouwteam aanpak” -is dat maar met één partij overlegd hoeft te worden en geen onderhandelingen nodig zijn op bestekniveau. Nadeel van deze aanpak is dat de winnende partij ook verantwoordelijk is gemaakt
50
Het technische energieconcept is eenvoudig, schaalbaar en vergt weinig aanpassingen aan de woning, maar de oplossing is kwetsbaar en kan niet alle beloftes waarmaken. De gekozen technische oplossing -opslag van hogetemperatuur warmte in de zomer voor gebruik in de winter –is in principe zeer schaalbaar, vereist weinig aanpassingen aan de woning (waardoor de monumentale waarde behouden blijft) en is toepasbaar voor woning die (nog) niet goed zijn geïsoleerd. Geïnterviewden zijn het erover eens dat de gekozen oplossing kwetsbaar is doordat deze afhankelijk is van één duurzame energiebron. Een aantal geïnterviewden ziet potentie voor opschaling van het concept, terwijl anderen van mening zijn dat de kosten voor deze vorm van zonthermie en seizoensopslag te hoog zijn en andere oplossingen inmiddels door kostendalingen gunstiger zijn. Daarnaast wordt de aanvankelijke veronderstelling dat dit concept het elektriciteitsnet gaat ontlasten niet gerealiseerd omdat de warmtepomp een groot deel van het stookseizoen ingezet moet worden.
Een goede samenwerking, gedeelde visie, oplossingsgerichte houding en commitment van de gemeente, de woningbouwcorporatie en de energiecoöperatie waren de sleutel in de realisatie van het project. Alle partijen die voorwaarden moesten scheppen om het project te laten slagen waren aan boord, en nauw betrokken. Partijen hadden vanaf de start van het project een duidelijk rol, werkten constructief samen, waren sterk oplossingsgericht en hadden het mandaat om besluiten te nemen. Betrokken partijen hadden een gedeelde visie en zagen dit project als een mogelijkheid om Nagele weer op de kaart te zetten (“Nagele als experimenteerdorp”). Bestuurders hebben expliciet commitment getoond door hun handtekeningen te zetten onder het projectplan. Geïnterviewden beschouwen de oplossingsgerichtheid van alle partijen als een positief punt omdat voor alle problemen werd gekeken “hoe kan het wel”. Dit heeft er onder andere toe geleid dat het oorspronkelijke plan om 50 woningen met de oplossing uit te rusten, dat niet haalbaar bleek, terug te schalen naar een realiseerbaar project. Geïnterviewden geven ook aan dat deze oplossingsgerichtheid ook een valkuil is, omdat betrokkenen vergeten te reflecteren op het project: is het nog logisch wat we aan het doen zijn? Past dit nog bij onze oorspronkelijke doelstellingen?
Een projectteam en regiegroep met de juiste mix van mensen, die tijdig externe deskundigen inschakelden om problemen op te lossen, waren een belangrijke sleutel voor het “op koers houden” van het project. In het projectteam en de regiegroep zat de juiste mix van mensen. Alle “rollen” waren vertegenwoordigd: van enthousiaste en idealistische oplossers tot “tegenduwers” die kritische vragen stelden bij voorstellen. Het projectteam was zich bewust van zijn eigen beperkingen en schakelde tijdig externe expertise in. Een groot aantal geïnterviewden is van mening dat het operationele projectteam te klein was. De projectleider kreeg te veel zaken op zijn bord om op te lossen, maar had mogelijk ook eerder kunnen opschalen bij bepaalde problemen.
Een goede governance structuur met een duidelijke taakverdeling en mogelijkheid voor opschalen bij problemen zijn goede basis voor besturing en uitvoering van het project. De governance voor het project is goed ingericht met een betaalde projectleider, een projectgroep, een regiegroep, en een Raad van Advies/Raad van Toezicht. Er is een duidelijke verdeling van taken en rollen en de mogelijkheid om op te schalen bij problemen als dit nodig is. Een sterke RvA/RvT met ervaren bestuurders en deskundigen uit de energiewereld die vertrouwen uitstralen, back-up verlenen aan de projectleider, tijdig ingrijpen en bijsturen, en hun netwerk (bij Ministeries, RVO etc.) inzetten om problemen op te lossen of aan te kaarten. Een deel van de geïnterviewden brengt als positief punt naar voren dat er weinig wisselingen zijn geweest in de bemensing van het project, waardoor kennis werd opgebouwd en behouden. Een ander deel van de geïnterviewden heeft het beeld dat personeelswisselingen hebben geleid tot vertragingen in het project.
Goede communicatie vanuit de projectleiding richting bewoners heeft gezorgd voor draagvlak en het over de streep trekken van bewoners7. De geïnterviewde bewoners zijn positief over de goede communicatie vanuit de projectleiding. Bewoners zijn van mening dat Energiek Nagele (uiteindelijk) een goed verhaal had richting bewoners en dat ze voldoende tijd hebben genomen om iedereen mee te krijgen. De communicatie in het voortraject en na oplevering wordt ook als positief ervaren door bewoners. Bewoners worden goed op de hoogte gehouden en bij storingen wordt meteen actie op ondernomen. Mercatus geeft aan dat zij van mening zijn dat ze te laat en te weinig hebben gecommuniceerd met de bewoners. Een belangrijk leerpunt voor hen is dat ook bij gebrek aan voortgang het belangrijk dit te communiceren zodat bewoners weten waarom er niets gebeurt.
Door het werken met een DBMO (Design, Build, Maintenance and Operate) contract werden garanties ingebouwd dat een concept werd neergezet dat langjarig houdbaar is. Het was volgens de geïnterviewden een goede keuze om te werken met een DBMO-contract en één partij verantwoordelijk te maken voor zowel ontwerp, bouw, onderhoud als exploitatie en prestatieafspraken voor 5 jaar vast te leggen. Deze aanpak verhoogt de kans dat een concept wordt neergezet dat langjarig houdbaar is. Dat het in de praktijk niet is gelukt doet volgens de geïnterviewden niets af aan het feit dat dit in principe een goede aanpak is. In de praktijk was het projectteam echter onvoldoende in staat om de prestatieafspraken te verifiëren en is bij de oplevering te veel vertrouwd op de afspraken in het DBMO-contract (zie verder het laatste punt). Eén geïnterviewde is van mening dat een gedetailleerd DBMO-contract voor een innovatief project als in Nagele geen goede keuze is geweest. In een project waar nog zoveel randvoorwaarden met onzekerheden zijn omgeven, was het passender geweest om kwalitatieve afspraken -in de vorm van gezamenlijke inspanningsverplichtingen- te maken.
Deze conclusie is gebaseerd op interview met 2 bewoners (1 huurder en 1 eigenaar-bewoner). Dat aantal is te weinig om te kunnen zeggen of deze observatie breed gedeeld wordt onder andere bewoners in Nagele. 7
51
In de communicatie binnen en rond het project is onvoldoende benadrukt dat het ging om de implementatie van een innovatief energieconcept dat nog niet in de praktijk was getest.
Realisatie van het project was te afhankelijk van één innovatieve partij, die niet in alle fasen van het project de juiste partij/persoon was voor een succesvolle implementatie van het project.
Geïnterviewden merken op dat het concept (te) snel is verkocht als “de oplossing”/”het ei van Columbus”, terwijl de uitstraling veel meer had moeten zijn “we zijn bezig met een experiment, want we zitten in een proeftuin en als je proeven aan het doen bent dan kunnen deze anders uitpakken dan was bedoeld”.
Realisatie van het project was te afhankelijk van één uitvoerende partij -HoCoSto -die gehanteerde veronderstellingen die ten grondslag lagen aan het ontwerp en de contractueel vastgelegde (energie-) prestaties van het systeem niet altijd duidelijk inzichtelijk maakte, waardoor het niet mogelijk was deze onafhankelijk te (laten) valideren.
Op het moment van implementatie was het totale technische concept nog onvoldoende getest en gevalideerd en nog niet beheersbaar, waardoor het geïmplementeerde systeem nog “kinderziektes” heeft en niet de afgesproken prestaties kan leveren. Het concept is inhoudelijk onvoldoende getest en onafhankelijk gevalideerd voor de schaal waarop het daadwerkelijke werd geïmplementeerd. In het project ontbrak het aan een onafhankelijke “meekijker” die alle veronderstellingen die ten grondslag liggen aan afgesproken technische en energetische prestaties van het systeem vooraf heeft geverifieerd. Op het moment dat de oplossing werd geïmplementeerd was het concept nog niet beheersbaar en ook tijdens de implementatie bleef de uitvoerde partij “door innoveren”. Er had beter nagedacht moeten worden over hoe je een opschalingsslag binnen het project slim kunt toetsen. Enkele geïnterviewden merken op dat er veel tijdsdruk zat op de opschalingen en er niet genoeg flexibiliteit was in de planning. Het werken met een innovatief systeem is omgeven met veel onzekerheden en er is tijd nodig om te experimenteren en “kinderziektes” op te sporen. Dit botste met de tijdsdruk die stond op de planning van Mercatus voor de renovatie van de woningen in Nagele. Aan de andere kant heeft Mercatus renovaties enkele jaren uitgesteld om ruimte te bieden voor experimenteren.
Enkele respondenten geven aan dat zij mede gestuurd hebben op het ‘bevriezen’ van innovaties in het concept, zodat dit verder geoptimaliseerd in plaats van aangepast kon worden. Verdere innovaties zouden dan in de opschalingsfase meegenomen kunnen worden. Mercatus geeft aan dat zij als woningbouwcorporatie een Plan B klaar hadden moeten hebben, zodat op het moment dat het innovatieve concept niet uitpakt zoals beoogd een alternatief is onderzocht en doorgerekend.
52
De uitvoerende partij was sterk in de innovatie/creatieve fase van het project, maar minder sterk/zwak in het technische projectmanagement. Dit kwam duidelijk naar voren in de uitvoeringsfase toen toegewerkt moest worden naar een beheersbaar concept en het aankwam op de details (zoals oplevering van juridische en technische documenten). Geïnterviewden merken op dat bij de start het zowel aan de kant van HoCoSto als aan de kant van Nagele Warmte ontbrak aan inhoudelijke projectleiderskwaliteiten. Met de kennis van nu was het beter geweest een onafhankelijke algemeen technisch projectleider aan te stellen die zowel de belangen van de opdrachtnemer als de opdrachtgever in de gaten houdt. Geïnterviewden merken op dat het projectteam en de regiegroep te lang zijn meegegaan in “het verhaal” van de uitvoerder en zich op een zeker moment zakelijker hadden moeten opstellen naar de uitvoerder. Er hadden duidelijke afspraken gemaakt moeten worden en aan het niet nakomen van de afspraken had de consequentie verbonden moeten worden om niet door te gaan naar een volgende fase in het project (no-go). Geïnterviewden geven ook aan dat bij het werken met zo’n kleine innovatieve partij bij de start van het project goed gekeken moet worden hoe stevig zo’n partij staat en welke risico’s dit mogelijk oplevert voor het project.
53
6. Gebruikte afkortingen •
CAPEX:
Capital Expenditures
•
COP:
Coefficient of Performance
•
EFRO:
Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling
•
ISDE:
Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing
•
MT:
Midden temperatuur
•
LT:
Lage temperatuur
•
NTA8800:
Nederlandse technische afspraak 8800
•
OPEX:
Operational Expenditures
•
PAW:
Programma Aardgasvrije Wijken
•
RVV-V:
Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming
•
SAH:
Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen
•
SDE:
Stimulering duurzame energieproductie
•
VT:
Variabele temperatuur
•
WKO:
Warmte koudeopslag
54
7. Gebruikte bronnen Documenten: •
https://www.vvplus.nl/artikelen/besloten/nagele-energie-in-balans-met-seizoensopslag#:~:text=kan%20worden%20 gebruikt.-,%27,waarin%20de%20windgelden%20zijn%20ondergebracht. Geraadpleegd op 2 augustus 2023
•
Anders Denken, Durven Doen – Energietransitie in Nagele, uitgegeven door Coöperatie NederLandBovenWater, september 2021
•
Projectplan ‘Nagele in Balans’ d.d. 20 maart 2020
Interviews met: Voornaam
Achternaam
Organisatie/rol
Datum afspraak
Andries
Poppe
Energiek Nagele
30/08/2023
Laetitia
Ouillet
Raad van Toezicht
01/09/2023
Arjan
Muil
INNAX
06/09/2023
Wendy
Dubbeld
DubbelDwars Advies
08/09/2023
Rutger
Bergboer
Nagele Warmte
11/09/2023
Menno/Anke
Trouwborst
Bewoners
11/09/2023
Klaas
Dijkstra
Bewoner
11/09/2023
Judith
Groot de
Mercatus
14/09/2023
Pieter
Klep
INNAX
19/09/2023
Margret
Drok
Sacon (dubbelinterview)
25/09/2023
Ad
Hoogers
BOOM-Hoogers
25/09/2023
René
Amersfoort van
Gemeente Noordoostpolder (dubbelinterview)
27/09/2023
Rocco
Kar van de
Gemeente Noordoostpolder (dubbelinterview)
27/09/2023
Durk
Grouwstra
Mercatus (ten tijde van het project)
21/09/2023
Gerda
Geerts
HoCoSto (dubbelinterview)
24/11/2023
Gertjan
Linthorst
Linthorst Energy en Linthorst Techniek (dubbelinterview)
24/11/2023
55
56